Successiewet 1956; bedrijfsopvolging

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Successiewet 1956; bedrijfsopvolging"

Transcriptie

1 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 1 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Belastingdienst/Centrum voor Proces- en Productontwikkeling, Domein Belastingen op arbeid en vermogen Besluit van 16 maart 2004, nr. CPP2003/1717M De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financiën het volgende besloten. Inleiding Per 1 januari 2002 bevat de Successiewet 1956 (verder: de Successiewet) een nieuwe bedrijfsopvolgingsregeling. Deze regeling vervangt de voorheen in de artikelen 25 en 26 van de Invorderingswet 1990 opgenomen regeling voor dit onderwerp. De bepalingen betreffende het uitstel van betaling van successie- en schenkingsrecht zijn nog wel te vinden in de Invorderingswet In de praktijk is een aantal vragen opgekomen over de nieuwe bedrijfsopvolgingsregeling. In dit besluit worden deze vragen beantwoord. De antwoorden op de vragen B4, B7, B8, B10, C3, E2 en G hebben een goedkeurend karakter. Dit besluit wordt geacht in werking te zijn getreden met ingang van 1 januari De vragen zijn ingedeeld in de volgende categorieën. A. Algemeen B. Ondernemingsvermogen C. Voortzetten D. Waardering E. Verdeling nalatenschap en huwelijksgoederengemeenschap F. Bedrijfsopvolgingsregeling bij personenvennootschappen G. Bedrijfsopvolgingsregeling bij holding-werkmaatschappij structuur A. Algemeen In dit onderdeel volgen enkele min of meer formele vraagpunten. A1. Ingangsdatum nieuwe regime In 2001 komen A en B overeen dat B de onderneming van A overneemt. De overname geschiedt zodanig dat er sprake is van een materiële bevoordeling (thans gift). De notariële afwikkeling vindt plaats in 2002 op basis van de afgesproken prijs in Is voor het schenkingsrecht de bedrijfsopvolgingsregeling van 2001 of die van 2002 van toepassing?

2 2 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Die van Welk regiem van toepassing is, is afhankelijk van het tijdstip waarop de overeenkomst waaruit de materiële bevoordeling voortvloeit tot stand is gekomen. Het tijdstip van de (notariële) afwikkeling is niet relevant. Als de overeenkomst in 2001 tot stand is gekomen, dan is de bedrijfsopvolgingsregeling zoals deze gold tot 1 januari 2002 op grond van de artikelen 25 en 26 van de Invorderingswet 1990 van toepassing. Als de overeenkomst in 2002 tot stand is gekomen, dan geldt de nieuwe regeling zoals die met ingang van 1 januari 2002 is opgenomen in de Successiewet. A2. Aantal conserverende aanslagen Indien in de aangifte successie- of schenkingsrecht een beroep wordt gedaan op de bedrijfsopvolgingsregeling van artikel 35c van de Successiewet kunnen voor delen van de verkrijging conserverende aanslagen worden opgelegd. Hoeveel conserverende aanslagen kunnen er worden opgelegd? Artikel 37, lid 2, Successiewet bepaalt dat de belasting verschuldigd over de in artikel 31a bedoelde te conserveren waarde wordt geheven door middel van een conserverende aanslag. Artikel 37 geeft daarmee een aanduiding van het soort aanslag, maar geeft geen voorschrift over het aantal conserverende aanslagen. Dat voorschrift is wel te vinden in artikel 31a Successiewet. Artikel 31a splitst de totale te conserveren waarde uit in een voorwaardelijk onbelast deel (lid 3) en een belast deel (lid 4). Hierbij wordt bij het opleggen van de aanslagen over de te conserveren waarde aangesloten. Het aantal primitieve conserverende aanslagen per verkrijger bedraagt dus maximaal twee. A3. Verzoeken om toepassing bedrijfsopvolgingsregeling De verzoeken om toepassing van de drie faciliteiten van de bedrijfsopvolgingsregeling van artikel 35c Successiewet moeten op grond van artikel 35c, lid 5, Successiewet gelijktijdig met de aangifte worden gedaan. a. Tot welk moment kan een verzoek worden ingediend? b. Moet voor elke faciliteit apart een verzoek worden gedaan? c. Dient er voor uitstel van betaling van de conserverende aanslagen een apart verzoek te worden gedaan bij de ontvanger? a. Een verzoek kan worden ingediend uiterlijk tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk vaststaat. Indien een verzoek om toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling wordt ingediend op het moment dat de aanslagen reeds onherroepelijk vaststaan, zal de bedrijfsopvolgingsregeling niet ambtshalve worden toegepast. b. In beginsel moet voor iedere faciliteit een verzoek worden ingediend. Het ontmoet echter geen bezwaar in één geschrift meerdere op dezelfde casus ziende verzoeken op te nemen, mits deze maar elk worden benoemd.

3 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 3 c. De verzoeken van artikel 35c, lid 5, Successiewet worden aangemerkt als verzoeken om uitstel van betaling als bedoeld in het artikel 25, lid 11 en 12, Invorderingswet 1990 en de artikelen 6 en 6a van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet De inspecteur zendt daartoe een kopie van die verzoeken door aan de ontvanger. Het uitstel van betaling dat op de onderbedelingsvordering van een medeverkrijger ziet, is niet gekoppeld aan een conserverende aanslag. Zie artikel 25, lid 13, Invorderingswet 1990 en artikel 6b van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet Het verzoek voor dat uitstel moet daarom wel apart bij de ontvanger worden gedaan. B. Ondernemingsvermogen Dit onderdeel bevat een aantal kwesties waarin de vraag speelt wanneer sprake is van een verkrijging van ondernemingsvermogen. B1. Verhuur pand aan zustermaatschappij Natuurlijk persoon A is 100% aandeelhouder van de besloten vennootschappen B en C. De enige bezitting van BV C bestaat uit een onroerende zaak welke BV C verhuurt aan BV B. BV B oefent daarin een onderneming uit. A schenkt de aandelen van beide vennootschappen aan natuurlijk persoon D. Kan de bedrijfsopvolgingsregeling ook zien op de aandelen in BV C? Nee. BV C oefent geen onderneming uit maar is een beleggingslichaam. Gelet op artikel 35b, lid 2 onderdeel b, Successiewet is de bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing op de verkrijging van aandelen in beleggingsmaatschappijen. Artikel 7a, lid 2, Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 is hier niet van toepassing. B2. Verhuur pand door directeur grootaandeelhouder Natuurlijk persoon E is enig aandeelhouder van BV F. E bezit een onroerende zaak die hij verhuurt aan BV F. Er is sprake van ter beschikking gesteld vermogen in de zin van artikel 3.92 Wet inkomstenbelasting BV F gebruikt het pand voor haar onderneming. E schenkt de aandelen in BV F en de verhuurde onroerende zaak aan G. Is de bedrijfsopvolgingsregeling op de schenking van de onroerende zaak van toepassing? Nee. Op terbeschikkingstellingssituaties als bedoeld in artikel 3.91 en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing. Zie Memorie van Toelichting Belastingplan 2002 deel IV, Kamerstukken II , , nr. 3, blz ( V-N 2001/49.5 blz 5140).

4 4 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging B3. Toepassing 15%-regel A is enig aandeelhouder van de aandelen van BV X. De aandelen hebben een waarde van 3 miljoen. De waarde van het ondernemingsvermogen van BV X bedraagt 2 miljoen en de waarde van het beleggingsvermogen bedraagt 1 miljoen. Bij de waardebepaling is rekening gehouden met de latente vennootschapsbelastingdruk op de stille reserves. A schenkt de aandelen in BV X aan B. De bedrijfsopvolgingsregeling is in beginsel alleen van toepassing op de verkrijging van aandelen indien en voorzover de aandelen ondernemingsvermogen vertegenwoordigen. De waarde van de verkregen aandelen mag op grond van artikel 7a Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 echter voor 15% bestaan uit (middellijk of onmiddellijk gehouden) beleggingsvermogen. Van welke waarde wordt deze 15% genomen? Van de totale waarde van de verkregen aandelen, zijnde 3 miljoen. In casu betekent dit dat de verkrijger de faciliteit krijgt over Berekening: Totale waarde van de aandelen minus het bedrag waarmee de beleggingen ad de 15% van de totale waarde van de aandelen te boven gaat, 15% van = verschil de bedrijfsopvolgingsregeling is van toepassing op B4. Verkoop onderneming en kwijtschelding van de koopsom In de praktijk komt het voor dat een onderneming wordt overgedragen tegen een koopsom en dat deze koopsom uit vrijgevigheid geheel of gedeeltelijk wordt kwijtgescholden. Is op een dergelijke situatie de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet van toepassing? Ja. Indien de koopsom wordt kwijtgescholden, is het object van de schenking een geldsom, en geen ondernemingsvermogen. Hierbij wordt echter goedgekeurd dat in gevallen waarin de kwijtschelding onmiddellijk volgt op de overdracht ter zake van de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling wordt aangenomen dat het object van schenking ondernemingsvermogen betreft. Indien de kwijtschelding van de koopsom gefaseerd plaatsvindt, kan alleen de eerste kwijtschelding in aanmerking komen voor toepassing van de faciliteiten. B5. Legaat tegen inbreng van de waarde Kwalificeert een legaat van ondernemingsvermogen tegen inbreng van de waarde voor de bedrijfsopvolgingsregeling? Ja. De faciliteiten van artikel 35c Successiewet zien op de waarde van het in de verkrijging begrepen ondernemingsvermogen. Deze faciliteiten gaan

5 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 5 derhalve uit van de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen. Als er wordt verkregen tegen een tegenprestatie of onder een last komt ingevolge artikel 7c van de Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 de waarde van de tegenprestatie of last niet in mindering op het verkregen ondernemingsvermogen. Zie ook de toelichting op artikel 7c van de Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 (Stcrt. 2001, nr. 250) ( V-N 2001/49.5 blz. 5156). Ter illustratie het volgende voorbeeld. Voorbeeld Bij testament legateert A aan B zijn onderneming met een waarde van onder de last voor B om in te brengen in de nalatenschap een bedrag van De onbelaste geconserveerde waarde van artikel 35c, lid 3, Successiewet bedraagt voor B 30% van Ook ingeval A de onderneming bij leven overdraagt tegen een koopsom van bedraagt de onbelaste geconserveerde waarde 30% van B6. Verblijvingsbeding Een vader is vennoot in een vennootschap onder firma met zijn zoon. Het firmacontract kent de bepaling dat wanneer vader de hoedanigheid van vennoot opgeeft of verliest, diens aandeel aan de zoon verblijft die daarvoor de helft van de boekwaarde moet vergoeden. In zijn testament heeft vader bepaald dat zijn zoon en zijn echtgenote voor gelijke delen erven. Hoe is de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, indien vader bij leven uit de firma stapt, dan wel indien de firma eindigt door het overlijden van vader? Bij leven Het firmacontract bevat een voorwaardelijke schenking. Als vader uittreedt op het moment dat de firma met de zoon nog bestaat, wordt de voorwaarde vervuld. Indien de waarde in het economische verkeer van de onderneming groter is dan de boekwaarde is er sprake van een gift (voorheen materiële bevoordeling) waarop de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing is. Op grond van artikel 7c Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 is de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing op de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen zonder dat daarop de tegenprestatie in mindering komt. Bij overlijden Indien de firma wordt ontbonden door het overlijden van vader is op grond van artikel 11 Successiewet sprake van een fictieve erfrechtelijke verkrijging door de zoon. Op grond van artikel 7c Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 is de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing op de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen zonder dat daarop de tegenprestatie in mindering komt. B7. Overlijden echtgenoot van de ondernemer A en B zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben twee kinderen. A drijft een eenmanszaak. B overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt. Op grond van het civiele recht behoort de onderneming tot

6 6 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging de huwelijksgoederengemeenschap. Tot de nalatenschap van B behoort daarom de onverdeelde helft van de onderneming. Is op de verkrijging van ondernemingsvermogen via de nalatenschap van de echtgenoot van de ondernemer de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet van toepassing? Ja. Artikel 35b, lid 2, onderdeel a, Successiewet stelt als eis dat het ondernemingsvermogen van een ondernemer in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt verkregen. Omdat B in fiscale zin geen ondernemer is, is de bedrijfsopvolgingsregeling naar de letter genomen niet van toepassing. Hierbij keur ik goed dat in dit geval met betrekking tot B s onverdeelde helft van de onderneming de eis dat van een ondernemer moet worden verkregen, vervalt. Indien erfgenamen bij de verdeling een onderbedelingsvordering op een mede-erfgenaam verkrijgen, kan daarop de uitstelregeling van artikel 25, lid 13, Invorderingswet 1990 worden toegepast. B8. Overlijden echtgenoot van de deelnemer in een personenvennootschap A en B zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben twee kinderen. A is vennoot in een personenvennootschap welke een onderneming drijft. B overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt. Op grond van het civiele recht is het aandeel in de personenvennootschap verknocht aan A (o.a. HR 6 januari 1960 PW 17139). Tot de nalatenschap van B behoort daarom een vordering op A ter grootte van de helft van de waarde van het ondernemingsvermogen van A. Is op de verkrijging van de vordering de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet van toepassing? Ja, ondanks dat B geen ondernemingsvermogen nalaat en de erven niet verkrijgen van een ondernemer. De verkregen vordering hangt zo nauw samen met het ondernemingsvermogen dat wordt goedgekeurd dat de bedrijfsopvolgingsregeling hier van toepassing is op de vordering in de nalatenschap van B die ziet op de helft van de waarde van het ondernemingsvermogen van A. Indien de kinderen ter zake een onderbedelingsvordering op A krijgen, kan daarop de uitstelregeling van artikel 25, lid 13, Invorderingswet 1990 worden toegepast. B9. Overlijden echtgenoot van een a.b. houder A en B zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben twee kinderen. A is enig aandeelhouder van de besloten vennootschap Y, welke een onderneming drijft. A is de enige directeur van Y. B overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt. Op grond van het civiele recht behoren de aandelen tot de huwelijksgoederengemeenschap. Tot de nalatenschap van B behoort daarom de onverdeelde helft van de aandelen. Is op de verkrijging van de vordering de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet van toepassing?

7 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 7 Ja. In dit geval zijn beide echtelieden aanmerkelijk belang houder voor de Wet inkomstenbelasting Er wordt daarom voldaan aan het vereiste genoemd in artikel 35b, lid 2, onderdeel b van de Successiewet. Indien de kinderen ter zake een onderbedelingsvordering op A krijgen, kan daarop de uitstelregeling van artikel 25, lid 13, Invorderingswet 1990 worden toegepast. B10. Finaal verrekenbeding A en B zijn buiten gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben samen één kind C. Bij huwelijkse voorwaarden zijn de echtelieden een finaal verrekenbeding overeengekomen hetgeen inhoudt dat bij overlijden van een van de echtgenoten, er wordt afgerekend alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd. A s enige bezit is een pakket aanmerkelijk belang aandelen, B heeft geen vermogen. B overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt. Als gevolg van het overlijden van B wordt de waarde van de aandelen verrekend, waardoor tot de nalatenschap van B een vordering behoort ter grootte van de helft van de waarde van de aandelen. Op grond van het wettelijk erfrecht vererft deze vordering naar A. Kind C verkrijgt een vordering op A. Is de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet van toepassing? Ja. Ondanks dat A in dit geval geen ondernemingsvermogen verkrijgt wordt goedgekeurd dat in verband met de nauwe samenhang tussen de aandelen en de vordering, de faciliteiten wel van toepassing zijn. Een en ander geldt overeenkomstig indien A als ondernemer een persoonlijke onderneming nalaat. Kind C kan ter zake van zijn onderbedelingsvordering een beroep doen op de uitstelfaciliteit van artikel 25, lid 13, Invorderingswet C. Voortzetten Een belangrijke voorwaarde bij de faciliteit is dat de (middellijk) verkregen onderneming wordt voortgezet. In dit onderdeel wordt een aantal aspecten daarvan besproken. C1. Vijfjaarseis en middellijk gehouden aandelen Artikel 35c, lid 4, onderdeel b, Successiewet eist dat bij schenking van aandelen deze tenminste vijf jaren bij de schenker tot een aanmerkelijk belang in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 hebben behoord. Telt voor deze eis de periode mee gedurende welke een lichaam waarin het aanmerkelijk belang wordt gehouden, geen materiële onderneming heeft gedreven? Neen. Artikel 35c, lid 4, onderdeel b, Successiewet wijst terug naar artikel 35b, lid 2, onderdeel b, Successiewet. Daar is geregeld dat de bedrijfsopvolgingsregeling alleen ziet op de verkrijging van aandelen in een lichaam waarin een materiële onderneming wordt gedreven. De vijfjaarseis

8 8 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging heeft ten doel alleen reële bedrijfsopvolgingen te faciliëren. Het onderwerp van schenking moet dan ook een onderneming zijn die de schenker, al dan niet in de vorm van een rechtspersoon, tenminste vijf jaren heeft gedreven. C2. Ophouden winst te genieten Op grond van artikel 53b, lid 3, onderdeel a, Successiewet worden de faciliteiten ingetrokken indien de verkrijger ophoudt uit de onderneming of uit een deel daarvan winst te genieten. Wat betekent de terminologie ophouden uit de onderneming of uit een deel daarvan winst te genieten? Deze terminologie betekent precies wat het zegt en sluit grotendeels aan bij het stakingsbegrip in de inkomstenbelasting. Indien voor de inkomstenbelasting sprake is van een gehele danwel gedeeltelijke staking, dan geldt dat in principe ook voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Dit betekent overigens niet dat er een volledige gelijkheid bestaat. Afwijkingen zijn mogelijk indien de ratio van de bedrijfsopvolgingsregeling dat rechtvaardigt. Een voorbeeld is de toepassing van de doorschuifregeling van artikel 3.63 Wet IB 2001 bij een overdracht van de onderneming aan een medeondernemer of aan een werknemer. Indien aan de voorwaarden is voldaan, wordt de onderneming op grond van artikel 3.63 Wet IB 2001 voor de inkomstenbelasting geacht niet te zijn gestaakt. Voor de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet houdt de verkrijger op winst te genieten zodat de faciliteiten geheel danwel gedeeltelijk worden ingetrokken. Het moment waarop de verkrijger ophoudt winst te genieten, kan afwijken van het moment waarop hij op grond van goedkoopmansgebruik zijn stakingswinst in aanmerking mag nemen. Daaruit volgt dat een verkrijger die een vennootschap onder firma aangaat onder voorbehoud van stille reserves voor de inkomstenbelasting nog niet hoeft af te rekenen over de stakingswinst, terwijl hij wel per direct gedeeltelijk ophoudt winst te genieten uit de verkregen onderneming voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Als zich dat binnen de vijfjaarstermijn voordoet vervallen dus naar rato (de faciliteiten voor de Successiewet, hoewel er voor de heffing van inkomstenbelasting geen staking aan de orde is. Overigens is in artikel 7d van de Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 een aantal situaties opgenomen waarin de verkrijger wel ophoudt winst te genieten, maar desondanks onder voorwaarden de faciliteiten niet worden ingetrokken. C3. Overlijden bedrijfsopvolger Het in dit onderdeel opgenomen beleid is geldig voor belastbare feiten in de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december Met ingang van 1 januari 2004 is artikel 7d, lid 7, Uitvoeringsregeling Successiewet 1956 op dit onderdeel aangepast. Wat zijn de gevolgen als de bedrijfsopvolger binnen vijf jaar na de verkrijging van de onderneming respectievelijk de aandelen, overlijdt?

9 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 9 Bedrijfsopvolger was ondernemer In beginsel is sprake van een gebeurtenis die leidt tot herziening van de (conserverende) aanslagen. De bedrijfsopvolger houdt op winst uit onderneming te genieten ( zie artikel 53b, lid 3, onderdeel a, Successiewet). Echter in artikel 7d Uitvoeringsregeling is bepaald dat het overlijden van de bedrijfsopvolger geen gebeurtenis is als bedoeld in artikel 53b, lid 3, Successiewet. De (conserverende) aanslagen opgelegd aan de ondernemerbedrijfsopvolger blijven bestaan en gaan over op zijn erfgenamen. De erfgenamen krijgen dus het recht op de voorwaardelijke faciliteiten, onder de verplichting de resterende duur van de voortzettingstermijn die bij het overlijden van de ondernemer-bedrijfsopvolger nog liep, vol te maken. Het is voldoende dat één van de erfgenamen de onderneming gedurende die tijd voortzet. Indien de erfgenamen de onderneming niet voortzetten of in de nog resterende periode ophouden winst te genieten, worden de (conserverende) aanslagen herzien. Daarnaast kan een voortzettende erfgenaam ter zake van zijn erfrechtelijke verkrijging van ondernemingsvermogen ook uit eigen hoofde een beroep doen op de bedrijfsopvolgingsregeling. Hiervoor gaat een nieuwe termijn van vijf jaar lopen. Bedrijfsopvolger was aandeelhouder Bij overlijden van de aandeelhouder is sprake van een fictieve vervreemding, en daarmee van een gebeurtenis die in beginsel leidt tot herziening van de (conserverende) aanslagen. Zie artikel 53b, leden 3 en 4, Successiewet. In tegenstelling tot situaties in de winstsfeer kent artikel 7d Uitvoeringsregeling geen bepaling die artikel 53b, leden 3 en 4, Successiewet buiten werking stelt bij overlijden van de opvolgende aandeelhouder. Het voornemen bestaat artikel 7d lid 7 Uitvoeringsbesluit Successiewet in deze zin aan te passen. Vooruitlopend hierop wordt goedgekeurd dat van een gebeurtenis als bedoeld in artikel 53b, lid 3, Successiewet geen sprake is indien de aandeelhouder door overlijden ophoudt aandeelhouder te zijn. De (conserverende) aanslagen opgelegd aan de aandeelhouderbedrijfsopvolger blijven bestaan en gaan over op zijn erfgenamen. De erfgenamen krijgen dus het recht op de voorwaardelijke faciliteiten, onder de verplichting de resterende duur van de voortzettingstermijn die bij het overlijden van de aandeelhouder-bedrijfsopvolger nog liep, vol te maken. Het is voldoende dat één van de erfgenamen aandeelhouder wordt en de termijn volmaakt. Indien de erfgenamen de aandelen binnen de nog resterende termijn vervreemden, worden de (conserverende) aanslagen herzien. Daarnaast kan een erfgenaam die aandelen erft ter zake van die verkrijging ook in die hoedanigheid een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling doen. Hiervoor gaat een nieuwe termijn van vijf jaar lopen. C4. Vervreemding van niet gefacilieerd verkregen aandelen BV X heeft 50 geplaatste aandelen. A heeft de aandelen 1 tot en met 14 en B heeft de aandelen 15 tot en met 50. A schenkt zijn aandelen aan B. De bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet is van toepassing. Twee

10 10 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging jaar later verkoopt B de aandelen 22 tot en met 29 aan C. Worden de (conserverende) aanslagen als gevolg van deze vervreemding herzien? Nee. Artikel 53b lid 3, onderdeel b, Successiewet bepaalt dat ter zake van een verkrijging als bedoeld in artikel 35b, lid 2, onderdeel b, de tot die verkrijging behorende aandelen niet mogen worden vervreemd op straffe van herziening van de (conserverende) aanslagen. Daaronder vallen niet de aandelen die B zonder toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling heeft verkregen. C5. Legaat tegen inbreng met verrekenclausule en verkoop binnen vijf jaar Regelmatig wordt aan de legataris de last opgelegd bij een gehele of gedeeltelijke vervreemding van het gelegateerde binnen een zekere periode na het overlijden van erflater, de dan gerealiseerde prijs (voor zover het bedrag van de inbreng te boven gaande) te delen met de medeerfgenamen. Wat is het gevolg voor toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling indien binnen de termijn van vijf jaar een dergelijke vervreemding plaatsvindt en de gerealiseerde prijs wordt gedeeld met de mede-erfgenamen? Als gevolg van de vervreemding worden de opgelegde (conserverende) aanslagen herzien. De uitwerking hiervan laat zich het best illustreren aan de hand van een voorbeeld. Bij het voorbeeld is de invloed van de vermindering wegens latente inkomstenbelasting buiten beschouwing gelaten. Voorbeeld Erflater A laat achter als zijn erfgenamen 4 kinderen B, C, D en E, ieder voor ¼ gedeelte van de nalatenschap. De nalatenschap bestaat alleen uit een onderneming met een voortzettingswaarde van artikel 35c, lid 1, Successiewet groot Dit is tevens de waarde overeenkomstig artikel 21, lid 4, Successiewet. A heeft aan B de onderneming gelegateerd tegen inbreng van een bedrag groot De inbrengsom heeft B bij de afgifte van het legaat betaald.

11 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 11 De verkrijgingen na het overlijden van erflater: Verkrijging B Als legataris af: inbrengsom netto verkrijging uit legaat Als erfgenaam: ¼ van de eigen inbrengsom totale verkrijging Toepassing bedrijfsopvolgingsregeling: De verkrijging bedraagt af: 30% van het ondernemingsvermogen ) resteert )... 1) Is de voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde. 2) Is de belaste geconserveerde waarde. Verkrijging C, D en E Als erfgenaam, ieder: ¼ van de inbrengsom Deze is op de normale wijze belast. In casu heeft B de inbrengsom betaald. Indien B de inbrengsom was schuldig gebleven, dan hadden de erfgenamen C, D en E een verzoek kunnen doen om uitstel van betaling op de voet van artikel 25, lid 13, Invorderingswet Gesteld dat het testament van A de bepaling bevat waarbij aan B de last is opgelegd om bij (gedeeltelijke) vervreemding binnen vijf jaar na het overlijden van erflater, de alsdan te ontvangen koopprijs voorzover meer dan , te delen met C, D en E. In jaar vier na het overlijden van A vervreemdt B de onderneming voor Overeenkomstig de bepalingen van het testament van A moet B delen met C, D en E. De verkrijgingen na de verkoop door B: Verkrijging B Als legataris Af: oorspronkelijke inbrengsom nadere inbrengsom Netto verkrijging vanuit legaat nihil Als erfgenaam: ¼ van de oorspronkelijke inbrengsom bij: ¼ van de nadere inbrengsom Totale verkrijging Gevolgen voor B De conserverende aanslag over wordt herzien tot een aanslag over welke invorderbaar is conform de reguliere bepalingen van de Invorderingswet.

12 12 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Verkrijgingen C, D en E Als erfgenaam, ieder ¼ van de oorspronkelijke inbrengsom Als lastbevoordeelde, ieder ¼ van de nadere inbrengsom Totale verkrijging Gevolgen voor C, D en E: ieder een navorderingsaanslag over de nadere verkrijging van uit de nalatenschap van A. D. Waardering In het onderstaande wordt ingegaan op toepassing van enkele vragen betreffende de omvang van de verkrijging in geval van bedrijfsopvolging. D1. Verhouding waardering artikel 21, lid 4, Successiewet en arrest BNB 1975/44 Een verkregen onderneming wordt op grond van artikel 21, lid 5, Successiewet gewaardeerd als een eenheid. Artikel 21, lid 4, Successiewet geeft daarbij aan dat de waardering van artikel 21 lid 5 Successiewet echter nooit lager kan zijn dan de liquidatiewaarde. In het verleden is voor de vermogensbelasting in de rechtspraak de situatie aan de orde geweest waarin de liquidatiewaarde van een onderneming weliswaar boven de waarde going concern lag, maar dat desondanks uit mocht worden gegaan van de lagere waarde going concern omdat in dat specifieke geval liquidatie van de onderneming maatschappelijk niet verantwoord was. In zijn arrest van 15 januari 1975, BNB 1975/44 geeft de Hoge Raad aan dat een dergelijke situatie er toe kan leiden dat het ondernemingsvermogen in aanmerking wordt genomen voor een waarde lager dan de liquidatiewaarde. Geldt deze in de rechtspraak neergelegde richtlijn nog steeds voor de toepassing van de Successiewet? Neen. Artikel 21, lid 4, Successiewet is een dwingende waarderingsregel die het arrest BNB 1975/44 opzij zet. Thans voorziet de Successiewet in artikel 35c, lid 1, uitdrukkelijk zelf in een regeling voor situaties als bedoeld in het arrest BNB 1975/44. In de gevallen waarin de voortzettingswaarde van artikel 35c, lid 1, Successiewet lager ligt dan de liquidatiewaarde, wordt de belasting die over het verschil verschuldigd is in een conserverende aanslag begrepen. Voorheen was een beroep op het arrest van BNB 1975/44 nodig om de heffing te laten aansluiten bij de voortzettingswaarde. Hiermee is het bereik van artikel 35c lid 1 Successiewet ook uitgebreider dan het arrest BNB 1975/44 omdat het arrest alleen waardering op lagere voortzettingswaarde toestond in de situatie dat liquidatie maatschappelijk onverantwoord was. Artikel 35c, lid 1, Successiewet stelt deze voorwaarde niet. Wel moet de verkrijger de onderneming gedurende tenminste vijf jaar voortzetten. De huidige wettelijke regeling stelt daarom voortzetting als voorwaarde, terwijl in het arrest BNB 1975/44 het niet liquideren van de onderneming doorslaggevend was om de waarde beneden de intrinsieke waarde vast te stellen. Voor situaties als bedoeld in genoemd arrest is thans een specifieke regeling opgenomen zodat de genoemde jurisprudentie haar belang heeft verloren voor de Successiewet.

13 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 13 D2. Latente inkomstenbelasting en toerekening aan de geconserveerde waarden Op grond van artikel 20, lid 5, van de Successiewet komt op de verkrijging in mindering de inkomstenbelasting die een verkrijger verschuldigd kan worden ter zake van in het verkregen vermogen van een onderneming begrepen reserves in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 en ter zake van verkregen tot een aanmerkelijk belang behorende vermogensbestanddelen. Hoe wordt de vermindering van artikel 20, lid 5, Successiewet verwerkt in de berekening van de verschillende te conserveren waarden van artikel 35c Successiewet? De aftrek van latente belastingschulden beoogt tegemoet te komen aan samenloop tussen de inkomstenbelasting en het successie- of schenkingsrecht. Uit deze doelstelling vloeit voort dat indien bepaalde vermogensbestanddelen voor de Successiewet zijn vrijgesteld, er geen reden is om een vermindering wegens latente inkomstenbelasting te verlenen. Zie o.a. HR 26 juni 1996, nr , BNB 1996/307. Deze hoofdregel geldt ook bij de berekening van het successie- en schenkingsrecht dat betrekking heeft op de waarden van het ondernemingsvermogen bedoeld in artikel 35c Successiewet. Dit betekent dat aftrek wegens latente inkomstenbelasting bij de vaststelling van een aanslag dan wel een conserverende aanslag slechts wordt toegestaan voor zover de waarde van de onderneming die daarbij wordt belast, stille reserves bevat. Bij het vaststellen van het successie- en schenkingsrecht met betrekking tot de waarde bedoeld in artikel 35c, lid 3, mag dus geen rekening worden gehouden met de latente inkomstenbelasting die betrekking heeft op de waarden bedoeld in artikel 35c, leden 1 en 2. De latente inkomstenbelasting die betrekking heeft op de waarde van de onderneming bedoeld in de twee laatstbedoelde leden wordt verdisconteerd in de conserverende aanslagen, die betrekking hebben op die waarde. Voor de berekening wordt aangesloten bij de methode die is neergelegd in HR 31 oktober 1990, nr , BNB 1991/33 betreffende de samenloop tussen de inkomstenbelasting en de vermogensbelasting. In tegenstelling tot de tot 1 januari 2002 geldende bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Invorderingswet 1990, vindt er dus geen rechtevenredige toerekening plaats. Voor de voorheen geldende regeling gold wel een dergelijke toerekening. De te maken berekening kan aan de hand van het volgende voorbeeld worden geïllustreerd. Er is in dit voorbeeld geen sprake van een fiscale oudedagsreserve. A legateert de onderstaande schuldenvrije onderneming aan B. De verschillende waarden van een gelegateerde onderneming zijn als volgt: Liquidatiewaarde Voortzettingswaarde Boekwaarde ) Stille reserve = ) In dit rekenvoorbeeld is de boekwaarde kleiner dan 70% van de going concernwaarde.

14 14 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Omvang van de verkrijging zonder toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling is: Liquidatiewaarde Latentie 20% van = Verkrijging De toerekening aan de verschillende faciliteiten van artikel 35c van de Successiewet is als volgt Lid 1, liquidatiewaarde minus voortzettingswaarde = Waaraan toegerekend latente inkomstenbelasting 20% van = Lid 2, reductie met 30% van de voortzettingswaarde 30% x = Waaraan toegerekend latente inkomstenbelasting 20% van = De totale voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde bedraagt na aftrek van de toegerekende latente inkomstenbelasting Lid 3, samenloop van inkomstenbelasting en successierecht doet zich voor ter zake van de belaste geconserveerde waarde minus de boekwaarde: 70% van de voortzettingswaarde is 70% x = Waarin begrepen latente inkomstenbelasting 20% van ( ) De belaste geconserveerde waarde bedraagt Zodat conserverende aanslagen worden opgelegd naar een verkrijging van D3. Overdracht tegen waarde na aftrek onbelaste geconserveerde waarde In de praktijk wensen ondernemers die hun onderneming beëindigen deze uit vrijgevigheid aan de bedrijfsopvolger(s) over te dragen tegen een koopsom gelijk aan de waarde van de onderneming na aftrek van de voorwaardelijk onbelast geconserveerde waarden. Kan deze verkoop plaatsvinden zonder dat aangifte voor het schenkingsrecht behoeft te worden gedaan? Neen. Indien een onderneming voor een waarde anders dan die volgens van artikel 21, lid 4, Successiewet wordt overgedragen, vindt er een vermogensverschuiving plaats tussen verkoper en degene aan wie de onderneming wordt overgedragen. De in aanmerking te nemen koopsom kan niet, zonder aangifte voor het recht van schenking, worden verminderd met het verschil tussen de liquidatiewaarde en de voortzettingswaarde op de voet van artikel 35c, lid 1, Successiewet dan wel met de 30% waardevermindering van artikel 35c, lid 2, Successiewet. Dat zijn immers faciliteiten die de verkrijger voorwaardelijk worden toegekend. Ter illustratie het volgende voorbeeld. A draagt zijn onderneming met een liquidatiewaarde van (tevens voortzettingswaarde) over aan zijn kind B voor een koopsom groot

15 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging De gift is Deze is gelijk aan 30% van het verkregen ondernemingsvermogen, en vormt op verzoek de voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde. Voor het recht van schenking wordt over deze een conserverende aanslag opgelegd. Indien B aan de voorwaarden voldoet, wordt de conserverende aanslag na 5 jaar vernietigd (artikel 53c Successiewet). E. Verdeling nalatenschap en huwelijksgoederengemeenschap Het kan bij vererving voorkomen dat de bedrijfsopvolger samen met anderen tot het bedrijfsvermogen gerechtigd is en er een verdeling moet plaatsvinden. Hierna wordt ingegaan op de gevolgen van deze verdeling voor de bedrijfsopvolgingsregeling. E1. Verdeling voor het opleggen van de aanslag Artikel 53a, lid 1, Successiewet regelt dat indien na het opleggen van de aanslag ten gevolge van de verdeling van de nalatenschap er wijziging komt in de gerechtigdheid tot het ondernemingsvermogen, de (conserverende) aanslagen in overeenstemming met de verdeling worden gebracht. Stel nu dat de verdeling plaatsvindt voordat de aanslagen zijn opgelegd. Wordt met deze verdeling bij de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling dan ook rekening gehouden? Ja. De ratio van de bedrijfsopvolgingsregeling brengt met zich dat ook in een dergelijk geval bij het opleggen van de aanslagen rekening wordt gehouden met de verdeling van de nalatenschap. E2. Faciliteiten en verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap Artikel 53a, lid 1, Successiewet regelt uitdrukkelijk dat de verdeling van de nalatenschap invloed kan hebben op de hoogte van het verschuldigde successierecht. Artikel 53a Successiewet spreekt van de verdeling van de nalatenschap en niet van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Kunnen desondanks de bepalingen van de bedrijfsopvolgingsregeling toepassing vinden op het volledig verkregen ondernemingsvermogen in de volgende situatie? Bij de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap wordt het daartoe behorende ondernemingsvermogen geheel aan de nalatenschap toebedeeld. Vervolgens wordt bij de verdeling van de nalatenschap het ondernemingsvermogen aan één of enkele van de erven toebedeeld. Ja. Strikte wetstoepassing betekent dat de bedrijfsopvolgingsregeling slechts van toepassing is op de helft van het ondernemingsvermogen dat tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort. Dit zou betekenen dat wanneer meer dan de helft van het ondernemingsvermogen aan de nalatenschap wordt toegedeeld, het meerdere niet onder de bedrijfsopvolgingsregeling valt. Een dergelijke strikte toepassing verhoudt

16 16 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging zich niet goed met het bijzondere karakter van de bedrijfsopvolgingsregeling. Hierbij wordt daarom goedgekeurd dat de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet de wijze van verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap volgt. Indien de echtgenoot de onderneming voortzet geldt deze goedkeuring niet voor zover bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap het ondernemingsvermogen voor meer dan de helft aan de nalatenschap wordt toegedeeld. Ter verduidelijking dient het volgende voorbeeld. Voorbeeld A en B zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Zij hebben één kind (C). Geen van de echtgenoten heeft privé-vermogen. De algehele gemeenschap van goederen bestaat alleen uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen met een voortzettingswaarde van De liquidatiewaarde is lager. A heeft bij testament de wettelijke verdeling buiten toepassing verklaard. A overlijdt en laat als zijn erfgenamen achter B en C, ieder voor gelijke delen. C is de beoogde bedrijfsopvolger. Bij de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap worden daarom alle aandelen toebedeeld aan de nalatenschap. B krijgt hierdoor een vordering van op de nalatenschap. Bij de verdeling van de nalatenschap worden zowel de aandelen als de schuld geheel aan C toebedeeld. C bezit uiteindelijk dus alle aandelen onder de verplichting aan B uit te keren een geldsom van ( wegens B s aandeel in de huwelijksgoederengemeenschap en wegens B s erfdeel). De werking van artikel 53a Successiewet en de gegeven goedkeuring leiden ertoe dat de bedrijfsopvolgingsregeling kan worden toegepast op de totale waarde van de aandelen. Dit komt op basis van de hiervoor vermelde cijfers neer op het volgende. De erfrechtelijke verkrijging van C is Te conserveren waarde van artikel 35c, lid 2, Successiewet is 30% van , maar maximaal de waarde van de erfrechtelijke verkrijging Zodat het bedrag waarover direct belasting moet worden betaald dan wel waarover rentedragend uitstel voor kan worden verzocht bedraagt nihil Indien B de bedrijfsopvolger is, geldt: De erfrechtelijke verkrijging van B is Te conserveren waarde van artikel 35c, lid 2, Successiewet is 30% van , het bedrag waarover direct belasting moet worden betaald dan wel waarover rentedragend uitstel kan worden verzocht, bedraagt F. Bedrijfsopvolgingsregeling bij personenvennootschappen Bedrijfsopvolging kan zich gefaseerd voordoen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van personenvennootschappen. Hierna wordt ingegaan op een aantal aspecten daaraan verbonden. Is de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet van toepassing indien onderscheidenlijk: a. A zijn onderneming inbrengt in een vennootschap onder firma met B en A uit vrijgevigheid hiervoor geen adequate vergoeding bedingt?

17 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 17 b. A zijn onderneming inbrengt in een vennootschap onder firma met B, A zich de stille reserves tot op dat moment voorbehoudt en alleen een adequate vergoeding voor de boekwaarde bedingt? c. A en B enige tijd na het aangaan van de vennootschap onder firma de overeengekomen (winst)gerechtigdheid wijzigen zodat de gerechtigdheid van B stijgt, waarvoor A uit vrijgevigheid geen adequate vergoeding bedingt? d. A uit de vennootschap onder firma treedt en B de onderneming als eenmanszaak voortzet, waarvoor A uit vrijgevigheid geen adequate vergoeding bedingt? e. tegelijk met het uittreden van A, C in diens plaats toetreedt tot de vennootschap onder firma A bedingt uit vrijgevigheid geen adequate vergoeding van C? f. Hoe wordt de bedrijfsopvolgingsregeling toegepast als B zijn aandeel in de personenvennootschap overdraagt aan C, indien dat gebeurt binnen 5 jaar na het aangaan van de personenvennootschap tussen A en B? a. Ja. Artikel 35b, lid 2, Successiewet verwijst voor het begrip ondernemer en onderneming naar de Wet inkomstenbelasting De inbreng van een onderneming in een personenvennootschap heeft voor de inkomstenbelasting de volgende twee gevolgen. A staakt als inbrenger een evenredig deel van zijn onderneming en B verkrijgt als medevennoot een zelfstandig gedeelte van een onderneming. Aangezien B een zelfstandig deel van een onderneming verkrijgt en deze voortzet, is de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing. b. Nee. Ook hier verkrijgt B een zelfstandig gedeelte van een onderneming. Indien A en B een zakelijke vergoeding in de vorm van bijvoorbeeld een rentevergoeding over de voorbehouden stille reserves of een hoger winstaandeel overeenkomen, is er geen sprake van een gift, zodat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit om die reden niet van toepassing is. Indien A en B geen zakelijke vergoeding overeenkomen, is wel sprake van een gift. B geniet dan een vruchtgebruik in de zin van artikel 18 Successiewet van het voorbehouden bedrag. Hij heeft immers (samen met A) het genot van bedrijfsmiddelen met een hogere waarde dan waarmee bij de winstverdeling rekening wordt gehouden. Omdat dit vruchtgebruik zelf geen ondernemingsvermogen betreft, is de bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing op deze bevoordeling. c. Ja. Hiervoor geldt het gestelde onder a. A draagt immers nader een evenredig deel van zijn onderneming (zijn aandeel in de vennootschap onder firma neemt af) over aan B, die dat deel bij diens subjectieve onderneming voegt. d. Ja. Hiervoor geldt het gestelde onder a. A draagt zijn resterende subjectieve onderneming over aan B die dat bij diens subjectieve onderneming voegt. e. Ja. Hiervoor geldt het gestelde onder a. A draagt zijn subjectieve onderneming (zijn aandeel in de personenvennootschap) over aan C. Dat gedeelte vormt voor C diens hele onderneming zodat er sprake is van voortzetting van de door A gedreven onderneming. f. C neemt de plaats in van B in de personenvennootschap met A. Voor B geldt dat hij ophoudt uit zijn onderneming winst te genieten. Dat is een gebeurtenis als bedoeld in artikel 53b, derde lid, onderdeel a, Successiewet. De conserverende aanslag(en) die aan B wegens de gift door A zijn opgelegd worden herzien.

18 18 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging G. Bedrijfsopvolgingsregeling bij holdingwerkmaatschappij structuur De bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet is geredigeerd vanuit de idee dat er ondernemingsvermogen of aandelen in een ondernemingdrijvende vennootschap wordt verkregen. In de praktijk kan er sprake zijn van meer indirecte vormen van verkrijging. Hieronder wordt een aantal van deze vormen uitgewerkt. A is enig aandeelhouder van BV X. BV X is enig aandeelhouder van BV Y. BV Y drijft een materiële onderneming en BV X bepaalt het beleid in BV Y. Is artikel 35b, lid 2, onderdeel b, Successiewet van toepassing indien: Situatie 1: A zijn aandelen in BV X om niet overdraagt aan B? Situatie 2: BV X haar aandelen in BV Y om niet overdraagt aan B? Situatie 3: A zijn aandelen BV X om niet overdraagt aan BV C waarvan B 100% aandeelhouder is? Situatie 4: BV X haar aandelen in BV Y om niet overdraagt aan voornoemde BV C? Situatie 1 Ja. Aangezien BV X het beleid bepaalt in BV Y worden voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling de bezittingen en schulden van BV Y beschouwd bezittingen en schulden te zijn van BV X. Zie artikel 7a lid 2 Uitvoeringsregeling Successiewet De voortzettingseis houdt in dat B vijf jaar zijn aandelen in BV X niet geheel of gedeeltelijk mag vervreemden, dat BV X op haar beurt de aandelen in BV Y niet geheel of gedeeltelijk mag vervreemden en dat BV Y vijf jaar lang de materiële onderneming die zij ten tijde van de bevoordeling dreef, niet geheel of gedeeltelijk mag staken. Situatie 2 Ja. De overdracht van de aandelen BV Y aan B brengt voor de toepassing van de Successiewet de volgende gevolgen teweeg. BV X verricht een winstuitdeling aan A ter grootte van de waarde van de aandelen BV Y. A verricht voor hetzelfde bedrag een schenking aan B. Hoewel dit formeel geen schenking van aandelen is, ontmoet het geen bezwaar om in casu op de schenking van A aan B de bedrijfsopvolgingsregeling toe te passen. De voortzettingseis houdt in casu het volgende in. B mag zijn aandelen in BV Y gedurende vijf jaar niet geheel of gedeeltelijk vervreemden. Verder mag gedurende deze periode BV Y de materiële onderneming die zij ten tijde van de bevoordeling dreef, niet geheel of gedeeltelijk staken. Situatie 3 Ja. De overdracht van de aandelen BV X aan BV C brengt de voor de toepassing van de Successiewet de volgende fiscale gevolgen teweeg. A verricht een schenking aan B ter grootte van de waarde van de aandelen BV X. Vervolgens verricht B een informele kapitaalstorting voor hetzelfde bedrag in BV C. Hoewel de schenking van A aan B formeel geen schenking van aandelen is, ontmoet het geen bezwaar om in casu op de schenking van A aan B de bedrijfsopvolgingsregeling toe te passen. De voortzettingseis houdt in casu het volgende in. B mag gedurende vijf jaar zijn aandelen in BV C niet geheel of gedeeltelijk vervreemden. Hetzelfde geldt voor BV C voor de aandelen in BV X. BV X mag op haar beurt de aandelen in BV Y gedurende deze vijf jaar ook niet geheel of gedeeltelijk

19 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 19 vervreemden. Ten slotte mag BV Y vijf jaar lang de materiële onderneming die zij ten tijde van de bevoordeling dreef, niet geheel of gedeeltelijk staken. Situatie 4 Ja. Deze situatie is een combinatie van de situaties 2 en 3 die hiervoor zijn besproken, zodat voor de motivering en voor de voortzettingseis naar die twee situaties wordt verwezen.

Successiewet Bedrijfsopvolgingsregeling

Successiewet Bedrijfsopvolgingsregeling Successiewet 1956. Bedrijfsopvolgingsregeling 1 Successiewet 1956. Bedrijfsopvolgingsregeling Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van

Nadere informatie

Successiewet Bedrijfsopvolgingsregeling

Successiewet Bedrijfsopvolgingsregeling FI Successiewet 1956. Bedrijfsopvolgingsregeling 10 oktober 2007/Nr. CPP2007/383M Belastingdienst/Centrum voor procesen productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten De Staatssecretaris van Financiën

Nadere informatie

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Belastingdienst 2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Als u een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet u over de waarde van die onderneming erf- of schenkbelasting betalen.

Nadere informatie

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010) Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele

Nadere informatie

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de diverse regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging in de Wet op de inkomstenbelasting

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 6416 13 april 2011 Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling 4 april 2011 Nr. BLKB2011/68M Belastingdienst/Landelijk

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus Irma van der Zon BOR / BOF BOR: bedrijfsopvolgingsregeling BOF: bedrijfsopvolgingsfaciliteit Verschillende benamingen voor hetzelfde onderwerp. BOR faciliteiten:

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 2175 31 januari 2013 Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling 17 januari 2013 Nr. BLKB2012/1221M Belastingdienst/Landelijk

Nadere informatie

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 2

2014 -- Successiewet -- Deel 2 Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht

Nadere informatie

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 17 januari 2013, nr. BLKB2012/1221M De staatssecretaris van

Nadere informatie

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Mr. Sabine A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst en Paul-Johan Swank LLM 1 Met de verschillende doorschuiffaciliteiten in de Wet IB 2001 2 en de bedrijfsopvolgingsregeling

Nadere informatie

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN Vanaf 2010 kan overlijden met vererving van aandelen in een eigen B.V. met beleggingsvermogen (waaronder verhuurd onroerend goed) tot een onverwachte

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M.

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Bedrijf schenken of erven Nieuwe regels 2010 Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Deze regeling is met de komst

Nadere informatie

Alles onder Controle!

Alles onder Controle! Alles onder Controle! Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 20 oktober 2009 Onderwerpen Bedrijfsopvolging in Nederland Inkomstenbelasting Successiewet Bedrijfsopvolging in België Samenloop Nederland

Nadere informatie

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting De nieuwe Successiewet (deze wet regelt de schenk- en erfbelasting) is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen!

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, Stcrt. 2009, 20619 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Reikwijdte Artikel 1. Reikwijdte en definitie 1. Deze regeling

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop Bedrijfsopvolging Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting Testamenten Andere civielrechtelijke zaken 0 Inleiding Mr. C. (Kees) Goeman Mr. E.J.Ph. (Ed) Bijnsdorp Sprekers: Mw. mr. J.J.G.M. (Jolanda)

Nadere informatie

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken Seminar Fiscaal vriendelijk erven en schenken Estate planning Fiscale en juridische begeleiding overgang en instandhouding (familie)vermogen Vermogen zo goedkoop mogelijk naar volgende generatie Wensen

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Bedrijfsoverdracht Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting 20 april 2011 www.inventivecontrol.com 1 Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Sprekers: mr. J.J.G.M. (Jolanda) van Nunen mr. G.J. (Govert) Vorstenbosch

Nadere informatie

Fiscale aspecten van bedrijfsopvolging

Fiscale aspecten van bedrijfsopvolging Fiscale aspecten van bedrijfsopvolging 5 juni 2014 mr. A. (André) Verduijn mr. A. (Alies) Visscher a.verduijn@countus.nl a.visscher@countus.nl 06-46042291 06-12143005 Welke prijs? Overdracht tegen agrarische

Nadere informatie

Meerwaardeclausule MR. THEO C. HOOGWOUT 1. 1. Inleiding. 2. Erfrechtelijke verkrijging

Meerwaardeclausule MR. THEO C. HOOGWOUT 1. 1. Inleiding. 2. Erfrechtelijke verkrijging Meerwaardeclausule MR. THEO C. HOOGWOUT 1 Een meerwaardeclausule kan worden opgenomen bij de verdeling van het vermogen van een samenwerkingsverband (zoals een vennootschap onder firma), de verdeling van

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 16 oktober 2012, nr. BLKB/2012/611M. De staatssecretaris van Financiën

Nadere informatie

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap.

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap. EPN-EXAMEN EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE) I ONDERDEEL HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 1. Geef aan welke vier varianten er bestaan op het geboed van finale verrekenbedingen en beschrijf de gevolgen voor

Nadere informatie

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscale tips voor het verkoopproces Mr Roelof Oldenziel Accountants + Adviesgroep Los Spacelab 12 3824 MR AMERSFOORT Tel. 033-460 38 38 www.los.nl Wat is

Nadere informatie

2015 Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling

2015 Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling 2015 Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling Als u een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet u over de waarde van die onderneming erf- of schenkbelasting betalen. Zet u de onderneming

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen. Het

Nadere informatie

2016 Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling

2016 Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling 2016 Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling Als u een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet u over de waarde van die onderneming erf- of schenkbelasting betalen. Zet u de onderneming

Nadere informatie

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Vergeten testament. Informele wil 1 Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat,

Nadere informatie

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol.

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Inhoudsopgave 1. Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht... 3 1.1 Wordt een onderneming

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten

Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal. Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Inkomstenbelasting. Direct durfkapitaal Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 24 maart 2009, nr. CPP2009/170M, Stcrt. Nr. 68 De staatssecretaris

Nadere informatie

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Geldend op 24-07-2009 - Besluit van 27 maart 2001; CPP 2001/366M De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris

Nadere informatie

(Tekstselecties voor FsL geldend op: 09-03-2013) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen

(Tekstselecties voor FsL geldend op: 09-03-2013) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Invorderingswet 1990 Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

2. Verdeling gemeenschap tussen samenwoners

2. Verdeling gemeenschap tussen samenwoners Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; diverse onderwerpen 1 Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; diverse onderwerpen Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten

Nadere informatie

Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling

Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling Erf- en schenkbelasting en de 2012 Als u een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet u over de waarde van die onderneming erf- of schenkbelasting betalen. Zet u de onderneming voort, dan kunt u

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! www.stolk-accountants.nl Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste

Nadere informatie

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 Naam student: A.N. Klok Studentnummer: 320949 Begeleider: J.E.

Nadere informatie

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende: ARTIKEL I De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 4.17a wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef van het vijfde lid wordt een belang heeft vervangen door: direct of indirect

Nadere informatie

Schenkings- en successierecht

Schenkings- en successierecht Page 1 of 5 Netwerk Notarissen Centrale Organisatie Lt. Gen. Van Heutszlaan 8 3743 JN Baarn T: (035) 577 27 07 F: (035) 695 28 95 E: info@nnco.nl Schenkings- en successierecht Inhoudsopgave: Schenkingsrecht

Nadere informatie

2014 -- Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 8

2014 -- Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 8 Inkomstenbelasting winst 8 programma Bijzonderheden overdracht onderneming Van eenmanszaak naar vof voorbehoud stille reserves buitenvennootschappelijk vermogen afrekenen buiten de boeken om ingroeiregeling

Nadere informatie

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Mr. K. de Heus * en drs. A. Rozendal ** Indien aandelen die een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen worden vervreemd, vindt op grond van art. 4.12

Nadere informatie

10 November 2007 Estate Planner. Testamentair vruchtgebruik en de eigenwoningschuld MR. WIM J.J.G. SPEETJENS Het legaat van vruchtgebruik

10 November 2007 Estate Planner. Testamentair vruchtgebruik en de eigenwoningschuld MR. WIM J.J.G. SPEETJENS Het legaat van vruchtgebruik Testamentair vruchtgebruik en de eigenwoningschuld MR. WIM J.J.G. SPEETJENS 1 In veel testamenten komt als beschikking voor het legaat van vruchtgebruik van de gehele nalatenschap of van bepaalde goederen

Nadere informatie

De heer P. Groothuizen. Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen

De heer P. Groothuizen. Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen De heer P. Groothuizen Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen Geachte heer P. Groothuizen, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een

Nadere informatie

Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956

Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 4 april 2012, nr. BLKB2012/103M, Staatscourant

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer Kennisdocument Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer agrarisch) Bij de overdracht van een onderneming komt veel kijken. Naast het vinden van de koper(s) en het bepalen van de overdrachtswaarde, moet

Nadere informatie

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen.

Nadere informatie

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij schenking en vererving van aanmerkelijkbelangaandelen Mr. Maria de L. Monteiro 1 Ruim een jaar geleden schreef T.C. Hoogwout een lezenswaardig artikel in dit blad

Nadere informatie

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Besluit van 15 oktober 2014, nr. BLKB2013M/1870M, Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende

Nadere informatie

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U betaalt pas als het bedrag van de erfenis of schenking hoger is dan de vrijstelling Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U denkt er misschien

Nadere informatie

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft Geachte heer Test, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte

Nadere informatie

(Tekstselecties voor FsL geldend op: ) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen

(Tekstselecties voor FsL geldend op: ) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Invorderingswet 1990 Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,

Nadere informatie

Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M

Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht. Juridische fusie 1 Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht.

Nadere informatie

2014 -- Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 5

2014 -- Inkomstenbelasting - Winst -- Deel 5 Inkomstenbelasting winst 5 programma Staken onderneming Stakingsaftrek Stakingswinst Doorschuiven Staking en de fiscale oudedagsreserve Oefeningen 1 Enkele begrippen 1 van 3 Staken Ondernemer stopt de

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Rabobank Flevoland 16 december. Successiewet 2010. I.s.m. notariskantoor van Der Weele

Informatiebijeenkomst Rabobank Flevoland 16 december. Successiewet 2010. I.s.m. notariskantoor van Der Weele Informatiebijeenkomst Rabobank Flevoland 16 december Successiewet 2010 I.s.m. notariskantoor van Der Weele 0611083 1 mr. Jeroen van der Weele - Notaris 16 december 2009 Successiewet per 1 januari 2010

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:360

ECLI:NL:GHSHE:2017:360 ECLI:NL:GHSHE:2017:360 Instantie Datum uitspraak 03 02 2017 Datum publicatie 06 04 2017 Zaaknummer 16/00441 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:2212,

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 62d 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een

Nadere informatie

IEUWSBR. Fiscale behandeling UWS. van toeslagrechten. Task Force Economie IEUWS S NIEUWSBRIE

IEUWSBR. Fiscale behandeling UWS. van toeslagrechten. Task Force Economie IEUWS S NIEUWSBRIE UWS Fiscale behandeling S UWSBR S BR UWS IEUWS IEUWSBR BR van toeslagrechten Task Force Economie S IEUWSBR BR IEUWS NIEUWSBRIE NIEUWS BRIE S NIEUWSBRIE Fiscale behandeling van toeslagrechten De ministers

Nadere informatie

1. Lijst van afkortingen

1. Lijst van afkortingen Natuurschoonwet 1928 1 Natuurschoonwet 1928 Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Brieven & Beleidsbesluiten Besluit van 11 oktober 2007, nr. CPP2007/205M, Stcrt. nr. 202

Nadere informatie

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden Auteur: Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Ondernemers houden met veel rekening maar vaak niet met hun eigen overlijden. Het

Nadere informatie

Panklare oplossingen voor estate planning bij Nederbelgen. Maurice de Clercq 18 april 2011

Panklare oplossingen voor estate planning bij Nederbelgen. Maurice de Clercq 18 april 2011 Panklare oplossingen voor estate planning bij Nederbelgen Maurice de Clercq 18 april 2011 Inhoudsopgave Inleiding Roerend vermogen Onroerend vermogen Man en vrouw Vragen Conclusie Inleiding Voor iemand

Nadere informatie

Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht

Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht Samenloop tussen verkrijgingen vrij en niet vrij van recht MR. PASCAL BAARD 1 Medio 2005 is in dit blad een artikel van mij opgenomen over verkrijgingen vrij van recht. 2 Niet lang daarna diende de staatssecretaris

Nadere informatie

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 S.C.B. Heller Koperwiek 2 5165 KK Waspik Waspik, 18 augustus 2008 Universiteit van Tilburg Afstudeerrichting: Fiscaal

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

! Er is geen notariële schenkingsakte vereist.! Ook schenkingen voor de aflossing van restschulden die zijn ontstaan vóór 29 oktober 2012

! Er is geen notariële schenkingsakte vereist.! Ook schenkingen voor de aflossing van restschulden die zijn ontstaan vóór 29 oktober 2012 Erf- en schenkbelasting - eindejaarstips Tijdelijk ruimere vrijstelling schenking voor eigen woning Vanaf 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 geldt een verruimde schenkingsvrijstelling van 100.000 als het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 28 BRIEF VAN

Nadere informatie

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten:

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: EPN EXAMEN (ochtendgedeelte) 14 maart 2013 Vraagstuk I Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: De Successiewet 1956 is een verkrijgersbelasting (artikel 5, 24

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11993 7 juli 2011 Natuurschoonwet 29 juni 2011 Nr. BLKB2011/310M Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s/brieven

Nadere informatie

Vergelijking doorschuiffaciliteiten

Vergelijking doorschuiffaciliteiten Carmen van Lier ANR: 646230 Fiscale Economie Examencommissie: drs. J.J.H. Gortzak prof. dr. J.A.G. van der Geld Vergelijking doorschuiffaciliteiten Wet IB 2001 November, 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners

Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners 1 Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 10783 13 juli 2010 Schenk- en erfbelasting. Verkrijging door aanstaande of voormalige echtgenoot of partner. Wijziging

Nadere informatie

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

Nadere informatie

Recht van gebruik en bewoning

Recht van gebruik en bewoning Recht van gebruik en bewoning MR. THEO C. HOOGWOUT 1 Recent zijn in de jurisprudentie de consequenties voor het schenkingsrecht en de overdrachtsbelasting van het afstand doen van het recht van gebruik

Nadere informatie

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid. WIJZIGING VAN DE SUCCESSIEWET 1956 EN ENIGE ANDERE BELASTINGWETTEN (VEREENVOUDIGING BEDRIJFSOPVOLGINGSREGELING EN HERZIENING TARIEFSTRUCTUUR IN DE SUCCESSIEWET 1956, ALSMEDE INTRODUCTIE VAN EEN REGELING

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag MR. GEERT DE JONG MR. ALMER M.A. DE BEER 1 Bij de berekening van de grondslag

Nadere informatie

MEMORIE VAN ANTWOORD. Algemeen

MEMORIE VAN ANTWOORD. Algemeen 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een

Nadere informatie

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage

Nadere informatie

INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010

INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010 INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010 Informatie over langstlevende testamenten en het " tweetrapstestament " Hieronder heb ik enige voorbeelden en uitwerkingen van diverse testamentvormen weergegeven,

Nadere informatie

Specialist Bedrijfsoverdracht. Lesmateriaal dag 3. Bedrijfsopvolging in box 1 voor de inkomstenbelasting en de overdrachtsbelasting

Specialist Bedrijfsoverdracht. Lesmateriaal dag 3. Bedrijfsopvolging in box 1 voor de inkomstenbelasting en de overdrachtsbelasting Specialist Bedrijfsoverdracht Lesmateriaal dag 3 Bedrijfsopvolging in box 1 voor de inkomstenbelasting en de overdrachtsbelasting December 2012 1 1. INLEIDING... 3 2. WELKE ONDERWERPEN KOMEN AAN DE ORDE...

Nadere informatie

Schenken tegen wil en dank. Maurice de Clercq 7 december 2011

Schenken tegen wil en dank. Maurice de Clercq 7 december 2011 Schenken tegen wil en dank Maurice de Clercq 7 december 2011 Inhoud 1. Inleiding 2. Schenken 3. Aanmerkelijk belang aandelen 4. Effecten 5. Onroerend Goed 6. Het huwelijk 7. Conclusie Inleiding Inleiding

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing

Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing 1 Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Brieven & beleidsbesluiten Besluit van 19 februari

Nadere informatie

ESJ Accountants & Belastingadviseurs

ESJ Accountants & Belastingadviseurs ESJ Accountants & Belastingadviseurs Centen en Stenen: Waar moet je wezen Maurice de Clercq Inhoud 1. Aftrekken 2. 10 jaars termijn aanmerkelijk belang 3. 10 jaars termijn successie 4. In Nederland staat

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek... 1. 2. Juridisch vertrekpunt: de rechtsvorm...

Inhoudsopgave. 1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek... 1. 2. Juridisch vertrekpunt: de rechtsvorm... Voorwoord...................................................... VII 1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek................... 1 1.1. Waar hebben we het over?... 1 1.1.1.

Nadere informatie

DGA uit de loonheffing

DGA uit de loonheffing DGA uit de loonheffing Met ingang van 1 januari 2008 Art 6 lid 6 wet LB 1964 Degene tot wie uitsluitend één of meer directeuren-grootaandeelhouders als bedoeld in art. 6, eerste lid, onderdeel d, van de

Nadere informatie

1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek

1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek Voorwoord...IX 1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek 1.1. Waar hebben we het over?................................ 1 1.1.1. Cijfers... 1 1.1.2. Leven en dood..................................

Nadere informatie

1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet.

1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet. Memorandum nieuwe schenk- en erfbelasting / aanpassing Successiewet 1 Inleiding De Tweede Kamer is op 3 november 2009 akkoord gegaan met het wijzigen van de Successiewet. Als de Eerste Kamer in december

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Giften

Inkomstenbelasting. Giften Inkomstenbelasting. Giften 1 Inkomstenbelasting. Giften Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 21 december 2007 nr. CPP2007/2873, Stcrt.

Nadere informatie

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van de 7 mei 2004 arresten

Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van de 7 mei 2004 arresten Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van de 7 mei 2004 arresten 1 Inkomstenbelasting. Landbouwvrijstelling; heretikettering per 27 juni 2000; gevolgen van

Nadere informatie

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2 Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 1

2014 -- Successiewet -- Deel 1 Successiewet les 1 programma Eén wet, twee belastingen Woonplaats Successierecht Wettelijk erfrecht en wettelijke verdeling Testamenten Wetsficties 1 Eén wet, twee belastingen De Successiewet bestaat uit:

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting -- Deel 1

Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 262 Wijziging van de Invorderingswet 1990 (Wet uitstel van betaling exitheffingen) Nr. 3 Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van

Nadere informatie

Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193

Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193 Inhoud Voorwoord 11 1 Erfrecht in vogelvlucht 13 1.1 Wettelijk erfrecht 13 1.2 Invloed huwelijk op nalatenschap 14 1.3 Wettelijke verdeling 15 1.3.1 Gevolgen van wettelijke verdeling voor erfbelasting

Nadere informatie

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie