art.23 Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Dit recht omvat het recht op een behoorlijke huisvesting.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "art.23 Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Dit recht omvat het recht op een behoorlijke huisvesting."

Transcriptie

1 art.23 Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Dit recht omvat het recht op een behoorlijke huisvesting. DRIEMAANDELIJKS DOSSIER VAN DE BBROW AFZENDER: BBROW, HENEGOUWENKAAI 29, 1080 BRUSSEL BELGIË PB 1000 BRUSSEL 1 AFGIFTEKANTOOR : 1000 BRUSSEL 1 N 1/1837 # SLAAGT BRUSSEL ERIN DE ENERGIE- ARMOEDE TE BESTRIJDEN? Kent u Samenlevingsopbouw Brussel / Buurthuis Bonnevie / Coordination Gaz-Électricité-Eau?

2 BBRoW Ilham Bensaïd, Marie Didier, Carole Dumont, Laurence Evrard, Werner Van Mieghem Tel.: 02/ Mail: Website: Hebben meegewerkt aan de redactie en het herlezen van dit nummer: Claude Adriaenssens, Ilham Bensaïd, Pierre Denis, Geert De Pauw, Marie Didier, Carole Dumont, Isabelle Jennes, Stéphanie Lemmens, André Lumpuvika, Werner Van Mieghem Lay-out Élise Debouny Foto s Mariette Michaud uitgezonderd p 27: Michèle Turbin, p 32: DDV_AOS, 2010, p40: Atelier Architecture & Développement Durable, p46: Buurthuis Bonnevie, p 47: Élise Debouny Druk J. Dieu-Brichart Verzending in samenwerking met ETIKET, deelwerking van ATELIER GROOT EILAND. Gespecialiseerd in mailings en verzendwerk Verantwoordelijk uitgever Werner Van Mieghem, Henegouwenkaai 29, 1080 Molenbeek Deze publicatie wordt uitgegeven met subsidies van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, Integratie via de huisvesting en van de Franse Gemeenschap. De leden van RBDH/BBRoW ontvangen Art.23 gratis. U kan zich abonneren op Art. 23 via betaling van 20 Euro per jaar op ons rekeningnummer BE en met de mededeling Abonnement Art. 23. N ISSN Rassemblement Bruxellois pour le Droit à l Habitat Brusselse Bond voor het Recht op Wonen Inhoud 3_ Voorwoord 4_ Inleiding 5_ Dossier Slaagt Brussel erin de energiearmoede te bestrijden? 6_ Over energiearmoede 11_ De energieprestatie van gebouwen 13_ Het energieprestatiecertificaat treedt in werking in Brussel Onze twijfels over de kwaliteit en zorgen over de effecten ervan 15_ De overheidssteun voor energiebesparende investeringen: milieuvriendelijk en sociaal? 23_ De mogelijkheden van voorfinanciering in Brussel 27_ Een goed voorbeeld uit het buitenland. Twee financieringsmechanismes in Frankrijk van dichtbij bekeken 29_ Een mogelijk systeem van voorfinanciering: de derde betaler 32_ De begeleiding van gezinnen bij de verbetering van de energieprestatie van hun woning 37_ Energiebesparende werken zonder stijging van de huurkost 41_ Conclusie 43_ Bijlagen 44_ Kent-u? 45_ Samenlevingsopbouw Brussel 46_ Buurthuis Bonnevie 47_ Coordination Gaz-Électricité-Eau Bruxelles (CGEE) 2 _ art. 23 #

3 Voorwoord Responsabilisering van de eignenaars eerst Na de huishuur is energie vaak de tweede belangrijkste post in het budget van de huurder. Alle klimatologische overwegingen te spijt, is het meestal heel slecht gesteld met de energieprestatie van huurwoningen, vooral in het segment van de betaalbare huurwoningen. Als aanloop voor deze artikel 23 over energieprestatie van gebouwen wou ik enkele bedenkingen formuleren uit de praktijk. Enige tijd geleden vertelde een collega over een vorming over energiebesparing die ze moest gaan geven aan huurders van een bepaald gebouw: In deze situatie heeft vorming geen zin, want in zulke woningen kán energieverbruik gewoon niet rationeel zijn. Vorming om energie te besparen mag dan op zich wel belang hebben, ze zal ook sterk moeten vertrekken vanuit de situatie waarin de mensen wonen en de mogelijkheden en beperkingen die dat met zich meebrengt. Er is immers vaak geen dubbele beglazing, dakisolatie, thermostatische kraan Onze lidorganisaties die een energiepermanentie hebben, schrikken vaak van de energiefacturen die ze onder ogen krijgen. Maar als ze dan de tijd hebben om ter plaatse te gaan kijken, wordt hen meestal duidelijk waar die hoge kosten vandaan komen: koude, tochtige woningen met veel vocht waar stoken vaak de enige manier is om nog een beetje een aangenaam leefklimaat te bekomen In veel gevallen zou een responsabilisering van de eigenaar-verhuurder wellicht pertinenter zijn dan vorming van huurders. De werken die nodig zijn om de energieprestatie van een woning fundamenteel te verbeteren zijn immers vaak de bevoegdheid van de eigenaar. Hulp en premies bestaan, maar zijn niet altijd even toegankelijk. En wat met eigenaars die het belang niet inzien van een goed geïsoleerd huurhuis? Wat met eigenaars die wel verbeteringswerken doen, hiervoor premies ontvangen en toch de verbetering doorrekenen in de huurprijs? h TINEKE VAN HEESVELDE Co-voorzitster BBRoW art. 23 # 43 _3

4 Inleiding Het is moeilijk, of zelfs onmogelijk om precies in te schatten hoeveel Brusselaars er zijn waarvan het grondwettelijke recht op een degelijke woning wordt geschonden. Duizenden wonen in oude, niet gerenoveerde, vochtige woningen, vele duizenden betalen hun blauw aan energiefacturen, vele duizenden doen het zonder verwarming, elektriciteit omwille van de hoge prijzen. Precieze cijfers over die problemen zijn er niet, maar het is geen geheim: de slachtoffers van energiearmoede zijn steeds talrijker. De beste manier om hen te helpen is de energieprestatie van hun woning te verbeteren en zo hun energieverbruik te verminderen. Daarom behandelt de Brusselse Bond voor het Recht op Wonen in dit thematisch dossier de sociale aspecten van de energieprestatie van woningen. De voornaamste vraag die de verschillende auteurs in het achterhoofd hadden: spelen de diverse milieumaatregelen in het voordeel of nadeel van de gezinnen met een laag inkomen? En hoe kan het belang van de gezinnen die in energiearmoede leven doorwegen op het beleid? Verschillende maanden heeft een werkgroep met leden-verenigingen van de BBRoW zich over deze kwestie gebogen en voorstellen geformuleerd, die vandaag worden opgenomen in deze publicatie. We hebben er bewust voor gekozen om de energieprestatie van de private woningen onder de loep te nemen en dan in het bijzonder de woningen bewoond door gezinnen met een laag inkomen. In het merendeel van de gevallen zijn zij het die met energiearmoede worden geconfronteerd. Daarbij gaat onze aandacht naar de huurders, die in Brussel toch bijna 60% van de bevolking uitmaken. De energieprestatie van de woningen verbeteren is ook een Europese doelstelling, die Brussel moet zien waar te maken. We bekijken in dit dossier daarom de Europese verplichtingen en de manier waarop Brussel ze toepast. We hebben het over het nut en de gevolgen van het energieprestatiecertificaat op ondermeer de huurprijzen en het gedrag van de verhuurder. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de verhuurder werken uitvoert, zonder de huurprijs te sterk te laten stijgen? Er bestaat ook verschillende ondersteuningsystemen voor de uitvoering van energiebesparende werken. Wie geniet van deze subsidies en hoe kan hier een meer sociale dimensie aan gegeven worden? Wat moeten we denken van de verschillende systemen van voorfinanciering? En moet er niet worden overgegaan tot het systeem van derde betaler? Een belangrijk aspect is de informatie en ondersteunen van verhuurders en huurders die hun energieverbruik willen verminderen en werken willen uitvoeren. We bekijken wat er bestaat aan begeleiding voor die personen. Tenslotte stellen drie leden-verenigingen van de BBRoW hun acties voor inzake strijd tegen energiearmoede: Buurthuis Bonnevie, Samenlevingsopbouw Brussel en de Coordination Gaz- Electricité-Eau Bruxelles. h 4_ art. 23 #

5 Dossier Teveel energievretende woningen in slechte staat, sterk gestegen energieprijzen en veel gezinnen met een laag inkomen. Resultaat: meer en meer Brusselaars zijn het slachtoffer van energiearmoede. Hoe kunnen we hieraan verhelpen? SLAAGT BRUSSEL ERIN DE ENERGIE- ARMOEDE TE BESTRIJDEN?

6 Over energiearmoede CAROLE DUMONT Je woning verwarmen kost geld. Sommige Brusselse gezinnen kunnen het zich niet veroorloven om hun woning correct te verwarmen: een beperkt inkomen dat al onderuit gehaald wordt door andere levensnoodzakelijke uitgaven, een slecht geïsoleerde, energieverslindende woning die een financiële aderlating vormt en de levenskwaliteit van de bewoners aanzienlijk aantast. De prijsstijgingen van energieproducten hakten de voorbije jaren nog harder in op de kwetsbaarste gezinnen en zij zagen zich ertoe verplicht om een groter deel van hun maandbudget aan energie te besteden. De energiearmoede waarover wij het in dit artikel zullen hebben, stelt de sociale dimensie van het (op economische en leefmilieukundige bekommernissen gebaseerde) energiebeleid in vraag. De energiearmoede haalt het in artikel 23 van de Grondwet bepaalde recht op huisvesting onderuit, want je kan onmogelijk van behoorlijke huisvesting spreken als er geen sprake is van verwarming, water of elektriciteit. 1. Waarover gaat het eigenlijk? Momenteel bestaat er in België noch op Europees niveau een officiële definitie van het begrip energiearmoede. Tot hiertoe poogden slechts twee landen, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, om die meervoudige realiteit te omschrijven en de kenmerken, de inzetten en het betrokken publiek ervan te omschrijven om wettelijke kaders te bepalen om het verschijnsel tegen te gaan. Het spreekt voor zich dat andere Europese landen, zoals België trouwens, gevoelig zijn 1 voor die problematiek en met name maatregelen namen ter bescherming van de consumenten (sociale tarieven, stookoliefonds ). 6_ art. 23 #

7 In een slecht geïsoleerde woning met een verouderde of onaangepaste verwarmings - installatie, dreigen de facturen bijzonder gepeperd te zijn. Wij vinden echter dat de erkenning van energiearmoede als een maatschappelijk probleem op zich, de definitie en de objectivering ervan en de bepaling van de oorzaken en de gevolgen ervan, de samenhang van de beleidsinitiatieven zou moeten versterken. In Groot-Brittannië wordt een gezin met energiearmoede of fuel poverty geconfronteerd als het ten minste 10% van het inkomen moet besteden aan de verwarming van de gezinswoning met een standaardwarmte 2. Volgens die definitie werd ongeveer 25% van de bevolking in 2009 met dergelijke armoede geconfronteerd, of een stijging met 100% in vergelijking met Aan de hand van een cijfermatige indicator zijn de Britten er in geslaagd om de energiearmoede objectief te meten, hoewel er hierbij enkel sprake is van het aspect verwarming 4 en niet van andere vormen van energiegebruik zoals elektriciteit waar natuurlijk ook een prijskaartje aan vast hangt. In Frankrijk zijn de overwegingen met betrekking tot energiearmoede recenter. Deze werden gesteund door de Franse Regering die een uit vertegenwoordigers van de overheid en de verenigingen 5 bestaande werkgroep opdracht gaf om een diepgaand onderzoek over de kwestie te voeren. De werkgroep deed een aantal aanbevelingen waaronder de invoeging van het begrip energiearmoede in de wet en de oprichting van een Frans observatiecentrum 6 van de energiearmoede (opgericht in maart 2011). In mei 2010 werd in de wet Besson (1990) het begrip energiearmoede ingevoegd dat wordt opgevat als de situatie van een persoon die in zijn woning als gevolg van onaangepaste middelen of onaangepaste woonomstandigheden mogelijkheden ondervindt om over energie te beschikken die nodig is om te voldoen aan zijn elementaire behoeften. Het is een kaderdefinitie zonder cijfers die ruimer is dan de definitie van de Britten en die de problematiek vanuit de volledige complexiteit ervan benadert. In Frankrijk besteedt 13% van de gezinnen meer dan 1/10 van hun inkomen aan energie-uitgaven voor hun woning 7. Achter die cijfers gaat een andere zorgwekkende realiteit schuil: het feit dat sommige consumenten zich van energie onthouden om al te hoge energiefacturen te vermijden. 2. De elementen die aanleiding geven tot energiearmoede Uit alle studies over de problematiek blijkt dat energiearmoede voortvloeit uit de interactie van drie factoren: een laag inkomen; een slechte energieprestatie van de woning (verwarming en isolatie van slechte kwaliteit); een hoge energiekost. De energiearmoede bestrijden / Over energiearmoede De sociaal-economische situatie van de gezinnen is uiteraard een factor die de toegang tot energie bijzonder sterk beïnvloedt. In een context waarin de prijzen van energieproducten- en diensten duur zijn, vormt het gebrek aan financiële middelen een soms onoverkomelijk obstakel dat kan leiden tot een schuldenlast ten opzichte van een energieleverancier, de onaanvaardbare beperking van het verbruik (vrijwillige of opgelegde beperking) of het systematisch gebruik van losse verwarmingstoestellen (vooral op gas en petroleum) die aanleiding kunnen geven tot risico s van vervuiling en/of vochtigheid in de woning De woning speelt een hoofdrol inzake energieverbruik. In een slecht geïsoleerde woning met een verouderde of onaangepaste verwarmingsinstallatie, dreigen de facturen bijzonder gepeperd te zijn. Het is geweten dat de woningen met de zwakste energieprestaties, waarvan ten minste een deel ongezond is, bewoond worden door gezinnen met een laag inkomen en met beperkte financiële middelen. Ook de woningcrisis die wordt gekenmerkt door een gebrek aan kwaliteitsvolle en betaalbare woningen en die gepaard gaat met een aanzienlijk onevenwicht tussen vraag en aanbod ligt aan de basis van energiearmoede. Woningen van slechte (of bijzonder slechte) kwaliteit komen op de privé huurwoningenmarkt terecht en vinden toch snel een huurder die geen andere oplossingen heeft. De energiearmoede illustreert duidelijk de dubbele straf waarvan de arme gezinnen het slachtoffer zijn. Zij moeten zich tevreden stellen met slechte woningen en moeten daarenboven de extra energiekost hiervoor ophoesten. Het derde element is niet het minste en heeft betrekking op de Europese context van de vrijmaking van de gasen elektriciteitsmarkten die in tegenstelling tot de verwachtingen niet zorgde voor een daling, maar aanleiding gaf tot een stijging van de energieprijzen. Bovendien R 1. Energiearmoede was één van de sleuteldossiers van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie. 2. Bepaald op 21 C in de woonkamer en op 18 c in de andere bewoonde vertrekken. 3. Les Cahiers de la Solidarité, n 19, september 2009, Observatoire européen du logement durable, p Die benadering is ongetwijfeld niet verrassend, als wij weten dat het land in de winter één van de hoogste sterftecijfers van Europa vertoont en dat de gezondheidsproblematiek centraal staat in de strijd tegen de energiearmoede. 5. Gecoördineerd door het strategisch comité Plan bâtiment Grenelle en tevens ondersteund door de Stichting Abbé Pierre voor de huisvesting van kansarmen en het Agence nationale de l habitat (ANAH). Het Plan Bâtiment Grenelle moet de toepassing en de ontwikkeling van de maatregelen van het programma ter vermindering van het energieverbruik en van de uitstoot van broeikasgassen van gebouwen in goede banen leiden. 6. De oprichting van het observatiecentrum van de energiearmoede moet het mogelijk maken de verschijnselen van energiearmoede beter in kaart te brengen en de opvolging van openbare en private financiële hulp aan kansarme gezinnen en van acties en lokale of nationale initiatieven te waarborgen om de impact ervan te kunnen nagaan en ervaringen te kunnen uitwisselen. 7. Rapport van de werkgroep energiearmoede Plan Bâtiment Grenelle, 15 december 2009, pp art. 23 # 43 _ 7

8 Over energiearmoede ging de vrijmaking van de markten gepaard met een gebrek aan algemene transparantie wat de tariefinformatie betreft: niet genormaliseerde, moeilijk leesbare en onvergelijkbare facturen, extra kosten, dubbele facturen, moeilijke betwistingen Dit ging zelfs zo ver dat op het niveau van de Europese volksvertegenwoordigers er werd erkend dat het probleem van de energiearmoede in Europa toeneemt en verband houdt met de vrijmaking van de energiemarkt waarbij grote energiemaatschappijen hun machtspositie hebben misbruikt om de kwetsbaarste consumenten uit te buiten. 8 Energiearmoede is een ingewikkeld verschijnsel dat voortvloeit uit de interactie van drie factoren (inkomen, woning en energie) die met elkaar verstrengeld zijn, elkaar versterken en cumulatieve gevolgen hebben voor personen en woningen (een te weinig verwarmde woning kan aanzienlijke vochtigheidsproblemen vertonen en sneller in verval raken). Het gaat hierbij om een zorgwekkend maatschappelijk probleem met uiteenlopende gevolgen op materieel, sociaal, psychologisch en sanitair vlak. 3. Het Europese standpunt Het is wachten tot alvorens er voor het eerst in een Europese tekst wordt verwezen naar energiearmoede. Nochtans is energie niet alleen omwille van milieukundige, maar ook en vooral omwille van economische overwegingen een centraal thema in de Europese bekommernissen. Het gaat hierbij dan hoofdzakelijk om de stijgende Europese afhankelijkheid inzake energiebevoorrading. Verscheidene Europese richtlijnen hebben een min of meer aanzienlijke impact op de energiearmoede. Wij denken daarbij aan de richtlijn die de vrijmaking van de energiemarkten regelt 10, alsook de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen 11 die met name gericht is op de vermindering van het energieverbruik in woningen. Zoals eerder aangegeven, zorgde de vrijmaking van de gas- en elektriciteitsmarkten niet voor de verhoopte positieve gevolgen. Erger, de vrijmaking gaf aanleiding tot een verzwakking van de gezinnen met een laag inkomen en versterkte bijgevolg zowat overal in Europa de energiearmoede. In 2009 nam het Europees Parlement een aantal maatregelen om de vrijmaking van de energiemarkten aan te vullen (het zijn de richtlijnen uit 2009). Hierin wordt verwezen naar energiearmoede, maar er wordt geen definitie gegeven. In de preambule van de richtlijnen wordt uitdrukkelijk verwezen naar de verantwoordelijkheid van de Lidstaten om de problematiek te erkennen, ook al werden er dwingende maatregelen genomen om de bescherming van consumenten te verbeteren. Ook de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen houdt geen enkele sociale dimensie in en legt geen enkel verband met energiearmoede. Dat is een gebrek, gezien het nauwe verband tussen de kwaliteit van de woningen en het energieverbruik. Als er niet wordt opgepast, dreigt de verbetering van de energiekwaliteit van woningen enkel weggelegd te zullen zijn voor bepaalde gezinnen die over de nodige middelen beschikken om te renoveren of om zichzelf toegang te verschaffen tot woningen met goede energieprestaties. Het milieustreefdoel (het verbruik verminderen van één van de meest energieverslindende sectoren) zou heel wat aan geloofwaardigheid inboeten als het zelf tot sociale ongelijkheden zou leiden Conclusie Energiearmoede doet vragen rijzen en verontrust. Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat energiearmoede gedeeltelijk het gevolg is van een weinig sociaal energiebeleid. Zonder tegemoetkoming van de overheid zullen er evenwel geen oplossingen mogelijk zijn. Hiervoor moet het evenwel duidelijk zijn waarover het eigenlijk gaat, moet de problematiek vanuit alle hoeken worden beschouwd en moeten alle aspecten ervan worden geanalyseerd. In België werden zowel op federaal als op gewestelijk niveau herstellende sociale maatregelen genomen om de gevolgen van de vrijmaking van de markten en de opeenvolgende prijsstijgingen van de fossiele brandstoffen tegen te gaan. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zopas de omzetting voltooid van de Europese richtlijn betreffende energieprestatie van de gebouwen (een richtlijn uit 2003!). En ondertussen raken onze gewestelijke beleidsmakers niet uitgepraat over die grote energie-uitdaging die de Brusselse gebouwen grondig zal veranderen! Wij delen het enthousiasme van de politici, maar een bepaalde kwestie laat ons niet los en het is niet één van de minste Hoe zullen de kwetsbaarste Brusselse gezinnen geholpen worden om hun woning minder energieverslindend te maken? Hoe zullen deze gezinnen geholpen worden om aan een woning te geraken waarmee hun energiefactuur eindelijk zal smelten als sneeuw voor de zon? Dat zullen wij in de hierna volgende pagina s proberen na te gaan h 8. Verklaring van Eluned Morgan, Europees Volksvertegenwoordiger, woordvoerder van de werkgroep die aanbevelingen formuleerde voor de aanneming van de richtlijnen uit 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne aardgas- en elektriciteitsmarkt (tot intrekking van de richtlijnen uit 2003). Geciteerd door Les Cahiers de la Solidarité, n 19, september 2009, Observatoire européen du logement durable, p Schriftelijke verklaring over de strijd tegen de energiearmoede in de Europese Unie, 7 juli 2008, 0063/ Richtlijnen van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne elektriciteits- en aardgasmarkt en tot intrekking van de richtlijnen van Richtlijn van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herwerking). 8_ art. 23 #

9 Over energiearmoede Het statuut van beschermde klant in het Brusselse Gewest Goed om weten De Brusselse wetgeving 2 voorziet beschermende maatregelen voor de klanten die betalingsmoeilijkheden hebben bij hun energieleverancier. Ofwel zijn dit de gezinnen die genieten van de sociale maximumprijs (federale maatregel), ofwel de gezinnen die aan schuldbemiddeling doen. De sociale maximumprijzen voor gas en elektriciteit De federale overheid 1 voorziet sociale maximumprijzen voor de levering van gas en elektriciteit aan sommige gezinnen met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie. De sociale maximumprijzen zorgen voor een lagere factuur. De sociale maximumprijs wordt om de zes maand vastgelegd door de federale energieregulator CREG op basis van het laagste commerciële tarief op de leveranciersmarkt van elektriciteit en aardgas. Alle energieleveranciers zijn verplicht om de sociale maximumprijs te gebruiken. Wie heeft er recht op de sociale maximumprijzen? De sociale maximumprijzen gelden onder andere voor de gezinnen waarvan een gezinslid: een leefloon heeft; het gewaarborgde inkomen voor bejaarden ontvangt of een tegemoetkoming voor gehandicapten, een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden de huurder van een sociale woning (appartementsgebouw) die wordt verwarmd door een collectieve gasverwarmingsinstallatie. Voor meer informatie: Info 1. Ministerieel besluit van 30 maart 2007 houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van aardgas aan de beschermde residentiële klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie. Het statuur van beschermde klant houdt in dat het commerciële leveringscontract tijdelijk wordt opgeschort en dat Sibelga de sociale energieleverancier wordt. De beschermde klanten genieten allen dan van de sociale maximumprijs. Die periode moet aan de gezinnen de tijd en gelegenheid geven om hun schulden aan te zuiveren. De bescherming gaat ook samen met de installatie van een elektrische vermogensbegrenzer van 1380w (6 ampere). Wanneer de gezinssituatie dat vraagt, dan kan op vraag van het OCMW het vermogen worden verhoogd tot maximum 4600w. De voordelen voor de beschermde klant zijn: dat de commerciële leverancier tijdens de periode van beschermding het contract niet kan opzeggen of geen aanvraag tot het afsnijden van de energie kan doen; dat de klant altijd van de sociale minimumprijs geniet; dat wanneer hij beschermd is voor een energievorm, hij het automatisch ook is voor de andere energievorm (wanneer hij bij dezelde leverancier hiervoor een contract heeft); dat wanneer de klant de helft van zijn schuld heeft terugbetaald, hij mag vragen om de vermogensbegrenzer weg te halen, maar toch zijn statuut van beschermde klant behoudt. Meer informatie vindt u hierover bij: 2. Ordonnantie van 14 december 2006 tot wijziging van de ordonnanties van 19 juli 2001 en van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot opheffing van de ordonnantie van 11 juli 1991 met betrekking tot het recht op een minimumlevering van elektriciteit en de ordonnantie van 11 maart 1999 tot vaststelling van de maatregelen ter voorkoming van de schorsingen van de gaslevering voor huishoudelijk gebruik. Deze ordonnantie wordt momenteel gewijzigd art. 23 # 43 _ 9

10 Over energiearmoede Enkele begrippen met betrekking tot energiearmoede te Brussel Cijfers Er zijn weinig cijfers voorhanden waarmee het verschijnsel duidelijk omlijnd kan worden. Wij hebben evenwel geprobeerd om gegevens in te zamelen die betrekking hebben op de verschillende dimensies van energiearmoede. HUISVESTING 42% van de Brusselse woningen werd vóór 1945 opgetrokken (2001); 54,5% van de woningen beschikt over dubbele beglazing en 53% heeft dakisolatie (2008); Grote woningen (individueel huis en appartement met 3 of meer slaapkamers) zijn het best uitgerust met instrumenten om het energieverbruik te regelen: centrale verwarming, thermostaat en thermostatische kranen (2008) DE SOCIAAL-ECONOMISCHE SITUATIE VAN DE GEZINNEN Ongeveer 25% van de Brusselse bevolking leeft onder de armoederisicogrens (899 /maand voor een alleenstaande in 2008); In 2008 besteedden gezinnen met een laag inkomen 12 te Brussel gemiddeld 7,5% (6,6% in 2000) van hun budget aan hun energiefactuur, terwijl de hoogste Brusselse inkomens hieraan minder dan 4% besteedden (zelfde cijfer als in 2000). Hieruit blijkt dat de energiekost een stijgend aandeel vertegenwoordigt in het budget van de armste gezinnen, terwijl hun verbruikspeil weinig evolueert in de tijd. Sinds het openstellen van de energiemarkten te Brussel in 2007 stijgt het aantal beschermde afnemers onophoudelijk. In 2008 zijn er voor de elektriciteitslevering ongeveer 750 beschermde afnemers. Het jaar daarop waren dat er al bijna Ook de cijfers voor 2010 gaan in stijgende lijn. Voor de aardgasleveringen worden ongeveer dezelfde tendensen opgetekend (cfr. kader beschermde afnemer ). DE ENERGIEKOST Tussen 2007 en 2008 merken wij een stijging met 22% van het aantal vermogensbegrenzers (van naar geplaatste toestellen). Die beperking heeft enkel betrekking op de elektriciteit. Dergelijk systeem wordt geplaatst als een verbruiker niet betaalt nadat hij door een leverancier in gebreke werd gesteld. In Brussel vertegenwoordigt elektriciteit ongeveer 15% van het totale energieverbruik, maar meer dan 30% van het totale bedrag van de energiefactuur. In België steeg de totale aan de residentiële klant gefactureerde prijs voor elektriciteit tussen 2007 en 2010 gemiddeld met 16% en met ongeveer 20% voor aardgas. De (federale) commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG) ziet hierin een rechtstreeks verband met de volledige vrijmaking van de energiemarkt. De commissie wijst ook op de sterk gestegen prijzen van fossiele brandstoffen met een stijging van alle prijzen tot gevolg. Volgens de CREG zijn de tarieven voor de levering van energie ook degressief. Dat betekent dat hoe meer energie de klant verbruikt, hoe minder hij per verbruikte KW zal betalen. De reguleringscommissie werd door de federale minister voor klimaat en energie ook gemachtigd om een advies te verstrekken over de haalbaarheid van de invoering van een progressief elektriciteitstarief. Het gewestelijk regeerakkoord verwijst hier ook naar. De doeltreffendheid van dergelijke tarifering hangt uiteraard ook af van de energiekwaliteit van de woningen. De opsplitsing van de energieberoepen (productie, transport, distributie, levering) geeft aanleiding tot coördinatiekosten die op hun beurt weer sneller uitmonden in prijsstijgingen.volgens het OIVO vertegenwoordigt de elektriciteitsprijs excl. BTW en excl. verbruik (!) voor een gezin met 4 kinderen dat zich met aardgas verwarmt, 35% van de elektriciteitsfactuur en voor gas loopt dat zelfs op tot 52%. h 12. 1er inkomenskwartiel, zegge 25% van de Brusselse gezinnen die over het laagste inkomen beschikken. Bronnen: Observatiecentrum van de Huurprijzen 2008, Algemene Directie Statistiek en economische informatie (socio-economische enquête 2001 en huishoudbudgetenquête 2008, Brussel gas elektriciteit Brugel (statistieken ), Brussels Instituut voor Leefmilieu (energiebalans 2008), OIVO (onderzoeks- en informatiecentrum van de verbruikersorganisaties), commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas -CREG (haalbaarheidsstudie voor de invoering van een progressief elektriciteitstarief in België, jaar 2010). 10 _ art. 23 #

11 De energieprestatie van gebouwen De energieprestatie van een gebouw (EPB) is de hoeveelheid energie die daadwerkelijk wordt verbruikt of die nodig wordt geacht voor de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een gebouw, waaronder verwarming, warm - watervoorziening, koeling, ventilatie en verlichting 1. MARIE DIDIER De energieprestatie vloeit voort uit een berekening die rekening houdt met verschillende kenmerken van het gebouw die de energievraag beïnvloeden: isolatie, ontwerp, ligging van het gebouw, zonne-inval, invloed van naburige structuren, klimatologische parameters, enz De regels inzake Energieprestatie: vereisten van de Europese Unie worden omgezet in Brusselse wetgeving Om de uitstoot van CO 2 te verminderen (milieustreefdoel) en de energieafhankelijkheid te beperken (economisch streefdoel), nam de Europese Unie maatregelen om het energieverbruik van gebouwen te beperken. Gebouwen vertegenwoordigen 40% van het totale energieverbruik van de Unie en worden samen met transport beschouwd als de twee sectoren waarin Europa potentieel het meest energie kan besparen. R 1. Art. 2 van de Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 12 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen art. 23 # 43 _ 11

12 Gezien het huidige beleid binnen de Europese Unie, is het Brussel dat sociale maatregelen moet invoeren zodat gezinnen met een laag inkomen de trein van de energiebesparing niet missen. De Europese richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen van 2002 bepaalt dat de Lidstaten tegen 2006 een kader moesten bepalen voor de berekening van de energieprestatie (waarbij de Lidstaten evenwel de berekeningsmethode zelf mogen kiezen), dat zij de energiecertificering moeten opleggen, dat zij minimumeisen voor de energieprestatie van nieuwe gebouwen en voor ingrijpende renovaties moeten bepalen en tot slot dat zij systemen moeten invoeren voor de keuring van verwarmingsinstallaties. Aangezien leefmilieu een gewestelijke bevoegdheid is, heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de omzetting van die Europese regels in 2008 aangevat. Dit gebeurde vooreerst door de bepaling van minimumprestatie-eisen waaraan nieuwe gebouwen en ingrijpende renovaties moeten voldoen (sedertdien omvatten alle vergunningsaanvragen een deel EPB ). In 2010 zette het Gewest de omzetting voort door de keuring van stookketels verplicht te maken en tot slot werd op 1 maart 2011 ook de verplichting inzake de energiecertificering omgezet. Ondertussen werd de Europese richtlijn betreffende de energieprestatie in juni 2010 herwerkt en werden er nieuwe verplichtingen aan de Lidstaten opgelegd. Zo moeten er onder andere minimumenergieprestatie-eisen voor gebouwen worden bepaald om te komen tot optimale niveaus inzake kosten en werd 2020 als jaar bepaald waarin alle nieuwe gebouwen moeten voldoen aan een energieverbruik dat bijna nul bedraagt. In Brussel nemen gebouwen 75% van het energieverbruik en 70% van de CO 2 -uitstoot 2 voor hun rekening. In het kader van het Burgemeestersconvenant in 2009 heeft het Gewest zich ertoe verbonden zijn CO 2 -uitstoot tegen 2025 met 30% te verminderen en daarbij verder te gaan dan het Europese streefdoel om de uitstoot tegen 2020 met 20% te verminderen. Het is een mooi doel dat evenwel alleen maar gerealiseerd kan worden door een gedragswijziging op het vlak van vervoer en huisvesting. Die streefdoelen kunnen pas echt gerealiseerd worden als de kwaliteit van de gebouwen verbetert. De Brusselse gebouwen zijn er immers slecht aan toe. Het kostenplaatje dat aan de verbetering van de prestaties van de gebouwen hangt, staat uiteraard centraal. In 2. Brussel, van ecogebouw tot duurzame stad, BIM, de tekst van de richtlijn 2010 betreffende de energieprestatie schenkt de Europese Unie hier wat meer aandacht aan. Terwijl dergelijke beschouwingen in de versie 2002 nog helemaal ontbraken, vinden we deze in de versie 2010 wel terug. Hierin is er immers sprake van een verband tussen de optimalisatie van de energieprestatieeisen en de investeringskost. De richtlijn bepaalt ook dat de Lidstaten de gepaste maatregelen nemen inzake financiële stimulansen en handelsbelemmeringen ter verbetering van de energieprestatie. Het nieuwe energie-efficiëntieplan (EEP) dat op 8 maart 2011 door de Europese Commissie werd aangenomen, erkent uitdrukkelijk dat de verdeling van de investeringslasten (met name tussen verhuurders en huurders, maar ook tussen mede-eigenaars en in het geval van gemengd gebruik) een hindernis is in de verbetering van de EP van gebouwen en zet de Lidstaten ertoe aan om die hindernissen uit de weg te ruimen. De kwestie van de kostprijs die gepaard gaat met de verbetering van de energieprestatie is een bekommernis van de Brusselse Regering, aangezien het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verschillende financiële stimuli in het leven heeft geroepen en het Gewestelijke Regeer - akkoord een aantal maatregelen bepaalt om de Brusselse gezinnen in staat te stellen energie-investeringen in hun woningen uit te voeren: In dat Regeerakkoord vinden we ondermeer het opzetten van een partnership tussen de overheid en de gezinnen (POG) voor de voorfinanciering van de energierenovatie van de woning, toegankelijk voor eigenaars-verhuurders en huurders, op voorwaarde dat de kosten voor het gebruik van de woning (huur + energiefactuur) niet stijgen. Maar ook het idee om de energiepremies te verhogen, de sociale groene lening te versterken, en de onroerende voorheffing te gebruiken als stimulans voor woningen met een hoge energiekwaliteit. Op die projecten gaan we nader in op de volgende bladzijden. h 12 _ art. 23 #

13 Het energieprestatiecertificaat treedt in werking in Brussel Onze twijfels over de kwaliteit en zorgen over de effecten ervan Vanaf 1 mei 2011 moeten alle woningen die te koop worden gesteld en vanaf 1 november 2011 alle woningen die te huur worden aangeboden, beschikken over een energieprestatiecertificaat. MARIE DIDIER De Brusselse gezinnen zullen zich een idee kunnen vormen over de energiekwaliteit van hun toekomstige woning, maar de BBRoW twijfelt aan de kwaliteit van de certificaten en is ongerust omdat de invoering van het certificaat niet gepaard gaat met een mechanisme om een te sterke stijging van de huurprijzen te vermijden. 1. Oorsprong Het energieprestatiecertificaat (EPC) wordt opgelegd door de Europese richtlijn van 2002 over de energieprestatie van gebouwen. De verplichte certificering van gebouwen maakt deel uit van een geheel van maatregelen die als doel hebben om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren, om objectieve informatie te geven over de energiekwaliteit van een gebouw en om aanzetten te geven om energiebesparende werken uit te voeren. De verplichte certificering is een goede maatregel, want voor particulieren is het niet eenvoudig om de energiekwaliteit van een woning in te schatten. 1 Het certificaat moet toelaten om op een objectieve en precieze manier de energiekwaliteit van een woning vast te leggen. Eigenaars, kandidaat-kopers en kandidaathuurders zullen hun toekomstige woning kunnen situeren op een schaal tussen energiezuinig en energieverkwistend. 2. Brusselse besluiten zonder overleg met de huisvestingsactoren Het Brusselse Gewest heeft in februari 2011 twee besluiten goedgekeurd over een systeem van energiecertificiaat voor woningen: een over de inwerkingtreding van het systeem en een over de erkenning van de certificateur die het certificaat moeten afleveren. De voorbereiding van het energieprestatiecertificaat is in alle discretie verlopen en we betreuren dat Minister Evelyne Huytebroeck ervoor heeft gekozen om de teksten goed te keuren zonder de huisvestingsactoren of de Adviesraad voor Huisvesting R 1. Op het eerste zicht is dubbel glas goed voor de energieprestatie van een woning, maar veel hangt af van de ouderdom van de ramen art. 23 # 43 _ 13

14 Het energieprestatiecertificaat te raadplegen, onder het voorwendsel dat de teksten over leefmilieu gingen en niet over huisvesting. 2 We hebben slechts eind december 2010 de ontwerpbesluiten kunnen inkijken, op een moment dat de teksten reeds in tweede lectuur voor de regering lagen en er geen ruimte meer was voor belangrijke wijzigingen. We hebben de ontwerpbesluit grondig geanalyseerd en die analyse overgemaakt aan de leden van de Regering en de parlementleden. 3 Uiteindelijke werden slechts een paar kleine wijzigingen aangebracht. Verschillende elementen doen ons twijfelen aan de kwaliteit van de certificaten 3. De zwakke punten van het Brusselse certificaat Iedere persoon die een woning wil verkopen of verhuren moet beroep doen op een certificateur die voor een prijs tussen 150 à 400 het energieprestatiecertificaat van de woning aflevert. Verschillende elementen doen ons twijfelen aan de kwaliteit van de certificaten: De opleiding van de certificateurs De Brusselse regering heeft ervoor gekozen om de kostprijs van het certificaat te beperken door ook aan personen zonder technisch vooropleiding toegang te geven tot de vorming tot certificateur. De vorming wordt georganiseerd door instellingen die daarvoor erkend zijn door Leefmilieu Brussel en bestaat in twee formules: de lange vorming van 5 dagen en de korte vorming van 3 dagen. Zal een persoon zonder technische vooropleiding na een vorming van 5 dagen werkelijk alle elementen die in aanmerking komen voor de energieprestatie van een woning kunnen evalueren? Zal hij in staat zijn om de dikte van een muur te meten, de invloed van de ligging van de wning, de ouderdom van dubbel glas? We hebben onze twijfels. De complexiteit van de elementen die in rekening moeten worden gebracht voor het energieprestiecertificaat vraagt om een meer doorgedreven vorming voor niettechnici zodat de kwaliteit van het certificaat verzekerd is. De elementen die de energieprestatie bepalen Verschillende elementen beïnvloeden de energieprestatie van een gebouw: isolatie, nabijgelegen gebouwen, ligging en oriëntatie van de woning, dikte van de muren De wetteksten over het certificaat bepalen echter niet welke elementen in rekening moeten worden gebracht voor het energieprestatiecertificaat, zodat hier onduidelijkheid over bestaat. Die elementen zijn waarschijnlijk opgenomen in de software die zal gebruikt worden door de certificateurs. Alle elementen van het gebouw en omgeving die de energieprestatie beïnvloeden zouden moeten gedefinieerd worden in de wetteksten en niet overgelaten worden aan een softwareprogramma. De onafhankelijkheid van de certificateurs Het besluit over de erkenning van de certificateurs gaat uit van de onafhankelijkheid van deze personen. Vreemd genoeg zegt het besluit niet over familiebanden of zelfs beroepsmatige banden tussen de certificateur en de eigenaar van de woning. Op de eerste vormingen waren veel kandidaten-certificateurs afkomstig van immokantoren, die op termijn zowel rechter als partij kunnen zijn. De BBRoW had graag meer garanties gezien voor een echte onafhankelijkheid van de certificateurs. De sancties bij gebrek aan certificaatils Wanneer een eigenaar geen certificaat overhandigd bij de verkoop of verhuur van een woning, dan kan hij strafrechtelijk worden vervolgd en loopt hij het risico op een gevangenisstraf van 8 dagen tot 12 maand en/of een boete van 25 tot Een strafrechtelijke sanctie voor het ontbreken van een energiecertificaat lijkt ons wel heel erg ongepast, zeker gezien de werkoverlast van het Brusselse parket. Een administratieve boete, opgelegd door Leefmilieu Brussel zou hier beter geweest zijn. 4. De effecten van het certificaat De mogelijke effecten van het energieprestatiecertificaat op de huur- of koopmarkt zijn nog niet duidelijk. In Vlaanderen verklaarde de administratie Leefmilieu een jaar na de invoering van het certificaat dat huizen met een slechte energiescore langer te koop stonden dan betere woningen. Over de effecten op de huurmarkt hebben we geen gegevens gevonden. We kunnen echter wel vermoeden dat de energiekwaliteit van een woning een invloed heeft op de prijs en we kunnen hopen dat verhuurders waarvan de woning een slechte score haalt, de nodige werken zal uitvoeren om de energiekwaliteit te verbeteren. De vraag is wie dat zal betalen. We zouden graag gezien hebben dat de Brusselse regering samen met de invoering van het energieprestatiecertificaat ook maatregelen zou ingevoerd hebben om de investeringkost te verdelen tussen verhuurder en huurder. 4 We kunnen dus concluderen dat we momenteel geen garantie hebben over de kwaliteit van de energieprestatiecertificaten en over het feit dat de invoering ervan geen invloed zal hebben op de huurprijzen. h 2. De Adviesraad voor Huisvesting moet worden geraadpleegd voor ontwerpteksten die hoofdzakelijk over huisvesting gaan. Dit is uiteraard voor interpretatie vatbaar. De raad van state heeft zich in zijn advies niet uitgesproken over het feit dat de Adviesraad voor Huisvesting niet werd geraadpleegd. 3. De volledige analyse vindt u op onze website: 4. Over de invoering van mechanismen van huurprijsbeperking, verdeling van kosten tussen verhuurder en huurder vindt u meer informatie in het artikel op pagina _ art. 23 #

15 De overheidssteun voor energiebesparende investeringen: milieuvriendelijk en sociaal? MARIE DIDIER Overwegingen bij de overheidssteun in Brussel voor energiebesparende maatregelen. Hoe staat het met de toegang voor gezinnen met een laag inkomen? In onze zoektocht naar oplossingen voor energiearmoede hebben wij de financiële steun onderzocht die de overheid verstrekt aan de Brusselse gezinnen om hen in staat te stellen te investeren in de energieverbetering van hun woning. De overheid heeft verschillende financieringssystemen ingevoerd om gezinnen te helpen bij hun investeringen. Het gaat onder andere om energiepremies, renovatiepremies en de belastingvermindering voor energiebesparende werken. Daarnaast zijn er ook voorfinancieringssystemen zoals de sociale groene lening en de groene lening van de federale regering. In dit artikel bespreken wij de steun die voor de financiering van energiebesparende investeringen wordt ver- strekt aan gezinnen met een laag inkomen. Deze analyse kwam tot stand dankzij de steun van een werkgroep bestaande uit leden-verenigingen van de BBRoW De energiepremies De energiepremies bestaan in Brussel sinds Die gewestelijke steun is specifiek bestemd om gezinnen tot energiebesparende investeringen aan te zetten. De steun heeft zowel betrekking op grote investeringen (fotovoltaïsche panelen, dakisolatie, stookketels, dubbele beglazing, ) als op de aankoop van sommige energiezuinige huishoudtoestellen 2. Minister van Leefmilieu Evelyne Huytebroeck onderstreept dat de energiepremies in de eerste plaats de meerprijs van een energiezuinige investering financiert. 3 R 1. De volgende verenigingen hebben aan de werkzaamheden over de energieprestatie deelgenomen: Bonnevie, Samenleven, Habitat et Rénovation, Rénovassistance en Samenlevingsopbouw. 2. Koel- of ijskast A++ of gasgestookte droogtrommel. 3. Met name in het verslag van de commissie Leefmilieu van 01/02/2011, Zitting , p art. 23 # 43 _ 15

16 De overheidssteun De begunstigden van de energiepremie zijn vooral eigenaars. Bij wijze van voorbeeld gaat het dus om een financiële steun die erop gericht is particulieren ertoe aan te zetten een koelkast A++ in plaats van een gewone koelkast te kopen. Het is geen steun die bedoeld is om iemand ertoe aan te zetten zijn tien jaar oude koelkast te vervangen door een recente standaardkoelkast 4. Energieleverancier Sibelga spijst, in het kader van zijn openbare dienstverplichtingen, het energiepremiefonds aan de hand van een heffing op de energiefactuur van de Brusselaars. Het budget voor de energiepremies is gestegen van 1,1 miljoen in 2004 naar een begroting van ongeveer 12 miljoen voor Dat stemt overeen met een gemiddelde deelname van 17 per jaar per gezin 5. Het stelsel van de energiepremies wordt jaarlijks gewijzigd als gevolg van de evolutie van de technieken, de marktsituatie en de sterke stijging van deze of gene post. Het nieuwe energiepremiesysteem 2011 werd in december 2010 goedgekeurd. De belangrijkste wijziging in vergelijking met de voorgaande jaren is het feit dat het premiebedrag afhangt van het inkomen van de aanvrager. Volgens Minister Evelyne Huytebroeck is het nieuwe systeem van 2011 billijker en doeltreffender 6. Wij hebben gepoogd de tendensen van de voorgaande stelsels te vergelijken met de evoluties die van het nieuwe systeem verwacht kunnen worden Wat waren de belangrijkste voordelen van de energiepremies vóór 2011? Er is relatief weinig informatie beschikbaar over het sociaaleconomische profiel van de begunstigden van de energiepremies vóór Toen zij hierover in november 2010 werd geïnterpelleerd, antwoordde Evelyne Huytebroeck dat in de aanvraagformulieren geen informatie wordt gevraagd over het gezinsinkomen, de gezinssamenstelling, de burgerlijke stand, de eigendomstitel, enz Bijgevolg zijn die inlichtingen onbekend. De gemeente waar de aanvrager woont, is de enige beschikbare informatie. De Minister preciseert dat dit gegeven moet worden gekoppeld aan het aantal eigenaars per gemeente. De woonplaats van de premieaanvragers valt samen met een sterke aanwezigheid van eigenaars in die gemeenten. Omwille van de aard van de investeringen waarop de energiepremies betrekking hebben, zijn de begunstigden dus vooral eigenaars. Het gaat immers vooral om vrij grote investeringen zoals dakisolatie, dubbele beglazing, plaatsing van verwarmingsinstallaties. Weinig huurders zijn geneigd om energiebesparende investeringen te doen in een woning waar zij niet met zekerheid zullen blijven wonen. Bovendien zijn de energiebesparende investeringen pas na een bepaalde tijd rendabel. Het kan gaan om eigenaars-bewoners of eigenaars-verhuurders, aangezien iedereen aanspraak kan maken op de energiepremies, maar de Minister bevestigt ons vermoeden: De gemeenten waar meer mensen in een eigen woning wonen en waar het inkomen wat hoger ligt, krijgen logischerwijs meer premies 7 De begunstigden van de energiepremies zijn tot in 2011 dus hoofdzakelijk eigenaars-bewoners. Enkele energiepremies worden ook rechtstreeks door huurders gebruikt. Het betreft over het algemeen investe- 4. De prijs van een standaardkoelkast bedrag rond de 300, terwijl een grote koelkast A++ ongeveer 600 kost. De energiepremie hangt af van het gezinsinkomen, van 50 tot 200 en 300 voor gezinnen met een laag inkomen en bestaande uit ten minste vier personen. 5. Voor een detaillering van de bijdrage zie Bulletin van Vragen en Antwoorden van 15 december 2010 p Evelyne Huytebroeck, 23 december Commissie Leefmilieu 02/03/2010, p _ art. 23 #

17 De overheidssteun ringen die met kleine sommen gepaard gaan. In de praktijk blijft het aantal energiepremies die vaker door de huurders worden aangewend, vrij beperkt. Het gaat onder andere om koelkasten A++, gasgestookte droogkasten, de installatie van thermostaten of thermostatische kranen en zonneweringssystemen. Het bedrag van de premies die zowel door de huurders als door de eigenaars worden gebruikt, is minimaal in vergelijking met het totale budget energiepremies. Zo werden er voor 2009 iets meer dan premies voor huishoudtoestellen toegekend, maar het totaal van de uitgave beloopt niet meer dan , zegge minder dan 4% van de begroting van de energiepremies 8. Uit een vergelijking met andere premieposten die enkel en alleen door eigenaars worden gebruikt, blijkt er een groot verschil te bestaan tussen het bedrag van de premie die een eigenaar ontvangt als hij bepaalde investeringen doet 9 en de kleine bedragen die huurders kunnen ontvangen in het kader van het energiepremiesysteem. Nochtans is er geen verschil in de manier waarop zij allebei het premiebudget financieren. Er is nog een ander sociaal-economisch kenmerk van het profiel van de begunstigden van de energiepremies. Bij nader inzicht blijkt dat de diverse soorten werkzaamheden die voor een energiepremie in aanmerking komen, hoofdzakelijk betrekking hebben op investeringen in vrij gespecialiseerde en dure technieken: buitenisolatie van muren, groendaken, krachtige mechanische ventilatie, fotovoltaïsche zonnepanelen, droogmachines op aardgas, enz Het gaat dus om investeringen voor een bijzonder goed voorgelicht publiek. Die investeringen vallen bovendien duurder uit dan standaardinvesteringen. De verenigingen die op het terrein actief zijn, bevestigen dat het sociaal-economisch kwetsbare publiek niet meteen geïnteresseerd is in energiepremies die betrekking hebben op hoogtechnologische technieken. Zij hebben immers andere prioriteiten. De energiepremies hebben betrekking op dure investeringen waarmee weinig mensen echt begaan zijn Zullen de wijzigingen die voor 2011 aan het stelsel van de Energiepremies werden aangebracht, het profiel van de begunstigden wijzigen? Toen Evelyne Huytebroeck het nieuwe systeem van de Energiepremies voor 2011 voorstelde, zei zij dat de premies billijker en socialer zijn 1, dat er een inspanning ten behoeve van de huurders werd gedaan 2 en dat de bedragen van de inkomensmaxima gelijkgeschakeld werden 3, zodat het voor de aanvragers duidelijker wordt en makkelijker te begrijpen valt. 1 Voorheen was het bedrag van de Energiepremies voor alle gezinnen gelijk. Sinds januari 2011 hangt het bedrag van de premies af van de inkomenscategorie waartoe de aanvrager behoort. De inkomenscategorieën voor het energiepremiesysteem: Alleenstaande Koppel Inkomenscategorie A Alle inkomens van meer Alle inkomens hoger Basispremie dan dan Inkomenscategorie B Inkomens tussen Inkomens tussen gemiddeld inkomen en en Inkomenscategorie C Inkomens lager dan Inkomens lager dan laag inkomen of gelijk aan of gelijk aan Verhoging van het inkomensmaximum met als de aanvrager(s) jonger is of zijn dan 35 jaar Verhoging van het inkomensmaximum met per persoon ten laste Volgens het nieuwe systeem geniet een alleenstaande met een inkomen dat lager ligt dan de meest voordelige premie. Een koppel dat ouder is dan 35 jaar en dat over twee inkomens beschikt en twee kinderen ten laste heeft, kan aanspraak maken op de premie voor lage inkomens, als het gezinsinkomen lager ligt dan Dat systeem waarbij tegemoet wordt gekomen in functie van het inkomen is gebaseerd op het systeem dat voor de renovatiepremie wordt gehanteerd. Uit de cijfers over de Brusselse gezinsinkomens blijkt dat ongeveer 80% van de Brusselse gezinnen over een inkomen beschikt dat lager ligt dan die inkomensmaxima 11. De wijziging die voor 2011 aan het energiepremiesysteem werd aangebracht, gaat in de richting van een socialer aanpak. Toch werd het systeem niet echt toegespitst op de bevolkingscategorie met een laag inkomen. De sociale dimensie van het nieuwe energiepremiesysteem is dus bijzonder relatief. R 8. Het totale budget van de energiepremies 2009 beliep 32 miljoen. Dat is veel meer dan wat oorspronkelijk was gepland. Die begrotingsoverschrijding van 12 miljoen vloeit voort uit een bijzonder voordelige premie die werd toegekend voor de plaatsing van fotovoltaïsche systemen. Wij hebben ons dus gebaseerd op het budget 2009 zonder de fotovoltaïsche uitgave, zegge ongeveer Cijfers uit het Bulletin van Vragen en Antwoorden BHP van 15 november 2010 (nr. 12), p De genieter van de premie passief of lage-energie heeft voor 2009 bijvoorbeeld een gemiddelde premie van per aanvrager genoten (60 begunstigden voor een totaal bedrag van ). 10. Netto jaarlijks gezamenlijk belastbaar inkomen (netto GBI) 11. Dat cijfer is gebaseerd op de belastingaangiften 2009 voor de inkomsten van 2008 waaruit voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het volgende blijkt: 80% van de (fiscaal) alleenstaanden beschikt over een inkomen onder de en 80% van de fiscale gezinnen heeft een inkomen van minder dan Let wel, een belangrijke nuance ligt in het feit dat de categorie premies opgevat wordt in functie van alle inkomsten van de personen die deel uitmaken van het gezin en dat samenwonenden feitelijk beschouwd kunnen worden als fiscaal alleenstaanden. Dat cijfer van 80% is dus enkel richtinggevend. Over het aantal Brusselaars dat tot de categorie laag inkomen van de energiepremies behoort, zijn er dus geen gegevens beschikbaar art. 23 # 43 _ 17

18 De overheidssteun 2 Een tweede element van het systeem 2011, waarop voor energiezuinige wasmachines nog in het Brussels door de Minister van Leefmilieu wordt gewezen, is dat er een inspanning ten behoeve van de huurders werd geleverd, aangezien het systeem zowel voor de door de huurders gevraagde premies als voor de door de eigenaars gevraagde energiepremies voor meer variatie van het premiebedrag tussen de verschillende inkomenscategorieën zorgt 12. In de versie 2011 van de energiepremies varieert het bedrag van meestal door de eigenaars aangevraagde premies tussen de categorieën A en C, gemiddeld 60% 13 terwijl het bedrag van de ook door de huurders aangevraagde premies gemiddeld 150% schommelt tussen de verschillende inkomenscategorieën (premie voor koelkast A++: Categorie A: 50, Categorie B: 100, Categorie C: 200 ). Het is nochtans niet zeer duidelijk hoe die maatregel nu eigenlijk gunstiger uitvalt voor de huurders. Het grotere verschil van het premiebedrag tussen de hoge inkomens en de lage inkomens voor sommige investeringen lijkt slechts te zorgen voor een verbetering van de sociale rechtvaardigheid en de vraag rijst of het niet normaal zou zijn om dat principe op alle premies toe te passen. De inspanning die zogenaamd in 2011 ten voordele van de huurders werd gedaan, is dus maar pover en lijkt niet in staat om voor een ommezwaai te zorgen van de tendens waarbij de huurders, die zo n 60% vertegenwoordigen te Brussel, in ruime mate verstoken blijven van het energiepremiebudget terwijl zij er net zo goed toe bijdragen als de gezinnen die eigenaar zijn van de woning die zij betrekken. Vanuit een louter milieuvriendelijk standpunt is het verdedigbaar dat alle energieconsumenten bijdragen tot de financiering van maatregelen om dat energieverbruik te verminderen, maar het lijkt ons normaal dat er meer maatregelen worden genomen om de sociaal-economische zwakke huurders en eigenaars in staat te stellen om van het premiesysteem gebruik te maken. Dat vragen wij dan ook voor het volgende energiepremiesysteem Hoofdstedelijk Gewest. De premie werd waarschijnlijk geschrapt omdat er steeds meer voor krachtiger machines werd geopteerd, maar voor gezinnen met een laag inkomen is de investering in een energievriendelijk toestel allesbehalve evident 15. Thans bestaan er enkel nog subsidies voor droogkasten en koel- en ijskasten A++. Er zou beslist kunnen worden om bepaalde premies voor huishoudtoestellen voor te behouden voor huurders of ten minste voor de zwakste huurders. De verhuurders moeten er dus van overtuigd worden energiebesparende werken uit te voeren De terugverdientijd van sommige energiebesparende werken is zodanig kort dat de huurders hiervan ook gebruik zouden moeten maken. Denken wij bijvoorbeeld aan de isolatie van de vloer van een onbewoonde zolder of het plafond van een onverwarmde kelder. Dergelijke investeringen zijn op één of twee jaar terug verdiend, maar worden vaak pas uitgevoerd als de huurder heeft ingezien dat het voor hem ook echt een verschil uitmaakt. Ook hier moet er dus voor een begeleiding en een bewustwording worden gezorgd. Anders gebeuren de investeringen niet. Huurders zouden de energiepremies ook onrechtstreeks kunnen genieten als de eigenaars-verhuurders meer energiebesparende investeringen zouden doen in de verhuurde woningen. De verhuurders moeten er dus van overtuigd worden energiebesparende werken uit te voeren, ook al komt die investering in de eerste plaats aan de huurder ten goede. Het energieprestatiecertificaat van de verhuurde woningen zal de verhuurders waarschijnlijk wel aanmoedigen, aangezien de energieprestatie van een woning erdoor geobjectiveerd wordt. De huurders kunnen er evenwel enkel en alleen hun voordeel bij doen als de kostprijs voor de bewoning (huurprijs + lasten) niet stijgt. Het is van primordiaal belang dat er een mechanisme voor de verdeling van de investeringskosten tussen de verhuurder en de huurder op punt wordt gesteld en wordt meegedeeld. De invoering van financiële enveloppen per premiepost lijkt ons ook een manier om de energiepremies socialer te maken. Enkele posten die zich onder de premies bevinden, gaan met grote budgetten lopen. Wij gaan hier 1.3. Mogelijke manieren om de energiepremies socialer te maken De toegang van de sociaal-economisch kwetsbare gezinnen tot de energiepremies kan worden verbeterd aan de hand van een betere persoonlijke begeleiding om hen ervan te overtuigen investeringen te doen die pas op middellange en lange termijn rendabel zijn en om hen bij de nodige stappen te helpen. Een mogelijkheid zou erin bestaan de voor de energiepremies bestemde Sibelga-heffing ook te gebruiken voor de opdracht inzake de gezinsbegeleiding opdat de sociaal-economisch kwetsbare gezinnen vaker een beroep zouden doen op de energiepremies. Ook voor de toegang van de huurders tot de energiepremies zijn er mogelijke oplossingen. Zo kunnen de premies voor huishoudtoestellen voor sommige gezinnen worden opgetrokken. In 2005 bestond de energiepremie 12. Verslag van de Commissie Leefmilieu van het Brussels Parlement van 01/02/2011 p De premie voor een condensatiestookketel beloopt bijvoorbeeld: Cat. A: 300, Cat. B: 450, Cat. C: Het budget 2011 voor de energiepremies bedraagt 12 miljoen tegenover een budget van 8 miljoen voor de renovatiepremies. 15. Een wasmachine eerste prijscategorie A, kost ongeveer 250, een wasmachine eerste prijscategorie A++ gaat voor ongeveer 400 over de toonbank. 18 _ art. 23 #

19 De overheidssteun Het hoofddoel van de energiepremies is milieuvriendelijkheid, maar het energiebeleid moet ook rekening houden met de toenemende energiearmoede van gezinnen niet verder meer in op de aderlating van de zonnepanelen in 2009, waarvoor Evelyne Huytebroeck trouwens reeds heel wat kritiek kreeg. Ook andere posten doen vragen rijzen: werd besteed voor 314 premies voor zonneboilers (6.288 per premie), terwijl ongeveer hetzelfde bedrag, , werd bestemd voor dakisolaties (1.770 per begunstigde) 16. In beide gevallen gaat het om bijna 10% van het totale budget voor energiepremies 17. Op milieuvlak noch op sociaal vlak is het nut van beide tegemoetkomingen nochtans vergelijkbaar. Het nut van premies voor vernieuwende technieken om particulieren hiervoor warm te maken, is duidelijk, maar dergelijke investering voor zonneboilers is volgens ons onverantwoord. Dakisolatie zorgt immers voor een grotere energiebesparing en meer, wellicht kansarmere, gezinnen hadden hiermee energie kunnen besparen. Vandaar de idee om begrotingsenveloppen vast te stellen per premietype en om een groter deel van het budget te besteden aan premies die sociaal doeltreffender zijn. Het systeem van de renovatiepremies voor 2010 bepaalde reeds een stijging met 10% van het premiebedrag als het gebouw zich in een RVOHR bevindt. Het nieuwe systeem voor 2011 wijzigt hieraan niets. Voor de renovatiepremies valt die extra premie in de RVOHR s te verantwoorden. Een RVOHR is immers een herwaarderingszone. Dat is minder waar voor de energiepremies, want de vraag rijst steeds meer of de armste gezinnen nog wel in die RVOHR s wonen. Die extra premie valt dus beter te verantwoorden in functie van het inkomen van het gezin dat de premie geniet, dan wel op basis van de ligging van het gebouw. Het hoofddoel van de energiepremies is milieuvriendelijkheid, maar het energiebeleid moet ook rekening houden met de toenemende energiearmoede van gezinnen als specifiek probleem dat hand over hand toeneemt. Kortom, de sociale dimensie van de energiepremies moet onderstreept worden. 2. De andere steunmechanismen: de renovatiepremie en de belastingvermindering Sommige energiebesparende werken geven niet alleen recht op een energiepremie, maar ook op een renovatiepremie en een belastingvermindering. Voor de verschillende financiële tegemoetkomingen bestaat er dus binnen de werken die voor premies in aanmerking komen een gemeenschappelijk deel. Voor de gezinnen is het geen sinecure om het bos nog door de bomen te zien, vooral omdat de na te leven technische voorwaarden, inkomensvoorwaarden en procedures uiteenlopen De renovatiepremies Naast het systeem van de energiepremies bestaan er ook de gewestelijke renovatiepremies. Deze premies werden in 1998 in het leven geroepen om de verloedering van het Brusselse woningenbestand tegen te gaan. Het hoofddoel is de particulieren er in de eerste plaats toe aanzetten de kwaliteit van hun woonmilieu te verbeteren. Het systeem van de renovatiepremies werd in 2008 hervormd en werd ondertussen niet meer gewijzigd. Er wordt evenwel een wijziging aangekondigd, maar het zou hoofdzakelijk de bedoeling zijn het budget te verminderen. Hierbij zouden er enkele posten sneuvelen. Van een fundamentele hervorming van het systeem zou er geen sprake zijn. De renovatiepremies zijn erop gericht de gezinnen te helpen bij het uitvoeren van werken die bijdragen tot de naleving van de door de Huisvestingscode bepaalde elementaire normen inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting. Het sociaal-economische profiel van de begunstigden van de renovatiepremies. Voor de overgrote meerderheid gaat het om eigenaarbewoners want, afgezien van het geval waarin een verhuurder zijn woning toevertrouwt aan een SVK, is dat de voorwaarde om de renovatiepremie te kunnen genieten. In 2007 werden de renovatiepremies in 65% van de gevallen aangevraagd door gezinnen met een inkomen lager dan , tegenover 50% van de aanvragen voor dezelfde gezinscategorie in Er is eigenlijk geen verklaring voor die evolutie. Een deel van het antwoord kan wellicht voortvloeien uit het feit dat de inkomensmaxima slechts om de vijf jaar 20 geïndexeerd worden en dat een deel van de gezinnen wier inkomen steeg, niet meer tot die inkomenscategorie van minder dan behoort. De meeste begunstigden van de renovatiepremies zijn gezinnen met een laag inkomen. Dat komt in de eerste R 16. Voor een detaillering van de in 2009 per post bestemde bedragen. Bulletin van Vragen en antwoorden van 15 november 2010, p Voor 2010 zijn de premiebedragen nog niet beschikbaar. 17. Exclusief het bedrag van 12 miljoen dat het Gewest voor de post zonnepanelen financierde. 18. Jaarverslag BROH 2007, p Jaarverslag BROH 2009, p Volgens artikel 10 4 van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 oktober 2007 betreffende de toekenning van renovatiepremies in het woonmilieu (B.S. 23 oktober 2007, p ) vindt de volgende indexering van die inkomensmaxima in oktober 2012 plaats art. 23 # 43 _ 19

20 De overheidssteun plaats door het feit dat de renovatiepremies gericht zijn op gezinnen met een laag inkomen aangezien zij de hoogste premie krijgen, ongeacht de geografische zone van hun woonplaats, en aangezien, afgezien van de Ruimten voor Versterkte Ontwikkeling van Huisvesting en Renovatie (RVOHR), de gezinnen met een inkomen van meer dan geen enkele premie ontvangen. De inkomenscategorieën voor het systeem van de renovatiepremies Inkomensmaximum Alle geografische RVOHR s Wijkcontract zones behalve de perimeters Tot % 70% 70% Van tot % 40% 50% Meer dan % 40% Let wel: het percentage van de premie wordt berekend op basis van de prijzenplafonds van aanvaarde werken per interventietype en niet op basis van het werkelijk door de particulier betaalde bedrag. Het feit dat vooral gezinnen met een laag inkomen een beroep doen op de renovatiepremies vloeit ook voort uit het feit dat de werken waarmee op de premie aanspraak kan worden gemaakt, beschouwd kunnen worden als elementaire werken. Naast werken om het gebouw te stabiliseren, vochtigheidsbehandeling en elektriciteitsinstallaties hebben de werken die voor meer comfort moeten zorgen, hoofdzakelijk betrekking op het aanreiken van basiscomfort 21. Een ander niet te verwaarlozen element dat de toegang van gezinnen met een laag inkomen ongetwijfeld vergemakkelijkt, is het feit dat het renovatiepremiesysteem het mogelijk maakt om een voorschot te krijgen dat kan oplopen tot 90% van het bedrag van de premie, ongeacht het inkomen van de aanvrager. Het gemeenschappelijk gedeelte van de werken Hoewel de renovatiepremies niet in de eerste plaats bestemd zijn om de energieprestatie van de woningen te verbeteren, heeft een deel ervan niettemin betrekking op werken die de energieprestatie rechtstreeks verbeteren. Wij denken met name aan de premies voor de plaatsing van nieuwe ramen met dubbele of drievoudige beglazing, de warmte-isolatie van muren, vloeren en daken of de plaatsing of de vervanging van verwarmingsinstallaties. Het zijn trouwens vooral die premies waarvoor de Brusselaars zich interesseren, aangezien van de in meest aangevraagde renovatiepremies een groot aantal hiervan gericht was op energiebesparende werken. Het gaat om premies voor ramen met dubbel glas (ongeveer 60% van de aanvragen), dakbedekking, warmte- en geluidsisolatie en gas- en verwarmingsinstallaties 22. De meest aangevraagde energiepremies hadden betrekking op superisolerende beglazing en condensatiestookketels 23. Het gemeenschappelijk gedeelte van werken waarop de energie- en renovatiepremies betrekking hebben, vormt dus een aanzienlijk deel van de gesubsidieerde werken. De inkomensvoorwaarden, de administratieve formaliteiten en de technische voorwaarden verschillen nochtans. Er is geen gelijkschakeling van de inkomensmaxima onder de verschillende premiesystemen. De Minister stelt het nieuwe energiepremiesysteem 2011 voor als een gelijkschakeling van de inkomensvoorwaarden waardoor de aanvragers het systeem beter begrijpen 24. Op het eerste gezicht lijken de schijven van en identiek, maar feitelijk is er van een gelijkschakeling van het bedrag van de inkomensmaxima tussen de verschillende premiesystemen geen sprake. De inkomens worden immers op een andere manier berekend. In het kader van de renovatiepremies hebben de maxima van en betrekking op de inkomens van gezinnen met één of twee inkomens, terwijl in het geval van energiepremies die bedragen van en met vermeerderd worden als er twee of meer inkomens zijn. Kortom, voor de alleenstaanden zijn de inkomensvoorwaarden voor de renovatie- en de energiepremies gelijk, maar dat is niet geval voor de gezinnen met twee inkomens. 25 De vraag rijst waarom er een gelijkschakeling is van de inkomensvoorwaarden voor alleenstaanden, maar niet voor de gezinnen met verscheidene inkomens? De nieuwe inkomensvoorwaarden van de energiepremies sluiten evenmin aan op het systeem van de sociale groene lening. In de verscheidene premiesystemen gaat het immers om het netto-inkomen, termijn het in het systeem van de sociale groene lening om bruto jaarinkomens gaat 26. Je moet het niet over gelijkschakeling en harmonisatie hebben als er geen sprake van is. Het doel van elke premie rechtvaardigt het feit dat zij niet bedoeld zijn voor hetzelfde publiek, maar de voorwaarden voor de berekening 21. Artikel 1, 3 van voornoemd besluit van de Regering van 4 oktober 2007 en Verklarende nota Renovatiepremie in het woonmilieu Versie van 20/01/2010, p Jaarverslag van het BROH, 2009, p Er zijn premies voor huishoudtoestellen die veel succes kennen, maar deze komen niet in aanmerking voor dat gemeenschappelijk gedeelte, aangezien die investering enkel in aanmerking komt voor de energiepremie. 24. Commissie Leefmilieu van 1 februari 2011, p Voorbeeld: voor een koppel ouder dan 35 jaar, met twee inkomens, een kind ten laste, schommelen de inkomensmaxima als volgt: Inkomensschijven voor de energiepremies : A: meer dan , B: tussen en , C: minder dan Inkomensschijven voor de renovatiepremies : A: meer dan , B: tussen en , C: gelijk aan of minder dan het netto maandelijks inkomen, zegge het netto beroepsinkomen het huurprijsbedrag of de maandelijkse hypothecaire afbetaling (-180 per kind ten laste) zijn lager dan (alleenstaande) of lager dan (koppel) of - bruto jaarlijks inkomen is lager dan (alleenstaande) en dan (koppel) per kind ten laste en/of als jonger dan 35 jaar. Bron: Brochure De sociale groene lening in het Brussels Gewest, Editie 2010 en _ art. 23 #

Nieuwe Energiepremies 2007. «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!»

Nieuwe Energiepremies 2007. «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!» PERSCONFERENTIE 17 JANUARI 2007 Evelyne Huytebroeck Brusselse Minister van Leefmilieu en Energie Nieuwe Energiepremies 2007 «Om onze energierekening te verlichten en het klimaat te beschermen!» 1 Context

Nadere informatie

Energieprijs en energiearmoede

Energieprijs en energiearmoede 1 Energieprijs en energiearmoede Een artikel van het Trefpunt Economie - een publicatie van de FOD Economie Voorgesteld in november 2013 op het 20 e congres van de Franstalige economen Auteurs: Bonnard,

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 17 FEBRUARI 2011.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 17 FEBRUARI 2011. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 17 FEBRUARI 2011 inzake het ontwerp tot wijziging van de ordonnantie van 19 juli

Nadere informatie

Energiepremies 2014. Energiepremies 2014. De drie bedragcategorieën voor de energiepremies. A - Energiestudies. B - Isolatie en verluchting

Energiepremies 2014. Energiepremies 2014. De drie bedragcategorieën voor de energiepremies. A - Energiestudies. B - Isolatie en verluchting De drie bedragcategorieën voor de energiepremies Energiepremies 2014 A - basispremie: voor alle types aanvragers B - premie "gemiddeld inkomen": voor gezinnen met een inkomen tussen 30.000/jaar en 60.000/jaar

Nadere informatie

Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007

Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007 Persconferentie van Evelyne Huytebroeck Ordonnantie over de energieprestatie van gebouwen 2 maart 2007 1. Energieprestatie van de gebouwen in België en in Brussel : stand van zaken In vergelijking met

Nadere informatie

De geliberaliseerde markt en de bescherming van de consument

De geliberaliseerde markt en de bescherming van de consument De geliberaliseerde markt en de bescherming van de consument Wat is Infor GasElek? Infor GasElek (IGE) Verstrekt informatie, geeft raad en begeleiding. Werd opgericht door het Collectief Solidariteit tegen

Nadere informatie

Voorstelling van BRUGEL over de werking van de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt

Voorstelling van BRUGEL over de werking van de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt Voorstelling van BRUGEL over de werking van de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt Marie-Pierre Fauconnier, Voorzitster van de Raad van bestuur 29/09/2008 Presentatie parlement 30 sept. 2008 1 Voorstelling

Nadere informatie

Er gelden geen voorwaarden aangaande het nieuwe of gerenoveerde karakter van de woning waarvoor het nieuwe elektrische huishoudapparaat bestemd is

Er gelden geen voorwaarden aangaande het nieuwe of gerenoveerde karakter van de woning waarvoor het nieuwe elektrische huishoudapparaat bestemd is ENERGIEPREMIE F KOELKAST/DIEPVRIEZER A++ (inclusief combinatie met diepvriesvak) of ELEKTRISCHE DROOGKAST A Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 november 2012 houdende goedkeuring van

Nadere informatie

ADVIES. 19 december 2013

ADVIES. 19 december 2013 ADVIES Ontwerp van ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de ordonnantie van 1

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EPC. Voor energiezuiniger wonen. Meer info: Vlaams Energieagentschap Koning Albert II-laan 20 bus 17-1000 Brussel E-mail:

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Gaat u straks een woning verkopen of verhuren? Vanaf 1 november

Nadere informatie

Methodologie. A. Bronnen. B. Marktaandelen

Methodologie. A. Bronnen. B. Marktaandelen Methodologie A. Bronnen 1. Statistische gegevens, afkomstig van Sibelga (www.sibelga.be), netwerkbeheerder in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2. Statistische gegevens, afkomstig van Elia (www.elia.be),

Nadere informatie

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck

Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck Persconferentie «Ecobouw stimuleren» 8 februari 2007 Toespraak van Evelyne Huytebroeck De potentiële verbetering van de energie- en milieuprestaties van gebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is

Nadere informatie

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen

Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Het EnergiePrestatieCertificaat, een energierapport voor koop- en huurwoningen Verkopen of verhuren? Niet zonder EnergiePrestatieCertificaat! Gaat u straks een woning verkopen of verhuren? Vanaf 1 november

Nadere informatie

Beschermde klanten. Handleiding ten behoeve van de sociale spelers

Beschermde klanten. Handleiding ten behoeve van de sociale spelers Beschermde klanten Handleiding ten behoeve van de sociale spelers Inhoudstafel Het statuut beschermde klant... p. 4 Wie kan als beschermde klant erkend worden?... p. 4 Hoe wordt iemand beschermde klant?...

Nadere informatie

Wonen & energie. Beleidsinstrumenten op federaal en gewestelijk niveau. Provinciehuis Vlaams-Brabant Bart Martens 26 juni 2006

Wonen & energie. Beleidsinstrumenten op federaal en gewestelijk niveau. Provinciehuis Vlaams-Brabant Bart Martens 26 juni 2006 Beleidsinstrumenten op federaal en gewestelijk niveau Provinciehuis Vlaams-Brabant Bart Martens 26 juni 2006 ANIMO Winteruniversiteit LEEFMILIEU & ENERGIE 18 februari 2006 Energiezuiniger wonen: heel wat

Nadere informatie

Er gelden geen voorwaarden aangaande het nieuwe of gerenoveerde karakter van de woning waarvoor het nieuwe elektrische huishoudapparaat bestemd is.

Er gelden geen voorwaarden aangaande het nieuwe of gerenoveerde karakter van de woning waarvoor het nieuwe elektrische huishoudapparaat bestemd is. ENERGIEPREMIE F1 KOELKAST/DIEPVRIEZER A++ (inclusief combinatie met diepvriesvak) of ELEKTRISCHE DROOGKAST A (besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 december 2010 houdende goedkeuring

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 4 de kwartaal 2012 + Januari 2013 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 1 ste kwartaal 2012 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, is het Brugel die sinds

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Van hoeveel mensen is de energie geheel of gedeeltelijk afgesloten? Aangezien de drie gewesten niet dezelfde

Nadere informatie

Er gelden geen voorwaarden aangaande het nieuwe of gerenoveerde karakter van de woning waarvoor het nieuwe elektrische huishoudapparaat bestemd is.

Er gelden geen voorwaarden aangaande het nieuwe of gerenoveerde karakter van de woning waarvoor het nieuwe elektrische huishoudapparaat bestemd is. ENERGIEPREMIE F KOELKAST/DIEPVRIEZER A++ (inclusief combinatie met diepvriesvak) of ELEKTRISCHE DROOGKAST A Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 11 december 2014 houdende goedkeuring van

Nadere informatie

DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB)

DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) DE ENERGIEPRESTATIES EN HET BINNENKLIMAAT VAN GEBOUWEN (EPB) Nieuwe ordonnantie aangenomen op 1 juni 2007, van kracht in de loop van 2008 1. WAAROM EEN ORDONNANTIE OVER EPB? In Europa is de bouw verantwoordelijk

Nadere informatie

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof.

Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Hoge energieprijzen. Mazout blijft een voordelige brandstof. Dit document zal u helpen een beter inzicht te krijgen in de verbruikskosten, in een huishoudelijke omgeving, voor de verschillende energiebronnen.

Nadere informatie

Opleidingscyclus/debat voor maatschappelijke werkers

Opleidingscyclus/debat voor maatschappelijke werkers Opleidingscyclus/debat voor maatschappelijke werkers Perfectioneringsmodule 04 Werkdocument Caroline GRÉGOIRE Financiële hulp en financieringen Tr@me bvba Doelstellingen De bestaande financiële hulp voorstellen

Nadere informatie

VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van de heren Eloi Glorieux, Koen Helsen, Robert Voorhamme en Jos Bex

VOORSTEL VAN RESOLUTIE. van de heren Eloi Glorieux, Koen Helsen, Robert Voorhamme en Jos Bex Stuk 1753 (2002-2003) Nr. 1 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 13 juni 2003 VOORSTEL VAN RESOLUTIE van de heren Eloi Glorieux, Koen Helsen, Robert Voorhamme en Jos Bex betreffende energiebesparende maatregelen

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 3 de kwartaal 2012 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert Brugel elk

Nadere informatie

20 vragen en antwoorden over EPC

20 vragen en antwoorden over EPC 20 vragen en antwoorden over EPC Inleiding Als renovatiecoach adviseer en begeleid ik mensen met bouw-of verbouwplannen. Stap voor stap neem ik ze mee in een voor hen ongekend avontuur. Een avontuur waarin

Nadere informatie

Een eerlijke energiefactuur

Een eerlijke energiefactuur Een eerlijke energiefactuur Samenvatting: De energiefactuur van de Vlamingen is een tweede belastingbrief geworden. De Vlaamse regering kiest er onder het mom van besparingen steeds vaker voor beleidsmaatregelen

Nadere informatie

Een lagere energiefactuur? Wij helpen u!

Een lagere energiefactuur? Wij helpen u! Een lagere energiefactuur? Wij helpen u! Stap 1 : Vraag snel een gratis energiescan aan. Stap 2 : Isoleer het dak van een private huurwoning en geniet van een extra hoge premie van 23 euro per m 2. Bekijk

Nadere informatie

Welzijnsbarometer 2015

Welzijnsbarometer 2015 OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST BESLISSING (BRUGEL-Beslissing-20150220-23) betreffende de aanpassing van de tarieven voor de doorrekening van de kosten voor het

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST ONTWERPADVIES op eigen initiatief (BRUGEL-ADVIES-201506-205) ter raadpleging Betreffende de openbare dienstverplichtingen van energieleveranciers

Nadere informatie

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Advies

Nadere informatie

668-2. Brussel, 20 februari 2006. Mijnheer de minister-president,

668-2. Brussel, 20 februari 2006. Mijnheer de minister-president, 668-2 Brussel, 20 februari 2006 Mijnheer de minister-president, Wij hebben de eer U ten behoeve van de Vlaamse Regering ingesloten de motie van aanbeveling op de maatschappelijke beleidsnota Energiearmoede,

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ENERGIEPREMIES VOOR DE INDIVIDUELE WONINGEN

ALGEMENE VOORWAARDEN ENERGIEPREMIES VOOR DE INDIVIDUELE WONINGEN ALGEMENE VOORWAARDEN ENERGIEPREMIES VOOR DE INDIVIDUELE WONINGEN Deze algemene voorwaarden betreffen alle energiepremies van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Naast deze voorwaarden gelden de bijzondere

Nadere informatie

Liberalisering van de energiemarkten. Algemene context. Dag 1:

Liberalisering van de energiemarkten. Algemene context. Dag 1: Liberalisering van de energiemarkten Algemene context Dag 1: Agenda van de opleiding I. Energieprijzen II. Institutionele context van de energie in België III. Organisatie van de elektriciteit- en gasmarkt

Nadere informatie

PERSBERICHT. Annemie Turtelboom Vlaams Viceminister-president Annemie Turtelboom Vlaams minister van Financiën, Begroting en Energie

PERSBERICHT. Annemie Turtelboom Vlaams Viceminister-president Annemie Turtelboom Vlaams minister van Financiën, Begroting en Energie PERSBERICHT Annemie Turtelboom Vlaams Viceminister-president Annemie Turtelboom Vlaams minister van Financiën, Begroting en Energie Brussel, 11/2/2016 Energiebesparende renovatie in Vlaanderen zet door

Nadere informatie

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven

Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 31 maart 2011 Impact maatschappelijke rol van Eandis op nettarieven 1. Inleiding: samenstelling energiefactuur In de verbruiksfactuur van de energieleverancier zijn de kosten van verschillende marktspelers

Nadere informatie

ADVIES DIENST REGULERING

ADVIES DIENST REGULERING DIENST REGULERING ADVIES DR-20060228-42 betreffende Het voorstel van uitbreiding van het nachttarief tot het weekend voor netgebruikers die zijn aangesloten op het laagspanningsnet vanaf 1 januari 2007

Nadere informatie

De verwarmingstoelage

De verwarmingstoelage Versie nr: 1 Laatste wijziging: 04-02-2009 1) Waartoe dient deze fiche? 2) Wat is dat een verwarmingstoelage? 3) Wordt elke brandstof in aanmerking genomen voor de toekenning van de verwarmingstoelage?

Nadere informatie

Omzendbrief betreffende het preventief sociaal energiebeleid in het kader van het Gas- en Elektriciteitsfonds.

Omzendbrief betreffende het preventief sociaal energiebeleid in het kader van het Gas- en Elektriciteitsfonds. Heeft u vragen? Nood aan bijkomende info? Mail naar onze frontdesk via vraag@mi-is.be Of bel naar 02 508 85 85 Aan de dames en heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Datum:

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST VERSLAG (BRUGEL-RAPPORT-20130823-16) over de uitvoering van haar verplichtingen, over de evolutie van de gewestelijke elektriciteits-

Nadere informatie

Dames en heren. Dat lees ik ook in de conclusies van het boek, waarvan ik er enkele graag met u overloop:

Dames en heren. Dat lees ik ook in de conclusies van het boek, waarvan ik er enkele graag met u overloop: Dames en heren Is wonen in Vlaanderen betaalbaar? Wie enkel naar de prijzen van woningen en gronden, zal geneigd zijn om neen te antwoorden. Maar de betaalbaarheid van wonen is niet enkel een kwestie van

Nadere informatie

FORMULIER VOOR DE AANVRAAG VAN HET STATUUT VAN BESCHERMDE AFNEMER

FORMULIER VOOR DE AANVRAAG VAN HET STATUUT VAN BESCHERMDE AFNEMER FORMULIER VOOR DE AANVRAAG VAN HET STATUUT VAN BESCHERMDE AFNEMER Het ingevulde en door alle meerderjarige personen ongetekende formulier te verzenden, samen met de bijlagen (zie pagina 4) naar het volgende

Nadere informatie

Brus sel, 21 april 2008. Mijn heer de mi nis ter-pre si dent,

Brus sel, 21 april 2008. Mijn heer de mi nis ter-pre si dent, 1593 Brus sel, 21 april 2008 Mijn heer de mi nis ter-pre si dent, Wij heb ben de eer U ten be hoeve van de Vlaamse Re ge ring in ge slo ten de resolutie tot besluit van de opvolging van de werkzaamheden

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2011 (aangifte 2012) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2011 (aangifte 2012) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Energiebesparende uitgaven Groene lening Inkomsten 2011 (aangifte 2012) L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Milieuvriendelijke belastingen De laatste jaren

Nadere informatie

BESLISSING (B) 051124-CDC-490

BESLISSING (B) 051124-CDC-490 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

Premies voor energiebesparende investeringen in 2014

Premies voor energiebesparende investeringen in 2014 Premies voor energiebesparende investeringen in 2014 Inhoud Premies voor energiebesparende investeringen in 2014... Een overzicht van de premies die sinds 1 januari van kracht zijn.... Nieuw in 2014...

Nadere informatie

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting De Welzijnsbarometer verzamelt jaarlijks een reeks indicatoren die verschillende aspecten van armoede in het Brussels Gewest belichten. De sociaaleconomische

Nadere informatie

Opleiding Duurzaam Gebouw:

Opleiding Duurzaam Gebouw: Opleiding Duurzaam Gebouw: Stimuli en hinderpalen voor doeltreffende renovaties Leefmilieu Brussel Het systeem van de premies in het BHG en andere klassieke financieringsmechanismen Patrick HERREGODS STADSWINKEL

Nadere informatie

Slotfactuur van 25/05/2011

Slotfactuur van 25/05/2011 Debaets Wervikstraat 143 8930 Menen Bij elke briefwisseling vermelden: Klantnummer: 100362002 Factuurnummer: 1002579520 BTW: BE-0521.584.539 Slotfactuur van 25/05/2011 Contactgegevens Voor alle vragen

Nadere informatie

16 oktober 2006. Vorming Energieadviseur Woonsector. Procedure van de energieaudit. Spreker

16 oktober 2006. Vorming Energieadviseur Woonsector. Procedure van de energieaudit. Spreker 16 oktober 2006 Vorming Energieadviseur Woonsector Procedure van de energieaudit Spreker Nicodème Lonfils Energieadviseur Brussels Energie Agentschap (ABEA) De Stadswinkel vzw Wettelijk kader Europese

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 4 de kwartaal 2011 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert Brugel sinds

Nadere informatie

Na-isolatie van spouwmuren premies en communicatie 2012

Na-isolatie van spouwmuren premies en communicatie 2012 Na-isolatie van spouwmuren premies en communicatie 2012 7 februari 2012 Geert Flipts Energierenovatieprogramma 2020 Prioriteiten: dak/glas/verwarming/muur Premies 2011 bestaande woningen Ruim 60.000 dakisolatiepremies

Nadere informatie

HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE

HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE Vrouwen, bestaansonzekerheid en armoede in het Brussels Gewest

Nadere informatie

van 31 augustus 2006

van 31 augustus 2006 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 79 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Persmededeling

Nadere informatie

Perscommuniqué van 16/11/2015

Perscommuniqué van 16/11/2015 Perscommuniqué van 16/11/2015 Strijd tegen energiearmoede: Het Sociaal Verwarmingsfonds bestaat 10 jaar Blijkens een enquête bij de ocmw s functioneert het Verwarmingsfonds optimaal Op 17 september 2015

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening

Energiebesparende uitgaven Groene lening JAAR 2013 (AANSLAGJAAR 2014): a. Belastingvermindering voor uitgaven = overdracht van het vorige jaar: Saldo vorig jaar: 190 Maximumbedrag van de vermindering is niet bereikt: 3 810 Geen saldo meer b.

Nadere informatie

Energiebesparende investeringen. Inkomsten 2008 (aanslagjaar 2009) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Energiebesparende investeringen. Inkomsten 2008 (aanslagjaar 2009) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Energiebesparende investeringen Inkomsten 2008 (aanslagjaar 2009) L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Milieuvriendelijke belastingen De laatste jaren worden

Nadere informatie

betreffende de bestrijding van energiearmoede

betreffende de bestrijding van energiearmoede stuk ingediend op 738 (2010-2011) Nr. 1 25 oktober 2010 (2010-2011) Voorstel van resolutie van de heren Bart Martens en Carl Decaluwe, de dames Liesbeth Homans, Else De Wachter en Cindy Franssen, de heer

Nadere informatie

Zitting van de gemeenteraad

Zitting van de gemeenteraad 1 zvvegeni Zitting van de gemeenteraad ZITTING VAN 23 NOVEMBER 2009 Agendapunt: Onderwerp: Aanpassing van het subsidiereglement inzake de gemeentelijke renovatieprem ie De Raad, Overwegende dat een actief

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

armoedebarometer De interfederale Sociale Zekerheid Federale Overheidsdienst DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE

armoedebarometer De interfederale Sociale Zekerheid Federale Overheidsdienst DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE EN ARMOEDEBESTRIJDING LE SECRETAIRE D ÉTAT À L INTÉGRATION SOCIALE ET À LA LUTTE CONTRE LA PAUVRETÉ Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ALGEMENE

Nadere informatie

Zuid-West-Vlaanderen Energieneutraal in 2050. Naar een regionale energiestrategie

Zuid-West-Vlaanderen Energieneutraal in 2050. Naar een regionale energiestrategie Zuid-West-Vlaanderen Energieneutraal in 2050. Naar een regionale energiestrategie Welke vragen liggen aan de basis? Er beweegt nu zeer veel rond energie. Waar staan we nu en hoe gaat het verder evolueren?

Nadere informatie

Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt

Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt Evolutie van het sociaal elektriciteitstarief op de residentiële markt December 0 Het doel van dit document bestaat erin de evolutie van de prijs van de elektriciteit verkocht aan de beschermde klanten

Nadere informatie

Energiemarkt in Brussel: «Toestand en perspectieven na vijf jaar liberalisering»

Energiemarkt in Brussel: «Toestand en perspectieven na vijf jaar liberalisering» Energiemarkt in Brussel: «Toestand en perspectieven na vijf jaar liberalisering» Infor GasElek: wie zijn wij? Infor GasElek (IGE) Biedt informatie aan, geeft raad en begeleidt, Werd opgericht met de financiële

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS VOOR KMO S EN ZELFSTANDIGEN PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

BESLISSING COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS

BESLISSING COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

DE BRUSSELSE GROENE LENING. Om energiebesparende werken in uw woning te financieren

DE BRUSSELSE GROENE LENING. Om energiebesparende werken in uw woning te financieren DE BRUSSELSE GROENE LENING Om energiebesparende werken in uw woning te financieren EEN LENING TEGEN 0 % INTEREST ZODAT IEDEREEN KAN ISOLEREN De Brusselse groene lening is een energielening met een interestvoet

Nadere informatie

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000

Vlaams gewest. Aard van het document. Administratieve geldboete van 500 tot 5.000. Enkel volle eigendom 5.000 Overzicht Vlaams gewest Decreet houdende algemene bepalingen betreffende energiebeleid (energiedecreet) van 8 mei 2009. Belgisch Staatsblad: 07.07.2009 Van kracht sinds: 01.01.2011 Besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

MIJN ENERGIEFACTUUR? (ALG 01)

MIJN ENERGIEFACTUUR? (ALG 01) MIJN ENERGIEFACTUUR? (ALG 01) Hoe lees en ontcijfer ik mijn energiefactuur? 1. INLEIDING In België en in de meeste Europese landen wordt de beschikbaarheid van energie als vanzelfsprekend beschouwd in

Nadere informatie

Energiezorg. Een zorg voor de toekomst. Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Energiezorg. Een zorg voor de toekomst. Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest WG Energiezorg. Een zorg voor de toekomst Wettelijke en aanvullende dienstverlening voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Naar een rationeel energiebeleid De klimaatsverandering zet ons aan om maatregelen

Nadere informatie

NATIONAAL. Particulier : Belastingsvermindering van 30% van de uitgaven met een max. = 750 Mogelijk voor zowel eigenaar als huurder VLAANDEREN

NATIONAAL. Particulier : Belastingsvermindering van 30% van de uitgaven met een max. = 750 Mogelijk voor zowel eigenaar als huurder VLAANDEREN Bij plaatsing inbraakwerende beglazing NATIONAAL Particulier : Belastingsvermindering van 30% van de uitgaven met een max. = 750 Mogelijk voor zowel eigenaar als huurder Ondernemer : Bijkomende aftrek

Nadere informatie

Sinds meerdere jaren schommelden de aanvragen voor energiepremies tussen 10 miljoen en 12 miljoen euro per jaar.

Sinds meerdere jaren schommelden de aanvragen voor energiepremies tussen 10 miljoen en 12 miljoen euro per jaar. De toekomst van de energiepremies in het Brussels Gewest 1. Situation en 2009 Sinds meerdere jaren schommelden de aanvragen voor energiepremies tussen 10 miljoen en 12 miljoen euro per jaar. In 2009 is

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST Periode februari - juni 2013 Inleiding Bedoeling is om de overheid informatie te verstrekken over de evolutie van de elektriciteits-

Nadere informatie

BESLISSING (B) 041202-CDC-384

BESLISSING (B) 041202-CDC-384 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST REGULERINGSCOMMISSIE VOOR ENERGIE IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST BESLISSING (BRUGEL-BESLISSING-20151030-27) Betreffende de klacht ingediend door mevrouw X tegen de distributienetbeheerder Sibelga

Nadere informatie

De elektriciteitsfactuur onder stroom

De elektriciteitsfactuur onder stroom De elektriciteitsfactuur onder stroom Auteurs: Jan Maris en Geert Schuermans 2016_02_02 E&A Artikel De gids op maatschappelijk gebied Volgens Febeg, de Federatie van Belgische Elektriciteits- en gasbedrijven,

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

ADVIES. 10 maart 2014

ADVIES. 10 maart 2014 ADVIES Voorontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten en Voorontwerp van besluit betreffende de akten van familiale aard

Nadere informatie

Social Rate Investigation (Raadpleging van de contracten gas en elektriciteit en het recht op het sociaal tarief)

Social Rate Investigation (Raadpleging van de contracten gas en elektriciteit en het recht op het sociaal tarief) Social Rate Investigation (Raadpleging van de contracten gas en elektriciteit en het recht op het sociaal tarief) Contents Social Rate Investigation... 1 (Raadpleging van de contracten gas en elektriciteit

Nadere informatie

Is uw verbruik normaal?

Is uw verbruik normaal? Is uw verbruik normaal? Maar dit mag ons niet doen vergeten wat zijn kostprijs en effecten op het milieu zijn. Ook al hebben we geen vat op de prijzen, ons verbruik kunnen we wel zelf beïnvloeden. Deze

Nadere informatie

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING

WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING WONINGFONDS VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MEMORANDUM - SAMENVATTING Mevrouw Meneer Binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt de toegang tot huisvesting steeds moeilijker. Het Woningfonds

Nadere informatie

Afrekeningsfactuur van 16/06/2010

Afrekeningsfactuur van 16/06/2010 Meneer Dries Van Duppen Violettastraat 2 2470 Retie Contactgegevens Voor alle vragen over uw factuur of uw verhuis: Essent Belgium NV Postbus 10010 2140 Antwerpen Tel: 078 15 79 79 Fax: 03 400 10 25 Contactformulier:

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER ENERGIELENING

AANVRAAGFORMULIER ENERGIELENING AANVRAAGFORMULIER ENERGIELENING Gegevens van de kredietaanvrager Persoonlijke gegevens Aanspreking: Dhr. Mvr. Naam:... Voornaam:... Postcode:... Stad / gemeente:... Rijksregisternummer: Telefoon:... Gsm:...

Nadere informatie

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT

ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT ENERGIEPRIJZEN VOOR DE RESIDENTIELE CONSUMENT VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS PER LEVERANCIER EN PER PRODUCT - - - overzicht jongste 6 maanden met vergelijking tov duurste/goedkoopste product op de Belgische

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Energiebesparende uitgaven Groene lening Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Milieuvriendelijke belastingen De laatste jaren

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZG/15/162 BERAADSLAGING NR. 15/058 VAN 6 OKTOBER 2015 OVER DE EENMALIGE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST OBSERVATORIUM VAN DE GAS- EN ELEKTRICITEITSPRIJZEN BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 3de kwartaal 2011 Inleiding Hoewel de CREG (de federale regulator) bevoegd is voor de tarieven, publiceert Brugel sinds

Nadere informatie

BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN

BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN Tariefkaart Geldig voor de contracten gesloten in AUGUSTUS 2015 in BRUSSEL-HOOFDSTAD PARTICULIERE KLANTEN Pagina 1 : Aanbod Poweo Fix Elektriciteit Pagina 5 : Aanbod Poweo Fix Gas Pagina 8 : Kortingen

Nadere informatie

van 28 februari 2006

van 28 februari 2006 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 79 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Persmededeling

Nadere informatie

Infofiche wonen. Hoogrendementsbeglazing

Infofiche wonen. Hoogrendementsbeglazing Infofiche wonen Hoogrendementsbeglazing Inhoud 1. Een woordje uitleg 2. Premies 3. FRGE-lening 4. Contactgegevens 1. Een woordje uitleg Hoogrendementsglas isoleert vijf maal beter dan enkel glas en twee

Nadere informatie

Energiepremies 2012 Gemeente Dilbeek

Energiepremies 2012 Gemeente Dilbeek Energiepremies 2012 Gemeente Dilbeek Zoals goedgekeurd door de Gemeenteraad van 22 november 2011 Premie voor fotovoltaïsche zonnepanelen Voor het plaatsen van fotovoltaïsche zonnepanelen kan u van de gemeente

Nadere informatie

De Brusselse Groene Lening

De Brusselse Groene Lening De Brusselse Groene Lening Om energiebesparende werken in zijn woning te financieren Een lening tegen 0 % interest zodat iedereen kan isoleren De Brusselse Groene Lening is een energielening met een interestvoet

Nadere informatie

Federaal memorandum van de OCMW s. Algemene Vergadering afdeling OCMW s van de VVSG Zottegem, 7 juni 2007

Federaal memorandum van de OCMW s. Algemene Vergadering afdeling OCMW s van de VVSG Zottegem, 7 juni 2007 Federaal memorandum van de OCMW s Algemene Vergadering afdeling OCMW s van de VVSG Zottegem, 7 juni 2007 Lokale besturen : meest burgernabije bestuur OCMW s worden het eerst geconfronteerd met nieuwe noden

Nadere informatie

Sociale maatregelen drinkwater 28 maart 2012

Sociale maatregelen drinkwater 28 maart 2012 i. inleiding Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw Aromagebouw / Vooruitgangstraat 323 bus 6 (3 de verdieping) / 1030 Brussel / tel. 02-204 06 50 / fax : 02-204 06 59 info@vlaams-netwerk-armoede.be

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 16 DECEMBER 2010 inzake het ontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke

Nadere informatie

Brussel, De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

Brussel, De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; KONINKRIJK BELGIE Brussel, Adres : Hallepoortlaan 5-8, B-1060 Brussel Tel. : +32(0)2/542.72.00 E-mail : commission@privacy.fgov.be Fax.: : +32(0)2/542.72.12 http://www.privacy.fgov.be/ COMMISSIE VOOR DE

Nadere informatie