PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ LEERLINGEN EN LEERKRACHTEN IN MIDDELBARE SCHOLEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ LEERLINGEN EN LEERKRACHTEN IN MIDDELBARE SCHOLEN"

Transcriptie

1 PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ LEERLINGEN EN LEERKRACHTEN IN MIDDELBARE SCHOLEN Aantal woorden in tekst: Elisa Baeyens Elyne Van Cayseele Studentennummer: Promotor: Dr. Maïté Verloigne Copromotor: Prof. dr. Greet Cardon Masterproef voorgelegd voor het behalen van de graad master in de richting Lichamelijke Opvoeding en Bewegingswetenschappen Academiejaar:

2

3 VOORWOORD Deze duo masterproef was een leerrijke ervaring. Het was voornamelijk een uitdaging om elkaars inzichten te verwerken in een mooi geheel. Samen hebben we deadlines opgesteld en deze gerespecteerd om tijdsdruk naar de einddeadline te vermijden. Iedere deadline zagen we als een uitdaging en gaf ons motivatie om aan deze masterproef verder te werken. Het was een vlotte samenwerking en we konden op ieder moment op elkaar rekenen. We vonden dit onderwerp heel boeiend, actueel en toekomstgericht, waardoor we beiden gemotiveerd waren om in dit onderzoek te stappen. Graag zouden we verschillende mensen willen bedanken. Eerst en vooral onze promotor Dr. Maïté Verloigne, die altijd klaar stond om onze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden en ons daarbij concrete feedback gaf waarmee we verder aan de slag konden gaan. Ze gaf ons op regelmatige tijdstippen begeleiding met telkens nuttige tips doorheen het hele schooljaar. Zonder haar zouden we minder vlot tot dit einderesultaat gekomen zijn. Ten tweede zouden we graag onze ouders willen bedanken voor de steun tijdens de drukke masterjaren en het nalezen van onze masterproef. Tot slot willen we onze medestudenten bedanken, aangezien deze masterproef zich kadert in een groter onderzoek, voor het mee rekruteren van de scholen en het verzamelen van de data. Veel plezier met het lezen van deze masterproef. Elisa Baeyens en Elyne Van Cayseele I

4 ABSTRACT Probleemstelling: Sedentair gedrag is een toenemend probleem in de maatschappij en is geassocieerd met negatieve gezondheidsuitkomsten, onafhankelijk van het fysieke activiteitsniveau. Ook bij jongeren is de prevalentie van sedentair gedrag reeds hoog. Op school wordt een groot deel van de dag sedentair doorgebracht, waardoor de school als een ideale interventiesetting kan beschouwd worden. Een mogelijke strategie om sedentair gedrag op school te verminderen is de implementatie van standing desks in de klas. Hierbij is het belangrijk dat zowel leerlingen als leerkrachten positief staan ten opzichte van de desks. Het doel van deze masterproef is om een procesevaluatie uit te voeren bij leerlingen en leerkrachten uit het middelbaar onderwijs waar standing desks in de klas werden geïmplementeerd. Methode: Vijf middelbare scholen namen deel aan de interventie van deze masterproef. Per school werd een klas van het vierde middelbaar uitgekozen. Na het uitvoeren van een pre-test (november-december 2016) werden drie standing desks in de klassen geplaatst, een handleiding overhandigd en een presentatie gegeven aan de betrokken leerkracht. Tijdens de mid-test (februari-maart 2017) werden gegevens verzameld door het afnemen van vragenlijsten bij leerlingen en leerkrachten. Verder werden nog kwalitatieve gegevens verzameld door focusgroepen met leerlingen en interviews met leerkrachten. Resultaten: De leerlingen stonden gemiddeld 59,3 minuten per week aan de standing desks. De leerlingen gaven aan het liefst met een vast doorschuifsysteem te werken, zonder enige verplichting om aan de desks te staan. Er werd geen eenduidig effect ondervonden met betrekking tot concentratie. Zowel leerkrachten als leerlingen zouden idealiter meer dan drie standing desks per klas implementeren. Over het algemeen hadden de meeste leerlingen en leerkrachten een positieve houding ten opzichte van de standing desks en vonden ze de desks zeer hanteerbaar en praktisch. Toch waren er enkele leerkrachten met een minder positieve houding. Verder werden onder andere de kostprijs en minder betrokkenheid van de leerlingen tijdens de les aangegeven als barrières. Conclusies: De implementatie van standing desks in de klas werd door de meeste leerlingen en leerkrachten als positief onthaald. Naargelang de mogelijkheden van de school (bv. grootte van het klaslokaal, aantal leerlingen en beschikbaar budget) kunnen er verschillende hoeveelheden desks geïmplementeerd worden. Een doorschuifsysteem is noodzakelijk om verschillende leerlingen voldoende aan de desks te laten staan. Om de leerlingen duidelijke effecten te laten ondervinden zou er meer aan de standing desks moeten gestaan worden en is een langere II

5 interventieperiode noodzakelijk. Voldoende ondersteuning aan de leerkrachten kan een langdurige en succesvolle implementatie mogelijk maken. III

6 INHOUDSTAFEL VOORWOORD... I ABSTRACT... II INHOUDSTAFEL... IV LIJST MET TABELLEN... VI 1. LITERATUURSTUDIE Definitie van sedentair gedrag Het meten van sedentair gedrag Prevalentie Gevolgen van sedentair gedrag Gevolgen bij jongeren Gevolgen bij volwassenen Fysiologisch mechanisme Determinanten Individueel Biologisch Psychologisch Gedragsdeterminanten Interpersoonlijk Omgevingsdeterminanten Interventies om sedentair gedrag te verminderen School als interventiesetting Standing desks: bestaande interventies Effectevaluatie Procesevaluatie Aandachtspunten bij de implementatie van standing desks PROBLEEMSTELLING METHODE Protocol Interventie Meetinstrumenten Vragenlijsten leerlingen Vragenlijst leerkrachten Protocol focusgroep leerlingen Protocol interview leerkrachten IV

7 3.4 Analyses RESULTATEN Beschrijving steekproef middelbare scholen Procesevaluatie van standing desks in middelbare scholen Focusgroepen met leerlingen Gebruik van standing desks Effect van standing desks Houding ten opzichte van standing desks Interviews met leerkrachten over de standing desks Gebruik van standing desks Effect van standing desks Houding ten opzichte van standing desks Mening t.o.v. ondersteunend interventiemateriaal Toekomstige implementatie Barrières om standing desks te implementeren Kwantitatieve procesevaluatie van standing desks DISCUSSIE Bespreking van de kwalitatieve en kwantitatieve data Aanbevelingen Sterktes en zwaktes van de interventie Conclusie REFERENTIELIJST BIJLAGEN V

8 LIJST MET TABELLEN Tabel 1: Procesevaluatie vragenlijst voor leerlingen Tabel 2: procesevaluatie vragenlijst voor de leerkracht Tabel 3: Beschrijving steekproef (aantal leerlingen, geslacht, geboortejaar, taalgebruik thuis, geboorteplaats) Tabel 4: procesevaluatie vragen: frequentie gebruik standing desks volgens leerlingen en leerkrachten in dagen per week Tabel 5: procesevaluatie vragen: frequentie gebruik standing desks volgens leerlingen en leerkrachten in minuten per keer Tabel 6: procesevaluatie vragen (attitude, eigen-effectiviteit, gewoonte, preferentie en subjectieve norm van standing desks bij leerlingen) Tabel 7: procesevaluatie determinanten (attitude, eigen-effectiviteit, gewoonte en preferentie van standing desks bij leerkrachten) VI

9 1. LITERATUURSTUDIE 1.1 Definitie van sedentair gedrag Sedentair gedrag (afkomstig van het Latijn sedere, zitten ) omvat alle soorten zittende of liggende activiteiten in wakkere toestand die weinig energie verbruiken, zoals zitten tijdens het werk of op school, passief transport en tv-kijken (Owen et al., 2010). Sedentair gedrag mag niet beschouwd worden als een synoniem voor een tekort aan fysieke activiteit. In vroegere studies werd sedentair gedrag gezien als het ontbreken van voldoende matige tot hoog intensieve fysieke activiteit en dus werd die term aan vele personen ten onrechte toegeschreven (Pate, O'Neill, & Lobelo, 2008). Fysieke activiteit wordt gedefinieerd als elke lichaamsbeweging uitgeoefend door de skeletspieren dat energie vereist (Caspersen, Powell, & Christenson, 1985) of kan ook beschreven worden als alle vrije en niet-vrije lichaamsbewegingen die leiden tot een energieproductie hoger dan de rusttoestand (Warburton, Nicol, & Bredin, 2006). Om voldoende fysiek actief te zijn, dienen jongeren minstens 60 minuten per dag matig tot zwaar fysiek actief te zijn en volwassenen minstens 30 minuten. Een persoon kan enerzijds deze norm halen voor matige tot zware fysieke activiteit, maar kan daarnaast toch nog veel sedentair gedrag vertonen door bijvoorbeeld de overige vrije tijd continue naar tv te kijken. Met andere woorden de mate waarin sedentair gedrag gesteld wordt, is dus onafhankelijk van de mate waarin fysieke activiteit gesteld wordt (Owen et al., 2010). Om de intensiteit in sedentair gedrag en fysieke activiteit uit te drukken gebruikt men het metabool equivalent (MET-waarde) (Bauman et al., 2009; Lee & Skerrett, 2001; Thompson, 2003). Eén MET wordt beschouwd als de energie die men verbruikt in rust (Pate et al., 2008). Het energieverbruik van sedentaire gedragingen ligt tussen 1 en 1,5 MET. De intensiteiten van fysieke activiteit worden verdeeld onder licht fysieke activiteit ( MET), matige fysieke activiteit (3-6 MET) en zware fysieke activiteit (>6 MET) (Ainsworth et al., 2000). De meest onderzochte en prevalente vorm van sedentair gedrag is tv-kijken (Marshall, Biddle, Sallis, McKenzie, & Conway, 2002). Een studie van Biddle et al. (2009) heeft onderzocht of dit specifiek gedrag dan wel degelijk een goede indicator was voor de totale hoeveelheid tijd die kinderen en adolescenten sedentair doorbrachten (i.e. de totale sedentaire tijd). Hieruit bleek dat tv-kijken een lage correlatie heeft met de totale sedentaire tijd bij adolescenten, wat betekent dat tv-kijken geen representatieve indicator is van de totale sedentaire tijd. Als een onderzoek dus uitspraken wenst te doen over de totale sedentaire tijd, zou het zoveel mogelijk verschillende sedentaire gedragingen moeten meten om tot correcte conclusies te komen over 1

10 de totale sedentaire tijd (Biddle, Gorely, & Marshall, 2009). Ondertussen zijn er al studies die zich ook focussen op andere sedentaire gedragingen zoals zitten op school, zitten en praten met vrienden, computergebruik, al zittend bellen en videospelletjes spelen (Cooper et al., 2015; Hardy, Bass, & Booth, 2007). Naast specifieke sedentaire activiteiten en de totale sedentaire tijd, wordt er in de literatuur ook onderzoek gedaan naar het aantal onderbrekingen in het sedentaire gedrag. Twee personen kunnen evenveel sedentair gedrag vertonen, maar de ene kan dit gedrag veel meer onderbreken dan de andere persoon door zich recht te stellen of bijvoorbeeld iets te gaan halen. Dit aspect zorgt ervoor dat er twee types zijn, namelijk de personen die langdurig neerzitten (de prolonger ) en de personen die het langdurig zitten onderbreken (de breaker ). Hoe meer het zittend gedrag onderbroken wordt, hoe beter (Owen et al., 2010). Onafhankelijk van de totale sedentaire tijd en de intensiteit van de zitonderbrekingen, leiden meer onderbrekingen van het zitgedrag tot een lager risico voor metabole aandoeningen (Healy et al., 2008). 1.2 Het meten van sedentair gedrag Om het sedentair gedrag te meten kan er gewerkt worden met objectieve en subjectieve methodes (Atkin et al., 2012). Onder subjectieve methodes valt onder andere het zelf rapporteren van de sedentaire tijd of gedragingen (door bv. vragenlijsten). Hiernaast kan het rapporteren ook nog gebeuren door de ouders indien het kind hiertoe zelf nog niet in staat is. Een andere subjectieve manier om sedentair gedrag te meten is om de proefpersoon een dagboekje te laten bijhouden. Voordelen van subjectieve meetmethodes zijn de goedkope prijs, de toegankelijkheid en de relatief lage last voor de gebruiker (Atkin et al. 2012). Een nadeel van deze methode is de lage validiteit (Atkin et al., 2012). Subjectieve meetmethodes blijken het meest gebruikt te worden bij de assessment naar sedentair gedrag en beschrijven vaak specifieke sedentaire gedragingen, maar niet de totale sedentaire tijd. Het zijn de objectieve meetmethodes die de totale sedentaire tijd meten (Verloigne, et al. 2016). Onder objectieve meetmethodes vallen onder andere de accelerometer en de inclinometer. Wanneer de proefpersoon een accelerometer draagt dan moeten er specifieke grenzen (cut points) gesteld worden. Deze grenzen bepalen dan hoeveel minuten men per dag sedentair spendeert. Per studie kunnen deze grenzen variëren, maar de meeste studies spreken over sedentair gedrag bij minder dan 100 counts per minute (Pate et al., 2008). Een nadeel van de accelerometer is dat het geen lichaamshoudingen (liggen, zitten en staan) kan onderscheiden, in tegenstelling tot de 2

11 inclinometer die dit wel kan (Lanningham-Foster, Jensen, McCrady, Nysse, Foster & Levine, 2005). De inclinometer is een toestel dat op het midden van het bovenbeen wordt bevestigd en is accuraat in het bepalen van de lichaamshouding bij 70% van de sedentaire en licht-intensieve activiteiten. De inclinometer is echter beperkt in het onderscheiden van de verschillende intensiteiten bij gelijksoortige lichaamshoudingen (Carr, Mahar, 2011). Doordat er verschillende meetmethodes worden gehanteerd, zijn er ook verschillende uitkomsten doorheen Europese studies. Er wordt best geoogd naar een gestandaardiseerde combinatie van subjectieve en objectieve methodes om een eenduidige conclusie tussen verschillende studies mogelijk te maken (Verloigne, et al., 2016). 1.3 Prevalentie Per leeftijdsgroep zijn er verschillende aanbevelingen omtrent sedentair gedrag. Volgens het VIGeZ (Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie) moeten peuters en kleuters langdurige periodes van sedentair gedrag beperken en wordt de schermtijd bij kinderen onder de twee jaar sterk afgeraden. Voor Vlaamse kinderen en jongeren tussen de 6 en 18 jaar wordt het aangeraden om langdurige periodes van sedentair gedrag te beperken en maximaal 2 uur per dag, in de vrije tijd, aan schermtijd te spenderen. Wanneer de prevalentie van sedentair gedrag wordt onderzocht, maakt men in de meeste onderzoeken al direct een onderscheid in geslacht en leeftijd. Bij het beschrijven van de prevalentie zal hierin dus ook een onderscheid gemaakt worden. Een onderzoek dat zich specifiek gefocust heeft op de prevalentie van tv- en computergebruik toont aan dat in België 50.1% van de 9 tot 14 jarige jongens en 41.9% van de meisjes meer dan 2 uur per dag tv-kijken. Respectievelijk 35.4% en 20% spenderen meer dan 1 uur per dag op de computer (Velde et al., 2007). Een cross-sectionele studie van Spittaels et al. (2012) heeft de totale sedentaire tijd van kinderen, jongeren en volwassenen in België onderzocht. Er werd gevonden dat jongens tussen 11 en 16 jaar 57% van de tijd dat de accelerometer gedragen werd sedentair waren. Terwijl meisjes tussen 11 en 16 jaar 61% van de tijd sedentair bleken te zijn. Bij jongens werd er ook een grotere hoeveelheid sedentair gedrag met toenemende leeftijd opgemerkt. Jongens vertoonden toenemend sedentair gedrag tot in de volwassenheid terwijl bij meisjes de grootste hoeveelheid sedentaire gedragingen voorkwamen tijdens de middelbare schoolleeftijd (Spittaels et al., 2012). De cijfers van Spittaels et al. (2012) komen overeen met de cijfers uit een andere studie bij kinderen uit Australië en Nieuw-Zeeland. Deze heeft aangetoond dat 10 3

12 tot 12 jarige kinderen algemeen twee derde van hun dag sedentair zijn, zowel op school als in het weekend (Abbott, Straker, & Erik Mathiassen, 2013). Het onderzoek van Abbott et al. (2013) heeft verder ook aangetoond dat kinderen op school in totaal meer dan 2 uur per dag in een aangehouden sedentaire houding spenderen zonder enige onderbreking na 30 minuten of meer. Op school toonden de kinderen minder onderbrekingen in hun sedentaire tijd in vergelijking met periodes buiten school (Abbott et al., 2013). Europese kinderen tussen 10 en 12 jaar spenderen gemiddeld 65% (meisjes 67% en jongens 63%) van hun tijd op school sedentair (van Stralen et al., 2014). Dit betekent dat de school een setting is waar veel sedentair gedrag voorkomt. 1.4 Gevolgen van sedentair gedrag Sedentair gedrag kan, onafhankelijk van de mate van fysieke activiteit, leiden tot een aantal gezondheidsgevolgen bij jongeren. Hieronder worden de verschillende gevolgen besproken. Daarna worden ook mogelijke gezondheidsgevolgen bij volwassenen besproken Gevolgen bij jongeren De systematische review van Must & Tybor (2005) heeft aangetoond dat er een relatie is tussen het sedentair gedrag bij kinderen en het ontwikkelen van obesitas. Deze relatie was enkel consistent vóór de adolescentie. Ook werd in verschillende andere studies een positief verband gevonden voor de tijd die gespendeerd werd aan tv-kijken en de lichaamscompositie (Rey- Lopez et al., 2008; Kautiainen et al., 2005; Tremblay et al., 2011). Bij het apart bekijken van de sedentaire activiteiten (tv-kijken, op de computer spelen en videospelletjes spelen) kwam men in één van deze studies tot de conclusie dat in tegenstelling tot tv-kijken, op de computer spelen en videospelletjes spelen een minder hoog risico vormt voor het ontwikkelen van obesitas. Mogelijks doordat er een hogere vorm van energieverbruik plaatsvindt (Rey-Lopez et al., 2008). Het feit dat er in deze studie geen relatie was tussen het spelen van videospelletjes en de ontwikkeling van obesitas kon eventueel het gevolg zijn van de manier waarop videospelletjes werden gespeeld bv. rechtstaand. Naast een relatie met overgewicht en obesitas, werd een hoge mate van sedentair gedrag ook geassocieerd met andere gezondheidsuitkomsten. Acht van de twaalf studies, in een systematische review, hebben aangetoond dat meer dan 2 uur tv-kijken per dag geassocieerd wordt met een daling in VO2max, cardiorespiratoire fitheid en aerobe fitheid (Tremblay et al., 2011). 4

13 Daarnaast kan een hoge mate van sedentair gedrag ook gevolgen hebben voor de mentale gezondheid. Studies hebben aangetoond dat meer tv-kijken geassocieerd wordt met meer depressieve symptomen, minder zelfzekerheid en een lager zelfbeeld. Meer tv-kijken gaf bovendien een vermindering in zelfvertrouwen bij jongens (Neumark-Sztainer et al., 2004), terwijl bij meisjes een verhoogde agressie werd waargenomen (Dominick, 1984). De relatie tussen sedentair gedrag en pro-sociaal gedrag werd ook onderzocht en er werd geconcludeerd dat meer dan 2 uur per dag tv-kijken een risicofactor is voor gedragsproblemen (Mistry et al., 2007). De relatie tussen sedentair gedrag en het presteren op school werd reeds onderzocht en daaruit bleek dat degenen die meer tv-kijken meer moeilijkheden ondervinden met het behouden van aandacht en minder presteren op cognitieve testen (Lonner et al. 1985). Dit kan mogelijks verklaard worden door het feit dat jongeren die meer tv-kijken minder tijd spenderen aan studeren, huiswerk maken en lezen (Tremblay et al., 2011). Samenvattend kan gesteld worden dat als er bij kinderen meer dan 2 uur per dag sedentair gedrag vertoond wordt, dit een link heeft met ongunstige lichaamscomposities, een verlaagde fitheid, lagere scores voor zelfvertrouwen en sociaal gedrag en minder goede academische prestaties. Bij langdurig sedentair gedrag hebben jongeren tussen 12 en 18 jaar hogere risicofactoren voor metabole ziekten. Ook hebben ze een hoger percentage aan vetweefsel, hogere systolische bloeddruk en een hoger cholesterolgehalte (Tremblay et al., 2010). Voor metabole en cardiovasculaire ziekten is er onvoldoende bewijs om te concluderen dat er bij jongere kinderen een relatie is tussen sedentair gedrag en deze ziekten (Tremblay et al., 2011). Verder heeft de studie van Biddle et al. (2010) aangetoond dat indien kinderen veel sedentair gedrag vertonen, het sedentair gedrag zich doortrekt tot in de adolescentie (Biddle, Pearson, Ross, & Braithwaite, 2010) en zelfs tot in de volwassenheid (Hancox, Milne, & Poulton, 2004). Dit is dus een indicatie dat vroege interventie nodig is voor de preventie van het ontwikkelen van gezondheidsproblemen geassocieerd aan sedentair gedrag bij volwassenen (van Sluijs et al., 2008). Omwille van die reden worden de gezondheidsgevolgen van sedentair gedrag bij volwassenen hieronder kort besproken Gevolgen bij volwassenen Een hoge mate van sedentair gedrag bij volwassenen wordt geassocieerd met een verhoogd risico op metabole en cardiovasculaire ziekten, op verschillende fysiologische en psychologische problemen en is een risicofactor voor de mortaliteit (Katzmarzyk et al., 2009; Owen, Bauman, & Brown, 2009). Dit verband werd ook deels bevestigd in de studie van 5

14 Dunstan et al. (2010): veel tijd spenderen aan tv-kijken is significant geassocieerd met verhoogde cardiovasculaire ziekten en mortaliteit. Er werd ook aangetoond dat sedentair gedrag bij vrouwen, voornamelijk tv-kijken, geassocieerd wordt met een significant verhoogd risico op obesitas en diabetes type 2 onafhankelijk van het fysieke activiteitsniveau. Ook de hoeveelheid bloedglucose wordt op een ongunstige manier geassocieerd met sedentair gedrag (Healy et al., 2007). Tot slot heeft de studie van Katzmarzyk et al. (2009) nog weergegeven dat er een duidelijke positieve relatie is tussen sedentaire tijd en sterfte, zelfs onder degene die ook fysiek actief zijn. Er werd aangetoond dat de relatie sterker is bij diegenen die overgewicht of obesitas hebben Fysiologisch mechanisme Sedentair gedrag heeft een directe invloed op het metabolisme, concentratie aan botmineralen en bloedsomloop. Een van de effecten kan metabolische dysfunctie zijn, waaronder een verhoging van de plasma triglyceriden, daling in high-density lipoprotein (HDL) cholesterol en een daling in insulinesensitiviteit. Er kunnen ook effecten optreden in de glucose transporters in de spieren (GLUT). Deze eiwitten zijn GLUT-1, GLUT-4 en zorgen voor de opname van glucose. Verder kunnen er dramatische reducties in botmassa optreden door te veel sedentair gedrag te vertonen. Sedentair gedrag kan leiden tot een snellere resorptie van het bot. Uiteindelijk leidt dit tot een lager gehalte aan botmineralen en wordt het risico op osteoporose vergroot (Tremblay et al., 2010). In de studie van Hamilton et al. (2008) werd onder andere bevestigd dat de concentratie aan HDL cholesterol sterk daalt bij langdurig sedentair gedrag. Dit werd getest bij ratten die ervan weerhouden werden om recht te staan. 1.5 Determinanten Het begrijpen waarom en hoe jongeren zich sedentair gedragen, kan helpen ter ontwikkeling van interventies om sedentair gedrag te reduceren. Aangezien sedentair gedrag en fysieke inactiviteit twee verschillende gedragingen zijn en niet direct gecorreleerd zijn met elkaar wordt er verwacht dat de determinanten voor deze gedragingen ook anders zijn (Biddle, Gorely, & Stensel, 2004). De determinanten van sedentair gedrag worden onderverdeeld volgens het model van Sallis et al. (2008), namelijk op individueel niveau (biologisch, psychologisch en gedrag), op interpersoonlijk niveau (de sociale omgeving), op fysieke omgevingsniveau en op beleidsniveau. Omdat het beleidsniveau minder relevant is in het kader van deze thesis wordt er hier niet dieper op ingegaan. 6

15 1.5.1 Individueel Biologisch Zoals reeds kort werd aangehaald in deze literatuurstudie (zie 1.3 Prevalentie), is de mate waarin sedentair gedrag gesteld wordt verschillend naargelang het geslacht. Meisjes gaan voornamelijk sedentair gedrag vertonen onder de vorm van luisteren naar muziek en telefoneren, terwijl jongens dit meer doen onder de vorm van computerspelletjes spelen (Norman et al., 2005; Gordon-Larsen, McMurray, & Popkin, 1999; Velde et al., 2007). Als dan gekeken wordt naar de totale sedentaire tijd, spenderen meisjes algemeen meer tijd sedentair dan jongens (King et al., 2011; Nilsson et al., 2009). De studie van Sluijs et al. (2008) heeft aangetoond dat kinderen 217,2 min/dag sedentair waren en adolescenten 335,4 min/dag, waaruit blijkt dat de sedentaire tijd stijgt met toenemende leeftijd. Een mogelijke verklaring voor deze toename kan zijn dat met oudere leeftijd de adolescenten meer ruimte krijgen om zelf hun gedrag te bepalen, waardoor er meer mogelijkheden zijn om onder andere tv te kijken of ander sedentaire gedragingen te stellen (Norman et al., 2005). Ook kinderen met overgewicht of obesitas spenderen significant meer tijd sedentair door (King et al., 2011; Norman et al., 2005). In de studie van Norman et al. (2005) kwam deze relatie enkel voor bij jongens. Sedentaire gedragingen komen meer voor bij jongeren die van een lage socio-economische status komen (Brodersen, Steptoe, Boniface, & Wardle, 2007; van Sluijs et al., 2008). Jongeren met ouders die een lager inkomen of lager diploma hebben kijken meer tv (Gorely, Marshall, & Biddle, 2004) en vertonen meer totaal sedentair gedrag (Schmitz et al., 2002). Een longitudinaal onderzoek van Brodersen et al. (2007) die de trends van sedentair gedrag onderzocht op basis van etnische verschillen, heeft aangetoond dat zwarte studenten meer sedentair zijn dan hun blanke medestudenten. Dit wordt bevestigd door een Brits onderzoek bij jarigen, namelijk dat kinderen uit minder talrijke etnische achtergronden meer schermtijd vertonen dan mensen met blanke etniciteit (Brodersen et al., 2005). De reviews van Van Der Horst et al. (2007) en van Gorely et al. (2004) bevestigen dezelfde associatie tussen tv-kijken en etniciteit Psychologisch Eigen-effectiviteit of de mate waarin een persoon zichzelf in staat stelt om een bepaald gedrag 7

16 uit te voeren, is een belangrijke determinant van sedentair gedrag (Norman et al., 2005; O'Loughlin et al., 1999). Jongeren die een hoge eigen-effectiviteit hebben, vertonen minder sedentair gedrag (Norman et al., 2005). De nadelen die jongeren zouden ondervinden ten gevolge van vermindering in sedentair gedrag (bv. minder plezier en minder ontspanning) zorgt ervoor dat jongeren meer sedentair gedrag stellen. Specifiek voor meisjes zorgen de voordelen van minder sedentair gedrag, zoals minder pijn aan de ogen door veel naar het scherm te kijken, juist voor een vermindering in sedentair gedrag (Norman et al., 2005). De visie van studenten omtrent het stellen van ongezonde gedragingen (bv. roken en drinken) en hun toekomstverwachtingen worden negatief geassocieerd met sedentaire gedragingen bij adolescente jongens. Dit wil zeggen dat een sterkere visie omtrent gezondheidsgedragingen en hogere verwachtingen voor de toekomst leidt tot minder sedentair gedrag bij adolescente jongens (Schmitz et al., 2002). Adolescente meisjes vertonen minder sedentaire gedragingen wanneer ze in hoge mate belang hechten aan hun gezondheid, uiterlijk en schoolresultaten en wanneer ze zichzelf academisch hoger inschatten (Schmitz et al., 2002). Schmitz et al. (2002) hebben verder een positieve relatie tussen depressieve symptomen en sedentaire gedragingen bij adolescenten gevonden. Het hebben van depressieve gevoelens kan een hogere mate van tv-kijken voorspellen bij adolescente meisjes (Hume et al., 2011). Ook 11 tot 12 jarige meisjes die emotionele symptomen rapporteren, tonen meer sedentair gedrag (Brodersen et al., 2005) Gedragsdeterminanten Tussen fysieke activiteit en sedentaire gedragingen is er geen relatie gevonden (Sallis, Prochaska, & Taylor, 2000; Van der Horst et al., 2007). Het is wel gebleken dat kinderen die geen actief transport naar school gebruiken meer sedentair gedrag stellen dan kinderen die te voet of met de fiets naar school gaan (King et al., 2011) Interpersoonlijk Verschillende studies hebben reeds aangetoond dat het algemeen sedentair gedrag van de ouders, zoals tv-kijken, positief geassocieerd wordt met het sedentair gedrag van de kinderen (Verloigne et al., 2012; Gorely et al., 2004). Jongeren die afkomstig zijn van een gezin met een alleenstaande ouder of opvoeder kijken meer tv dan jongeren die afkomstig zijn van een gezin met twee ouders of opvoeders (Gorely et al., 8

17 2004). Het hebben van meer broers en/of zussen leidt tot een verminderde toename van sedentaire tijd bij jongens en meisjes na 1 jaar follow up. Specifiek voor meisjes leidt de steun van de familie voor fysieke activiteit tot minder sedentair zijn (Norman et al., 2005). Ook de manier van opvoeden heeft een invloed. Zo tonen meisjes die een strikt verbod hebben omtrent buitenspelen een hogere toename van sedentaire tijd na 1 jaar follow up (Atkin et al., 2013). Ook het hebben van een autoritaire moeder leidt tot het vertonen van minder sedentair gedrag bij jongeren (Schmitz et al., 2002). Indien er door de ouders regels worden gesteld omtrent het gebruik van video- en computerspelletjes of algemeen scherm gerelateerde gedragingen en ander sedentair gedrag komen deze gedragingen bij adolescenten minder voor (Norman et al., 2005; Verloigne et al., 2012) Omgevingsdeterminanten De thuisomgeving speelt ook een rol voor de prevalentie van sedentair gedrag bij de kinderen. Zo leidt de aanwezigheid van een tv in de slaapkamer (Rey-López et al., 2010) en een hoger aantal televisies in het huis tot een toename in sedentair gedrag (Verloigne et al., 2012). Als er dan verder wordt gekeken naar de buurt/omgeving, werd vastgesteld dat een heuvelachtige omgeving geassocieerd wordt met meer sedentair gedrag bij meisjes omdat dit hen meer tegenhield om fysiek actief te zijn, waardoor ze vervolgens meer sedentair gedrag gingen vertonen (Norman et al., 2005). Volgens een onderzoek van Evenson et al. (2010) bij adolescente meisjes over de omgeving en transportsituaties werden geen associaties gevonden tussen de omgevingsdeterminanten zoals straatverlichting, verkeer, aanwezigheid van voetpaden en de hoeveelheid sedentair gedrag. Een onderzoek van King et al. (2011) bij Engelse kinderen heeft aangetoond dat sedentaire gedragingen verschillen naargelang seizoen. Sedentair gedrag kwam meer voor in de lente, herfst en winter dan in de zomer. Indien de school een lage socio-economische status heeft, leidt dit tot meer sedentaire gedragingen. De aan of afwezigheid van naschoolse activiteiten (Verloigne et al., 2012) en de verdeling op basis van geslacht (jongens en meisjes samen of apart op school) heeft geen invloed op het sedentair gedrag bij kinderen (Brodersen et al., 2005). Ondanks het feit dat er veel sedentaire tijd op school wordt doorgebracht, is er relatief weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen alle mogelijke omgevingsdeterminanten van de school en het sedentair gedrag. 9

18 1.6 Interventies om sedentair gedrag te verminderen Er is steeds meer evidentie over de gezondheidsvoordelen die geassocieerd worden met het verminderen van sedentair gedrag (Spanier, Marshall, & Faulkner, 2006). Daarom is het belangrijk om interventies te ontwikkelen die focussen op het verminderen van sedentair gedrag. Hieronder worden er twee reviews besproken die zich focussen op interventies die gericht zijn op het verminderen van sedentair gedrag of sedentaire tijd bij jongeren. Een systematische review van DeMattia et al. (2007) heeft geconcludeerd dat interventies die de nadruk leggen op vermindering van sedentair gedrag in de vrije tijd bij kinderen en adolescenten, geassocieerd worden met een verbetering van gewichtsgerelateerde factoren. Zo zagen Gortmaker et al. (1999), de enigen in de review die specifiek focusten op leerlingen in het middelbaar, een significant verschil in kans op overgewicht en aantal uren tv-kijken in een school, waar er bij de interventie gefocust werd op dieet, fysieke activiteit en aantal uren tvkijken. Bij de interventieschool was er een daling in de prevalentie van overgewicht bij meisjes en een daling in aantal uren tv-kijken bij jongens en meisjes ten opzichte van de controlegroep. Deze review verschilt van de review van Wahi et al. (2011) omdat DeMattia et al. (2007) interventies bekeken die zich gericht hebben op het verminderen van verscheidene sedentaire gedragingen. Wahi et al. (2011) hebben zich enkel gericht op interventies ter vermindering van scherm gerelateerd sedentair gedrag zoals tv-kijken en computergebruik. De gekozen studies waren moeilijk vergelijkbaar door de verschillende meetmethodes die gebruikt werden bij de verschillende interventies. Bij de review van Wahi et al. (2011) werd geen duidelijk effect gevonden voor een vermindering van de BMI of aantal uren schermtijd. Er werd wel een statistisch significante reductie gevonden in schermtijd wanneer er gefocust werd op kinderen uit de kleuterklas. Het is niet omdat er soms geen effect gevonden wordt bij het verminderen van sedentair gedrag, dat het daarom onbelangrijk is (Wahi, Parkin, Beyene, Uleryk, & Birken, 2011). In beide reviews worden er studies besproken waarbij men sedentair gedrag wil verminderen om een bepaald resultaat te bekomen (bv. verminderen van BMI). De aanpak van de studies kunnen echter verschillend zijn. Zo zijn er studies die het verminderen van sedentair gedrag gebruiken binnen een multidisciplinaire aanpak of er kunnen verschillende manieren gebruikt worden om het sedentair gedrag te verminderen (bv. het aanpassen van het curriculum of programma opstellen voor gedragsverandering). Alle interventies in deze reviews vonden plaats thuis, in een klinische setting of op school. Het is nog onduidelijk welke setting en methode het 10

19 meest geschikt zijn om sedentair gedrag te reduceren (DeMattia et al.,2007). Binnen het onderwerp van deze masterproef wordt er gefocust op het verminderen van sedentair gedrag op school. De reden daarvoor wordt beschreven in het volgende onderdeel. 1.7 School als interventiesetting De reden waarom de school een ideale omgeving is voor interventies ter bevordering van gezondheidsgedrag, is omdat alle risicogroepen, alle etniciteiten en alle socio-economische statussen aanwezig zijn op school en alle kinderen dus ook bereikt kunnen worden (Harrell et al., 1996; Waxman, 2005). Het is een ideale manier om zowel kennis als gedrag bij kinderen te verbeteren naar een gezondere levensstijl (Dobbins, De Corby, Robeson, Husson, & Tirilis, 2009). De leerkrachten staan ook veel in contact met de studenten en kunnen een goed rolmodel zijn voor het stellen van gezondheidsbevorderend gedrag (Wechsler, Devereaux, Davis, & Collins, 2000). Specifiek voor sedentaire gedrag wordt de school als interventiesetting gebruikt doordat kinderen het grootste deel van hun dag spenderen op school (Benden, Zhao, Jeffrey, Wendel, & Blake, 2014) en de sedentaire tijd op school een sterke bijdrage levert aan de totale sedentaire tijd bij kinderen en adolescenten (Abbott et al., 2013; Salmon, Tremblay, Marshall, & Hume, 2011). Dus interventies die zich specifiek richten op het verminderen en/of veranderen van sedentair gedrag bij kinderen zullen voornamelijk op school voorkomen (DeMattia et al., 2007; Kamath et al., 2008). Omgevingen, zoals de schoolcontext, kunnen een invloed uitoefenen op het algemeen gezondheidsgedrag van kinderen en jongeren (Owen, Leslie, Salmon, & Fotheringham, 2000; Dobbins, De Corby, Robeson, Husson, & Tirilis, 2009). Deze onderzoeken bekeken voornamelijk de invloed van de school op de mate van fysieke activiteit. Zoals eerder aangegeven is de relatie tussen de schoolomgeving en sedentair gedrag in bijzonder nog maar beperkt onderzocht. Toch zou er kunnen worden verondersteld dat, aangezien de school als goede interventiesetting beschreven wordt en kinderen er veel sedentair gedrag vertonen, het sedentaire gedrag via deze weg kan worden beïnvloed. Een mogelijke oplossing om de mate van sedentaire tijd tijdens een schooldag te beperken is methodes vinden om die sedentaire gedragingen te reduceren tijdens de uren dat er les gegeven wordt. Een mogelijke manier om dit te verkrijgen is het implementeren van standing desks of statafels in plaats van de traditionele schoolbanken waar continu aan gezeten wordt (Reiff, Marlatt, & Dengel, 2012). 11

20 1.8 Standing desks: bestaande interventies Er zijn reeds verscheidene interventies gedaan, waarbij standing desks geïmplementeerd werden op school. Een eerste interventie die wordt besproken combineerde meerdere strategieën, waaronder rechtstaan tijdens het lesgebeuren (om het zitgedrag bij kinderen op school te verminderen) en hun zithouding verbeteren. In deze studie werd de traditionele school omgebouwd tot een Moving school (Cardon, De Clercq, De Bourdeaudhuij, & Breithecker, 2004). Dit is een school waar beweging wordt aangemoedigd door de manier van klasorganisatie, waarbij de klas wordt uitgerust met ergonomische meubels, zodanig dat er gewerkt kan worden in verschillende en aangepaste lichaamshoudingen (Cardon et al., 2004). In het onderzoek van Cardon et al. (2004) werden de verschillen in zitgedrag tussen de traditionele school en de Moving school vergeleken en hieruit bleek dat in de traditionele school 97% van de lestijd gezeten werd, terwijl in de Moving school het zitgedrag werd vervangen door dynamisch zitten (53%), staan (31%) en rondwandelen (10%). Hoewel de voorgaande studie ook standing desks heeft geïmplementeerd, werd ze afzonderlijk van andere bestaande interventies besproken, aangezien de focus bij de interventie van Cardon et al. (2004) niet lag op het verminderen van de sedentaire tijd, maar wel op het verbeteren van de posturale houding (i.e. een ergonomische invalshoek). In het volgende deel worden dan ook de interventies besproken die zich specifiek gefocust hebben op het implementeren van standing desks op school met als hoofddoel het sedentair gedrag te verminderen bij jongeren. Er werd telkens een klasomgeving aangepast door het installeren van standing desks en waarbij rechtstaan aan een lessenaar in de klas werd gepromoot. Als men de interventies omtrent het implementeren van standing desks op school bekeek, werden er verschillende manieren van implementatie toegepast. Eerst worden de interventies apart besproken (het effect), vervolgens de procesevaluatie en uiteindelijk komen er nog enkele aandachtspunten aan bod Effectevaluatie Bij de interventie van Blake et al. (2012) werden standing desks met bijhorende stoelen geïmplementeerd in een basisschool in Texas. Dit liet toe dat de kinderen de keuze hadden tussen zitten of staan. De quasi-experimentele pilootstudie werd uitgevoerd bij de eerste vijf leerjaren, met twee controleklassen, twee interventieklassen en een klas dat eerst een controle groep was in de herfst en dan een interventiegroep in de lente. BMI en lichaamsvet werden gemeten, telkens bij 4 perioden van dataverzameling (begin van de herfst, einde van de herfst, begin van de lente en einde van de lente). Tijdens die periode droegen de controle- en 12

21 interventiegroep een BodyBugg (een armband dat het calorie verbruik meet) voor vijf opeenvolgende dagen. Bij de vierde week van de interventie werd opgemerkt dat meer dan 2/3 e van de leerlingen de stoel niet meer gebruikten. Bij de andere leerlingen was de tijd dat ze zaten op hun stoel gedaald met 50%. In deze pilootstudie werd een stijging van de passieve calorieverbranding gevonden en een daling van sedentair gedrag (Blake, Benden, & Wendel, 2012). Bij dezelfde interventie hebben Benden, Blake, Wendel, & Huber Jr, (2011) gerapporteerd dat bij de 12 de week 70% van de leerlingen hun stoel helemaal niet meer gebruikten en 100% van de tijd recht stonden. De andere 30% stonden ongeveer 75% van de tijd. De resultaten toonden aan dat de interventiegroep 0,18 kilocalorieën per minuut meer verbrandde dan de controlegroep. De interventiegroep verbrandde dus 17% meer calorieën in vergelijking met de controlegroep. Een volgende studie werd uitgevoerd bij jongeren uit Nieuw-Zeeland. Bij deze interventie, die plaatsvond in een basisschool, werd nagegaan of de hoeveelheid zitten, staan en stappen en het aantal overgangen van zitten naar staan veranderde door de implementatie van de standing desks. Er waren 30 derde- en vierdejaars (n=23 interventie, n=7 controle). De interventieklassen (twee klassen) kregen standing desks en de controleklas bleef de traditionele lessenaars gebruiken. De uitkomsten werden gemeten met een inclinometer. De studie vond een kleine reductie in sedentaire tijd, een grote vermeerdering van staande tijd en een grote vermindering in de overgangen van zitten naar staan voor de interventiegroep in vergelijking met de controlegroep (Hinckson et al., 2013). Bij een ander onderzoek ging men na wat de invloed was van standing desks op de sedentaire tijd in verschillende klassen in basisscholen. Er werden twee studies met elkaar vergeleken: een interventie in de UK met een interventie in Australië. In de UK-studie werden drie standaard lessenaars (waar ze met zes kinderen aanzitten) vervangen door zes standing desks. De leerkracht liet de leerlingen in groep roteren zodat iedere leerling één keer per dag, voor zeker één uur rechtstond. In de Australische studie werden alle standaard lessenaren vervangen door standing desks met een stoel, ook voor de leerkracht. Metingen werden bij beide studies gedaan door een activpal 3 inclinometer. Een significante daling in de totale sedentaire tijd werd waargenomen bij beide interventiegroepen in vergelijking met de controlegroep. Bij de interventie met het rotatiesysteem werden duidelijk meer stappen gezet, dus het sedentair gedrag verminderde en de fysieke activiteit ging omhoog (Clemes et al., 2015). Bij volgende interventie (Benden et al., 2014) werd bij 24 klassen (met in totaal 480 leerlingen) random gekozen of er in een klas standing desks gingen staan of niet. De interventie werd 13

22 uitgevoerd in drie scholen, bij het tweede en derde leerjaar, met telkens twee klassen in de interventiegroep en twee in de controlegroep. Het energieverbruik en aantal stappen werd gemeten met Sensewear armbanden. Het gebruik van een standing desk toonde een significant hoger gemiddeld energieverbruik (0,16 kcal/min) in de herfst, alsook een hoger energieverbruik in de lente (0,08 kcal/min). Er werden resultaten gevonden over meer stappen zetten en dit was bij de interventiegroep enorm gestegen in de herfst en maar een klein beetje in de lente (Benden et al., 2014). Uit deze studies blijkt dat er dus verschillende manieren zijn om de standing desks te implementeren in de klas. In verschillende interventies kregen de leerlingen de kans om te kiezen tussen rechtstaan of zitten tijdens de gewone lessen. De leerlingen hadden een standing desk met een hogere stoel zodat als ze bijvoorbeeld moe waren, konden gaan zitten (Blake et al., 2012; Hinckson et al., 2015; Benden et al., 2011). In een andere interventie hadden ze geen stoel, maar konden ze zitten op een zitbal, zitzak of op matten (Hinckson et al., 2013). Er was ook een interventie waarbij staande werkplaatsen werden geïmplementeerd, een cirkel in het midden van de klas en halve cirkelvormige werkplaatsen strategisch rond de centrale werkplaats (Hinckson et al., 2013). Bij de studie van Clemes et al. (2015) werd bij een interventie in de UK, hierboven beschreven, gewerkt met enkele standing desks in de klas. Een rotatiesysteem zorgde ervoor dat iedere leerling eens rechtstond Procesevaluatie Daarnaast werd in sommige studies ook een procesevaluatie uitgevoerd om na te gaan hoe de implementatie van standing desks ervaren werd. Het is inderdaad belangrijk bij interventies om niet alleen het effect na te gaan, maar ook om na te gaan hoe de interventie geïmplementeerd en ervaren werd. De meeste leerkrachten waren enthousiast, ook de directeur, omdat dit het flexibel leren stimuleerde. Leerkrachten rapporteerden ook een verandering in gedrag. De leerlingen waren aandachtiger en meer gefocust tijdens de lessen (Blake et al., 2012). Een leerkracht zei zelfs dat de standing desk een leerling met ADHD (attention-deficit/hyperactivity disorder) academisch hielp (Benden et al., 2011). Een andere studie in een middelbare school die de impact en hanteerbaarheid van standing desks onderzocht bij 39 leerlingen, toonde aan dat 14% van de leerkrachten vond dat er een vermindering was in concentratie wanneer de leerlingen rechtstaand les volgden. 44% van de leerlingen gaven aan zich juist beter te concentreren en 46% had meer energie gedurende de dag (Bronwyn et al., 2016). De leerlingen gaven positieve 14

23 reacties op de introductie van standing desks (Hinckson et al., 2013). Omdat na een tijdje de leerlingen het cool vonden om recht te staan, werd in één studie door de meerderheid de stoelen niet meer gebruikt (Benden et al., 2011). Ook de ouders gaven positieve reacties op de introductie van standing desks (Hinckson et al., 2013). Zoals de leerkrachten, rapporteerde ook de ouders een verandering in gedrag. De meerderheid van de ouders (70%) van wiens kinderen in de interventiegroep zaten, voelden dat de implementatie van de standing desks hun kinderen positief beïnvloedde op hun gedrag (Blake et al., 2012). In een andere studie merkten de ouders geen veranderingen in het energieniveau of gedrag van hun kinderen thuis (Hinckson et al., 2013). Er werden ook enkele barrières aangehaald. Een eerste barrière was dat kinderen te weinig plaats hadden voor het opbergen van hun boeken en persoonlijke items (Hinckson et al., 2013). Een kleine bezorgdheid die voorkwam bij de ouders en leerkrachten was dat te veel rechtstaan tijdens de schooldag misschien pijn en ongemak kon veroorzaken bij het kind (Hinckson et al., 2015). De kinderen rapporteerden echter zelf weinig of geen spierpijn of vermoeidheid door het gebruik van standing desks (Hinckson et al., 2013). In het middelbaar daarentegen rapporteerden iets meer dan 50% van de studenten van een middelbare school dat ze bij de lessenaars, waar ze konden kiezen tussen zitten of staan en waarbij ze het grootste aandeel van de tijd stonden, pijn hadden in hun benen of rug. Maar omdat pijn en discomfort persoonlijke gewaarwordingen zijn, was het moeilijk om te bepalen of het door het gebruik van de standing desks was of van een al reeds bestaande conditie (Salmon J, Sudholz B, Dunstan D, et al., 2015) Aandachtspunten bij de implementatie van standing desks Naast het bespreken van de effect- en procesevaluatie worden tot slot nog enkele aandachtspunten aangehaald omtrent de implementatie van standing desks. Een eerste aandachtspunt is dat de standing desks aangepast dienen te zijn aan de lengte van de leerlingen. Bij de studie van Blake et al. (2012) werd er aangegeven dat het bepalen van de juiste hoogte een uitdaging kan zijn. Men had als beginpunt de mediaan genomen van de elleboog die in 90 kon rusten op het desk. Dit was 66 cm en van daaruit konden de standing desks vergroot worden. De leerlingen hadden een leeftijd van 6 tot 7 jaar. Voor kinderen wiens lengte niet voldeed aan de 66 cm of groter, en dus relatief klein waren voor hun leeftijd, kon de standing desk oncomfortabel zijn. Het kunnen aanpassen van de standing desks was nodig als men weet dat verschillende leerlingen op die leeftijd 12 cm in 7 maanden kunnen groeien. Hieruit concludeert men dat de hoogte aangepast moet kunnen worden voor zowel zittende als 15

24 staande kinderen (Blake et al., 2012). Bij een andere studie werd hier als volgt rekening mee gehouden: er werden standing desks geplaatst met verschillende hoogtes, respectievelijk 83 cm, 96 cm en 109 cm. Leerlingen van 9-10 jaar met ongeveer dezelfde grootte werden onderverdeeld en geplaatst bij de werkplaats die het beste past bij hun lengte (Hinckson et al., 2013). Leerkrachten raadden wel aan om kleinere leerlingen vooraan in de klas te zetten, zodat ze het bord konden blijven zien (Clemes et al., 2015). Het aanpassen van de standing desk aan de lengte van het kind is een eerste stap. De ideale hoogte was, als de ellebogen in 90 konden rusten op het desk. Daarnaast is het ook belangrijk dat men een goede ergonomische houding aanneemt, zowel in zittende als staande houding. Er wordt aangeraden aan de leerkrachten om de leerlingen te leren hoe ze het best staan aan een standing desk. Als er een voetsteun is, wordt die ook best gebruikt, met genoeg afwisseling van de voeten. Goed schoeisel wordt ook aangeraden bij lang staan (Hinckson et al., 2015). Standing desks of staande werkplaatsen kunnen effectief zijn, echter de kosten en inspanningen (bv. het installeren van de werkplaats en het alternatief lesgeven) kunnen scholen weerhouden om hiervoor te kiezen boven de traditionele lessenaars en stoelen (Hinckson et al., 2015). Nochtans konden de kosten in de verschillende studies relatief laag gehouden worden. De standing desks en hoge stoelen kostten ongeveer 20% meer dan de standaard lessenaars en stoelen (Benden et al., 2011). In de interventie van Blake et al. (2012) kostten de standing desks 30$ meer in vergelijking met de gewone lessenaars. Deze standing desks hadden een levensduur van ongeveer 10 jaar. Uitgerekend was de extra kost per leerling 3$. Er is een studie die beschrijft dat staande werkplaatsen zelfs goedkoper kunnen zijn dan de traditionele lessenaars met stoelen (Aminian et al., 2015). Toch is het belangrijk om rekening te houden met het feit dat de aankoopprijs van standing desks een hindernis kan zijn voor scholen om ze te implementeren op grote schaal. 16

25 2. PROBLEEMSTELLING Sedentair gedrag is een toenemend probleem in de maatschappij bij kinderen en adolescenten. Door de modernisering van de maatschappij, de mogelijkheden tot schermgerelateerde sedentaire gedragingen en de tijd die op school al zittend gespendeerd wordt, zijn jongeren steeds meer geneigd om sedentair gedrag te stellen. Sedentair gedrag wordt geassocieerd met verschillende gezondheidsindicatoren bij jongeren zoals een verhoogd risico op het ontwikkelen van obesitas, een toename in BMI en daling in cardiorespiratoire fitheid en aerobe fitheid. Daarnaast kan het vertonen van te veel sedentair gedrag ook gevolgen hebben voor de mentale gezondheid zoals het vertonen van depressieve symptomen, minder zelfzekerheid en een laag zelfbeeld. Aangezien een hoge mate van sedentair gedrag bij kinderen geassocieerd wordt met een hoger risico om als volwassene ook een hoge mate van sedentair gedrag te vertonen, en sedentair gedrag in de volwassenheid nog bijkomende gevolgen met zich meebrengt, is een vroege interventie noodzakelijk. Omdat kinderen een groot deel van de dag op school spenderen (meestal op een sedentaire manier) en de effectiviteit van gezondheidsinterventies op school al bewezen is, is de schoolomgeving een ideale setting om het sedentair gedrag bij jongeren te reduceren. Bovendien hebben verschillende interventies al bewezen dat het implementeren van standing desks op school een effectieve manier is om sedentair gedrag bij jongeren te verminderen. Bij kinderen die tijdens een interventie de keuze hadden tussen rechtstaan of zitten aan hun standing desk, verkoos de meerderheid na een bepaalde periode om enkel nog recht te staan. Globaal waren de reacties van leerlingen, leerkrachten en ouders positief ten opzichte van standing desks op school. Tot op heden vinden de meeste studies plaats in de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Australië. Binnen Europa, en zeker binnen Vlaanderen, zijn de studies hieromtrent nog beperkt. Indien er waren, werden deze studies voornamelijk in basisscholen uitgevoerd. Daarom wordt er nu ook gefocust op de implementatie van standing desks in Vlaamse middelbare scholen. Een procesevaluatie kan daarbij nuttig zijn om na te gaan of de standing desks op scholen aanvaard worden door de leerlingen en de leerkrachten, welke barrières er zijn en om te kijken op welke manier de implementatie van standing desks op scholen verbeterd kan worden. Het doel van deze masterproef is om een procesevaluatie uit te voeren bij leerlingen en leerkrachten van 5 middelbare scholen waar standing desks in de klas werden geïmplementeerd. Meer specifiek willen we bij beide groepen hun mening nagaan omtrent (a) hoe de standing desks gebruikt werden in de klas, (b) welk effect zij percipieerden en (c) wat hun houding is ten 17

26 opzichte van de standing desks (bv. Hoe gebeurt het doorschuiven? Hoe voel je je als je aan de standing desk staat? Wat vind je goed aan het gebruik van de standing desks? Vinden jullie dat elke klas of klaslokaal standing desks zou moeten hebben?). De procesevaluatie zal uitgevoerd worden aan de hand van focusgroepen bij de leerlingen en interviews bij de leerkrachten. Doordat de mate van gebruik van de standing desks en een aantal determinanten (attitude, eigeneffectiviteit, gewoonte en voorkeur ten opzicht van de standing desks) bevraagd werden, zal ook op een kwantitatieve manier de procesevaluatie worden nagegaan. Aan de hand hiervan werden de onderzoeksvragen opgesteld: 1. Hoe verloopt het gebruik van de standing desks bij de leerlingen? 2. Welke ondervonden effecten komen er naar voor bij het gebruik van de standing desks bij de leerlingen? 3. Hoe is de houding van de leerlingen ten opzichte van de standing desks? 4. Hoe verloopt het gebruik van de standing desks voor de leerkrachten? 5. Welke effecten bij de leerlingen komen er naar voor bij het gebruik van de standing desks voor de leerkrachten? 6. Hoe is de houding van de leerkrachten ten opzichte van de standing desks? 18

27 3. METHODE 3.1 Protocol Deze masterproef kadert in een grotere studie die het effect en proces van standing desks evalueert bij lagere en middelbare scholen. Voor deze masterproef wordt enkel de data van de procesevaluatie bij middelbare scholen gebruikt. Binnen deze studie werden 26 Vlaamse scholen gecontacteerd en 19 Vlaamse scholen, waarvan negen middelbare (vijf interventie- en vier controlescholen) en tien lagere scholen (vijf interventie- en vijf controlescholen) gerekruteerd via convenience sampling. Gedurende mei, juni en september 2016 werd er telefonisch of via contact opgenomen met de directie die al dan niet toestemming gaven om deel te nemen aan de studie. Nadat de school toestemming had gegeven werd er per school een klas uit het vierde middelbaar gekozen die zou deelnemen aan de studie. Indien mogelijk, werd een klas genomen die minstens 10 uren per week binnen een klaslokaal spendeerden zodanig dat er zoveel mogelijk gebruik gemaakt kon worden van de standing desks. De studie startte met het uitdelen van informatie- en toestemmingsformulieren aan de leerlingen en ouders (zie bijlage 1, 2, 3 en 4). Indien een leerling geen toestemming gaf of kreeg van zijn ouders, nam die niet deel aan de metingen. De pre-testen werden uitgevoerd in november en december De pre-test bestond uit het invullen van een vragenlijst rond sedentaire activiteiten op school en thuis, het onderbreken van de sedentaire tijd en gerelateerde determinanten bv. het onderbreken van de tijd die ik al zittend doorbreng, is goed voor me ; ik vind het moeilijk om de tijd die ik al zittend doorbreng, te onderbreken. Er werd ook willekeurig aan drie leerlingen gevraagd om een activpal inclinometer gedurende één schoolweek te dragen. Op die manier werd ook objectieve data verzameld over de mate van sedentair gedrag, staand gedrag en beweeggedrag. Na het verzamelen van deze data werden er drie standing desks geplaatst in de interventiescholen. In februari en maart 2017 ging de tussentijdse test door. Opnieuw werd de vragenlijst ingevuld en droegen dezelfde leerlingen gedurende één schoolweek een inclinometer. Bij de vragenlijst werden enkele procesevaluatievragen toegevoegd, dit enkel bij de interventiescholen. Ook voor de leerkrachten uit de interventieschool was er een korte procesevaluatievragenlijst voorzien. Bij de interventiescholen werd bovendien ook een focusgroep met de leerlingen (6-8 leerlingen per focusgroep; 1 focusgroep per interventieschool) gehouden en een interview met de leerkracht (1 leerkracht per interview; 1 interview per interventieschool) afgenomen om de meningen en ideeën rond standing desks te kennen. 19

28 In mei en juni 2017 zal er nog een post-test plaatsvinden waarbij de vragenlijsten voor een laatste keer ingevuld zullen worden en de activpal inclinometer nog eens zal gedragen worden door dezelfde leerlingen. Deze data zullen niet meer gebruikt worden in het kader van deze masterproef. Na afloop van de studie krijgt iedere school een standing desk en indien gewenst een rapport over de algemene resultaten van de inclinometer en vragenlijsten. 3.2 Interventie Eenmaal alle pre-testen waren afgenomen, ontvingen de klassen in de interventiescholen drie standing desks, geleverd door Jaswig ( Elke desk is in hoogte verstelbaar. Wanneer de standing desks aan de klas werden geleverd, kreeg ook de verantwoordelijke leerkracht een Powerpoint presentatie omtrent sedentair gedrag en het gebruik van de standing desks. Deze informatie werd ook nog eens samengevat in een handboek. Hierin werden ook andere suggesties meegegeven om sedentair gedrag op school te verminderen. De handleiding was voornamelijk voor de geïnteresseerde leerkrachten en degene die gebruik maakten of wensten te maken van de standing desks. Tijdens de presentatie en in het handboek werd ook aangeraden om met een doorschuifsysteem te werken zodanig dat alle leerlingen evenveel aan de standing desks konden plaatsnemen. Er werd aangeraden om elk half uur drie nieuwe leerlingen aan de standing desk te plaatsen. Hiervoor kon een klassenlijst gebruikt worden om het doorschuiven efficiënt te laten verlopen. Naast de standing desks, de presentatie en het handboek werden er nog twee posters opgehangen in de scholen om alle leerlingen en leerkrachten, ook degene buiten de interventieklas, bewust te maken van de aanwezige standing desks. Als laatste werden de leerlingen bewust gemaakt van de Facebookpagina. Deze pagina was bedoeld om af en toe zaken te posten over het nut of het effect van de standing desks en om de leerlingen gemotiveerd te houden. Er werden dus meermaals weetjes, stellingen en nieuwtjes rond rechtstaan in de klas meegedeeld. De controlescholen ontvingen geen interventiemateriaal, maar zoals vermeld kregen ze bij afloop van de interventieperiode wel een standing desk en de handleiding. 20

29 3.3 Meetinstrumenten Vragenlijsten leerlingen Tijdens de interventie zijn er vragenlijsten afgenomen bij de controle- en interventiescholen. Op de vragenlijst werd er gepeild naar de leeftijd, geslacht en algemene demografische gegevens om een duidelijk beeld te krijgen van de steekproef. De vragenlijst bevatte ook vragen over zittende activiteiten (bv. zitten op school, tv-kijken, computergebruik), het onderbreken van de tijd die je al zittend doorbrengt, sterke kanten en moeilijkheden van de leerling en over de school, maar deze zullen niet gebruikt worden binnen deze masterproef. Bovendien werd er in de interventieschool extra vragen voorzien voor een tussentijdse procesevaluatie (zie tabel 1). Daarbij werd gepeild naar de frequentie waarmee de standing desks gebruikt worden door de leerlingen en de preferentie, eigen-effectiviteit, attitude, gewoonte en subjectieve norm ten opzichte van de standing desks. Tabel 1: Procesevaluatie vragenlijst voor leerlingen. Vragen Antwoordmogelijkheden Hoe vaak sta je recht aan de statafel per week (van maandag tot vrijdag)? o Nooit o Bijna nooit o Minder dan 1 keer per week o 1 keer per week o 2 keer per week o 3 keer per week o 4 keer per week o Elke dag 1 keer o Elke dag meer dan 1 keer Als je aan zo n statafel staat, hoe lang sta je dan ongeveer recht per keer? o 1-15 minuten per keer o minuten per keer (= een half lesuur) o minuten per keer o minuten per keer (= een volledig lesuur) o Meer dan 1 uur per keer Ik vind het leuk om rechtstaand les te volgen aan de statafel. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens 21

30 Ik vind het moeilijk om rechtstaand les te volgen aan de statafel. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens Rechtstaand les volgen aan de statafel is goed voor mij. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens Rechtstaand les volgen aan de statafel is iets wat ik doe zonder er bij na te denken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens De leerlingen uit mijn klas vinden het goed dat ik rechtstaand les volg aan de statafel. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens Vragenlijst leerkrachten Voor de meest betrokken leerkracht werd tijdens de tussentijdse metingen ook een vragenlijst voorzien. Daarbij werd gepeild naar de frequentie waarmee de standing desks gebruikt worden in de klas en de preferentie, eigen-effectiviteit, attitude, gewoonte en subjectieve norm ten opzichte van het lesgeven terwijl de leerlingen rechtstaan aan de standing desks. In tabel 2 worden de specifieke vragen weergegeven. 22

31 Tabel 2: procesevaluatie vragenlijst voor de leerkracht. Vragen Antwoordmogelijkheden Hoe vaak per week staan de leerlingen gemiddeld recht aan de statafel (van maandag tot vrijdag)? o Nooit o Bijna nooit o Minder dan 1 keer per week o 1 keer per week o 2 keer per week o 3 keer per week o 4 keer per week o Elke dag 1 keer o Elke dag meer dan 1 keer Als leerlingen aan de statafel staan, hoe lang staan ze dan gemiddeld recht per keer? o 1-15 minuten per keer o minuten per keer (= een half lesuur) o minuten per keer o minuten per keer (= een volledig lesuur) o Meer dan 1 uur per keer Ik vind het leuk om les te geven terwijl de leerlingen rechtstaan aan de statafel. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens Ik vind het moeilijk om les te geven terwijl de leerlingen rechtstaan aan de statafel. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens Ik vind het goed om les te geven terwijl leerlingen rechtstaan aan de statafel. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens 23

32 Lesgeven terwijl leerlingen rechtstaan aan de statafel, is iets wat ik doe zonder er bij na te denken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens De andere leerkrachten op school vinden het goed dat ik lesgeef terwijl leerlingen rechtstaan aan de statafel. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Soms niet/ soms wel mee eens o Een beetje niet mee eens o Helemaal niet mee eens Protocol focusgroep leerlingen Bij de interventiescholen werden focusgroepen met de leerlingen afgenomen. Het doel is de meningen van de leerlingen rond de standing desks te achterhalen. De leerkracht stelde een groep van 6 tot 8 leerlingen samen die konden en wilden deelnemen aan de focusgroep. Er werd gevraagd om een gevarieerde groep samen te stellen, bv. leerlingen die verschillende meningen hebben (positief, negatief of neutraal) en zowel jongens als meisjes. Voor de focusgroepen werd een vragenroute voorzien ter leidraad zodat alles zeker aan bod kwam. De vragen werden onderverdeeld in enkele thema s nl. vragen in verband met gebruik van de standing desks, vragen in verband met effect van de standing desks, vragen in verband met houding ten opzicht van de standing desk, (bv. voordelen of hindernissen, suggesties) en afrondende vragen. Er werden steeds hoofdvragen en bijvragen voorzien. De bijvragen konden gesteld worden indien er nog niet voldoende beantwoord was of de discussie niet op gang kwam. Vooraleer de gesprekken van start gingen gaf de moderator een introductie. Hierin stelde de moderator zich kort voor en werd het doel en de richtlijnen van deze gesprekken uitgelegd. Belangrijk was dat de leerlingen niet door elkaar gingen praten en dat er ingespeeld mocht worden op wat anderen zeiden, ze mochten vrij hun mening geven. De moderator kon, indien nodig, ook dieper ingaan op de antwoorden van de leerlingen. Bij de focusgroepen was er ook een co-moderator aanwezig om te verzekeren dat alles gevraagd werd. De volledige vragenroute wordt in bijlage 8 weergegeven Protocol interview leerkrachten Het interview werd afgenomen bij een leerkracht die les gaf aan een interventieklas, in de klas waar de standing desks staan. Het gesprek met de leerkracht was één op één, maar ook hier kon 24

33 door de moderator dieper ingegaan worden op de antwoorden. Voor het interview met de leerkracht werd een gelijkaardige vragenroute als bij de focusgroepen voorzien (zie bijlage 9). Alle interviews en focusgroepen werden opgenomen met een bandopnemer. 3.4 Analyses Aan de hand van de bandopnames werden de focusgroepen en interviews volledig uitgeschreven. Deze werden vervolgens via Nvivo 11 geanalyseerd. Alle data van de focusgroepen werden verzameld onder één project en alle data van de interviews onder een tweede project binnen Nvivo. Bij beide werd er gestart met het formuleren van een basisboom. Deze werden opgesteld op basis van de drie hoofdthema s die al besproken worden bij protocol focusgroep leerlingen. Dit bracht een vaste structuur en houvast bij het analyseren van de gesprekken. De basisboom werd bij het coderen nog verder uitgebreid en aangepast waardoor enkele subthema s ontstonden. Elke focusgroep werd één voor één gecodeerd maar voor alle focusgroepen werden wel dezelfde codes gebruikt. Het verwerken van de interviews met leerkrachten gebeurde op dezelfde manier. Om de procesevaluatievragen te beschrijven werd er ook gebruik gemaakt van SPSS analyses. Hierbij werd er gekeken naar de frequenties en gemiddelden van de attitude, houding en eigeneffectiviteit ten opzichte van standing desks bij de leerlingen en leerkrachten. Het aantal minuten en het aantal keer dat de leerlingen aan een desk stonden werd ook beschreven aan de hand van SPSS. 25

34 4. RESULTATEN 4.1 Beschrijving steekproef middelbare scholen Er hebben in totaal negen middelbare scholen, vijf interventie- en vier controlescholen, deelgenomen aan deze studie. Ter volledigheid wordt de volledige steekproef uit het middelbaar onderwijs besproken. Overheen de scholen waren er 193 leerlingen waarvan er 88,6% (n=171) zelf toestemming hadden gegeven en toestemming hebben gekregen van hun ouders om deel te nemen aan de metingen. 86,01% (n=166) heeft deelgenomen aan de pretest. 88,08% (n=170) van de leerlingen heeft deelgenomen aan de tussentijdse vragenlijst. De interventiegroep bestond uit 95 leerlingen waarvan 41,05% jongens (n=39) en 58,95% meisjes (n=56) en vertegenwoordigde 55,55% van de steekproef. 87,72% van de steekproef (n=150) is geboren in 2001, 8,19% (n=14) in 2000, 2,34% (n=4) in 2002, 0,58% (n=1) in 1999 en 0,58% (n=1) in Het merendeel, namelijk 90,64% (n=155) van de steekproef is geboren in België en 79,53% spreekt Vlaams thuis (n=136). In tabel 3 worden deze gegevens weergegeven. Tabel 3: Beschrijving steekproef (aantal leerlingen, geslacht, geboortejaar, taalgebruik thuis, geboorteplaats). Interventiegroep n (%) Controlegroep n (%) Totaal n (%) Aantal Pre mid Geslacht Jongens Meisjes 39 (41,1%) 56 (58,9%) 40 (56,3%) 31 (43,7%) 79 (47,6%) 87 (52,4%) Geboortejaar (1%) 0 10 (10,1%) 86 (86,9%) 2 (2%) 0 1 (1,4%) 5 (7%) 64 (90,1%) 2 (1,4%) 1 (0,6%) 1 (0,6%) 14 (8,2%) 150 (88,2%) 4 (2,4%) Taalgebruik thuis Vlaams Ander 80 (84,2%) 15 (15,8%) 56 (78,8%) 15 (21,2%) 136 (81,9%) 30 (19,1%) Geboorteplaats België Ander 89 (93,7%) 6 (6,3%) 66 (94,3%) 4 (5,7%) 155 (93,9%) 10 (6,1%) 26

35 4.2 Procesevaluatie van standing desks in middelbare scholen Focusgroepen met leerlingen Gebruik van standing desks De frequentie waarmee de standing desks gebruikt werden, verschilde voornamelijk per leerling. Sommige leerlingen gaven aan dat ze snel vier uren per week aan de desks stonden en anderen leerlingen gaven dan aan er bijna niet aan gestaan te hebben. Bij één school die een vast doorschuifsysteem hanteerde en waar alle leerlingen aan de desk wilden staan, gaven de leerlingen aan dat ze slechts één lesuur per week of zelfs om de twee weken aan de desks konden staan. Ik denk dat er soms wel mensen zijn die maar 1 à 2 keer in de week staan. (school 3) Het systeem hoe de standing desks werden gebruikt was in de meeste scholen verschillend. In drie van de vijf scholen gaven de leerlingen aan dat er gebruik gemaakt werd van een soort doorschuifsysteem. Aan de hand van een lijst (op namen, klasnummer of zitplaatsen) konden ze weten wie aan de beurt was. Indien een leerling niet wou rechtstaan werd die nooit verplicht. Elke les gaan er drie leerlingen naar achter. Een leerling van elke rij gaat dan naar achter. Die volgen dan 50 minuten aan die standing desk les. (school 2) We hebben een blad gekregen waarop je naam staat om te weten wanneer je wel of niet aan de beurt bent. (school 3) Bij twee scholen werd de keuze om aan de desks te staan meer open gelaten. De leerlingen gaven aan dat ze zelf mochten kiezen wanneer ze er aan stonden tenzij de leerkracht besliste dat iedereen moest blijven zitten. Dat was gewoon wie er het eerste is blijft daar. (school 1) De leerlingen van twee scholen gaven aan dat ze initieel elke 25 minuten doorschoven, maar uiteindelijk veranderde dat in 50 minuten (elk lesuur), aangezien de tijd soms uit het oog werd verloren, omdat het te veel kon storen of de leerkracht het zelf niet aanbracht dat er gewisseld moest worden. Een leerling zei dat zelfs sommige leerkrachten vergaten wie achteraan moest staan en er daarom helemaal geen gebruik meer gemaakt werd van de standing desks. Je bent bezig met de les. Je kijkt niet altijd naar de klok dus daarom wordt er de 27

36 laatste tijd om de 50 minuten gewisseld in plaats van elk half uur. (school 4) De leerlingen van één van de drie scholen met een vast doorschuifsysteem gaven aan liever een vast systeem te gebruiken waar er elk lesuur gewisseld werd. Het enigste nadeel dat door deze leerlingen werd aangebracht, was dat ze met een plaatsenlijst werkten waardoor sommige leerlingen net voor hun beurt weer naar voor verplaatst werden waardoor ze net niet aan de standing desks mochten staan. Een vast doorschuifsysteem zorgt ook dat het dan eerlijk is, dat iedereen een keer kan. (school 2) Als je dan zo midden in de les moet wisselen dan is dat ook niet goed voor de leerkracht want dan gaat het altijd chaos zijn. (school 2) De leerlingen die op de school zaten waar er geen doorschuifsysteem gehanteerd werd, bevestigden dat ze wel met een vrijblijvend doorschuifsysteem zouden willen werken Effect van standing desks Overheen alle klassen waren de meningen onder de leerlingen verdeeld. Sommigen gaven aan zich beter te kunnen concentreren, anderen vonden dat ze juist minder goed konden opletten. Er was ook een groep die aangaf geen verschil te voelen in concentratieniveau. Er was één school waar bijna alle leerlingen meenden dat ze juist meer afgeleid waren tijdens het gebruik van de standing desks. Ja, je bent wel meer geconcentreerd vind ik. (school 3) Ik kan mij minder goed concentreren al rechtstaand. (school 1) Ik vind niet dat je je beter kunt concentreren maar ik ga ook niet mijn concentratie verliezen. (school 4) Daarnaast gaven de meeste leerlingen aan minder moe te zijn wanneer ze aan de standing desks stonden, onder andere omdat ze dan minder de mogelijkheid hadden tot het hangen aan de banken. Er was echter een school waar de leerlingen aangaven dat ze juist meer begonnen te leunen aan de banken omdat ze niet continue rechtop konden blijven staan. Een leerling gaf aan geen verschil te voelen in vermoeidheid en enkelen gaven aan dat de vermoeidheid afhing van de mate dat je zin had om recht te staan. 28

37 Je voelt je ook soms minder moe zo na een les als je toch hebt rechtgestaan. (school 2) Ik voel niet echt een verschil. Als ik heb rechtgestaan voel ik niet echt dat ik s avonds meer moe ben dan anders. (school 3) Soms heb je echt geen zin en je moet dan rechtstaan, dan denk ik dat het wel lastiger is. (school 3) In het algemeen gaven de leerlingen aan dat ze te weinig aan de banken hebben gestaan om een bepaalde invloed te ondervinden. Ik denk dat dat vooral op lange termijn verschil gaat hebben en dat je dat niet zo direct echt merkt vlak na die les. (school 2) Ik denk dat je eigenlijk te weinig rechtstaat om effect te voelen. (school 3) Houding ten opzichte van standing desks Overheen de scholen hadden bijna alle leerlingen een positieve houding ten opzichte van de standing desks. Eén leerling gaf aan dat ze zelf geen nood had om recht te staan maar dat het zeker niet stoorde dat anderen dat wel konden. De standing desks werden aangegeven als leuk, tof, een goed idee en een goed initiatief. Veel leerlingen gaven aan dat ze er wel gewoon aan moesten worden. Het is een beetje wennen. Omdat je niet wist hoe je daar zo moest staan. Op het einde wende het wel en dan ging het toch. (school 4) Dat is wel eens leuk dat, als je eens wilt rechtstaan je dat dan ook kan doen, in plaats van dat je echt moet blijven zitten! En als je dat niet wilt dan kan je gaan zitten. (school 2) Op één school gaven de leerlingen aan zelf er meer gebruik van te willen maken, maar dat er geen steun kwam van de leerkrachten. De leerlingen zeiden dat de leerkrachten het vervelend vonden en dat sommigen vergaten er gebruik van te maken. Indien de leerkrachten meer zouden meewerken zouden we er meer aan staan. (school 5) De best gepercipieerde manier waarop de standing desks in de toekomst zouden geïmplementeerd worden varieerde overheen de scholen. Het vrijblijvend gebruik maken van 29

38 de standing desks werd door alle leerlingen overheen de scholen aangegeven als een belangrijke factor voor het willen en blijven gebruiken van de standing desks in de klas. Er werd ook aangegeven dat het gebruik sterk afhangt van het lesuur en het vak dat gegeven wordt. Enkele leerlingen gaven aan liever neer te zitten wanneer ze veel moesten schrijven of een toets moeten maken. Ik denk dat ze moeten kunnen kiezen. Als een leerling zegt van ik wil nu eens rechtstaan dan kan hij dat gewoon vrij kiezen. (school 4) Ik zou niet altijd willen rechtstaan maar ik zou sowieso wel meer willen rechtstaan aan zo n standing desk omdat ik toch wel vind dat we wel veel zitten op een dag en dat dat wel nut heeft. (school 2) Ik denk bij interactieve vakken dat het gewoon leuker is om recht te staan. bv. godsdienst of zo, dat je gewoon zo u kan uitleven. Maar bij een schrijfvak is het misschien leuker om te zitten. (school 2) Alle leerlingen overheen de scholen gaven aan om liefst meer dan drie standing desks te gebruiken tijdens de lessen. Op vier van de vijf scholen gaven de leerlingen aan dat ongeveer een vierde van de klas, dus ongeveer vier à vijf statafels perfect zou zijn en dit in meerdere klaslokalen. Er werd gedebatteerd over klaslokalen volledig te vullen met standing desks maar dat kon volgens de leerlingen chaotisch worden, leiden tot sneller rondlopen, zorgen dat je het bord niet goed meer kan zien en het geeft bovendien geen keuze meer aan de leerlingen die dan niet willen rechtstaan. Ik zou er misschien dan zo vijf per klas zetten en dan bijvoorbeeld voor een aantal verschillende vakken, maar ook niet allemaal en dan zit je sowieso er ooit wel eens aan. (school 2) Ik zou vijf standing desks gebruiken, omdat je meer uren zal rechtstaan dan per 3. Je zal meer een effect voelen. (school 3) Op één school gaven alle leerlingen aan juist wel een klaslokaal volledig uitgerust met standing desks te willen zodanig dat alle leerlingen hetzelfde hebben. Zij gaven aan dit dan niet in elk klaslokaal te doen, maar af te wisselen met klaslokalen die de traditionele banken gebruiken. Wanneer er in uren werd gesproken gaven meerdere leerlingen aan zeker een lesuur per dag eens recht te willen staan. De leerlingen op één school gaven aan zelfs meerdere lesuren per dag te willen rechtstaan indien de uren elkaar afwisselden. Geen enkele leerling gaf aan om 30

39 liever elk half uur af te wisselen en ongeveer alle leerlingen vonden 50 minuten aan een stuk rechtstaan zeker doenbaar. Slechts één leerling gaf aan blij te zijn om na één lesuur weer te kunnen zitten. Ja moesten ze er zijn, dan doe ik dit zeker 3 uur per dag. Ik vind dat wel leuk maar voor sommige vakken lijkt me dat niet ideaal. (school 4) Maar ja, als dat één uur in de ochtend is, één rond de middag en één in de namiddag dan mag dat ook wel 3 uur zijn. (school 2) Een leerling gaf de suggestie om een bank te gebruiken waarbij leerlingen konden zitten en staan zodanig dat iedereen voor zichzelf kon beslissen maar andere leerlingen reageerden dat dit moeilijk zou worden indien de persoon voor jou plots zou rechtstaan. Op de school waar ze graag klaslokalen met alleen standing desks wilden, werd het idee gegeven om standing desks te gebruiken met een krukje aan zodanig dat de leerlingen zelf konden beslissen. Zo zouden ze niet moeten doorschuiven en alle leerlingen gaven aan dit wel leuk te vinden. Het grootste voordeel dat door de leerlingen overheen alle scholen werd aangehaald, is het feit dat de standing desks voor afwisseling in het zitten zorgden. De voetsteun die onderaan de bank plaatsvindt werd ook meermaals als voordeel aangehaald. Andere voordelen die nog werden beschreven waren onder andere de hanteerbaarheid (makkelijk in te stellen in hoogte en makkelijk verplaatsbaar), dat het niet veel plaats innam en dat men een betere houding aannam tijdens het rechtstaan. Maar ik denk wat ook goed aan is aan die standing desks, is dat je zo verandert van houding. Dat je niet altijd op dezelfde manier zit alle dat je zo kan rechtstaan. (school 2) Ik vind dat als je neerzit je dan rap gaat doorbuigen en met je rug geplooid gaat zitten. Als je recht staat ga je meer letten op het correct rechtstaan. (school 4) Er werden ook enkele nadelen door de leerlingen aangehaald. Leerlingen van twee scholen gaven aan dat het ontbreken van een haakje om je boekentas of jas aan te hangen er voor zorgde dat ze steeds diep moesten buigen om iets uit hun boekentas te nemen. De leerlingen op één school gaven aan dat ze minder betrokken werden tijdens de les indien ze achteraan aan de standing desks stonden. Dan gaven ze aan graag in het midden te kunnen staan. Enkele leerlingen gaven ook aan dat ze het niet zo leuk vonden dat ze alleen stonden en geen buur hadden. Hierop werd de suggestie gegeven om zes banken achteraan per twee te plaatsen, op 31

40 dezelfde manier als de traditionele banken. Voor je boekentas was dat zo ambetant. Want als je zo iets uit je boekentas moest halen dan moest je je helemaal bukken. Da s ook niet goed voor je rug hé. (school 2) Als je het nodig hebt om op te letten en je zit vanachter en je wordt niet betrokken, ja dan zit je daar liever niet. (school 4) Om een standing desk thuis te gebruiken waren de meningen bij de leerlingen verdeeld. Sommigen leerlingen gaven aan dit eventueel wel te gebruiken voor het maken van huiswerk. Anderen zeiden dat ze liever zitten om te studeren, omdat het werkoppervlak van de desk daar te klein voor is en omdat ze sneller afgeleid zouden zijn door andere zaken. Ik zou dat thuis wel doen want ik sta graag recht als ik studeer. Dan loop ik zowat rond en dan is dat gemakkelijk als je je map gewoon zo voor jou kan leggen. (school 2) Ik denk dat als ik dat thuis zou hebben, ik raak nogal snel afgeleid, dat ik dan zeker nog sneller van mijn bureau zou weglopen om iets te gaan doen. (school 2) Interviews met leerkrachten over de standing desks Gebruik van standing desks De frequentie in gebruik van de desks is verschillend bij iedere klas. Een leerkracht gaf aan dat de leerlingen meer rechtstonden in het begin, als de desks er nog maar net stonden, in vergelijking met een paar maanden later. Toch stonden er telkens leerlingen recht, omdat in die klas een gewone bank vervangen werd door standing desks en omdat het lokaal te klein was, moesten er telkens zeker twee leerlingen rechtstaan aan de desks. Ik heb 1 klas van 27 waarbij dat er altijd 2 moeten rechtstaan en dan vind ik dat wel moeilijker om altijd dezelfde te verplichten om recht te staan want ik geef ze dan wel een vaste plaats, dus bij elke les is dat van mevrouw mag ik vandaag eens zitten en dan moet ik iemand anders nemen om recht te staan en dat vind ik dan minder flexibel in het gebruik. (school 1) Bij een andere klas gaf de leerkracht aan dat er altijd leerlingen waren die één lesuur rechtstonden, dit was ook het geval in een andere klas. Er zijn dus twee klassen waar er altijd drie leerlingen rechtstonden. Twee leerkrachten zeiden dat het meestal dezelfde leerlingen 32

41 waren die wilden rechtstaan. Er was één school die de desks niet meer gebruikte. In het begin tot midden februari liep dat eigenlijk wel goed, dan is dat gebruikt geweest. Daarna is dat zo beginnen slabakken. We zijn nu op het punt gekomen dat het eigenlijk niet meer gebruikt wordt. (school 5) De meeste klassen werkten met een doorschuifsysteem. Twee van de vijf leerkrachten werkten met een vast opgelegd doorschuifsysteem waarbij de leerkracht bepaalde wie wisselde en wanneer, terwijl bij de rest van de klassen de leerlingen mochten kiezen. Bij de klassen waar er een vast opgelegd doorschuifsysteem toegepast werd stonden telkens andere leerlingen een lesuur aan de standing desks. Bij de drie andere scholen lag de keuze meer bij de leerlingen. Bij mijn leerlingen werk ik niet met een doorschuifsysteem, maar in het begin wel want in het begin wilden ze allemaal rechtstaan en dan heb ik gezegd elk om beurt. Maar nu doe ik dat niet meer. (school 1) Een leerkracht zei dat er een lijst was waarop stond welk lesuur de leerlingen de desks moesten gebruiken. De leerlingen mochten dan onderling kiezen wie recht wou staan. De school die de desks niet meer gebruikte, werkte in het begin met een doorschuifsysteem waarbij de leerkracht zei dat ze mochten doorschuiven en dat de leerlingen dan mochten kiezen of ze wilden rechtstaan of niet Effect van standing desks Zoals bij de leerlingen waren de meningen bij de leerkrachten ook verdeeld. Twee van de geïnterviewde leerkrachten merkten een duidelijk verschil in concentratie. De ene een positief effect en de andere een negatief. Ik merk over het algemeen dat ze beter geconcentreerd zijn. Leerlingen die anders niet echt zo heel veel antwoorden geven, gaan vlugger een antwoord geven, dat merk ik wel. (school 3) Er is concentratieverlies, omdat ze iets hebben van ik sta hier en moet niets doen, dat is eigenlijk wel plezant. (school 5) De andere drie leerkrachten waren van mening dat er weinig of geen verschil was in concentratievermogen tijdens de les. 33

42 Misschien dat ze in het begin nog aandachtiger zijn. Ik weet niet hoe dat komt, dus in het begin van de les is dat misschien van ah ik sta recht omdat dat een andere houding is, ze zitten in een andere situatie dan dat ze gewoon zijn. (school 1) Ik moet zeggen de leerlingen staan aan een desk en ze letten ook goed op en werken goed mee, ze kunnen notities nemen. (school 4) Twee leerkrachten merkten geen algemeen verschil, een ervan zei dat het weinig verandert aan haar manier van lesgeven. Andere leerkrachten spraken wel over verschillende effecten die vaak afhankelijk zijn van de opstelling van de desks of welke leerling er aan staat. Het is natuurlijk ook afhankelijk wie achteraan staat want in sommige gevallen gaat het dan om leerlingen die vrienden of vriendinnen van elkaar zijn en op die manier toch wel wat meer met elkaar bezig zijn. (school 3) Houding ten opzichte van standing desks Drie van de vijf leerkrachten zeiden dat er algemeen minder werd rechtgestaan naarmate de interventie vorderde, hiervan is er een klas waar de leerlingen niet meer rechtstonden (de klas die de desks niet meer gebruikte). Bij de twee andere leerkrachten die dat zeiden, kwam dat voor in de klassen waar de leerlingen de keuze hadden of ze wilden rechtstaan of niet. De leerkrachten hiervan vermeldden dat het enthousiasme bij de leerlingen wat was afgenomen en ze dus minder willen rechtstaan in vergelijking met toen de desks er net stonden. In het begin was dat enthousiasme wel heel fel en dat is misschien een beetje afgezwakt. (school 1) Het enthousiasme is ietsje afgenomen bij de leerlingen, vind ik, het is eigenlijk dubbel, bij sommige leerlingen. (school 4) Twee leerkrachten vermelden dat de leerlingen graag rechtstaan aan de desks. Omdat de leerlingen er zelf nooit een probleem van maken, als ik het vraag van ga je rechtstaan of ze klagen ook nooit van mevrouw ik wil gaan zitten daardoor merk ik wel dat ze graag rechtstaan. (school 1) Twee andere leerkrachten zeiden dan dat de meningen bij de leerlingen verdeeld zijn, dat sommige wel graag rechtstaan en andere niet. Sommige leerlingen staan graag recht, dat merk ik wel. Andere wat minder graag. 34

43 Het zijn ook nog typische pubers hé. (school 3) Verder was er een leerkracht die aangaf dat ze het rechtstaan niet zo aangenaam vonden. Leerlingen die ook zoiets hebben van goh ja moet dat nog wel, in feite vinden we dat toch niet zo aangenaam. (school 5) Er werden ook een aantal nadelen opgesomd tijdens de interviews. Ten eerste vermeldden twee leerkrachten dat als de desks te dicht bij elkaar stonden dat de leerlingen elkaar meer afleidden en babbelden. Die drie tafeltjes staan dan naast elkaar dan begint dat zo n een café gevoel te zijn van we staan hier aan een bar te babbelen. (school 5) Het is natuurlijk ook afhankelijk wie achteraan staat want in sommige gevallen gaat het dan om leerlingen die dan vrienden of vriendinnen van elkaar zijn en op die manier toch wel wat meer met elkaar bezig zijn. Dus die standing desks dan bijvoorbeeld niet samen zetten, wat meer uit elkaar zetten want dat is voor sommige wel een aanleiding om te babbelen. (school 3) Het was dus minder praktisch in een klein klaslokaal, doordat de desks dan dicht bij elkaar moesten staan. Hieruit volgde ook dat er een desk te dicht bij de deur stond. Bij het opendoen van de deur is dan het raam van de deur gebroken, omdat het tegen de hoek van de desk was gebotst. De leerkracht vond ook dat de desks mogelijks meer plaats in beslag namen in vergelijking met de gebruikelijke banken. Vervolgens vermeldde de leerkracht dat het binnen komen, staan achter hun stoel en gaan zitten rust en structuur brengt. Dit zou bij de standing desks minder vlot kunnen verlopen, zeker moesten er alleen maar standing desks staan in een klas. Dat zitten brengt ergens wel een rustpunt. Ik denk dat dat tot rust komen moeilijker is als er enkel standing desks in de klas zouden staan. Het zou moeten lukken, zeker zoiets moet lukken, maar ik denk dat dat zitten er net voor zorgt dat die discipline en structuur terug keert. (school 1) Nog een nadeel dat ondervonden werd, was als de leerlingen toets hadden. De leerlingen hadden een beter overzicht en konden makkelijker de leerstof overschrijven van de persoon voor hen. Dus ook voor grote herhalingstoetsen vond de leerkracht het niet handig om de leerlingen daar een heel uur aan te laten rechtstaan. 35

44 Het enige gevolg is als er toets is dat ik moet opletten want die kunnen op het blad van die daarvoor kijken. (school 2) Een volgend nadeel dat aangehaald werd was dat het gebruik van de desks geen gewoonte was en dat ze het na een tijdje minder interessant vonden of beu werden, omdat ze dit niet aangeleerd hadden van de lagere school. Een andere leerkracht zei dat de leerlingen zich soms wat afgesloten voelden van de rest doordat de desks achteraan in de klas stonden. Eén leerkracht zei dat het voor meer ervaren of traditionele leerkrachten moeilijk kan zijn om het te implementeren. Ik heb wel collega s horen zeggen van die desks dat is toch niet handig! dit en dat. Maar dat zijn denk ik vaak oudere leerkrachten/traditionele leerkrachten die daar niet voor openstaan. (school 1) Tot slot gaf een leerkracht nog enkel negatieve punten aan. De leerkracht vond het gebruik van de desks niet makkelijk toepasbaar bij groepswerk of om er routine in te krijgen. Als er meer discipline moest zijn in de klas of als de leerkracht zich er niet meer voor wou inzetten werden de desks niet meer gebruikt. Ook voor de leerlingen was het telkens weer aanpassen, zei de leerkracht. Het is voor hen ook een aanpassing, een opdracht om hun gerief dan ook weer te verleggen. Je zit dan soms in een andere werkvorm, dat je dan zegt van nu past dat echt niet. (school 5) Buiten de nadelen gaven de leerkrachten ook enkele voordelen. Twee leerkrachten zeiden dat het goed is om recht te staan omdat het eens een andere optie is voor de leerlingen, omdat het een andere manier is van deelnemen aan de les. Eén leerkracht zei dat de variatie zeker een meerwaarde is, ook omdat het een gezondheidsfactor heeft. Het feit dat ze rechtstaan is misschien niet slecht, ook voor de gezondheid, dat ze door recht te staan minder vast zitten aan die stoel en meer bewegen eigenlijk dan als ze op een stoel zitten. (school 1) Een tweede voordeel dat vermeld werd ging omtrent het gebruik van de desks. Ik vind de desks heel gebruiksvriendelijk, het feit dat ze dat voetsteuntje kunnen gebruiken en makkelijk verplaatsen, ook zijn ze licht en mooi. Ik vind het een mooie optie om te hebben in de klas. (school 1) 36

45 Dat ze verplaatsbaar zijn, dat ze behoorlijk licht zijn en verstelbaar in hoogte. Dat is belangrijk! Van mij zou er in elk lokaal drie mogen staan. Voor de rest is dat redelijk eenvoudig in gebruik. (school 2) Tot slot gaf een leerkracht nog aan dat het beter is voor het lichaam en dat het wel een manier was om ze alerter te maken. Da s inderdaad een manier om ze wat alerter te maken. Sowieso als je rechtstaat kan je beter inademen en uitademen. Dat zorgt voor meer toevoer van zuurstof naar de hersenen. Dat vind ik sowieso goed als dat gebeurt. (school 3) Mening t.o.v. ondersteunend interventiemateriaal Vier leerkrachten zeiden dat ze de posters en de handleiding goed hadden ontvangen. Verder vonden ze de handleiding nuttig en gaf het voldoende informatie en ondersteuning. Voor mij was dat wel voldoende. Ik heb dat eens doorgenomen. Het is duidelijk. (school 3) De vijfde' leerkracht zei dat ze het wat weinig vond en dat er meer ondersteuning mocht zijn. Naar ons leerkrachten toe vond ik dat oké, meer dan genoeg en voldoende onderbouwd waarom dat je dat deed. Maar ik vond dat als je dat naar de leerlingen toe uitlegde had ik zoiets van ja, is het alles wat je gaat zeggen. Daar had je wel wat meer kunnen zeggen denk ik, wat meer achtergrond en waarom. Misschien had dat geen verschil gemaakt hé. (school 5) Toekomstige implementatie Eén leerkracht zou de desks niet aanraden aan andere leerkrachten Ik ben er nu niet echt van overtuigd dat het een meerwaarde is. (school 5). De andere vier leerkrachten zouden dit wel doen. Eén leerkracht vond het duidelijk en zou aan de andere leerkrachten enkel het doorschuifsysteem uitleggen. Ik vind niet dat daar veel over verteld moet worden. Alleen het doorschuifsysteem misschien, dat kan je aan elkaar doorgeven. Voor de rest is dat redelijk eenvoudig in gebruik. En de verstelbaarheid in hoogte, zo dat je arm moet kunnen leunen. (school 2) Verschillende leerkrachten voegden nog enkele suggesties toe. Eén leerkracht die zelf niet 37

46 werkte met een doorschuifsysteem zou het aanraden om dit wel te doen. Ik zou toch een doorschuifsysteem invoeren. Dat ga ik misschien zelf beginnen doen. Dat is een goed idee, dat iedereen eens rechtstaat. Ik zou ook genoeg zittende plaatsen voorzien en de desks als extra zien. Dat iedereen kan zitten bijvoorbeeld als je zegt dat je nu even complete concentratie zitten wil, dat dat kan. (school 1) Een suggestie van een andere leerkracht was om, als het wordt ingevoerd, dit zeker al te doen vanaf de lagere school, zodat ze het gewoon zijn. Misschien als dat al van in de lagere school zou worden aangeleerd, zou dat voor hen misschien al een stuk natuurlijker aanvoelen. Dat ze weten, kijk om de zoveel tijd staan we recht en is dat ook wel beter voor de aandacht. (school 3) De leerkrachten hadden verschillenden meningen in wat zij ideaal vonden qua plaats en het aantal desks voor in hun klas. Zoals eerder vermeld stonden de desks bij alle klassen achteraan. Een van de leerkrachten gaf aan dit goed te vinden. Een andere leerkracht vond dat ze te veel afgezonderd werden en zou de desks misschien langs de zijkanten plaatsen. Twee leerkrachten gaven aan dat het misschien een idee zou zijn om een hele klas met standing desks te vullen, zodat de manier van les volgen voor iedereen gelijk is en zodat iedereen één lesuur zou kunnen rechtstaan. Het volgende uur hebben ze dan in een ander lokaal les waar ze weer zouden kunnen zitten. In verband met het aantal vond één leerkracht drie desks goed, een andere vond vier desks dan weer beter passen, zeker bij het toepassen van verschillende werkvormen. Voor werkvormen en coöperatief leren waren drie desks niet handig om aan een eiland bij te zetten. Verder vond een leerkracht dat een vierde van de klas bezet mocht zijn met desks en een andere leerkracht vond ongeveer de helft wel een idee. De laatste leerkracht vond het beste als heel de klas zou rechtstaan Barrières om standing desks te implementeren Alle leerkrachten gaven aan dat de grootste barrière voor de school de kostprijs zou zijn. Zoals vermeld bij de nadelen, zou het een barrière kunnen zijn omwille van het disciplinaire. Twee leerkrachten haalden dit naar boven. Voor de leerkrachten meer dat disciplinaire, we zeggen ook altijd aan ons leerlingen als ze binnenkomen ga eerst rechtstaan achter jullie stoel en als het rustig is ga gaan zitten. Dat is al iets dat niet lukt met die desks. Stel u voor dat er een klas is met enkel standing desks en die komen binnen en blijven rechtstaan dat zitten 38

47 brengt ergens wel een rustpunt. (school 1) Eén leerkracht dacht dat de leerlingen daar misschien wat te jong voor waren. Die leerkracht vond het nu nog geen meerwaarde hebben Kwantitatieve procesevaluatie van standing desks Op basis van de vragenlijst die ingevuld werd door de leerlingen en leerkrachten, werden volgende resultaten gevonden. 21,3% van de leerlingen gaf aan één maal per week aan de standing desk gestaan te hebben. 17% heeft minder dan één keer per week aan de standing desks gestaan, 20,2% bijna nooit en 16% nooit. 7,4% gaf aan er dagelijks aangestaan te hebben. Als er verder werd gekeken per school was er een groot verschil in het aantal keer staan per week. Bij de meeste scholen stond het grootste deel van de leerlingen één of meer keer per week. Er was één school waarbij bijna alle leerlingen (84,2%) aangaven nooit of bijna nooit aan de standing desk gestaan te hebben. Bij de leerkrachten waren de antwoorden verdeeld (zie tabel 4). Tabel 4: procesevaluatie vragen: frequentie gebruik standing desks volgens leerlingen en leerkrachten in dagen per week. Nooit n ( %) bijna nooit n (%) Minder dan 1 keer per week n (%) 1 keer per week n (%) 2 keer per week n (%) 3 keer per week n (%) 4 keer per week n (%) Elke dag n (%) Hoe vaak per week sta je gemiddeld recht aan de statafel? (n=98) 16 (16,3%) 20 (20,4%) 16 (16,3%) 22 (22,4%) 4 (4,1%) 5 (5,1%) 8 (8,2%) 7 (7,1%) Hoe vaak per week staan de leerlingen gemiddeld recht aan de statafel? (n=5) 0 (0%) 1 (20%) 1 (20%) 1 (20%) 0 (0%) 0 (0%) 1 (20%) 1 (20%) 39

48 Indien er gebruik gemaakt werd van de standing desks gaf 75,9% (n=63) van de leerlingen aan er tussen de 45 en 60 minuten aan te staan, 4,8% (n=4) tussen de 30 en 45 minuten, 12% (n=10) tussen de 15 minuten en 30 minuten en 6% (n=5) minder dan 15 minuten. Twee leerkrachten gaven aan dat de leerlingen tussen de 45 en 60 minuten rechtstaan, één leerkracht gaf aan dat dit tussen de 31 en 45 minuten was en één leerkracht gaf aan dat dit tussen de 15 en 30 minuten was (zie tabel 5). Tabel 5: procesevaluatie vragen: frequentie gebruik standing desks volgens leerlingen en leerkrachten in minuten per keer minuten per keer n (%) minuten per keer (= een half lesuur) n (%) minuten per keer n (%) minuten per keer (= een volledig lesuur) n (%) Meer dan 1 uur per keer n (%) Als je rechtstaat aan de statafel, hoe lang sta je dan gemiddeld per keer? (n=83) 5 (6%) 10 (12%) 4 (4,8%) 63 (75,9%) 1 (1,2%) Als leerlingen aan de statafel staan, hoe lang staan ze dan gemiddeld recht per keer? (n=4) 0 (0%) 1 (25%) 1 (25%) 2 (50%) 0 (0%) Van alle leerlingen heeft 21,1% (n=36) nooit of bijna nooit gebruik gemaakt van de standing desks. Als er enkel gekeken wordt naar diegene die er wel gebruik van maakten, stonden de leerlingen gemiddeld 93,72 minuten per week recht. Het grootste aantal leerlingen daarvan 29% (n=18) stonden 50 minuten per week recht. 11,3% (n=7) stond 200 minuten per week recht en nog eens 11,3% (n=7) stond 250 minuten per week recht (zie grafiek 1). 40

49 Aantal lln Aantal min/week Grafiek 1: Het gebruik van de standing desks in aantal minuten per week (bij de leerlingen die er effectief aanstonden). 67,4% vindt het eerder leuk om aan de standing desks te staan, 22,8% is neutraal en 9,8% vindt het eerder niet leuk. 38% ziet zichzelf niet in staat om aan de standing desks te staan en vindt het eerder moeilijk. 44,6% voelt zich daartoe wel in staat. Voor 43,4% van de leerlingen is het eerder al een gewoonte om aan de standing desks te staan. Voor 36,9% is die gewoonte er eerder nog niet. 61,3% van de leerlingen denken dat de mening van de andere leerlingen over het gebruiken van de standing desks eerder positief is (zie tabel 6). Tabel 6: procesevaluatie vragen (attitude, eigen-effectiviteit, gewoonte, preferentie en subjectieve norm van standing desks bij leerlingen) Helemaal mee eens n (%) Een beetje mee eens n (%) Soms wel/ soms niet mee eens n (%) Een beetje niet mee eens n (%) Helemaal niet mee eens n (%) Ik vind het leuk om rechtstaand les te volgen aan de statafel. (n=96) 33 (34,4%) 30 (31,3%) 23 (24%) 6 (6,3%) 4 (4,2%) Ik vind het moeilijk om rechtstaand les te volgen aan de statafel. (n=96) 8 (8,3%) 30 (31,3%) 17 (17,7%) 24 (25%) 17 (17,7%) Rechtstaand les volgen aan de statafel is goed voor mij. (n=96) 30 (31,3%) 31 (33,3%) 21 (21,9%) 8 (8,3%) 5 (5,2%) 41

50 Rechtstaand les volgen aan de statafel is iets wat ik doe zonder er bij na te denken. (n=96) 13 (13,5%) 27 (28,1%) 20 (20,8%) 21 (21,9%) 15 (15,6%) De leerlingen uit mijn klas vinden het goed dat ik rechtstaand les volg aan de statafel. (n=94) 33 (35,1%) 24 (25,5%) 22 (23,4%) 11 (11,7%) 4 (4,3%) Vier van de vijf leerkrachten vertonen een positieve attitude en vinden het leuk om les te geven terwijl de leerlingen aan de standing desks staan. Een leerkracht gaf aan dit niet leuk te vinden. Twee leerkrachten vinden het moeilijk om les te geven terwijl de leerlingen aan de desks staan. Vier leerkrachten zijn het al een gewoon om les te geven aan leerlingen die rechtstaan. Twee leerkrachten denken dat de mening van de andere leerkrachten over het gebruiken van de standing desks eerder positief is. Twee leerkrachten zijn neutraal en één leerkracht denkt dat de desks niet goed ontvangen worden door de andere leerkrachten (zie tabel 7). Tabel 7: procesevaluatie determinanten (attitude, eigen-effectiviteit, gewoonte en preferentie van standing desks bij leerkrachten) Helemaal mee eens n (%) Een beetje mee eens n (%) Soms wel/ soms niet mee eens n (%) Een beetje niet mee eens n (%) Helemaal niet mee eens n (%) Ik vind het leuk om les te geven terwijl de leerlingen rechtstaan aan de statafel. (n=5) 4 (80%) 0 (0%) 0 (0%) 0 (0%) 1 (20%) Ik vind het moeilijk om les te geven terwijl de leerlingen rechtstaan aan de statafel. (n=5) 2 (40%) 0 (0%) 0 (0%) 0 (0%) 3 (60%) Ik vind het goed om les te geven terwijl de leerlingen rechtstaan aan de statafel. (n=5) 4 (80%) 0 (0%) 0 (0%) 0 (0%) 1 (20%) Lesgeven terwijl leerlingen rechtstaan aan de statafel, is iets wat ik doe zonder er bij na te denken. (n=5) 4 (80%) 0 (0%) 0 (0%) 0 (0%) 1 (20%) 42

51 De andere leerkrachten op school vinden het goed dat ik lesgeef terwijl leerlingen rechtstaan aan de statafel. (n=5) 2 (40%) 0 (0%) 2 (40%) 0 (0%) 1 (20%) 43

52 5. DISCUSSIE 5.1 Bespreking van de kwalitatieve en kwantitatieve data Het doel van deze masterproef was om een procesevaluatie uit te voeren omtrent de implementatie van standing desks in middelbare scholen. Deze thesis focust zich op middelbare scholen omdat er weinig tot geen onderzoek uitgevoerd is bij deze doelgroep, zeker in Vlaanderen. De reeds uitgevoerde onderzoeken waarbij er standing desks geïmplementeerd werden op scholen, vonden grotendeels plaats op lagere scholen (Benden et al., 2014; Abbott et al., 2013). Er werd in deze masterproef gebruik gemaakt van kwalitatieve en kwantitatieve data om een zo volledig mogelijk beeld te schetsen. Dit gebeurde aan de hand van focusgroepen bij leerlingen, interviews bij leerkrachten en procesgerichte vragenlijsten bij beide groepen. Met betrekking tot het kwalitatieve luik werd eerst gekeken hoe de standing desks op de interventiescholen gebruikt werden. Verder werd het effect dat de leerlingen en leerkrachten ondervonden onderzocht. Tot slot werd de houding van de leerlingen en leerkrachten ten opzichte van de standing desks geëvalueerd. In eerste instantie werd nagegaan welk doorschuifsysteem er op de scholen toegepast werd voor het gebruik van de standing desks en hoe het systeem werd ervaren. In de handleiding die werd meegegeven aan de leerkrachten werd een doorschuifsysteem voorgesteld vanuit het onderzoeksteam. Slechts drie van de vijf scholen hebben hier gedurende de hele interventieperiode gebruik van gemaakt. Dit is niet abnormaal aangezien interventies bijna nooit exact worden geïmplementeerd zoals het initieel bedoeld was (Durlak & DuPre, 2008; Lendrum & Humphrey, 2012). Naargelang het systeem dat gebruikt werd en het aantal momenten dat in de klas met standing desks gespendeerd werd, verschilde de frequentie waarmee de standing desks door de leerlingen gebruikt werden per school. Voornamelijk op scholen met een vast doorschuifsysteem vonden de leerlingen dat ze te weinig mogelijkheden hadden om recht te staan. De resultaten van de procesevaluatievragenlijst toonden aan dat de meeste leerlingen hier een of meer keer in de week rechtstonden. Op de scholen waar geen doorschuifsysteem toegepast werd, waren het voornamelijk dezelfde leerlingen die gebruik maakten van de desks. Bovendien was geen enkele leerling verplicht om aan de standing desks te staan wat ook leidde tot een verschillende mate van gebruik tussen de leerlingen binnen één school. In de studie van Clemes et al., (2015) werden twee interventies vergeleken waarbij de ene interventie werkte met een doorschuifsysteem en de andere niet. Bij het doorschuifsysteem liet de leerkracht de leerlingen in groep roteren zodat iedere leerling één keer per dag minstens één uur rechtstond. Bij de interventie met het rotatiesysteem werden duidelijk meer stappen 44

53 gezet. Het sedentair gedrag verminderde en de fysieke activiteit ging omhoog. Het zou dus aangeraden worden om te werken met een vast doorschuifsysteem, indien de klas zowel traditionele banken als standing desks bevat. Naast het toepassen van een doorschuifsysteem werd er in de handleiding ook aangeraden om elk half uur af te wisselen zodat er meerdere leerlingen hun zitgedrag binnen één lesuur zouden kunnen onderbreken. Uit de focusgroepen bleek echter dat de meeste leerlingen een lesuur rechtstonden. Ze vonden dit zeker niet te lang en gaven zelfs aan dit meerdere malen per dag te willen doen. Zowel leerkrachten als leerlingen gaven aan dat om het half uur doorschuiven de les kon storen en praktisch niet haalbaar was. Daardoor wisselden uiteindelijk alle scholen elk lesuur af. Er was één school waar de klas iets uitdagender was en de implementatie een stuk moeilijker verliep. Er werd initieel elk half uur gewisseld en dat zorgde volgens de leerkracht voor teveel afleiding onder de leerlingen en leidde tot te veel tijdverlies om de leerlingen terug aandachtig te maken. Uiteindelijk leidde dit tot het niet meer gebruiken van de standing desks. Mogelijks was dit anders verlopen indien ze onmiddellijk elk lesuur afwisselden. Opmerkelijk is ook dat de leerlingen van die school wel graag gebruik maakten van de standing desks en het liever meer gebruikt hadden. Naast het gebruikte doorschuifsysteem spelen de leerkrachten dus een belangrijke rol in de mate van gebruik van de standing desks en is het noodzakelijk dat zij positief staan tegenover de standing desks. Vervolgens werd nagegaan welk effect de leerlingen en leerkrachten gepercipieerd hadden. Uit de resultaten bleek dat het gepercipieerde effect op concentratie sterk afhankelijk was van persoon tot persoon. Sommige leerlingen gaven aan dat ze te weinig aan de desks hebben gestaan om een effect te ondervinden. Andere leerlingen konden zich misschien wel beter concentreren maar doordat de desks helemaal achteraan in de klas stonden voelden ze zich minder betrokken bij de les. De meerderheid van de leerkrachten gaf aan dat er weinig of geen verschil was in het concentratievermogen bij de leerlingen. Eén leerkracht was sterk positief en zei dat de leerlingen zelf meer antwoorden gaven en dus beter meewerkten. Een andere leerkracht sprak over concentratieverlies en dat de leerlingen vlugger afgeleid werden. Een studie van Bronwyn et al. (2016), waarbij ook gevraagd werd naar de ondervonden effecten van de standing desks in middelbare scholen in Engeland, vond gelijklopende resultaten. De studie toonde aan dat de meeste leerlingen vonden dat ze goed konden werken aan de desks, maar dat een derde van de leerlingen aangaf zich moeilijker te kunnen concentreren en gemakkelijker afgeleid waren. Er waren ook enkele leerkrachten die negatieve effecten op de concentratie van hun leerlingen percipieerden. Zowel in deze masterproef als in de studie van Bronwyn et al. 45

54 werd er opgemerkt dat de leerlingen mogelijks te weinig aan de standing desks hebben gestaan om de positieve effecten met betrekking tot concentratie te ondervinden. Naast de ondervonden effecten op concentratie wordt er in de literatuur ook gesproken over lichamelijke gewaarwordingen. Bij een pilootstudie van Salmon et al. (2015) werd onder andere aangehaald dat sommige leerlingen in middelbare scholen fysieke lasten ondervonden, zoals pijn in de rug of benen, gedurende het gebruik van standing desks. Omdat pijn en discomfort persoonlijke gewaarwordingen zijn, is het moeilijk om te bepalen of het door het gebruik van de standing desks kwam of van een al reeds bestaande conditie. Bij deze procesevaluatie heeft geen enkele leerling hierover iets vermeld. Dit kan te maken hebben met het feit dat er vrij vaak gewisseld werd en ze hier niet te lang aan dienden te staan. Tot slot werd de houding van de leerkrachten en leerlingen ten opzichte van de standing desks bevraagd. De attitude ten opzichte van de standing desks bij de leerlingen en leerkrachten overheen alle scholen was algemeen positief. Dit stemt overeen met eerdere interventies waar de reacties van leerlingen op de introductie van standing desks ook positief waren (Hinckson et al., 2013; Benden et al., 2011). In deze masterproef gaven bijna alle leerlingen aan er meer gebruik van te willen maken. Ook in recent onderzoek gaf het merendeel van de leerlingen en leerkrachten aan de desks graag te blijven gebruiken (Bronwyn et al., 2016). Bijna alle bevraagde focusgroepen gaven aan dat het kunnen aanpassen van de hoogte van de standing desks, waardoor een ideale lichaamshouding kon verwezenlijkt worden, een sterk voordeel was. Er waren al studies waarbij standing desks op verschillende hoogtes voorzien werden om een ergonomische houding te verzekeren (Hinckson et al., 2013; Blake et al., 2012). De standing desks die gebruikt werden in deze interventie, waren nog eens elk verstelbaar in drie verschillende hoogtes. Om een goede ergonomische houding aan te nemen moet er ook gebruik gemaakt worden van een voetsteun (Hinckson et al., 2015). Bij de standing desks was er ook een voetsteun aanwezig en, omdat het handig was, gaven de leerlingen ook zelf aan hier gebruik van te maken. Het model was ook makkelijk verplaatsbaar en zeer hanteerbaar. Naast de voordelen over het model van de standing desks, gaven de leerlingen de afwisselingen in het zitten aan als grootste voordeel van het implementeren van standing desks. De leerlingen en leerkrachten ondervonden ook enkele barrières of gaven mogelijke barrières voor de toekomst aan. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat conservatievere leerkrachten de implementatie van standing desks niet nodig achten waardoor die leerkrachten kunnen weigeren dit te gebruiken. Verder zou de moeilijkheid voor het implementeren van de desks afhankelijk kunnen zijn van de klasgroep. Een leerkracht haalde aan dat het werken met de desks misschien 46

55 moeilijker zou verlopen bij een lastige klas. Een suggestie was om de volledige klas uit te rusten met standing desks. Er kan verondersteld worden dat ze zo meer controle en minder afleiding verwachten. Een klaslokaal volledig uitrusten met standing desks en met een kruk kan in het middelbaar ook praktisch zijn. Zo moet er geen gebruik gemaakt worden van een doorschuifsysteem, kan elke leerling elke keer beslissen recht te staan of te zitten, onafhankelijk van de andere leerlingen, en is er geen afzondering van bepaalde leerlingen. Verder gaven enkele leerlingen aan dat ze nog moeten wennen aan het gebruik van standing desks aangezien het voor hen nieuw is om rechtstaand les te volgen. De leerlingen gaven ook aan dat ze zich minder betrokken voelden wanneer ze aan de standing desks stonden, aangezien deze achteraan in de klas werden geplaatst. Eén van de grootste barrières zou wel de kostprijs kunnen zijn. Dit werd door elke leerkracht als eerste aangehaald als er bevraagd werd naar de barrières. Dit werd in verschillende studies ook als barrière beschreven (Hinckson et al., 2015; Benden et al., 2011; Blake et al., 2012). Deze barrières hadden een impact aangezien vrij veel leerlingen (39,6%) en twee leerkrachten aangaven dat ze het eerder moeilijk vonden om les te volgen aan de standing desks of les te geven aan leerlingen die aan de standing desks stonden. Er werd verwacht dat leerlingen op de school, waar het gebruik minder vlot verliep en uiteindelijk werd stopgezet, dit voornamelijk als moeilijk zouden ervaren. Bij het nader bekijken blijkt echter dat een lage eigen-effectiviteit bij leerlingen en leerkrachten op meerdere scholen voorkwam. Hierdoor kan er gesteld worden dat het voordelig kan zijn om de leerkrachten en eventueel ook de leerlingen meer te ondersteunen in het gebruik ervan. De leerkrachten in deze interventie werden wel ondersteund door een handleiding en presentatie maar dit moest mogelijks uitgebreider. Door hen meer te steunen en coachen kan de attitude, kennis en vaardigheden van de leerkracht omtrent de interventie verbeteren (Durlak & DuPre, 2008; Dusenbury et al., 2003). Een betere ondersteuning aan de leerkrachten, door bv. een efficiënt en makkelijk toepasbaar doorschuifsysteem op te stellen, standing desks in de leraarskamer te plaatsen, aanmoediging vanuit de directie stimuleren of een instructievideo meegeven, zou dan ook misschien kunnen helpen om de eigen-effectiviteit van de leerkrachten te verhogen. Dit zou een succesvolle implementatie mogelijks meer garanderen. De implementatie en doelstellingen aan de leerlingen duidelijk maken zou hun eigen-effectiviteit ook mogelijks kunnen verhogen. Voor toekomstige implementaties verkiezen alle leerlingen en leerkrachten om meer dan drie standing desks in de klaslokalen te plaatsen, zolang de leerlingen er vrijblijvend gebruik van kunnen maken. Ook de leerkrachten gaven aan meer dan drie standing desks te willen 47

56 gebruiken. Het ideale aantal was voor alle leerkrachten verschillend. De leerlingen spraken in het algemeen over een vierde van de klas te vervangen door standing desks. Er kan verondersteld worden dat de leerlingen hoopten om zo meermaals per week aan de standing desks te kunnen staan. Er zijn geen studies gevonden waarbij de perceptie van leerlingen en leerkrachten omtrent het aantal standing desks bevraagd werd. De meeste studies in de literatuur vervingen wel alle traditionele banken in een klaslokaal door standing desks (Sherry et al., 2016). Omdat verschillende implementaties leidden tot verschillende positieve veranderingen is het moeilijk te concluderen welke manier van implementeren nu best gebruikt wordt (Sherry et al, 2016). Uit eerder onderzoek bleek wel dat er geen verschil was in vermindering van de totale sedentaire tijd bij een klas met zes standing desks of een klas volledig met standing desks (Clemes et al., 2015). Naargelang de mogelijkheden (grootte van het klaslokaal, soort klasgroep, aantal leerlingen en beschikbaar budget) en voorkeuren (aantal desks) van de school zou er dus een aangepaste implementatie mogelijk kunnen zijn. 5.2 Aanbevelingen Uit de literatuurstudie is gebleken dat onderzoeken naar de procesevaluatie van standing desks in middelbare scholen nog zeer beperkt is (Bronwyn et al., 2016). Uit deze masterproef zijn enkele belangrijke aspecten en suggesties naar voor gekomen. Deze kunnen meegenomen worden naar toekomstige onderzoeken en kunnen helpen om de implementatie van standing desks, in middelbare scholen, op grote schaal te kunnen uitvoeren. Er wordt zeker aangeraden om standing desks te gebruiken in de klas. Onder meer doordat leerkrachten het gebruik van de desks ook zelf zouden aanraden aan andere leerkrachten. Een vast doorschuifsysteem, zonder de leerlingen te verplichten om aan de standing desks te staan, blijkt het best toepasbaar omdat de leerlingen dan meer afwisselden en meer verschillende leerlingen dan rechtstonden. Uit de cijfers blijkt dat sommige leerlingen het al sneller gewoon waren om recht te staan en anderen het daar moeilijker mee hadden. Het zou dus nuttig kunnen zijn dat leerlingen de desks leren gebruiken vanaf de basisschool, zodat de leerlingen er van jongs af aan al kennis mee maken. Er wordt sterk aanbevolen om meer dan drie desks te plaatsen in een klas zodanig dat de leerlingen meermaals in de week rechtstaand les kunnen volgen. Zoals eerder aangegeven kan het exacte aantal dan bepaald worden naargelang de mogelijkheden en voorkeuren van de school. Ook zal er rekening moeten gehouden worden met de kostprijs, aangezien die in deze 48

57 masterproef en in de literatuur als belangrijke barrière werd aangehaald (Hinckson et al., 2015; Benden et al., 2011; Blake et al., 2012). Qua plaatsing wordt een suggestie gedaan om de desks langs de zijkanten te plaatsen, zodat de leerlingen het zicht van de anderen (die dan aan een traditionele bank zitten) niet zouden belemmeren en zo toch evenveel betrokken worden in de les. Een laatste belangrijk punt is om de directie en leerkrachten te sensibiliseren en te ondersteunen alvorens de standing desks te implementeren bij de leerlingen. De leerkrachten moeten goed ingelicht worden en enthousiast zijn over de standing desks, voor een succesvolle implementatie te bekomen. Er kan niet verwacht worden van de leerlingen om de standing desks met enthousiasme te gebruiken als de leerkrachten en directie daar niet helemaal achter staan (Rogers, 2003). 5.3 Sterktes en zwaktes van de interventie Een eerste belangrijke sterkte is dat dit de eerste studie is die de implementatie van standing desks bij middelbare scholen evalueert in Vlaanderen. Eerdere onderzoeken gingen ook meestal door in basisscholen, terwijl het belangrijk is om dit, gezien de hoge prevalentie van sedentair gedrag in deze doelgroep, te onderzoeken bij leerlingen uit het middelbaar (Spittaels et al., 2012). Een andere belangrijke sterkte is dat de procesevaluatie zowel gebaseerd was op kwalitatieve als kwantitatieve data bij zowel leerlingen als leerkrachten. De korte interventieperiode kan beschouwd worden als een zwakte in dit onderzoek. De desks stonden er nog niet zo lang voor de mid-test afgenomen werd. Ook werd er minder rechtgestaan door de vakanties en examenperiode die in de periode vielen vanaf het leveren van de desks tot de mid-test. Het zou dus interessant zijn om het proces nogmaals te evalueren op het einde van het schooljaar. Verder kon het ook interessant zijn geweest om de directie te interviewen om nog meer datagegevens te verzamelen. Het is uiteindelijk de directie die beslist of de standing desks aangekocht en geïmplementeerd worden. 49

58 5.4 Conclusie Algemeen werden de standing desks positief onthaald in de scholen. De meerderheid van de leerkrachten vond het een meerwaarde in de klas en zou het aanraden aan andere leerkrachten. Het grootste aangebrachte voordeel voor het gebruiken van de standing desks was de variatie in zitten en staan tijdens de lesuren. Het model van de desk was zeer hanteerbaar en bovendien ook praktisch. Zowel de leerlingen en leerkrachten zouden de standing desks in de toekomst blijven gebruiken. Er is echter geen eenduidig besluit over de manier van implementatie van de standing desks. Naargelang de mogelijkheden (grootte van het klaslokaal, aantal leerlingen, soort klas en beschikbaar budget) van de school en voorkeuren (aantal desks) van de leerkrachten en leerlingen zouden er een verschillend aantal banken geïmplementeerd worden. Een ideaal aantal zou berekend kunnen worden naargelang de klasgroep en het aantal keer de leerlingen per week zouden willen rechtstaan. Meer dan drie banken is praktisch haalbaar en gewenst overheen alle scholen, maar is financieel niet altijd mogelijk. Alle leerlingen en leerkrachten verkiezen om een vast doorschuifsysteem te hanteren, waarbij de leerlingen niet verplicht worden om er gebruik van te maken. Een doorschuifsysteem is noodzakelijk voor een goede frequentie in gebruik van de desks door verschillende leerlingen. Les volgen aan de standing desks toonde geen beter of slechter gepercipieerd concentratievermogen. Om de leerlingen duidelijke effecten te laten ondervinden zou er meer aan de standing desks moeten gestaan worden en is een langere interventieperiode misschien noodzakelijk. Voldoende ondersteuning van de leerkrachten kan een langdurige en succesvolle implementatie mogelijk maken. 50

59 6. REFERENTIELIJST Abbott, R. A., Straker, L. M., & Erik Mathiassen, S. (2013). Patterning of children's sedentary time at and away from school. Obesity, 21(1), E131-E133. Ainsworth, B. E., Haskell, W. L., Whitt, M. C., Irwin, M. L., Swartz, A. M., Strath, S. J., Emplaincourt, P. O. (2000). Compendium of physical activities: an update of activity codes and MET intensities. Medicine and science in sports and exercise, 32(9; SUPP/1), S498-S504. Aminian, S., Hinckson, E. A., & Stewart, T. (2015). Modifying the classroom environment to increase standing and reduce sitting. Building Research & Information, 43(5), Aron P. Sherry, Natalie Pearson, Stacy A. Clemes (2016) The effects of standing desks within the school classroom: A systematic review. Preventive Medicine Reports 3 (2016) Atkin, A. J., Corder, K., Ekelund, U., Wijndaele, K., Griffin, S. J., & van Sluijs, E. M. (2013). Determinants of change in children s sedentary time. PloS one, 8(6), e Atkin, A. J., Gorely, T., Clemes, S. A., Yates, T., Edwardson, C., Brage, S., Biddle, S. J. (2012). Methods of measurement in epidemiology: sedentary behaviour. International journal of epidemiology, 41(5), Benden, M. E., Blake, J. J., Wendel, M. L., & Huber Jr, J. C. (2011). The impact of standbiased desks in classrooms on calorie expenditure in children. American Journal of Public Health, 101(8), Benden, M. E., Zhao, H., Jeffrey, C. E., Wendel, M. L., & Blake, J. J. (2014). The evaluation of the impact of a stand-biased desk on energy expenditure and physical activity for elementary school students. International journal of environmental research and public health, 11(9), Biddle, S. J., Gorely, T., & Marshall, S. J. (2009). Is television viewing a suitable marker of sedentary behavior in young people? Annals of behavioral medicine, 38(2), Biddle, S. J., Gorely, T., & Stensel, D. J. (2004). Health-enhancing physical activity and sedentary behaviour in children and adolescents. Journal of sports sciences, 22(8), Biddle, S., Cavill, N., Ekelund, U., Gorely, T., Griffiths, M., Jago, R., Oppert, J.M., Raats, M.M., Salmon, J., Strattion, G., Vicente-Rodriguez, G., Butland, B., Prosser, L., & Richardson, D. (2010). Sedentary behaviour and obesity: review of the current 51

60 scientific evidence. Department of Health/Department For Children, Schools and Families: London. Blake, J. J., Benden, M. E., & Wendel, M. L. (2012). Using stand/sit workstations in classrooms: Lessons learned from a pilot study in Texas. Journal of Public Health Management and Practice, 18(5), Breithecker, D. (2000). Lust auf Schule Lust auf lernen. Mehr Gesundheit und Wohlbefinden am Arbeitsplatz Schule Ein Projektbericht. Haltung und Bewegung, 20(4). Brodersen, N. H., Steptoe, A., Boniface, D. R., & Wardle, J. (2007). Trends in physical activity and sedentary behaviour in adolescence: ethnic and socioeconomic differences. British journal of sports medicine, 41(3), Brodersen, N. H., Steptoe, A., Williamson, S., & Wardle, J. (2005). Sociodemographic, developmental, environmental, and psychological correlates of physical activity and sedentary behavior at age 11 to 12. Annals of behavioral medicine, 29(1), Bronwyn S., Anna T., Nicola D. R., David W. D., Rick B., Bernie H., Jo S.,(2016). The Impact and Feasibility of Introducing Height-Adjustable Desks on Adolescents Sitting in a Secondary School Classroom. AIMS Public Health, 3(2), Cardon, G., De Clercq, D., De Bourdeaudhuij, I., & Breithecker, D. (2004). Sitting habits in elementary schoolchildren: a traditional versus a Moving school. Patient education and counseling, 54(2), Carr, L. J., Mahar, M. T. (2011). Accuracy of Intensity and Inclinometer Output of Three Activity Monitors for Identification of Sedentary Behavior and Light-Intensity Activity. Activity Promotion Laboratory, Department of Kinesiology, East Carolina University, Greenville, NC Caspersen, C. J., Powell, K. E., & Christenson, G. M. (1985). Physical activity, exercise, and physical fitness: definitions and distinctions for health-related research. Public health reports, 100(2), 126. Chinapaw, M., Proper, K., Brug, J., Van Mechelen, W., & Singh, A. (2011). Relationship between young peoples' sedentary behaviour and biomedical health indicators: a systematic review of prospective studies. Obesity reviews, 12(7), e621-e632. Clemes, S. A., Barber, S. E., Bingham, D. D., Ridgers, N. D., Fletcher, E., Pearson, N.,... Dunstan, D. W. (2015). Reducing children's classroom sitting time using sit-to-stand desks: findings from pilot studies in UK and Australian primary schools. Journal of Public Health, fdv084. Cooper, A. R., Goodman, A., Page, A. S., Sherar, L. B., Esliger, D. W., van Sluijs, E. M., 52

61 Davey, R. (2015). Objectively measured physical activity and sedentary time in youth: the International children s accelerometry database (ICAD). International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 12(1), 113. DeMattia, L., Lemont, L., & Meurer, L. (2007). Do interventions to limit sedentary behaviours change behaviour and reduce childhood obesity? A critical review of the literature. Obesity reviews, 8(1), Dobbins, M., De Corby, K., Robeson, P., Husson, H., & Tirilis, D. (2009). School-based physical activity programs for promoting physical activity and fitness in children and adolescents aged Cochrane database syst rev, 1(1). Dominick, J. R. (1984). Videogames, television violence, and aggression in teenagers. Journal of Communication, 34(2), Dunstan, D., Barr, E., Healy, G., Salmon, J., Shaw, J., Balkau, B., Owen, N. (2010). Television viewing time and mortality the australian diabetes, obesity and lifestyle study (AusDiab). Circulation, 121(3), Durlak, J. A., & DuPre, E. P. (2008). Implementation matters: a review of research on the influence of implementation on program outcomes and the factors affecting implementation. American Journal of Community Psychology, 41, Dusenbury, L., Brannigan, R., Falco, M., & Hansen, W. B. (2003). A review of research on fidelity of implementation: implications for drug abuse prevention in school settings. Health Education Research, 18, Epstein, L. H., Paluch, R. A., Gordy, C. C., & Dorn, J. (2000). Decreasing sedentary behaviors in treating pediatric obesity. Archives of pediatrics & adolescent medicine, 154(3), Evenson, K. R., Murray, D. M., Birnbaum, A. S., & Cohen, D. A. (2010). Examination of perceived neighborhood characteristics and transportation on changes in physical activity and sedentary behavior: The Trial of Activity in Adolescent Girls. Health & place, 16(5), Gordon-Larsen, P., McMurray, R. G., & Popkin, B. M. (1999). Adolescent physical activity and inactivity vary by ethnicity: The National Longitudinal Study of Adolescent Health. The Journal of pediatrics, 135(3), Gorely, T., Marshall, S. J., & Biddle, S. J. (2004). Couch kids: correlates of television viewing among youth. International Journal of Behavioral Medicine, 11(3), Gortmaker, S. L., Peterson, K., Wiecha, J., Sobol, A. M., Dixit, S., Fox, M. K., & Laird, N. (1999). Reducing obesity via a school-based interdisciplinary intervention among 53

62 youth: Planet Health. Archives of pediatrics & adolescent medicine, 153(4), Hamilton T. M., Genevieve N. Healy, David W. Dunstan, Theodore W. Zderic and Neville Owen, (2008). Too Little Exercise and Too Much Sitting: Inactivity Physiology and the Need for New Recommendations on Sedentary Behavior Hardy, L. L., Bass, S. L., & Booth, M. L. (2007). Changes in sedentary behavior among adolescent girls: a 2.5-year prospective cohort study. Journal of Adolescent Health, 40(2), Harrell, J. S., McMurray, R. G., Bangdiwala, S. I., Frauman, A. C., Gansky, S. A., & Bradley, C. B. (1996). Effects of a school-based intervention to reduce cardiovascular disease risk factors in elementary-school children: the Cardiovascular Health in Children (CHIC) study. The Journal of pediatrics, 128(6), Healy, G. N., Dunstan, D. W., Salmon, J., Cerin, E., Shaw, J. E., Zimmet, P. Z., & Owen, N. (2007). Objectively measured light-intensity physical activity is independently associated with 2-h plasma glucose. Diabetes care, 30(6), Healy, G. N., Dunstan, D. W., Salmon, J., Cerin, E., Shaw, J. E., Zimmet, P. Z., & Owen, N. (2008). Breaks in sedentary time beneficial associations with metabolic risk. Diabetes care, 31(4), Hinckson, E. A., Aminian, S., Ikeda, E., Stewart, T., Oliver, M., Duncan, S., & Schofield, G. (2013). Acceptability of standing workstations in elementary schools: a pilot study. Preventive medicine, 56(1), Hinckson, E., Salmon, J., Benden, M., Clemes, S. A., Sudholz, B., Barber, S. E., Ridgers, N. D. (2015). Standing Classrooms: Research and Lessons Learned from Around the World. Sports Medicine, Hume, C., Timperio, A., Veitch, J., Salmon, J., Crawford, D., & Ball, K. (2011). Physical activity, sedentary behavior, and depressive symptoms among adolescents. Journal of physical activity and heatlh, 8(2), Jerard, T., Getting the Most Out of Your Standing Desk. (2015) Johnson, J. G., Cohen, P., Kasen, S., & Brook, J. S. (2007). Extensive television viewing and the development of attention and learning difficulties during adolescence. Archives of pediatrics & adolescent medicine, 161(5), Kamath, C. C., Vickers, K. S., Ehrlich, A., McGovern, L., Johnson, J., Singhal, V., Montori, V. M. (2008). Behavioral interventions to prevent childhood obesity: a systematic review and metaanalyses of randomized trials. The Journal of Clinical Endocrinology 54

63 & Metabolism, 93(12), Katzmarzyk, P. T., Church, T. S., Craig, C. L., & Bouchard, C. (2009). Sitting time and mortality from all causes, cardiovascular disease, and cancer. Med Sci Sports Exerc, 41(5), Kautiainen, S., Koivusilta, L., Lintonen, T., Virtanen, S. M., & Rimpelä, A. (2005). Use of information and communication technology and prevalence of overweight and obesity among adolescents. International journal of obesity, 29(8), King, A. C., Parkinson, K. N., Adamson, A. J., Murray, L., Besson, H., Reilly, J. J., Team, G. M. S. C. (2011). Correlates of objectively measured physical activity and sedentary behaviour in English children. The European Journal of Public Health, 21(4), Lanningham-Foster LM, Jensen TB, McCrady SK, Nysse LJ, Foster RC, Levine JA (2005). Laboratory measurement of posture allocation and physical activity in children. Lendrum, A., & Humphrey, N. (2012). The importance of studying the implementation of interventions in school settings. Oxford Review of Education, 38, Lonner, W. J., Thorndike, R. M., Forbes, N. E., & Ashworth, C. (1985). The Influence of Television on Measured Cognitive Abilities A Study with Native Alaskan Children. Journal of Cross-Cultural Psychology, 16(3), Luis B. Sardinha, Lars Bo Andersen, Sigmund A. Anderssen, Ana L. Quitério, Rui Ornelas, Karsten Froberg, Chris J. Riddoch and Ulf Ekelund. (2008). Objectively Measured Time Spent Sedentary Is Associated With Insulin Resistance Independent of Overall and Central Body Fat in 9- to 10-Year-Old Portuguese Children. Marshall, S. J., Biddle, S. J., Sallis, J. F., McKenzie, T. L., & Conway, T. L. (2002). Clustering of sedentary behaviors and physical activity among youth: a cross-national study. Pediatric exercise science, 14(4), Mistry, K. B., Minkovitz, C. S., Strobino, D. M., & Borzekowski, D. L. (2007). Children's television exposure and behavioral and social outcomes at 5.5 years: does timing of exposure matter? Pediatrics, 120(4), Must, A., & Tybor, D. (2005). Physical activity and sedentary behavior: a review of longitudinal studies of weight and adiposity in youth. International journal of obesity, 29, S84-S96. Neumark-Sztainer, D., Goeden, C., Story, M., & WALL, M. (2004). Associations between body satisfaction and physical activity in adolescents: Implications for programs 55

64 aimed at preventing a broad spectrum of weight-related disorders. Eating Disorders, 12(2), Nilsson, A., Andersen, L. B., Ommundsen, Y., Froberg, K., Sardinha, L. B., Piehl-Aulin, K., & Ekelund, U. (2009). Correlates of objectively assessed physical activity and sedentary time in children: a cross-sectional study (The European Youth Heart Study). BMC public health, 9(1), 1. Norman, G. J., Schmid, B. A., Sallis, J. F., Calfas, K. J., & Patrick, K. (2005). Psychosocial and environmental correlates of adolescent sedentary behaviors. Pediatrics, 116(4), O'Loughlin, J., Paradis, G., Kishchuk, N., Barnett, T., & Renaud, L. (1999). Prevalence and correlates of physical activity behaviors among elementary schoolchildren in multiethnic, low income, inner-city neighborhoods in Montreal, Canada. Annals of epidemiology, 9(7), Owen, N., Bauman, A., & Brown, W. (2009). Too much sitting: a novel and important predictor of chronic disease risk? British journal of sports medicine, 43(2), Owen, N., Healy, G. N., Matthews, C. E., & Dunstan, D. W. (2010). Too much sitting: the population-health science of sedentary behavior. Exercise and sport sciences reviews, 38(3), 105. Owen, N., Leslie, E., Salmon, J., & Fotheringham, M. J. (2000). Environmental determinants of physical activity and sedentary behavior. Exercise and sport sciences reviews, 28(4), Parcells, C., Stommel, M., & Hubbard, R. P. (1999). Mismatch of classroom furniture and student body dimensions: empirical findings and health implications. Journal of Adolescent Health, 24(4), Pate, R. R., Mitchell, J. A., Byun, W., & Dowda, M. (2011). Sedentary behaviour in youth. British journal of sports medicine, 45(11), Pate, R. R., O'Neill, J. R., & Lobelo, F. (2008). The evolving definition of" sedentary". Exercise and sport sciences reviews, 36(4), Reiff, C., Marlatt, K., & Dengel, D. R. (2012). Difference in caloric expenditure in sitting versus standing desks. Journal of Physical Activity and Health, 9(7), Rey-Lopez, J. P., Vicente-Rodríguez, G., Biosca, M., & Moreno, L. A. (2008). Sedentary behaviour and obesity development in children and adolescents. Nutrition, Metabolism and Cardiovascular Diseases, 18(3), Rey-López, J. P., Vicente-Rodriguez, G., Ortega, F. B., Ruiz, J. R., Martinez-Gómez, D., De 56

65 Henauw, S., Verloigne, M. (2010). Sedentary patterns and media availability in European adolescents: The HELENA study. Preventive medicine, 51(1), Rideout, V. J., Foehr, U. G., & Roberts, D. F. (2010). Generation M [superscript 2]: Media in the Lives of 8-to 18-Year-Olds. Henry J. Kaiser Family Foundation. Rogers, E. M. (2003). Diffusion of innovations. New York, NY: Free Press Sallis, J. F., Prochaska, J. J., & Taylor, W. C. (2000). A review of correlates of physical activity of children and adolescents. Medicine and science in sports and exercise, 32(5), Salmon J, Sudholz B, Dunstan D, et al. Up and Learn! A pilot study examining the feasibility of height-adjustable desks in an Australian secondary school classroom. In: Symposium: Restructuring the classroom environment to reduce sedentary behaviour: evidence from primary and secondary school interventions across the globe. International Society of Behavioral Nutrition and Physical Activity; 3 6 Jun 2015; Edinburgh. Edinburgh: International Society of Behavioral Nutrition and Physical Activity; p Salmon, J., Tremblay, M. S., Marshall, S. J., & Hume, C. (2011). Health risks, correlates, and interventions to reduce sedentary behavior in young people. American journal of preventive medicine, 41(2), Schmitz, K. H., Lytle, L. A., Phillips, G. A., Murray, D. M., Birnbaum, A. S., & Kubik, M. Y. (2002). Psychosocial correlates of physical activity and sedentary leisure habits in young adolescents: the Teens Eating for Energy and Nutrition at School study. Preventive medicine, 34(2), Spanier, P. A., Marshall, S. J., & Faulkner, G. E. (2006). Tackling the obesity pandemic: a call for sedentary behaviour research. Canadian Journal of Public Health/Revue Canadienne de Sante'e Publique, Spittaels, H., Van Cauwenberghe, E., Verbestel, V., De Meester, F., Van Dyck, D., Verloigne, M., De Bourdeaudhuij, I. (2012). Objectively measured sedentary time and physical activity time across the lifespan: a cross-sectional study in four age groups. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 9(1), 149. Stephen R. Daniels, Donna K. Arnett, Robert H. Eckel, Samuel S. Gidding, Laura L. Hayman, Shiriki Kumanyika, Thomas N. Robinson, Barbara J. Scott, Sachiko St. Jeor, Christine L. Williams (2005). Overweight in Children and Adolescents Pathophysiology, Consequences, Prevention, and Treatment. 57

66 Thompson, P. D. (2003). Exercise and physical activity in the prevention and treatment of atherosclerotic cardiovascular disease. Arteriosclerosis, thrombosis, and vascular biology, 23(8), Tremblay, M. S., LeBlanc, A. G., Kho, M. E., Saunders, T. J., Larouche, R., Colley, R. C., Gorber, S. C. (2011). Systematic review of sedentary behaviour and health indicators in school-aged children and youth. Int J Behav Nutr Phys Act, 8(1), 98. Tremblay, M., C Colley, R., J Saunders, T., Healy, G., Owen, N., (2010) Physiological and health implications of a sedentary lifestyle. Van der Horst, K., Paw, M., Twisk, J. W., & Van Mechelen, W. (2007). A brief review on correlates of physical activity and sedentariness in youth. Medicine and science in sports and exercise, 39(8), van Sluijs, E. M., Page, A., Ommundsen, Y., & Griffin, S. J. (2008). Behavioural and social correlates of sedentary time in young people. British journal of sports medicine, 2010; 44: van Stralen, M. M., Yıldırım, M., Wulp, A., te Velde, S. J., Verloigne, M., Doessegger, A., Chinapaw, M. J. (2014). Measured sedentary time and physical activity during the school day of European 10-to 12-year-old children: the ENERGY project. Journal of Science and Medicine in Sport, 17(2), Velde, S. J., Bourdeaudhuij, I., Thorsdottir, I., Rasmussen, M., Hagströmer, M., Klepp, K.-I., & Brug, J. (2007). Patterns in sedentary and exercise behaviors and associations with overweight in 9 14-year-old boys and girls-a cross-sectional study. BMC public health, 7(1), 1. Verloigne, M., Loyen, A. Maïté Verloigne, Van Hecke, L., Lakerveld, J., Hendriksen, I., De Bourdheaudhuij, I., Deforche, B., Donnelly, A., Ekelund, U., Brug, J., van der Ploeg, H.P. Variation in population levels of sedentary time in European children and adolescents according to cross-european studies: a systematic literature review within DEDIPAC. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 13:69. Verloigne, M., Van Lippevelde, W., Maes, L., Brug, J., & De Bourdeaudhuij, I. (2012). Family-and school-based correlates of energy balance-related behaviours in year-old children: a systematic review within the ENERGY (EuropeaN Energy balance Research to prevent excessive weight Gain among Youth) project. Public health nutrition, 15(08), Warburton, D. E., Nicol, C. W., & Bredin, S. S. (2006). Health benefits of physical activity: 58

67 the evidence. Canadian medical association journal, 174(6), Waxman, A. (2005). Why a global strategy on diet, physical activity and health? (Vol. 95): Karger Publishers. Wechsler, H., Devereaux, R. S., Davis, M., & Collins, J. (2000). Using the school environment to promote physical activity and healthy eating. Preventive medicine, 31(2), S121-S137. Yeaton, W. H., & Sechrest, L. (1981). Critical dimensions in the choice and maintenance of successful treatments: strength, integrity, and effectiveness. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 49,

68 7. BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Informatiebrief leerlingen controleschool Informatiebrief ouders controleschool Informatiebrief leerlingen interventieschool Informatiebrief ouders controleschool Vragenlijst controleschool middelbaar (pre en midtest) Vragenlijst interventieschool middelbaar (pre- en midtest met extra procesevaluatievragen in deel 6) Procesevaluatievragenlijst leerkrachten Protocol focusgroepen leerlingen Protocol interviews leerkrachten 60

69 Bijlage 1 Beste leerling, Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen) voert een project uit rond het zittend gedrag op school in Vlaanderen. Jouw klas zal ook deelnemen aan dit project. Dit project vindt plaats tijdens het schooljaar Verloop van het project Er zullen drie metingen gebeuren overheen het schooljaar. Indien je graag zou meewerken aan de metingen, zou het de bedoeling zijn om in het begin, in het midden en op het einde van het schooljaar een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst omvat vragen over zittend gedrag (bv. tv-kijken), vragen over jezelf (bv. leeftijd, geslacht, wat zijn je sterke kanten, ), en enkele vragen over je school (bv. worden jullie betrokken in het organiseren van klasactiviteiten?). Enkele leerlingen per klas zullen ook gevraagd worden om een bewegingsmetertje te dragen voor een aantal dagen tijdens die drie meetmomenten: dit metertje heeft de grootte van een plat luciferdoosje, wordt op het bovenbeen bevestigd en meet de activiteit. Op die manier weten we hoeveel minuten er al zittend worden doorgebracht op een dag. Dit metertje is enkel voor leerlingen die dit zelf wensen te dragen! Vertrouwelijkheid en vrijwilligheid Deze studie werd goedgekeurd door een onafhankelijke Commissie voor Medische Ethiek verbonden aan het UZ Gent. Alle informatie rond jouw deelname in deze studie zal enkel gebruikt worden voor wetenschappelijke doeleinden en enkel de leden van het onderzoeksteam hebben toegang tot de gegevens. Geen enkele persoon van de school zal de informatie te zien krijgen van de vragenlijsten en bewegingsmeters. Deelname aan de metingen (vragenlijsten en bewegingsmeters) is vrijwillig en je kunt je zich elk moment terugtrekken uit de metingen indien je dit wil, zonder een reden te geven. Indien je jou terugtrekt, zullen alle voorgaande gegevens verwijderd worden. Niet deelnemen of je terugtrekken uit de metingen heeft geen gevolgen voor jou. 61

70 Contactinformatie Voor verdere informatie over dit project, mag je onderstaande persoon contacteren: Dr. Maïté Verloigne Universiteit Gent, Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Watersportlaan 2, 9000 Gent 09/ Actief toestemmingsformulier - Ik heb de informatiebrief gelezen en ik begrijp de inhoud van de brief. Ik weet wie ik moet contacteren voor meer informatie. - Ik ga akkoord dat om deel te nemen aan de metingen door drie keer een vragenlijst in te vullen. Indien ik dit wens, kan ik ook een bewegingsmetertje dragen. - Ik ben geïnformeerd geweest dat deelnemen aan de metingen vrijwillig is. Ik kan mij op elk moment terugtrekken uit de metingen zonder hiervoor een reden te moeten geven. Niet deelnemen aan de metingen heeft geen nadelen voor mij. Naam (in drukletters) Naam van de school en de klas Plaats, datum Handtekening 62

71 Bijlage 2 Beste ouder(s), Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen) voert een project uit rond het zittend gedrag van jongeren. Daarom doen wij onderzoek naar het gebruik van standing desks of statafels in de klassen. Op die manier kunnen leerlingen soms afwisselen tussen al zittend en al rechtstaand les volgen. De bedoeling is dat de leerlingen daardoor minder zittend gedrag zullen vertonen, aangezien dit op lange termijn een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid. De klas van uw zoon/dochter zal deelnemen aan dit project. Dit project vindt plaats tijdens het schooljaar Verloop van het project Dit is een project dat doorgaat in ongeveer 20 scholen overheen Vlaanderen: 10 scholen zijn interventieschool en 10 scholen zijn controleschool. De school van uw kind is een controleschool. Het verschil tussen de twee ligt in het feit dat de interventieschool een interventie ondergaat en dus de standing desks zal plaatsen in de klas. Voorgaand aan die interventie is er een meting, tijdens de interventie is er een meting en na de interventie is er meeting, zodat we kunnen kijken of de standing desks kunnen leiden tot een verandering in het gedrag van het kind. Een controleschool neemt eveneens deel aan de drie metingen, maar tussenin is er geen interventie. Omdat wij de school toch de mogelijkheid willen bieden om de interventie toe te passen, schenken wij NA de drie metingen ook standing desks aan alle controlescholen. Indien uw zoon/dochter zou meewerken aan de metingen, zou het de bedoeling zijn om in het begin, in het midden en op het einde van dit schooljaar een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst omvat vragen over zittend gedrag, vragen over zichzelf (bv. leeftijd, geslacht, wat zijn je sterke kanten, ), en enkele vragen over school (bv. worden de leerlingen betrokken in het organiseren van klasactiviteiten?). Enkele leerlingen per klas zullen ook gevraagd worden om een bewegingsmetertje te dragen voor een aantal dagen tijdens die drie meetmomenten: dit metertje heeft de grootte van een plat luciferdoosje, wordt op het bovenbeen bevestigd en meet de activiteit. Op die manier 63

72 weten we hoeveel minuten er al zittend worden doorgebracht op een dag. Dit metertje is enkel voor leerlingen die dit zelf wensen te dragen! Vertrouwelijkheid en vrijwilligheid Deze studie werd goedgekeurd door een onafhankelijke Commissie voor Medische Ethiek verbonden aan het UZ Gent. Er is een foutloze aansprakelijkheidsverzekering voorzien conform de Belgische experimentenwet (dd. 7 mei 2004). Alle informatie rond de deelname van leerlingen in deze studie zal in overeenstemming met de Belgische wet van 8 december 1992 vertrouwelijk behandeld worden en enkel gebruikt worden voor wetenschappelijke doeleinden. Enkel de leden van het onderzoeksteam hebben toegang tot de gegevens. Geen enkele persoon van de school van uw kind zal de informatie te zien krijgen van de vragenlijsten en bewegingsmeters. Deelname aan de metingen (vragenlijsten en bewegingsmeters) is vrijwillig en ouders of kinderen kunnen zich elk moment terugtrekken uit de metingen indien ze dit willen, zonder een reden te geven. Indien u zich terugtrekt, zullen alle voorgaande gegevens verwijderd worden. Indien u liever niet hebt dat uw kind de vragenlijst invult of indien u zich achteraf nog terugtrekt, zal dit uiteraard geen gevolgen hebben voor u of uw zoon/dochter. Contactinformatie Voor verdere informatie over dit project, gelieve onderstaande persoon te contacteren: Dr. Maïté Verloigne Universiteit Gent, Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Watersportlaan 2, 9000 Gent 09/ ; 64

73 Actief toestemmingsformulier U dient dit formulier enkel terug te brengen naar school indien u toestemming geeft dat uw zoon/dochter deelneemt aan de metingen. Indien u dit formulier terugbrengt, gaat u akkoord met het volgende: - Ik heb de informatiebrief gelezen en ik begrijp de inhoud van de brief. Ik weet wie ik moet contacteren voor meer informatie. - Ik ga akkoord dat mijn zoon/dochter deelneemt aan de metingen door 3 keer een vragenlijst te beantwoorden. Indien mijn zoon/dochter dit wil, kan hij/zij een bewegingsmetertje dragen. - Ik ben geïnformeerd geweest dat de deelname aan de metingen vrijwillig is. Ik kan mijn zoon/dochter op elk moment terugtrekken uit de metingen zonder hiervoor een reden te moeten geven. Niet deelnemen aan de metingen of zich terugtrekken uit de metingen zal niet resulteren in nadelen voor mijn zoon/dochter.. Naam van uw zoon/dochter (in drukletters) Naam van de school en de klas Naam van de ouder (of verzorger) Plaats, datum Handtekening ouder/verzorger 65

74 Bijlage 3 Beste leerling, Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen) voert een project uit rond het zittend gedrag van jongeren. Omdat jongeren een groot deel van de dag neerzitten op school, willen we hier graag op inwerken. Daarom zullen er standing desks of statafels in verschillende scholen worden geplaatst (zie foto). Op die manier kunnen leerlingen afwisselen tussen al zittend en al rechtstaand les volgen. De bedoeling is dat de leerlingen daardoor minder zullen zitten op een dag, aangezien te veel zitten niet goed is voor de gezondheid. Jouw klas zal ook deelnemen aan dit project. Dit project vindt plaats tijdens het schooljaar Verloop van het project Dit is een project dat doorgaat in ongeveer 20 scholen overheen Vlaanderen: 10 scholen zijn interventieschool en 10 scholen zijn controleschool. Jouw school is een interventieschool. Dit betekent dat er standing desks zullen geplaatst worden in jouw school. Omdat we willen kijken of die standing desks kunnen zorgen dat leerlingen minder zitten, voeren we ook enkele metingen uit. Indien je graag zou willen meewerken aan de metingen, zou het de bedoeling zijn om in het begin, in het midden en op het einde van de interventie een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst omvat vragen over zittend gedrag, vragen over jezelf (bv. leeftijd, geslacht, wat zijn je sterke kanten, ), en enkele vragen over je school (bv. worden jullie betrokken in het organiseren van klasactiviteiten?). Enkele leerlingen per klas zullen ook gevraagd worden om een bewegingsmetertje te dragen voor een aantal dagen tijdens die drie meetmomenten: dit metertje heeft de grootte van een plat luciferdoosje, wordt op het bovenbeen bevestigd en meet de activiteit. Op die manier weten we hoeveel minuten er al zittend worden doorgebracht op een dag. Dit metertje is enkel voor leerlingen die dit zelf wensen te dragen! Daarnaast willen we je ook vragen om één keer deel te nemen aan een groepsgesprek over de middag waarbij alle leerlingen hun mening kunnen geven over die standing desks (wat vind je goed aan de standing desks, wat vind je minder goed, ). De bedoeling van het 66

75 groepsgesprek is dat iedereen vrijuit zijn of haar mening kan zeggen. Dit gesprek zal ongeveer een halfuur duren. De leerlingen in de controlescholen zullen ook drie keer een vragenlijst invullen op dezelfde tijdstippen, maar er zullen geen standing desks worden geplaatst in die scholen. Op die manier kunnen we zien of er een verschil is tussen leerlingen die in een school zitten MET standing desks en leerlingen die in een school zitten ZONDER standing desks. Vertrouwelijkheid en vrijwilligheid Deze studie werd goedgekeurd door een onafhankelijke Commissie voor Medische Ethiek verbonden aan het UZ Gent. Alle informatie rond jouw deelname in deze studie zal enkel gebruikt worden voor wetenschappelijke doeleinden en enkel de leden van het onderzoeksteam hebben toegang tot de gegevens. Geen enkele persoon van de school van uw kind zal de informatie te zien krijgen van de vragenlijsten, bewegingsmeters en groepsgespreken. Deelname aan de metingen (vragenlijsten, bewegingsmeters en groepsgesprek) is vrijwillig en je kunt je op elk moment terugtrekken uit de metingen indien je dit wil, zonder een reden te geven. Indien je jou terugtrekt, zullen alle voorgaande gegevens verwijderd worden. Dit zal uiteraard geen gevolgen hebben voor jou. Contactinformatie Voor verdere informatie over dit project, mag je onderstaande persoon contacteren: Dr. Maïté Verloigne Universiteit Gent, Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Watersportlaan 2, 9000 Gent 09/

76 Actief toestemmingsformulier - Ik heb de informatiebrief gelezen en ik begrijp de inhoud van de brief. Ik weet wie ik moet contacteren voor meer informatie. - Ik ga akkoord dat om deel te nemen aan de metingen door drie keer een vragenlijst in te vullen en één keer deel te nemen aan een groepsgesprek. Indien ik dit wens, kan ik ook een bewegingsmetertje dragen. - Ik ben geïnformeerd geweest dat deelnemen aan de metingen vrijwillig is. Ik kan mij op elk moment terugtrekken uit de metingen zonder hiervoor een reden te moeten geven. Niet deelnemen aan de metingen heeft geen nadelen voor mij. Naam (in drukletters) Naam van de school en de klas Plaats, datum Handtekening 68

77 Bijlage 4 Beste ouder(s), Universiteit Gent (Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen) voert een project uit rond het zittend gedrag van jongeren. Omdat jongeren een groot deel van de dag neerzitten op school, willen we hier graag op inwerken. Daarom zullen er standing desks of statafels in verschillende scholen worden geplaatst (zie foto). De bedoeling is dat de leerkracht van die klas werkt met een doorschuifsysteem waarbij de leerlingen die dit willen een deel van een les al rechtstaand kunnen volgen aan een statafel. Op die manier kunnen de leerlingen afwisselen tussen al zittend en al rechtstaand les volgen. De bedoeling is dat de leerlingen daardoor minder zittend gedrag zullen vertonen, aangezien dit op lange termijn een negatieve invloed kan hebben op de gezondheid. De klas van uw zoon/dochter zal deelnemen aan dit project. Dit project vindt plaats tijdens het schooljaar Verloop van het project Dit is een project dat doorgaat in 20 scholen overheen Vlaanderen: 10 scholen zijn interventieschool en 10 scholen zijn controleschool. De school van uw kind is een interventieschool. We willen nagaan of de interventie een verandering teweeg brengt in het gedrag van de leerlingen aan de hand van enkele metingen. Indien uw zoon/dochter zou meewerken aan de metingen, zou het de bedoeling zijn om in het begin, in het midden en op het einde van dit schooljaar een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst omvat vragen over zittend gedrag, vragen over zichzelf (bv. leeftijd, geslacht, wat zijn je sterke kanten, ), en enkele vragen over school (bv. worden de leerlingen betrokken in het organiseren van klasactiviteiten?). Enkele leerlingen per klas zullen ook gevraagd worden om een bewegingsmetertje te dragen voor een aantal dagen tijdens die drie meetmomenten: dit metertje heeft de grootte van een plat luciferdoosje, wordt op het bovenbeen bevestigd en meet de activiteit. Op die manier weten we hoeveel minuten er al zittend worden doorgebracht op een dag. Dit metertje is enkel voor leerlingen die dit zelf wensen te dragen! 69

78 Daarnaast willen we ook vragen aan uw zoon/dochter of zij één keer willen deelnemen aan een groepsgesprek over de middag waarbij alle leerlingen hun mening kunnen geven over die standing desks (wat vinden ze goed, wat vinden ze minder goed, ). De bedoeling van het groepsgesprek is dat elke leerling vrijuit zijn of haar mening kan geven. Dit gesprek zal ongeveer een halfuur duren. De leerlingen in de controlescholen zullen ook drie keer een vragenlijst invullen op dezelfde tijdstippen, maar er zullen geen standing desks worden geplaatst in die scholen. Op die manier kunnen we zien of er een verschil is tussen leerlingen die in een school zitten MET standing desks en leerlingen die in een school zitten ZONDER standing desks. Vertrouwelijkheid en vrijwilligheid Deze studie werd goedgekeurd door een onafhankelijke Commissie voor Medische Ethiek verbonden aan het UZ Gent. Er is een foutloze aansprakelijkheidsverzekering voorzien conform de Belgische experimentenwet (dd. 7 mei 2004). Alle informatie rond de deelname van leerlingen in deze studie zal in overeenstemming met de Belgische wet van 8 december 1992 vertrouwelijk behandeld worden en enkel gebruikt worden voor wetenschappelijke doeleinden. Enkel de leden van het onderzoeksteam hebben toegang tot de gegevens. Geen enkele persoon van de school van uw kind zal de informatie te zien krijgen van de vragenlijsten, bewegingsmeters en het groepsgesprek. Deelname aan de metingen (vragenlijsten, bewegingsmeters en groepsgesprek) is vrijwillig en ouders of kinderen kunnen zich elk moment terugtrekken uit de metingen indien ze dit willen, zonder een reden te geven. Indien u zich terugtrekt, zullen alle voorgaande gegevens verwijderd worden. Indien u liever niet hebt dat uw kind de vragenlijst invult of indien u zich achteraf nog terugtrekt, zal dit uiteraard geen gevolgen hebben voor u of uw zoon/dochter. Contactinformatie Voor verdere informatie over dit project, gelieve onderstaande persoon te contacteren: Dr. Maïté Verloigne Universiteit Gent, Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen, Watersportlaan 2, 9000 Gent 09/

79 Actief toestemmingsformulier U dient dit formulier enkel terug te brengen naar school indien u toestemming geeft dat uw zoon/dochter deelneemt aan de metingen. Indien u dit formulier terugbrengt, gaat u akkoord met het volgende: - Ik heb de informatiebrief gelezen en ik begrijp de inhoud van de brief. Ik weet wie ik moet contacteren voor meer informatie. - Ik ga akkoord dat mijn zoon/dochter deelneemt aan de metingen door 3 keer een vragenlijst te beantwoorden en door 1 keer deel te nemen aan een groepsgesprek over wat hij/zij vindt van de standing desks. Indien mijn zoon/dochter dit wil, kan hij/zij een bewegingsmetertje dragen. - Ik ben geïnformeerd geweest dat de deelname aan de metingen vrijwillig is. Ik kan mijn zoon/dochter op elk moment terugtrekken uit de metingen zonder hiervoor een reden te moeten geven. Niet deelnemen aan de metingen of zich terugtrekken uit de metingen zal niet resulteren in nadelen voor mijn zoon/dochter. Naam van uw zoon/dochter (in drukletters) Naam van de school en de klas Naam van de ouder (of verzorger) Plaats, datum Handtekening ouder/verzorger 71

80 Bijlage 5 VRAGENLIJST over zittende activiteiten We zouden je willen vragen om deze vragenlijst te beantwoorden. Het zal ongeveer 20 minuten duren. Niemand, behalve de onderzoeker, zal je antwoorden te zien krijgen. Je hoeft je dus geen zorgen te maken dat de leerkracht, je ouders of klasgenoten je antwoorden zullen zien. Er zijn geen juiste of foute antwoorden. Je duidt het antwoord aan dat het meest bij jou past. De vragenlijst bestaat uit 5 verschillende delen, het is de bedoeling dat deze allemaal ingevuld worden. Je deelname aan deze studie is vrijwillig. Als je deze vragenlijst dus niet wilt invullen, mag je ons dit zeggen. Alvast heel erg bedankt voor je hulp! Deel 1: Enkele vragen over jezelf 1. Geef hier het ID nummer dat je hebt gekregen van de onderzoeker. 2. Wat is de naam van je school? Wat is de datum van vandaag?.. 4. In welk jaar ben je geboren?.. 5. In welke maand valt je verjaardag?.. 6. Ben je een jongen of een meisje? o Jongen 72

81 o Meisje DEEL 2: Vragen over zittende activiteiten 7. Hoeveel uur per dag ongeveer kijk je normaal naar TV/DVD s in je vrije tijd? (Kruis 1 bolletje aan voor de weekdagen en 1 bolletje voor de weekenddagen) Wanneer we het hebben over kijken naar TV/DVD s, bedoelen we alle TVprogramma s en films die je bekijkt op de televisie of op een computer. (a) Weekdagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag (b) Weekenddagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag 8. Hoeveel uur per dag ongeveer gebruik je normaal een computer/spelconsole voor vrijetijdsactiviteiten? (Kruis 1 bolletje aan voor de weekdagen en 1 bolletje voor de weekenddagen) Met vrijetijdsactiviteiten bedoelen we het gebruiken van een computer in je vrije tijd en NIET op school of voor huiswerk. Met het gebruiken van een computer/spelconsole bedoelen we: - Spelletjes spelen op een computer, spelconsole (bv. Playstation, Xbox, Nintendo (Wii, GameCube, DS)) of GSM. - Het internet gebruiken voor vrijetijdsactiviteiten zoals chatten, en, surfen op het Internet, Facebook, 73

82 (a) Weekdagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag (b) Weekenddagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag 9. Hoeveel uur per dag ongeveer zit je neer in de klas? De tijd die je thuis doorbrengt voor schoolwerk telt niet mee. (a) Weekdagen o Niet o 1 tot 15 minuten/dag o 15 tot 30 minuten/dag o 30 tot 60 minuten/dag o 1 tot 2 uren/dag o 2 tot 3 uren/dag o 3 tot 4 uren/dag o 4 tot 5 uren/dag o 5 tot 6 uren/dag o 6 tot 7 uren/dag o Meer dan 7 uren/dag 74

83 Deel 3: Vragen over het onderbreken van de tijd die je al zittend doorbrengt Met 'het onderbreken van de tijd die je al zittend doorbrengt', bedoelen we rechtstaan, stretchen of een beetje rondwandelen tijdens het doen van een activiteit die je normaal al zittend doet. Tel enkel de onderbrekingen mee die je doet omdat je bewust de tijd die je al zittend doorbrengt wil onderbreken - tel niet de onderbrekingen mee zoals naar het toilet gaan of iets halen om te eten. 10. Als je 1 uur naar TV/DVD s kijkt, hoe vaak sta je dan normaal gezien recht, stretch je of wandel je een beetje rond? o Nooit o 1 keer o 2 keer o 3 keer o 4 keer of meer o Ik kijk nooit een volledig uur naar TV/DVD s. 11. Als je 1 uur een computer/spelconsole/smartphone gebruikt, hoe vaak sta je dan normaal gezien recht, stretch je of wandel je een beetje rond? o Nooit o 1 keer o 2 keer o 3 keer o 4 keer of meer o Ik gebruik nooit een volledig uur een computer/spelconsole/smartphone. 12. Tijdens een normale zittende les op school, hoe vaak sta je recht, stretch je of wandel je een beetje rond? o Nooit o 1 keer o 2 keer o 3 keer o 4 keer of meer 75

84 13. Het onderbreken van de tijd die ik al zittend doorbreng, is goed voor me. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 14. Ik vind het leuk om de tijd die ik al zittend doorbreng, te onderbreken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 15. Ik vind het moeilijk om de tijd die ik al zittend doorbreng, te onderbreken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 16. Het onderbreken van de tijd die ik al zittend doorbreng, is iets wat ik doe zonder er bij na te denken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 17. Hoe belangrijk is het voor de gezondheid volgens jou om af en toe eens recht te staan, te stretchen of rond te wandelen als je een lange tijd neerzit? o Heel belangrijk o Een beetje belangrijk o Soms belangrijk, soms niet belangrijk o Niet belangrijk o Helemaal niet belangrijk 76

85 Deel 4: Sterke kanten en moeilijkheden 18. Plaats in onderstaande tabel een kruisje bij het antwoord dat voor jou het best past. Het is belangrijk dat je alle vragen zo goed mogelijk beantwoordt, ook al ben je niet helemaal zeker of ook al vind je de vraag een beetje raar. Denk bij het lezen van de vragen na hoe dat bij jou de laatste zes maanden is geweest. Ik probeer aardig te zijn tegen anderen. Ik houd rekening met hun gevoelens. Ik ben rusteloos, ik kan niet lang stilzitten. Ik heb vaak hoofdpijn, buikpijn, of ik ben misselijk. Ik deel gemakkelijk met anderen (bv. snoep, balpen, ) Ik word vaak erg boos en ben vaak driftig. Ik ben nogal op mezelf. Ik speel meestal alleen of bemoei me niet met anderen. Ik doe meestal wat me wordt opgedragen. Ik pieker veel. Niet waar Een beetje waar Zeker waar Ik help iemand die zich pijn heeft gedaan, verdrietig is, of zich ziek voelt. Ik zit constant te wiebelen of te friemelen. Ik heb minstens één goede vriend of vriendin. Ik vecht vaak. Het lukt mij om andere mensen te laten doen wat ik wil. Ik ben vaak ongelukkig, zit vaak in de put, of ben vaak in tranen. Andere jongeren van mijn leeftijd vinden mij over het algemeen aardig. Ik ben snel afgeleid, ik vind het moeilijk om me te concentreren. Ik ben zenuwachtig in nieuwe situaties. Ik verlies makkelijk mijn zelfvertrouwen Ik ben aardig tegen jongere kinderen. Ik word er vaak van beschuldigd dat ik lieg of bedrieg. 77

86 Andere kinderen of jongeren pesten of treiteren mij. Ik bied vaak anderen aan hun te helpen (ouders, leerkrachten, kinderen). Ik denk na voor ik iets doe. Niet waar Een beetje waar Zeker waar Ik neem dingen weg die niet van mij zijn thuis, op school of op andere plaatsen. Ik kom beter overeen met volwassenen dan met jongeren van mijn leeftijd. Ik ben voor heel veel dingen bang, ik ben snel angstig. Ik maak af waar ik mee bezig ben. Ik kan mijn aandacht er goed bij houden. Deel 5: Nog enkele vragen over je school 19. Hier volgen enkele uitspraken over jouw klasgenoten en jouw school. In welke mate ben jij het hiermee eens? Mijn klasgenoten zijn graag samen. De meeste leerlingen van mijn klas zijn vriendelijk en behulpzaam. Mijn klasgenoten aanvaarden me zoals ik ben. De leerlingen in onze school zijn betrokken bij het organiseren van schoolactiviteiten. Mijn klasgenoten en ik hebben een goede band met de leraren op school. Helemaal mee eens Een beetje mee eens Soms niet/ soms wel mee eens Een beetje niet mee eens Helemaal niet mee eens o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o 78

87 20. Hoe vaak praat je met je ouders/verzorgers over wat je op school doet? o Ongeveer elke dag o Ongeveer 1 of 2 keer per week o Ongeveer 1 of 2 keer per maand o Minder dan 1 keer per maand o Nooit 21. Wat denk je momenteel over school? o Ik vind het er leuk/ Ik doe het zeer graag o Ik vind het redelijk leuk o Ik hou er niet zo erg van o Ik heb er een hekel aan/ Ik doe het helemaal niet graag Heel erg bedankt om mee te werken!! 79

88 Bijlage 6 VRAGENLIJST over zittende activiteiten We zouden je willen vragen om deze vragenlijst te beantwoorden. Het zal ongeveer 20 minuten duren. Niemand, behalve de onderzoeker, zal je antwoorden te zien krijgen. Je hoeft je dus geen zorgen te maken dat de leerkracht, je ouders of klasgenoten je antwoorden zullen zien. Er zijn geen juiste of foute antwoorden. Je duidt het antwoord aan dat het meest bij jou past. De vragenlijst bestaat uit 5 verschillende delen, het is de bedoeling dat deze allemaal ingevuld worden. Je deelname aan deze studie is vrijwillig. Als je deze vragenlijst dus niet wilt invullen, mag je ons dit zeggen. Alvast heel erg bedankt voor je hulp! Deel 1: Enkele vragen over jezelf 1. Geef hier het ID nummer dat je hebt gekregen van de onderzoeker. 2. Wat is de naam van je school? Wat is de datum van vandaag?.. 4. In welk jaar ben je geboren?.. 5. In welke maand valt je verjaardag?.. 6. Ben je een jongen of een meisje? o Jongen 80

89 o Meisje DEEL 2: Vragen over zittende activiteiten 7. Hoeveel uur per dag ongeveer kijk je normaal naar TV/DVD s in je vrije tijd? (Kruis 1 bolletje aan voor de weekdagen en 1 bolletje voor de weekenddagen) Wanneer we het hebben over kijken naar TV/DVD s, bedoelen we alle TVprogramma s en films die je bekijkt op de televisie of op een computer. (a) Weekdagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag (b) Weekenddagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag 8. Hoeveel uur per dag ongeveer gebruik je normaal een computer/spelconsole voor vrijetijdsactiviteiten? (Kruis 1 bolletje aan voor de weekdagen en 1 bolletje voor de weekenddagen) Met vrijetijdsactiviteiten bedoelen we het gebruiken van een computer in je vrije tijd en NIET op school of voor huiswerk. Met het gebruiken van een computer/spelconsole bedoelen we: - Spelletjes spelen op een computer, spelconsole (bv. Playstation, Xbox, Nintendo (Wii, GameCube, DS)) of GSM. - Het internet gebruiken voor vrijetijdsactiviteiten zoals chatten, en, surfen op het Internet, Facebook, 81

90 (a) Weekdagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag (b) Weekenddagen o Niet o Minder dan 30 minuten per dag o 30 minuten per dag o 1 uur per dag o 1 uur 30 minuten per dag o 2 uur per dag o 2 uur 30 minuten per dag o 3 uur per dag o 3 uur 30 minuten per dag o 4 uur of meer uur per dag 9. Hoeveel uur per dag ongeveer zit je neer in de klas? De tijd die je thuis doorbrengt voor schoolwerk telt niet mee. (a) Weekdagen o Niet o 1 tot 15 minuten/dag o 15 tot 30 minuten/dag o 30 tot 60 minuten/dag o 1 tot 2 uren/dag o 2 tot 3 uren/dag o 3 tot 4 uren/dag o 4 tot 5 uren/dag o 5 tot 6 uren/dag o 6 tot 7 uren/dag o Meer dan 7 uren/dag 82

91 Deel 3: Vragen over het onderbreken van de tijd die je al zittend doorbrengt Met 'het onderbreken van de tijd die je al zittend doorbrengt', bedoelen we rechtstaan, stretchen of een beetje rondwandelen tijdens het doen van een activiteit die je normaal al zittend doet. Tel enkel de onderbrekingen mee die je doet omdat je bewust de tijd die je al zittend doorbrengt wil onderbreken - tel niet de onderbrekingen mee zoals naar het toilet gaan of iets halen om te eten. 10. Als je 1 uur naar TV/DVD s kijkt, hoe vaak sta je dan normaal gezien recht, stretch je of wandel je een beetje rond? o Nooit o 1 keer o 2 keer o 3 keer o 4 keer of meer o Ik kijk nooit een volledig uur naar TV/DVD s. 11. Als je 1 uur een computer/spelconsole/smartphone gebruikt, hoe vaak sta je dan normaal gezien recht, stretch je of wandel je een beetje rond? o Nooit o 1 keer o 2 keer o 3 keer o 4 keer of meer o Ik gebruik nooit een volledig uur een computer/spelconsole/smartphone. 12. Tijdens een normale zittende les op school, hoe vaak sta je recht, stretch je of wandel je een beetje rond? o Nooit o 1 keer o 2 keer o 3 keer o 4 keer of meer 83

92 13. Het onderbreken van de tijd die ik al zittend doorbreng, is goed voor me. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 14. Ik vind het leuk om de tijd die ik al zittend doorbreng, te onderbreken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 15. Ik vind het moeilijk om de tijd die ik al zittend doorbreng, te onderbreken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 16. Het onderbreken van de tijd die ik al zittend doorbreng, is iets wat ik doe zonder er bij na te denken. o Helemaal mee eens o Een beetje mee eens o Niet mee eens/niet mee oneens o Een beetje oneens o Helemaal mee oneens 17. Hoe belangrijk is het voor de gezondheid volgens jou om af en toe eens recht te staan, te stretchen of rond te wandelen als je een lange tijd neerzit? o Heel belangrijk o Een beetje belangrijk o Soms belangrijk, soms niet belangrijk o Niet belangrijk o Helemaal niet belangrijk 84

93 Deel 4: Sterke kanten en moeilijkheden 18. Plaats in onderstaande tabel een kruisje bij het antwoord dat voor jou het best past. Het is belangrijk dat je alle vragen zo goed mogelijk beantwoordt, ook al ben je niet helemaal zeker of ook al vind je de vraag een beetje raar. Denk bij het lezen van de vragen na hoe dat bij jou de laatste zes maanden is geweest. Ik probeer aardig te zijn tegen anderen. Ik houd rekening met hun gevoelens. Ik ben rusteloos, ik kan niet lang stilzitten. Ik heb vaak hoofdpijn, buikpijn, of ik ben misselijk. Ik deel gemakkelijk met anderen (bv. snoep, balpen, ) Ik word vaak erg boos en ben vaak driftig. Ik ben nogal op mezelf. Ik speel meestal alleen of bemoei me niet met anderen. Ik doe meestal wat me wordt opgedragen. Ik pieker veel. Niet waar Een beetje waar Zeker waar Ik help iemand die zich pijn heeft gedaan, verdrietig is, of zich ziek voelt. Ik zit constant te wiebelen of te friemelen. Ik heb minstens één goede vriend of vriendin. Ik vecht vaak. Het lukt mij om andere mensen te laten doen wat ik wil. Ik ben vaak ongelukkig, zit vaak in de put, of ben vaak in tranen. Andere jongeren van mijn leeftijd vinden mij over het algemeen aardig. Ik ben snel afgeleid, ik vind het moeilijk om me te concentreren. Ik ben zenuwachtig in nieuwe situaties. Ik verlies makkelijk mijn zelfvertrouwen Ik ben aardig tegen jongere kinderen. Ik word er vaak van beschuldigd dat ik lieg of bedrieg. 85

94 Andere kinderen of jongeren pesten of treiteren mij. Ik bied vaak anderen aan hun te helpen (ouders, leerkrachten, kinderen). Ik denk na voor ik iets doe. Niet waar Een beetje waar Zeker waar Ik neem dingen weg die niet van mij zijn thuis, op school of op andere plaatsen. Ik kom beter overeen met volwassenen dan met jongeren van mijn leeftijd. Ik ben voor heel veel dingen bang, ik ben snel angstig. Ik maak af waar ik mee bezig ben. Ik kan mijn aandacht er goed bij houden. Deel 5: Nog enkele vragen over je school 19. Hier volgen enkele uitspraken over jouw klasgenoten en jouw school. In welke mate ben jij het hiermee eens? Mijn klasgenoten zijn graag samen. De meeste leerlingen van mijn klas zijn vriendelijk en behulpzaam. Mijn klasgenoten aanvaarden me zoals ik ben. De leerlingen in onze school zijn betrokken bij het organiseren van schoolactiviteiten. Mijn klasgenoten en ik hebben een goede band met de leraren op school. Helemaal mee eens Een beetje mee eens Soms niet/ soms wel mee eens Een beetje niet mee eens Helemaal niet mee eens o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o 86

95 20. Hoe vaak praat je met je ouders/verzorgers over wat je op school doet? o Ongeveer elke dag o Ongeveer 1 of 2 keer per week o Ongeveer 1 of 2 keer per maand o Minder dan 1 keer per maand o Nooit 21. Wat denk je momenteel over school? o Ik vind het er leuk/ Ik doe het zeer graag o Ik vind het redelijk leuk o Ik hou er niet zo erg van o Ik heb er een hekel aan/ Ik doe het helemaal niet graag Deel 6: Een paar laatste vragen over de statafels in je klas In één van jullie klaslokalen staan drie standing desks of statafels (zie foto). Hieronder enkele vragen over die statafels. 22. Hoe vaak sta je recht aan de statafel per week (van maandag tot vrijdag)? o Nooit (Ga meteen naar vraag 24) o Bijna nooit o Minder dan 1 keer per week o 1 keer per week o 2 keer per week o 3 keer per week o 4 keer per week o Elke dag 1 keer o Elke dag meer dan 1 keer 87

96 23. Als je aan zo n statafel staat, hoe lang sta je dan ongeveer recht per keer? o 1-15 minuten per keer o minuten per keer (= een half lesuur) o minuten per keer o minuten per keer (= een volledig lesuur) o Meer dan 1 uur per keer 24. In welke mate ben je het eens met de volgende uitspraken? Helemaal mee eens Een beetje mee eens Soms niet/ soms wel mee eens Een beetje niet mee eens Helemaal niet mee eens Ik vind het leuk om rechtstaand les te volgen aan de statafel. Ik vind het moeilijk om rechtstaand les te volgen aan de statafel. Rechtstaand les volgen aan de statafel is goed voor mij. Rechtstaand les volgen aan de statafel is iets wat ik doe zonder er bij na te denken. De leerlingen uit mijn klas vinden het goed dat ik rechtstaand les volg aan de statafel. o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o Heel erg bedankt om mee te werken!! 88

97 Bijlage 7 Vragenlijst voor leerkracht. In één van de klaslokalen waar u les geeft, staan drie standing desks of statafels. We zouden u graag enkele vragen willen stellen over die statafels. Alvast hartelijk dank om dit te willen invullen! 1. Hoe vaak per week staan de leerlingen gemiddeld recht aan de statafel (van maandag tot vrijdag)? o Nooit (Ga meteen naar vraag 3) o Bijna nooit o Minder dan 1 keer per week o 1 keer per week o 2 keer per week o 3 keer per week o 4 keer per week o Elke dag 1 keer o Elke dag meer dan 1 keer 2. Als leerlingen aan de statafel staan, hoe lang staan ze gemiddeld recht per keer? o 1-15 minuten per keer o minuten per keer (= een half lesuur) o minuten per keer o minuten per keer (= een volledig lesuur) o Meer dan 1 uur per keer 89

Samenvatting. Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie

Samenvatting. Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie Overgewicht is een snel groeiend wereldwijd probleem en is geassocieerd

Nadere informatie

PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ LEERLINGEN EN LEERKRACHTEN IN LAGERE SCHOLEN

PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ LEERLINGEN EN LEERKRACHTEN IN LAGERE SCHOLEN PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ LEERLINGEN EN LEERKRACHTEN IN LAGERE SCHOLEN Femke Moerman en Elisa Vandewiele Promotor: Dr. Maïté Verloigne Co-promotor: Prof. Dr. Greet Cardon Masterproef voorgelegd

Nadere informatie

Hoe ziek word je van zitten?

Hoe ziek word je van zitten? Hoe ziek word je van zitten? Evi van Ekris EMGO + Instituut afd. Sociale Geneeskunde VU Medisch Centrum Er is altijd wat te doen Naast het stimuleren van sporten is het belangrijk bewegen meer te integreren

Nadere informatie

Prof. Greet Cardon Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen. Beweging

Prof. Greet Cardon Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen. Beweging Prof. Greet Cardon Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen Beweging 1 Beweging Richtlijnen voor beweging volwassenen 1978 oude richtlijnen 1996 nieuwe richtlijnen Frequentie 3 x per week elke dag Duur

Nadere informatie

Samenvatting. Gezond zijn of je gezond voelen: veranderingen in het oordeel van ouderen over de eigen gezondheid Samenvatting

Samenvatting. Gezond zijn of je gezond voelen: veranderingen in het oordeel van ouderen over de eigen gezondheid Samenvatting Samenvatting Gezond zijn of je gezond voelen: veranderingen in het oordeel van ouderen over de eigen gezondheid 2 2 3 4 5 6 7 8 Samenvatting 161 162 In de meeste Westerse landen neemt de levensverwachting

Nadere informatie

Een voorbeeld van een schoolprogramma gericht op preventie van overgewicht in Nederland: het DOiT programma

Een voorbeeld van een schoolprogramma gericht op preventie van overgewicht in Nederland: het DOiT programma 7 Samenvatting 8 Dit proefschrift beschrijft de voorbereiding op de landelijke implementatie van het Dutch Obesity Intervention in Teenagers (DOiT) programma. Daarnaast wordt de evaluatie beschreven die

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongen

218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongen Samenvatting 217 218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongens en 14.8% van de meisjes overgewicht,

Nadere informatie

Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen (2017)

Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen (2017) Richtlijn Gezonde slaap en slaapproblemen bij kinderen (2017) 2. Introductie slaapproblemen Deze introductie beschrijft de definitie van slaapproblemen en slaapstoornissen, de prevalentie en de gevolgen

Nadere informatie

1. VIGeZ. Lang stilzitten: dé uitdaging van de 21 ste eeuw. dr. Femke De Meester Stafmedewerker Sedentair Gedrag 02 juni 2016

1. VIGeZ. Lang stilzitten: dé uitdaging van de 21 ste eeuw. dr. Femke De Meester Stafmedewerker Sedentair Gedrag 02 juni 2016 Lang stilzitten: dé uitdaging van de 21 ste eeuw dr. Femke De Meester Stafmedewerker Sedentair Gedrag 02 juni 2016 VIGeZ vzw, 2016 Infosessie studiedag: Minder zitten op kantoor 1 1. VIGeZ VIGeZ vzw, 2016

Nadere informatie

Chapter 10 Samenvatting

Chapter 10 Samenvatting Chapter 10 Samenvatting Chapter 10 De laatste jaren is de mortaliteit bij patiënten met psychotische aandoeningen gestegen terwijl deze in de algemene populatie per leeftijdscategorie is gedaald. Een belangrijke

Nadere informatie

Samenvatting Dankwoord About the author

Samenvatting Dankwoord About the author Samenvatting Dankwoord About the author Samenvatting 177 Samenvatting Overgewicht en obesitas worden gedefinieerd op basis van de body mass index (BMI) (hoofdstuk 1). Deze index wordt berekend door het

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Samenvatting SAMENVATTING 189 Depressie is een veelvoorkomende psychische stoornis die een hoge ziektelast veroorzaakt voor zowel de samenleving als het individu. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)

Nadere informatie

Consortium K.U. Leuven U. Gent V.U. Brussel. Gaston Beunen, K.U. Leuven Promotor - Coördinator

Consortium K.U. Leuven U. Gent V.U. Brussel. Gaston Beunen, K.U. Leuven Promotor - Coördinator Consortium K.U. Leuven U. Gent V.U. Brussel Gaston Beunen, K.U. Leuven Promotor - Coördinator Overerving Fysieke activiteit vrije tijd werktijd andere o.a. huishoudelijk werk en tuinieren Gezondheidsgerelateerde

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients

Nadere informatie

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld.

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld. 155 Sport- en spelactiviteiten bevorderen over het algemeen de gezondheid. Deze fysieke activiteiten kunnen echter ook leiden tot blessures. Het proefschrift beschrijft de ontwikkeling en evaluatie van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Het is een uitdaging om ouderen te identificeren die baat kunnen hebben bij een interventie gericht op de preventie van beperkingen in het dagelijks leven op het moment dat dergelijke

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch) Het Belang van Leeftijdsgenoten: Sociale Problemen in de Kleuterklas en de Ontwikkeling van Psychische Problemen

Samenvatting (Summary in Dutch) Het Belang van Leeftijdsgenoten: Sociale Problemen in de Kleuterklas en de Ontwikkeling van Psychische Problemen (Summary in Dutch) Het Belang van Leeftijdsgenoten: Sociale Problemen in de Kleuterklas en de Ontwikkeling van Psychische Problemen 141 Als kinderen psychische problemen ontwikkelen zoals gedragsproblemen

Nadere informatie

Addendum. Nederlandse Samenvatting

Addendum. Nederlandse Samenvatting Addendum A Nederlandse Samenvatting 164 Addendum Cardiovasculaire ziekten na hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap Hypertensieve aandoeningen zijn een veelvoorkomende complicatie tijdens de zwangerschap.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 207 208 Deel I Het wordt steeds belangrijker gevonden om kinderen een stem te geven. Hierdoor kunnen kinderen beter begrepen worden en kan hun ontwikkeling worden geoptimaliseerd.

Nadere informatie

MINDER ZITTEND GEDRAG OP SCHOOL! EFFECT- EN PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ KINDEREN VAN DE LAGERE SCHOOL.

MINDER ZITTEND GEDRAG OP SCHOOL! EFFECT- EN PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ KINDEREN VAN DE LAGERE SCHOOL. MINDER ZITTEND GEDRAG OP SCHOOL! EFFECT- EN PROCESEVALUATIE VAN STANDING DESKS BIJ KINDEREN VAN DE LAGERE SCHOOL. Silke Rieder Promotor: dr. Maïté Verloigne Copromotor: Prof. dr. Greet Cardon Masterproef

Nadere informatie

212

212 212 Type 2 diabetes is een chronische aandoening, gekarakteriseerd door verhoogde glucosewaarden (hyperglycemie), die wereldwijd steeds vaker voorkomt (stijgende prevalentie) en geassocieerd is met vele

Nadere informatie

Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae List of publications

Samenvatting Dankwoord Curriculum Vitae List of publications Chapter 9 Dankwoord Curriculum Vitae List of publications Obesitas (vetzucht) bij kinderen is gedurende de afgelopen decennia een groeiend en wereldwijd probleem geworden. De snel toenemende prevalentie

Nadere informatie

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 SAMENVATTING MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 ALIFE@WORK DE EFFECTEN VAN EEN LEEFSTIJLPROGRAMMA MET BEGELEIDING OP AFSTAND VOOR GEWICHTSCONTROLE BIJ WERKNEMERS ACHTERGROND Overgewicht, waarvan

Nadere informatie

Katrien DE COCKER Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen. 20 september 2016 Prenne 39

Katrien DE COCKER Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen. 20 september 2016 Prenne 39 MINDER ZITTEN OP DE WERKVLOER VIA EEN COMPUTER-TAILORED TOOL: START TO STAND Katrien DE COCKER Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen 20 september 2016 Prenne 39 VAKGROEP BEWEGINGS- EN SPORTWETENSCHAPPEN

Nadere informatie

samenvatting Opzet van het onderzoek

samenvatting Opzet van het onderzoek 167 Angst en depressie komen vaak voor bij kinderen. Angst en depressie beïnvloeden niet alleen het huidige welbevinden van kinderen, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op hun verdere leven.

Nadere informatie

DUTCH SUMMARY NEDERLANDSE SAMENVATTING

DUTCH SUMMARY NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 205 Het is niet zonder reden dat autoriteiten wereldwijd aandacht besteden aan programma s en interventies om mensen meer te laten bewegen. Sportactiviteiten van gemiddelde tot

Nadere informatie

Preventie van pesten op basisscholen volgens de PRIMA antipestmethode

Preventie van pesten op basisscholen volgens de PRIMA antipestmethode Preventie van pesten op basisscholen volgens de PRIMA antipestmethode Auteurs: A. van Dorst, K. Wiefferink, E. Dusseldorp, F. Galindo Garre, M. Crone, Th. Paulussen; TNO, Leiden. Uit het in 2008 afgesloten

Nadere informatie

Chapter 11. Nederlandse samenvatting

Chapter 11. Nederlandse samenvatting Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Reumatoïde artritis (RA) is een chronische aandoening die wordt gekenmerkt door ontstekingen van de gewrichten. Symptomen die optreden zijn onder andere pijn,

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING

Samenvatting SAMENVATTING Samenvatting 213 214 Samenvatting SAMENVATTING Cardiovasculaire ziekten vormen een belangrijk gezondheidsprobleem in onze maatschappij. In 2008 stierven wereldwijd ongeveer 17.3 miljoen personen aan cardiovasculaireziekten,zoalsmyocardinfarct,cerebrovasculaireaccidentenenplotse

Nadere informatie

SAMENVATTING Dijkstra, Coosje.indd :45

SAMENVATTING Dijkstra, Coosje.indd :45 SAMENVATTING Samenvatting INTRODUCTIE Grote sociaal economische gezondheidsverschillen zijn een groeiend probleem in bijna alle Westerse landen. In Nederland leven mensen met een lagere opleiding gemiddeld

Nadere informatie

Jong en gezond? Uitdagingen voor meer gezonde voeding en beweging bij kinderen in Vlaanderen

Jong en gezond? Uitdagingen voor meer gezonde voeding en beweging bij kinderen in Vlaanderen Jong en gezond? Uitdagingen voor meer gezonde voeding en beweging bij kinderen in Vlaanderen Prof. dr. Lea Maes Prof. dr. Ilse De Bourdeaudhuij Drs. Valerie De Coen Introductie Probleemstelling: Rapport

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Het onderwerp van dit proefschrift is depressieve en angst symptomen in chronische dialyse patiënten en andere patiënten. Het proefschrift bestaat uit twee delen (deel A en deel

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Fysieke activiteit en vrije tijd

Jongeren en Gezondheid 2014: Fysieke activiteit en vrije tijd Jongeren en Gezondheid 4: Fysieke activiteit en vrije tijd Inleiding Adolescenten worden aanbevolen dagelijks minimum 6 minuten te bewegen aan een matige tot zware intensiteit []. Daarnaast wordt het aangeraden

Nadere informatie

SCHERMGERELATEERD GEDRAG: DE INVLOED VAN DE THUISOMGEVING EN PSYCHOSOCIALE FACTOREN BIJ JONG- ADOLESCENTEN

SCHERMGERELATEERD GEDRAG: DE INVLOED VAN DE THUISOMGEVING EN PSYCHOSOCIALE FACTOREN BIJ JONG- ADOLESCENTEN UNIVERSITEIT GENT Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen Academiejaar 2012-2013 SCHERMGERELATEERD GEDRAG: DE INVLOED VAN DE THUISOMGEVING EN PSYCHOSOCIALE FACTOREN BIJ JONG- ADOLESCENTEN Masterproef

Nadere informatie

Leefstijl en preventie

Leefstijl en preventie Leefstijl en preventie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. . Inhoudstafel Inhoudstafel... 59 Bestudeerde indicatoren... 61 1. Voedingsgewoonten.... 61 3. Gebruik

Nadere informatie

Keeping Youth in Play: the Effects of Sports-Based Interventions in the Prevention of Juvenile Delinquency A. Spruit

Keeping Youth in Play: the Effects of Sports-Based Interventions in the Prevention of Juvenile Delinquency A. Spruit Keeping Youth in Play: the Effects of Sports-Based Interventions in the Prevention of Juvenile Delinquency A. Spruit Dutch summary De financiële en maatschappelijke kosten van jeugdcriminaliteit zijn

Nadere informatie

Summary & Samenvatting. Samenvatting

Summary & Samenvatting. Samenvatting Samenvatting De meeste studies na rampen richten zich op de psychische problemen van getroffenen zoals post-traumatische stress stoornis (PTSS), depressie en angst. Naast deze gezondheidsgevolgen van psychische

Nadere informatie

Factoren die kunnen en willen doorwerken tot 65 beïnvloeden

Factoren die kunnen en willen doorwerken tot 65 beïnvloeden Het verhogen van duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking is een van de grootste uitdagingen voor de geïndustrialiseerde landen in de komende decennia. Omdat de beroepsbevolking krimpt en vergrijst

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het

Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het Samenvatting Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het individu als op populatieniveau. Effectieve

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Cardiovasculaire Beoordeling na Hypertensieve Afwijkingen van de Zwangerschap Hypertensieve zwangerschapscomplicaties rondom de uitgerekende datum zijn veelvoorkomende complicaties.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 1 geeft een algemene inleiding op dit proefschrift. Artrose is een chronische progressieve gewrichtsaandoening. Men schat dat de hoge prevalentie wereldwijd verder zal toenemen vanwege de stijgende

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 Vallen komt in alle leeftijdsgroepen voor, maar vormt vooral bij ouderen een groot gezondheidsprobleem. Onder een val wordt verstaan een gebeurtenis waarbij de betrokkene onbedoeld op de grond of een lager

Nadere informatie

B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren

B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren SAMENVATTING Samenvatting B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren Door de stijgende levensverwachting zal het aantal osteoporotische fracturen toenemen. Osteoporotische

Nadere informatie

BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2010

BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2010 R E S U LTAT E N T N O - M O N I TO R B E W EG E N E N G E ZO N D H E I D BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2010 Sinds 2000 meet de TNO-Monitor Bewegen en Gezondheid trends in het beweeggedrag van de Nederlandse

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De adolescentie is lang beschouwd als een periode met veelvuldige en extreme stemmingswisselingen, waarin jongeren moeten leren om grip te krijgen op hun emoties. Ondanks het feit

Nadere informatie

Preventie van type 2 diabetes bij volwassenen

Preventie van type 2 diabetes bij volwassenen Preventie van type 2 diabetes bij volwassenen Kernboodschappen Uitgave januari 2016 www.diabetes.be Diabetes mellitus Iemand met diabetes heeft een verhoogd bloedsuikergehalte omdat men niet voldoende

Nadere informatie

Inhoud van de presentatie

Inhoud van de presentatie De overgang van het basis- naar het secundair onderwijs vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief Annelies Somers i.s.m. Prof. Hilde Colpin Prof. Karine Verschueren ~ Centrum voor Schoolpsychologie

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Cardiovasculaire Preventie Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Cardiovasculaire Preventie Gezondheidsenquête, België, 1997 6.8.1. Inleiding In deze module worden 2 specifieke preventiedomeinen behandeld: de hypertensie en de hypercholesterolemie. De hart- en vaatziekten zijn aandoeningen die uit het oogpunt van volksgezondheid,

Nadere informatie

Bewegen in Nederland 2000-2010

Bewegen in Nederland 2000-2010 R e s u ltaten tno - M on i tor B ewegen en G ezond h e i d Bewegen in Nederland 2000-2010 Sinds 2000 meet de TNO-Monitor Bewegen en Gezondheid trends in het beweeggedrag van de Nederlandse bevolking om

Nadere informatie

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens

Jongeren en Gezondheid 2014 : Socio-demografische gegevens Jongeren en Gezondheid 14 : Socio-demografische gegevens Steekproef De steekproef van de studie Jongeren en Gezondheid 14 bestaat uit 9.566 leerlingen van het vijfde leerjaar lager onderwijs tot het zevende

Nadere informatie

Klinische inspanningstesten in de (kinder)revalidatie

Klinische inspanningstesten in de (kinder)revalidatie Klinische inspanningstesten in de (kinder)revalidatie Kinderen en jongvolwassenen met een fysieke beperking, zoals cerebrale parese (CP), ervaren vaak loopproblemen in het dagelijks leven. Veelgehoorde

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131 chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 132 Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 133 Zaadbalkanker wordt voornamelijk bij jonge mannen vastgesteld

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Overgewicht en Obesitas op Curaçao

Overgewicht en Obesitas op Curaçao MINISTERIE VAN Gezondheid, Milieu & Natuur Volksgezondheid Instituut Curaçao Persbericht Overgewicht en Obesitas op Curaçao In totaal zijn 62,6% van de mannen en 67,3% van de vrouwen op Curaçao te zwaar,

Nadere informatie

Hersenontwikkeling tijdens adolescentie

Hersenontwikkeling tijdens adolescentie Hersenontwikkeling tijdens adolescentie Een longitudinale tweelingstudie naar de ontwikkeling van hersenstructuur en de relatie met hormoonspiegels en intelligentie ALGEMENE INTRODUCTIE Adolescentie is

Nadere informatie

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 SAMENVATTING Dit proefschrift is gewijd aan Bouwen aan Gezondheid : een onderzoek naar de effectiviteit van een leefstijlinterventie voor werknemers in de bouwnijverheid met een verhoogd risico op hart

Nadere informatie

Langer leven? LICHAAMSBEWEGING EN Meer bewegen. Marjolein Visser. ACA Congres 2012

Langer leven? LICHAAMSBEWEGING EN Meer bewegen. Marjolein Visser. ACA Congres 2012 ACA Congres 2012 LICHAAMSBEWEGING EN SUCCESVOL OUDER WORDEN Meer bewegen - Afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen, Vrije Universiteit; - Afdeling Epidemiologie en

Nadere informatie

METING TANITA INNERSCAN. NAAM:. LEEFTIJD:. LENGTE cm:. GESLACHT: M / V. Gewicht. Vetpercentage. Watergehalte % Spiermassa.

METING TANITA INNERSCAN. NAAM:. LEEFTIJD:. LENGTE cm:. GESLACHT: M / V. Gewicht. Vetpercentage. Watergehalte % Spiermassa. METING TANITA INNERSCAN NAAM:. LEEFTIJD:. LENGTE cm:. GESLACHT: M / V DATUM DATUM DATUM DATUM Gewicht Vetpercentage Watergehalte % Spiermassa Lichaamsbouwtype Basismetabolisme Metabolische leeftijd Botmassa

Nadere informatie

SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104

SAMENVATTING bijlage Hoofdstuk 1 104 Samenvatting 103 De bipolaire stoornis, ook wel manisch depressieve stoornis genoemd, is gekenmerkt door extreme stemmingswisselingen, waarbij recidiverende episoden van depressie, manie en hypomanie,

Nadere informatie

Resultaten voor Brussels Gewest Cardiovasculaire Preventie Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Brussels Gewest Cardiovasculaire Preventie Gezondheidsenquête, België, 1997 6.8.1. Inleiding In deze module worden 2 specifieke preventiedomeinen behandeld: de hypertensie en de hypercholesterolemie. De hart- en vaatziekten zijn aandoeningen die uit het oogpunt van volksgezondheid,

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

De gevolgen van een verminderd werkvermogen voor duurzame inzetbaarheid

De gevolgen van een verminderd werkvermogen voor duurzame inzetbaarheid De gevolgen van een verminderd werkvermogen voor duurzame inzetbaarheid Tilja van den Berg & Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam Aanleiding Zorgsector Aanleiding

Nadere informatie

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van 9 Samenvatting 173 174 9 Samenvatting Kanker is een veel voorkomende ziekte. In 2003 werd in Nederland bij meer dan 72.000 mensen kanker vastgesteld. Geschat wordt dat het hier in 9.000 gevallen om mensen

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Lang stilzitten: dé uitdaging van de 21 ste eeuw. Syntheserapport met onderbouwing voor de factsheet sedentair gedrag

Lang stilzitten: dé uitdaging van de 21 ste eeuw. Syntheserapport met onderbouwing voor de factsheet sedentair gedrag Lang stilzitten: dé uitdaging van de 21 ste eeuw Syntheserapport met onderbouwing voor de factsheet sedentair gedrag Colofon Lang stilzitten: dé uitdaging van de 21 ste eeuw. Syntheserapport als actuele

Nadere informatie

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014

Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 2014 Gezondheid en (psycho)somatische klachten bij adolescenten in Vlaanderen 214 Inleiding Gezondheid in de internationale HBSC (Health Behaviour in School-aged Children) studie en in de Wereldgezondheidsorganisatie

Nadere informatie

SAMENVATTING. 140 Samenvatting

SAMENVATTING. 140 Samenvatting Samenvatting 140 Samenvatting SAMENVATTING Diabetes mellitus, ofwel suikerziekte, is een veelvoorkomende stofwisselingsziekte die gekenmerkt wordt door hyperglykemie (verhoogde bloedsuikerspiegels) als

Nadere informatie

Cover Page. Author: Meijer, Eline Title: This is [not] who I am : understanding identity in continued smoking and smoking cessation Date:

Cover Page. Author: Meijer, Eline Title: This is [not] who I am : understanding identity in continued smoking and smoking cessation Date: Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/57383 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Meijer, Eline Title: This is [not] who I am : understanding identity in continued

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven.

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven. * Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven In dit proefschrift worden de resultaten van de PERRIN CP 9-16 jaar studie (Longitudinale

Nadere informatie

Dutch Summary - Nederlandse Samenvatting

Dutch Summary - Nederlandse Samenvatting 119 Hoofdstuk 1 - Algemene inleiding Hoofdstuk 1 bevat algemene informatie over type 2 diabetes, waarin onderwerpen aan bod komen zoals: risicofactoren voor het ontwikkelen van type 2 diabetes, de gevolgen

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Perseverative cognition: The impact of worry on health. Nederlandse samenvatting

Perseverative cognition: The impact of worry on health. Nederlandse samenvatting Perseverative cognition: The impact of worry on health Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Perseveratieve cognitie: de invloed van piekeren op gezondheid Iedereen maakt zich wel eens zorgen.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting SAMENVATTING

Nederlandse samenvatting SAMENVATTING AMENVATTING Obesitas is een groeiend wereldwijd probleem. Om die reden is preventie onderzoek erg belangrijk. In de zwangerschap is dit zelfs nog belangrijker. Vrouwen met overgewicht of obesitas die zwanger

Nadere informatie

CHAPTER 10 NEDERLANDSE SAMENVATTING

CHAPTER 10 NEDERLANDSE SAMENVATTING CHAPTER 10 NEDERLANDSE SAMENVATTING Chapter 10 156 Dit proefschrift bestaat uit een aantal studies waarin de veranderingen in het vermogen van plasma om de uitstroom (efflux) van cholesterol uit cellen

Nadere informatie

DE KRACHT VAN LEERKRACHTEN

DE KRACHT VAN LEERKRACHTEN DE KRACHT VAN LEERKRACHTEN DE ROL VAN NABIJHEID EN CONFLICT IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS Dr. Maaike Engels Rijksuniversiteit Groningen, afdeling Sociologie Interuniversity Center for Social Science Theory

Nadere informatie

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands Proefschrift Marieke Heers (gepromoveerd 3 oktober in Maastricht; promotoren prof.dr. W.N.J. Groot en prof.dr. H. Maassen van den Brink)

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch) (summary in Dutch) Type 2 diabetes is een chronische ziekte, waarvan het voorkomen wereldwijd fors toeneemt. De ziekte wordt gekarakteriseerd door chronisch verhoogde glucose spiegels, wat op den duur

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

The Systematic Activation Method: a Nursing Intervention study for patients with Late Life Depression.

The Systematic Activation Method: a Nursing Intervention study for patients with Late Life Depression. The Systematic Activation Method: a Nursing Intervention study for patients with Late Life Depression. Samenvatting De prevalentie van een ernstige depressie op latere leeftijd varieert tussen de 1 en

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)

SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH) Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting In hoofdstuk 1 wordt de algemene introductie van dit proefschrift beschreven. De nadruk in dit proefschrift lag op patiënten met hoofd-halskanker (HHK) en

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Proefschrift_LVerburgh211214.indd 171 21-12-2014 16:46:37 172 Samenvatting ACHTERGROND DEEL A: DE RELATIE TUSSEN BEWEGING EN NEUROCOGNITIEF FUNCTIONEREN Ondanks bewezen gezondheidseffecten

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Interactionistische perspectieven benadrukken dat de persoon en zijn of haar omgeving voortdurend in interactie zijn en samen een systeem vormen. Dit idee van integratie

Nadere informatie

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen

Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING

SAMENVATTING SAMENVATTING Goed kunnen lezen is een van de belangrijkste vaardigheden in de huidige informatiemaatschappij, waarin communicatie en informatie centraal staan. Lezen is dan ook een onderwerp waar veel onderzoek naar

Nadere informatie

Rotterdam Lekker Fit! Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen

Rotterdam Lekker Fit! Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen Gegevensbronnen De overgewichtcijfers in deze factsheet zijn gebaseerd op lengte en gewicht gegevens uit twee verschillende registratiesystemen: Kidos en de Fitmeter. Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse

Nadere informatie

Resultaten voor België Cardiovasculaire preventie Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Cardiovasculaire preventie Gezondheidsenquête, België, 1997 6.8.1. Inleiding In deze module worden 2 specifieke preventiedomeinen behandeld: de hypertensie en de hypercholesterolemie. De hart- en vaatziekten zijn aandoeningen die uit het oogpunt van volksgezondheid,

Nadere informatie