Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Academiejaar Eerste examenperiode

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen. Academiejaar 2012-2013. Eerste examenperiode"

Transcriptie

1 Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar Eerste examenperiode Het effect van oudertraining gericht op de stimulatie van vroege sociaal-communicatieve vaardigheden bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van master in de psychologie, afstudeerrichting klinische psychologie door Shari Moermans Promotor: Prof. dr. Herbert Roeyers Begeleiding: Sara Van der Paelt

2 Inhoudsopgave Omschrijving Autismespectrumstoornissen... 1 Definitie... 1 De Triade... 3 Prevalentie... 4 Etiologie... 5 Neuropsychologische Theorieën... 5 Theory of Mind... 5 Executieve functies... 6 Centrale coherentie... 6 Diagnose... 6 ASS en Sociaal-communicatieve Vaardigheden... 7 Imitatie... 7 Gedeelde Aandacht... 8 Symbolisch Spel... 9 Interventies voor ASS Overzicht Wetenschappelijke Bevindingen Uitgebreide interventies Specifieke interventies Taal en communicatie Vroege vaardigheden voor sociale interactie Imitatie... 16

3 Gedeelde aandacht Spel Het Belang van Vroegtijdige Interventie Oudertraining Evidentie Voordelen van oudertraining Probleemstelling Methode Steekproef Beschrijving van de kinderen Procedure Materiaal Interventie: oudertrainingsprogramma ImPACT-project Omschrijving en doel Technieken Interactieve technieken Directieve technieken Codeerschema Ouder Kind Ouder en kind: wederzijdse gedeelde aandacht Spel Imitatie kind Software... 34

4 Checklist sociale communicatie Resultaten Inspectie van de Dataset en Selectie van Variabelen Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid Data-analyse Communicatie Initiatief (verzoek) Respons (erkenning) Checklist sociale communicatie Vergelijking video s en checklist Gedeelde Aandacht Checklist sociale communicatie Vergelijking video s en checklist Spel Totale speltijd Exploratief, oorzaak-gevolg- en combinatorisch spel Functioneel, doe-alsof- en sociaal spel Checklist sociale communicatie Vergelijking video s en checklist Imitatie Checklist sociale communicatie Vergelijking video s en checklist Discussie Bespreking Hypotheses en Resultaten... 55

5 Communicatie Gedeelde aandacht Spel Imitatie Bedenkingen en Opmerkingen Verklaringen voor de Werkzaamheid van de Interventie De kenmerken van het ImPACT-project Vergelijking met andere studies Implicaties voor de Praktijk Sterktes en Beperkingen van deze Studie Sterktes Beperkingen Suggesties voor Toekomstig Onderzoek Conclusie Referenties Bijlagen Bijlage Bijlage

6 Dankwoord De afgelopen vijf studiejaren zijn voorbij gevlogen. Ik heb van elk moment van de opleiding genoten. Het schrijven van mijn masterproef was een intensieve, maar zeer leerrijke periode, die me de mogelijkheid bood mij te verdiepen in het boeiende onderwerp van behandeling bij kinderen met ASS. Ik ben dan ook trots op het eindresultaat dat ik nu kan voorleggen. Tijdens het schrijven van deze masterproef kon ik rekenen op de steun en hulp van heel wat mensen. Bij deze richt ik graag een woord van dank aan hen. Vooreerst wil ik mijn promotor Professor Dr. Herbert Roeyers bedanken voor de opvolging en feedback die ik van hem mocht ontvangen. Daarnaast wens ik ook Sara Van der Paelt te bedanken voor het beantwoorden van de vele vragen, de moeite die ze nam om mijn werk geregeld na te lezen en voor de professionele begeleiding en ondersteuning die ik kreeg bij het uitwerken van deze masterproef. Ten slotte wil ik graag mijn ouders en mijn broer bedanken. Zij hebben mij gesteund op alle vlakken doorheen mijn hele opleiding. In het bijzonder bedank ik mijn mama voor de vele taal- en lay-outtips bij deze thesis. Allen van harte bedankt!

7 Abstract Reeds bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) worden tekorten vastgesteld op vlak van vroege sociaal-communicatieve vaardigheden. Deze spelen een prominente rol in de verdere ontwikkeling van het kind. Vroege interventie is cruciaal en oudertraining vormt daarbij een belangrijke schakel. In deze pilootstudie werd een oudertrainingsprogramma (het ImPACT-project) uitgetest binnen de Vlaamse populatie. Het ImPACT-project is een integratie van ontwikkelingsgericht en gedragsmatig werken en mikt op verbetering op vier terreinen: taal, sociale betrokkenheid, sociale imitatie en spel. Vier jonge kinderen met ASS en hun ouders namen deel aan de interventie. Er werd gebruik gemaakt van een multiple baseline design. Aan de hand van video-opnames van de ouder-kindinteractie en een vragenlijst werd nagegaan wat het effect is van oudertraining op de sociaalcommunicatieve vaardigheden van de kinderen. De resultaten zijn positief. Op vlak van communicatie (initiatief en respons) en gedeelde aandacht was voor alle kinderen verbetering merkbaar. Na de interventie vertoonden bijna alle kinderen meer spel. Terwijl er een toename was aan exploratief en oorzaak-gevolgspel, veranderde er niet zoveel op vlak van combinatorisch spel. Behalve een stijging aan sociaal spel, was er verder geen evolutie naar een hoger spelniveau. Ook op vlak van imitatie was er progressie: drie van de vier kinderen begonnen tijdens de interventie voor het eerst te imiteren. Het ImPACT-project kan op verschillende vlakken een meerwaarde betekenen voor de praktijk. Gezien dit een pilootstudie betrof, is verder onderzoek op grotere schaal, dat ook de effecten op langere termijn in kaart brengt, echter aangewezen.

8 Omschrijving Autismespectrumstoornissen Definitie Autisme werd voor het eerst beschreven in 1943 door de Oostenrijkse arts Leo Kanner. Hij baseerde zich hiervoor op 11 gevallenstudies van kinderen die enkele unieke kenmerken vertoonden, waardoor ze niet leken te passen binnen de toenmalige categorieën van stoornissen. Bij deze groep sprak hij over early infantile autism. (Kanner, 1943; Mesibov, Adams, & Schopler, 2000). Onafhankelijk daarvan publiceerde Hans Asperger, een Oostenrijkse pediater, een jaar later het artikel Die Autistischen Psychopathen im Kindesalter (Asperger, 1944). In de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV-TR, American Psychiatric Association [APA], 2000) wordt de term pervasieve ontwikkelingsstoornissen gebruikt. Hieronder vallen vijf stoornissen. De autistische stoornis uit zich in kwalitatieve beperkingen op vlak van sociale relaties, communicatie en repetitieve, stereotiepe gedragingen en interesses. De stoornis komt reeds tot uiting in de eerste drie levensjaren van het kind. Dit merkt men aan een achterstand of abnormaal functioneren in sociale interacties, taal en sociale communicatie en symbolisch of fantasiespel (APA, 2000). De stoornis van Asperger uit zich ook in kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie en beperkte, zich herhalende en stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten. Hier is echter geen sprake van een significante algemene achterstand in de taal- en cognitieve ontwikkeling. Tevens is er geen achterstand in de ontwikkeling van vaardigheden (horende bij de leeftijd van het kind) om zichzelf te helpen of zich gedragsmatig aan te passen. Nieuwsgierigheid over de omgeving blijft ook aanwezig (APA, 2000). De categorie pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (POS- NAO) wordt gebruikt voor personen die niet volledig voldoen aan de criteria van een andere pervasieve ontwikkelingsstoornis, maar die toch gelijkaardige kenmerken vertonen (zoals tekorten in wederkerige sociale interactie, beperkingen in verbale en non-verbale communicatie of stereotiep gedrag). Ook atypisch autisme valt onder deze noemer. Men voldoet dan niet helemaal aan de criteria van autistische stoornis omwille 1

9 van atypische symptomen, te weinig symptomen, omdat de aandoening pas op latere leeftijd begint of een combinatie van voorgaande factoren (APA, 2000). Bij de stoornis van Rett is er een normale pre- en perinatale ontwikkeling. Gedurende de eerste vijf maanden na de geboorte is er tevens sprake van een normale psychomotorische ontwikkeling. Tussen de leeftijd van 5 en 48 maanden treedt echter een afname van de schedelgroei op. Eerder verworven doelgerichte handvaardigheden gaan tussen de leeftijd van 5 en 30 maanden verloren, waarop stereotiepe handbewegingen zich ontwikkelen. Vroeg in het beloop is er verlies van sociale betrokkenheid. Verder is er ook een slechte coördinatie van het lopen of bewegen van de romp. Tot slot zijn er ernstige beperkingen in de ontwikkeling van de receptieve en expressieve taal alsook een ernstige psychomotorische achterstand (APA, 2000). Bij de desintegratiestoornis van de kindertijd is er een duidelijk normale ontwikkeling gedurende ten minste de eerste twee jaar na de geboorte: verbale en nonverbale communicatie, sociale relaties en aanpassing zijn leeftijdsadequaat. Voor het tiende levensjaar treedt een aanzienlijk verlies op van de voorheen verworven vaardigheden. Deze regressie kan zich ondermeer uiten op vlak van expressieve en receptieve taal, sociale vaardigheden en aanpassingsgedrag, zindelijkheid, spel en motorische vaardigheden. Daarnaast is er ook sprake van kwalitatieve beperkingen op vlak van sociale relaties, communicatie of taalvaardigheid en repetitieve, stereotiepe gedragingen en interesses (APA, 2000). Deze laatste twee stoornissen kenmerken zich door een regressief karakter. Rond het tijdstip dat deze masterproef wordt ingediend, zal een nieuwe versie van de DSM voorgesteld worden. In een nieuwsbericht op de DSM-5 pagina van de APAwebsite delen Herold & Conners (2012) mee dat er ook wijzigingen, aanpassingen of reorganisaties zullen aangebracht worden aan bovenvermelde categorieën. Het uiteindelijke resultaat daarvan kan men wellicht eind mei 2013 raadplegen. In 1997 introduceerde Lorna Wing het autistische spectrum. Het idee van een spectrum verwijst naar een continuüm van verschillende uitingsvormen en gradaties in de ernst van autisme (Wing, 1997). De verschillende gangbare termen autisme, pervasieve ontwikkelingsstoornissen, en autismespectrum kunnen voor enige verwarring zorgen. Tegenwoordig opteert men eerder voor de term autismespectrumstoornissen (ASS) (Roeyers, 2008). In sommige gevallen refereert 2

10 ASS naar de hele groep van pervasieve ontwikkelingsstoornissen. In verschillende studies wordt de term dan weer gebruikt om te verwijzen naar de verzameling van autistische stoornis, stoornis van Asperger en POS-NAO (Roeyers, 2008). In deze masterproef mogen de termen ASS en autisme als inwisselbaar worden beschouwd. De Triade Als kenmerkend voor ASS wordt een triade van kwalitatieve tekorten in sociale interactie, communicatie en verbeelding vooropgesteld (Wing, 1997; Wing & Gould, 1979). Verstoringen in sociale interactie worden volgens Wing gekenmerkt door een vermindering aan non-verbale tekens, interesse en plezier in de omgang met anderen. Voorbeelden hiervan zijn het niet maken van oogcontact, niet glimlachen en het niet initiëren van of niet reageren op fysiek contact zoals een knuffel (Wing, 1997; Wing & Gould, 1979; Wing, Gould, & Gillberg, 2011). Ook de DSM-IV-TR neemt dit criterium op. Zij beschrijven dat kwalitatieve beperkingen in sociale interacties zich manifesteren door een verstoord gebruik van verschillende vormen van non-verbaal gedrag zoals gelaatsuitdrukking, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interacties te bepalen. Daarenboven kan het zijn dat men er niet in slaagt om met leeftijdsgenoten tot relaties te komen die passen bij het ontwikkelingsniveau. Verder is er een tekort om spontaan met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen. Tot slot zijn sociale en emotionele wederkerigheid afwezig (APA, 2000). Tekorten in communicatie komen ondermeer tot uiting in een verminderd vermogen om (zowel verbaal als non-verbaal) een conversatie aan te gaan, ideeën te delen en te onderhandelen. Mensen met ASS hebben vaak de neiging om wat gezegd wordt letterlijk te interpreteren (Wing, 1997; Wing & Gould, 1979; Wing et al., 2011). Volgens de DSM-IV-TR tonen kwalitatieve beperkingen in communicatie zich in een achterstand of volledige afwezigheid van de ontwikkeling van de gesproken taal. Bij personen met voldoende spraak zijn er duidelijke beperkingen in het vermogen om een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden. Er is stereotiep en herhaald taalgebruik of eigenaardig woordgebruik. Verder is er ook nog de afwezigheid van gevarieerd spontaan fantasiespel (doe-alsofspelletjes) of sociaal imiterend spel (nadoen spelletjes) passend bij het ontwikkelingsniveau van het kind (APA, 2000). 3

11 Tot slot is er de verminderde capaciteit tot verbeelding. Volwassenen met ASS zijn vaak niet in staat om na te denken over de gevolgen (zowel voor henzelf als voor anderen) van hun eigen handelingen (Wing, 1997; Wing & Gould, 1979; Wing et al., 2011). Bij heel jonge kinderen is dit vooral merkbaar in hun spel. Dit tekort in verbeelding vertaalt zich volgens de DSM-IV-TR in zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten. Er kan sprake zijn van een sterke preoccupatie met één of meer stereotiepe en beperkte patronen van belangstelling die abnormaal zijn ofwel in intensiteit ofwel in richting. Men kan ook duidelijk rigide vastzitten aan specifieke, niet-functionele routines of rituelen. Verder is het mogelijk dat er stereotiepe en zich herhalende motorische maniërismen (bijvoorbeeld fladderen) optreden. Tot slot kan er een aanhoudende preoccupatie zijn met delen van voorwerpen (APA, 2000). Prevalentie De prevalentie voor het hele spectrum wordt geschat op ongeveer 60-70/ (Chakrabarti & Fombonne, 2005; Fombonne, 2009). De autistische stoornis, pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven en stoornis van Asperger komen samen voor bij circa 1 op 150 kinderen (Fombonne, 2009). Elsabbagh en collega s (2012) verzamelden in een recente review epidemiologische studies van over de hele wereld in verband met autisme en ruimer pervasieve ontwikkelingsstoornissen. De mediaan van al deze geschatte prevalenties bedroeg voor ASS 62/10.000, wat dus in de lijn ligt van de eerder gerapporteerde resultaten door Fombonne (2009). Er worden meer jongens dan meisjes gediagnosticeerd met ASS. De verhouding is ongeveer vier jongens ten opzichte van één meisje (4:1) (Fombonne, 2005). De laatste jaren heeft een toename in diagnoses plaats gevonden, zelfs zo erg dat sommigen reeds spraken van een epidemie (Wazana, Bresnahan, & Kline, 2007). Toch blijkt hiervoor geen echte evidentie te zijn. Wellicht spelen vooral de verbreding van het concept, de ruimere diagnostische criteria, vroegere opsporing, de ontwikkeling van speciale voorzieningen, een verhoogd bewustzijn van de stoornis en een toename van het aantal prematuur geboren kinderen een rol in het verklaren van de inflatie van ASS-cijfers (Elsabbagh et al., 2012; Fombonne, 2009; Matson & Kozlowski, 2011; Steyaert & De La Marche, 2008; Wazana et al., 2007; Wing & Potter, 2002). 4

12 Etiologie Aanvankelijk werd autisme door Bettelheim beschouwd als een psychogene stoornis, die veroorzaakt werd door een kille, verwerpende moeder. Deze ijskastmoederhypothese bleek echter onjuist en werd al snel verlaten (Bettelheim, 1967; Rimland, 1964). De methodologische ontwikkelingen van de laatste jaren hebben de vooruitgang naar onderzoek op genetisch vlak versneld. Alhoewel er een erfelijkheidsfactor van rond de 90% gevonden werd (Ronald et al., 2006), is er niet één bepaald gen dat verantwoordelijk is voor autisme. Alles wijst erop dat er meerdere genen betrokken zijn (Ronald et al., 2006; Rutter, 2005). Verschillende risicogebieden en genen die in aanmerking zouden kunnen komen, zijn reeds onderzocht, maar definitieve conclusies kunnen hieromtrent nog niet geformuleerd worden (Abrahams & Geschwind, 2010; Persico & Bourgeron, 2006; Sutcliffe, 2008). Voorlopig kan men wel stellen dat het om een polygenetische stoornis gaat (Ronald et al., 2006). Ook de rol van de omgeving werd verder onder de loep genomen. Dit heeft geleid tot het besluit dat ASS een multifactoriële aandoening is, die bepaald wordt door samenspel of interactie van meerdere genen en omgevingsvariabelen (zoals infecties en verscheidene pre- en postnatale factoren) (Rutter, 2005; Steyaert & De La Marche, 2008). Neuropsychologische Theorieën Ook vanuit neuropsychologische invalshoek zijn enkele theorieën ontwikkeld die dienst doen als mogelijke verklaringsmodellen voor ASS (Rajendran & Mitchell, 2007). Theory of Mind. Theory of Mind (ToM) is de bekwaamheid om mentale toestanden aan zichzelf of anderen toe te kennen (Baron-Cohen, Leslie, & Frith, 1985). Kinderen met ASS hebben hier problemen mee. ToM kan je best beschouwen als een kwantificeerbare entiteit. Het is iets dat je meer of minder hebt en niet iets wat je wel of niet hebt (Begeer et al., 2010). ToM is ook niet specifiek voor autisme. Het komt ondermeer nog voor bij verstandelijke beperking, ADHD, (Demurie, De Corel, & Roeyers, 2011; Giaouri, Alevriadou, & Tsakiridou, 2010). Verder blijkt ook dat ToM verbetert bij het ouder worden. Daarom is het mogelijk dat het eerder zou gaan om een ontwikkelingsvertraging in plaats van een tekort (Happé, 1995). 5

13 Executieve functies. Executieve functies (EF) is de verzamelnaam voor een aantal cognitieve functies die vooral vooraan in de hersenen geregeld worden. Het gaat om de mentale processen voor het plannen en controleren (Russo et al., 2007). Tekorten werden vastgesteld bij kinderen en volwassenen met ASS (Ozonoff, 1997; Russo et al., 2007), maar kwamen niet voor bij iedereen (Pellicano, Maybery, Durkin, & Maley, 2006). Problemen met EF zijn ook niet specifiek voor ASS, gezien men dit ook terugvond bij andere stoornissen zoals bijvoorbeeld bij ADHD (Geurts, Verté, Oosterlaan, Roeyers, & Sergeant, 2004; Hill, 2004). Centrale coherentie. Een laatste hypothese stelt dat personen met ASS een zwakkere centrale coherentie zouden hebben (Frith, 1989; Happé & Frith, 2006). Normaal ontwikkelende mensen hebben de neiging om informatie samen te voegen en een betekenis op hoger niveau af te leiden binnen de context. Personen met ASS daarentegen focussen zich veel meer op details en verschillen en brengen de context niet in rekening. Mogelijks hebben ze een andere cognitieve voorkeursstijl (Begeer et al., 2010). Diagnose In de praktijk is de diagnose van ASS gebaseerd op de criteria die vooropgesteld zijn door de DSM-IV-TR (APA, 2000) of de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems [ICD-10] (World Health Organization [WHO], 1992). Het is echter belangrijk dat dit verder aangevuld wordt met gestandaardiseerde diagnostische instrumenten. Enerzijds is het nodig om het kind te observeren. Daartoe gebruikt men dikwijls de Autism Diagnostic Observation Schedule (ADOS; Lord et al., 2000). Anderzijds is het nuttig om ook van de ouders informatie te verkrijgen via de Autism Diagnostic Interview Revised (ADI-R; Lord, Rutter, & Le Couteur, 1994). Volgens Filipek et al. (1999) vormen deze twee de gouden standaard. Verder is het aangewezen om met een multidisciplinair team nog wat verder te kijken, door ook de cognitieve capaciteiten, taal, motorische ontwikkeling en het adaptief functioneren mee in rekening te brengen (Ozonoff, Goodlin-Jones, & Solomon, 2005; Steyaert & De La Marche, 2008). Er bestaan verschillende protocollen en richtlijnen voor de diagnostiek van ASS (bijvoorbeeld Baird, Douglas, & Murphy, 2011). 6

14 Een vroege diagnose is belangrijk omdat dan uiteraard vroeg met interventie van start gegaan kan worden (Barbaro & Dissanayake, 2009). Het kind krijgt zo maximaal de kans om zoveel mogelijk te groeien in de richting van een normale ontwikkeling, omdat er nog veel plasticiteit mogelijk is in de hersenen (Dawson, 2008). Bovendien kan ook het optreden van secundaire problemen uitgesteld of geminimaliseerd worden (Young, Brewer, & Pattinson, 2003). Ten slotte zorgt een vroege diagnose ervoor dat ouders snel weten wat er met hun kind aan de hand is, wat hen veel stress en onzekerheid bespaart (Siperstein & Volkmar, 2004). Als het om het welzijn van hun kind gaat, geven ouders immers aan dat ze dit liefst zo snel mogelijk weten (Quine & Pahl, 1987). ASS en Sociaal-communicatieve Vaardigheden Uit de DSM-IV-TR (APA, 2000), de triade van Wing (Wing, 1997) en verschillende onderzoeken blijkt dat kinderen met ASS problemen ondervinden op vlak van communicatie en sociale interactie. Reeds op jonge leeftijd kunnen beperkingen in vroege sociaal-cummunicatieve vaardigheden een indicatie vormen voor ASS (Bolton, Golding, Emond, & Steer, 2012; Wetherby et al., 2004). Imitatie, gedeelde aandacht en symbolisch spel zijn belangrijke vaardigheden in de ontwikkeling van het kind. Deze vaardigheden zijn immers de voorlopers die onder andere de taalontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind mee vormgeven. Net op vlak van deze vroege sociaal-communicatieve vaardigheden worden reeds bij jonge kinderen met ASS een achterstand of kwalitatieve tekorten vastgesteld (Casby, 2003; Dawson et al., 2004; Toth, Munson, Meltzoff, & Dawson, 2006; Warreyn & Roeyers, 2006; Williams, Whiten, Singh, 2004). Imitatie Wanneer een kind handelingen (met of zonder voorwerpen), bewegingen, gebaren of gelaatsuitdrukkingen van iemand anders identiek herhaalt, spreekt men van imitatie (Tomasello, Kruger, & Ratner, 1993; Warreyn & Roeyers, 2006). Het gaat hierbij om een gedrag dat voor het kind nieuw of nog onbekend was (Tomasello et al., 1993). 7

15 Volgens Meltzoff en Moore (1997) kunnen pasgeboren baby s reeds eenvoudige gelaatsuitdrukkingen imiteren (zoals bijvoorbeeld het openen van de mond en het uitsteken van de tong). Wanneer ze ook de bewegingen van het model kunnen bijhouden in het geheugen, om het dan later uit te voeren, spreken we van uitgestelde imitatie. Reeds na een zestal weken zijn baby s hiertoe in staat. Vanaf negen maanden kunnen ze naast het imiteren van bewegingen ook acties op voorwerpen nadoen (Gopnik & Meltzoff, 1993; Toth et al., 2006; Warreyn & Roeyers, 2006). Dit lukt zowel onmiddellijk als in een uitgestelde context (Jones & Herbert, 2006; Meltzoff, 1988; Toth et al., 2006). In tegenstelling tot normaal ontwikkelende kinderen loopt dit voor kinderen met ASS moeilijker. Ze ervaren problemen met objectimitatie, imitatie van gelaatsuitdrukkingen, lichaamsbewegingen, imitatie van (voornamelijk niet betekenisvolle) gebaren en uitgestelde imitatie (Rogers, Hepburn, Stackhouse, & Wehner, 2003; Toth et al., 2006; Williams et al., 2004). Imitatie wordt gelinkt aan de taalontwikkeling alsook aan sociaal-communicatieve vaardigheden (Toth et al., 2006). Imitatie biedt jonge kinderen de kans op gedeelde sociale ervaringen, een gevoel van wederzijdse verbondenheid, voortzetting van de moeder-kindinteractie en het is een manier van communicatie voor hen (Toth et al., 2006). Nadel (2002) stelt dat kinderen die nog niet kunnen spreken gemakkelijker contact leggen met leeftijdgenootjes door imitatie. Zo worden ze zich ook bewust van intenties bij andere mensen (Meltzoff & Moore, 2002). Omdat deze vaardigheid zowel van belang is voor het huidige als voor het toekomstige functioneren, vormt ze een belangrijk aandachtspunt in vroege interventieprogramma s (Rogers, 1999). Gedeelde Aandacht Bij gedeelde aandacht is er sprake van een bewust gedeelde aandachtsfocus tussen het kind en een andere persoon met betrekking tot een situatie, een voorwerp of een derde persoon (Bakeman & Adamson, 1984; Kasari, Gulsrud, Wong, Kwon, & Locke, 2010; Warreyn & Roeyers, 2006). Er wordt een onderverdeling gemaakt in verschillende soorten gedeelde aandacht. Ten eerste is er het onderscheid tussen imperatief (bijvoorbeeld naar iets wijzen omdat je iets wil, heeft een instrumentele 8

16 functie, ook wel vragende gedeelde aandacht genoemd) en declaratief (tonende gedeelde aandacht, heeft eerder een sociale functie, het kind wil zijn interesse voor een persoon of voorwerp delen met iemand anders). Ten tweede maakt men een onderscheid tussen actieve (het kind initieert zelf) en passieve (het kind volgt de aandachtsfocus van iemand anders) gedeelde aandacht (Bruinsma, Koegel, & Koegel, 2004; Warreyn & Roeyers, 2006; Roeyers, 2008). Bij normaal ontwikkelende kinderen ontwikkelt de passieve vorm zich reeds vanaf zes maanden. Verschillende onderzoekers vonden dat rond de leeftijd van 9 à 12 maanden ook de actieve vorm tot uiting komt (Brooks & Meltzoff, 2002; De Groote, Roeyers, & Striano, 2007; Toth et al., 2006). Gedeelde aandacht bestaat uit verschillende aspecten, waar normaal ontwikkelende kinderen rond de leeftijd van een jaar toe in staat zijn: niet alleen blikwisseling, maar ook het volgen en het trekken van de aandacht van de ander (Carpenter, Nagell, & Tomasello, 1998). Bij kinderen met ASS merkt men tekorten op in gedeelde aandacht (Bruisma et al., 2004). Het is voornamelijk het actieve, declaratieve luik dat verstoord is, terwijl ze met het imperatieve aspect dikwijls minder moeite ervaren (Warreyn & Roeyers, 2006; Warreyn, Roeyers, Van Wetswinkel, & De Groote, 2007). Mundy en Neal (2001) stellen dat gedeelde aandacht een belangrijke bouwsteen is voor de sociale ontwikkeling. Ondermeer via het delen van gevoelens en ervaringen met anderen, komen kinderen tot relatieopbouw (Warreyn & Roeyers, 2006). Verder houdt gedeelde aandacht eveneens verband met het aanleren van taal (Delinicolas & Young, 2007; Toth et al., 2006) en is het een voorloper van Theory of Mind en perspectiefname (Charman, 2003; Warreyn & Roeyers, 2006). Vandaar dat ook deze vaardigheid zeker van belang is in vroegtijdige behandelprogramma s. Symbolisch Spel Symbolisch spel, ook wel eens doe-alsofspel genoemd, vereist dat het kind de vaardigheden verworven heeft om een fictieve gebeurtenis te bedenken en denkbeeldige eigenschappen toe te kennen aan zichzelf, andere personen, voorwerpen of omgevingen (Jarrold, Boucher, & Smith, 1993; Warreyn & Roeyers, 2006). Men onderscheidt drie soorten symbolisch spel. Ten eerste is er objectsubstitutie. Hierbij doet een kind alsof een voorwerp iets anders is. Een tweede soort is het toekennen van een ingebeelde 9

17 eigenschap. Ten derde kunnen ze ook verwijzen naar een afwezig persoon of voorwerp (Leslie, 1987). Bij functioneel spel gebruiken kinderen voorwerpen waarvoor ze bedoeld zijn (bijvoorbeeld rijden met een speelgoedautootje) (Charman, 1997). Bij normaal ontwikkelende kinderen komt functioneel spel rond de leeftijd van één jaar tot uiting. Het ontwikkelt zich geleidelijk verder tot op de leeftijd van 18 à 20 maanden symbolisch spel verschijnt (Warreyn & Roeyers, 2006; Warreyn, Roeyers, & De Groote, 2005). Symbolisch spel neemt stilaan meer complexe vormen aan rond de leeftijd van twee jaar (Toth et al., 2006). Bij kinderen met ASS worden tekorten vastgesteld op vlak van symbolisch spel. Ze vertonen minder spontaan, frequent, uitgebreid en gevarieerd symbolisch spel (Rutherford & Rogers, 2003). Het symbolisch spelniveau van kinderen met ASS ligt lager dan dat van normaal ontwikkelende leeftijdsgenoten. Er wordt dus eerder gesproken over een ontwikkelingsachterstand op dat vlak (McDonough, Stahmer, Schreibman, & Thompson, 1997; Toth et al., 2006; Warreyn & Roeyers, 2006). Er is aangetoond dat symbolisch spel verband houdt met het ontwikkelen van sociale vaardigheden, emotieregulatie en taal (Casby, 2003; Lam & Yeung, 2012; Lindsey & Colwell, 2003). Door symbolisch spel krijgen kinderen de kans om kennis op te doen over hun directe omgeving en leefwereld (Toth et al., 2006). Volgens Warreyn en Roeyers (2006) wordt hierbij ook hun denkvermogen gestimuleerd en kunnen ze (nieuwe) vaardigheden inoefenen. Interventies voor ASS Overzicht De literatuur rond interventies voor kinderen met ASS kent al een hele geschiedenis en is zeer uitgebreid. Vooraleer onderzoeksbevindingen en wetenschappelijke evidentie aan bod komen, volgt eerst een overzicht waarin de verschillende aanpakken of soorten interventies kort besproken worden. 10

18 Uitgebreide interventies zijn allesomvattend doordat ze zich tegelijk richten op meerdere van de kernproblemen bij ASS. Ze zijn toegespitst op het totaalpakket van taal en communicatie, sociale interactie, cognitie, spel en probleemgedrag. Specifieke interventies daarentegen focussen zich slechts op één bepaald domein of één bepaalde vaardigheid (Vismara & Rogers, 2010). Zo zijn er bijvoorbeeld interventies die enkel pogen om communicatie te bevorderen (Goldstein, 2002; Sulzer-Azaroff, Hoffman, Horton, Bondy, & Frost, 2009), terwijl andere eerder gericht zijn op het stimuleren van vroege sociale vaardigheden zoals imitatie, gedeelde aandacht of spel (Ingersoll & Schreibman, 2006; McConnell, 2002). Nog andere trachten dan weer het gedrag aan te pakken (Horner, Carr, Strain, Todd, & Reed, 2002). In de literatuur wordt een onderscheid gemaakt tussen gedragsinterventies en ontwikkelingsgerichte interventies. Gedragsinterventies gaan ervan uit dat alle gedrag aangeleerd is en zal toenemen wanneer het bekrachtigd wordt. Bij ontwikkelingsgerichte interventies daarentegen gaat men na welke vaardigheden de kinderen nog moeten leren of verder moeten ontwikkelen. Deze worden dan aangeleerd in dezelfde volgorde waarin normaal ontwikkelende kinderen die vaardigheden en gedragingen verwerven. Sommige programma s vormen dan weer een combinatie van beide aanpakken en worden daarom ook integratieve benaderingen genoemd. In de praktijk zijn interventieprogramma s veelal opgebouwd rond een combinatie van gedragsmatige technieken, die toegepast worden in een ontwikkelingsgericht kader. Enkele auteurs suggereren dat het samenbrengen van de beste elementen uit deze twee benaderingen zou leiden tot meer succes (Dawson et al., 2009; Ingersoll, 2009). Dikwijls is het niet zo duidelijk onder welke noemer een bepaalde interventie nu precies thuishoort (Vismara & Rogers, 2010; Warren et al., 2011). Verder zijn er interventies die heel erg gestructureerd zijn. Hierbij neemt een volwassene (de therapeut of de ouders) het initiatief en stuurt of leidt dan zo de interventie. Andere interventies zijn dan weer meer naturalistisch van aard. Een naturalistische aanpak is spontaner en vertrekt van de interesses van het kind om zo kansen tot leren te creëren. Dit kan veel gemakkelijker ingepast worden in de dagdagelijkse activiteiten (zoals spel, aankleden, eten, ) (Vismara & Rogers, 2010). 11

19 Wetenschappelijke Bevindingen Uitgebreide interventies. Toegepaste gedragsanalyse of in vakjargon ook wel applied behavior analysis (ABA) genoemd, leunt aan bij de gedragstherapie en steunt op de principes van operante conditionering. ABA is wereldwijd één van de meest gebruikte en bestudeerde interventies voor ASS (Callahan, Shukla-Mehta, Magee, & Wie, 2009; Matson, & Smith, 2008; Peters-Scheffer, Didden, Korzilius, & Sturmey, 2011). Volgens Lovaas (1987) zou men via ABA de kernsymptomen van ASS kunnen verbeteren. Door middel van consistente bekrachtiging wordt gepoogd om gewenst gedrag aan te leren. Discrete trial training (DTT) is één van de bekendste technieken onder de noemer ABA. Bij DTT gaat men complex gedrag opdelen in kleinere stukjes. Deze subvaardigheden worden dan getraind als afzonderlijke deeltjes, ook wel de trials genoemd. Er worden technieken gebruikt zoals prompting en shaping. Prompting is het uitlokken van een bepaald gedrag door middel van aanwijzingen of hints (prompts). Via shaping wordt nieuw gedrag stapsgewijs aangeleerd door opeenvolgende selectieve bekrachtiging van realisaties die in de richting gaan van de uiteindelijke vooropgestelde gedragsvorm (Hermans, Elen, & Orlemans, 2007). Als het kind het gewenste gedrag stelt, wordt het daar dan ook consistent voor bekrachtigd. In een (follow-up) studie van McEachin, Smith en Lovaas (1993) werd aangetoond dat de effecten van DTT zelfs op lange termijn standhielden. Deze studie is echter controversieel om verschillende redenen. Ten eerste gebeurde de toewijzing aan behandelgroep versus controlegroep niet at random. Ten tweede gebeurde assessment door de onderzoekers, maar ze waren op de hoogte van de conditie waaraan de persoon was toebedeeld. Tot slot werden als uitkomst- of effectmaten het IQ en niveau van onderwijs (educatieve plaatsing, EDP) gebruikt. Deze hebben echter niets te maken met de kernsymptomen van autisme op zich (Gresham & MacMillan, 1998). Naast de bemerkingen op methodologisch vlak, worden nog enkele andere punten van kritiek geuit. De training in deze studie is bijzonder intensief: uur per week en dat gedurende een periode van 2 jaar. Men kan zich vragen stellen bij de haalbaarheid van een behandeling met dergelijke intensiteit binnen verschillende settings (Sheinkopf & Siegel, 1998). Een andere opmerking is het feit dat alles vanuit de volwassene zelf gestuurd wordt, wat het spontaan gebruik van vaardigheden bij het kind afremt. Deze zeer gestructureerde leeromgeving kan voor een eerder artificiële context zorgen waarin beloningen 12

20 misschien niet altijd relevant zijn. Volgens Schreibman (1997) zou dit de generalisatie van de geleerde vaardigheden tegengaan. Verschillende onderzoekers probeerden ondertussen de oorspronkelijke bevindingen te repliceren. Zij vonden een significantie verbetering voor een subgroep van kinderen met ASS als ze vroeg en intensief genoeg behandeld werden (Cohen, Amerine-Dickens, & Smith, 2006; Howard, Sparkman, Cohen, Green, & Stanislaw, 2005; Sallows & Graupner, 2005). Naar het oorspronkelijke idee van Lovaas, werd ook hier als uitkomstmaat IQ en EDP gehanteerd. Andere auteurs vergeleken de aanpak van Lovaas met verschillende eclectische programma s. Zij vonden dat de intensiteit van de behandeling op zich zonder het toepassen van de technieken en strategieën van ABA niet voldoende was om effectief te zijn (Eikeseth, Smith, Jahr, & Eldevik, 2002; Howard et al., 2005). Early intensive behavioral intervention (EIBI) is nauw verwant aan ABA en eveneens gebaseerd op operante conditionering (Love, Carr, Almason, & Petursdottir, 2009). Het verschil is dat de nadruk bij EIBI meer ligt op het vroeg van start gaan met interventie (Vismara & Rogers, 2010). Eikeseth (2009) en Rogers en Vismara (2008) kwamen beide in hun reviews omtrent uitgebreide interventies voor kinderen met autisme tot dezelfde conclusie dat EIBI effectief is. Ook Eldevik en collega s (2009) en Makrygianni en Reed (2010) vonden dat kinderen, die behandeld werden via vroegtijdige gedragsmatige interventies, meer vooruit gingen. De effecten van EIBI zijn in het algemeen beter dan een controlegroep, maar toch is er nog veel individuele variabiliteit tussen de kinderen (Howlin, Magiati, & Charman, 2009; Reichow & Wolery, 2009). Verder blijken ook de ouders tevreden te zijn met deze methode. Alhoewel ze aangeven dat hun kind na het volgen van dit programma niet genezen is, zien ze toch een opmerkelijke verbetering (Matson & Smith, 2008). Treatment and Education of Autistic and related Communication Handicapped Children (TEACCH; Schopler & Reichler, 1971) richt zich tot verschillende moeilijkheden bij kinderen met ASS zoals communicatie, cognitie, perceptie, imitatie en gedrag. Dit programma is wijdverspreid en wordt veel gebruikt in België (Scheiris et al., 2008). Twee principes staan daarbij centraal. Ten eerste stimuleert een gestructureerde omgeving het verwerven van vaardigheden. Niet alleen de fysieke omgeving wordt gestructureerd, maar er wordt tevens gebruik gemaakt van visualisatie (ondermeer aan de hand van dagschema s en pictogrammen) om de opeenvolging van 13

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1

Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Bijlage 25: Autismespectrumstoornis in DSM-5 (voorlopige Nederlandse vertaling) 1 Moet voldoen aan de criteria A, B, C en D A. Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in meerdere

Nadere informatie

Vroegtijdige interventies in de Belgische context: onderzoek en perspectieven

Vroegtijdige interventies in de Belgische context: onderzoek en perspectieven Vroegtijdige interventies in de Belgische context: onderzoek en perspectieven Herbert Roeyers Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen HGR-CSS Brussel, 20 juni 2014 Vroegtijdige interventie bij kinderen

Nadere informatie

Vroegbegeleiding van peuters en kleuters met een autismespectrumstoornis

Vroegbegeleiding van peuters en kleuters met een autismespectrumstoornis Klinische praktijk Sara Van der Paelt e.a. Sara Van der Paelt, Petra Warreyn en Herbert Roeyers 1 Vroegbegeleiding van peuters en kleuters met een autismespectrumstoornis Aangezien de diagnoseleeftijd

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme Hulpmiddelen en materialen Vragen? Autisme?

Nadere informatie

Autismespectrumstoornis. SPV REGIOBIJEENKOMST MIDDEN NEDERLAND Mandy Bekkers

Autismespectrumstoornis. SPV REGIOBIJEENKOMST MIDDEN NEDERLAND Mandy Bekkers Autismespectrumstoornis SPV REGIOBIJEENKOMST MIDDEN NEDERLAND 19-10-2016 Mandy Bekkers (mandybekkers@hotmail.com) Waarschuwing vooraf! 2 Geschiedenis Autos (Grieks: zelf) 1937-1940: Term autisme 1943 &

Nadere informatie

Laag intensieve gedragstherapie voor kinderen met ASS en VB

Laag intensieve gedragstherapie voor kinderen met ASS en VB Promotieonderzoek (2007-2012) voor kinderen met ASS en VB Drs. Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen Fostering development in young children with autism spectrum disorders and intellectual

Nadere informatie

Autisme, wat weten we?

Autisme, wat weten we? Autisme, wat weten we? Matt van der Reijden, kinder- en jeugdpsychiater & geneesheer directeur Dr Leo Kannerhuis, Oosterbeek 1 autisme agenda autisme autisme en het brein: wat weten we? een beeld van autisme:

Nadere informatie

DSM IV interview. Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis.

DSM IV interview. Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis. DSM IV interview Semi-gestructureerd anamnestisch interview ter beoordeling of er sprake is van een autismespectrumstoornis. A.A. Spek Klinisch psycholoog Centrum Autisme Volwassenen GGZ Eindhoven Wanneer

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud DGM en autisme? Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme! Vragen? DGM en Autisme?

Nadere informatie

Dia 1. Dia 2. Dia 3. Aspecten van cognitief functioneren in Autisme Spectrum Stoornissen. Executieve functies en autisme (Hill, 2004)

Dia 1. Dia 2. Dia 3. Aspecten van cognitief functioneren in Autisme Spectrum Stoornissen. Executieve functies en autisme (Hill, 2004) Dia 1 Aspecten van cognitief functioneren in Autisme Spectrum Stoornissen Een reactie van Bibi Huskens Dia 2 Executieve functies en autisme (Hill, 2004) Problemen in: Planning Inhibitie Schakelvaardigheid

Nadere informatie

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme

Deel VI Verstandelijke beperking en autisme Deel VI Inleiding Wat zijn de mogelijkheden van EMDR voor cliënten met een verstandelijke beperking en voor cliënten met een autismespectrumstoornis (ASS)? De combinatie van deze twee in een en hetzelfde

Nadere informatie

De invloed van vroegbehandeling op de sociaalcommunicatieve en algemene ontwikkeling van jonge kinderen met een autismespectrumstoornis.

De invloed van vroegbehandeling op de sociaalcommunicatieve en algemene ontwikkeling van jonge kinderen met een autismespectrumstoornis. FACULTEIT PSYCHOLOGIE EN PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN Academiejaar 2009-2010 Eerste examenperiode De invloed van vroegbehandeling op de sociaalcommunicatieve en algemene ontwikkeling van jonge kinderen met

Nadere informatie

Stimuleren van sociale betrokkenheid en communicatie van kleuters met ASS in de klas

Stimuleren van sociale betrokkenheid en communicatie van kleuters met ASS in de klas Academiejaar 2014-2015 Tweede examenperiode Stimuleren van sociale betrokkenheid en communicatie van kleuters met ASS in de klas Masterproef I neergelegd tot het behalen van de graad van Master of Science

Nadere informatie

GEWOON ANDERS ASS BIJ JONGE KINDEREN. AutismeTeam Noord-Nederland, Jonx Lentis

GEWOON ANDERS ASS BIJ JONGE KINDEREN. AutismeTeam Noord-Nederland, Jonx Lentis GEWOON ANDERS ASS BIJ JONGE KINDEREN AutismeTeam Noord-Nederland, Jonx Lentis Programma Even voorstellen Wat is autisme? Vroege signalen bij autismespectrumstoornissen De eerste stap richting onderzoek

Nadere informatie

Autisme Spectrum Stoornissen Van DSM IV naar DSM 5

Autisme Spectrum Stoornissen Van DSM IV naar DSM 5 Autisme Spectrum Stoornissen Van DSM IV naar DSM 5 Britt Hoogenboom, kinder,- en jeugdpsychiater Dr. Sanne Hogendoorn, psycholoog Zorgprogrammaleiders Centrum voor Autisme en Psychose, de Bascule Referatencyclus

Nadere informatie

Op naar de DSM 5! Autismespectrumstoornis. J. Wolthaus, GZ-psycholoog en C. Schoenmakers, GZ-psycholoog

Op naar de DSM 5! Autismespectrumstoornis. J. Wolthaus, GZ-psycholoog en C. Schoenmakers, GZ-psycholoog Op naar de DSM 5! Autismespectrumstoornis J. Wolthaus, GZ-psycholoog en C. Schoenmakers, GZ-psycholoog Autisme DSM IV: Stoornissen die meestal voor het eerst op zuigelingenleeftijd, kinderleeftijd of in

Nadere informatie

Het aanleren van imitatievaardigheden bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis

Het aanleren van imitatievaardigheden bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis Academiejaar 2012-2013 Eerste examenperiode Het aanleren van imitatievaardigheden bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis Masterproef neergelegd tot het behalen van de graad van master in de

Nadere informatie

Vroege Signalen en Herkenning van Autisme Spectrum Stoornissen

Vroege Signalen en Herkenning van Autisme Spectrum Stoornissen Vroege Signalen en Herkenning van Autisme Spectrum Stoornissen Rutger Jan van der Gaag & Iris Oosterling, gz-psycholoog 2006 Karakter pagina 1 Inhoud Autisme Vroege herkenning van autisme DIANE-project,

Nadere informatie

Oudertraining bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis: evaluatie van het ImPACT project in de Vlaamse praktijk

Oudertraining bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis: evaluatie van het ImPACT project in de Vlaamse praktijk Academiejaar 2014 2015 Eerste examenperiode Oudertraining bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis: evaluatie van het ImPACT project in de Vlaamse praktijk Masterproef II neergelegd tot het behalen

Nadere informatie

1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington

1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington 1. Inleiding tot The Assessment of Basic Language and Learning Skills: The ABLLS-R. James W. Partington 2. Autisme: Kwalitatieve verschillen op 3 gebieden: taalvaardigheden, sociale vaardigheden en beperkte/

Nadere informatie

De invloed van oudertraining op imitatie en joint attention bij jonge kinderen met ASS en hun ouders: een pilootstudie.

De invloed van oudertraining op imitatie en joint attention bij jonge kinderen met ASS en hun ouders: een pilootstudie. ABSTRACT De invloed van oudertraining op imitatie en joint attention bij jonge kinderen met ASS en hun ouders: een pilootstudie. Joint attention en imitatie zijn twee belangrijke voorlopers van de sociaalcommunicatieve

Nadere informatie

Trainen van imitatie en gedeelde aandacht. effect op het sociaalcommunicatief taalgebruik

Trainen van imitatie en gedeelde aandacht. effect op het sociaalcommunicatief taalgebruik Academiejaar 2012-2013 Eerste examenperiode Trainen van imitatie en gedeelde aandacht bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis: effect op het sociaalcommunicatief taalgebruik Masterproef neergelegd

Nadere informatie

Asperger en werk. Een dynamisch duo

Asperger en werk. Een dynamisch duo Asperger en werk Een dynamisch duo Natalie van Berkel Module Onderzoeksvaardigheden Stoornis van Asperger Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie, zoals blijkt uit ten minste 2 van de volgende:

Nadere informatie

De inzet van robots in de behandeling van autisme. Bibi Huskens en Rianne Verschuur

De inzet van robots in de behandeling van autisme. Bibi Huskens en Rianne Verschuur De inzet van robots in de behandeling van autisme Bibi Huskens en Rianne Verschuur In samenwerking met: Emilia Barakova TU/e Jan Gillesen TU/e Tino Lourens TiViPe Met dank aan: Agentschap NL Deelnemende

Nadere informatie

Het enige middel dat je in het werken met mensen hebt, is jezelf.

Het enige middel dat je in het werken met mensen hebt, is jezelf. Het enige middel dat je in het werken met mensen hebt, is jezelf. I. Autisme en verstandelijke beperking Het verschil Peter Vermeulen zei ooit in een vorming (1999) dat een verstandelijke beperking gelijk

Nadere informatie

Autisme spectrum conditie

Autisme spectrum conditie (potentiële) belangenverstrengeling Geen Autisme spectrum conditie Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Triversum W. Veenboer Kinder- en jeugdpsychiater Dag van eerste lijn Januari

Nadere informatie

Samenvatting. Autismespectrumstoornissen

Samenvatting. Autismespectrumstoornissen Samenvatting Autismespectrumstoornissen Autismespectrumstoornissen zijn ontwikkelingsstoornissen die gekenmerkt worden door beperkingen in sociale omgang, de communicatie en de verbeelding. Ze gaan vaak

Nadere informatie

Lezing voor de NVA. Door Harmke Nygard-Smith Klinisch psycholoog. Ontwikkelingsstoornissen Dimence

Lezing voor de NVA. Door Harmke Nygard-Smith Klinisch psycholoog. Ontwikkelingsstoornissen Dimence Lezing voor de NVA Door Harmke Nygard-Smith Klinisch psycholoog Ontwikkelingsstoornissen Dimence Waarom diagnostiek? Hoe doen we eigenlijk diagnostiek? De DSM 5 Wijzigingen in de DSM 5 voor de autisme

Nadere informatie

Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen. Rob Neyens 22.10.2009

Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen. Rob Neyens 22.10.2009 Omgaan met kinderen met autismespectrumstoornissen Rob Neyens 22.10.2009 Programma 1. Theorie: wat is autisme? 1.1 Buitenkant 1.2 Binnenkant 2. Praktijk: hoe omgaan met autisme? 2.1 Remediëren 2.2 Compenseren

Nadere informatie

Inleiding: Autisme in de volwassenheid

Inleiding: Autisme in de volwassenheid Nieuwe ontwikkelingen in de behandeling van autisme bij volwassenen 14-06-2011 Inleiding: Autisme in de volwassenheid Ina van Berckelaer-Onnes Universiteit Leiden Gezondheidsraad 2009 Autismespectrumstoornissen:

Nadere informatie

Focus op motivatie en communicatie

Focus op motivatie en communicatie Focus op motivatie en communicatie P I V O T A L R E S P O N S E T R E A T M E N T V O O R J O N G E K I N D E R E N M E T E E N A U T I S M E S P E C T R U M S T O O R N I S Autisme Moeite met sociale

Nadere informatie

23 oktober 2013 1. Wat betekent autisme voor jou? Waaraan denk je spontaan? Vroeger hoorde je daar toch niet zoveel over?

23 oktober 2013 1. Wat betekent autisme voor jou? Waaraan denk je spontaan? Vroeger hoorde je daar toch niet zoveel over? Vroeger hoorde je daar toch niet zoveel over? Tegenwoordig heeft iedereen wel een etiketje! Hebben we dat niet allemaal een beetje? Als je niks hebt, is het precies al abnormaal! Mijn kind heeft (net)

Nadere informatie

7 Nederlandstalige Samenvatting

7 Nederlandstalige Samenvatting 7 Nederlandstalige Samenvatting Autisme is een ontwikkelingsstoornis, waarvan de symptomen zich in de kindertijd voor het eerst manifesteren en gedurende het gehele leven in verschillende vormen aanwezig

Nadere informatie

Interventie bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis: inventarisatie van praktijkkennis in Vlaanderen Onderzoek in opdracht van SEN

Interventie bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis: inventarisatie van praktijkkennis in Vlaanderen Onderzoek in opdracht van SEN Interventie bij jonge kinderen met een autismespectrumstoornis: inventarisatie van praktijkkennis in Vlaanderen Onderzoek in opdracht van SEN Sara Van der Paelt Dr. Petra Warreyn Prof. dr. Herbert Roeyers

Nadere informatie

Reader. Autisme Spectrum Stoornissen

Reader. Autisme Spectrum Stoornissen Reader Autisme Spectrum Stoornissen Inhoudsopgave 1. Inleiding ASS... 3 1.1 Wat is ASS... 3 Omschrijving ASS... 3 3 hoofdkenmerken... 3 Sociale interactie... 3 Communicatie... 4 Problemen in de verbeelding...

Nadere informatie

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt

Nadere informatie

Van Hé, hier ben ik tot Ha, daar ben jij

Van Hé, hier ben ik tot Ha, daar ben jij Van Hé, hier ben ik tot Ha, daar ben jij Floortime: ontwikkelingsgerichte therapie, met ouders en het jonge kind aan het werk Jo Wellens, kinder- en jeugdpsychiater & Ilse Vansant, psycholoog afdeling

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Bart Lenaerts Jorinde Dewaelheyns 6 december 2010 Wat mag je verwachten? Wat is autisme? Het stellen van de diagnose Wie? Hoe? Triade van stoornissen Autisme = anders

Nadere informatie

Het belang van (ondersteuning van) communicatie bij personen met een verstandelijke handicap

Het belang van (ondersteuning van) communicatie bij personen met een verstandelijke handicap Het belang van (ondersteuning van) communicatie bij personen met een verstandelijke handicap Prof. dr. Bea Maes, Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek, K.U.Leuven 1. Centrale rol van taal en communicatie

Nadere informatie

Het syndroom van Down en autisme duel of dual? Yvette Dijkxhoorn

Het syndroom van Down en autisme duel of dual? Yvette Dijkxhoorn Het syndroom van Down en autisme duel of dual? Yvette Dijkxhoorn Diagnostiek 1. Screening 2. Individueel descriptieve diagnostiek 3. Begeleiding en Behandeling Autismespectrumstoornissen VROEGE ONTWIKKELING

Nadere informatie

UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar Tweede Examenperiode

UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar Tweede Examenperiode UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2011 2012 Tweede Examenperiode Toegepaste gedragsanalyse onder de loep: op zoek naar de werkzame factoren voor de ontwikkeling

Nadere informatie

Growing into a different brain

Growing into a different brain 221 Nederlandse samenvatting 221 Nederlandse samenvatting Groeiend in een ander brein: de uitkomsten van vroeggeboorte op schoolleeftijd De doelen van dit proefschrift waren om 1) het inzicht te vergroten

Nadere informatie

geschilderd staat. Joep rent overstuur naar huis en zegt: De muur kwam naar me toe!

geschilderd staat. Joep rent overstuur naar huis en zegt: De muur kwam naar me toe! 1 Wat is autisme? Joep van drie rijdt op zijn driewieler op het paadje achter zijn huis. Het paadje eindigt in een muur waar een voetbalgoal op geschilderd staat. Joep rent overstuur naar huis en zegt:

Nadere informatie

Diagnostiek en behandeling van jonge kinderen met autisme. Hogrefe Congres Amersfoort 13-11-2O12 Ina van Berckelaer-Onnes Universiteit Leiden

Diagnostiek en behandeling van jonge kinderen met autisme. Hogrefe Congres Amersfoort 13-11-2O12 Ina van Berckelaer-Onnes Universiteit Leiden Diagnostiek en behandeling van jonge kinderen met autisme Hogrefe Congres Amersfoort 13-11-2O12 Ina van Berckelaer-Onnes Universiteit Leiden Inhoud Autisme * recente inzichten * vroege onderkenning * vroege

Nadere informatie

Autisme in de levensloop. Conclusies. Overzicht. Hilde M. Geurts Universiteit van Amsterdam Dr. Leo Kannerhuis

Autisme in de levensloop. Conclusies. Overzicht. Hilde M. Geurts Universiteit van Amsterdam Dr. Leo Kannerhuis in de levensloop Hilde M. Geurts Universiteit van Amsterdam Dr. Leo Kannerhuis Conclusies 1. Het is! om in verschillende levensfases diagnostisch onderzoek te herhalen.. Het is! om comorbiditeit goed in

Nadere informatie

Autisme en een verstandelijke beperking 20 september 2016

Autisme en een verstandelijke beperking 20 september 2016 Autisme en een verstandelijke beperking 20 september 2016 Cecile Blansjaar: orthopedagoog/autisme specialist Gedragskundige Stichting de Waerden Mede oprichter De Sociale Bron Wat is Autisme? In Nederland

Nadere informatie

Yvette Dijkxhoorn, Autisme en Bewegen

Yvette Dijkxhoorn, Autisme en Bewegen Yvette Dijkxhoorn, Autisme en Bewegen De autismespectrumstoornissen - Kwalitatieve stoornissen in de sociale interactie - Kwalitatieve stoornissen in de communicatie - Kwalitatieve stoornissen in het verbeeldingsvermogen

Nadere informatie

Autisme en de DSM-5 symposium autismenetwerk Zuid- Holland Zuid Autismeweek

Autisme en de DSM-5 symposium autismenetwerk Zuid- Holland Zuid Autismeweek Autisme en de DSM-5 symposium autismenetwerk Zuid- Holland Zuid Autismeweek Woensdag 2 april 2014 Ad van der Sijde, Yulius Autisme Paul Reijnen, BOBA Inhoud Presentatie Vragen Veranderingen DSM-5 autisme

Nadere informatie

Executieve functies in vogelvlucht (met autisme als voorbeeld)

Executieve functies in vogelvlucht (met autisme als voorbeeld) Executieve functies in vogelvlucht (met autisme als voorbeeld) Hilde M. Geurts Universiteit van Amsterdam Dr. Leo Kannerhuis Boodschap 1. Bij mensen met verschillende diagnoses zien we meer EF problemen

Nadere informatie

Het onderzoek. Taalontwikkeling. Inhoud. Lezing Kannercyclus 10 december 2012. Autismespectrumstoornissen. Jarymke Maljaars

Het onderzoek. Taalontwikkeling. Inhoud. Lezing Kannercyclus 10 december 2012. Autismespectrumstoornissen. Jarymke Maljaars Autismespectrumstoornissen BEGRIP ALS STRUIKELBLOK: Taal bij kinderen met autisme en een verstandelijke beperking FENOTYPE KANNERCYCLUS 1 december 212 COGNITIE BIOLOGIE O M G E V I N G GENOTYPE Autisme

Nadere informatie

ADHD en ASS. Bij normaal begaafde volwassen. Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG

ADHD en ASS. Bij normaal begaafde volwassen. Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG ADHD en ASS Bij normaal begaafde volwassen Utrecht, 23-01-2014 Anne van Lammeren, psychiater UCP/UMCG Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante

Nadere informatie

Masterproef II neergelegd tot het behalen van de graad van Master of Science in de Psychologie: afstudeerrichting Klinische Psychologie

Masterproef II neergelegd tot het behalen van de graad van Master of Science in de Psychologie: afstudeerrichting Klinische Psychologie Academiejaar 2015-2016 Tweede Examenperiode Het effect van leerkrachttraining op de sociaalcommunicatieve vaardigheden van kinderen met een autismespectrumstoornis in interactie met hun leeftijdsgenoten.

Nadere informatie

Universiteit Gent Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar Eerste examenperiode

Universiteit Gent Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar Eerste examenperiode Universiteit Gent Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2011-2012 Eerste examenperiode SOCIAAL-COMMUNICATIEVE ONTWIKKELING BIJ ZUSJES EN BROERTJES VAN KINDEREN MET AUTISME Masterproef

Nadere informatie

Early Start Denver Model Sally Rogers en Geraldine Dawson

Early Start Denver Model Sally Rogers en Geraldine Dawson Early Start Denver Model Sally Rogers en Geraldine Dawson Ina van Berckelaer-Onnes 13-11-2012 Universiteit Leiden Sally Rogers Geraldine Dawson ESDM Early Start Denver Model for young children with autism

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 1 0

Inhoud. Voorwoord 1 0 Inhoud Voorwoord 1 0 1 Autisme in de dagelijkse praktijk 1 3 Inleiding 1 3 Op weg naar een diagnose 1 4 Vroegtijdige onderkenning 1 6 Hulpverlenende instanties 1 8 Na de diagnose 1 9 Behandeling 2 0 Samenvatting

Nadere informatie

1. Gedrag. Au3sme. UMCG Publiekslezing Au3sme. Els M.A. Blijd- Hoogewys. Overzicht presenta3e. Wat is au3sme? Drie probleemgebieden

1. Gedrag. Au3sme. UMCG Publiekslezing Au3sme. Els M.A. Blijd- Hoogewys. Overzicht presenta3e. Wat is au3sme? Drie probleemgebieden Au3sme dr. Behandelcoördinator Au3sme Team Noord Nederland Overzicht presenta3e Wat is au3sme? naar Morton & Frith, 1995 1. Gedrag 2. Biologie 3. Cogni3e 4. Diagnose 5. Behandeling genen, hersengebieden

Nadere informatie

UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2007-08 Eerste Examenperiode

UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2007-08 Eerste Examenperiode UNIVERSITEIT GENT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Academiejaar 2007-08 Eerste Examenperiode DOEN-ALSOFSPEL EN IMITATIE BIJ PEUTERS MET EEN AUTISMESPECTRUMSTOORNIS Scriptie neergelegd

Nadere informatie

Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis

Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis Executive functioning bij kinderen met een ontwikkelings- of gedragsstoornis Sylvie Verté INLEIDING Reeds geruime tijd worden pogingen ondernomen om te bepalen welke aspecten van diverse ontwikkelings-

Nadere informatie

Developmental Coordination Disorder. Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts

Developmental Coordination Disorder. Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts Developmental Coordination Disorder Miriam Verstegen Kinderrevalidatiearts 11-06-2015 Inhoud Developmental Coordination Disorder Criteria Kenmerken Comorbiditeiten Pathofysiologie Behandeling Prognose

Nadere informatie

Therapie als medicatie of medicatie als therapie?

Therapie als medicatie of medicatie als therapie? Therapie als medicatie of medicatie als therapie? Applied Behavioral Analysis versus Oxytocine als behandeling bij autisme Bachelorthese Naam student: Jessica de Graaf Studentnummer: 5662222 Naam begeleider:

Nadere informatie

De Driestroom DTT Stapsgewijs vaardigheden leren

De Driestroom DTT Stapsgewijs vaardigheden leren voor De Driestroom kinderen met een ontwikkelingsachterstand DTT Stapsgewijs vaardigheden leren Elly: is veel opener geworden. Nynke: is echt vooruit gegaan. Yvo: begrijpt meer. DTT Stapsgewijs vaardigheden

Nadere informatie

The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys

The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys Een reactie door Hilde M. Geurts Lezing Begeer, Keysar et al., 2010: Advanced ToM 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Autisme (n=34) Controle

Nadere informatie

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG

Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose. Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG Diagnostiek en onderzoek naar autisme bij dubbele diagnose Annette Bonebakker, PhD, klinisch neuropsycholoog CENTRUM DUBBELE PROBLEMATIEK DEN HAAG 1 Autisme spectrum stoornissen Waarom dit onderwerp? Diagnostiek

Nadere informatie

Autisme bij het sterke geslacht. dr. Els M.A. Blijd-Hoogewys Klinisch Psycholoog / Psychotherapeut Manager Behandelzaken INTER-PSY

Autisme bij het sterke geslacht. dr. Els M.A. Blijd-Hoogewys Klinisch Psycholoog / Psychotherapeut Manager Behandelzaken INTER-PSY Autisme bij het sterke geslacht dr. Els M.A. Blijd-Hoogewys Klinisch Psycholoog / Psychotherapeut Manager Behandelzaken INTER-PSY Overzicht presentatie Wat is ASS? ASS bij vrouwen Diagnostiek bij vrouwen

Nadere informatie

Signalen van autismespectrumstoornissen (ASS) bij baby s en peuters

Signalen van autismespectrumstoornissen (ASS) bij baby s en peuters Signalen van autismespectrumstoornissen (ASS) bij baby s en peuters Screening in de Vlaamse kinderdagverblijven en Diensten voor Opvanggezinnen Mieke Dereu Mieke Meirsschaut Inge Schietecatte Griet Pattyn

Nadere informatie

Cure + Care Solutions

Cure + Care Solutions Cure + Care Solutions is hèt landelijk behandel- en expertisecentrum voor complexe psychische aandoeningen en werkt nauw samen binnen een landelijk netwerk van zorginstellingen door het hele land. Cure

Nadere informatie

Hersenstichting Nederland. Autismespectrumstoornissen

Hersenstichting Nederland. Autismespectrumstoornissen Hersenstichting Nederland Autismespectrumstoornissen 1 Autismespectrumstoornissen Een autismespectrumstoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis waarbij de informatieverwerking in de hersenen verstoord

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis

Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis Ontwikkeling van een arbeidsidentiteit bij mensen met een autisme spectrum stoornis Diana Rodenburg d.rodenburg@leokannerhuis.nl Copyright Dr. Leo Kannerhuis Visie en missie Het Dr. Leo Kannerhuis is een

Nadere informatie

Oolgaardt lezing 28 November 2006 Ze kunnen het wel, maar ze

Oolgaardt lezing 28 November 2006 Ze kunnen het wel, maar ze Oolgaardt lezing 28 November 2006 Ze kunnen het wel, maar ze doen het niet Sociaal emotionele vermogens van normaal intelligente kinderen met autisme spectrum stoornissen (ASS) Sander Begeer (Vrije Universiteit,

Nadere informatie

Autisme vroeg signaleren. NVA 31-10-2014 Ina van Berckelaer-Onnes Universiteit Leiden

Autisme vroeg signaleren. NVA 31-10-2014 Ina van Berckelaer-Onnes Universiteit Leiden Autisme vroeg signaleren NVA 31-10-2014 Ina van Berckelaer-Onnes Universiteit Leiden Inhoud * Belang en doel van vroege signalering/ onderkenning * De Richtlijn voor ASS: signalering, begeleiding en toeleiding

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Pivotal Response Treatment (PRT) Amalie Wiggins GZ-psycholoog / orthopedagoog Dr. Leo Kannerhuis, poli Amsterdam

Pivotal Response Treatment (PRT) Amalie Wiggins GZ-psycholoog / orthopedagoog Dr. Leo Kannerhuis, poli Amsterdam (PRT) Amalie Wiggins GZ-psycholoog / orthopedagoog Dr. Leo Kannerhuis, poli Amsterdam Agenda Doel lezing: korte algemene kennismaking Algemene ideeën behandeling Ontstaan en inbedding PRT Wat is PRT Technieken

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Autismespectrumstoornissen

Richtlijn JGZ-richtlijn Autismespectrumstoornissen Richtlijn JGZ-richtlijn Autismespectrumstoornissen Specifieke Inleiding Autismespectrumstoornis Ontwikkeling van het concept autismespectrumstoornis Autisme is één van de meest beschreven psychiatrische

Nadere informatie

behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie.

behandeling volgens de KNGF-richtlijn bij mensen met artrose aan de heup en/of knie. Samenvatting De primaire doelstelling van het onderzoek was het onderzoeken van de lange termijn effectiviteit van oefentherapie en de rol die therapietrouw hierbij speelt bij patiënten met artrose aan

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19052 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Manti, Eirini Title: From Categories to dimensions to evaluations : assessment

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Programma deel 1. Wat is autisme? Gedrag Modellen Visualiseren

Programma deel 1. Wat is autisme? Gedrag Modellen Visualiseren Leerthema 6 ASS Programma deel 1 Wat is autisme? Gedrag Modellen Visualiseren De regels van Matthijs ASS Prevalentie 1% (gezondheidsraad 2009) 1 op 5 ook verstandelijke beperking Jongens en meisjes Gemiddelde

Nadere informatie

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen

Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Wanneer de vlag de lading niet meer dekt: over het gebruik van labels voor stoornissen Het moeilijke kind stelt ons vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie

ADHD-werking binnen CAR Accent

ADHD-werking binnen CAR Accent ADHD-werking binnen CAR Accent ADHD is een ontwikkelingsstoornis waarbij de verwerking van informatie in de hersenen verstoord verloopt. Als gevolg hiervan vertonen kinderen met deze stoornis vooral problemen

Nadere informatie

1-jarige opleiding ABA

1-jarige opleiding ABA 1-jarige opleiding ABA Onze opleiding bestaat uit een basisworkshop en 6 verdiepende workshops, die elk 1 weekend beslaan. De kosten voor de gehele opleiding bedragen 1.600,00. Alle workshops bestaan uit:

Nadere informatie

Neurofeedback: een geschikte behandeling voor autisme?

Neurofeedback: een geschikte behandeling voor autisme? Neurofeedback: een geschikte behandeling voor autisme? Mirjam Kouijzer, MSc Radboud Universiteit Nijmegen Het programma Controversiële behandelingen Wat is biofeedback? Mijn onderzoek naar de effecten

Nadere informatie

www.hildedeclercq.be hilde_de_clercq@telenet.be

www.hildedeclercq.be hilde_de_clercq@telenet.be 1 Pervasieve Ontwikkelingsstoornis Spel en Verbeelding Taal en Communicatie Emoties Seksualiteit en Relatievorming Eten Slapen Zindelijk worden Zelfredzaamheid of Algemene Dagelijkse leefvaardigheden 2

Nadere informatie

weken na het ontstaan van het hersenletsel niet zinvol is. Geheugen Het is aangetoond dat compensatietraining (het aanleren van

weken na het ontstaan van het hersenletsel niet zinvol is. Geheugen Het is aangetoond dat compensatietraining (het aanleren van Richtlijn Cognitieve revalidatie Niveau A (1) Het is aangetoond dat.. Aandacht Het is aangetoond dat aandachtstraining gedurende de eerste 6 weken na het ontstaan van het hersenletsel niet zinvol is. Geheugen

Nadere informatie

Spelen in het groen. Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena van den Berg

Spelen in het groen. Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena van den Berg Spelen in het groen Effecten van een bezoek aan een natuurspeeltuin op het speelgedrag, de lichamelijke activiteit, de concentratie en de stemming van kinderen Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Burnout, een toestand van mentale uitputting door chronische stress in de werksituatie, vormt een ernstig maatschappelijk probleem dat momenteel veel aandacht krijgt. In

Nadere informatie

Academiejaar 2014-2015. Tweedesemesterexamenperiode. Masterproef II neergelegd tot het behalen van de graad van. Kimberly Kerkhove

Academiejaar 2014-2015. Tweedesemesterexamenperiode. Masterproef II neergelegd tot het behalen van de graad van. Kimberly Kerkhove Academiejaar 2014-2015 Tweedesemesterexamenperiode Ouderbegeleiding voor ouders van kinderen met een autismespectrumstoornis in de Vlaamse Centra voor Ambulante Revalidatie: een bevraging van tevredenheid

Nadere informatie

Autisme in je vrije tijd

Autisme in je vrije tijd Autisme in je vrije tijd KINDEREN MET AUTISME IN EEN GEWONE JEUGDVERENIGING? HET KAN! Een informatieve brochure door Elise Burny - orthopedagoog Jannicke Hurtekant - orthopedagoog Petra Warreyn - klinisch

Nadere informatie

Ines Volders 3 de licentie orthopedagogiek 1

Ines Volders 3 de licentie orthopedagogiek 1 AUTISME Autisme is een ontwikkelingsstoornis die gekenmerkt wordt door problemen op het gebied van communicatie, sociale omgang, verbeelding en repetitief gedrag. Ongeveer 70% van de mensen met autisme

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Effectstudie KLINc: Kinderen Leren Initiatieven Nemen in communicatie

Effectstudie KLINc: Kinderen Leren Initiatieven Nemen in communicatie : Kinderen Leren Initiatieven Nemen in communicatie drs. Margje van der Schuit Interreg Benelux Middengebied 4-BMG-V-I=31 Interventie Start bij sociale en cognitieve competenties Sensomotorische, multimodale

Nadere informatie

Verstandelijke beperkingen

Verstandelijke beperkingen 11 2 Verstandelijke beperkingen 2.1 Definitie 12 2.1.1 Denken 12 2.1.2 Vaardigheden 12 2.1.3 Vroegtijdig en levenslang aanwezig 13 2.2 Enkele belangrijke overwegingen 13 2.3 Ernst van verstandelijke beperking

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale

Nadere informatie

Van peuter tot lagere schoolkind met een autismespectrumstoornis: Een longitudinaal perspectief op de sociaal-communicatieve ontwikkeling.

Van peuter tot lagere schoolkind met een autismespectrumstoornis: Een longitudinaal perspectief op de sociaal-communicatieve ontwikkeling. Academiejaar: 2012-2013 1 ste examenperiode Van peuter tot lagere schoolkind met een autismespectrumstoornis: Een longitudinaal perspectief op de sociaal-communicatieve ontwikkeling. Masterproef neergelegd

Nadere informatie

Samenvatting. Cliëntgerichte benadering in de ergotherapie

Samenvatting. Cliëntgerichte benadering in de ergotherapie Cliëntgerichte benadering in de ergotherapie Het implementeren van een cliëntgerichte benadering in de gezondheidszorg heeft in toenemende mate de aandacht gekregen van patiënten, hulpverleners en beleidsmakers.

Nadere informatie

1-jarige opleiding ABA 2015-2016

1-jarige opleiding ABA 2015-2016 1-jarige opleiding ABA 2015-2016 Onze opleiding bestaat uit een basisworkshop en 6 verdiepende workshops, gegeven op zaterdagen. U kunt zich inschrijven voor de gehele opleiding, of voor losse workshops.

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen

Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind. Prof. Dr. Stijn Vanheule Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Psychiatrisering en de terreur van het perfecte kind Psychiatriseren = Het moeilijke kind stelt de volwassene vragen: Wie is de volwassene is die hem of haar zo moeilijk vindt? Met welke ver(w)achtingen

Nadere informatie