Effectiviteit van toezicht op de rampenbestrijding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Effectiviteit van toezicht op de rampenbestrijding"

Transcriptie

1 Effectiviteit van toezicht op de rampenbestrijding Een onderzoek naar de beïnvloedende factoren op de doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie Veiligheid C.H.M. van der Palen Masterscriptie Publiek Management Universiteit Utrecht Begeleiding: Dr. A.J. Meijer 21 augustus 2012, Utrecht

2 Auteur C.H.M. (Chris) van der Palen Studentnummer: Begeleiding Dr. A.J. (Albert) Meijer Dr. C.H.M. (Karin) Geuijen (2 de lezer) B.P. (Peter) van Dam (contactpersoon Inspectie Veiligheid en Justitie) Onderwijsinstelling Universiteit Utrecht Departement Bestuurs- en Organisatie Wetenschap (USBO) Master Publiek Management Datum 21 augustus 2012, Utrecht 2

3 Samenvatting Toezicht door de overheid is in de huidige risicosamenleving niet meer weg te denken. De samenleving verwacht dat er toezicht gehouden wordt om de veiligheid te garanderen. Op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding wordt de toezichtfunctie vervuld door de Inspectie Veiligheid en Justitie. Met haar toezicht geeft zij inzicht in de prestaties van besturen en hulpverleningsdiensten, en doet zij aanbevelingen om de rampenbestrijding op orde te brengen. Hiermee voorziet zij in een informatie verzamelfunctie en een beïnvloedende functie voor de overheid. De bestuurlijke context waarin zij haar toezicht uitvoert is complex. Veranderingen in de toezichtfunctie van de overheid, de opkomst van New Public Management, bezuinigingen en wetswijzigingen hebben ertoe geleid dat effectief toezicht de norm is geworden voor goed toezicht. In 2010 komt uit het rapport De Staat van de Rampenbestrijding naar voren dat, ondanks het toezicht van de Inspectie Veiligheid en Justitie, de rampenbestrijding niet op orde is. Hieruit volgt dat aanbevelingen van de Inspectie Veiligheid en Justitie, bedoeld om de rampenbestrijdingsorganisatie conform wet- en regelgeving op orde te brengen, niet overal opgevolgd zijn. Blijkbaar is de effectiviteit van de beïnvloedende toezichtfunctie van de Inspectie Veiligheid en Justitie niet optimaal. Dit onderzoek beoogt bij te dragen aan de effectiviteit van het toezicht op de rampenbestrijding door de beïnvloedende factoren op de doorwerking te bepalen en aanbevelingen te doen om de doorwerking te vergroten. Allereerst wordt in dit onderzoek de gepercipieerde doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ inzichtelijk gemaakt. Hiervoor is kwalitatief onderzoek uitgevoerd op bestuurlijk niveau in vier veiligheidsregio s: Rotterdam-Rijnmond, Noord-Holland-Noord, Groningen en IJsselland. Deze regio s zijn gekozen op basis van een different case design. Het bestuurlijke niveau is gekozen omdat daar de kaders voor de rampenbestrijdingsorganisatie bepaald worden en de besluitvorming over de begroting plaatsvindt. Om een realistisch beeld van de gepercipieerde doorwerking te geven is onderscheid gemaakt in vier soorten doorwerking: agenderende doorwerking, politiekstrategische doorwerking, instrumentele doorwerking en conceptuele doorwerking. Om de factoren die deze doorwerking beïnvloeden te bepalen is een theoretisch onderzoeksmodel ontwikkeld om in de specifieke context van toezichthouder en toezichtveld onderzoek te doen. Door dit onderzoeksmodel te testen in de vier onderling verschillende veiligheidsregio s is beredeneerd welke factoren het belangrijkste zijn voor de doorwerking. Om aanbevelingen aan de Inspectie VenJ te doen om de doorwerking van haar aanbevelingen te vergroten is de beïnvloedbaarheid van deze factoren door de Inspectie VenJ onderzocht. Uit de resultaten volgt dat instrumentele en conceptuele doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ plaatsvindt. Hieruit is af te leiden dat de beïnvloedende toezichtfunctie van de Inspectie VenJ effect heeft. Agenderende en politiek-strategische doorwerking vinden ook plaats. Hoewel deze twee vormen van doorwerking niet rechtstreeks effect hebben op de beïnvloedende toezichtfunctie, spelen zij wel een rol in het 3

4 effect van de aanbevelingen. Echter blijkt uit het onderzoek dat instrumentele doorwerking niet altijd plaatsvindt en dat er verschillen zitten tussen de onderzochte veiligheidsregio s. De beïnvloedende toezichtfunctie van de Inspectie VenJ heeft dus niet het optimale effect. Uit het onderzoek komt naar voren dat meerdere factoren meespelen in de doorwerking van aanbevelingen. De twee belangrijkste factoren die invloed hebben op de doorwerking van aanbevelingen zijn de afstemming van de aanbevelingen op de veiligheidsregio en de bestuurlijke belangstelling in het thema veiligheid. Wanneer aanbevelingen niet afgestemd zijn op de veiligheidsregio vindt instrumentele doorwerking niet altijd plaats. Instrumentele doorwerking zou alsnog kunnen plaatsvinden wanneer het bestuur van de veiligheidsregio besluit financiële middelen vrij te maken en/of de kaders voor de rampenbestrijding bij te stellen. Hiervoor is bestuurlijke belangstelling in het thema veiligheid van groot belang. Deze belangstelling wordt beïnvloed door meerdere andere factoren: de kenmerken van de aanbevelingen, de reputatie van de Inspectie VenJ, de sanctioneringmogelijkheid, de wettelijke basis van de aanbevelingen, de interactie tussen toezichtveld en toezichthouder, de presentatie van de aanbevelingen, de timing van de aanbevelingen, de politieke belangstelling in veiligheid en de media-aandacht voor veiligheid. Op regioniveau spelen het aantal veiligheidsrisico s, de bestuurlijke besluitvorming en de staat van de rampenbestrijding een rol in de mate en soort van doorwerking. Een aantal van deze factoren zijn door de Inspectie VenJ te beïnvloeden waardoor de doorwerking van aanbevelingen mogelijk vergroot kan worden. Hiervoor worden in dit onderzoek aanbevelingen gedaan aan de Inspectie VenJ. 4

5 Voorwoord Toezicht is in de huidige risicosamenleving niet meer weg te denken en speelt een rol om de veiligheid in Nederland te garanderen en crisissen of rampen te voorkomen. Als samenleving verwachten wij ook van de overheid dat zij er zorg voor draagt dat de crisisbeheersing en rampenbestrijding op orde zijn en dat wij ons veilig kunnen voelen. De roep om overheidstoezicht is hierdoor groot en dient meerdere doelen voor de overheid en samenleving. Maar in de huidige bestuurlijke context verwachten wij dat toezicht wel effectief is. Toezicht moet werken, moet dus effect hebben, mag niet falen, en mag geen last zijn voor het toezichtveld. Al met al is goed toezicht houden nog niet zo eenvoudig. Dit onderzoek tracht een bijdrage te leveren aan de effectiviteit van toezicht op de rampenbestrijding, uitgevoerd door de Inspectie Veiligheid en Justitie. Naast een maatschappelijke bijdrage dient dit onderzoek ook de wetenschap. Onderzoek wordt gedaan naar de doorwerking van aanbevelingen in het toezichtveld van de Inspectie Veiligheid en Justitie en zo de effectiviteit van de beïnvloedende toezichtfunctie die de overheid heeft. Voor mij persoonlijk dient dit onderzoek als mijn afstudeerscriptie voor de master Publiek Management welke ik het afgelopen jaar heb gevolgd aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO), Universiteit Utrecht. Het eindproduct dat voor u ligt is het resultaat van een onderzoek waar ik met veel plezier en groeiende interesse in het veld van toezicht, effectiviteit van organiseren en crisisbeheersing aan hebt gewerkt. Echter onderzoek, en ook studeren, doe je nooit alleen. Ik wil dan ook mijn collega studenten, docenten, collega s bij de Inspectie Veiligheid en Justitie en iedereen die heeft meegewerkt aan dit onderzoek bedanken. Een extra dankwoord voor hun rol in de totstandkoming van dit rapport gaat uit naar drie personen. Allereerst wil ik mijn collegaonderzoeker bij de Inspectie Veiligheid en Justitie Gerco Liefhebber bedanken. Zijn rol als sparringpartner en klankbord heeft mij zeer geholpen om de lijn van mijn onderzoek terug te vinden op momenten dat ik deze zelf uit het oog verloren was. Daarna gaat mijn dank uit naar Peter van Dam voor de tijd die hij gestoken heeft om mij inzicht te geven in de complexe rol van toezicht en voor zijn kritische, doch vaak terechte, feedback. Als laatste gaat mijn dank uit naar Albert Meijer die als mijn scriptiebegeleider de wetenschappelijke waarde van mijn onderzoek heeft bewaakt. Chris van der palen 21 augustus 2012, Utrecht 5

6 Inhoudsopgave Samenvatting 3 Voorwoord 5 Inhoudsopgave 6 Hoofdstuk 1: Opzet en probleemstelling Aanleiding onderzoek Probleemanalyse Afbakening onderzoek Doel- en vraagstelling Doelstelling Vraagstelling Wetenschappelijke relevantie Maatschappelijke relevantie Leeswijzer 16 Hoofdstuk 2: Toezicht op de rampenbestrijding Inleiding Functies en stijlen van toezicht Definiëring van toezicht Functies van toezicht Stijlen van toezicht Ontwikkeling van toezicht op de rampenbestrijding Toezicht en de ontwikkeling van de risicosamenleving De roep om efficiënt en effectief toezicht De aanname van de Wet Veiligheidsregio s Komende ontwikkelingen Conclusies 27 Hoofdstuk 3: Doorwerking en factoren die doorwerking beïnvloeden Inleiding Doorwerking Definiëring doorwerking Soorten doorwerking Relatie doorwerking met beleidsbenadering van de ontvanger Factoren die doorwerking beïnvloeden Kenmerken van aanbevelingen Afstemming op de behoefte van het toezichtveld Organisatie van de Inspectie VenJ 37 6

7 3.3.4 Interactie tussen de Inspectie VenJ en het toezichtveld Presentatie en nazorg van aanbevelingen Institutionele kenmerken van het toezichtveld Beïnvloedbaarheid van de factoren voor doorwerking Conclusies 42 Hoofdstuk 4: Onderzoeksopzet Inleiding Verantwoording onderzoeksopzet Onderzoekstrategie Onderzoeksmethoden en technieken Onderzoeksproces Verantwoording afbakening onderzoek Verantwoording casusselectie Verantwoording bestuurlijke niveau en geïnterviewde actoren Verantwoording gepercipieerde doorwerking Betrouwbaarheid en validiteit Operationalisatie Gepercipieerde doorwerking Factoren die doorwerking beïnvloeden 55 Hoofdstuk 5: Inspectie VenJ Inleiding Functie van de Inspectie VenJ Uitvoering en toezichtstijl Positionering en uitvoering van de toezichtfunctie Toezichtstijl van de Inspectie VenJ Conclusies 63 Hoofdstuk 6: Empirische bevindingen: vier casussen Inleiding Algemene beschrijving veiligheidsregio s Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Beschrijving veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Doorwerking van aanbevelingen Factoren die doorwerking beïnvloeden Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord Beschrijving veiligheidsregio Noord-Holland-Noord Doorwerking van aanbevelingen Factoren die doorwerking beïnvloeden Veiligheidsregio Groningen Beschrijving veiligheidsregio Groningen 70 7

8 6.5.2 Doorwerking van aanbevelingen Factoren die doorwerking beïnvloeden Veiligheidsregio IJsselland Beschrijving veiligheidsregio IJsselland Doorwerking van aanbevelingen Factoren die doorwerking beïnvloeden Conclusies 75 Hoofdstuk 7: Analyse en casusvergelijking Inleiding Casusanalyse Analyse veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Analyse veiligheidsregio Noord-Holland-Noord Analyse veiligheidsregio Groningen Analyse veiligheidsregio IJsselland Casusvergelijking Beïnvloedbare factoren om de doorwerking te beïnvloeden Conclusies 99 Hoofdstuk 8: Conclusies, aanbevelingen en reflectie Inleiding Conclusie Aanbevelingen Reflectie op de wetenschappelijke relevantie Reflectie op de maatschappelijke relevantie 106 Literatuurlijst 108 Bijlagen 111 8

9 Hoofdstuk 1: Opzet en probleemstelling 1.1 Aanleiding onderzoek De Inspectie Veiligheid en Justitie (hierna: Inspectie VenJ) houdt namens de minister van Veiligheid en Justitie onafhankelijk toezicht op de rampenbestrijding in Nederland en geeft daarmee inzicht in de prestaties van besturen en hulpverleningsdiensten. Door middel van openbaarmaking van haar onderzoekrapporten en aanbevelingen die hierin gedaan worden aan de veiligheidsregio s, probeert zij een bijdrage te leveren aan het op orde brengen van de rampenbestrijding in Nederland (Website Inspectie VenJ). Het toezicht van de Inspectie VenJ heeft hiermee een informatie verzamelfunctie en een beïnvloedende functie voor de overheid. In 2008 stelde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevr. Guusje ter Horst, dat de rampenbestrijding begin 2010 op orde moest zijn. De veiligheidsregio s, verantwoordelijk voor de crisisbeheersing en rampenbestrijding, zouden dan minimaal moeten voldoen aan de basisvereisten crisismanagement zoals deze waren opgenomen in het ontwerp Besluit Veiligheidsregio s. Begin 2010 wordt de Wet Veiligheidsregio s (hierna: Wet Vr) en het daarbij horende Besluit Veiligheidsregio s (hierna: Besluit Vr) aangenomen door de Eerste Kamer. Gelijk hierop volgend komt de voorloper van de Inspectie VenJ, de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (hierna Inspectie OOV), met het rapport: De Staat van de Rampenbestrijding. De belangrijkste conclusie uit dit rapport is dat de rampenbestrijding niet in alle veiligheidsregio s op orde is en dat er grote verschillen bestaan tussen de verschillende regio s (Inspectie OOV, 2010, p. 13). De Inspectie VenJ had in aanloop naar deze eerste staat van de rampenbestrijding de veiligheidsregio s, middels de systematische onderzoeken ADR 1 en RADAR 2, aanbevelingen gedaan om de rampenbestrijding op orde te krijgen. Met behulp van deze aanbevelingen konden de veiligheidsregio s zich voorbereiden op de ingebruikname van Wet Vr. Het doel van deze aanbevelingen was invloed uit te oefenen op, en informatie te verstrekken aan, de veiligheidsregio s zodat zij op orde zouden zijn conform wet- en regelgeving. Echter blijkt uit het rapport: De Staat van de Rampenbestrijding dat de veiligheidsregio s niet op orde zijn. Blijkbaar is van de aanbevelingen van de Inspectie VenJ niet overal, en in verschillende mate in verschillende regio s, gebruik gemaakt. Hieruit kan worden afgeleid dat er een probleem is met de doorwerking van aanbevelingen in het toezichtveld, en dat er verschillen zitten in de doorwerking in verschillende regio s. Voor de Inspectie VenJ betekent dit dat de effectiviteit van haar beïnvloedende toezichtfunctie niet optimaal is. Het is voor de Inspectie VenJ dus van belang erachter te komen welke factoren de doorwerking van haar aanbevelingen beïnvloeden, zodat zij hierop kan inspelen en de effectiviteit van haar toezicht kan vergroten. 1 Algemene Doorlichting Rampenbestrijding 2 RAmpenbestrijding Doorlichtings ARrangement 9

10 1.2 Probleemanalyse Uit bovenstaande paragraaf blijkt dat de doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ in het veld waarop toezicht gehouden wordt niet optimaal is en dat hieruit volgt dat de beïnvloedende toezichtfunctie niet het optimale effect heeft. In deze paragraaf wordt verklaard waarom dit een probleem is. Ten eerste verwacht de samenleving van de overheid dat zij toezicht houdt om de veiligheid te garanderen. Deze toezichtfunctie is de afgelopen 15 jaar continue onder verandering (Mertens, 2009). Een belangrijke ontwikkeling hierin voor het toezicht op de rampenbestrijding is dat het Nederland in de 21 ste eeuw zich heeft ontwikkeld tot een risicosamenleving (Boutellier, 2005; Winter, 2010). Hieraan ten grondslag liggen ernstige incidenten zoals de Bijlmerramp in 1992, de vuurwerkramp in Enschede in 2000 en de cafébrand in Volendam in Dergelijke incidenten leidden tot de roep om een risicoloze samenleving waarin ernstige incidenten en rampen niet zouden voorkomen. De samenleving verwacht stabiliteit en veiligheid, en de overheid zou daarvoor moeten zorgen. Door deze ontwikkelingen is de belangstelling voor toezicht en handhaving groter geworden (Winter, 2010; Mertens, 2008; Van Dam, 2009). De overheid wordt geacht toezicht te houden op de organisaties en besturen die voor de rampenbestrijding verantwoordelijk zijn en invloed uit te oefenen op naleving van wet- en regelgeving. Ten tweede hebben de laatste jaren enkele ontwikkelingen plaatsgevonden die het toezicht op de rampenbestrijding door de Inspectie VenJ complexer maken. Allereerst vinden onder invloed van de New Public Management stroming bestuurlijke ontwikkelingen plaats naar een kleinere overheid en is er een streven naar efficiëntie, effectiviteit, legitimiteit en controleerbaarheid (Hood, 1991; Noordegraaf, 2004; Mertens, 2009). Daarbij vinden er bezuinigingen plaats op het overheidsapparaat. Echter stelt de overheid dat bezuinigingen niet ten koste mogen gaan van de veiligheid, er dient value for money geleverd te worden (Inspectie OOV, 2011, p. 7). Door de toename van toezicht en prestatie-eisen staan publieke organisaties steeds meer onder druk om aantoonbaar te presteren. Hierdoor worden de output en effectiviteit van organisaties steeds belangrijker (De Bruijn, 2007). In 2005 publiceert de overheid de tweede Kaderstellende Visie op Toezicht, waarin effectief toezicht als norm wordt benoemd voor goed toezicht. Deze ontwikkelingen leidden ertoe dat de legitimiteit van een rijksinspectie werd gekoppeld aan de mate waarin zij voldoet aan haar taken. Voor de Inspectie VenJ geldt dat haar toezichtrapporten moeten bijdragen aan de ontwikkeling en kwaliteit van de organisaties waarop zij toezicht houdt. Met andere woorden: de Inspectie VenJ moet met haar toezicht bijdragen aan het op orde komen van veiligheidsregio s. Ten derde heeft een wetswijziging in 2010 ervoor gezorgd dat het toetsingskaderkader van de Inspectie VenJ gekoppeld werd aan de nieuwe wetgeving. Met de inwerkingtreding van de Wet Vr worden hulpverleningsdiensten en gemeenten gedwongen om op basis van verlengd lokaal bestuur intensief samen te werken in geval zich een ramp of crisis voordoet. 10

11 In het bijhorende Besluit Vr zijn nadere detaillistische normen aan de prestaties en vormgeving van de veiligheidsregio vastgesteld. De Inspectie VenJ wordt door deze wetswijziging gedwongen de veiligheidsregio s op naleving van deze wet te toetsen. Voor deze situatie kon de Inspectie VenJ haar eigen toetsingskader opstellen (Van Dam, 2012). Met het in werking treden van de Wet Vr veranderde de rol van de Inspectie VenJ naar een toezichthouder die toetst en rapporteert aan de hand van wettelijke eisen. Deze ontwikkeling heeft consequenties gehad voor de toezichtstijl van de Inspectie VenJ en de relatie tussen de Inspectie VenJ en haar toezichtveld. Zoals in de vorige paragraaf beschreven, blijkt uit het rapport: De Staat van de Rampenbestrijding (Inspectie OOV, 2010) dat de rampenbestrijding niet overal, en in verschillende mate in verschillende regio s, op orde is. Hieruit volgt dat aanbevelingen van de Inspectie VenJ niet altijd doorwerking vinden en dat de effectiviteit van haar beïnvloedende toezichtfunctie niet optimaal is. Mogelijk sluit de toezichtstijl van de Inspectie VenJ niet aan bij het toezichtveld, waardoor aanbevelingen niet gebruikt worden. En wellicht spelen er nog andere factoren mee. Voor de Inspectie VenJ is dit, gezien de bovenstaande ontwikkelingen, een probleem. Daarbij stelt de Inspectie VenJ in haar Meerjarenvisie maximaal effect uit haar toezicht te willen halen en bij te willen dragen aan de veiligheid van de samenleving. Dit wil zij dit doen met een minimale toezichtlast voor het toezichtveld. Hiermee komt zij tegemoet aan de effectiviteiteis van de overheid. Ook beoogt zij bij te dragen aan het huidige regeerakkoord van het (sinds 23 april 2012 demissionaire) kabinet Rutte-Verhagen, waarin verbetering van de veiligheid één van de speerpunten van de minister van Veiligheid en Justitie is. Als laatste wil de Inspectie VenJ zich ontwikkelen tot dé gezaghebbende inspectie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (Bos, 2012). Om aan de visie van de Inspectie VenJ te voldoen, en tegemoet te komen aan de wensen van de overheid, dient de Inspectie VenJ de effectiviteit van haar toezicht te vergroten. Een mogelijkheid om dit te doen is ervoor te zorgen dat de doorwerking van haar aanbevelingen groter wordt. Hiervoor is het nodig dat inzicht wordt verkregen in de factoren die de doorwerking van de aanbevelingen beïnvloeden. Door in te spelen op deze factoren kan de Inspectie VenJ haar toezichtstijl mogelijk beter afstemmen op het toezichtveld, en zo de effectiviteit van haar toezicht vergroten. Ook draagt dit bij aan de versterking van haar legitimiteit en gezaghebbende rol, en kan mogelijk de toezichtlast op het toezichtveld verkleind worden. 1.3 Afbakening onderzoek Afbakening van dit onderzoek is nodig om de haalbaarheid en diepgang te verzekeren. Hierom zijn de volgende afwegingen gemaakt. Dit onderzoek behandelt het toezicht van de Inspectie VenJ op de rampenbestrijding in de Nederlandse veiligheidsregio s. De andere toezichttaken van de Inspectie VenJ maken geen onderdeel uit van dit onderzoek. Doordat onderzoek wordt gedaan naar de doorwerking van 11

12 aanbevelingen en de factoren die daarop invloed hebben ligt de focus op de beïnvloedende toezichtfunctie die de Inspectie VenJ heeft. De andere toezichtfuncties worden in deze rapportage wel verklaard. De focus van dit onderzoek ligt op de factoren die de doorwerking van aanbevelingen uit toezichtrapporten van de Inspectie VenJ beïnvloeden op bestuurlijk niveau in de veiligheidsregio. Het bestuurlijke niveau bestaat uit leden van het dagelijks- en algemeen bestuur. Deze keuze is gemaakt omdat op bestuurlijk niveau de begroting en kaders voor de rampenbestrijding tot stand komen. Het vermoeden bestaat dat juist op dit niveau doorwerking van aanbevelingen noodzakelijk is om financiële middelen vrij te maken en beleid te creëren oftewel aan te passen. Om een extra perspectief te hebben op de doorwerking en de factoren die hier invloed op hebben, en om een controle uit te oefenen op data verkregen van het bestuur, wordt hiernaast ook onderzoek gedaan binnen het ambtelijke apparaat van de veiligheidsregio s. Hierdoor wordt een brede dataset verkregen. Gezien de focus op de factoren die de doorwerking beïnvloeden, wordt voor dit rapport onderzoek gedaan naar de gepercipieerde doorwerking. Dit wel zeggen dat de doorwerking niet kwantitatief, maar kwalitatief bepaald wordt in de percepties van de geïnterviewde actoren. Hierdoor zullen geen harde cijfers over de mate van doorwerking uit dit onderzoek komen. Om voldoende diepgaand onderzoek te kunnen doen in het toezichtveld is gekozen om het onderzoek te beperken tot vier veiligheidsregio s, te noemen: Rotterdam-Rijnmond, Noord- Holland-Noord, Groningen en IJsselland. 1.4 Doel- en vraagstelling In bovenstaande paragrafen is het probleem dat de basis voor dit onderzoek vormt geanalyseerd en afgebakend. In deze paragraaf wordt de doelstelling voor dit onderzoek verklaard en er wordt beschreven welke hoofdvraag beantwoord wordt om aan de doelstelling te voldoen. Deze hoofdvraag wordt uitgewerkt in tien deelvragen Doelstelling Dit onderzoek wordt uitgevoerd voor de Inspectie VenJ en de Universiteit Utrecht, en heeft een tweeledige doelstelling. In de eerste plaats heeft dit onderzoek een verklarend doel. Er wordt beoogt inzicht te geven in de gepercipieerde doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ en de factoren die hierop invloed hebben. Hiermee geeft het inzicht in de effectiviteit van het toezicht van de Inspectie VenJ. Hiervoor wordt een theoretisch onderzoeksmodel ontwikkeld, welke getest wordt in de empirie. In de tweede plaats heeft dit onderzoek een voorschrijvend doel. In dit onderzoek worden aanbevelingen gedaan aan de Inspectie VenJ om de doorwerking van haar aanbevelingen binnen de veiligheidsregio s te vergroten. Hiermee beoogt dit onderzoek bij te dragen aan de effectiviteit van het toezicht van de Inspectie VenJ. Hiervoor wordt de beïnvloedbaarheid die de Inspectie VenJ kan 12

13 uitoefenen op de factoren onderzocht. Dit kan worden samengevat in de volgende doelstelling: Doelstelling: Het is de doelstelling van dit onderzoek om factoren te onderscheiden die de doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ beïnvloeden en aanbevelingen te doen aan Inspectie VenJ om de doorwerking van haar aanbevelingen te vergroten Vraagstelling Bovenstaande doelstelling leidt concreet tot de volgende vraagstelling: Centrale vraagstelling: Welke factoren beïnvloeden de doorwerking van aanbevelingen uit toezichtrapporten van de Inspectie VenJ en hoe kan de Inspectie VenJ de doorwerking van haar aanbevelingen vergroten? Om de centrale vraagstelling te beantwoorden wordt deze opgesplitst in tien deelvragen. Deze vragen zijn onderverdeeld in contextuele, theoretische en empirische deelvragen en leiden via een systematische afhandeling tot beantwoording van de centrale vraagstelling. Hieronder wordt kort uitgelegd waarop de deelvragen antwoord geven en in welke hoofdstukken van dit rapport dat gedaan wordt. Hierdoor wordt de structuur van dit rapport duidelijk. Contextuele deelvragen 1. Wat zijn de verschillende functies en stijlen van toezicht? 2. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in het toezicht op de rampenbestrijding in Nederland? Theoretische deelvragen 3. Wat is doorwerking? 4. Welke factoren beïnvloeden doorwerking? 5. Welke factoren voor doorwerking zijn te beïnvloeden door de Inspectie VenJ? Empirische deelvragen 6. Hoe is het toezicht op de rampenbestrijding door de Inspectie VenJ te kenmerken? 7. Hoe zijn de onderzochte veiligheidsregio s te kenmerken? 8. Wat is de gepercipieerde doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ? 9. Welke factoren beïnvloeden de gepercipieerde doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ? 10. Welke factoren kan de Inspectie VenJ beïnvloeden om de doorwerking te vergroten? 13

14 De eerste en tweede deelvraag zijn contextbeschrijvend. De eerste deelvraag verklaart de verschillende functies en stijlen van toezicht. De tweede deelvraag verklaart de ontwikkelingen in het toezicht op de rampenbestrijding die ten grondslag liggen aan de huidige probleemsituatie. Hierdoor wordt de context waarin de Inspectie VenJ haar toezicht houdt duidelijk. Deze twee deelvragen worden beantwoord in Hoofdstuk 2: Toezicht op de rampenbestrijding. De derde, vierde en vijfde deelvraag onderzoeken in de literatuur wat bekend is over de begrippen doorwerking en de factoren die doorwerking beïnvloeden. Het doel hiervan is inzichtelijk maken wat reeds bekend is over deze literatuur en een theoretisch model te ontwikkelen waarmee de specifieke empirie waarop dit onderzoek zich richt onderzocht kan worden. Voor beantwoording van de derde deelvraag wordt een passende definitie voor het begrip doorwerking gezocht en wordt onderzocht welke verschillende soorten van doorwerking er zijn. Voor beantwoording van de vierde deelvraag wordt onderzocht welke factoren de doorwerking van aanbevelingen uit toezichtrapporten beïnvloeden. Aangezien nog niet eerder op deze manier onderzoek gedaan is naar dit onderwerp wordt het theoretische model uit meerdere bronnen samengesteld. De vijfde deelvraag onderzoekt de beïnvloedbaarheid van de factoren voor doorwerking door de Inspectie VenJ. Dit wordt gedaan om later aanbevelingen te kunnen doen aan de Inspectie VenJ om de doorwerking te vergroten. Deze drie deelvragen worden beantwoord in Hoofdstuk 3: Doorwerking en factoren die doorwerking beïnvloeden. Wanneer de context en theorie van dit onderzoek beschreven zijn wordt in Hoofdstuk 4: Onderzoeksopzet de onderzoeksaanpak verantwoord. In dit hoofdstuk wordt het theoretisch model uit hoofdstuk 3 geoperationaliseerd, zodat in de specifieke context waarin de Inspectie VenJ zich bevindt onderzoek gedaan kan worden. In Hoofdstuk 5: Inspectie VenJ wordt de zesde deelvraag beantwoord. Deze deelvraag onderzoekt in de empirie hoe het toezicht van de Inspectie VenJ te kenmerken is. Het doel van dit hoofdstuk is inzicht geven in de toezichtfunctie van de Inspectie VenJ, aangezien deze voor veel partijen niet duidelijk is. Hiermee wordt duidelijk hoe en waarom de Inspectie VenJ toezicht houdt op de wijze waarop zij dat nu doet. In dit hoofdstuk wordt de Inspectie VenJ gepositioneerd in haar rol als toezichthouder op de rampenbestrijding en worden de functie en stijl van toezicht die de Inspectie VenJ verklaard waarmee zij in de huidige context, zoals beschreven in hoofdstuk 2, haar toezichtfunctie uitvoert. In Hoofdstuk 6: Empirische bevindingen: vier casussen worden de empirische bevindingen beschreven. Deze bevindingen komen tot stand door het onderzoeksmodel toe te passen binnen de veiligheidsregio s Rotterdam-Rijnmond, Noord-Holland-Noord, Groningen en IJsselland. Hierop voorafgaand wordt een algemene beschrijving van de veiligheidsregio s gegeven en worden per casus de specifieke kenmerken van de onderzochte veiligheidsregio s onderzocht. Deze specifieke kenmerken verschillen per veiligheidsregio en 14

15 spelen mogelijk op regioniveau een rol in de ambitie van bestuurders om de regio op orde te krijgen, de prioriteit die gegeven wordt aan het thema veiligheid en de besluitvorming op bestuurlijk niveau. Door deze kenmerken inzichtelijk te maken kunnen in de analyse de veiligheidsregio s beter met elkaar vergeleken worden. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de zevende deelvraag. In Hoofdstuk 7: Analyse en casusvergelijking worden de resultaten uit hoofdstuk 6 geanalyseerd en worden de vier casussen met elkaar vergeleken. Door deze analyse wordt inzichtelijk gemaakt welke factoren de doorwerking beïnvloeden in de verschillende veiligheidsregio s. Door de vier casussen te vergelijken wordt gezocht naar verschillen en overeenkomsten tussen de veiligheidsregio s die mogelijk invloed hebben op de doorwerking en de beïnvloedende factoren. Hiermee wordt antwoord gegeven op de resterende drie empirische deelvragen. De achtste en negende deelvraag dragen bij aan het verklarende deel van de doelstelling. De tiende deelvraag draagt bij aan het voorschrijvende deel van de doelstelling. De achtste deelvraag onderzoekt de gepercipieerde doorwerking van aanbevelingen van de Inspectie VenJ op bestuurlijk niveau. Ook wordt er onderzocht of er verschillende soorten doorwerking te onderscheiden zijn. De negende deelvraag onderzoekt de factoren die de doorwerking van aanbevelingen op bestuurlijk niveau in een veiligheidsregio beïnvloeden. De tiende deelvraag onderzoekt welke factoren voor de doorwerking de Inspectie VenJ kan beïnvloeden om de doorwerking van haar aanbevelingen te vergroten. In Hoofdstuk 8: Conclusies, aanbevelingen en reflectie wordt eerst antwoord gegeven op de centrale vraagstelling. Daarna worden aanbevelingen gedaan aan de Inspectie VenJ om de doorwerking van haar aanbevelingen, en zo de effectiviteit van haar toezicht, te vergroten. Als laatste wordt het onderzoek gereflecteerd op de wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie. 1.5 Wetenschappelijk relevantie Dit onderzoek heeft wetenschappelijke relevantie om de volgende redenen. In de eerste plaats draagt dit onderzoek bij aan het onderzoek naar doorwerking en de factoren die hier invloed op hebben. De body of knowledge van het onderzoek naar doorwerking is substantieel (Bekkers et al, 2004; Houten, 2008; De Kool, 2007). Echter weinig onderzoek is gedaan naar de doorwerking van aanbevelingen van een rijksinspectie. In dit onderzoek wordt op basis van bestaande literatuur een theoretisch onderzoeksmodel ontwikkeld om de doorwerking van aanbevelingen van een rijksinspectie te onderzoeken. Dit model wordt in de empirie getoetst op haar validiteit, waarop in hoofdstuk 8 gereflecteerd wordt. In de tweede plaats wordt de relatie gelegd tussen doorwerking van aanbevelingen van een rijksinspectie en de effectiviteit van toezicht. Hiermee wordt bijgedragen aan het onderzoek naar de effecten en effectiviteit van toezicht van rijksinspecties (Bestuurlijke werkgroep 15

16 Alders, 2005; Mertens, 2005; Winter, 2010; Janssens, 2005). In deze studie wordt onderscheid gemaakt tussen meerdere vormen van doorwerking van aanbevelingen, en zo dus ook meerdere effecten die aanbevelingen kunnen hebben. Daarbij worden de factoren die hieraan ten grondslag liggen inzichtelijk gemaakt, en wordt de beïnvloedbaarheid van deze factoren onderzocht. Hierdoor wordt een breed, reëel beeld geschetst van de effectiviteit van aanbevelingen van een rijksinspectie in de empirie. 1.6 Maatschappelijke relevantie Dit onderzoek heeft maatschappelijke relevantie om de volgende redenen. In de eerste plaats is dit onderzoek relevant voor de Inspectie VenJ. Door de doorwerking van haar aanbevelingen te onderzoeken geeft dit onderzoek inzicht in de effectiviteit van haar toezicht op de rampenbestrijding. Daarbij worden de beïnvloedende factoren van deze doorwerking bepaald. Hiermee wordt inzicht geven in de o.a. de reputatie van de Inspectie VenJ in het toezichtveld en de waarde die aan haar aanbevelingen wordt toegekend. Ook wordt de beïnvloedbaarheid van de factoren onderzocht en worden aanbevelingen gedaan om de doorwerking van de aanbevelingen te vergroten. Door deze aanbevelingen kan mogelijk de toezichtstijl bijgeschaafd worden, zodat de effectiviteit van haar toezichtfunctie groter wordt. In de tweede plaats is dit onderzoek relevant voor het toezichtveld van de Inspectie VenJ. In dit onderzoek wordt de wijze waarop de Inspectie VenJ haar toezicht houdt en de bestuurlijke ontwikkelingen die hieraan ten grondslag liggen verklaard. Door dit inzichtelijk te maken neemt mogelijk de onzekerheid en ambiguïteit in de relatie tussen de toezichthouder en het toezichtveld af. Verder wordt met dit onderzoek de mogelijkheid geboden feedback te geven over de toezichtstijl van de Inspectie VenJ en waarde die aan haar aanbevelingen gegeven wordt. Hierdoor kan de Inspectie VenJ haar aanbevelingen en toezicht mogelijk beter afstemmen op de behoefte van het toezichtveld. Dit kan bijdragen aan de relatie met de Inspectie VenJ, kennisdeling en vermindering van de toezichtlast. In de derde plaats kan dit onderzoek inzichten geven aan andere rijksinspecties. Echter dient rekening gehouden te worden met de specifieke context waarin de Inspectie VenJ opereert en kunnen onderzoeksresultaten niet rechtstreeks overgenomen worden. In de vierde plaats kunnen inzichten en aanbevelingen uit dit onderzoek bijdragen aan het op orde komen van de rampenbestrijding in Nederland. De Inspectie VenJ houdt als rijksinspectie toezicht op rampenbestrijding en draagt via haar aanbevelingen bij aan de ontwikkeling en kwaliteit hiervan. Wanneer het toezicht van de Inspectie VenJ beter afgestemd is op de veiligheidsregio s zullen mogelijk meer aanbevelingen overgenomen worden en zal de rampenbestrijdingsorganisatie (sneller) op orde komen. 16

17 1.7 Leeswijzer Dit onderzoek is geschreven voor wetenschappers, toezichthouders en toezichtveld, en algemene belangstellenden. Aangezien deze diverse groep lezers verschillende achtergronden en specifieke kennisniveaus heeft op het gebied van toezicht en de literatuur over doorwerking, wordt in deze leeswijzer aangegeven welke hoofdstukken relevant zijn voor de verschillende lezers. Het tweede hoofdstuk behandelt de verschillende stijlen en functies van toezicht. Daarnaast wordt de ontwikkeling van het toezicht op de rampenbeschrijving beschreven. Hierdoor wordt het ontstaan van de huidige probleemsituatie inzichtelijk gemaakt. Dit hoofdstuk is interessant voor het toezichtveld en algemene belangstellenden, omdat het inzicht geeft in de situatie van de toezichthouder. Het derde hoofdstuk behandelt de literatuur over doorwerking en factoren die doorwerking beïnvloeden. Aan de hand van deze literatuur wordt een theoretisch onderzoeksmodel ontwikkeld. Dit hoofdstuk is voornamelijk interessant voor wetenschappers. Het vierde hoofdstuk behandelt de verantwoording van de onderzoeksaanpak en de operationalisatie het theoretisch onderzoeksmodel. Dit hoofdstuk is interessant voor wetenschappers en geïnteresseerde, kritische toezichthouders en actoren uit het toezichtveld. Het vijfde hoofdstuk behandelt het toezicht op de rampenbestrijding door de Inspectie VenJ. Hierin wordt duidelijk op welke wijze de Inspectie VenJ invulling geeft aan haar toezichtfunctie en waarom zij dit op deze wijze doet. Dit hoofdstuk is erg interessant voor het toezichtveld, omdat het inzicht geeft in het hoe en waarom van de werkwijze van de Inspectie VenJ. Het zesde hoofdstuk behandelt de empirische resultaten van het onderzoek in de vier veiligheidsregio s. Dit hoofdstuk is voornamelijk interessant voor toezichthouders. Het zevende hoofdstuk analyseert en vergelijkt de resultaten van het onderzoek in de vier veiligheidsregio s. Daarnaast wordt de beïnvloedbaarheid van de factoren geanalyseerd. Dit hoofdstuk is voor wetenschappers, toezichthouders, toezichtveld en algemene belangstellen interessant. Het achtste hoofdstuk behandelt de conclusies, aanbevelingen en reflectie op de wetenschappelijke en maatschappelijke meerwaarde. Dit hoofdstuk is voor wetenschappers, toezichthouders, toezichtveld en algemene belangstellenden interessant. 17

18 Hoofdstuk 2: Toezicht op de rampenbestrijding 2.1 Inleiding In hoofdstuk 1 is beschreven dat de effectiviteit van het toezicht van de Inspectie VenJ niet optimaal is, en dat dit een probleem is. In dit hoofdstuk wordt verklaard hoe deze probleemsituatie heeft kunnen ontstaan. Ook wordt hierdoor duidelijk in welke (bestuurlijke) context de Inspectie VenJ haar toezichttaak uitvoert. Allereerst wordt beschouwd welke functies en stijlen van toezicht bestaan. Dit is van belang om later in het rapport (in hoofdstuk 5) de toezichtstijl van de Inspectie VenJ te kenmerken. Daarna worden de (beleids) ontwikkelingen in het toezicht op de rampenbestrijding beschreven. Hiermee wordt in dit hoofdstuk antwoord gegeven op de volgende twee deelvragen: wat zijn de verschillende functies en stijlen van toezicht? en wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in het toezicht op de rampenbestrijding in Nederland?. Dit hoofdstuk heeft de volgende opbouw. In paragraaf 2.2 worden de verschillende functies en stijlen van toezicht beschouwd. Eerst wordt het begrip toezicht gedefinieerd (paragraaf 2.2.1). Daarna worden de verschillende functies van toezicht beschreven (paragraaf 2.2.2). Als laatste worden drie verschillende toezichtstijlen beschreven (paragraaf 2.2.3). In paragraaf 2.3 worden de (beleids) ontwikkelingen in het toezicht op de rampenbestrijding beschouwd. Deze opsomming is niet uitputtend, maar beschrijft wel de belangrijkste gebeurtenissen die van invloed zijn geweest op de totstandkoming van het huidige toezicht op de rampenbestrijding. Eerst wordt de ontwikkeling van de risicosamenleving en de daarbij horende roep om meer toezicht beschreven (paragraaf 2.3.1). Daarna worden de ontwikkelingen beschreven die leidden tot de vraag om efficiënt en effectief toezicht (paragraaf 2.3.2). Hierop volgend wordt het effect van de ingebruikname van de Wet Vr en het bijhorende Besluit Vr beschouwd (paragraaf 2.3.3). Als laatste worden de komende ontwikkelingen in het toezicht op de rampenbestrijding beschreven (paragraaf 2.3.4). In paragraaf 2.4 staan de conclusies van dit hoofdstuk. 2.2 Functies en stijlen van toezicht Definiëring van toezicht Het begrip toezicht wordt door Blomburg in het boek Handhaving (Michiels & Muller, 2006, p. 19) gedefinieerd als het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften. Hoewel deze definitie aangeeft wat er onder toezicht verstaan wordt, namelijk naleving op wet en regelgeving houden, is deze definitie nog wel erg algemeen. De meest gangbare definitie van toezicht in Nederland is opgesteld in de Kaderstellende Visie op Toezicht: het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren (Ministerie van BZK, 2005, p. 10) 18

19 Uit deze definitie wordt duidelijk dat toezicht gaat over informatie verzamelen en toetsen of de geconstateerde situatie overeenkomt met de eisen die daarvoor vastgesteld zijn. Daarbij gaat het om oordeelvorming, dus blijkbaar wordt na de toetsing bepaald of de situatie goed of fout is. En als laatste kan een toezichthouder, eventueel, interveniëren wanneer een bepaalde situatie niet aan de regels voldoet. Maar met bovenstaande definitie is toezicht echter nog niet strikt afgebakend. Want op wie wordt toezicht gehouden? Wat is de aanleiding om toezicht te houden? En wat gebeurt er als de toezichthouder constateert dat wet of regels niet nageleefd worden. De toezichtfunctie dient nog verder uitgesplitst te worden. Wanneer toezicht rechtstreeks gericht is op burgers en bedrijven, spreken we van eerstelijns toezicht. Wanneer een publieke toezichthouder toezicht houdt op het handelen van medeoverheden spreken we van tweedelijns toezicht (Ministerie BZK, 2003, p. 18). Het gaat dan om een overheidsorganisatie die toezicht houdt op een andere overheidsorganisatie. De aanleiding om een organisatie, persoon, etc. onder toezicht te plaatsen kan verschillen. Er wordt gesproken van repressief toezicht wanneer toezicht ingesteld wordt naar aanleiding van concrete aanwijzingen dat wetten of regels niet worden nageleefd (Ministerie BZK, 2003, p. 18). Het toezicht komt dan pas na overtreding tot stand. Hier tegenover staat preventief toezicht. Preventief toezicht omvat alle vormen van toezicht die niet in verband staan met concrete aanwijzingen voor niet-naleving. Toezicht kan dan bijvoorbeeld systematisch of, in sommige gevallen, thematisch van aard zijn. Daarbij kan de interveniërende actie die een toezichthouder (soms) kan uitoefenen na constatering van niet-naleving verschillen. Er kan sprake zijn van corrigerend- en signalerend toezicht (Ministerie BZK, 2003, p. 18). Corrigerend toezicht is toezicht dat interventie omvat. Bij deze vorm van toezicht heeft de toezichthouder handhavende dwangmiddelen tot haar beschikking om naleving van regelgeving te bewerkstellen, en niet-naleving te bestraffen. Daartegenover staat signalerend toezicht. Deze vorm van toezicht legt de nadruk legt op informatievergaring en oordeelvorming, zonder dat interventie plaatsvindt door de toezichthouder. Dit wil overigens niet zeggen dat interventie uitblijft. Informatie die verzameld is kan doorgegeven worden aan organisaties die wel beschikken over handhavende middelen. Bovengenoemde vormen van toezicht komen terug in drie, door het kabinet onderscheiden, vormen van toezicht: nalevingtoezicht, uitvoeringstoezicht en interbestuurlijk toezicht (Ministerie van BZK, 2005, p. 14). Bij nalevingtoezicht wordt toezicht gehouden op handelingen van burgers en bedrijven, gericht op de naleving van wet- en regelgeving. Het gaat hierbij om eerstelijns toezicht dat repressief of preventief kan plaatsvinden, waarbij handhavende middelen afhangen van de toezichthouder. Bij uitvoeringstoezicht vindt toezicht plaats op de uitvoering van publieke taken door zelfstandige organisaties. Het kan hierbij gaan om zowel eerste- als tweedelijns toezicht. Ook hier kan onderzoek repressief of preventief plaatsvinden, en zijn de handhavende middelen afhankelijk van de toezichthouder. Interbestuurlijk toezicht is het geheel van processen die plaatsvinden in het 19

20 kader van de rechtsbetrekkingen tussen het Rijk, de provincies, de gemeenten, Wgr-regio s en de waterschappen die gaan over de beoordeling van de taakbehartiging van de lagere door de hogere overheden. Het gaat hierbij om tweedelijns toezicht. Wederom kan toezicht zowel repressief als preventief plaatsvinden, en ligt het aan de toezichthouder of handhavende middelen toegepast kunnen worden. Uit de definitie en de verschillende vormen van toezicht die door de overheid onderscheiden worden, blijkt dat toezicht verschillende functies kan hebben. De volgende paragraaf gaat hier verder op in Functies van toezicht Toezicht en handhaving zijn, zoals uit de bovenstaande paragraaf blijkt, verbonden met regulering, waardoor het door de overheid gebruikt kan worden als een indirecte vorm van sturing (Mertens, 2005, p. 1) Door middel van toezicht houden wordt geprobeerd een adequaat handelingspatroon van de onder toezichtstaande te bevorderen en/of af te dwingen. Dit handelingspatroon is vastgelegd is beleid en regelgeving (Ministerie van BZK, 2005, p. 3). Hiermee is toezicht: In essentie een wettelijk gelegitimeerde beïnvloeding van het gedrag van een rechtspersoon ten einde een maatschappelijk gewenst handelingspatroon te bereiken (Mertens, 2005, p. 1). Met deze beschrijving wordt een belangrijke functie gegeven die toezicht voor de overheid heeft, namelijk het beïnvloeden van gedrag. Echter is toezicht, zoals in de vorige paragraaf al bleek, niet zo eenduidig te beschrijven. En dat geldt ook voor de verschillende functies die toezicht heeft. De afgelopen 15 jaar hebben vele ontwikkelingen plaatsgevonden en is het toezicht in een voortdurende staat van reconstructie (Mertens, 2009, p. 3). Er worden nieuwe toezichthoudende organisaties opgericht en er vinden reorganisaties plaats binnen bestaande organisaties. Deze ontwikkelingen in het toezicht zijn volgens Mertens (2009) verbonden met de aard en wijze van besturing vanuit de overheid en de verantwoordelijkheidstoedeling die daarbij hoort. Met deze ontwikkelingen veranderden de functies van toezicht. Deze functies kunnen zowel een maatschappelijke rol als een hulpmiddel voor de overheid vervullen (Van Dam, 2009). In Nederland wordt toezicht al uitgevoerd zolang al er vormen van overheidsregulering zijn (Van Dam, 2009, p. 13). Veel van het toezicht dat we nu kennen, en in het bijzonder in de vorm van inspecties, heeft zijn wortels in de 19e eeuw (Mertens, 2008, p. 48). Hieruit volgt dat in Nederland een sterke, en in tijd constante, behoefte is aan toezicht (Van Dam, 2009, p. 13). De belangrijkste functie in de begintijd was als feedback leverancier vanuit de samenleving. Halverwege het laatste decennium van de vorige eeuw komt hier een functie bij, namelijk: 20

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende

Nadere informatie

Factsheet Rol van gemeenten en inspecties in het kader van toezicht

Factsheet Rol van gemeenten en inspecties in het kader van toezicht Factsheet Rol van gemeenten en inspecties in het kader van toezicht Ter voorbereiding op de Cursus crisismanagement tijdens de tweedaagse van de subcommissie Jeugd op 29 oktober 2014 geven we hier een

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A.

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A. ter Haar Samenvatting In dit proefschrift is de aard en het

Nadere informatie

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet. Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking

Nadere informatie

Workshop Publieksevenementen moeten wel leuk blijven.. Inspectie Veiligheid en Justitie Sjaak Krombeen

Workshop Publieksevenementen moeten wel leuk blijven.. Inspectie Veiligheid en Justitie Sjaak Krombeen Workshop Publieksevenementen moeten wel leuk blijven.. Sjaak Krombeen Doel van deze presentatie Inspectie Onze missie en visie Toezicht: wat, waarom en hoe Vervolgonderzoek Publieksevenementen Reden vervolgonderzoek

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

Rampen- en Crisisbestrijding: Wat en wie moeten we trainen

Rampen- en Crisisbestrijding: Wat en wie moeten we trainen Kenmerken van rampen- en crisisbestrijding Crisissen of rampen hebben een aantal gedeelde kenmerken die van grote invloed zijn op de wijze waarop ze bestreden worden en die tevens de voorbereiding erop

Nadere informatie

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking

Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Nederlandse Associatie voor Examinering 1 Beoordelingscriteria scriptie CBC: instructie en uitwerking Met de scriptie voor Compensation & Benefits Consultant (CBC) toont de kandidaat een onderbouwd advies

Nadere informatie

Logistiek management in de gezondheidszorg

Logistiek management in de gezondheidszorg Katholieke Universiteit Leuven Faculteit Geneeskunde Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap Master in management en beleid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

TOEZICHT SCHALIG- ESSAY

TOEZICHT SCHALIG- ESSAY OMGAAN IS HET MET OVERHEIDS- MEER- TOEZICHT SCHALIG- IN HEID ORDE? De overheid is niet in staat haar toezicht consistent en werkbaar te organiseren, schrijft consultant en governance expert Hans Hoek tekst

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Samenvatting projectplan Versterking bevolkingszorg

Samenvatting projectplan Versterking bevolkingszorg Aanleiding en projectdoelstellingen Aanleiding In 2011 werd door de (toenmalige) portefeuillehouder Bevolkingszorg in het DB Veiligheidsberaad geconstateerd dat de nog te vrijblijvend door de gemeenten

Nadere informatie

Bestuurssecretaris en...

Bestuurssecretaris en... het Zijlstra Center for Public Control and Governance www.hetzijlstracenter.nl Bestuurssecretaris en... Oriëntatie op de functie bestuurssecretaris het Zijlstra Center for Public Control and Governance

Nadere informatie

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,

Nadere informatie

Management van overheid en non-profit Examennummer: 95046 Datum: 14 december 2013 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Management van overheid en non-profit Examennummer: 95046 Datum: 14 december 2013 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Management van overheid en non-profit Examennummer: 95046 Datum: 14 december 2013 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 6 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 10 meerkeuzevragen

Nadere informatie

Plan van aanpak doorlichting reclassering Leger des Heils Rotterdam

Plan van aanpak doorlichting reclassering Leger des Heils Rotterdam Plan van aanpak doorlichting reclassering Leger des Heils Rotterdam 1 Inspectie Veiligheid en Justitie Den Haag, oktober 2014 2 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE... 3 1. Inleiding... 4 1.1 Aanleiding... 4 2.

Nadere informatie

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 Autoriteit Consument en Markt ; Gelet op de artikelen 5:17 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 51 en 89 van de Mededingingswet,

Nadere informatie

Opleidingsgebied ICT. Niveau Beginnend *zie omschrijving beoordelingscriteria Gevorderd* Bekwaam* Werkproces(sen) Beoordeling* 1 e 2 e eind

Opleidingsgebied ICT. Niveau Beginnend *zie omschrijving beoordelingscriteria Gevorderd* Bekwaam* Werkproces(sen) Beoordeling* 1 e 2 e eind Opleidingsgebied ICT Kwalificatiedossier en kerntaak ICT- en mediabeheer 2012-2013 Kerntaak 3: Beheren van (onderdelen van) informatie- of mediasystemen Kwalificatie en crebocode ICT-beheerder 95321 Leeromgeving

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT bij Stichting VU-VUmc (Dhr. L.M. Bouter) Plaats: Utrecht Bestuursnummer: 75792 Onderzoeksnummer: 276697 Datum onderzoek: najaar 2014 Datum vaststelling: 28 april

Nadere informatie

Ons kenmerk C100/05.0016522. Aantal bijlagen 1

Ons kenmerk C100/05.0016522. Aantal bijlagen 1 Directie Bestuur & Organisatie Directie Algemeen Aan de Commissie AB Korte Nieuwstraat 6 65 PP Nijmegen Telefoon (024) 329 9 Telefax (024) 329 22 92 E-mail gemeente@nijmegen.nl Postadres Postbus 905 6500

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014

Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014 Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland 2015 30 november 2014 Dit calamiteitenprotocol Wmo/Jeugdwet bevat proces- en communicatieafspraken wanneer zich een calamiteit of geweldsincident voordoet

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback. Aanleiding

Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback. Aanleiding Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback Aanleiding De lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen werkt mee aan het SURF-project Nonsatis scire. In het kader van dit project wordt een pilot

Nadere informatie

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008 Inleiding De veiligheid van het kind is een van de belangrijkste

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Onderzoek Zeer grote brand aan de Herenweg 6 te Houten op 25 juli 2015

Plan van Aanpak. Onderzoek Zeer grote brand aan de Herenweg 6 te Houten op 25 juli 2015 Plan van Aanpak Onderzoek Zeer grote brand aan de Herenweg 6 te Houten op 25 juli 2015 Inspectie Veiligheid en Justitie 7 september 2015 1. Inleiding Aanleiding Op zaterdag 25 juli 2015, omstreeks 15:40

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 300 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2016 Nr. 11

Nadere informatie

Advies inzake Risicobenadering

Advies inzake Risicobenadering dvies inzake Risicobenadering Het afstemmen van modellen op uitdagingen PRIMO heeft binnen haar organisatie een divisie opgericht die zich geheel richt op het effectief gebruik van risicomanagementmodellen.

Nadere informatie

De inspecties vragen na een verplichte melding aan de melders om zelf onderzoek te doen en hierover te rapporteren.

De inspecties vragen na een verplichte melding aan de melders om zelf onderzoek te doen en hierover te rapporteren. Handvatten voor onderzoek naar aanleiding van seksueel geweld tussen cliënten onderling of tussen cliënten en derden (niet zijnde medewerkers) met toelichting en verwachtingen van de inspecties De inspecties

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 977 Evaluatie Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) Nr. 3 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF

Nadere informatie

Functieprofiel: Ondersteuner ICT Functiecode: 0405

Functieprofiel: Ondersteuner ICT Functiecode: 0405 Functieprofiel: Ondersteuner ICT Functiecode: 0405 Doel Registreren en (laten) oplossen van vragen en storingen van ICT-gebruikers binnen de richtlijnen van de afdeling, teneinde bij te dragen aan efficiënt

Nadere informatie

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 2015, nr. , tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing) Handelend

Nadere informatie

Plan van aanpak Vervolgonderzoek vergunningverlening publieksevenementen

Plan van aanpak Vervolgonderzoek vergunningverlening publieksevenementen Plan van aanpak Vervolgonderzoek vergunningverlening publieksevenementen Inleiding Jaarlijks vindt er in Nederland een groot aantal publieksevenementen plaats. Hierbij is een ontwikkeling zichtbaar dat

Nadere informatie

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels:

Stappen deelcijfer weging 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 10,0 totaalcijfer 10,0 Spelregels: Stappen deelcijfer weging 1 Onderzoeksvragen 10,0 6% 0,6 2 Hypothese 10,0 4% 0,4 3 Materiaal en methode 10,0 10% 1,0 4 Uitvoeren van het onderzoek en inleiding 10,0 30% 3,0 5 Verslaglegging 10,0 20% 2,0

Nadere informatie

Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Compliance program. Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014

Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Compliance program. Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014 Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland Compliance program Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014 1 Inleiding In dit Compliance Program is de inrichting van de

Nadere informatie

Functieprofiel: Redacteur Functiecode: 0601

Functieprofiel: Redacteur Functiecode: 0601 Functieprofiel: Redacteur Functiecode: 0601 Doel Uitvoeren van redactionele werkzaamheden voor de totstandkoming van diverse in- en/of externe publicaties, alsmede het bewaken van de kwaliteit van de publicaties,

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG a 1 1 > Retouradres: Postbus 20901, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGeneraal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 16 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 404 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de samenstelling van

Nadere informatie

Een exploratief kwalitatief onderzoek naar het functioneren van Raden van Toezicht in de gezondheidszorg. (samenvatting)

Een exploratief kwalitatief onderzoek naar het functioneren van Raden van Toezicht in de gezondheidszorg. (samenvatting) 1 Toezichtdynamica. Een exploratief kwalitatief onderzoek naar het functioneren van Raden van Toezicht in de gezondheidszorg. (samenvatting) De aanleiding voor dit onderzoek is de behoefte meer inzicht

Nadere informatie

SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013

SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013 SAMENWERKING IN DE VEILIGHEIDSREGIO Uitwerking van criterium 8 uit het Slotdocument VGS-congres 2013 In het Slotdocument van het VGS-congres 2013 Gemeentesecretaris in Veiligheid staat een leidraad voor

Nadere informatie

Werkbladen Workshop zelfonderzoek project Hybride Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs (14 Oktober 2010)

Werkbladen Workshop zelfonderzoek project Hybride Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs (14 Oktober 2010) Werkbladen Workshop zelfonderzoek project Hybride Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs (14 Oktober 010) Ilya Zitter & Aimée Hoeve Versie 5 oktober 010 Vooraf Vertrekpunt voor de monitor & audit van de

Nadere informatie

Provinciale Staten van Noord-Holland

Provinciale Staten van Noord-Holland Provinciale Staten van Noord-Holland ` Voordracht Haarlem, Onderwerp: Kaderstelling Europabeleid door Provinciale Staten Inleiding Op 11 juni 2007 jl. is door de commissie FEPO de werkgroep Europa ingesteld.

Nadere informatie

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Navolgbaarheid bij kwalitatief onderzoek: consistentie van vraagstelling tot eindrapportaged van de Ven Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Piet Verschuren en Hans Doorewaard (2015)

Nadere informatie

Inspectie Jeugdzorg. Belevingsonderzoek naar klanttevredenheid 2014

Inspectie Jeugdzorg. Belevingsonderzoek naar klanttevredenheid 2014 Inspectie Belevingsonderzoek naar klanttevredenheid 2014 Samenvatting Opzet belevingsonderzoek naar klanttevredenheid De Inspectie heeft een belevingsonderzoek naar klanttevredenheid gedaan, om inzicht

Nadere informatie

RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK NAAR BESTUURLIJKE PRAKTIJKEN

RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK NAAR BESTUURLIJKE PRAKTIJKEN RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK NAAR BESTUURLIJKE PRAKTIJKEN Bevoegd gezag: Stichting Islamitische Basisscholen Breda en omstreken School: Okba Ibnoe Nafi Plaats: Breda BRIN-nummer: 24RZ nummer AD/RS/42747

Nadere informatie

RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK NAAR BESTUURLIJKE PRAKTIJKEN

RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK NAAR BESTUURLIJKE PRAKTIJKEN RAPPORT VAN EEN INCIDENTEEL ONDERZOEK NAAR BESTUURLIJKE PRAKTIJKEN Bevoegd gezag: Stichting Islamitische Basisscholen Eindhoven School: Tarieq Ibnoe Ziyad Plaats: Eindhoven BRIN-nummer: 22NM nummer AD/RS/42744

Nadere informatie

IMPRESSIE WORKSHOP 4. praktijkgericht juridisch onderzoek. G.A.F.M. van Schaaijk

IMPRESSIE WORKSHOP 4. praktijkgericht juridisch onderzoek. G.A.F.M. van Schaaijk IMPRESSIE WORKSHOP 4 praktijkgericht juridisch onderzoek G.A.F.M. van Schaaijk AANKONDIGING VAN EEN NIEUW BOEK: PRAKTIJKGERICHT JURIDISCH ONDERZOEK DOOR GEERTJE VAN SCHAAIJK Verwachte verschijningsdatum:

Nadere informatie

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA Den Haag bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag

Nadere informatie

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur,

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur, L0117 Stichting Portaal t.a.v. het bestuur Postbus 375 3900 AJ VEENENDAAL Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009 Geacht bestuur, Ieder

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Governance. Good Governance

Governance. Good Governance Good Governance Inleiding Toelichting van bepaalde mode begrippen De website waar ons bedrijf onder zal vallen heet Good Governance. Wat wordt er verstaan onder Good Governance of te wel goed bestuur (in

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer

Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 20015 der Staten-Generaal 2500 EA Den Haag Binnenhof 4 r 070-342 43 44 DEN HAAG E voorlichbng@rekenkamer.nl w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

Kennisdeling in lerende netwerken

Kennisdeling in lerende netwerken Kennisdeling in lerende netwerken Managementsamenvatting Dit rapport presenteert een onderzoek naar kennisdeling. Kennis neemt in de samenleving een steeds belangrijker plaats in. Individuen en/of groepen

Nadere informatie

Werkplan afstudeerwerkstuk afstudeerkring Schrijven Kun je Leren

Werkplan afstudeerwerkstuk afstudeerkring Schrijven Kun je Leren Werkplan afstudeerwerkstuk afstudeerkring Schrijven Kun je Leren Student: Berieke Knüfken Klas: VR4A Docent: Eric Besselink Stageschool: CBS De Mate, Doetinchem Onderdeel 1: Een schets het projectkader

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Ministerie van Veiligheid en Justitie Ministerie van Veiligheid en Justitie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Het Veiligheidsberaad t.a.v. de voorzitter mw. G. Faber Postbus 7010 6801 HA ARNHEM Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Multidisciplinair Opleiden en Oefenen

Multidisciplinair Opleiden en Oefenen Toetsingskader en positiebepalingssystematiek (definitieve versie) Inhoudsopgave Inleiding. Verdeling in oordeel, hoofdonderwerpen, onderwerpen, hoofd- en subaspecten. Banden voor positiebepaling. Prestatieniveaus.

Nadere informatie

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!!

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13!! Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden 06-01-13 Stof hoorcollege Hennie Boeije, Harm t Hart, Joop Hox (2009). Onderzoeksmethoden, Boom onderwijs, achtste geheel herziene druk, ISBN 978-90-473-0111-0. Hoofdstuk

Nadere informatie

Kort verslag van de beleidsanalyse van het programma Valor in India

Kort verslag van de beleidsanalyse van het programma Valor in India Kort verslag van de beleidsanalyse van het programma Valor in India Inspectie jeugdzorg Utrecht, april 2008 2 Inhoudsopgave= Samenvatting...5 1. Inleiding...7 1.1. Aanleiding...7 1.2. Vraagstelling...7

Nadere informatie

Medley Handhaving & Gedrag. Gericht en effectief handhavingsbeleid

Medley Handhaving & Gedrag. Gericht en effectief handhavingsbeleid Medley Handhaving & Gedrag Gericht en effectief handhavingsbeleid Congres Handhaven en Gedrag 5 november 2009 Handhaving & Regelnaleving Regelgeving: gericht op realisatie beleidsdoelen Beleidsrealisatie:afhankelijk

Nadere informatie

Strategie en structuur IBT

Strategie en structuur IBT Strategie en structuur IBT Datum: Augustus 2014 De werkgroep Interbestuurlijke Trainees (IBT) brengt trainees van verschillende overheidslagen bij elkaar en laat deze over actuele onderwerpen nadenken,

Nadere informatie

ALGEMENE PROFIELSCHETS ADVIESGROEP BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN

ALGEMENE PROFIELSCHETS ADVIESGROEP BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN NA/60009382 ALGEMENE PROFIELSCHETS ADVIESGROEP BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN Profielschets Adviesgroep Bestuurlijke Vraagstukken 1 Algemeen 1.1 Leidend voor het functioneren van de Adviesgroep Bestuurlijke

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Vestigen en verstevigen van de relatie tussen RvC en OR. Handreiking voor leden van Raden van Commissarissen en Raden van Toezicht

Vestigen en verstevigen van de relatie tussen RvC en OR. Handreiking voor leden van Raden van Commissarissen en Raden van Toezicht COMMISSIE BEVORDERING MEDEZEGGENSCHAP Vestigen en verstevigen van de relatie tussen RvC en OR Handreiking voor leden van Raden van Commissarissen en Raden van Toezicht SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD Bezuidenhoutseweg

Nadere informatie

Governance en de rol van de RvT. 8 mei 2013. Prof. dr. J. Bossert Zijlstra Center VU

Governance en de rol van de RvT. 8 mei 2013. Prof. dr. J. Bossert Zijlstra Center VU Het Zijlstra Center for Public Control and Governance Vrije Universiteit Amsterdam Governance en de rol van de RvT 8 mei 2013 Prof. dr. J. Bossert Zijlstra Center VU Inhoudsopgave Doen we het goed? Doen

Nadere informatie

KLOKKENLUIDERSREGELING EUREKO GROEP

KLOKKENLUIDERSREGELING EUREKO GROEP KLOKKENLUIDERSREGELING EUREKO GROEP Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Eureko: Raad van Bestuur: De medewerker: Externe Vertrouwenspersoon: Interne Vertrouwenspersoon: Vertrouwenscommissie:

Nadere informatie

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria Management, finance en recht Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria De verwarring voorbij Naar hernieuwd zelfvertrouwen Congres Praktijkgericht onderzoek in het HBO Amersfoort, 11 december 2012

Nadere informatie

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017

Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Situering van de Kwaliteitscode Afstemming op Europese referentiekaders De regie-pilots De uitgebreide instellingsreview In de periode 2015-2017 krijgen de universiteiten

Nadere informatie

Aa n De minister van Financien van Curac;ao. Contactpersoon Telefoonnummer Telefoon ( + 172 1) 543033 1 Sylvia Bijl (Cft) +5999 461 9081

Aa n De minister van Financien van Curac;ao. Contactpersoon Telefoonnummer Telefoon ( + 172 1) 543033 1 Sylvia Bijl (Cft) +5999 461 9081 Aa n De minister van Financien van Curac;ao o en Sint Maarten Adres kantoor Curacao De Rouvilleweg 39 Willemstad, C ura ~ ao Tel efoon ( + 5999 ) 461908 1 Telefa x (+5999) 46 19088 Adres kantoor Sint Ma

Nadere informatie

VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR

VOORSTEL AAN HET ALGEMEEN BESTUUR datum vergadering 17 juni 2010 auteur Daniëlle Vollering telefoon 033-43 46 133 e-mail dvollering@wve.nl afdeling Staf behandelend bestuurder drs. J.M.P. Moons onderwerp agendapunt Uitkomst en benutting

Nadere informatie

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_/afdrukken Page 1 of 5 Wet financiering decentrale overheden (Tekst geldend op: ) Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het

Nadere informatie

Voortgangsbericht projectopdrachten en voortgang Strategische Agenda Versterking Veiligheidsregio's

Voortgangsbericht projectopdrachten en voortgang Strategische Agenda Versterking Veiligheidsregio's Aan Veiligheidsberaad Van DB Veiligheidsberaad Datum 17 september Voortgangsbericht projectopdrachten en voortgang Strategische Agenda Versterking Veiligheidsregio's Context en aanleiding Tijdens het Veiligheidsberaad

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU Landstede te Zwolle Luchtvaartdienstverlening Secretariële beroepen (Secretaresse) Juridisch medewerker (Juridisch medewerker openbaar bestuur)

Nadere informatie

Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705

Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705 Functieprofiel: Arbo- en Milieucoördinator Functiecode: 0705 Doel Initiëren, coördineren, stimuleren en bewaken van Arbo- en Milieuwerkzaamheden binnen een, binnen de bevoegdheid van de leidinggevende,

Nadere informatie

Tool VeiligHeidsHuizen. Gemeentelijke regie

Tool VeiligHeidsHuizen. Gemeentelijke regie Tool VeiligHeidsHuizen Gemeentelijke regie Tool gemeentelijke regie 1 : Inleiding Regie is een bijzondere vorm van sturen en is gericht op de afstemming van actoren, hun doelen en handelingen tot een min

Nadere informatie

CONCEPT DE NEDERLANDSCHE BANK N.V. Good Practice Kapitaalbeleid kleine verzekeraars

CONCEPT DE NEDERLANDSCHE BANK N.V. Good Practice Kapitaalbeleid kleine verzekeraars CONCEPT DE NEDERLANDSCHE BANK N.V. Good Practice Kapitaalbeleid kleine verzekeraars Good Practice van De Nederlandsche Bank N.V. van [DATUM] 2014, houdende een leidraad met betrekking tot het kapitaalbeleid

Nadere informatie

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V.

De SYSQA dienst auditing. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. De SYSQA dienst auditing Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 8 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3

Nadere informatie

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert

Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Onderzoeksopzet De Poort van Limburg gemeente Weert Weert, 6 september 2011. Rekenkamer Weert Inhoudsopgave 1. Achtergrond en aanleiding 2. Centrale vraagstelling 3. De wijze van onderzoek 4. Deelvragen

Nadere informatie

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming

Nadere informatie

Raadsvoorstel tot het wijzigen van de Bouwverordening gemeente

Raadsvoorstel tot het wijzigen van de Bouwverordening gemeente gemeente Eindhoven Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer Raadsnummer 03.R499.OOI Inboeknummer osbooo4s4 Beslisdatum BikW xo juni soos Dossiernummer a24.75i Raadsvoorstel tot het wijzigen van de Bouwverordening

Nadere informatie

Naast basiscompetenties als opleiding en ervaring kunnen in hoofdlijnen bijvoorbeeld de volgende hoofd- en subcompetenties worden onderscheiden.

Naast basiscompetenties als opleiding en ervaring kunnen in hoofdlijnen bijvoorbeeld de volgende hoofd- en subcompetenties worden onderscheiden. Competentieprofiel Op het moment dat duidelijk is welke kant de organisatie op moet, is nog niet zonneklaar wat de wijziging gaat betekenen voor ieder afzonderlijk lid en groep van de betreffende organisatorische

Nadere informatie

Provinciale Normenkader Rechtmatigheid 2015(aangepast)

Provinciale Normenkader Rechtmatigheid 2015(aangepast) Provinciale Normenkader Rechtmatigheid 2015(aangepast) Inleiding Met ingang van 2004 moeten alle provinciale jaarrekeningen worden voorzien van een accountantsverklaring met betrekking tot de financiële

Nadere informatie

Klachtenregeling St.-Jozefmavo

Klachtenregeling St.-Jozefmavo Klachtenregeling St.-Jozefmavo Inhoud 1 Aanhef pagina 2 2 Begripsbepalingen 3 3 Behandeling van de klachten 4 4 Slotbepalingen 9 5 Schema klachtenprocedure 10 6 Klachtroutes 11 1 klachtenregeling St.-Jozefmavo

Nadere informatie

Interlandelijke adoptie. Knelpunten in het stelsel

Interlandelijke adoptie. Knelpunten in het stelsel Interlandelijke adoptie Knelpunten in het stelsel Inspectie jeugdzorg Utrecht, december 2009 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Inleiding... 5 Hoofdstuk 1 Context van interlandelijke adoptie... 7 Hoofdstuk

Nadere informatie

onderlinge zeevang-edam VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ

onderlinge zeevang-edam VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ onderlinge zeevang-edam VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ 04. Functieprofiel Raad van Commissarissen In onderstaand profiel worden de kerntaken van de raad van commissarissen beschreven. 1. Omgevingsschets De lokale

Nadere informatie

Advies commissie BBV aan ministerie van BZK mei 2013. Van een rechtmatigheidsoordeel naar een rechtmatigheidsverantwoording

Advies commissie BBV aan ministerie van BZK mei 2013. Van een rechtmatigheidsoordeel naar een rechtmatigheidsverantwoording Van een rechtmatigheidsoordeel naar een rechtmatigheidsverantwoording Samenvatting Mede op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de commissie BBV een onderzoek

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers daarvan en (ii) financiële ondernemingen en (mede)beleidsbepalers

Nadere informatie

Toelichting RADAR. Pagina 1 van 8

Toelichting RADAR. Pagina 1 van 8 Toelichting RADAR Inleiding De ambitie van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is dat eind 2009 de (organisatie van de) rampenbestrijding en crisisbeheersing op orde moet zijn

Nadere informatie

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur,

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur, L0705 Veenendaalse Woningstichting t.a.v. het bestuur Postbus 168 3900 AD VEENENDAAL Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009 Geacht bestuur,

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 20 Sociale zekerheid

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 20 Sociale zekerheid Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Netwerkkaart 20 Sociale zekerheid 20 Sociale zekerheid versie 2015 Crisistypen (dreigende) stagnatie in het verstrekken van uitkeringen Bevoegd gezag uitvoeringsorganisaties

Nadere informatie

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten Systeemdenken De wereld waarin ondernemingen bestaan is bijzonder complex en gecompliceerd en door het gebruik van verschillende concepten kan de werkelijkheid nog enigszins beheersbaar worden gemaakt.

Nadere informatie

Inspectierapport Smartkids Groningen (GOB) Bartholomeus van der Helststraat 115 9601CC HOOGEZAND

Inspectierapport Smartkids Groningen (GOB) Bartholomeus van der Helststraat 115 9601CC HOOGEZAND Inspectierapport Smartkids Groningen (GOB) Bartholomeus van der Helststraat 115 9601CC HOOGEZAND Toezichthouder: GGD Groningen Datum inspectiebezoek: 08-05-2013 In opdracht van gemeente: HOOGEZAND-SAPPEMEER

Nadere informatie

Reglement Raad van Toezicht. Stichting Hogeschool Leiden CONCEPT 140331 ALGEMEEN

Reglement Raad van Toezicht. Stichting Hogeschool Leiden CONCEPT 140331 ALGEMEEN Reglement Raad van Toezicht Stichting Hogeschool Leiden ALGEMEEN Artikel 1. Algemene bepalingen 1. Dit reglement is het Huishoudelijk Reglement van de Raad van Toezicht, bedoeld in artikel 15 van de Statuten

Nadere informatie

Interne organisatie beïnvloedt effectiviteit en efficiëntie

Interne organisatie beïnvloedt effectiviteit en efficiëntie Interne organisatie beïnvloedt effectiviteit en efficiëntie Systematische vergelijking van de interne organisatie en prestaties van corporaties toont aan dat kleine corporaties met veel ervaring als maatschappelijke

Nadere informatie

CORAM International Het management van gedistribueerde ICT-projecten Auteur: Datum:

CORAM International Het management van gedistribueerde ICT-projecten  Auteur: Datum: CORAM International Het management van gedistribueerde ICT-projecten. Onderzoek Auteur: ing. E.M.M. Boerboom Datum: 31-08-2007 De aanleiding van het onderzoek Door de toenemende globalisering en mogelijkheden

Nadere informatie