Cliëntgroepen extramurale AWBZbegeleiding

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Cliëntgroepen extramurale AWBZbegeleiding"

Transcriptie

1 februari 2012 Cliëntgroepen extramurale AWBZbegeleiding Deel 2: mogelijkheden voor vernieuwing TransitieBureau Begeleiding in de Wmo

2 In opdracht van het TransitieBureau van het ministerie van VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Colofon Disclaimer: Deze rapportage is met zorgvuldigheid en met medewerking van diverse partijen samengesteld; dit sluit eventuele onvolkomenheden niet uit. Aan de inhoud kunnen daarom geen rechten worden ontleend. Auteurs ir. Nienke van Vliet, drs. Irma Oude Avenhuis, drs. Louise Pansier, drs. Sylvia Schutte Vormgeving Kris Kras Design

3 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 3 Samenvatting 4 1. Inleiding Decentralisatie begeleiding en vernieuwing Denkrichtingen voor vernieuwing Relatie met stappenplan decentralisatie voor gemeenten Onderzoeksaanpak Vernieuwingsmogelijkheden Goede voorbeelden Vernieuwingsmogelijkheden Sociaal netwerk/eigen kracht/zelforganiserend vermogen Informele ondersteuning Algemene en collectieve voorzieningen Verbinding andere beleidsterreinen Huisvesting Technologie Regionaal-/wijkniveau Anders Tot slot 28 Bijlage 1. Cliëntgroepen 29 Bijlage 2. Matrix met innovatieve ideeën 49 Bijlage 3. Goede voorbeelden voor vernieuwingsmogelijkheden 66 3 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo TransitieBureau december 2011

4 Samenvatting 1 TransitieBureau, Verslag van consultatierondes met zorgaanbieders, cliënt- en patiëntorganisaties en gemeenten over aandachtspunten bij specifieke doelgroepen bij decentralisatie van extramurale begeleiding, november In het Regeerakkoord is het voornemen beschreven om de extramurale begeleiding uit de AWBZ te decentraliseren naar de Wmo. Het TransitieBureau (VWS/VNG) heeft ons, bureau HHM, gevraagd om gemeenten hiervoor handvatten te geven. Dit in de vorm van beschrijvingen van cliëntgroepen die onder andere inzicht geven in de ondersteuningsvragen van cliënten en doelen van de extramurale begeleiding. In deel 1 van deze rapportage kunt u deze concrete en herkenbare beschrijvingen terugvinden en de daartoe gevolgde onderzoeksaanpak. We beschrijven in totaal 18 cliëntgroepen en geven inzicht in de ondersteuningsvragen en doelen van de extramurale begeleiding per groep. Deze groepen kwamen ook in consultatierondes van het TransitieBureau met zorgaanbieders, cliënt- en patiëntorganisaties en gemeenten naar voren. 1 De beschrijvingen kunnen gemeenten gebruiken bij praktische beleidsvoorbereiding. Zie hieronder een weergave van deze groepen. Naast deze vraag heeft het TransitieBureau ons gevraagd om een start te maken met het zoeken naar mogelijkheden voor vernieuwing voor de extramurale begeleiding in de Wmo. Ook dit hebben we samen met cliëntenorganisaties, AWBZ-zorgaanbieders, welzijnsorganisaties, gemeenten en brancheorganisaties uit de AWBZ gedaan. Deze vernieuwingsmogelijkheden zijn mogelijkheden op beleidsmatig niveau. Het beoogt vooral handvatten te bieden aan gemeenten om deze mogelijkheden naar de specifieke omstandigheden in te vullen. In deze handreiking (deel 2) gaan we hierop in. De cliëntgroepen die nu extramurale AWBZ-begeleiding ontvangen en die wij in deel 1 van deze rapportage beschrijven, zijn: 1. Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+) 1.1. Ouderen die door lichamelijke achteruitgang beperkt zijn in hun zelfredzaamheid 1.2. Ouderen die door cognitieve achteruitgang beperkt zijn in hun zelfredzaamheid 2. Volwassenen met psychiatrische problematiek (PSY/PS >18jr) 3. Kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking (VG) 3.1. Kinderen met enkelvoudige problematiek 3.2. Jeugd - Licht verstandelijk gehandicapten (J-LVG) 3.3. Verstandelijk beperkte volwassenen met enkelvoudige problematiek 3.4. Kinderen en volwassenen met een ernstig meervoudige complexe beperking 3.5. Kinderen en volwassenen met probleemgedrag 4. Kinderen en volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking 4.1. Kinderen en volwassenen met een auditieve handicap 4.2. Kinderen en volwassenen met een visuele handicap 4.3. Kinderen en volwassenen met een auditieve en visuele handicap 5. Kinderen en volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte (SOM 0-64, LG) 5.1. Mensen met ernstige fysieke/motorische beperkingen en meervoudige problemen op (bijna) alle levensgebieden 5.2. Mensen die door progressief verlopende aandoeningen meervoudige problemen ondervinden op (vrijwel) alle levensgebieden 5.3. Mensen met niet aangeboren hersenletsel met meervoudige problemen op alle levensgebieden die van tijd tot tijd zeer wisselend kan verlopen 6. Jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen (PSY/PS <18jr) 6.1. Kinderen en jeugdigen met psychiatrische problematiek (zonder noodzaak van behandeling) 6.2. Kinderen en jeugdigen met psychiatrische problematiek (met noodzaak van behandeling) 7. Palliatief terminale zorg 8. Multiprobleemgezinnen 4 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

5 Hieronder staat in tabelvorm een samenvatting van de vernieuwingsmogelijkheden per cliëntgroep die in innovatiesessies zijn opgehaald. Door op de tekst in de cellen van de tabel te klikken, komt u vanzelf bij de uitgebreidere tekst in de rapportage. Verder is in de rapportage ook een bijlage (3) opgenomen met voorbeelden van ondersteuningsaanbod, die als ideeën kunnen dienen wanneer partijen zoeken naar andere ondersteuningsvormen voor AWBZ-begeleiding onder de Wmo. 5 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

6 Tabel 1 Samenvatting rapportage Denkrichtingen Cliëntgroep 1 Cliëntgroep 2 Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+); 1.1 Ouderen die door lichamelijke achteruitgang beperkt zijn in hun zelfredzaamheid 1.2 Ouderen die door cognitieve achteruitgang beperkt zijn in hun zelfredzaamheid Volwassenen met psychiatrische problematiek (PSY/PS >18jr); Sociaal netwerk/eigen kracht/zelforganiserend vermogen Versterking zelforganiserend vermogen kan in een eerder stadium plaatsvinden. Professionele begeleiding is nodig om zelf-organiserend vermogen op te bouwen. Informele ondersteuning Inzet gezonde ouderen en vrijwilligers, mits waar-borging kwaliteit en belastbaarheid. Dementerenden snel ontregeld door veranderingen. Voorlichting en scholing voor informele ondersteuners. Combinatie met professionele zorg. Algemene en collectieve voorzieningen Geen indicatie voor algemene voorzieningen. Wijkbudget leidt tot meer innovatie. Goed te gebruiken bij fluctuerende problematiek. Laagdrempelig en gastvrij maken. Verbinding andere beleidsterreinen Welzijnsactiviteiten voor ouderen toegankelijk maken voor de meer kwetsbare groep ouderen:actief in de wijk. Kortingspas of kleine bijdrage. (Vrijwilligers)werk en onderwijs. Huisvesting Levensloop geschikt bouwen in een oudere-vriendelijke omgeving. Alles op rollator-afstand. Diverse voorbeelden om participatie van cliënten te bevorderen door innovatie bij huisvesting. Technologie Verbindingen op afstand. Goede introductie technologieën. Veel mogelijkheden voor de stabiele groepen. Regionaal-/wijkniveau Bundeling-budgetten. Actieve rol welzijns-instellingen. Niveau afhankelijk van omvang groep en wens cliënt. Anders Inclusieve samenleving. Totaalconclusie Totaal Totaal 6 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

7 Denkrichtingen Cliëntgroep 3 Kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking (VG); 3.1 Kinderen met enkelvoudige problematiek 3.2 Jeugd - Licht verstandelijk gehandicapten (J-LVG) 3.3 Verstandelijk beperkte volwassenen met enkelvoudige problematiek 3.4 Kinderen en volwassenen met een ernstig meervoudige complexe beperking 3.5 Kinderen en volwassenen met ernstig probleemgedrag Sociaal netwerk/eigen kracht/zelforganiserend vermogen Coaching van cliënt en gezin bij ondersteuning eigen regie en structuur. Informele ondersteuning Vaak meer mogelijk dan gedacht. Actief vrijwilligersbeleid. Algemene en collectieve voorzieningen Verbinding andere beleidsterreinen Huisvesting Voorwaarden noodzakelijk; vervoer, continuïteit. Combinatie doelgroepen. Veel mogelijkheden door verbinding met zorg, onderwijs en verenigingen. Veel mogelijkheden, mits vervoer en tilvoorzieningen zijn geregeld. Denkrichtingen voor vernieuwing zijn mogelijk. Innovaties zoals vermeld bij de overige VG-groepen. Belangrijke aandachtspunten daarbij: meer overname regiefunctie, specifieke methoden die professionele scholing vereisen, huisvesting specifiek ingericht voor multidisciplinair, therapeutisch en deels prikkelarm aanbod. Technologie Technologie geen vervang voor menselijk contact. Niet iedereen heeft regievermogen/ initiatief dat nodig is bij deze innovatielijn. Regionaal-/wijkniveau Outreachend werken gewenst voor betrokkenheid in wijk. Anders Samenwerking en samenhang. Benut verschillende invalshoeken. Totaalconclusie Totaal 7 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

8 Denkrichtingen Cliëntgroep 4 Cliëntgroep 5 Kinderen en volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking; 4.1 Kinderen en volwassenen met een auditieve beperking 4.2 Kinderen en volwassenen met een visuele beperking 4.3 Kinderen en volwassenen met een auditieve en visuele beperking Kinderen en volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte (SOM 0-64, LG); 5.1 Mensen met ernstige fysieke/motorische beperkingen en meervoudige problemen op (bijna)alle levensgebieden 5.2 Mensen die door progressief verlopende aandoeningen meervoudige problemen ondervinden op (vrijwel) alle levensgebieden 5.3 Mensen met niet aangeboren hersenletsel met meervoudige problemen op alle levensgebieden die van tijd tot tijd zeer wisselend kan verlopen Sociaal netwerk/eigen kracht/zelforganiserend vermogen Het sociaal netwerk kan geïnstrueerd worden door professionele begeleiding. Sociaal netwerk is niet altijd aanwezig. Begeleiding is nodig voor 1) praktische handelingen; 2) hulp bij achteruitgang; 3) aanbrengen van structuur; 4) voeren eigen regie; 5) systemische ondersteuning. Informele ondersteuning Lokale cliëntinitiatieven kunnen een bijdragen leveren. Vrijwilligersinzet slecht mogelijk door glazen stolp (auditief) en comorbiditeit (visueel). Informele zorg kan met aandacht voor 1) gepaste afstand/ nabijheid; 2) psycho-sociale begeleiding; 3) kennis, vaste persoon, vertrouwen. Algemene en collectieve voorzieningen Mogelijk met aangepaste communicatiemiddelen. Inzetbaar mits aan voor-waarden is voldaan bijvoorbeeld specifiek vervoer en prikkelarm. Verbinding andere beleidsterreinen (Vrijwilligers) werk (uitkering), onderwijs en sport. Signalering. Verbinding met vervoer, onderwijs, wonen, werk, hulp bij huis-houden en sport. Signalering! Huisvesting Woonzorgzones Dagbesteding: combinatie van doelgroepen. Rand-voorwaarden zoals toegankelijkheid en structuur. Technologie Technologie met name in revalidatieproces. Mits maatwerk is er veel mogelijk. Regionaal-/wijkniveau Bovenregionaal door kleine groep. Wijkgericht waar het kan, regionaal waar nodig. Anders Ook aandacht voor deze kleine groep Integraal. Cliënt-systeem. Voorwaardenscheppend. Totaalconclusie Totaal Totaal 8 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

9 Denkrichtingen Cliëntgroep 6 Cliëntgroep 7 Jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen; 6.1 Kinderen en jeugdigen met psychiatrische problematiek (zonder noodzaak van behandeling) 6.2 Kinderen en jeugdigen met psychiatrische problematiek (met noodzaak van behandeling) Palliatief terminale zorg Sociaal netwerk/eigen kracht/zelforganiserend vermogen Gebruik talenten van de jongeren. Hulp gezin bij acceptatie en opvoeding. Informele ondersteuning Informeel steunstructuur met gezagsdragers door professionals ondersteund. Algemene en collectieve voorzieningen Verbinding andere beleidsterreinen Zonder behandeling: Zet talenten van jongeren in op reguliere plekken. Ad 6.2 met behandeling: Deze innovatielijn is voor deze cliënten minder bruikbaar. Zonder behandeling: Onderwijs, cultuur, sport en recreatie. Ad 6.2 met behandeling: Jongeren vinden, signalen bij elkaar brengen en hulp en ondersteuning met elkaar verbinden. Er zijn raakvlakken met de Wmo als het gaat om mantelzorgondersteuning (begeleiding is meestal gericht op ontlasting van de mantelzorg) en inzet Vrijwillige Palliatief Terminale Zorg. Waar het om levensvragen gaat, rol kerken, geestelijke raadslieden, Humanitas. Dit is een zeer kwetsbare groep, waarbij participatiemogelijkheden niet meer aan de orde zijn. Innovatie langs de geformuleerde denkrichtingen is nauwelijks mogelijk. Huisvesting Niet besproken in innovatiesessie Technologie Nieuwe media: leefwereld jongeren Regionaal-/wijkniveau Integrale wijkgerichte aanpak met wederkerigheid Anders Hulp bij acceptatie levensduren de beperking/ziekte. Totaalconclusie Totaal 9 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

10 Denkrichtingen Cliëntgroep 8 Multiprobleemgezinnen Sociaal netwerk/eigen kracht/zelforganiserend vermogen Totaalconclusie van alle cliëntgroepen Sociaal netwerk/eigen kracht/ zelforganiserend vermogen Informele ondersteuning Totaalconclusie van alle cliëntgroepen Informele ondersteuning Algemene en collectieve voorzieningen Totaalconclusie van alle cliëntgroepen Algemene en collectieve voorzieningen Verbinding andere beleidsterreinen Huisvesting Voor gemeenten zit hier een kans om het gezin als systeem te benaderen, ondersteuning tussen organisaties beter op elkaar af te stemmen en te zorgen voor een integrale aanpak. Totaalconclusie van alle cliëntgroepen Verbinding andere beleidsterreinen Totaalconclusie van alle cliëntgroepen Huisvesting Technologie Totaalconclusie van alle cliëntgroepen Technologie Regionaal-/wijkniveau Totaalconclusie van alle cliëntgroepen Regionaal-/wijkniveau Anders 10 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

11 1. Inleiding 1.1 Decentralisatie begeleiding en vernieuwing 2 Het betreft mensen met somatische, psychogeriatrische of psychiatrische problematiek of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. In het Regeerakkoord is het voornemen beschreven om de extramurale begeleiding inclusief kortdurend verblijf en vervoer, uit de AWBZ te decentraliseren naar de Wmo. De zorg (in PGB en zorg in natura) die onder deze functie in de AWBZ wordt geleverd, is bedoeld voor mensen met een geldige grondslag 2 die matige of zware beperkingen hebben op het terrein van sociale redzaamheid, bewegen en verplaatsen, psychisch functioneren, geheugen en oriëntatie en/of probleemgedrag. Het doel van deze functie is bevordering, behoud en/of compensatie van zelfredzaamheid. 3 Regeerakkoord VVD-CDA, 30 september 2010, Vertrouwen in de zorg: de beleidsdoelstellingen van de staatssecretaris van VWS, 27 januari 2011 en Programmabrief langdurige zorg, Staatssecretaris van VWS, 1 juni 2011 De redenen voor de decentralisatie van begeleiding worden landelijk als volgt verwoord 3 : In het Regeerakkoord: De functies dagbesteding en begeleiding kunnen het best dichtbij de cliënt geregeld worden. Zij passen daarom beter binnen de systematiek van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dan bij de AWBZ. De gemeente kent deze mensen en hun situatie beter dan de logge zorgkantoren.. Door de staatssecretaris van het ministerie van VWS : Veel van deze maatregelen hangen ook nauw samen met mijn andere doelen zoals het vergroten van de eigen kracht, de zorg dichterbij mensen brengen en maatwerk mogelijk maken.. In de programmabrief langdurige zorg : De gemeente is in staat ondersteuning op maat te bieden, dichtbij, bijvoorbeeld in de eigen wijk of buurt, daar waar de burger niet zelfstandig of met hulp van de eigen omgeving kan participeren. De gemeente zal daarbij verbindingen leggen met andere gemeentelijke domeinen, zoals het beleid op het gebied van de schuldhulpverlening, de woningaanpassingen, re-integratie en bijstand of het woonbeleid.. Juist omdat de gemeente de burger kent en, daar waar mogelijk naast professionele ondersteuning, vrijwilligers en leerlingen via maatschappelijke stages in kan zetten voor ondersteuning is de gemeente in staat om maatwerk te leveren. Ook kunnen zij burgers aanspreken op het meer inzetten van hun eigen kracht of hun netwerk bij de ondersteuning.. De planning en de invulling van de decentralisatie is beschreven in de bestuurlijke afspraken van gemeenten en rijk. Gemeenten worden vanaf 2013 verantwoordelijk voor personen die voor het eerst een beroep doen op extramurale begeleiding, voor personen van wie de indicatie afloopt in 2013 en voor personen waarbij de situatie verandert en daarom een nieuwe indicatie nodig hebben. Vanaf 2014 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle personen die in aanmerking komen voor extramurale begeleiding. De decentralisatie van de functie begeleiding (extramuraal) stelt gemeenten voor een complexe opgave. Het gaat om een aantal nieuwe doelgroepen, waarvan de ondersteuningsvragen nog niet bij gemeenten bekend zijn. Verder gaat de decentralisatie gepaard met een korting, waardoor gemeenten niet onverkort bestaande afspraken met zorgaanbieders kunnen handhaven. Bovendien worden gemeenten naast de extramurale begeleiding verantwoordelijk voor de Jeugdzorg en de Wet Werken naar Vermogen. Vernieuwing is noodzakelijk om deze nieuwe taken in samenhang op te pakken. In deze handreiking wordt een start gemaakt met het verkennen van mogelijkheden voor vernieuwing of een andere aanpak. Het Transitiebureau zal naast deze handreiking ook in overige handreikingen aan dit thema aandacht besteden. 11 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

12 1.2 Denkrichtingen voor vernieuwing Dit deel van de rapportage informeert gemeenten over de mogelijkheden en denkrichtingen die er zijn voor vernieuwing per cliëntgroep. Van belang hierbij zijn nog de volgende opmerkingen: De geschetste mogelijkheden en denkrichtingen voor vernieuwing zijn globaal van aard en vormen geen blauwdruk voor de gemeenten. De vernieuwingsmogelijkheden kunnen soms de bestaande vormen van extramurale begeleiding vervangen of preventief werken hiervoor. Uit de innovatiesessies bleek dat in veel gevallen deze mogelijkheden alleen kunnen dienen als gedeeltelijke vervanging van en/of aanvulling op de bestaande vormen van extramurale begeleiding. Het gaat om een zeer diverse groep aan cliënten met een zware of matige beperking: een goede vraagverduidelijking per individu blijft noodzakelijk om in te schatten of de vernieuwingsmogelijkheden in het individuele geval een oplossing zijn voor de vraag. In aanvulling op de in deze rapportage weergegeven ideeën, adviseren wij gemeenten vooral in gesprek te gaan met cliënten, cliëntenorganisaties, mantelzorgers, hulpverleners, welzijnsorganisaties en zorgaanbieders. Deze partijen hebben grotendeels geparticipeerd in dit onderzoek en hebben hiertoe ook opgeroepen. Deze vernieuwing past bij het omslag in denken dat al is ingezet in de Wmo, zoals Welzijn Nieuwe Stijl en De Kanteling, waarin ontzorgen van burgers centraal staat en wordt gestuurd op resultaten in plaats van voorzieningen. De noodzakelijke vernieuwing wordt versterkt en geïnitieerd in de verbinding met deze gemeentelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen spelen ook een rol bij het ontwikkelen van een visie rondom de decentralisatie van begeleiding. 4 Bron: content/welzijn-nieuwe-stijl 5 Bron: content/de-kanteling-van-devereniging-nederlandse-gemeenten Welzijn Nieuwe Stijl 4 Welzijn Nieuwe Stijl kent acht bakens. Deze geven richting aan de kwaliteitsontwikkeling van de welzijnssector, en zijn daarmee ook voor gemeenten in hun rol als opdrachtgever relevant. De acht bakens van Welzijn Nieuwe Stijl zijn: 1. Gericht op de vraag achter de vraag; 2. Gebaseerd op de eigen kracht van de burger; 3. Direct er op af; 4. Formeel en informeel in optimale verhouding; 5. Doordachte balans van collectief en individueel; 6. Integraal werken; 7. Niet vrijblijvend, maar resultaatgericht; 8. Gebaseerd op ruimte voor de professional. De Kanteling 5 Het doel van De Kanteling is gemeenten te stimuleren om de compensatieplicht op een nieuwe wijze vorm te geven, zodat mensen met een beperking betere kansen hebben om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Een gekantelde manier van werken vergt van gemeenten én burgers een nieuwe benadering: Gemeenten zullen meer tijd moeten nemen in het eerste gesprek met de klant. Het gesprek wordt meer vraagverhelderend, minder beoordelend. Gemeenten én burgers moeten afstappen van de standaard voorzieningenlijst en alle mogelijkheden verkennen om een hulpvraag op te lossen. Hierbij staan behoud van regie over het eigen leven en zelfredzaamheid voorop. Samen met de burger wordt vastgesteld wat het resultaat van de ondersteuning moet zijn en welke oplossingen daaraan bijdragen. Het gaat dan lang niet altijd om individuele voorzieningen, ook met algemeen aanbod kan het resultaat bereikt worden. 12 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

13 Innovatie bestaat overigens niet altijd alleen maar uit het aanbieden van iets nieuws. Het kan ook gaan om het zoeken van verbindingen of het aanbieden van bestaand aanbod aan andere doelgroepen. Bij veel cliënten die extramurale begeleiding ontvangen, geldt dat dit maar een onderdeel is van de zorg en ondersteuning, die zij ontvangen. In de beschrijvingen van de cliëntgroepen is ook aangegeven welke andere kenmerkende zorg en ondersteuning (AWBZ, Zvw, Wmo/welzijn, jeugdzorg, werk/onderwijs, justitie) cliënten ontvangen naast de extramurale begeleiding. Het is aan de gemeenten om de extramurale begeleiding in te vullen in samenwerking en goede afstemming met de rest van de ketenpartners. Ook daarin is veel efficiency en effectiviteit te behalen. 1.3 Relatie met stappenplan decentralisatie voor gemeenten 6 stappenplan.html In een eerder stadium heeft het TransitieBureau een stappenplan 6 laten ontwikkelen voor zorgaanbieders en gemeenten voor de decentralisatie van begeleiding. Het gemeentelijke stappenplan beschrijft de noodzakelijke stappen die gemeenten moeten zetten om op tijd klaar te zijn voor de decentralisatie van begeleiding. Dit stappenplan voorziet in een kritisch tijdpad. Deze rapportage over cliëntgroepen en hun vernieuwingsmogelijkheden kunnen gemeenten gebruiken in alle onderscheiden fasen van het stappenplan. Fase 1 Inventarisatie en analyse In deze fase zal de gemeente onderzoeken welke cliënten zij in haar gemeente heeft die nu begeleiding ontvangen vanuit de AWBZ en wat de inhoud van deze begeleiding is. Deel 1 van deze rapportage kan hierin faciliteren, ook in de dialoog met zorgaanbieders (zie onder meer thema 1 en thema 4 uit de eerste fase van het stappenplan). Fase 2 Visie en keuzen 7 Gemeenten worden vanaf 2013 verantwoordelijk voor personen die voor het eerst een beroep doen op extramurale begeleiding, voor personen van wie de indicatie afloopt in 2013 en voor personen waarbij de situatie verandert en daarom een nieuwe indicatie nodig hebben. Vanaf 2014 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle personen die in aanmerking komen voor extramurale begeleiding In deze fase bepaalt de gemeente onder meer welke mogelijkheden er zijn om verbinding te leggen met andere domeinen, andere decentralisaties en aan te sluiten bij bewegingen als De Kanteling en Welzijn nieuwe stijl. Zij bepalen in deze fase ook of zij onderscheid wil maken tussen de groepen van 2013 en , op welke schaal de uitvoering wordt georganiseerd en voor welke groepen de bestaande ondersteuning moet worden gehandhaafd en voor welke niet. Gemeenten kunnen de ondersteuning van cliënten koppelen aan het bestaande beleid of de keuze maken om nieuw beleid te maken voor nieuwe groepen. Ook relatieopbouw met (nieuwe) aanbieders van zorg en welzijn hangt hiermee samen. De gemeente zal hierop een visie ontwikkelen en deze inhoudelijk beschrijven in een keuzenota. De uitwerkingen van de denkrichtingen voor vernieuwing kunnen gemeenten helpen in hun denkrichting om daarop aansluitend hun visie te vormen. Fase 3 Verwerking aanpak en keuzen In fase 3 verwerkt de gemeente de gemaakte keuzes in een conceptverordening en een bestek. Het offertetraject voor zorgaanbieders zal starten. Ook in deze fase kunnen beide delen van deze rapportage behulpzaam zijn. Bijvoorbeeld door zorgaanbieders te vragen de gedefinieerde mogelijkheden tot innovatie in hun offerte te verwerken bij bepaalde cliëntgroepen. 13 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

14 Fase 4 Implementatie In fase 4 zullen gemeenten vraagverheldering en toegang organiseren en de benodigde zorg en ondersteuning contracteren. Deze rapportage biedt aanknopingspunten voor de keuze in welke mate professionele ondersteuning moet worden ingekocht bij (bestaande) zorgaanbieders en welke andere organisaties of mogelijkheden een rol kunnen spelen bij ondersteuning in zelfredzaamheid. 14 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

15 2. Onderzoeksaanpak In dit hoofdstuk beschrijven wij de gevolgde onderzoeksaanpak. 2.1 Vernieuwingsmogelijkheden In oktober 2011 hebben we in totaal zes innovatiesessies gehouden om de vernieuwingsmogelijkheden die in deze handreiking worden gepresenteerd te verzamelen. Hierbij maakten we een onderscheid naar de volgende (overkoepelende) cliëntgroepen: 1. Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+); 2. Volwassenen met psychiatrische problematiek (PSY/PS >18jr); 3. Kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking (VG); 4. Kinderen en volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking; 5. Kinderen en volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte (SOM 0-64, LG); 6. Jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen (PSY/PS<18jr). Deelnemers Aan tafel zaten medewerkers van AWBZ-zorgaanbieders, welzijnsorganisaties, cliëntenorganisaties, MEE en gemeenten. We hebben deelnemers uitgenodigd die zijn aangedragen door de brancheorganisaties en deelnemers uit ons eigen netwerk. Daarnaast hebben we breed uitgenodigd voor de innovatiesessies. We zijn op zoek gegaan naar innovatieve personen die het in zich hebben om met een andere blik naar de mogelijkheden van cliënten te kijken dan dat traditionele zorg- en welzijnsorganisaties dat doen. Dit waren bijvoorbeeld personen die de afgelopen periode met hun innovatieve ideeën in vakbladen of tijdschriften stonden. Denkrichtingen voor vernieuwing 8 Bron: content/welzijn-nieuwe-stijl In tabel 2 geven we weer op welke denkrichtingen voor vernieuwing we tijdens de sessies zijn ingegaan. Deze denkrichtingen sluiten aan op Welzijn Nieuwe Stijl en De Kanteling in de Wmo, namelijk een paradigmaverandering die uitgaat van krachtiger burgerschap en de kracht van de lokale gemeenschap 8. Tabel 2 Denkrichtingen voor vernieuwing en omschrijving Denkrichtingen voor vernieuwing 1. Sociaal netwerk/eigen kracht/ zelforganiserend vermogen Omschrijving Kan het zelforganiserend vermogen worden aangesproken om te voorzien in de behoefte aan ondersteuning/begeleiding? Wat is daarvoor nodig? 2. Informele ondersteuning Kan een deel van de ondersteuning informeel, dus door mantelzorgers en vrijwilligers worden opgepakt? Wat is daarvoor nodig (training/ coaching/competenties)? 3. Algemene en collectieve voorzieningen Welke algemene/collectieve voorzieningen kunnen tot resultaten van begeleiding bijdragen? 15 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

16 Denkrichtingen voor vernieuwing Omschrijving 4. Verbinding andere beleidsterreinen Kan verbinding met andere beleidsterreinen als werken, onderwijs, wonen, inkomen, sport, cultuur een antwoord bieden? 5. Huisvesting Waar kan de ondersteuning worden georganiseerd? Hoe ziet de huisvesting eruit? 6. Technologie Wat kan de bijdrage van technologie/ domotica zijn? 7. Regionaal-/wijkniveau Op welk niveau moet de ondersteuning worden georganiseerd? Op regionaal of wijkniveau? 8. Anders. Kwetsbaarheid en vernieuwing In deel 1 van de rapportage besteden we in de cliëntbeschrijvingen ook aandacht aan kwetsbaarheid van sommige cliëntgroepen. De mate van vernieuwing hangt samen met de mate van kwetsbaarheid van de gepresenteerde groepen. Illustratief hiervoor is onderstaande figuur. A Innovatie Groot vernieuwingspotentieel B Klein vernieuwingspotentieel Figuur 1 - Innovatie versus kwetsbaarheid cliëntgroep Kwetsbaarheid Hoe kwetsbaarder cliënten zijn, hoe meer gevolgen dit heeft voor de mate waarin vernieuwing mogelijk is. Kwetsbaarheid wil overigens niet zeggen dat er geen vernieuwing mogelijk is. Bij bijna alle cliëntgroepen is geconcludeerd dat innovatie mogelijk is. Voor de meest kwetsbare groepen zijn alleen extra randvoorwaarden noodzakelijk om de ondersteuning anders in te vullen. 2.2 Goede voorbeelden Aan alle partijen die hebben meegewerkt aan de beschrijving van de cliëntgroepen en innovatiesessies, is ook de vraag voorgelegd om goede voorbeelden aan te dragen. Het ging om voorbeelden van ondersteuningsaanbod, die als ideeën kunnen dienen wanneer partijen zoeken naar andere ondersteuningsvormen voor AWBZ-begeleiding onder de Wmo. Daarnaast hebben wij gebruik gemaakt van voorbeelden die bij ons al bekend waren. Deze hebben we in bijlage 3 genoteerd. 16 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

17 3. Vernieuwingsmogelijkheden Zoals eerder toegelicht hebben we in de innovatiesessies voor de verschillende cliëntgroepen geïnventariseerd welke vernieuwingsmogelijkheden er zijn. Dit hebben we gedaan aan de hand van verschillende denkrichtingen voor vernieuwing. 9 De cliëntgroepen palliatief terminale zorg en multiprobleemgezinnen zijn pas na de innovatiesessies apart beschreven en zijn daarom niet behandeld in de innovatiesessies. Deze twee cliëntgroepen komt u daarom niet tegen in dit hoofdstuk, maar vindt u wel terug in de achtergrondinformatie bij deze handreiking op In dit hoofdstuk geven wij per denkrichting een conclusie van de resultaten uit de innovatiesessies over de mogelijkheden in relatie tot de cliëntgroepen uit het eerste deel van deze rapportage (een samenvatting van de cliëntgroepen is opgenomen in bijlage 1) 9. Dit is gebaseerd op welke mogelijkheden de deelnemers aan de innovatiesessies zagen. Per innovatie geven de onderzoekers aan het eind van de paragraaf nog een conclusie. Zoals eerder aangegeven gaat het hier om ideeën en gedachterichtingen die globaal van aard zijn en geen blauwdruk vormen. De rapportage beoogt handvatten te bieden aan gemeenten om deze mogelijkheden naar de specifieke omstandigheden in te vullen. De vernieuwingsmogelijkheden kunnen soms de bestaande vormen van extramurale begeleiding vervangen of preventief werken. In een heel aantal gevallen echter kunnen ze alleen dienen als gedeeltelijke vervanging van en/of aanvulling op de bestaande vormen van extramurale begeleiding. Het is aan gemeenten of en hoe zij invulling geven aan de innovaties. Het gaat om een zeer diverse groep aan cliënten: een goede vraagverduidelijking per individu blijft noodzakelijk om in te schatten of de vernieuwingsmogelijkheden in het individuele geval een oplossing zijn voor de vraag. In sommige gevallen werd aangegeven dat de vernieuwingsmogelijkheden binnen de hoofdcliëntgroep niet verschilden tussen de subcliëntgroepen. Wanneer dit onderscheid wel is gemaakt, wordt dit aangegeven. Er is een achtergronddocument beschikbaar waarin een totaal conclusie over de vernieuwingsmogelijkheden bij de verschillende cliëntgroepen is weergegeven. In dat document wordt de tekst uit dit hoofdstuk op een andere manier weergegeven: per cliëntgroep op hoofdlijnen de vernieuwingsmogelijkheden en een totaal conclusie. In bijlage 2 zijn alle ideeën weergegeven die in de innovatiesessies zijn geopperd. De teksten in dit hoofdstuk zijn hiervan een verkorte en samengevoegde weergave. 3.1 Sociaal netwerk/eigen kracht/ zelforganiserend vermogen Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+) Versterking van hun zelforganiserend vermogen moet in een eerder stadium plaatsvinden, dan nu vaak gebeurt. Door bijvoorbeeld een Eigen-kracht-conferentie eerder in te zetten, wordt wellicht voorkomen dat deze ouderen in een onstabiele situatie komen. Wat betreft dementerenden is ondersteuning van het zelforganiserend vermogen van hun mantelzorgers van belang. 17 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

18 Volwassenen met psychiatrische problematiek (PSY/PS >18jr) Het zelforganiserend vermogen is bij deze cliëntgroep niet vanzelfsprekend aanwezig. Het is daarom van belang dat er in eerste instantie professionele begeleiding is om het zelforganiserend vermogen op te bouwen of het proces erheen te begeleiden. Zelfhulpgroepen (voor cliënten door cliënten) zijn hierbij een mogelijkheid. Zorg ook voor een goede ondersteuning van de (jonge) mantelzorgers. Kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking (VG) De ernst van de verstandelijke beperking is bepalend voor de mate waarin het zelforganiserend vermogen van kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking kan worden benut. Bij het ondersteunen van mensen met een beperking in het voeren van de eigen regie is coaching (in de vorm van levensloopbegeleiding) belangrijk. Een gezinscoach of casemanager, dicht bij de cliënt, kan hierin veel betekenen. Zowel een professional als vrijwilliger kan deze rol vervullen. Daarbij is het voor vrijwilligers van belang om indien nodig terug te kunnen vallen op kennis en deskundigheid. Wanneer een vertrouwensvolle relatie belangrijk is, moeten hulpverleners niet vaak wisselen. Ondersteun daarnaast de mantelzorgers in het systeem. Breng de draaglast en kracht in het gezin in kaart en help bij het vinden en behouden van een balans hierin. Kinderen en volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking Het zo zelfstandig mogelijk zijn, onder andere met hulp vanuit je netwerk, maakt onderdeel uit van de revalidatie (Zvw/AWBZ). Er vindt dan een analyse plaats van het sociale netwerk rond de cliënt, om te zien welke rol zij kunnen spelen en om te kijken of het netwerk kan worden vergroot (bijvoorbeeld door hobby, of weer naar de kerk gaan). Het sociale netwerk moet dan wel worden geïnstrueerd door professionele begeleiding. Mensen die zich dan nog melden voor begeleiding, kunnen dit blijkbaar niet (voldoende) in eigen kring oplossen. Kinderen en volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte (SOM 0-64, LG) De mogelijkheden voor de drie subgroepen verschillen: Ad 5.1 ernstige fysieke/motorische beperkingen: zelforganiserend vermogen wordt vaak al maximaal ingezet. Hulp vanuit netwerk is mogelijk, maar vaste structuur, tijd en persoon zijn belangrijk om eigen regie te houden. Ad 5.2 progressief verlopende aandoeningen: zelforganiserend vermogen neemt steeds verder af; professionele begeleiding nodig om achteruitgang van regie en mogelijkheden te vertragen en te ondersteunen bij verliesverwerking. Zaken moeten snel geregeld worden. Ad 5.3 niet aangeboren hersenletsel: het zelforganiserend vermogen is beschadigd, de hulpvraag komt uit het netwerk en richt zich vaak ook op ondersteuning van het netwerk, naast het bieden van regie en structuur aan de cliënt. Veelal is een sociaal netwerk, door de beperkingen teloor gegaan. Ondersteun daarnaast de (jonge) mantelzorgers in het systeem om voor hen de balans te behouden in draaglast en -kracht. Jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen (PSY/PS <18jr) Het gaat om jongeren (o.a. pubers). Van belang is om het accent te leggen op het toekomstperspectief en gebruik te maken van de talenten van de jongeren en hun potentieel te ontdekken. Door in te zetten op hun talenten, zal de begeleiding bij hun beperkingen om te participeren verminderen. Daarnaast is het van belang om ouders, broertjes en zusjes te helpen in de acceptatie van de stoornis van het kind (bijvoorbeeld door lotgenotencontact) en hulp bij de opvoeding. 18 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

19 Conclusie mogelijkheden sociaal netwerk/eigen kracht/zelforganiserend vermogen We concluderen dat niet bij alle cliëntengroepen het zelforganiserend vermogen vanzelfsprekend aanwezig is. Dit betekent dat gemeenten samen met professionele organisaties dit waar mogelijk eerst moeten opbouwen, onder andere door gebruik txe maken van de talenten van de cliënten. Ook kunnen mantelzorgers veel betekenen voor cliënten, waarbij de vraag aan de gemeente is om te zorgen voor een balans tussen draaglast en kracht. Deze mogelijkheden sluiten aan bij Welzijn Nieuwe Stijl en De Kanteling, waarin ook wordt gezocht naar de eigen kracht van de burger. 3.2 Informele ondersteuning Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+) Ouderen kunnen veel voor elkaar betekenen. Ook in de informele sfeer. De inzet van vrijwilligers kan daarin ook eenvoudig een rol spelen. Het is belangrijk om voldoende kwaliteit te waarborgen. Er zijn veel zaken waarvoor vrijwilligers kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld voor een bezoek al dan niet na een life-event (overlijden, ziekenhuisopname), levensboeken maken, ontmoetingscentra. Met name voor dementerenden kan het soms belangrijk zijn om enkel binnenshuis ondersteuning te krijgen. Activiteiten buitenshuis (zonder mantelzorgers) kunnen ontregelend werken. Volwassenen met psychiatrische problematiek (PSY/PS >18jr) Voor een optimale inzet van informele ondersteuners is het van belang dat zij goed zijn voorgelicht en geschoold over deze doelgroep en dat zij ondersteuning krijgen bij het uitvoeren van hun taken. Gemeenten kunnen cliëntenorganisaties vragen en faciliteren om voorlichtingen en scholing te geven. Daarnaast blijft in veel gevallen een combinatie met professionele zorg van belang. Voorbeelden die zijn genoemd: zelfhulpgroepen, lotgenotencontact, ervaringsdeskundigen als vrijwilliger, maatjesprojecten. Kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking (VG) (Gespecialiseerde) vrijwilligers zijn goed in staat mensen met een verstandelijke beperking te ondersteunen, wanneer zij de ruimte krijgen van professionals. Zij moeten echter geschoold worden op een juiste attitude (afstand, wederkerigheid, regie bij cliënt). Gedragsproblematiek vraagt extra expertise. Het is van belang een actief vrijwilligersbeleid te voeren. Denk daarbij aan een actieve werving, maar investeer bijvoorbeeld ook eens in bedrijven die vrijwilligerswerk willen doen. De doelgroep zelf kan worden gestimuleerd actief te worden in een vriendenclub of zelf (onder begeleiding) vrijwilligerswerk te gaan doen. De ondersteuning vraagt echter wel continuïteit, gezien het belang van een vertrouwensvolle relatie. Denk daarom ook aan buddy s, maatjes en lifecoaches. Kinderen en volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking Het is moeilijk om vrijwilligers een deel van de ondersteuning over te laten nemen. Dit komt door de glazen stolp (en daardoor ontstane subcultuur bij auditief beperkten), de comorbiditeit (visueel beperkten) en de steeds veranderende en verslechterende problematiek (auditief en visueel beperkten). Mensen die zich voor begeleiding melden hebben vaak geen mantelzorgers. Lokale cliënteninitiatieven voor en door cliënten dragen wel bij aan informele ondersteuning. 19 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

20 Kinderen en volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte (SOM 0-64, LG) Informele ondersteuning kan een deel van de zorg uitvoeren, mits aan randvoorwaarden wordt voldaan: Ad 5.1 ernstige fysieke/motorische beperkingen: ondersteuner (mantelzorger/ vrijwilliger) moet geschoold worden op juiste attitude (afstand, wederkerigheid, regie bij cliënt). Ad 5.2 progressief verlopende aandoeningen: idem, met daarbij ook aandacht voor verlieservaring, stervensbegeleiding en rouwverwerking. Ad 5.3 niet aangeboren hersenletsel: ondersteuner moet kennis hebben van aandoening en aanpak (tempo en dergelijke) en moet continuïteit bieden. Ondersteun daarnaast de (jonge) mantelzorgers in het systeem om voor hen de balans te behouden in draaglast en -kracht. Jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen (PSY/PS <18jr) Bij jongeren is het goed om gebruik te maken van een informele steunstructuur met een netwerk van gezagsdragers vanuit de maatschappij, zoals midden- en kleinbedrijf, bestuurder school, directeur woningcorporatie, voorzitter sport-/muziekvereniging. Gezagsdragers worden geaccepteerd door de cliënten en kunnen hen ondersteunen, aanspreken op hun gedrag en beschermen hen indien nodig. De informele steunstructuur (vrijwilligers en mantelzorgers) is gebaat bij een professionele ondersteuning vanuit een formele structuur. Conclusie mogelijkheden informele ondersteuning De inzet van informele ondersteuning door vrijwilligers en mantelzorgers uit de wijk en omgeving rondom de cliënt is bij alle cliëntgroepen mogelijk. Voor een aantal groepen geldt dat daarbij aan een aantal randvoorwaarden moet worden voldaan. Voor een goede kwaliteit van deze ondersteuning is het belangrijk dat gemeenten zorgen voor voorlichting en scholing van vrijwilligers in kennis van en attitude naar de cliënten. Daarnaast is het belangrijk dat gemeenten zorgen voor een professionele ondersteuning waarop de informele steunstructuren kunnen terugvallen. Deze mogelijkheden sluiten aan bij Welzijn Nieuwe Stijl en De Kanteling, waarin ook wordt gezocht naar een optimale verhouding tussen formeel en informeel. 3.3 Algemene en collectieve voorzieningen Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+) De bundeling van budgetten vereenvoudigt de organisatie van activiteiten voor ouderen op wijkniveau. Daarnaast kan het voor een goede aansluiting met de wijk raadzaam zijn om dagactiviteiten vanuit welzijnsinstellingen aan te bieden en niet vanuit AWBZ-instellingen. Dagactiviteiten vanuit AWBZinstellingen stigmatiseren namelijk eerder, waardoor minder doelgroepen gebruik maken van de voorziening dan als een welzijnsinstelling dit aanbiedt. 20 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

21 Volwassenen met psychiatrische problematiek (PSY/PS >18jr) Er liggen bij deze cliëntgroep zeker mogelijkheden voor deze denkrichting voor vernieuwing. Met algemene/collectieve voorzieningen kun je mogelijk de ondersteuning beter laten meebewegen met het fluctueren van hun problematiek. Zorg wel voor een laagdrempelige en gastvrije inloop, anders komen deze cliënten niet. Gebruik kwartiermakers en ervaringsdeskundigen. Voor een deel van deze doelgroep geldt bovendien dat het noodzakelijk is om eerst door professionele begeleiding en samenwerkende organisaties in de wijk en buurt naar deze voorzieningen toegeleid te worden. Kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking (VG) Er liggen mogelijkheden voor mensen met een verstandelijke beperking op het gebied van algemene en collectieve voorzieningen. Daarbij gelden wel voorwaarden, zoals vervoer, toegankelijkheid en continuïteit (waarborg dat aanbod blijft). Het is een goede optie om de huidige doelgroepen van voorzieningen te combineren met nieuwe doelgroepen, zoals de combinatie van zorg en ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) en ouderen (V&V). Bijvoorbeeld appeltjesoma s ; ouderen van een dagbestedingsgroep die appels schillen op een kinderdagcentrum. Denk daarnaast bijvoorbeeld ook aan een centrale hulppost die voor meerdere doelgroepen beschikbaar is. Kinderen en volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking Het gebruik maken van algemene en collectieve voorzieningen voor de cliënten met een visuele beperking kan alleen wanneer deze voorzieningen worden aangepast, zodat communicatie met deze mensen mogelijk is. Denk aan: formulierenbrigade en schuldhulpverlening voor cliënten met een enkelvoudige vraag en huisbezoeken van ouderenadviseurs voor de signalering van oudere cliënten met een auditieve en/of visuele beperking. De verwachting voor cliënten met een auditieve beperking is dat er zoveel (ingrijpende) aanpassingen nodig zijn aan algemene en collectieve voorzieningen, dat begeleiding op maat een beter optie is. Kinderen en volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte (SOM 0-64, LG) Inzet van algemene en collectieve voorzieningen is mogelijk als: Ad 5.1 ernstige fysieke/motorische beperkingen: specifiek vervoer en toegankelijkheid is geregeld. Ad 5.2 progressief verlopende aandoeningen: idem, en moet snel geregeld kunnen worden. Ad 5.3 niet aangeboren hersenletsel: rekening wordt gehouden met prikkelgevoeligheid, gedragsproblemen en structuur. Jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen (PSY/PS <18jr) Ad 6.1 jongeren zonder behandeling naast begeleiding: zet de talenten van jongeren in op reguliere plekken: deelname aan gewone sport, stageplekken, culturele en welzijnsactiviteiten. Ad 6.2 jongeren met behandeling naast begeleiding: deze denkrichting voor vernieuwing is voor deze cliënten soms bruikbaar aanvullend op de individuele aanpak vanwege actieve psychiatrische problematiek en gedragsproblemen. 21 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

22 Conclusie mogelijkheden algemene en collectieve voorzieningen Ook algemene en collectieve voorzieningen zijn voor een deel van de cliëntgroepen een (gedeeltelijke) oplossing. In sommige gevallen is het zelfs goed mogelijk om het aanbod voor doelgroepen te combineren, zoals voor cliënten met een verstandelijke beperking en ouderen. Ook is het de moeite waard te onderzoeken hoe zoveel mogelijk kan worden aangesloten op reguliere voorzieningen. Randvoorwaarden die een gemeente wel moet regelen zijn vervoer naar de voorziening, (rolstoel)toegankelijkheid en continuïteit (waarborg dat aanbod blijft). Deze mogelijkheden sluiten aan bij Welzijn Nieuwe Stijl en De Kanteling, waarin ook wordt gezocht naar een doordachte balans van collectief en individueel en samen met de burger wordt vastgesteld wat het resultaat van de ondersteuning moet zijn en welke oplossingen daaraan bijdragen. Het gaat dan lang niet altijd om individuele voorzieningen. Ook met algemeen aanbod kan het resultaat worden bereikt. 3.4 Verbinding andere beleidsterreinen Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+) Ouderen kunnen actief worden gehouden in de wijk. Aansluiting bij culturele evenementen (concerten) of een jeux des boules veldje zijn daar voorbeelden van. Fysiotherapie in het fitnesscentrum in de wijk in plaats van het revalidatiecentrum een dorp verderop is ook een goed voorbeeld van eenvoudig innoveren. Voor ouderen met alleen of een incomplete AOW kan een gemeentelijke kortingspas of een kleine bijdrage het verschil maken tussen meedoen of thuisblijven. Volwassenen met psychiatrische problematiek (PSY/PS >18jr) Met name de verbinding met cultuur, werk en onderwijs ziet men als mogelijkheden voor innovatie. De vraag naar begeleiding zal afnemen als cliënten een goede toeleiding naar arbeid of sociale activering hebben en doorstromen naar (betaald) werk. Er wordt met name aandacht gevraagd voor adolescenten die de overgang van school naar werk maken. Kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking (VG) Samenwerking met zorg, onderwijs en (sport)verenigingen leidt tot kansen voor mensen met een verstandelijke beperking. Ditzelfde geldt voor de samenwerking met de terreinen arbeid, wonen en inkomen (waaronder schuldhulpverlening). Bij het op een zo normaal mogelijke wijze meedoen in de samenleving is voor mensen met een verstandelijke beperking arbeidsparticipatie in winkels, horeca en bedrijven van belang. Dat heeft vaak niet alleen een waarde als gedeeltelijke arbeidsprestatie, maar kan het werkplezier en het sociale gezicht van bedrijven, clubs en organisaties verhogen. Mensen met een beperking hebben het echter wel vaak nodig dat er iemand is die hen aan de hand neemt en de weg wijst. Ook bij dit onderwerp geldt dat vervoer en toegankelijkheid voorwaarden zijn. Kinderen en volwassenen met een auditieve en/of visuele beperking Voor gemeenten is vooral een rol weggelegd om voorlichting te geven over de mogelijkheden van vrijwilligerswerk in combinatie met een uitkering. Gebruik de andere terreinen ook om problematiek te signaleren. 22 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo

23 Kinderen en volwassenen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte (SOM 0-64, LG) Er zijn combinaties mogelijk in vervoer, onderwijs, wonen, hulp bij huishouden en sport. Een integrale benadering bij vraagverheldering is belangrijk, bijvoorbeeld ook rondom werk en inkomen. De meerwaarde van gemeenten ligt in het bieden van regie, zodat signalen worden opgevangen en gedeeld. Jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen (PSY/PS <18jr) Ad 6.1 zonder behandeling: met name de verbinding met onderwijs, cultuur, sport en recreatie ziet men als mogelijkheden voor innovatie. Ad 6.2 met behandeling: gebruik andere beleidsterreinen vooral om de jongeren te vinden door signalen bij elkaar te brengen en dan de verschillende hulp en ondersteuning met elkaar te verbinden. Conclusie mogelijkheden verbinding andere beleidsterreinen Bij alle cliëntgroepen worden mogelijkheden gezien voor de verbinding met andere beleidsterreinen. Genoemd zijn werk, onderwijs, cultuur, sport, wonen, inkomen, vervoer en hulp bij het huishouden. De opgave aan de gemeenten in samenwerking met andere partijen is om ervoor te zorgen dat deze verbindingen ook daadwerkelijk tot stand worden gebracht. Wel gelden voor enkele groepen voorwaarden als vervoer en toegankelijkheid. Voor veel cliënten die nu begeleiding ontvangen, geldt dat dit maar een onderdeel is van de zorg en ondersteuning die zij ontvangen. In deel 1 van deze rapportage is ook aangegeven welke andere kenmerkende zorg en ondersteuning (AWBZ, Zvw, Wmo/welzijn, jeugdzorg, werk/onderwijs, justitie) cliënten ontvangen naast de begeleiding. Het is aan de gemeenten om de begeleiding in te vullen in samenwerking en goede afstemming vanuit al hun beleidsterreinen en met de rest van de ketenpartners. Daarin is veel efficiency en effectiviteit te behalen. Deze mogelijkheden sluiten aan bij Welzijn Nieuwe Stijl en De Kanteling, waarin ook integraal werken centraal staat. 3.5 Huisvesting Ouderen met somatische of psychogeriatrische problematiek (SOM 65+/PG 65+) Huisvesting is een belangrijk element betreffende het behoud van zelfstandigheid van ouderen. Kijk daarom vooruit bij nieuwe bestemmingsplannen en de bouw van voorzieningen. Wanneer deze geschikt zijn voor ouderen, bijvoorbeeld alles op rollator-afstand, kunnen zij zo lang mogelijk op zichzelf blijven wonen en minder gebruik maken van begeleiding in groepsverband. 23 Cliëntgroepen extramurale AWBZ-begeleiding en de mogelijkheden van vernieuwing in de Wmo