Uitwerkingen Domotica

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitwerkingen Domotica"

Transcriptie

1 itwerkingen Domotica Piet Molenaar, Peter Over en Loran de Vries. 1 Bediening Voor audio en video kennen we de afstandsbediening. Voor het huis van de toekomst kun je een domotica-bediening maken. Welke apparaten zou jij op je domotica-bediening willen besturen? Je mag er maximaal 10 kiezen. Toegangsverlening tot de woning o Aftstandsbediening voor de garage o Automatische deurontgrendelaars Omgevingsbesturing o Verlichting o Gordijnen o deuren o TV o Audioapparatuur o Telefonie Sensoren in huis a. Noem minimaal vijf sensoren die je thuis tegenkomt. Noteer ook wat ze meten. Microfoon Videocamera ookmelder/ Koolstofmonoxide detector Een elektronische waterpas meet helling Een thermokoppel meet temperatuur Metaaldetector Een elektronisch kompas meet richting b. Waarom is het handig dat sensoren meetwaarden omzetten in elektrische signalen? Op deze manier kan je andere apparaten met dit signaal aansturen c. Zoek uit hoe de temperatuursensor in een oven of van de cv-ketel werkt NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 1

2 3 Automatisering In de domotica gaat het dus om toepassingen van automatisering. Computers nemen bij automatisering de taak van de mens over. a. Wat is een automaat Automaten zijn machines die zaken automatisch verrichten, of verrichtingen uitvoeren zonder menselijke tussenkomst. b. Welke automaten zijn er bij jou thuis in gebruik? Thermostaat Wasmachine Afwasmachine c. Noem ook de functie die ze vervullen Thermostaat: verwarmen Wasmachine: wassen Afwasmachine: afwassen 4 Voorzieningen Kies drie domeinen en noem bij elk de voorzieningen die je nu thuis hebt en zet daarbij een uitbreiding of aanvulling die je in toekomst wilt hebben. Gebouwen o Alarmsysteem o Automatisch sluitende luiken na zonsondergang Energie Comfort o Thermostaat/Airco o Licht aan bij het klappen in de handen Ontspannen o Televisie met active ambilight o Muziek met afstandsbediening Zorgen o Verbinding met ziekenhuis om nek o Bel voor zieke Communicatie o Camera s o Telefoon o Internet Werken o Video-meetings NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007

3 5 Wat betekent het? a. Wat is telemetrie? Telemetrie is het op afstand meten van bepaalde parameters (bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, hartritme) om die vervolgens via (vaak draadloze) telecommunicatie te versturen naar een andere locatie. b. Zijn er nog meer termen in het overzicht die je niet kent? Zoek op wat ze betekenen. Efficiency: de mate van gebruik van middelen om een bepaald doel te bereiken. Vraagsturing betekent dat de klant beschikt over middelen om die zorg te krijgen die hij nodig heeft. Interface: een intermediair (of tussenpersoon) waarmee twee systemen met elkaar communiceren (tolk/windows). Telewerken: Thuis aan je baan werken en via de moderne communicatiemiddelen contact houden met anderen 6 Energieverbruik a. Welke apparaten in huis gebruiken de meeste energie per dag? Noem de top vijf met hun vermogen en de tijd dat ze gemiddeld aan staan. Apparaat Vermogen Tijd Airco W constant Oven W 1 uur Koelkast/vriezer W Constant Magnetron W 5 minuten Wasmachine W 1,5 uur Vaatwasser W 1,5 uur Droger W uur b. Wordt bij de stand standby van een tv of computer ook energie verbruikt? Hoe kan je dit opmeten? Jazeker (denk aan het rode lampje). Dit kun je meten met een multimeter. c. Welke voorzieningen zou je via domotica energie kunnen laten besparen? Omschrijf kort je aanpak. Via één schakelaar alle apparaten uitzetten (i.p.v. een lamp vergeten uit te doen, of een stand by knop vergeten) d. Welke apparaten werken thuis nog als de stroom uitvalt? Geiser Draaischijftelefoon Transistorradio (en alle andere apparaten op batterijen) Blikopener NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 3

4 7 Bliksem Bij een bliksemontlading verplaatst zich 0 C in ms van de onweerswolken naar de aarde. Bereken de gemiddelde stroomsterkte van deze bliksemschicht. Q 0 C 3 t 10 s I? Q 0 4 I I bliksem 10 A 3 t 10 8 Hoeveel elektronen? a. Hoeveel elektronen passeren per seconde bij een stroomsterkte van 1,0 A door een doorsnede van een draad? 19 1 Ampère staat voor 1 Coulomb per seconde. 1 elektron heeft een lading van 1,6 10 C Coulomb staat dus voor 6,3 10 elektronen. Een stroomsterkte, I, van 1A staat 19 1, dus voor een stroom van 6,3 10 elektronen per seconde. b. Hoeveel elektronen waren in beweging in vraag 7? Bij vraag 7 verplaatst er zich 0 C lading. 1 elektron heeft een lading van1, verplaatsten zich 1,3 10 elektronen. 19 1, C. Dus er NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 4

5 9 Tekenen van een schakelschema 1 Gebruik bij deze vraag de symbolen uit tabel 1. Teken bij figuren 5a-d het schakelschema. Figuur 5a lampje en batterij Figuur 5b lampjes, batterij, schakelaar Figuur 5c met voltmeter Figuur 5d met ampère- en voltmeter a b c d NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 5

6 10 Tekenen van een schakelschema a. Teken een schakeling met een spanningsbron en twee lampjes. Onafhankelijk van elkaar moeten de lampjes aan en uit gezet kunnen worden met twee schakelaars. b. Teken weer een schakeling met een spanningsbron en twee lampjes. Ditmaal moeten ze met één schakelaar aan en uit gezet kunnen worden. 11 Batterijenplaatsing NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 6

7 11 Een grafische rekenmachine moet 6V leveren. Hoe plaats je de vier 1,5V AA batterijen in de voeding (zie figuur 6)? Maak een schakelschema waarin duidelijk is hoe de batterijen geschakeld zijn. Figuur 6 Batterijvakje grafische rekenmachine 1 Het aansluiten van volt en ampèremeters a. Je wilt de spanning over de spanningsbron meten. Hoe sluit je de voltmeter aan? Teken deze in je schema van opgave 10. Een voltmeter schakel je parallel aan de spanningsbron NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 7

8 b. Je wilt de stroomsterkte door de spanningsbron meten. Hoe sluit je de ampèremeter aan? Teken deze ook in je schema van opgave 10. Een ampèremeter zet je in de kring. c. Controleer de werking van je schema via een practicumopstelling of in Elektrix Kennisvragen a. Waaruit bestaat elektrische stroom? Een elektrische stroom bestaat uit bewegende lading. In metalen geleiders zijn (vrije) elektronen de ladingsdragers. b. Wat is een Coulomb? De coulomb is de eenheid van lading. 1 coulomb is een enorme hoeveelheid lading. 1 coulomb 18 lading staat voor 6,3 10 elektronen. c. Welke grootheid speelt een rol in het versnellen van elektronen? De spanning d. Waarom mag een ampèremeter zelf geen invloed hebben op de stroom? Als dat het geval zou zijn, meet je een lagere stroomsterkte dan de werkelijke stroomsterkte. Een ideale ampèremeter heeft dan ook geen invloed op de stroom. Zo meet je precies wat je wilt. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 8

9 14 Voorspellingen Box 1: Voorspelling Gebruik de symbolen >, <, of om je antwoorden aan te geven op de stippellijn. Bijvoorbeeld, als je vindt dat L 1 feller zal schijnen dan L, dan schrijf je H 1 >H a. H 1 H b. I 1 I I B c. PQ Q d. PQ + Q P e. P B 15 metingen practicum 16 Conclusies a. Welke regel geldt voor stroomsterkte in deze serieschakeling? De stroomsterkte, I, is in de schakeling overal gelijk b. Welke regel geldt voor de spanning in deze serieschakeling? De spanning wordt verdeeld over de lampjes 17 Kennisvragen over spanning, stroom, en energie a. Als je in een schakeling meer energie nodig hebt, wat doe je dan volgens onze analogie? Wat doe je met en met I? Om de energie te verhogen, moet er meer lading in de karretjes, en / of moeten de karretjes sneller rijden. Je kunt dus meer energie in de schakeling stoppen door en of I te vergoten. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 9

10 b. Wat is het verschil tussen stroom en energie in onze analogie? De stroom wordt gevormd door de karretjes en de energie is datgene waarmee de karretjes worden gevuld. c. Kunnen elektronen op raken in een gesloten schakeling? Beredeneer met de analogie. Dat kan niet, want de karretjes blijven. Er is dus een soort wet van behoud van elektronen. d. Kan energie op raken in een gesloten schakeling met een batterij? Beredeneer met de analogie. Dat kan, als de spanningsbron geen energie meer kan leveren (denk aan een batterij die op gaat), worden de karretjes niet meer gevuld. 18 Voorspellingen parallel lampjes Box 3: Voorspelling Gebruik de symbolen >, <, of om je antwoorden aan te geven. Bijvoorbeeld, als je vindt dat L 1 feller zal schijnen dan L, dan schrijf je H 1 >H a. H 1 H H 3 b. I 1 I I 3 c. I A > (3) I 1 ; I H > (3) I 1 ; I A I H d. BG CF DE e. BG CF DE bron 19 Simulatie of practicum NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

11 0 Kennisvragen a. Welke regel geldt voor de stroomsterkte in een serieschakeling? De stroomsterkte, I, is in de schakeling overal gelijk b. Welke regel geldt voor de stroomsterkte in een parallelschakeling? De stroomsterkte, I, verdeelt zich over de paralleltakken. c. Welke regel geldt voor de spanning in een serieschakeling? De spanning wordt verdeeld over de lampjes d. Welke regel geldt voor de spanning in een parallelschakeling? De spanning is over iedere paralleltak gelijk 1 Handige formules Wanneer de wet van Ohm geldt ( I, met is constant) dan kunnen we de formule P I ook anders schrijven. a. Leid af P geschreven kan worden als P I. Dit blijkt vooral handig te zijn in serieschakelingen omdat daar I overal gelijk is. P I (1) I () We vullen () in (1): P I ( I ) I I b. Leid af dat geschreven kan worden als P. Dit blijkt vooral handig te zijn in parallelschakelingen omdat de spanning over parallelle onderdelen gelijk is. P I (1) I I () We vullen () in (1): P I NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

12 Kennisvragen a. Als de spanning in een schakeling hetzelfde blijft, maar we verdubbelen de weerstand, wat gebeurt er met de stroomsterkte? Wat gebeurt er met het vermogen? I P na na na na?? voor voor We werken naar een verband tussen twee bekende variabelen en één onbekende. De stroomsterkte, I : I na na na I na na voor Dus als we de weerstand verdubbelen en de spanning onveranderd laten, wordt de stroomsterkte in de schakeling twee maal zo klein. Voor het vermogen, P na : P na I na na voor Dus als we de weerstand verdubbelen en de spanning onveranderd laten, wordt het vermogen van de schakeling twee maal zo klein. b. Als de spanning in een schakeling verdubbelt en de weerstand blijft gelijk, wat gebeurt er met de stroomsterkte? Wat gebeurt er met het vermogen? I P na na na na voor voor?? We werken naar een verband tussen twee bekende variabelen en één onbekende. De stroomsterkte, I : na na voor na I na I na Dus als we de spanning verdubbelen en de weerstand onveranderd laten, wordt de stroomsterkte in de schakeling twee maal zo groot. Voor het vermogen, P na : P na na I na na na na ( ) voor 4 voor Dus als we de spanning verdubbelen en de weerstand onveranderd laten, wordt het vermogen van de schakeling vier maal zo groot. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 1

13 c. Verhoging van de spanning heeft twee effecten op de elektronen in een schakeling, welke? De elektronen krijgen meer energie en ze worden meer versneld. Het energieverbruik in de schakeling neemt dus toe en de stroomsterkte neemt toe. d. Een 30 V 100 W Europees strijkijzer wordt in de VS in een 110V stopcontact gedaan. Maak een schatting van het vermogen in deze situatie. P P VS VS VS VS? Ned VS Ned I VS 1 VS Ned VS ( ) VS 1 De haardroger zal in de VS dus in vergelijking met Nederland een vier maal zo klein vermogen leveren. Ned 1 4 Ned 3 ekenen met de wet van Ohm Een vaste weerstand wordt aangesloten op een variabele spanningsbron. Bij 6,0 V is de stroomsterkte 0,1 A. a. Bereken de stroomsterkte bij 10,0 V. We berekenen eerst de waarde van de vaste weerstand. 6V I 0,1A? I I Ω We voeren de spanning op tot 10 V. De weerstand blijft onveranderd. Voor de stroomsterkte krijgen we nu: I 10 0, A 50 b. Bij welke spanning is de stroomsterkte 0,17A? 50Ω I 0,17A? I 0, ,5V NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

14 4 Serieschakeling ongelijke lampjes Box 5: Voorspelling Gebruik de symbolen >, <, of om je antwoorden aan te geven op de stippellijn. Bijvoorbeeld, als je vindt dat de stroom in lampje 1 groter zal zijn dan in lampje, dan schrijf je I 1 >I a. I 1 I I Bron b. PQ > Q c. PQ + Q P d. P Bron 5 Meting of simulatie Practicum 6 Conclusies a. Wat is je conclusie over stroomsterkte in deze serieschakeling? De stroomsterkte, I, is in de schakeling overal gelijk b. Wat is je conclusie over spanning in deze serieschakeling? De spanning wordt verdeeld over de weerstanden. Hoeveel spanning er over een onderdeel staat, hangt af van de weerstand van dat onderdeel. c. Hoe verdeelt de spanning zich over ongelijke lampjes? Hoeveel spanning er over een onderdeel component staat, hangt af van de weerstand van dat onderdeel. Het lampje met de grootste weerstand (lampje 1) krijgt meer spanning dan het andere lampje (lampje ). NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

15 7 Kennisvragen a. In een schakeling van twee ongelijke lampen X en Y in serie is de stroom door lamp X 1A. Wat is de stroomsterkte in lamp Y? Waarom? De stroomsterkte door lamp Y is eveneens 1 A. In een serieschakeling is de stroomsterkte overal even groot. b. In een schakeling van twee ongelijke lampen X en Y parallel is de stroom door lamp X 1A. Kun je iets zeggen over de stroomsterkte in lamp Y? Waarom wel/niet? In een parallelschakeling wordt de stroom verdeeld over de onderdelen. Aangezien de lampen niet gelijk zijn zal de stroomsterkte door lamp Y, waarschijnlijk ongelijk zijn aan die van lamp X. We hebben meer informatie nodig om te bepalen hoeveel groter of kleiner die stroomsterkte is. c. Zijn schakelingen in huis meestal serie of juist parallel? Hoe weet je dat? Schakelingen in huis zijn meestal parallel. Als dit niet zo was, zou je door een lamp uit een fitting te draaien de stroomkring van het gehele huis verbreken en alles uitschakelen. Dit is een van de redenen waarom thuis de apparaten in het algemeen parallel geschakeld zijn. 8 Vragen over vermogen a. Op een lampje staat 9V/0.9W. Bereken de stroomsterkte en de weerstand als het lampje aangesloten is op 9V. 9V P 0,9W? P I ( ) Ω P 0,9 0,9 I? I I ,1 A NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

16 b. Stel dat we het aansluiten op 4,5V. Wat is dan de stroomsterkte? Wat is dan het vermogen? (Neem aan dat de weerstand 1 van het lampje gelijk blijft). 4,5V 90Ω P? P I? I I 4,5 90 ( 4,5) 90 50mA 0,5 5mW 90 c. We zetten twee van de bovenstaande lampjes in serie en sluiten ze aan op een 9V spanningsbron. i. Teken de schakeling. ii. Wat is nu het vermogen van elk van de lampjes? We hebben te maken met een serieschakeling. De bronspanning wordt dus verdeeld over de componenten. Er zijn twee identieke lampen die ieder dus de helft van de spanning krijgen. 4,5V 1 P P P1 90Ω? 4,5 90 0,5 5mW 90 1 In werkelijkheid blijkt de weerstand van gloeilampen sterk af te hangen van de temperatuur. Bij hogere spanning brandt een lamp feller, is de temperatuur hoger en dus ook de weerstand. De wet van Ohm, /Iconstant, geldt dan niet omdat de weerstand verandert als de spanning verandert. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

17 iii. Wat is het vermogen van de schakeling als geheel? Voor het vermogen van de schakeling als geheel tellen we het vermogen van beide lampjes bij elkaar op: P tot P + P 5mW + 5mW 450mW 1 iv. Vergelijk dit vermogen in iii met het vermogen van de schakeling als we één lampje aansluiten op 9V i.p.v. twee lampjes. Er staat 9 volt over het lampje en de weerstand is nog steeds 90Ω. Dus we krijgen net als in onderdeel a: 9V 90Ω P? P 81 0,9W 90 v. Wanneer is de batterij sneller leeg, als we 1 lampje aansluiten of als we identieke lampjes in serie aansluiten? Het vermogen van het enkele lampje is hoger dan de twee lampjes bij elkaar. Als je 1 lampje aansluit is de batterij dus eerder leeg. vi. Controleer je berekening door de schakeling in Elektrix of Crocodile Clips te maken. Practicum 9 Ontwerp een proef om te zien of de Wet van Ohm klopt. In je ontwerp denk aan het volgende: a. Met welke grootheden heb je te maken? Spanning,, weerstand,, en stroomsterkte, I. b. Welke grootheden ga je meten? De spanning en de stroomsterkte. c. Is er een grootheid die je moet variëren? Zo ja, welke? Wat voor waarden kies je? We variëren de spanning. Neem een vaste stapgrootte (maar niet te klein). NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

18 d. Teken de schakeling die je gaat gebruiken. Gebruik weerstanden in de schakeling (niet lampjes). Welke meters heb je nodig? e. Waar plaats je de meters? De ampèremeter plaatsen we in de schakeling. Waar, maakt niet zoveel uit. De stroomsterkte is in een serieschakeling immers overal gelijk. De voltmeter zetten we over de weerstand. f. Hoe ga je je metingen opschrijven? Ontwerp een tabel hiervoor. Spanning (V) Metingen bij een weerstand van XX Ω Stroomsterkte I (A) Weerstand I (Ω) g. Heb je grafieken nodig? Welke? Het gemakkelijkste is een I,-diagram te maken (I op de y-as, uitgezet tegen op de x-as). h. Wat verwacht je als uitkomst van het experiment? itvoering van het experiment NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

19 31 Kennisvragen a. Hoeveel energie krijgt elke Coulomb lading die uit een 1V accu stroomt? Elke Coulomb lading krijgt 1 Joule b. Een rij dominostenen staat op zijn kant. We geven er een een duwtje en dan valt de hele rij. Is dat een goede analogie voor elektrische stroom? Nee, dit is de manier waarop geluid zich voortplant. De analogie klopt niet voor elektrische stroom. Een betere analogie is de volgende. Een legeraanvoerder zegt tegen zijn bataljon: Voorwaarts, mars! en ze gaan allemaal tegelijk bewegen. c. Wat is er fout als je zegt dat de bron van elektronen in een schakeling de batterij is (of het stopcontact)? De batterij is geen bron van elektronen, maar een bron van energie. De elektronen zitten al in de schakeling. d. Wat is de relatie tussen elektrisch vermogen, stroomsterkte, en spanning? P I e. Welke is een eenheid van vermogen, en welke van energie? Een watt, een kilowatt, een kilowatt-uur? Eenheid Watt Kilowatt Kilowattuur Grootheid Vermogen (joule per seconde) 1000 Watt, dus vermogen Dit is de hoeveelheid energie die er in een uur geproduceerd wordt. 1 kilowatt staat gelijk aan Joule In een uur zitten 3600 seconde. sec 6 Dus 1kWh ,6 10 J Energie dus f. Heeft een 10W lamp een dikker of een dunnere gloeidraad dan een 100W lamp? Waarom? Bekijk het verband P. Deze breuk zal dus bij een 100 W lamp een grotere waarde moeten hebben dan voor de 10 W lamp. Als we uitgaan van een constante spanning (de lampen worden immers op hetzelfde stopcontact aangesloten), kan alleen variëren. Voor de 100 W lamp zal dus een kleinere waarde hebben. Hoe dikker de draad hoe kleiner de weerstand (Bij een zesbaans-snelweg is er doorgaans minder snel file dan bij een eenbaansweg)). De 100W lamp heeft dus een dikkere gloeidraad. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

20 g. Het gevaar van een elektrische schok zit m in stroomsterkte door het lichaam. Waarom worden we dan gewaarschuwd voor Gevaar...Hoogspanning in plaats van Gevaar...Hoge stroom? Een hoge spanning veroorzaakt een grote stroom. Die stroom doet weliswaar alle schade, maar de oorzaak is de spanning. h. Je tante uit de VS brengt een haardroger voor je mee waarop staat 10V, 1600W. Wat kan er mis gaan? In de VS geldt er een lagere spanning op het elektriciteitsnet dan bij ons (30 V). De gegevens vertellen ons iets over de weerstand van de haardroger: P 1600W 10V P 9Ω P De weerstand van de haardroger verandert niet en de spanning verdubbelt. Schade kan ontstaan door een hoge stroom. We bekijken hoe de stroom verandert: 9Ω I SA SA 10V? 9Ω I Ned Ned 30V SA 10 Ned 30 I ISA 13,3 A I I Ned 5,6 A 9 9 De haardroger krijgt dus in Nederland een bijna tweemaal zo grote stroom te verwerken. Het apparaat kan hierdoor stukgaan. Of er kan kortsluiting ontstaan.? NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 0

21 A B C Figuur 1 Energieverbruik van identieke lampjes in verschillende schakelingen 3 Nogmaals spanning, stroomsterkte, en vermogen a. 1,,3,4, en 5 zijn identieke lampjes. Neem aan dat de weerstand constant is. Vergelijk de spanning over de verschillende lampjes. Leg je redenering uit. In een serieschakeling wordt de spanning verdeeld over de onderdelen. Over lamp A staat dus de volledige bronspanning. Over lamp staat de helft van de bronspanning. Dit geldt ook voor lamp 3. De spanning over parallelle onderdelen is hetzelfde. Over zowel lamp 4, als lamp 5 staat dus de volledige bronspanning. Kortom, , 3 b. Vergelijk de stroomsterkte in de spanningsbronnen van de drie schakelingen. Leg je redenering uit. De stroomsterkte in een schakeling wordt bepaald door de spanning van de bron en de weerstand van de onderdelen. De spanningsbronnen zijn identiek. De weerstand bepaalt dus de stroomsterkte. In een serieschakeling neemt de totale weerstand toe naarmate er meer onderdelen zijn. De stroomsterkte in schakeling B zal dus kleiner zijn dan in schakeling A. In een stroomkring met parallelle onderdelen, zoals schakeling C, verdeelt de stroom zich. Aangezien lampen 4 en 5 identiek zijn, hebben ze dezelfde weerstand en delen ze de stroom. Kortom I A I B I 4, I 4 I 5 c. Orden de schakelingen naar energieverbruik. Neem aan dat in elke schakeling een nieuwe en identieke spanningsbron gebruikt wordt. Welke spanningsbron is het eerst leeg, welke het laatst? Waarom? Zoals we in opgave 8 al hebben berekend, wordt er in een enkel lampje in serie meer energie verbruikt, dan in twee dezelfde lampjes die ook in serie zijn geschakeld. Dit geldt omdat in beide schakelingen identieke spanningsbronnen worden gebruikt. Er geldt: P 3. De lampjes zijn identiek en hebben dus 1 A P1 PB P + P allemaal dezelfde weerstand ( ) 3. We kunnen dus schrijven: NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 1

22 PA P1 PB P + P3 +. De bronspanning is in beide schakelingen gelijk, dus moet er gelden: + Ook geldt 3 ½ 1 dus 1 P 1 + c P Kortom A 1 PB, PC P A ( ½1) ( ½1) ( 1) P B + ½ 1 3 bron. d. Pim zegt: Omdat de lampjes in schakeling B precies hetzelfde zijn, krijgen ze elk de helft van de energie van de spanningsbron voordat de spanningsbron leeg is. Als je die energie van de lampjes in B optelt, dan krijg je hetzelfde als in schakeling A1. Dus de spanningsbronnen van schakeling A en B raken ongeveer tegelijk leeg. Wat vind je van deze redenering? Overleg met je buurman/buurvrouw. Formuleer een beter antwoord. Antwoord is correct. Een beter antwoord: De lampjes in schakeling B gebruiken de helft van het vermogen van het lampje in schakeling A, dus kunnen ze twee keer zo lang blijven branden 33 *egelbare weerstand en stroomsterkte Twee lampjes 1 en staan in serie met een weerstand waarvan de waarde kan veranderen (figuur 13). Dat geven we door een pijl door de weerstand te tekenen. Box 7 egelbare weerstand 1. C. B Figuur 13 Twee lampjes in serie met een regelbare weerstand 3. B NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007

23 Figuur 14 egelbare weerstand 34 *egelbare weerstand en spanning. Een spanningsbron staat in serie met een regelbare weerstand en een lampje (Figuur 14). a. Wat gebeurt er met de spanning AB als we de weerstand groter maken? Leg uit. In een serieschakeling, wordt de spanning verdeeld over de onderdelen. Hoe meer weerstand, hoe meer spanning er over dit onderdeel staat. Wanneer de weerstand groter wordt, is de weerstand van de lamp in verhouding kleiner. zal dus afnemen. b. Wat gebeurt er met de felheid van het lampje? Leg uit. De spanning over het lampje is kleiner geworden. Het lampje wordt dus minder fel. P c. Wat gebeurt er met de stroom-sterkte? Waarom? Leg uit. De weerstand van de kring is toegenomen. De bronspanning is niet veranderd. De stroomsterkte in de kring neemt dus af I. AB 35 **Drie lampjes Drie dezelfde lampjes zijn aangesloten op een ideale spanningsbron. Eerst branden alleen lampjes 1 en. Vervolgens wordt de schakelaar gesloten zodat lampje 3 ook brandt. Kies bij het beantwoorden van de vragen a t/m d uit de volgende antwoorden: A. neemt toe B. neemt af C. blijft gelijk a. Wanneer de schakelaar gesloten wordt, neemt de helderheid van lampje 1: b. Wanneer de schakelaar gesloten wordt, neemt de helderheid van lampje : c. Wanneer de schakelaar gesloten wordt, neemt de spanning over lampje 1: d. Wanneer de schakelaar gesloten wordt, neemt de spanning over lampje : Box 8 Voorspellingen a. A b. B c. A d. B NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 3

24 36 **Drie lampjes vervolg Bij bovenstaand probleem werd leerlingen ooit gevraagd om de helderheid van de lampjes te vergelijken in de situatie met een gesloten schakelaar. Alle lampjes branden dus. We kregen de volgende antwoorden: Leerling A: Lampjes en 3 branden even fel maar zwakker dan lampje 1. Lampjes en 3 moeten de stroom delen terwijl lampje 1 alle stroom krijgt. Leerling B: Lampje 1 heeft meer weerstand dan en 3 als je ze samen neemt, dus lampje 1 staat op een grotere spanning. Daarom brandt lampje 1 feller dan lampjes en 3. Leerling C: Lampje 1 gebruikt de meeste stroom dus is er minder voor lampjes en 3 die dan ook minder fel zijn. Leerling D: Na lampje 1 verdeelt de spanning zich in twee paden zodat en 3 allebei minder spanning krijgen dan A. Daarom is lampje 1 helderder dan lampjes en 3. a. Wie van deze leerlingen redeneert correct (is er wel iemand?) en wat is er fout met de andere redeneringen? Leerling A en B redeneren correct. Leerling C redeneert vanuit de gedachte dat er stroom verbruikt wordt. Dat is niet het geval. Er wordt geen stroom verbruikt. Er raken immers geen elektronen weg. Er wordt energie verbruikt. Leerling D slaat de plank volledig mis. Hier wordt lokaal geredeneerd. `Stroomopwaarts` zou er gevolgen zijn, van wat daarvoor is gebeurt. Een verandering in een schakeling heeft altijd gevolgen voor de gehele schakeling. b. Practicum Figuur 16 Spanning en schakelaars 37 Spanning en schakelaars Twee lampjes L 1 en L zijn in serie aangesloten op een spanningsbron (zie figuur 16). Naast elk lampje zit een schakelaar. Wat is de spanning over AB als a. S1 open is en S dicht? De spanning in een serieschakeling wordt verdeeld over de onderdelen, al naar gelang hun weerstand. S1 vormt een gat. De volledige bronspanning staat over het gat. De weerstand van de open schakelaar is immers oneindig. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 4

25 b. S1 en S beide dicht zijn? De weerstand van de stroomdraad tussen A en B is nul (we gaan ervan uit dat het ideale draden zijn). I, dus bij een weerstand van nul staat er ook geen spanning over. Wat is de spanning over CD als c. S1 open is en S dicht? De volledige bronspanning staat over het gat S1. Over CD staat geen spanning. d. S1 en S beide dicht zijn? Net als bij onderdeel b is de weerstand van de stroomdraad tussen C en D nul (we gaan ervan uit dat het ideale draden zijn). I, dus bij een weerstand van nul staat er ook geen spanning over. 38 ***Keukenklok Je hebt voor de keuken een leuke klok gekocht, die op batterijen loopt. In de klok zit ook verlichting, voor de verlichting is 1,5 V nodig en de stroomsterkte is 0,0 A. Voor de klok zijn twee batterijen nodig, samen 3,0 V, resulterend in een stroomsterkte in de klok van 0,05 A. In de keuken is een voeding van 1 V aanwezig voor de inbouwlampjes en je wilt de klok daar ook op aansluiten. a. Bedenk een schakeling waarmee dat lukt. In die schakeling zijn de klok en lamp parallel geschakeld en je mag twee (verschillende) weerstanden gebruiken. Bereken ook hoe groot deze weerstanden moeten zijn. Er zijn twee oplossingen! Door de verlichting stroom, bij een spanning van 1,5 V, 0, A. Dit betekent dat we voor de weerstand kunnen schrijven: 1,5 7, 5Ω I 0,. Voor de klok geldt dat, bij een spanning van 3 V, er een stroom doorheen gaat van 0,05 A. Dit betekent dat we voor de weerstand kunnen schrijven: 3 60Ω I 0,05. De klok en de lamp zijn parallel geschakeld. Over deze paralleltakken staat de volle bronspanning van 1V. We plaatsen op de parallelle takken weerstanden om de gewenste spanningen te verkrijgen. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 5

26 Over de verlichting moet 1,5 V komen te staan. Dit is bron. De bron, die nog over is, moet over de weerstand komen te staan die ook op de parallelle tak van de verlichting komt. De spanning over de tak wordt verdeeld in verhouding met de waarde van de weerstanden. 8 1 van de totale weerstand van de tak moet voor de rekening van de lamp komen. De weerstand van de verlichting is 7,5Ω. De totale weerstand van de verlichtingstak wordt dus gegeven door: 7,5 8 60Ω. Halen we de weerstand van de verlichting hiervan af, krijgen we de waarde van de weerstand: 60 7,5 5, 5Ω Net zo moet er over de klok verlichting moet 3 V komen te 1 3 staan. Dit is bron. De bron, die nog over is, moet 4 4 over de weerstand komen te staan die ook op de parallelle tak van de klok komt. De spanning over de tak wordt verdeeld in verhouding met de waarde van de weerstanden. 4 1 van de totale weerstand van de tak moet voor de rekening van de klok komen. De weerstand van de klok is 60 Ω. De totale weerstand van de verlichtingstak wordt dus gegeven door: Ω. Halen we de weerstand van de klok hiervan af, krijgen we de waarde van de weerstand: Ω b. Je laat de schakeling en berekening door Siem de Slimste controleren. Siem zegt dat hij een betere schakeling weet die minder stroom nodig heeft. Heeft Siem gelijk? Bepaal ook welke weerstanden in zijn (onderstaande) schakeling zijn opgenomen. De bronspanning ( bron 1V )wordt verdeeld over de componenten. Over de lamp moet 1,5V komen te staan. Over de klok moet 3V komen te staan. We krijgen: bron AB + Lamp + bron AB Lamp 1 3 1,5 7,5V In onderdeel a hadden we de weerstand van de klok en de lamp berekend:,5ω; 60Ω Lamp 7 Klok De bronspanning wordt verdeeld over de onderdelen naar verhouding met hun weerstandswaarden. Over staat Over 1 1 Lamp Bron, dus Lamp Totaal Totaal 8 7,5 60Ω ,5V Bron, dus Totaal 60 37, 5Ω AB moet 3V komen te staan. Dit betekent dat zowel over 1, als over de klok een NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 6

27 spanning van 3V staat. Voor de vervangingsweerstand geldt dus: AB Bron, dus V Totaal V 60 15Ω We krijgen voor de waarde van 1: V 15 Klok Klok 15 0Ω V We gaan nu bekijken of de stroomsterkte in deze schakeling kleiner is dan de stroomsterkte in de schakeling van onderdeel a. Voor de stroomsterkte in Siems schakeling: Totaal bron I? 60Ω 1V I I ,A Om de stroomsterkte in de schakeling van onderdeel a te berekenen, berekenen we de vervangingsweerstanden van beide takken: V1 V Klok Lamp Ω + 7,5 + 5,5 60Ω Ook deze twee vervangingsweerstanden kunnen we samenvoegen tot één vervangingsweerstand V: V V 1 V 48Ω V NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 7

28 Totaal bron I? 48Ω 1V I I ,5A De stroomsterkte in Siems schakeling is lager dan die uit onderdeel a. Hij heeft dus ongelijk. c. In deze schakeling mag je de klok en lamp niet verwisselen. Waarom kan dat niet? Wanneer we de onderdelen verwisselen, zal er door beide onderdelen een veel grotere stroom gaan lopen. De onderdelen kunnen hiervan stuk gaan. 39 Leds Veel elektrische apparaten hebben één of meer controlelampjes. Hiervoor gebruikt men vaak een led. De naam led is een afkorting van light emitting diode. Er bestaan verschillende soorten leds, waarvan er in bovenste figuur twee zijn afgebeeld, één met een bolle voorkant en één met een platte voorkant. Een led wordt opgenomen in een elektrische schakeling, waarvan het schakelschema in de middelste figuur is weergegeven. Om het verband te meten tussen de spanning over en de stroom door de led, moet in de schakeling van de middelste figuur een spanningsmeter en een stroommeter worden opgenomen. a. Teken het schakelschema van de schakeling, waarin deze meters zijn opgenomen. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 8

29 Voorbeelden van juiste schakelschema s In de onderste figuur is het resultaat van de metingen weergegeven.van de led, die is doorgemeten, blijkt de zogenaamde doorlaatspanning 1,4 V te bedragen. b. Beschrijf, gebruikmakend van de grafiek, wat men onder de doorlaatspanning van een led verstaat. Met de doorlaatspanning wordt de spanning bedoeld vanaf waar de led een stroom doorlaat. Dit zie je in de grafiek. Bij 1,4 V komt er pas een stroom op gang. c. Bepaal de weerstand van de led wanneer de stroomsterkte door de led 50 ma bedraagt. In de schakeling is een weerstand van 50 Ω opgenomen. Voor de weerstand van de LED geldt: /I In de grafiek kan worden afgelezen dat, bij I 50 ma,,5 V,5 45Ω 3 I d. Bepaal de spanning die de spanningsbron levert, als er door de led een stroom loopt van 100 ma. it de grafiek blijkt dat, bij I 100 ma, LED 3,0 V. Voor de spanning over de weerstand geldt: I 0, ,0 V. Voor de spanning van de bron geldt: bron LED +. Dus bron 3,0 + 5,0 8,0 V. 40 De elektriciteitsrekening. Drie leerlingen praten over de rekening voor elektriciteit. Leerling 1: Kilowatt-uur Dat is de stroom die we in de hele maand gebruikten. Leerling : Nee, De kilowatt-uur is de hoeveelheid elektriciteit die we gebruikten. Leerling 3: Nee, kilowatuur is het vermogen dat we gebruikten. Bekritiseer elk van deze uitspraken en formuleer een beter antwoord. Leerling 1 ziet de kwh niet als een hoeveelheid energie, maar als een stroomsterkte. Leerling ziet de kwh wel als een vorm van energie, maar koppelt aan het begrip een idee van verbruiksenergie. Dit is niet juist. Het verbruik wordt wel uitgedrukt in kwh. Leerling 3 ziet de kwh als een hoeveelheid vermogen. Dit is onjuist. De kwh is een hoeveelheid energie. Beter antwoord: De kwh is de energie die een apparaat met een vermogen van 1 kw, in 1 uur verbruikt. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 9

30 41 Consumentenbond In het volgende stukje van de Consumentenbond staat een grove fout, welke? In het stukje wordt gesproken over een vermogen dat verspild wordt. Een vermogen kun je niet verbruiken. Energie wel. Er staat nu dat er jaarlijks een hoeveelheid energie per seconde wordt verbruikt. Dat kan niet. Je verbruikt een bepaalde energie of per seconde of per jaar. 4 Gloeilamp In een gloeilamp wordt de draad enorm heet, zo heet dat er ook licht vrijkomt. In de allereerste lampen was de gloeidraad van koolstof, tegenwoordig van wolfraam. a. Waarom wordt de gloeidraad zo heet en de toe- en afvoerdraad nauwelijks? De toe- en afvoerdraden hebben een verwaarloosbare weerstand. De gloeidraad heeft een relatief hoge weerstand. Hierdoor wordt er in de gloeidraad hitte gegenereerd en gaat deze gloeien. b. Waarom gebruikt men voor de gloeidraad wolfraam en geen ander goedkoper metaal zoals koper of ijzer (zie BINAS)? Wolfraam heeft een hoog smeltpunt en een hoge soortelijke weerstand (Binas tabel 8). 43 Elektrische ventilatorkachel Een elektrische kachel kun je vaak op drie standen zetten, bijvoorbeeld 100, 1800 en 3000 W. Verder zit er een ventilator in, die laten we hier buiten beschouwing. a. Welke stroomsterktes gaan er door de verwarmingselementen bij de drie standen? We nemen aan dat de ventilatorkachel op netspanning werkt (30V). De stroomsterktes worden dan: P P I I 100 I 5,A 30 I ,8A 30 I ,0 A NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

31 b. De kachel bevat twee verwarmingsdraden. Bereken de weerstand van de twee verwarmingsdraden. 30V P W ; P P I ,1Ω 1800W ; P P W ,4Ω ,6Ω c. Hoe zijn de draden geschakeld in elk van de drie situaties om drie vermogens mogelijk te maken? De draden zijn parallel geschakeld. 44 Pizza bakken Als je pizza wilt bakken moet een elektrische oven eerst 10 minuten op vol vermogen voorverwarmd worden, het vermogen is dan 3,0 kw. Tijdens het bakken staat de oven niet voortdurend aan maar gemiddeld nog 10 minuten van de baktijd. Bereken wat het bakken van de pizza kost. Voor het voorverwarmen: 3 J P 3 10 s t s E P t , J Voor het bakken staat de oven een zelfde tijd aan en verbruikt dus een even grote hoeveelheid energie E E + E 1, ,8 10 3,6 10 J totaal Voorverwarmen Bakken Deze hoeveelheid energie is gelijk aan 1 kwh. De prijs van 1kWh is Het bakken van de pizza kost dus NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

32 Figuur 18 Opgave 45 fabrieksgegevens op apparaten 45 Televisie en Dvd-speler Op de achterkant van de televisie staat een plaatje (figuur 18 links) met de eigenschappen en op de Dvd-speler ook (figuur 18 rechts). Als beide apparaten ingeschakeld zijn a. welke zet meer energie per minuut om? De televisie heeft een vermogen van 65 W. De DVD-speler heeft een vermogen van30 W. De televisie zet dus meer energie om per minuut. b. welke van de twee heeft de hoogste spanning? De apparaten werken bij dezelfde spanning. c. welke van de twee heeft de grootste stroomsterkte? P I P I I I TV TV TV TV 50W ; P?; I DVD DVD DVD 30V? P 0,A 30W I DVD ,13A Door de TV gaat dus de grootste stroomsterkte. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 3

33 d. welke van de twee heeft de grootste weerstand? P TV TV TV 50W ; P DVD?; DVD DVD 30V? P I 30W P TV 1,1 10 Ω DVD 1,8 10 Ω De DVD-speler heeft dus de grootste weerstand. 46 Keuze van het type televisie Voor het televisiekijken kun je drie typen beeldschermen kopen. Er is een conventionele beeldbuis (3 inch en 90 W), een lcd-scherm (3 inch en 130 W) en een plasmascherm (4 inch en 0 W). a. Welke biedt jou het meeste comfort? Waarom? Antwoord verschilt per leerling. b. Wat is de meerprijs per jaar van het plasmascherm ten opzichte van de beeldbuis? Maak een schatting van de uren dat je per jaar tv kijkt. Je kunt het simulatieprogramma Elektra gebruiken. Vraag het website adres aan je docent. Schatting van het aantal uren televisie per dag: 4 uur. Per jaar is dit 6 dus: uur s 5,3 10 s P E P t E E E conventioneel conventioneel lcd plasma 90W ; P 130 5,3 10 lcd 90 5, , W ; P 1, 10 plasma 0W 8 4,7 10 J 131,4kWh 8 6,8 10 J 189,8kWh J 31,kWh Prijs per kwh: 0.15 Apparaat Kosten Conventionele beeldbuis 131,4 0,15 19, 71 LCD 189,8 0,15 8, 47 Plasma 31, 0,15 48, 18 NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

34 47 Koffie zetten Voor het zetten van koffie kun je gebruik maken van een koffiezetapparaat met verwarmingsplaat of van een Senseo. Afgezien van de vraag wat beter smaakt of handiger is, kijken we naar het energieverbruik. Een koffiezetapparaat heeft een continu vermogen van 1100 W en kan maximaal 10 koppen zetten, de senseo 1500 W voor koppen tegelijk. Maak een goede schatting van de energiekosten per jaar van beide systemen voor een gezin met drie koffiedrinkers en gemiddeld 4 koppen per persoon per dag. Je kunt het simulatieprogramma Elektra gebruiken. Een gezin van drie koffiedrinkers, met 4 koppen per persoon per dag, drinken tezamen 1 koppen in een dag. We doen nu een paar aannames over de tijd die de apparaten aan moeten staan. Het koffiezetapparaat moet 15 minuten doorlopen, voor 10 koppen en voor koppen 3 minuten. De Senseo doet koppen tegelijk in 10 s. Elke dag moet het koffiezetapparaat voor 1 koppen dus 18 minuten aanstaan en de Senseo minuten. Het dagenergieverbruik wordt dus: P 1100W ; P 1500W t Koffiezetapparaat E P t E E Kofiiezetapparaat Koffiezetapparaat Sensei Senseo s; t , J Sensei , 10 In een jaar verbruiken de apparaten dus: E E Koffiezetapparaat Sensei 1,8 10 1, , s 6 J J 10,45kWh 7 J 18,5kWh 1kWh Apparaat Jaarkosten Koffiezetapparaat 10, , 07 Senseo 18,5 0.15, andapparatuur van de computer Bij een thuisnetwerk zijn er nogal wat onderdelen met sluipverbruik. Bij het netwerk hoort vaak een router (7,5 W), modem (6,8 W), printer (3,3 W), computer (,9 W), luidsprekerset (1,7 W). Hoeveel kost dit sluipverbruik per dag? De apparaten staan constant aan (stand-by). We krijgen voor het dagelijks sluipverbruik van dit netwerk: NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

35 P t 1dag ,6 10 E P t E E E E E E outer outer Modem Pr int er Computer Luidspre ker totaal 6,5 10 7,5W ; P E outer Modem 7,5 8,6 10 6,8 8,6 10 3,3 8,6 10 5,9 8,6 10 1,7 8, E + 5, Modem 6,8W ; P + E +,9 10 s Pr int er Pr int er 5 6,5 10 J; 5 5,9 10 J; 5,9 10 J; 4 5,5 10 J; 4 1, J + E +,5 10 3,3W ; P Computer 5 + E + 1,5 10 Computer Luidspre ker 5,9W ; P 1, Luidspre ker J 0.53kWh 1,7W 1kWh Dus de kosten van het sluipverbruik bedragen dagelijks: 0,53 0,15 0, GSM Op de adapter die bij een gsm geleverd wordt, staat: input 30VAC 50Hz 0.08A output 4.8VDC 350mA a. Wat betekenen deze getallen? AC Alternating Current (wisselstroom) DC Direct Current (gelijkstroom) De getalen betekenen dat de adapter 30 V wisselstroom aangeleverd krijgt van het stopcontact. Bij wisselstroom wisselt de stroom voortdurend van richting (dan weer van + naar -, of weer van naar +). Deze wisselstroom wisselt 50 maal per seconde van richting. Deze wisselstroom resulteert in een stroomsterkte van 0,08 A in de adapter. De adapter zet deze wisselstroom om in een lagere gelijkstroom van 4,8 V. Bij gelijkstroom wisselt de stroom niet van richting. Deze 4.8 V veroorzaakt een stroomsterkte van 350mA. b. Is het vermogen van input en output gelijk? Hoe komt dat? input 30V ; I input 0,08A output 4,8V ; I output 0,35A P I Pinput 30 0,08 18,4W P 4,8 0,35 1,68W output De input en output zijn niet gelijk. Er is een verlies van energie in de adapter. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

36 c. Het opladen van de batterij duurt 90 minuten. Hoeveel energie heeft de adapter aan het lichtnet onttrokken? Neem aan dat de stroomsterkte constant blijft. P input 18, 4W t 90 minuten 5400 seconden. E P t 18, , J d. Bereken hoeveel energie de adapter daarbij aan de batterij heeft geleverd. P output 1, 68W t 90 minuten 5400 seconden. E P t 1, , J e. In de standby stand kan de gsm 30 uur werken. Bereken het vermogen in de standby stand. Er wordt 3 5 9,1 10 J verbruikt in 30 uur seconden 8,3 10 seconden. P E t J 8,3 10 J 3 9,1 10 1, W 50 Keukenverlichting In de keuken bestaat de verlichting uit 4 lampen van 60 W, 30 V. Je wilt deze vervangen door inbouwspotjes van 0 W, 1 V. a. Welke verbruikt meer energie per uur, een lamp van 0 W, 30 V of een lamp 0 W, 1 V? Licht je antwoord toe. Ze verbruiken evenveel energie. De vermogens zijn immers gelijk. b. Hoeveel spotjes kan je maximaal in de keuken aanbrengen als je niet meer energie per uur wilt gebruiken? Geef de berekening erbij. Met 4 lampen van 60 W, zitten we voor de lampen op een totaal vermogen van W. 40 We kunnen daarvoor 1 inbouwspotjes ophangen. 0 NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

37 51 *Verwerken van metingen (1) Een vaste weerstand van 150 Ω sluit je aan op een variabele spanningbron. Je varieert de spanning van 1 tot 6 V in stappen van 1,0 V en meet steeds de stroomsterkte. Daarmee kun je bij deze spanningen het vermogen berekenen en ook de grafiek tekenen die het verband aangeeft tussen spanning en vermogen. a. Teken het schakelschema van deze proef. b. Bereken het ontwikkelde vermogen en vul de tabel in: Met 150Ω I I P I 1 3 I 6,7 10 A 150 berekenen we de waarden in de tabel. Bijvoorbeeld 1V: 1 3 P 6,7 10 W 150 (V) 1,0,0 3,0 4,0 5,0 6,0 I (A) 3 6,7 10 P (W) 3 6,7 10 1,7 10,7 10 c. Teken het P,-diagram,0 10 6,0 10,7 10 1, ,3 10 1, ,0 10, ,3 0,5 0, P(W) 0,15 0,1 0, (V) NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

38 d. Welke vorm heeft het diagram en welk verband volgt daaruit? Dit is een kwadratisch verband tussen P en. Zoals we al in de formule zagen: P e. Als je een apparaat dat voor 30 V gebouwd is aansluit op 115 V, met welke factor wordt het vermogen kleiner? P en zijn kwadratisch evenredig: P. Dus als de spanning tweemaal zo klein wordt, 1 1 wordt het vermogen vier maal zo klein. 4 5 *Verwerken van metingen () Op een spanningsbron met een vaste spanning van 4,5 V sluit je steeds andere weerstanden aan (zie waarden in de tabel). Je meet steeds de stroomsterkte en vervolgens kun je het ontwikkelde vermogen van elke weerstand bepalen. Teken de grafiek, die het verband aangeeft tussen weerstand en vermogen. a. Teken het schakelschema. b. Bereken het ontwikkelde vermogen en vul de tabel in: Met 4,5V I I P I berekenen we de waarden in de tabel. Bijvoorbeeld 50Ω 4,5 I 9,0 10 A 50 : ( 4,5) 1 P 4,1 10 W 50 NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

39 (Ω) I (A) 9,0 10 P (W) 1 4,1 10 4,5 10, ,8 10 1, ,0 10 1,4 10 1,3 10 1, ,8 10 8,1 10 c. Teken het P,-diagram. 0,4 0,3 P(W) 0, 0, (ohm) d. Welke vorm heeft het diagram en welk verband volgt daaruit? Dit is een omgekeerd evenredig verband tussen P en. (hyperbool) Zoals we al in de formule zagen: P e. Als je van een apparaat de weerstand verdubbelt en het op dezelfde spanning aansluit, hoe is het vermogen dan veranderd? 1 P. Dus als de weerstand tweemaal zo groot wordt, wordt het vermogen twee maal 1 zo klein. f. Verwacht je in een strijkbout een grote of een kleine weerstand? Een strijkbout heeft een groot vermogen, dus P is groot, dus is klein NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

40 53 Energiekosten van je computer Je computer met een vermogen van 40 W, staat gemiddeld 4,5 uur per dag aan. Bereken de kosten van het energieverbruik van deze computer per jaar. P 40W uur t 4,5 dag 4, E P t 40 5, s dag 4,5 1, J s ,9 jaar 9 1,4 10 kwh 3, ,6 10 jaar 1kWh 0,15. Dus de computer kost 3,9 10 0,15 59, s jaar kwh jaar 54 Oplaadkosten gsm Het opladen van je gsm gaat via een adapter die aangeeft 30 V, 600 ma. Het opladen van de batterij duurt 100 minuten. Bereken de kosten van het één maal opladen van je gsm. 30V I P? 3 A P I t 100 min s 6,0 10 E P t 30 6, W 3 1,4 10 s 6 J 1,4 10 3, kwh 3, kwh 1 1kWh 0,15. Dus het opladen van de batterij kost: 3,8 10 0,15 0, kwh-prijs van een batterij Een penlite-batterij kost 0,50 en bezit bij 1,5 V 400 mah. Wat is de prijs van 1kWh uit dit type batterijen? Geef de berekening erbij. 1,5V I P? 3 A P I 1, ,6W 6 6 3, kwh 3,6 10 J. Dus voor 1 kwh moet de batterijen s 10 s 3,6 Totale energie : E.I.t 1,5., J dat is 3, kwh Dus 1 kwh kost 0,50 3, euro NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

41 56 Kosten van standby Met een (wisselstroom)ampèremeter kun je zelf het vermogen van een tv bepalen als deze in de standby staat. a. Teken het schakelschema met netspanning en stekker van de tv. b. Bereken het vermogen als de ampèremeter 55 ma aanwijst. 30V I P? 3 A P I ,7W c. Er is ook een Cost Control (zie figuur) te koop die dit allemaal voor je uitrekent. Op welke wijze zet dit apparaat de ampères om in stroomkosten? De CC meet de stroomsterkte en de spanning. Via P I en de kwh-prijs, berekent de CC de stroomkosten. 57 Magnetron a. Waardoor is het opwarmen van een maaltijd in een magnetron energetisch voordeliger dan in een oven? De oven ( W) heeft doorgaans een groter vermogen dan een magnetron ( W). Daarnaast moet een oven langer aanstaan dan een magnetron (voorverwarmen, bakken). b. Waarom bakken we dan geen brood in een magnetron? Erg knapperig zal het brood niet worden in de magnetron. 58 Ideeën? Maak een lijst van tenminste 10 ideeën die je zou kunnen uitwerken. Individuele leerlingen opdracht, die vraagt om de creativiteit van de leerling. NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

42 Figuur 19 Hotelschakeling 59 Een hotelschakeling Als je s avonds naar boven gaat kun je beneden het licht aandoen, en het boven weer uitdoen. Dat is een simpele vorm van domotica, techniek die het comfort en de veiligheid verhoogt. De schakeling die dat doet heet een hotelschakeling (figuur 19), en is al heel lang in gebruik. Vaak hebben hotelkamers dezelfde schakeling: licht in de kamer doe je bij de deur aan en kun je bij het bed weer uitdoen. a. Zoek uit in duo s, al of niet gebruik makend van ElektriX, of je zo n schakeling kunt bouwen met gewone schakelaars. Nee. b. Hiernaast zie je twee wisselschakelaars in een schakeling. Leg aan elkaar uit wat die schakeling doet. Een wisselschakelaar is een schakelaar met drie aansluitingen. Door middel van de schakelaar kan draad 1 met draad verbonden of draad 1 met draad 3 verbonden worden. Er kan dus "gewisseld" worden tussen twee verschillende stroomkringen c. ***Ontwerp nu de hierboven beschreven schakeling. Doe dat op papier of gebruik Crocodile Clips. Gebruik een wisselschakelaar boven en beneden (zie plaatje en symbool). NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus 007 4

43 60 ***Een centrale lampenschakelaar. Mevrouw Den Besten is gehandicapt en loopt met een rollator. Als ze s avonds weg wil moet ze langs alle lampen om ze uit te doen. Vaak zitten de knopjes ook nog op een vervelende plaats. Het zou makkelijk zijn als je met 1 knop alle lampen tegelijk uit kon doen. Maar dan moet het eigenlijk wel mogelijk zijn om bij thuiskomst een willekeurige lamp gewoon weer met z n eigen schakelaar weer aan te doen. a. Probeer zo n schakeling op papier te ontwerpen, of liever nog op de computer in ElektriX of in Crocodile Clips. Kom er niet uit b. Test je ontwerp nog eens kritisch als je het klaar hebt. Doe dat in één van de genoemde simulatieprogramma s (kan ook thuis): Doet de schakeling wat je wil? Zijn er toch nog onverwachte effecten? Kun je daar nog iets aan verbeteren? 61 Veilig s nachts naar het toilet Mevrouw Den Besten moet s nachts wel eens naar het toilet. Dat is gelukkig op dezelfde verdieping als waar ze slaapt. Maar ze moet zich zonder rollator wel goed vasthouden. Wat ze graag wil is dat de lampen op de gang en in de badkamer automatisch aan gaan als ze haar slaapkamer uitkomt. a. Ontwerp zo n schakeling eerst op papier, en bouw hem dan in werkelijkheid. Als je op de pc kunt werken kan je ook bouwen in Elektrix of in Crocodile Clips. Tip: Bedenk eerst hoe je iets maakt dat reageert op de aanwezigheid van mevrouw den Besten! Je kunt denken aan een soort schakelaar die reageert op het open gaan van de deur, of op de druk die voeten uitoefenen op de drempel of een kleedje. De lamp moet natuurlijk wel aan blijven. De schakelaar onder een kleed aan het begin van de gang, doet de lamp aan, en aan het eind van de gang zit eenzelfde schakelaar om de lamp weer uit te doen. Beter: een geluidssensor, bewegingssensor. b. Kijk nog eens kritisch naar je ontwerp als je het klaar hebt, of beter: laat anderen nog eens kritisch kijken en de volgende vragen beantwoorden: - Doet de schakeling wat je wil? - Zijn er toch nog onverwachte effecten? - Hoe zit het met de veiligheid? - Welke verbeteringen zou je nog willen aanbrengen? (hoef je niet te doen beschrijven NiNa uitwerkingen Domotica, versie augustus

Werkblad 1 Serieschakeling gelijke lampjes

Werkblad 1 Serieschakeling gelijke lampjes Werkblad 1 Serieschakeling gelijke lampjes In een serieschakeling gaat de stroom door alle onderdelen. In figuur 1 gaat de stroom eerst door lampje 1, dan door lampje 2, om terug te komen bij de spanningsbron.

Nadere informatie

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken.

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken. Inleiding hv Opdracht Statische elektriciteit Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken Opdracht Serie- en parallelschakeling Leg van elke schakeling uit ) of het een serie-

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 OPGAVE 1 Teken hieronder het bijbehorende schakelschema. Geef ook de richting van de elektrische stroom aan.

Nadere informatie

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring 1 De stroom- of ampèremeter De ampèremeter is een meetinstrument om elektrische stroom te meten. De sterkte van een elektrische stroom wordt uitgedrukt in ampère, vandaar de naam ampèremeter. Voorstelling

Nadere informatie

Lessen in Elektriciteit

Lessen in Elektriciteit Lessen in Elektriciteit Door: Gaby Sondagh en Isabel Duin Eckartcollege Tegenwoordig kunnen we niet zonder elektriciteit. Het licht in de klas, de computers waar je op werkt en allerlei andere apparaten

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 - deel 2

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 - deel 2 Uitwerkingen Hoofdstuk 2 - deel 2 4 VWO 2.6 Serie en parallel 51. Vervanging 52. Bij de winkelstraat zijn de lampen parallel geschakeld en bij de kandelaar in serie. 53. Voorbeeld: Serie De stroom moet

Nadere informatie

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk PROEFWERK TECHNOLOGIE VWO MODULE 6 ELECTRICITEIT VRIJDAG 19 maart 2010 R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk 2P 2P 2P Opgave 1 Tup en Joep willen allebei in bed lezen. Ze hebben allebei een fietslampje.

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties Elektriciteit Inhoud Inleiding : Deze les Spanning: Wat is dat, hoe komt dat? Stroom(sterkte) : Wat is dat, hoe komt dat? Practicum: (I,)-diagram van een lampje en een weerstand Weerstand : Wet van Ohm

Nadere informatie

Over jezelf. Begripstest Elektriciteit BEGIN DE TEST [DOELGROEP: VMBO EN HAVO/VWO-ONDERBOUW]

Over jezelf. Begripstest Elektriciteit BEGIN DE TEST [DOELGROEP: VMBO EN HAVO/VWO-ONDERBOUW] Begripstest Elektriciteit [DOELGROEP: VMBO EN HAVO/VWO-ONDERBOUW] Deze begripstest gaat over het onderdeel elektriciteit. Als het goed is weet je al veel dingen over dit onderwerp. Met behulp van deze

Nadere informatie

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn.

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn. 2 Elektriciteit 1 2.1 Elektriciteit 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn. 2 mp3-speler dynamo fiets accu lamp op je kamer stopcontact auto batterij 3

Nadere informatie

VWO Module E1 Elektrische schakelingen

VWO Module E1 Elektrische schakelingen VWO Module E1 Elektrische schakelingen Bouw de schakelingen voor een elektrische auto. Naam: V WO Module E1 P agina 1 38 Titel: Auteur: Eigenfrequentie, VWO module E1: Elektrische schakelingen Simon de

Nadere informatie

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading.

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. itwerkingen Opgave Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. Opgave 2 Een geleider kan de elektrische stroom goed geleiden. Metalen, zout water, grafiet. c. Een isolator kan de

Nadere informatie

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2)

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2) les omschrijving 12 Theorie: Halfgeleiders Opgaven: halfgeleiders 13 Theorie: Energiekosten Opgaven: Energiekosten 14 Bespreken opgaven huiswerk Opgaven afmaken Opgaven afmaken 15 Practicumtoets (telt

Nadere informatie

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul. Hfd 3 Stroomkringen Enkele begrippen: Richting van de stroom: Stroom loopt van de plus naar de min pool Richting van de elektronen: De elektronen stromen van de min naar de plus. Geleiders en isolatoren

Nadere informatie

5 Weerstand. 5.1 Introductie

5 Weerstand. 5.1 Introductie 5 Weerstand 5.1 Introductie I n l e i d i n g In deze paragraaf ga je verschillende soorten weerstanden bestuderen waarvan je de weerstandswaarde kunt variëren. De weerstand van een metaaldraad blijkt

Nadere informatie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie 4M versie 1 Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Zan Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen,

Nadere informatie

Spanning en sensatie!!! Wat een weerstand!! Elektriciteit. 3HV H3 elektriciteit les.notebook February 13, Elektriciteit 3HV

Spanning en sensatie!!! Wat een weerstand!! Elektriciteit. 3HV H3 elektriciteit les.notebook February 13, Elektriciteit 3HV 3HH3elektriciteitles.notebook February 13, 2016 Spanning en sensatie!!! Elektriciteit Elektriciteit 3H Wat een weerstand!! Spanning en Lading + + + + 3HH3elektriciteitles.notebook February 13, 2016 + +

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A)

Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A) Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A) OPGAVE 1 Welke spanning leveren de combinaties van 1,5 volt-batterijen? Eerste combinatie: Tweede combinatie: OPGAVE 2 Stel dat alle lampjes

Nadere informatie

Elektrische huisinstallatie

Elektrische huisinstallatie Elektrische huisinstallatie Titel: Vak: Domein: Sector: 3D aspecten: Elektrische apparaten - Ontwerp een huisinstallatie Natuurkunde Energie Havo - vwo Werkwijze: Modelontwikkeling en gebruik, Onderzoeken,

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Elektrodynamica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

Elektrische energie en elektrisch vermogen

Elektrische energie en elektrisch vermogen Elektrische energie en elektrisch vermogen Grootheid Symbool Eenheid Lading Q C: Coulomb Spanning U V: Volt Stroomsterkte I A: Ampère Energie E J: Joule Weerstand R Ω: Ohm Spanning: noodzakelijk om lading

Nadere informatie

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.1 a Stroomkring b Geleiders en isolatoren 6.2 Chemische spanningsbron 6.3 a Schakelingen b Schakelingen (Crocodile) 6.4 a Stroom meten (Crocodile) b Schakelingen

Nadere informatie

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water 4 Elektrische energie 4.1 Introductie Inleiding Het hoofdstuk gaat over het goed en veilig functioneren van elektrische schakelingen en over wetmatigheden die gelden voor elektrische schakelingen. Je hebt

Nadere informatie

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water 4 Elektrische energie 4.1 Introductie Inleiding Het hoofdstuk gaat over het goed en veilig functioneren van elektrische schakelingen en over wetmatigheden die gelden voor elektrische schakelingen. Je hebt

Nadere informatie

Practicum Zuil van Volta

Practicum Zuil van Volta Practicum Zuil van Volta Benodigdheden Grondplaat, aluminiumfolie, stuivers (munten van vijf eurocent), filtreerpapier, zoutoplossing, voltmeter, verbindingssnoeren, schaar Voorbereidende werkzaamheden

Nadere informatie

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT Wanneer loopt er stroom? Elektrische apparaten werken alleen als er een stroom door loopt. Om de stroom te laten lopen is er altijd een spanningsbron nodig. Dat kan een

Nadere informatie

Bij een uitwendige weerstand van 10 is dat vermogen 10

Bij een uitwendige weerstand van 10 is dat vermogen 10 Elektriciteitsleer Inwendige weerstand Een batterij heeft een bronspanning van 1,5 V en een inwendige weerstand van 3,0. a. Teken de grafiek van de klemspanning als functie van de stroomsterkte. Let er

Nadere informatie

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Schakeling In de hiernaast afgebeelde schakeling kan de spanning

Nadere informatie

Elektrische stroomnetwerken

Elektrische stroomnetwerken ntroductieweek Faculteit Bewegings- en evalidatiewetenschappen 25 29 Augustus 2014 Elektrische stroomnetwerken Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen pieter.neyskens@wet.kuleuven.be Assistent: Erik

Nadere informatie

Men schakelt nu twee identieke van deze elementen in serie (zie Figuur 3).

Men schakelt nu twee identieke van deze elementen in serie (zie Figuur 3). jaar: 1989 nummer: 09 Men heeft een elektrisch schakelelement waarvan we het symbool weergeven in figuur 1. De (I,U) karakteristiek van dit element is weergegeven in de nevenstaande grafiek van figuur

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMNVATTING LKTICITIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOVLHID LADING Symbool Q (soms q) enheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen. Als je over

Nadere informatie

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1 Nota s: Energie voor de lamp 1. Probleemstelling 50 2. Transport van elektriciteit in een kring 50 2.1. Wat is een elektrische stroomkring? 50 2.2. Stromen van water - stromen van elektriciteit 51 2.3.

Nadere informatie

Serie. Itotaal= I1 = I2. Utotaal=UR1 + UR2. Rtotaal = R1 + R2. Itotaal= Utotaal : Rtotaal 24 = 10 + UR2 UR2 = 24 10 = 14 V

Serie. Itotaal= I1 = I2. Utotaal=UR1 + UR2. Rtotaal = R1 + R2. Itotaal= Utotaal : Rtotaal 24 = 10 + UR2 UR2 = 24 10 = 14 V Om te onthouden Serieschakeling Parallelschakeling Itotaal= I = I2 Utotaal=U + U2 totaal = + 2 Itotaal=I + I2 Utotaal= U = U2 tot 2 enz Voor elke schakeling I totaal U totaal totaal Itotaal= I = I2 Utotaal=U

Nadere informatie

Werkboek elektra klas 2

Werkboek elektra klas 2 Werkboek elektra klas 2 Duur 5 lessen inclusief toets 1 Inhoudsopgave blz. Stekker en lamp aansluiten 3 Stroom en spanning meten 7 Vermogen en Energie P = U x I & E = P x t 14 2 Les stekker en lamp aansluiten

Nadere informatie

JAN Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 34 punten.

JAN Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 34 punten. NATUURKUNDE KLAS 4 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK 2 JAN.. 2009 Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 34 punten. Opgave 1 (3 + 4 pt) De batterij in de hiernaast

Nadere informatie

2. maximumscore 1 Het antwoord moet de notie bevatten dat het anders levensgevaarlijk is om de mast aan te raken.

2. maximumscore 1 Het antwoord moet de notie bevatten dat het anders levensgevaarlijk is om de mast aan te raken. 1. maximumscore 1 voorbeelden van goede antwoorden zijn: aluminium is goedkoper dan koper. aluminium is lichter dan koper. 2. maximumscore 1 Het antwoord moet de notie bevatten dat het anders levensgevaarlijk

Nadere informatie

Impedantie V I V R R Z R

Impedantie V I V R R Z R Impedantie Impedantie (Z) betekent: wisselstroom-weerstand. De eenheid is (met als gelijkstroom-weerstand) Ohm. De weerstand geeft aan hoe goed de stroom wordt tegengehouden. We kennen de formules I R

Nadere informatie

Elektriciteit (deel 1)

Elektriciteit (deel 1) Elektriciteit (deel 1) 1 Spanningsbronnen 2 Batterijen in serie en parallel 3 Stroomkring 4 Spanning, stroomsterkte, watercircuit 5 Lampjes in serie en parallel 6 Elektriciteit thuis 7 Vermogen van elektrische

Nadere informatie

DEEL 6 Serieschakeling van componenten. 6.1 Doel van de oefening. 6.2 Benodigdheden

DEEL 6 Serieschakeling van componenten. 6.1 Doel van de oefening. 6.2 Benodigdheden Naam: Nr.: Groep: Klas: Datum: DEEL 6 In de vorige oefeningen heb je reeds een A-meter, die een kleine inwendige weerstand bezit, in serie leren schakelen met een gebruiker. Door de schakelstand te veranderen

Nadere informatie

havo practicumboek natuurkunde

havo practicumboek natuurkunde 3 havo practicumboek natuurkunde natuurkunde 3 havo Auteurs L. Lenders F. Molin R. Tromp Met medewerking van Th. Smits Vierde editie Malmberg s-hertogenbosch www.nova-malmberg.nl Inhoudsopgave 1 Krachten

Nadere informatie

Energie : elektriciteit : stroomkringen

Energie : elektriciteit : stroomkringen Energie : elektriciteit : stroomkringen De netspanning is uitgevallen! Pas dan merk je wat elektriciteit voor ons betekent. Geen licht, geen computer, geen playstation, het eten op het elektrisch fornuis

Nadere informatie

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6. 6.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spanningsbron

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6. 6.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spanningsbron itwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spannings Opgave 5 a De wielen die het contact vormen tussen het vliegtuig en de grond zijn gemaakt van rubber, en rubber is

Nadere informatie

QUARK_5-Thema-04-elektrische stroom Blz. 1. Grootheid Symbool Eenheid symbool Verband tussen eenheden Stroomsterkte I Ampère A 1 C

QUARK_5-Thema-04-elektrische stroom Blz. 1. Grootheid Symbool Eenheid symbool Verband tussen eenheden Stroomsterkte I Ampère A 1 C QUAK_5-Thema-04-elektrische stroom Blz. 1 THEMA 4: elektrische stroom Elektrische stroom Elektrische kring (L Verplaatsing van lading Spanningsbron -> elektrisch veld -> vrije ladingen bewegen volgens

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOEVEELHEID LADING Symbool Q (soms q) Eenheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen.

Nadere informatie

Elektriciteit. Hoofdstuk 2

Elektriciteit. Hoofdstuk 2 Elektriciteit Hoofdstuk 2 (het blijft spannend) Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden

Nadere informatie

SERIE-schakeling U I. THEMA 5: elektrische schakelingen. Theoretische berekening voor vervangingsweerstand:

SERIE-schakeling U I. THEMA 5: elektrische schakelingen. Theoretische berekening voor vervangingsweerstand: QUARK_5-Thema-05-elektrische schakelingen Blz. 1 THEMA 5: elektrische schakelingen Inleiding: PHET-opdracht ---> GEVAL-1 : SERIE-schakeling OPDRACHT: 1. bepaal de spanningspijlen en de stroomsterkten.

Nadere informatie

Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 35 punten.

Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 35 punten. NATUURKUNDE KLAS 4 PW HOOFDSTUK PW HOOFDSTUK 2 18/12/2008 Denk aan ALLE letters van FIRES! Geef duidelijke berekeningen. Er zijn 4 opgaven. Totaal 35 punten. Opgave 1 (3 + 2 + 4 pt) Een van de natuurkundeleraren

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud... 2 Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7

Nadere informatie

NaSk 1 Elektrische Energie

NaSk 1 Elektrische Energie NaSk 1 Elektrische Energie Algemeen Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Tijd Open vragen Geef niet méér antwoorden dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 4 november Brenda Casteleyn, PhD Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Elektrodynamica 4 november 2017 Brenda Casteleyn, PhD Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) 1. Inleiding

Nadere informatie

VWO-gymnasium. VWO gymnasium practicumboek. natuurkunde

VWO-gymnasium. VWO gymnasium practicumboek. natuurkunde VWO-gymnasium 3 VWO gymnasium practicumboek natuurkunde natuurkunde 3 vwo gymnasium Auteurs F. Alkemade L. Lenders F. Molin R. Tromp Eindredactie P. Verhagen Met medewerking van Th. Smits Vierde editie

Nadere informatie

Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde

Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde Technologie 1 Elektrische en elektronische begrippen Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde Opleiding Pop en Media Peet Ferwerda, januari 2002 Deze instructie wordt tijdens

Nadere informatie

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas:

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas: Namen: Klas: Windmolenpark Houten Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten Ontwikkeld door: Geert Veenstra Gerard Visker Inhoud Probleem en hoofdopdracht Blz 3 Samenwerking

Nadere informatie

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen 6. Afronding hoofdstuk 2 6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen Inleiding Bij de introductie van dit hoofdstuk heb je je georiënteerd op het onderwerp van dit hoofdstuk

Nadere informatie

Elektrische netwerken

Elektrische netwerken Deel 1: de basis H1 - H4: basisbegrippen gelijkspanning Opgaven bij hoofdstuk 1... 1 Opgaven bij hoofdstuk 2... 2 Opgaven bij hoofdstuk 3... 4 Opgaven bij hoofdstuk 4... 7 H5 - H8: basisbegrippen wisselspanning

Nadere informatie

Hoofdstuk 6 Elektriciteit. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/72547

Hoofdstuk 6 Elektriciteit. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. http://maken.wikiwijs.nl/72547 Auteur team NS Laatst gewijzigd Licentie Webadres 17 June 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/72547 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

3.2 Instapprobleem met demonstratie Schakelingen van drie lampjes

3.2 Instapprobleem met demonstratie Schakelingen van drie lampjes 3 Serie- en parallelschakeling 3.1 Introductie Inleiding In de vorige paragraaf heb je je beziggehouden met de elektrische huisinstallatie en de veiligheidsmaatregelen die daarvoor van belang zijn. Behalve

Nadere informatie

UITWERKINGEN EXTRA OPGAVEN SCHAKELINGEN

UITWERKINGEN EXTRA OPGAVEN SCHAKELINGEN UITWERKINGEN EXTRA OPGAVEN SCHAKELINGEN U. Gegevens invullen: 24 0 24-0 4 V 2a R v2 R R 2. invullen gegevens: R v2 3 4 7 28 b R tot R v. invullen gegevens: 7 dus 4 A U U c R R. invullen gegevens: 3 dus

Nadere informatie

Leerling maakte het bord volledig zelf

Leerling maakte het bord volledig zelf 3. Oefeningen en Metingen 3.. Montageoefening Bouw een paneel als volgt: lampvoeten monteren draden van de lampvoeten naar een suikertje verbindingsstuk brengen. Twee verbindingsstukken doorverbinden.

Nadere informatie

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen?

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? werkblad experiment 4.5 en 5.4 (aangepast) naam:. klas: samen met: Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? De weerstand R van een voorwerp is te bepalen als men de stroomsterkte

Nadere informatie

VANTEK Discovery set. N. B. De OPITEC bouwpakketten zijn gericht op het onderwijs. N991240#1

VANTEK Discovery set. N. B. De OPITEC bouwpakketten zijn gericht op het onderwijs. N991240#1 9 9 1. 2 4 0 VANTEK Discovery set N. B. De OPITEC bouwpakketten zijn gericht op het onderwijs. 1 Inhoudsopgave Binair rekenen Pulse en Countermodule blz. 3 Informatieverwerking Input en outputmodules blz.

Nadere informatie

Stroom uit batterijen

Stroom uit batterijen 00-Spanning WHO S3-HV 24-01-2005 12:01 Pagina 5 2 Stroom uit batterijen Je hebt gezien, dat je eigen gebouwde vruchtbatterij niet veel stroom levert. Zo n batterij past ook slecht in een diskman of MP3-speler...

Nadere informatie

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen 6. Afronding hoofdstuk 2 6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen Inleiding Bij de introductie van dit hoofdstuk heb je je georiënteerd op het onderwerp van dit hoofdstuk

Nadere informatie

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement 6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement Opgave 9 Het rendement bereken je met E nuttig en E in. E nuttig is de hoeveelheid energie die nodig is het water op te warmen. E in is de hoeveelheid energie

Nadere informatie

INLEIDING. Veel succes

INLEIDING. Veel succes INLEIDING In de eerste hoofdstukken van de cursus meettechnieken verklaren we de oorsprong van elektrische verschijnselen vanuit de bouw van de stof. Zo leer je o.a. wat elektrische stroom en spanning

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 5 Elektriciteit 1 Stroomkringen 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 2 a Een elektrische stroom bestaat uit kleine deeltjes die door geleidende materialen bewegen. b Met een stroommeter (ampèremeter)

Nadere informatie

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten.

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten. Les in het kort De leerlingen onderzoeken op welke manieren je twee of meer lampjes op één batterij kunt aansluiten (parallel of serie) en welk effect dat heeft op de felheid van de lampjes. Ze gaan uitproberen

Nadere informatie

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen. 2 ELEKTRICITEITSLEER 2.1. Inleiding Je hebt al geleerd dat elektriciteit kan worden opgewekt door allerlei energievormen om te zetten in elektrische energie. Maar hoe kan elektriciteit ontstaan? En waarom

Nadere informatie

We hangen drie metalen bollen aan een draad en we geven ze alledrie een positieve of negatieve lading. Bol 1 en 2 stoten elkaar af en bol 2 en 3 stoten elkaar af. Wat kun je nu zeggen? 1. 1 en 3 hebben

Nadere informatie

Elektriciteit thuis. Extra informatie Elektriciteit, Elektriciteit thuis, www.roelhendriks.eu

Elektriciteit thuis. Extra informatie Elektriciteit, Elektriciteit thuis, www.roelhendriks.eu Elektriciteit thuis Nuldraad, fasedraad In de elektriciteitskabel die je huis binnenkomt, bevinden zich twee draden: de fasedraad en de nuldraad. Zie de onderstaande figuur. De spanning tussen deze draden

Nadere informatie

Stevin havo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (14-06-2012) Pagina 1 van 16

Stevin havo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (14-06-2012) Pagina 1 van 16 Stevin havo deel itwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (4-06-0) Pagina van 6 Opgaven 6. De wet van Ohm a Het aantal ml komt overeen met de lading, dus het aantal ml per seonde met de stroomsterkte.

Nadere informatie

Elektrotechniek voor Dummies

Elektrotechniek voor Dummies Elektrotechniek voor Dummies Het programma Spoedcursus Elektrotechniek voor dummies Spanning/stroom Vermogen Weerstand (Resistantie) Wet van Ohm Serie/Parallel AC-DC Multimeter Componenten Weerstand Draadweerstand

Nadere informatie

9 PARALLELSCHAKELING VAN WEERSTANDEN

9 PARALLELSCHAKELING VAN WEERSTANDEN 9 PARALLELSCHAKELING VAN WEERSTANDEN Een parallelschakeling komt in de praktijk vaker voor dan een serieschakeling van verbruikers. Denken we maar aan alle elektrische apparaten die aangesloten zijn op

Nadere informatie

Practicum elektriciteit VMBO-t, Havo & Atheneum

Practicum elektriciteit VMBO-t, Havo & Atheneum De ampèremeter De elektrische stroom is te vergelijken met de hoeveelheid water die voorbij stroomt. De hoeveelheid water meet je in serie met de waterleiding. Op dezelfde wijze meet je elektrische stroom

Nadere informatie

3 Slim met stroom. Inleiding

3 Slim met stroom. Inleiding 3 Slim met stroom Inleiding Hierboven zie je allerlei elektrische apparaten. Voor de een heb je batterijen nodig. De ander steek je met een stekker in het stopcontact. Al deze toestellen gebruiken stroom.

Nadere informatie

Module E: Elektrische schakelingen over vermogen, weerstand en geleidbaarheid

Module E: Elektrische schakelingen over vermogen, weerstand en geleidbaarheid Module E: Elektrische schakelingen over vermogen, weerstand en geleidbaarheid Deze module is onderdeel van eigenfrequentie, een serie lesmodules voor bovenbouw HAVO en VWO. Deze module is mede mogelijk

Nadere informatie

Diktaat Spanning en Stroom

Diktaat Spanning en Stroom Diktaat Spanning en Stroom hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt.

Nadere informatie

Stroomkringen. opdracht 2

Stroomkringen. opdracht 2 Stroomkringen opdracht 8 Wat ga je doen? Je gaat een aantal stroomkringen maken. HIermee kun je bijvoorbeeld een lamp laten branden of een bel laten rinkelen. Lees eerst goed de opdracht en bekijk de illustratie

Nadere informatie

Elektrische techniek

Elektrische techniek AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2013 . Zowel in huis als bij voertuigen heb je met elektriciteit te maken. Hoe zit een meterkast in elkaar? Hoe werkt een elektrisch ontstekingssysteem van een motor?

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 5.1 Elektriciteit om je heen

5 Elektriciteit. 5.1 Elektriciteit om je heen 5 Elektriciteit 5.1 Elektriciteit om je heen 2 Overeenkomst: beide leveren elektriciteit. Verschil: stopcontact levert een hoge spanning en een batterij levert een lage spanning 3 spanningsbron volt penlight

Nadere informatie

Wat: Testen Energiebox AGEM Wanneer: 18 en 23 juni 2014 Wie: Rik ten Dolle. AGEM Energiebox

Wat: Testen Energiebox AGEM Wanneer: 18 en 23 juni 2014 Wie: Rik ten Dolle. AGEM Energiebox Wat: Testen Energiebox AGEM Wanneer: 18 en 23 juni 2014 Wie: Rik ten Dolle AGEM Energiebox Inhoudsopgave Apparaten om energieverbruik te meten 3 - VOLTCRAFT Energy Count 3000 LCD 3 - Stekkerdoos-schakelklok

Nadere informatie

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U Inhoud Condensator... 2 Het laden van een condensator... 3 Het ontladen van een condensator... 6 Het gedrag van een condensator in een schakeling... 7 Opgaven... 8 Opgave: Alarminstallatie... 8 Opgave:

Nadere informatie

AT-142 EPD Basis 1. Zelfstudie en huiswerk 10-08

AT-142 EPD Basis 1. Zelfstudie en huiswerk 10-08 AT-142 EPD Basis 1 Zelfstudie en huiswerk 10-08 2 Inhoud INTRODUCTIE 3 DOELSTELLINGEN 4 ELEKTRISCH METEN 5 SPANNING METEN 6 STROOM METEN 7 WEERSTAND METEN 9 BASISSCHAKELINGEN 10 ELEKTRISCH VERMOGEN 11

Nadere informatie

Energie weetjes. Stand-by functie is sluipverbruiker:

Energie weetjes. Stand-by functie is sluipverbruiker: Energie weetjes Het stroomverbruik is tussen 1950 en 2004 vervijfvoudigd. Dit komt vooral door een toename van het aantal wasdrogers, magnetrons, vaatwassers en computers in huis. In de Nederlandse huishoudens

Nadere informatie

Energiebespaar Tips!

Energiebespaar Tips! Energiebespaar Tips! Hieronder vind u een aantal tips waarmee u op uw energierekening vele euro s kunt besparen. De tips zijn verdeeld in de verschillende onderdelen waaraan u energie verbruikt in uw huis.

Nadere informatie

Energiebespaar Tips!

Energiebespaar Tips! Energiebespaar Tips! Hieronder vind u een aantal tips waarmee u op uw energierekening vele euro s kunt besparen. De tips zijn verdeeld in de verschillende onderdelen waaraan u energie verbruikt in uw huis.

Nadere informatie

4.0 Elektriciteit 2 www.natuurkundecompact.nl

4.0 Elektriciteit 2 www.natuurkundecompact.nl 4.0 Elektriciteit 2 www.natuurkundecompact.nl 4. Statische elektriciteit 4.2 Stroom in schakelingen 4.3 Wet van Ohm 4.4 a Weerstand in schakelingen b Weerstand in schakelingen (Crocodile) 4.5 Kilowattuurmeter

Nadere informatie

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1 4 VMBO-B LEERWERKBOEK DEEL A nask 1 H8 Stoffen en hun eigenschappen Inhoudsopgave 1 Licht 1 Licht en schaduw 8 2 Het spectrum van wit licht 14 3 Lenzen 21 4 Een reëel beeld tekenen 31 5 Het oog 36 6 Straling

Nadere informatie

Dag 1. Klussen in huis. Opdracht 1 Een veiligheidssymbool ontwerpen

Dag 1. Klussen in huis. Opdracht 1 Een veiligheidssymbool ontwerpen Dag 1 Opdracht 1 Een veiligheidssymbool ontwerpen Klussen in huis Jij en je partner werken als grafisch ontwerpers bij het bedrijf Veza voor Veiligheidszaken. Een klant heeft jullie ingehuurd om een symbool

Nadere informatie

Over Betuwe College Oefeningen H3 Elektriciteit deel 4

Over Betuwe College Oefeningen H3 Elektriciteit deel 4 1 Door een dunne draad loopt een elektrische stroom met een stroomsterkte van 2 µa. De spanning over deze draad is 50 V. Bereken de weerstand van de dunne draad. U = 50 V I = 2 µa R = 50V 2µA R = 2,5 10

Nadere informatie

6 Elektriciteit. Pulsar 1-2 vwo/havo uitwerkingen 2012 Noordhoff Uitgevers 1. 6.1 Elektriciteit om je heen. 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V.

6 Elektriciteit. Pulsar 1-2 vwo/havo uitwerkingen 2012 Noordhoff Uitgevers 1. 6.1 Elektriciteit om je heen. 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V. 6 Elektriciteit 6.1 Elektriciteit om je heen 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V. 2 Overeenkomst: beide leveren elektrische energie. Verschil: stopcontact levert een hoge (wissel)spanning en een batterij

Nadere informatie

NETWERKEN EN DE WETTEN VAN KIRCHHOFF

NETWERKEN EN DE WETTEN VAN KIRCHHOFF NETWERKEN EN DE WETTEN VN KIRCHHOFF 1. Doelstelling van de proef Het doel van deze proef is het bepalen van de klemspanning van een spanningsbron, de waarden van de beveiligingsweerstanden en de inwendige

Nadere informatie

Van Dijk Educatie Parallelschakeling 2063NGQ0571. Kenteq Leermiddelen. copyright Kenteq

Van Dijk Educatie Parallelschakeling 2063NGQ0571. Kenteq Leermiddelen. copyright Kenteq Parallelschakeling 2063NGQ0571 Kenteq Leermiddelen copyright Kenteq Inhoudsopgave 1 Parallelschakeling 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Doelen 5 1.3 Parallelschakeling 6 1.4 Shuntweerstand 21 1.5 Samenvatting 24

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

Deling van elektrische stroom en spanning. Student booklet

Deling van elektrische stroom en spanning. Student booklet Deling van elektrische stroom en spanning Student booklet Deling van elektrische stroom en spanning - INDEX - 2006-04-06-17:15 Deling van elektrische stroom en spanning In deze module wordt uitgelegd

Nadere informatie

Groep 6 - Les 3 Kan deze stroomkring ook?

Groep 6 - Les 3 Kan deze stroomkring ook? Leerkrachtinformatie Groep 6 - Les 3 Kan deze stroomkring ook? Lesduur: 30 minuten (zelfstandig) DOEL De leerlingen weten het verschil tussen parallel en serieschakeling. De leerlingen kunnen het geleidend

Nadere informatie