Binden en Verbinden. Een onderzoek naar good practices van. gebruikersparticipatie bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Weja Kuin

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Binden en Verbinden. Een onderzoek naar good practices van. gebruikersparticipatie bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Weja Kuin"

Transcriptie

1 Binden en Verbinden Een onderzoek naar good practices van gebruikersparticipatie bij het Centrum voor Jeugd en Gezin Weja Kuin 17 juni 2013

2 Binden en Verbinden Een onderzoek naar good practices van gebruikersparticipatie bij het Centrum voor Jeugd en Gezin Afstudeerscriptie ter afronding van de Hoger Beroepsopleiding Pedagogiek Algemene Beroepen Variant (ABV) Opleiding: Hogeschool van Amsterdam Domein Onderwijs & Opvoeding Auteur: Weja Kuin Studentnummer Begeleider Beoordelaar Opdrachtgever: Dr. Carine T.G.M.Ex Dr. Sanne K. Huijbregts De JeugdZaak, drs. Bert Prinsen Datum: 17 juni

3 3

4 Samenvatting Door de huidige maatschappelijke en economische ontwikkelingen, en met name de op handen zijnde decentralisatie jeugdzorg, buigen veel Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) zich over de vraag hoe zij gebruikers actiever kunnen betrekken bij het CJG. Het uitgangspunt van de decentralisatie jeugdzorg is dat jeugdigen en ouders meer betrokken worden bij het (jeugd)beleid en dat de eigen kracht van ouders gestimuleerd wordt. Professionals zijn zich vaak terdege bewust van de voordelen van gebruikersparticipatie, maar welke good practices zijn er bekend en wat zijn de succesfactoren? Met dit verkennend onderzoek wordt gezocht naar succesfactoren van gebruikersparticipatie bij CJG s. Het doel van dit onderzoek is te komen tot een aantal goede voorbeelden van gebruikersparticipatie op de hogere niveaus van de participatieladder, die ter inspiratie kunnen dienen voor gemeenten. De volgende onderzoeksvraag staat centraal: Welke bestaande vormen van gebruikersparticipatie bij Centra voor Jeugd en Gezin kunnen getypeerd worden als good practices? Literatuuronderzoek verduidelijkt de centrale begrippen gebruikersparticipatie en good practices. Kwalitatief onderzoek in de vorm van interviews is uitgevoerd onder acht onderzoekseenheden (CJG Barneveld, CJG Bunschoten, CJG Emmen, CJG Haarlemmermeer, CJG Naarden-Bussum, CJG Nijmegen-Noord, CJG Wageningen en CJG Zwolle). De volgende deelvraag wordt beantwoord: Welke factoren blijken in de praktijk van belang om gebruikersparticipatie bij het CJG te kunnen typeren als een good practice? De resultaten tonen aan dat de factoren beleid, inbedding in het aanbod, doel(groep), samenwerking & communicatie en effecten ieder op een geheel eigen wijze, en in meerdere of mindere mate, blijken bij te dragen aan een good practice van gebruikersparticipatie. Enige kanttekeningen worden hierbij geplaatst. De factor samenwerking en communicatie komt naar voren als belangrijkste factor voor het succes van gebruikersparticipatie. Aanbevelingen bevinden zich dan ook op dit vlak. Mede in het kader van de decentralisatie jeugdzorg zullen professionals zich intensief moeten voorbereiden op de cultuuromslag die nodig is om doelgroepgericht te denken en te doen. Dit kan middels trainingen. Ook zouden toekomstige professionals zich specifieke vaardigheden moeten eigen maken om een effectieve samenwerking te kunnen bewerkstelligen met samenwerkingspartners en gebruikers, waarbij laatstgenoemden volledig in hun eigen kracht gezet kunnen worden. Hier kunnen opleidingen gericht aan bijdragen. Omdat de netwerkfunctie van het CJG steeds belangrijker lijkt te worden en professionals goed in staat moeten zijn om te binden en verbinden, dient bij de werving van professionals gekeken te worden naar netwerkkwaliteiten. Alle acht hier genoemde vormen van gebruikersparticipatie kunnen getypeerd worden als good practices. 4

5 Voorwoord In deze scriptie wordt verslag gedaan van mijn afstudeeronderzoek naar gebruikersparticipatie bij Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Inmiddels bestaan de CJG s alweer enige jaren in Nederland. In beleidsplannen valt vaak te lezen dat het CJG er is vóór ouders en dóór ouders. Ook vraaggericht werken wordt veelvuldig genoemd. Maar in hoeverre worden ouders daadwerkelijk betrokken bij het CJG? Als aankomend pedagoog met een bijzondere belangstelling voor opvoedingsondersteuning én als lid van de klankbordgroep van het CJG Naarden-Bussum was voor mij al snel duidelijk dat dit het onderwerp van mijn scriptie zou moeten worden. Met dit onderzoek geef ik een aantal praktijkvoorbeelden van gebruikersparticipatie bij CJG s. Mijn missie is geslaagd wanneer deze voorbeelden ter inspiratie kunnen dienen voor andere gemeenten. Voor de totstandkoming van deze scriptie wil ik mijn opdrachtgever Bert Prinsen, een van de partners van De JeugdZaak, bedanken voor zijn prettige begeleiding, zijn inspirerende opmerkingen en vooral zijn enthousiasme. Ook bedank ik graag Carine Ex, mijn scriptiebegeleider van het Domein Onderwijs & Opvoeding van de Hogeschool van Amsterdam voor het meedenken en het delen van haar kennis. Uiteraard was het doen van dit onderzoek niet mogelijk geweest zonder de enthousiaste medewerking van de betrokken experts, coördinatoren en andere professionals van de CJG s die tijd hebben vrijgemaakt voor gesprekken en interviews. Dank daarvoor. Ook mijn man en kinderen hebben mijn dank verdiend. Zij hebben mij de afgelopen jaren tijdens de opleiding en vooral het laatste half jaar tijdens het schrijven van mijn scriptie gesteund als het kon en getolereerd als het moest Het werken aan deze scriptie was een uiterst intensief project. Het was een leerzaam groeiproces. Ik heb het zeer interessant gevonden om me in dit onderwerp te verdiepen. Onderzoek naar gebruikersparticipatie bij CJG s staat nog in de kinderschoenen, dat maakte het des te meer een spannend en uitdagend project. Weja Kuin Bussum, juni

6 Inhoud 1 Inleiding Aanleiding Probleemstelling Doelstelling Maatschappelijke en pedagogische relevantie Hoofdvraag Deelvragen Methode van onderzoek Begripsafbakening Leeswijzer Literatuuronderzoek Gebruikersparticipatie Groeiende belangstelling voor participatie Van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij Van individualistische maatschappij naar pedagogische civil society Decentralisatie jeugdzorg Effecten van participatie voor het CJG Vraaggericht werken Kwaliteitsverbetering Theoretische modellen over participatie bij het CJG Participatieladder van Edelenbos Bestuursstijlen van Pröpper Typering van een good practice van participatie bij het CJG Beleid Inbedding in het aanbod Doel(groep) Samenwerking & communicatie Effecten Samenvatting literatuuronderzoek Methode Populatie en steekproef Meetinstrumenten

7 3.3 Procedure Analyse Resultaten Resultaten veldonderzoek Conclusie en discussie Deelvraag Hoofdvraag Aanbevelingen voor de praktijk Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek Methodische evaluatie...47 Literatuur...49 Bijlage 1 Interviewvragen...52 Bijlage 2 Kwalitatieve analyse Analyseschema interviews...55 Bijlage 3 Beoordeling opdrachtgever

8 De beste manier om mensen aan zich te binden is hen diensten te vragen Humorist Josh Billings ( ) 1 Inleiding Deze scriptie omvat een kwalitatief verkennend onderzoek naar gebruikersparticipatie bij Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Dit onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van De JeugdZaak, meer in het bijzonder een van haar partners de heer drs. Bert Prinsen. 1.1 Aanleiding Prinsen, expert op het gebied van opvoedingsondersteuning, was tot voor kort werkzaam bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) als senior medewerker Jeugdzorg & Opvoedhulp. Momenteel zet hij, als zelfstandig ondernemer van de OpvoedZaak, zijn expertise in op het gebied van opvoedingsondersteuning, CJG-vorming en jeugdbeleid. Een van de speerpunten in zijn werk is de (door)ontwikkeling van het CJG. Daarnaast is hij een van de partners van De JeugdZaak, een multidisciplinair collectief van zelfstandig adviseurs. Momenteel werken de professionals van De JeugdZaak aan een boek over co-creatie van preventie en zorg voor jeugd en gezin. Co-creatie wordt ook wel coproductie genoemd en wordt gezien als een niveau van gebruikersparticipatie waarbij professionals en gebruikers gelijkwaardig samenwerken. Kenmerkend voor co-creatie is dat gebruikers de ruimte krijgen om invloed uit te oefenen op het werkproces (Jansen, 2012). 1.2 Probleemstelling Om ouders te betrekken bij het CJG en invloed te laten uitoefenen is het volgens Prinsen noodzakelijk om vraaggericht te werken. Dat dit een belangrijk aandachtspunt is, blijkt ook uit het rapport van Prinsen en Beckers (2011), waarin vraaggericht werken en het stimuleren van de eigen kracht als belangrijk aandachtspunt wordt genoemd voor verdere professionalisering van het CJG (p.8). Ook wordt vraaggericht werken vaak in beleidsdocumenten vermeld als een van de belangrijkste uitgangspunten van het CJG. Desondanks blijkt dat er in de praktijk weinig gebruik gemaakt wordt van de inzet, expertise en actieve betrokkenheid van ouders. Vraaggericht werken is echter alleen mogelijk in nauwe samenspraak met de gebruiker, benadrukt ook Burggraaff-Huiskes (2008). Momenteel bedenken professionals te vaak allerlei activiteiten voor de doelgroep, maar wel zonder die doelgroep. Als je de mensen voor wie je werkt serieus neemt, zul je de stap van het betrekken van ouders bij het opzetten van de activiteit of interventie niet vergeten (p.148). Gebruikersparticipatie bij CJG s staat momenteel nog in de kinderschoenen (Van der Gaag, Gilsing & Mak, 2013), evenals het onderzoek ernaar. 8

9 1.3 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is om middels literatuur- en veldonderzoek te komen tot een aantal inspirerende voorbeelden van gebruikersparticipatie bij CJG s, die als good practices verwerkt kunnen worden in het boek van Prinsen over co-creatie. Daarnaast kunnen deze good practices wellicht als voorbeeld dienen voor gemeenten om gebruikersparticipatie bij CJG s naar een hoger niveau te tillen. 1.4 Maatschappelijke en pedagogische relevantie Vanuit een maatschappelijk perspectief kan gesteld worden dat participatie op velerlei terreinen hoog op de politieke agenda staat. Iedereen moet meedoen, is het adagium van de overheid. Dit streven wordt door De Gier (2007) aangeduid als de overgang van een verzorgingsstaat, gericht op bescherming van burgers, naar een participatiemaatschappij waarin burgers geactiveerd worden en hun participatie ondersteund wordt (in RMO, 2008 p.7). In het licht van de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en uitdagingen zoals individualisering, vergrijzing, mondialisering en het pluriformer worden van de maatschappij, vindt ook de Sociaal Economische Raad [SER] (2006) dat in de zorg, het onderwijs en de civil society investeringen van burgers onmisbaar zijn (in RMO, 2008). Een van de gevolgen van de individualisering is het feit dat veel burgers geen genoegen meer nemen met collectief gegarandeerde arrangementen die steeds minder aansluiten bij hun wensen en behoeften, maar dat zij zelf willen kiezen en het leven op hun eigen manier willen vormgeven (Van Houten & Winsemius, 2010). Dit kan bereikt worden met behulp van actieve inzet van betrokkenen, ofwel gebruikersparticipatie. Gebruikersparticipatie levert signalen op over wensen, behoeften en verwachtingen van gebruikers. Hierdoor kan het CJG beter aansluiten op de vraag en problemen signaleren voordat zij uit de hand lopen (Van der Gaag et al., 2013). Gebruikersparticipatie heeft daarom een preventief karakter. Op deze manier kan gebruikersparticipatie bij het CJG een bijdrage leveren aan het bevorderen van een optimale opvoeding, het voorkomen van opvoedproblemen en het vroegtijdig effectieve steun of hulp bieden bij beginnende opvoedproblemen; drie belangrijke doelstellingen van het CJG (Prinsen & Beckers, 2011). Dit kan gezien worden als de pedagogische relevantie van dit onderzoek. Dekker en Van den Bergh (2002) benadrukken in dit opzicht nog dat betrokkenheid van ouders, ofwel gebruikersparticipatie, tevens een belangrijke bijdrage kan leveren aan de kwaliteitsontwikkeling ten gunste van het cliëntenbeleid in de jeugdhulpverlening. Ook dit komt ten goede aan het pedagogisch klimaat en het welzijn van ouders en kinderen. 1.5 Hoofdvraag Om de doelstelling van dit onderzoek te kunnen realiseren is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: 9

10 Welke bestaande vormen van gebruikersparticipatie bij Centra voor Jeugd en Gezin kunnen getypeerd worden als good practices? 1.6 Deelvragen Onderstaande deelvragen zullen bijdragen aan het vinden van een antwoord op de onderzoeksvraag. Deze deelvragen zijn onder te verdelen in literatuur- en veldvragen. De volgende deelvragen worden beantwoord middels literatuuronderzoek: 1. Wat is gebruikersparticipatie? 2. Waarom is er een groeiende belangstelling voor gebruikersparticipatie? 3. Wat is het effect van gebruikersparticipatie? 4. Welke theoretische modellen kunnen gebruikt worden bij het bestuderen van gebruikersparticipatie? 5. Wanneer kan gebruikersparticipatie getypeerd worden als een good practice? De volgende deelvraag wordt beantwoord middels veldonderzoek: 1. Welke factoren blijken in de praktijk van belang om gebruikersparticipatie bij het CJG te kunnen typeren als een good practice? 1.7 Methode van onderzoek Voor de literatuurstudie is gebruik gemaakt van relevante, wetenschappelijke bronnen en vakliteratuur. Digitale bronnen zijn geraadpleegd via databanken uit het besloten netwerk van de Hogeschool van Amsterdam [HvA]. Daarnaast zijn websites van onder andere de Rijksoverheid, NJi, Expertisecentrum voor Jeugd en Samenleving [JSO] en Movisie veelvuldig gebruikt. Het onlangs door het Verweij-Jonker Instituut gepubliceerde onderzoeksrapport Participatie in Zicht, gemeenten, jeugdigen, ouders en jeugdzorgcliënten in de transitie jeugdzorg (Van der Gaag et al., 2013) bevatte veel bruikbare informatie en is uitvoerig voor dit onderzoek bestudeerd. Ook het door JSO uitgegeven rapport Van Inspiratie tot Participatie, op weg naar actieve deelname in het CJG (Van der Gun & Möhle, 2009) is veelvuldig geraadpleegd. De volgende Nederlandse trefwoorden zijn onder andere gebruikt tijdens het literatuuronderzoek: participatie, participatie CJG, ouderparticipatie, cliëntenparticipatie, pedagogische civil society, doel participatie, participatieladder, effecten participatie CJG, transitie jeugdzorg participatie en decentralisatie jeugdzorg participatie, Tevens zijn de volgende Engelse termen gebruikt: participation, user participation, client participation, effects parental/ client participation. Ter voorbereiding op het veldonderzoek is er contact geweest met een senior researcher van Pharos, een lid van het kernteam Oudernetwerk Jeugdzorg Gelderland en een adviseur van JSO. Zij houden zich alle drie bezig met participatietrajecten bij CJG s. Deze experts hebben 10

11 in totaal tien onderzoekseenheden (CJG s) voorgedragen die gebruikersparticipatie hoog in het vaandel hebben staan. Omdat deze onderzoekseenheden niet op toevalbasis zijn geselecteerd, maar op basis van verkregen informatie is hier sprake van een doelgerichte selecte steekproef (Baarda & De Goede, 2007). Er zijn half-gestructureerde interviews gehouden met in totaal acht respondenten. 1.8 Begripsafbakening Onder gebruikersparticipatie wordt in dit onderzoek verstaan; actieve deelname van gebruikers bij het CJG. Er wordt gebruikers van het CJG de mogelijkheid geboden invloed uit te oefenen op datgene wat ontwikkeld wordt (Van der Gun & Möhle, 2009). In dit onderzoek wordt onder good practices verstaan; goede effectieve bestaande voorbeelden om gebruikersparticipatie vorm te geven (Van der Gaag et al., 2013, p.22). De focus ligt op goede voorbeelden van de hogere niveaus van gebruikersparticipatie bij CJG s waarbij de gebruiker daadwerkelijk invloed uitoefent en er sprake is van samenwerking tussen het CJG en haar gebruikers. 1.9 Leeswijzer Het hiernavolgende hoofdstuk omvat het theoretisch kader van dit onderzoek. Met behulp van literatuuronderzoek wordt ingegaan op het begrip gebruikersparticipatie. Tevens zal gebruikersparticipatie bekeken worden vanuit een maatschappelijke context. Ook zullen de effecten van gebruikersparticipatie voor het CJG worden toegelicht. Vervolgens zullen twee theoretische modellen worden beschreven aan de hand waarvan gebruikersparticipatie bestudeerd kan worden. Tenslotte zal uiteen worden gezet aan welke criteria gebruikersparticipatie dient te voldoen wil het getypeerd kunnen worden als een good practice. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op de methode van onderzoek. De resultaten van het veldonderzoek worden beschreven in hoofdstuk vier, gevolgd door de conclusie, discussie en aanbevelingen in hoofdstuk vijf. De literatuurlijst en bijlagen maken dit onderzoeksverslag compleet. 11

12 Men hoort slechts die vragen, waarop men in staat is antwoord te geven Filosoof Friedrich Nietzsche ( ) 2 Literatuuronderzoek In dit hoofdstuk wordt met behulp van literatuur op onderbouwde wijze antwoord gegeven op de literatuurdeelvragen van dit onderzoek. De laatste paragraaf bevat een samenvatting, waarbij duidelijk wordt gemaakt welk belang dit literatuuronderzoek heeft voor het veldonderzoek. 2.1 Gebruikersparticipatie Het woord participatie is afgeleid van de Latijnse woorden pars en cipere, die letterlijk deel en nemen betekenen (Van Houten & Winsemius, 2010). Er worden in de literatuur verschillende indelingen van participatie gemaakt. Het Sociaal Cultureel Planbureau [SCP] onderscheidt een indeling in economische-, sociaal-culturele- en maatschappelijke participatie. In dit onderzoek staat gebruikersparticipatie bij het CJG centraal, wat gezien kan worden als een vorm van sociaal-culturele participatie. Het betreft hier namelijk participatie met betrekking tot deelname aan voorzieningen voor vorming en welzijn (Van Houten & Winsemius, 2010). Ook kan participatie zowel breed als smal worden opgevat. Bij een brede opvatting gaat het om het meedoen aan het maatschappelijke verkeer in al zijn facetten en bij een smalle opvatting draait het om deelname aan een bepaalde, specifieke activiteit (RMO, 2008). Ook Van Houten en Winsemius (2010) stellen dat participatie af te bakenen of onder te verdelen is op basis van een activiteit in een bepaald maatschappelijk domein. In dit onderzoek wordt het begrip participatie afgebakend door te kijken naar het smalle, specifieke domein van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Een derde indeling die in de literatuur gemaakt wordt is die in passieve en actieve participatie. De inzet van de gebruiker is voor deze indeling leidend 1. Wanneer iemand lid is van een organisatie participeert hij op passieve wijze. Neemt hij zitting in het bestuur dan is sprake van actieve participatie. In dit onderzoek wordt uitgegaan van deze laatstgenoemde vorm van participatie. Het betreft hier dus actieve participatie als een vorm van sociaal-culturele participatie, specifiek gericht op het smalle domein van het Centrum voor Jeugd en Gezin. De grove indeling hierboven maakt duidelijk wat er in dit onderzoek verstaan wordt onder het begrip participatie. De specifiekere term gebruikersparticipatie is een vorm van participatie waarbij gebruikers daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op datgene wat ontwikkeld wordt (Van der Gun & Möhle, 2009). Deze term wordt in de literatuur echter nauwelijks gebruikt. 1 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM] (2012). Ontleend op 18 februari 2013 aan 12

13 Wel worden de termen cliëntenparticipatie, buurtparticipatie, ouderbetrokkenheid of ouderparticipatie, jongerenparticipatie en burgerparticipatie veelvuldig genoemd. Dit zijn verschillende soorten gebruikersparticipatie. Ondanks dat de hierboven genoemde begrippen vele raakvlakken vertonen met gebruikersparticipatie, dekken zij niet volledig de lading van wat er in dit onderzoek onder deze term wordt verstaan. Burggraaf-Huiskes geeft een veelomvattende definitie van gebruikersparticipatie: participatie is deelname van alle betrokkenen, met de bedoeling te komen tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van een sluitend aanbod (in Gerris, Veerman & Tellings, 2010, p.330). In dit onderzoek staat echter de definitie van Van der Gun en Möhle (2009) centraal: gebruikersparticipatie betreft actieve deelname van gebruikers bij het CJG. Er wordt gebruikers van het CJG de mogelijkheid geboden invloed uit te oefenen op datgene wat ontwikkeld wordt (Van der Gun & Möhle, 2009). Tenslotte verfijnt Prinsen (2013) het begrip gebruikersparticipatie nog verder. Hij maakt onderscheid tussen gebruikersparticipatie op het gebied van: beleid: gebruikers denken mee over integraal jeugdbeleid door bijvoorbeeld zitting te nemen in een klankbordgroep of ouderpanel; organisatie: gebruikers zijn actief betrokken bij voorzieningen en activiteiten ten behoeve van het CJG door bijvoorbeeld mee te helpen met de organisatie van een koffie-ochtend voor alleenstaande ouders; uitvoering: ouders denken actief met een hulpverlener mee over de vormgeving van hun eigen of andermans hulpverleningsproces. Voor de leesbaarheid van dit verslag zal in veel gevallen de term participatie worden gebruikt, wanneer gebruikersparticipatie wordt bedoeld. 2.2 Groeiende belangstelling voor participatie Aandacht voor participatie is altijd terug te voeren op politieke bewegingen en/ of maatschappelijke ontwikkelingen. Denk aan de jaren 60 van de vorige eeuw, toen er een democratiseringsproces op gang kwam in de samenleving en burgers in verzet kwamen op het gebied van onder andere politiek, onderwijs en gezondheidszorg (Dekker & Van den Bergh, 2002). In die tijd zijn onder andere de medezeggenschapsraden en ondernemingsraden ontstaan. In de jaren 80, tijdens de economische crisis, trok de overheid zich steeds verder terug. Zij decentraliseerde taken en bevoegdheden naar lokaal niveau en het maatschappelijke middenveld. Het stimuleren van zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid werden meer en meer leidend voor het beleid. Opvallend is dat dit ook kenmerkend is voor de huidige periode, waarin ons land wederom in een economische crisis verkeert en er groeiende aandacht bestaat voor participatie. Maar welke belangrijkste 13

14 maatschappelijke ontwikkelingen zorgen momenteel voor een toenemende aandacht voor participatie? Van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij De huidige overgang van de verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij is zo n maatschappelijke ontwikkeling (RMO, 2008). De overheid wil op (jeugd)zorgkosten bezuinigen. Dit verwacht zij onder andere te kunnen doen door het stimuleren van participatie. Uit onderzoek blijkt namelijk dat participatie de sociale binding tussen groepen in de samenleving kan vergroten (Steketee, Mak, Van der Graaf & Huygen, 2005). Hierdoor ontstaat sociale cohesie. Een grotere sociale samenhang of - cohesie leidt weer tot het bevorderen van onderlinge hulp en zorg (Van Houten & Winsemius, 2010). Dit is noodzakelijk om de toenemende vraag naar (jeugd)zorg betaalbaar te houden. De overgang naar een participatiemaatschappij is echter niet eenvoudig omdat het een breuk betekent met de inrichting van de Nederlandse samenleving als verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat wilde mensen beschermen en remde hun participatie vaak bewust af (RMO, 2008). Het voormalige Ministerie voor Jeugd en Gezin gaf in een belangrijke wending aan het denken van de overheid op het gebied van beleid voor jeugd en gezin. Geen vrijblijvendheid maar betrokkenheid, was het motto (Band, 2007). Hiermee werd niet alleen de serieuze betrokkenheid van de overheid bedoeld bij het optimaal opgroeien van alle kinderen, maar ook de versterking van de eigen kracht van gezinnen, door het vergroten van hun betrokkenheid en verantwoordelijkheid bij het opvoedingsproces (Gerris, Veerman & Tellings, 2010). Dit proces van versterking, waarbij ouders verantwoordelijkheid kunnen dragen, de regie kunnen nemen en het gevoel ervaren controle te hebben over de situatie, wordt empowerment genoemd (Ajoulat, Luminet & Decacche, 2007). Dit proces kan gestimuleerd worden door participatie (Van Regenmortel, 2002) Van individualistische maatschappij naar pedagogische civil society De huidige maatschappij kenmerkt zich door een verregaande vorm van individualisering. Een toenemend egoïsme, een afname van solidariteit en een vermindering van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef zijn hier kenmerken van (Hendrix, 2006). In een individualistische maatschappij wordt dan ook weinig gebruik gemaakt van participatie. Ook het opvoeden wordt in deze tijd van individualisme gezien als een individueel proces. De algemene opvatting is dat opvoeding een privé aangelegenheid is en plaatsvindt tussen de muren van het kerngezin (RMO & RVZ, 2009). Uit vele onderzoeken blijkt echter dat een sociale omgeving en interactie met anderen van grote waarde is voor het opvoeden en opgroeien van kinderen. Of zoals de Utrechtse pedagoog Perquin al schreef in de jaren 60: de pedagogiek is individueel én sociaal gericht of zij is geen pedagogiek (De Winter, 2000 p.6). Dat is ook de achterliggende reden waarom er momenteel veel aandacht bestaat voor 14

15 de pedagogische civil society. Hiervan is sprake wanneer burgers bereid zijn om in de sociale netwerken en in het publieke domein de verantwoordelijkheid rond het opgroeien en opvoeden van kinderen te delen (Gemmeke, 2011). De pedagogische civil society appelleert aan waarden en normen die ook in de jaren 60 van de vorige eeuw gangbaar waren (Weijenberg, 2011). De Nederlandse maatschappij had een socialer gezicht en was meer kindgericht ingesteld. Familiehulp, burenhulp en saamhorigheid in combinatie met christelijke waarden en normen waren een vanzelfsprekende zaak. Alhoewel het CJG in aanleg bedoeld is om laagdrempelige hulp te bieden kan het, door haar centrale positie in het lokale jeugdbeleid, een belangrijke rol vervullen in het versterken van een pedagogische civil society. Deze netwerkfunctie wordt gezien als een nieuwe dimensie van het CJG (Gemmeke, 2011). In veel beleidsdocumenten wordt de pedagogische civil society belangrijke factor bij de opbouw van het nieuwe jeugdzorgstelsel genoemd. Door outreachend te werken en mogelijkheden voor ontmoetingen te creëren kan het CJG hier een positieve bijdrage aan leveren. Dit is nodig voor het creëren van een rijke, en sterke sociale omgeving waarin kinderen de meeste kans krijgen zich optimaal te ontwikkelen (De Winter, 2000). Het actief betrekken van ouders, ofwel participatie kan hieraan bijdragen Decentralisatie jeugdzorg Ook de decentralisatie jeugdzorg kan beschouwd worden als een ontwikkeling waardoor er momenteel veel aandacht is voor participatie. Deze stelselwijziging betreft een verandering in structuur (transitie) en een zorginhoudelijke vernieuwing (transformatie). De huidige taken en functies van het CJG zijn gericht op preventie, maar daar komt vanaf januari 2015 verandering in; gemeenten worden bestuurlijk én financieel verantwoordelijk voor álle zorg rondom kinderen en ouders. Dit grotere pakket jeugdvoorzieningen omvat dan naast preventieve zorg ook curatieve zorg zoals onder andere gespecialiseerde jeugdzorg, pleegzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Een belangrijke gedachte achter deze stelselwijziging is dat gemeenten dichter bij ouders en jongeren staan dan de provincie, waardoor zij beter in staat worden geacht te kunnen achterhalen aan welke hulp ouders en kinderen behoefte hebben. Uitgangspunt hierbij is dat jeugdigen en ouders meer betrokken worden bij het beleid en dat de eigen kracht van deze groepen gestimuleerd wordt (Rijksoverheid, 2012, Van der Gaag et al., 2013). Kwaliteitsverbetering van de jeugdzorg wordt niet mogelijk geacht zonder de betrokkenheid van jeugd, ouders en jeugdzorgcliënten. In deze tijd van individualisering verwachten ouders maatwerk bij de aanpak van hun problemen en dat is alleen mogelijk in samenspraak met de gebruiker (Dekker & Van den Bergh, 2002). De decentralisatie moet dan ook leiden tot een betere samenwerking tussen het CJG en haar gebruikers. Een cultuuromslag bij professionals is hiervoor noodzakelijk; de werkwijze, verhoudingen en communicatie tussen burgers, professionals, instellingen en een 15

16 gemeenten moeten veranderen. Een meer klantgerichte aanpak is vereist. Jeugdigen en gezinnen moeten een duidelijke stem krijgen (Van der Gaag et al., 2013). Vandaar dat de decentralisatie jeugdzorg gezien kan worden als een belangrijke ontwikkeling, met als gevolg een groeiende belangstelling voor participatie bij het CJG. 2.3 Effecten van participatie voor het CJG Over het algemeen geldt dat wetenschappers en beleidsmakers positieve effecten verwachten van participatie, zowel voor de maatschappij als voor de participant zelf. Deze effecten zijn sterker naarmate de participatie actiever is, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau [SCP] (2010). Met betrekking tot participatie bij het CJG geldt dat het voor een optimaal functionerend CJG van groot belang is dat ouders en kinderen, in al hun diversiteit meedoen, meedenken en meehelpen (Van der Gun & Möhle, 2009). Waarom is dit zo belangrijk? Er zijn vier effecten van participatie bij het CJG te onderscheiden (Mije, 2009): 1. Het levert signalen op over wensen, behoeften en verwachtingen van gebruikers; 2. Het maakt vraaggericht werken mogelijk; 3. Het geeft inzicht in de effecten van beleid; 4. Het verbetert de kwaliteit van zorg en beleid. Wanneer kritisch naar bovengenoemde effecten gekeken wordt, kan overwogen worden om ze deels samen te voegen. De punten twee en vier kunnen gezien worden als mogelijke gevolgen van respectievelijk de punten een en drie. Daarom worden in dit onderzoeksverslag twee essentiële effecten genoemd. Dit kan ook afgeleid worden uit de definitie die JSO hanteert voor het begrip gebruikersparticipatie [gebruikersparticipatie] draagt bij aan een waarborging van de dienstverlening aan ouders en jongeren en het afstemmen van vraag en aanbod (Van der Gun & Möhle, 2009, p.7) Vraaggericht werken Participatie bij het CJG maakt actieve afstemming van het aanbod op de vraag mogelijk, omdat het signalen oplevert over de wensen, behoeften en verwachtingen van gebruikers. Het wordt dan ook gezien als een essentiële factor in het welslagen van activiteiten of diensten (Van Houten & Winsemius, 2010). Als er uitgegaan wordt van de behoefte van de gebruikers (doelgroep) en deze ook gevraagd worden om zelf mee te organiseren is het bereiken van andere leden van de doelgroep vaak geen enkel probleem (Burggraaf-Huiskes, 2008). Wanneer vraag en aanbod dus goed op elkaar afgestemd zijn en je daarnaast de juiste mensen weet te activeren is de kans erg groot dat je de doelgroep bereikt, met daarbij een grotere kans op positieve effecten. Met betrekking tot participatie op uitvoerend niveau kan gesteld worden dat ouders, gezinnen en kinderen er baat bij hebben wanneer er uitgegaan wordt van hun behoefte aan hulp en ondersteuning en er geen sprake is van 16

17 opgelegde hulp. Wanneer het aanbod van de hulp afgestemd wordt op de behoefte en de vraag van ouders, zullen zij meer invloed kunnen uitoefenen op het hulpverleningsproces en worden zij weerbaarder en eigenmachtiger. Dit is het proces van empowerment, waarbij uitgegaan wordt van de eigen kracht van ouders en zij de regie in eigen hand houden (Van Haaster, 2001). Dat vraaggericht werken een belangrijke doelstelling is, met participatie als mogelijk middel daartoe, blijkt ook uit het adviesrapport van Prinsen en Beckers (2011). Hierin staat dat een klantgerichte benadering het hart vormt van alle professionaliseringsactiviteiten bij het CJG. Een klantgerichte benadering is mogelijk middels participatie van diezelfde klant of gebruiker. Actieve betrokkenheid staat hierin centraal. Dit vergroot tevens de legitimiteit en het draagvlak, aldus beleidsmakers (Van Houten & Winsemius, 2010 p.86). Volgens de samenstellers van het rapport is het beoogde doel dat CJG s vraaggericht werken en hierbij uitgaan van de eigen kracht van ouders en kinderen Kwaliteitsverbetering Hierboven werd al benadrukt dat door vraaggericht te werken er een grotere kans bestaat dat het aanbod beter aansluit op de behoeften van de gebruiker, met als gevolg een grotere effectiviteit. De begrippen effectiviteit en kwaliteit zijn nauw met elkaar verweven. Kwaliteit heeft betrekking op samenhang, bereik en behaalde resultaten (Van Yperen & Woudenberg, 2011). Regelmatige evaluaties met de gebruiker van het CJG kunnen aantonen of activiteiten en interventies die uitgevoerd worden, wel naar de wens zijn van de groepen waarvoor zij zijn bedoeld. Participatie bij het CJG kan dan ook gezien worden als een goede stap op weg naar kwaliteitsverbetering (Van der Gaag et al., 2013). Participatie als kwaliteitsinstrument. Of zoals Van Haaster (2001) samenvat: participatie leidt tot belangrijke positieve effecten op de kwaliteit van de hulpverlening omdat het mogelijkheden creëert voor vraaggerichte hulpverlening. En uiteindelijk draait het om het continue verbeteren van de kwaliteit van ondersteuning, hulp en zorg aan ouders, gezinnen en jeugdigen. 2.4 Theoretische modellen over participatie bij het CJG Participatieladder van Edelenbos Er zijn diverse modellen voor participatie in omloop. Een in de literatuur veel voorkomende theorie met betrekking tot participatie is de theorie van Sherry Arnstein (1969). Zij onderscheidt met haar participatieladder verschillende manieren waarop mensen geactiveerd kunnen worden om mee te doen in de maatschappij. In haar artikel A ladder of Citizen Participation (Arnstein, 1969) behandelt zij acht treden van participatie. De participatieladder van Arnstein wordt beschouwd als de oorspronkelijke participatieladder en wordt veelvuldig gebruikt als basis of uitgangspunt voor nieuwe theorieën met betrekking tot participatie. Inmiddels zijn er diverse varianten in omloop. Zo hebben Edelenbos e.a. (1998) een participatieladder ontwikkeld om praktijkvoorbeelden van participatie te ordenen op zes 17

18 in plaats van acht niveaus. Zij onderscheiden de niveaus van: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen en zelfbeheer, waarbij de invloed van de gebruiker toeneemt naarmate het niveau hoger wordt (Movisie, 2012). Bron: Van der Gun & Möhle (2009) De participatieladder van Edelenbos kan gebruikt worden om verschillende niveaus van participatie bij het CJG te onderscheiden. Tevens wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de rol van de participant per niveau van participatie (Edelenbos & Monnikhof 2001). Informeren; Het CJG informeert ouders over activiteiten via (nieuws)brieven, folders, informatieavond of een website. Ouders hebben geen invloed. De rol van de ouder of participant is die van toehoorder. Raadplegen; Het CJG raadpleegt ouders over activiteiten. Het CJG bepaalt hiervoor de agenda en ziet ouders als gesprekspartners. Ouders worden geconsulteerd maar het advies van de ouder is niet bindend (bijvoorbeeld: inspraakavonden, hoorzittingen, digitale peilingen, enquêtes, prijsvragen, debatten en groepsgesprekken). De rol van de ouder of participant is adviseur. Adviseren; Het CJG vraagt ouders om advies. Het CJG bepaalt de agenda maar ouders kunnen problemen en oplossingen aandragen. Ouders adviseren gevraagd en ongevraagd. Het advies van de ouders wordt meegenomen in besluitvoering, maar is niet bindend (bijvoorbeeld: adviesraden, expertmeetings, klankbordgroepen en rondetafelgesprekken). De rol van de ouder of participant is adviseur. Coproduceren; Ouders en het CJG zijn samenwerkingspartners. Gezamenlijk bepalen zij de agenda. Ouders worden in een vroeg stadium betrokken en geven mede vorm aan het proces (bijvoorbeeld: overleggroepen, convenanten en projectgroepen). De rol van de ouder of participant is hierbij samenwerkingspartner. 18

19 Steeds vaker wordt in de literatuur melding gemaakt van de term 'co-creatie' in plaats van 'coproductie'. Coproductie wordt als begrip ook gehanteerd in commerciële contexten (Prahalad & Ramaswamy, 2004). Verondersteld wordt dat co-creatie leidt tot organisaties die betere producten en diensten leveren, die meer aansluiten bij de behoeften van gebruikers (Van Leeuwen, 2012). Meebeslissen; Ouders krijgen de vrijheid om beslissingen te nemen. Het CJG heeft hierin slechts een adviserende rol (bijvoorbeeld: stuurgroep, medezeggenschapsraad, (bindend) referendum). De rol van de ouder of participant is die van beslisser. Zelfbeheer; Ouders nemen zelf het initiatief om in eigen beheer voorzieningen tot stand te brengen en te onderhouden. Het CJG speelt hierbij slechts een faciliterende rol (bijvoorbeeld: het project Marokkaanse buurtvaders in Amsterdam Noord). De rol van de ouder of participant is hierbij initiator en regiehouder. De schaarse rapporten die recent verschenen zijn over participatie bij CJG s laten zien dat ouders met name betrokken worden op de niveaus van informeren en raadplegen. De meeste CJG s informeren ouders over beleid en activiteiten. Daarnaast worden ouders geraadpleegd middels bijvoorbeeld een inspraakavond of een enquête, zonder dat zij daadwerkelijk invloed hebben. Gebruikers worden op deze niveaus vooral passief betrokken en er kan in die gevallen dan ook nauwelijks gesproken worden van participatie (Veenman, 2000). Opvallend is dat er in de literatuur en de praktijk weinig voorbeelden te vinden zijn van de hogere niveaus van participatie bij CJG s. Gebruikers écht invloed geven blijkt moeilijk. Bij gemeenten ontbreekt het niet aan goede wil om ouders te betrekken. Wel blijken kennis, vaardigheden, goede voorbeelden en praktische ondersteuning met betrekking tot participatie bij CJG s niet toereikend te zijn (Van der Gaag et al., 2013 p. 39). Er is behoefte aan goede voorbeelden van participatie op de hogere niveaus. Hierop ligt dan ook de nadruk van dit onderzoek. Bovendien hebben good practices op het niveau van adviseren, coproduceren, meebeslissen en zelfbeheer tevens een grotere meerwaarde voor de opdrachtgever, omdat zij meer raakvlakken hebben met co-creatie dan de niveaus informeren en raadplegen. Co-creatie wordt immers gezien als een niveau van participatie waarbij professionals en gebruikers projectmatig samenwerken, waarbij ruimte geboden wordt om invloed uit te oefenen op het werkproces (Jansen, 2012) Bestuursstijlen van Pröpper In paragraaf werd toegelicht dat er een cultuuromslag bij professionals van het CJG noodzakelijk is om een betere samenwerking tussen het CJG en haar gebruikers te verwezenlijken. Ook Van der Gaag et al. (2013) stellen dat de werkwijze, verhoudingen en communicatie tussen burgers, professionals, instellingen en gemeenten moeten veranderen. 19

20 Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol. Bij de toelichting van de verschillende niveaus van de participatieladder in paragraaf werd al duidelijk gemaakt dat, des te hoger het niveau van participatie, des te meer ruimte de gebruiker moet krijgen om mee te denken en mee te kunnen beslissen. De werkwijze, houding en communicatie van professionals is hierbij van groot belang. Dit wordt door Pröpper ook wel bestuursstijl genoemd (2006). Hij onderscheidt verschillende bestuursstijlen en benadrukt hun belang voor het participatieproces. De volgende bestuursstijlen worden onderscheiden: open autoritair, consulterend, participerend, samenwerkend, delegerend en faciliterend (Pröpper, 2009). De relatie tussen het niveau van participatie, de rol van de participant en de bestuursstijl van de professional ziet er schematisch als volgt uit: Niveau van participatie Rol participant Bestuursstijl Informeren Toehoorder Open autoritair Raadplegen Geconsulteerde Consulterend Adviseren Adviseur Participerend Coproduceren Samenwerkingspartner Samenwerkend Meebeslissen Beslisser Delegerend Zelfbeheer Initiator/ regiehouder Faciliterend Het niveau van participatie, de rol van de participant en de bestuursstijl van de professional kunnen beschouwd worden als een interactief proces, waaruit geconcludeerd kan worden dat het belangrijk is dat professionals bij het CJG hun werkwijze, houding en communicatie (bestuursstijl) aanpassen aan het niveau van participatie en de rol van de participant. 2.5 Typering van een good practice van participatie bij het CJG De aandacht voor participatie bij CJG s is relatief nieuw. Door de huidige maatschappelijke en economische ontwikkelingen en met name de op handen zijnde decentralisatie jeugdzorg buigen veel CJG s zich over de vraag hoe zij gebruikers actiever kunnen betrekken bij het CJG. Professionals zijn zich vaak terdege bewust van de voordelen van participatie, maar hoe wordt het in de praktijk toegepast, welke good practices zijn er bekend en wat zijn de succesfactoren? Onder good practices wordt in dit onderzoek verstaan: goede, effectieve bestaande voorbeelden om participatie vorm te geven (Van der Gaag et al., 2013, p. 22). Het goed organiseren van participatie vraagt energie, menskracht en voldoende tijd en geld. 20

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

Transitie en transformatie van de zorg voor jeugd

Transitie en transformatie van de zorg voor jeugd Transitie en transformatie van de zorg voor jeugd Een geslaagde transformatie & transitie? Vanaf januari 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor het preventieve en curatieve jeugdbeleid. Hieronder

Nadere informatie

De kracht van pedagogisch adviseren

De kracht van pedagogisch adviseren De kracht van pedagogisch adviseren Colofon Uitgever: Datum uitgave: december 2010 Eindredactie: Rieneke de Groot, Monique Albeda & Geeske Hoogenboezem Bezoekadres: Nieuwe Gouwe Westzijde 1, 2802 AN Gouda

Nadere informatie

Samenvatting Het draait om het kind

Samenvatting Het draait om het kind Samenvatting Het draait om het kind Visie op monitoring in de opvoedingsvariant van pleegzorg Inleiding Aangezien de pleegzorg een onvoldoende geobjectiveerd overzicht heeft van hoe het met de jeugdige

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Jeugdigen en Gezinnen Versterken Dichtbij kind en gezin, meer samenhang en kwaliteit

Jeugdigen en Gezinnen Versterken Dichtbij kind en gezin, meer samenhang en kwaliteit Jeugdigen en Gezinnen Versterken Dichtbij kind en gezin, meer samenhang en kwaliteit Inleiding Per 1 januari 2015 worden de gemeenten verantwoordelijk voor de zorg voor jeugdigen. Hieronder vallen de jeugd-ggz

Nadere informatie

Plan voor een scholingsaanbod CJG: in en vanuit het CJG

Plan voor een scholingsaanbod CJG: in en vanuit het CJG Plan voor een scholings CJG: in en vanuit het CJG Uitgaan van de eigen kracht van ouders en kinderen, die eigen kracht samen versterken en daar waar nodig er op af en ondersteunen Het scholingsplan CJG

Nadere informatie

Jeugdzorg naar gemeente: agenda voor inhoudelijke vernieuwing

Jeugdzorg naar gemeente: agenda voor inhoudelijke vernieuwing Jeugdzorg naar gemeente: agenda voor inhoudelijke vernieuwing Tom van Yperen Nederlands Jeugdinstituut 18 januari 2012 te Den Bosch t.vanyperen@nji.nl / s.vanhaaren@nji.nl Waarom de stelselwijziging? 1.

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Handreiking bewonersparticipatie in de wijkplancyclus

Handreiking bewonersparticipatie in de wijkplancyclus Handreiking bewonersparticipatie in de wijkplancyclus Inleiding Het wijkgericht werken heeft in de afgelopen twee decennia een vogelvlucht genomen in Nederland. Veel gemeenten zien in wijkgericht werken

Nadere informatie

Verslag basiscursus Wmo d.d. 12 april 2013 LSR in (Utrecht)

Verslag basiscursus Wmo d.d. 12 april 2013 LSR in (Utrecht) Verslag basiscursus Wmo d.d. 12 april 2013 LSR in (Utrecht) De vier cursisten, die aanwezig waren, begonnen zich aan elkaar voor te stellen onder leiding van de cursusleidster. Van de vier cursisten waren

Nadere informatie

Kenniswerkplaats Tienplus

Kenniswerkplaats Tienplus Workshop Jeugd in Onderzoek Kenniswerkplaats Tienplus Laagdrempelige ondersteuning van ouders met tieners in Amsterdam http://www.kenniswerkplaats-tienplus.nl Triple P divers Marjolijn Distelbrink Verwey-Jonker

Nadere informatie

Mentorprojecten en de lokale jeugdzorg. Tips voor managers en bestuurders van mentorprojecten. Marian van der Klein Judith Schöne

Mentorprojecten en de lokale jeugdzorg. Tips voor managers en bestuurders van mentorprojecten. Marian van der Klein Judith Schöne Mentorprojecten en de lokale jeugdzorg Tips voor managers en bestuurders van mentorprojecten Marian van der Klein Judith Schöne Pim & Ethan Oranje Fonds Dé grote meerwaarde van mentoring is dat mentoren

Nadere informatie

Instructie cliëntprofielen

Instructie cliëntprofielen Bijlage 4 Instructie cliëntprofielen Dit document beschrijft: 1. Inleiding cliëntprofielen 2. Proces ontwikkeling cliëntprofielen 3. Definitie cliëntprofielen 4. De cliëntprofielen op hoofdlijnen 5. De

Nadere informatie

Internationale oriëntatie

Internationale oriëntatie Internationale oriëntatie Burgerparticipatie Bas Hoeing 09018387 CMV3 Rudy van der Hoven Inhoudsopgave: Burgerparticipatie in Nederland: Blz. 3 Burgerparticipatie buitenland of big society: Blz. 6 Conclusie

Nadere informatie

Centra voor Jeugd en Gezin in Nederland

Centra voor Jeugd en Gezin in Nederland Centra voor Jeugd en Gezin in Nederland Caroline Vink Nederlands Jeugdinstituut 28-02-2012 Inleiding: De ontwikkeling van de CJGs in Nederland Stelselwijziging De positie van het CJG in het nieuwe stelsel

Nadere informatie

Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg

Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg Visie Jongerenwerk Leidschendam-Voorburg Juni 2014 Waarom een visie? Al sinds het bestaan van het vak jongerenwerk is er onduidelijkheid over wat jongerenwerk precies inhoudt. Hierover is doorgaans geen

Nadere informatie

Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels

Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels Jodi Mak Rianne Verwijs Opbrengsten van het programma Stop Kindermishandeling van Kinderpostzegels Jodi Mak Rianne Verwijs Met

Nadere informatie

Regiemodel Jeugdhulp 2015

Regiemodel Jeugdhulp 2015 Regiemodel Jeugdhulp 2015 Visie op de inrichting van een nieuw stelsel voor jeugdhulp na de decentralisatie versie 1 november 2012 Registratienr. 12.0013899 1 INLEIDING... 2 1.1 Schets van de opbouw van

Nadere informatie

Raadscommissievoorstel

Raadscommissievoorstel Raadscommissievoorstel Status: Voorbereidend besluitvormend Agendapunt: 4 Onderwerp: Transformatie jeugdzorg Regionaal projectplan Datum: 10 december 2012 Portefeuillehouder: Jhr. M.R.H.M. von Martels

Nadere informatie

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Jeugdparticipatie

Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005. Jeugdparticipatie Stichting Jeugd en Jongerenwerk Midden-Holland 2005 Jeugdparticipatie Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Wat is jeugdparticipatie 4 Hoofdstuk 2 Waarom jeugdparticipatie 6 Hoofdstuk 3 Stappenplan voor

Nadere informatie

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Opdrachtgever: Hans Tanis, Wethouder Onderwijs Auteurs: Hans Erkens en Diana Vonk Datum: 9 oktober 2013 Inleiding 1.1. Aanleiding

Nadere informatie

Eerder en Dichtbij. Projectplan

Eerder en Dichtbij. Projectplan Eerder en Dichtbij Projectplan Bussum, augustus september 2012 1. Inleiding De pilot Eerder en Dichtbij is een verlening van de eerste pilot Meer preventie minder zorg. Het doel van de pilot was oorspronkelijk

Nadere informatie

CJG4kracht: De krachten gebundeld! Centrum voor Jeugd en Gezin Apeldoorn

CJG4kracht: De krachten gebundeld! Centrum voor Jeugd en Gezin Apeldoorn CJG4kracht: De krachten gebundeld! Centrum voor Jeugd en Gezin Apeldoorn 1 Programma 1. Opening wethouder Paul Blokhuis 2. Transitie en transformatie, Monique te Wierik 3. CJG4kracht, Saskia Blom 4. De

Nadere informatie

Organiseren van samenwerking in het jeugddomein

Organiseren van samenwerking in het jeugddomein Organiseren van samenwerking in het jeugddomein De overkoepelende resultaten van vier afstudeeronderzoeken Publiek Management In opdracht van Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ) hebben vier studenten Bestuurs-

Nadere informatie

De Wmo Ontwikkelingen en uitdagingen voor de Wmo-raad

De Wmo Ontwikkelingen en uitdagingen voor de Wmo-raad De Wmo Ontwikkelingen en uitdagingen voor de Wmo-raad September 2010 Doel van de Wmo: Participatie Iedereen moet op eigen wijze mee kunnen doen aan de samenleving 2 Kenmerken van de Wmo - De Wmo is gericht

Nadere informatie

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1

Startnotitie. Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014. Versie: 21 april 2011 1 Startnotitie Vrijwilligerswerk Vrijwilligers maken het verschil! 2011 2014 Versie: 21 april 2011 1 1. Aanleiding 1.1. Voor u ligt de startnotitie vrijwilligersbeleid, directe aanleiding voor deze startnotitie

Nadere informatie

Samen met leden beleid maken, we doen toch niets anders? Co-creatie versterkt het draagvlak. Adviezen, tips en regels.

Samen met leden beleid maken, we doen toch niets anders? Co-creatie versterkt het draagvlak. Adviezen, tips en regels. 06 Samen met leden beleid maken, we doen toch niets anders? Co-creatie versterkt het draagvlak. Adviezen, tips en regels. tekst: Erik van co- Laar en Therèse van t Westende-de Bijl 26 vm juni 2013 creatie

Nadere informatie

Bijlage 1: wetteksten met toelichting cliënten- en burgerparticipatie

Bijlage 1: wetteksten met toelichting cliënten- en burgerparticipatie In deze informatie-set vindt u voorbeelden van documenten en profielen die door Wmo Adviesraden zijn gebruikt in het Plan van aanpak bij de omvorming naar een brede Adviesraad Sociaal Domein of Participatieraad.

Nadere informatie

Ontwikkelingen in de jeugdzorg. Deventer, 1 juni 2012 Jos Baecke, lector sturing in de jeugdzorg

Ontwikkelingen in de jeugdzorg. Deventer, 1 juni 2012 Jos Baecke, lector sturing in de jeugdzorg Ontwikkelingen in de jeugdzorg g Deventer, 1 juni 2012 Jos Baecke, lector sturing in de jeugdzorg Presentatie ti Evaluatie Wet op de jeugdzorg (2009) Contouren nieuwe stelsel Marktanalyse in het kader

Nadere informatie

offerte Kwaliteitsverbetering CJG s Holland Rijnland de JeugdZaak 21 december 2011

offerte Kwaliteitsverbetering CJG s Holland Rijnland de JeugdZaak 21 december 2011 offerte Kwaliteitsverbetering CJG s Holland Rijnland de JeugdZaak 21 december 2011 1. Inleiding en uitgangssituatie In 2008 opende het eerste Centrum voor Jeugd en Gezin in Holland Rijnland. Inmiddels

Nadere informatie

Presentatie t.b.v. studiedag 16 mei 2013

Presentatie t.b.v. studiedag 16 mei 2013 Presentatie t.b.v. studiedag 16 mei 2013 Mezelf even voorstellen Een verkenning op hoofdlijnen van de raakvlakken tussen Passend onderwijs en zorg voor jeugd Met u in gesprek Samenwerken! Doelstelling

Nadere informatie

Samenvatting. Auteur: Anno Droste Co-auteurs: Karien Dekker, Jessica Tissink

Samenvatting. Auteur: Anno Droste Co-auteurs: Karien Dekker, Jessica Tissink ÉÉN KIND, ÉÉN GEZIN, TWEE STELSELWIJZIGINGEN Een onderzoek naar de succesfactoren van samenwerking tussen onderwijs en gemeenten ten aanzien van de verbinding tussen passend onderwijs en jeugdzorg. Auteur:

Nadere informatie

AVI-activiteiten 2015. Transformatieagenda

AVI-activiteiten 2015. Transformatieagenda AVI-activiteiten 2015 Transformatieagenda Januari 2015 Inhoudsopgave Transformatieagenda... 3 Agendapunten transformatie 2015... 5 Aandacht voor iedereen Het programma Aandacht voor iedereen heeft als

Nadere informatie

Jeugdzorg en sport. Niels Hermens (Verwey-Jonker Instituut & Wageningen Universiteit) nhermens@verwey-jonker.nl

Jeugdzorg en sport. Niels Hermens (Verwey-Jonker Instituut & Wageningen Universiteit) nhermens@verwey-jonker.nl Jeugdzorg en sport Niels Hermens (Verwey-Jonker Instituut & Wageningen Universiteit) nhermens@verwey-jonker.nl Agenda Samenwerking jeugdzorg en sport: achtergrond en ervaringen Sport in de interventiepiramide

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders geeft in zijn reactie aan de conclusies van de rekenkamer te herkennen.

Het college van burgemeester en wethouders geeft in zijn reactie aan de conclusies van de rekenkamer te herkennen. tekst raadsvoorstel Inleiding Vanaf januari 2015 (met de invoering van de nieuwe jeugdwet) worden de gemeenten verantwoordelijk voor alle ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen, jongeren en opvoeders.

Nadere informatie

AVI-activiteiten 2014-2015. Aanbod van programma Aandacht voor iedereen

AVI-activiteiten 2014-2015. Aanbod van programma Aandacht voor iedereen AVI-activiteiten 2014-2015 Aanbod van programma Aandacht voor iedereen Januari 2014 Inhoudsopgave AVI-activiteiten 2014-2015... 3 Aandachtspunten... 4 Aandacht voor iedereen Het programma Aandacht voor

Nadere informatie

Onderwerp: Borging en coördinatie van Triple P na 2014

Onderwerp: Borging en coördinatie van Triple P na 2014 Onderwerp: Borging en coördinatie van Triple P na 2014 Inleiding Bij de start van de regionale invoering van Triple P in 2010 1 als integrale werkmethodiek bij opvoedingsondersteuning hebben gemeenten

Nadere informatie

Transitie Jeugdzorg en Passend Onderwijs

Transitie Jeugdzorg en Passend Onderwijs Transitie Jeugdzorg en Passend Onderwijs Naam Pieter Dekkers Ton Edelbroek Datum 5 december 2012 Opbouw presentatie 1. Introductie workshopleiders 2. Probleemschets 3. Passend Onderwijs en Transitie Jeugdzorg

Nadere informatie

Wijkraad Lent - Rekenkamer Nijmegen

Wijkraad Lent - Rekenkamer Nijmegen Wijkraad Lent - Rekenkamer Nijmegen Hieronder een eerste en tweede reactie van de Rekenkamer. 1 Bijlage: Ambitiedocument Burgerparticipatie met bijbehorende Verordening te downloaden via deze link. Eerste

Nadere informatie

Jongerenparticipatie en het Centrum voor Jeugd en Gezin Arnhem: een goede combinatie

Jongerenparticipatie en het Centrum voor Jeugd en Gezin Arnhem: een goede combinatie Jongerenparticipatie en het Centrum voor Jeugd en Gezin Arnhem: een goede combinatie Over de mogelijkheden naar jongerenparticipatie binnen het Centrum voor Jeugd en Gezin Arnhem Mei 2012 Geschreven door:

Nadere informatie

Er is voldaan aan de verplichting in de Jeugdwet om een beleidsplan en een verordening vast te stellen.

Er is voldaan aan de verplichting in de Jeugdwet om een beleidsplan en een verordening vast te stellen. Datum: 28-10-14 Onderwerp Beleidsplan jeugd en verordening jeugdhulp Status Besluitvormend Voorstel 1. het regionale beleidsplan jeugd vast te stellen 2. het lokale beleidsplan jeugd gemeente Boxtel 2015

Nadere informatie

COACH JE KIND. ouders worden zelfredzame opvoeders

COACH JE KIND. ouders worden zelfredzame opvoeders COACH JE KIND ouders worden zelfredzame opvoeders 1 Eigen Kracht Iedere ouder heeft wel eens vragen over het opvoeden en opgroeien van hun kinderen. De meeste ouders weten waar ze terecht kunnen, zowel

Nadere informatie

Cliëntenparticipatie in onderzoek

Cliëntenparticipatie in onderzoek Cliëntenparticipatie in onderzoek VOOR ONDERZOEKERS Informatie voor u als onderzoeker over het betrekken van cliënten (vertegenwoordigers) bij praktijkgericht onderzoek KENNISMAKING MET CLIËNTENPARTICIPATIE

Nadere informatie

De rol van ervaringsdeskundigen in cliëntondersteuning

De rol van ervaringsdeskundigen in cliëntondersteuning Kennisdossier: De rol van ervaringsdeskundigen in cliëntondersteuning Deel 2 - Praktijkvoorbeelden en literatuur 1 Inhoudsopgave Uit de praktijk... 3 Interessante publicaties op een rij... 4 Online meer

Nadere informatie

Stelselherziening Jeugdzorg. Platform Middelgrote Gemeenten

Stelselherziening Jeugdzorg. Platform Middelgrote Gemeenten Stelselherziening Jeugdzorg Standpunten van het Platform Middelgrote Gemeenten 12 april 2011 I. Aanleiding Een belangrijk onderdeel van het bestuursakkoord tussen Rijk en gemeenten is de stelselherziening

Nadere informatie

Convenant Centrum voor Jeugd en Gezin Krimpen aan den IJssel

Convenant Centrum voor Jeugd en Gezin Krimpen aan den IJssel Concept; versie 20130121 Convenant Centrum voor Jeugd en Gezin Krimpen aan den IJssel Convenant Centrum voor Jeugd en Gezin Krimpen aan den IJssel 2013 Partijen, a. Gemeente Krimpen aan den IJssel, rechtsgeldig

Nadere informatie

Centrum voor Jeugd en Gezin. Bouwstenen voor de groei

Centrum voor Jeugd en Gezin. Bouwstenen voor de groei Centrum voor Jeugd en Gezin Bouwstenen voor de groei Moduleaanbod Stade Advies Centrum voor Jeugd en Gezin; Bouwstenen voor de groei Hoe organiseert u het CJG? Plan en Ontwikkelmodulen: Module Verkenning

Nadere informatie

Vertrouwenswerk & Cliëntenparticipatie

Vertrouwenswerk & Cliëntenparticipatie Vertrouwenswerk & Cliëntenparticipatie CLIËNTENPARTICIPATIE JEUGD Hoe je jongeren kunt betrekken bij jeugdhulp 1 Bij de transitie van de jeugdzorg is inspraak van belang. Juist jongeren en hun ouders die

Nadere informatie

Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games.

Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games. Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games. 2015 Nederlands Jeugdinstituut Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel

Nadere informatie

Spiegelgesprek Wie en wat? Hoe? Resultaat?

Spiegelgesprek Wie en wat? Hoe? Resultaat? Spiegelgesprek Wie en wat? Luisteren naar ervaringen van cliënten kan de kwaliteit van de zorg en het aanbod sterk verbeteren. Jongeren en ouders vertellen tijdens het spiegelgesprek aan de hand van een

Nadere informatie

Van Wmo-adviesraad naar een Adviesraad Sociaal Domein Katwijk

Van Wmo-adviesraad naar een Adviesraad Sociaal Domein Katwijk Van Wmo-adviesraad naar een Adviesraad Sociaal Domein Katwijk met lokale en regionale cliëntenraden, patiëntenverenigingen en belangengroepen De burger als adviseur van gemeenten 7 oktober 2015 Den Haag

Nadere informatie

De kwaliteit van Veilig Thuis Drenthe Stap 1

De kwaliteit van Veilig Thuis Drenthe Stap 1 De kwaliteit van Veilig Thuis Drenthe Stap 1 Utrecht, november 2015 1 Inspectie Jeugdzorg Dit is een uitgave van: Inspectie Jeugdzorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Inspectie voor de

Nadere informatie

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013,

Ontwikkelingen. in zorg en welzijn. Wij houden daarbij onverkort vast aan de Koers 2010-2013, KOERS 2014-2015 3 Het (zorg)landschap waarin wij opereren verandert ingrijpend. De kern hiervan is de Kanteling, wat inhoudt dat de eigen kracht van burgers over de hele breedte van de samenleving uitgangspunt

Nadere informatie

Kindermishandeling, hoe gaan pedagogisch medewerkers het tegen? Onderzoek in opdracht van e-academy The Next Page, onderdeel van de Augeo-Foundation

Kindermishandeling, hoe gaan pedagogisch medewerkers het tegen? Onderzoek in opdracht van e-academy The Next Page, onderdeel van de Augeo-Foundation Kindermishandeling, hoe gaan pedagogisch medewerkers het tegen? Onderzoek in opdracht van e-academy The Next Page, onderdeel van de Augeo-Foundation Student: Nynke Dijkstra Studentnummer S1032406 Student:

Nadere informatie

Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs.

Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs. Onderzoek naar een sluitend schoolaanbod voor jongeren met ASS die uitvallen binnen het speciaal onderwijs. Afstudeerproject - Master Pedagogiek School of Health, Hogeschool Inholland C.C.A (Claudine)

Nadere informatie

Kinderen moeten gezond, veilig en met plezier kunnen opgroeien. Het liefst in een gezin. SAMEN ZORGEN VOOR DE JEUGD OP BONAIRE

Kinderen moeten gezond, veilig en met plezier kunnen opgroeien. Het liefst in een gezin. SAMEN ZORGEN VOOR DE JEUGD OP BONAIRE Kinderen moeten gezond, veilig en met plezier kunnen opgroeien. Het liefst in een gezin. SAMEN ZORGEN VOOR DE JEUGD OP BONAIRE WAT IS ONS GEZAMENLIJKE DOEL Ouders zijn primair verantwoordelijk voor het

Nadere informatie

Bora Avric, Senior Adviseur Movisie 6/2/2015

Bora Avric, Senior Adviseur Movisie 6/2/2015 Gezonde wijk in wording: Sport als middel tot participatie Bora Avric, Senior Adviseur Movisie 6/2/2015 Sportquiz Vraag 1: Hoeveel procent van de Nederlanders sport minimaal 1 x per maand? 64% of 75 %

Nadere informatie

RKC s OWO. Onderzoeksplan. Armoedebeleid. April 2015. Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland

RKC s OWO. Onderzoeksplan. Armoedebeleid. April 2015. Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland Onderzoeksplan Armoedebeleid April 2015 Colofon De rekenkamercommissies van Ooststellingwerf en Opsterland bestaan uit drie externe leden. De rekenkamercommissie van Weststellingwerf bestaat uit drie externe

Nadere informatie

Preventief jeugdbeleid Typetest Onder welk type valt uw gemeente?

Preventief jeugdbeleid Typetest Onder welk type valt uw gemeente? Preventief jeugdbeleid Typetest Onder welk type valt uw gemeente? Dienstverlening Jeugd en Onderwijs Vooraf Hoe kijkt uw gemeente aan tegen preventief jeugdbeleid? En welke rol speelt uw gemeente in het

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Beleidsdocument 2012-2016

Beleidsdocument 2012-2016 Beleidsdocument 2012-2016 uw zorg, onze zorg Inhoudsopgave 1. Voorwoord...3 2. Zorggroep de Bevelanden...4 3. Waar staat Zorggroep de Bevelanden voor (Missie, Visie en Doelstellingen)...4 4. Uitwerking:

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld.

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld. rriercoj Gemeenteraad Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD Barneveld, 27 augustus 2015 f Ons kenmerk: Ö^OOJcfc Behandelend ambtenaar: I.M.T. Spoor Doorkiesnummer: 0342-495 830 Uw brief van: Bijlage(n):

Nadere informatie

Met elkaar voor elkaar

Met elkaar voor elkaar Met elkaar voor elkaar Publiekssamenvatting Oktober 2013 1 1 Inleiding Met elkaar, voor elkaar. De titel van deze notitie is ook ons motto voor de komende jaren. Samen met u (inwoners en beroepskrachten)

Nadere informatie

Het kastje en de muur. Voor iedereen met vragen over ouderschap, opvoeding en de ontwikkeling van kinderen van 0-23 jaar

Het kastje en de muur. Voor iedereen met vragen over ouderschap, opvoeding en de ontwikkeling van kinderen van 0-23 jaar Het kastje en de muur Voor iedereen met vragen over ouderschap, opvoeding en de ontwikkeling van kinderen van 0-23 jaar Visie Ouders zijn verantwoordelijk. Zij hebben recht op steun bij vragen en problemen

Nadere informatie

Samenwerkingsverklaring. In Rivierenland werken gemeenten en Aanbieders samen

Samenwerkingsverklaring. In Rivierenland werken gemeenten en Aanbieders samen Samenwerkingsverklaring In Rivierenland werken gemeenten en Aanbieders samen Versie 15 september 2015 Uitgangspunt Gemeenten als formeel verantwoordelijke partij en Opdrachtgever, en Aanbieders als uitvoerende

Nadere informatie

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173 Inhoud Inleiding 7 Deel 1: Theorie 1. Kindermishandeling in het kort 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Aard en omvang 13 1.3 Het ontstaan van mishandeling en verwaarlozing 18 1.4 Gevolgen van kindermishandeling

Nadere informatie

Zoektocht. Directeur/bestuurder Socius

Zoektocht. Directeur/bestuurder Socius Is deze nieuwsbrief niet goed leesbaar, klik dan hier voor de webversie. Klik hier voor een PDF van de nieuwsbrief. Socius januari 2014 Zoektocht Op de drempel van 2014 kijk ik nog eens naar wat ons het

Nadere informatie

Stadskanaal: Samen met de burger Integraal beleidskader Sociaal Domein

Stadskanaal: Samen met de burger Integraal beleidskader Sociaal Domein Stadskanaal: Samen met de burger Integraal beleidskader Sociaal Domein Versie: 31 maart 2014 1. Inleiding: Wij kunnen ons in Nederland gelukkig prijzen met een van de sterkste sociale stelsels ter wereld.

Nadere informatie

Gerry Broersma Opbouwwerker Miks Welzijn, Joure www.miks-welzijn.nl

Gerry Broersma Opbouwwerker Miks Welzijn, Joure www.miks-welzijn.nl Assen, 19 april 2011 Gerry Broersma Opbouwwerker Miks Welzijn, Joure www.miks-welzijn.nl en Sjoerd IJdema Adviseur Partoer Centrum Maatschappelijke ontwikkelingen Fryslân. www.partoer.nl Inhoud Welzijn

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

Samen Leren: kwaliteit en impact van ondersteuning. Karin Sok Willem-Jan de Gast

Samen Leren: kwaliteit en impact van ondersteuning. Karin Sok Willem-Jan de Gast Samen Leren: kwaliteit en impact van ondersteuning Karin Sok Willem-Jan de Gast Outcome? Impact Effecten Outcome Resultaten Output Activiteiten Outcome en kwaliteit Impact Effecten Outcome Indicatoren

Nadere informatie

Workshop Stakeholderparticipatie Hoe betrekken van verschillende doelgroepen bij het ontwikkelen van (beleids)plannen? 15/09/2015. CIVINET, Antwerpen

Workshop Stakeholderparticipatie Hoe betrekken van verschillende doelgroepen bij het ontwikkelen van (beleids)plannen? 15/09/2015. CIVINET, Antwerpen Workshop Stakeholderparticipatie Hoe betrekken van verschillende doelgroepen bij het ontwikkelen van (beleids)plannen? 15/09/2015 CIVINET, Antwerpen Welkom! Programma van de workshop Theoretische achtergrond

Nadere informatie

Hogeschool Windesheim Zwolle Aandacht voor jeugdzorg en jeugd- en opvoedhulp in hbo-opleidingen en onderzoek.

Hogeschool Windesheim Zwolle Aandacht voor jeugdzorg en jeugd- en opvoedhulp in hbo-opleidingen en onderzoek. Hogeschool Windesheim Zwolle Aandacht voor jeugdzorg en jeugd- en opvoedhulp in hbo-opleidingen en onderzoek. WGV Oost Deventer, 20 maart 2013 Attie Valkenburg van Roon, projectleider Master Zorg voor

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Welkom. Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht

Welkom. Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht Welkom Presentatie wijkteams in de gemeente Leeuwarden en hoe zij de financiële hulpverlening hebben ingericht Inhoud Inrichting werkwijze wijkteams Leeuwarden Verdieping in schuldhulpverlening Verdieping

Nadere informatie

De slimste route? Vormgeven toegang

De slimste route? Vormgeven toegang De slimste route? Vormgeven toegang Grote veranderingen in zorg en ondersteuning Taken vanuit AWBZ, Jeugdzorg, Werk en inkomen. Passend onderwijs (toegang tot onderwijs) De slimste route (voor Hengelo)

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

Visie op TripiO 2014-2017

Visie op TripiO 2014-2017 Visie op TripiO 2014-2017 Met de transitie worden verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de geïndiceerde jeugdzorg naar de gemeentes overgeheveld. Naast de taken die gemeenten al hebben op het terrein

Nadere informatie

Positief Opvoeden, Triple P in de transitie stelsel jeugd

Positief Opvoeden, Triple P in de transitie stelsel jeugd Positief Opvoeden, Triple P in de transitie stelsel jeugd Jacqueline van Rijn Jolyn Berns www.nji.nl Marion van Bommel Sandra Hollander Oktober 2013 Triple P Triple P is een evidence based opvoedondersteuningsprogramma,

Nadere informatie

OPLOSSINGSGERICHT WERKEN MET JONGEREN MISSION POSSIBLE

OPLOSSINGSGERICHT WERKEN MET JONGEREN MISSION POSSIBLE OPLOSSINGSGERICHT WERKEN MET JONGEREN MISSION POSSIBLE OPEN INSCHRIJVING IN UTRECHT WAT IS MISSION POSSIBLE? Bent u geïnteresseerd te ontdekken waar de motivatie van jongeren ligt om hun problemen zelf

Nadere informatie

Passend Onderwijs & Transitie Jeugdzorg 16 september 2013

Passend Onderwijs & Transitie Jeugdzorg 16 september 2013 Passend Onderwijs & Transitie Jeugdzorg 16 september 2013 Arjan Reniers a.reniers@hco.nl Instructie Onze school beschikt over een ondersteuningsprofiel en ik weet (in grote lijnen) wat daarin staat. Ja

Nadere informatie

Participatieladder. Vorm van participatie

Participatieladder. Vorm van participatie Statenvoorstel nr. PS/2014/1080 Participatiecode Overijssel Datum GS-kenmerk Inlichtingen bij 09-12-2014 2014/0332094 dhr F. v. Damme, telefoon 038 4999268 e-mail F.v.Damme@overijssel.nl Aan Provinciale

Nadere informatie

Team passend onderwijs wat is het, hoe werkt het?

Team passend onderwijs wat is het, hoe werkt het? Team passend onderwijs wat is het, hoe werkt het? werkgroep bundelen van expertise, 25 mei 2012 Aanleiding voor een team passend onderwijs Passend onderwijs betekent dat iedere leerling het onderwijs en

Nadere informatie

Thema Huisbezoek helpt

Thema Huisbezoek helpt Thema Huisbezoek helpt Project Eenzaamheid Barneveld 5 April 2011 Adrie ten Brinke (voorzitter Seniorenraad Barneveld) Els van Beurden (Wmo-adviseur gemeente Barneveld) 1 Inhoud presentatie Aanleiding

Nadere informatie

Workshop Introductie Wmo. Lesprogramma. Ontwikkelingen

Workshop Introductie Wmo. Lesprogramma. Ontwikkelingen Workshop Introductie Wmo Wmo-werkplaats Groningen-Drenthe 28 juni 2012 Lies Korevaar Lesprogramma Kennismaking en uitleg programma Wat is de Wmo? Doelen en uitgangspunten van de Wmo Uitwerking Wmo in de

Nadere informatie

Beroepscode Beroepsvereniging van cliëntondersteuners voor mensen met een beperking

Beroepscode Beroepsvereniging van cliëntondersteuners voor mensen met een beperking Beroepscode Beroepsvereniging van cliëntondersteuners voor mensen met een beperking 1 VOORWOORD Met trots presenteert de Beroepsvereniging van cliëntondersteuners voor mensen met een beperking (BCMB) de

Nadere informatie

COMMUNICATIE & PARTICIPATIE. Samenleven in Leiderdorp. Met elkaar voor een sterke samenleving

COMMUNICATIE & PARTICIPATIE. Samenleven in Leiderdorp. Met elkaar voor een sterke samenleving 3D COMMUNICATIE & PARTICIPATIE Samenleven in Leiderdorp Met elkaar voor een sterke samenleving 1 Inhoud De opgave... 3 Communicatiedoelstellingen... 3 Communicatieaanpak... 5 Doelgroepen, belangen en invloed...

Nadere informatie

januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams Krimpenerwaard - Tympaan Instituut - info@tympaan.nl

januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams Krimpenerwaard - Tympaan Instituut - info@tympaan.nl januari 2015 - L.M. Sluys Tympaan Instituut I Inhoud blz 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1 1.2 Vraagstelling 1 1.3 Aanpak en leeswijzer 1 2 Doelen 2.1 Doelen van beleid 3 2.2 Doelen van sociale wijkteams Krimpenerwaard

Nadere informatie

Kwaliteit. 1 Inleiding. 2 De wettelijke voorwaarden. 2.1 Jeugdwet

Kwaliteit. 1 Inleiding. 2 De wettelijke voorwaarden. 2.1 Jeugdwet Kwaliteit 1 Inleiding Wat is kwaliteit van zorg en wat willen we als gemeenten samen met onze zorgaanbieders ten aanzien van kwaliteit afspreken? Om deze vraag te beantwoorden vinden twee bijeenkomsten

Nadere informatie

Desirée van den Bergh, Marga Kemp, Rob Mientjes, Bianca Peersman en Harry Vankan

Desirée van den Bergh, Marga Kemp, Rob Mientjes, Bianca Peersman en Harry Vankan Project Meer met Mediavoorzieningen een onderzoek naar rol en positionering Mediavoorzieningen: Essentieel en Effectief Samenvatting rapport over de meerwaarde van de diensten van Mediavoorzieningen voor

Nadere informatie

Inventarisatie van Wmo-raden 2012 - de uitgewerkte antwoorden -

Inventarisatie van Wmo-raden 2012 - de uitgewerkte antwoorden - Inventarisatie van Wmo-raden 2012 - de uitgewerkte antwoorden - 27-9-2012 Vooraf De jaarlijkse inventarisatie van de Koepel van Wmo-raden onder Wmo-raden heeft ook in 2012 een goede respons gekregen. Uitgezet

Nadere informatie

Wmo-werkplaats Twente. Scholingshandleiding voor cursist en trainer. Samenwerken met vrijwilligers

Wmo-werkplaats Twente. Scholingshandleiding voor cursist en trainer. Samenwerken met vrijwilligers Wmo-werkplaats Twente Scholingshandleiding voor cursist en trainer Samenwerken met vrijwilligers De vrijwilliger als vanzelfsprekende partner in zorg en welzijnswerk juli 2011 Saxion. Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim Hoddenbagh wim.hoddenbagh@vng.nl

Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim Hoddenbagh wim.hoddenbagh@vng.nl Datum 27 oktober 2010 Onderwerp Feiten en cijfers transitie jeugdzorg Telefoonnummer 070-3738602 Feiten en cijfers transitie jeugdzorg Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim

Nadere informatie

Transitie Jeugdzorg. 2 april 2014 Ronald Buijs Directeur Yulius KJP

Transitie Jeugdzorg. 2 april 2014 Ronald Buijs Directeur Yulius KJP Transitie Jeugdzorg 2 april 2014 Ronald Buijs Directeur Yulius KJP 2 Vragen van het organisatiecomité De transities in het sociale domein, een antwoord op? Wat is de transitie Jeugdzorg precies? Hoe ziet

Nadere informatie

De paradox van de burger als uitgangspunt

De paradox van de burger als uitgangspunt GEMEENTE WINTERSWIJK De paradox van de burger als uitgangspunt De dialoog als methodiek Rhea M. Vincent 1-11-2013 In het nieuwe zorgstelsel staat de vraag van de burger centraal. De professional en de

Nadere informatie