De Vriend. des Huizes MUSEUMnieuws. De Vriend des Huizes 27 gaat over... uitgave van Van 't Lindenhoutmuseum l 2 x per jaar l no.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De Vriend. des Huizes MUSEUMnieuws. De Vriend des Huizes 27 gaat over... uitgave van Van 't Lindenhoutmuseum l 2 x per jaar l no."

Transcriptie

1 Vrienden van het Van t Lindenhoutmuseum Wees een vriend! Wilt u een steentje bijdragen aan het Van t Lindenhoutmuseum? Voor 25,- per jaar wordt u Vriend van het museum en ontvangt u twee keer per jaar De Vriend des Huizes, een blad vol wetenswaardigheden over de Weesinrichting Neerbosch en het museum. Aanmelden kan via of website. Uw bijdrage betreft een lopend jaar, van 1 januari tot 31 december. Stort uw bijdrage onder vermelding Vriend museum IBAN NL 81 ABNA t.n.v. Ds. G. Boerstichting te Nijmegen Wij zijn ANBI erkend, waardoor uw donatie ook fiscaal voordeel kan opleveren. VtLM Van t Lindenhoutmuseum Kinderdorp Neerbosch Scherpenkampweg AL Nijmegen Openbaar vervoer Centraal Station Nijmegen Lijn 11 richting Beuningen Aalsterveld, maandag t/m vrijdag, halte Hogelandseweg Lijn 12 en lijn 89 richting Druten Busstation, maandag t/m vrijdag, halte Poort Neerbosch Toegankelijkheid Voldoende parkeergelegenheid Met uitzondering van de galerij is het museum toegankelijk voor rolstoelgebruikers Openingstijden Woensdag 10:00-16:00 uur 1 e zondag van de maand 12:00-16:00 uur Groepen op afspraak (minimaal 10 personen) Toegangsprijzen Het museum is gratis toegankelijk, er wordt een vrijwillige bijdrage gevraagd Voor groepen op afspraak geldt een vergoeding Zie website voor tarieven groepen, evenementen en educatie Daar moet je wezen! van Weesinrichting tot Kinderdorp Neerbosch De Vriend uitgave van Van 't Lindenhoutmuseum l 2 x per jaar l no. 27 l juli 2017 De Vriend des Huizes 27 gaat over... Veranderende jeugdzorg (± ), Bob Hermkens p. 2 Stage in het Van t Lindenhoutmuseum, Nicky Post p. 4 Kleren maken t kind p. 6 Almanak voor de Jeugd, Gyonne Schatorjé p. 8 VtLM 2017 Weestjes p.10 Museumfamilie p.12 Schoolgeld De lagere school van Neerbosch verzorgde voor een deel haar eigen leermiddelen, waaronder het schoolgeld. In de eigen drukkerij werd dit unieke geld gedrukt. De hiervoor gebruikte portretten zijn rond 1950 gemaakt door de fotograaf Cas Oorthuijs. De kinderen van Neerbosch stonden model. Twee wisselexposities Op 3 september opent de expositie Wat de pot schaft! over het voedsel op Neerbosch, het zelfvoorzienende karakter van Neerbosch en de specifieke ambachten. Een expositie, museumuitgave met allerlei recepten, workshops, activiteiten én een educatief programma. De expositie op de galerij, Kleren maken t kind is geopend op 25 mei tijdens Oud Weezendag. des Huizes MUSEUMnieuws De Vriend des Huizes 27 Deze Vriend bevat verhalen uit een ver verleden, nieuwsfeiten en toekomstplannen. Wij wensen u veel leesplezier. De nieuwe museumfolder is klaar, met actuele informatie. VRIENDEN MUSEUM En hoe zit het met de groei van het museum? We blijven in de lift. Zie onderstaand overzicht. De groepen op afspraak, de schoolgroepen en de activiteiten gekoppeld aan de 1e zondag van de maand hebbben ervoor gezorgd dat er weer een groei in het aantal bezoekers was. Ontwikkeling bezoekersaantal Van t Lindenhoutmuseum Van t Lindenhoutmuseum Kinderdorp Neerbosch Scherpenkampweg AL Nijmegen Openingstijden 1 e zondag van de maand 12:00 tot 16:00 uur woensdag 10:00 tot 16:00 uur groepen op afspraak Oud Weezendag, 25 mei 2017 Open Monumentendag, 10 sept Geschiedenis, okt Wat buigt, breekt zelden

2 2 Veranderende jeugdzorg (± ) door de ogen van begeleider en kind Door: Bob Hermkens, historicus in opleiding (RU) en vrijwilliger bij het Van t Lindenhoutmuseum In 1959 werd het controversiële Rapport Koekebakker uitgebracht. Volgens Jaap Koekebakker en zijn medestanders kampte de jeugdzorg met achterhaalde opvoedingsmethodes. Professioneel geschoolde verplegers waren schaars en de tehuizen vaak te vol. Veel directeuren en ouder personeel konden zich echter moeilijk vinden in de kritiek van vernieuwers als Koekebakker. Een debat over de toekomst van de jeugdzorg volgde: moest de jeugdzorg worden geprofessionaliseerd en gemoderniseerd? En zo ja, in welke mate? Uiteindelijk werd dit debat gewonnen door de vernieuwers. Dit had grote gevolgen voor de jeugdzorg en uiteraard ook voor Neerbosch. In dit artikel worden de veranderingen van deze periode bekeken, maar dan vanuit de positie van begeleider en kind op Neerbosch. Hoe ervoeren en beschreven zij deze woelige periode? En hoe trad Neerbosch de nieuwe tijden tegemoet? Een belangrijk onderdeel van de vernieuwingsbeweging was een veranderende kijk op de aard van het kind. Voorheen werd in instituten en ook op Neerbosch opgevoed met klassenbewustzijn in het achterhoofd. Dit betekende dat kinderen vooral de vroomheid en gehoorzaamheid werd bijgebracht die paste bij hun bescheiden toekomstige rol in de samenleving. Veel wees- en voogdijkinderen kwamen immers uit de armere delen van de samenleving. Druk kindergedrag werd gezien als ongepast en maatschappij-ontregelend en moest daarom zo veel mogelijk worden ingeperkt. De vernieuwers zagen dit anders. Kindergedrag was normaal; het kind als bengeltje werd in. Kinderen moesten vooral als individu worden benaderd, met aparte problemen, die met liefde en aandacht moesten worden aangepakt. Deze inzichten lijken ook te zijn ingezonken in Neerbosch. Dit zien we bijvoorbeeld in de manier waarop kinderen werden gefotografeerd en beschreven door begeleiders. Zo heeft voormalig hoofdleidster Dirkje (Ditta) Antoinetta de Wit (werkzaam ) een grote collectie kinderfoto s bewaard en beschreven in een collageboek. Ze beschrijft de kinderen liefdevol en legt een grote nadruk op hun individualiteit. Dit is bijvoorbeeld te zien op de foto van Arnold hiernaast. Arnold staat op de foto met bladeren in de hand. Hij kijkt grijnzend en direct in de camera. Ik fijn vinden op foto mag, zegt Arnold hier, en als je niet gauw afknipt dan gooi ik met bladeren, aldus de beschrijving van Ditta. Een vergelijkbare verwijzing naar kattenkwaad zien we op een foto van Arnolds zusje Mettie. Mettie tuurt naar de camera met een snode grijns en trekt een gekke bek. Ditta heeft erbij geschreven: Wat een kwajongens. Op een andere foto () benadrukt Ditta juist het liefelijke karakter van de kinderen. We zien een groep tekenende kinderen, diep verzonken in hun knutselwerkje. Wat zijn ze weer lief bezig. Harold merkt niets van wat er om hem heen gebeurd. Zodoende toont Ditta de kinderen via de foto s in hun natuurlijke omgeving, vanuit hun individuele karakters en belevingswereld.

3 3 De kijk van het kind Maar hoe kunnen we nu de ervaringen van kinderen uit die tijd inzichtelijk maken? Uiterst geschikt hiervoor zijn kindertekeningen en andere knutselwerkjes. Ook deze vinden we in het collageboek van Ditta: maar liefst 56 verschillende, variërend van bewerkte kleurplaten tot zelfgemaakte tekeningen met bijschriften. Bij de bestudering van al deze werkjes valt iets op, namelijk dat de knutseltjes getuigen van een blijvende christelijke invloed op Neerbosch. In sommige gevallen is dit expliciet. Zo maakte een onbekend kind een tekening met de tekst Ere zij God in hoge, en vrede op aarde, in de mens een welbehagen. Amen. Dit is een directe verwijzing naar de Bijbelvers Lucas 2:1-20. In de meeste gevallen is de verwijzing echter impliciet. In 15 van de 56 werkjes vinden we bijvoorbeeld verwijzingen naar het aanstaande huwelijk tussen Ditta en haar verloofde Kees. Zo tekende Janet een traditionele trouwerij, inclusief hoge hoed voor Kees en prachtige witte jurk met sleep voor Ditta. Tezamen wandelen ze richting de kerk. Een ander kind, Douwe tekende Kees, staande naast een huis. Hiermee verwijst Douwe onbewust naar een traditionele huishouding, waarbij man en vrouw samen een huis gingen betrekken na de trouwerij. Zodoende tonen knutseltjes zoals die van Janet en Douwe dat traditionele, protestants-christelijke man-vrouw verhoudingen en ideeën over huwelijk nog steeds werden doorgegeven in de opvoeding van de kinderen. In die zin bleef Neerbosch bij de traditionele, christelijke grondbeginselen van haar stichting. De vernieuwingsbeweging in de jeugdzorg omarmde gaandeweg de jaren 60 echter een seculiere, wetenschappelijke benadering. Ook in de Nederlandse samenleving als geheel zien we een langzame ontkerkelijking in die periode. Hoewel ook Neerbosch te maken kreeg met deze ontkerkelijking, zou het nog lang duren (tot omstreeks de jaren 90) voordat het bestuur het protestantisme officieel liet varen. De protestantse kapel werd daarna een museum en dit museum kunt u tot op de dag van vandaag bezoeken. De foto s en tekeningen vormen zodoende een mooi, genuanceerd verhaal. Enerzijds tonen ze dat Neerbosch meeging met de vernieuwingsbeweging. Dit kan onder andere worden opgemaakt uit de individuele, liefkozende behandeling van de kinderen in de fotocollage van Ditta. Anderzijds bleef Neerbosch wat traditioneler op religieus vlak, zoals kan worden afgeleid uit de kinderknutsels. Herkent u dit verhaal? Tenslotte wil ik als schrijver van dit stuk eindigen met een laatste oproep aan de lezer. Het verhaal hierboven probeert in de huid te kruipen van pupillen en medewerkers uit deze periode. Echt het volle verhaal vertellen kan natuurlijk nooit, omdat ik deze periode zelf nooit heb meegemaakt. Daarom de vraag: kan u zich vinden in dit verhaal? Of heeft u deze periode zelf anders ervaren? Deel deze ervaringen dan vooral met ons, dan helpt u ons het Neerbossche verhaal completer te maken. Delen kan via:

4 4 STAGE in het Van t Lindenhoutmuseum Nicky Post, studente UU en stagiaire educatie Op de website van het Van t Lindenhoutmuseum werd een vacature geplaatst voor museumdocent die een aantal keer per jaar zou worden opgeroepen. Eigenlijk was ik op zoek naar een stageplek binnen museumeducatie voor mijn master Cultuurgeschiedenis. Hierna wil ik namelijk een educatieve master gaan doen, zodat ik les kan gaan geven op een middelbare school. Hoewel de vacature niet precies was wat ik zocht, besloot ik toch om een mail te sturen met het idee: Ik bied mij veel vaker aan binnen een kortere periode. Dit werkte en twee weken later liep ik het museum binnen voor een gesprek. Hoewel de locatie me in eerste instantie niet erg aansprak (nu vind ik de omgeving prachtig), sprak wat me werd aangeboden mij wel heel erg aan. Er werd een stageplek op maat voor me gemaakt waarin ik mijn eigen twee educatieve programmas mocht maken. Hieronder zal ik mijn werkzaamheden toelichten. Petertje en zijn koffertje Doelgroep: basisonderwijs, groep 3 De kinderen worden meegenomen in het verhaal van Petertje, een weeskind in de Weesinrichting Neerbosch. Zijn enige houvast was zijn koffertje, dat hij bij zich had. Aan de hand van een prentenboek beleven de kinderen de eerste dag van Petertje: hij gaat naar school, doet klusjes en speelt met de andere kinderen. Tijdens de interactieve rondleiding wordt uit het prentenboek voorgelezen en komen foto s en voorwerpen uit het koffertje van Petertje aan bod. De kinderen ervaren zelf hoe het dagelijks leven van de wezen op de Weesinrichting Neerbosch verliep. Voor dit educatieve programma heb ik Peter Kampman, een oud- Neerbosscher, mogen interviewen. Hij wist nog veel te vertellen over het kinderdorp uit de jaren 70 van de vorige eeuw. De verhalen van zijn eerste dag hebben we als basis gebruikt voor het weeskind Petertje. Natuurlijk moest er veel worden aangepast aan de leeftijdscategorie, maar het verhaal van Peter geeft een goede kijk in het leven van een kind op Neerbosch. Daarnaast zijn een aantal aspecten gebaseerd op het algemene verhaal van het kinderdorp.

5 5 Kijkje in de keuken van kok Knippers Doelgroep: basisonderwijs, groep 5 / 6 bakkerij Kok Knippers werkt in de keuken van Neerbosch: Ik zorg dat alle kinderen genoeg te eten hebben. Alle ingrediënten die ik gebruik komen van de eigen boerderij en tuinderij en het brood komt vers van de bakkerij. Hij wil de directie ervan overtuigen dat de weeskinderen van Neerbosch gezonder en gevarieerder moeten eten. De kinderen helpen kok Knippers met het samenstellen van een gezond, nieuw weekmenu en maken zelf een echt Neerbosch gerecht. Wat aten ze in die tijd, welke producten waren beschikbaar, hoe rook het en vooral: hoe smaakte het? Bij het onderzoek voor de expositie Wat de pot schaft! over eten op Neerbosch kwam ik brieven tegen in het dossier van meneer Knippers. Deze Neerbosche kok heeft tijdens zijn korte carrière op Neerbosch driemaandelijkse rapporten geschreven aan directeur van Lindonk. Hierin beschrijft hij stapsgewijs hoe het er in de keuken aan toegaat, van de broodkamer tot de gehaktmolen. In één van de brieven vraagt hij of de kinderen wat extra fruit kunnen krijgen om het vitaminegehalte in evenwicht te houden. Dit heeft ons geïnspireerd tot het maken van een educatief programma rondom kok Knippers. Ik heb een erg leuke, maar vooral leerzame tijd gehad op Neerbosch. Naast de educatieve programma s waar ik aan heb gewerkt, heb ik ook veel onderzoek gedaan voor verschillende exposities. Hierdoor zagen mijn dagen er erg afwisselend uit. Het leukste hieraan vond ik denk ik toch wel dat ik ook veel inspraak had. Ik had echt het gevoel dat ik onderdeel was van het team en dat mijn ideeën werden meegenomen. Hierdoor ben ik nu ook veel meer op de hoogte van hoe het werkt in de museumwereld. Daarnaast heb ik erg genoten van de gesprekken met oud-neerbosschers. Deze gesprekken maken de geschiedenis van het kinderdorp levend en herinnerden mij er ook aan hoe belangrijk het is dat we deze geschiedenis goed bewaren en tentoonstellen. tuinderij boerderij Zonder de inzet van Jacoline en Anne-Marie bij het creëren van mijn stageplaats had ik deze kennis niet opgedaan, dus ik ben ze hier erg dankbaar voor. keuken

6 6 Kleren maken t kind Anderhalve eeuw geschiedenis over kleding in Neerbosch Jacoline Zilverschoon en Nicky Post, educatie Kleding kleurt de eigen identiteit en laat zien bij welke groep je hoort. Dat geldt ook voor de kinderen van Neerbosch. De Weesinrichting onderscheidde zich van andere weeshuizen, omdat de kinderen hier geen uniform droegen. Op groepsfoto s lijken de kinderen op elkaar, maar ze zijn toch verschillend. De diversiteit wordt in de loop van de jaren groter. Er is meer oog voor het individu. In de jaren 60 gaat kinderkleding een veel grotere rol spelen in de groepsidentiteit: denk aan hippies, punks of hipsters. Vanaf 1975 krijgen alle kinderen van twaalf jaar en ouder kledinggeld, waardoor iedereen zijn eigen stijl kan ontwikkelen Geen uniform Op Neerbosch droegen de kinderen geen uniform. Dit kwam onder andere doordat de kleren van de kinderen grotendeels uit giften bestond. Toch was er sprake van een zekere uniformiteit, blijkt uit Van t Lindenhouts beschrijving van de kleding. Terwijl jongens die nog naar school gingen Friesche kielen droegen en zwarte broeken en zwarte lakensche petten, kregen oudere jongens stevige kleding van bruin bombazijn; een sterke, geweven stof van katoen met linnen. De kleine meisjes droegen door de week vaak jurkjes in een kleur naardat de Heer ons zendt, met zwarte ronde strooijen hoedjes met blauw lint en hooge friesche schorten. De oudere meisjes droegen een lang jak - een kleed voor dames - met een zwarte rok en een wit mutsje. s Zondags droegen de meisjes blauwe merinossen jurkjes - wollen jurkjes - Witte boezelaars [schorten], en een wit doekje omspeld. Ze droegen elke dag dezelfde hoedjes met lintjes. Voor alle kinderen gold dat ze door de week klompen droegen en s zondags schoenen. Mevrouw Van t Lindenhout lette ook bij het inkopen van stoffen op de nodige diversiteit. Vooral voor meisjes zouden uniformen namelijk slecht uitpakken, meende zij: Dat ligt in de aard. Moeten ze tot 18 à 20 jaar toe altijd dezelfde, en dan nog wel zwarte kleeren dragen - let dan maar eens op hoe ze zich in den eersten tijd na t verlaten van t weeshuis (den gevaarlijkste tijd) opschikken en zich, als ze kunnen, boven haar stand kleeden - als om zich schadeloos te stellen wegens het jarenlang gevoeld gemis. Ook het besluit of kleding versleten was, lag bij mevrouw Van t Lindenhout. Kinderen moesten uit hun kleren zijn gegroeid of hun kleding moest duidelijk versleten zijn, wilden ze nieuwe kleding krijgen Uit het keurslijf In het begin van de twintigste eeuw verdwijnen de korsetten, waardoor het modebeeld enorm verandert. Ook op Neerbosch wordt deze trend gevolgd. Op de foto s zie je jurken recht van snit, gedragen zonder korset. De oudere meisjes krijgen een zwart deux-pièces, met een witte blouse en kraag. Directeur Steenbeek beschrijft ook een andere verandering in de kleding van de meisjes: droegen zij vroeger een mutsje, veel gelijkend, in groot tenue, op n dienstbodenmuts uit het verleden, met banden (...) thans dragen ze n ander model, veel kleiner, in de week; en des Zondags een eenvoudige matelot met op koude regenachtige dagen een cape. Door de groei van Neerbosch nam de diversiteit van de kleding toe. Deze diversiteit is onder andere te verklaren door het feit dat Neerbosch nog steeds grote schenkingen van de naaikransen ontving: Zoo zijn er vele ijverige Martha s, die door Neerbosch den Heer dienen en van het hare geven, schrijft directeur Steenbeek. Een praktisch probleem dat het gevolg was van de steeds grotere omvang van de Weesinrichting, was dat kleding van kinderen geregeld bij anderen terecht kwam. Ten eerste kwam dit doordat veel kinderen slordig met hun eigen kleding omgingen. Ten tweede raakten de medewerkers ook het overzicht kwijt met het grote aantal kinderen en veel kleding raakte dan zoek in de was. Om deze chaos op te lossen, werd het toezicht verscherpt en werden alle kleren voorzien van nummers, zodat direct duidelijk was aan wie de kleding of schoenen toebehoorden.

7 Van t Lindenhoutmuseum Van t Lindenhoutmuseum Van t Lindenhoutmuseum Van t Lindenhoutmuseum Van t Lindenhoutmuseum 7 Het laantje naar de werkplaatsen met weeskinderen (ca. 1895) De meisjes dragen een jurk, schort en mutsje. Naarmate de meisjes ouder worden, zie je hun roklengte langer worden. De jongens dragen een kiel, lange broek en pet. De kleintjes in de Moederhuis-tuin bij het standbeeld van Johannes van t Lindenhout, de stichter van de Weesinrichting Neerbosch. Ook bij buiten spelen werd een schort gedragen. Een zondags portret van vijf meisjes van Neerbosch, rond De meisjes dragen jurkjes van verschillende motief, witte schorten, gebreide maillots en schoenen. De meisjes dragen jurkjes en schorten van verschillende dessin en grote strikken in het haar. Nu geen klompen maar schoenen. De foto is gemaakt in 1953 door fotograaf Cas Oorthuys. In de honingraat -paviljoens heeft iedereen zijn eigen kamer (1988) (foto: Theo van Zwam) De eigen identiteit is goed te zien in de kamer en kleding. De kamer mag naar eigen wens mag worden ingericht en de kleding wordt zelf gekozen Verschillende snit en kleur De vereenvoudiging die in de Eerste Wereldoorlog noodzaak was geweest, groeide uit tot een nieuwe modebeeld in de jaren twintig. De nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid. De kleding van het kind was eenvoudig en praktisch. De kleding van de meisjes had een slank silhouet met enigszins verbrede schouders. Jongens droegen plusfourpakken, grotere jongens een lange broek. Deze veranderingen zijn ook zichtbaar op Neerbosch. Ook die kleine mutsjes werden nu afgeschaft, schrijft directeur Kluin. Voor de capes kwamen mantels in de plaats. Voor de jurken met hoge hals, japonnetjes van verschillende snit en kleur. De jongens kregen hun overjassen in de winter en hun costumes van verschillend dessin. Als de meisjes Neerbosch verlieten, kregen ze een nieuwe japon, die ze onder leiding van Mevr. Hartman hadden gemaakt. Doordat de oudere meisjes hun eigen kleding mochten maken, nam de variëteit op Neerbosch toe. De mantels en hoeden waren enige dagen tevoren in Nijmegen gekocht. De kleding werd volgens een vast schema vernieuwd en uitgedeeld aan de kinderen. Het ging hier waarschijnlijk niet alleen om nieuwe kleding, maar ook om herstelde pakken, zoals blijkt uit de beschrijving van Kluin: Ook werden zooveel mogelijk nieuwe costumes vervaardigd, die zooals gewoonlijk met Pinksteren in gebruik werden genomen. Doordat telkens nieuwe en andere stoffen worden uitgekozen, is er van uniformiteit reeds lang geen sprake meer. In de twintigste eeuw kreeg sporten een steeds belangrijkere plek op Neerbosch. In 1900 was reeds een gymnastiekclub opgericht en in 1906 ontstond de voetbalclub Voorwaarts. In deze foto s zien we dan ook de eerste speciale sportkleding. Op 29 juli 1930 werd het zwembad geopend en deed de badmode zijn intrede op Neerbosch. Hier werden wollen badpakken gedragen, het liefst met blote rug en schouderbanden. Helaas bleek wol voor badkleding erg onpraktisch: het kriebelt, is warm, droogt langzaam en wordt zwaar door water. Eind jaren dertig werden badpakken daarom van nieuwe rekbare materialen als lastex en lycra gemaakt, die het lichaam nauw omsloten en meer beweging toelieten Een nieuwe look De kleding van de oudere meisjes kreeg na de Tweede Wereldoorlog een volledig ander silhouet: 1988, afgeronde het eten schouders, wordt in kitjes een smalle taille en een wijde lange naar rok. de De paviljoens kleding van gebracht de jongens voor overdag week niet af van het vooroorlogse beeld. Wel werden naast het zondagse pak veel combinaties gedragen, zoals een geruit of tweed jasje met effen broek. Na de Tweede Wereldoorlog nam de vraag naar klompen sterk af. Ook boeren, die nog lang klompen zijn blijven dragen, kozen steeds vaker voor schoenen en laarzen. Zo verdween de klomp ook uit het modebeeld van Neerbosch: In de jaren vijftig sloten we het klompentijdperk af zo vertelt adjunct-directeur Van Rossen, alle jongens en meisjes kregen schoenen. In 1958 kregen de kinderen nog 1 paar zondagse schoenen (...) 1 nieuw costuum. In de jaren zeventig was dit niet meer het geval. Zondagse kleren werden niet meer gedragen, vertelt Acsa Siahaya (op Neerbosch tussen ), ook de schoenen hoefden niet meer gepoetst te worden. Van de oude regels op Neerbosch was niet veel meer over. Nog tot in de jaren zeventig bezochten de kinderen tweemaal per jaar de linnenkamer om uit een beperkt aanbod kleren te kiezen. Wij als Loopplank-groep waren als laatste aan de beurt, vertelt Gerda van Bruggen (op Neerbosch tussen ), er was dan niet meer veel te kiezen. Je had geen keuze: ondergoed, jarretels, bh en hemdjes. Ik vond het vreselijk dat er voor jou bepaald werd. Veel meisjes wilden lange broeken gaan dragen. Voor 1962 mocht dit nog niet, maar vaak deden ze het toch stiekem. Dit zorgde nog wel eens voor een relletje tussen de kinderen en leiding Shoppen in Nijmegen 1975, het jaar dat Joke in de groep De Valken op Neerbosch kwam wonen, bracht meer nieuws. Vanaf dat jaar kregen alle kinderen van twaalf jaar en ouder kledinggeld. Joke: Alle kleding werd genummerd en gewassen en gestreken door de wasserij op Neerbosch. Soms wilden we dat als meiden liever zelf doen, vooral wanneer het hele nette kleding betrof of wanneer we bang waren dat die nieuwe spijkerbroek helemaal verwassen zou worden, of zelfs helemaal niet terug zou komen. Hoe dat wassen moest, leerden we dan van de leiding. In 1988 verdwijnen de centrale wasserij en linnenkamer helemaal van Neerbosch. In 1981 sluit ook de schoenmakerij. Door toenemend gebruik van sportschoenen, die na versleten te zijn, worden vervangen door nieuwe (...) er geen beroep meer wordt gedaan op onze schoenmaker de heer van Klinken. In de jaren 80 was de kleding van de kinderen sportief en doelmatig. Nieuw is de sterke merkbewustheid onder de kinderen. Zo ook op Neerbosch: Dat bleek een keer toen we in een kledingwinkel waren, vertelt oud-neerbosscher Shane, Jürgen wist alles van spijkerbroeken, van merken en maten. De winkelier was daarvan onder de indruk. Zie ook museumsite:

8 Almanak voor de Jeugd ( ) Een juweel wat inhoud en uitvoering betreft door Gyonne Schatorjé, studente RU en stagiaire letterkunde Deze almanak voor de kinderen verschijnt ook al een menschenleeftijd en vertoont nochtans geen spoor van ouderdom. Hij telt honderd pagina s en is, met zijn boeiende verhalen, interessante, leerzame artikelen en vele plaatjes, een juweel wat inhoud en uitvoering betreft. Elk jaar verschijnt hij opnieuw in gloednieuwe vorm, voor de prijs van 45 cents Het boek dat men in dit wervende tekstje in de Weezen Almanak van 1942 aan de man probeert te brengen, is de Almanak voor de Jeugd. Dit boek verscheen van 1885 tot en met 1943 bij de uitgeverij, drukkerij en binderij van Weesinrichting Neerbosch. Een almanak is een handzaam jaarlijks terugkerend boekje waarin literaire bijdragen én allerlei handige zaken, zoals feestdagen, de standen van de maan en zon en posttarieven, zijn opgenomen. Almanakken verschenen al vanaf de Gouden Eeuw en kenden elk een eigen signatuur en lezerskring. Ook de Almanak voor de Jeugd kende praktische zaken én verhalen, gedichtjes en liedjes. De literaire bijdragen hadden in meer of mindere mate een protestants-christelijke of moraliserende ondertoon, maar bleven voor de kinderen aantrekkelijk door spannende elementen, (ondeugende) dieren en/of herkenbare situaties met kinderen in de hoofdrol toe te voegen. Om het voor de kinderen extra

9 9 aanlokkelijk te maken, werden de verhalen, gedichtjes en liedjes afgewisseld met mooie plaatjes, rebussen, knutselideeën, grappige beeldverhalen en prijsvragen. Je zou het na het lezen van al deze lieflijkheden niet verwachten, maar de harde realiteit werd ook zeker niet geschuwd in de Almanak voor de Jeugd. Zo kwamen de gruwelen van de Zuiderzeevloed in januari 1916 en de Eerste Wereldoorlog uitgebreid aan bod. In het kader van mijn master Nederlandstalige Letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen loop ik van februari tot en met juni stage bij het Van t Lindenhoutmuseum en doe ik in het bijzonder onderzoek naar de ontwikkeling van de Almanak voor de Jeugd en zijn aansluiting binnen het literaire veld. Speciaal voor jullie wil ik graag één specifieke en bijzondere almanak uitlichten, namelijk de Almanak voor de Jeugd van Het was de een-na-laatste Almanak voor de Jeugd die men in Neerbosch uitgaf en bovendien eentje die op een opmerkelijke wijze reageerde op de Tweede Wereldoorlog die op dat moment gaande was. Roerige tijden De Neerbossche uitgeverij stond, zoals de meeste uitgeverijen, vanaf 1942 onder toezicht van de Nederlandse Kultuurkamer, die in november 1941 was aangekondigd door de Duitse bezetter. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verjaardagen van het Nederlands Koninklijk Huis niet in de almanak van 1942 te vinden zijn, terwijl ze daarvoor telkens trouw werden opgesomd in de Almanak voor de Jeugd. Ook in de literaire bijdragen vind je - ondanks toezicht van de Kultuurkamer - sporen van de roerige tijden terug. Het vertrouwen op God in donkere tijden, is een boodschap die je bijvoorbeeld voortdurend ziet terugkomen. In het gedichtje Nieuwjaarsdag van Nellie Donker wordt er daarnaast gesproken over boomen, die droomen van liefde en vreê. Deze uitspraken zijn nog redelijk onschuldig. Maar dan volgt het verhaal Het Paaschfeest van Paul Petrowitch van auteur P. de Zeeuw JGzn. In dit verhaal maken de jonge lezers kennis met het jongetje Paul Petrowitch, die samen met zijn vader en moeder in Rusland woont. Het christelijke gezin heeft het zwaar, want ze behoren niet tot de communisten. De communisten eigenen zich het beste voedsel toe en maken het voor christenen steeds moeilijker om hun geloof uit te oefenen. Het gezin is bang voor vervolging. Door net voor Pasen een werkplicht in te voeren, zorgen de communisten ervoor dat vele christenen met Pasen niet naar de avondmis kunnen gaan. Paul stelt voor om stiekem vaders werk als portier in een museum over te nemen, zodat vader toch nog naar de kerk kan gaan. Vader gaat hiermee akkoord. Het plannetje lijkt te slagen totdat Paul tijdens zijn dienst in het museum eventjes niet oplet en de deur vergeet open te doen voor een bezoeker. Dit blijkt een politieagent van de communistische geheime dienst te zijn, die onmiddellijk de naam van Pauls vader noteert. Wanneer zijn werk erop zit, haast Paul zich naar de kerk om zijn ouders te waarschuwen. Vader besluit om met behulp van oom Alexis naar Roemenië te vluchten, want hij kan voor dit incident flink gestraft worden. Moeder en Paul weten op een later tijdstip naar Roemenië te vluchten. Een jaar later viert het gezin samen Pasen in Boekarest. In Boekarest worden de christenen niet vervolgd, zoals inmiddels in Rusland het geval is. Het gezin dankt God voor het wonder van Pasen. Doch behalve voor de zegen van Pasen hadden zij nog een reden om God te danken. De Heere had hen uit grote nood en dood gered. Aanklacht mationaalsocialisme In eerste instantie lijkt dit verhaal perfect in het straatje van nazi-duitsland te passen. De communisten worden in dit verhaal immers zeer negatief weergegeven. Wanneer je echter iets langer bij dit verhaal stilstaat, realiseer je je dat het communisme in het verhaal ook heel gemakkelijk vervangen kan worden door het nationaalsocialisme. Joden mogen in Nederland steeds minder hun geloof uitdragen, net zoals het gezin Petrowitch hun christelijke geloof. Er worden wetten ingevoerd om het men steeds moeilijker te maken. De angst om op den duur vervolgd te worden, heerst. Uiteindelijk wordt deze dreiging realiteit. Het verhaal geeft aldus zeer goed de beklemmende sfeer van overheersing en onderdrukking weer. Het feit dat auteur P. de Zeeuw JGzn. zich in de Tweede Wereldoorlog inzette voor onderduikers en evacués, versterkt deze gedachtegang. Een gewaagde zet van de auteur en de redactie van de Almanak voor de Jeugd als je het mij vraagt!

10 mei Oud Weezendag 2017 De jaarlijkse dag van de ontmoeting van de oud Neerbossche familie. Oud-Neerbosch jongeren en personeelsleden met hun familie kwamen samen om een stukje verleden te delen. Op het grasveld voor het museum stond de gelegenheidstent voor een drankje en een broodje. In het museum werden heden en verleden samengebracht. Grietje van der Woude Hans, de zoon van Grietje van de Woude deed zijn onlangs overleden moeder welverdiende eer aan. Grietje bracht haar jeugd door op Neerbosch en zij bezocht de laatste jaren het museum regelmatig. Opening De expositie Kleren maken t Kind is geopend door de zoon van een oud-neerbosscher door met een grote kleermakerschaar een waslijn door te knippen. Kinderactiviteit Op de galerij kun je je verkleden met schorten, mutsjes/petjes en klompen en waan je je even als weeskind in een andere tijd. (foto Martijn Baudoin) Voor de jonge museumbezoekers is er een uitknipblad met een aankleedpoppetje beschikbaar. Het Oosten op Delpher Neerbossche uitgave ontsloten, een schatkamer geopend In 2010 is het idee ontstaan om het Neerbossche weekblad Het Oosten via het Metamorfose-traject van de Koninklijke Bibliotheek te laten digitaliseren. In mei 2017 kwam het bericht dat Het Oosten daadwerkelijk te raadplegen is via Delpher, het heeft eventjes geduurd, maar uiteindelijk mag de vlag uit! Op zondag 2 juli 2017 schenkt neerlandicus Peter Altena in het Van t Lindenhoutmuseum aandacht aan Het Oosten, dat sinds 1871 verslag deed van het leven van de kinderen in de Weesinrichting Neerbosch. Tijdens de lezing zal Peter Altena een beeld schetsen van wat dat oude weekblad ons nu nog te vertellen heeft. Wat leert Het Oosten ons over het dagelijks leven van de kinderen van Neerbosch? Wat mogen lezers verwachten wanneer zij het oude weekblad op hun scherm krijgen?

11 VtLM 2017 WEESTJES 11 Geschiedeniscafé on tour een geslaagde, goed bezochte activiteit activiteiten op een rijtje Museumsite: Webdesigner Maurice Hampsink maakte in 2012 de eerste museumwebsite. In 2017 kreeg hij de opdracht de site te actualiseren, de site in een nieuw en eigentijds jasje te gieten. Collectie Gelderland, 140 museumobjecten online De collectie van het Van t Lindenhoutmuseum mag gezien worden. Susan Rijke werkt in het museum aan de Adlib-collectieregistratie. Vanaf mei 2017 staan de eerste 140 museumobjecten online. Zie: 1 e zondag van de maand activiteiten - museum om 12:00 uur geopend 2 juli, 15:00 uur, Lezing Peter Altena Het Oosten op Delpher, Neerbossche uitgave ontsloten, een schatkamer geopend 6 augustus, 14:00 uur, Handwerkworkshop Kleding en sokken stoppen (m/v, vanaf 6 jaar) 3 september, 13:30 uur, Opening expositie Wat de pot schaft 5 november, 14:00 uur, Handwerkworkshop Merklappen van Neerbosch (m/v, vanaf 6 jaar) zondag 10 september Open Monumentendag, 11:00-17:00 uur, thema: Boeren, burgers, buitenlui... vrijdag en zaterdag 13 en 14 oktober 024 Geschiedenis, POP-UP museum, thema Geluk Vorig jaar was het grensoverschrijdende Pop-Up museum in de Stevenskerk een succes. Een samenwerking van elf deelnemers binnen de culturele sector, waarbij het Van t Lindenhoutmuseum initiatiefnemer was. In oktober dit jaar wordt de traditionele historische markt ingeruild voor één groot Pop-Up museum. Binnen het thema geluk vertelt ons museum over de voedingsmiddelen van Neerbosch waar de kinderen dolgelukkig van werden!

12 12 Fotograaf Martijn Baudoin maakte op Oud Weezendag 2017 foto s van mensen die de mogelijkheid aangrepen om zich te verkleden met de schorten, mutsjes en klompen om zich even als weeskind in een andere tijd te wanen. Naast de Vrienden van het Museum zijn er ook bedrijven, instellingen en personen die het museum ondersteunen. We zouden niet zonder hen kunnen. Onderhoud, verwarming, verlichting en vele andere aspecten kosten veel geld. Het museum steunen kan op vele manieren; er zijn mensen die hun bijdrage heel tastbaar maken door allerlei werkzaamheden en klussen voor het museum of het archief te verrichten, maar ook door gasten te ontvangen tijdens de openstelling en te ondersteunen bij in- en rondleidingen of een historische wandeling over het terrein. Maar gewoon een gift overmaken kan natuurlijk ook. IBAN NL 81 ABNA t.n.v. Ds. G. Boerstichting te Nijmegen o.v.v. gift Vriend museum + betreffend jaar Door minimaal 25,- per jaar over te maken wordt u Vriend van het Van t Lindenhoutmuseum en ontvangt u dit fraaie blad. Op de foto staan de beide stagiaires Nicky Post en Gyonne Schatorjé. Stand van zaken MUSEUMFAMILIE VRIJWILLIGERS Joost Hoedemaeckers werkte elke woensdag aan de digitalisering van het Neerbossche fotoarchief. Begin mei kreeg hij een baan in s Hertogenbosch voor vier dagen in de week. Zijn nieuwe baan viel helaas niet te combineren met zijn werk voor het museum. Nicky Post liep voor haar master Cultuurgeschiedenis vier maanden stage bij de afdeling educatie. Zij ontwikkelde basisonderwijsprogramma s, zoals Petertje en zijn koffertje voor groep 3 en Kijkje in de keuken van kok Knippers voor groep 5 / 6. Eind mei ondertekende zij een vrijwilligersovereenkomst om het museum voorlopig breed te blijven ondersteunen. Gyonne Schatorjé, studente letterkunde aan de RU, loopt stage in het museum van februari t/m juni Zij onderzoekt specifiek De Almanak voor de Jeugd, de betekenis en rol van deze kinderuitgave. Daarnaast werkte zij mee aan de nieuwe museumfolder en ondersteunt zij bij verschillende museumactiviteiten. Madeleine Peters heeft een baan gevonden, zij is na twee en half jaar gestopt op de donderdagochtend. Ze actualiseert voorlopig nog de museumsite. Samen met haar zus Truus blijft Madeleine heel gastvrij de catering verzorgen bij speciale gelegenheden. Museumdocente Claire Bernhardt is naar Engeland verhuisd samen met haar man en zoontje. De samenwerking verliep veelbelovend, maar voor korte duur. Irene van Meegen-Houkes, startte bijna twee jaar geleden bij het museum voor drie dagdelen in de week. Zij werkte nauwkeurig aan het pupillen- en het kerkhofregister en een dagdeel aan de fotoregistratie/digitalisering. Irene start met haar nieuwe baan voor vier dagen in de week in september. Een waardevolle kracht die ons verlaat, maar fijn dat zij een passende baan gevonden heeft. Van t Lindenhoutmuseum (VtLM) Kinderdorp Neerbosch Scherpenkampweg AL Nijmegen T / reservering groepen en dossierinzage: educatie COLOFON redactie corrector Anne-Marie Jansen Gyonne Schatorjé gastschrijvers Jacoline Zilverschoon, Bob Hermkens, Gyonne Schatorjé, Nicky Post vormgeving Anne-Marie Jansen druk DPN-Rikken Print, Nijmegen