ISSO-publicatie 75.4 Opnameprotocol Energiebesparende Maatregelen op Gebiedsniveau. Versie 1.4 maart 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ISSO-publicatie 75.4 Opnameprotocol Energiebesparende Maatregelen op Gebiedsniveau. Versie 1.4 maart 2014"

Transcriptie

1 ISSO-publicatie 75.4 Opnameprotocol Energiebesparende Maatregelen op Gebiedsniveau Versie 1.4 maart 2014 EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

2 De realisatie van het EMG-opnameprotocol werd verzorgd door de EMG-werkgroep, die als volgt was samengesteld: - Kees Arkesteijn ISSO - Daniel Awater Nuon, namens Energie Nederland - Joris Berben BuildDesk - Raymond Beuken RvO NL (corresponderend lid) - Ed Blankestijn RvO NL - Claudia Bouwens Neprom - Patrick Braam Infinitus - Krijn Braber Infinitus - Hans Buitenhuis DWA, namens Stichting Warmtenetwerk - Charles Geelen Infinitus - Peter Heijboer DWA, namens Stichting Warmtenetwerk - Jacqueline Hooijschuur AgentschapNL - Anja Jolman Eneco, namens Energie Nederland - Arjen De Jong Energy Matters (corresponderend lid) - Cees Jonker VastgoedBelang - Albert Koedam namens Aedes - Martin Mooij Ecofys (corresponderend lid) - Pieter Nuiten W/E Adviseurs (corresponderend lid) - Onno van Rijsbergen Woonbond - Arjan Schrauwen ISSO - Paul Stoelinga Deerns (namens College Gelijkwaardigheidsverklaringen) - Fred Vos Uneto-VNI - Ruud van Wordragen RvO NL - Hans van Wolferen van Wolferen Research EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

3 Inhoud.... Afkortingen... 5 Begrippenlijst Inleiding Doel opnameprotocol EMG... 8 Eisen rekentool Opnameprotocol voor de EMG verklaringen Forfaitair of niet forfaitaire waarden in de verklaring Wanneer zijn (extra) onderbouwingen noodzakelijk? Bewijsstukken en specificatiedocumenten voor onderbouwing van EMG volgens NVN Op te nemen aspecten in het kader van de EMG-verklaringen Toegestane afwijking Afbakenen van gebied en energievoorziening Bepaling infrastructuur warmtelevering Bepaling infrastructuur warmtapwater Bepaling infrastructuur koudelevering Benodigde gebouwgegevens en energiebehoefte Energiegebruik gebouwen op basis van historische gegevens Aanwezige energiefuncties op nemen Warmtenet Primair/secundair net Distributieverlies De gemiddelde watertemperatuur in de netten Warmtegeleidingscoëfficiënt van de leidingdelen Buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen inclusief isolatie Buitenmiddellijn van de warmteleidingen, zonder isolatie Correctiefactor extra verliezen (o.a. beugeling van twee leidingen, ouderdom) Leidinglengte leidingdelen Opwekkers, energiefracties en opwekkingsrendementen Aanwezige installaties opnemen Opname preferente installatie(s) Opname van de opwekrendementen per installatie Warm Tapwaternet Opname distributieverlies Opwekkers voor warmtapwater Collectieve zonnecollectoren Geleverde Energie door collectieve zonnecollectoren Aanwezige componenten bij collectieve zonnecollectorsystemen Koudenet Distributienet: bepaling distributieverlies De gemiddelde watertemperatuur Warmtegeleidingscoëfficiënt van het leidingdeel Buitenmiddellijn van de geïsoleerde leiding inclusief isolatie Buitenmiddellijn van de koudeleiding, zonder isolatie Correctiefactor extra verliezen (o.a. beugeling van twee leidingen, ouderdom) Leidinglengte leidingdeel j EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

4 8.2 Opwekkers, energiefracties en opwekkingsrendementen Opname van equivalent opwekkingsrendement Energiefractie koudelevering Rendement opwekkingstoestel Hulpenergie Hulpenergie t.b.v. warmte- en koudenetten Elektriciteit Zonnestroom of fotovoltaisch zonne-energiesysteem Geleverde Elektriciteit is bekend Aanwezige componenten Windenergie Geleverde Elektriciteit is bekend Aanwezig type windenergie Bijlage 1 Checklist 50 Bijlage 2 Opnameformulieren 51 - Methode A - Methode B - Methode C EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

5 Afkortingen AVI CR EMG EPB EPC EPG EPN EWP GAWP GIS GFT GMWP GWP HR HT LT NVN RDF STEG VR WKK Afvalverbrandingsinstallatie Conventioneel Rendement Energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau Energieprestatie Bestaande bouw Energieprestatiecoëfficiënt Energieprestatie gebouwen Energieprestatie Nieuwbouw Elektrisch aangedreven warmtepomp Gasabsorptie aangedreven warmtepomp Geografisch informatie systeem Groente, fruit en tuinafval Gasmotor aangedreven warmtepomp Gas aangedreven warmtepomp Hoog rendement Hoog temperatuur Laag temperatuur Nederlandse Voornorm Refuse Derived Fuel Stoom en gas Verbeterd rendement Warmte kracht koppeling EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

6 Begrippenlijst Afvalverbrandingsinstallatie (AVI) installatie die specifiek is bestemd voor het verbranden van afval De warmte die vrijkomt bij de verbranding van het afval kan nuttig worden aangewend voor o.a. verwarming en warmtapwaterbereiding via een warmtenet en voor het opwekken van elektriciteit. Collectief warmtenet distributienet voor warmte ten behoeve van verwarming en eventueel voor de bereiding van warm tapwater. Collectief circulatiesysteem warm tapwater distributienet voor warmte ten behoeve van warm tapwater, waarbij het warme tapwater op de gewenste temperatuur via een circulatiesysteem ter beschikking wordt gesteld aan de afnemers Collectief koudenet distributienet voor koude ten behoeve van koeling College Gelijkwaardigheidsverklaringen College dat bestaat uit onafhankelijke personen die controleert of de geclaimde Energetische Prestatie van producten/systemen veelal vermeld op gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen voldoende onderbouwd is. Distributienet collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte en/of koude door een circulerend medium voor de energiefuncties verwarming en/of warm tapwater en/of koeling. Het circulerende medium is meestal water EMG-verklaring Verklaring met daarop de equivalente rendementen voor een collectief warmtenet, collectief circulatiesysteem voor warmtapwater, collectief koudenet en/of elektriciteitsproductie in een gebied. Energie-infrastructuur installaties en voorzieningen voor de opwekking en/of levering van warmte en/of koude, elektriciteit, gas of andere energiedragers aan woningen of gebouwen. Eengezinswoning Een gebouw met daarin de woonfunctie bestemd voor slechts één huishouden en in welk gebouw geen andere gebruiksfuncties zijn gelegen met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m 2, en waarboven/-onder geen ander (gedeelte van een) gebouw is gelegen EMG-adviseur degene die conform het EMG-opname protocol na gaat of de uitgangspunten aangehouden op de EMG-verklaring overeenkomen met de werkelijkheid. EMG-adviseur wordt aangewezen door het College Gelijkwaardigheid Energieprestatie. EPB-adviseur: degene die in het bezit is van het bewijs van vakbekwaamheid EPB-adviseur bestaande bouw, deze persoon mag de woning/appartementencomplex opnemen conform de basismethodiek en op basis van de opname de Energieklasse bepalen en het Energielabel afmelden. EPN-adviseur: degene die in het bezit is van het bewijs van vakbekwaamheid EPN-adviseur nieuwbouw, deze persoon mag de woning/appartementencomplex opnemen conform de detailmethodiek en op basis van de opname de Energieklasse bepalen en het Energielabel afmelden. Gebied terrein dat functioneel, juridisch en organisatorisch is verbonden met een eigen collectieve energieinfrastructuur, waarvan de effecten aan de woningen, woongebouwen e.d. en utiliteitsgebouwen op dit terrein kunnen worden toegekend. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

7 Gecontroleerde verklaring Een kwaliteits- of gelijkwaardigheidsverklaring van een materiaal/apparaat die door het College Gelijkwaardigheid Energieprestatie is beoordeeld en goedgekeurd. De gecontroleerde verklaringen worden op de website van BCRG gepubliceerd. BCRG staat voor Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheidsverklaringen. Geothermie/Aardwarmte energie in de vorm van warmte die van nature in de bodem zit opgeslagen, boven een temperatuur van 35 ºC Meergezinswoning Een (gedeelte van een) gebouw met meer dan één woonfunctie, dat geen eengezinswoning is. Onderstation onderdeel in een groot collectief warmtenet waar warmte uit een primair net wordt overgedragen aan een secundair net Primair net collectief warmtenet tussen warmteopwekking en onderstation Refuse Derived Fuel Brandstof die wordt gewonnen uit afval Restwarmte bij AVI zonder elektriciteitsproductie warmte die vrijkomt als bijproduct van een AVI, zonder combinatie met elektriciteitsproductie Restwarmte bij elektriciteitsproductie warmte die vrijkomt als bijproduct van elektriciteitsproductie, zonder dat dit tot vermindering van de elektriciteitsproductie leidt Restwarmte, overige warmte die vrijkomt als bijproduct van een (industrieel) proces, onder de volgende voorwaarden: de warmte zou anders worden geloosd; geen extra brandstofinzet ten behoeve van de productie van deze restwarmte; geen combinatie met enige vorm van elektriciteitsproductie; geen warmte afkomstig van een AVI. Voorbeelden van overige restwarmte zijn: - industriële restwarmte van bijvoorbeeld de procesindustrie of papierfabrieken; - restwarmte uit kassen, mits dit uitsluitend de warmte betreft die door het wegkoelen van zonnewarmte vrijkomt; de warmte die door de inzet van een WKK voor kassen vrijkomt is geen restwarmte. Secundair net collectief warmtenet en/of collectief circulatiesysteem warm tapwater tussen onderstation en percelen Stadsverwarming collectieve warmtevoorziening, bestaande uit een primair net en verschillende secundaire netten, gekoppeld door onderstations EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

8 1 Inleiding Om de kwaliteit van gebiedsmaatregelen (opwekrendement of geleverde duurzame elektriciteit) te waarborgen wordt de bepalingsmethode NVN7125 uitgebreid met een opnameprotocol. ISSO heeft dit opname protocol voor Energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau (EMG) in opdracht van RVO NL (ten tijde van het opstellen Agentschap NL) samen met de marktpartijen ontwikkeld. Betrokken marktpartijen zijn: Aedes, BuildDesk, College Gelijkwaardigheid, Ecofys, Energie-Nederland, Energy Matter, Infinitus, Neprom, Stichting warmtenetwerk, TNO, Uneto-VNI, VastgoedBelang, W/E-adviseurs en de Woonbond. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van een gebouw dient sinds 1 juli 2012 een EPC berekening conform de NEN 7120 (EPG-norm) bijgevoegd te zijn. Aan de EPC is een maximaal toegestane EPC-waarde gesteld. In deze EPC-berekening conform de NEN 7120 mag voor Energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau van de forfaitaire waarden uit de NEN 7120 worden afgeweken als er voor de betreffende gebiedsmaatregel een berekening conform de NVN 7125 is bijgevoegd. De NVN 7125 is een Nederlandse voor norm om de Energetische prestatie van Energie Maatregelen op gebiedsniveau eenduidig te kunnen berekenen. Voor nieuwbouw moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Hierbij worden geen eisen gesteld aan de kwaliteit van degene die de EPC berekening uitvoert. Dit betekent dat een eigenaar van een gebiedsmaatregel in principe zelf een kwaliteitsverklaring conform de NVN7125 op kan stellen Daarnaast is het ministerie voornemens om een energielabelmethodiek voor nieuwbouw te introduceren op basis van dezelfde NEN 7120 en NVN Echter in het kader van het energielabel zijn er wel wettelijke eisen gesteld aan degene die het energielabel opstelt. Deze eisen zijn vastgelegd in de BRL In de BRL 9500 wordt voor de opname van het gebouw/woning verwezen naar de opnameprotocollen uit ISSO 75 en 82. In deze publicaties ontbrak nog een opnameprotocollen voor Energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau. 1.1 Doel opnameprotocol EMG Indien er in de EPC-berekening van het gebouw gebruik is gemaakt van de NVN 7125 (Energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau) dan is dit voor degene die het energielabel nieuwbouwbepaald (EPN-adviseur) niet te controleren of de gebiedsmaatregelen zijn uitgevoerd zoals is verondersteld in de EPC berekening ( en NVN 7125 berekening). Net als bij andere installaties (ketel, WTW) waarvan ter plekke niet het rendement is te bepalen, wordt voor gebiedsmaatregelen gebruik gemaakt van forfaitaire waarden of een kwaliteitsverklaring indien men wil afwijken van deze forfaitaire waarde. Om na te gaan of de Energetische prestatie berekend conform de NVN 7125 en vastgelegd in een kwaliteitsverklaring in werkelijkheid ook gerealiseerd is het opnameprotocol EMG ontwikkeld. Aan de hand van dit opnameprotocol kan de EMG-adviseur controleren of alle maatregelen op gebiedsniveau zo zijn gerealiseerd dat aannemelijk kan worden gemaakt dat de geclaimde Energieprestatie van de gebiedsmaatregelen aangehouden bij het opstellen EMG verklaring van gehaald kan worden. Indien de geclaimde prestatie op de kwaliteitsverklaring van de gebiedsmaatregelen voldoende is onderbouwd wordt de kwaliteitsverklaring opgenomen in de database Gecontroleerde verklaringen. De EPN-adviseur en/of EPA-adviseur moet alleen beoordelen of er een aansluiting is op de betreffende gebiedsmaatregel. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

9 Energiebesparende maatregelen op gebiedsniveau EMG-berekening maken conform NVN7125 (verklaring EMG) EMG-berekening gebruikt voor aanvraag Omgevingsvergunning Route 1: Opstellen Energielabel bestaande bouw 1 Route 2: Opstellen Energielabel Energiezuinige gebouwen 1 Verklaring controleren op de aspecten genoemd in het EMG Verklaring controleren op de aspecten genoemd in het EMG Indien controle EMG akkoord dan wordt de Energetische prestatie opgenomen in de databank (inclusief geldigheidsduur) Gecontroleerde EMG verklaring. Mag worden gebruikt voor het opstellen van een Energielabel 1 Op dit moment alleen voor Nieuwbouw utiliteit toegestaan De controle van de EMG-aspecten wordt uitgevoerd door een zogenaamde EMG-adviseur. De EMGadviseur wordt door het College Gelijkwaardigheidsverklaringen aangewezen. De EMG-adviseur brengt ook verslag uit aan het College Verklaringen. Op basis van de bevindingen en de rapportages van de EMG-adviseur keurt het College Gelijkwaardigheidsverklaringen de claim van de Energieprestatie EMG (verklaring) goed of af. De goedgekeurde verklaring wordt dan inclusief de geldigheidsduur opgenomen in de databank. Zoals hierboven is omschreven wordt het opnameprotocol EMG gebruikt om na te gaan of de gestelde Energieprestatie van de EMG berekend met de NVN 7125 ook in de praktijk gerealiseerd is. Deels zal dit worden nagegaan door een aantal belangrijke aspecten uit de berekening op te nemen aan de hand van bestekken, tekeningen, facturen, contracten e.d. Een ander deel van de opname kan ter plekke van de gebiedsmaatregel plaatsvinden. In het opnameprotocol EMG is beschreven welke onderdelen gecontroleerd dienen te worden en waar deze opgenomen moeten worden. Ook dient er aangegeven te worden wat de eisen zijn die gesteld worden aan het bewijsmateriaal (bestekken, tekeningen, facturen e.d.). Het opnameprotocol is geschikt voor de Energielevering op wijkniveau en voor de Energielevering op grotere schaal (dorps-,stads- of regionaalniveau) 1.2 Eisen rekentool Voor de bepaling van de opwekkingsrendementen voor gebiedsmaatregelen is op basis van de NVN7125 een software tool ontwikkeld. De softwaretool is vrij te verkrijgen bij de aanschaf van de NVN7125. De softwaretool wordt door de verschillende bedrijven gebruikt om verklaringen met daarin de energetische prestatie van gebiedsmaatregelen te bepalen. Partijen kunnen ook hun eigen rekentool op basis van de NVN 7125 ontwikkelen. Indien gebruik wordt gemaakt van een eigen reken tool voor het opstellen van de verklaring moet deze rekentool overzichtelijke en controleerbare resultaten geven. Validatie van de rekentool is mogelijk met de betreffende testen uit ISSO 54 EDR-testen EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

10 2 Opnameprotocol voor de EMG verklaringen Het opnameprotocol geeft aan hoe de EMG-adviseur moet nagaan of alle maatregelen uit EMGverklaring ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Het is mogelijk dat hij een situatie aantreft die niet beschreven is in dit protocol. In dat geval moet hij controleren op de website van ISSO of al in deze situatie is voorzien. Indien op de website van ISSO nog geen oplossing voor de betreffende situatie te vinden is, kan de EMG-adviseur een vraag stellen via hoe moet worden omgegaan met de betreffende situatie. Als de EMG wordt toegepast moeten de volgende hoofdaspecten eerst getoetst worden: 1. Is het aannemelijk dat de gebiedsmaatregelen gerealiseerd worden/zijn zoals gepland? 2. Zijn de getalswaarden (equivalente opwekrendement) voortvloeiend uit de EMG-berekening voldoende onderbouwd en ook correct berekend? Deze toetsing vindt plaats op grond van de aanwezige onderbouwingen en bewijsstukken bij de opgestelde kwaliteitsverklaring. Alleen de door dit opnameprotocol geaccepteerde bewijsstukken mogen door de EMG-adviseur voor de controle worden gebruikt. De lijst van geaccepteerde bewijsstukken en op welke invoergegevens van de collectieve energievoorziening deze van toepassing zijn, zijn opgenomen in paragraaf 2.3 Per type gebiedsmaatregel (warmte- koude- en/of duurzame elektriciteitsproductie) dient het opnameprotocol doorlopen te worden. Per maatregel kan er namelijk andere informatie vereist worden ook kan het zijn dat per type maatregel een ander gebied van toepassing is. Niet alle gebouwen hoeven op alle in het gebied aanwezige maatregelen te zijn aangesloten. 2.1 Forfaitair of niet forfaitaire waarden in de verklaring Alleen de aspecten waarbij is afgeweken van de forfaitaire waarde(n) uit de NVN 7125 dienen opgenomen te worden en/of dient er bewijsmateriaal verzameld te worden. Tevens mag er bij afwijking altijd worden teruggevallen op deze forfaitaire waarde(n). 2.2 Wanneer zijn (extra) onderbouwingen noodzakelijk? Bij de EMG- verklaring met equivalente rendementen en/of elektriciteitswinning behoort in veel gevallen een onderbouwing in de vorm van verklaringen of documenten die inzicht geven in de samenhang en gelijktijdige ontwikkeling van een project, de zekerheid dat het gehele project en bijbehorende collectieve energievoorziening (tijdig) gerealiseerd wordt en in de energieprestatie van de collectieve energievoorziening van het project. Meer inzicht en/of onderbouwing is nodig in de volgende gevallen: 1. Als het gebouw is aangesloten op een gebiedsmaatregel waarvan de duurzame / efficiënte opwekker nog niet is gerealiseerd. 2. Als in de EMG-berekening gebruik gemaakt wordt van duurzame elektriciteitsopwekking 3. Bij het ontbreken van een berekeningsmethodiek, bij afwijking van een gegeven berekeningsmethodiek of bij een berekening op basis van historische gegevens Ad 1: Situaties waarbij de duurzame/efficiënte opwekkers nog niet zijn gerealiseerd Langjarig gemiddeld equivalent opwekrendement van het warmtenet : Is van toepassing voor nieuwe netten en bestaande netten die worden uitgebreid of netten waarbij de opwekkers/bronnen worden vervangen. Indien uitgegaan wordt van het warmteplan als bedoeld in het Bouwbesluit, dan gaat het om een plan dat wordt opgesteld voor een periode van 10 jaar. Een warmtenet wordt ontwikkeld voor een periode van 30 jaar. Het langjarig gemiddelde wordt beperkt tot 10 jaar. Het accepteren van een langjarig gemiddeld rendement over een periode langer dan 10 jaar is alleen toegestaan wanneer voldoende ijkmomenten en garanties zijn ingebouwd. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

11 Nieuw net IJkmomenten: Het langjarig gemiddelde opwekrendement is afhankelijk van de ontwikkeling in de vraag, de ontwikkeling van het warmtenet en de ontwikkeling van de productie. Hierbij is de ontwikkeling van het warmtenet gekoppeld aan de ontwikkeling van de vraag en de locatie van de vraag. Ontwikkeld de wijk zich vanuit een centraalpunt of worden er verspreid over de wijk vlekken ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van de productie is hieraan gekoppeld. De planning en/of de kwaliteitsverklaring dient daarom de volgende onderdelen te bevatten, welke kunnen worden gemonitord.. o Een plankaart met de ontwikkeling van de wijk in de tijd o De opbouw van de warmtevraag, inclusief een realistische bandbreedte. start levering van de efficiënte/duurzame opwekker, gekoppeld aan de warmteafzet o 3 jaarlijks dient dan een algemene check worden uitgevoerd op de kwaliteitsverklaring waarin het langjarig gemiddelde equivalente opwekkingsrendement (EOR) is vastgelegd. Indien er een warmteplan is opgesteld van het gebied waarin het warmtenet is gelegen, zijn een aantal aspecten opgenomen in het warmteplan. Nagegaan wordt of het een en ander conform warmteplan verloopt. Garanties: o Start levering van de efficiënte/duurzame opwekker, gekoppeld aan een minimale warmtevraag o Opbouw van de warmtevraag. Belangrijk bij de ontwikkeling van de wijk, die erg bepalend is voor het equivalente opwekkingsrendement, is dat de prognose realistisch is en de partijen die hier invloed op hebben (gemeente, woningcorporaties en ontwikkelaars) betrokken zijn bij de vaststelling en de strekking onderschrijven. o Een terugval scenario in het geval van grote onvoorziene tegenvallers die er toe leiden dat de efficiënte/duurzame opwekker niet wordt gerealiseerd. Dit scenario heeft betrekking op de gebouwen die in de aanloopperiode worden aangesloten op een tijdelijk installatie. Dit plan B is dan een onderdeel van de planning en kan ook bestaan uit andere oplossingen. Uitbreiding bestaand net en een net bij vervanging van opwekkers/bronnen IJkmomenten en garanties Enerzijds kan dit betrekking hebben op toekomstige groei van de warmtevraag en anderzijds op een wijziging in de productie van warmte, zoals bij het vervangen van een bron. De meerjarenforcast van de brutomargerapportagemodel kan worden gebruikt voor de opbouw van de warmtevraag vast te stellen en de leveringsovereenkomst met de leverancier kan gebruikt worden om de start van de levering vast te stellen. EMG-adviseur dient aan te geven in zijn rapportage welke documenten er zijn ingezien om deze samenhang te controleren Ad 2: aanwezigheid van duurzame elektriciteitsopwekking De EMG geeft de mogelijkheid om elektriciteitsopwekking via een duurzame bron te koppelen aan het project (een gebied) als deze voorziening binnen een straal van 10 kilometer van het project opgesteld wordt én er sprake is van een samenhangende en gelijktijdige ontwikkeling. Omdat de elektriciteitslevering in de meeste gevallen via het openbare net zal lopen, is er eigenlijk in principe nooit sprake van functionele relatie tussen het project en de elektriciteitsopwekking. Daarom zijn in de EMG aanvullende grenzen gesteld om de bijdrage van collectieve elektriciteitsopwekking zo concreet mogelijk aan het project/gebied te kunnen relateren. Op basis van een contract, dient te worden vastgesteld welke woningen en gebouwen tot het (te ontwikkelen) gebied behoren. Omdat er ook voor elektriciteitsopwekking sprake moet zijn van een samenhangende en gelijktijdige ontwikkeling, gelden hierbij dezelfde aandachtspunten voor het verkrijgen van inzicht in de mate van zekerheid met betrekking tot de realisatie (zie ad 1 en paragraaf 2.3 van toegestane bewijsstukken). Specifiek voor elektriciteitsopwekking wordt hier nog een aandachtspunt aan toegevoegd: EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

12 Als minimum randvoorwaarde voor het toerekenen van windenergie aan het project kan gesteld worden dat het moet gaan om plaatsing van een specifieke molen of molens, die reeds ingepast is in het geldende bestemmingsplan. Het afbreukrisico voor plaatsing is anders té groot. Ad 3: afwijken van forfaitaire waarden/berekeningsmethodiek, ontbreken berekeningsmethodiek De aanvrager moet in zijn aanvraag duidelijk aangeven voor welke elementen van de EMG berekening afgeweken wordt van de forfaitaire waarden. Deze afwijkingen moeten door de aanvrager wél onderbouwd worden en de aanvrager moet aannemelijk maken dat de gebruikte waarden ook daadwerkelijk van toepassing zijn. Hierbij kunnen de volgende documenten als onderbouwing dienen: Kwaliteitsverklaring en onderbouwing van leverancier of producent Kwaliteitsverklaring en onderbouwing opgesteld door een onafhankelijk bureau Toetsing van deze verklaringen door het 'College Gelijkwaardigheid Contracten en afrekeningen tussen zakelijke partners, bijv. in geval van een STEG. Indien er geen bewijsmateriaal aanwezig is kan er altijd weer teruggevallen worden op de forfaitaire waarden. 2.3 Bewijsstukken en specificatiedocumenten voor onderbouwing van EMG volgens NVN7125 Mogelijke bewijsstukken en specificatiedocumenten die van belang kunnen zijn: om te kunnen vaststellen of de in de afgegeven kwaliteitsverklaringen opgenomen uitgangspunten voor de berekeningen van het equivalente opwekrendement correct zijn voor de onderbouwing van situaties en gegevens waar is afgeweken van forfaitaire waarden, berekeningsmethoden, afwijkende berekeningsmethoden en/of berekening op basis van historische waarden om de samenhangende en gelijktijdige ontwikkeling van een bouwproject en de collectieve energievoorziening aannemelijk te maken. Er zijn verschillende categorieën van bewijsstukken die als bron van informatie ten behoeve van de toetsing en kwaliteitscontrole in aanmerking komen. Deze staan hieronder in samenhangende clusters opgesomd. Bestemmingsplan, bouwplanning en/of warmteplan: Voor informatie over de gerealiseerde of nog te realiseren bouwvolumes die zullen worden aangesloten op de collectieve energievoorziening Voor informatie over de ontwikkeling en planning van het gebied in fasen in verband met de samenhangende en gelijktijdige ontwikkeling. Vergunningen: Vergunning ten behoeve van realisatie collectieve energievoorziening Vergunningaanvraag ten behoeve van realisatie collectieve energievoorziening (Aanvraag voor) omgevingsvergunning(en) voor informatie over de gerealiseerde of te realiseren volumes aan en types van woningen, woongebouwen en niet-woongebouwen. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

13 Contracten ten aanzien van: Contract tussen partijen voor de realisatie van de collectieve energievoorziening, waarin een boeteclausule is opgenomen voor het niet of te laat realiseren hiervan Overeenkomst (bijvoorbeeld een raam-, samenwerkings- of realisatieovereenkomst) inclusief planning, tussen ontwikkelaar en energieleverancier over aanleg en beheer van het collectieve energiesysteem Overeenkomst (bijvoorbeeld een samenwerkings- of realisatieovereenkomst) inclusief planning tussen gemeente, ontwikkelaar en energieleverancier om tot een collectieve energievoorziening te komen Oprichtingsbewijs (met inhoudelijke bijlagen) van een rechtsvorm voor energie-exploitatie met een door participerende partijen geaccordeerd ontwikkelingsplan van de collectieve energievoorziening Bestaande contracten tussen de warmte- (en/of koude) producent en warmte (en/of koude) leverancier voor informatie ten aanzien van (ketel)rendementen, dekkingsgraden, elektriciteitsderving, aanvoertemperaturen, retourtemperaturen, geleverde vermogens, eventuele inzet en aard van het hulpvermogen bij de producent Bestaande afnamecontracten voor warmte en/of koude tussen energieleverancier en energieafnemers voor informatie ten aanzien van geleverde vermogens, energiehoeveelheden, aanvoertemperaturen, retourtemperaturen Bedrijfsinterne documenten van de warmte- (en/of koude)leverancier voor informatie over benodigde (elektrische) pompenergie, inzet en aard van hulpvermogen in het transport- en distributiesysteem. Accountantsverklaring, waar uit af te leiden wat de hoeveelheid ingekocht en/of verkochte energie is. Business-/investeringsplannen: Geaccordeerd business plan ten behoeve van realisatie collectieve energievoorziening Geaccordeerd businessplan met inzicht in eigendomsverhoudingen en investeringen Geaccordeerd investeringsplan nieuwe energie-infrastructuur. Bestekken, tekeningen, databestanden van de energie-infrastructuren of GIS met informatie over: Leidinglengtes, leidingdiameters, isolatiediktes voor zowel het primaire als secundaire net Onderstations (al of niet binnen de aangesloten gebouwen) Hulpwarmtecentrales De aard van de aansluiting van de gebouwen op de collectieve energievoorziening voor zowel verwarming, warm tapwater als koude Metingen: Garantiemetingen (bij inbedrijfsstelling) van installaties voor informatie over rendementen, geleverde vermogens, aanvoer- en retourtemperatuur Monitoringgegevens uit procescomputers, databestanden, etc. van de collectieve energievoorziening voor het bepalen van de overall energieverliezen over de infrastructuur (inen uitgaande stromen, historische gegevens) Monitoringsgegevens uit procescomputers, databestanden, etc. van de energieproducent voor het bepalen van het aandeel van de diverse productie-eenheden en rendementen Monitoringsgegevens, rapportages en certificaten die voldoen aan CertiQ Foto s van installatie(s), componenten, leidingen, (technische) typeplaatjes, relevante én vertrouwelijke screenshots van de procescomputers van de collectieve energievoorziening e.d.. Leveranciersspecificaties voor informatie over: Rendementen en andere benodigde technische specificaties van alle vormen van hardware in de collectieve energievoorziening EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

14 Rapportages/meerjaren forcast Bruto marge rapportage met historische gebruiksgegevens (inkoop- en verkoop volumes) die ten grondslag hebben gelegen aan de door een accountant goedgekeurd jaarverslag. Een ondertekende verklaring van de energieproducent met daarin opgenomen, de inzet van bepaalde opwekkers over een bepaalde periode inclusief de omschrijving van de wijze waarop de geclaimde inzet is bepaald. Een ondertekende verklaring van de energieproducent met het geclaimde rendement (en) van de opwekkers in een bepaalde periode inclusief de omschrijving van de wijze waarop het geclaimde rendement is bepaald. Technische documentatie van fabrikanten en/of offertes worden uitsluitend toegelaten (bij voorkeur in de vorm van kwaliteitsverklaringen) voor zover deze gekoppeld zijn aan één van bovengenoemde bewijsstukken, waardoor kan worden aangetoond dat de betreffende installatie(s), component(en), e.d. uit de technische documentatie of offertes ook daadwerkelijk zijn toegepast in de collectieve energievoorziening. De bewijsstukken moeten door de EMG-adviseur zoveel en voor zover mogelijk getoetst worden aan de werkelijkheid. Een visuele inspectie, voor zover uitvoerbaar, is hierbij altijd doorslaggevend. Voorbeelden van een niet uitvoerbare visuele inspectie zijn bijvoorbeeld een STEG of leidingnetten die weggewerkt zijn onder de grond. Bij twijfel of tegenspraak tussen de bewijsstukken dienen de gegevens van het jongste bewijsstuk dat expliciet betrekking heeft op de betreffende installatie(s), component(en), e.d. gebruikt te worden. Als hierover geen uitsluitsel bestaat, dan moet uitgegaan worden van de minst gunstige aanname. 2.4 Op te nemen aspecten in het kader van de EMG-verklaringen De opsteller van de EMG-verklaring heeft 3 methoden om het equivalent opwekkingsrendement voor collectieve energievoorzieningssystemen te bepalen. De EMG-adviseur controleert of de gebruikte methode goed is toegepast. Opnamemethode EMG-rendementen Methode Beschrijving methode 1,2 A B C 1 2 Bepaling op basis van historische gegevens. Warmteopwekking en levering (of koude) is gemeten, hieruit volgen de warmteverliezen van het distributienet. Toepasbaar bij warmtenetten waar alle meters rond dezelfde datum worden afgelezen. Bijvoorbeeld in een primair net waar op alle onderstations gebruiksmeters zijn aangebracht. Warmteopwekking is bekend (contracten) of is berekend, het verlies is berekend, hieruit volgt de warmtelevering. Toepasbaar als warmtelevering niet volledig is gemeten of als de meters niet rond dezelfde datum worden afgelezen of bij nieuwe netten Warmtelevering is gemeten het verlies is berekend, hieruit volgt de warmte-opwekking. Toepasbaar als alle meters in het secundaire net rond dezelfde datum worden afgelezen maar niet bekend is wat er aan warmte is opgewekt in het primaire net. In geval het koudelevering betreft, kan in plaats van warmte-opwekking, -distributie en levering ook koude-opwekking, -distributie en levering worden gelezen. Indien het een groot warmte-/koudenet betreft kunnen ook verschillende methode naast elkaar worden gebruikt. Bijvoorbeeld methode B voor het primaire net en methode C voor het secundaire net. Er is een opnameformulier voor de op te nemen aspecten van de EMG-verklaring beschikbaar. Zoals paragraaf 2.1 vermeld, worden de aspecten alleen opgenomen indien er is afgeweken van de forfaitaire waarden uit de NVN De EMG-adviseur dient wel te vermelden bij welke aspecten de opsteller van de EMG verklaring gebruikt heeft gemaakt van deze forfaitaire waarde(n). EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

15 Collectieve warmte- en koudevoorziening en/of Collectieve elektriciteitsvoorziening Functie net Paragraaf Methode A B C Verwarming Alleen secundair of lokaal netwerk Primair en secundair netwerk 3.1 Warmtapwater Afleverset gevoed door warmtenet Circulatiesysteem warmtapwater 3.2 X X X Koeling 3.3 Collectieve elektriciteitsvoorziening 3.0 Opname methode Warmtenet, warmtapwaternet of koudenet Bestaand net,bepaling op basis van historische gegevens Warmteopwekking is bekend (contracten) of is berekend, het verlies is berekend.. Warmtelevering is gemeten het verlies is berekend Paragraaf Methode A B C 2.4 X X X Opname Gebouwgegevens Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Aantal verschillende gebouwtypen Woning type LT/HT verwarming 4.0 Aantal gebruiksoppervlakte Functies net, verwarmen, tapwater, koelen, elektriciteit 4.2 Utiliteitsgebouwen Gebruiksfunctie X 1,2,4,5 Aantal 4.0 gebruiksoppervlakte Functies net, verwarmen, tapwater, koelen, elektriciteit 4.2 Woningen en/of Historisch energiegebruik X utiliteitsgebouwen Opname Distributieverliezen primair en secundair net warmtelevering Ontwerp watertemperatuur in de netten op basis van Paragraaf Methode Bewijs 1 Stooklijn Constante temperatuur in het jaar Constante temperatuur per maand A B C 5.2 X X 8 Leidingen warmtenet (primair en secundair net) Paragraaf Methode Bewijs 1 buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen inclusief isolatie [mm] buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen zonder isolatie [mm] warmtegeleidingscoëfficiënt isolatiemateriaal [W/m.K] Leidinglengte correctiefactor extra verliezen Het betreft hier een indicatieve opsomming A B C X X 5 EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

16 Opname Installaties warmtenet Energiefractie Paragraaf Methode Bewijs 1 Eigen waarde (gebruikte waarde) Forfaitair (controle a.d.h.v. vermogens, zie opwekkers) A B C 5.3 X X X 5,7,10 opwekkers warmtenet Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Type opwekker 7,9 Ontwerpaanvoertemperatuur : 7,8 Preferente toestel 7,8 Gebruikt rendement 6, 7,8,10 Totaal nominaal vermogen 7,9 Bron (warmtepomp) 5.3 X X X 9 Brandstof 8 Elektrisch vermogen (WKK) 3,8 Bouwjaar WKK 9, 7 Gebruikt thermisch omzettingsgetal 7 Gebruikt elektrisch omzettingsgetal 7 Opname Warm tapwaternet Distributieverliezen circulatieleidingen Paragraaf Methode Bewijs 1 buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen inclusief isolatie [mm] A B C buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen zonder isolatie [mm] 5 warmtegeleidingscoëfficiënt isolatiemateriaal [W/m.K] 6.1 X X 7 Leidinglengte 5 correctiefactor extra verliezen 5 5 Opname Warmte-opwekking warm tapwater Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Opweksysteem warmtapwater 9 Energiefractie 5,7,10 Voorraad vat 9 Temperatuur in het voorraad vat 7,8 Volume voorraad vat 7,9 Isolatiedikte voorraad vat 7,8 Leidingwerk bij voorraadvaten 8 Leidingen bij opwekkers (tussen opwekker, pomp en warmtewisselaar) 9 CV-watertemperatuur [ o C] 6.2 X X 9 Omgevingstemperatuur [ o C] 9 Correctiefactor beugelen 8 Leidinglengte 5 Isolatiedikte bij leiding 5 Diameterleiding 5 WTW Vermogen WTW 7 Isolatie WTW 7 1 Het betreft hier een indicatieve opsomming EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

17 opwekkers warm tapwater net Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Type opwekker 7,9 Ontwerpaanvoertemperatuur :,78 Preferente toestel 7,8,10 Gebruikt rendement 6,7,8,10 Totaal nominaal vermogen 7,9 Bron (warmtepomp) 6.2en 5.3 X X X 9 Brandstof 7,8 Elektrisch vermogen (WKK) 7,8 Bouwjaar (WKK) 9,7 Gebruikt thermisch omzettingsgetal 7 Gebruikt elektrisch omzettingsgetal 7 Opname Collectieve zonnecollectoren Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Geleverde energie 3 Type collector 8,9 Apertuuroppervlakte 7,9 Hellingshoek: 8,9 Oriëntatie 8,9 Afdekking collector 8,9 Spectraal selectieve laag 7.1en 7.2 X X X 7 Beschaduwing 9 Volume opslagvat 7 Opstel plaats opslagvat 9 Dikte isolatie opslagvat 7 Warmtegeleidingscoëfficiënt isolatiemateriaal 8 Opstelplaats opslagvat 9 Opname Koudenet Ontwerp watertemperatuur in de netten op basis van Paragraaf Methode Bewijs 1 Koellijn Constante temperatuur in het jaar Constante temperatuur per maand Distributieverliezen buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen inclusief isolatie [mm] A B C X X 8 Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen zonder isolatie [mm] 5 warmtegeleidingscoëfficiënt isolatiemateriaal [W/m.K] 8.1 X X 7 Leidinglengte 5 correctiefactor extra verliezen 5 Energiefractie Paragraaf Methode Bewijs 1 Eigen waarde (gebruikte waarde) Forfaitair (opname a.d.h.v. vermogens, zie opwekkers) A B C 8.2 X X Het betreft hier een indicatieve opsomming EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

18 opwekkers koudenet Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Type opwekker 9 Ontwerpaanvoertemperatuur : 8 Preferente toestel 8 Gebruikt rendement 8 Totaal nominaal vermogen 9 Bron (warmtepomp) 8.2 X X X 9 Brandstof 9 Elektrisch vermogen (WKK) 7 Bouwjaar WKK 9 Gebruikt thermisch omzettingsgetal 7 Gebruikt elektrisch omzettingsgetal 7 Opname hulpenergie Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Pompen Vermogen 9 X X 3,9,7 Regeling 3,9,7 Opname Elektriciteit opwekking Paragraaf Methode Bewijs 1 A B C Fotovoltaïsche cellen type 7,9 Oppervlakte 7,9 Hellingshoek 10 X X X 9,8 Oriëntatie 9 Wind energie 9 Overig 9 1 Het betreft hier een indicatieve opsomming Bewijsstukken: 1 Bestemmingsplan, bouwplanning en/of warmteplan 2 Vergunningen 3 Contracten, facturen 4 Business- /investeringsplan 5 Bestekken en tekeningen, databestanden 6 Metingen 7 Leveranciersspecificaties, kwaliteitsverklaringen 8 Specificatie documenten, ontwerp van net 9 Ter plekke opnemen 10 Getekende verklaring Energieleverancier inclusief onderbouwing 2.5 Toegestane afwijking Indien er door de EMG-adviseur bij de controle afwijkingen worden geconstateerd ten opzichte van het geen in de berekening van de EMG-verklaring is aangehouden, dient er een nieuwe berekening van de equivalente EMG- rendementen gemaakt te worden. In de herberekening is zijn de aspecten die zijn waargenomen door de EMG-adviseur leidend. De afwijking in de herberekende equivalente EMG-rendementen ten opzichte van de equivalente rendementen op de EMG-verklaring mag in absolute zin niet groter zijn dan 2,5 %. Indien de afwijking groter is dan de hiervoor gegeven maximale afwijking dienen de equivalente rendementen op de EMG-verklaring aangepast te worden. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

19 3 Afbakenen van gebied en energievoorziening In paragraaf 2.2 is aangegeven welke generieke informatie nodig is om het gebied waarop een EMGverklaring van toepassing is voldoende af te kunnen bakenen en vast te stellen welk relevant deel van een gebied is aangesloten op de collectieve energievoorziening. Onderstaande checklist moet de EMG-adviseur doorlopen voor de controle van de gebiedsgegevens, type en omvang van het gebied en de aangesloten collectieve energievoorziening. Checklist Gebiedsgegevens Is het gebied duidelijk gedefinieerd en welke bewijsstukken zijn daarvoor gebruikt? Bij nieuwe netten of uitbreiding van netten: is er onderbouwing beschikbaar over de ontwikkeling en planning van het gebied in fasen. Is de afstand tussen een eventueel toegepaste collectieve elektriciteitsopwekking en het verst afgelegen aangesloten perceel maximaal 10 kilometer? Indien een of meerdere onderdelen van de checklist wel relevant is maar onvoldoende is uitgewerkt of onderbouwd dan dient dit dient dit door de EMG-adviseur te worden gerapporteerd. 3.1 Bepaling infrastructuur warmtelevering Er sprake van een scheiding tussen primair netwerk en secundair netwerk wanneer er onderstations aanwezig zijn in het netwerk. Vaak wordt in de dossiers een primair netwerk ook transportnet genoemd en het secundair netwerk ook wel distributienet. Zonder onderstation(s) wordt het warmtenet altijd als secundair netwerk beschouwd. Hoe te bepalen? De aanwezigheid van onderstations blijkt uit de opbouw van het warmtenet; deze is bekend bij de warmteleverancier. Dit kan bepaald worden aan de hand van een principeschema (WTB). 3.2 Bepaling infrastructuur warmtapwater Als er in de EMG-verklaring sprake is van een infrastructuur voor warm tapwater moet de EMGadviseur controleren van welk type infrastructuur er sprake is in de zin van de NVN7125. Bij de typering van het tapwatersysteem dient allereerst te worden bepaald of het tapwater op danwel buiten het perceel wordt bereid. Bij tapwaterbereiding op het perceel (veelal binnen het gebouw) betekent dit dat de tapwaterleidingen zich alle binnen de gebouwschil bevinden. Bereiding binnen de perceelgrenzen van gebouwen perceel is geen onderdeel van dit opnameprotocol. Hoe te bepalen? De aanwezigheid van eventuele tapwaterleidingen buiten het gebouw blijkt uit de opbouw van het warmtenet; deze is bekend bij de warmteleverancier. Dit kan bepaald worden aan de hand van een principeschema (WTB) van het systeem; de aanwezigheid van een opwekinstallatie voor warmtapwater (separaat of in een onderstation) buiten het perceel duidt op een tapwaterdistributienet. Daarnaast kan bij een locatiebezoek geconstateerd worden of er warm tapwaterleidingen door de gebouwschil heen worden gevoerd en/of er sprake is van centrale opwekking van tapwater buiten de woningen/gebouwen. Kenmerkend voor een tapwatercirculatienet is het verschil in diameter tussen aanvoer (groot) en retour (klein). 3.3 Bepaling infrastructuur koudelevering Er sprake van een scheiding tussen primair netwerk en secundair netwerk wanneer er onderstations aanwezig zijn in het netwerk. Zonder onderstation(s) wordt het koudenet altijd als secundair netwerk beschouwd. Hoe te bepalen? De aanwezigheid van onderstations blijkt uit de opbouw van het koudenet; deze is bekend bij de koudeleverancier. Dit kan bepaald worden aan de hand van een principeschema (WTB). EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

20 4 Benodigde gebouwgegevens en energiebehoefte De gegevens van het gebouw zijn alleen noodzakelijk als er geen historische gebruiksgegevens van de gebouwen in het gebied beschikbaar zijn. Om enig dan toch inzicht te hebben in de totale energiebehoefte moet de EMG-adviseur globaal het totale aantal en het type woningen en gebouwen vaststellen die in het gebied aanwezig zijn dan wel gebouwd gaan worden. In afwijking hiervan kan het energiegebruik van de gebouwen ook worden herleid uit databestanden. Niet alle woningen en gebouwen maken altijd gebruik van de in het gebied aanwezige collectieve energie-infrastructuur. Daarom moet worden na gegaan welke hoofdtypen van de collectieve energievoorziening worden benut (energiefuncties). Nagegaan dient te worden of de energiebehoefte is bepaald aan de hand van de energievraag volgens de EPG-berekening, op basis van forfaitaire waarde of historische gebruiksgegevens. In geval van de forfaitaire waarde dient voor de utiliteitsgebouwen en type woning het totaal aantal m 2 gebruiksoppervlakte van het betreffende type utiliteitsgebouw en type woningen te worden vastgesteld. Allereerst dient bepaald te worden welk typen gebouwfuncties in het gebied aanwezig zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de gebouwfuncties wonen en utiliteit. Utiliteit wordt op haar beurt weer onderverdeeld in diverse gebouwfuncties, te weten: bijeenkomstfuncties, celfunctie/cellengebouw, gezondheidsfuncties (klinisch/niet-klinisch), kantoorfunctie, logiesgebouw, onderwijsfunctie, sportfunctie en winkelfunctie. Dit onderscheid is nodig wanneer bij het invullen van de energievraag voor één van de energiefuncties gebruik wordt gemaakt van forfaitaire waarden. Hoe te bepalen? Een gebouw met meerdere appartementen wordt getypeerd als zijnde woonfunctie. Een gebouw met kantoren en winkels wordt getypeerd als zijnde utiliteit. Alle gebouwen zonder woonfunctie worden in principe gekenmerkt als zijnde utiliteit 1. Is in één gebouw zowel de functie wonen aanwezig met daarnaast nog overige functies? Dan komen zowel de gebouwfuncties wonen als utiliteit voor. De informatie om de in het gebied aanwezige gebouwfuncties vast te stellen kan afgeleid worden uit: de vergunningsaanvraag of verleende vergunning: via gemeenten bestemmingsplan: bij de gemeente die heeft beschreven welke bestemming utiliteit heeft de ontwerpgegevens: deze informatie is voorhanden bij de projectontwikkelaars en bij aannemers in het geval er huurwoningen in het gebied zijn: woningcorporaties hebben alle relevante gegevens van deze woningen beschikbaar. Nadrukkelijk wordt hier vermeld dat het niet de bedoeling is om de EPG berekening te controleren. De EMG-adviseur moet nagaan of energie behoefte een realistische waarde heeft. Als leidraad wordt in Tabel 4.1 Forfaitaire waarde jaarlijkse specifieke warmtebehoefte voor verwarming van een woning of woongebouw gegeven en Tabel 4.2 Forfaitaire waarde jaarlijkse specifieke warmtebehoefte voor warmtapwaterbereidingtabel 4.2 Forfaitaire waarde jaarlijkse specifieke warmtebehoefte voor warmtapwaterbereiding Voor utiliteitsgebouwen zijn er geen forfaitaire waarden voor de jaarlijkse specifieke warmtebehoefte beschikbaar, de EMG-adviseur zal zelf moeten nagaan of het realistische warmtebehoefte betreft. 1 Uitzondering hierop zijn gebouwen met gebruiksfuncties waaraan het Bouwbesluit geen EPC-eis stelt. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

21 Tabel 4.1 Forfaitaire waarde jaarlijkse specifieke warmtebehoefte voor verwarming (bron NVN 7125) jaarlijkse specifieke warmtebehoefte voor verwarming (MJ/m 2 ) Appartement/galerijwoning tussenwoning Hoek-/ 2 onder Vrijstaande 1 kap woning woning 80,0 70,0 145,0 165,0 Tabel 4.2 Forfaitaire waarde jaarlijkse specifieke warmtebehoefte voor warmtapwaterbereiding (bron NVN 7125) Gebruiksfunctie of (gedeelte van een) gebouw jaarlijkse specifieke warmtebehoefte voor warmtapbereiding (MJ/m 2 ) Woning of woongebouw, met een LT-systeem 105,0 voor verwarming Woning of woongebouw, met een HT-systeem 120,0 voor verwarming Bijeenkomstfunctie voor alcohol gebruik 15,0 Bijeenkomstfunctie anders dan voor 10,0 alcoholgebruik Celfunctie en cellengebouw 15,0 Gezondheidszorgfunctie, klinisch 55,0 Gezondheidszorgfunctie, niet-klinisch 10,0 Kantoorfunctie 5,0 Logiesgebouw 45,0 Onderwijsfunctie 5,0 Sportfunctie 45,0 Winkelfunctie 5,0 Aantallen en gebruiksoppervlakte (in m 2 ) per gebouwfunctie op nemen. Hier wordt eveneens onderscheid gemaakt tussen wonen of utiliteit. Hoe op te nemen? Het gaat om het aantal eenheden met de gebouwfunctie wonen en het aantal en gebruiksoppervlakte met de diverse gebouwfuncties van utiliteitgebouwen. Dit aantal eenheden is meestal niet gelijk aan het aantal fysieke gebouwen. Het komt geregeld voor dat er meerdere wooneenheden in één fysiek gebouw zitten, zoals bijvoorbeeld de woningen in gestapelde bouw. Binnen één gebouw ( multifunctionele accommodatie ) kunnen ook meerdere gebouwfuncties van de utiliteit voorkomen, zoals bijvoorbeeld kantoren, winkels (in de plint ) en een sporthal in één pand. Het aantal eenheden en oppervlak (in m2) per gebouwfunctie is nodig om de forfaitaire waarden te bepalen voor de benodigde hoeveelheid energie voor ruimteverwarming, warmtapwater en koeling. Deze informatie kan afgeleid worden uit: de vergunningsaanvraag of verleende vergunning: via gemeenten bestemmingsplan: bij de gemeente die heeft beschreven welke bestemming utiliteit heeft de ontwerpgegevens: deze informatie is voorhanden bij de projectontwikkelaars en bij aannemers in het geval er huurwoningen in het gebied zijn: woningcorporaties hebben alle relevante gegevens van deze woningen beschikbaar. Met name tekeningen van gebouwaanzichten, dwarsdoorsnedes of plattegronden per verdieping bij gebouwen leveren informatie op over het aantal eenheden ten behoeve van gebouwfuncties wonen en utiliteit. Wanneer twijfel is over het aantal eenheden, kan het kadaster uitsluitsel geven. Eenheden EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

22 vallen samen met percelen mits het laagbouw betreft. In het geval van hoogbouw vallen meerdere eenheden op één perceel. Een andere manier om het aantal wooneenheden of eenheden ten behoeve van utiliteit te bepalen is door te bepalen hoeveel elektriciteitsaansluitingen aanwezig zijn (hoofdelektriciteitsmeters van de verschillende klanten). 4.1 Energiegebruik gebouwen op basis van historische gegevens Hierboven is aangegeven hoe de EMG-adviseur het Energiegebruik op basis van de methode gegeven in de NVN 7125 kan bepalen. Het is ook toegestaan om de energiegebruiken van de gebouwen op basis van historische gegevens te bepalen. De bron hiervoor is de brutomargerapportage model dat gebruikt wordt in het kader van het jaarverslag dat door een accountant wordt gecontroleerd. 4.2 Aanwezige energiefuncties op nemen In het gebied dient opgenomen te worden welke energiefuncties aanwezig zijn, dus van welk hoofdtype energie-infrastructuur gebruik wordt gemaakt. Hierbij kan gekozen worden uit een of meerdere functies: 1. Verwarmen; 2. Koelen; 3. Warmtapwater; 4. Collectieve duurzame elektriciteitsvoorziening. Ga dit aan de hand van de ontwerpgegevens van het net.. 5 Warmtenet 5.1 Primair/secundair net Aanwezigheid primair/secundair net opnemen De EMG-adviseur moet controleren of het een primair en secundair net of uitsluitend een zelfstandig (secundair) net betreft. De grens tussen primair en secundair ligt bij het onderstation, waar warmte uit een primair net wordt overgedragen (bijvoorbeeld door een warmtewisselaar) aan een secundair net. Het primaire net is daarmee het net tussen de warmteopwekking en onderstation (ook wel aangeduid als transportnet ). Het secundaire net is het collectieve net tussen onderstation en percelen. Als er geen onderstations aanwezig zijn, is er sprake van een secundair net in de zin van NVN7125. Een voorbeeld is een lokaal distributienet. 5.2 Distributieverlies Om de verliezen in het primaire net en secundaire net te bepalen dienen een aantal aspecten op genomen te worden. De lengten, diameters en isolatie van leidingen kunnen worden achterhaald door gebruik te maken van databestanden of een uitdraai van een zogenaamde GIS. In het GIS zijn de warmtenetten getekend en geadministreerd. Een rapportage uit het GIS van het betreffende warmtenet kan gebruikt worden voor deze controle. In afwijking van de hierboven beschreven methode kan er ook gebruik worden gemaakt van tekeningen van het gerealiseerde warmtenet De gemiddelde watertemperatuur in de netten Het gaat hier om maandtemperaturen, deze temperatuur kan dus verschillen over de maanden, dit komt met name voor wanneer het net uitsluitend dient voor ruimteverwarming. De gemiddelde temperatuur van het water in het warmtenet is een temperatuur die op 3 manieren kan worden vastgesteld: A. op basis van een stooklijn: er is één combinatie van aanvoer- en retourtemperatuur bepaald die nodig is bij een buitentemperatuur van -10 C én één combinatie van aanvoer- en retourtemperatuur bij een temperatuur boven nul (ca. 10 C). Stooklijn kan verschillende EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

23 vormen aannemen bij een warmtenet met afleversets is deze meestal begrensd aan de onderzijde. B. een constante temperatuur voor het hele jaar. C. Een temperatuur per maand. Dit zijn de maandgemiddelde temperaturen van zowel aanvoerals retourtemperatuur, dit zijn de ontwerpgegevens. Hoe te op te nemen? Deze temperaturen zijn in het ontwerpstadium vastgesteld en worden benoemd in een specificatiedocument (zie paragraaf 2.3 Op basis van beschikbare gegevens in het specificatiedocument is gekozen voor één van de drie mogelijkheden zoals hierboven benoemd Warmtegeleidingscoëfficiënt van de leidingdelen Hoe te op te nemen? Op basis van bewijsstukken, zie paragraaf 2.3 of waarde uit NEN-EN-ISO Rond af in stappen van 0,005 (W/(m K) Buitenmiddellijn van de geïsoleerde leidingen inclusief isolatie De buitenmiddellijn van het geïsoleerde leidingdeel j inclusief isolatie. Hoe te bepalen? Zie onderstaande figuur, het gaat om de buitenkant van de schil van de leiding inclusief isolatie. Neem dit op aan de hand van piping-tekeningen, stuklijsten en/of bestekken. Let er hier wel bij op dat het net kan bestaan uit verschillende diameters van leidingen Buitenmiddellijn van de warmteleidingen, zonder isolatie De buitenmiddellijn van de warmteleiding zelf (zonder isolatie) van het leidingdeel j. Hoe te bepalen? Zie onderstaande figuur, het gaat hier om de buitenkant van de warmteleiding, zonder isolatie. Neem dit op aan de hand van piping-tekeningen, stuklijsten en/of bestekken. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

24 Let er hier wel bij op dat het net kan bestaan uit verschillende diameters van leidingen Correctiefactor extra verliezen (o.a. beugeling van twee leidingen, ouderdom) De correctiefactor voor extra verliezen ten gevolge van beugeling en/of onvolkomen afwerking (ouderdom) van de isolatie van leidingdelen. Hoe te bepalen? Bepaal welke werkelijke situatie van toepassing is aan de hand van een GIS-rapportage of van tekeningen van het gerealiseerde warmtenet of door foto s en vergelijk de toegepaste correctiefactor in de verklaring met de correctiefactor die voor de aangetroffen situatie volgens tabel 7.1 uit NVN7125 van toepassing is. Indien de van toepassing zijnde situatie niet aangetoond kan worden, geldt de forfaitaire waarde van situatie C. Voorbeeld situatie A Wanneer dit gegeven wel in de praktijk te bepalen is bij een warmtenet, dan is dit uitsluitend op de volgende momenten/situaties mogelijk: EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

25 Er wordt een nieuw net aangelegd Er wordt een aantakking gerealiseerd van een nieuw deel op een bestaand net Leidinglengte leidingdelen Opname van de leidinglengte van het beschouwde deel van leidingen waarvan de hierna genoemde parameters (diameters met / zonder isolatie, temperatuurregime, e.d.), gelijk zijn. Hoe te op te nemen? Deze leidinglengten zijn af te leiden uit de GIS-rapportage of gebied- en bestekstekeningen. 5.3 Opwekkers, energiefracties en opwekkingsrendementen Voor het opnemen van het rendement van de warmteopwekking voor het warmtenet worden de verschillende opwekkers in dit net als één systeem beschouwd waarvan het totale rendement wordt berekend. Daarbij dienen de stappen uit onderstaand schema te worden doorlopen. Om het totale rendement te kunnen berekenen dient eerst te worden vastgesteld welke installaties aanwezig zijn, welke installaties preferent zijn (voorrang hebben qua warmtelevering) en wat de nominale vermogens zijn van de installaties. Vervolgens moeten uit de verzamelde informatie de energiefracties per installatie worden vastgesteld. Daarna worden de rendementen van de verschillende opwekinstallaties bepaald, waarmee in combinatie met de vastgestelde energiefracties vervolgens één opwekrendement wordt bepaald over het totaal van de opwekinstallaties in het warmtenet Aanwezige installaties opnemen Hier dient te worden vastgesteld welke soorten installaties aanwezig zijn om de warmteopwekking te verzorgen. Er kan gekozen worden uit: ketels, warmtepompen, WKK met derving, WKK zonder derving, geothermie, zon thermisch en overige restwarmte. Hoe te op te nemen? De opbouw van de energievoorziening dient op basis van het projectplan, een principeschema of EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

26 bestek worden vastgesteld. Deze zijn bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of warmteleverancier. Bekijk de principeschema s van het warmtenet en stel vast welke soorten installaties wel of niet aanwezig zijn. Er kan ook een controle ter plekke van de opstellingsplaats van de warmte-opwekkers te worden uitgevoerd. De validatie kan ook plaatsvinden door het gebruik van historische gebruiksgegevens of het overleggen van een brief van de energieproducent. Deze brief: noemt de type opwekkers en geclaimde inzet van opwekkers over een bepaalde periode, bevat een omschrijving van de wijze waarop de geclaimde inzet is bepaald over die periode. verklaart dat de genoemde waarden in de betreffende perioden juist zijn is rechtsgeldig door de energieproducent ondertekend. Indien er gerekend wordt met forfaitaire opwekkingsrendementen hoeft de EMG-adviseur alleen te controleren of het type opwekker correct is Opname preferente installatie(s) Een preferent toestel is het opwekkingstoestel dat voorrang heeft bij warmtelevering en als zodanig (onder ontwerpcondities) het hoogste aandeel heeft in de warmtelevering. Hier dient te worden vastgesteld welke installaties als preferent of als niet-preferent worden aangeduid. Bekijk de principeschema s en de regelingsprocedure van de installaties en stel vast welke installaties wel of niet preferent zijn. In ontwerpschema s van serieschakelingen zijn die opwekkers die op tekening in de pomprichting als 2 e toestel zijn ingetekend meestal niet-preferent. De validatie kan ook plaatsvinden door het overleggen van een brief van de energieproducent. Deze brief: noemt de type opwekkers en geclaimde inzet van opwekkers over een bepaalde periode, bevat een omschrijving van de wijze waarop de geclaimde inzet is bepaald over die periode. verklaart dat de genoemde waarden in de betreffende perioden juist zijn is rechtsgeldig door de energieproducent ondertekend Opname van de opwekrendementen per installatie Hier dienen de opwekrendementen van de afzonderlijke installaties bepaald te worden. Deze worden in de volgende paragrafen uitgewerkt. Het rendement kan voor alle type opwekkers bepaald worden historische data (bijv. hoeveelheid gas in en hoeveel warmte uit) of uit een verklaring van de leverancier van de betreffende ketel. Voor bepaling op basis van historische data geldt dat indien de opwekker langer dan 3 jaar in bedrijf is én er historische meetgegevens beschikbaar zijn (ingaande brandstoffen, uitgaande energiestromen warmte en elektriciteit), dan mag het rendement volgens NEN-EN hoofdstuk 7 worden bepaald. Indien de periode korter is dan 3 jaar dient er conform de NEN-EN gecorrigeerd te worden voor de weergegevens, zie kader hieronder NEN-EN is een Europese norm voor de Energetische Prestatie van gebouwen. De norm bevat methoden om de Energetische Prestatie van gebouwen te bepalen. Onder andere wordt in de norm aangegeven hoe het standaard energie -gebruik bepaald moet worden uit meetgegevens dat niet afhankelijk is van het gebruikersgedrag, actuele weer en andere feitelijke ( milieu of binnen ) omstandigheden. NEN-EN 15603: Correctie voor het weer Als het gemeten energiegebruik niet 3-volle jaren betreft, moet het energiegebruik worden gecorrigeerd met behulp van de weergegevens. De correctie is nodig om het energiegebruik representatief te maken voor het gemiddelde weer in de betreffende regio. De methode om te corrigeren is beschreven in NEN-EN in paragraaf De validatie van het rendement van alle type opwekkers kan ook plaatsvinden door het overleggen van een brief van de energieproducent. Deze brief: Noemt de type opwekker(s) en het geclaimde rendement van de opwekker(s) EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

27 Bevat een omschrijving van de wijze waarop het geclaimde rendement is bepaald over een bepaalde periode Verklaart dat de genoemde waarden in de betreffende perioden juist zijn is rechtsgeldig door de energieproducent ondertekend In de onderstaande paragrafen zijn er nog een aantal methoden uitgewerkt Opwekrendement gas of oliegestookte ketels Bij de ketels dient allereerst het type en het ontwerptemperatuurniveau van de geleverde warmte vastgesteld te worden. Vervolgens dient te worden bepaald of er voldoende gegevens beschikbaar zijn om het rendement zelf vast te stellen aan de hand van het vastgestelde type ketel en temperatuurniveau (dus niet via de forfaitaire manier). De volgende gegevens zijn in ieder geval nodig indien er in de verklaring is afgeweken van de forfaitaire waarde uit de NVN 7125: aanwezigheid kwaliteitsverklaring en/of een onderbouwing met een algemeen geaccepteerde beproevingsmethode (bijv. productgegevens volgens norm) of fysieke toegang tot de ketel (inspectie typeplaatje en/of Gaskeur). Indien er een kwaliteitsverklaring aanwezig is van het preferente toestel, moet worden opgenomen of deze kwaliteitsverklaring overeenkomstig het vastgestelde type ketel en het voor de situatie geldende temperatuurniveau is. 1. Opname type ketel Hier dient te worden vastgesteld welk type ketels aanwezig is / zijn: een conventionele ketel een verbeterd rendement (VR)-ketel een hoog rendement (HR)-ketel volgens HR-100 een hoog rendement (HR)-ketel volgens HR-104 of een hoog rendement (HR)-ketel volgens HR-107 ketel. Hoe op te nemen? Het type is vastgelegd in de documentatie van de partij die de ketels in onderhoud heeft of heeft gerealiseerd. Wanneer er geen typeplaatje aanwezig is maar wel een kwaliteitsaanduiding volgens de keuringseisen voor gastoestellen (Gaskeur CV-HR), dan kan het type ketel daaruit worden afgeleid. Zie bijvoorbeeld onderstaande afbeelding, hier wordt duidelijk dat het om een HR-107 ketel gaat. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

28 In het geval er een typeplaatje aanwezig is (zonder Gaskeur), kan het rendement worden afgeleid uit dit typeplaatje dat op ketel te vinden is (bijvoorbeeld: onderstaande afbeelding) Het rendement op onderwaarde is de verhouding tussen nominaal vermogen (nuttig gebruikte warmte, Pn) en de belasting op onderwaarde (toegevoerde warmte, Qn) bij het temperatuurniveau waarop de ketel ontwerptechnisch is ingepast of wordt bedreven: Het rendement van de ketel in bovenstaand voorbeeld bij bedrijfstemperaturen van 50/30 C is: Dit is het rendement bepaald op basis van vollast. Aangezien in dit specifieke voorbeeld géén Gaskeur-kenmerk gevonden is, moet deze ketel behandeld worden als een HR-100-ketel. Indien het vollastrendement zoals bepaald volgens het typeplaatje groter is dan 88,5% op onderwaarde mag een ketel aangemerkt worden als VR-ketel, daaronder als conventionele ketel. Bij oudere verwarmingsketels zijn het nominaal en thermisch vermogen nog aangegeven in kcal/h (1000 kcal/h = 1,16 kw). Opgemerkt wordt dat in de NVN 7125 altijd wordt gerekend met het rendement bepaald op basis van de bovenwaarde. HR-ketels Voor het bepalen van het rendement wordt met de belasting op onderwaarde gerekend. Dit is de reden dat het rendement bij HR-ketels boven de 100% kan uitkomen. Voor HR-toestellen worden doorgaans twee waarden voor het nominaal vermogen opgegeven: het vermogen bij een aanvoer- en retourwatertemperatuur van 80/60 C en bij 50/30 C. Zie vorige voorbeeld van het typeplaatje op een HR-ketel. Indien het rendement via de forfaitaire weg niet kan worden bepaald uit het Gaskeur logo, niet uit het typeplaatje, historische data of uit een verklaring van de leverancier van de betreffende ketel, dan wordt de meest conservatieve waarde als rendement opgegeven (dit is gelijk aan dat van de conventionele ketel). Dit is een waarde van 0,70 voor zowel LT- als HT-condities. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

29 2. Bepaal het temperatuurniveau Er dient te worden opgenomen of het een laag temperatuur (LT) of een hoog temperatuursysteem (HT) betreft. Bepaal dit aan de hand van ontwerptekeningen of bestek. 3. Opname van het gebruikte opwekrendement 3a. Met behulp van het vastgestelde type ketel en het temperatuurniveau wordt de forfaitaire waarde vastgesteld. Hoe op te nemen? Gebruik de onderstaande tabel om de waarde vast te stellen. a Indeling LT/HT Aanvoer-/retourtemperatuur (θ sup /θ ret ) in o C 70/30 LT 60/40 55/45 90/70 HT 80/60 70/50 3b. Rendement volgens een genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode Indien er geen kwaliteitsverklaring van de ketel aanwezig is óf de aanwezige kwaliteitsverklaring is niet overeenkomstig het vastgestelde type ketel en/of het voor de situatie geldende temperatuurniveau, dan wordt het rendement op basis van een onderbouwde beproevingsnorm van de fabrikant verlangd. beproevingsgegevens volgens een genormeeerde methode"? Hoe op te nemen? Het rendement volgens de beproevingsnorm van de fabrikant moet onderbouwd zijn met een aantal bewijsdocumenten, zoals meetrapportages met transparante en onder geaccepteerde testcondities (temperatuurniveaus, tappatronen, e.d.) uitgevoerde metingen. 3c. Rendement volgens kwaliteitsverklaring Indien de kwaliteitsverklaring overeenkomstig het vastgestelde type ketel en het voor de situatie geldende temperatuurniveau is, dan mag deze worden gebruikt. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

30 Hoe op te nemen? Neem de waarde voor het rendement van de ketel over uit de kwaliteitsverklaring. Deze waarde staat meestal bovenaan in het document aangegeven. 3d Rendement niet-preferent via vollastrendement 5% Indien het toestel niet preferent is en er geen forfaitaire weg gevolgd wordt, moet het rendement worden gecontroleerd door het vollastrendement te bepalen bij het geldende temperatuurniveau (80/60 C of 60/40 C). Hoe op te nemen? Zie punt 1 hoe dit vollast rendement gecontroleerd kan worden. Indien de temperatuurniveaus afwijken zoek dan naar het zoveel mogelijk overeenkomende temperatuurniveau tussen de ketel en het afgiftesysteem. Verminder het zo verkregen vollastrendement vervolgens met 5% Opwekrendement warmtepompen Bij de warmtepompen dienen allereerst het type, de bron en het temperatuurniveau van het afgiftesysteem vastgesteld te worden. Vervolgens dient te worden bepaald of er voldoende gegevens beschikbaar zijn om het rendement zelf vast te stellen aan de hand van de vastgestelde gegevens. De volgende gegevens zijn in ieder geval nodig om af te wijken van de forfaitaire manier: aanwezigheid kwaliteitsverklaring en/of genormeerde methode of een algemeen geaccepteerde beproevingsmethode Indien er een kwaliteitsverklaring aanwezig is van het preferente toestel, moet worden opgenomen of (de bedrijfscondities waarvoor) deze kwaliteitsverklaring is opgesteld overeenkomstig de stappen 1, 2 en 3 is. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

31 1. Opname hoofdtype warmtepomp Er dient vastgesteld te worden welk hoofdtype warmtepomp aanwezig is: een elektrische warmtepomp een gasmotorwarmtepomp of een gasabsorptiewarmtepomp. Hoe op te nemen? Een elektrische warmtepomp kan worden vastgesteld door de aanwezigheid van een elektrische compressor, trillingsdempers en het ontbreken van een gasleiding naar dit toestel. Een gasmotorwarmtepomp wordt aangedreven door een gasmotor (met zuigers), zie schema links hieronder. Een gasabsorptiewarmtepomp maakt gebruik van een gasbrander in een generator en heeft geen zuigers, zie schema rechts hieronder. 2. Bepaal het type bron Er dient vastgesteld te worden van welk type bron de warmtepomp gebruik maakt: Bodem via gesloten bodemwarmtewisselaar Bodem via grondwater (ook wel aquifer, open systeem) Buitenlucht of Oppervlaktewater. Hoe te bepalen? Raadpleeg de principeschema s, ontwerptekeningen en/of bestekken. Zoek hierin naar de bronnen waarop de verdamper is aangesloten door middel van een warmtewisselaar. Een warmtepomp die gebruik maakt van bodemenergie (via een bodemwarmtewisselaar of grondwater/aquifer) is herkenbaar aan een warmtewisselaar met leidingen en/of lussen in de bodem. Zie groene ellipsen in onderstaande voorbeelden. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

32 Een warmtepomp die gebruik maakt van oppervlaktewater is te herkennen aan een warmtewisselaar die in het oppervlaktewater is geplaatst of waar oppervlaktewater langs stroomt. Zie onderstaande voorbeelden. 3. Opname van de ontwerpaanvoertemperatuur ruimteverwarming Ontwerpaanvoertemperatuur ten behoeve van ruimteverwarming. Hoe op te nemen? Raadpleeg de principeschema s, bestekken en/of ontwerptekeningen. Zoek deze temperaturen op in de ontwerpspecificaties. 4. Opname van het gebruikte opwekrendement 4a. Bepaal de forfaitaire waarde voor het rendement van de warmtepomp Hoe te bepalen? De forfaitaire waarde wordt vastgesteld met behulp van de onderstaande tabel aan de hand van de verzamelde gegevens in stap 1, 2 en 3. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

33 4b Rendement volgens een genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode Indien er geen kwaliteitsverklaring aanwezig is óf deze kwaliteitsverklaring is niet overeenkomstig het vastgestelde type warmtepomp, type bron en het voor de situatie geldende aanvoertemperatuurniveau voor ruimteverwarming is, dan wordt het rendement op basis van een onderbouwde beproevingsnorm van de fabrikant verlangd. Als voor het bepalen van de prestaties van een warmtepomp geen beproevingsnorm van kracht is, moet de fabrikant/leverancier garantiewaarden voor de prestaties geven die met een garantiemeting worden getoetst. Hoe te bepalen? Het rendement volgens de beproevingsnorm van de fabrikant moet onderbouwd zijn met een aantal bewijsdocumenten, zoals meetrapportages met transparante en onder geaccepteerde testcondities (temperatuurniveaus, tappatronen, e.d.) uitgevoerde metingen of op basis van een garantiemeting. 4c. Rendement volgens kwaliteitsverklaring Indien de kwaliteitsverklaring overeenkomstig het vastgestelde type warmtepomp, type bron en het voor de situatie geldende aanvoertemperatuurniveau voor ruimteverwarming is, dan mag deze worden gebruikt. Hoe te bepalen? Neem de waarde voor het rendement van de warmtepomp over uit de kwaliteitsverklaring. Deze waarde staat meestal bovenaan in het document aangegeven Opwekrendement warmtekrachtinstallatie zonder derving Een WKK zonder derving is een WKK waarbij de elektriciteitsproductie niet afneemt door onttrekking van warmte (restwarmte). Voor het opwekrendement van een warmtekrachtinstallatie (WKK) zonder derving kunnen meerdere routes worden gevolgd (zie ook schema op volgende bladzijde): een eigen opwekrendement mag worden gebruikt wanneer er een kwaliteitsverklaring beschikbaar is die voldoet aan de eigenschappen en condities van de WKK (type WKK, type brandstof, elektrisch vermogen en bouwjaar), of wanneer er een beproevingsnorm vanuit de fabrikant is waarvan de resultaten voldoende zijn onderbouwd forfaitaire route: aan de hand van het type WKK, type brandstof, elektrisch vermogen en bouwjaar volgt de forfaitaire waarde voor het opwekrendement uit de tabel verderop in deze paragraaf. Met het rendement wordt hier bedoeld de waarden voor het thermisch en elektrisch omzettingsgetal. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

34 1. Stel bouwjaar installatie vast Hoe te bepalen? De leeftijd is te achterhalen door de datum van inbedrijfstelling te achterhalen. Met name de inbedrijfstellingsdocumenten kunnen hier uitsluitsel over geven (garantiemetingen, testrapporten, opleverrapporten, etc.), maar ook het typeplaatje zal veelal deze informatie bevatten. 2. Opname van het rendement met NEN-EN Indien de installatie langer dan drie jaar in bedrijf is mag het rendement worden opgenomen aan de hand van hoofdstuk 7 uit NEN-EN Bepaal type WKK In het kader van de norm zijn er 3 typen WKK-installaties zonder elektriciteitsderving: Gasmotoren Afvalverbrandingsinstallaties (AVI) met stoomturbine, waarvan de restwarmte die als bijproduct van de elektriciteit vrijkomt, wordt uitgekoppeld voor gebruik (zonder stoom- aftap) WKK op biomassa (biogas uit vergisting/hout voor verbranding) met stoomturbine, waarvan de restwarmte die als bijproduct van de elektriciteit vrijkomt, wordt toegepast (zonder stoomaftap). Hoe te bepalen? Raadpleeg de principeschema s, ontwerptekeningen, bestekken, programma van eisen (PvE), vergunningsaanvragen van de WKK-installatie. 4. Bepaal type brandstof Er zijn verschillende soorten brandstoffen voor WKK-installaties: Fossiele brandstof (aardgas, aardolie, steenkool, bruinkool) Huishoudelijk afval of RDF (in geval van afvalverbrandingsinstallatie, AVI) Biomassa (GFT of hout) EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

35 Hoe te bepalen? Hiervoor kunnen uit de bedrijfsadministratie van de energieproducent of -exploitant de inkoopfacturen voor de gebruikte brandstoffen worden gebruikt (gesommeerd over het jaar). Het type brandstof kan ook bepaald worden door de bestekken, PvE en vergunningsaanvragen erop na te slaan. 5. Opname van het elektrisch vermogen Met het elektrisch vermogen wordt hier bedoeld het maximaal opgewekte elektrisch vermogen bij vollastcondities dat door de WKK kan worden geleverd aan het elektriciteitsnet, zonder warmtelevering. Hoe te bepalen? Raadpleeg hiervoor het contract tussen de hardwareleverancier (EPC-contractor) en energieexploitant. Informatie kan ook ontleend worden aan principeschema s, ontwerptekeningen, bestekken, programma van eisen (PvE), vergunningsaanvragen, e.d.. De beste informatiebron voor het maximaal elektrisch vermogen in de praktijk zijn de garantiemetingen uitgevoerd rond de oplevering van de WKK-installatie en/of de bedrijfsadministratie van de energie-exploitant. Deze geven inzicht in het werkelijk geproduceerde maximale elektrisch vermogen. 6. Opname van het gebruikte rendement 6a. Rendement op basis van forfaitaire waarde Om de forfaitaire waarde te kunnen vaststellen dient het bouwjaar bekend te zijn, het elektrisch vermogen Pe en het temperatuurniveau (LT/HT). Hoe te bepalen? Het bouwjaar wordt in punt 1 bepaald, het elektrisch vermogen in punt 5 en het vaststellen welk temperatuurniveau (LT of HT) van toepassing is wordt bepaald via punt 2 in paragraaf Zoek in onderstaande tabel de forfaitaire waarden op voor het thermisch en elektrisch omzettingsgetal, die horen bij het elektrische vermogen en bouwjaar. 6b Rendement volgens een genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode Indien er geen kwaliteitsverklaring van de WKK aanwezig is óf deze kwaliteitsverklaring is niet overeenkomstig het vastgestelde bouwjaar, type WKK, type brandstof, het elektrisch vermogen en het voor de situatie geldende aanvoertemperatuurniveau voor ruimteverwarming is, dan wordt het rendement op basis van een genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode verlangd. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

36 Hoe te bepalen? Het rendement volgens de beproevingsnorm moet onderbouwd zijn met een aantal bewijsdocumenten, zoals meetrapportages met transparante en onder geaccepteerde testcondities (temperatuurniveaus, tappatronen, e.d.) uitgevoerde metingen. 6c Rendement volgens kwaliteitsverklaring Indien de kwaliteitsverklaring overeenkomstig het vastgestelde bouwjaar, type WKK, type brandstof, het elektrisch vermogen en het voor de situatie geldende aanvoertemperatuurniveau voor ruimteverwarming is, dan mag deze worden gebruikt. Hoe te bepalen? Neem de waarde voor het rendement van de WKK over uit de kwaliteitsverklaring. Deze waarde staat meestal bovenaan in het document aangegeven Opwekrendement warmtekrachtinstallatie met derving De wijze voor het controleren van het opwekrendement voor een WKK met derving is voor een groot gedeelte gelijk aan dat voor een WKK zonder derving (zie ). Wat hier echter anders werkt is dat het elektrisch opwekvermogen (Pe) niet bepaald hoeft te worden. Het thermische omzettingsgetal kan in deze situatie niet forfaitair bepaald worden, maar moet via een kwaliteitsverklaring, een genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode bepaald worden. Het getal voor jaargemiddelde derving van het elektrische omzettingsgetal kan forfaitair bepaald worden, maar dit kan ook door het gebruik van dynamische gegevens over meerdere jaren. 1. Opname type WKK met derving Er zijn verschillende typen WKK-installaties met derving: STEG-installaties (stoom en gasturbine) AVI (afvalverbrandingsinstallaties met stoomturbine), waarbij stoom wordt afgetapt ten behoeve van warmtelevering WKK op biomassa (biogas uit vergisting/hout voor verbranding) met stoomturbine, waarbij stoom wordt afgetapt ten behoeve van warmtelevering. Hoe te bepalen? Hiervoor worden uit de bedrijfsadministratie van de energieproducent of -exploitant de inkoopfacturen van de hoeveelheid ingekochte energie (gesommeerd over het jaar). 2. Bepaal type brandstof Er zijn verschillende soorten brandstoffen voor WKK-installaties: Fossiele brandstof (aardgas, aardolie, steenkool, bruinkool) Huishoudelijk afval of RDF (in geval van afvalverbrandingsinstallatie, AVI) Biomassa (GFT of hout) Hoe te bepalen? Hiervoor kunnen uit de bedrijfsadministratie van de energieproducent of -exploitant de inkoopfacturen voor de gebruikte brandstoffen worden gebruikt (gesommeerd over het jaar). Het type brandstof kan ook bepaald worden door de bestekken, PvE en vergunningsaanvragen erop na te slaan. 3a. Opname van het thermisch omzettingsgetal uit een genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode Indien er geen kwaliteitsverklaring van de WKK aanwezig is óf deze kwaliteitsverklaring is niet overeenkomstig het vastgestelde bouwjaar, type WKK, type brandstof, het elektrisch vermogen en het voor de situatie geldende aanvoertemperatuurniveau is, dan wordt het rendement op basis van een genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode verlangd. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

37 Hoe te bepalen? Het rendement volgens de genormeerde methode of algemeen geaccepteerde beproevingsmethode moet onderbouwd zijn met een aantal bewijsdocumenten, zoals meetrapportages met transparante en onder geaccepteerde testcondities (temperatuurniveaus, tappatronen, e.d.) uitgevoerde metingen. 3b. Opname van het thermisch omzettingsgetal uit kwaliteitsverklaring Indien de kwaliteitsverklaring overeenkomstig het vastgestelde bouwjaar, type WKK en type brandstof, het elektrisch vermogen en het voor de situatie geldende aanvoertemperatuurniveau voor ruimteverwarming is, dan moet deze worden gebruikt. Hoe te bepalen? Neem de waarde voor het rendement van het thermisch omzettingsgetal van de WKK over uit de kwaliteitsverklaring. Deze waarde staat meestal bovenaan in het document aangegeven. 4a. Opname van de derving elektrisch omzettingsgetal en thermisch omzettingsgetal mbv praktijkgegevens Hoe te bepalen? Voor bestaande installaties en warmtenetten die minimaal 3 jaar in bedrijf zijn geweest, mogen de rekenwaarden voor het thermisch omzettingsgetal en de jaargemiddelde derving van elektriciteit worden bepaald op basis van praktijkgegevens over die 3 jaar, conform hoofdstuk 7 van NEN-EN en/of gesloten contracten met betrekking tot warmtelevering. Voor NEN-EN wordt verwezen naar paragraaf Opwekrendement Geothermie Indien er in het net sprake is van warmtelevering door geothermie dienen de volgende aspecten te worden opgenomen: 1. Geen opname indien in de verklaring is uitgegaan van de forfaitaire waarde voor het thermisch opwekkingsrendement van 20 uit de NVN of 2. Indien de door Geothermie geleverde energie aan het net en de hiervoor gebruikte elektrische hulpenergie bekend is. Geldt bijvoorbeeld in indien de geothermie geen eigendom is van de eigenaar van het net. of 3. De aanwezige componenten bij geothermie waarmee de geleverde Energie conform NVN 7125 bepaald is. Ad 2. Geleverde Energie door Geothermie. Hiervoor worden uit de bedrijfsadministratie van de energieproducent of -exploitant de bewijsstukken (bijv. inkoopfacturen) van de hoeveelheid door Geothermie geleverde warmte en de hoeveel hiervoor gebruikte hulpenergie gebruikt (gesommeerd over het jaar). Ad 3. Geleverde Energie conform NVN 7125 Wanneer een geothermiebron wordt ingezet, bepaal dan eerst de diepte van deze bron en de temperatuur van het water dat uit deze bron wordt opgepompt. Vervolgens wordt bepaald of deze bron minimaal 3 jaar in gebruik is en of er sprake is van energieproductie. Zo ja, en bij voldoende grote diepte van de bron kan het thermisch rendement bepaald worden via NEN-EN Voor bestaande geothermische bronnen mogen de rekenwaarden voor het thermisch opwekkingsrendement worden bepaald op basis van praktijkgegevens over een periode van minimaal drie jaar. Voor het bepalen van het (thermische) opwekkingsrendement (COP) van een geothermische bron dient in combinatie met de benodigde elektrische pompenergie voor het oppompen de forfaitaire waarde van 20 toegepast te worden (= kwth uit bron/kwe voor pompen). Wanneer een hoger rendement is opgenomen, moet dit worden onderbouwd met een kwaliteits- of een gelijkwaardigheidsverklaring. Hiervoor is het ouderdomscriterium van 3 jaar niet van belang. Voor NEN-EN wordt verwezen naar paragraaf EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

38 1. Stel jaar van ingebruikname installatie vast Bouwjaar installatie. Hoe te bepalen? De leeftijd is te achterhalen door de datum van inbedrijfstelling te achterhalen. Met name de inbedrijfstellingsdocumenten kunnen hier uitsluitsel over geven (garantiemetingen, testrapporten, opleverrapporten, etc.). 2. Bepaal thermisch rendement met NEN-EN Hoe te bepalen? Indien de installatie ouder dan drie jaar is mag het elektrisch rendement worden bepaald aan de hand van hoofdstuk 7 uit NEN-EN Voor bestaande geothermische bronnen mogen de rekenwaarden voor het thermisch opwekkingsrendement worden bepaald op basis van praktijkgegevens over een periode van minimaal drie jaar. Voor NEN-EN wordt verwezen naar paragraaf Gebruik forfaitaire waarde voor het (thermisch) opwekrendement van de bron Hoe te bepalen? Voor het bepalen van het (thermische) opwekkingsrendement (COP) van een geothermische bron dient -in combinatie met de benodigde elektrische pompenergie voor het oppompen- de forfaitaire waarde van 20 toegepast te worden (= kwth uit bron/kwe voor pompen). Wanneer een hoger rendement wordt geclaimd, moet dit worden onderbouwd met een kwaliteits- of een gelijkwaardigheidsverklaring. Hiervoor is het ouderdomscriterium van 3 jaar niet van belang. Aandachtspunt: energiefractie geothermische bron en herberekening Voor een geothermiebron is het van belang dat de aanvoertemperatuur minimaal gelijk is aan de ontwerptemperatuur van het distributienet. In het geval dit niet zo is, dient er extra bijstook te worden gerealiseerd. Dit betekent dat de energiefractie van deze preferente, geothermische bron wijzigt en opnieuw berekend dient te worden volgens onderstaand schema en werkwijze. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

39 1. Stel aanvoertemperatuur geothermie vast Aanvoertemperatuur geothermie in vergelijking met warmtenet Hoe te bepalen? De aanvoertemperatuur geothermie kan bepaald worden door de bestekken, PvE en vergunningsaanvragen erop na te slaan. Deze moet hier vervolgens vergeleken worden met de ingaande ontwerptemperatuur van het warmtenet (primair net of secundair net indien er geen onderstations zijn). 2. Geen herberekening van energiefractie nodig Aanvoertemperatuur geothermie in vergelijking met warmtenet voldoende hoog Hoe te bepalen? Indien de aanvoertemperatuur minimaal gelijk is aan de ontwerptemperatuur van het distributienet is geen herberekening nodig van de energiefractie. De ontwerptemperatuur van het distributienet kan worden bepaald door de bestekken, PvE en vergunningsaanvragen erop na te slaan. De energiefractie is in dit geval Wel herberekening van energiefractie nodig Aanvoertemperatuur geothermie in vergelijking met warmtenet te laag Hoe te bepalen? Indien de aanvoertemperatuur lager is dan de ontwerptemperatuur van het distributienet is herberekening nodig van de energiefractie. De ontwerptemperatuur van het distributienet kan worden bepaald door de bestekken, PvE en vergunningsaanvragen erop na te slaan. Voor de bepaling van de energiefractie van geothermie is nog geen methode beschikbaar. Deze dient herberekend te worden op basis van een gelijkwaardigheidsverklaring. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

40 6 Warm Tapwaternet 6.1 Opname distributieverlies Indien het warm tapwater net afwijkt van het warmtenet voor ruimteverwarming dan dient het distributieverlies van het warm tapwaternet analoog aan het distributieverlies voor het warmtenet te worden opgenomen zie paragraaf Opwekkers voor warmtapwater Bij de opwekking van warm tapwater worden ook de eventuele verliezen van voorraadvaten, warmtewisselaars en verbindend leidingwerk betrokken. Stel vast wat de systeemconfiguratie is. Hierbij zijn drie mogelijkheden: A. Indirect verwarmde warmwatervoorraadvaten B. Warmtewisselaars, zonder voorraadvaten C. Direct verwarmde warmwatervoorraadvaten voor de bepaling van systeem C moet gebruik gemaakt worden van de methode die in hoofdstuk 19 van de NEN 7120 is gegeven. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

41 Hoe te bepalen? De systemen A en B onderscheiden zich van systeem C door de aanwezigheid van een warmtewisselaar met de verwarmingsinstallatie. De aanwezigheid van een warmtewisselaar voor warm tapwater kan bepaald worden uit een principeschema van de installatie; dit is bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of de warmteleverancier. Bij een locatiebezoek moet de aanwezigheid van een warmtewisselaar voor warmtapwater ter plekke visueel geconstateerd worden. Indien wel een warmtewisselaar voor tapwater aanwezig is, dan is er sprake van indirecte tapwaterverwarming; ga verder bij 2. Indien geen warmtewisselaar voor tapwater aanwezig is, dan is er sprake van direct verwarmde voorraadvaten (systeem C); Systeem C valt buiten het EMG opnameprotocol. 1. Het essentiële onderscheid tussen systeem A en B betreft de aanwezigheid van voorraadvaten. Hoe te bepalen? De aanwezigheid van een of meer voorraadvaten voor warm tapwater kan bepaald worden uit een principeschema van de installatie; dit is bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of de warmteleverancier. Bij een locatiebezoek moet de aanwezigheid van een of meer voorraadvaten voor warm tapwater ter plekke visueel geconstateerd worden. 1. Indien een of meer voorraadvaten voor warm tapwater aanwezig zijn, dan is er sprake van systeem A; ga verder bij Indien er geen voorraadvaten voor tapwater aanwezig zijn, dan is er sprake van systeem B, ga verder bij Systeem A kan uit de volgende onderdelen zijn opgebouwd: EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

42 a. een of meer (in serie opgestelde) warmwatervoorraadvat(en). Hierbij treden permanente verliezen op; de volgende parameters zijn daarbij bepalend: De temperatuur van de tapwatervoorraad, de omgevingstemperatuur, het buitenoppervlak van het/de voorraadvat(en) en de verliesfactor van het warmwatervoorraadvat (afhankelijk van de isolatie van het vat). Hoe te bepalen? De warmwatertemperatuur in, de inhoud (in liters) en isolatiedikte (in cm) van de voorraadvaten moet bepaald worden uit het bestek en/of een principeschema van de installatie; deze zijn bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of de warmteleverancier. Bij een locatiebezoek moet de warmwatertemperatuur in voorraadvaten ter plekke afgelezen cq gemeten worden op de aanvoer van de circulatieleiding of uit een eventueel aanwezig GBS. De inhoud en isolatiedikte van de voorraadvaten kunnen eventueel ook uit de leveranciersspecificaties worden gehaald. b. een extern oplaadcircuit met pomp (een variant met een interne warmtewisselaar per vat is ook mogelijk);hierbij treden verliezen op tijdens het opladen. Deze verliezen worden in de NVN7125 verwaarloosd. Ga verder bij Systemen A en B kunnen uit de volgende onderdelen zijn opgebouwd: c. leidingwerk van de verwarmingsinstallatie en pomp tussen de warmtewisselaar en de warmteopwekker(s); de verliezen van leidingdelen die ook voor ruimteverwarming worden gebruikt, worden alleen buiten het verwarmingsseizoen toegerekend aan de warmtapwaterbereiding; de verliezen van leidingdelen die uitsluitend voor de warmtapwaterbereiding worden gebruikt, worden over het gehele jaar aan de warmtapwaterbereiding toegerekend. De volgende parameters zijn daarbij bepalend: De lengte en diameter van de leidingen, het specifieke warmteverlies, de temperatuur van het cv-water waarmee de warmte aan het tapwater wordt overgedragen, de omgevingstemperatuur en een correctiefactor voor beugeling van de leidingen en afwerking van de isolatie. Hoe te bepalen? i. Leidinglengtes: De leidinglengtes kunnen bepaald worden uit een GIS-rapportage, uit bestektekening van de installatie; deze is bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of de warmteleverancier. ii. Het specifieke warmteverlies: dit dient bepaald te worden volgens tabel 8.2. van NVN 7125 op basis van leidingdiameters en isolatiedikte; deze tabel is ook van toepassing voor kunststofleidingen iii. Cv-water temperatuur (gemiddelde van aanvoer en retour): De temperatuur van het cv-water voor tapwaterbereiding kan bepaald worden uit een principeschema of bestek van de installatie; dit is bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of de warmteleverancier. Bij een locatiebezoek moet de deze temperatuur ter plekke afgelezen/gemeten worden op de aanvoer en retour van de cvleiding of uit een eventueel aanwezig GBS. Eventueel kan de forfaitaire waarde worden toegepast. iv. Omgevingstemperatuur: Dit is de temperatuur van de ruimte waarin het systeem staat opgesteld; lees deze af op de meegenomen, geijkte thermometer. Eventueel kan de forfaitaire waarde worden toegepast. v. Correctiefactor voor beugeling en isolatieafwerking: Ga na op basis van de GIS-rapportage of tekeningen of er ongeïsoleerde uitsteeksels EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

43 (beugels tussen leidingen en/of muurbevestigingen) aan de leidingen aanwezig zijn, of ongeïsoleerde leidingdelen/appendages, pompen, kleppen. Zo ja, dan dient voor deze correctiefactor de waarde 1,2 te zijn aangehouden. Zo niet, dan is de factor 1,0. d. de warmtewisselaar(s) het verlies van de warmtewisselaar wordt bepaald door het vermogen en het specifieke verlies van de warmtewisselaar. Hoe te bepalen? i. Bepaal het vermogen van de warmtewisselaar uit het principeschema en/of de ontwerptekening van de installatie; deze zijn bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of de warmteleverancier. Bij een locatiebezoek dient het vermogen ter plekke afgelezen worden van het typeplaatje op de warmtewisselaar. ii. Het specifieke verlies is vastgelegd in forfaitaire waarden waarbij het al dan niet aanwezig zijn van isolatie van de warmtewisselaar bepalend is. Bepaal de isolatie van de warmtewisselaar uit de bestekomschrijving en/of de ontwerptekening van de installatie; deze zijn bekend bij de installateur van de projectontwikkelaar en/of de warmteleverancier. Bij een locatiebezoek dient de aanwezigheid van isolatie van de warmtewisselaar ter plekke visueel worden vastgesteld. Let op: ongeïsoleerde warmtewisselaars kunnen heet zijn! e. warmteopwekker(s), zoals cv-ketels, warmtekracht, collectieve zonnecollectoren, geothermie of warmtelevering op afstand; voor de bepaling van de warmteopbrengst of het opwekkingsrendement van deze warmte-opwekkers moet worden uitgegaan van bedrijf op hoge temperatuur (90/70 C of 80/60 C). 7 Collectieve zonnecollectoren Indien er in het net sprake is van warmte opgewekt door collectieve zonnecollectoren dienen de volgende aspecten te worden opgenomen: 1. De door de collectieve zonnecollectoren geleverde energie aan het net. Geldt bij de grotere systemen met collectieve zonnecollectoren. 2. De aanwezige componenten bij het collectieve zonnecollectorsysteem. Geldt bij kleinere systemen of bij de grotere systemen indien niet bekend is wat de door de zonnecollectoren geleverde energie is. 7.1 Geleverde Energie door collectieve zonnecollectoren. Hiervoor worden uit de bedrijfsadministratie van de energieproducent of -exploitant de bewijsstukken (bijv. inkoopfacturen) van de hoeveelheid ingekochte energie gebruikt (gesommeerd over het jaar). 7.2 Aanwezige componenten bij collectieve zonnecollectorsystemen. Indien er een zonneboiler aanwezig is moeten volgende aspecten worden opgenomen: Type zonneboiler Vlakke plaat; Vacuümbuis Type afdekking Geen Kunststof Glas Spectraal selectieve laag (Ja of Nee) EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

44 Apertuuroppervlakte van alle collectoren Hellingshoek zonnecollectoren (0, 15, 30, 45, of 90 graden) ( 0 0 is horizontaal, 90 0 is verticaal. Oriëntatie zonnecollectoren Beschaduwing collectoren Volume opslagvat Bepaal het volume van de opslagvaten. Uitgaan van productinformatie. Isolatiedikte opslagvaten Isolatie Leidingen collectorcircuit (geïsoleerd/ niet geïsoleerd) Opstel plaats opslagvat Verwarmde ruimte Onverwarmde ruimte 8 Koudenet 8.1 Distributienet: bepaling distributieverlies Om de verliezen in het koude net te bepalen dienen een aantal aspecten op genomen te worden. De lengten, diameters en isolatie van leidingen kunnen worden achterhaald door gebruik te maken van databestanden of een uitdraai van een zogenaamde GIS. In het GIS zijn de netten getekend en geadministreerd. Een rapportage uit het GIS van het betreffende net kan gebruikt worden voor deze controle. In afwijking van de hierboven beschreven methode kan er ook gebruik worden gemaakt van tekeningen van het gerealiseerde net De gemiddelde watertemperatuur De gemiddelde watertemperatuur wordt alleen bepaald bij de inzet van koelmachines; bij vrije koeling zijn de distributieverliezen gelijk aan 0. Hoe te bepalen? Deze temperaturen zijn in het ontwerpstadium vastgesteld en worden benoemd in een specificatiedocument (zie paragraaf 2.3). Let daarbij op of er sprake is van een stooklijn voor de koudelevering of van een constante temperatuur Warmtegeleidingscoëfficiënt van het leidingdeel Gebruik hiervoor de NEN-EN-ISO-8497 en rond af in stappen van 0,005 (W/(m K) Buitenmiddellijn van de geïsoleerde leiding inclusief isolatie De buitenmiddellijn van het geïsoleerde leidingdeel j inclusief isolatie. Hoe te bepalen? Zie onderstaande figuur, het gaat hier om de buitenkant van de schil van de leiding inclusief isolatie. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

45 Wanneer deze buitenmiddellijn niet in de praktijk (ter plekke) te bepalen is, dient de energie-exploitant hiervan de waarden aan te reiken. Dit kan door een uitdraai van GIS of piping-tekeningen, stuklijsten en/of bestekken. Let er hier wel bij op dat het net kan bestaan uit verschillende diameters van leidingen Buitenmiddellijn van de koudeleiding, zonder isolatie De buitenmiddellijn van de koudeleiding zelf (zonder isolatie) van het leidingdeel j. Hoe te bepalen? Zie onderstaande figuur, het gaat hier om de buitenkant van de koudeleiding, zonder isolatie. Wanneer deze buitenmiddellijn niet in de praktijk (ter plekke) te bepalen is, dient de energie-exploitant hiervan de waarden aan te reiken. Dit kan door een uitdraai van GIS of piping-tekeningen, stuklijsten en/of bestekken. Let er hier wel bij op dat het net kan bestaan uit verschillende diameters van leidingen Correctiefactor extra verliezen (o.a. beugeling van twee leidingen, ouderdom) Opnemen van de correctiefactor voor extra verliezen ten gevolge van beugeling en/of onvolkomen afwerking (ouderdom) van de isolatie van leidingdelen. Hoe te bepalen? Bepaal welke situatie van toepassing op basis van de GIS-rapportage of tekeningen van het gerealiseerde net of bestekken en ga na op basis van de toepasselijke waarde uit de tabel 7.1 uit NVN7125 of de juiste correctiefactoren zijn toegepast. Indien de van toepassing zijnde situatie niet aangetoond kan worden, geldt de forfaitaire waarde van situatie C. EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

46 Voorbeeld situatie A Leidinglengte leidingdeel j De leidinglengte van het leidingdeel j. Dit is de som van de lengten van het beschouwde deel van leidingen waarover de hierboven genoemde parameters (diameters met / zonder isolatie, temperatuurregime, e.d.), gelijk zijn. Hoe te bepalen? Deze leidinglengten zijn af te leiden uit de GIS-rapportage of uit gebied- en bestektekeningen. 8.2 Opwekkers, energiefracties en opwekkingsrendementen EMG-opname protocol 2014 versie Maart 2014

ISSO-publicatie 75.4 Opnameprotocol Energiebesparende Maatregelen op Gebiedsniveau

ISSO-publicatie 75.4 Opnameprotocol Energiebesparende Maatregelen op Gebiedsniveau ISSO-publicatie 75.4 Opnameprotocol Energiebesparende Maatregelen op Gebiedsniveau Versie 1.5 November 2014 (gecontroleerde EMG- verklaring mogen vanaf 1 juli 2014 worden toegepast bij Energielabels voor

Nadere informatie

Externe warmtelevering, EMG, EPC en energielabel

Externe warmtelevering, EMG, EPC en energielabel 13 oktober 2010 - Warmtenetwerk Externe warmtelevering, EMG, EPC en Hans van Wolferen Externe warmtelevering, EPC en Achtergrond, doelstelling Getrapte eis Invoering EMG ontwikkeling en inhoud 2 Huidige

Nadere informatie

Externe warmtelevering, EMG, EPC en energielabel. BIC, 02-12-2011 Hans van Wolferen

Externe warmtelevering, EMG, EPC en energielabel. BIC, 02-12-2011 Hans van Wolferen Externe warmtelevering, EMG, EPC en energielabel BIC, 02-12-2011 Hans van Wolferen Externe warmtelevering, EPC en energielabel! Achtergrond, doelstelling! Getrapte eis! Invoering! EMG ontwikkeling! EMG

Nadere informatie

Gebiedsmaatregelen voor het eerst gewaardeerd in de EPC-bepaling

Gebiedsmaatregelen voor het eerst gewaardeerd in de EPC-bepaling Gebiedsmaatregelen voor het eerst gewaardeerd in de EPC-bepaling Vanaf 1 juli wordt de EPC voor woningen en utiliteit bepaald volgens de nieuwe norm NEN 7120. Hierbij kunnen nu voor het eerst gebiedsmaatregelen,

Nadere informatie

NVN 7125 Berekenen energiebesparende gebiedsmaatregelen als onderdeel van de EPC-eis

NVN 7125 Berekenen energiebesparende gebiedsmaatregelen als onderdeel van de EPC-eis NVN 7125 Berekenen energiebesparende gebiedsmaatregelen als onderdeel van de EPC-eis 11 oktober 2011 Bert Elkhuizen Cofely Energy Solutions Definities NEN 7120: nieuwe norm voor het bepalen van de energieprestatie

Nadere informatie

Warmtapwater in de herziene EPCbepaling: er veranderen?

Warmtapwater in de herziene EPCbepaling: er veranderen? Warmtapwater in de herziene EPCbepaling: wat gaat er veranderen? Vanaf 1 juli wordt de EPC voor woningen en utiliteit bepaald volgens de nieuwe norm NEN 7120. Hieronder wordt de bepalingsmethode voor het

Nadere informatie

Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft

Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft NOTITIE PROJECT ONDERWERP Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft Bepalingsmethode DATUM 20 april 2006 STATUS Definitief 1 Inleiding...2 2 Uitgangspunten...2 3 Bepalingsmethode...2 3.1 Principe...2

Nadere informatie

Energieprestatie. Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector. Kees Arkesteijn (ISSO)

Energieprestatie. Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector. Kees Arkesteijn (ISSO) Energieprestatie Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector Kees Arkesteijn (ISSO) Programma 1. Inleiding Energieprestatie gebouwen 2. Methoden bepaling Energieprestatie 3. Wet en

Nadere informatie

Eindtermen en toetsmatrijs: toets energielabel nieuwbouw Utiliteit Vastgesteld door de EPA-examencommissie

Eindtermen en toetsmatrijs: toets energielabel nieuwbouw Utiliteit Vastgesteld door de EPA-examencommissie Eindtermen en toetsmatrijs: toets energielabel nieuwbouw Utiliteit Vastgesteld door de EPA-examencommissie Examen Energielabel nieuwbouw bestaat uit twee delen: 40 MC tijdsduur 0 minuten Softwaretoets

Nadere informatie

Energielabel Utiliteitsgebouwen per 1-07-2014

Energielabel Utiliteitsgebouwen per 1-07-2014 Energieprestatie Energielabel Utiliteitsgebouwen per 1-07-2014 Kees Arkesteijn ISSO Programma Energielabel U-bouw Basismethode Detailmethode Proces ontwikkeling opnameprotocol Examen Energielabel U-bouw

Nadere informatie

Wijzigingsblad d.d. 2012-09-27 bij BRL 9501

Wijzigingsblad d.d. 2012-09-27 bij BRL 9501 KBI Wijzigingsblad d.d. 2012-09-27 bij BRL 9501 Vastgesteld door het CCvD van de Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector op 27 september 2012 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw van de Stichting

Nadere informatie

Verwarming in de herziene EPC-bepaling: wat gaat er veranderen?

Verwarming in de herziene EPC-bepaling: wat gaat er veranderen? Verwarming in de herziene EPC-bepaling: wat gaat er veranderen? >> Als het gaat om energie en klimaat Vanaf 1 juli wordt de EPC voor woningen en utiliteit bepaald volgens de nieuwe norm NEN 7120. Hieronder

Nadere informatie

verwijzingen zijn afgestemd op ISSO 82.1 versie oktober 2009

verwijzingen zijn afgestemd op ISSO 82.1 versie oktober 2009 Eindtermen en toetsmatrijs: toets energieprestatiecertificaat bestaande woningen Vastgesteld door de EPA-examencommissie en goedgekeurd door het CCvD van de Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector

Nadere informatie

WB 9501 Wijzigingsblad d.d. 4 december 2014 bij BRL 9501

WB 9501 Wijzigingsblad d.d. 4 december 2014 bij BRL 9501 WB 9501 Wijzigingsblad d.d. 4 december 2014 bij BRL 9501 Vastgesteld door het CCvD van de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland op 4 december 2014 Aanvaard door de Harmonisatie Commissie Bouw

Nadere informatie

Beoordeling project Weideveld

Beoordeling project Weideveld oktober 2007 Beoordeling project Weideveld Hans van Wolferen TNO - Apeldoorn Beoordelingsaspecten Energieprestatie verwarming warmtapwater koeling Volksgezondheid (hier niet uitgewerkt) Legionella verbrandingsrisico

Nadere informatie

Algemene gegevens. Indeling gebouw. Infiltratie. Bouwkundige transmissiegegevens. Open verbrandingstoestellen

Algemene gegevens. Indeling gebouw. Infiltratie. Bouwkundige transmissiegegevens. Open verbrandingstoestellen 12-07-331 appartementen Voorthuizen - appartementen basis 0,60 Algemene gegevens projectomschrijving appartementen variant basis adres postcode / plaats bouwar categorie woningbouw aantal woningbouw-eenheden

Nadere informatie

Handleiding EMG rekentool Rekentool voor NVN 7125 Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau

Handleiding EMG rekentool Rekentool voor NVN 7125 Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau Handleiding EMG rekentool Rekentool voor NVN 7125 Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 EMG rekentool... 3 EPG en EMG... 3 EMG rekentool... 3 Gebruik van

Nadere informatie

Nederlandse voornorm. NVN 7125 (nl) Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau (EMG) - Bepalingsmethode Preview

Nederlandse voornorm. NVN 7125 (nl) Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau (EMG) - Bepalingsmethode Preview Dit document mag slechts op een stand-alone PC worden geinstalleerd. Gebruik op een netwerk is alleen. toestaan als een aanvullende licentieovereenkomst voor netwerkgebruik met NEN is afgesloten. This

Nadere informatie

Kwaliteitsverklaringen combiketel, warmtepomp en warmterugwinning

Kwaliteitsverklaringen combiketel, warmtepomp en warmterugwinning EPN en Nieuwbouw Kwaliteitsverklaringen combiketel, warmtepomp en warmterugwinning Combiketel: warm tapwater In een EPC-berekening kan het opwekkingsrendement van warm tapwater op basis van een kwaliteitsverklaring

Nadere informatie

2.1 Resumé Ref UN01 (Referentiegebouw)... 3 Gebouwoverzicht... 3.1 Gebouwgegevens Ref UN01 (Referentiegebouw)... 5

2.1 Resumé Ref UN01 (Referentiegebouw)... 3 Gebouwoverzicht... 3.1 Gebouwgegevens Ref UN01 (Referentiegebouw)... 5 Inhoudsopgave 1 Projectgegevens... 2 2 Resultaten... 3 2.1 Resumé Ref UN01 (Referentiegebouw)... 3 3 Gebouwoverzicht... 5 3.1 Gebouwgegevens Ref UN01 (Referentiegebouw)... 5 3.2 Ruimten bouwlaag 1... 5

Nadere informatie

Nieuwbouw 26 appartementen te Halfweg - App 26 toren. Eigenschappen rekenzones type rekenzone omschrijving interne warmtecapaciteit Ag [m²]

Nieuwbouw 26 appartementen te Halfweg - App 26 toren. Eigenschappen rekenzones type rekenzone omschrijving interne warmtecapaciteit Ag [m²] 736 woongeb. 26 app Halfweg - Nieuwbouw 26 appartementen te Halfweg - App 26 toren F2 0,79 Algemene gegevens projectomschrijving Nieuwbouw 26 appartementen te Halfweg - App 26 toren variant F2 straat /

Nadere informatie

Vergelijking tussen twee warmteopties voor het Nautilus-complex op het Zeeburgereiland

Vergelijking tussen twee warmteopties voor het Nautilus-complex op het Zeeburgereiland GJ vs GJ Vergelijking tussen twee warmteopties voor het Nautilus-complex op het Zeeburgereiland Rapport Delft, december 2013 Opgesteld door: B.L. (Benno) Schepers Colofon Bibliotheekgegevens rapport: B.L.

Nadere informatie

Opnameformulier woningen voor EP-certificaat

Opnameformulier woningen voor EP-certificaat Opnameformulier woningen voor EP-certificaat Hieronder worden de opnameformulieren gegeven die een EPA-adviseur nodig heeft om een opname van de woning op papier te kunnen verrichten. Om het opnameformulier

Nadere informatie

Workshop D2: Bestaande bouw Energielabel conform NEN 7120. Spreker: Kees Arkesteijn, ISSO. Programma

Workshop D2: Bestaande bouw Energielabel conform NEN 7120. Spreker: Kees Arkesteijn, ISSO. Programma Praktijkseminar implementatie nieuwe wetgeving Workshop D2: Bestaande bouw Energielabel conform NEN 7120 Spreker: Kees Arkesteijn, ISSO Programma Huidige situatie Onderhoudsversie Situatie per 2012 Nader

Nadere informatie

Opnameformulier Energielabel woningen 1. Algemene projectgegevens

Opnameformulier Energielabel woningen 1. Algemene projectgegevens Opnameformulier Energielabel woningen 1. Algemene projectgegevens Projectnaam: Kenmerk: Adres: Postcode: Klantnaam: Contactpersoon: Datum woning bezoek: 3817PR-45 Hobbemastraat 3817 PR Plaats: Amersfoort

Nadere informatie

Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen ten behoeve van Nieuwbouw/Bestaande bouw. Kees Arkesteijn, ISSO

Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen ten behoeve van Nieuwbouw/Bestaande bouw. Kees Arkesteijn, ISSO Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen ten behoeve van Nieuwbouw/Bestaande bouw Kees Arkesteijn, ISSO Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen Programma Kennismaken

Nadere informatie

Voorbeeld. Energieprestatie. Preview. Bouwbesluit. André Kruithof Theo Haytink

Voorbeeld. Energieprestatie. Preview. Bouwbesluit. André Kruithof Theo Haytink PRAKTIJKGIDS Dit document mag slechts op een stand-alone PC worden geinstalleerd. Gebruik op een netwerk is alleen. toestaan als een aanvullende licentieovereenkomst voor netwerkgebruik met NEN is afgesloten.

Nadere informatie

Vabi Elements EPG. Air Products

Vabi Elements EPG. Air Products Vabi Elements EPG Projectnummer: ASD1426 Omschrijving: Ontwerp voor de realisatie van een nieuwe distributielocatie met kantoor op het bedrijventerrein PolanenPark te Haarlemmerliede. Berekend op: 28-2-213

Nadere informatie

appartementwoningen E/E = 0.887

appartementwoningen E/E = 0.887 Algemene gegevens Bestandsnaam : P:\BA8963\WORKSD~1\REFERE~1\OPGELE~1\AFROND~1\RESULT~1\EMG&BE~1\EMG\APPA... Projectomschrijving : appartementwoningen Omschrijving bouwwerk : AgentschapNL referentiewoningen

Nadere informatie

Eindtermen en toetsmatrijs: examen energieprestatiecertificaat bestaande utiliteitsbouw

Eindtermen en toetsmatrijs: examen energieprestatiecertificaat bestaande utiliteitsbouw Eindtermen en toetsmatrijs: examen energieprestatiecertificaat bestaande utiliteitsbouw Vastgesteld door de EPA-examencommissie en goedgekeurd door het CCvD van de Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector

Nadere informatie

Beoordelingssystematiek Gecontroleerde kwaliteitsverklaringen en gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaringen

Beoordelingssystematiek Gecontroleerde kwaliteitsverklaringen en gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaringen Beoordelingssystematiek gelijkwaardigheid- en kwaliteitsverklaringen 01-07-2010 Beoordelingssystematiek Gecontroleerde kwaliteitsverklaringen en gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaringen Inleiding

Nadere informatie

Aanvulling ISSO 39: definitie en monitoring van de SPF van bodemenergiesystemen

Aanvulling ISSO 39: definitie en monitoring van de SPF van bodemenergiesystemen Aanvulling ISSO 39: definitie en monitoring van de SPF van bodemenergiesystemen Normatieve teksten ISSO-kontaktgroep De heer ir. H.J. Broekhuizen De heer ing. A.W.F. Vlooswijk De heer ing. H.C. Roel (voorzitter)

Nadere informatie

2.1 Resumé Ref WN81 (Referentiewoning)... 3. 3 Gebouwoverzicht... 3.1 Gebouwgegevens Ref WN81 (Referentiewoning)...

2.1 Resumé Ref WN81 (Referentiewoning)... 3. 3 Gebouwoverzicht... 3.1 Gebouwgegevens Ref WN81 (Referentiewoning)... Inhoudsopgave 1 Projectgegevens... 2 2 Resultaten... 3 2.1 Resumé Ref WN81 (Referentiewoning)... 3 3 Gebouwoverzicht... 5 3.1 Gebouwgegevens Ref WN81 (Referentiewoning)... 5 3.2 Ruimten bouwlaag 1... 5

Nadere informatie

0,60. Algemene gegevens. Indeling gebouw. Infiltratie. Bouwkundige transmissiegegevens. Open verbrandingstoestellen

0,60. Algemene gegevens. Indeling gebouw. Infiltratie. Bouwkundige transmissiegegevens. Open verbrandingstoestellen (Rooding) - Algemene gegevens projectomschrijving variant adres Molweg 28 postcode / plaats 3784 VC Terschuur bouwar 2014 categorie woningbouw aantal woningbouw-eenheden in berekening 1 gebruiksfunctie

Nadere informatie

metselwerk W 13.40 5.00 90 minimaal ramen W 3.00 1.00 90 0.60 handmatig minimaal

metselwerk W 13.40 5.00 90 minimaal ramen W 3.00 1.00 90 0.60 handmatig minimaal Algemene gegevens Bestandsnaam : P:\BA8963\Worksdocs offerte 5 EPC aanscherpingsmethodiek\referentiewoningen\opgeleverde stukken\afronding juli 2013\resultaten EMG BENG\EMG & BENG resultaten\beng\vrijstaande

Nadere informatie

Titel van de presentatie 25-5-2012 9:41

Titel van de presentatie 25-5-2012 9:41 Energieprestatie van woningen De gebouwde omgeving Ernst-Jan Bakker 1/3 van totale energiegebruik 40% materiaalgebruik 70-80% van onze tijd in gebouwen 543 PJ p 488 PJ p Primaire energie [MJ]: 1 m 3 gas

Nadere informatie

Agentschap NL Theo Haytink, Cursuslicentie Uniec 2.0. datum 20-10-2011 opmerkingen Dit is een voorbeeldwoning om te demonstreren hoe Uniec 2.0 werkt.

Agentschap NL Theo Haytink, Cursuslicentie Uniec 2.0. datum 20-10-2011 opmerkingen Dit is een voorbeeldwoning om te demonstreren hoe Uniec 2.0 werkt. Cursus geregeld - Agentschap NL Tussenwoning met fouten 0,57 Algemene gegevens projectomschrijving variant adres postcode / plaats bouwar categorie aantal woonfuncties in berekening 1 gebruiksfunctie Agentschap

Nadere informatie

metselwerk N 10,70 3,50 90 minimaal ramen N 5,20 1,65 90 0,60 geen minimaal

metselwerk N 10,70 3,50 90 minimaal ramen N 5,20 1,65 90 0,60 geen minimaal Algemene gegevens Bestandsnaam : P:\BA8963\Worksdocs offerte 5 EPC aanscherpingsmethodiek\referentiewoningen\opgeleverde stukken\afronding juli 2013\def EPG berekeningen\twee-onder-een kap\twee onder een

Nadere informatie

metselwerk N 23.80 5.00 90 minimaal ramen N 9.20 1.00 90 0.60 geen minimaal

metselwerk N 23.80 5.00 90 minimaal ramen N 9.20 1.00 90 0.60 geen minimaal Algemene gegevens Bestandsnaam : P:\BA8963\Worksdocs offerte 5 EPC aanscherpingsmethodiek\referentiewoningen\opgeleverde stukken\afronding juli 2013\resultaten EMG BENG\EMG & BENG resultaten\beng\appartementen\appartement

Nadere informatie

Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen ten behoeve van Nieuwbouw/Bestaande bouw. Kees Arkesteijn, ISSO

Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen ten behoeve van Nieuwbouw/Bestaande bouw. Kees Arkesteijn, ISSO Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen ten behoeve van Nieuwbouw/Bestaande bouw Kees Arkesteijn, ISSO Gecontroleerde kwaliteits-/ gelijkwaardigheidsverklaringen Programma Kennismaken

Nadere informatie

EPN-berekening. Ventilatieberekening

EPN-berekening. Ventilatieberekening EPN-berekening Ventilatieberekening Inzake het plaatsen van een Recreatieverblijf op een terrein gelegen aan de Noordendolfer 2b-17 te Zoutelande i.o.v. Top Totaal (comm. Koppejan) (rapport 13-13-bf) Werknummer

Nadere informatie

metselwerk W 13.40 3.50 90 minimaal ramen W 3.00 1.65 90 0.60 handmatig minimaal

metselwerk W 13.40 3.50 90 minimaal ramen W 3.00 1.65 90 0.60 handmatig minimaal Algemene gegevens Bestandsnaam : P:\BA8963\Worksdocs offerte 5 EPC aanscherpingsmethodiek\referentiewoningen\opgeleverde stukken\afronding juli 2013\def EPG berekeningen\vrijstaande woning\vrijstaande-woning

Nadere informatie

invoer NPR 5129 V2.1 bij toepassing van Uniec.eu

invoer NPR 5129 V2.1 bij toepassing van Uniec.eu Algemeen Met Uniec.eu kunnen alle installaties die zijn voorzien van gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen opnieuw berekend worden. In de praktijk zijn dit altijd individuele installaties. Uniec.eu

Nadere informatie

ELKE VORM VAN FRAUDE ZAL ONMIDDELLIJKE UITSLUITING VAN HET EXAMEN TOT GEVOLG HEBBEN. Dit boekje pas openen als daarvoor toestemming wordt gegeven.

ELKE VORM VAN FRAUDE ZAL ONMIDDELLIJKE UITSLUITING VAN HET EXAMEN TOT GEVOLG HEBBEN. Dit boekje pas openen als daarvoor toestemming wordt gegeven. Voorbeeldexamen Energieprestatiecertificaat Examendatum: Naam kandidaat: Soort en nummer legitimatiebewijs: Gebruikte software: Onderdeel 2 Lees zorgvuldig onderstaande informatie Dit examen bestaat uit

Nadere informatie

Definitief opnameformulier behorend bij het opnameprotocol NV

Definitief opnameformulier behorend bij het opnameprotocol NV Definitief opnameformulier behorend bij het opnameprotocol NV 1. Algemene projectgegevens Projectnaam: Kenmerk: Adres: Huis: Postcode: Plaats: Klantnaam: Contactpersoon: Datum woning bezoek Opnamedatum

Nadere informatie

Beknopte beschrijving wijzigingen label methodiek woningen

Beknopte beschrijving wijzigingen label methodiek woningen Beknopte beschrijving wijzigingen label methodiek woningen Datum: juli 2009 Conceptversie Hoofdstuk 6 ISSO 82.1 In de onderstaande notitie zijn de wijzigingen en uitbreidingen beschreven die per 1 oktober

Nadere informatie

3-6-2013. Doorontwikkeling Bouwtransparant (en in relatie tot Energielabel Nieuwbouw) Project dossier Energielabel Nieuwbouw voorbeeld: isolatie

3-6-2013. Doorontwikkeling Bouwtransparant (en in relatie tot Energielabel Nieuwbouw) Project dossier Energielabel Nieuwbouw voorbeeld: isolatie Ontwikkelingen in 2013-2014: Doorontwikkeling Bouwtransparant (en in relatie tot ) Vrijwillige invoering naar verwachting 1 september 2013. Uiteindelijk zal dit worden verplicht gesteld. Doel: weergave

Nadere informatie

Voorbeeldexamen Energieprestatiecertificaat

Voorbeeldexamen Energieprestatiecertificaat Voorbeeldexamen Energieprestatiecertificaat Onderdeel Casus ingevuld opnameformulier. Algemene projectgegevens Projectnaam: Woning Jansen Kenmerk: Adres: Guido Gezellelaan Huisnummer: 00 Postcode: 2624

Nadere informatie

Voorbeeldexamen Energieprestatiecertificaat

Voorbeeldexamen Energieprestatiecertificaat Voorbeeldexamen Energieprestatiecertificaat Onderdeel 2 Voorbeeldopdracht Examendatum: Naam kandidaat: Soort en nummer legitimatiebewijs: Lees zorgvuldig onderstaande informatie Dit examen bestaat uit

Nadere informatie

Energieprestatieberekening volgens NEN 7120:2011/C2:2011

Energieprestatieberekening volgens NEN 7120:2011/C2:2011 Energieprestatieberekening volgens NEN 7120:2011/C2:2011 Geattesteerde EPG software, rekenkern versie 4.0.0 Toegepaste berekeningsmethodes Koudebruggen forfaitair H13 NEN1068:2001/A4:2005 Verlichting forfaitair

Nadere informatie

Nieuwe energieprestatienorm

Nieuwe energieprestatienorm Nieuwe energieprestatienorm >> Als het gaat om energie en klimaat De tools Uw weg vinden in de nieuwe energieprestatienorm, wie helpt u daarbij? Heeft u hem al in huis, de nieuwe energieprestatienorm NEN

Nadere informatie

17. HOE-woning Bart Geurts, Nieman Raadgevende Ingenieurs. Eigenschappen rekenzones type rekenzone omschrijving interne warmtecapaciteit Ag [m²]

17. HOE-woning Bart Geurts, Nieman Raadgevende Ingenieurs. Eigenschappen rekenzones type rekenzone omschrijving interne warmtecapaciteit Ag [m²] - basis 0,11 Algemene gegevens projectomschrijving variant basis adres postcode / plaats bouwar categorie woningbouw aantal woningbouw-eenheden in berekening 1 gebruiksfunctie woonfunctie datum opmerkingen

Nadere informatie

Energieprestatie. metalen gevelelementen in EP berekening Ubouw. 3, 10 en 17 november 2008 VMRG bijeenkomst. door Peter Vierveijzer

Energieprestatie. metalen gevelelementen in EP berekening Ubouw. 3, 10 en 17 november 2008 VMRG bijeenkomst. door Peter Vierveijzer Energieprestatie metalen gevelelementen in EP berekening Ubouw 3, 10 en 17 november 2008 VMRG bijeenkomst door Peter Vierveijzer aanleiding Denkt u projecten te missen doordat houten en kunststof kozijnen

Nadere informatie

Kom verder. Saxion. WARM-UP Energiemanagement voor Nederlandse Gemeenten Jan de Wit 31 mei 2012

Kom verder. Saxion. WARM-UP Energiemanagement voor Nederlandse Gemeenten Jan de Wit 31 mei 2012 WARM-UP Energiemanagement voor Nederlandse Gemeenten Jan de Wit 31 mei 2012 Energiemanagementsystem (EMS) Stappen 1. Automatische Data verzameling 2. Specificatie (MJ/grdd, m² BVO) 3. Vergelijk met Normverbruik

Nadere informatie

Eindtermen en toetsmatrijs: Energieprestatiecertificaat bestaande Woningen

Eindtermen en toetsmatrijs: Energieprestatiecertificaat bestaande Woningen Eindtermen en toetsmatrijs: Energieprestatiecertificaat bestaande Woningen Vastgesteld door de EPA-examencommissie en goedgekeurd door het CCvD van de Stichting Kwaliteitsborging Installatiesector op april

Nadere informatie

Opnameformulier EP-deel Februari 2007 1

Opnameformulier EP-deel Februari 2007 1 Opnamedeel op gebouwniveau Algemeen gebouwniveau Projectgegevens Naam gebouw: Projectnummer: Straatnaam: Postcode: Bouwjaar: Renovatiejaar gebouw: Opdrachtgever Naam opdrachtgever: Contactpersoon: Afdeling:

Nadere informatie

Energie-Index en opnameprotocollen.

Energie-Index en opnameprotocollen. Energieprestatie Energie-Index en opnameprotocollen. Kees Arkesteijn ISSO Woningen (1-1-2015) Wettelijke aanwijzing BEG en REG Voorlopig Energielabel Webapplicatie. Erkend deskundige Energielabel rekenkern

Nadere informatie

Energie Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit

Energie Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Energie Bouwbesluit en het Activiteitenbesluit Het behalen van energie-efficiëntieverbetering in een bepaald type gebouw wordt zowel door het Bouwbesluit

Nadere informatie

EPC verlaging utiliteit Warmteterugwinning uit warm tapwater met de Multi-vert (- douchekanon -)

EPC verlaging utiliteit Warmteterugwinning uit warm tapwater met de Multi-vert (- douchekanon -) EPC verlaging utiliteit Warmteterugwinning uit warm tapwater met de Multi-vert (- douchekanon -) In NEN 2916 wordt de bepalingsmethode weergegeven voor de energieprestatie van Utiliteitsgebouwen. Warmteterugwinning

Nadere informatie

EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?,

EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?, EPC 0,8: Over welke woningen en installatieconcepten hebben we het?, ir. F.W. (Freek) den Dulk Nieuwe eis per 1 januari 2006 EPC 0,8 Herziening norm: NEN 5128:2004 Energieprestatie van woonfuncties en

Nadere informatie

Effect installatieopties op energielabel voorbeeldwoningen

Effect installatieopties op energielabel voorbeeldwoningen Effect installatieopties op energielabel voorbeeldwoningen Samenvatting resultaten, april 2010 Inleiding Het effect van verschillende installatieopties op het energielabel van SenterNovem voorbeeldwoningen

Nadere informatie

Rendement tapwater Inventum Ecolution Combi 50

Rendement tapwater Inventum Ecolution Combi 50 Codering: 20110285GGTPWB Betreft Gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaring Toepassing: ISSO 82.1 Fabrikant: Inventum Type: Inventum Ecolution Combi 50 Ingangsdatum verklaring 10-10-2011 Geldigheidsduur

Nadere informatie

Referentiegebouwen utiliteitsbouw

Referentiegebouwen utiliteitsbouw EPN en Nieuwbouw Referentiegebouwen utiliteitsbouw Gezondheidszorg 7.000m² Het voorbeeld betreft een verpleeghuis dat is voorzien van gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. Een warmtepomp zorgt

Nadere informatie

Notitie. Gemeente Utrecht. Georg Huith en Robin Aerts. Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn. 1 Inleiding

Notitie. Gemeente Utrecht. Georg Huith en Robin Aerts. Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn. 1 Inleiding Notitie voor Gemeente Utrecht cc van Georg Huith en Robin Aerts datum 10 maart 2016 betreft Second opinion Stadsverwarming Leidsche Rijn zaaknr 11002455 1 Inleiding 1.1 U verzocht ons een second opinion

Nadere informatie

invoer BINK EPC-W bij toepassing van Uniec.eu

invoer BINK EPC-W bij toepassing van Uniec.eu Algemeen Met Uniec.eu kunnen alle installaties die zijn voorzien van gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen opnieuw berekend worden. In de praktijk zijn dit altijd individuele installaties. Uniec.eu

Nadere informatie

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte

Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte 1 Rekenmodel Gelijk Als Anders (GAA) tarieven warmte ies: e kosten: voor bestaande projecten: Vastrecht SV = Vastrecht gas + all in rhoudskosten CV. voor nieuwe projecten (na 1-1-2007) de EAB zodanig in

Nadere informatie

Beheer en onderhoud in de praktijk. Warmtepompsystemen met verticale bodemwisselaar technieken. Peter Centen Nathan Group

Beheer en onderhoud in de praktijk. Warmtepompsystemen met verticale bodemwisselaar technieken. Peter Centen Nathan Group Beheer en onderhoud in de praktijk Warmtepompsystemen met verticale bodemwisselaar technieken Peter Centen Nathan Group 2 1 COLLECTIEF BRONSYSTEEM (WARMTEPOMP INDIVIDUEEL PER APPARTEMENT) VERTICALE BODEMWARMTE-

Nadere informatie

NOTITIE. Datum : 27 september 2012 Pagina s : 16 (inclusief bijlagen) Betreft : ontbreken van XML uitvoer in Uniec 2.o

NOTITIE. Datum : 27 september 2012 Pagina s : 16 (inclusief bijlagen) Betreft : ontbreken van XML uitvoer in Uniec 2.o NOTITIE Datum : 27 september 2012 Pagina s : 16 (inclusief bijlagen) Betreft : ontbreken van XML uitvoer in Uniec 2.o Waarom bevat Uniec 2.0 (nog) geen XML uitvoer t.b.v. EPCheck 3.0? Uniec 2.0 bevat (nog)

Nadere informatie

Beschouwde afdelingen van het Bouwbesluit afdeling artikel; leden

Beschouwde afdelingen van het Bouwbesluit afdeling artikel; leden ELEKTRISCHE INSTALLATIES (procescertificaat) BRL 6000 Ontwerpen, installeren en beheren van installatie Deel 00 Algemeen deel (2005-11) Deel 01 Ontwerpen en installeren van elektriciteits-installaties

Nadere informatie

Project: : Nieuwbouw woningen Ruigendijk 8 De Koog. Werknummer : 2015006. Onderdeel : EPC. Gewijzigd: : 15-09-2015

Project: : Nieuwbouw woningen Ruigendijk 8 De Koog. Werknummer : 2015006. Onderdeel : EPC. Gewijzigd: : 15-09-2015 Project: : Nieuwbouw woningen Ruigendijk 8 De Koog Werknummer : 2015006 Onderdeel : EPC Gewijzigd: : 15-09-2015 Van der Veen Advisering 1 / 16 15/09/2015 INHOUD: 1. Inleiding Blz. 3 2. Uitgangspunten Blz.

Nadere informatie

Energieprestatie van gebouwen

Energieprestatie van gebouwen Energieprestatie van gebouwen NEN 7120 en energieconcepten 2012 ing. Lars van de Kamp Nieman Raadgevende Ingenieurs Eerste ervaring NEN 7120 NEN 7120 Een verzwaring? Voor en nadelen standaard rijtjeswoning

Nadere informatie

Kentallen warmtevraag woningen

Kentallen warmtevraag woningen Kentallen warmtevraag woningen Colofon Dit rapport is opgesteld door Marijke Menkveld (ECN) Datum 26-01-2009 Status definitief Inhoudsopgave Inleiding...3 Ketels en andere verwarmingssystemen...3 Verschillen

Nadere informatie

Totale gebruiksoppervlakte fysieke gebouw (woonfunctie, woongebouw en utiliteitsgebouw) Ag;tot 40561,00 m²

Totale gebruiksoppervlakte fysieke gebouw (woonfunctie, woongebouw en utiliteitsgebouw) Ag;tot 40561,00 m² ALGEMENE GEGEVENS Projectomschrijving : 11035; First te Rotterdam Bestandsnaam : J:\11035\5. Berekeningen\EPC bouwaanvraag\11035sd503 EPC berekening First bouwaanvraag.epu Omschrijving bouwwerk : First

Nadere informatie

EPA labelstappen met lucht-naar-water warmtepompen

EPA labelstappen met lucht-naar-water warmtepompen Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport 034-APD-2010-00337

Nadere informatie

Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond

Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond Warmte Nieuwegein Raads Informatie Avond Frank Kersloot & Alex Kaat 21 april 2016 Inhoud presentatie 1. Stadswarmte in Nieuwegein 2. Het equivalent opwek rendement (EOR) 3. Tarieven voor klanten 4. Afsluitkosten

Nadere informatie

EPA U. advies- en ingenieursbureau. Nieuwbouw kantoorpand Demostraat, Tiel

EPA U. advies- en ingenieursbureau. Nieuwbouw kantoorpand Demostraat, Tiel Nieuwbouwkantoorpand Demostraat,Tiel EPA U Adresgegevens Fokkerstraat 39, 3905 KV Veenendaal Postbus 1152, 3900 BD Veenendaal T 0318-75 78 88 F 0318-75 78 87 info@enerpro.nl www.enerpro.nl Voorbeeldbedrijf

Nadere informatie

Willem II Singel 25 te Roermond Energielabel Datum 29 juli 2013 Referentie 20131023-01

Willem II Singel 25 te Roermond Energielabel Datum 29 juli 2013 Referentie 20131023-01 Willem II Singel 25 te Roermond Energielabel Datum 29 juli 2013 Referentie 20131023-01 Referentie 20131023-01 Rapporttitel Willem II Singel 25 te Roermond Energielabel Datum 29 juli 2013 Opdrachtgever

Nadere informatie

Rendement verwarmen Inventum Ecolution Combi 50

Rendement verwarmen Inventum Ecolution Combi 50 Codering: 20110284GGRVWB Betreft Gecontroleerde gelijkwaardigheidsverklaring Toepassing: ISSO 82.1 Fabrikant: Inventum Type: Inventum Ecolution Combi 50 Ingangsdatum verklaring 10-10-2011 Geldigheidsduur

Nadere informatie

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies

Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies Deerns ketenanalyse downstream van een van de twee meeste materiele emissies 2013 Inleiding In het kader van de CO 2 prestatieladder is een ketenanalyse uitgevoerd naar de CO 2 productie door verwarming

Nadere informatie

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk

Warmte in Nederland. Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte in Nederland Onze warmtebehoefte kost veel energie: grote besparingen zijn mogelijk Warmte kost veel energie Warmtevoorziening is verantwoordelijk voor bijna 40% van het energiegebruik in Nederland.

Nadere informatie

F (zie toelichting in bijlage)

F (zie toelichting in bijlage) Energielabel gebouw Afgegeven conform de Regeling energieprestatie gebouwen. Veel besparingsmogelijkheden F (zie toelichting in bijlage) Dit gebouw Weinig besparingsmogelijkheden Labelklasse maakt vergelijking

Nadere informatie

BRL 6000 Deel 013 2005-11-18

BRL 6000 Deel 013 2005-11-18 BRL 6000 Deel 013 2005-11-18 NATIONALE BEOORDELINGSRICHTLIJN voor het KOMO INSTAL procescertificaat voor ONTWERPEN, INSTALLEREN EN BEHEREN VAN INSTALLATIES INSTALLEREN VAN INDIVIDUELE (COMBI-)WARMTEPOMPEN

Nadere informatie

Energie-Index advies tbv huursector

Energie-Index advies tbv huursector Energie-Index advies tbv huursector Ulft, 2 juli 2015. Project: ATAG E-I oplossingen Projectnummer: 2015-018 Woningtype: Rij-tussenwoningen bj 46/64, 65/74, 75/91 Opdrachtgever: ATAG Verwarming Nederland

Nadere informatie

Digitale Huis Toetsingsmodules voor woningen, woon- en utiliteitsgebouwen

Digitale Huis Toetsingsmodules voor woningen, woon- en utiliteitsgebouwen Digitale Huis Toetsingsmodules voor woningen, woon- en utiliteitsgebouwen gebieden EPG ventilatie geluid spui brandveiligheid daglicht Toetsingsmodule 1 Gebieden en Bouwfysica Toetsingsmodule 1 toetst

Nadere informatie

Energieprestatie van gebouwen

Energieprestatie van gebouwen Energieprestatie van gebouwen Caleffi Academy Pieter Nuiten Maart 2014 Planadvies W/E adviseurs Een betrouwbare partner in duurzaam vastgoed www.w- e.nl! Voor opdrachtgevers met ambi8e! 25 medewerkers!

Nadere informatie

NEN, NPR 5129 EP woonfuncties en woongebouwen ALGEMENE GEGEVENS Projectomschrijving : PH-kade noordereiland Bestandsnaam : P:\ARKEY7\noordereiland\EPWberekeningen\epwkalevariant met 4m2 PV.EPW Omschrijving

Nadere informatie

EPC berekening-v4. Hotel Van der Valk. Joan Muyskenweg te Amsterdam

EPC berekening-v4. Hotel Van der Valk. Joan Muyskenweg te Amsterdam EPC berekening-v4 Hotel Van der Valk Joan Muyskenweg te Amsterdam 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Algemene en objectgegevens... 3 1.1 Opdrachtgever... 3 1.2 Adviseur... 3 1.3 Colofon... 3 2 Algemeen...

Nadere informatie

Benchmarkrapportage 2013

Benchmarkrapportage 2013 Benchmarkrapportage 2013 Hartelijk dank voor het deelnemen aan de monitoringronde 2013. Voor u liggen de resultaten voor uw corporatie ten opzichte van de totale groep deelnemende corporaties. Graag vernemen

Nadere informatie

De cijfers worden in GJ (GigaJoule) uitgedrukt. Dit is de eenheid van Warmte. Ter vergelijk, 1 GJ komt overeen met 278 kwh of +/- 32 m3 gas.

De cijfers worden in GJ (GigaJoule) uitgedrukt. Dit is de eenheid van Warmte. Ter vergelijk, 1 GJ komt overeen met 278 kwh of +/- 32 m3 gas. Project: woningen Maasbommel Datum: april 2014 Onderwerp: jaarrapportage nr. 4 Inleiding Eind februari 2013 zijn de drie woning in Maasbommel opgeleverd aan de huurders van Woonstichting De Kernen. Deze

Nadere informatie

A (zie toelichting in bijlage)

A (zie toelichting in bijlage) Energielabel woning Afgegeven conform de Regeling energieprestatie gebouwen. Veel besparingsmogelijkheden A (zie toelichting in bijlage) Uw woning Weinig besparingsmogelijkheden Labelklasse maakt vergelijking

Nadere informatie

energieprestatiecertificaat

energieprestatiecertificaat energieprestatiecertificaat bestaand gebouw met woonfunctie bestemming type appartement bouwjaar 1969 softwareversie 9.8.0 berekende energiescore (kwh/m^jaar): 220 De energiescore laat toe om de heid van

Nadere informatie

echt Nul op de meter HRsolar : Robbert van Diemen Techneco : Niels van Alphen

echt Nul op de meter HRsolar : Robbert van Diemen Techneco : Niels van Alphen echt Nul op de meter HRsolar : Robbert van Diemen Techneco : Niels van Alphen Agenda Wie is HRsolar Zonnewarmte V1.0 De markt Zonnewarmte V2.0 Zonnewarmte NOM Wie is HRsolar Nederlandse fabrikant van complete

Nadere informatie

ISSO publicatie 82.2 aangepast 2014. Hoofdstuk 5 ISSO publicatie 82.2

ISSO publicatie 82.2 aangepast 2014. Hoofdstuk 5 ISSO publicatie 82.2 ISSO publicatie 82.2 aangepast 2014 Hoofdstuk 5 ISSO publicatie 82.2 5 Het EPA-maatwerkadviesrapport Het eindresultaat van het adviesproces moet men uiteindelijk vastleggen in een adviesrapport dat met

Nadere informatie

B (zie toelichting in bijlage)

B (zie toelichting in bijlage) Energielabel woning Afgegeven conform de Regeling energieprestatie gebouwen. Veel besparingsmogelijkheden B (zie toelichting in bijlage) Uw woning Weinig besparingsmogelijkheden Labelklasse maakt vergelijking

Nadere informatie

HOOFDSTUK 8 OPNAMEPROTOCOL ENERGIELABEL WONINGEN DETAILMETHODIEK VOOR NIEUWBOUW- EN OVERIGE ENERGIEZUINIGE WONINGEN

HOOFDSTUK 8 OPNAMEPROTOCOL ENERGIELABEL WONINGEN DETAILMETHODIEK VOOR NIEUWBOUW- EN OVERIGE ENERGIEZUINIGE WONINGEN HOOFDSTUK 8 OPNAMEPROTOCOL ENERGIELABEL WONINGEN DETAILMETHODIEK VOOR NIEUWBOUW- EN OVERIGE ENERGIEZUINIGE WONINGEN Stichting ISSO Rotterdam, mei 2013 Versie 2.10 2 INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 8 Opnameprotocol

Nadere informatie

Vrijstaande woning E/E = 0,926

Vrijstaande woning E/E = 0,926 EPG_01.epg Vrijstaande woning E/E = 0,926 Algemene gegevens Bestandsnaam : N:\documenten\Jaap\Projecten\Kroon, Bianca en Erwin\Omgevingsvergunning\EPG\EPG_01.epg Projectomschrijving : Vrijstaande woning

Nadere informatie