HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Elkerliek Ziekenhuis Helmond

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Elkerliek Ziekenhuis Helmond"

Transcriptie

1 HSMR-rapport met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Elkerliek Ziekenhuis Helmond WCC-nr: HERZIENE VERSIE, oktober

2 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van Dutch Hospital Data (DHD) HSMRcijfers berekend voor de Nederlandse ziekenhuizen. Uw ziekenhuis heeft het CBS gemachtigd om de HSMR-cijfers van uw ziekenhuis te leveren aan DHD. Het CBS heeft daarvoor dit rapport opgesteld, welke door DHD aan uw ziekenhuis wordt verzonden. Stichting Dutch Hospital Data is opgericht door de NVZ Vereniging van ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) met als doel het beheer en onderhoud van verzamelingen van ziekenhuisgegevens, toezicht op relevante databanken die elders worden aangehouden en het bevorderen van een hoogwaardige informatievoorziening voor en over de ziekenhuiszorg. Dutch Hospital Data, Oudlaan, GA Utrecht Postbus, GR Utrecht Telefoon - Centraal Bureau voor de Statistiek Postbus, HA Den Haag Bij vragen over dit rapport wordt u verzocht contact op te nemen met DHD. DIT RAPPORT IS EEN HERZIENE VERSIE In het eerder uitgeleverde rapport met als datum oktober waren per abuis de labels acute opnamen en niet acute opnamen omgewisseld bij de (SMR-)uitkomsten. Dit betreft tabel C. in de bijlagen, en in het geval van significante SMR s voor acute/niet-acute opnamen ook de betreffende vermelding in hoofdstuk en paragraaf.. Deze tekstuele fout heeft géén effect op de uitkomsten en op de HSMR. In deze herziene versie is deze tekstuele fout hersteld.

3 Inhoudsopgave Voorwoord en leeswijzer Managementsamenvatting. Samenvatting resultaten HSMR SMR s Publicatie Achtergrond HSMR. Wat is de HSMR? Wat is het doel van de HSMR? Beperkingen van de HSMR Wat kan een ziekenhuis met de (H)SMR-cijfers? Methode (H)SMR-berekening. Brongegevens Verklarende variabelen in het model CCS-hoofddiagnosegroepen: overgang op ICD-definities en algemene ontwikkelingen. Overgang op ICD-definities van de nevendiagnosegroepen Berekeningswijze van de (H)SMR Uitkomsten Resultaten. Controle LMR/LBZ-deelname, datakwaliteit en casemix Resultaten LMR/LBZ-deelname, datakwaliteit en casemix Conclusie LMR/LBZ-deelname, datakwaliteit en casemix voor uw ziekenhuis. De HSMR van uw ziekenhuis HSMR Funnelplots HSMR SMR s hoger of lager dan gemiddeld

4 Bijlage A Verklarende variabelen in het HSMR-model Bijlage B Verklarende variabelen per diagnosegroep Bijlage C SMR s per diagnosegroep en patiëntengroep

5 Voorwoord en leeswijzer Voor u ligt de rapportage over van de gestandaardiseerde sterftecijfers, de zogenaamde Hospital Standardised Mortality Ratio s (HSMR s), voor uw ziekenhuis. De HSMR is een indicator die het aantal overleden patiënten in een ziekenhuis vergelijkt met de landelijk gemiddelde ziekenhuissterfte, rekening houdend met relevante kenmerken van de patiënten en de opnamen. Ook dit jaar heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de cijfers berekend en de rapporten voor de ziekenhuizen opgesteld, in opdracht van Dutch Hospital Data (DHD). Het CBS heeft de HSMR s nu berekend voor de periode -. De brondata voor deze berekening zijn a omstig uit de Landelijke Medische Registratie (LMR) en diens opvolger, de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). Behalve de HSMR worden ook de SMR-cijfers voor specifieke diagnoseen patiëntengroepen gepresenteerd. Dit jaar zijn ook de SMR s van alleen het laatste jaar () in het rapport opgenomen, zodat de informatie over het meest recente jaar compleet is. Niet alle ziekenhuizen hebben een rapportage gekregen. Er zijn alleen rapportages gemaakt voor de ziekenhuizen die het CBS schriftelijk gemachtigd hebben om de cijfers (via DHD) te leveren, en waarvan de data van voldoen aan een aantal minimale eisen voor wat betreft deelname aan LMR/LBZ, datakwaliteit en casemix. Of uw ziekenhuis in deze rapportage behalve voor ook HSMR-cijfers heeft gekregen voor, en de -jaarsperiode -, hangt er van af of uw ziekenhuis ook in die jaren voldeed aan de data-eisen. De methode die het CBS gebruikt heeft om de HSMR te berekenen is niet gewijzigd ten opzichte van vorig jaar en wordt in dit rapport op hoofdlijnen beschreven. Wel wordt dit jaar voor de cijfers van voor het eerst uitgegaan van ICD-definities van de hoofddiagnosegroepen en van de nevendiagnosen. Dit is mogelijk omdat in vrijwel alle ziekenhuizen zijn overgegaan op ICD-codering. Voor de ziekenhuizen die in ICD hebben gecodeerd wordt in dit rapport ook een extra achtergrondindicator gegeven van het aantal opnamen en sterfgevallen waarbij palliatieve zorg als nevendiagnose is geregistreerd. Een uitgebreide technische beschrijving van het berekeningsmodel voor de HSMR - zal uiterlijk in november worden gepubliceerd op de website van het CBS, tezamen met de modeluitkomsten. Het HSMR-model kan in de komende jaren op een aantal punten nog verder ontwikkeld worden. Zo heeft het CBS een pilotonderzoek gedaan naar een indicator die ook sterfte kort na ontslag meeneemt. Dit is technisch mogelijk, maar omdat er een paar praktische en beleidsmatige aspecten zijn die aandacht vragen, hebben DHD en de brancheorganisaties NVZ en NFU besloten deze indicator nog niet in te voeren. Ook op andere punten is doorontwikkeling van het HSMR-model mogelijk. Het is echter vooral belangrijk dat ziekenhuizen de voor de HSMR benodigde gegevens volledig, juist en consistent registreren in de LBZ. In dit rapport zijn daarom net als vorig jaar landelijke cijfers van een aantal voor de HSMR belangrijke variabelen opgenomen, zodat u de scores van uw ziekenhuis op deze variabelen kunt vergelijken met wat landelijk wordt geregistreerd. Soms zijn de verschillen tussen ziekenhuizen namelijk zo groot, dat dit behalve met echte verschillen tussen ziekenhuizen ook te maken moet hebben met verschillen in registratiepraktijk. Dergelijke codeerverschillen kunnen de HSMR- en SMR-cijfers van een ziekenhuis vertekenen. Het CBS publiceert de HMSR-cijfers alleen in anonieme vorm; individuele ziekenhuizen zijn hierin niet herkenbaar. De publicatie van de HSMR-cijfers per ziekenhuis is de verantwoordelijkheid van de ziekenhuizen zelf. Het nu voorliggende rapport van de (H)SMR-cijfers van uw ziekenhuis is hetzelfde opgebouwd als de vorige jaren. Eerst wordt een samenvatting gegeven van de belangrijkste uitkomsten. In hoofdstuk wordt ingegaan op de achtergronden van de HSMR, met een uitleg van de aard van de indicator, het doel, de beperkingen en hoe de indicator gebruikt kan worden. In hoofdstuk wordt de gebruikte methode voor de HSMR-berekening toegelicht. In hoofdstuk worden de resultaten voor uw ziekenhuis uitgebreid beschreven, met bijzondere aandacht voor de SMR s die in statistisch opzicht afwijken. In de bijlagen vindt u nadere informatie over de in het model gebruikte variabelen en een overzicht van alle SMR s per diagnosegroep en patiëntencategorie.

6

7 Managementsamenvatting Het CBS heeft ook dit jaar, in opdracht van DHD, de Hospital Standardised Mortality Ratio s (HSMR s) berekend voor de Nederlandse ziekenhuizen. In dit rapport worden de resultaten voor uw ziekenhuis weergegeven. Uw ziekenhuis heeft het CBS schriftelijk gemachtigd tot het verstrekken van deze cijfers aan DHD dat verantwoordelijk is voor het verdere gebruik van deze gegevens. De HSMR is een indicator om sterfte in ziekenhuizen te vergelijken met het landelijk gemiddelde, waarbij rekening is gehouden met relevante kenmerken van de patiënten en de opnamen. Over alle ziekenhuizen bekeken is de HSMR gemiddeld. Als een ziekenhuis een HSMR heeft die statistisch significant hoger is dan, dan betekent dit dat er in het ziekenhuis meer klinische patiënten zijn overleden dan verwacht mag worden op basis van het landelijk gemiddelde. Als de HSMR significant lager is dan, dan heeft het ziekenhuis juist minder sterfgevallen dan verwacht op basis van het landelijk gemiddelde. Behalve de overall HSMR zijn ook specifieke Standardised Mortality Ratio s (SMR s) berekend. De SMR geeft net als de HSMR aan hoe hoog de sterfte in een ziekenhuis is vergeleken met het landelijk gemiddelde, maar dan voor een bepaalde diagnosegroep of patiëntencategorie. Net als vorig jaar zijn naast de SMR s voor de afzonderlijke diagnosegroepen die deel uitmaken van de HSMR, ook SMR s berekend voor vijf clusters van deze diagnosegroepen, namelijk voor nieuwvormingen, aandoeningen van het hartvaatstelsel, respiratoire aandoeningen, maag-, darm- en leveraandoeningen, en urogenitale aandoeningen. Als een ziekenhuis een statistisch significant hoge HSMR heeft, dan is dat een signaal dat er mogelijk wat schort aan de kwaliteit van de zorg, maar er kunnen ook andere oorzaken voor zijn. Evenzo zou een significant lage HSMR kunnen duiden op best practices in de zorg. Door binnen het ziekenhuis de diagnosegroepen en patiëntencategorieën met een significant hoge of lage SMR nader te analyseren, kan mogelijk nuttige informatie worden verkregen. Wellicht is er een relatie met de patiëntenzorg, maar het kan bijvoorbeeld ook zijn dat de registratie afwijkend is of dat er bijzondere patiëntenkenmerken zijn waar de (H)SMR onvoldoende voor corrigeert. De methode om de HSMR te berekenen is dit jaar niet gewijzigd ten opzichte van de methode die vorig jaar door het CBS is gehanteerd. Wel is voor de HSMR voor het eerst de ICD als basis genomen voor de hoofd- en nevendiagnosegroepen die meetellen in de HSMR. Dit kan enige invloed hebben op de vergelijkbaarheid van de cijfers met die van eerdere jaren, welke nog op ICD -definities zijn gebaseerd. Ook door de afname van de registratie van eendaagse klinische opnamen in en (als gevolg van nieuwe NZa-regels) zijn de cijfers in de tijd minder goed vergelijkbaar. Het probleem van vorig jaar dat ziekenhuizen die in ICD codeerden gemiddeld een wat lagere HSMR hadden dan ziekenhuizen die nog in ICD codeerden, speelt in echter nauwelijks meer omdat inmiddels vrijwel alle ziekenhuizen over zijn gegaan op ICD-codering. De (H)SMR-uitkomsten voor zijn dus goed vergelijkbaar tussen ziekenhuizen. Verder heeft DHD medio dit jaar voorlopige HSMR cijfers berekend, op basis van het HSMRmodel van. Deze voorlopige cijfers zijn dus gebaseerd op een ouder model en op ICD -definities. DHD heeft deze cijfers berekend om u een vroegtijdig inzicht te kunnen geven in de ontwikkeling van uw eigen ziekenhuis van op. Deze cijfers zijn voor dit specifieke doel geschikt, maar houden geen rekening met de landelijke ontwikkeling. Bij de cijfers in dit rapport is daar wel rekening mee gehouden, omdat in het berekeningsmodel ook de data van zijn meegenomen van alle ziekenhuizen. Daardoor kan het voorlopige HSMR cijfer verschillen van het definitieve cijfer in dit rapport. De cijfers in dit rapport zijn dus de actuele, definitieve HSMR cijfers, waarmee u uw ziekenhuis kunt vergelijken met het landelijk gemiddelde van.. Samenvatting resultaten Om een betekenisvolle (H)SMR te kunnen berekenen moeten de data van een ziekenhuis voldoen aan een aantal eisen voor wat betreft LMR/LBZ-deelname, datakwaliteit en casemix. Voor verslagjaar

8 is dat voor uw ziekenhuis het geval. Voor de driejaarsperiode - voldeden de data van uw ziekenhuis niet aan alle eisen, daarom is voor deze periode geen HSMR berekend. De cijfers voor een enkel verslagjaar (zoals ) hebben echter grotere betrouwbaarheidsmarges dan die voor de driejaarsperiode. Hierdoor worden minder gauw statistisch significante verschillen gevonden. Bij de interpretatie van de cijfers moet hiermee rekening worden gehouden. Uw ziekenhuis heeft in niet alle maanden volledig in de LMR geregistreerd. Voor de HSMR-berekening is volledige registratie van groot belang. Wij raden u daarom sterk aan om in het vervolg volledig deel te nemen aan de LBZ... HSMR De cijfers van geven het meest actuele beeld van de ziekenhuissterfte. De HSMR van de Nederlandse ziekenhuizen varieert in van tot. De HSMR van uw ziekenhuis is ; het %- betrouwbaarheidsinterval is. Dat betekent dat de HSMR van uw ziekenhuis voor niet significant afwijkt van het landelijk gemiddelde... SMR s In waren er bij uw ziekenhuis geen diagnosegroepen of patiëntengroepen waarbij de sterfte significant lager of hoger dan het landelijk gemiddelde was. Nadere informatie over de SMR s staat beschreven in paragraaf. van dit rapport... Publicatie Het CBS publiceert de HMSR-cijfers alleen in anonieme vorm; individuele ziekenhuizen zijn hierin niet herkenbaar. De publicatie van de HSMR-cijfers per ziekenhuis is de verantwoordelijkheid van de ziekenhuizen zelf.

9 Achtergrond HSMR. Wat is de HSMR? De Hospital Standardised Mortality Ratio (HSMR) is een indicator om sterfte in ziekenhuizen te vergelijken waarbij rekening is gehouden met relevante kenmerken van de patiënten en de opnamen. Het ene ziekenhuis heeft meer patiënten met levensbedreigende ziekten dan het andere en ook de complexiteit van de patiënten verschilt. Vergelijken van ziekenhuizen op alleen de bruto sterftecijfers houdt hier geen rekening mee, de HSMR wel. De HSMR is gebaseerd op de Standardised Mortality Ratio s (SMR s) van verschillende diagnosegroepen. Een SMR geeft voor een bepaalde diagnosegroep de verhouding aan van de werkelijke (waargenomen) sterfte in een ziekenhuis en de verwachte sterfte. Bij de HSMR worden de waargenomen en verwachte sterfgevallen van de verschillende diagnosegroepen in teller en noemer gesommeerd, waardoor er één overall gestandaardiseerd sterftecijfer per ziekenhuis ontstaat. (H)SMR = waargenomen sterfte verwachte sterfte 100 De verwachte sterfte wordt berekend op basis van een model met gegevens van alle ziekenhuizen, waarbij allerlei kenmerken van de patiënt en de opname worden meegenomen. De verwachte sterfte geeft dus eigenlijk aan hoe hoog de sterfte is op landelijk niveau, bij een vergelijkbare patiëntenpopulatie. Over alle ziekenhuizen bekeken is de HSMR gemiddeld. Als een ziekenhuis een HSMR heeft die statistisch significant hoger is dan, dan betekent dit dat er in het ziekenhuis meer patiënten zijn overleden dan verwacht mag worden op basis van het landelijk gemiddelde. Als de HSMR significant lager is dan, dan heeft het ziekenhuis juist minder sterfgevallen dan verwacht op basis van het landelijk gemiddelde.. Wat is het doel van de HSMR? De HSMR kan gebruikt worden om sterftecijfers van ziekenhuizen te vergelijken. De HSMR kan idealiter ook gebruikt worden als indicator voor de kwaliteit van de ziekenhuiszorg. Het is echter niet de enige kwaliteitsindicator en is voor dit doel ook zeker niet perfect. Een goede indicator voor de kwaliteit van de ziekenhuiszorg zou zijn in hoeverre de patiënten door de behandeling genezen of herstellen, rekening houdend met alle relevante kenmerken van de patiënt. Genezing is echter moeilijk meetbaar en het is praktisch vrijwel onmogelijk om alle relevante patiëntenkenmerken te registreren. De sterfte is een veel beperktere indicator voor de uitkomst van ziekenhuiszorg, maar is wel goed meetbaar. Daarom wordt de HSMR in verschillende landen gebruikt als kwaliteitsindicator. De HSMR houdt rekening met een aantal patiëntenkenmerken, voor zover deze geregistreerd zijn in de landelijke gegevensset. De HSMR is dus ook a ankelijk van de kwaliteit en volledigheid van de gegevensregistratie. De HSMR is als indicator alleen relevant als een niet optimale behandeling inderdaad kan leiden tot sterfte. Voor bijvoorbeeld diagnosen als staar en in het algemeen voor poliklinische en dagbehandelingen, is sterfte geen geschikte maat om de kwaliteit van de zorg te meten. Daarom worden in de HSMR alleen klinische opnamen meegenomen en alleen de belangrijkste diagnosegroepen die tezamen verantwoordelijk zijn voor circa % van de sterfte in ziekenhuizen.

10 . Beperkingen van de HSMR De kwaliteit van de HSMR is dus a ankelijk van de volledigheid en kwaliteit van de gegevensregistratie. Op dit punt zijn zeker nog verbeteringen mogelijk. Zo doen nog niet alle ziekenhuizen (volledig) mee met de LMR/LBZ. Ook zijn er variaties in codeerpraktijk. Voor de HSMR is het belangrijk dat de ICD-registratie van hoofd- en nevendiagnosen goed en volledig is, zowel voor de sterfgevallen als voor de overlevende patiënten. Ook wordt de variabele die aangeeft of een opname wel of niet acuut was nog niet door alle ziekenhuizen op dezelfde wijze geregistreerd. Naarmate de ziekenhuizen de gegevens meer uniform en meer volledig registreren, neemt de kwaliteit van de HSMR als indicator toe. Verder is het zo dat in de HSMR alleen gecorrigeerd kan worden voor variabelen die in de landelijke gegevensset worden geregistreerd. Niet alle variabelen die mogelijk voor de HSMR relevant zijn (kunnen) worden geregistreerd, bijvoorbeeld de algemene conditie of weerstand van de patiënt. Daardoor kan niet voor alle verschillen in casemix worden gecorrigeerd. Daarnaast heeft het ene ziekenhuis meer behandelingsbevoegdheden dan het andere, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van hartoperaties, wat mogelijk van invloed kan zijn op het sterfterisico van bepaalde typen patiënten. Ook kunnen ziekenhuizen verschillen in opname- en ontslagbeleid. De mate waarin terminaal zieke patiënten worden opgenomen en ontslagen kan verschillen tussen ziekenhuizen. Dit is onder andere a ankelijk van de afspraken die ziekenhuizen hierover hebben gemaakt met externe voorzieningen voor terminale zorg en met de andere ziekenhuizen in de regio. Omdat dit mede bepaalt of patiënten in een bepaald ziekenhuis overlijden, heeft dit ook invloed op de HSMR. Ten slotte is het zo dat als ziekenhuizen zich steeds meer gaan specialiseren, de waarde van de HSMR als overall indicator om sterfte tussen ziekenhuizen te vergelijken afneemt. Vergelijkingen op basis van SMR s van specifieke diagnose-/specialismeclusters nemen dan in belang toe.. Wat kan een ziekenhuis met de (H)SMR-cijfers? Ondanks de eerder genoemde beperkingen, kan de HSMR nog steeds gezien worden als een waardevolle indicator voor de ziekenhuizen om hun sterftecijfers te vergelijken met het landelijk gemiddelde. Sterfte is hoe dan ook een belangrijk aspect in de ziekenhuiszorg en bij de berekening van de HSMR wordt rekening gehouden met veel kenmerken die van invloed zijn op die sterfte. Verbetering van de gegevensregistratie kan in de komende jaren de waarde van de HSMR doen toenemen. Ziekenhuizen met een statistisch significant hoge of lage HSMR hebben een relatief hoge, respectievelijk lage sterfte in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Een significant hoge HSMR kan opgevat worden als een signaal dat er mogelijk (maar niet noodzakelijkerwijs) wat schort aan de kwaliteit van de zorg in het desbetreffende ziekenhuis. Nader onderzoek door het ziekenhuis is dan aan te raden om te bepalen of dit inderdaad zo is, of dat er andere oorzaken zijn aan te wijzen. Evenzo kan bij een significant lage HSMR onderzocht worden of er sprake is van best practices. De in dit rapport gepresenteerde SMR s kunnen handvatten bieden voor dergelijk onderzoeken. Door binnen het ziekenhuis de diagnosegroepen en patiëntencategorieën met een significant hoge of lage SMR nader te analyseren, kan mogelijk nuttige informatie worden verkregen. Wellicht is er een relatie met de patiëntenzorg, maar het kan bijvoorbeeld ook zijn dat de registratie afwijkend is of dat er bijzondere patiëntenkenmerken zijn waar de (H)SMR onvoldoende voor corrigeert. In paragraaf. wordt hier nader op ingegaan.

11 Methode (H)SMR-berekening In dit hoofdstuk wordt de methode beschreven die het CBS heeft gebruikt om de (H)SMR-cijfers te berekenen. Dit jaar is dezelfde methode van modellering gehanteerd als vorig jaar. Een verandering is wel dat dit jaar voor het eerst gebruik gemaakt is van de ICD-codering van de diagnosen. Dit is mogelijk omdat in vrijwel alle ziekenhuizen overgegaan zijn op ICD-registratie. De selectie van de hoofddiagnosegroepen die meetellen in de HSMR gebeurt nu op basis van de ICD-definities van deze diagnosegroepen. Ook de nevendiagnosegroepen die meegenomen worden in de HSMR-berekening zijn nu in ICD gedefinieerd. Hiervoor heeft het CBS een onderzoek gedaan naar de verschillende ICD-vertalingen van deze nevendiagnosegroepen die in de literatuur beschreven zijn en op basis hiervan een keuze gemaakt voor de ICD-definities. Deze veranderingen zijn alleen toegepast op verslagjaar. Voor de eerdere jaren zijn nog de oude ICD -definities toegepast. Voor de zwaarteklasseindeling van de hoofddiagnosen zijn voor alle jaren de oude ICD -definities gebruikt, dus ook voor. Er moeten namelijk eerst voldoende jaren van ICD-gegevens beschikbaar zijn om een nieuwe zwaarteklasse-indeling te kunnen maken in ICD. Als een ziekenhuis in in ICD heeft gecodeerd, dan zijn deze codes dus alleen geconverteerd ) naar ICD voor de zwaarteklasse-indeling; voor de overige variabelen worden de oorspronkelijk geregistreerde ICD-codes gebruikt. Als een ziekenhuis in in ICD heeft gecodeerd, dan zijn deze codes geconverteerd naar ICD voor de variabelen met ICD-definities ( hoofddiagnosegroepen en nevendiagnosegroepen). In hebben van de ziekenhuizen geheel in ICD gecodeerd, ziekenhuizen gedeeltelijk in ICD en gedeeltelijk in ICD gecodeerd, ziekenhuizen geheel in ICD gecodeerd en ziekenhuizen niet in ICD gecodeerd (geen deelname LMR/LBZ). Door de overgang op de ICD is het nu ook mogelijk om palliatieve zorg als nevendiagnose te coderen. Deze variabele wordt niet meegenomen in de berekening van de HSMR, maar bij de achtergrondgegevens over de casemix van ziekenhuizen zijn hierover wel cijfers toegevoegd in dit rapport (zie paragraaf. ). Dit is een eerste stap om eventuele verschillen tussen ziekenhuizen in palliatieve zorg zichtbaar te maken. In paragraaf. -. wordt het gehanteerde berekeningsmodel stapsgewijs toegelicht. Eerst wordt ingegaan op de brongegevens die zijn gebruikt. Vervolgens worden de variabelen beschreven die zijn meegenomen in de (H)SMR-berekening. In paragraaf. en. worden de veranderingen door de overgang op ICD-definities nader beschreven. Daarna wordt ingegaan op de wijze van berekening van de (H)SMR en ten slotte wordt er een overzicht gegeven van de geproduceerde uitkomsten. Dit jaar worden van de SMR s per diagnose- en patiëntengroep naast de driejaarsgemiddelden ook de cijfers over het laatste jaar () gepresenteerd. Een uitgebreid rapport van de methode die is gehanteerd voor de berekening van de HSMR wordt elk jaar gepubliceerd op de website van het CBS. Uiterlijk november zal daar ook het rapport worden gepubliceerd van de methode die dit jaar is gehanteerd voor de HSMR. ). Brongegevens De Landelijke Medische Registratie (LMR) en diens opvolger de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) zijn de bronnen voor de berekening van de HSMR. Deze registraties bevatten gegevens van de opnamen (verblijven) in de Nederlandse ziekenhuizen. De datum van ontslag is bepalend voor het ) Voor de conversie van ICD (CvZ) naar ICD en omgekeerd zijn de conversietabellen gebruikt zoals gepubliceerd op ) Zie publicatie HSMR : Methodological report

12 jaar waarin de opname in de LMR/LBZ wordt geregistreerd. De LMR/LBZ van bevat dus alle records van opnamen waarin het ontslag in plaatsvond. Naast het feit of een patiënt in het ziekenhuis is overleden, bevatten de registraties allerlei gegevens waarvoor in het HSMR-berekeningsmodel kan worden gecorrigeerd. Om de HSMR te bepalen is gebruik gemaakt van een berekeningsmodel dat gebaseerd is op de laatste vier beschikbare jaren van de LMR/LBZ, in dit geval dus de jaren -. Op basis van dit landelijke model wordt de verwachte sterfte per ziekenhuis berekend, de noemer van de HSMR. Niet alle ziekenhuizen zijn in het HSMR-model opgenomen. Ieder jaar waren er ziekenhuizen die niet aan de LMR/LBZ deelnamen. In bestond de LMR/LBZ-populatie uit ziekenhuizen: algemene, academische en categorale ziekenhuizen. Acht van deze ziekenhuizen hebben dat jaar geen LMR/LBZ-records geregistreerd, waardoor hun opnamen niet in het HSMR-model konden worden meegenomen. Eén ander ziekenhuis is uitgesloten omdat het in de periode - alleen dagopnamen had en deze worden niet meegenomen in het model. In zijn dus van ziekenhuizen opnamen in het HSMR-model opgenomen. In gold dit voor ziekenhuizen, in voor en in voor. Van deze ziekenhuizen zijn alleen de volgende opnamen meegenomen in het HSMR-model: Alleen de in de LMR/LBZ geregistreerde opnamen Van ziekenhuizen die alleen een gedeelte van hun klinische opnamen in de LMR/LBZ hebben geregistreerd ( ziekenhuizen in ), zijn alleen de (in ICD) geregistreerde opnamen meegenomen. Voor zes van deze ziekenhuizen in, vier in, één in en twee ziekenhuizen in zijn voor enkele gedeeltelijk geregistreerde maanden ook de geregistreerde opnamen buiten het model gehouden, bijvoorbeeld omdat in deze maanden wel de sterfgevallen maar niet alle niet-sterfgevallen zijn geregistreerd. Dit zou anders tot onzuiverheid van de modelschattingen hebben geleid. Alleen klinische opnamen Dagopnamen worden niet meegenomen omdat het sterfterisico hier zeer klein is. In geval een ziekenhuis toch in substantiële mate sterfgevallen bij de dagopnamen heeft geregistreerd, wordt dit apart vermeld in de rapportage (zie paragraaf. ). Alleen opnamen binnen CCS-hoofddiagnosegroepen Alleen de klinische opnamen met een hoofddiagnose die valt binnen geselecteerde CCSgroepen zijn meegenomen. CCS staat voor Clinical Classifications Software; een Amerikaans systeem om ICD-codes te clusteren in klinisch relevante en handzame groepen. De geselecteerde diagnosegroepen zijn dezelfde als die in vorige jaren werden gebruikt voor de berekening van de HSMR in Nederland. Tot en met werden de ICD -definities van deze CCSgroepen gebruikt, maar voor verslagjaar is overgegaan op de ICD-definities. ) Over de effecten daarvan wordt in paragraaf. ingegaan. Alleen opnamen van in Nederland wonende patiënten Patiënten waarvan in de LMR/LBZ geen postcode is geregistreerd en waarvan de landcode niet Nederland is, worden niet meegenomen in het model. Dit is gedaan met het oog op mogelijke modelveranderingen in de toekomst, als door koppeling met andere databronnen gegevens aan de LMR/LBZ kunnen worden toegevoegd. Dit is bijvoorbeeld het geval als sterfte kort na ontslag aan de ziekenhuissterfte zou worden toegevoegd. Dergelijke koppelingen zijn alleen uitvoerbaar met de in Gemeentellijke Basisadministratie geregistreerde bevolking in Nederland. Verder zijn er verschillen tussen de opnamen van buitenlanders en die van in Nederland wonende personen. Zo worden buitenlanders bijvoorbeeld vaker opgenomen voor acute, ernstige zaken dan in Nederland wonende personen. Ten slotte zijn de LMR/LBZ-opnamen nog gecontroleerd op het voorkomen van dubbele nevendiagnosen. Per opname zijn de voorkomende nevendiagnosen ontdubbeld, zowel onderling als met de hoofddiagnose. Hierdoor wordt bewerkstelligd dat een bepaalde nevendiagnosecode maar één keer per opname voor kan komen en niet dezelfde diagnose kan zijn als de hoofddiagnose. ) Zie

13 . Verklarende variabelen in het model Bij de berekening van de HSMR wordt rekening gehouden met kenmerken van de patiënt en de opname die van invloed zijn op de sterftekans van de patiënt. Omdat ziekenhuizen verschillen in de mix van patiënten (casemix) die worden opgenomen, is het belangrijk om hiervoor te corrigeren bij de berekening van de HSMR. Dit wordt gedaan door de voor de sterftekans relevante kenmerken als verklarende variabelen mee te nemen in het HSMR-model. Bij de berekening van de verwachte sterfte (de noemer van de HSMR) wordt zodoende voor deze variabelen gecorrigeerd (gestandaardiseerd). Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verklarende variabelen (ook wel standaardisatiefactoren, x-variabelen of covariaten genoemd) die zijn meegenomen in het HSMR-model. In bijlage A worden de verklarende variabelen in detail beschreven. Leeftijd De sterftekans neemt sterk toe bij hogere leeftijden en ook pasgeborenen hebben een relatief grote kans op overlijden. Een ziekenhuis met meer oudere patiënten zal naar verwachting meer sterfgevallen hebben. Het is dus belangrijk om voor leeftijd te corrigeren. Leeftijd wordt hier gedefinieerd als de leeftijd op opnamedatum. Geslacht Vrouwen hebben een hogere levensverwachting dan mannen, en daarmee ook een kleinere kans op overlijden bij gelijke leeftijd. Daarom wordt geslacht ook meegenomen als verklarende variabele. Sociaal-economische status (SES) Gebleken is dat de levensverwachting van mensen uit wijken met een lagere sociaal-economische status korter is. Om ziekenhuizen met veel patiënten uit zulke wijken (bijvoorbeeld in steden) niet te benadelen wordt hiervoor gecorrigeerd. SES is geen variabele in de LMR/LBZ, maar wordt aan de dataset toegevoegd op basis van de viercijferige postcode van het woonadres van de patiënt. Het is dus geen kenmerk van de patiënt zelf, maar van diens woonomgeving. Voor de SES-scores van - is het bestand van gebruikt van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Voor de eerdere jaren is het SCP-bestand van gebruikt. Zwaarteklasse van de hoofddiagnose Voor iedere CCS-groep van hoofddiagnosen wordt een apart model geschat. Binnen een CCSgroep vallen echter meerdere ICD-diagnosecodes die in zwaarte (sterfterisico) kunnen verschillen. Omdat de verdeling van deze codes per ziekenhuis kan verschillen is hiervoor gecorrigeerd. De zwaarteklasse-indeling is gebaseerd op de landelijke sterfterisico s per ICD-code (zie bijlage A voor meer details). In is dezelfde zwaarteklasse-indeling gebruikt als in vorige jaren, gebaseerd op ICD -definities. De in ICD geregistreerde hoofddiagnosen in de LMR/LBZ zijn hiervoor geconverteerd naar ICD. Urgentie van de opname Een patiënt heeft bij een acute opname in het algemeen een grotere kans om te overlijden dan bij een niet-acute opname. Daarom wordt hiervoor gecorrigeerd. Gebruikt is de opnameurgentie variabele uit de LMR/LBZ, die onderscheid maakt tussen acute en niet-acute opnamen. Een acute opname is een opname die niet kan worden uitgesteld omdat onmiddelijke behandeling of hulpverlening binnen uur noodzakelijk is. Binnen uur wil zeggen gerekend vanaf het moment dat de medisch specialist oordeelt dat een acute opname noodzakelijk is. Als de patiënt als acuut wordt gecategoriseerd maar de daadwerkelijke opname uur of later plaatsvindt, dan kan toch de definitie acuut worden gehanteerd. Nevendiagnosen (comorbiditeit) In de LMR/LBZ worden ook nevendiagnosen geregistreerd. Dit zijn in het algemeen aandoeningen waar een patiënt wel aan lijdt, maar die niet de hoofdreden zijn voor de opname. Omdat comorbiditeit de sterftekans sterk kan beïnvloeden, wordt hiervoor gecorrigeerd. Als verklarende variabelen zijn de nevendiagnosegroepen van de Charlson-index meegenomen als aparte variabelen in het model (zie bijlage A). Voor verslagjaar is overgegaan op ICD-definities van deze nevendiagnosegroepen. In paragraaf. wordt hier verder op ingegaan.

14 Herkomst patiënt (verblijfplaats voorafgaand aan opname) De plaats waar een patiënt vandaan komt voordat hij/zij wordt opgenomen is ook een indicator voor de zorgzwaarte van de opname. Zo heeft een patiënt die via een verwijzing van de huisarts in het ziekenhuis terecht komt vaak een andere sterftekans dan een patiënt die voor een speciale behandeling is doorverwezen vanuit een ander ziekenhuis. Jaar ontslag Omdat er een algemene trend is dat de ziekenhuissterfte afneemt in de tijd, is ook het ontslagjaar opgenomen in het model. Dit heeft verder als praktisch voordeel dat de gemiddelde HSMR ook voor elk afzonderlijk jaar altijd precies is. Maand van opname Dit kenmerk is in het model meegenomen om te corrigeren voor seizoeneffecten. Met name bij opnamen in de wintermaanden (kou, griepepidemieën) en in de zomermaanden (hitte, of uitstel van sterfte) kunnen de sterftekansen verschillend zijn.. CCS-hoofddiagnosegroepen: overgang op ICD-definities en algemene ontwikkelingen Omdat in vrijwel alle ziekenhuizen in ICD hebben geregistreerd, is voor dit jaar overgegaan op de ICD-definities van de CCS-hoofddiagnosegroepen waarover de HSMR berekend wordt. Voor de jaren vóór zijn de ICD -definities van de CCS-groepen gebruikt. Bij toepassing van de ICDdefinities op de data zijn er ruim. klinische opnamen minder in de CCS-groepen dan het geval zou zijn geweest als de ICD -definities (totaal. opnamen) waren gebruikt voor. Dit komt voor het grootste deel door CCS-groep (Overige aandoeningen van de lage luchtwegen). Deze groep bevat bij de ICD-definities zo n. opnamen minder, welke voor het grootste deel verschoven zijn naar andere CCS-groepen van aandoeningen van de ademhalingswegen (de groepen, en ) die niet binnen de huidige CCS-groepen vallen die meegenomen worden bij de HSMR-berekening. In de ICD-definities is CCS-groep dus een stuk kleiner geworden dan in vorige jaren. Als voor een ziekenhuis behalve de omvang van deze groep daardoor ook de casemix van de patiëntenpopulatie is veranderd, kan de SMR van deze diagnosegroep minder goed vergeleken worden met die van eerdere jaren voor dat ziekenhuis. Voor zijn de (H)SMR resultaten wel goed vergelijkbaar tussen de ziekenhuizen onderling. Verschillen tussen de ICD- en ICD -definities van de CCS-groepen spelen in mindere mate ook bij enkele andere CCS-groepen van de huidige. Zo tellen de CCS-groepen (Perifere en viscerale atherosclerose), (Overige gastrointestinale aandoeningen) en (Urineweginfectie) minder opnamen bij de ICD-definities, en de groepen (Overige circulatoire aandoeingen) en (Complicatie van chirurgische procedure of medische zorg) meer. Die verschillen zijn echter veel minder groot dan bij CCS-groep. In is het effect van het toepassen van de ICD-definities dat het percentage klinische opnamen dat binnen de CCS-groepen valt (, %), wat lager is dan bij de ICD -definities het geval zou zijn (, %). Het percentage van de sterfgevallen dat binnen de CCS-groepen valt (t.o.v. de totale sterfte in klinische opnamen) is ook lager:, % in ICD ten opzichte van, % bij toepassen van de ICD -definities. De relatieve sterfte binnen de CCS-groepen is vrijwel gelijk bij de ICD - en ICDdefinities (, %). Verder is er in ook een afname van % in het totaal aantal geregistreerde klinische opnamen, in vergelijking met. Deze afname in de tijd heeft dus niet te maken met ICD of ICD, maar is met name te wijten aan de invoering van een nieuwe NZa-regel voor de registratie van verpleegdagen in, waarbij alleen nog maar een verpleegdag (en dus een klinische opname) mag worden geregistreerd als de opname minimaal een overnachting bevat. Alleen als de patiënt op de dag van opname overlijdt of wordt overgenomen door een andere instelling geldt de eis van overnachting niet. Gevolg hiervan is dat het percentage geregistreerde eendaagse klinische opnamen in met zo n % is gedaald ten opzichte van. Dit betreft overwegend opnamen zonder sterfte; ziekenhuizen blijven wel de sterfgevallen bij de eendaagse opnamen registreren, conform de NZa-regel. Hoewel de nieuwe regel al dateert van, zijn de gevolgen in de LMR/LBZ pas goed merkbaar in. In

15 werd de nieuwe regel nog maar beperkt toegepast in de LMR, toen was er een afname in eendaagse klinische opnamen van slechts % ten opzichte van. Omdat de eendaagse klinische opnamen in toch zo n % van alle klinische opnamen uitmaakten en nu alleen de eendaagse opnamen zonder sterfte sterk zijn afgenomen, heeft dit effect op het percentage sterfgevallen bij de klinische opnamen. Dit sterftepercentage is in voor het eerst gestegen, na een jarenlange daling. Dit is dus louter een effect van de nieuwe registratieregel; als de eendaagse klinische opnamen niet worden meegeteld is er wel een doorgaande dalende trend van de sterfte in. De totale afname van het aantal klinische opnamen van % geldt ook voor het totaal van de CCSgroepen. Bij sommige CCS-groepen is er een meer dan gemiddelde daling van het aantal opnamen te zien van op. Hier wordt nader op ingegaan in het methoderapport dat het CBS op zijn website zal publiceren. ) Door de afname in registratie van eendaagse klinische opnamen zijn de eerdergenoemde cijfers van over het aandeel van de opnamen en sterfgevallen binnen de CCS-groepen ten opzichte van het totaal aantal opnamen en sterfgevallen niet goed vergelijkbaar met die van eerdere jaren. Omdat er in selectief minder opnamen zijn geregistreerd (eendaagse opnamen, en daarbinnen ook nog selectief ten aanzien van sterfte) zullen de patiëntenpopulaties (casemix) waarover de (H)SMRuitkomsten zijn berekend minder vergelijkbaar zijn met die van vorige jaren. Concluderend kan gesteld worden dat de overgang op de ICD-definities in de omvang van sommige CCS-groepen (met name groep ) heeft veranderd, waardoor de betreffende SMR-uitkomsten minder goed vergelijkbaar kunnen zijn met die van vorige jaren. Dit is met name het geval als met de omvang ook de casemix van de betreffende CCS-groepen is veranderd. Dit effect treedt echter ook op door een andere ontwikkeling: de sterke afname in de registratie van het aantal eendaagse klinische opnamen door de nieuwe NZa-regel. Hierdoor zijn de (H)SMR-uitkomsten minder goed in de tijd vergelijkbaar in -. Voor zijn de (H)SMR s wel goed vergelijkbaar tussen de ziekenhuizen. Het probleem dat vorig jaar speelde, dat een deel van de ziekenhuizen in ICD registreerde en een deel in ICD, geldt in niet meer, aangezien vrijwel alle ziekenhuizen zijn overgegaan op ICD-registratie.. Overgang op ICD-definities van de nevendiagnosegroepen Tot en met verslagjaar zijn de ICD -definities van de Charlson nevendiagnosegroepen gebruikt voor de HSMR-berekening. Vanaf is overgegaan op de in ICD geregistreerde diagnosen en zijn de Charlson nevendiagnosegroepen vertaald naar ICD. Het CBS heeft de verschillende in de literatuur beschreven ICD-indelingen van de Charlson nevendiagnosegroepen onderzocht en op basis daarvan een keuze gemaakt voor de ICD-definities. Deze zijn beschreven in bijlage A. De CBSdefinities komen het meeste overeen met die van Quan et al en bevatten daardoor vaak wat meer diagnosen dan het geval was in de ICD -indeling. Door de extra diagnosecodes hebben met name de nevendiagnosegroepen hartfalen, perifere vaatziekte, dementie, (ernstige) leveraandoening en nieraandoening wat hogere frequenties in dan in vorige jaren toen de ICD -definities gebruikt werden. Daardoor is het aantal Charlson nevendiagnosegroepen per klinische opname (binnen de CCS-hoofddiagnosegroepen) in sterker gestegen dan in en het geval was. Het aantal Charlson nevendiagnosegroepen per opname is in met % gestegen, maar ook het totaal aantal geregistreerde nevendiagnosen is in weer gestegen, met % (zie tabel. ). Dit laatste laat de overall toename in registratie van nevendiagnosen zien, ona ankelijk van ICD-versie of Charlsonselectie. De stijging van het aantal Charlson nevendiagnosen in komt dus deels door een algemene stijging in registratie van nevendiagnosen en deels door de overgang op de ICD-definities van de Charlson nevendiagnosegroepen. Het feit dat in wat meer nevendiagnosen meetellen bij de Charlson nevendiagnosegroepen is geen probleem voor de vergelijkbaarheid van de HSMR tussen ziekenhuizen, want de ICDdefinities worden voor alle ziekenhuizen toegepast. Bij de paar ziekenhuizen die in nog in ICD hebben gecodeerd worden de geregistreerde nevendiagnosen immers eerst geconverteerd naar ICD en vervolgens ingedeeld volgens de ICD-definities van de Charlson nevendiagnosegroepen.

16 Tabel 3.1 Ontwikkeling aantal geregistreerde nevendiagnosen per klinische opname, a Toename - Totaal aantal nevendiagnosen per opname,,,,, % Aantal Charlson nevendiagnosegroepen per,,,,, % opname binnen de CCS-groepen a Cijfers wijken licht af van die in tabel. omdat hier het gemiddelde op opnameniveau is berekend en in tabel. zijn de cijfers van de ziekenhuizen gemiddeld Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de verschillen in uitkomsten tussen de verschillende ICD-indelingen van de Charlson nevendiagnosegroepen klein zijn. Er is gekozen voor de CBS-indeling omdat deze medisch inhoudelijk gezien (welke diagnosecodes horen bij een nevendiagnosegroep) de meest juiste lijkt.. Berekeningswijze van de (H)SMR Hieronder volgt een korte beschrijving van de berekeningswijze van de HSMR en de SMR s. Zoals in paragraaf. aangegeven is de HSMR gelijk aan het quotiënt van het waargenomen en het verwachte aantal sterfgevallen in een ziekenhuis, vermenigvuldigd met. Evenzo is de SMR het quotiënt van het waargenomen en verwachte aantal sterfgevallen voor de desbetreffende CCS-diagnosegroep, vermenigvuldigd met. Bij de berekening van de HSMR worden alleen de in de LMR/LBZ geregistreerde klinische opnamen voor de geselecteerde CCS-diagnosegroepen meegenomen, exclusief opnamen van buitenlanders. De teller van de HSMR (waargenomen sterfte) is gelijk aan de som van de tellers van de bijbehorende diagnosespecifieke SMR s en kan direct uit de LMR/LBZ worden afgeleid. De noemer van de HSMR (verwachte sterfte) is gelijk aan de som van de noemers van de SMR s. Wanneer we de verwachte sterfte voor elk van de CCS-diagnosegroepen hebben bepaald, is dus ook de HSMR eenvoudig te berekenen. Per CCS-groep wordt het verwachte aantal sterfgevallen bepaald via een (logistisch) regressiemodel, waarbij het al of niet overlijden van de patiënt tijdens de opname wordt verklaard uit de in paragraaf. genoemde verklarende variabelen. In bijlage B staat per CCS-groep aangegeven welke verklarende variabelen zijn gebruikt. In principe worden alle variabelen meegenomen in de modellen, ook de niet significante. Als een bepaalde categorie van een variabele onvoldoende waarnemingen bevat (landelijk minder dan opnamen of sterfgevallen) is deze samengevoegd met een andere, meestal naastliggende, categorie. Als dit het geval is bij een nevendiagnose-variabele (die slechts uit categorieën bestaat), dan wordt deze nevendiagnose óf samengevoegd met een andere nevendiagnose (bij resp. diabetes/diabetes complicaties en bij milde/ernstige leveraandoeningen) óf de nevendiagnosevariabele wordt niet meegenomen in het model. In bijlage B wordt per CCS-groep aangegeven of er nevendiagnosen zijn weggelaten uit het model (weergegeven met een ). Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (prostaatkanker) is geslacht weggelaten uit het model. Voor drie CCS-groepen is de zwaarteklasse weggelaten uit het model, omdat alle subdiagnosen in dezelfde zwaarteklasse vallen. Met behulp van de geschatte regressiecoëfficiënten is vervolgens voor iedere opname een sterftekans geschat. Sommering van deze sterftekansen over de opnamen van een ziekenhuis levert de verwachte sterfte op voor de betreffende diagnosegroep (noemer van de SMR). Sommering over alle diagnosegroepen levert dan de noemer van de HSMR. Men kan de (geschatte) sterftekansen, die uit de regressies volgen, ook sommeren over andere kenmerken dan de diagnose. Zo geeft sommering over alle opnamen van patiënten uit de leeftijdsklasse - jaar voor een ziekenhuis de verwachte sterfte, d.w.z. de noemer van de SMR, voor die

17 leeftijdsklasse. Door de waargenomen sterfte voor die patiëntencategorie hierdoor te delen, worden SMR s berekend voor specifieke patiëntencategorieën. Bij ieder HSMR- en SMR-cijfer wordt een zogenaamd %-betrouwbaarheidsinterval gegeven, d.w.z. een betrouwbaarheidsondergrens en een betrouwbaarheidsbovengrens. Dit wordt gedaan omdat de waargenomen sterfte (de teller) weliswaar een hard getal lijkt, maar aan statistische onzekerheid of toeval onderhevig is: het getal had ook wat hoger of lager kunnen uitvallen. Om dit toeval goeddeels uit te sluiten, wordt een (H)SMR die groter is dan het landelijk gemiddelde van, pas als statistisch significant hoger dan gemiddeld gezien, wanneer de ondergrens van het betrouwbaarheidsinterval hoger is dan. Evenzo is een (H)SMR die kleiner is dan, pas statistisch significant lager dan het landelijk gemiddelde, wanneer de bovengrens van het betrouwbaarheidsinterval lager is dan. Als het betrouwbaarheidsinterval de waarde omvat, dan wijkt de (H)SMR dus niet statistisch significant af van het Nederlandse gemiddelde. Voor de HSMR s zijn ook de, %- betrouwbaarheidsintervallen berekend. Als dit betrouwbaarheidsinterval de waarde niet omvat, dan is de betreffende HSMR statistisch zeer significant, dat wil zeggen dat de afwijking van de HSMR ten opzichte van het landelijk gemiddelde nauwelijks door toeval verklaard kan worden. Als een HSMR ook significant is op, % betrouwbaarheidsniveau dan is dit dus een nog sterker signaal dat de HSMR afwijkt van het landelijk gemiddelde dan als de HSMR (alleen) significant is op % betrouwbaarheidsniveau.. Uitkomsten Op basis van de in de vorige paragrafen beschreven methode heeft het CBS de volgende cijfers voor de ziekenhuizen berekend: HSMR over de periode - en van de afzonderlijke jaren, en. Ook worden de absolute aantallen van de werkelijke en verwachte sterfte vermeld, zodat afgeleid kan worden hoeveel sterfgevallen er meer of minder hebben plaatsgevonden in het ziekenhuis dan verwacht op basis van het model. SMR s over de periode - en voor het jaar, voor elk van de CCS-diagnosegroepen en voor andere kenmerken van de patiënt en de opname, namelijk geslacht, leeftijd en of de opname wel of niet acuut was. Daarnaast worden net als vorig jaar ook de SMR s van een aantal clusters van CCS-diagnosegroepen gegeven. Deze uitkomsten worden in dit rapport vermeld. Daarnaast wordt per ziekenhuis nog een gegevensbestand ter beschikking gesteld waarin bij alle opnamen in het betreffende ziekenhuis de sterftekans is weergegeven. Naast de sterftekans wordt ook de werkelijk waargenomen sterfte vermeld en de waarden van de variabelen van het HSMR-model. Met dit gegevensbestand kan het ziekenhuis gericht dossieronderzoek doen, bijvoorbeeld door prioriteit te geven aan het onderzoeken van de dossiers van overleden patiënten die een lage sterftekans hadden. Bovenstaande cijfers zijn niet voor alle ziekenhuizen berekend. Voor een deel van de ziekenhuizen zijn in het geheel geen cijfers berekend en voor sommige ziekenhuizen zijn niet alle cijfers berekend. Dit hangt af van de LMR/LBZ-deelname, datakwaliteit en casemix van het ziekenhuis in de verschillende jaren; en of het ziekenhuis het CBS gemachtigd heeft tot het leveren van cijfers. In paragraaf. wordt dit nader uitgewerkt en kunt u de resultaten hiervan voor uw ziekenhuis bekijken. De cijfers voor en in deze rapportage kunnen licht afwijken van de cijfers voor deze jaren in de rapportage van vorig jaar. Dit komt omdat elk jaar een nieuw verslagjaar (het meest recente jaar, in dit geval ) aan het berekeningsmodel wordt toegevoegd en het oudste jaar (in dit geval ) wordt verwijderd uit het model. Dit kan tot kleine verschillen in uitkomsten leiden. Het HSMR cijfer in dit rapport kan ook afwijken van de voorlopige HSMR die medio dit jaar door DHD is berekend. De voorlopige HSMR cijfers van DHD zijn namelijk berekend op het oude HSMR-model van en op basis van de oude ICD -definities van de diagnosen. De definitieve HSMR cijfers in dit rapport zijn gebaseerd op het meest recente berekeningsmodel, inclusief de data van de ziekenhuizen, en op ICD-definities. De cijfers in dit rapport zijn dus de actuele,

18 definitieve HSMR cijfers, waarmee u uw ziekenhuis kunt vergelijken met het landelijk gemiddelde van.

19 Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten voor uw ziekenhuis beschreven. Daarin komt het volgende aan bod: In paragraaf. wordt beschreven in hoeverre uw ziekenhuis voldoet aan de datakwaliteitseisen die gelden om een voldoende betrouwbare HSMR te kunnen berekenen. Ook wordt getoetst of de casemix van uw ziekenhuis niet te veel afwijkt van de landelijk gemiddelde casemix. Op basis van deze controles is bepaald voor welke jaren een HSMR voor uw ziekenhuis berekend kan worden. Ook wordt in deze paragraaf beschreven wat de landelijke scores zijn op de verschillende indicatoren, zodat u de scores van uw ziekenhuis daarmee kan vergelijken. Verder worden nog enkele aanvullend uitgevoerde controles beschreven. In paragraaf. worden de HSMR-cijfers van uw ziekenhuis gepresenteerd. Deze worden, als de datakwaliteit dit toelaat (zie paragraaf. ), zowel voor de periode - weergegeven als voor de afzonderlijke jaren. Behalve op de gemiddelde HSMR -, wordt ook ingegaan op de HSMR van het laatste jaar (), omdat deze het meest actuele beeld geeft. In paragraaf. worden de HSMR s van uw ziekenhuis gepresenteerd in figuren, de zogenaamde funnelplots. Hierin kunt u de resultaten van uw ziekenhuis vergelijken met die van de andere ziekenhuizen waarvan uitkomsten zijn berekend. De SMR s van de diagnosegroepen en patiëntengroepen die bij uw ziekenhuis significant lager dan wel hoger scoren dan landelijk gemiddeld worden weergegeven in paragraaf.. Deze SMR s geven nuttige informatie over de achtergronden van het HSMR-cijfer van uw ziekenhuis.. Controle LMR/LBZ-deelname, datakwaliteit en casemix Voor een correcte berekening van de HSMR is het belangrijk dat een ziekenhuis voldoende LMR/LBZdata geregistreerd heeft en dat deze van voldoende kwaliteit zijn. Ook moet de patiëntencasemix van het ziekenhuis niet teveel afwijken van de landelijk gemiddelde casemix. Los daarvan is de HSMR alleen berekend als het ziekenhuis het CBS heeft gemachtigd tot het leveren van de HSMR-cijfers aan DHD. Dit is voor uw ziekenhuis het geval. Hieronder wordt aangegeven welke criteria zijn gehanteerd om te bepalen of de LMR/LBZ-data van een ziekenhuis geschikt zijn om een HSMR te berekenen. Voor de datakwaliteit en de casemix zijn dezelfde criteria gehanteerd als vorig jaar. Benadrukt wordt dat het hier om soepele criteria gaat, waarbij als grens een vrij extreme waarde is gekozen. Dus ook als een ziekenhuis aan de datakwaliteitscriteria voldoet, kan het nog steeds zo zijn dat de registratie van het ziekenhuis niet optimaal is, hetgeen invloed kan hebben op de HSMR-uitkomsten. De HSMR wordt berekend indien: in het verslagjaar minstens volledige maanden van de klinische opnamen zijn geregistreerd in de LMR/LBZ Voor een zinvolle berekening van de HSMR dient een ziekenhuis bij voorkeur alle, maar minimaal volledige maanden van een verslagjaar te registreren in de LMR/LBZ. Een minimale deelname is nodig, omdat anders onvoldoende betrouwbare resultaten kunnen worden berekend. Registratie van alle klinische opnamen geeft de meest betrouwbare HSMR-uitkomsten. Als niet alle opnamen zijn geregistreerd, wordt een minimaal aantal volledige maanden als criterium genomen, om selectiviteit in de data tegen te gaan. In - zijn er bijvoorbeeld enkele ziekenhuizen die in de niet volledig geregistreerde maanden vooral (selectief) de sterfgevallen hebben gecodeerd, waardoor het percentage sterfgevallen bij deze ziekenhuizen niet meer representatief is. In deze gevallen zijn alleen de volledig geregistreerde maanden meegenomen. De geregistreerde klinische opnamen voldoen aan de volgende criteria voor datakwaliteit:

20 . minder dan % vage diagnosen Het percentage opnamen met een vage diagnosecode voor de hoofddiagnose moet lager dan % zijn. Onder vage diagnosecodes worden verstaan: ICD-code R (onbekende en niet gespecificeerde oorzaken van ziekte), vanaf verslagjaar. ICD -code. (overige slecht omschreven aandoeningen) en ICD -code. (overige onbekende en niet gespecificeerde oorzaken), tot en met verslagjaar. Vanaf verslagjaar is dus de ICD-code gebruikt, op basis van de geregistreerde ICDdata, of de naar ICD geconverteerde data voor de ziekenhuizen die nog in ICD registreerden. Voor eerdere jaren is de ICD -definitie en de ICD -data gebruikt. Een bovenmatig gebruik van vage diagnosecodes zou kunnen wijzen op verminderde aandacht voor het correct coderen van diagnosen. Dit kan tot gevolg hebben dat patiënten ten onrechte buiten de HSMR-berekening vallen. De vage diagnosecodes behoren namelijk niet tot de diagnosegroepen die in de HSMR worden meegenomen. Als een patiënt met een vage diagnosecode in werkelijkheid een diagnose had binnen deze diagnosegroepen, dan wordt deze dus onterecht niet meegenomen.. meer dan % acute opnamen Het percentage acute opnamen moet hoger dan % zijn. Landelijk gezien wordt ongeveer de helft van de patiënten acuut opgenomen en de andere helft niet acuut. Als een ziekenhuis ten onrechte minder opnamen als acuut heeft geregistreerd, dan leidt dit tot onjuiste lage sterftekansen en daardoor tot een hogere HSMR dan werkelijk het geval is.. meer dan, nevendiagnosen per hoofddiagnose Het aantal nevendiagnosen per opname dat is geregistreerd moet minimaal, zijn. Volledige en juiste registratie van nevendiagnosen in de LMR/LBZ is nodig voor een correcte bepaling van de Charlson nevendiagnosegroepen, welke meegenomen worden in de HSMR-berekening (zie bijlage A). Als deze niet volledig geregistreerd zijn, dan komen de sterftekansen te laag uit, en de HSMR te hoog. Andersom zal als een ziekenhuis (voor dezelfde soort patiënten) veel meer Charlson nevendiagnosen registreert dan andere ziekenhuizen de HSMR van dit ziekenhuis te laag uitkomen. Om de effecten van onderregistratie tegen te gaan wordt er een minimumgrens gesteld voor het totaal aantal geregistreerde nevendiagnosen per klinische opname. Omdat de registratie van nevendiagnosen de laatste jaren sterk is toegenomen, is dit overigens een erg lage grens, waar vrijwel alle ziekenhuizen die in de LMR/LBZ registreren aan voldoen. De patiëntencasemix niet te veel afwijkt van het landelijk gemiddelde. Als de casemix van een ziekenhuis sterk afwijkt van die van de andere ziekenhuizen dan is vergelijking met andere ziekenhuizen op basis van de HSMR niet zinvol. In tegenstelling tot de criteria betreffende de kwaliteit van de data gaat het bij deze criteria om kenmerken van de patiëntenpopulatie die niet door het ziekenhuis beïnvloed kunnen worden. Als criteria zijn gehanteerd:. minimaal sterfgevallen Het aantal sterfgevallen bij de in de LMR/LBZ geregistreerde klinische opnamen moet minimaal zijn. Indien het aantal geregistreerde sterfgevallen in een ziekenhuis kleiner is dan kunnen er op basis van de HSMR geen statistisch betrouwbare conclusies getrokken worden. In vorige jaren werd het criterium van > verwachte sterfgevallen gehanteerd. Omdat in de recente NZa-regeling over de publicatie van HSMR s, een uitzondering wordt gemaakt voor ziekenhuizen met minder dan (werkelijke) sterfgevallen, is hierbij aangesloten voor dit casemixcriterium, vanaf verslagjaar. Omdat de CCS-diagnosegroepen waarover de verwachte sterfte wordt berekend gemiddeld % van de totale sterfte uitmaken, komt verwachte sterfgevallen ongeveer overeen met gemiddeld werkelijke sterfgevallen bij alle klinische opnamen.. meer dan % van de totale sterfte binnen de diagnosegroepen van de HSMR Als criterium wordt gehanteerd dat meer dan % van de totale sterfte bij klinische opnamen plaatsvindt binnen de diagnosegroepen van de HSMR. In de Nederlandse ziekenhuizen vindt ca. % van de sterfte plaats binnen deze diagnosegroepen. Als dit percentage bij een ziekenhuis aanzienlijk lager is, dan geeft de HSMR een onvoldoende

HSMR-rapport - met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën

HSMR-rapport - met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën HSMR-rapport - met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Antonius Ziekenhuis Sneek WCC-nr: HERZIENE VERSIE, oktober Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van

Nadere informatie

HSMR-rapport 2010-2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam. WCC-nr: 261

HSMR-rapport 2010-2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam. WCC-nr: 261 HSMR-rapport 2010-2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam WCC-nr: 261 oktober 2013 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van

Nadere informatie

HSMR-rapport 2012-2014 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën

HSMR-rapport 2012-2014 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën HSMR-rapport 2012-2014 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Antonius Ziekenhuis Sneek AGB-code: 6010209 Oktober 2015 Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in opdracht van

Nadere informatie

HSMR-rapport 2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen.

HSMR-rapport 2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen. HSMR-rapport 2012 met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen WCC-nr: 377 oktober 2013 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft

Nadere informatie

HSMR en SMR s per diagnosegroep Cijfers eerste helft 2014 Ziekenhuisgroep Twente

HSMR en SMR s per diagnosegroep Cijfers eerste helft 2014 Ziekenhuisgroep Twente HSMR en SMR s per diagnosegroep Cijfers eerste helft 2014 Ziekenhuisgroep Twente 20 maart 2015 Ziekenhuisgroep Twente T.a.v. mw. Eggert en dhr. Gorgels Postbus 7600 7600 SZ Almelo Introductie In deze rapportage

Nadere informatie

12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur

12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur 12 Ziekenhuissterfte, dossieronderzoek en onverwacht lange opnameduur De Hospital Standardized Mortality Ratio (HSMR) is een deels gecorrigeerde maat voor ziekenhuissterfte bij 50 diagnosegroepen (de zogenoemde

Nadere informatie

Goede gegevensvastlegging voor een betrouwbare HSMR

Goede gegevensvastlegging voor een betrouwbare HSMR Goede gegevensvastlegging voor een betrouwbare HSMR Een betrouwbare HSMR berekening is alleen mogelijk als ziekenhuizen volgens dezelfde regels, dus op uniforme wijze hun opnamen in de LMR (en diens opvolger

Nadere informatie

Regeling verplichte publicatie sterftecijfers instellingen voor medisch specialistische zorg Kenmerk NR/CU-244

Regeling verplichte publicatie sterftecijfers instellingen voor medisch specialistische zorg Kenmerk NR/CU-244 NADERE REGEL Regeling verplichte publicatie sterftecijfers instellingen voor medisch specialistische zorg Ingevolge artikel 38, vierde juncto zevende lid, en artikel 62, eerste lid, juncto artikel 68 van

Nadere informatie

Sterftecijfers (HSMR & SMR) 2012 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht

Sterftecijfers (HSMR & SMR) 2012 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht Sterftecijfers (HSMR & SMR) 2012 Albert Schweitzer ziekenhuis Dordrecht Sterftecijfers Het sterftecijfer (ook wel de mortaliteit genoemd) is één van de middelen (of indicatoren) om onderlinge verschillen

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting.

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting. Feiten en cijfers Uitgave van de Nederlandse Hartstichting November 211 Beroerte Definitie Beroerte (in het Engels Stroke ), ook wel aangeduid met cerebrovasculaire aandoeningen/accidenten/ziekte (CVA),

Nadere informatie

Gestandaardiseerde ziekenhuissterfte daalt in de tijd

Gestandaardiseerde ziekenhuissterfte daalt in de tijd Gestandaardiseerde ziekenhuissterfte daalt in de tijd Janneke Ploemacher, Abby Z. Israëls, D.J. (Jan) van der Laan en Agnes de Bruin Doel Onderzoek naar de veranderingen van de gestandaardiseerde ziekenhuissterfte

Nadere informatie

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011 cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 211 Sterfte bij vrouwen en mannen Hart- en vaatziekten zijn een belangrijke oorzaak van overlijden

Nadere informatie

Q&A Kwaliteitsvenster - Communicatie

Q&A Kwaliteitsvenster - Communicatie Q&A Kwaliteitsvenster - Communicatie Q Wat is het Kwaliteitsvenster? A Het Kwaliteitsvenster geeft patiënten op een heldere en eenduidige manier inzicht in de ziekenhuisbrede kwaliteit van zorg. Aan de

Nadere informatie

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen Situering Sinds 1 januari 2005 moet ieder Vlaams ziekenhuis een periodieke evaluatie maken van de kwaliteit van de zorgen in het eigen ziekenhuis. Dit staat beschreven in het kwaliteitsdecreet van 17 oktober

Nadere informatie

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Achtergrond DHD enquête 1. Inleiding Tijdens de klankbordgroepbijeenkomst van 14 maart 2011 is de NZa verzocht om

Nadere informatie

Gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR): correctie voor ernst hoofddiagnose kan beter

Gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR): correctie voor ernst hoofddiagnose kan beter Onderzoek Gestandaardiseerd ziekenhuissterftecijfer (HSMR): correctie voor ernst hoofddiagnose kan beter Wim F. van den Bosch, Peter Spreeuwenberg en Cordula Wagner Doel De invloed van casemixverschillen

Nadere informatie

Rapportage bijzondere bijstand 2014

Rapportage bijzondere bijstand 2014 Rapport Rapportage bijzondere bijstand 2014 Vinodh Lalta Thomas Slager 30 oktober 2015 CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag +31 70 337 38 00 www.cbs.nl projectnummer

Nadere informatie

Handleiding Hospital Data Viewer

Handleiding Hospital Data Viewer Handleiding Hospital Data Viewer Voor gebruik van de HSMR-Monitor, OLO-Monitor, Heropnamen-Monitor en TriggerTool Karin Hekkert, MSc., Janna Klein Breteler, MSc., dr. Sezgin Cihangir 30-4-2015 Versie 3.0

Nadere informatie

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009

Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing Factsheet Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg, maart 2009 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL De gegevens mogen met bronvermelding (Margit K Kooijman, Ilse CS Swinkels, Chantal J Leemrijse. Eén op de vijf patiënten vindt oefentherapeut zonder verwijzing.

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB05-081 8 juli 2005 9.30 uur De in dit persbericht genoemde cijfers over de bijstandsuitkeringen zijn aangepast. Zie hiervoor de persmededeling van 11 augustus

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

Levensverwachting en sterfte

Levensverwachting en sterfte Levensverwachting en sterfte Tabel 1 Levensverwachting Utrecht bij geboorte, 4-jaarsgemiddelde 2005-2008 en 2007-2010 (Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, CBS) TOTAAL GESLACHT WIJK Man Vrouw West

Nadere informatie

Sterfte aan hart- vaatziekten in dertig jaar gehalveerd Minder sterfte vooral door betere diagnostiek en behandeling

Sterfte aan hart- vaatziekten in dertig jaar gehalveerd Minder sterfte vooral door betere diagnostiek en behandeling Forse daling sterfte Trends in sterfte en ziekenhuisopnamen Meer ziekenhuisopnamen Sterfte neemt af 12 Meer kankerpatiënten Meer nieuwe gevallen, minder sterfte Grootste sterfte door longkanker Sterke

Nadere informatie

Methodebeschrijving van tijdreeks diagnose statistieken op basis van de LMR 1981 2005

Methodebeschrijving van tijdreeks diagnose statistieken op basis van de LMR 1981 2005 0s08 08 Methodebeschrijving van tijdreeks diagnose statistieken op basis van de LMR 1981 2005 R.H.M. van der Stegen en J. Ploemacher Publicatiedatum CBS-website: 30 januari 2009 Den Haag/Heerlen, 2009

Nadere informatie

SAMENVATTING Een arts is, als professional, geïnteresseerd in de kwaliteit van zijn werk en in manieren om deze verder te verbeteren. Systematische, retrospectieve beoordeling van de eigen dagelijkse medische

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Sterfte en ziekte in Utrecht

Sterfte en ziekte in Utrecht RAPPORT Sterfte en ziekte in Utrecht Analyse van de sterftecijfers (1985-1999) en ziekenhuisontslagdiagnosecijfers (1999) Sabine Quak, Erik van Ameijden, Eddy Mazurkiewicz, Jaap Toet Mei 2004 GEMEENTELIJKE

Nadere informatie

Zorg in de G4; Verschillen tussen zorg in de G4 en daarbuiten

Zorg in de G4; Verschillen tussen zorg in de G4 en daarbuiten Zorg in de G4; Verschillen tussen zorg in de G4 en daarbuiten September 2013 Door: N. Rosendaal Introductie Amsterdam (A), Den Haag (DH), Rotterdam (R), en Utrecht (U) vormen samen de vier grootste steden

Nadere informatie

Microdataservices. Documentatierapport Landelijke Medische Registratie (LMR) 2012

Microdataservices. Documentatierapport Landelijke Medische Registratie (LMR) 2012 Documentatierapport Landelijke Medische Registratie (LMR) 2012 Datum: 12 februari 2016 Bronvermelding Publicatie van uitkomsten geschiedt door de onderzoeksinstelling of de opdrachtgever op eigen titel.

Nadere informatie

Gezondheidsindicatoren 2005 Vlaams Gewest. Algemene sterftecijfers

Gezondheidsindicatoren 2005 Vlaams Gewest. Algemene sterftecijfers Vlaams Gewest Gepubliceerd op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers.aspx - oktober 2007 Door: Cloots Heidi, De Kind Herwin, Kongs Anne, Smets Hilde Afdeling Informatie & Ondersteuning Inhoudsopgave...

Nadere informatie

Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! Ed Schoemaker Coördinerend/specialistisch senior inspecteur Projectleider Toezicht Operatief Proces

Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! Ed Schoemaker Coördinerend/specialistisch senior inspecteur Projectleider Toezicht Operatief Proces Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! Ed Schoemaker Coördinerend/specialistisch senior inspecteur Projectleider Toezicht Operatief Proces Ranking en toezicht: goed voor de patiënt! NVLO 25-9-2014

Nadere informatie

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars September 2015 Utrecht 1 Handreiking zorgvraagzwaarte-indicator GGZ; Voor GGZinstellingen en zorgverzekeraars

Nadere informatie

Hartcentra en het effect van bijzondere medische verrichtingen op het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer

Hartcentra en het effect van bijzondere medische verrichtingen op het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer oorspronkelijke stukken Hartcentra en het effect van bijzondere medische verrichtingen op het gestandaardiseerde ziekenhuissterftecijfer W.F.van den Bosch, W.C.Graafmans, D.Pieter en G.P.Westert Doel.

Nadere informatie

Klik op één van de vragen hieronder om het antwoord te zien. U kunt in dit document ook met Ctrl-F naar trefwoorden zoeken.

Klik op één van de vragen hieronder om het antwoord te zien. U kunt in dit document ook met Ctrl-F naar trefwoorden zoeken. FAQs LBZ Dit document bevat een aantal veel gestelde vragen (FAQs, frequently asked questions) betreffende de LBZ. Deze vragenlijst wordt regelmatig bijgewerkt. Als u dit document bewaard heeft raden we

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M.

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M. Regionale VTV 2011 Levensverwachting en sterftecijfers Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Levensverwachting en sterftecijfers Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van

Nadere informatie

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten

Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van

Nadere informatie

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016

Factsheet Indicatoren CVA (CVAB) 2016 Factsheet en CVA (CVAB) 2016 Registratie gestart: 2014 In- en exclusiecriteria Definities: - CVA (Beroerte): intracerebrale bloeding of herseninfarct. - Intracerebrale bloeding: spontane bloeding in het

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Documentatierapport Personen in de GBA met een huwelijksgeschiedenis (VRLHUWELIJKSGESCHIEDENISBUS)

Documentatierapport Personen in de GBA met een huwelijksgeschiedenis (VRLHUWELIJKSGESCHIEDENISBUS) Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Beleidsstatistiek Documentatierapport Personen in de GBA met een huwelijksgeschiedenis (VRLHUWELIJKSGESCHIEDENISBUS) Datum: 26 april 2013 Bronvermelding

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008)

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren van AZNikolaas. Hierbij

Nadere informatie

Rapport. Cardiovasculair risicomanagement. Simvastatine: keuze en dosering 2009-2010

Rapport. Cardiovasculair risicomanagement. Simvastatine: keuze en dosering 2009-2010 Rapport Cardiovasculair risicomanagement Simvastatine: keuze en dosering 2009-2010 Colofon Auteur Daniëlla Theunissen, apotheker Met medewerking van Marianne Nijpels, apotheker Illustratie Len Munnik september

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER ( )

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER ( ) KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren van AZNikolaas. Hierbij

Nadere informatie

MEERJAREN OPBRENGSTEN VO 2015 TOELICHTING

MEERJAREN OPBRENGSTEN VO 2015 TOELICHTING MEERJAREN OPBRENGSTEN VO 2015 TOELICHTING Utrecht, februari 2015 INHOUD 1 Algemeen 5 2 Het opbrengstenoordeel 7 3 Rendement onderbouw 8 4 Van 3e leerjaar naar diploma (rendement bovenbouw) 11 5 Gemiddeld

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Een protocol ter harmonisering van het gebruik van cohort data in survival studies

Een protocol ter harmonisering van het gebruik van cohort data in survival studies Een protocol ter harmonisering van het gebruik van cohort data in survival studies Ronald B. Geskus GG & GD, Amsterdam April 1998 De meeste survival studies naar HIV infectie en AIDS kijken naar AIDS,

Nadere informatie

GBA: prima bron voor statistiek, maar. Microdatamiddag Centrum voor Beleidsstatistiek, 6 november 2014

GBA: prima bron voor statistiek, maar. Microdatamiddag Centrum voor Beleidsstatistiek, 6 november 2014 GBA: prima bron voor statistiek, maar. Microdatamiddag Centrum voor Beleidsstatistiek, 6 november 2014 Regelgeving inschrijving in de GBA Administratieve en feitelijke werkelijkheid Bruikbaarheid GBA voor

Nadere informatie

Werkinstructies voor de CQI CVA

Werkinstructies voor de CQI CVA Werkinstructies voor de 1. De vragenlijst Waarvoor is de bedoeld? De is bedoeld om de kwaliteit van zorg na een CVA of beroerte te meten vanuit het perspectief van de patiënt. De vragenlijst kan worden

Nadere informatie

Lean verbeteringen in de zorgadministratie: een kijkje achter de schermen van de zorg

Lean verbeteringen in de zorgadministratie: een kijkje achter de schermen van de zorg Lean verbeteringen in de zorgadministratie: een kijkje achter de schermen van de zorg 28-03-2013 In Nederlandse ziekenhuizen sterven jaarlijks 2000 mensen onnodig, omdat veel ziekenhuizen hun sterftecijfers

Nadere informatie

Zorg voor geest kost nog steeds het meest

Zorg voor geest kost nog steeds het meest Zorg voor geest kost nog steeds het meest Publicatiedatum: 28-11-2013 In is 19,6 miljard euro uitgegeven voor de behandeling van psychische stoornissen, 22% van de totale uitgaven voor zorg en welzijn

Nadere informatie

Alcoholhulpvraag in Nederland

Alcoholhulpvraag in Nederland Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor alcoholproblematiek in de verslavingszorg 25-214 Houten, december 215 Stichting IVZ Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste

Nadere informatie

Management Samenvatting

Management Samenvatting Management Samenvatting Inleiding Zorgverzekeraars streven op het brede terrein van cure, care en preventie naar voortdurende verbetering van kwaliteit van zorg, gezondheid en kwaliteit van leven van hun

Nadere informatie

Ervaringen met zorg bij diabetes: samenvatting op zorggroepniveau

Ervaringen met zorg bij diabetes: samenvatting op zorggroepniveau Ervaringen met zorg bij diabetes: samenvatting op zorggroepniveau Analyse ZorgDNA Amstelland Zorg Versie 1.0 drs. J.J.A. Stavenuiter dr. H.G. van der Roest dr. D.H.M. Frijters Utrecht, december 2012 ZorgDNA

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER VERGELIJKING 2007-2008 met 2009-2011

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER VERGELIJKING 2007-2008 met 2009-2011 KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER VERGELIJKING 2007-2008 met 2009-2011 Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren

Nadere informatie

Ouderen met kanker: epidemiologie en factoren van invloed op behandeling en overleving. Maryska Janssen-Heijnen

Ouderen met kanker: epidemiologie en factoren van invloed op behandeling en overleving. Maryska Janssen-Heijnen Ouderen met kanker: epidemiologie en factoren van invloed op behandeling en overleving Maryska Janssen-Heijnen Levensverwachting in jaren Nederlandse bevolking 2007 Leeftijd Mannen Vrouwen 60 21 24 70

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Werkgelegenheidsonderzoek 2010 2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek

Nadere informatie

5.4 Gastro-intestinaal

5.4 Gastro-intestinaal 5.4 Gastro-intestinaal 5.4.1 Indicator: Deelname aan de Dutch UpperGI Cancer Audit (DUCA) De mortaliteit en morbiditeit van de chirurgische behandeling van slokdarmkanker heeft de laatste jaren veel aandacht

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling

Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling Doel: In het verleden zijn er te weinig concrete afspraken gemaakt over de tijdstippen waarop de aan NCDR deelnemende centra hun data aanleveren en op welke

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV. 17 maart 2011 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks in een gezamenlijk

Nadere informatie

Ouderen en kanker: epidemiologie en factoren van invloed op behandeling en overleving. Maryska Janssen-Heijnen Valery Lemmens

Ouderen en kanker: epidemiologie en factoren van invloed op behandeling en overleving. Maryska Janssen-Heijnen Valery Lemmens Ouderen en kanker: epidemiologie en factoren van invloed op behandeling en overleving Maryska Janssen-Heijnen Valery Lemmens Levensverwachting in jaren Nederlandse bevolking 2007 Leeftijd Mannen Vrouwen

Nadere informatie

Hulpmiddelen & Voorzieningen en ruimte in de Eigen bijdrage Gemeente Koggenland

Hulpmiddelen & Voorzieningen en ruimte in de Eigen bijdrage Gemeente Koggenland Productlegenda Hulpmiddelen & Voorzieningen en ruimte in de Eigen bijdrage Gemeente Koggenland S0920413 Naam afdeling of projectteam: Informatievoorziening Datum: 21-09-2011 Naam auteur: P. Whyte Versie:

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

Uitvoering dossieronderzoek in Rijnland Ziekenhuis 16 juni 2014 Coördinatorenbijeenkomst VMS

Uitvoering dossieronderzoek in Rijnland Ziekenhuis 16 juni 2014 Coördinatorenbijeenkomst VMS Dossieronderzoek Uitvoering dossieronderzoek in Rijnland Ziekenhuis 16 juni 2014 Coördinatorenbijeenkomst VMS Carolien Lucas medisch specialist Cardiologie Esther Baars adviseur Kwaliteit, Zorginnovatie

Nadere informatie

Uitleg over de interpretatie van de grafiek : De resultaten worden weergegeven via een trechtertechniek (= Funnel plot).

Uitleg over de interpretatie van de grafiek : De resultaten worden weergegeven via een trechtertechniek (= Funnel plot). Het H.-Hartziekenhuis scoort bij het Vlaams Indicatoren Project! Het initiatief voor het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) gaat uit van de Vlaamse overheid, de Vlaamse vereniging van hoofdartsen en de

Nadere informatie

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch

CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch CO2-monitor 2013 s-hertogenbosch Afdeling Onderzoek & Statistiek Maart 2013 2 Samenvatting In deze monitor staat de CO2-uitstoot beschreven in de gemeente s-hertogenbosch. Een gebruikelijke manier om de

Nadere informatie

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald PERSMEDEDELING VAN JO VANDEURZEN, VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN 4 oktober 2012 Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald De kans dat Vlamingen

Nadere informatie

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC

Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC Werkinstructie voor de CQI Naasten op de IC 1. De vragenlijst Waarvoor is de CQI Naasten op de IC bedoeld? De CQI Naasten op de IC is bedoeld is bedoeld om de kwaliteit van de begeleiding en opvang van

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie

Nadere informatie

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill.

Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. Bijna de helft van de geweldsmisdrijven wordt in de openbare ruimte gepleegd / foto: Inge van Mill. secondant #2 april 2009 7 Geweldsdelicten tussen - Daling van geweld komt niet uit de verf Crimi-trends

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf. 9 juli 2010 Maandelijkse cijfers over de werklozen en niet-werkende werkzoekenden van het CBS en UWV WERKbedrijf Samenvatting Het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en UWV publiceren maandelijks

Nadere informatie

Werkinstructie Het opschonen van data bij schriftelijke en of online dataverzameling

Werkinstructie Het opschonen van data bij schriftelijke en of online dataverzameling Werkinstructie Het opschonen van data bij schriftelijke en of online dataverzameling Versie: 2.0 Datum: 15-09-2013 Code: WIS 06.01 Eigenaar: KI 1. Inleiding In deze werkinstructie staan de richtlijnen

Nadere informatie

STERFTECIJFERS 2012 Cijfers Zorg en Gezondheid 13 november 2014

STERFTECIJFERS 2012 Cijfers Zorg en Gezondheid 13 november 2014 Dia 1 STERFTECIJFERS 2012 Cijfers Zorg en Gezondheid 13 november 2014 Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid verwerkt zelf de sterftecertificaten van het Vlaams Gewest. Sinds 2005 (registratiejaar 2003)

Nadere informatie

Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010

Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010 Absolute en gestandaardiseerde sterftecijfers 2010 Naam Instelling Plaats Klin. Klin. % HSMR Toelichting - exclusiecriteria morta- opna- 2010 liteit men Medisch Centrum Alkmaar Alkmaar 684 35.639 1,92

Nadere informatie

Rapportage Kunsten-Monitor 2014

Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Rapportage Kunsten-Monitor 2014 Inleiding In 2014 heeft de AHK deelgenomen aan het jaarlijkse landelijke onderzoek onder recent afgestudeerden: de Kunsten-Monitor. Alle bachelor en master afgestudeerden

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Handleiding RZ15b. Versie 20141113

Handleiding RZ15b. Versie 20141113 Handleiding RZ15b Versie 20141113 Ingangsdatum 1 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Uitlevering RZ15b... 4 3 Inhoud release... 5 3.1 Soorten wijzigingen... 5 3.2 Informatieproducten RZ15a gelden

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Gevolgen invoering Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie

Gevolgen invoering Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie Gevolgen invoering Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie Project: 0468 In opdracht van: Zorgverzekeraars Nederland Auteur: Philip Mokveld/Marieke Smit Datum: 23 mei 2007 Vektis BV Sparrenheuvel 18 3708

Nadere informatie

TOELICHTING BIJ DE KUBUS "AANTAL MIGRATIES NAAR PLAATS VAN HERKOMST EN PLAATS VAN BESTEMMING PER LEEFTIJD, GESLACHT EN NATIONALITEIT"

TOELICHTING BIJ DE KUBUS AANTAL MIGRATIES NAAR PLAATS VAN HERKOMST EN PLAATS VAN BESTEMMING PER LEEFTIJD, GESLACHT EN NATIONALITEIT TOELICHTING BIJ DE KUBUS "AANTAL MIGRATIES NAAR PLAATS VAN HERKOMST EN PLAATS VAN BESTEMMING PER LEEFTIJD, GESLACHT EN NATIONALITEIT" 1. Algemeen Deze tabellen geven aantallen migraties. In de "Inleiding

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 248 Invoering Diagnose Behandeling Combinaties (DBCs) Nr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee).

Opvallend in deze figuur is het grote aantal bedrijven met een vergunning voor exact 340 stuks melkvee (200 melkkoeien en 140 stuks jongvee). Ontwikkeling melkveebedrijven in Utrecht, Gelderland en Brabant Analyse van mogelijke groei van melkveebedrijven op basis van gegevens van CBS en provincies Het CBS inventariseert jaarlijks de feitelijk

Nadere informatie

GHB hulpvraag in Nederland

GHB hulpvraag in Nederland GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor GHB problematiek in de verslavingszorg 2007-2012 Houten, mei 2013 Stichting IVZ GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen

Nadere informatie

Vallen (privé en sport)

Vallen (privé en sport) Vallen (privé en sport) Ongevalscijfers 0 tot en met 12 jaar Samenvatting Een val is de belangrijkste oorzaak van letsel bij kinderen. In 2013 zijn 67.000 kinderen van 0 tot en met 12 jaar op een SEH-afdeling

Nadere informatie

Bijkomende informatie voor de registratie van nietbeëindigde verblijven waarvoor reeds verpleegkundige gegevens doorgestuurd moeten worden

Bijkomende informatie voor de registratie van nietbeëindigde verblijven waarvoor reeds verpleegkundige gegevens doorgestuurd moeten worden Bijkomende informatie voor de registratie van nietbeëindigde verblijven waarvoor reeds verpleegkundige gegevens doorgestuurd moeten worden 1. Over welke verblijven gaat het? Alle verblijven: - die op het

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Documentatierapport diploma s Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs (VAVO) voorlopig 2006-2007V1

Documentatierapport diploma s Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs (VAVO) voorlopig 2006-2007V1 Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Beleidsstatistiek Documentatierapport diploma s Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs (VAVO) voorlopig 2006-2007V1 VIDIV-nummer: 2008-240-mcb Datum:

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN INFOKAART OUDEREN EN ROKEN Roken Roken is de risicofactor die de meeste sterfte en het meeste gezondheidsverlies met zich brengt en zodoende ook zorgt voor veel verlies aan kwaliteit van leven (1). Vijftien

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Fietsongevallen. Ongevalscijfers. Samenvatting. Fietsers kwetsbaar. Vooral ouderen slachtoffer van dodelijk fietsongeval

Fietsongevallen. Ongevalscijfers. Samenvatting. Fietsers kwetsbaar. Vooral ouderen slachtoffer van dodelijk fietsongeval Fietsongevallen Ongevalscijfers Samenvatting In 212 zijn 2 personen aan de gevolgen van een fietsongeval overleden. De dodelijke fietsongevallen zijn slechts het topje van de ijsberg van alle fietsongevallen.

Nadere informatie

Effectonderzoek optimalisatie zorgpad chronisch hartfalen met telemonitoring

Effectonderzoek optimalisatie zorgpad chronisch hartfalen met telemonitoring Effectonderzoek optimalisatie zorgpad chronisch hartfalen met telemonitoring Kiwa Carity November 2014 Dit rapport is eigendom van Kiwa N.V.. Verspreiding en reproductie van (delen van) dit rapport buiten

Nadere informatie