Zacco. bekennen 10 jaar, 10 jaar 1 jaar, 22 jaar zwijgen 22 jaar, 1 jaar 2 jaar, 2 jaar

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Zacco. bekennen 10 jaar, 10 jaar 1 jaar, 22 jaar zwijgen 22 jaar, 1 jaar 2 jaar, 2 jaar"

Transcriptie

1 LESBRIEF JONG & OUD Hoofdstuk 1 School of baantje? 1.1 Keuze maken Het maken van de juiste keuze is niet altijd makkelijk. Sofie staat voor de keuze de havo afmaken en daarna een hbo-opleiding te volgen of nu gaan werken en een deeltijd mbo-opleiding te volgen. Stel ze kiest voor Havo afmaken: Voordeel Havo afmaken: bredere opleiding met meer toekomstmogelijkheden. Nadeel Havo afmaken: nu beperkte mogelijkheid om geld te verdienen. 1.2 Samenwerken of niet Tara en Sofie delen samen een kamer en moeten die kamer ook opruimen. Tara en Sofie kunnen dat samen doen (dat gaat het snelst) of het aan de ander over te laten en zo optimaal te profiteren van de inzet van de ander. Zulk gedrag heet meeliftersgedrag (free rider). Je lift mee op de inspanningen van de ander en doet zelf niks. Als Tara en Sofie los van elkaar tot een beslissing komen, kiezen ze beiden voor niet-opruimen omdat dat de minste tijd kost. Niet-opruimen is voor beiden de dominante strategie. Een dominante strategie is de voordeligste strategie die iemand kiest onafhankelijk van wat de ander kiest. Toch zouden Tara en Sofie met samenwerken beter af zijn. Deze samenwerking komt niet tot stand omdat ze elkaar niet vertrouwen en bang zijn dat de ander niet gaat opruimen. Deze situatie is een voorbeeld van het gevangenendilemma of prisinor s dilemma. Het gevangenendilemma is afkomstig uit de speltheorie. De speltheorie bestudeert het nemen van beslissingen waarbij de uitkomst afhangt wat anderen doen. Het probleem - wel of niet samenwerken - staat bekend als het gevangenendilemma. Hierbij wordt er van uitgegaan dat iedereen rationeel handelt. Een gevangenendilemma kenmerkt zich door het feit dat wat de ander ook doet, je altijd dezelfde strategie kiest, de zogenaamde dominante strategie. Een dominante strategie is de voordeligste strategie die iemand kiest onafhankelijk van wat de ander kiest. Deze leidt niet tot het beste resultaat. Zie de tabel. Paco Zacco bekennen zwijgen bekennen 10 jaar, 10 jaar 1 jaar, 22 jaar zwijgen 22 jaar, 1 jaar 2 jaar, 2 jaar Verklaring cellen: (10 jaar, 10 jaar) :Als Paco bekent en Zacco ook krijgen ze beiden 10 jaar. (22 jaar, 1 jaar): Als Paco zwijgt maar Zacco bekent, krijgt Paco 22 jaar en Zacco 1 jaar. (1 jaar, 22 jaar): Als Paco bekent, maar Zacco zwijgt, krijgt Paco 1 jaar en Zacco 22 jaar. (2 jaar, 2 jaar): Als beiden zwijgen, krijgen ze beiden 2 jaar We hebben hier te maken met een dominante strategie, namelijk bekennen. Verklaring: Als Paco verwacht dat Zacco bekent, heeft hij twee mogelijkheden:. Paco bekent ook, hij krijgt dan 10 jaar.. Paco zwijgt, hij krijgt 22 jaar Bekennen levert Paco = 12 jaar voordeel op. Als Paco verwacht dat Zacco zwijgt, heeft hij twee mogelijkheden:. Paco bekent, hij krijgt 1 jaar. Paco zwijgt, hij krijgt 2 jaar. Bekennen levert Paco 2 1 = 1 jaar voordeel op. Voor Zacco is op vergelijkbare wijze bekennen de dominante strategie. 1

2 Paco en Zacco zullen dus beiden kiezen voor bekennen (ieder 10 jaar cel). Dit is niet het beste, optimale resultaat. Paco en Zacco weten dat ze beter af zijn als ze allebei zouden zwijgen. Toch komt deze uitkomst niet tot stand omdat ze elkaar niet vertrouwen. Als Paco zwijgt, is hij bang dat Zacco bekent. Paco krijgt dan 22 jaar cel, Zacco 1 jaar. Voor Zacco geldt hetzelfde. Als Zacco zwijgt, is hij bang dat Paco bekent. Zacco krijgt dan 22 jaar en Paco 1 jaar. Om het risico van de lange gevangenisstraf (22 jaar) te vermijden, zullen beiden bekennen. Omdat Paco en Zacco elkaar niet vertrouwen, komt er geen samenwerking tot stand en is de uitkomst niet optimaal. Het beste resultaat (ieder 2 jaar cel) kan alleen bereikt worden als de twee gevangenen zouden gaan samenwerken. Omdat de gevangenen elkaar niet vertrouwen komt er geen samenwerking tot stand en is de uitkomst dus niet optimaal. Pas als er een bindende afspraak is, zal er samenwerking ontstaan. Het beste resultaat (optimale situatie) kan alleen bereikt worden indien er bindende afspraken gemaakt worden. Een verschil tussen de situatie van de gevangenen en de twee zussen (Tara en Sofie) is dat de gevangenen het dilemma één keer tegenkomen, terwijl de zussen het dilemma elke week moeten oplossen. De kans op samenwerking zal toenemen als twee personen voortdurend voor hetzelfde dilemma staan. Na een aantal keren zal tot hen doordringen dat ze beiden beter af zijn als ze samenwerken. Door samenwerking zal het onderlinge vertrouwen ook toenemen. 1.3 De levensfasen We onderscheiden drie fasen: kinderfase, ouderfase en grootouderfase. Het gedrag van de ene generatie kan gevolgen hebben voor de keuzemogelijkheden van andere generaties. Daarnaast zijn er ook toekomstige generaties. Het gedrag van de huidige generaties kan invloed hebben op de keuzemogelijkheden van toekomstige generaties. Leerdoelen hoofdstuk 1 Je kunt - voordelen en nadelen van keuzes vaststellen en afwegen (zie boven bv. keuze Havo van Sophie) - aantonen wanneer er sprake is van meeliftgedrag (free rider) Van free ridergedrag is sprake als de een meelift op de inspanningen van de ander, zonder zelf iets te doen. - situaties herkennen waarin zich een gevangenendilemma voordoet. situaties van een gevangenendilemma doen zich voor daar waar beide partijen elkaar niet vertrouwen en niet tot samenwerking overgaan. Er vindt geen bindende afspraak plaats.een gevangenendilemma kenmerkt zich door het feit dat wat de ander ook doet, je altijd dezelfde strategie kiest, de zogenaamde dominante strategie. - verklaren waarom de spelers in een gevangenendilemma niet kiezen voor samenwerking. Ze vertrouwen elkaar niet waardoor er geen samenwerking tot stand komt. - verklaren dat door een bindende afspraak de spelers in een gevangenendilemma samen gaan werken. Bij een niet bindende afspraak kortom een afspraak die vrijblijvend is, vertrouwt men elkaar niet en komt dus niet tot samenwerking. Pas bij een bindende afspraak komt men tot samenwerking. - voorspellen wat de uitkomst is van een gevangenendilemma. De uikomst van een gevangenendilemma is altijd niet optimaal. Want beide gevangenen zullen bekennen, omdat ze beiden te maken hebben met een dominante strategie en niet tot samenwerking komen. 2

3 - de drie fasen van de levensloop noemen. De kinderfase, de ouderfase en de grootouderfase. Kernbegrippen hoofdstuk 1 Meelifter - free rider - dominante strategie - gevangenendilemma - prisoner s dilemma - bindende afspraak - levensloop. Gevangenenprobleem: Economiespel waarbij het evenwicht dat ontstaat wanneer beide spelers hun eigenbelang najagen voor beide spelers ongunstiger is dan het evenwicht dat ontstaat wanneer beide spelers het collectieve belang najagen. 3

4 Hoofdstuk 2 De Jeugd De overheid betaalt door de kinderbijslag mee aan de kosten van kinderen. De hoogte van de kinderbijslag hangt af van de leeftijd van het kind. Voor kinderen die na hun 16 e naar een hogeschool of universiteit gaan, krijgen de ouders geen kinderbijslag meer. Studenten kunnen studiefinanciering aanvragen. Dit is een bedrag dat een student per maand ontvangt van de overheid. De eerste eigen middelen: zakgeld, een baantje. Als je een baantje hebt, krijg je te maken met de belastingdienst. Over inkomen uit arbeid wordt door de overheid loonheffing geheven. De loonheffing bestaat uit loonbelasting en sociale premies. De werkgever houdt de loonheffing in op het brutoloon en draagt deze af aan de overheid. Door de kortingen (algemene heffingskorting en arbeidskorting) hoeven de meeste scholieren en studenten geen loonheffing te betalen over hun bijbaantjes. Als er te veel loonheffing is ingehouden en afgedragen, kan het te veel betaalde teruggevraagd worden bij de fiscus, de belastingdienst. De koopkracht Nominaal inkomen: het inkomen gemeten in geld, in euro s. Reëel inkomen: het inkomen gemeten in goederen; geeft de koopkracht weer. Bijv. Je zakgeld stijgt van 15 naar 18 en tegelijkertijd stijgen de prijzen gemiddeld met 15%. Vraag: Hoe groot is de nominale stijging van je zakgeld? Antwoord: Nieuw Oud x 100% = x 100% = 20% Oud 15 Je nominaal zakgeld is 20% gestegen. Vraag: Hoe groot is de reële stijging van je zakgeld? indexcijfer nominaal zakgeld Antwoord: indexcijfer reëel zakgeld = x 100 (= koopkracht) prijsindexcijfer Je zakgeld is reëel met 4,35% gestegen. 120 = x 100 = 104, Dus terwijl je nominaal zakgeld met 20% is gestegen, is je koopkracht, je reële zakgeld slechts 4,35% gestegen!!! Als de prijzen harder stijgen dan jouw nominaal zakgeld (bijv. met 25%), dan ga je er reëel (in koopkracht) op achteruit. 120 Kijk maar: indexcijfer reëel zakgeld = x 100 = Dus terwijl je nominaal zakgeld met 20% is gestegen, is je koopkracht, je reëel zakgeld gedaald met = 4 4%!!! 4

5 De verdeling van het inkomen Om een indruk te krijgen van de inkomensverdeling over personen of huishoudens kun je gebruik maken van een Lorenzkromme ( Lorenzcurve). De Lorenzcurve is een afbeelding van de scheefheid (= ongelijkheid) van de personele inkomensverdeling. Deze ongelijkheid kan ook worden vastgesteld door te kijken naar de verhoudingen tussen de inkomens. Als deze verhouding verandert ten gunste van de lagere inkomens, zijn de verschillen in verhouding kleiner geworden en is er sprake van nivellering. Als de verschillen in verhouding groter worden is er sprake van denivellering. Op de horizontale as staat het cumulatieve (opgestapelde) aantal mensen met een inkomen in procenten van het totale aantal mensen, te beginnen met de mensen met het laagste inkomen. Op de verticale as staat cumulatief hoeveel procent van het totale inkomen deze mensen verdienen. Hoe verder de curve van de 45-gradenlijn (diagonaal) ligt, hoe schever de inkomensverdeling. Dus hoe boller de buik hoe schever de inkomensverdeling. Als de Lorenzcurve gelijk loopt met de 45-gradenlijn (diagonaal) wil dat zeggen dat er sprake is van een volkomen gelijke inkomensverdeling iedereen verdient dan evenveel. De Lorenzcurve zegt niets over of een inkomensverdeling rechtvaardig is of onrechtvaardig. De Lorenzcurve geeft alleen informatie over de verdeling van het inkomen (verhouding tussen arm en rijk). Je kunt wel constateren of de inkomensverdeling schever (ongelijker) of minder scheef (gelijker) is geworden. Over de hoogte van het inkomen kun je niets zeggen. Zorg dat je zelf een Lorenzcurve kunt tekenen (met uiteraard altijd gecumuleerde getallen en beginnen met de inkomensontvangers die het minst verdienen) Een voorbeeld van herverdeling van het inkomen (voorbeeld uit de lesbrief over ieders bijdrage in de gezamenlijke vakantiepot). 1. iedereen betaalt hetzelfde bedrag dit werkt denivellerend de verhouding tussen arm en rijk wordt groter eenzelfde bijdrage ( 200) is voor een arm iemand in verhouding veel meer dan voor een rijk iemand de Lorenzcurve gaat boller lopen (verder van de diagonaal verwijderd) de inkomensverdeling wordt schever. 2. iedereen betaalt hetzelfde percentage van het inkomen dit heeft geen invloed op de inkomensverdeling de verhouding tussen arm en rijk blijft hetzelfde met de Lorenzecurve gebeurt niks. 3. hoge inkomens betalen procentueel meer dan lage inkomens dit werkt nivellerend de verhouding tussen arm en rijk wordt kleiner de Lorenzecurve gaat minder bol lopen (dichter bij de diagonaal) de inkomensverdeling wordt minder scheef. Consumeren: het uitgeven van geld voor eigen behoeftebevrediging. Sparen: het niet consumeren van een deel van het inkomen. Als je spaart, stel je consumptie uit, je verplaatst de besteding naar de toekomst. Als je geld leent, gebeurt het omgekeerde van sparen. De consumptie wordt naar voren gehaald, het koopmoment ligt vóór het moment dat je het inkomen ontvangt!!! Ruilen over de tijd!!!!!! Wie spaart, stelt consumptie uit. Het moment van consumeren wordt verplaatst naar de toekomst. Als iemand geld leent, wordt dat gebruikt om consumptie te vervroegen. Zowel bij het uitstellen als bij het vervroegen van de consumptie is er sprake van ruilen over de tijd. Geld verdienen en uitgeven gebeuren in verschillende periodes, zie onderstaande figuur. 5

6 Figuur: Ruilen over de tijd Sparen Ontvangst tijd Besteding van inkomen van inkomen Lenen Besteding tijd Ontvangst van inkomen van inkomen Wie leent, moet rente betalen. Rente is het bedrag dat je betaalt voor het lenen van geld. Ook bij sparen kan rente een rol spelen. Rente is dan het bedrag dat je ontvangt voor het uitstellen van consumptie. Maar niet alleen de hoogte van de rente speelt een rol bij ruilen over de tijd. Ook prijsstijgingen en verwachte prijsstijgingen hebben invloed op de afweging tussen besteden en sparen. Een stijging van de rente maakt lenen minder aantrekkelijk (geld lenen wordt duurder) en sparen meer aantrekkelijk (uitstellen consumptie is voordeliger). Een stijging van de prijzen als de prijzen harder stijgen dan de rente nu kopen (lenen) als de prijzen minder hard stijgen dan de rente later kopen (sparen) Een verwachte prijsstijging nu kopen, straks wordt alles nog duurder. 6

7 Hoofdstuk 3 Werken en leven Als iemand in loondienst als werknemer werkt, ontvangt hij loon of salaris. Ben je zelfstandig dan heet je beloning winst. Naast loon en winst zijn er nog enkele andere bronnen van inkomen. Rente (intrest) krijg je over spaargeld. Huur en pacht zijn de beloningen als iemand een gebouw of grond aan een ander ter beschikking stelt. Primaire inkomens: de inkomens verdiend in het productieproces door het ter beschikking stellen van productiefactoren aan de productie. Het bestaat uit loon + winst + rente + huur + pacht. Werken in loondienst Berekening inkomensheffing Als je in loondienst werkt, wordt de loonheffing ingehouden, die bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen. De loonheffing is een voorschot op de inkomensheffing die achteraf per jaar wordt vastgesteld over het totale inkomen in dat jaar. bruto jaarinkomen aftrekposten belastbaar inkomen - (pensioenpremies, rente over een hypothecaire lening ter financiering van de eigen woning, reiskostenaftrek als je naar je werkt gaat per OV of met de fiets). Hoeveel heffing je moet betalen over het belastbaar inkomen wordt berekend aan de hand van de zogenaamde belastingschijven. Tabel: Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2009 schijf loon op omvang percentage heffing over de gecumuleerde jaarbasis schijf (tarief) totale schijf heffing 1 t/m ,90% t/m ,85% t/m ,00% meer dan ,00% Het heffingspercentage of tarief van de eerste en tweede schijf bestaat zowel uit inkomstenbelasting als premie volksverzekeringen. Het percentage premie volksverzekeringen bedraagt in beide schijven 31,15%. Het tarief in de derde en vierde schijf bestaat geheel uit inkomstenbelasting. Over elke schijf wordt een heffing berekend die per schijf naar beneden wordt afgerond op hele euro s. Vervolgens worden die bedragen opgeteld. Van de totaalbedrag worden vervolgens de heffingskortingen afgetrokken. Voorbeelden van heffingskortingen zijn de algemene heffingskorting 2.007, de arbeidskorting 1.504, alleenstaande ouderkorting enz. In Nederland kennen we een progressief belastingsysteem: dat wil zeggen naarmate je meer verdient, moet je in verhouding (procentueel) meer belasting betalen. Dit heet ook wel het draagkrachtbeginsel: De sterkste schouders dragen in verhouding de zwaarste lasten. Dit leidt tot nivellering: het in verhouding kleiner maken van de inkomensverschillen. Progressief belastingstelsel: Naarmate je meer verdient, betaal je procentueel meer belasting over je inkomen: de gemiddelde belastingdruk stijgt. Degressieve belasting: Naarmate je meer verdient, betaal je procentueel minder belasting over je inkomen: de gemiddelde belastingdruk daalt. 7

8 Proportioneel belastingstelsel: Naarmate je meer verdient, betaal je procentueel evenveel belasting over je inkomen: de gemiddelde belastingdruk blijft gelijk Denivelleren: De inkomensverhoudingen groter maken. Het gaat niet om het verschil tussen rijk en arm, maar over de verhouding! Een voorbeeld. Als A eerst 1000 verdient en B 2000 is de verhouding tussen het inkomen van A en B 1 : 2. Als A nu 500 gaat verdienen en B 1500 blijft het verschil 1000 maar de verhouding wordt 1 : 3. De inkomens zijn gedenivelleerd, in verhouding zijn de verschillen groter geworden; eerst verdiende B twee zo veel als A en nu drie keer zo veel. Nivelleren: De inkomensverhoudingen kleiner maken. Het gaat niet om het verschil tussen rijk en arm, maar over de verhouding! Een voorbeeld. Als A eerst 1000 verdient en B 2000 is de verhouding tussen het inkomen van A en B 1:2. Als A nu 1500 gaat verdienen en B 2500, blijft het verschil 1000 maar de verhouding wordt 1 : 1,67. De inkomens zijn genivelleerd, in verhouding zijn de verschillen kleiner geworden; eerst verdiende B twee keer zo veel als A en nu 1,67 keer zo veel. Gemiddelde belastingtarief (belastingdruk): Hoeveel procent van het inkomen je aan belastingen betaalt. Belastingen Gemiddelde belastingdruk = x 100% Inkomen Marginale belastingtarief (belastingdruk):het belastingtarief (belastingpercentage) over je laatst verdiende euro. Een eigen bedrijf beginnen Produceren: het voortbrengen van goederen of diensten met als doel het verwerven van een inkomen door de verkoop van die goederen en diensten. Produceren doe je met behulp van de productiefactoren. Productiefactoren: - natuur - arbeid - kapitaal - ondernemersactiviteit (ondernemerschap) Primair inkomen: het inkomen verdiend in het productieproces - loon beloning voor het leveren van arbeid - rente beloning voor het ter beschikking stellen van kapitaal - huur vergoeding voor kapitaal (verhuren gebouwen of machines) - pacht beloning voor het ter beschikking stellen van een stuk natuur - winst beloning voor ondernemersactiviteit (het zo winstgevend mogelijk combineren van arbeid, kapitaal en natuur). Investeren: het kopen van kapitaalgoederen Kapitaalgoederen (Investeringsgoederen): zijn goederen die worden aangeschaft met als doel ermee te produceren en een inkomen te verkrijgen. 8

9 Uit de administratie kunnen productiecijfers worden afgeleid. De belangrijkste onderdelen van een administratie zijn de balans en de resultatenrekening ( winsten verliesrekening). Balans: is een momentopname van de bezittingen van een bedrijf en het vermogen dat laat zien op welke manier de bezittingen zijn gefinancierd. Op een balans staan voorraadgrootheden (dat wil zeggen grootheden die worden geregistreerd op een bepaald moment of tijdstip). Een balans is altijd in evenwicht (daar zorgt het eigen vermogen voor, dat is de sluitpost) De bezittingen, ook wel activa genoemd, staan links op de balans. Rechts op de balans staat het vermogen of de passiva. Als de bezittingen zijn gefinancierd met vreemd vermogen heeft het bedrijf een schuld. Schema balans Activa Balans op Passiva Vaste activa: - gebouwen Eigen vermogen - machines - grond Vlottende activa: - voorraden Lang vreemd vermogen - debiteuren Liquide activa: - rekening-courant Kort vreemd vermogen: - kas - crediteuren Totaal Totaal Activa: bezittingen Vaste kapitaalgoederen: (Vaste activa) kapitaalgoederen die langer dan een productieproces meegaan, zoals machines, fabrieken, kantoren. Vlottende kapitaalgoederen: kapitaalgoederen die slechts één productieproces meegaan, (Vlottende activa) zoals grondstoffen en hulpstoffen, energie, voorraden etc. Liquide activa: (Liquide middelen) Passiva: Eigen vermogen: Vreemd vermogen: kasgeld en rekening-courant ( betaalmiddelen die direct kunnen worden gebruikt om iets te kopen) het vermogen bezittingen min schulden schulden Lang vreemd vermogen: leningen die pas na jaren hoeven worden afgelost Kort vreemd vermogen: leningen die binnen een jaar terugbetaald moeten worden Crediteuren: Debiteuren: kortlopende schulden aan leveranciers vorderingen op afnemers (afnemers die nog moeten betalen) 9

10 Resultatenrekening: (winst- of verliesrekening) een overzicht van kosten en opbrengsten over een bepaalde periode). Op een resultatenrekening staan stroomgrootheden (dat wil zeggen grootheden die worden geregistreerd over een periode, bijv. een jaar) Een resultatenrekening is ook altijd in evenwicht. Opbrengsten: omzet Winst: het positieve verschil tussen opbrengsten (omzet) en kosten Verlies: het negatieve verschil tussen opbrengsten (omzet) en kosten Schema resultatenrekening Kosten Resultatenrekening over 2006 Opbrengsten Inkoopkosten Omzet Loon Huur Rente Pacht (Winstsaldo) (Verliessaldo) Totaal Totaal Om de totaaltellingen gelijk te maken zetten we een winstsaldo aan de kostenkant. Omgekeerd komt een eventueel verliessaldo aan de kant van de opbrengsten.!!! Het resultaat heeft invloed op de balans. Een positief resultaat, de winst, valt toe aan de eigenaar. De eigenaar moet over de winst wel belasting betalen. Als de winst in het bedrijf blijft, wordt het aan het eigen vermogen toegevoegd. Bij een negatief resultaat is er verlies en neemt het eigen vermogen af. Toegevoegde waarde Het productieproces wordt gezien als een proces dat bestaat uit het toevoegen van waarde aan de ingekochte grond- en hulpstoffen. De waarde die wordt toegevoegd aan de ingekochte grond- en hulpstoffen noemen we productiewaarde (= toegevoegde waarde) Toegevoegde Waarde = Omzet (inkoopwaarde van de grond- en hulpstoffen en diensten van derden) diensten van derden: diensten van andere bedrijven bijv. vervoersdiensten, verzekeringen. De toegevoegde waarde wordt als beloning (te weten, loon, rente, pacht, huur winst) uitgekeerd aan de productiefactoren. Het toevoegen van waarde leidt dus niet alleen tot het ontstaan van productiewaarde maar tegelijkertijd ook tot het ontstaan van inkomens. De waarde van de productie is dus per definitie gelijk aan de inkomens die daardoor ontstaan. Dus Productie = Inkomen!!!!! Uit de resultatenrekening kunnen we het inkomen = productie aflezen. Te weten: Inkomen = Loon + huur + rente + pacht + winst Toegevoegde Waarde = Productiewaarde = Omzet Inkoopkosten. 10

11 Hoofdstuk 4 Verzekeren Iedereen loopt risico s in het leven. Risico is de verwachte schade van een gebeurtenis. Twee factoren bepalen de omvang van een risico: de kans op een gebeurtenis en de schade als gevolg van die gebeurtenis. In formule: risico (verwachte schade) = kans op een gebeurtenis x schade als gevolg van die gebeurtenis Het inschatten van risico s gaat gepaard met onzekerheid. Om een risico goed in te schatten is informatie nodig. Er zijn twee soorten risico s: vrijwillige risico s (risico s die bewust worden gekozen bv. deelname aan skivakantie (botbreuk)) en onvrijwillige risico s (risico s die niet te vermijden zijn bv. ziek worden) De meeste mensen houden niet van risico s, zij zijn risicoavers. (Risicoaversie dat wil zeggen afkerigheid van risico). Mensen willen risico s zo veel mogelijk vermijden. Mensen kunnen risico s verminderen door zich te verzekeren. Verzekeren wil zeggen dat mogelijke schade wordt vergoed. Er hangt wel een prijskaartje aan verzekeren: er moet premie betaald worden. De hoogte van de premie die iemand betaalt, hangt af van het bedrag dat hij wil verzekeren en het risico dat de verzekeringsmaatschappij loopt. Een verzekeraar (verzekeringsmaatschappij) heeft een informatieachterstand ten opzichte van de verzekeringsnemer. De verzekeraar kent alleen het gemiddelde risico van alle verzekerden. Maar hij weet niets over het risico van een individuele consument. Er is sprake van informatieasymmetrie (verschillende spelers beschikken over verschillende informatie): de verzekeringsnemer heeft meer informatie over het te verzekeren risico dan de verzekeraar. Door asymmetrische informatie ontstaan er voor de verzekeraar twee problemen:. averechtse selectie: alleen mensen met hoog risico sluiten een verzekering af, terwijl mensen met een laag risico zich niet zullen verzekeren.. moreel wangedrag (moral hazard): mensen die een verzekering hebben afgesloten hebben de neiging om zich roekelozer te gedragen. Ze zijn immers toch verzekerd. Beide problemen verhogen het gemiddeld risico per verzekerde, waardoor de verzekeraar gedwongen wordt om zijn premies te verhogen. De verzekeraar heeft drie mogelijkheden om het probleem van asymmetrische informatie op te lossen:. Informatie verzamelen: de verzekeraar probeert zijn informatieachterstand te verkleinen door informatie te verzamelen over het individuele risico van de potentiële verzekeringsnemer.. premiedifferentiatie: de verzekeraar hanteert verschillende premies bij verschillende groepen verzekerden. De hoogte van de premie is dan afhankelijk van het risicoprofiel van de betreffende groep. Een bonus-malussysteem is ook een vorm van premiedifferentiatie; een verzekeringsnemer die jaren achtereen geen schade claimt, wordt beloond met een lagere premie.. Het invoeren van een eigen risico. Een eigen risico kan bijdragen aan het terugdringen van moreel wangedrag. De verzekerde moet immers een deel van de schade zelf betalen en zal zich daarom minder roekeloos gedragen. Deze methoden om moreel wangedrag en averechtse selectie tegen te gaan worden bij onvrijwillige risico s vaak als onrechtvaardig gezien. De overheid stelt daarom bepaalde verzekeringen voor iedereen verplicht tegen een vaste, voor iedereen gelijke premie. Zo dwingt de overheid solidariteit af tussen mensen die een laag risico dragen en mensen die een hoog (maar onvrijwillig) risico hebben. 11

12 Particuliere en sociale verzekeringen Particuliere verzekeringen: - kun je op eigen initiatief sluiten (met andere woorden, het is niet verplicht) - verzekeringsmaatschappijen mogen klanten weigeren - de hoogte van de premie is afhankelijk van het risico dat de verzekeringsmaatschappij loopt - voorbeelden: brandverzekering, fietsverzekering, reisverzekering Sociale verzekeringen: - zijn verplicht - verzekeringsmaatschappijen mogen klanten niet weigeren (acceptatieplicht) - solidariteit speelt een belangrijke rol (de rijke komt op voor de arme, de gezonde voor de zieke, de werkende voor de werkloze). De premie wordt dus geheven naar draagkracht. Wie meer inkomen heeft moet meer premie betalen. - voorbeelden: ZW, WW, AKW, AOW De sociale verzekeringen verdelen we in werknemersverzekeringen en volksverzekeringen. De werknemersverzekeringen: - alleen verplicht voor mensen in loondienst. - de uitkering is een percentage van het inkomen - voorbeelden: WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen), WW (Werkloosheidswet), ZW (Ziektewet) Doel: bij alle opvangen inkomensverlies Volksverzekeringen: - verplicht voor alle mensen die in Nederland wonen. - de uitkering is meestal onafhankelijk van het inkomen (ieder hetzelfde bedrag) - voorbeelden: AOW (Algemene Ouderdomswet), ANW (Algemene Nabestaandenwet), AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) en AKW (Algemene Kinderbijslagwet) Doel bij AOW en ANW opvangen inkomensverlies Doel bij AWBZ en AKW opvangen hoge kosten Bij volksverzekeringen is er meer sprake van solidariteit, want de premie is net als bij de werknemersverzekeringen inkomensafhankelijk, maar de uitkering is voor ieder hetzelfde bedrag, terwijl bij een werknemersverzekering de uitkering afhankelijk is van het laatstverdiende loon. De zorgverzekeringswet (ZVW) is geen volksverzekering, hoewel het er veel op lijkt. Het is een particuliere verzekering met veel kenmerken van sociale verzekering. Zo is iedereen verplicht om een basisverzekering af te sluiten, waarvan de premie deels inkomensafhankelijk is. Er is geen risicoselectie dat wil zeggen de verzekeringsmaatschappijen moeten iedereen accepteren (acceptatieplicht). Mensen met een laag inkomen krijgen van de overheid een zorgtoeslag, als bijdrage in de premie voor de zorgverzekering. Kortom: de Zorgverzekeringswet is gebaseerd op solidariteit en wel om de volgende redenen: - de premie is inkomensafhankelijk (hoe meer inkomen, hoe hoger de premie) - er is geen risicoselectie (gezonden solidair met de zieken) - de zorgtoeslag voor de lagere inkomens wordt betaald uit de algemene middelen (belastingen) 12

13 Wie draait er op voor de kosten bij volksverzekeringen en werknemersverzekeringen? De premie voor de volksverzekeringen worden via de inkomensheffing betaald. De werkgevers betalen de premie voor ziekteverzuim (ZW) en arbeidsongeschiktheid (WIA). Werkgevers vinden het onrechtvaardig dat ze loon moeten doorbetalen van werknemers die door eigen schuld verzuimen (denk aan sociale risico s, buiten het werk bijv. sportblessures, drankgebruik, privéproblemen enz.) Risico en acceptatie bij een ziektekostenverzekering In de gezondheidszorg is het verschil tussen goede en slechte risico s groot. 50% van de verzekerden veroorzaken 98% van de kosten. Goede risico s zijn de mensen die weinig kosten veroorzaken, slechte risico s zijn de mensen die veel kosten veroorzaken. Bij het afsluiten van een ziektekostenverzekering is er sprake asymmetrische informatie (= ongelijke informatie). De verzekerde weet meer over de kans op ziektekosten dan de verzekeraar. De verzekeraar gaat uit van de gemiddelde kans op een uitkering. Als hij aan alle verzekerden dezelfde premie berekent, subsidieert de gezonde verzekerde de verzekerde met veel ziektekosten. Bij een niet-verplichte verzekering is de kans groot dat de goede risico s de verzekering opzeggen, en het risico zelf op zich nemen. Gevolg is dat alleen de slechte risico s zich blijven verzekeren. Dan zullen de premies stijgen waardoor nog meer mensen die weinig ziektekosten hebben de verzekering opzeggen. Bij de verzekeraar blijven uiteindelijk alleen de slechte risico s over, terwijl het bedrijf juist graag de goede risico s verzekert. Als alleen de slechte risico s zich verzekeren en de goede niet, dan noemen we dit averechtse selectie. Als de overheid niet ingrijpt in de ziektekostenverzekering is een groot aantal risico s onverzekerbaar. Mensen met chronische ziekten zoals reuma of diabetes, die veel en dure medicijnen gebruiken, zouden door alle verzekeraars worden geweigerd of een zeer hoge premie moeten betalen. Om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden, heeft de overheid aan de zorgverzekeraars een acceptatieplicht opgelegd. De verzekeraars zijn verplicht ieder verzekerde die zich aanmeldt voor het basispakket te accepteren tegen dezelfde premie. Er bestaat ook een eigen risico per verzekerde per jaar (in 2011 ongeveer 170). De verzekerde moet de eerste 170 aan ziektekosten in een jaar zelf betalen). De voorstanders van het eigen risico zeggen dat een eigen risico moreel gevaar (= moral hazard) vermindert. Moreel gevaar is het risico dat mensen zich roekeloos of onverantwoordelijk gaan gedragen omdat ze toch verzekerd zijn. De bedoeling is dat de verzekerden door een eigen risico minder gebruik maken van de gezondheidszorg. De basisverzekering dekt niet alle kosten. Daarom bieden verzekeraars aanvullende verzekeringen aan (extra tandartsverzekering, alternatieve geneeswijzen etc.) De aanvullende verzekeringen zijn particuliere verzekeringen en vrijwillig. Er kan dus marktwerking optreden (verzekeringsmaatschappijen concurreren met elkaar om de klanten) Klanten met een te groot risico kunnen bij aanvullende verzekeringen door de verzekeringsmaatschappij geweigerd worden. Bij de meeste particuliere en sociale verzekeringen worden de ontvangen premies gebruikt om de uitkeringen in dat jaar te betalen (dit heet het omslagstelsel) Daarnaast kennen we het kapitaaldekkingsstelsel. De ontvangen premies wordt door de verzekeringsmaatschappijen belegd om in de toekomst de uitkeringen te kunnen betalen. Bij (bedrijfs)pensioenen, levensverzekeringen, overlijdensverzekeringen en uitvaartverzekeringen wordt het kapitaaldekkingsstelsel gebruikt. Bij het kapitaaldekkingsstelsel wordt er geruild over de tijd. Mensen leggen tijdens hun werkzame leven geld opzij voor een inkomen (bijvoorbeeld pensioen) of dekking van hoge kosten (uitvaart) in de toekomst. 13

14 Hoofdstuk 5 Het Huishouden Koophuis of huurhuis? Een huurder betaalt alleen maar huur. Bij koop moet rekening gehouden worden met de hypotheeklasten zoals rente en aflossing, onderhoudskosten, verzekeringskosten en onroerende-zaakbelasting (een gemeentelijke belasting voor eigenaren van onroerende goederen). Onroerende goederen zijn niet verplaatsbare goederen, zoals gebouwen en grond. Een hypothecaire lening is een geldlening met een lange looptijd en een onroerend goed als onderpand. Aantrekkelijk is dat de rente van een hypothecaire lening aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting. Om een verantwoorde beslissing te nemen, vergelijk je de huur van het huurhuis met de netto woonlasten van een koopwoning. De netto woonlasten bestaan uit:. de rente van de hypothecaire lening na aftrek van het belastingvoordeel. de onderhoudskosten. verzekeringspremie. belastingen wegens het bezit van de woning. opofferingskosten (de rente die ze mislopen op het spaargeld dat ze in het huis hebben gestoken) Voorraadgrootheden: deze worden op een moment gemeten, bijvoorbeeld bedrag spaartegoed, waarde van het huis, hypotheekbedrag. Stroomgrootheden: deze hebben betrekking op een periode, bijvoorbeeld inkomen, rentebedrag, onderhoudskosten, belastingbedrag. Inflatie: stijging van het gemiddeld prijspeil. Hoe meten we inflatie? Via de Consumentenprijsindex (CPI). De Consumentenprijsindex komt als volgt tot stand: In formule: - via een budgetonderzoek worden de wegingsfactoren berekend. budgetonderzoek: onderzoek uitgevoerd door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) naar het bestedingsgedrag van gezinnen wegingsfactoren: de wegingsfactoren geven aan welk deel van de totale uitgaven aan een bepaalde artikelgroep wordt uitgegeven. Omdat niet elke prijsstijging even zwaar meetelt, gebruikt men wegingsfactoren. - Na onderzoek van de prijsontwikkeling van de betreffende goederen en diensten komt men tot de (partiële) prijsindexcijfers. - Als deze partiële prijsindexcijfers worden gewogen en opgeteld, kom je tot het (samengestelde gewogen) Consumentenprijsindexcijfer. (wegingsfactoren x prijsindexcijfers) (gewogen) Consumentenprijsindex = wegingsfactoren betekent som van 14

15 "Consumentenprijsindex": geeft het gemiddeld prijsverloop weer van een pakket goederen en diensten dat in een basisperiode (bijv. jaar 2005 = 100) door een standaardgezin werd gekocht. Een reeks van deze cijfers geeft de ontwikkeling aan van de stijging of daling van de kosten van levensonderhoud, dus van inflatie ( = stijging gemiddeld prijspeil) of deflatie (= daling gemiddeld prijspeil). Een rekenvoorbeeld: (2005 = 100) Wegingsfactor Prijsindexcijfer (2006) Prijsindexcijfer (2007) Voeding Kleding Huisvesting Verzorging Verzekeringen Diversen CPI (Consumentenprijsindex)... Hoe berekenen we het CPI voor 2006? Rond af op een decimaal. Oplossing: (20 x 110) + (15 x 125) + (18 x 90) + (5 x 105) + (25 x 95) + (17 x 112) = 104, Het CPI voor 2006 bedraagt afgerond op een decimaal 105,0. Dit wil zeggen dat het algemeen prijspeil in % hoger ligt dan in Het CPI voor 2007 bedraagt: (20 x 112) + (15 x 120) + (18 x 95) + (5 x 107) + (25 x 105) + (17 x 108) = 107, Het CPI voor 2007 bedraagt afgerond op een decimaal 107,5. Dit wil zeggen dat het algemeen prijspeil in ,5% hoger ligt dan in Hoe hoog is nu de inflatie (stijging algemeen prijspeil) in het jaar 2007 geweest? Antwoord: Nieuw Oud 107, x 100% = x 100% = 2,4% Oud 105 De Consumentenprijsindex speelt een rol bij: a) de CAO-onderhandelingen -> werknemers eisen meestal minstens prijscompensatie: een loonsverhoging die voldoende is om de stijging van de prijzen op te vangen, zodat werknemers er in koopkracht niet op achteruit gaan. b) het omzetten van nominale grootheden in reële grootheden. 15

16 Indexcijfer nominaal inkomen (NIC) Indexcijfer reëel inkomen = x 100 (RIC) Prijsindexcijfer (PIC) Het basisjaar wordt ongeveer om de vijf jaar verlegd. De belangrijkste reden voor de periodieke verlegging van het basisjaar is dat het bestedingspatroon van de gezinnen in de loop van de tijd verandert. Bovendien geven gezinnenhun geld uit aan nieuwe producten terwijl andere producten verdwijnen. Er zijn drie redenen waarom de bestedingsgewoonten veranderen: (a) de behoeften van de mensen veranderen; (b) de prijsverhoudingen van artikelen veranderen door steeds goedkopere productiemethoden (automatisering); (c) de inkomens van mensen veranderen. Tenslotte moet nog gewezen worden op de beperkte gebruiksmogelijkheden van de Consumentenprijsindex want: 1. het is gebaseerd op een standaardpakket goederen en diensten (een gemiddelde) dat voor heel weinig gezinnen geldt; 2. het standaardpakket is al snel verouderd; 3. het indexcijfer slaat alleen op gezinsconsumptie en dus op consumptiegoederen. Hoge inflatie wordt als ongewenst gezien. Aan inflatie zitten namelijk nadelen: (1) het geld wordt reëel minder waard: met dezelfde hoeveelheid geld kun je minder kopen dan eerst. Dit heet geldontwaarding. Een inflatie van 100% (de prijzen verdubbelen dus) leidt tot een geldontwaarding van 50% (je kunt nog maar de helft van het aantal goederen kopen met een gelijk geldbedrag als voor de inflatie) indexcijfer nominaal 100 Berekening: indexcijfer reëel = x 100 = x 100 = 50 indexcijfer prijzen 200 De geldontwaarding bedraagt = 50 50%. Zo leidt een inflatie van 25% tot een geldontwaarding van? x 100 = De geldontwaarding bedraagt = 20 20%. Zo leidt een inflatie van 25% tot een geldontwaarding van 20% (2) Wanneer de Nederlandse inflatie hoger is dan in het buitenland verslechtert de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Hierdoor kan de export en dus de productie dalen. Dat betekent ook een daling van de werkgelegenheid. (3) Bij hyperinflatie neemt het vertrouwen in het geld af. (4) Inflatie beïnvloedt het leen- en spaargedrag. Lenen van geld wordt gestimuleerd, sparen wordt afgeremd. 16

17 Als de prijzen dalen spreken we van deflatie. Ook deflatie kan voor de economie als geheel zeer nadelige gevolgen hebben. Omdat consumenten verwachten dat de prijzen zullen dalen stellen zij hun aankopen uit. De bestedingen zakken in. Daardoor daalt de productie en moeten bedrijven mensen ontslaan. Hoofdstuk 6 Senioren Waarvan leven 65-plussers? Er zijn diverse inkomensbronnen voor 65-plussers: (a) AOW (b) aanvullend bedrijfspensioen (c) opbrengsten uit spaargeld en beleggingen (d) inkomen uit arbeid (voor diegenen die na hun 65 ste blijven doorwerken) zie (a) AOW ( Algemene Ouderdomswet) De AOW werd in 1957 ingevoerd. Omdat het parlement de AOW meteen wilde invoeren voor de toenmalige 65-plussers moest er gekozen worden voor een omslagstelsel. Omslagstelsel: een financieringsstelsel waarbij de jaarlijks op te brengen premies zijn afgestemd op het totaal van de jaarlijkse uitkeringen (bijv. bij de financiering van de volksverzekeringen). zie (b) bedrijfspensioenen De AOW-uitkering verschaft een minimuminkomen. Veel 65-plussers vinden alleen een AOW-uitkering te karig. Ze kunnen er tijdens hun werkzame leven voor kiezen extra te gaan sparen. Soms is dat extra sparen voor de oude dag vrijwillig maar veel werknemers moeten dit doen via een pensioenregeling (gedwongen besparing). De pensioenuitkering is geen vervanging van, maar een aanvulling op de AOW-uitkering. Iemand die 40 jaar premie betaalt, krijgt een zodanige aanvulling op de AOW, dat het totale inkomen 70% van het laatstverdiende loon of 80% van het gemiddeld verdiende loon bedraagt. Pensioen is uitgesteld loon: er wordt geruild over de tijd. De pensioenfondsen beheren de betaalde premies en ze betalen de uitkeringen. De premiegelden worden belegd in onder andere aandelen, obligaties en onroerend goed. De pensioenfondsen willen een zo groot mogelijk rendement halen op hun beleggingen. De bedrijfspensioenen worden gefinancierd via het kapitaaldekkingsstelsel. Kapitaaldekkingsstelsel: een financieringsstelsel waarbij uit de op te brengen premies vermogen wordt gevormd voor de financiering van uitkeringen in de toekomst (bijv. bij bedrijfspensioenen). De pensioenfondsen willen een zo groot mogelijk rendement halen op hun beleggingen. Daarbij moeten ze letten op de risico s die ze lopen. De risico s verbonden aan het beleggen in aandelen zijn veel groter dan bij beleggen in obligaties. Aandelen: een bewijs van mede-eigendom van een onderneming. Een onderneming geeft aandelen uit om met het verkregen geld activa zoals gebouwen, machines en voorraden met eigen vermogen te kunnen financieren. De onderneming betaalt het aandelenvermogen niet terug en het geld blijft dus permanent ter beschikking. Gaat het bedrijf failliet dan is de aandeelhouder de hele waarde van de aandelen of een groot deel daarvan kwijt. 17

18 Het rendement ( winstuitkering / dividend en koersveranderingen) op aandelen kan sterk variëren. Obligaties: langlopende schuldbewijzen van bedrijven of overheid met een vaste rente en een vaste looptijd. De belegger die obligaties heeft, krijgt elk jaar een vaste rente. Aan het einde van de looptijd krijgt hij het ingelegde geld terug (gegarandeerde aflossing). Rente: de beloning voor het beschikbaar stellen van geld. Waardevaste uitkeringen: de koopkracht van de uitkering blijft gelijk. Een waardevaste uitkering stijgt mee met het gemiddelde prijsniveau; waardevaste uitkeringen zijn in Nederland gekoppeld aan de consumentenprijsindex (CPI) Welvaartsvaste uitkeringen: uitkeringen die meegaan met de gemiddelde stijging van CAOlonen in het bedrijfsleven. zie (c) opbrengsten uit spaargeld en beleggingen Rente heeft invloed op de beurskoers van aandelen: - Als de rente op spaartegoeden en obligaties daalt, zal de vraag naar aandelen stijgen, beurskoers aandelen stijgt. - Als de rente daalt, hebben bedrijven minder rentekosten en dus meer winst. De vraag naar aandelen zal stijgen, beurskoers aandelen stijgt. - Als de rente daalt, zullen bedrijven en gezinnen minder sparen en meer lenen, de bestedingen stijgen, de bedrijven maken meer winst.. De vraag naar aandelen zal stijgen, beurskoers aandelen stijgt. Daling van de rente beïnvloedt ook de koers van obligaties. Bestaande obligaties worden aantrekkelijker (hebben een hogere rente dan nieuwe obligaties). De vraag naar bestaande obligaties zal stijgen en daarmee ook hun beurskoers. Stel je hebt een bestaande obligatie van 1000 tegen 5% vaste rente. Op jouw obligatie ontvangt je jaarlijks 50 (5% van 1000). De rente daalt naar 4%; Nieuwe obligaties worden uitgeschreven met 4% rente. Jouw obligatie wordt dan 50/4 x 100% = 1250 waard. 18

19 Hoofdstuk 7 Ruilen tussen generaties Generaties Inter-temporele ruil: ruil over de tijd. Bijvoorbeeld tussen generaties, ouders zorgen voor hun kinderen en krijgen daar later voor betaald in de vorm van de zorg op hun oude dag. We onderscheiden drie fasen van de levensloop: kinderfase, ouderfase en grootouderfase. De manier waarop generaties met elkaar leven, is in de loop van de tijd sterk veranderd. In de 19 de eeuw waren kinderen en hulpbehoevende ouderen aangewezen op de werkende familieleden. Aan deze zorg in familieverband kwam geen geld te pas. Er werd geruild in natura en er vond daarbij ruilen over de tijd plaats. (inter-temporele ruil). Omdat elke nieuwe generatie de fasen van de levensloop doorliep, waren aan het einde van het leven de ontvangen overdrachten aan zorg en inkomen ongeveer gelijk aan de verstrekte overdrachten. Binnen de families bestond een grote solidariteit tussen de generaties. De rol van de overheid was toen beperkt tot het regelen van het openbaar bestuur en de veiligheid. Vanaf de tweede helft van de 19 de eeuw veranderde deze situatie. Opkomst arbeidsbeweging (vakbonden), opkomst sociale wetgeving (Wet op de Kinderarbeid, 1874) en na de Tweede Wereldoorlog opkomst verzorgingsstaat. Verzorgingsstaat: samenleving waarin de overheid zorgt voor sociale zekerheid. Overheid bemoeit zich met de inkomensverdeling, de arbeidsomstandigheden, de gezondheidszorg, het onderwijs. In de verzorgingsstaat is de solidariteit tussen gezond en ziek, tussen jong en oud en tussen rijk en arm niet langer gebaseerd op familiebanden. De overheid heeft een deel van de rol van de families overgenomen. De solidariteit is in wetten vastgelegd. Overdrachten tussen generaties Dat de overheid de zorg van families gedeeltelijk heeft overgenomen, betekent niet dat deze zorg nu gratis is. De overheidsdiensten moeten worden betaald. De werkenden dragen geld af in de vorm van belastingen en sociale premies. De overheid geeft dit geld weer uit in de vorm van sociale uitkeringen en voorzieningen. Op deze manier worden de inkomens door de overheid herverdeeld. Zie figuur hieronder. Volgens de figuur betaalt de werkende generatie de gehele consumptie. De consumptie van jongeren (A) plus de consumptie van ouderen (C) is gelijk aan de afdrachten van de werkende generatie (B2): B2 = A + C. B1 is het besteedbare inkomen van de werkenden. Jongeren ontvangen zorg en onderwijs zonder daar voor te hoeven betalen. Ouders die zorgen, worden bijgestaan door de overheid bijvoorbeeld met kinderbijslag en een bijdrage in de kosten voor kinderopvang. Omdat jongeren nog geen afdrachten (belastingen en sociale premies) hoeven af te staan zijn ze netto ontvanger van overdrachten. Ook 65-plussers zijn netto ontvangers: ze betalen weliswaar belastingen, maar ontvangen meer in de vorm van zorg en uitkeringen. De werkenden dragen de meeste lasten. Zij zijn in het algemeen netto betaler van overdrachten. 19

20 Bovenstaand figuur geeft het profijt van de overheid naar leeftijd gemiddeld per jaar weer. Als iemand moet betalen voor het gebruik van een overheidsvoorziening dan wordt het profijtbeginsel toegepast. Bij het toepassen van het profijtbeginsel moet elke burger zo veel mogelijk zelf betalen voor het gebruik van overheidsdiensten (denk aan rijbewijs, paspoort, rioolrecht, havengeld) Tot je 18 de jaar gratis onderwijs (netto ontvanger), daarna moet je gaan betalen (collegegeld). Na je 65 ste AOW-uitkering en hoe ouder je wordt hoe groter kans in verpleegtehuis terecht te komen of thuiszorg te krijgen (netto ontvanger). Bovenstaand figuur geeft het vermogen tijdens de levensloop weer. Vermogen is een voorraadgrootheid. Jongeren hebben veelal een negatief vermogen (studieschuld). Ouderen hebben veelal een vermogen bij elkaar gespaard. 20

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

4.1 Klaar met de opleiding

4.1 Klaar met de opleiding 4.1 Klaar met de opleiding 1. Werken in loondienst - Bij een bedrijf of bij de overheid (gemeente, provincie, ministerie); - Je krijgt loon/salaris; - Je hebt een bepaalde zekerheid, dat je werk hebt,

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij

Nadere informatie

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij.

2.2 Kinderjaren. De bedragen en percentages uit dit hoofdstuk hoef je niet uit je hoofd te leren. Indien nodig krijg je deze op een proefwerk erbij. 2.2 Kinderjaren Het krijgen van kinderen heeft voor ouders economische gevolgen: 1. Ouders krijgen minder tijd voor andere zaken en gaan bv. minder werken; 2. Kinderen kosten geld. De overheid komt ouders

Nadere informatie

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Ruilen over de tijd Intertemporele substitutie Bedrijven lenen geld om te investeren

Nadere informatie

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25

CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling. Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 CPI = 122,5 Wat zegt dit? Hoe bereken je dit? Categorieën Aandeel Prijsstijging Optelling Voeding 40% 10% Kleding 35% -5% Overig 0 CPI 102,25 ConsumentenPrijsIndexcijfer Consumenten Prijsindexcijfer in

Nadere informatie

5.5 a. Een bezit: Natascha heeft nog geld van de klant tegoed. b. Er is nog niets verkocht, dus ook niet op rekening.

5.5 a. Een bezit: Natascha heeft nog geld van de klant tegoed. b. Er is nog niets verkocht, dus ook niet op rekening. Hoofdstuk 5 Werken in een eigen bedrijf 5.1 a. De bezittingen zijn altijd door iemand gefinancierd: door de eigenaar (eigen vermogen) en/of door iemand die een lening verschaft (vreemd vermogen). b. Het

Nadere informatie

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als %

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als % Inflatie Stijging algemene prijspeil Consumenten Prijs Indexcijfer Gewogen gemiddelde Voordeel: Mensen met schulden Nadeel: Mensen met loon, spaargeld Reële winst bedrijven daalt Rentekosten bedrijven

Nadere informatie

Ruilen over de tijd. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Ruilen over de tijd. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Ruilen over de tijd Zie steeds de eenvoud!! vwo Frans Etman Bedenk dat bij ruilen er altijd twee dingen gedaan worden. Je geeft wat en je krijgt wat terug. Als je twee keer ruilt - ruilen over de tijd

Nadere informatie

Economie module 4 Ruilen in de tijd. goederen kopen

Economie module 4 Ruilen in de tijd. goederen kopen Economie module 4 Ruilen in de tijd 27 blz. werkboek = 1 ½ blz. per les H1 par 1 & 2 vb.1 O O sparen om tijd storting + rente iets te kopen goederen kopen vb.2 O O geld lenen om tijd aflossing + rente

Nadere informatie

Economie. Boekje Oud & Jong Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Oud & Jong Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Oud & Jong Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 samengevat 3 h4 samengevat 4 h5 samengevat 4 & 5 h6 samengevat 5 & 6 h7 Samengevat

Nadere informatie

Domein E: Concept Ruilen over de tijd

Domein E: Concept Ruilen over de tijd 1. Het bruto binnenlands product is gestegen met 0,9%. Het inflatiepercentage bedraagt 2,1%. Bereken de reële groei van het BBP. 2. Waarmee wordt het inflatiepercentage gemeten? 3. Lees de onderstaande

Nadere informatie

Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd

Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd Kleurpagina vraagkaartjes beginner Ruilen over de tijd Quiz. Deze pagina 2 keer printen daarna op de achterkant de vraagkaartjes Ruilen over de tijd quiz beginner printen en uitsnijden of knippen. Bijlage

Nadere informatie

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur

Economie Pincode klas 4 VMBO-GT 5 e editie Samenvatting Hoofdstuk 7 De overheid en ons inkomen Exameneenheid: Overheid en bestuur Paragraaf 7.1 Groeit de economie? BBP = Bruto Binnenlands Product, de totale productie in een land in één jaar Nationaal inkomen = het totaal van alle inkomens in een land in één jaar Inkomen = loon, rente,

Nadere informatie

Antwoorden stencils OPGAVE 1 11.313 pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten

Antwoorden stencils OPGAVE 1 11.313 pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten Antwoorden stencils OPGAVE 1 1. Nominaal Inkomen 1996 = 25,34 miljard pond x 1,536 = 38,92224 miljard pond Bevolkingsomvang 1996 = 3.340.000 x 1,03 = 3.440.200 Nominaal Inkomen per hoofd = 38,92224 miljard

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid Werkgelegenheid Aanbod van arbeid: b Marktmechanisme Loonkosten per product

Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid Werkgelegenheid Aanbod van arbeid: b Marktmechanisme Loonkosten per product Arbeidsmarkt Vraag naar arbeid = mensen Door werkgevers: bedrijven en overheid Werkgelegenheid Hoe lager het loon, hoe groter de vraag naar arbeid Aanbod van arbeid: beroepsbevolking (iedereen tussen de

Nadere informatie

Economie Samenvatting M4

Economie Samenvatting M4 Economie Samenvatting M4 Hoofdstuk 1 De prijs van tijd Ruilen over tijd is een belangrij onderdeel van economisch handelen. Dat geldt voor huishoudens, bedrijven en de overheid. Gezinnen sparen voor hun

Nadere informatie

3.2 De wereld van transacties

3.2 De wereld van transacties 3.2 De wereld van transacties Voorbeeld: Henk gaat een brommer kopen. Hij heeft hiervoor twee mogelijkheden: 1) Hij koopt een tweedehands brommer via Marktplaats.nl; 2) Hij koopt een tweedehands brommer

Nadere informatie

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Valt het mee of tegen? a Als Yara een appartement koopt moet ze een hypotheek afsluiten. Hiervoor betaalt ze iedere maand een bepaald bedrag. Dit zijn haar

Nadere informatie

6.1 De AOW. Een alleenstaande krijgt 70% van het minimumloon. Gehuwden of samenwonenden krijgen 100% van het minimumloon.

6.1 De AOW. Een alleenstaande krijgt 70% van het minimumloon. Gehuwden of samenwonenden krijgen 100% van het minimumloon. 6.1 De AOW In 1957 is in Nederland de AOW ingevoerd door premiers Willem Drees (PVDA). Iedereen die 65 jaar of ouder is, krijgt een uitkering van de staat. Deze uitkering hangt af van het aantal jaren

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Sparen of lenen Waarom?

Sparen of lenen Waarom? Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Sparen of lenen Waarom? 1 Als tijd duur is betaal je veel rente Als de rente hoog is zullen mensen minder lenen en meer sparen! 2 Investeren in je toekomst Door

Nadere informatie

Door arbeidsverdeling werd ruil noodzakelijk en daarmee het hebben van een ruilmiddel.

Door arbeidsverdeling werd ruil noodzakelijk en daarmee het hebben van een ruilmiddel. LESBRIEF INKOMEN EN GROEI Hst. 1 De vorming van inkomen Door arbeidsverdeling werd ruil noodzakelijk en daarmee het hebben van een ruilmiddel. Directe ruil: Indirecte ruil: ruil van goed tegen goed. ruil

Nadere informatie

Werk en inkomen. Aangegeven loon/uitkering altijd BRUTO Wat gaat daar dan nog van af?

Werk en inkomen. Aangegeven loon/uitkering altijd BRUTO Wat gaat daar dan nog van af? Workshop Agenda 1. Introductie 2. Werk en inkomen 3. Verzekeringen 4. Woning a) Kopen b) Huren 5. Geld over a) Sparen b) Beleggen 6. Budgetteren 7. Hands-on a) Opstellen financiële planning 8. Vragenronde

Nadere informatie

De overheid. Uitgaven: uitkeringen en subsidies. De overheid. Ontvangsten: belasting en premies. De grote herverdeler van inkomens

De overheid. Uitgaven: uitkeringen en subsidies. De overheid. Ontvangsten: belasting en premies. De grote herverdeler van inkomens Overheid H2 De overheid De grote herverdeler van inkomens Ontvangsten: belasting en premies De overheid Uitgaven: uitkeringen en subsidies De grote herverdeler van inkomens 2 De Nederlandse overheid Belangrijke

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009

Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de NVOG Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: www.jooplengkeek.nl Vreemd vermogen op lange termijn Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen: 1. Onderhandse lening. 2. Obligatie lening. 3.

Nadere informatie

situatie febr 2010 Volksverzekeringen Algemene Ouderdomswet 2 Algemene Nabestaandenwet 2 ANW Algemene kinderbijslagwet 2 AKW

situatie febr 2010 Volksverzekeringen Algemene Ouderdomswet 2 Algemene Nabestaandenwet 2 ANW Algemene kinderbijslagwet 2 AKW situatie febr 2010 Sociale zekerheid te verdelen in twee stukken: Sociale verzekeringen Sociale voorzieningen Sociale verzekeringen worden beheerd/ uitgevoerd door de sociale verzekeringsfondsen (o.a.

Nadere informatie

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro.

4 Toon met twee verschillende berekeningen aan dat het ontbrekende gemiddelde inkomen (a) in de tabel gelijk moet zijn aan 70 000 euro. Grote opgave personele inkomensverdeling Blz. 1 van 4 personele inkomensverdeling Inkomensverschillen tussen personen kunnen te maken hebben met de verschillende soorten inkomen. 1 Noem drie soorten primair

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Grootverdiener zwaarder belast

Grootverdiener zwaarder belast 4 september 2009 Grootverdiener zwaarder belast AMSTERDAM - De PvdA zint op de terugkeer van een toptarief van 60 procent in de inkomstenbelasting. Het toptarief is nu 52 procent. Acht jaar geleden was

Nadere informatie

Als u 65 jaar of ouder bent

Als u 65 jaar of ouder bent 2007 Als u 65 jaar of t Als u 65 jaar wordt, heeft dit gevolgen voor uw belasting en premie volksverzekeringen. Deze gevolgen hebben bijvoorbeeld betrekking op uw belastingtarief, uw heffingskortingen,

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2013-I

Eindexamen havo economie 2013-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) monopolie bij (2) toe

Nadere informatie

Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren.

Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren. Levensloop. Wat is levensloop? De levensloopregeling (of: levensloop) is een fiscale regeling die vanaf 1 januari 2006 in Nederland bestaat om het sparen voor een vervangend inkomen tijdens een periode

Nadere informatie

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst 4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst De arbeidsvoorwaarden van veel werknemers zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Dit is een overeenkomst die per bedrijf of bedrijfstak wordt afgesloten

Nadere informatie

DE LORENZKROMME. Lorenzkromme 1

DE LORENZKROMME. Lorenzkromme 1 DE LORENZKROMME Lorenzkromme 1 1. INKOMENSVERSCHILLEN VERKLAARD Elk jaar stelt managementadviesbureau Berenschot speciaal voor Elsevier een lijst op van 257 veel voorkomende functies en het daarvoor betaalde

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij?

Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij? Paragraaf 1: Het nationaal inkomen Samenvatting Hoofdstuk 7 Welvaart, wie vaart er wel bij? Voor iedere productiefactor die gezinnen ter beschikking stellen, krijgen ze een beloning. In het schema kun

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 1 1 maximumscore 2 Uit de uitleg moet blijken dat het tarief per keer legen de inwoners stimuleert om de containers minder vaak aan te bieden om daarmee lasten te besparen 1 het tarief per kilo

Nadere informatie

Domein Welvaart en Groei

Domein Welvaart en Groei Domein Welvaart en Groei Zie steeds de eenvoud!! havo Frans Etman Welvaart Welvaart Hoe je jouw wensen kan vervullen met producten. Dat is thuistaal. Voor een toets schrijf je op: de mate van behoeftebevrediging

Nadere informatie

Inkomstenbelasting. Module 7 hoofdstuk 2

Inkomstenbelasting. Module 7 hoofdstuk 2 Inkomstenbelasting Module 7 hoofdstuk 2 Verschillende vormen inkomen, verschillende vormen belasting Verschillende boxen Box 1 Bruto inkomen uit arbeid (denk aan brutoloon) Inkomen uit koophuis Aftrekposten

Nadere informatie

Tour de Zorg Etappe 2: De Bergetappe

Tour de Zorg Etappe 2: De Bergetappe Assurantiekantoor Veltman presenteert: Tour de Zorg Etappe 2: De Bergetappe Solotour! Vandaag leggen we de 2 e etappe af. De bergetappe staat ons te wachten, een pittige dag dus, waarbij ons 3 cols (bergen)

Nadere informatie

Koopkracht in perspectief. In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008

Koopkracht in perspectief. In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008 Koopkracht in perspectief In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008 Koopkrachtberekeningen 2007-2008/ 2 Koopkracht in perspectief In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden,

Nadere informatie

5.1 Het speelkwartier

5.1 Het speelkwartier 5.1 Het speelkwartier Economie gaat over het maken van keuzes. Iedereen maakt in het leven constant keuzes. Deze keuzes hebben economische gevolgen: Welke studie ga je volgen? Wanneer ga je op jezelf wonen?

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

Persoonlijk Financieel Advies

Persoonlijk Financieel Advies Persoonlijk Financieel Advies Suzan van Lierop Inhoudsopgave Basisgegevens Inkomens- en vermogensplanning Specificatie vaste lasten Grafiek inkomens- en vermogensplanning Onderneming B.V. Toelichting Basisgegevens

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

7.2 Terugblik. Een slechte gezondheidszorg in de negentiende eeuw zorgde voor een hoge kindersterfte. Willem-Jan van der Zanden

7.2 Terugblik. Een slechte gezondheidszorg in de negentiende eeuw zorgde voor een hoge kindersterfte. Willem-Jan van der Zanden Een slechte gezondheidszorg in de negentiende eeuw zorgde voor een hoge kindersterfte. 1 Er was onvoldoende voeding, de arbeidsomstandigheden waren slecht, verzekeren tegen ziektekosten was nauwelijks

Nadere informatie

Hypotheekrecht en - vormen

Hypotheekrecht en - vormen Hypotheekrecht en - vormen Wat is een hypotheek? Een hypotheek is in theorie een zekerheidsrecht. Wanneer u een hypotheek afsluit, geeft u het recht van hypotheek aan de geldverstrekker. Dit recht van

Nadere informatie

H2: Economisch denken

H2: Economisch denken H2: Economisch denken 1 : Produceren Produceren: Het voortbrengen van goederen en diensten met behulp van de productiefactoren door bedrijven en de overheid. Alleen bedrijven en de overheid kunnen produceren

Nadere informatie

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en arbeidsmarkt? (openstaande)vacatures. 2)Noem een ander woord voor Werkenden werkgelegenheid.

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en arbeidsmarkt? (openstaande)vacatures. 2)Noem een ander woord voor Werkenden werkgelegenheid. 1 1)Waaruit bestaat de vraag op de arbeidsmarkt? 2)Noem een ander woord voor werkgelegenheid. 3)Wie vragen arbeid? 4)Met welk woord wordt het aanbod van arbeid ook aangeduid? 5)Geef de omschrijving van

Nadere informatie

Domein Welvaart en Groei

Domein Welvaart en Groei Domein Welvaart en Groei Zie steeds de eenvoud!! vwo Frans Etman Welvaart Welvaart Hoe je jouw wensen kan vervullen met producten. Dat is thuistaal. Voor een toets schrijf je op: de mate van behoeftebevrediging

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek. Ontwerp power point; Henk Douna

Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek. Ontwerp power point; Henk Douna Belasting betalen en Hypotheekrente aftrek Ontwerp power point; Henk Douna De grootste financiële beslissing in een mensenleven 2 520.000.000.000,- ( 520 mrd) Totale hypotheekschuld van Nederlandse huishoudens

Nadere informatie

Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017

Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017 Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017 Berekeningen op basis van Regeerakkoord van het kabinet Rutte-II Nibud, 2012 Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017 Berekeningen op

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers 2012-2013

Koopkracht van 65-plussers 2012-2013 Koopkracht van 65-plussers 2012-2013 Berekeningen Prinsjesdag 2012 In opdracht van de ouderenbonden Unie KBO, PCOB en NVOG Nibud, september 2012 Koopkracht van 65-plussers in 2013 / 1 Koopkracht van 65-plussers

Nadere informatie

Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017

Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017 Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017 Berekeningen op basis van Regeerakkoord van het kabinet Rutte-II Nibud, 2012 Koopkrachtberekeningen voor 100 huishoudens 2012-2017 Berekeningen op

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK

TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK Hieronder volgt een beknopte toelichting op de salarisstrook. In deze toelichting wordt ingegaan op de meest voorkomende gegevens. Indien u nog vragen heeft na het lezen

Nadere informatie

Persoonlijk Financieel Advies

Persoonlijk Financieel Advies Persoonlijk Financieel Advies Frits Suzanne Inhoudsopgave Basisgegevens Inkomens- en vermogensplanning Indicatief overzicht lijfrente-uitkeringen Specificatie vaste lasten Grafiek inkomens- en vermogensplanning

Nadere informatie

Module 6 Stop! Geen risico!?

Module 6 Stop! Geen risico!? Module 6 Stop! Geen risico!? Risico = kans op * bedrag van Verwachte uitkering bij loterij = kans op lage uitkering * lage uitkering + kans op hoge uitkering*hoge uitkering Verwachte opbrengst = kans op

Nadere informatie

Levensloopregeling. Spaar voor uw verlof

Levensloopregeling. Spaar voor uw verlof Levensloopregeling Spaar voor uw verlof De Levensloopregeling Spaar voor uw verlof Nederland verandert. Non stop werken tot aan ons pensioen is niet meer vanzelfsprekend, we willen werk kunnen combineren

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015. Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014

Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015. Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015 Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015 Prinsjesdag 2014 Nibud,

Nadere informatie

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl Regels voor Passiva Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Uw koopkracht in de toekomst

Uw koopkracht in de toekomst Een goed gesprek over Uw koopkracht in de toekomst Nadenken over de toekomst. Dat is wat ons kantoor dagelijks doet. De toekomst van u, en die van de andere relaties van ons kantoor. De ene keer gaat het

Nadere informatie

Collectieve sector = Publieke sector Collectieve sector = Overheid + de instellingen voor de sociale zekerheid.

Collectieve sector = Publieke sector Collectieve sector = Overheid + de instellingen voor de sociale zekerheid. Hoofdstuk 4 De collectieve sector Collectieve sector = Publieke sector Collectieve sector = Overheid + de instellingen voor de sociale zekerheid. Centrale Overheid Rijksoverheid Collectieve sector Overheid

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

financiële dienstverlening

financiële dienstverlening Algemene gegevens cliënt Algemene gegevens partner Naam : Naam : Geboortedatum : Geboortedatum : Algemene Kennis en Ervaring 1. Wat weet u van hypotheken? 2. Wat weet u van beleggingsproducten? 3. Wat

Nadere informatie

bestudeert het omgaan van mensen met schaarse alternatief aanwendbare middelen, die ze gebruiken om er hun behoeften mee te bevredigen.

bestudeert het omgaan van mensen met schaarse alternatief aanwendbare middelen, die ze gebruiken om er hun behoeften mee te bevredigen. LESBRIEF WELVAART Hoofdstuk 1 Economie: bestudeert het omgaan van mensen met schaarse alternatief aanwendbare middelen, die ze gebruiken om er hun behoeften mee te bevredigen. behoeften schaarste d.w.z.

Nadere informatie

JAN PELLEGROM ORGANISATIEADVIES www.janpellegrom.nl. Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2008

JAN PELLEGROM ORGANISATIEADVIES www.janpellegrom.nl. Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2008 JAN PELLEGROM ORGANISATIEADVIES www.janpellegrom.nl Info voor gastouders over inkomen en belastingen in 2008 Vooraf Deze informatie is vooral bedoeld voor gastouders die dit als bijverdienste doen en niet

Nadere informatie

Verboden woord Lesvoorbereiding kaartjes kaartjes achterkant Spelregels Afronding

Verboden woord Lesvoorbereiding kaartjes kaartjes achterkant Spelregels Afronding Verboden woord Lesvoorbereiding Maak de kaartjes (print eerst het (word)document kaartjes op dik papier en vervolgens het (powerpoint)document kaartjes achterkant op de achterzijde. U kunt ook gebruik

Nadere informatie

Inkomensafhankelijke zorgpremie / nivelleren.

Inkomensafhankelijke zorgpremie / nivelleren. Inkomensafhankelijke zorgpremie / nivelleren. 1. Inleiding Naar verwachting zal nivellering via de inkomensafhankelijke zorgpremie (IAP) worden vervangen door nivellering via het belastingstelsel. De IAP

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 600 bezoekers (2.800 2.200) 2 maximumscore

Nadere informatie

Vermogensmarkt Bank, Beurs of de Haaien

Vermogensmarkt Bank, Beurs of de Haaien Vermogensmarkt Bank, Beurs of de Haaien Havo Economie 2010-2011 VERS Opdracht 1: a. Eigen antwoorden. Opletten dat het om verschillende zaken gaat. b. Eigen antwoorden. c. Waarschijnlijk zal niet het gehele

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden

Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Domein Goede Tijden, Slechte Tijden Zie steeds de eenvoud!! havo Frans Etman Hoog- of laagconjunctuur Het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) heeft 2 filmpjes gemaakt over de indicatoren van de economie.

Nadere informatie

Advieswijzer. Werken als zzp er. 18-03-2016 Denk ondernemend. Denk Bol.

Advieswijzer. Werken als zzp er. 18-03-2016 Denk ondernemend. Denk Bol. Advieswijzer Werken als zzp er 18-03-2016 Denk ondernemend. Denk Bol. De zzp er staat volop in de belangstelling, met name de fiscale behandeling van de zzp er en de daaraan gekoppelde vraag of de zzp

Nadere informatie

Arbeidsongeschiktheid en je ZZP Pensioen

Arbeidsongeschiktheid en je ZZP Pensioen Arbeidsongeschiktheid en je ZZP Pensioen Wat is arbeidsongeschiktheid eigenlijk en wat betekent dat voor jou als zelfstandige? Wat kan je zelf regelen? Mag je geld uit je ZZP Pensioen halen om gaten op

Nadere informatie

20.1 Wat is economische groei?!

20.1 Wat is economische groei?! 20.1 Wat is economische groei? Om te beoordelen of er geproduceerd is, moet het BBP worden gecorrigeerd voor de inflatie. BBP is de totale product door binnenlandse sectoren. We vinden dan de toename van

Nadere informatie

Praktische opdracht HAVO. Economie pilot schooljaar 2009-2010

Praktische opdracht HAVO. Economie pilot schooljaar 2009-2010 Praktische opdracht HAVO Economie pilot schooljaar 2009-2010 Praktische opdracht 5 Havo economie pilot Je krijgt de opdracht om in de komende periode bij de 8 concepten (zie bijlage) van het vernieuwde

Nadere informatie

Examen HAVO. economie 1. tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-16.00 uur

Examen HAVO. economie 1. tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-16.00 uur Examen HAVO 2008 tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-16.00 uur economie 1 Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2012 tijdvak 1 woensdag 16 mei 13.30-16.00 uur oud programma economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen.

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot havo 2011 - II

Eindexamen economie pilot havo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

Advieswijzer: Werken als zzp'er in 2016

Advieswijzer: Werken als zzp'er in 2016 Advieswijzer: Werken als zzp'er in 2016 De zzp er staat volop in de belangstelling, met name de fiscale behandeling van de zzp er en de daaraan gekoppelde vraag of de zzp er zelfstandige is of in loondienst.

Nadere informatie

Pensioen Continu Plan

Pensioen Continu Plan Pensioen Continu Plan Een nettolijfrente oplossing Voor werknemers met een salaris boven 100.000 Per 1 januari 2015 gelden er belangrijke nieuwe regels voor pensioen. Hierdoor bouwen veel werknemers minder

Nadere informatie

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2011

Sociale Verzekeringen per 1 januari 2011 Sociale Verzekeringen per 1 januari 2011 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 januari 2011 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan

Nadere informatie

FINANCIËLE MARKT. Consumenten

FINANCIËLE MARKT. Consumenten 1 FINANCIËLE MARKT I n d i t o n d e r d e e l w o r d t d e l e z e r i n z i c h t v e r s c h a f t i n h e t o n d e r w e r p c o n s u m e n t e n. De volgende onderwerpen komen hierbij aan de orde:

Nadere informatie

Consumenten. Consumenten

Consumenten. Consumenten I n d i t o n d e r d e e l w o r d t d e l e z e r i n z i c h t v e r s c h a f t i n h e t o n d e r w e r p c o n s u m e n t e n. De volgende onderwerpen komen hierbij aan de orde: de economische

Nadere informatie

Bedrijven zijn verplicht 1 maal per jaar een balans op te stellen en een winst & verliesrekening te maken. (voor de belastingdienst)

Bedrijven zijn verplicht 1 maal per jaar een balans op te stellen en een winst & verliesrekening te maken. (voor de belastingdienst) www.jooplengkeek.nl Interne verslaggeving Kosten en uitgaven Bedrijven zijn verplicht 1 maal per jaar een balans op te stellen en een winst & verliesrekening te maken. (voor de belastingdienst) Meestal

Nadere informatie

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016

Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Wijzigingen minimumloon en sociale uitkeringen 2016 Werk en inkomen Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie

Levensloop. 1.4 Lever je gemotiveerde afweging bij de docent in. 1.5 1. Consumeren. 2. Investeren. 3. Consumeren. 4. Investeren.

Levensloop. 1.4 Lever je gemotiveerde afweging bij de docent in. 1.5 1. Consumeren. 2. Investeren. 3. Consumeren. 4. Investeren. Hoofdstuk 1 Kiezen 1.1 a. 1) Het vwo afmaken óf overstappen op deeltijd-mbo (roc). 2) Op vakantie met vrienden óf met het gezin. 3) Wel baantje óf geen baantje. b. Voordeel 1): later betere baan; nadeel:

Nadere informatie

Nog niet verstuurd: Aangifte inkomstenbelasting 2014

Nog niet verstuurd: Aangifte inkomstenbelasting 2014 Eigen kopie, niet opsturen Aangifte Inkomstenbelasting 2014 Formulierenversie IB 651-2Z51OLAV Afgedrukt op 15-9-2015 Nog niet verstuurd: Aangifte inkomstenbelasting 2014 Burgerservicenummer 036071420 Ondertekening

Nadere informatie

Slagvaardig met geld!

Slagvaardig met geld! Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Slagvaardig met geld! 1 maximumscore 2 voorbeelden van juiste voordelen: Hij kan het drumstel direct kopen (en gebruiken). Hij

Nadere informatie

Samenvatting. Dossier naam: Voor-Beeld Datum: 25-08-2011. Partijen Voor Beeld. Kinderen D Voor T Voor

Samenvatting. Dossier naam: Voor-Beeld Datum: 25-08-2011. Partijen Voor Beeld. Kinderen D Voor T Voor Samenvatting Dossier naam: Voor-Beeld Datum: 25-08-2011 Partijen Voor Beeld Kinderen D Voor T Voor Gebruikte gegevens Voor Loondienst Inkomen conform salarisstrook: 61.392 (inclusief vakantietoeslag, Inkomsten

Nadere informatie