Brussel, 9 juli _advies_ontwerpbesluit_hernieuwbare_energiebronnen. Advies. Ontwerpbesluit Hernieuwbare Energiebronnen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Brussel, 9 juli 2003 070903_advies_ontwerpbesluit_hernieuwbare_energiebronnen. Advies. Ontwerpbesluit Hernieuwbare Energiebronnen"

Transcriptie

1 Brussel, 9 juli _advies_ontwerpbesluit_hernieuwbare_energiebronnen Advies Ontwerpbesluit Hernieuwbare Energiebronnen

2 Inhoud Inhoud Situering adviesvraag Krachtlijnen van het advies Algemene bemerkingen bij het ontwerp Zorg voor een stabiele regelgeving inzake hernieuwbare energie Codificeer en integreer de energiereglementering Garandeer een voldoende decretale basis Pas, waar nodig, ook het Elektriciteitsdecreet aan Verzeker de conformiteit met de EU-regelgeving Voorzie een beroepsprocedure Bemerkingen inzake het systeem van groenestroomcertificaten Ontwikkel samenwerkingsverbanden met andere regio s Voorzie een marktplaats voor de certificatenhandel Communiceer de wijzigingen van de lijst hernieuwbare energiebronnen Specificeer de vereisten van het aanvraagdossier Verduidelijk de registratie van de aanvaardbaarheid van een certificaat Regel de toegang tot de databank Controleer de juistheid van de definitie van groenestroomcertificaat Verkort de wachtperiode voor de eerste toekenning van certificaten Wijs metingen en meldingen toe aan de producent en voorzie hiervoor een periodiciteit Voorzie extra bepalingen inzake de schrappingsprocedure door de VREG Schrap groenestroomcertificaten niet bij uitvoer van elektriciteit Herbekijk de mededeling o.a. van registratienummers bij de inlevering en handel Voorzie ook handel van niet aanvaardbare certificaten Bemerkingen inzake de garanties van oorsprong Verduidelijk de aanmerking van de garanties van oorsprong Garandeer de controlemogelijkheid voor de eindafnemer bij schrapping Verduidelijk de procedure bij uitvoer van elektriciteit Bemerkingen inzake de gratis distributie van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen Verduidelijk de regeling inzake de gratis distributie voor groene stroom Bedenk een handhavingsstrategie voor het doorrekeningsverbod

3 6.3. Zoek een structurele oplossing voor de noodzaak tot beperking van de gratis distributie Bemerkingen inzake de aansluiting van productie-installaties van hernieuwbare energie Verduidelijk het toepassingsgebied van de bepalingen inzake de aansluiting Stem af met het technisch reglement

4 1. Situering adviesvraag De raad werd op 3 juli 2003 door Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie om advies gevraagd over het ontwerp van besluit van de Vlaamse regering inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen. De adviestermijn bedraagt één maand. Dit ontwerpbesluit moet het bestaande besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen vervangen. Over dit besluit heeft de SERV reeds geadviseerd in zijn advies van 11 oktober 2000 over het voorontwerp van besluit inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen en in zijn advies van 12 maart 2003 over het wijzigingsbesluit groene stroom. De wijzigingen die in het voorliggend ontwerpbesluit zijn aangebracht ten opzichte van het bestaande besluit, zijn naar verluidt nodig omwille van de omzetting van een Europese richtlijn en omwille van het gewijzigde Elektriciteitsdecreet. Ook de ervaringen van de VREG met de werking van het groenestroomcertificatensysteem zouden aanpassingen van het bestaande besluit noodzaken. Het aangepaste besluit heeft betrekking op vier steunmaatregelen ter bevordering van milieuvriendelijke energieproductie: de groenestroomcertificaten, het garantiesysteem van oorsprong, de gratis distributie van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en de voordelen bij de aansluiting van productie-installaties van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Concreet wordt de regeling van het bestaande besluit inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen o.a. op volgende punten gewijzigd: Wijzigingen m.b.t. hoofdstuk I: Definities: de wijziging en aanvulling van enkele definities (art. 1) Wijzigingen m.b.t. hoofdstuk II: Het systeem van de groenestroomcertificaten: de aanpassing van de procedure tot aanvraag van de toekenning van groenestroomcertificaten (art. 2) (wijziging van de inhoud van het aanvraagdossier en wijziging van de beslissingstermijn) de specificatie vanaf welk het tijdstip groenestroomcertificaten toegekend worden (art. 3) de verruiming van de lijst van hernieuwbare energiebronnen waarvoor groenestroomcertificaten toegekend kunnen worden naar analogie met de Europese richtlijn 2001/77/EG (art. 5) 4

5 de toekenning van de verantwoordelijkheid inzake meting en melding aan de producenten voor installaties die jaarlijks minder dan kwh elektriciteit opwekken (art. 7) de schrapping van de verplichting om de registratienummers van de groenestroomcertificaten mee te delen bij de inlevering of de verkoop van certificaten (art. 12 en art. 16) de verduidelijking van de types hernieuwbare energiebronnen die in aanmerking komen om te voldoen aan de certificatenverplichting (art. 13) de toevoeging van de aanvaardbaarheid voor het voldoen aan de certificatenverplichting en de status van de garantie van oorsprong als geregistreerde gegevens per groenestroomcertificaat (art. 14). De aanvaardbaarheid voor het voldoen aan de certificatenverplichting duidt aan of het groenestroomcertificaat kan worden ingeleverd om te voldoen aan de certificatenverplichting. De registratie van de status van de garantie van oorsprong geeft aan of de elektriciteit waarop het certificaat betrekking heeft, al dan niet reeds verbruikt is. Ook garandeert de garantie van oorsprong dat de elektriciteit waarop het certificaat betrekking heeft opgewekt is uit hernieuwbare energiebronnen, zoals gedefinieerd door de EUrichtlijn (cf. infra). het uitstel met zes maanden van de schrapping uit de centrale databank van groenestroomcertificaten waarvoor de periode voor het indienen van de groenestroomcertificaten is verstreken (art. 15) de precisering dat de gemiddelde verkoopprijs van groenestroomcertificaten berekend wordt op basis van de certificaten die aanvaardbaar zijn (art. 17) Wijzigingen m.b.t. hoofdstuk III: De garanties van oorsprong: de invoering van een systeem van garanties van oorsprong, dat inhoudt dat per groenestroomcertificaat in de centrale databank de status van de garantie van oorsprong wordt weergegeven (art. 18). Deze status wordt als verbruikt aangemerkt indien de elektriciteit, die door de garantie van oorsprong wordt gedekt, ter plaatse verbruikt wordt, aan een eindafnemer wordt geleverd of naar het buitenland wordt uitgevoerd. Wijzigingen m.b.t. hoofdstuk IV: De gratis distributie van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen: geen wijzigingen ten opzichte van de bestaande besluit zoals gewijzigd op 4 april

6 Wijzigingen m.b.t. hoofdstukiv: De aansluiting van productie-installaties van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen: de opname van een voorrangsregeling voor de aansluiting van productieinstallaties uit hernieuwbare energiebronnen en voor de installatie van meetapparatuur (art. 20) 2. Krachtlijnen van het advies Het voorliggend ontwerp van besluit inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen betekent op een aantal punten een verbetering ten opzichte van het huidige besluit. Desalniettemin bevat het ontwerp volgens de raad een aantal tekortkomingen of onvolledigheden die aangepakt moeten worden. Naar aanleiding van voorliggend ontwerp van besluit, wijst de raad op de nadelen van de veelvuldige wijzigingen die de regelgeving inzake hernieuwbare energie recent onderging en op de noodzaak van een spoedige codificatie en integratie van de volledige energiereglementering. Ook vraagt de SERV de Vlaamse regering na te gaan of er een voldoende decretale basis bestaat voor alle bepalingen in het ontwerp en om de bewoordingen van het ontwerpbesluit en het Elektriciteitsdecreet op elkaar af te stemmen. Voor geschillen inzake het ontwerp zou het ontwerp van besluit een beroepsprocedure moeten voorzien. Verder vindt de raad dat de Vlaamse regering via samenwerkingsverbanden met andere regio s de onderlinge uitwisselbaarheid van groenestroomcertificaten op Europees niveau moet promoten. Dit vereist ondermeer dat de invoer en uitvoer van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen beter geregeld worden. Mede in dit kader gaat de raad niet akkoord met de schrapping van groenestroomcertificaten wanneer de elektriciteit, waarvoor de groenestroomcertificaten worden toegekend, buiten het Vlaamse gewest wordt uitgevoerd. Ook moet de Vlaamse regering de conformiteit van het ontwerp met de EU-richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen verzekeren. Daarnaast moet een efficiënte marktplaats gecreëerd worden voor de handel in groenestroomcertificaten, inclusief voor de handel van de groenestroomcertificaten die niet gebruikt kunnen worden voor het voldoen aan de certificatenverplichting. Naast bovenstaande, algemene bemerkingen, heeft de raad een aantal meer concrete suggesties en bemerkingen inzake het voorliggend ontwerp, maar bepaald M.b.t. het groenestroomcertificatensysteem: 1. Wijzigingen aan de lijsten van hernieuwbare energiebronnen waarvoor certificaten worden toegekend/aanvaard moeten adequaat gecommuniceerd worden. 6

7 2. Alle voorwaarden waaraan een aanvraag voor de toekenning van groenestroomcertificaten moet voldoen, moeten vastgelegd worden. 3. Het ontwerp moet aangeven of de aanvaardbaarheid van een groenestroomcertificaat in de loop van de registratie kan wijzigen. 4. De toegankelijkheid van de gegevens in de centrale databank voor de verschillende actoren moet verhelderd worden. 5. De beslissingstermijn over de aanvraagdossiers tot toekenning van de groenestroomcertificaten moet verkort worden. 6. De verantwoordelijkheid voor de metingen en meldingen behoort toe aan de producenten en de termijnen terzake moeten vastgelegd worden. 7. De procedure voor de schrapping van groenestroomcertificaten uit de databank verdient verduidelijking. 8. Registratienummers moeten gemeld (blijven) worden aan de VREG bij de inlevering en bij de verhandeling van groenestroomcertificaten. M.b.t. de garanties van oorsprong: 9. Het moet duidelijk zijn wie wanneer de garanties van oorsprong kan aanmerken als verbruikt en hoe dit gebeurt bij de uitvoer buiten het Vlaams gewest of voor hoeveelheden elektriciteit kleiner dan kwh. 10. Eindafnemers moeten gedurende een bepaalde tijd de garantie van oorsprong van de door hen aankochte elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen kunnen controleren. M.b.t. de gratis distributie van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen: 11. Het ontwerp moet onbetwistbaar vastleggen welke groene stroom kosteloos gedistribueerd zal worden: is dit elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen zoals bedoeld in de Europese richtlijn of is dit elektriciteit die voldoet aan de voorwaarden van de Vlaamse certificatenverplichting? 12. Een handhavingsstrategie is nodig om te controleren of de leveranciers van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen geen distributiekosten aanrekenen aan hun klanten. 13. Een structurele oplossing is nodig die de beperking van de gratis distributie tot de elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, opgewekt door productie-installaties in het Vlaamse gewest, kan vervangen. M.b.t. de aansluiting van productie-installaties van hernieuwbare energie: 14. Het toepassingsgebied van de bepalingen inzake de aansluiting van productieinstallaties van hernieuwbare energie moet verduidelijkt worden. 15. Inhoudelijk moeten de bepalingen inzake de beperking van de aansluitkosten afgestemd zijn met het technisch reglement opgemaakt door de VREG. 7

8 3. Algemene bemerkingen bij het ontwerp 3.1. Zorg voor een stabiele regelgeving inzake hernieuwbare energie Reeds eerder heeft de raad het belang benadrukt van een stabiele regelgeving inzake hernieuwbare energie 1. Herhaalde wijzigingen van de regelgeving zijn volgens de raad onwenselijk omdat ze zorgen voor rechtsonzekerheid. Bovendien verstoren ze de goede werking van de elektriciteitsmarkt en hebben ze een negatief effect op investeringen in hernieuwbare energie. Hoewel het voorliggend ontwerp van besluit op een aantal punten een verbetering betekent ten opzichte van het huidige besluit (cf. infra), wenst de raad naar aanleiding van deze adviesvraag opnieuw te wijzen op de nadelen van de veelvuldige wijzigingen die de regelgeving inzake hernieuwbare energie recent onderging. Het voorliggend ontwerp betekent meer bepaald de zevende wijziging aan de regeling inzake het groenestroomcertificatensysteem. Het besluit van 28 september 2001 werd door het besluit van de Vlaamse regering van 4 april gewijzigd en het hoofdstuk VII van het Elektriciteitsdecreet 3 betreffende het systeem van groenestroomcertificaten werd vijf maal gewijzigd, namelijk door decreten van 22 december , 5 juli , 6 juli , 21 december en 20 december Een betere voorbereiding van en besluitvorming over de totstandkoming van het energierecht kan volgens de raad veelvuldige wijzigingen vermijden. Het voorliggend ontwerp van besluit wijzigt bijvoorbeeld het bestaande besluit inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen om uitvoering te geven aan de Europese richtlijn 2001/77/EG betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt, die reeds dateert van 27 september Ten slotte geeft de raad hierna aan dat het voorliggend ontwerp op een aantal punten nog onduidelijk of onvolledig is, waardoor de kans bestaat dat de regeling, indien deze als dusdanig wordt goedgekeurd, op korte termijn nogmaals gewijzigd of aangevuld moet worden. 1 SERV-advies van 12 maart 2003 over het wijzigingsbesluit groene stroom. 2 Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen. 3 Decreet van 17 juli Decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting Decreet van 5 juli 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting Decreet van 6 juli 2002 houdende de organisatie van de gasmarkt 7 Decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting Decreet van 20 december 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting

9 3.2. Codificeer en integreer de energiereglementering Naar aanleiding van voorliggende adviesvraag, dringt de raad opnieuw aan op codificatie en integratie van de regelgeving inzake energie. Momenteel is de energieregelgeving versnipperd over talrijke decreten en uitvoeringsbesluiten. Dit komt de toegankelijkheid, legistieke kwaliteit en inhoudelijke samenhang van de regelgeving niet ten goede. De raad dringt dan ook aan op een spoedige codificatie en integratie van zowel de energiedecreten als de uitvoeringsbesluiten bij deze decreten Garandeer een voldoende decretale basis De raad verzoekt de Vlaamse regering na te gaan of er een voldoende decretale basis bestaat in de huidige energiedecreten voor alle bepalingen van voorliggend ontwerp van besluit Pas, waar nodig, ook het Elektriciteitsdecreet aan De raad vraagt uitdrukkelijk dat de afstemming tussen het besluit inzake de bevordering van de elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen en het Elektriciteitsdecreet verzekerd wordt. Meer specifiek suggereert de raad om ook in het Elektriciteitsdecreet, naar analogie met het voorliggend ontwerp van besluit, de term groene stroom te schrappen. De benaming groene stroom wordt in het ontwerp van besluit geschrapt omdat deze benaming gedeponeerd is Verzeker de conformiteit met de EU-regelgeving Het voorliggend ontwerp van besluit, dat uitvoering wil geven aan de Europese richtlijn 2001/77/EG 9, moet voldoen aan de inhoudelijke voorschriften van deze richtlijn. De raad vraagt om de conformiteit met de EU-regelgeving expliciet na te gaan voor de relatie tussen het groenestroomcertificaat en de garantie van oorsprong. Het ontwerp van besluit beschouwt de garantie van oorsprong meer bepaald als een aspect van een groenestroomcertificaat, dat gemarkeerd kan worden als verbruikt, indien de betrokken elektriciteit niet op het net wordt geïnjecteerd, óf wordt verkocht aan een eindafnemer óf wordt uitgevoerd buiten het Vlaams gewest. Indien elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen aan een Vlaamse nieteindafnemer wordt verkocht, moet het bijhorende groenestroomcertificaat, inclusief de garantie van oorsprong, mee van eigenaar veranderen. Deze niet-eindafnemer, bijvoorbeeld een 9 Richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt. 9

10 tussenhandelaar, moet immers aan een eindafnemer kunnen bewijzen dat de geleverde elektriciteit opgewekt is uit hernieuwbare energiebronnen, en dit kan enkel door de garantie van oorsprong van zijn certificaat te merken als verbruikt met de vermelding van het klantnummer van de eindafnemer. De loskoppeling die voorheen bestond tussen de verkoop van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen enerzijds en de verkoop van groenestroomcertificaten anderzijds, is op het niveau van de handel waarbij geen eindafnemer betrokken is, dus opgeheven. De EU-richtlijn stelt in overweging 11 dat er een duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen garanties van oorsprong en verhandelbare groenestroomcertificaten. De raad vraagt zich af of de regeling, zoals voorgesteld in het ontwerp, aan deze bepaling voldoet Voorzie een beroepsprocedure Zoals reeds vermeld in zijn advies van 11 oktober 2000, vraagt de raad naar een concrete beroepsprocedure tegen beslissingen van de Vlaamse reguleringsinstantie. Het ontwerp voorziet momenteel geen beroepsprocedure. Bovendien merkt de raad op dat de bemiddelings- en arbitragedienst voor geschillen, op te richten binnen de reguleringsinstantie, zoals voorzien in art van het Elektriciteitsdecreet, de rol van beroepsinstantie niet kan opnemen, gezien het gebrek aan onafhankelijkheid ten opzichte van de reguleringsinstantie. Eventueel kan volgens de raad wel overwogen worden om de taken van de Beroepskamer, een autonoom orgaan opgericht binnen de reguleringsinstantie (art. 29 van het Elektriciteitsdecreet) uit te breiden tot de geschillenbeslechting betreffende de toepassing van het ontwerpbesluit. 4. Bemerkingen inzake het systeem van groenestroomcertificaten De raad is verheugd dat het ontwerp tegemoet komt aan enkele eerdere bemerkingen van de raad over het systeem van groene stroomcertificaten, die aanvankelijk evenwel niet tot wijzigingen van de ontwerpteksten van het besluit aanleiding gaven: Art. 2 1 bevat een procedure ingeval het aanvraagdossier voor de toekenning van groenestroomcertificaten niet volledig is (cf. advies van 11 oktober 2000, deel ) Art. 3 van het huidige besluit werd niet volledig overgenomen in art. 9 van het voorliggend ontwerp waardoor tegemoet gekomen wordt aan de bemerkingen van de raad inzake de voorwaarden voor co-verbranding (cf. advies 11 oktober 2000, deel ) Art. 5 en art vermelden beiden uitdrukkelijk biogas in de lijst van hernieuwbare energiebronnen (cf. advies van 11 oktober 2000, deel ) 10

11 Toch heeft de raad nog bemerkingen bij de aanvraag tot toekenning van groenestroomcertificaten, bij de toekenning van deze certificaten, bij de inlevering en aanvaarding van groenestroomcertificaten, bij de centrale databank van groenestroomcertificaten en bij de groenestroomcertificatenhandel. (cf. infra) 4.1. Ontwikkel samenwerkingsverbanden met andere regio s De raad herhaalt zijn vraag aan de Vlaamse regering om pro-actief acties te ondernemen voor het ontwikkelen van systemen die de onderlinge uitwisseling van groenestroomcertificaten op Europees niveau mogelijk maken 10. Daartoe kan de Vlaamse regering in een eerste fase samenwerkingsverbanden sluiten met de omliggende regio s om de wederzijdse aanvaarding van groenestroomcertificaten te regelen. Hierbij merkt de raad wel op dat moet worden opgevolgd dat dit op Europees niveau gepaard gaat met de ontwikkeling van bijkomende productiecapaciteit voor hernieuwbare energie. De raad merkt in dit kader bovendien op dat om de onderlinge uitwisselbaarheid van groenestroomcertificaten te kunnen realiseren, o.a. de registratie van ingevoerde en uitgevoerde groenestroomcertificaten geregeld moet zijn. De raad stelt evenwel met spijt vast dat het voorliggend ontwerp niet voorziet hoe ingevoerde elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de databank geregistreerd zal worden Voorzie een marktplaats voor de certificatenhandel De raad vindt dat er dringend werk gemaakt moet worden van de organisatie van een efficiënte marktplaats voor de handel in groenestroomcerticaten (cf. advies van 11 oktober 2000). Een goed georganiseerde marktplaats is essentieel om de transactiekosten van de handel in groenestroomcertificaten te drukken. Deze transactiekosten betreffen de kosten om een geschikte handelspartner te vinden, om te onderhandelen over de prijs en om de transactie volledig af te ronden. Een goede georganiseerde marktplaats zorgt ervoor dat vragers en aanbieders van groenestroomcertificaten elkaar gemakkelijk kunnen vinden. Het ontwerp is terzake te summier. Art. 17 stelt enkel dat de VREG op een algemeen toegankelijke manier de mogelijkheid biedt om het aanbod van en de vraag naar groenestroomcertificaten bekend te maken. Hoewel de raad erkent dat een bekendmaking van vraag en aanbod van belang is, is dit voor de raad niet voldoende. Ook de maandelijkse publicatie van de gemiddelde prijs van groenestroomcertificaten, zoals eveneens voorzien in art. 17 is terzake 10 Advies van 20 oktober 1999 over het voorontwerp van elektriciteitsdecreet en het advies van 11 oktober 2000 over het voorontwerp van besluit inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen. 11

12 onvoldoende. De raad vraagt expliciet naar een virtueel georganiseerde, effectief werkende markt, met een continue bekendmaking van de marktprijs Communiceer de wijzigingen van de lijst hernieuwbare energiebronnen De raad vindt dat de wijzigingen aan de lijsten van hernieuwbare energiebronnen waarvoor certificaten worden toegekend, resp. worden aanvaard, op een adequate wijze moeten worden gecommuniceerd. Dit is o.a. essentieel voor de promotie van de hernieuwbare energiebronnen die voorheen niet voor de toekenning van certificaten in aanmerking kwamen. Terzake verwijst de raad bijvoorbeeld naar de waterkrachtcentrales met een vermogen van meer dan 10 MW, die voorheen niet, maar nu wel voor de toekenning van groenestroomcertificaten in aanmerking komen. In art. 5 van het ontwerp zijn immers de hernieuwbare energiebronnen die voor de toekenning van groenestroomcertificaten in aanmerking kwamen, uitgebreid om de lijst in overeenstemming te brengen met van lijst in de Europese richtlijn 2001/77/EG inzake hernieuwbare energiebronnen. Verder is ook in art. 13 de lijst van hernieuwbare energiebronnen die aanvaard worden voor de naleving van de certificatenverplichting, geherformuleerd Specificeer de vereisten van het aanvraagdossier Volgens de raad moet vastgelegd worden aan welke voorwaarden een aanvraagdossier voor de toekenning van groenestroomcertificaten moet voldoen. Art. 2 1 stelt enkel dat dit bestaat uit een correct en volledig ingevuld aanvraagformulier, daartoe opgesteld door de VREG, en de nodige documenten ter staving van de aanvraag. De raad vindt echter dat het duidelijk moet zijn welke documenten terzake vereist zijn. De nota aan de Vlaamse regering bij het ontwerp vernoemt enkel het keuringsverslag als voorbeeld Verduidelijk de registratie van de aanvaardbaarheid van een certificaat Het ontwerp van besluit geeft ten onrechte niet aan of de aanvaardbaarheid of onaanvaardbaarheid van een groenestroomcertificaat in de loop van de registratie in de centrale databank kan wijzigen, bijvoorbeeld ingevolge een wijziging van de voorwaarden waaraan groenestroomcertificaten moeten voldoen voor de certificatenverplichting. 12

13 4.6. Regel de toegang tot de databank Volgens de raad moet voor de verschillende gegevens opgenomen in de centrale databank expliciet bepaald worden wie wanneer tot welke gegevens toegang heeft. Daarbij moet gegarandeerd worden dat bijvoorbeeld potentiële kopers van groenestroomcertificaten in de centrale databank kunnen nagaan of de betrokken groenestroomcertificaten nog aanvaardbaar zijn om te voldoen aan de groenestroomcertificatenverplichting Controleer de juistheid van de definitie van groenestroomcertificaat Reeds in zijn advies van 11 oktober 2000 vroeg de raad om na te gaan of de definitie van een groenestroomcertificaat verzoenbaar is met de maandelijkse toekenning van groenestroomcertificaten zoals voorzien in art. 3 van het ontwerp. Het Elektriciteitsdecreet definieert een groenestroomcertificaat immers als een overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een producent in een daarin aangegeven jaar een daarin aangegeven hoeveelheid groene stroom heeft opgewerkt Verkort de wachtperiode voor de eerste toekenning van certificaten De raad begrijpt enerzijds dat de beslissingstermijn van de VREG over de aanvraagdossiers betreffende productie-installaties die afvalstoffen verwerken, verlengd moet worden van één maand naar twee maanden (art. 2 2), teneinde de VREG de kans te geven om hierover met de OVAM te overleggen. De raad stelt evenwel vast dat de beslissingstermijn van de VREG voor alle aanvraagdossiers wordt verlengd. Daarnaast constateert de raad dat art. 3 stelt dat de toekenning van groenestroomcertificaten gebeurt op basis van de elektriciteit die is opgewekt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de goedkeuring van de aanvraag. Door de combinatie van beide bepalingen bestaat de kans dat een productie-installatie staat voor een wachtperiode van bijna drie maanden tussen de aanvraag van de certificaten en de toekenning van de certificaten. Bovendien kan een producent pas nà de opstart een aanvraagdossier indienen, aangezien het keuringsverslag hierin opgenomen moet zijn. Om te vermijden dat een producent te lang op de eerste toekenning van certificaten moet wachten, stelt de raad voor dat art. 3 aangeeft dat certificaten kunnen worden toegekend voor elektriciteit die is opgewekt vanaf de eerste dag van de maand van de goedkeuring van de aanvraag. 13

14 4.9. Wijs metingen en meldingen toe aan de producent en voorzie hiervoor een periodiciteit De raad vindt het positief dat voor productie-installaties voor hernieuwbare energie die per jaar minder dan kwh produceren, de metingen en de mededelingen kunnen gebeuren door de producent (art. 7 3). Reeds in zijn advies van 11 oktober 2000 heeft de raad zich afgevraagd of de tussenstap via de netbeheerder werkelijk nodig was en of m.a.w. de producenten niet beter tegelijk zowel aan de netbeheerder als aan de reguleringsinstantie meldingen verrichten. De raad vindt wel dat deze regeling ook voor installaties die per jaar meer dan kwh elektriciteit opwekken uit een hernieuwbare energiebron, bedoeld in art. 5, zou moeten gelden. Bovendien merkt de raad op, dat in tegenstelling tot art. 7 2, art. 7 3 niet aangeeft met welke periodiciteit de producenten deze metingen en mededelingen moeten uitvoeren. Indien de metingen en meldingen gebeuren door de netbeheerder is een maandelijkse frequentie voorzien. Tot slot vraagt de raad dat bij de hierboven gevraagde codificatie en integratie van de energieregelgeving extra aandacht gaat naar de stroomlijning van de meldingsverplichtingen van de actoren op de energiemarkt Voorzie extra bepalingen inzake de schrappingsprocedure door de VREG Volgens de raad is de regeling inzake de schrapping van groenestroomcertificaten in het ontwerp van besluit te summier. Zo bepaalt het ontwerp niet welke groenestroomcertificaten de VREG moet schrappen indien een certificatenplichtige over meerdere groenestroomcertificaten beschikt. De nota aan de Vlaamse regering vermeldt in haar toelichting bij art. 12 wel dat de certificaatplichtige de productie-installatie moet aanduiden en dat de VREG de oudste groenestroomcertificaten van deze installatie zal aanmerken als ingediend om te voldoen aan de certificatenverplichting. De raad vindt dat deze bepalingen in het ontwerp zelf opgenomen moeten worden. Daarnaast vindt de raad dat het ontwerp moet verduidelijken of en wanneer groenestroomcertificaten die niet aanvaardbaar zijn voor het voldoen aan de certificatenverplichting uit de databank zullen worden geschrapt. Is dit, net zoals voor aanvaardbare groenestroomcertificaten zes maanden na het verstrijken van de periode voor het indienen van groenestroomcertificaten, vastgelegd in artikel 23 2bis van het Elektriciteitsdecreet? Volgens de raad kan het in ieder geval niet de bedoeling zijn dat certificaten voor onbepaalde duur in de centrale data- 14

15 bank opgenomen blijven, hetgeen het systeem nodeloos zou verzwaren. De raad vindt bovendien dat een groenestroomcertificaat dat niet aanvaardbaar is om te voldoen aan de certificatenverplichting en dat reeds als verbruikt is aangemerkt, voor een vastgelegde tijd in de databank zichtbaar moet blijven, zodat de eindafnemer kan nagaan of de elektriciteit die hij aankocht ook inderdaad opgewekt werd uit hernieuwbare energiebronnen. Tot slot dringt de raad aan op een meer consistent gebruik van terminologie. Zo zou de toelichting bij art. 12 kunnen doen vermoeden dat een aanmerking als ingediend om te voldoen aan de certificatenverplichting verschilt van een schrapping, bedoeld in art Schrap groenestroomcertificaten niet bij uitvoer van elektriciteit De raad gaat om verschillende redenen niet akkoord met de onaanvaardbaarheid én de schrapping van groenestroomcertificaten in art resp. art wanneer de elektriciteit waarvoor de groenestroomcertificaten werden toegekend, buiten het Vlaamse gewest wordt uitgevoerd. Met deze bepaling wil de Vlaamse regering naar verluidt voorkomen dat de export van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen wordt gestimuleerd 11. Ten eerste is het volgens de raad in het kader van de bestrijding van het versterkt broeikaseffect niet van belang waar elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen wordt verbruikt, maar wel hoe deze elektriciteit wordt opgewekt. Om het klimaatvraagstuk aan te pakken, poogt het ontwerp van besluit enerzijds het aanbod van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen te verhogen door het systeem van groenestroomcertificaten en de voordelen bij de aansluiting van productie-installaties van hernieuwbare energie en anderzijds de vraag naar hernieuwbare energie te verhogen door de garanties van oorsprong en de gratis distributie van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Volgens de raad bedreigt de export van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in geen geval beide doelstellingen, integendeel. De export verhoogt de vraag naar hernieuwbare energie, terwijl de hoeveelheid elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, oftewel het aanbod, constant blijft of zelfs gestimuleerd wordt door de verhoogde vraag. De raad erkent evenwel dat de nationale indicatieve streefcijfers die in Europees verband werden opgemaakt, uitgedrukt worden als een verhouding voor het gebruik van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en niet voor de opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Niettemin meent de raad dat deze indicatieve streefcijfers secundair zijn aan de (wellicht bindende) doelstellingen die voortvloeien uit het Kyoto-Protocol. 11 Nota aan de Vlaamse regering, blz

16 Ten tweede ondermijnt de schrapping van groenestroomcertificaten bij de uitvoer volgens de raad de logica in de tweedeling tussen de groenestroomcertificaten die fungeren als middel om de certificatenverplichting te controleren enerzijds en de garanties van oorsprong van deze certificaten die moeten aangeven of de verkochte elektriciteit inderdaad werd opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen anderzijds. Voor de raad is het vanuit deze logica wenselijk dat groenestroomcertificaten voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die naar het buitenland wordt uitgevoerd, m.a.w. wordt verkocht, nog steeds aanvaard kunnen worden voor het voldoen aan de certificatenverplichting, maar dat de status van de garantie van oorsprong van een groenestroomcertificaat als verbruikt wordt aangemerkt. Daartoe moeten volgens de raad art en art aangepast worden. Ten derde wijst de raad op het feit dat een stimulans voor de opwekking van hernieuwbare energie verdwijnt indien groenestroomcertificaten bij uitvoer buiten het Vlaamse gewest worden geschrapt en/of onaanvaardbaar worden in het kader van de certificatenverplichting. Ten vierde is het met het vooruitzicht op een Europese geliberaliseerde energiemarkt én een Europese markt voor groenestroomcertificaten niet wenselijk dat de uitvoer van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen gesanctioneerd wordt met een schrapping. Tot slot twijfelt de raad aan de verenigbaarheid van artikels 13 2, 15 3 en Meer bepaald vraagt de raad zich af hoe de aanvaardbaardheid voor het voldoen aan de certificatenverplichting én de status van de garantie van oorsprong van een groenestroomcertificaat gewijzigd kunnen worden indien het betrokken groenestroomcertificaat wordt geschrapt Herbekijk de mededeling o.a. van registratienummers bij de inlevering en handel Hoewel de raad voorstander is van administratieve vereenvoudiging, is de raad niet gewonnen voor het verdwijnen van de verplichte melding van registratienummers aan de VREG bij de inlevering en de verhandeling van groenestroomcertificaten. Het huidige besluit inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen voorzag in art. 8 3 dat elke certificaatplichtige verplicht was aan de reguleringsinstantie de registratienummers mee te delen van de groenestroomcertificaten die hij wenste in te leveren om te doen aan zijn certificatenverplichting. Daarnaast bepaalde art dat de verkoper aan de reguleringsinstantie de registratienummers moest meedelen van de verkochte groenestroomcertificaten. De raad vindt dat de registratienummers deel moeten blijven uitmaken van de melding van de in te leveren en van de verkochte certificaten. Registratienummers zijn namelijk de enige manier om op onbetwistbare en eenvoudige wijze vast te leggen welke certificaten precies van 16

17 eigenaar wisselden of werden ingeleverd. Daarbij wordt het mogelijk een onderscheid te maken tussen diverse productie-installaties. Bovendien is het nodig om tussen beide types certificaten aanvaardbaar voor de certificatenverplichting of niet een onderscheid te kunnen maken, indien de handel van certificaten ook betrekking heeft op certificaten die niet aanvaardbaar zijn in het kader van de certificatenverplichtingen(cf. infra). Tot slot vindt de raad dat art uitdrukkelijk moet bepalen welke gegevens van de verhandelde groenestroomcertificaten aan de VREG moeten worden meegedeeld door de verkoper Voorzie ook handel van niet aanvaardbare certificaten Volgens de raad moet ook rekening gehouden worden met de handel van certificaten die niet aanvaard kunnen worden om te voldoen aan de certificatenverplichting. De raad volgt dan ook niet de stellingen terzake in de nota aan de Vlaamse regering bij artikel 17. Deze nota stelt meer bepaald dat enkel aanvaarde certificaten verhandeld kunnen worden en dat de nietaanvaardbare certificaten niet snel een koper zullen vinden. Volgens de raad is het, mede in het licht van de verwachte internationale of interregionale verhandelbaarheid van certificaten, wel wenselijk dat deze certificaten nu reeds voor verhandeling in aanmerking komen. Dit voorkomt wijzigingen aan de regelgeving in een later stadium. Bovendien maakt de verhandeling van deze certificaten het mogelijk dat tussenhandelaars of leveranciers deze groenestroomcertificaten aankopen bij producenten, louter en alleen om elektriciteit opwekt uit hernieuwbare energiebronnen, de vroegere groene stroom, te kunnen verkopen aan eindafnemers. Tot slot is het volgens de raad niet ondenkbaar dat er ook nu reeds andere kopers, zoals particulieren of milieubewegingen, geïnteresseerd zijn in de aankoop van niet-aanvaardbare certificaten. Ook hier merkt de raad opnieuw op dat de handel van niet-aanvaardbare groenestroomcertificaten noodzaakt dat bij de verkoop van certificaten de registratienummers worden meegedeeld zodat vaststaat welk type certificaat werd verhandeld (cf. supra). 17

18 5. Bemerkingen inzake de garanties van oorsprong 5.1. Verduidelijk de aanmerking van de garanties van oorsprong De raad is verheugd dat via de invoering van de garantie van oorsprong de Vlaamse regering enigszins tegemoetkomt aan de vraag van de SERV om het gebruik van de term groene stroom aan verificatie te onderwerpen zodat een vals of misleidend gebruik van de term groene stroom bij de verkoop aan eindafnemers uitgesloten of sanctioneerbaar is 12. Door de garanties van oorsprong kan een leverancier van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen immers ten opzichte van zijn afnemers bewijzen dat de elektriciteit die wordt verkocht ook werkelijk werd opgewekt uit een hernieuwbare energiebron. In een centrale databank wordt bij de levering van elektriciteit opgewekt uit een hernieuwbare energie aan een eindafnemer naast de garantie van oorsprong van een groenestroomcertificaat de vermelding verbruikt opgenomen evenals het klantnummer van de betrokken eindafnemer (art. 18 3). Deze eindafnemer kan via internet controleren of er wel degelijk een groenestroomcertificaat bestaat waarvan de garantie van oorsprong is aangemerkt als verbruikt en waarnaast zijn klantnummer staat vermeld. De garantie van oorsprong wordt ook als verbruikt aangemerkt voor elektriciteit die ter plaatse wordt gebruikt en die niet op het net wordt geinjecteerd en voor elektriciteit die buiten het Vlaams gewest wordt uitgevoerd (art en 4). Wel vindt de raad dat de concrete regeling inzake de aanmerking van de garanties van oorsprong beter uitgewerkt of verwoord moet worden. Ten eerste moet het ontwerp duidelijk stellen wie de garanties van oorsprong aanmerkt als verbruikt. Art. 14 van het ontwerp lijkt te suggereren dat de gegevens van de toegekende groenestroomcertificaten, waaronder de status van de garantie van oorsprong, enkel door de VREG kunnen worden geregistreerd. In art wordt daarentegen uitdrukkelijk gesteld dat de leverancier de garantie van oorsprong merkt als verbruikt. Voor de uitvoer van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en voor het gebruik ervan ter plaatse is niet bepaald wie de aanmerking moet realiseren (art en art. 18 2). Indien het de bedoeling is dat de leverancier zelf de aanmerking in de databank realiseert, moet deze hiertoe speciaal gemachtigd worden. Ten tweede moet het ontwerp verduidelijken wanneer de garantie van oorsprong als verbruikt wordt aangemerkt. Volgens art moet de garantie van oorsprong worden gemerkt als verbruikt wanneer de leverancier de elektriciteit die gedekt wordt door de garantie van oorsprong in het Vlaams Gewest aan een eindafnemer heeft geleverd. De nota 12 SERV-advies van 12 maart 2003 over het wijzigingsbesluit groene stroom. 18

19 aan de Vlaamse regering is terzake dubbelzinnig. Op blz. 6 vermeldt de nota dat de leverancier telkens wanneer hij een klant kwh elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen verkoopt, hij in de centrale databank de garantie van oorsprong merkt als verbruikt, terwijl op blz. 12 zowel sprake is van een aanmerking bij levering als van een aanmerking bij verkoop. Concreet vraagt de raad zich af of een eindafnemer na het afsluiten van een contract voor de verkoop van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen reeds kan nagaan of de garanties van oorsprong als verbruikt werden aangemerkt, of dat deze eindafnemer dit slechts kan na betaling van zijn maandelijkse of jaarlijkse afrekening. Het ontwerp geeft trouwens ook niet aan binnen welke termijn na deze levering, dan wel verkoop, de aanmerking van de garantie van oorsprong gerealiseerd moet worden. Ten derde begrijpt de raad niet hoe een garantie van oorsprong van een groenestroomcertificaat kan worden aangemerkt als verbruikt bij de uitvoer buiten het Vlaams gewest, zoals art voorschrijft, als het betrokken groenestroomcertificaat juist ingevolge de uitvoer volgens art door de VREG uit de centrale databank wordt geschrapt. Dit moet volgens de raad verhelderd worden (cf. supra). Ten vierde moet het ontwerp inzake de aanmerking van de garanties van oorsprong aangeven hoe wordt omgegaan met een levering van een hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die kleiner is dan kwh. Zal de garantie van oorsprong van het betreffende groenestroomcertificaat ook dan als verbruikt aangemerkt worden en zal de betrokken eindafnemer dan vermeld worden, eventueel tezamen met de vermelding van een andere eindafnemer die ook een hoeveelheid afnam die kleiner is dan kwh? Of worden de schijven geleverde elektriciteit die kleiner zijn dan kwh bijgeteld bij de leveringen aan deze eindafnemer in de volgende maand? Volgens de raad moet in ieder geval voorkomen worden dat leveranciers ingevolge deze indeling in schijven van kwh substantieel meer elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen zouden verkopen aan eindafnemers dan de garanties van oorsprong van hun groenestroomcertificaten weerspiegelen. Bovendien merkt de raad op deze opmerking in samenhang gezien moet worden met de vraag naar verduidelijking omtrent de vraag wanneer de aanmerking moet gebeuren. Bij een aanmerking op maandelijkse basis zal het totaal van de fracties kleiner dan kwh natuurlijk omvangrijker zijn dan bij een aanmerking op halfjaarlijkse of jaarlijkse basis. Ten vijfde dringt de raad aan op voldoende garanties dat een aanmerking van een garantie van oorsprong als verbruikt achteraf niet meer gewijzigd wordt en dat ook de vermelde klantnummers bij de verbruikte garanties niet meer kunnen veranderen. 19

20 5.2. Garandeer de controlemogelijkheid voor de eindafnemer bij schrapping De raad vindt dat een eindafnemer gedurende een vastgestelde periode na de aankoop van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energie moet kunnen nagaan of er inderdaad een groenestroomcertificaat bestaat waarvan de garantie van oorsprong is aangemerkt als verbruikt en waarnaast zijn klantnummer vermeld staat. Dit is volgens de raad niet gegarandeerd indien het betreffende groenestroomcertificaat kort na de levering van de betreffende elektriciteit wordt geschrapt, bijvoorbeeld in het kader van de inlevering van het certificaat of aangezien de periode voor de indiening van het certificaat met meer dan zes maanden is overschreden. De raad vraagt dat het ontwerp ook in deze gevallen de nodige controlemogelijkheden terzake voor de eindafnemer voorziet Verduidelijk de procedure bij uitvoer van elektriciteit De raad vraagt dat art zou worden verduidelijkt. Dit artikel stelt dat de status van de garantie van oorsprong als verbruikt wordt aangemerkt in de centrale databank als de elektriciteit die gedekt wordt door de garantie van oorsprong buiten het Vlaams gewest wordt uitgevoerd, nadat de nodige gegevens van de garantie van oorsprong zijn overgedragen aan de bevoegde instantie. Het is echter onduidelijk welke bevoegde instantie hier bedoeld wordt en welke nodige gegevens moeten worden overgedragen. De bijgevoegde nota aan de Vlaamse regering bevat terzake geen verduidelijking. 6. Bemerkingen inzake de gratis distributie van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen 6.1. Verduidelijk de regeling inzake de gratis distributie voor groene stroom De raad merkt op dat hoofdstuk IV (gratis distributie van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen) van het ontwerp van besluit niet onbetwistbaar vastlegt welke groene stroom kosteloos gedistribueerd zal worden. Is dit elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, zoals bedoeld in art. 5 van het ontwerp en zoals vermeld in de Europese richtlijn terzake? Of geldt de gratis distributie enkel voor de elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in art. 13 van het ontwerp om te kunnen voldoen aan de groenestroomcertificatenverplichting? Art van het ontwerp specificeert dit niet. Art lijkt aan te geven dat de distributie enkel niet mag worden aan- 20

21 gerekend aan de eindafnemer indien het gaat om een hernieuwbare energiebron vermeld in art. 13. Suggereert ditartikel dat de gratis distributieregeling enkel geldt voor elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen vermeld in art. 13? De raad dringt terzake aan op een heldere formulering. Ook vraagt de raad om de voorgestelde regeling inzake gratis distributie te herbekijken in het licht van de specifieke en verschillende situaties waarin de distributienetbeheerders zich bevinden (cf. SERV-advies van 12 maart 2003 over het wijzingsbesluit groene stroom) Bedenk een handhavingsstrategie voor het doorrekeningsverbod De raad vraagt hoe zal worden gecontroleerd of een leverancier van elektriciteit, opgewekt uit een hernieuwbare energiebron, de distributiekosten niet aanrekent aan de eindgebruiker, wanneer hijzelf voor deze distributiekosten niet hoeft te betalen (art. 19 2) (cf. SERV-advies van 12 maart 2003) Zoek een structurele oplossing voor de noodzaak tot beperking van de gratis distributie De raad heeft in zijn advies van 12 maart 2003 gepleit voor een structurele oplossing die de beperking van de kosteloze distributie van groene stroom tot de injectie van elektriciteit opgewekt door productie-installaties aangesloten op distributienetten gelegen in het Vlaamse gewest, zou kunnen vervangen. Naar aanleiding van voorliggende adviesvraag, vraagt de raad dat hier snel werk van wordt gemaakt. 7. Bemerkingen inzake de aansluiting van productie-installaties van hernieuwbare energie 7.1. Verduidelijk het toepassingsgebied van de bepalingen inzake de aansluiting Volgens de raad moet verduidelijkt worden of de bepalingen in art betrekking hebben op productie-installaties van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen zoals de titel van het hoofdstuk V 13 doet vermoeden of op productie-installaties van hernieuwbare energie zoals art zelf bepaalt. De omschrijving in het art lijkt voor de raad ruimer te zijn dan de 13 De aansluiting van productie-installaties van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen 21

22 omschrijving in de hoofdstuktitel. Art heeft betrekking op de beperking van de aansluitingskosten die aan de exploitanten van deze installaties aangerekend mogen worden. Verder moet het ontwerp aangeven of netbeheerders voorrang moeten verlenen aan alle productie-installaties die het principe van warmtekrachtkoppeling gebruiken, zoals art stelt, of dat deze regeling enkel geldt voor kwalitatieve warmtekrachtinstallaties zoals de nota aan de Vlaamse regering vermeldt. Tot slot merkt de raad op dat art in tegenstelling tot art en 2 niet spreekt van netbeheerders, maar van distributienetbeheerders, een begrip dat trouwens niet gedefinieerd is. De raad dringt aan op een consistente formulering Stem af met het technisch reglement De raad vraagt om specifiek voor art van het ontwerp na te gaan of de afstemming met het technisch reglement, opgemaakt door de VREG, gegarandeerd is. Artikel 20 1 bepaalt dat de aansluitingskosten voor de exploitant in elk geval beperkt blijven tot de kostenposten berekend voor het geval de aansluiting gemaakt zou worden op het dichtstbijzijnde punt van het bestaande net op een spanning van 10 kv of hoger. 22

van 23 februari 2010

van 23 februari 2010 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

van 11 december 2007

van 11 december 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B - 1000 BRUSSEL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13

Nadere informatie

Brussel, 23 maart 2007 180307_Advies_HEbesluit. Advies. Wijzigingsbesluit hernieuwbare energie Inzake groenestroomcertificaten voor biomassa

Brussel, 23 maart 2007 180307_Advies_HEbesluit. Advies. Wijzigingsbesluit hernieuwbare energie Inzake groenestroomcertificaten voor biomassa Brussel, 23 maart 2007 180307_Advies_HEbesluit Advies Wijzigingsbesluit hernieuwbare energie Inzake groenestroomcertificaten voor biomassa Inhoud Samenvatting... 3 Advies... 4 1. Situering van de adviesvraag...

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 20 juli 2004. gewijzigd op 24 januari 2007

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 20 juli 2004. gewijzigd op 24 januari 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de lektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II- laan 7 B - 1210 BRUSSL e-mail : info@vreg.be tel. : +32 2 553 13 53 fax : +32 2 553 13 50 web : www.vreg.be

Nadere informatie

Brussel, 11 januari 2006. 011103_advies_besluit_WKK. Advies. Besluit warmtekrachtkoppeling

Brussel, 11 januari 2006. 011103_advies_besluit_WKK. Advies. Besluit warmtekrachtkoppeling Brussel, 11 januari 2006 011103_advies_besluit_WKK Advies Besluit warmtekrachtkoppeling Inhoud 1. Krachtlijnen van het advies... 3 2. Situering van de adviesvraag... 4 3. Codificatie in één WKK-besluit

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 29 mei 2007

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 29 mei 2007 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24 april 2007 1

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24 april 2007 1 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be

Nadere informatie

http://www.emis.vito.be Belgisch Staatsblad dd 03-06-2014

http://www.emis.vito.be Belgisch Staatsblad dd 03-06-2014 VLAAMSE OVERHEID [C 2014/35570] 9 MEI 2014. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de instanties bevoegd voor de behandeling van de dossiers

Nadere informatie

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Advies

Nadere informatie

28 SEPTEMBER 2001. Besluit van de Vlaamse regering inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen De Vlaamse

28 SEPTEMBER 2001. Besluit van de Vlaamse regering inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen De Vlaamse N. 2001 2938 [C 2001/36198] 28 SEPTEMBER 2001. Besluit van de Vlaamse regering inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen De Vlaamse regering, Gelet op de bijzondere

Nadere informatie

624 (2009-2010) Nr. 1 7 juli 2010 (2009-2010) stuk ingediend op. Voorstel van decreet

624 (2009-2010) Nr. 1 7 juli 2010 (2009-2010) stuk ingediend op. Voorstel van decreet stuk ingediend op 624 (2009-2010) Nr. 1 7 juli 2010 (2009-2010) Voorstel van decreet van de heren Bart Martens en Carl Decaluwe, de dames Liesbeth Homans, Michèle Hostekint en Tinne Rombouts en de heren

Nadere informatie

In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2012 werd op bladzijde 88607 e.v. bovengenoemd besluit gepubliceerd.

In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2012 werd op bladzijde 88607 e.v. bovengenoemd besluit gepubliceerd. VLAAMSE OVERHEID [C 2013/35060] 21 DECEMBER 2012. Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de groenestroomcertificaten, de warmtekrachtcertificaten

Nadere informatie

VOORSTEL (C)090319-CDC-853

VOORSTEL (C)090319-CDC-853 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS VOORSTEL

Nadere informatie

Mededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24/10/2013

Mededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24/10/2013 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Gratis telefoon

Nadere informatie

Advies. Rapportage afname- en productiegegevens energiesector

Advies. Rapportage afname- en productiegegevens energiesector Brussel, 3 december 2008 Advies rapportage energiegegevens Advies Rapportage afname- en productiegegevens energiesector Voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van

Nadere informatie

Verslag van de consultatie van de ontwerpmededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt van 14 augustus 2013

Verslag van de consultatie van de ontwerpmededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt van 14 augustus 2013 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Gratis telefoon

Nadere informatie

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen Brussel, 10 september 2008 Advies besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop Advies Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop Inhoud 1. Situering... 3 2. Advies... 4 2.1. Neem maatregelen om

Nadere informatie

Beslissing van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 3 juli 2012

Beslissing van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 3 juli 2012 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Gratis telefoon

Nadere informatie

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen Advies van de WaterRegulator met betrekking tot het ontwerp Ministerieel besluit houdende nadere regels tot uitvoering van artikel 27/3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende

Nadere informatie

EINDBESLISSING (B)130228-CDC-1231

EINDBESLISSING (B)130228-CDC-1231 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS EINDBESLISSING

Nadere informatie

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen EUROPESE COMMISSIE Brussel, 02.08.2002 C(2002)2904 fin. Betreft: Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen Excellentie, Bij schrijven

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Brussel, 12 september 2007 091207 Advies besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energie Advies Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding en krachtlijnen...

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2009/14 - Boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2009/14 - Boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN Inleiding CBN-advies 2009/14 - Boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten Advies van 16 december 2009 Aan de Commissie werd om advies

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid Stuk 825 (2005-2006) Nr. 1 Zitting 2005-2006 28 april 2006 ONTWERP VAN DECREET houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid 1879 FIN Stuk

Nadere informatie

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong Statistieken Laatste aanpassing 03/03/2014 Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong Deze statistiek geeft een overzicht van het aantal warmtekrachtcertificaten aanvaardbaar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat verkoop en verhuur residentiële gebouwen

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat verkoop en verhuur residentiële gebouwen Brussel, 5 september 2007 090507 Advies EPB-certificaat residentiële gebouwen Advies Besluit energieprestatiecertificaat verkoop en verhuur residentiële gebouwen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding en krachtlijnen...

Nadere informatie

Voorstel van decreet. houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie.

Voorstel van decreet. houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie. stuk ingediend op 1639 (2011-2012) Nr. 3 26 juni 2012 (2011-2012) Voorstel van decreet van de heren Bart Martens en Robrecht Bothuyne, de dames Liesbeth Homans, Michèle Hostekint en Sonja Claes en de heren

Nadere informatie

CBN-Avies 2009/14 omtrent de boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten

CBN-Avies 2009/14 omtrent de boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten CBN-Avies 2009/14 omtrent de boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten Stijn Goeminne Hogeschool Gent, Departement Handelswetenschappen & Bestuurskunde Het opwekken van groene

Nadere informatie

houdende diverse bepalingen inzake energie

houdende diverse bepalingen inzake energie stuk ingediend op 2031 (2012-2013) Nr. 4 19 juni 2013 (2012-2013) Ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake energie Tekst aangenomen door de plenaire vergadering Stukken in het dossier: 2031

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. 2338 (2013-2014) Nr. 4 26 februari 2014 (2013-2014) stuk ingediend op

Ontwerp van decreet. Tekst aangenomen door de plenaire vergadering. 2338 (2013-2014) Nr. 4 26 februari 2014 (2013-2014) stuk ingediend op stuk ingediend op 2338 (2013-2014) Nr. 4 26 februari 2014 (2013-2014) Ontwerp van decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de omzetting van de Richtlijn van de Europese

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010 inzake het ontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke

Nadere informatie

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 58.417/3 van 2 december 2015 over een amendement bij het voorontwerp van programmadecreet [lees: voorontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van

Nadere informatie

Productie-installaties in Vlaanderen waarvoor groenestroomcertificaten en/of garanties van oorsprong worden toegekend

Productie-installaties in Vlaanderen waarvoor groenestroomcertificaten en/of garanties van oorsprong worden toegekend Productie-installaties in Vlaanderen waarvoor groenestroomcertificaten en/of garanties van oorsprong worden toegekend Dit document bevat gegevens betreffende de productie-installaties waarvan de aanvraag

Nadere informatie

van 17 februari 2009

van 17 februari 2009 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be

Nadere informatie

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten en garanties van oorsprong Statistieken Laatste aanpassing 03/06/2015 Aantal uitgereikte groenestroomcertificaten en garanties van oorsprong Dit document bevat de gegevens betreffende het aantal toegekende groenestroomcertificaten

Nadere informatie

ADVIES DIENST REGULERING

ADVIES DIENST REGULERING DIENST REGULERING ADVIES DR-20060228-42 betreffende Het voorstel van uitbreiding van het nachttarief tot het weekend voor netgebruikers die zijn aangesloten op het laagspanningsnet vanaf 1 januari 2007

Nadere informatie

BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008

BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008 BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008 Aantal Titel van het initiatief Betrokken regelgeving Eventuele wettelijke deadline Korte samenvatting van de beleidsdoelstellingen Te doorlopen fases en hun timing Wordt

Nadere informatie

Brussel, 17 september 2008 080917 aanvullend advies energiedecreet. Advies

Brussel, 17 september 2008 080917 aanvullend advies energiedecreet. Advies Brussel, 17 september 2008 080917 aanvullend advies energiedecreet Advies Aanvullend advies bij het SERV-advies van 10 september 2008 over het voorontwerp van decreet houdende algemene bepalingen betreffende

Nadere informatie

Typ hier de naam van hedrijf

Typ hier de naam van hedrijf Typ hier de naam van hedrijf Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 BRUSSEL e-mail: info.vreg@advalvas.be tel +32 2 553 13 53 fax

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 --------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.386 ------------------------------ Zitting van dinsdag 29 januari 2002 -------------------------------------------- Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 7, 3

Nadere informatie

21 39.882 11 314.402. Biomassa omvat naast vaste biomassa ook vloeibare en gasvormig gemaakte biomassa, exclusief biogas afkomstig uit vergisting.

21 39.882 11 314.402. Biomassa omvat naast vaste biomassa ook vloeibare en gasvormig gemaakte biomassa, exclusief biogas afkomstig uit vergisting. 1/1/212 Productie-installaties in Vlaanderen waarvoor groenestroomcertificaten worden toegekend Dit document bevat gegevens betreffende de productie-installaties waarvan de aanvraag tot toekenning van

Nadere informatie

Brussel, 6 februari 2008 080205_Advies_afwijkingen EPB. Advies. Besluit afwijkingen en vrijstellingen energieprestatieregelgeving

Brussel, 6 februari 2008 080205_Advies_afwijkingen EPB. Advies. Besluit afwijkingen en vrijstellingen energieprestatieregelgeving Brussel, 6 februari 2008 080205_Advies_afwijkingen EPB Advies Besluit afwijkingen en vrijstellingen energieprestatieregelgeving Advies vrijstellingen en afwijkingen EPBeisen Inhoud Krachtlijnen van het

Nadere informatie

De Vlaamse autoriteiten hebben op 10 juli 2003 een decreet goedgekeurd teneinde een systeem van warmtekrachtcertificaten in te voeren.

De Vlaamse autoriteiten hebben op 10 juli 2003 een decreet goedgekeurd teneinde een systeem van warmtekrachtcertificaten in te voeren. EUROPESE COMMISSIE Brussel, 03.V.2005 C(2005)1318 fin Betreft: Steunmaatregel nr. N 608/2004 - België Warmtekrachtcertificaten Excellentie, 1. PROCEDURE Bij brief van 7 september 2004, die op 9 september

Nadere informatie

Mededeling van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt

Mededeling van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 79 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web:

Nadere informatie

VOORSTEL (C)060928-CDC-567

VOORSTEL (C)060928-CDC-567 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. 02/289.76.11 Fax 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS VOORSTEL

Nadere informatie

Mededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 28 juni 2011

Mededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 28 juni 2011 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be

Nadere informatie

Aantal verhandelde groenestroomcertificaten en gemiddelde prijs

Aantal verhandelde groenestroomcertificaten en gemiddelde prijs Aantal verhandelde groenestroomcertificaten en gemiddelde prijs 1. Inleiding Dit document bevat gegevens betreffende de verhandelde groenestroomcertificaten van 1/2006 tot. 2. Tabellen en grafiek Tabel

Nadere informatie

Rolnummer 5793. Arrest nr. 176/2014 van 4 december 2014 A R R E S T

Rolnummer 5793. Arrest nr. 176/2014 van 4 december 2014 A R R E S T Rolnummer 5793 Arrest nr. 176/2014 van 4 december 2014 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 3 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 28 juni 2013 houdende diverse bepalingen

Nadere informatie

Mededeling van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 22 juli 2008

Mededeling van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 22 juli 2008 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 79 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web:

Nadere informatie

van 13 augustus 2009

van 13 augustus 2009 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web:

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ADVIES (BRUGEL-ADVIES-20150424-204) betreffende het voorontwerp van besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s.

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s. Stuk 437 (1996-1997) Nr. 2 VLAAMS PARLEMENT Zitting 1996-1997 6 november 1996 VOORSTEL VAN DECREET van de heren Marc Olivier, Jacques Timmermans en Carl Decaluwé c.s. houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen

Nadere informatie

Brussel, 10 september 2008 Advies_energiedecreet. Advies. Over het voorontwerp van decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid

Brussel, 10 september 2008 Advies_energiedecreet. Advies. Over het voorontwerp van decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid Brussel, 10 september 2008 Advies_energiedecreet Advies Over het voorontwerp van decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Algemene beoordeling...

Nadere informatie

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Opschrift Decreet houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Datum 17.07.2000 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN ART. 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. ART. 2. In dit decreet wordt verstaan

Nadere informatie

ENERGIEKAMER. Atoomstroom B.V. Informele zienswijze: SWAP-methode bij stroometikettering. Geachte,

ENERGIEKAMER. Atoomstroom B.V. Informele zienswijze: SWAP-methode bij stroometikettering. Geachte, ENERGIEKAMER Aan Atoomstroom B.V. Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 1 Onderwerp Informele zienswijze: SWAP-methode bij stroometikettering Geachte, U heeft de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nadere informatie

Vlarem trein 2012 - Aanpassing wetgeving inzake Emissiehandel

Vlarem trein 2012 - Aanpassing wetgeving inzake Emissiehandel Vlarem trein 2012 - Aanpassing wetgeving inzake Emissiehandel 14 juni 2013 Jorre De Schrijver Team Klimaat Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid (ALHRMG) Programma Inleiding emissiehandel

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N HANDELSPRAT - Fitness A04 Brussel, 29 september 2010 MH/SL/AS A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE DE FITNESS- EN WELLNESSCONTRACTEN

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING. Stuk 1124 (2006-2007) Nr. 4. Zitting 2006-2007. 23 mei 2007 3087 OPE

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING. Stuk 1124 (2006-2007) Nr. 4. Zitting 2006-2007. 23 mei 2007 3087 OPE Zitting 2006-2007 23 mei 2007 ONTWERP VAN DECREET tot wijziging van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, wat betreft elektriciteit

Nadere informatie

Gezamenlijke mededeling van de energieregulatoren CREG, CWaPE en VREG. Liberalisering van de gasmarkt op distributieniveau

Gezamenlijke mededeling van de energieregulatoren CREG, CWaPE en VREG. Liberalisering van de gasmarkt op distributieniveau Gezamenlijke mededeling van de energieregulatoren CREG, CWaPE en VREG Liberalisering van de gasmarkt op distributieniveau Inleiding De snelle liberalisering van de gasmarkt op distributieniveau confronteerde

Nadere informatie

VEELGESTELDE VRAGEN ZONNEPANELEN 10 KW

VEELGESTELDE VRAGEN ZONNEPANELEN 10 KW VEELGESTELDE VRAGEN ZONNEPANELEN 10 KW VRAGEN OVER ZONNEPANELEN MET EEN VERMOGEN 10 KW...3 1. ALGEMENE INFO OVER ZONNEPANELEN...3 1. Hoeveel kosten zonnepanelen?...3 2. Welke steun wordt verleend aan PV-installaties?...3

Nadere informatie

VLAANDEREN PARTICULIERE KLANTEN

VLAANDEREN PARTICULIERE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in OKTOBER 2015 in VLAANDEREN PARTICULIERE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen Uitgebracht

Nadere informatie

VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE

VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE 66753 3 de rechtstreekse steun en het productiebeheer. De volgende aangelegenheden worden aan het Waalse Gewest gedelegeerd: 1 de indeling van geslachte varkens en runderen; 2 de raszuivere fokdieren en

Nadere informatie

Rolnummer 5794. Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T

Rolnummer 5794. Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T Rolnummer 5794 Arrest nr. 50/2014 van 20 maart 2014 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 11 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 28 juni 2013 houdende diverse bepalingen

Nadere informatie

VLAANDEREN PROFESSIONELE KLANTEN

VLAANDEREN PROFESSIONELE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in OKTOBER 2015 in VLAANDEREN PROFESSIONELE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen Uitgebracht

Nadere informatie

van 18 september 2012

van 18 september 2012 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Gratis telefoon

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2010/2169(DEC) 3.2.2011 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor

Nadere informatie

33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011)

33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011) TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2012-2013 33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011) Nr. 2 VOORSTEL

Nadere informatie

STUDIE (F)050908-CDC-455

STUDIE (F)050908-CDC-455 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

DE RECENTE VOORSTELLEN TOT WIJZIGING VAN DE EUROPESE REGELGEVING INZAKE DE LIBERALISERING VAN DE ELEKTRICITEITS- EN GASMARKT Jan Gekiere...

DE RECENTE VOORSTELLEN TOT WIJZIGING VAN DE EUROPESE REGELGEVING INZAKE DE LIBERALISERING VAN DE ELEKTRICITEITS- EN GASMARKT Jan Gekiere... INHOUDSTAFEL WOORD VOORAF... v DE RECENTE VOORSTELLEN TOT WIJZIGING VAN DE EUROPESE REGELGEVING INZAKE DE LIBERALISERING VAN DE ELEKTRICITEITS- EN GASMARKT Jan Gekiere...1 Inleiding...1 Hoofdstuk 1. De

Nadere informatie

Mededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 21 oktober 2014

Mededeling van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 21 oktober 2014 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Gratis telefoon

Nadere informatie

A D V I E S. over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER

A D V I E S. over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER Doc. nr. E2:90005C04 Brussel, 30.3.1999 MH/GVB/LC A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE NATUURLIJK MINERAAL WATER EN BRONWATER (bekrachtigd door de Hoge Raad voor de Middenstand

Nadere informatie

I. Algemene inleiding

I. Algemene inleiding Publieke consultatie Wijzigingen 2015 Toegangscontract 17/08/2015 14/09/2015 Toelichtingsnota van de door Elia voorgestelde wijzigingen aan het toegangscontract I. Algemene inleiding De door Elia voorgestelde

Nadere informatie

Toepassing vrijstelling energiebelasting / opslag duurzame energie in verband met opwekken elektriciteit.

Toepassing vrijstelling energiebelasting / opslag duurzame energie in verband met opwekken elektriciteit. Verklaring elektriciteitsopwekking (WKK-verklaring) 2015 Toepassing vrijstelling energiebelasting / opslag duurzame energie in verband met opwekken elektriciteit. De afnemer: Bedrijfsnaam Adres Plaats

Nadere informatie

SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets. Advies. Onroerenderfgoedtoets. 20 januari 2010

SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets. Advies. Onroerenderfgoedtoets. 20 januari 2010 SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets Advies Onroerenderfgoedtoets 20 januari 2010 Adviesvraag: ontwerpbesluit betreffende de onroerenderfgoedtoets ontwerpbesluit houdende wijziging van het besluit betreffende

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; 1/6 Advies nr 25/2010 van 1 september 2010 Betreft: Advies betreffende het ontwerp van koninklijk besluit houdende wijziging van verschillende besluiten betreffende registratie van persoonsgegevens ingevolge

Nadere informatie

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom ADVIES 2005/1 Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Nadere informatie

houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016

houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 ingediend op 544 (2015-2016) Nr. 23 15 december 2015 (2015-2016) Amendement voorgesteld na indiening van het verslag op het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016

Nadere informatie

Vlaamse Regering VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID

Vlaamse Regering VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Vlaamse Regering Ministerieel besluit houdende de uitwerking van de CO 2 -neutraliteit op de bedrijventerreinen VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Gelet op

Nadere informatie

CONCEPT. Besluit: 1 Stcrt. 2003, 249; gewijzigd bij ministeriële regeling van 27 januari 2005 (Stcrt. 25). 2 Stcrt. 2004, 126.

CONCEPT. Besluit: 1 Stcrt. 2003, 249; gewijzigd bij ministeriële regeling van 27 januari 2005 (Stcrt. 25). 2 Stcrt. 2004, 126. Regeling van de Minister van Economische Zaken van., nr..., houdende wijziging van de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2005, de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit

Nadere informatie

Netkoppeling van decentrale productie

Netkoppeling van decentrale productie Netkoppeling van decentrale productie Infosessie land- en tuinbouwsector 8 juni 2007 Guido Claes Netkoppeling? 2 Wettelijke voorschriften netkoppeling Uitvoeringsbesluit hernieuwbare energie: o.a. de meting

Nadere informatie

Advies Reparatiebesluit energiepremies

Advies Reparatiebesluit energiepremies Advies Reparatiebesluit energiepremies SERV, 20 januari 2010 Minaraad, 28 januari 2010 Contactpersoon SERV: Peter Van Humbeeck Contactpersoon Minaraad: Francis Noyen 1 Wetstraat 34-36, B- 1040 Brussel

Nadere informatie

TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN

TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN TARIEVEN VOOR OPENBARE DIENSTVERPLICHTINGEN EN TAKSEN EN TOESLAGEN De onderstaande tarieven voor openbare dienstverplichtingen en taksen en toeslagen zijn geldig vanaf 1 januari 2014. Tarieven voor Openbare

Nadere informatie

BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN

BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in AUGUSTUS 2015 in BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen

Nadere informatie

WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN

WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN WETTEN, DECRETEN, ORDONNANTIES EN VERORDENINGEN FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE N. 2012 2598 [C 2012/11343] 25 AUGUSTUS 2012. Wet houdende diverse bepalingen inzake energie

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

van 6 september 2011

van 6 september 2011 Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt Publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 19 B-1000 Brussel Gratis telefoon

Nadere informatie

Toepassing vrijstelling energiebelasting / opslag duurzame energie in verband met opwekken elektriciteit.

Toepassing vrijstelling energiebelasting / opslag duurzame energie in verband met opwekken elektriciteit. Verklaring elektriciteitsopwekking middels WKK 2014 Toepassing vrijstelling energiebelasting / opslag duurzame energie in verband met opwekken elektriciteit. De afnemer: Bedrijfsnaam Adres Plaats Klantnummer

Nadere informatie

BRUSSEL-HOOFDSTAD PROFESSIONELE KLANTEN

BRUSSEL-HOOFDSTAD PROFESSIONELE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in OKTOBER 2015 in BRUSSEL-HOOFDSTAD PROFESSIONELE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 463 Regels omtrent het transport en de levering van gas (Gaswet) Nr. 95 DERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 4 april 2000 Het voorstel van wet

Nadere informatie

TC/01/82. Gelet op de aanvraag van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid;

TC/01/82. Gelet op de aanvraag van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid; TC/01/82 BERAADSLAGING NR. 01/70 VAN 14 AUGUSTUS 2001 BETREFFENDE EEN AANVRAAG VOOR DE MEDEDELING VAN SOCIALE GEGEVENS VAN PERSOONLIJKE AARD DOOR DE KRUISPUNTBANK AAN DE DRUKKER VAN DE GRATIS PASSEN VANWEGE

Nadere informatie

Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW Belasting over de toegevoegde waarde

Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW Belasting over de toegevoegde waarde Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst BTW Belasting over de toegevoegde waarde Beslissing BTW nr. E.T.128.691 d.d. 17.08.2015 Elektriciteit Btw-tarief

Nadere informatie

Notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van Sint-Katelijne-Waver 20 november 2013 om 20:00 ===========================

Notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van Sint-Katelijne-Waver 20 november 2013 om 20:00 =========================== Notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van Sint-Katelijne-Waver 20 november 2013 om 20:00 =========================== Aanwezig: Van Oosterwyck Dave - voorzitter Knegtel Dirk, Op de Beeck Guido,

Nadere informatie

WOORD VOORAF... v. Tom Schoors en Didier Pacquée... 1

WOORD VOORAF... v. Tom Schoors en Didier Pacquée... 1 WOORD VOORAF........................................................... v HET FEDERALE ENERGIERECHT IN 2009: Overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen Tom Schoors en Didier Pacquée...........................................

Nadere informatie

Advies. Wijziging Decreet minimumlevering gas, elektriciteit, water Besluit sociale openbare dienstverplichtingen

Advies. Wijziging Decreet minimumlevering gas, elektriciteit, water Besluit sociale openbare dienstverplichtingen Brussel, 13 september 2006 AB/060913_Advies_sociale ODV Advies Wijziging Decreet minimumlevering gas, elektriciteit, water Besluit sociale openbare dienstverplichtingen Inhoud Krachtlijnen van het advies...

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003

A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003 A D V I E S Nr. 1.438 ------------------------------- Zitting van woensdag 19 maart 2003 Ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van artikel 19 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot

Nadere informatie

NIEUW ENERGIEPRESTATIEDECREET - STAND VAN ZAKEN goedgekeurd door het VVSG-directiecomité op 27.03.2006 (doc.nr. 2006/81) Het energieprestatiedecreet (7 mei 2004) voert een energieprestatiecertificaat in

Nadere informatie

Advies. Wijzigingsbesluit REG-ODV

Advies. Wijzigingsbesluit REG-ODV Brussel, 15 april 2009 041509_Advies_wijzigingsbesluit_REG_ODV Advies Wijzigingsbesluit REG-ODV voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van 2 maart 2007 inzake de

Nadere informatie