MILIEUKWALITEIT ELEKTRICITEITSPRODUCTIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MILIEUKWALITEIT ELEKTRICITEITSPRODUCTIE"

Transcriptie

1 MILIEUKWALITEIT ELEKTRICITEITSPRODUCTIE De kosteneffectiviteit van de MEP-regeling scriptie Bedrijfseconomie 19 december 2003 vrije Universiteit amsterdam Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde Auteur : Robert Melgerd Studentnummer : Begeleidend docent : prof. dr. C.A.A.M. Withagen Tweede lezer : prof. dr. J.C.J.M. van den Bergh

2 VOORWOORD Deze scriptie is geschreven naar aanleiding van mijn afstudeeropdracht, die is uitgevoerd in het kader van het afronden van de studie bedrijfseconomie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Mijn interesse voor duurzame energie is ontstaan op mijn werk, omdat ik daar in aanraking ben gekomen met een aantal haalbaarheidsonderzoeken voor investeringen in duurzame energie. De missie van mijn werkgever, AMIC Installation Consultancy B.V., is om een bijdrage te leveren het percentage CO 2 -uitstoot duurzaam te verminderen. De CO 2 -uitstoot leidt namelijk tot een verandering van ons leefklimaat door onder andere een stijging van de zeespiegel en grote temperatuurwisselingen. Ik sluit mij aan bij de missie van mijn werkgever en hoop dat de overheid en marktpartijen zich er ook bij zullen aansluiten. Mijn scriptiebegeleider is de heer prof. dr. C.A.A.M. Withagen, docent aan de vakgroep Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit. Graag wil ik de heer Withagen bedanken voor zijn enthousiasme bij het begeleiden van mijn afstudeeropdracht en het snel reageren op vragen of op ingeleverde verslagen. Ook wil ik de tweede lezer, de heer prof. dr. J.C.J.M. van den Bergh, docent aan de vakgroep Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit, bedanken voor het lezen en het beoordelen van mijn scriptie. Tevens wil ik de heren M. Strootman en J. van Eynatten van Nuon, de heer drs. E.J.W. van Sambeek van Energieonderzoek Centrum Nederland, de heren prof. dr. H. Verbruggen en dr. H.L.M. de Groot van de Vrije Universiteit, de heer ing. W. van der Heul en mevrouw drs. M.W.J. Homans, medewerkers bij het Ministerie van Economische Zaken en de heer drs. F.J.M. Crone, lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid bedanken voor hun medewerking aan mijn onderzoek. Als laatste wil ik iedereen bedanken die mij heeft geholpen bij het uitvoeren van het onderzoek en het schrijven van deze scriptie. Ik hoop met deze scriptie een verhelderend beeld te geven over de productie van duurzame energie en de noodzaak om duurzame energie te produceren en consumeren. Zelf heb ik al een stap in de goede richting gezet door groene elektriciteit af te nemen. In de bijlagen is mijn Nuon Groenstroom Garantie te vinden. Robert Melgerd Koog aan de Zaan, 19 december Robert Melgerd ii

3 INHOUDSOPGAVE Voorwoord...ii Samenvatting... v 1. INLEIDING DOEL- EN PROBLEEMSTELLING BEPERKINGEN LEESWIJZER DUURZAME ELEKTRICITEIT INLEIDING VRAAG EN AANBOD Ontwikkeling van het aanbod Ontwikkeling van de vraag Marktverdeling over leveranciers Binnenlandse productie Bronnen voor import UITWERKING VAN DE DOELSTELLINGEN Problemen met internationale handel in duurzame elektriciteit Boete als maximumprijs Handelsbarrières belemmeren importprobleem niet OPLOSSINGEN CONCLUSIE REGULERENDE ENERGIE BELASTING INLEIDING GROENCERTIFICATEN Groencertificaten in Nederland Groencertificaten uit het buitenland RELATIE GROENCERTIFICATEN EN REB STIMULERING PER 1 JANUARI CONCLUSIE MILIEUKWALITEIT ELEKTRICITEITSPRODUCTIE INLEIDING STRUCTUUR VAN DE MEP ENERQ KRITIEK OP DE MEP CONCLUSIE Robert Melgerd iii

4 5. ONDERZOEKSMODEL INLEIDING ENERGIESUBSIDIES BEREKENING VAN DE KOSTENEFFECTIVITEIT Definities Maatwerk ONDERZOEKSRESULTATEN REB Inleiding Onderzoeksresultaten IBO (2001) en De Beer et al. (2000) Conclusies ONDERZOEK MEP ONDERZOEKSRESULTATEN INLEIDING ONDERZOEKSMETHODE RESULTATEN Resultaten interviews Resultaten kosteneffectiviteit Resultaten onrendabele topberekeningen Resultaten beleid Ministerie van Economische Zaken CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN CONCLUSIES AANBEVELINGEN VERVOLGONDERZOEK LITERATUURLIJST OVERIGE WEBSITES AFKORTINGEN EN EENHEDEN AFKORTINGEN EENHEDEN LIJST VAN INTERVIEWS BIJLAGEN Robert Melgerd iv

5 SAMENVATTING Deze scriptie is een onderzoek naar de kosteneffectiviteit van de ministeriële regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP). Deze regeling moet producenten van duurzame elektriciteit stimuleren te investeren in nieuwe productiecapaciteit in Nederland. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt. Zal de ministeriële regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) op een effectieve wijze leiden tot meer investeringen in duurzame energie? Om tot de beantwoording te komen van deze probleemstelling heb ik een literatuur- en kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat investeringen in duurzame energie noodzakelijk zijn om de Kyoto doelstellingen van 1997 te halen. Deze doelstelling houdt een verbruik van tien procent duurzame energie in ten opzichte van het totale energieverbruik. In dit onderzoek is alleen gekeken naar de productie van duurzame elektriciteit, vanwege enkele bijzondere kenmerken van elektriciteit en omdat de MEP alleen van toepassing is op duurzame elektriciteit. In het literatuuronderzoek is ook het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) energiesubsidies opgenomen. Het IBO heeft in 2001 onderzoek gedaan naar de kosteneffectiviteit van de bestaande energiesubsidies. Zij hebben een aantal neveneffecten van subsidies ontdekt, die de effectiviteit van de subsidies verminderen. Dit onderzoek is als leidraad gebruikt voor het onderzoek in deze scriptie. Het kwalitatief onderzoek heb ik uitgevoerd middels een zestal diepte interviews. Deze interviews zijn gehouden met verschillende betrokkenen van de MEP regeling en het IBO onderzoek. Interviews zijn gehouden bij het Ministerie van Economische Zaken, een lid van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid, de Nuon Business-unit Renewable Energy Projects, ECN, de voorzitter van het IBO energiesubsidies en een onderzoeker van het bijhorende Ecofys onderzoek. Uit de interviews zijn verschillende meningen naar voren gekomen, maar over het algemeen zijn alle geïnterviewden van mening dat de MEP zal leiden tot meer investeringen in productiemiddelen voor duurzame elektriciteit in Nederland. In theorie gaat de MEP verschillende neveneffecten van het IBO onderzoek tegen. Hiervoor zal wel meer maatwerk moeten worden verricht en zullen de uitvoeringskosten stijgen. Deze kosten worden veroorzaakt door de uitvoering van de regeling en de berekening van de tarieven. De uitvoering en het beheer van de MEP ligt bij EnerQ, een dochter van TenneT, de landelijke netbeheerder. Jaarlijks worden in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken de onrendabele toppen berekend van de verschillende elektriciteitsopties, als windenergie op land, windenergie op zee, waterkracht en biomassa, wat inhoudt dat investeringen die zonder subsidie ook rendabel zijn voor de investeerder, niet meer in aanmerking voor subsidie zullen komen. De tarieven van de MEP worden jaarlijks aangepast op deze berekeningen. Oktober 2003 zijn door Robert Melgerd v

6 het Ministerie de tarieven voor 2004 en 2005 bekendgemaakt. Voor deze berekeningen is gebruik gemaakt van een berekeningsmodel van ECN en KEMA. Naar mijn mening leidt de MEP tot meer investeringen in duurzame elektriciteit, omdat het de investeerder meer zekerheid biedt en veel overzichtelijker is dan eerdere subsidies. Bovendien zorgt de MEP ervoor dat er geen belastinggeld meer kan weglekken naar het buitenland door import van goedkope duurzame elektriciteit, wat de MEP een stuk effectiever maakt dan eerdere subsidies. Het Ministerie van Economische Zaken zal in het berekeningsmodel van ECN en KEMA rekening moeten houden met het feit dat producenten alleen zullen investeren als de investering winstgevend is en de risico s van investeringen gereduceerd worden en ze zal niet alleen aan haar eigen belangen, zoals bezuinigingen en effectiviteit van de subsidie, moeten denken. Het Ministerie heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat er nog harde uitspraken kunnen worden gemaakt over de effectiviteit van de MEP en dat de resultaten van de evaluatie van de MEP per 1 juli 2004 bekend gemaakt zullen worden. De MEP is in ieder geval een stap in goede richting voor het effectief wegzetten van overheidsgeld om de uitstoot van CO 2 te reduceren. Robert Melgerd vi

7 1. INLEIDING De Elektriciteits- en de Gaswet 1998 hebben het Energierapport van het Ministerie van Economische Zaken in het leven geroepen om periodiek te discussiëren over het te voeren energiebeleid. In het meest recente Energierapport uit 2002 staan drie belangrijke aspecten van de elektriciteit- en gassector centraal: (1) voorzieningszekerheid, (2) economische efficiëntie en (3) milieukwaliteit. Verder wordt in het Energie-rapport 2002 ingegaan op de doelstellingen van de Derde Energienota voor energiebesparing en duurzame energie. Voor duurzame energie (warmte, koude en elektriciteit) is de doelstelling tien procent van het totale energieverbruik in Voor 2010 is een tussendoel geformuleerd van vijf procent. De doelstellingen zijn geformuleerd naar aanleiding van de resultaten van de Kyoto conferentie van In deze scriptie wordt ingegaan op het derde aspect van het Energierapport 2002 en met name de productie van duurzame elektriciteit, vanwege de volgende bijzondere kenmerken van elektriciteit (Aalbers, 2001, Borenstein, 2002 en Scheepers en De Beus, 2002) In de praktijk is het niet mogelijk om elektriciteit op grote schaal op te slaan. Elektriciteit moet voortdurend in balans worden gehouden, omdat elektriciteit, zoals gezegd, niet opgeslagen kan worden. Wanneer op bepaalde momenten vraag en aanbod niet met elkaar overeenstemmen, kan dat de stabiliteit van het hele netwerk in gevaar brengen. De elektriciteitsvraag is op de korte termijn vrijwel ongevoelig voor prijswijzigingen. Wanneer prijzen stijgen, verminderen afnemers hun vraag nauwelijks, ook omdat het direct doorgeven van deze prijssignalen (real-time pricing) in de praktijk nog niet plaatsvindt. En als laatste bestaan er op korte termijn nauwelijks substitutiemogelijkheden voor elektriciteit. Om de doelstellingen voor duurzame energie te halen is in de loop van het vorige decennium ( ) ruim 800 miljoen uitgegeven aan energiesubsidies, met als doel het terugdringen van het gebruik van energie, vooral van energie gebaseerd op fossiele bronnen. Naast deze uitgaven wordt duurzame energie ook nog ondersteund door de fiscale faciliteiten in onder andere de Regulerende Energie Belasting (REB, ook wel ecotax genoemd). In tabel 1.1 staan een aantal financiële stimuleringsregelingen opgesomd en het?- teken geeft aan welke regeling door welke partij en in welke situatie aan te vragen is. De stimuleringsregelingen oftewel energiesubsidies worden ook gebruikt om innovaties, investeringen in energiebesparing en diffusie van schonere en energie-efficiëntie productietechnologieën te bevorderen, die vervolgens tot een schoner milieu moeten leiden (De Vries en Nentjes, 2001). In deze scriptie wordt alleen ingegaan op de stimulering van de productie van duurzame elektriciteit. Robert Melgerd

8 In 2000 zijn enkele van deze energiesubsidies onderzocht in het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) energiesubsidies. Het IBO heeft de kosteneffectiviteit van energiesubsidies en de mogelijkheden voor verbetering van deze kosteneffectiviteit onderzocht. Tabel 1.1 Overzicht van financiële stimuleringsregelingen voor 2003, bron: PDE (2003b) In de bestaande economische literatuur zijn subsidies geen populair instrument (De Beer et al., 2000 en De Vries en Nentjes, 2001), vanwege de ongewenste neveneffecten, zoals onder andere het freerider effect 1, van subsidies die bij alternatieve economische instrumenten, zoals heffingen en emissierechten, niet optreden. Bovendien zijn subsidies in strijd met het beginsel dat de vervuiler moet betalen (Verbruggen, Gielen en Brouwer, 2002). In de economische wetenschap wordt wel ingegaan op de positieve invloed van subsidies op de adoptie en diffusie van technieken 2. In een aantal theoretische modellen beïnvloeden de subsidies niet alleen de financiële afweging, maar ook de informatie van de investeerders (IBO, 2000). 1 Investeringen in energiebesparende technieken of duurzame energie-opwekking die ook zonder subsidie en op hetzelfde moment in de tijd hadden plaatsgevonden, worden in deze context niet als een direct gevolg van de subsidie aangemerkt. Bron: IBO energiesubsidies (2000) 2 Proefschrift van Valentina Dinica (2003) aan de Universiteit van Twente Robert Melgerd

9 In de politiek zijn de energiesubsidies ook een belangrijk onderwerp. Partij van de Arbeid (PvdA) kamerlid Ferd Crone geeft in de Volkskrant (9 juni 2003) aan dat voormalig Minister van Economische Zaken Jorritsma, door haar streven naar privatisering, een aantal belangrijke problemen over het hoofd heeft gezien betreffende de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie. Voormalig Minister Heinsbroek zag deze problemen, volgens Crone wel, maar werkte ze niet uit. Voormalig Minister Hoogervorst heeft een wetsvoorstel ingediend voor een nieuwe regeling, die in deze scriptie centraal staat, en Minister Brinkhorst, kabinet Balkenende II, heeft deze nieuwe regeling afgelopen juli in laten gaan. 1.1 DOEL- EN PROBLEEMSTELLING Per 1 juli 2003 is de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) een toevoeging aan de Elektriciteitswet In de bijlagen is de regeling subsidiebedragen MEP 2003 opgenomen en in tabel 1.1 is te zien dat de MEP-regeling alleen betrekking heeft op producenten van duurzame energie. In deze scriptie wordt de kosteneffectiviteit van deze regeling onderzocht en wordt het onderzoek van IBO gebruikt als leidraad. De doelstelling van deze scriptie wordt als volgt geformuleerd. Doelstelling van het onderzoek: Het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit van de ministeriële regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie. En de daaruit volgende probleemstelling: Zal de ministeriële regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP) op een effectieve wijze leiden tot meer investeringen in duurzame energie? Deelvragen: Wat is duurzame energie? Waarom zijn investeringen in duurzame energie noodzakelijk? Wat houdt de REB-regeling in? Wat houdt de MEP-regeling in? Is de MEP-regeling een verbetering van het beleid van het Ministerie van Economische Zaken? Wat is kosteneffectiviteit? Welke economische prikkels zijn er nog meer nodig voor deze investeringen? Robert Melgerd

10 1.2 BEPERKINGEN De MEP is pas sinds 1 juli 2003 in werking. De evaluatieperiode van de regeling tot de verschijning van deze scriptie is dus vrij kort. Minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft aangegeven (MinEZ, 2003c) nog geen harde uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van de MEP, omdat er nog onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Ook voor dit onderzoek is het niet mogelijk gebleken om aan voldoende gegevens te komen voor een kwantitatief onderzoek. Het onderzoek heeft plaatsgevonden tot 1 december Gegevens die na deze datum beschikbaar zijn gekomen via onder andere het Ministerie van Economische Zaken of EnerQ of in artikelen, verschenen in landelijke dagbladen of economische tijdschriften, zijn niet meer verwerkt in deze scriptie. 1.3 LEESWIJZER In hoofdstuk twee wordt het thema duurzame energie besproken. Het beleid van de Nederlandse overheid en de activiteiten van marktpartijen komen aan bod. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de REB-regeling in hoofdstuk drie en op de MEP-regeling in hoofdstuk vier. In hoofdstuk vijf wordt het IBO energiesubsidies besproken en wordt het onderzoeksmodel uiteengezet. Daarna worden in hoofdstuk zes de onderzoeksresultaten besproken. In hoofdstuk zeven worden de conclusies van het onderzoek besproken. Robert Melgerd

11 2. DUURZAME ELEKTRICITEIT 2.1 INLEIDING Per 1 juli 2001 is de markt voor duurzame elektriciteit 3, elektriciteit opgewekt uit bronnen als zon, wind, waterkracht en biomassa, vrijgegeven. De Nederlandse overheid probeerde hiermee de productie en consumptie van duurzame elektriciteit een duwtje in de rug te geven en de uitstoot van CO 2 te reduceren. De overheid verwachtte destijds een daling van de kosten van elektriciteit voor eindgebruikers als gevolg van concurrentie tussen producenten, handelaren en leveranciers (Van Sambeek, Van Thuijl en Roos, 2003). Ondanks de vrije markt, verwachtte de overheid dat weinig bedrijven vrijwillig financiële risico s zouden nemen om de duurdere duurzame elektriciteit te produceren of in te kopen, zonder de verwachting deze ook tegen hogere prijzen af te kunnen zetten (Boots, Schaeffer en De Zoeten, 2001). Daarom was aanvullend beleid noodzakelijk om het aandeel duurzame elektriciteit te vergroten (Van Sambeek, Van Thuijl en Roos, 2003). En op verscheidene manieren probeert de overheid al enige jaren de productie en de verkoop van duurzame elektriciteit te stimuleren. Met name vrijstelling van de REB bij consumptie van duurzame elektriciteit is belangrijk. In hoofdstuk drie wordt hier nader op in gegaan. De productie van duurzame elektriciteit in Nederland in 2000 bedroeg ruim gigawattuur (GWh). Daarnaast werd naar schatting bijna 200 GWh geïmporteerd. Het totale aanbod van duurzame elektriciteit bedroeg dus GWh. De financiering van de onrendabele kosten werd voor GWh gefinancierd met middelen uit het Milieu Actieplan 4 (MAP) en zo n 600 GWh werd verkocht als groene elektriciteit (PVE, 2000). Het MAP liep tot 31 december In paragraaf 2.2 wordt onder andere aan de hand van Kroon (2002) de vraag naar en het aanbod van duurzame elektriciteit besproken. En om afnemers de zekerheid te geven dat groene elektriciteit daadwerkelijk duurzaam is opgewekt, is er een systeem van groencertificaten geïntroduceerd (PDE, 2003a). Voor elke eenheid duurzame elektriciteit wordt door de CertiQ, voorheen Groencertificatenbeheer, een groencertificaat uitgegeven aan de producent van de duurzame elektriciteit. Dit systeem wordt in hoofdstuk drie uitgebreid besproken. In paragraaf 2.3 wordt aan de hand van het artikel van Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001) de uitwerking van de doelstellingen van de Europese Commissie voor productie van duurzame elektriciteit besproken. In paragraaf 2.4 dragen Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001) oplossingen aan voor het weglekken van belastinggeld naar producenten van duurzame elektriciteit in het buitenland. 3 Eigenlijk gaat het om elektriciteit uit hernieuwbare bronnen (in het Engels: renewable electricity). Duurzame energie of elektriciteit is de gangbare term (bron: Boots, Schaeffer en De Zoeten, 2001) 4 In het kader van MAP hadden de energiedistributiebedrijven per eind 2000 een resultaatverplichting met betrekking tot CO 2 reductie uit GWh duurzame elektricteit. (bron: PVE, 2000) Robert Melgerd

12 2.2 VRAAG EN AANBOD ONTWIKKELING VAN HET AANBOD De productie van duurzame elektriciteit in Nederland was in 2001 toereikend om circa tot huishoudens te voorzien van groene elektriciteit. Op het moment dat in juli 2001 de groene elektriciteitsmarkt vrij werd gegeven, waren er al ruim een half miljoen groene elektriciteit klanten (ECN, 2001). Het aanbod dat moet voorzien in de huidige snel stijgende vraag zal grotendeels uit het buitenland worden betrokken. Nieuw binnenlands aanbod is momenteel niet voorhanden, terwijl in andere EU-landen aanbod van duurzame elektriciteit in ruime mate beschikbaar is (Boots, Schaeffer en De Zoeten, 2001, Kroon, 2002 en MinEZ, 2002). Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001) verwachtten destijds dat het nog een tijd zou duren, voordat er concurrerende binnenlandse capaciteit bijgeplaatst zou worden, omdat de tijd tussen de investeringsbeslissing en de daadwerkelijke productie enige jaren bedraagt. Met name het traject voor windenergie kan snel oplopen tot vijf à tien jaar, onder andere vanwege vergunningverlening, bestemmingsplannen, de onbekendheid en gebrek aan kennis van lokale bestuurders en de hoeveelheid bezwaarschriften van omwoners. Dit traject is in strijd met de volledige liberalisering van de elektriciteitsmarkt en van echt vrijgeven is dus nog geen sprake ONTWIKKELING VAN DE VRAAG Oktober 2003 telde Greenprices (www.greenprices.nl) afnemers van duurzame energie, dit is een stijging van ten opzichte van april Eind 2002 telde Nederland afnemers (PDE, 2003a). De meeste van deze afnemers zijn particuliere huishoudens en zo n 32 procent van het totaal aantal huishoudens neemt groene elektriciteit af (www.greenprices.nl). Zakelijke klanten nemen ook elektriciteit af. Relatief nemen zij zelfs veel meer elektriciteit af. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de totale afname van duurzame elektriciteit zichtbaar. Sinds 1 juli 2001 is door een actief wervingsbeleid van de distributiebedrijven het aantal afnemers, zoals gezegd, flink gestegen. Tabel 2.1 Totale verkoop van duurzame elektriciteit. Bron: Kroon (2002) MARKTVERDELING OVER LEVERANCIERS Door de verhoging van de REB voor conventionele of grijze elektriciteit en een vrijstelling daarvan voor duurzame elektriciteit per 1 juli 2001 is de prijs van duurzame of groene elektriciteit momenteel nagenoeg Robert Melgerd

13 gelijk geworden aan die van grijze elektriciteit (PDE, 2003a). In de bijlagen wordt de totstandkoming van elektriciteitsprijs nader toegelicht. Veel leveranciers hebben in de eerste helft van 2001, vlak voor de liberalisering van de markt, door actieve marketing het aantal afnemers weten te vergroten. Nuon, Essent en Eneco zijn de grootste leveranciers. Deze energiebedrijven hanteren verschillende namen voor groene elektriciteit, zoals Natuurstroom (Nuon), groene elektriciteit (Essent) en Ecostroom (Eneco). De groene elektriciteitsproducten verschillen onderling qua samenstelling, dit is de zogenaamde brandstof mix. In deze scriptie zal hier verder niet op worden ingegaan. Alle gebruikte bronnen komen wel in aanmerking voor de REB vrijstelling. Momenteel heeft een consument de keuze uit zo n twintig leveranciers om over te stappen naar groene elektriciteit (bron: Onderstaande tabel toont een geschatte verdeling van de markt voor groene elektriciteit over de belangrijkste spelers op deze markt. De marktverdeling is te vergelijken met die voor grijze elektriciteit. Nieuwe spelers, zoals Echte Energie, EnergyXS en Energiebedrijf.com, hebben nog maar een bescheiden marktaandeel (Kroon, 2002). Omdat deze nieuwe spelers de duurzame elektriciteit goedkoper aanbieden dan grijze elektriciteit, zijn ze hun marktaandeel wel aan het vergroten. Tabel 2.2 Marktverdeling leveranciers duurzame elektriciteit, bron: Kroon (2002) Augustus 2003 is de leverancier van groene elektriciteit, EnergyXS, als eerste sinds de liberalisering failliet gegaan. EnergyXS leverde stroom aan zo n klanten, waaronder bedrijven. EnergyXS is in de problemen gekomen omdat haar belangrijkste leverancier, producent E.On, zijn leveringscontract heeft opgezegd. E.On verlangde een bankgarantie van vijftien miljoen euro, die Energy XS niet kon geven. De particuliere klanten van EnergyXS vielen automatisch terug op een noodleverancier, die door de regionale netbeheerder werd toegewezen. Zij werden daarbij afgerekend tegen gereguleerde tarieven. Zakelijke klanten moesten binnen tien dagen een nieuwe leverancier vinden, anders zouden zij worden afgesloten van het net (Het Financieele Dagblad, 18 augustus 2003). PvdA-er Ferd Crone vindt dat er een wettelijke regeling moet komen om aan zakelijke klanten een noodleverancier toe te kunnen wijzen, zodat zij niet zonder stroom komen te zitten, wanneer een leverancier failliet gaat (Het Financieele Dagblad, 22 augustus 2003). Robert Melgerd

14 2.2.4 BINNENLANDSE PRODUCTIE In 2000 bedroeg de bijdrage aan de energievoorziening van in Nederland geproduceerde duurzame energie (warmte, koude en elektriciteit) 1,2 procent (MinEZ, 2002). Het grootste deel hiervan betreft duurzame elektriciteit, voornamelijk afkomstig uit biomassa en wind. In de figuur staan ook aardwarmte, energieopslag en warmtepompen genoemd. Met behulp van deze technieken worden fossiele brandstoffen voor warmte en koude bespaard. In deze scriptie wordt alleen de productie van duurzame elektriciteit besproken en worden deze technieken verder niet behandeld. Kroon (2002) laat deze technieken buiten beschouwing, omdat hij ook alleen spreekt over elektriciteit. Het Energierapport 2002 laat deze technieken ook achterwege, omdat de technieken volgens het Ministerie van Economische Zaken niet met efficiency verbetering te maken hebben. Bio-energie 43% Waterkracht 1% Wind-energie 17% Zon-PV 4% Zon-Thermisch 4% Aardwarmte 1% Energie-opslag 6% Warmtepompen 24% Figuur 2.1 Duurzame energie in Nederland, bron: PDE (2002) Doordat de vraag naar groene elektriciteit de laatste twee jaar zo snel is gestegen is de binnenlandse productie momenteel ontoereikend om deze vraag te kunnen voorzien. Deze groei van de vraag is geïllustreerd in de tabellen 2.1 en 2.2. Daarom moet er ook worden overgegaan tot import van groene elektriciteit BRONNEN VOOR IMPORT De belangrijkste bron voor import van duurzame energie is kleinschalige waterkracht uit Noorwegen en Zweden (Kroon, 2002), maar hier lijken, net als in Nederland, niet echt veel nieuwe projecten plaats te vinden. De vrijstelling van REB betaling bij aankoop van groene elektriciteit is sinds 1 januari 2003 niet meer geldig voor waterkracht, omdat er te veel belastinggeld weglekt naar allang terugverdiende installaties. Energiebedrijven, die elektriciteit importeren, geproduceerd door waterkracht, zullen volgens Kroon (2002) overstappen naar een andere techniek. Omdat er nog veel duurzame elektriciteit geïmporteerd moet worden, zal de importcapaciteit vanuit Duitsland uitgebreid worden. Robert Melgerd

15 De Business Unit Renewable Energy Projects van Nuon heeft een aantal projecten opgestart verspreid over Europa. Een in het oog springend project is Artic Wind in Noorwegen, het meest noordelijk gelegen windpark ter wereld. Daarnaast wordt er aan nog drie windparken in Noorwegen gewerkt. Volgens Kroon (2002) zijn er nog geen aanwijzingen dat windenergie ook massaal geïmporteerd wordt. Het is soms voordeliger om de duurzame elektriciteit uit windenergie aan het binnenlandse net te leveren, dan het naar Nederland te exporteren (Kroon, 2002). In tegenstelling tot Nuon zet Essent juist een made in Holland merk groene elektriciteit op de markt. In deze scriptie wordt verder niet ingegaan op de marktstrategieën van de elektriciteitsleveranciers. In de volgende paragraaf worden de effecten besproken van de handel in duurzame opgewekte elektriciteit zoals dit in deze paragraaf is geschetst. 2.3 UITWERKING VAN DE DOELSTELLINGEN De Europese Commissie heeft een akkoord bereikt over indicatieve doelstellingen voor duurzame elektriciteit. Volgens deze richtlijn zou dat negen procent zijn in 2010 (Boots, Schaeffer en De Zoeten, 2001, ECN, 2001 en MinEZ, 2002). In 2000 was 4,3 procent van het elektriciteitsverbruik duurzaam opgewekt. In de bijlagen is een tabel opgenomen met de doelstellingen van 2010 voor de EU als geheel en voor de 15 lidstaten afzonderlijk. Lidstaten worden vrij gelaten om zelf het beleid te bepalen dat zij geschikt vinden om hun doel te bereiken. Voorbeelden van opties zijn een systeem van vaste vergoedingen voor invoering op het net (Duitsland en Spanje) of een groencertificatensysteem met een consumptie- of productieverplichting (Denemarken en het Verenigd Koninkrijk) (ECN, 2001). In paragraaf 3.2 wordt verder ingegaan op de werking van het groencertificatensysteem. De doelstelling van de Nederlandse overheid is negen procent duurzame elektriciteit in de totale elektriciteitsconsumptie. Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001) beweren dat deze negen procent grotendeels concurrerend in Nederland kan worden geproduceerd zonder dat daar handel voor nodig is. Echter zal de Nederlandse overheid veel problemen krijgen om het beleid daadwerkelijk te realiseren, met name inzake ruimtelijke ordening voor windturbines op land en op zee PROBLEMEN MET INTERNATIONALE HANDEL IN DUURZAME ELEKTRICITEIT De REB vrijstelling voor duurzame elektriciteit en de productiesubsidie uit REB gelden zijn bepalend voor de minimum marktwaarde voor groencertificaten in Nederland. In andere landen wordt de marktwaarde bepaald door vergelijkbare belastingmaatregelen, of bijvoorbeeld door een verplichting om een bepaalde hoeveelheid duurzame elektriciteit te produceren of te consumeren, met een hieraan verbonden boete indien niet aan de verplichting wordt voldaan. Omdat in Nederland de REB-vrijstelling plus productiesubsidie hoger is dan de marktwaarde van duurzame elektriciteit in andere landen, nodigt dit uit tot export van duurzame elektriciteit naar Nederland. De in verhouding relatief lage kosten voor grensoverschrijdend elektriciteitstransport vormen geen belemmering voor deze export. Bovendien wordt op middellange termijn Robert Melgerd

16 verwacht dat de transportkosten nog verder zullen dalen gezien de gezamenlijke inspanningen van landelijke netbeheerders en toezichthouders in de EU-landen om naar een geharmoniseerd systeem voor internationale tarifering te streven voor de hele Europese Unie. Om de gevolgen van de snel naderende binnenlandse aanbodbeperking af te wenden hebben de meeste groene elektriciteitleveranciers grote volumes aan importcontracten zeker gesteld. De productiesubsidie die uit de REB-opbrengsten wordt betaald is ook van toepassing op geïmporteerde groene elektriciteit. Met de toename van de import van duurzaam geproduceerde elektriciteit vloeit een steeds groter bedrag aan belastinggeld naar buitenlandse projecten. Dit leidt echter niet tot toenemend aanbod van groene elektriciteit in andere Europese landen. Bestaande installaties in het buitenland kunnen er de voorkeur aan geven aan de Nederlandse markt te leveren in plaats van gebruik te maken van de stimuleringsregelingen in eigen land. Het Ministerie van Economische Zaken studeert nu op een wijze waarop enerzijds kan worden voldaan aan de doelstellingen van het Nederlandse duurzame energiebeleid en anderzijds het weglekken van belastinggeld wordt voorkomen. Tegelijkertijd dient daarbij rekening te worden gehouden met EU-regulering die discriminatie van buitenlandse bronnen van duurzame elektriciteit verbiedt en dient op de langere termijn aansluiting te worden gezocht bij de toenemende harmonisatie van groene elektriciteitsmarkten in de EU als gevolg van het in werking treden van de EU-richtlijn voor duurzame energie BOETE ALS MAXIMUMPRIJS In de groencertificatenlanden speelt de hoogte van de boete, bij het niet voldoen aan het opgelegde quotum, een belangrijke rol. De boete fungeert als maximum prijs voor groene elektriciteitscertificaten. De voorgestelde boetes in bijvoorbeeld Denemarken, Groot-Brittannië en Italië zijn lager dan het Nederlandse REB-voordeel. Voor energiebedrijven in die landen blijft het economisch aantrekkelijk om bij schaarste niet aan hun verplichting te voldoen, de boete in eigen land te betalen en de duurzame elektriciteit (en de certificaten) te exporteren naar Nederland en toch nog een hogere marge en/of winst te behalen. De bijdrage aan het aanbod van duurzame energie als gevolg van de Nederlandse REB-vrijstelling is twijfelachtig. Het Ministerie van Economische Zaken heeft dit in 2001 erkend en heeft bij het indienen van de regels voor het groencertificatensysteem destijds afgezien van het uitgeven van groencertificaten aan buitenlandse import van duurzame elektriciteit HANDELSBARRIÈRES BELEMMEREN IMPORTPROBLEEM NIET In bovenstaande paragraaf is verondersteld dat er geen handelsbarrières zijn voor de import van duurzame elektriciteit naar Nederland. In het geval van een internationaal groencertificatensysteem klopt die aanname. Omdat groencertificaten los van de elektriciteit kunnen worden verhandeld, hoeven er immers geen grote elektriciteitsstromen naar Nederland worden geïmporteerd om elektriciteit als groen te verkopen. Import van groencertificaten is dan voldoende. Het internationale groencertificatensysteem staat nog los van Robert Melgerd

17 Nederlandse groencertificatensysteem en uitgifte van Nederlandse groencertificaten voor buitenlandse elektriciteit zal voorlopig gekoppeld blijven aan de daadwerkelijke import daarvan. Voormalig Minister Jorritsma stelde in een brief aan de Tweede Kamer 5 dat het mogelijk is om duurzame elektriciteit te importeren en hiervoor certificaten te boeken op een Nederlandse certificatenaccount. Voor de acceptatie van deze elektriciteit en certificaten moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Ten eerste moet de elektriciteit fysiek geïmporteerd zijn. Ten tweede moet de elektriciteit zodanig opgewekt zijn, dat deze voldoet aan de Nederlandse definitie van duurzaamheid. Ten derde moet duidelijk zijn dat de geïmporteerde elektriciteit niet eerder als duurzame elektriciteit is verkocht, of al is gesubsidieerd of fiscaal gestimuleerd in het land van herkomst. Als aan de voorwaarden is voldaan, komen deze certificaten in aanmerking voor verkoop van groene elektriciteit aan de Nederlandse consument en dus voor het REB-voordeel. De huidige transportkosten voor elektriciteit uit bijvoorbeeld Scandinavië, Duitsland, België of Frankrijk liggen niet hoger dan drie eurocent per kwh. Afgezet tegen een marktwaarde van zeventien eurocent per kwh voor duurzame elektriciteit in Nederland is dat niet onoverkomelijk. Verder komt er op korte termijn een tarief van maximaal 0,44 cent per kwh voor internationaal transport van elektriciteit binnen Europa. Ook zonder een internationaal certificatensysteem zal er veel handel zijn in export van groene elektriciteit naar Nederland om hier van het belastingvoordeel te profiteren. Eventuele importcapaciteitsproblemen kunnen worden voorkomen door tegencontracten voor grijze elektriciteit af te sluiten, waardoor er geen daadwerkelijk transport van elektriciteit plaatsvindt, maar eigenlijk alleen het groene aspect wordt uitgeruild. In de Nederlandse regelgeving rondom groencertificaten wordt getracht dit tegen te gaan. Bovendien zal binnen enkele jaren volgens een nieuwe Europese richtlijn duurzame elektriciteit voorrang moeten krijgen op de Europese hoogspanningsnetten. 2.4 OPLOSSINGEN Voor de Nederlandse overheid bestond de kern van het probleem voor 1 juli 2003 eruit dat het REB-beleid leidde tot een veel hogere consumptie van duurzame elektriciteit dan de doelstelling, met overeenkomstige kosten voor de Nederlandse belastingbetaler. Daarbij was nog niet gegarandeerd dat er ook daadwerkelijk meer duurzame elektriciteit in Europa opgewekt zou worden. Een simpele manier om deze inconsistentie weg te werken was de doelstelling sterk te verhogen en te verklaren dat men het niet erg vindt dat Nederland een grotere bijdrage levert aan het bereiken van de Europese doelstelling (Boots, Schaeffer en De Zoeten, 2001). Het toenmalige beleid moest aangepast worden. Hiervoor beschreven Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001) in hun artikel de volgende mogelijkheden. 5 Brief aan de Tweede Kamer, 8 maart 2001, bron: Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001) Robert Melgerd

18 Een eerste mogelijkheid is om alleen duurzame elektriciteitsproductie uit eigen land in aanmerking te laten komen voor groencertificaten, en dus voor het REB-voordeel. Import wordt dan niet toegestaan. Echter, dit komt niet overeen met de algemene positieve attitude van Nederland ten aanzien van liberalisering en internationalisering. Ook in het licht van marktwerking in de energiesector en de Europese regelgeving moet import van elektriciteit, die ergens anders met duurzame bronnen is opgewekt, mogelijk zijn (Kroon, 2002). Een tweede, meer structurele oplossing kan worden gevonden in het formuleren van een productiedoelstelling naast de al bestaande consumptiedoelstelling. Nederland committeert zich dan om naast de consumptiedoelstelling van negen procent bijvoorbeeld zes procent van de totaal verbruikte elektriciteit zelf duurzaam te produceren. Dat betekent dat iedereen die de REB-vrijstelling claimt, minstens tweederde van zijn certificaten uit eigen land moet betrekken. Dit is analoog aan de opvattingen binnen het Kyoto-protocol ten aanzien van klimaatbeleid, waarin Nederland heeft afgesproken minstens de helft van de emissiereductie van broeikasgassen in eigen land te realiseren. Als derde biedt afschaffen of verkleinen van één of beide REB-voordelen 6 een meer radicale oplossing. Afschaffen van de REB-doorsluis naar (buitenlandse) producenten voorkomt dat belastinggeld rechtstreeks naar het buitenland vloeit. Afschaffen van de REB-vrijstelling voor consumptie zorgt voor het duurder worden van duurzame elektriciteit voor de eindgebruiker dan grijze elektriciteit, zodat werkelijke concurrentie op de prijs kan ontstaan tussen de verschillende aanbieders. Of de doelstelling wordt gehaald ligt dan niet meer in handen van de overheid, maar hangt af van de marketingactiviteiten van de energieleveranciers en de betalingsbereidheid van de consument. Met het schrappen van deze subsidie valt voor de energieleveranciers een belangrijke stimulans weg om zich te profileren in groene elektriciteit, omdat de marges zullen dalen. Blok, directeur van adviesbureau Ecofys, vermoedt dat de prijzenslag zich vanaf 1 juli 2004 zal gaan afspelen op de grijze energiemarkt, die dan vrijkomt voor consumenten (Het Financieele Dagblad, 29 oktober 2003). Van Son, directeur van Essent, stelt dat het product groene elektriciteit dan volledig dreigt te verdwijnen (Trouw, 22 september 2003) als de REB-vrijstelling afgeschaft wordt. Een mogelijkheid die het ministerie van Economische Zaken in 2001 nog niet prefereerde, maar welke zowel het importprobleem oplost alsook een zekere garantie biedt dat de doelstelling wordt gehaald, is volgens Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001), de vertaling van de negen procentdoelstelling in een verplichting tot afname van negen procent duurzame elektriciteit door consumenten. Stimulering van de vraag naar groene elektriciteit middels de REB-vrijstelling is dan niet meer nodig en zou kunnen worden afgeschaft. Nederland kan volop meedoen in de internationale handel in groencertificaten. De marktvraag is verzekerd door de verplichting en belastinggeld stroomt niet naar het buitenland. Om massale import van goedkope elektriciteit 6 artikel 36i voor consumptie en artikel van 36o voor productie van duurzaam opgewekte elektriciteit Robert Melgerd

19 van bijvoorbeeld kleinschalige waterkracht uit Noorwegen te voorkomen, moet een belangrijke eis voor acceptatie van buitenlandse groencertificaten zijn, dat het producerende land ook een verplichte doelstelling voor productie van duurzame elektriciteit heeft van een redelijk niveau. Boots, Schaeffer en De Zoeten (2001) vinden dit in de Europese context veruit de meest elegante oplossing. Verbruggen, Gielen en Brouwer (2002) en Menges (2003) geven drie soorten oplossingen voor het opnemen van nieuwe energietechnologieën met behulp van energiesubsidies. De first-best oplossing zorgt ervoor dat de vervuiler moet betalen. Deze oplossing maakt energiesubsidies overbodig, omdat de nieuwe energietechnologieën door de markt opgenomen worden tot de meerkosten van deze technologieën gelijk zijn aan de prijs van de vermeden uitstoot van broeikasgassen of koolstofdioxide (CO 2 ). Als deze oplossing niet bereikbaar is, kan men een subsidie op de te realiseren CO 2 -reductie invoeren, de second-best oplossing. Bij deze oplossing kan een ongewenst neveneffect optreden, wat inhoudt dat de productiekosten in een bedrijfstak niet zullen stijgen, maar zelf dalen. Dit effect wordt ook wel het Baumol effect genoemd. Ook rest het probleem dat een energiesubsidie erop is gericht om investeringen in nieuwe technieken te stimuleren in plaats van de CO 2 -reductie zelf. Deze indirecte vorm van subsidiëring wordt de third-best oplossing genoemd. De subsidie kan dan ten opzichte van de meerkosten van de techniek te hoog worden vastgesteld, wat leidt tot het free rider effect. Ook kan deze oplossing leiden tot een hoger niveau van energiegebruik en CO 2 uitstoot, het zogenaamde rebound effect. 2.5 CONCLUSIE Voormalig Minister van Economische Zaken Jorritsma gaf na het verschijnen van het artikel van Boots, Schaeffer en De Zoeten geïmporteerde stroom voorlopig geen groencertificaten (Energie Beurs Bulletin, 2001). Ze kon destijds nog niet garanderen dat groene elektriciteit uit het buitenland duurzaam is opgewekt. Hiermee volgde ze een advies van de auteurs op. Kroon (2002) benadrukt ook dat de informatie over import van duurzame elektriciteit nogal ondoorzichtig is. De afnemers krijgen geen informatie over hoe en waar het product dat zij kopen is geproduceerd. Voormalig Minister Jorritsma hield het systeem van groencertificaten nationaal, omdat het volgens haar nog niet mogelijk was om de betrouwbaarheid van de diverse systemen in het buitenland na te gaan. Daardoor kon niet worden gegarandeerd dat de geïmporteerde elektriciteit op een duurzame wijze is opgewekt. De maatregel kwam nadat Boots, Schaeffer en De Zoeten adviseerden om alleen groene elektriciteit uit eigen land in aanmerking te laten komen voor groencertificaten. Echter, sinds 1 januari 2002 komt door regelgeving van de Europese Commissie ook groene elektriciteit uit het buitenland in aanmerking voor groencertificaten, maar de certificaten worden pas verstrekt als is aangetoond dat de elektriciteit fysiek geïmporteerd is. Om in aanmerking te komen voor REB-vrijstelling hoeft een buitenlandse producent niet in het bezit te zijn van een groencertificaat. In hoofdstuk drie wordt de REB regeling verder uitgewerkt. Robert Melgerd

20 Dinica (2003) stelt in haar proefschrift dat het Nederlandse investeringsklimaat voor duurzame energie te weinig stabiliteit en te veel versnipperde maatregelen om investeerders te lokken vertoont. Ook schrijft Dinica (2003) dat investeerders niet geïnteresseerd zijn in beleidsmaatregelen en subsidies, maar nog meer in winstverwachtingen en een duidelijk beeld van de risico s. In Nederland zijn het met name politieke risico s die investeerders afschrikken: de onzekerheid over groene elektriciteit bijvoorbeeld schaadt het vertrouwen van de investeerders. Dinica (2003) concludeert dat samen met de afgenomen politieke belangstelling voor het milieu, het nakomen van de internationale afspraken voor Nederland een echt probleem lijkt te vormen, als er geen wijzigingen in het beleid plaatsvinden. Verbruggen, Gielen en Brouwer (2002) en Menges (2003) geven een drietal oplossingen en laten zien dat de second- en third-best oplossing de energiesubsidie minder effectief maakt. De first-best oplossing is echter alleen inzetbaar, wanneer er sprake is van voldoende internationale coördinatie. Zoals in de inleiding vermeldt, is per 1 juli 2003 de MEP ingevoerd om de productie te stimuleren en effectiever om te gaan met het overheidsgeld. In de volgende hoofdstukken wordt bekeken of deze regeling kan zorgdragen voor meer investeringen in duurzame energie. Robert Melgerd

certificeert duurzame energie

certificeert duurzame energie certificeert duurzame energie Met het certificeren van duurzame energie voorzien we deze energieproductie van een echtheidscertificaat. Dit draagt wezenlijk bij aan het goed functioneren van de groeneenergiemarkt.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 665 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie Nr. 41 BRIEF

Nadere informatie

100% groene energie. uit eigen land

100% groene energie. uit eigen land 100% groene energie uit eigen land Sepa green wil Nederland op een verantwoorde en transparante wijze van energie voorzien. Dit doen wij door gebruik te maken van duurzame energieopwekking van Nederlandse

Nadere informatie

Concurrentie op de kleinverbruikersmarkt start met groene stroom

Concurrentie op de kleinverbruikersmarkt start met groene stroom ECN Beleidsstudies ENERGIE MARKT TRENDS 2001 Marktstructuur en strategie Concurrentie op de kleinverbruikersmarkt start met groene stroom Emiel van Sambeek Concurrentie op de kleinverbruikersmarkt start

Nadere informatie

Duurzame liberalisering in Nederland?

Duurzame liberalisering in Nederland? Duurzame liberalisering in Nederland? Inleiding De afgelopen jaren is de vraag naar groene stroom enorm gestegen. Maar er is in Nederland onvoldoende aanbod aan duurzaam elektriciteitsvermogen zoals windmolens,

Nadere informatie

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in geleverde elektriciteit Feiten en conclusies uit de notitie van ECN Beleidsstudies Sinds 1999 is de se elektriciteitsmarkt gedeeltelijk geliberaliseerd. In

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport?

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport? ECN Beleidsstudies ECN-BS-10-016 29 april 2010 Producenten van grijze stroom laten betalen voor transport? Notitie aan : Werkgroep Heroverweging Energie en Klimaat Kopie aan : A.W.N. van Dril Van : F.D.J.

Nadere informatie

Directie Toezicht Energie (DTe)

Directie Toezicht Energie (DTe) Directie Toezicht Energie (DTe) Aan Ministerie van Economische Zaken T.a.v. de heer mr. L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 102238/1.B999 Rapport Frontier

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

Ontwerpregeling subsidiebedragen WKK 2006

Ontwerpregeling subsidiebedragen WKK 2006 Handelend na overleg met de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Gelet op artikel 72p, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998; Besluit:

Nadere informatie

Haal meer rendement uit uw zonnepanelen

Haal meer rendement uit uw zonnepanelen Haal meer rendement uit uw zonnepanelen 1. Vergoeding voor teruggeleverde zonnestroom nu voor iedereen bereikbaar: Stroom van zonnepanelen is één van de meest schone vormen van energie. Om deze reden wil

Nadere informatie

ECN Beleidsstudies. Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit

ECN Beleidsstudies. Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit Notitie -N--11-008 15 maart 2011 Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit Aan : André Jurjus Ineke van Ingen Kopie aan : Remko Ybema

Nadere informatie

Ontwerpregeling mep-subsidiebedragen voor afvalverbrandingsinstallaties

Ontwerpregeling mep-subsidiebedragen voor afvalverbrandingsinstallaties Regeling van de Minister van Economische Zaken van., nr..., houdende wijziging van de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2006 (periode 1 juli tot en met 31 december) en de

Nadere informatie

Windturbines: Dweilen met de kraan open op kosten van de burger!

Windturbines: Dweilen met de kraan open op kosten van de burger! Windturbines: Dweilen met de kraan open op kosten van de burger! Windturbines en economie Burgers en bedrijven dragen jaarlijks via belas/ngen en heffingen 7,5 miljard bij aan fossiele- en 1,4 miljard

Nadere informatie

Kosten van windenergie wat zijn gevolgen voor de electriciteitsvoorziening?

Kosten van windenergie wat zijn gevolgen voor de electriciteitsvoorziening? 1 Kosten van windenergie wat zijn gevolgen voor de electriciteitsvoorziening? Prof. dr. Machiel Mulder Faculteit Economie en Bedrijfskunde, RUG Economisch Bureau, Autoriteit Consument en Markt 2 e NLVOW

Nadere informatie

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Onderzoek Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012 Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Datum: 9 september 2013 Vragen of reacties kunt u sturen

Nadere informatie

De Europese context van het Nederlandse duurzame elektriciteitsbeleid

De Europese context van het Nederlandse duurzame elektriciteitsbeleid Mei 2003 ECN-C--03-040 De Europese context van het Nederlandse duurzame elektriciteitsbeleid Een vergelijking van de vormgeving van duurzaam elektriciteitsbeleid in de EU en de consequenties voor Nederland

Nadere informatie

BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO 2 -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN

BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO 2 -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN Januari 3 ECN-C---55A BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN Notitie Herziening bedrijfseconomische beoordeling offshore windenergie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 665 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie Nr. 27 BRIEF

Nadere informatie

Essent en duurzame energieproductie in Nederland

Essent en duurzame energieproductie in Nederland Essent en duurzame energieproductie in Nederland Een manifest Essents inspanningen voor duurzame energie Essent is een leidend bedrijf bij de inspanningen voor duurzame energie, vooral op het gebied van

Nadere informatie

Groene energie? Vergroenen met GvO s of Carbon Credits?

Groene energie? Vergroenen met GvO s of Carbon Credits? Groene energie? Vergroenen met GvO s of Carbon Credits? Een organisatie die MVO hoog ik het vaandel heeft, people planet en profit dus, wil groene stroom. En het kan vaak al voor de prijs van grijze stroom,

Nadere informatie

Financiële baten van windenergie

Financiële baten van windenergie Financiële baten van windenergie Grootschalige toepassing van 500 MW in 2010 en 2020 Opdrachtgever Ministerie van VROM i.s.m. Islant Auteurs Drs. Ruud van Rijn Drs. Foreno van der Hulst Drs. Ing. Jeroen

Nadere informatie

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Emissiekentallen elektriciteit Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Notitie: Delft, januari 2015 Opgesteld door: M.B.J. (Matthijs) Otten M.R. (Maarten) Afman 2 Januari

Nadere informatie

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

CONCEPT. Besluit: 1 Stcrt. 2003, 249; gewijzigd bij ministeriële regeling van 27 januari 2005 (Stcrt. 25). 2 Stcrt. 2004, 126.

CONCEPT. Besluit: 1 Stcrt. 2003, 249; gewijzigd bij ministeriële regeling van 27 januari 2005 (Stcrt. 25). 2 Stcrt. 2004, 126. Regeling van de Minister van Economische Zaken van., nr..., houdende wijziging van de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2005, de Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 561 Structuurvisie Windenergie op Zee (SV WoZ) 34 508 Regels omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee) Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

slibvergisting, wordt omgezet in elektric iteit 0,029 per kwh. slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit 0,029 per kwh.

slibvergisting, wordt omgezet in elektric iteit 0,029 per kwh. slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit 0,029 per kwh. Regeling van de Minister van Economische Zaken van.., nr. WJZ, houdende vaststelling van de vaste bedragen per kwh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor het jaar 2005

Nadere informatie

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort

Prof. Jos Uyttenhove. E21UKort Historisch perspectief 1945-1970 Keerpunten in de jaren 70 oliecrisis en milieu Tsjernobyl (1986) ramp door menselijke fouten Kyoto protocol (1997) (CO 2 en global warming problematiek) Start alternatieven

Nadere informatie

Wat betekenen de SDE+, Salderen, en postcoderoos voor de netbeheerder?

Wat betekenen de SDE+, Salderen, en postcoderoos voor de netbeheerder? Wat betekenen de SDE+, Salderen, en postcoderoos voor de netbeheerder? Enexis: Wij brengen energie waar mensen licht en warmte nodig hebben. Enexis: Een rijke historie IJsselmij Frigem EGD Ruil verzorgingsgebied

Nadere informatie

Trendrapportage Marktwerking en Consumentenvertrouwen in de energiemarkt Tweede halfjaar 2012

Trendrapportage Marktwerking en Consumentenvertrouwen in de energiemarkt Tweede halfjaar 2012 Trendrapportage Marktwerking en Consumentenvertrouwen in de energiemarkt Tweede halfjaar 2012 Inhoud Inleiding en leeswijzer... 4 1 Tevredenheid en vertrouwen van de consument... 5 2 Tevredenheid over

Nadere informatie

Hernieuwbare energie in Nederland

Hernieuwbare energie in Nederland Hernieuwbare energie in Nederland Nieuwe business modellen Amsterdam, 25 juni 2015 Rapport over hernieuwbare energie in Nederland Accenture en Climex onderzoeken kansen binnen het veranderende energielandschap

Nadere informatie

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Een samenvatting van de "Greenhouse Gas Protocol Scope 2 Guidance" Samengevat en vertaald door het EKOenergie-secretariaat, januari

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

CBN-Avies 2009/14 omtrent de boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten

CBN-Avies 2009/14 omtrent de boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten CBN-Avies 2009/14 omtrent de boekhoudkundige verwerking van groenestroom- en warmtekrachtcertificaten Stijn Goeminne Hogeschool Gent, Departement Handelswetenschappen & Bestuurskunde Het opwekken van groene

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

Inpassing van duurzame energie

Inpassing van duurzame energie Inpassing van duurzame energie TenneT Klantendag Erik van der Hoofd Arnhem, 4 maart 2014 doelstellingen en projecties In de transitie naar duurzame energie speelt duurzame elektriciteit een grote rol De

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs

28 november 2015. Onderzoek: Klimaattop Parijs 28 november 2015 Onderzoek: Over het EenVandaag Opiniepanel Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 45.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 374 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de werking van de elektriciteits- en gasmarkt Nr. 35 BRIEF VAN

Nadere informatie

Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen. Energiemonitor 2010

Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen. Energiemonitor 2010 Attitude van Nederland, Zeeland en Borsele ten aanzien van verschillende energiebronnen Energiemonitor 2010 Index 1. Inleiding 2. Populariteit energievormen 3. Bouwen tweede kerncentrale 4. Uitbreiding

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 8 september 2003 ME/EM/3051226 1 Onderwerp Besluit tot verlenging termijn beschermde afnemer Gaswet en Elektriciteitswet 1998 E-en G-wet.mbo Besluit van, tot verlenging

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE ITALIË

LANDEN ANALYSE ITALIË LANDEN ANALYSE ITALIË Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 904 Wijziging van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, tot versterking van de werking van de gasmarkt, verbetering van de voorzieningszekerheid

Nadere informatie

Nederlands beleid Wind op Zee. Marjan Botman, m.j.p.botman@mineleni.nl

Nederlands beleid Wind op Zee. Marjan Botman, m.j.p.botman@mineleni.nl Nederlands beleid Wind op Zee Marjan Botman, m.j.p.botman@mineleni.nl Inhoud Beleid op Hernieuwbare energie in Europa en in Nederland Ruimtelijke planning toekomstige ontwikkelingen Green deal met de offshore

Nadere informatie

Insights Energiebranche

Insights Energiebranche Insights Energiebranche Naar aanleiding van de nucleaire ramp in Fukushima heeft de Duitse politiek besloten vaart te zetten achter het afbouwen van kernenergie. Een transitie naar duurzame energie is

Nadere informatie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie Duorsume enerzjy yn Fryslân Energiegebruik en productie van duurzame energie 1 15 11 oktober 1 Inhoud Management Essay...3 1 Management Essay De conclusies op één A4 De provincie Fryslân heeft hoge ambities

Nadere informatie

Auteur: C J Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent

Auteur: C J Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Onderzoek: Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2013 Auteur: C J Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Datum: 22 augustus 2014 Vragen of reacties kunt u sturen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Een juridisch kader voor een grensoverschrijdend elektriciteitsnet in de Noordzee De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld om in 2020 een aandeel van 20% hernieuwbare energie

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DUITSLAND

LANDEN ANALYSE DUITSLAND LANDEN ANALYSE DUITSLAND Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee7 de sector (cijferma@g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms@ge (2018) waarde van de consump@e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

actueel FORUM #03/12.02.09

actueel FORUM #03/12.02.09 actueel 18 Straks zonder stroom? Binnenkort is een groot deel van de energiebedrijven in buitenlandse handen... Tekst: Remko Ebbers, Jiska Vijselaar Foto: Marcel van den Bergh/Hollandse Hoogte en Robin

Nadere informatie

HERNIEUWBARE ENERGIE IN ITALIË

HERNIEUWBARE ENERGIE IN ITALIË HERNIEUWBARE ENERGIE IN ITALIË Overzicht 1 Hernieuwbare energiebronnen (hierna ook: HE) spelen een belangrijke rol in het kader van het Italiaanse energiesysteem. Ze worden uitvoerig gebruikt om elektriciteit

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

Factsheet: Dong Energy

Factsheet: Dong Energy Factsheet: Dong Energy Holding/bestuurder Type bedrijf Actief in Markt Bedrijfsprofiel Dong Energy Producent/leverancier elektriciteit (en aardgas) Europa Consumenten/zakelijk - Omzet 900 miljoen (NL)/9

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE SPANJE

LANDEN ANALYSE SPANJE LANDEN ANALYSE SPANJE Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee6 de sector (cijferma?g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms?ge (2018) waarde van de consump?e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken

6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken 6 Pijler 4: Het energietransportnetwerk gereedmaken 6.1 Aanpassingen van de infrastructuur in Nederland De energietransitie kan ingrijpende gevolgen hebben voor vraag en aanbod van energie en voor de netwerken

Nadere informatie

Betaalbaarheid van energie

Betaalbaarheid van energie Ministerie van Economische Zaken De Minister van Economische Zaken H.G.J. Kamp Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG Woerden : onze ref. : /HG-tr doorkiesnr. : 0348 48 43 66 e-mail : hg@vemw.nl onderwerp : Onderzoek

Nadere informatie

De Vlaamse autoriteiten hebben op 10 juli 2003 een decreet goedgekeurd teneinde een systeem van warmtekrachtcertificaten in te voeren.

De Vlaamse autoriteiten hebben op 10 juli 2003 een decreet goedgekeurd teneinde een systeem van warmtekrachtcertificaten in te voeren. EUROPESE COMMISSIE Brussel, 03.V.2005 C(2005)1318 fin Betreft: Steunmaatregel nr. N 608/2004 - België Warmtekrachtcertificaten Excellentie, 1. PROCEDURE Bij brief van 7 september 2004, die op 9 september

Nadere informatie

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine

Change. Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Document. magazine Hoe moet het morgen met de energievoorziening? Nederland is verslaafd aan fossiele energie, zeker in vergelijking met landen om ons heen, vertelt Paul Korting, directeur van ECN. Er zijn genoeg scenario

Nadere informatie

Liberalisering van de energiemarkten. Algemene context. Dag 1:

Liberalisering van de energiemarkten. Algemene context. Dag 1: Liberalisering van de energiemarkten Algemene context Dag 1: Agenda van de opleiding I. Energieprijzen II. Institutionele context van de energie in België III. Organisatie van de elektriciteit- en gasmarkt

Nadere informatie

Antwoord van minister Kamp (Economische Zaken), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 7 mei 2014)

Antwoord van minister Kamp (Economische Zaken), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 7 mei 2014) AH 1874 2014Z04158 van minister Kamp (Economische Zaken), mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 7 mei 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 1621 1 Is er een

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Plaats en datum Ons kenmerk Uw kenmerk Utrecht, 17 september 2007 Br-secr. 110N -

Plaats en datum Ons kenmerk Uw kenmerk Utrecht, 17 september 2007 Br-secr. 110N - Ministerie van Economische Zaken T.a.v. de heer Ir. E.C.R.H. Eijkelberg Postbus 20101 2500 EL DEN HAAG cc. Ministerie van Economische Zaken t.a.v. de heer Drs. M. Buys. Plaats en datum Ons kenmerk Uw kenmerk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 665 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van de stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie Nr. 8 NOTA

Nadere informatie

21501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie

21501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie 21501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 465 Brief van de minister van Economische Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 14 februari 2014 Hierbij

Nadere informatie

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Door Harry Kloosterman en Joop Boesjes (Stichting E.I.C.) Deel 1 (Basis informatie) Emissies: Nederland heeft als lidstaat van de Europese

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2013

Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2013 Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2013 Bevindingen van de marktconsultatie Team Long term Grid Planning Arnhem, 11 september 2013 Inhoudsopgave Vraagontwikkeling Ontwikkelingen grootschalige productievermogen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 27 november 2000 Aan de leden en de plv. leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken HERZIENE VERSIE I.V.M. TOEVOEGEN STEMVERHOUDING

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 362 Voorstel van wet van het lid Duyvendak tot wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met het beperken van de emissies

Nadere informatie

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Erik van der Steen HYS legal 1 HYS Legal Inleiding Triodos Bank: Waarom we graag duurzaam vastgoed financieren Jones

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 858 EU-voorstellen: Kader klimaat en energie 2030 COM (2014) 15, 20 en 21 1 B BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen

Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen EUROPESE COMMISSIE Brussel, 02.08.2002 C(2002)2904 fin. Betreft: Staatssteun nr. N 14/2002 - België Belgische federale steunregeling ten behoeve van hernieuwbare energiebronnen Excellentie, Bij schrijven

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Groene stroom. Achtergronddocument deel 2: opzet en uitvoering van het stimuleringsbeleid voor duurzaam opgewekte energie en het toezicht daarop

Groene stroom. Achtergronddocument deel 2: opzet en uitvoering van het stimuleringsbeleid voor duurzaam opgewekte energie en het toezicht daarop Groene stroom Achtergronddocument deel 2: opzet en uitvoering van het stimuleringsbeleid voor duurzaam opgewekte energie en het toezicht daarop 9 juni 2004 Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Status van dit document

Nadere informatie

Tegenwind Alblasserdam. De onjuiste voorstelling van beleidsmakers

Tegenwind Alblasserdam. De onjuiste voorstelling van beleidsmakers Tegenwind Alblasserdam De onjuiste voorstelling van beleidsmakers Stelling 1) De aan de gemeenteraad gepresenteerde Lokatiestudie is niet correct. De studie geeft een volledig vertekend beeld van de werkelijkheid.

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie

Slim investeren in zonnepanelen met SDE+

Slim investeren in zonnepanelen met SDE+ Slim investeren in zonnepanelen met SDE+ Nederland staat een enorme toename van duurzame energie te wachten. Ook de grootzakelijke markt heeft de smaak te pakken. Duurzame energie is steeds gewilder. Er

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 115 Regels voor de opslag duurzame energie (Wet opslag duurzame energie) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING I. ALGEMEEN 1. Doel en aanleiding De

Nadere informatie

Bijdrage opruimingskosten in de jaarrekening

Bijdrage opruimingskosten in de jaarrekening Bijdrage opruimingskosten in de jaarrekening Verschillende overheidsregelingen eisen van ondernemingen financiële bijdragen voor de kosten van het opruimen van producten of productiefaciliteiten van die

Nadere informatie

BECO Energievergelijker & OverstapService

BECO Energievergelijker & OverstapService BECO Energievergelijker & OverstapService 4 februari 2014 samenstelling: werkgroep productie & financiën Waarom de overstapservice? De BECO gaat voor duurzame energie Het doel is om uiteindelijk zelf energie

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

Datum 26 oktober 2012 Betreft Beantwoording vragen Kamerlid Mulder (CDA) over capaciteitsheffing energieleveranciers

Datum 26 oktober 2012 Betreft Beantwoording vragen Kamerlid Mulder (CDA) over capaciteitsheffing energieleveranciers > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal Energie, Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid op weg naar 2020 Nr. 54 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Energie-Nederland: Deze Green Deal is een belangrijke stap voor de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening de komende decennia

Energie-Nederland: Deze Green Deal is een belangrijke stap voor de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening de komende decennia Persbericht Vereniging Energie-Nederland Den Haag, 3 oktober 2011 Energie-Nederland: Deze Green Deal is een belangrijke stap voor de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening de komende decennia

Nadere informatie

Eemstroom ZonneBerg - Licht op het dak

Eemstroom ZonneBerg - Licht op het dak Eemstroom ZonneBerg - Licht op het dak Globaal denken, lokaal handelen Zonlicht voorziet de aarde van enorm veel energie: duurzame energie. De hoeveelheid zoninstraling en de daaruit te halen energie is

Nadere informatie

trends en ervaringen

trends en ervaringen 5 "ntwi''elingen op de energiemar't in het 3uitenland trends en ervaringen 1 "ondiale trends van marktmacht naar staatsmacht "e sterk gestegen vraag en onvoldoende 0itbreiding van de prod04tie- 4apa4iteit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 1874 Vragen van het lid

Nadere informatie

LANDEN ANALYSE DENEMARKEN

LANDEN ANALYSE DENEMARKEN LANDEN ANALYSE DENEMARKEN Algemeen LANDEN ANALYSE ALGEMEEN De Landen Analyse gee6 de sector (cijferma?g) inzicht in de huidige (2013) en toekoms?ge (2018) waarde van de consump?e van snijbloemen en potplanten

Nadere informatie

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler

Exportmonitor 2011. Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Exportmonitor 2011 Het noordelijke bedrijfsleven wordt steeds internationaler Uit de Exportmonitor 2011 blijkt dat het noordelijk bedrijfsleven steeds meer aansluiting vindt bij de wereldeconomie. De Exportmonitor

Nadere informatie

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! Deze notitie belicht puntsgewijs de grote rol van WKK bij energiebesparing/emissiereductie. Achtereenvolgens worden de volgende punten besproken en onderbouwd:

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

energiebelasting geen steun was in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag. 3 N 753/97, SG(98)/D 6551

energiebelasting geen steun was in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag. 3 N 753/97, SG(98)/D 6551 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 11.12.2001 C(2001)3959fin Betreft: Steunmaatregel N 239/2001 Nederland Gedeeltelijke vrijstelling van energiebelasting voor afvalverbrandingsinstallaties Geachte heer, Bij schrijven

Nadere informatie

Essent & Duurzame Energie. Bert Blommendaal Directeur Essent Corporate Strategie

Essent & Duurzame Energie. Bert Blommendaal Directeur Essent Corporate Strategie Essent & Duurzame Energie Bert Blommendaal Directeur Essent Corporate Strategie 2 Inhoudsopgave Toenemend belang van duurzame energie Essent duurzame energie strategie Essent Groene Stroom Essent productie

Nadere informatie

Energie voor morgen, vandaag bij GTI

Energie voor morgen, vandaag bij GTI Energie voor morgen, vandaag bij GTI Jet-Net docentendag 5 juni 2008 GTI. SMART & INVOLVED GTI is in 2009 van naam veranderd: GTI heet nu Cofely SLIMME ENERGIENETWERKEN, NU EN MORGEN 2008 2010 Centrale

Nadere informatie

www.consumind.nl Februari 2012

www.consumind.nl Februari 2012 www.consumind.nl Februari 2012 Dit informatiepakket bevat de volgende onderdelen: Achtergrond en algemene informatie energiemarkt. Vast of variabel energiecontract? De meest gestelde vragen bij overstappen.

Nadere informatie