PENSIOENEN Marktwerking, medezeggenschap, middelloon... waar zitten de vrouwenissues?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PENSIOENEN Marktwerking, medezeggenschap, middelloon... waar zitten de vrouwenissues?"

Transcriptie

1 NEMESIS ^^ 1 november/december 1996 ^^^ GESLACHTSKEUZE Een aantal evident niet-medische handelingen wordt eerst gemedicaliseerd om vervolgens vast te stellen dat deze alleen op medische indicatie mogen worden verricht. PENSIOENEN Marktwerking, medezeggenschap, middelloon... waar zitten de vrouwenissues? BATTERED WOMAN SYNDROME Afrikaans-Amerikaanse vrouwen en geweld binnen het gezin. In hoeverre werkt het gebruik van het ( battered woman syndrome' gender-stereotyperend? Dè mishandelde vrouw is een blanke, middle class, passieve, zwakke vrouw. EVRM EN DE SLACHTOFFER-GETUIGE Baegen, Doorson en Finkensieper, een bespreking van de jurisprudentie. NEMESIS

2 I I jaargang 12. november/december nummer 6. I N H O U D S O P G A V E Verschijnt zes maal per jaar Redactie: Els van Blokland, Marjolein van den Brink, Janny Dierx, Jet Tigchelaar, Albertine Veldman, Mies Westerveld. Medewerksters: Margriet Adema, Karin van Elderen, Nora Holtrust, Ineke de Hondt, Gerdie Ketelaars, Mies Monster, Linda Senden, Selma Sevenhuijsen, Elies Steyger, Sarah van Walsum, Ria Wolleswinkel. Redactiesecretariaat: Els van Blokland - redactiesecretaris Ambonplein PW Amsterdam tel fax Nemesis: Nemesis is een uitgave van W.E.J. Tjeenk Willink b.v. De stichting Nemesis is één van de deelnemende organisaties in het Clara Wichmann Instituut, het Wetenschappelijk Instituut Vrouwen en Recht. Abonnementen: ƒ132,- per jaar inclusief opbergband, losse nummers ƒ 29,-, opbergbanden ƒ 29,50. Abonnementen-administratie: Libresso b.v., Distributie van vakinformatie, postbus 23, 7400 GA Deventer, tel Abonnementen kunnen schriftelijk tot uiterlijk 1 december van het lopende abonnementsjaar worden opgezegd. Bij niet tijdig opzeggen wordt het abonnement automatisch met eenjaar verlengd. REDACTIONEEL 165 De vrouw-en-pensioen-discussie Marktwerking, medezeggenschap, middelloon... waar zitten de vrouwenissues Mies Westerveld ARTIKELEN 168 Liever een meisje? Over de regulering van nieuwe medische technologie Margo Trappenburg 176 Het EVRM en de slachtoffer-getuige Baegen, Doorson en Finkensieper, een stand van zaken Renée Kool 183 Battered Woman Syndrome Afrikaans-Amerikaanse vrouwen en geweld binnen het gezin Linda L. Ammons Inleiding door Sarah van Walsum Van de redactie, Lezersenquête Nemesis en plannen voor 1997 ACTUALITEITENKATERN Rechtspraak 10 Nr 626 Rb Amsterdam 1 mei 1996, m.nt. Annelies Henstra 19 Nr 631 CRvB 29 mei 1996, m.nt. Malva Driessen 24 Nr 634 CRvB 29 april 1996, m.nt. Malva Driessen Wetgeving 28 Bevallingsuitkering voor zelfstandigen, Eveline van der Linden Literatuur 30 Samenstelling Tanja Kraft van Ermel Reprorecht: Het overnemen, evenals het vermenigvuldigen van artikelen en illustraties is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de redactie. Aanbevolen citeerwijze: Nemesis 1996 nr. 1, p... Omslagontwerp en lay-out: Fenna Westerdiep, Amsterdam. Advertentie-exploitatie: Bureau Van Vliet b.v., Postbus 20248, 7302 HE Apeldoorn, tel , fax N' lid van de nederlandse organisatie va] tijdschriftenuitgevers n.o.tu. ISSN And thou, who never yet ofhuman wrong Left the unbalanced scale, Great Nemesis! (Byron) Childe Harold's Pilgrimage, Canto IV

3 IRedactioneel Mies Westerveld Marktwerking, medezeggenschap, middelloon... waar zitten de vrouwenissues? De vrouw-enpensioen-discussie Het rommelt in pensioenland. De eindloonreglingen staan op de tocht, de pensioenfondsen beraden zich op reparatie van sociale-verzekerings 'gaten' zoals het Anwgat en het kabinet broedt op maatregelen om de 'marktwerking in de pensioensector' te vergroten. Maar hoe zat het ook weer met zulke typische vrouwenissues als pensioendiscriminatie naar sexe en de belabberde pensioenpositie van fiexwerkers? Pensioenen, was dat niet iets met ongelijke behandeling? Met vrouwen die momenteel met grote pensioenachterstanden zitten, omdat zij in het verleden vanwege hun sexe geen pensioen of minder pensioen dan mannen mochten opbouwen? Met reparatiewetgeving die dat predikaat nauwelijks verdient en met reparatiegelden die vaker en in meerdere mate aan mannen (zoals de heer Barber) dan aan vrouwen toekomen? Natuurlijk, daar gaat het bij pensioenen ook om en aan deze onderwerpen zijn in Nemesis al vele pagina's gewijd. Ook in de naaste toekomst zal dat wel het geval blijven, want dat al die pensioenschade van vrouwen tot de laatste cent gerepareerd zal worden, nee, daar geloven zelfs de allergrootste optimisten onder ons niet in. Vrouw-en-pensioen-schade De overheid zal dat laatste overigens een zorg zijn (niet dus). In de nota Aanvullende pensioenen (TK , nr ) staat te lezen dat het initiatief tot een reparatiepensioen van de sociale partners zal moeten uitgaan en dat de kosten daarvan 'binnen de arbeidsvoorwaardenruimte gedragen zullen moeten worden op basis van een nieuwe prioriteitstelling'. Tel uitje winst dus, want jammer genoeg voor al die gedupeerde vrouwen - l'histoire se répète, zullen we maar zeggen - hebben die partners op het gebied van de werknemerspensioenvoorziening nog een aantal andere minstens zo urgente pensioenkwesties aan het hoofd. Zoals: wat er dient te gebeuren met VUT- en eindloonregelingen, van welke laatste de regering, blijkens de nota Werken aan Zekerheid (TK , ), nu ook vindt dat deze moeten verdwijnen; of al die sociale-zekerheidsgaten zal moeten dichten, zoals het WAO- en het Anw-gat nu ook echt gedicht moeten worden; en niet in de laatste plaats: hoe het veertig-jaren-dienstverbandpensioenstelsel uit de jaren zestig moet worden aangepast aan de almaar flexibeler wordende arbeidsmarkt van nu en straks. De kans, dat de reparatie van het discriminatie-onrecht dat gepensioneerde en oudere werkende vrouwen is aangedaan, binnen dit scala aan ingewikkeldheden uit het zicht en daarmee naar de achtergrond geraakt, is bepaald niet denkbeeldig. Een gulden laat zich tenslotte maar één keer uitgeven en de wijze van besluitvorming van de Pensioenfondsen uit de jaren tachtig (witte en grijze vlekken!) belooft vooralsnog niet veel goeds voor al die gedupeerde vrouwen die 'alleen maar' willen hebben wat hen onder een niet-discriminatoir systeem zou zijn toegekomen. Een harde case voor de vrouw-en-recht-advocatuur levert dit onderwerp al evenmin op, want besluitvorming als deze laat zich niet zo eenvoudig rubriceren als 'discriminatie' als, bijvoorbeeld, het uitsluiten van parttimers of het hanteren van sexe-afhankelijke sterftetabellen. Het enige dat ons te doen staat is de pensioenfondsen in hun post-barber-beleid nauwlettend en, we zouden bijna zeggen, hinderlijk te volgen. Staatssecretaris Ter Veld heeft tenslotte toegezegd, op het moment dat zij de inperking van de consequenties van 'Barber' verdedigde, dat er gelden gereserveerd zouden worden voor de door discriminatie gedupeerde vrouwen en iemand zal deze toezegging toch moeten nakomen nr

4 IRedactioneel Mies Westerveld Een kwestie van vooruitzien Alleen, daarmee zijn we er niet. Los daarvan doemt voor de nabije en iets verdere toekomst een heel ander pensioenprobleem op, dat niet zozeer de (al of bijna) gepensioneerde werknemer aangaat, als wel degenen die nog maar korte tijd werk- en deelnemer zijn of dit nog moeten worden, ja zelfs de nu nog niet geboren deelnemer van de toekomst. Niet dat wij ons willen gaan opwerpen als behartiger van de belangen van de ongeboren vrucht, maar pensioen is wel een kwestie van vooruitzien, niet slechts voor vijf of tien jaar, maar voor enkele decennia. Oud-en-arm-grens Dit vooruitzien brengt een aantal te verwachten ontwikkelingen in beeld, die - en dit is de reden het onderwerp hier onder de aandacht te brengen - vooral voor vrouwen van groot gewicht zijn. Mannen overigens ook, want zij hebben als de betrekkelijke haves in pensioenland het meeste te verliezen, maar het zullen toch vooral vrouwen zijn die in de toekomst onder de ouden-arm-grens zakken, als de politiek de opvatting dat het met pensioenen 'best een tandje minder kan' in daden gaat omzetten. Inperking van onderlinge solidariteit Zo ligt er, eerste voorbeeld, het door de individualisering actueel geworden vraagstuk, in hoeverre een collectief pensioenstelsel bestaansrecht heeft op het moment dat 'de' werknemer als groep zijn homogeniteit begint te verliezen. Of, indien men dit een te zwaar aangezette vraag vindt, of er binnen het huidige pensioenstelsel ruimte is voor voorzieningen op maat voor het steeds groeiende leger van flexwerkers, bij uitstek een vrouwenonderwerp. De regering beschouwde dit, dat is het ontbreken van een aanvullende pensioenvoorziening voor op- en afroepkrachten, in 1990 nog als een betrekkelijk non-item. Immers, aldus de nota Aanvullende pensioenen: 'deze categorie werknemers valt over het algemeen in de lagere inkomensklassen, zodat er aan opbouw van aanvullend pensioen naast de AOW nauwelijks behoefte is'. (TK , , nr. 1, p. 31.) Of het inderdaad terecht is deze veelomvattende en in effecten verstrekkende tendens op deze, welhaast achteloze wijze af te doen, is evenwel zeer de vraag. Anders dan de regering, meen ik dan ook dat het laatste woord hierover nog lang niet is gesproken. Wie-betaalt-voor-wie-vraagstuk Een tweede, de laatste jaren veelbesproken onderwerp is de komende vergrijzing/ontgroening en het daarmee samenhangende wie-betaalt-voor-wie-vraagstuk tussen en binnen de generaties. Anders dan wel wordt aangenomen, speelt deze kwestie niet alleen bij de op omslagbasis gefinancierde AOW, want ook de doorsnee werknemerspensioenvoorziening kent elementen van inkomensherverdeling van werkenden naar gepensioneerden. Denk aan de hiervoor genoemde (beoogde) reparatie van vrouwenpensioenen, het helen van pensioenbreuken of het dichten van de 'pensioensprong' die in eindloonregelingen optreedt bij een promotie op latere leeftijd. Dit gegeven heeft een voorname rol gespeeld bij de totstandkoming van wat nu het regeringsstandpunt is, dat de werknemerspensioenen hoognodig versoberd moeten worden. Marktwerkingstendens Daar doorheen speelt een derde issue, te weten de privatiserings- of marktwerkingstendens die met 'paars' is ingezet. Meer keuzevrijheid voor de burger om zijn eigen pensioenpakket samen te stellen, meer onderlinge concurrentie tussen pensioenfondsen en andere (pensioen)verzekeraars; dat vergroot de efficiency, bespaart kosten, kortom dat levert een per saldo doelmatiger en goedkoper eindresultaat op. Ziehier in zeer kort bestek de voor deze tendens aangedragen argumenten, met als relevante exponenten (onder meer) de inmiddels ingevoerde wettelijke verplichting de partnerpensioenvoorziening facultatief te stellen met als afstandsbonus een hoger eigen oudedagspensioen; en het (in de nota Werken aan Zekerheid aangekondigde) voornemen om de pensioenplicht voor werknemers te limiteren tot een inkomen van ƒ Voor het meerdere kan dan, zo wordt verwacht, een gezonde concurrentieslag losbarsten tussen de pensioenfondsen onderling en de tot deze markt toetredende verzekeringsmaatschappijen. Facultatiefstelling Ten aanzien van de genoemde facultatiefstelling valt op dat het, merkwaardig genoeg - zeker in het licht van alle beroering die het inkrimpen van de AWW heeft teweeggebracht - tot op heden opvallend stil is gebleven rondom deze maatregel. Kennelijk is het uitkleden van vrouwenrechten - nabestaande partners zijn nu eenmaal vaker vrouwen dan mannen - minder kwalijk als het de gedaante aanneemt van een keuzerecht dan van het schrappen van een bestaande voorziening, waarna het vervolgens toch ook aan de burger is om het risico al dan niet te verzekeren. Wat daarvan ook zij, nu de betreffende maatregel een feit is, wordt de vraag actueel hoe de verschillende pensioenfondsen de facultatiefstelling gestalte gaan geven en wat deze in de praktijk zal gaan betekenen voor de positie van langstlevende echtgenoten (m/v). Ten aanzien van het tweede voorbeeld geldt, dat maatregelen ter versterking van 'de markt in pensioenland' als voornaamste (neven)effect hebben, dat het voor pensioenfondsen bijkans onmogelijk wordt gemaakt nog langer een sociaal pensioenbeleid te ontwikkelen. Dat bezwaar geldt voor de nu beoogde inkomenslimitering, maar geldt in nog veel sterkere mate voor het veel verdergaande voorstel dat de hoogleraar Nijenrode annex columnist Bomhof onlangs deed, (in het NRC Handelsblad van 15 juli 1996) om de monopoliepositie van pensioenfondsen te doorbreken. Als ik wederom blijf bij de positie van de discriminatieslachtoffers: de kans dat pensioenfondsen hun premie-overschotten zullen aanwenden voor de reparatie van vrouw-enpensioen-schade (in plaats van voor premieverlaging) wordt navenant kleiner, als zij tegelijkertijd de concurrentie moeten aangaan met verzekeringsmaatschappijen, die een dergelijke geldverslindende 'liefdadigheid' niet in hun pakket hebben. Concreet betekent zo'n limitering dan ook een inperking van de onderlinge solidariteit - en wel tot inkomensgroepen onder de 166 NEMESIS

5 I Redactioneel Mies Westerveld nieuwe bovengrens - daar men voor het meerdere de wijk zal nemen naar een verzekeraar die voor hetzelfde geld meer pensioen kan leveren. De rode draad bij al deze voorbeelden is dat vrouwen bij de huidige en nog komende discussies over het pensioenstelsel veel te winnen, maar vooral ook heel veel te verliezen hebben. Vrouwen zullen zich hier dan ook zeer nadrukkelijk in moeten mengen, nadrukkelijker nog dan tot nu toe het geval is geweest en dit liever vandaag dan morgen. Want een slimme meid... Auteursrichtlijnen Het verdient aanbeveling vóór het inzenden van bijdragen contact op te nemen met de redactiesecretaris. Beknopte artikelen hebben de voorkeur. Een artikel beslaat maximaal tien pagina's A4, regelafstand 1, lettertype courier 10, of bevat maximaal 4000 woorden. Nemesis hanteert de voorkeurspelling, het zogenaamde Groene Boekje. Het notenapparaat dient functioneel te zijn en niet te omvangrijk. Inhoudelijke tekst dient in het notenapparaat vermeden te worden. Nemesis gaat ervan uit dat de aangeboden artikelen niet ook elders zijn aangeboden of gepubliceerd. Op het redactie-adres is een uitgebreide auteursinstructie beschikbaar nr

6 IArtikel Margo Trappenburg Universitair docent bij de vakgroep Politieke Wetenschappen van de RUL; gedetacheerd bij de vakgroep Medische Ethiek van de EUR t.b.v. het EG project ~Communicable Diseases, Lifestyles and Personal Responsibility, Ethics and Rights' Over de regulering van nieuwe medische technologie Liever geen meisje? 9 In publieke debatten over medisch ethische kwesties kunnen verschillende dominante patronen van argumenteren worden onderscheiden. Een van de argumenten in de discussie dat 'medici er zijn voor de medische behoeften en niet voor alles dat u verder nog zou willen in het leven', blijkt in het debat over de toelaatbaarheid van geslachtskeuze een belangrijke rol te spelen. De kwestie of de genderkliniek nu wel of niet een medische dienst aanbiedt, is daarbij van groot belang. Een aantal evident niet-medische handelingen wordt eerst gemedicaliseerd om vervolgens vast te stellen dat deze alleen op medische indicatie mogen worden verricht. Dit is een nogal verwrongen constructie. Tegen de achtergrond van een algemene discussie over belangrijke normen ten aanzien van het gezin en de relatie tussen ouders en kinderen daarin, kan worden getracht een oordeel te vormen over nieuwe vormen van voortplanting. In het septembernummer van Filosofie Magazine beschrijft Daan Rovers de publieke commotie rond de Genderkliniek (officieel de Stichting Gender Preselection) in Utrecht en het wegebben daarvan. Aanvankelijk was de morele verontwaardiging groot, zo constateert Roovers. Het idee dat aanstaande ouders voortaan het geslacht van hun kinderen zelf zouden kunnen bepalen ging velen te ver. Na een gênant televisie-optreden van een medewerker van de Utrechtse kliniek waaruit overduidelijk bleek dat deze nauwelijks op de hoogte was van de jongste wetenschappelijke ontwikkelingen, sloeg de verontwaardiging om in meewarigheid. Roovers: 'Daarmee was meteen het hele probleem van de sexeselectie opgelost. Het werkt niet, dus niemand boog zich nog over de vraag of het moreel toelaatbaar was. Je gaat aanstaande moeders immers ook niet verbieden om met een blauw lint onder hun kussen te slapen? Als zij denken dat dit de kans op een zoon verhoogt, moeten ze dat vooral doen.' 1 De analyse van Roovers lijkt iets te haastig. Het wegzakken van de maatschappelijke verontwaardiging over de Genderkliniek is vooral het niet langer verschijnen van ingezonden brieven en bijdragen op de opiniepagina's van dag- en weekbladen en dat hangt, zou ik zeggen, meer samen met het feit dat op zeker moment alle argumenten wel gewisseld zijn dan met een groeiende waardering voor de eerst zo bekritiseerde praktijk. Dat de Genderkliniek niet alsnog zal worden getroffen door belemmerende regelgeving of een rechtstreeks verbod is bij lange na niet zeker. Onlangs is bij het parlement een Wet op de bijzondere medische verrichtingen ingediend, waarin de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de bevoegdheid wordt toegekend om 'indien gewichtige belangen daartoe aanleiding geven' bepaalde medische verrichtingen te koppelen aan een vergunning. Artikel 3 van hetzelfde wetsontwerp voorziet zelfs in de mogelijkheid van een algeheel verbod: 'Indien een medische verrichting, gezien de maatschappelijke, ethische of juridische aspecten ongewenst is en de omstandigheden van dien aard zijn dat de totstandkoming van een regeling van die verrichting niet kan worden afgewacht, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het verboden is zodanige medische verrichting uit te voeren.' 2 Blijkens de memorie van toelichting heeft de minister hierbij met name gedacht aan 'geslachtskeuze om niet medische redenen' en aan 'bepaalde IVF toepassingen die mogelijk risico's voor het nageslacht met zich brengen'. 3 In ander verband gaf de minister te kennen dat zij de problematiek van de vrije geslachtskeuze wilde regelen in een toekomstige Wet op de fertilisatietechnieken, die vermoedelijk in de loop van 1997 zal worden ingediend. 4 In dit artikel zal nader worden stilgestaan bij de aanvaardbaarheid van technieken van geslachtsselectie. Daarbij gaat het niet alleen om de techniek van zaadselectie zoals die wordt gepraktizeerd in de Genderkliniek, maar ook om het ver- 1. Daan Roovers, Liever een jongetje. De zegetocht van de Genderkliniek, Filosofie Magazine, jrg. 5, nr. 7, sept. 1996, p , p TK , 24788, nr. 1 (Wet op de bijzondere medische verrichtingen). 3. TK , 24788, nr TK , nr. 3, Brief van de minister van VWS, 20 oktober 1995, Geslachtskeuze. 168 NEMESIS

7 Liever geen meisje? Margo Trappenburg schijnsel van de selectieve abortus op basis van geslacht. 5 Allereerst wordt een overzicht gegeven van veel gebruikte manieren van redeneren in publieke debatten over medisch-ethische kwesties. Bij elk van deze redeneerpatronen hoort een bepaald type regulering. Vervolgens zal worden nagegaan in hoeverre elk van deze redeneringen wordt gebruikt in het debat over de toelaatbaarheid van geslachtskeuze. Ten slotte zal worden geprobeerd de Wet op de bijzondere medische verrichtingen en de Wet op de fertilisatietechnieken in te passen in de typologie van redeneerpatronen en daaraan gekoppelde vormen van regulering. Op basis daarvan wordt een voorlopig oordeel gevormd over beide vormen van regulering. Redeneerpatronen Grofweg kunnen er in publieke debatten over medischethische kwesties (orgaandonatie, genetische manipulatie, experimenten met embryo's) vier dominante manieren of patronen van argumenteren worden onderscheiden. 6 Juridiseren Het eerste redeneerpatroon is juridisch: men zoekt aansluiting bij regels en principes in het bestaande recht en tracht aldus een antwoord te vinden op de vragen die door de moderne medische technologie worden opgeroepen. Neem bijvoorbeeld de veel besproken vraag of er mag worden geëxperimenteerd met embryo's die overblijven na een (geslaagde) reageerbuisbevruchting. Aanhangers van de juridische redeneerwijze zullen deze vraag willen beantwoorden op basis van datgene wat er in het Burgerlijk Wetboek en in de Wet afbreking zwangerschap bepaald is omtrent de status van een embryo. Het feit dat de Wet afbreking zwangerschap pas ingaat op het moment dat een zwangerschap wordt geconstateerd, dat wil zeggen, doorgaans twee weken na de conceptie, kan er dan bijvoorbeeld toe leiden dat het experimenteren met embryo' s tot aan die termijn van twee weken toelaatbaar wordt verklaard. 7 Schade-principe Het tweede redeneerpatroon is liberaal-filosofisch. Men gaat uit van de autonomie en de keuzevrijheid van volwassen, wilsbekwame personen en van het zogeheten schade-principe zoals dat is verwoord door John Stuart Mill: 'the sole end for which mankind are warranted, individually or collectively, in interfering with 5. Het is tegenwoordig mogelijk om door prenataal onderzoek het geslacht van een ongeboren kind vast te stellen. In theorie is het daarmee ook mogelijk een zwangerschap te laten beëindigen omdat het kind niet het gewenste geslacht heeft. Dit schijnt in Nederland nauwelijks voor te komen. In andere landen, met name in India en China, heeft de praktijk van de geslachtsspecifieke abortus merkbare demografische gevolgen. Vgl. Jodi Danis, Sexism and "the Superfluous Female': Arguments for Regulating Pre-Implantation Sex- Se/ecfton, HarvardWomen'sLaw Journal, jrg. 18,1995, p Zie voor een uitgebreide bespreking van deze redeneerpatronen: M.J. Trappenburg, Soorten van gelijk. Medisch-ethische discussies in Nederland, diss. RUL 1993, Tjeenk Willink, Zwolle, m.n. hfdst. 6 en 7. In mijn proefschrift wijken de etiketten van de redeneerpatronen iets af van de hier gebruikte termen. Strikt religieuze redeneringen (techniek x druist in tegen de wil van de Heer, is in strijd met het Bijbels gebod etc.) blijven hier buiten beschouwing. De praktijk the liberty of action of any of their number is self-protection (...) the only purpose for which power can be rightfully exercised over any member of a civilized community, against his will, is to prevent harm to others. His own good, either physical or moral, is not a sufficient warrant.' 8 Gedrag mag pas aan banden worden gelegd als het ondubbelzinnig schadelijk is voor andere personen. Kenmerkend voor deze manier van redeneren is de scheiding die wordt aangebracht tussen het eigen morele oordeel over de toelaatbaarheid van deze of gene techniek enerzijds en het antwoord op de vraag of deze techniek op morele gronden verboden zou moeten worden aan de andere kant: men is zelf van mening dat het aborteren van een gewenst kind vanwege een te verwachten handicap slecht, dubieus of zondig is, maar men wil deze overtuiging niet dwingend opleggen. Zelf zou men niet voelen voor postmenopauzaal moederschap, maar men kan het billijken dat andere vrouwen van middelbare leeftijd daar anders over denken. Gedrag mag pas aan banden worden gelegd als het ondubbelzinnig schadelijk is voor andere personen. Arbeidsdeling Het derde patroon is, zou je kunnen zeggen, dat van de arbeidsdeling op normatieve gronden. De algemene gedachte hier is dat het maatschappelijk leven bestaat uit een x aantal velden, domeinen of rechtvaardigheidssferen. In elke sfeer gelden andere morele normen: wat op de markt of in de winkel is toegestaan, is ontoelaatbaar in de rechtszaal of het parlement. Kiezen voor deze manier van redeneren betekent dat men morele dilemma's probeert op te lossen door de grenzen van de verschillende sferen in herinnering te roepen of te herijken. Men betoogt bijvoorbeeld dat medici moeten voorzien in medische behoeften; artsen zijn geen handelaars, zij zijn er dus niet om zogeheten 'wens-geneeskunde' te praktizeren. Neem de reageerbuisbevruchting. Onvruchtbaarheid kan (met enige goede wil misschien) worden begrepen als een pathologische aandoening. Voor vrouwelijke onvruchtbaarheid na de overgang geldt dat niet; die is een natuurlijk gegeven, desnoods een fout van de natuur, maar geen reden voor medisch ingrijpen. Ergo: IVF voor de over- leert dat deze argumenten in Nederland nooit meer afzonderlijk kunnen leiden tot regelgeving. Wetten invoeren met als argument dat zij overeenstemmen met Gods woord, Zijn wil of wat dies meer zij komt in een geseculariseerde samenleving als de onze niet voor. Wel spelen dergelijke overwegingen indirect een rol (wij moeten respect hebben voor of ruimte geven aan deze of gene religieuze overtuiging). Zie over het geseculariseerde karakter van de Nederlandse gezondheidsethiek ook: H. Zwart, Ethische consensus in een pluralistische samenleving, diss. KUN, Thesis Publishers, Amsterdam Zie bijvoorbeeld H.J.J. Leenen, Handboek Gezondheidsrecht. Deel I. Rechten van mensen in de gezondheidszorg, 3e. dr., Samsom/Tjeenk Willink, Alphen a/d Rijn 1994, hfdst John Stuart Mill, On Liberty, ed. with an introduction by Gertrude Himmelfarb, Penguin Books, Harmondsworth 1974 (1859), p nr

8 I Liever geen meisje? Margo Trappenburg gang ja, IVF na de overgang nee, want daar is geen therapeutisch doel mee gediend. Of neem de vraag of het, gesteld dat dit mogelijk zou zijn, ooit verantwoord kan zijn om veranderingen aan te brengen in het genetisch patroon van het nageslacht. Aanhangers van het derde redeneerpatroon zullen zeggen: ja, dat is toelaatbaar voor zover het gaat om een genetische ingreep ter voorkoming van een ernstige ziekte of handicap. Gaat het om eugenetisch ingrijpen (dat tot doel heeft het kind extra mooi, extra handig of extra intelligent te doen zijn), dan mag het niet. Gaat het om eugenetisch ingrijpen (dat tot doel heeft het kind extra mooi, extra handig of extra intelligent te doen zijn), dan mag het niet. Cultuurkritiek Het vierde redeneerpatroon is cultuur-sociologisch of cultuur-filosofisch van aard. Men wijst op de mogelijke grootschalige gevolgen van medisch-ethische kwesties of men beschouwt die kwesties als symptomen van een veel dieper liggend probleem. Zo wordt bijvoorbeeld de vraag om post-menopauzaal moederschap uitgelegd als een symptoom van een breed cultureel fenomeen: wij kunnen in onze cultuur niet langer omgaan met grenzen. 'Voor een aantal dingen in het leven is er een bepaalde tijd. (...) Er is een tijd om kinderen te krijgen en er is een tijd om dat, gelukkig of helaas, niet meer te kunnen. (...) De vraag is dan natuurlijk wel wat mensen beweegt om zo uitdrukkelijk uit de fase te willen lopen. Wat dat betreft komt de gedachtenvorming over IVF bij oudere vrouwen bepaald niet uit de lucht vallen. Het heeft alles te maken met het toenemende onvermogen om met grenzen en eindigheid om te gaan. Hoe meer de droom van de eeuwige jeugd en van onbegrensde mogelijkheden wordt aangejaagd door de reclame, des te moeilijker zal het worden om zich te schikken in de beperkingen die aan het leven nu eenmaal eigen zijn.' 9 Technieken als de reageerbuisbevruchting, prenatale diagnostiek, maar ook anticonceptie zouden getuigen van een maakbaarheidsideaal: kinderen krijgen wanneer u ze wenst en net hoe u ze hebben wilt. 10 Een oplossing van het schijnbare probleem (bijvoorbeeld een antwoord op de vraag of er een lijst moet komen met aandoeningen waarvoor prenatale diagnostiek wel en niet geïndiceerd is, of een lijst van aandoeningen waarvoor men een ongeboren kind wel of niet mag laten aborteren) doet niets af aan het echte probleem, dat immers veel dieper ligt, ergens aan de wortel van de moderne maatschappij. Oplossingsstrategieën Regulering De vier redeneerpatronen leiden tot verschillende soorten normering of regulering met elk hun eigen voor- en nadelen. Het juridische redeneerpatroon leidt vaak tot een herwaardering van bestaande regelgeving. Wetten die niet zijn gemaakt met een ultra-modern medischethisch dilemma in het achterhoofd blijken toch in staat om dat dilemma bevredigend op te lossen, zoal niet direct, dan toch zeker na toepassing van inventieve methoden van wetsinterpretatie (toepassing naar analogie bijvoorbeeld). De voordelen van deze manier van reguleren zijn evident: het gevoel dat de technologie voortschrijdt in een ongereguleerd moreel vacuüm wordt minder sterk; men hoeft zich niet het hoofd te breken over heel nieuwe regelgeving en men kan ten volle profiteren van het gezag van het bestaande rechtssysteem. Nadelen zijn er ook. Naarmate de regulering met behulp van bestaand recht meer creativiteit en inventiviteit vereist, is zij gemakkelijker onderuit te halen. De boven aangeduide positief-rechtelijke oplossing voor de problematiek van de embryo-experimenten is bijvoorbeeld finaal weggeschreven door ethicusjurist Wibren van der Burg in een artikel met de veelzeggende titel De juridische status van het embryo: een op drift geraakte fictie. n Keuzevrijheid Aanhangers van de liberaal-filosofische redeneerwijze komen doorgaans uit op het standpunt dat regulering van bepaalde medisch-ethische kwesties niet nodig of zelfs onwenselijk zou zijn. Doorgaans betoogt men dat autonome volwassen mensen zelf (moeten) kunnen beslissen over de morele vragen die zich opdringen. Dus: vrouwen kunnen het beste zelf (of in samenspraak met hun partner) beslissen of zij hun ongeboren kind onderwerpen aan prenataal onderzoek en zij kunnen het beste zelf beslissen of zij bij een negatieve uitslag hun zwangerschap willen afbreken. Wel of geen reageerbuisbevruchting en wanneer en hoe vaak is een keuze die primair zou moeten worden gemaakt door de betrokken vrouw en wel of geen medische levensbeëindiging (stoppen met een behandeling of actieve euthanasie) is evenzo een zaak voor de betrokken patiënt. De problemen in dit model schuilen enerzijds in die vragen die gaan over wilsonbekwame personen (zwaar gehandicapte pasgeborenen, zwakzinnigen), anderzijds in de financiële kant van de zaak. Als de vrouw zelf degene is die beslist over abortus, IVF, eiceldonatie of prenatale diagnostiek, wie is dan degene die voor al deze zaken betaalt? Met name waar de autonome persoon of patiënt ziekenfondsverzekerd is, kan toch met enig recht worden volgehouden dat de maatschappij of de politiek iets te zeggen zou moeten hebben over de omvang van het aangeboden verstrekkingenpakket. Het aanbieden van voorzieningen buiten dat pakket om betekent niet dat zij beschikbaar zijn voor wie daarvoor kiest, maar dat zij een privilege worden dat men zich moet kunnen permitteren. 9. HJ. Veltkamp, Een onbehagen dat niet verdwijnt, Trouw, 11 mei 1996, p H.A.M.J. ten Have, De achterliggende vragen, in: André Kalden & Peter Beker (red.), Het perfecte kind. Kunstmatige voortplanting in Nederland, Stubeg, Hoogezand 1993, p W. van der Burg, De juridische status van het embryo: een op drift geraakte fictie, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, jrg. 18, nr. 7, 1994, p NEMESIS

9 I Liever geen meisje? Margo Trappenburg Zelfregulering Redeneren volgens het derde patroon leidt veelal tot een oplossing die heil verwacht van zelfregulering en beroepsethiek, al dan niet gecombineerd met aanvullende regelgeving. Men wijst erop dat artsen zich niet zullen laten verleiden tot het aborteren van ongeboren kinderen om niet-pathologische redenen (verkeerde huidskleur, aanleg voor kaalhoofdigheid) en dat zij zich niet zullen wagen aan post-menopauzale IVF voor vrouwen van middelbare leeftijd; de gemiddelde arts neemt zijn vak serieus en houdt zich niet bezig met dergelijke flauwekul. En mocht een enkele niet-gemiddelde arts daar anders over denken, dan zal deze daarvoor tuchtrechtelijk op de vingers worden getikt. Ook aan deze strategie kleven nadelen. Regelmatig wordt erop gewezen dat de gezondheidszorg geen duidelijk afgebakend veld is: er bestaan tal van geaccepteerde medische oplossingen voor niet-medische problemen. Denk aan plastische chirurgie om kosmetische redenen, sterilisatie, kunstmatige inseminatie voor lesbische paren en alleenstaande vrouwen. 12 Als al deze uitzonderingen op de 'medische logica' of op de 'grenzen van de medische sfeer' worden toegestaan, waarom zou men bij nieuwe medisch-ethische dilemma's dan opeens krampachtig vast willen houden aan diezelfde grenzen? Wat de eerste drie manieren van redeneren en reguleren gemeen hebben, is dat zij zich lenen voor uitvoerige, scherpe en gedetailleerde debatten. Het positieve recht leent zich voor langdurige discussies over de juiste interpretatie daarvan, zowel door gezondheidsjuristen als door ethici en moraal-filosofen die er van iets verder af tegenaan kijken. De juiste toepassing van het schade-principe en de leer van de autonome patiënt is bij ieder nieuw medisch-ethisch dilemma voer voor filosofen: wanneer kan een bepaald effect als schade worden aangemerkt? Zijn patiënten wel autonoom? Is datgene wat er uitziet als een bewuste keuze van een wilsbekwaam individu niet in feite de door de technologie gedicteerde keuze van een hulpeloze patiënt? 13 De beroepsethiek van medici is onderwerp van beraad in medische kring. De derde manier van redeneren leent zich bovendien voor maatschappelijke discussies over de vraag of het wenselijk is bepaalde verschijnselen te 'medicaliseren'. Als prenatale diagnostiek alleen is toegestaan voor afwijkingen die door artsen als voldoende ernstig worden aangemerkt, is dat dan een wenselijke check op de toepassing van deze techniek of is het een verdergaande medicalisering van de zwangerschap en een ongewenste machtsuitbreiding van de medische stand? De echte kwesties in de samenleving Anders ligt dat met het vierde redeneerpatroon. Beschouwingen daarop gebaseerd kunnen uitmonden in allerlei pleidooien voor bewustwording, cultuurverandering of herbezinning op normen die in het verleden werden gehanteerd. Neem bijvoorbeeld een verhaal waarin wordt betoogd dat de wereld waarin wij leven heel anders is dan de wereld van vroeger. Allerlei zaken die vroeger vanzelfsprekend waren zijn nu vragen waarover men zelf een beslissing moet nemen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat je gaat trouwen, dat je kinderen krijgt, dat je zelf voor die kinderen zorgt en je baan daarvoor opgeeft. Over al die dingen moet tegenwoordig worden nagedacht. In een mooie omschrijving van Anthony Giddens: 'The self becomes a reflexive project and, increasingly, the body also. Individuals cannot rest content with an identity that is simply handed down, inherited or built on a traditional status. A person's identity has in large part to be discovered, constructed, actively sustained. Like the self, the body is no longer accepted as 'fate', as the physical baggage that comes along with the self. We have more and more to decide not just who to be, and how to act, but how to look at the outside world.' 14 Analyses in het vierde redeneerpatroon zijn vrijwel altijd juist, of 'in de kern juist maar wel erg negatief getoonzet' dan wel 'ietwat overtrokken'. Als de vrouw zelf degene is die beslist over abortus, IVF, eiceldonatie of prenatale diagnostiek, wie is dan degene die voor al deze zaken betaalt? De link tussen de analyse en enigerlei gepresenteerde remedie kan echter allerlei vormen aannemen. Een voorbeeld. Analyse: Waar men vroeger automatisch leefde met grenzen (de biologische grens van de menopauze, de grens van het levenseinde dat niet door allerlei medische kunstgrepen kon worden uitgesteld, morele grenzen gesteld door het religieuze leergezag of door de Bijbel) daar leven wij nu in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Akkoord. Het lijkt mij een wat erg zonnige analyse van het leven in het hier en nu (zelf loop ik toch heel regelmatig tegen grenzen aan), maar vooruit, er zit toch duidelijk iets in. Wat doen we eraan? Weer leren luisteren naar de natuur en biologische gegevenheden accepteren als evenzovele slagen van het noodlot? Dat kan een oplossing zijn. Een x aantal medische technieken verbieden zodat het scala der keuzemogelijkheden althans een beetje wordt ingeperkt? Dat is misschien ook een remedie. In een recent interview pleit Heleen Dupuis voor een diepgravende bezinning op 'de echte kwesties in de samenleving'. De gevallen waar zij zich normaal gesproken over uit moet spreken (zij noemt het voorbeeld van een zwaar gehandicapte pasgeborene wier arts besluit te stoppen met behandelen) zijn niet de vragen waar het echt om draait: 'Laten we liever naar de echte morele kwesties in de samenleving kijken en ons niet blind- 12. Vgl. bijvoorbeeld Guido de Weit, De grenzen van het moederschap, Trouw, 4 juni Vgl. Dorien Pessers, Recht op een gezond kind, de Volkskrant, 20 augustus 1996, p. 9: 'De medische ethiek van de patintensoevereiniteit is niets anders dan een gemakzuchtige analogie met de consumentensoevereiniteit. Beide leerstukken doen in valsheid niet voor elkaar onder. Ze leveren een pseudo-vrijheid op. Van mensen wordt verwacht dat zij een positie innemen in een professioneel en commercieel veld dat zij niet overzien en waarin zij de gevolgen van hun eigen handelen niet zelf kunnen bepalen.' 14. Anthony Giddens, Beyond heft and Right. The Future ofradical Politics, Polity Press, Oxford 1994, p nr

10 I Liever geen meisje? Margo Trappenburg staren op dit soort mini-issues. (...) Een generalistische visie op het hele gebeuren in de samenleving, die alle factoren goed kan meenemen, is niet eenvoudig. De feitenkennis die je nodig hebt om überhaupt een oordeel te kunnen vormen over wat er aan de hand is, over een bepaald stuk van onze samenleving is al zo gigantisch. Maar juist daarom moet iedereen zich leren afvragen: Wat willen we nou echt met onze maatschappij? Wat vinden we nou belangrijk? Het is belangrijk om daarover common-sense ideeën te ontwikkelen en in debat te gaan. Ook op dat gebied moet iedereen know-how ontwikkelen en methodes daarvoor kun je leren.' 15 Ik ben minder optimistisch dan Dupuis over ons vermogen om methodes te leren om alomvattende problemen te lijf te gaan. Het is moeilijk om systematisch te redeneren op basis van de cultuursociologische analyses van het vierde redeneerpatroon en oplossingen te verzinnen voor zeer diep liggende problemen. Het vierde redeneerpatroon kan uitlopen op: - betrekkelijk willekeurige ad hoc maatregelen (laten we in ieder geval maar iets verbieden; het geeft niet eens zoveel wat, om een daad te stellen); - blauwdrukken ter grootscheepse hervorming van de samenleving die sinds lange tijd terecht in een kwade reuk staan; - enigerlei utilitaristische filosofie met alle nadelen vandien (hoe weeg je de nadelen van een 'consumptiemaatschappij' of een 'maakbaarheidsideologie' af tegen het individuele leed van personen?); - gratuite oproepen tot mentaliteitsverandering. Voor of tegen een vrije geslachtskeuze Terug naar het debat over vrije geslachtskeuze en de Genderkliniek. Het Rathenau Instituut, een soort adviesorgaan van het Nederlandse parlement 16 liet onderzoeken wat gewone burgers vinden van deze nieuwe mogelijkheden. Men legde een willekeurige verzameling burgers een schriftelijke enquête voor en liet daarnaast door leden van verschillende bevolkingsgroepen (Surinamers/Antillianen, Turken, Marokkanen en Nederlanders) kringgesprekken voeren over deze materie. Met name uit de verslagen van deze kringgesprekken kan worden afgeleid welke argumenten door gewone burgers worden gebruikt bij de beoordeling van dit soort nieuwe technologie. 17 Het brede publieke debat is gevoerd door de Gezondheidsraad (het rapport van de Raad over deze materie verscheen in de periode waarin de Genderkliniek nieuws van de dag was) en door de schrijvers van ingezonden stukken op de opiniepagina's van kranten. 18 In de discussie kunnen sporen van alle vier de redeneerpatronen worden teruggevonden. Non-discriminatiebeginsel Het juridische patroon wordt relatief weinig benut. In het rapport van de Gezondheidsraad wordt de vraag gesteld of vrouwen die zwanger zijn van een kind dat niet het geprefereerde geslacht heeft het recht hebben het kind te laten aborteren. Constitueert dit een noodsituatie in de zin van de Wet afbreking zwangerschap? De Raad constateert dat dit wellicht een enkele keer het geval zal zijn; denk aan allochtone vrouwen die geconfronteerd zullen worden met sociale uitstoting als zij niet in staat zijn een zoon te baren. 19 Een ander juridisch argument kan worden aangetroffen in een hoofdredactioneel commentaar in Trouw, dat overigens een treffende combinatie vormt van verschillende redeneerpatronen tegelijk. De auteur probeert houvast te zoeken bij het non-discriminatie-beginsel: 'het voert te ver wanneer de 'autonome' mens de natuur van de natuur gaat aantasten, daarmee vooralsnog onoverzienbare problemen over zich afroept en dat alles vanwege een toevallige voorkeur voor een jongen of meisje, terwijl artikel 1 van de Grondwet juist een gelijke behandeling van de sexen voorschrijft.' 20 In de door het Rathenau Instituut opgetekende gesprekken tussen gewone burgers spelen juridische redeneringen geen rol van betekenis. Liberale argumenten Anders ligt dat met het liberaal-filosofische redeneerpatroon. In de gespreksprotocollen van de Nederlandse groep ondervraagden vinden we duidelijk het liberale onderscheid terug tussen enerzijds het eigen morele oordeel en anderzijds de vraag of de overheid deze technologie aan banden zou moeten leggen. 'Ik ben er tegen. Ik zie na negen maanden wel wat ik krijg. Maar als mensen kunnen kiezen, waarom zou je ze niet die keuze geven. Ik ben niet voor restricties tegen deze kliniek.' 'Je hebt niet het recht de mensen deze keuze te verbieden. Ik zelf vind het niet moreel verantwoord, maar dat bepaal ik niet!' 21 'Ik ben tegen. Mensen kunnen het niet aan als de keuze niet uitkomt. Aan de andere kant wil ik niets verbieden. Mensen moeten maar 15. Maartje den Breejen en Rene Gude, Denkfout. Heleen Dupuis over het nut van filosofie-onderwijs, Filosofie Magazine, jrg. 5 nr. 7, sept. 1996, p , p Het Rathenau Instituut omschrijft zijn eigen status als volgt: 'Het Rathenau Instituut (voorheen NOTA, Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek) is een onafhankelijke organisatie die tot taak heeft maatschappelijke en politieke oordeelsvorming te ondersteunen rond vraagstukken die te maken hebben met wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Het Rathenau Instituut richt zich met de resultaten van zijn projecten tot het Nederlandse parlement.' 17. Geslachtskeuze om niet-medische redenen. De mening van de Nederlandse bevolking, onderzoek in opdracht van het Rathenau Instituut, uitgevoerd door Veldkamp Marktonderzoek, februari In het vervolg van dit artikel wordt vooral gerefereerd aan het protocol van het kringgesprek van de Nederlandse groep, die immers (veel meer dan de andere groepen) representatief mag worden geacht voor de publieke discussie in de Nederlandse samenleving. Uit de gesprekken van de allochtone groepen blijkt grofweg het volgende: met name in Turkse en Marokkaanse (veel meer dan in Surinaams- Antilliaanse) kringen bestaat, zeker bij de oudere generaties, nog steeds een nadrukkelijke voorkeur voor zoons. Men staat echter zeker niet onverdeeld positief tegenover de techniek van bewuste geslachtskeuze. Het gebruik daarvan wordt gezien als indruisend tegen de wil van Allah en/of de imam en als iets waar je met vrienden en kennissen zeker niet hardop over zou durven praten. In de Turkse groep is men van oordeel dat er in Turkije heel duidelijk een markt zou zijn voor een instituut als de Genderkliniek. 18. Mijn krantenarchiefje over de Genderkliniek is helaas beperkt tot Trouw, de Volkskrant en NRC-Handelsblad. 19. Gezondheidsraad: Beraadsgroep Gezondheidsethiek en Gezondheidsrecht, Geslachtskeuze om niet-medische redenen, Den Haag, Gezondheidsraad, 1995 (publikatie nr. 1995/11), p NN, De kinder-loterij, Trouw, 17 juni 1995, p Rathenau Instituut, a.w., p NEMESIS

11 I Liever geen meisje? Margo Trappenburg doen wat ze willen.' 22 Ook in de kranten en in het rapport van de Gezondheidsraad komt het liberale redeneerpatroon naar voren. Er wordt geïnventariseerd of toepassing van geslachtskeuze schadelijk is en zo ja voor wie dan. Voor het toekomstige kind? Voor vrouwen in het algemeen? 23 Rita Kohnstamm ziet niet in waarom mensen niet zouden mogen krijgen wat hun liefste wens is als zij daar verder niemand schade mee berokkenen: 'Maar doe je er inderdaad geen kwaad mee? Ik kan niets specifieks bedenken. Sommige mensen zeggen dat je hiermee in de hand werkt, dat een kind door zijn ouders niet onvoorwaardelijk wordt gewaardeerd, maar alleen omdat het precies is wat zij wensen. (...) Het lijkt me vergezocht en een onderschatting van de natuur, die zulke onverwachte dingen doet met mannen en vrouwen die ouders worden.' 24 Een speciale variant op de vraag of er bij toepassing van bewuste geslachtskeuze sprake is van schade, is de vraag of er kan worden gesproken van sexisme. Ook hierover zijn de meningen verdeeld. Desgevraagd verklaart 67 procent van de ondervraagden die de schriftelijke vragenlijst van het Rathenau Instituut kregen voorgelegd het (geheel of gedeeltelijk) eens te zijn met de stelling dat bewuste geslachtskeuze ontoelaatbaar is, omdat het hebben van een voorkeur voor een zoon of een dochter getuigt van discriminatie. 25 De Gezondheidsraad maakt in haar rapport een zinnig onderscheid tussen geslachtsvoorkeuren die wel en die niet zijn ingegeven door sexistische motieven. Bij de eerste categorie moet men denken aan overwegingen als: wij willen een zoon want hij moet het bedrijf overnemen of: wij willen een dochter want iemand moet ons verzorgen als wij oud en ziek zijn. Bij de tweede categorie horen overwegingen als: wij geven de voorkeur aan een gemengd gezin, zodat onze kinderen met broertjes en zusjes leren omgaan of: ik wil een dochter omdat ik mijzelf als alleenstaande moeder niet goed in staat acht een zoon op te voeden. 26 Andere argumenten Het redeneerpatroon van de arbeidsdeling op normatieve gronden treffen we ook aan zowel bij de Gezondheidsraad, als in de kranten, alsook (zij het in veel mindere mate dan het liberale redeneerpatroon) in de kringgesprekken onder burgers van het Rathenau Instituut. De Gezondheidsraad acht geslachtsselectie (hetzij via zaadselectie zoals in de Genderkliniek, hetzij door middel van selectieve abortus als het kind van het verkeerde geslacht blijkt te zijn) aanvaardbaar ter preventie van een geslachtsgebonden erfelijke ziekte of handicap. Geslacht als zodanig is echter geen ziekte en louter de wens om te weten of men zwanger is van een jongetje dan wel een meisje is dan ook geen aanvaarde indicatie voor prenatale diagnostiek. 27 De respondenten van het Rathenau Instituut verklaarden ongeveer hetzelfde: 'Als het om een ziekte gaat is het prima. Maar niet om uiterlijke kenmerken.' 28 En: 'Ik vind het zinloos. Het is geldverspilling. Ze zouden zich meer 22. Ibid. p Gezondheidsraad, a.w., p Rita Kohnstamm, Een meisje of een jongen?, NRC Handelsblad, 17 juni 1995, p Rathenau Instituut, a.w., p Gezondheidsraad, a.w., p Gezondheidsraad, a.w., p. 34. moeten verdiepen in deze toepassing op medische gronden.' 29 In de krant wordt de mening geciteerd van H. van Gerven, lid van de Socialistische Partij, die van oordeel is dat 'handel en zorg gescheiden moeten blijven: een kind krijg je, dat koopje niet.' 30 Kinderen op bestelling Tenslotte wordt veelvuldig gewezen op de culturele en maatschappelijke veranderingen die ons te wachten staan als een praktijk als de vrije geslachtskeuze vaste voet aan de grond zou krijgen. Veel van de ondervraagden die van het Rathenau Instituut een schriftelijke vragenlijst kregen toegestuurd maakten gebruik van de mogelijkheid zelf nog opmerkingen te maken over de kwesties die aan de orde kwamen in de vragenlijst. Opmerkingen als 'Als deze technieken zo doorgaan, hebben we dan nog mannen en vrouwen nodig om kinderen te verwekken. Griezelige gedachte!', 'Ik vind dat mensen niet moeten gaan knoeien met onnatuurlijke dingen. Mensen zijn tegenwoordig nergens tevreden mee, ze gedragen zich net als kinderen van de moderne opvoeding: alles moet kunnen, als het niet mag, krijg je een grote mond toe' en 'De mens grijpt al te veel in de natuur in. Denk aan het uitsterven van planten- en diersoorten, kappen regenwoud, bioindustrie, enz. Dit moet een halt worden toegeroepen' getuigen van een duidelijke vrees voor de kwalijke invloed van de techniek in het (maatschappelijk) leven. Rita Kohnstamm ziet niet in waarom mensen niet zouden mogen krijgen wat hun liefste wens is als zij daar verder niemand schade mee berokkenen De Gezondheidsraad bespreekt een aantal mogelijke visies op de techniek van de geslachtskeuze, onder andere de visie van diegenen die het menselijk streven om zich los te maken van natuurlijke beperkingen met een kritisch oog bezien. 'Zij zien daarachter het najagen van iets dat uiteindelijk een illusie zal blijken te zijn, namelijk die van de maakbaarheid van het leven en de absolute beheersing van het bestaan. Een illusie, zeggen zij, die ons er van afhoudt onze menselijkheid te vinden in de confrontatie met de kwetsbaarheid en de eindigheid van onze existentie.' 31 Regelmatig valt in de krant de mening te beluisteren dat wij met dit soort technieken op weg zijn naar een maatschappij waarin kinderen op bestelling worden geleverd. SPkamerlid Marijnissen in NRC-Handelsblad: 'Ik gun iedereen zijn vrijheid, maar straks krijgen we een bestellijst met de vraag naar drie kinderen met blauwe ogen en een met bruine ogen. Zo worden vrouwen gereduceerd tot een soort baarmoeder. Ik moet daar niet aan denken.' Rathenau Instituut, a.w., p Ibid. p NN, Voor de 'kinderkieskliniek': wilt u sper-pa of sper-ma?, Trouw, 20 juni 1995, p Gezondheidsraad, a.w., p Arjen Schreuder, Klinische kinderkeuze wekt vooral 'intuïtief onbehagen', NRC-Handelsblad, 20 juni 1996, p nr

12 I Liever geen meisje? Margo Trappenburg Regulering van vrije geslachtskeuze Zoals eerder werd beschreven overweegt minister Borst-Eilers een tweetal manieren om op te treden tegen de praktijk van bewuste geslachtskeuze. Enerzijds is er de toekomstige Wet op de fertilisatietechnieken, anderzijds is er het wetsontwerp Bijzondere medische verrichtingen. In de terminologie van dit artikel kunnen beide wetten worden gekarakteriseerd als illustraties van de paradoxen die zich kunnen voordoen bij type 3-regulering. Zaadselectie om niet-medische redenen verklaren we tot medische handeling en vervolgens bepalen we dat het alleen mag plaatsvinden om medische redenen. Wel of geen medische dienst Een van de belangrijkste vragen over de rechtmatigheid van de Utrechtse Genderkliniek was de kwestie of de kliniek nu wel of niet een medische dienst aanbood. De Utrechtse kliniek meende aanvankelijk zelf van wel; de techniek van zaadselectie was ook (misschien zelfs vooral) bedoeld om echtparen met een genetisch risico op een geslachtsgebonden aandoening een grotere kans op een gezond kind te bezorgen. Daarbij moet worden gedacht aan gevallen als dit: mevrouw A is draagster van de ziekte van Duchenne, hetgeen betekent dat zij vijftig procent kans heeft dat haar zoons door deze ernstige ziekte worden getroffen. Dochters van mevrouw A zijn gezond, zij het dat zij, net als mevrouw A zelf draagster zullen zijn van de ziekte. Voor mensen als mevrouw A biedt het klinisch-genetisch centrum de mogelijkheid van prenatale diagnostiek gevolgd door abortus als de foetus het zieke gen blijkt te hebben, of, indien dat nog niet is vast te stellen, abortus indien de foetus van het mannelijk geslacht blijkt te zijn. Zo'n selectieve abortus (abortus van een gewenst kind) is een zeer belastende ingreep. Mevrouw A zou het wellicht veel prettiger vinden de kans op een meisje al bij de bevruchting sterk te vergroten. Doordat de kliniek deze ondubbelzinnig medische verrichting aanbood viel zij automatisch onder het geneeskundig toezicht en had zij kunnen vallen onder de door minister Borst ingediende Wet op de bijzondere medische verrichtingen. Denkbaar was geweest dat de minister de kliniek zou hebben verboden zaadselectie te praktizeren vanwege de in het wetsontwerp genoemde 'ongewenste ethische, maatschappelijke of juridische aspecten'. Maar daaraan voorafgaand liet zich nog de vraag stellen of de kliniek puur medisch-technisch gezien wel deed wat zij beloofde en dat was niet het geval: de techniek van zaadselectie was veel minder betrouwbaar dan de kliniek voorgaf. Aldus leek de meest logische weg om de kliniek op medisch-technische gronden te sluiten (zoals je een ziekenhuis zou sluiten waar de artsen hun patiënten zouden vertellen dat zij Aids konden genezen met een nieuw wondermiddel). In een brief aan de Tweede Kamer (d.d. 16 juni 1995) verklaarde de minister het volgende: 'Het door het behandelcentrum in Utrecht genoemde slagingspercentage van circa 80% komt (...) niet overeen met de door de Gezondheidsraad aangehaalde literatuur. Het werkelijke 'slagingspercentage' ligt vermoedelijk veel lager. Het aanbieden van deze techniek aan echtparen met een ernstige geslachtsgebonden ziekte in de familie is dan ook volstrekt onaanvaardbaar. (...) Ik heb de Inspectie voor de Gezondheidszorg verzocht zich op de hoogte te stellen van de situatie in het behandelcentrum te Utrecht en mij over zijn bevindingen te rapporteren. De inspecteur heeft een eerste bezoek gebracht aan het behandelcentrum (...) Er blijkt thans niet het personeel noch de apparatuur om de behandeling te kunnen verrichten. (...) Uit het bovenstaande zal het u duidelijk zijn dat het mijn wens is om deze praktijk te voorkomen.' 33 In een latere brief (12 september 1995) wijst de minister erop dat de artsen in de Genderkliniek zouden kunnen worden aangepakt via het medisch tuchtrecht en via het burgerlijk recht (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst). De verrichtingen in de kliniek vallen voorts onder het regime van de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg (de Wet BIG, die overigens nog niet in werking is getreden) en onder de Wet Ziekenhuisvoorzieningen (artikel 18), hetgeen betekent dat zij onderworpen zijn aan een vergunningsvereiste. Geconfronteerd met al deze obstakels op haar weg kiest de kliniek eieren voor haar geld. Men ziet af van zaadselectie om medische redenen. De techniek zal alleen nog worden aangeboden aan ouders met een kinderwens specifiek gericht op een nakomeling van een bepaalde sexe. Daarmee vervalt het motief om de kliniek vergunningplichtig te maken op grond van hetzij de Wet ziekenhuisvoorzieningen, hetzij de Wet bijzondere medische verrichtingen. Ook voor een algeheel verbod via een algemene maatregel van bestuur op basis van die laatste wet bestaat geen ruimte meer. Nodeloze medicalisering We stuiten hier op een vreemde kronkel in het redeneerpatroon van de arbeidsdeling op normatieve gronden. Een van de kerngedachten van dat model is altijd dat men zich zou moeten vasthouden aan de klassieke grenzen van de medische sfeer. Medici zijn er voor medische behoeften, zij zijn er niet voor alles wat u verder nog zou willen in het leven. Er mag eens een uitzondering gemaakt worden (kosmetische chirurgie, sterilisatie), maar het principe moet duidelijk zijn: het dagelijks leven mag niet te zeer worden gemedicaliseerd. Vasthouden aan dat op zich zo redelijke principe heeft evenwel zijn prijs: als we het dagelijks leven (dat deel van het dagelijks leven waarin de Genderkliniek haar werk verricht) niet medicaliseren, hoe moeten we het dan nog normeren? Een gelukkig toeval wil dat het verrichten van handelingen met eicellen en zaadcellen, gericht op het totstandbrengen van een kunstmatige zwangerschap, krachtens de Wet BIG is voorbehouden aan artsen en dat artsen op hun beurt vallen onder het medisch tuchtrecht, zodat de Gender- 33. TK , nr. 1, Brief van de minister van VWS, 16 juni 1995, Geslachtskeuze. 174 NEMESIS

13 I Liever geen meisje? Margo Trappenburg kliniek toch niet volledig haar eigen koers kan varen. Zouden wij echter vast willen houden aan het uitgangspunt dat nodeloze medicalisering moet worden vermeden, dan valt toch veel te zeggen voor de gedachte dat knutselen met geslachtscellen zonder medische aanleiding niet a priori als medische aangelegenheid kan worden beschouwd. Naar mijn idee ondergraaf je het centrale idee van de type 3 normering als je een aantal evident niet-medische handelingen eerst medicaliseert om vervolgens vast te stellen dat deze handelingen alleen op medische indicatie mogen worden verricht. (Zaadselectie om niet-medische redenen verklaren we tot medische handeling en vervolgens bepalen we dat het alleen mag plaatsvinden om medische redenen.) De kans bestaat dat deze strategie ook wordt gevolgd in de toekomstige Wet op de fertilisatietechnieken, die zich zal uitstrekken over in vitro fertilisatie, pre-implantatie diagnostiek, het bewaren van afstammingsgegevens van donoren van geslachtscellen, het bewaren en gebruiken van embryo's enzovoort. 34 Een aantal van deze technieken lijkt een medisch karakter te hebben. Bij andere is dat veel minder of zelfs helemaal niet het geval (draagmoederschap). Zou men al deze handelingen willen voorbehouden aan artsen (draagmoederschap mag alleen onder medisch toezicht) om vervolgens vast te leggen dat een en ander alleen om medische redenen mag plaatsgrijpen (draagmoederschap mag alleen als de wensmoeder medisch gezien niet in staat is kinderen te baren; het mag niet als de werkende vrouw alleen maar geen tijd heeft om zwanger te zijn), dan lijkt dat een nogal verwrongen constructie. Tenslotte Het zou een goede zaak zijn om bij het verdere redeneren op basis van het idee van de arbeidsdeling op normatieve gronden explicieter na te denken over de normering van die terreinen des levens die nietmedisch zijn en het ook liever niet moeten worden. De medische sfeer is niet het enige terrein waarop wij sturende noties bezitten. Handelingen die worden verricht op andere gebieden vinden niet plaats in een ongenormeerde ruimte, die zijn in veel gevallen onderworpen aan impliciete normen, die net zo paal en perk-stellend zouden kunnen werken als de medische indicatie. Het expliciteren van gedeelde normen op andere maatschappelijke terreinen dan het medische, zou ons bovendien in staat stellen via een omweg iets meer te doen met de vaak verstandige, maar weinig sturende noties die een rol spelen in het vierde redeneerpatroon. De 'grootscheepse' gedachte dat wij langzaamaan lijken te leven in een consumptiemaatschappij waarin we zelfs ten aanzien van het eigen nageslacht wensenlijstjes op tafel mogen leggen, mits we bereid zijn te betalen en dat we weer terug zouden moeten naar een maatschappij waarin berusting, acceptatie en respect voor de grenzen van de natuur een belangrijke rol spelen zou kunnen worden omgebogen naar de volgende vraag: Wat zijn in onze samenleving belangrijke normen ten aanzien van het gezin, in het bijzonder de relatie tussen ouders en kinderen? Komen deze normen op de tocht te staan door allerlei varianten van kunstmatige voortplanting? De vraag hoe wij denken over ouders en kinderen is gemakkelijker te beantwoorden dan de hierboven geciteerde vraag van Dupuis 'wat we nu eigenlijk willen met onze maatschappij'. Het is natuurlijk niet zo dat Nederlandse burgers het op voorhand allemaal met elkaar eens zijn waar het gaat om family values, maar het betreft hier een onderwerp waar we gericht over kunnen spreken. We zouden bijvoorbeeld kunnen beginnen met een aantal ijkpunten: reproductieve vrijheid van aspirant-ouders: in beginsel mag men een gezin vormen als men dat wil en met wie men dat wil. We zouden daaraan toe kunnen voegen dat men ook enige zeggenschap heeft in de manier waarop men ouders wil of denkt te kunnen worden: sommige mensen achten zich niet in staat een zwaar gehandicapt kind groot te brengen en waar dat risico in redelijkheid kan worden voorkomen lijkt daar weinig op tegen. Andere ouders willen hun kind onvoorwaardelijk accepteren, ongeacht handicaps en deze keuze moet niet alleen worden gerespecteerd, maar ook financieel altijd mogelijk zijn. Commerciële noties horen niet thuis in de sfeer van het gezin: kinderen zijn niet te koop of te huur, er wordt geen garantiebewijs bij geleverd. Het gezin moet voor kinderen een veilige plek zijn om groot te worden. Tegen de achtergrond van een algemene discussie over deze ijkpunten zouden we kunnen proberen een oordeel te vormen over de nieuwe vormen van voortplanting die de minister wil reguleren in de Wet op de fertilisatietechnieken. Mij lijkt dat logischer dan alles onderwerpen aan een medisch regime en vervolgens alleen toestaan op medische indicatie en gemakkelijker, praktischer en overzichtelijker dan een en ander plaatsen tegen de achtergrond van een brede discussie over de schaduwzijden van de moderne cultuur. 34. TK ,24238, nr. 3, Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 20 oktober 1995, Geslachtskeuze, p nr

14 IArtikel Renée Kool Universitair docent bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam Baegen, Doorson, Finkensieper, een stand van zaken Het EVRM en de slachtoffer-getuige Conflicterende grondrechten Tussen overheid, verdachte en slachtoffer is sprake van een driehoeksverhouding waaruit voor slachtoffer en verdachte aanspraken voortvloeien op rechtsbescherming. Toegepast op de problematiek van sexueel geweld lijken mogelijke conflicten over rechtsbescherming met name besloten te liggen in het strafrechtelijk bewijsrecht. De DNA-wetgeving en de Wet getuigenbescherming versterken de positie van het slachtoffer. Ook binnen de strafrechtspraak vindt een meer principiële erkenning plaats van de belangen van het slachtoffer. Het recht van de verdachte op een eerlijke procesvoering wordt afgewogen tegen het recht van de slachtoffer-getuige op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Maar aanspraken op rechtsbescherming van het slachtoffer zijn slechts mogelijk met inachtneming van het rechtsstatelijk karakter van het strafrecht. De emancipatie van de burger heeft verstrekkende gevolgen gehad voor de verhouding tussen overheid en burger. Meer in het bijzonder hebben deze maatschappelijke ontwikkelingen diepgaande invloed gehad op de strafrechtspleging. De inzet daarvan in naam van de rechtsgemeenschap is niet langer een vanzelfsprekende zaak, maar dient te worden gelegitimeerd. 1 Hoewel rechtsbescherming een in aanleg meervoudig rechtsconcept betreft, is de uitwerking daarvan lang beperkt gebleven tot de verticale relatie tussen overheid en verdachte. 2 De idee dat ook het slachtoffer van delicten zelfstandige aanspraken heeft op rechtsbescherming is lange tijd niet onderkend. In de jaren '70-'80 worden wel aanzetten gegeven, maar de onderschikking van de belangen van het slachtoffer wordt daarin niet geproblematiseerd in termen van grondrechten. Eerder is er sprake van een zoeken naar verbetering van de positie van het slachtoffer binnen het bestaande raamwerk van de strafrechtspleging. 3 Het streven is daarbij primair gelegen in het verruimen van de mogelijkheden tot schadevergoeding en het opstarten van een op dienstverlening gericht slachtofferbeleid. 4 Vanaf het begin van de jaren negentig vindt de gedachte dat rechtsbescherming een meervoudig concept is meer bijval in de rechtswetenschap. 5 Deze wending in het strafrechtelijk denken valt samen met de introductie van het recht als 'verhaalsstructuur', een gedachte die ook binnen de feministische rechtstheorie wordt verwoord. 6 Benadrukt wordt dat slachtoffers van sexueel geweld ruimte moeten krijgen om hun 'verhaal' geldend te maken. 7 De aard van de schending besloten in het zedendelict brengt met zich dat het slachtoffer daarvan een meer dan gemiddeld 'persoonlijk' belang heeft bij de strafrechtelijke afdoening. 8 Dit 1. A.C. 't Hart, Openbaar Ministerie en rechtshandhaving, Arnhem, A.A.G. Peters, Het rechtskarakter van het strafrecht, Deventer, S.A.M. Stolwijk, Het slachtoffer uit het strafproces, DD 1977, nr. 9; J.J.M, van Dijk, De positie van het slachtoffer in het strafproces; achtergronden en perspectieven, Justitiële Verkenningen, 1982, nr M.S. Groenhuijsen, Schadevergoeding voor slachtoffers van delicten in het strafgeding, Nijmegen, 1985; J.J.M, van Dijk, Victims rights: a right to better services or ar right to active participation, in: Criminal law in action, J.J.M, van Dijk (red.), Antwerpen/Arnhem, 1991, pag T.M. Schalken, De positie van het slachtoffer in het systeem van strafprocesrechtelijke rechtsbetrekkingen, AA, 1989, nr. 4; A.C. 't Hart, Straf, recht en waarden, in: Hoe punitief is Nederland, M. Moerings (red.), Arnhem, 1994a; J. Nayé, De reikwijdte van fundamentele rechten in strafzakenenkele thema's, preadvies Nederlandse Juristen Vereniging, Zwolle, A.C. 't Hart, Strafrecht: de macht van een verhaalsstructuur, in: Bij deze stand van zaken, E. André de la Porte (red.), Arnhem, 1983; C. Smart, Thepenetration ofwomen's bodies, Theproblem of law and medical technology, Nemesis, 1990, nr. 3; J. Goldschmidt, We need different stories, Zwolle, K. Bumiller, Gevallen engelen. Geweld tegen vrouwen en het juridische verhaal, Nemesis, 1991, nr N. Christie, Conflicts as property, British Journal of Criminology, 1977, nr. 1; J.P. Balkema/G.J.M. Corstens, Het sanctiearsenaal, in: Honderd jaar Wetboek van Strafrecht, J.P. Balkema (red.), Arnhem, 1986, pag ; 't Hart, 1994a, t.a.p. 176 NEMESIS

15 I Het EVRM en de slachtoffer-getuige Renée Kool noodzaakt tot een ruimere erkenning van het slachtoffer als belanghebbende dan ligt besloten in de bestaande regelgeving. Het juridisch uitgangspunt ligt daarbij in de idee dat het slachtoffer aan diens rechtsburgerschap zelfstandig aanspraken kan ontlenen op rechtsbescherming. In deze optiek doet de traditionele idee dat de belangen van het slachtoffer van sexueel geweld zijn verdisconteerd in de strafrechtelijke afdoening van de feiten, onvoldoende recht aan het in beginsel autonome karakter van de grondrechten. Aangenomen wordt dat er tussen overheid, verdachte en slachtoffer sprake is van een driehoeksverhouding, waaruit voor slachtoffer en verdachte aanspraken voortvloeien op rechtsbescherming. Omdat deze aanspraken in beginsel van gelijk niveau zijn kan het voorkomen dat de overheid zich geconfronteerd ziet met gelijktijdige, conflicterende aanspraken op rechtsbescherming door slachtoffer en verdachte. De overheid is dan gehouden daartussen een afweging te maken. Toegepast op de problematiek van het sexueel geweld lijken mogelijke conflicten over rechtsbescherming met name besloten te liggen in het strafrechtelijk bewijsrecht. De verklaring daarvoor is gelegen in de bewijsproblematiek die hier speelt. Het strafrechtelijk bewijsrecht stelt, gelet op de positie van de verdachte, strenge regels aan de materiële waarheidsvinding. Als gevolg van het feit dat sexueel geweld veelal niet direct waarneembaar is voor derden, komt de verklaring van het slachtoffer tegenover de ontkenning van de verdachte te staan, die zich beschermd weet door wettelijke regels. De feitelijke bewijsproblematiek dreigt zo te worden afgewenteld op het slachtoffer. De laatste jaren is de strafwetgever zich wat gevoeliger gaan tonen voor deze ongelijkheid in (bewijs)positie, hetgeen heeft geresulteerd in een aantal concrete wetswijzigingen ten gunste van het slachtoffer van sexueel geweld. Gedoeld wordt op de invoering van de DNA-wetgeving (artikel 195 Sv) en de Wet getuigenbescherming (artikel 226a tot en met 226f Sv). De wetgever heeft hier de belangen van het slachtoffer bij de waarheidsvinding laten prevaleren boven het recht op onschendbaarheid van het lichaam, respectievelijk het recht op rechtstreekse ondervraging van de slachtoffer-getuige door de verdachte. 9 Echter niet alleen de wetgever, maar ook de strafrechter kan worden geconfronteerd met conflicterende aanspraken op rechtsbescherming. Wederom hebben de rechtsvragen veelal betrekking op kwesties van bewijsrecht. En ook hier is een zekere kentering in het denken in de richting van een meer principiële erkenning van de belangen van het slachtoffer. Hier kunnen de zaken Baegen 10, Doorson 11 en Finkensieper 12 worden genoemd. De rechtsvraag is hier of, en zo ja, in hoeverre het recht van de verdediging op directe ondervraging van de slachtoffer-getuige, respectievelijk de getuige door de verdediging mag worden beperkt met een beroep op de belangen van het slachtoffer. Ab- 9. Wet van 8 november 1993, Stb. 1993, 603, in werking getreden op 1 februari EHRM 27 oktober 1995, Series A, nr. 327-B, RN 1996, 628, E. Myer, Slachtoffers van zedendelicten en Straatburgse rechtsbescherming, NJCM, 1996, nr. 3; zie ook onder dezelfde titel: NJB, 1996, nr EHRM 26 maart 1996; E. Myer, De dealer en zijn ongehoorde stract vertaald gaat het om de afweging van het recht van de verdachte op een eerlijke procesvoering (artikel 6 EVRM) tegen het recht van de slachtoffer-getuige op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (met name artikel 8 EVRM). In deze bijdrage worden de drie bovengenoemde zaken besproken. Voorafgaand wordt de oorspronkelijke regeling van het getuigenverhoor in herinnering geroepen en de aanpassingen die daaraan tot nu toe binnen wet en jurisprudentie zijn gegeven. Deze vormen de achtergrond waartegen de uitspraken moeten worden begrepen. Daarna volgt een zaaksgewijze bespreking van de jurisprudentie. Afsluitend wordt bezien hoe deze jurisprudentie, in samenhang met de bovengeschetste ontwikkelingen binnen de strafrechtstheorie, gewaardeerd kunnen worden vanuit vrouw en rechtperspectief. Wettelijke uitgangspunten De oorspronkelijke idee van de strafwetgever was dat de getuige ten overstaan van de verdachte en de rechter op de zitting zou verklaren over feiten en waarnemingen die de getuige zelf had waargenomen of ondervonden. Het uitgangspunt dat een getuige slechts mocht verklaren over hetgeen hijzelf had waargenomen is al in 1925 verlaten, met de aanvaarding van de verklaring-van-horen-zeggen door de Hoge Raad. 13 Met name voor het bewijs van sexueel geweld is de aanvaarding van dit de awdirw-bewijs cruciaal, omdat verklaringen van derden gebaseerd op directe waarneming van de feiten veelal ontbreken. De bewezenverklaring van het sexueel geweld zou dan af kunnen stuiten op artikel 342 lid 3 Sv, omdat de verdachte niet kan worden veroordeeld op de enkele verklaring van de slachtoffer-getuige. Met betrekking tot de inrichting van het getuigenverhoor is het wettelijk uitgangspunt gelegen in het recht op rechtstreekse ondervraging door de verdediging ter terechtzitting. Mogelijke uitzonderingen daarop zijn gelegen in de artikelen 292 en 295 Sv. De eerste bepaling maakt het mogelijk het getuigenverhoor af te nemen buiten aanwezigheid van de verdachte; de raadsman van de verdachte is wel gerechtigd het verhoor bij te wonen. De tweede bepaling gaat uit van de fictie dat de (slachtoffer-)getuige niet in staat zal zijn in een later stadium ter terechtzitting te worden gehoord. Deze getuige wordt dan onder aflegging van de eed of belofte gehoord door de rechter-commissaris. Inmiddels heeft de wens het slachtoffer niet zwaarder te belasten dan noodzakelijk is, gelet op een rechtmatige bewijsgaring, ertoe geleid dat toepassing van artikel 295 Sv regel is geworden in zedenzaken. Een verdergaande uitzondering op het recht op rechtstreekse ondervraging door de verdediging ligt besloten in de artikelen 190 en 284 Sv, waarnaast ook de recent ingevoerde Wet getuigenbescherming kan worklanten, NJCM, 1996, nr ECRM 30 november 1994, nr /92 en ECRM 17 mei 1995, RN 1996, HR 20 december 1926, NJ 1927, p. 85 (De auditu); D. Gare, Oude een nieuwe koeien op een rijtje. Over het dagvaarden dan wel oproepen van getuigen ter zitting en over het getuigenbewijs, Advocatenblad, 1995, 21 juli nr

16 I Het EVRM en de slachtoffer-getuige Renée Kool den genoemd (artikelen 226a tot en met 226f Sv). Op grond van deze bepalingen is het mogelijk de slachtoffer-getuige te horen met inachtneming van beperkte, respectievelijk algehele anonimiteit. In dit laatste geval biedt artikel 226d Sv bovendien de mogelijkheid het verhoor af te nemen buiten aanwezigheid van de officier van justitie en de verdediging. Deze worden in de gelegenheid gesteld (schriftelijk of mondeling) vragen te stellen. Opgemerkt moet worden dat het hier uitzonderingsrecht betreft, dat slechts onder strikte waarborgen is toegestaan. 14 Baegen: bescherming van de anonieme (slachtoffer)getuige in zaken betreffende sexueel geweld Casus X doet op 1 februari 1986 anoniem aangifte van verkrachting tegen Baegen en K. Zij stelt door hen in de auto te zijn verkracht toen zij, na een bezoek aan een nachtclub, door hen zou worden thuisgebracht. Zij voelt zich bedreigd door beide mannen en wenst haar personalia niet bekend te maken, wel wordt haar huisadres genoemd in het procesverbaal. Naast de verklaring van de slachtoffer-getuige verzamelt de politie het volgende bewijsmateriaal: - een anonieme verklaring van de moeder van X, die verklaart over de emotionele toestand waarin haar dochter thuis kwam. Tevens verklaart zij een schoen van haar dochter te hebben gevonden op de plaats van het vermeende misdrijf; - een anonieme verklaring van een derde-getuige (Y), die X samen met Baegen en medeverdachte K heeft zien vertrekken uit een nachtclub. Y heeft Baegen daarbij een opmerking horen maken waaruit een voornemen tot geslachtsgemeenschap bleek; - sperma, dat met behulp van een zedenset veilig is gesteld; - en een verklaring op naam van medeverdachte K, die verklaart dat X met Baegen en hemzelf is meegegaan de bewuste avond en dat in de auto, op vrijwillige basis, geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden. Baegen ontkent de feiten, verklaart alleen de nachtclub te hebben bezocht en weigert het afnemen van een bloedonderzoek. In het kader van het gerechtelijk vooronderzoek hoort de rechter-commissaris X en Y, die hun anonimiteit ten overstaan van hem handhaven. Beide getuigen worden gehoord buiten aanwezigheid van de verdachte en diens raadsman. De verdediging krijgt de gelegenheid vragen te stellen, waarvan slechts gebruik wordt gemaakt ten aanzien Y, maar niet ten aanzien van X. Daarnaast hoort de rechter-commissaris K. Naar aanleiding van de kennisgeving tot verdere vervolging laat de raadsman van Baegen het openbaar ministerie weten voornemens te zijn een procesverbaal in te brengen. Dit procesverbaal zou afkomstig zijn uit een andere strafzaak, waarin X op naam aangifte zou hebben gedaan van verkrachting door een andere man. Het achterliggende doel van de raadsman is X te ontmaskeren als promiscuë vrouw en uit dien hoofde als onbetrouwbare getuige. Het betreffende proces-verbaal wordt kort voor de behandeling in hoger beroep ingestuurd, waarna de raadsman ter zitting vraagt om aanhouding van de zaak teneinde X nader te kunnen laten verhoren door de rechter-commissaris. Het hof wij st het verzoek af en veroordeelt Baegen wegens verkrachting tot twaalf maanden gevangenisstraf. Het beroep in cassatie wordt verworpen. Ten aanzien van het gebruik van de anonieme getuigenverklaringen voor het bewijs merkt de Hoge Raad op (...) dat het niet vermeld zijn van de identiteit van de getuige geen afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van diens verklaringen alsmede zijn kennelijk oordeel dat het niet vermelden van de identiteit - gelet op de omstandigheid dat die getuige het slachtoffer van het bewezenverklaarde - verkrachting - is geweest, niet in de weg staat aan de toelaatbaarheid van het bezigen van die verklaringen voor het bewijs (...). 15 De Hoge Raad kent derhalve betekenis toe aan de aard van de telastegelegde feiten. Het achterliggende doel van de raadsman is X te ontmaskeren als promiscuë vrouw en uit dien hoofde als onbetrouwbare getuige. Baegen dient een klacht in bij de Europese Commissie, waarin hij stelt geen gelegenheid te hebben gehad X rechtstreeks te ondervragen. Bovendien heeft noch de verdediging, noch de rechter ter zitting zich een oordeel kunnen vormen over de betrouwbaarheid van de slachtoffer-getuige. 16 De Europese Commissie verklaart de klacht ontvankelijk (veertien tegen twaalf stemmen). Ten aanzien van het gebruik van de verklaring van de anonieme slachtoffer-getuige overweegt de Europese Commissie dat Baegen bij de politie persoonlijk is geconfronteerd met X in het kader van één op één-herkenning. Daarnaast stelt ze vast dat de redenen voor anonimiteit zijn getoetst en gegrond verklaard door de rechter-commissaris. In vervolg daarop stelt de Commisie dat de belangen van slachtoffers van sexueel geweld betrokken mogen worden in de afweging omtrent de gang van zaken betreffende het getuigenverhoor: 'In the assessment of the question whether or not in such proceedings an accused received a fair trial, account must be taken of the right to respect for the victim's private life. Therefore, the Commission accepts that in criminal proceedings concerning sexual abuse certain measures may be taken for the puipose of protecting the victim, provided that such measures can be reconciled with an adequate and effective exercise of the rights of the defendant.' (overweging 77). 17 De klacht van Baegen strandt vervolgens bij het Euro- 14. A.M. van Hoorn, De wet Getuigenbescherming. Een uitzonderlijke regeling, Rijksuniversiteit Leiden, HR 10 oktober 1989, DD ECRM 27 oktober 1995, Series A, nr. 327-B, overweging 65: '(..) Ms X whose credibility was questionable (...)'. 17. ECRM 20 oktober 1994, Appl. nr /90, rapport. De Europese Commissie herhaalt dit standpunt in de zaken aangespannen door vijf veroordeelden in de Rhedense incest-zaken. Deze klagers worden niet-ontvankelijk verklaard; zie: Myer, NJB, 1996, nr NEMESIS

17 Actualiteitenkatern ACTUALITEITENKATERN november/december 1996, nr. 6 ARBEID Sexuele intimidatie Zwangerschap NAAMRECHT RELATIE VERMOGENSRECHT Alimentatie 6 RELATIEVORMEN Erkenning Omgang Ontkenning Sociaal ouderschap SEXUEEL GEWELD Bewijs Sexuele kindermishandeling SOCIALE ZEKERHEID 19 AAW 21 RWW 22 WW 24 VREEMDELINGEN 27 I N H O U D S O P G A V E RECHTSPRAAK Samenstelling Els van Blokland, Gerdie Ketelaars Nr 611 Ktg Schiedam 2 december 1994, RN-kort Ontbindingsverzoek werknemer afgewezen. Nr 612 Ktg Utrecht 4 september 1995, RN-kort Ontbinding met toekenning van relatief hoge schadevergoeding. Nr 613 Ktg Gouda 7 december 1995, RN-kort Toekenning schadevergoeding aan man ƒ ,-. Nr 614 CRvB 25 januari 1996, RN-kort Ambtenaar sociale dienst mag niet alléén op huisbezoek. Nr 615 Ktg Tilburg 15 april 1996 en 30 mei 1996, RN-kort Therapeute gaat relatie aan met patiënt na einde behandeling. Nr 616 Ktg Heerlen 31 januari 1996 Geen verband tussen ontbinding arbeidsovereenkomst en de zwangerschap. Nr 617 Ktg Leiden 31 juli 1996 Zwangere vrouw en kelnerwerkzaamheden, toekenning schadevergoeding. Nr 618 Besluit staatssecretaris van Justitie 23 september 1996 Drie-jareneis bij naamswijziging minder strikt toegepast. Nr 619 Rb 's-gravenhage 30 januari 1996 Vrouw heeft inspanningsverplichting om inkomsten te verwerven. Nr 620 Hof 's-gravenhage 14 juni 1996 Onderhoudsplicht kind gaat voor hobby. Nr 621 Rb 's-gravenhage 21 juni 1996 Man moet geld reserveren voor kinderalimentatie. Nr 622 HR 8 december 1995, RN-kort Een uitdrukkelijke weigering staat erkenning na dood moeder niet in de weg. Nr 623 Rb Amsterdam 24 januari 1996 Belangenafweging door rechter bij weigering toestemming erkenning. Nr 624 HR 26 januari 1996, RN-kort Nakoming omgangsregeling dmv dwangsom niet toegestaan. Nr 625 Rb Maastricht 19 september 1995 Ontkenning kind door moeder binnen huwelijk. Nr 626 Rb Amsterdam 1 mei 1996, m.nt. Annelies Henstra Toestemming adoptie aan homo-ouders gaat taak rechter te buiten. Nr 627 Report ECRM 17 mei 1995 (Finkensieper) In ernstige zedenzaken mag recht op privéleven slachtoffer prevaleren. Nr 628 EHRM 27 oktober 1995 (Baegen) Anonieme getuige, strafprocedure niet onzorgvuldig. Nr 629 HR 17 oktober 1995 Relatie met zeventienjarig meisje strafbaar. Nr 630 Pres. Rb Leeuwarden 6 maart 1996 Sexueel misbruik stiefvader-stiefzoon, ƒ ,- immateriële schadevergoeding. Nr 631 CRvB 29 mei 1996, m.nt. Malva Driessen Eigen bijdrage-regeling ivm kraamzorg in strijd met ILO-verdrag. Nr 632 CRvB 15 mei 1996 Vervolg op HvJ EG 1 februari 1996 (Posthuma-Van Damme). Nr 633 HvJ EG 8 februari 1996 (Laperre) Vermogenstoets RWW niet in strijd met EG-recht. Nr 634 CRvB 29 april 1996, m.nt. Malva Driessen Uitsluiting huishoudelijk personeel niet in strijd met derde EG-richtlijn. Nr 635 Report ECRM 17 mei 1995 Inmenging in gezinsleven vader en kind door niet-toelating disproportioneel. WETGEVING 28 Bevallingsuitkering voor zelfstandigen, Eveline van der Linden

18 Rechtspraak ARBEID Sexuele intimidatie Nr611(RN-kort) Kantongerecht Schiedam 2 december 1994 Nr Groothandelsgebouwen N. V., gemachtigde mr J.G. Princen, tegen B, wonende te Schiedam, verweerder, gemachtigde mr P.H. van 't Hof. Sexuele intimidatie, ontslag op staande voet, ontbinding arbeidsovereenkomst Art. 7A:1639wBW Verweerder is op staande voet ontslagen omdat hij al gedurende vier jaar zijn vrouwelijke collega's benadert met discriminerende, intimiderende en sexueel beledigende opmerkingen. Laatstelijk heeft verweerder schunnige taal gebruikt tegenover een vrouwelijke collega en hij heeft haar aangeboden haar voor niets zwanger te maken. Hoewel de rechter oordeelt dat niet kan worden toegelaten dat een werknemer een collega op een dusdanige manier bejegent en dat er in principe aanleiding is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, wordt het ontbindingsverzoek afgewezen omdat betrokkene een beperkt vocabulaire heeft, slecht Nederlands spreekt, niet, of in elk geval in in het bijzijn van een tolk is gewaarschuwd, al acht jaar in dienst is en zijn werkzaamheden naar behoren verricht, graag zijn baan wil behou- De integrale teksten en de literatuur zijn opgenomen op de CD-ROM Vrouwen en Recht van het Clara Wichmann Instituut (CWI). Kopieën van integrale teksten zijn tevens tegen vergoeding te bestellen bij het CWI. De redactie stelt toezending van ongepubliceerde uitspraken en opmerkelijke berichten zeer op prijs. Toezending van scripties graag met informatie over de wijze waarop de scriptie besteld kan worden. Adres: Ambonplein PW Amsterdam Telefoon: Fax: den en het voor de werkgeefster niet onmogelijk is hem in dienst te houden. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen. Nr 612 (RN-kort) Kantongerecht Utrecht 4 september 1995 Nr.AE /53529 De besloten vennootschap Bohn Stafleu Van Loghum BV, gevestigd en kantoorhoudende te Houten, verzoekster, gemachtigde JJ. Faber, advocaat, tegen Y, verweerster, gemachtigde J.I. van der Winden, advocaat. Sexuele intimidatie, ontbinding arbeidsovereenkomst Art.7A:1639wBW Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens het disfunctioneren van werkneemster. Werkneemster stelt dat zij zich heeft ziek gemeld omdat haar directeur toenaderingspogingen zocht en zij dit niet meer aankon. Zij zou getracht hebben een onderzoek te laten instellen, maar degenen die zij benaderd had, achtten zich of onbevoegd om een onderzoek in te stellen of reageerden afwijzend op haar verzoek. Doordat aldus een onderzoek uitbleef, heeft werkgeefster volgens werkneemster in strijd gehandeld met de Arbo-wet. De kantonrechter acht het aannemelijk dat er enige sexuele intimidatie heeft plaatsgevonden. Gebleken is immers dat werkneemster in ieder geval met het hoofd personeelszaken en met de onderdirecteur hierover heeft gesproken. Bovendien is de bewuste directeur niet ter zitting verschenen om de beschuldigingen van werkneemster te weerleggen. Het door de werkgeefster gestelde disfunctioneren van werkneemster is niet komen vast te staan. De kantonrechter meent dat er reden is voor ontbinding, gelet op de verstoorde arbeidsverhouding. Daarbij wordt door de kantonrechter een hogere vergoeding voor werkneemster (bijna een half jaarsalaris terwijl ze slechts vijftien maanden in dienst is geweest) billijk geacht omdat niet is uit te sluiten dat het ontbindingsverzoek is ingediend nadat de gemachtigde van de werkneemster de directie een brief had geschreven met het verzoek een onderzoek in te stellen omdat zij door de directeur was lastiggevallen. Nr 613 (RN-kort) Kantongerecht Gouda 7 december 1995 Mr G.H.I.J. Hage De Stichting Zorgcentra voor de Regio Midden-Holland, gevestigd te Gouda, verzoekster, gemachtigde mr C.F. van Delft, tegen X, verweerder, gemachtigde mr M.K. Struwe. Sexuele intimidatie, ontbinding arbeidsovereenkomst Art. 7A:1639w BW, 7A:1638z BW, 7A:1638pBW Werkgeefster vraagt om de arbeidsovereenkomst met het hoofd van de afdeling fysiotherapie te ontbinden omdat hij regelmatig een ergotherapeute sexueel heeft lastiggevallen. Volgens de werknemer heerste op de afdeling een losse sfeer, waarbij het geregeld voorkwam dat men elkaar aanraakte, in de nek beetpakte, een arm om elkaar sloeg en dergelijke. De kantonrechter meent dat nu beide partijen van oordeel zijn dat een vruchtbare samenwerking tussen hen niet meer mogelijk is, het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te worden toegewezen. Vaststaat, volgens de kantonrechter, dat X zich gedurende langere tijd ontoelaatbare vrijheden heeft gepermitteerd tegenover de ergotherapeute, terwijl tevens vaststaat dat zulks door mevrouw niet op prijs werd gesteld. Zij heeft echter onvoldoende laten blijken dat zij dit gedrag onacceptabel vond. Desondanks is het gedrag van X daarmee niet te excuseren. X is vijftien jaar in dienst geweest bij de stichting en heeft overigens uitstekend gefunctioneerd. De kantonrechter is van mening dat werkgeefster onvoldoende heeft geprobeerd de werkrelatie tussen X en de ergotherapeute te herstellen en zij heeft de werknemer niet de kans gegeven zich behoorlijk te verweren. Bovendien heeft de werkgeefster het advies van de arbeidsinspectie om beleid op te stellen ter zake van sexuele intimidatie naast zich neergelegd. Mede daarom is de klacht niet eerder aan het licht gekomen, dus te wijten aan het gedrag van de werkgeefster. Het had voor de hand gelegen dat de NEMESIS

19 I Rechtspraak werkgeefster had volstaan met een ernstige waarschuwing. Met inachtneming van de omstandigheid dat de toekomstperspectieven van de fysiotherapeut somber zijn en hem ook laakbaar gedrag is te verwijten, matigt de rechter de vergoeding tot ƒ ,-. Nr 614 (RN-kort) Centrale Raad van Beroep 25 januari 1996 Nr. 94/463, 473 AW Mrs De Vrey, Bolt, drs Simons K, appellant, en I het College van burgemeester en wethouders van de gemeente A, gedaagde I, II. de raad van de gemeente A, gedaagde II. Sexuele intimidatie, ontslag Een vrouw belde de sociale dienst vanwege een aanvraag om vergoeding voor studiekosten. De vrouw gaf aan dat zij vanwege ziekte niet naar de dienst kon komen en daarom ging de chef diezelfde dag nog op huisbezoek. Tijdens dat bezoek volgde hij de vrouw naar haar slaapkamer, waar zich vervolgens sexuele handelingen afspeelden. De vrouw deed later bij de politie aangifte wegens verkrachting. De chef gaf de sexuele handelingen toe, maar het initiatief zou van de vrouw zijn uitgegaan en een en ander had beslist niet tegen haar wil plaatsgevonden. Toch werd hij ontslagen wegens ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de vrouw al geruime tijd bekend stond als een uiterst labiele persoon. Zij had een eigen - vrouwelijke - contactambtenaar. Deze ambtenaar was op de dag van het telefoontje van de cliënte niet aanwezig. Maar volgens de Centrale Raad was de aanvraag om een vergoeding van de studiekosten in geen enkel opzicht zo spoedeisend dat diezelfde dag nog een huisbezoek moest plaatsvinden. Bovendien bestaat bij de sociale dienst het vaste beleid dat huisbezoeken alleen mogen plaatsvinden bij hoge uitzondering, zoals in geval van ouderdom, handicap, fraude-gevallen of ernstige ziekte. Op grond van datzelfde beleid, vastgelegd in een richtlijn, mogen ambtenaren bij bepaalde cliënten nooit alleen op huisbezoek gaan. Dit alles overwegende komt de Centrale Raad tot de conclusie dat de man zich ten opzichte van een van de sociale dienst afhankelijke en labiele vrouw heeft gedragen op een wijze die niet door de beugel kan. Er is daardoor grote twijfel aan zijn integriteit ontstaan. Ondanks zijn goede staat van dienst en het feit dat een en ander niet tot een strafrechtelijke veroordeling heeft geleid, is de gemeente terecht tot de conclusie gekomen dat hij ongeschikt is voor zijn functie. Nr 615 (RN-kort) Kantongerecht Tilburg 15 april 1996 en 30 mei 1996 Mr Poeth Stichting Regionaal Instituut voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg Midden-Brabant, gevestigd te Tilburg, verzoekster, gemachtigde mr J.M. van Luyck, advocaat, tegen P, gerekwestreerde, gemachtigde mr drs E.L. Pasma, advocaat. Sexueel geweld door hulpverlener, ontbinding arbeidsovereenkomst Art. 7A:1639wBW De werkgeefster verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met haar maatschappelijk werker te ontbinden. Werkneemster is een affectieve relatie aangegaan met een ex-cliënt, die al tijdens de behandeling verliefd werd op werkneemster. Zij heeft dit in het teamoverleg gebracht en daarvan adequaat melding gemaakt in het cliëntendossier. Later werd werkneemster verliefd op de cliënt. Zij had verzuimd dit op professionele wijze te vermelden in het dossier, het te melden aan haar chef en te vragen om overneming van de behandeling door een ander. Zij heeft dit laatste niet gedaan omdat zij van mening was dat de behandeling zo goed als beëindigd kon worden beschouwd. Nadat de behandeling was beëindigd, eind 1995, heeft werkneemster gemeld dat zij een affectieve relatie wilde aangaan met cliënt. Begin 1996 is dit langs interne weg en langs externe weg middels een klacht van de voormalige partner van cliënt ter kennis gekomen van de directie in aansluiting waarop zij eerst is geschorst en vervolgens op non-actief is gesteld. De kantonrechter is van mening dat werkneemster in meerdere opzichten in de uitoefening van haar beroep ernstig is tekortgeschoten. Als professioneel hulpverleenster had van haar kunnen worden gevergd, dat zij de problematiek waarin zij verzeild was geraakt in het behandelteam expliciet aan de orde had gesteld. Ook heeft zij niet in het dossier vermeld dat zij ook verliefd werd op cliënt. Zij had tevens dienen te beseffen dat het aangaan van een relatie direct na het beëindigen van de behandeling de belangen van zowel het RIAGG als die van de cliënt zouden kunnen raken. Het RIAGG valt te verwijten dat de richtlijnen voor dergelijke situaties niet helder zijn en dat een adequater optreden had mogen worden verwacht voor bescherming van werkneemster. Het falen van werkneemster levert geen dringende reden op, doch aantasting van vertrouwen in haar functioneren acht de kantonrechter wel voldoende aannemelijk. Het aanbod van het RIAGG om een functie van sociaal verpleegkundige te aanvaarden heeft werkneemster tot op heden afgewezen. De kantonrechter acht het redelijk bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding van ƒ ,- bruto toe te kennen. Zwangerschap Nr616 Kantongerecht Heerlen 31 januari 1996 Nr 945/EJ VERZ 96/105 JAR1996, 132 Mr Van Oppen BV Schunk, te Heerlen, advocaat mr P.J. Nevelstein tegen L.C., advocaat mr R.F. Ruers Zwangerschap, ontbinding arbeidsovereenkomst Art. 7A:1637wBW De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens reorganisatie. Werkneemster voert verweer tegen deze ontbinding onder andere op grond van het feit dat zij zwanger is. De kantonrechter wijst het verzoek van de werkgever toe omdat er geen verband bestaat tussen het verzoek tot ontbinding en de zwangerschap en de reorganisatie zo dringend geboden is dat ontbinding gerechtvaardigd is. Gezien de stukken, waaronder een namens gerequestreerde ingediend verweerschrift; Gehoord partijen, requestrante verschenen bij Mr Nevelstein voornoemd en gerequestreerde in per nr. 6

20 I Rechtspraak soon, bijgestaan door Mr Ruers voornoemd; Overwegende, dat Wij geen voldoende redenen aanwezig achten het verzoek af te wijzen omdat gerequestreerde thans zwanger blijkt te zijn, en wel enerzijds omdat het onderhavige verzoek geen enkel verband heeft met de zwangerschap van gerequestreerde en bovendien de geplande reorganisatie zo dringend geboden is dat op grond daarvan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst, ondanks de zwangerschap, gerechtvaardigd blijkt. Overwegende, dat in het kader van de onderhavige procedure, gezien het feit dat de omzet in 1994 gedaald is en deze daling in 1995 verdubbeld is, een reorganisatie bestaande uit vermindering van de personeelskosten geboden is; Overwegende, dat, nu de aandeelhouders zulks willen bewerkstelligen door deels inkrimping van het personeelsbestand, deels vervanging van het personeel door naaste familie van de nieuwe aandeelhouders die aanvankelijk zonder enig salaris, althans tegen een gering salaris, een aantal van de af te vloeien personeelsleden zullen vervangen; Overwegende, dat Wij de geplande reorganisatie in deze vorm alleszins redelijk achten, hetgeen impliceert dat het ook redelijk is dat een tweetal werkneemsters vervangen wordt door één familielid van de nieuwe aandeelhouders; Overwegende, dat trouwens ook de O.R. positief geadviseerd heeft omtrent de reorganisatie en de uitvoering daarvan, terwijl ook de vakbonden de noodzaak van de reorganisatie hebben ingezien; Overwegende, dat voorts is tegengeworpen dat in casu de Wet Melding Collectief Ontslag van toepassing zou zijn, doch daarvan geen sprake is, nu niet binnen 3 maanden minimaal 20 arbeidsovereenkomsten in het kader van de reorganisatie beëindigd dienen te worden, hetzij via opzegging hetzij via ontbinding; Overwegende verder dat, zelfs indien wel sprake zou zijn van een collectief ontslag in de zin van bovengenoemde Wet, Wij ook bevoegd zouden zijn van het onderhavige verzoek kennis te nemen; Overwegende voorts, dat de werkgeefster een zekere vrijheid heeft om te beslissen welke funkties zij wil laten vervallen of samensmelten, tenzij werkgeefster daarbij apert onredelijk handelt; Overwegende, dat werkgeefster ook bij het toe te passen anciënniteits- of afspiegelingsprincipe een zekere beleidsvrijheid toekomt en geen van gerequestreerden aannemelijk heeft gemaakt dat werkgeefster ten aanzien van deze beleidsvrijheid apert onredelijk heeft gehandeld; Overwegende, dat Wij derhalve van oordeel zijn dat sprake is van een verandering van omstandigheden welke een ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt; Overwegende met betrekking tot de toe te kennen vergoeding, dat Wij het standpunt van de werkgeefster niet delen dat, nu met de O.R., en de vakbonden een sociaal plan is overeengekomen, dit plan jegens degenen die dienen af te vloeien de kracht van een CAO heeft danwei op andere gronden deze werknemers bindt en zeker niet nu gerequestreerde niet aangesloten is bij enige vakbond; Overwegende, dat zulks niet wegneemt dat Wij mede gezien de instemming van de O.R. en de vakbonden dit sociaal plan alleszins redelijk en genoegzaam achten, met dien verstande dat Wij het redelijk achten aan degene die een lang tot zeer lang dienstverband hebben een extra vergoeding toe te kennen; Overwegende, dat Wij in casu gerequestreerde daarom een extra vergoeding zullen toekennen van 5 weken bruto salaris, mede vanwege haar zwangerschap; Beschikkende Ontbinden de onderhavige arbeidsovereenkomst van partijen met ingang van 5 februari 1996; Bepalen dat requestranten ter zake deze ontbinding aan gerequestreerde verschuldigd zijn, boven het sociaal plan, een extra vergoeding gelijk aan 5 weken bruto salaris, primair strekkende tot suppletie van de sociale uitkering waarop gerequestreerde recht zal blijken te hebben, danwei op zijn elders te verdienen lagere salaris; een en ander onder de voorwaarde dat requestranten niet alsnog binnen 4 dagen na verzending van de onderhavige beschikking hun inleidend verzoekschrift intrekken; Compenseren - in beide gevallen - de proceskosten in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Nr617 Kantongerecht Leiden 31 juli 1996 Nr. 3591/95 Mr R.Th. van Leeuwen A, eiseres, gemachtigde mr G.H.S. van Driem tegen BV De Witte Raaf, te Noordwijk, gedaagde, verschenen bij mr W. Sluiter. Zwangerschap, arbeid Art. 7A:1637yBW Een zwangere vrouw mocht op grond van haar zwangerschap haar kelnerwerkzaamheden in een restaurant niet meer voortzetten. Wel mocht zij buffetwerkzaamheden uitvoeren omdat haar dikke buik dan minder zichtbaar was. De Commissie gelijke behandeling oordeelde dat de werkgever een verboden onderscheid maakte tussen mannen en vrouwen door een vrouw op grond van haar zwangerschap tegen haar zin uit te sluiten van haar normale werkzaamheden (CGB 7 oktober 1993). De kantonrechter volgt de Commissie in zijn vonnis en kent een schadevergoeding toe van ƒ 2400,-, waarvan ƒ 1500,- immateriële schadevergoeding en ƒ 900,- aan gemiste fooien. Overwegingen 1. A vordert een verklaring voor recht dat De Witte Raaf de in 1991 geldende Wet Gelijke Behandeling van Mannen en Vrouwen heeft overtreden door haar als zwangere vrouw van haar gewone werkzaamheden uit te sluiten, alsmede, voorzover thans nog van belang, veroordeling van De Witte Raaf tot betaling van een bedrag van ƒ ,- wegens geleden immateriële schade en een bedrag van ƒ 900,- netto wegens misgelopen fooien. 2. De Witte Raaf heeft verweer gevoerd. Bij tussenvonnis van 8 mei 1996 is een comparitie van partijen bevolen. 3. Vast staat, dat A per 1 april 1989 in dienst is getreden van De Witte Raaf in de functie van kelner tegen een salaris van laatstelijk ƒ 2.754, 57 per maand exclusief fooien. Medio september 1990 heeft zij haar werkgever meegedeeld dat zij zwanger was en wanneer de geboorte van haar kind werd verwacht. Van eind september 1990 tot 6 februari 1991 was zij arbeidsongeschikt. Bij haar herstel (voor 50%) op die datum heeft De Witte Raaf A gevraagd om in plaats van haar gewone werk als restaurantkelner buffetdiensten te gaan verrichten. Daarbij is als motief opgegeven dat een zwangere kelner 'geen gezicht' zou zijn voor de gasten van het klassieke restaurant en dat buffetwerk lichter zou zijn. Achter het buffet zou haar dikke buik volgens De Witte Raaf minder zichtbaar zijn NEMESIS

Vrij maken of vrij laten?

Vrij maken of vrij laten? Vrij maken of vrij laten? Dilemma's voor de bemoeizuchtige staat Rutger Claassen Universiteit Leiden Congres Ouderen en alcohol, 23 april 2012. Overview 1. Vrijheid wat is dat? 2. Schade aan een ander

Nadere informatie

De wens een goede moeder te zijn

De wens een goede moeder te zijn De wens een goede moeder te zijn welke impact hebben de ethische bedenkingen van vrouwen op hun keuzes voor prenatale testen? Dr. E. Garcia 12-12-2013 In search of good motherhood How prenatal screening

Nadere informatie

Handboek gezondheidsrecht

Handboek gezondheidsrecht Handboek gezondheidsrecht Deell Rechten van mensen in de gezondheidszorg Vijfde.geheel herziene druk Prof. dr. H.J.J. Leenen t Prof. mr.j.k.m.gevers Prof. mr. J. Legemaate Bohn Stafleu van Loghum Houten

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 juli 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 5 juli 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag

Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag Parkstraat 83 Den Haag Correspondentie: Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming ~ 2500 GC Den Haag ~ Telefoon Fax algemeen (070) (070) 361 93361 009310 Fax rechtspraak (070) 361 9315 Aan de

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

www.schuldinfo.nl Pagina 1

www.schuldinfo.nl Pagina 1 Wijziging beslagvrije voet volgens wetsvoorstel wwb Behandeling wetsvoorstel 6 oktober 2011, Tweede kamer ( ) Het hoofdprincipe, die onafhankelijkheid van ouders, vind ik cruciaal. Je ziet dat wat nu gebeurt,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 Rapport Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft gereageerd op zijn brieven waarin hij klachten

Nadere informatie

Br. dr. René Stockman, Broeder van Liefde

Br. dr. René Stockman, Broeder van Liefde Inleiding 3 april 1990 is voor mij een historische datum, want toen werd in België de legalisering van abortus goedgekeurd. Koning Boudewijn trad voor 1 dag af omdat hij vanuit zijn geweten deze wet niet

Nadere informatie

DE RIJDENDE RECHTER Zaaknummer: S18-06 Datum uitspraak: 14 juli 2011 Plaats uitspraak: Zaandam

DE RIJDENDE RECHTER Zaaknummer: S18-06 Datum uitspraak: 14 juli 2011 Plaats uitspraak: Zaandam DE RIJDENDE RECHTER Zaaknummer: S18-06 Datum uitspraak: 14 juli 2011 Plaats uitspraak: Zaandam Bindend Advies In het geschil tussen: mevrouw M.A. Heeres te Hoorn verder te noemen: Heeres, tegen: Stichting

Nadere informatie

Wet op de medische keuringen

Wet op de medische keuringen Wet op de medische keuringen Wet van 5 juli 1997, Stb. 1997, 365 (Verbeterblad), houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen),

Nadere informatie

Position Paper. Embryoselectie

Position Paper. Embryoselectie Position Paper Embryoselectie Vastgesteld door de Werkgroep Genetisch Onderzoek (2011/2012) Geaccordeerd door het VSOP bestuur, februari 2012 Achtergrond Allereerst willen we benadrukken dat de VSOP positief

Nadere informatie

Dragerschap en erfelijke belasting

Dragerschap en erfelijke belasting Dragerschap en erfelijke belasting VSOP 17 mei 2010 Martina Cornel Hoogleraar Community Genetics & Public Health Genomics Quality of Care EMGO Institute for Health and Care Research Nieuwe technologische

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 25 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 25 mei 2012 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 25 VX DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën

Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Pagina 1 Profielwerkstuk: stappenplan, tips en ideeën Je gaat een profielwerkstuk maken. Dan is euthanasie een goed onderwerp. Het is misschien niet iets waar je dagelijks over praat of aan denkt, maar

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling

Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling Nieuwsbrief NGR 14.03.03 De Nederlandse Gezinsraad (NGR) constateert dat er een breed maatschappelijk draagvlak is voor verplichte scheidingsbemiddeling.

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Van Gerven (SP) over de praktijken van privékliniek Geertgen uit Elsendorp (2011Z18923).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Van Gerven (SP) over de praktijken van privékliniek Geertgen uit Elsendorp (2011Z18923). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2007 tijdvak 1 woensdag 16 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 20 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

Datum 27 juni 2016 Betreft Medicamenteuze abortus in de vroege fase van de zwangerschap door de huisarts

Datum 27 juni 2016 Betreft Medicamenteuze abortus in de vroege fase van de zwangerschap door de huisarts > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV

Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV Inleiding Van iedere professional wordt gevraagd dat hij de waarden die hij in zijn beroep dient, en de daaraan ten grondslag

Nadere informatie

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL

2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 2011D04279 LIJST VAN VRAGEN TOTAAL 1 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) noemt het opvallend dat het aantal abortussen vanaf 20 weken is toegenomen en veronderstelt dat dit verband houdt met de

Nadere informatie

Datum 18 september 2015 Betreft Kamervragen over het informeren van familie bij erfelijke aanleg voor kanker

Datum 18 september 2015 Betreft Kamervragen over het informeren van familie bij erfelijke aanleg voor kanker > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen

Protocol Ongewenste Omgangsvormen. Van. De Banketgroep. en haar dochtervennootschappen Protocol Ongewenste Omgangsvormen Van De Banketgroep en haar dochtervennootschappen van toepassing vanaf 1 december 2013 Inleiding De Banketgroep wil ongewenste omgangsvormen zoals seksuele intimidatie,

Nadere informatie

Wie is de Nederlandse huisarts?

Wie is de Nederlandse huisarts? 8 LHV jubileumboek onderhuids onderzoek 9 Wie is de Nederlandse huisarts? Eerst het goede nieuws: 4 van de 5 huisartsen hebben geen enkele spijt van hun beroepskeuze. Sterker nog: als ze opnieuw zouden

Nadere informatie

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen.

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Financiële opvoeding. September 2007

Financiële opvoeding. September 2007 Financiële opvoeding September 2007 Inhoud INHOUD... 1 1 INLEIDING... 2 1.1 AANLEIDING... 2 1.2 METHODE VAN ONDERZOEK... 2 1.3 ACHTERGRONDVARIABELEN... 3 LEESWIJZER... 4 2 ZAKGELD EN KLEEDGELD... 5 2.1

Nadere informatie

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Augustus 2015 Het meeste wetenschappelijk onderzoek wordt betaald door de overheid uit publieke middelen. De gevolgen van wetenschappelijke kennis voor de samenleving

Nadere informatie

Hartstocht voor je financiën

Hartstocht voor je financiën INHOUDSOPGAVE 1. Hartstocht voor je financiën................................ 5 2. Geld!...................................................... 7 3. De wet van de geleidelijke groei............................

Nadere informatie

Nr. 135 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nr. 135 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 25424 Geestelijke gezondheidszorg 29323 Prenatale screening Nr. 135 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 23 september

Nadere informatie

CONCEPT Wijzigingen voorbehouden na vergadering federatiebestuur d.d. dinsdagavond 18 december.

CONCEPT Wijzigingen voorbehouden na vergadering federatiebestuur d.d. dinsdagavond 18 december. CONCEPT Wijzigingen voorbehouden na vergadering federatiebestuur d.d. dinsdagavond 18 december. Standpunt KNMG over vrije artsenkeuze Samenvatting: Vrije artsenkeuze is een belangrijk goed. Patiënten moeten

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Stichting S van de Arbeid

Stichting S van de Arbeid Stichting S van de Arbeid Aan: - de centrale organisaties van werkgevers en van werknemers - de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen (VB) - de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) - het Verbond

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015

Nadere informatie

Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen)

Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen) (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 5 juli 1997, houdende regels tot versterking van de rechtspositie van hen die een medische keuring ondergaan (Wet op de medische keuringen) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet

: Gerard Spong : 4 juni 2014. Wijziging verzekeringswet van datum woorden : Gerard Spong : 4 juni 2014 : 1345 Wijziging verzekeringswet 1. De minister van Volksgezondheid heeft het voornemen geuit art. 13 Zorgverzekeringswet te wijzigen. De wijziging komt er

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

(E) M C>> NEDERLANDSE VERENIGING VOOR. Strekking concept-wetsvoorstel. Advies. bi - br-

(E) M C>> NEDERLANDSE VERENIGING VOOR. Strekking concept-wetsvoorstel. Advies. bi - br- G) hr^ bi - br- NEDERLANDSE VERENIGING VOOR IJ] (E) M {jb / O) De Minister van Veiligheid en Justitie Mr. G.A. van der Steur Postbus 20301 2500 ÈH DEN HAAG G.) S> C>> Datum 3 november 2015 Kenmerk 668160

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Dorry de Beijer Wat is een menswaardig leven? (1990)

Dorry de Beijer Wat is een menswaardig leven? (1990) Dorry de Beijer Wat is een menswaardig leven? (1990) Sieth Delhaas Hervormd Nederland, 24 november 1990 Inleiding Voortplantingstechnieken zijn een uitdaging om een feministische visie te ontwikkelen op

Nadere informatie

Richtlijn / info voor ouders. Scheiding en problemen van jeugdigen. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. NVO, NVMW en NIP

Richtlijn / info voor ouders. Scheiding en problemen van jeugdigen. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. NVO, NVMW en NIP Richtlijn / info voor ouders Scheiding en problemen van jeugdigen Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming NVO, NVMW en NIP Inleiding Kinderen 1 van gescheiden 2 ouders 3 hebben het vaak niet makkelijk.

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00)

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid 2008/0192(COD) 12.4.2010 AMENDEMENTEN 15-34 Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) Beginsel

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 150 Wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Zorgverzekeringswet, houdende maatregelen tot opsporing en verzekering van personen

Nadere informatie

SBFmoeteerlijk ambtenaren strijden voor een rechtvaardige SBF-regeling

SBFmoeteerlijk ambtenaren strijden voor een rechtvaardige SBF-regeling Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Dhr. Mr. F. Teeven Postbus 30132 2500 GC DEN HAAG Datum : 25 november 2013 Uw kenmerk : 5754740/13/DJI Ons kenmerk : GJG/JHV/25112013/01 Onderwerp : Leeftijdsdiscriminatie

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/95 Med. i n d e k l a c h t nr. 092.00. hierna te noemen 'klager',

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/95 Med. i n d e k l a c h t nr. 092.00. hierna te noemen 'klager', RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 092.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013 Protocol Gezag en omgang na scheiding Datum 30 januari 2013 Status Definitief Inleiding - 5 1 Doel van het onderzoek - 6 2 Uitgangspunten - 7 3 Werkwijze van de Raad - 8 3.1 Eerste informatieronde - 8

Nadere informatie

Een situatie kan lastig worden indien. - voor de bedrijfsarts als arts sommige waarden zwaarder wegen dan voor de bedrijfsarts als adviseur

Een situatie kan lastig worden indien. - voor de bedrijfsarts als arts sommige waarden zwaarder wegen dan voor de bedrijfsarts als adviseur Inleiding Sociaal Medisch Overleg (SMO) is een gestructureerd en multidisciplinair overleg over individuele casuïstiek tussen het management en diens adviseur(s) aangaande verzuim en re-integratie. Deelnemers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 Herziening van het stelsel van sociale zekerheid BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht

Beoordeling. Bevindingen. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zijn verzoek om een vergoeding van zijn particuliere zorgverzekeringspremie over de periode januari tot mei 2007

Nadere informatie

De diep verstandelijk gehandicapte medemens

De diep verstandelijk gehandicapte medemens De diep verstandelijk gehandicapte medemens Eerste druk, mei 2012 2012 Wilte van Houten isbn: 978-90-484-2352-1 nur: 895 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Hoewel aan de totstandkoming

Nadere informatie

1. Luister naar het gesprek. 2. Lees de zinnen. 3. Welke informatie hoort u? Kruis aan: JA of NEE.

1. Luister naar het gesprek. 2. Lees de zinnen. 3. Welke informatie hoort u? Kruis aan: JA of NEE. Werkblad 6.1 Opdracht 3, module 5, les 6 1. Luister naar het gesprek. 2. Lees de zinnen. 3. Welke informatie hoort u? Kruis aan: JA of NEE. 1. Mevrouw Celik maakt een afspraak met de decaan. 2. De afspraak

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager',

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager', RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 019.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

De handreiking Gegevensuitwisseling in het kader van Bemoeizorg ( 2005) biedt een helder kader voor besluitvorming binnen netwerken.

De handreiking Gegevensuitwisseling in het kader van Bemoeizorg ( 2005) biedt een helder kader voor besluitvorming binnen netwerken. Juridisch zakmes ( bron Jolanda van Boven) Naast een contextuele analyse is het toepassen van het juridische kader van groot belang. Bij OGGZ problematiek en het toepassen van dwang en drang nemen de coördinator

Nadere informatie

Bewust Omgaan met een Verslaving

Bewust Omgaan met een Verslaving Bewust Omgaan met een Verslaving Dit stuk biedt enkele handvatten om bewust te leren omgaan met je verslaving. Misschien denk je op dit punt wel dat je er niet mee om wil léren gaan, maar dat je er gewoon

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 2 dinsdag 23 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 2 dinsdag 23 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2009 tijdvak 2 dinsdag 23 juni 13.30-16.30 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 19 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 1 Algemene inleiding De algemene inleiding beschrijft de context en de doelen van de huidige studie. Prenatale screening op aangeboren afwijkingen wordt sinds 2007 in Nederland aan alle zwangere

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

Klonen van dieren. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Klonen van dieren. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Klonen van dieren Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie 2 Klonen van dieren Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie I: Wat is klonen? Klonen is het ongeslachtelijk voortplanten

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2011 tijdvak 2 maatschappijleer 2 CSE GL en TL Tekstboekje GT-0323-a-11-2-b Analyse maatschappelijk vraagstuk: jeugdwerkloosheid tekst 1 FNV vreest enorme stijging werkloosheid jongeren

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-MAVO-C

Examenopgaven VMBO-MAVO-C Examenopgaven VMBO-MAVO-C 2003 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-15.30 uur NEDERLANDS LEESVAARDIGHEID C Bij dit examen hoort een tekstboekje. Dit examen bestaat uit 26 vragen en een samenvattingsopdracht.

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 080.00 ingediend door: tegen: hierna te noemen klager`, hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1999 2000 Nr. 35d 26 435 Wijziging van de Wet voorzieningen gehandicapten in verband met de tweede evaluatie van die wet BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE

Nadere informatie

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN

LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN LEIDRAAD KLEDING OP SCHOLEN Inleiding De laatste tijd is er veel publiciteit geweest rond scholen die hun leerlingen verboden gezichtsbedekkende kleding of een hoofddoek te dragen. Uit de discussies die

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Onderzoek Dunne modellen?

Onderzoek Dunne modellen? Onderzoek Dunne modellen? 27 juli 2015 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 1 juli tot 16 juli 2015, deden 1.472 jongeren mee die uitgaan. De uitslag is na weging representatief voor

Nadere informatie

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo. Relaties HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.org Relaties kunnen een belangrijke rol spelen bij het omgaan

Nadere informatie

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar

: Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, verder te noemen Verzekeraar Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-208 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, en mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars R.A., leden en mr. A. Westerveld, secretaris) Klacht ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 694 Pensioenregelingen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

GELIJKE KANSEN IN BELGIË

GELIJKE KANSEN IN BELGIË GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK 1. EEN WOORDJE UITLEG Tijdens het bezoek aan de Democratiefabriek hebben jullie kunnen vaststellen dat bepaalde elementen essentieel zijn om tot een democratie

Nadere informatie

Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel?

Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel? J.G. Fijnvandraat Sr. Wat moeten we aan met schijnbare tegenstrijdigheden in de Bijbel? - 1. Heeft de Bijbel nog gezag? Deze vraag is een beetje misleidend. De kwestie waar het om gaat is niet of de Bijbel

Nadere informatie

Publieksforum: 30 burgers in dialoog over genetische tests

Publieksforum: 30 burgers in dialoog over genetische tests Z I T H E T I N MIJN GENEN? Publieksforum: 30 burgers in dialoog over genetische tests BELGIË 2003 Wetenschap en samenleving dagen elkaar uit Citaten uit het colloquium Testen van mensen, georganiseerd

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

VAN DE WIJK VALT NIET ZOVEEL TE VERWACHTEN.

VAN DE WIJK VALT NIET ZOVEEL TE VERWACHTEN. VAN DE WIJK VALT NIET ZOVEEL TE VERWACHTEN. INTERVIEW MET PROMOVENDA FEMMIANNE BREDEWOLD in dit artikel: > geven en ontvangen > afstand > begrensde contacten > aangepaste wederkerigheid > andere aanbevelingen

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder.

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. HOF VAN DISCIPLINE No. 4516 ------------ HET HOF VAN DISCIPLINE heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. Bij beslissing van 6 februari 2006 heeft de Raad

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stichting van de Arbeid Pens./1253 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Den Haag : 8 februari 2000 Ons kenmerk : S.A. 00.02835/K Uwkenmeik : SV/VP/99/68981

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 2 Religieus recht 7 maximumscore 2 een beargumenteerd standpunt over de vraag of religieuze wetgeving en rechtspraak voor bepaalde bevolkingsgroepen tot cultuurrelativisme leidt 1 een uitleg van

Nadere informatie

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Machteld Vonk Inleiding Eindelijk is het zover: de regering is gekomen met een conceptwetsvoorstel om het ouderschap van lesbische paren te regelen.

Nadere informatie

Ik word verantwoordelijk geacht voor de AWBZ en daarom krijg ik veel van de kritiek op mijn bordje.

Ik word verantwoordelijk geacht voor de AWBZ en daarom krijg ik veel van de kritiek op mijn bordje. Directie Voorlichting en Communicatie Parnassusplein 5 Postbus 20350 2500 EJ Den Haag T 070 340 79 11 T 070 340 60 00 F 070 340 62 92 Hebt u 's avonds of in het weekend dringend een voorlichter nodig,

Nadere informatie

De opvattingen en houdingen van zorgverleners omtrent prenatale diagnostiek

De opvattingen en houdingen van zorgverleners omtrent prenatale diagnostiek De opvattingen en houdingen van zorgverleners omtrent prenatale diagnostiek De uitdagingen van een cliëntgerichte begeleiding Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen Hogeschool- Universiteit Brussel Onderzoeker:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie