Open Data in Nederland: Onderzoek naar Percepties

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Open Data in Nederland: Onderzoek naar Percepties"

Transcriptie

1 Open Data in Nederland: Onderzoek naar Percepties Definitieve versie: 24 oktober 2014 Albert Meijer Elena Bindels 1

2 Inhoudsopgave Management summary 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek 3. Beschrijving van de respondenten 4. Percepties van respondenten op open data 5. Conclusies 6. Referenties Bijlage 1. Operationalisatie thema s Bijlage 2. Vragenlijst Open Data, Open Gevolgen Bijlage 3. Additionele tabellen met resultaten 2

3 Management summary Veel mensen binnen en buiten de overheid zijn momenteel bezig met het vormgeven van open data. Dit rapport presenteert een onderzoek naar de percepties van deze personen op open data. Centraal staat de volgende vraag: Wat zijn de percepties van diegenen die betrokken zijn bij de vormgeving van de open overheid wat betreft zowel de huidige situatie als de toekomst over 10 jaar van (1) drivers en barrières voor open data, (2) hoeveelheid beschikbare open data, (3) kwaliteit van open data, (4) gebruik van deze data en (5) gewenste en ongewenste effecten van open data? Om deze vraag te beantwoorden is een survey uitgevoerd onder de leden van het Kennisnetwerk Open Data. Deze survey is uiteindelijk door 136 respondenten (gedeeltelijk) ingevuld en daarvan waren er 99 werkzaam bij de overheid en 37 elders (bijvoorbeeld bij adviesbureaus). Deze respondenten waren werkzaam in verschillende sectoren, op verschillende overheidslagen (rijk, provincie, gemeente) en gaven aan redelijk veel technologische kennis te hebben. Op grond van dit onderzoek kunnen enkele conclusies worden getrokken over de huidige situatie: 1. Drivers en barrières. De respondenten geven helder aan dat de ambtelijke steun voor open data beperkter is dan de politieke steun. De politieke steun lijkt het meest direct gerelateerd aan de mate van openbaarmaking. Deze politieke steun is overigens in het algemeen groot maar in bepaalde sectoren beperkt. De resultaten wijzen er echter op dat er nog aandacht moet worden besteed aan ambtelijke steun voor open data. Er lijken veel enthousiastelingen binnen organisaties te zijn maar de steun die zij krijgen komt meer van de politiek dan van de ambtelijke leiding. 2. Hoeveelheid beschikbare open data. De grootste groep respondenten (41,9%) geeft aan dat hun organisatie slechts 0 tot 10 datasets heeft maar opvallend is dat er ook een grote groep 33,3% - aangeeft dat het gaat om 50 tot 250 datasets. En een groep van 6,2% noemt zelfs meer dan 250 datasets. Daartussen zit een groep van 13,6% die aangeeft dat de organisatie 10 tot 50 datasets heeft. Dit wijst erop dat organisaties ofwel veel ofwel weinig datasets openbaar maken: de tussencategorie is beperkt. 3. Kwaliteit van open data. De respondenten geven aan dat de gebruikskwaliteit met name inzichtelijkheid, verwerkbaarheid, vindbaarheid en begrijpelijkheid zonder veel basiskennis nog niet hoog scoren. De formele kwaliteitscriteria gebruik zonder financiële vergoeding en gebruik zonder juridische beperkingen zijn minder problematisch. Er is vooral aandacht nodig voor een toegankelijke ontsluiting van open data. 4. Gebruik van de data. Hoewel de retoriek van open data vaak gaat over toegang tot gegevens voor burgers, worden burgers als de minst waarschijnlijke gebruikersgroep gewaardeerd. Commerciële partijen, andere overheidsorganisaties en wetenschappers worden gezien als grotere gebruikers. Journalisten en maatschappelijke organisaties worden noch als grote grebruikers, noch als lage gebruikers gewaardeerd. 5. Gewenste en ongewenste effecten van open data. De respondenten zijn positief over de effecten van open data maar zien vooral algemene positieve effecten. Externe effecten op de economie, het publieke debat en de aanpak van maatschappelijke problemen worden nauwelijks genoemd. De respondenten zien vooral positieve effecten op de eigen organisatie. De meeste respondenten geven aan dat er, met uitzondering van spanningen rondom privacy, weinig ongewenste effecten optreden. 3

4 En ook kunnen enkele conclusies worden getrokken over de verwachtingen van de respondenten voor de toekomst van open data: 1. Drivers en barrières. De respondenten denken, ten opzichte van de huidige situatie, positiever over de drivers en barrières: alle gemiddelden stijgen met ongeveer een half punt. De ordening blijft verder ongeveer hetzelfde. Het grootste verschil tussen de huidige situatie en de toekomst wordt verwacht bij gevoelde maatschappelijke vraag: deze score stijgt sterk ten opzichte van de huidige situatie. Dit laat zien dat de respondenten verwachten dat de maatschappelijke vraag naar open data in de toekomst sterk zal toenemen en daarmee een belangrijke driver zal zijn voor open data. 2. Hoeveelheid beschikbare open data. Het onderzoek laat zien dat zelfs onder deze groep respondenten die open data zo belangrijk vinden dat ze zich aan hebben gesloten bij dit netwerk veel respondenten niet de veronderstelling hebben dat alle datasets openbaar moeten worden gemaakt. Slechts een minderheid vindt dat over 10 jaar alle datasets openbaar moeten zijn. Overigens vinden wel veruit de meeste respondenten dat meer dan 50% openbaar moet zijn. 3. Kwaliteit van open data. Het perspectief van de respondenten op de ontwikkeling in de kwaliteit van open data is niet onderzocht. 4. Gebruik van de data. De respondenten vinden over het algemeen dat maatschappelijke organisaties grote gebruikers zouden moeten worden. Een gedeelde tweede plaats voor commerciële partijen en andere overheden. Men is verder van mening dat wetenschappers en journalisten het minst gebruik zullen gaan maken van open data in de toekomst. De burgers eindigen in het midden en worden dus nog steeds niet als de primaire groep beschouwd.. 5. Gewenste en ongewenste effecten van open data. De respondenten zijn optimistisch gestemd zijn over de spanning rondom privacy: ze verwachten dat deze over 10 jaar gedaald is tot hetzelfde lage niveau als de andere ongewenste effecten. Opvallend is verder de groeiende vrees voor een afnemende effectiviteit van overheidsorganisaties door open data in de toekomst. Deze resultaten zijn nadrukkelijk gebaseerd op percepties van personen die nauw betrokken zijn bij open data. Deze percepties geven inzicht in de huidige praktijken en ook in de knelpunten die deze respondenten zien. Dit inzicht biedt interessante informatie voor beleidsmakers op het gebied van open data doordat zij de aandacht vestigen op specifieke knelpunten. In het algemeen geldt dat het meekrijgen van de ambtelijke organisatie ingewikkeld is zo lang er geen overtuigende succesvoorbeelden zijn. Het blijft dan meer een kwestie van mentaliteit en een verbetering van het interne informatiemanagement dan een daadwerkelijke bijdrage aan beleidsdoelstellingen. Het verhaal over open data moet sterker om ambtelijke organisaties mee te krijgen in dit veranderingstraject. 4

5 1. Inleiding Voor open data, het actief open maken van datasets door de overheid voor het grote publiek, bestaat een groeiende aandacht vanuit zowel de overheid, het bedrijfsleven als de wetenschap. De verwachtingen zijn hooggespannen over wat open data aan zowel economische als maatschappelijke waarde op zou kunnen brengen. Eerder onderzoek heeft zich voornamelijk gericht op het creëren van economische waarde en de economische effecten van open data (ZENC, 2012), maar er is nog maar weinig bekend over de percepties die er op dit moment over open data bestaan. Zo weten we ook weinig over de percepties van de mensen die open data realiseren en juist deze percepties zijn erg interessant en relevant voor de verdere vormgeving van open data in Nederland. Dit om de volgende redenen: 1. De mensen die met open data bezig zijn hebben er veel verstand van, zowel van de praktijk als van de technologische kennis achter open data; 2. Het zijn de mensen die de verwachtingen van open data voor de toekomst waar zullen moeten maken en dus ook bepalen welk vorm open data in de toekomst zal krijgen. De percepties van deze mensen kunnen daarom worden benut om het open data beleid verder te stroomlijnen. Centraal in dit rapport staat de volgende vraag: Wat zijn de percepties van diegenen die betrokken zijn bij de vormgeving van de open overheid wat betreft zowel de huidige situatie als de toekomst over 10 jaar van (1) drivers en barrières voor open data, (2) hoeveelheid beschikbare open data, (3) kwaliteit van open data, (4) gebruik van deze data en (5) gewenste en ongewenste effecten van open data? Dit rapport presenteert de eerste bevindingen van het onderzoek naar percepties over open data in Nederland. Dit onderzoek naar percepties is onderdeel van het onderzoeksprogramma Open data, open gevolgen van de NSOB en de UU in opdracht van het ministerie van BZK. Samen met een serie van vier verdiepende case studies vormt dit rapport het volledige onderzoeksprogramma naar open data in Nederland. In dit rapport trachten we het speelveld van percepties over de verwachtingen, de effecten en mogelijke onverwachte effecten van open data in kaart te brengen. Deze inzichten kunnen de maatschappelijke en bestuurlijke debatten over open data verrijken en kunnen hulp bieden bij het verder vormgeven van het Nederlandse open data-beleid voor de toekomst. Ook geeft dit rapport een beeld van het Kennisnetwerk van Open data, de mensen die op dit moment met open data bezig zijn. Wie zijn dit, waar komen ze vandaan en hoe kijken ze naar open data? Leeswijzer In hoofdstuk 2 zullen allereerst kort de methoden van onderzoek worden besproken; hoe is dit onderzoek opgezet en uitgevoerd? Daaropvolgend zal worden ingegaan op de beschrijvingen van de (verschillende groepen) respondenten; wie zijn zij, waar komen ze vandaan, hoelang zijn ze al met open data bezig, etc.? Daarna, in hoofdstuk 4 zal in worden gegaan op de resultaten; wat zijn de belangrijkste bevindingen over de percepties van open data? Tot slot zullen in de conclusie de belangrijkste lessen die we uit dit rapport kunnen trekken voor u worden samengevat. 5

6 2. Methoden van onderzoek 2.1. Wat Centraal in dit onderzoek staan de percepties over open data van de mensen uit het Kennisnetwerk Open Data. Om deze percepties te vinden en onderzoeken zijn er in dit onderzoek drie hoofdthema s gevormd waarbinnen vragen over open data zijn geformuleerd. Deze drie thema s vormen ook de rode draad van dit rapport. Binnen deze thema s is telkens een tweedeling gemaakt tussen de huidige situatie en de verwachtingen voor de toekomstige 10 jaar. Deze drie thema s vormen samen de percepties over open data en zullen hieronder kort worden toegelicht: Drivers / Barrières Huidige en toekomstige Situatie Gewenste en ongewenste Effecten Drivers/Barrières Het thema over de drivers en barrières van open data bevat vragen over de huidige en verwachte drijvende- en beperkende krachten die open data stuwen of tegenwerken. Hierbinnen worden vragen gesteld over bijvoorbeeld de invloed van de af- of aanwezigheid van politieke steun, financiële middelen, kwalitatief goede data en wet- en regelgeving. Situatie Dit thema bevat de huidige en verwachte open data praktijken en het open data gebruik. Binnen dit thema vallen vragen over de huidige en verwachte mate van openbaarmaking, de toegankelijkheid van open data, de mate van open data gebruik en de voornaamste gebruikersgroepen. Effecten Dit thema behelst zowel de gewenste als ongewenste effecten van open data. Vragen binnen dit thema zullen gaan over de huidige en verwachte kansen en mogelijkheden van open data. Bijvoorbeeld over economische groei door innovatie, meer participatie van burgers en een effectiever en efficiënter werkende overheid. Maar ook zullen er vragen over de huidige en verwachten ongewenste effecten aan bod komen. Bijvoorbeeld over spanningen rondom privacy, hoge kosten voor overheidsorganisaties en ongewenst gedrag van individuele burgers. In de bijlage staat de volledige uitwerking van de thema s weergegeven evenals de vragenlijst zoals deze is uitgevraagd bij het Kennisnetwerk Wie Het belangrijkste doel van dit onderzoek was het vinden van de percepties van de mensen die met open data bezig zijn. Daarom hebben wij ons tot het Kennisnetwerk Open Data (van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) gericht, alle leden van dit kennisnetwerk zijn namelijk op een of andere manier bezig met, of betrokken bij, het realiseren van open data. Dit is ook de reden waarom wij ons slechts hebben beperkt tot dit netwerk. 6

7 Dit type onderzoek wordt ook wel een cohort studie genoemd (Bryman, 2012). Dit omdat er onderzoek is verricht binnen een specifieke groep respondenten die over een belangrijk gemeenschappelijk kenmerk beschikken, namelijk het feit dat ze allemaal deel uitmaken van het Kennisnetwerk Open Data. Verschillende Respondentgroepen Bij de vragenlijst is rekening gehouden met verschillende typen respondent uit het Kennisnetwerk. Zo zijn er respondenten die zelf bezig zijn met open data in een overheidsorganisatie, deze mensen hebben eerste hand percepties over open data. Maar zo zijn er ook geïnteresseerden van open data die niet bij een overheidsorganisatie werken die data open maakt, maar wel op een andere manier met open data bezig zijn (bijvoorbeeld middels onderzoek of advies). Deze mensen kunnen interessante percepties bieden op open data vanuit een buiten perspectief. Daarom is bij het ontwerpen van de vragenlijst voor het Kennisnetwerk rekening gehouden met twee verschillende respondentgroepen; de groep overheid enerzijds en de groep geïnteresseerden anderzijds. De twee groepen kregen beiden een andere versie van de vragenlijst afhankelijk van het antwoord op de volgende vraag die aan het begin van vragenlijst is gesteld: Werkt u bij een overheids- of publieke organisatie die momenteel data open maakt of waar concrete plannen in deze richting bestaan?. Deze rapportage zal zich vooral richten op de percepties van de respondentengroep overheid omdat dit de percepties zijn van de mensen die de open data ook daadwerkelijk realiseren. Deze respondenten beschikken namelijk over eerste hands percepties van open data en daar zijn we in dit onderzoek naar opzoek. De percepties van de respondentengroep geïnteresseerden worden gebruikt als toevoeging en vergelijkingsmateriaal, zeker als er zich opvallende verschillen of overeenkomsten voordoen met de percepties van de respondentengroep overheid Hoe Zoals reeds genoemd is voor het vinden van de percepties van open data een vragenlijst afgenomen bij het Kennisnetwerk Open Data. Deze vragenlijst is in Januari 2014 naar de respondenten verstuurd. Na het verzamelen van genoeg data (140 respondenten) is de analyse van de antwoorden op de vragenlijst in April 2014 begonnen. Het betrof een online vragenlijst ontworpen en verstuurd met het programma NetQ (een online survey-programma). De gegevens die met deze vragenlijst zijn verzameld zijn vervolgens omgezet naar een datasheet voor het statistische analyse programma SPSS. In SPSS zijn statistische toetsen uitgevoerd die tot de bevindingen van dit rapport hebben geleid. 7

8 Procent 3. Beschrijving van de respondenten In dit hoofdstuk zal een beschrijving worden gegeven van de groep respondenten die aan dit onderzoek hebben bijgedragen. Dit zal dan ook meer gaan over de persoonlijke kenmerken van de respondenten. Hoe oud zijn ze? Waar zijn ze werkzaam? Hoe lang zijn ze al met open data bezig? Etc. De inhoudelijke percepties over open data komen dan in hoofdstuk 4 aan bod. Door informatie te vragen over de persoonlijke kenmerken van de respondenten kan inzicht worden verkregen in de samenstelling van het Kennisnetwerk Open Data. De verschillende respondentgroepen zoals beschreven in 2.2 zullen beiden worden besproken waarbij de nadruk zal liggen op de opvallende onderlinge verschillen en overeenkomsten. 3.1 Overheid of Geïnteresseerd Uit de antwoorden op de vraag: Werkt u bij een overheids- of publieke organisatie die momenteel data open maakt of waar concrete plannen in deze richting bestaan?, blijkt dat een groot deel van de gemeenschap uit het Kennisnetwerk direct zelf met open data te maken heeft. Zo gaven 99 respondenten (72,8%) aan voor een overheidsorganisatie te werken die met open data bezig is of waar concrete plannen in deze richting bestaan en 37 respondenten (27,2%) gaven aan dat dit voor hen niet het geval was. 1 Op basis van deze antwoorden hebben zich twee respondenten groepen gevormd: de eerste groep overheid met 99 leden en de tweede groep geïnteresseerden met 37 leden Bezig met Open Data sinds De meeste respondenten, uit beiden respondentgroepen, geven aan begonnen te zijn met open data in het jaar 2011 en het gemiddelde beginmoment voor beide groepen ligt in het jaar 2009 (zie tabel 1). Zo is te zien dat het aantal mensen dat met open data bezig is de in de jaren voor 2011 exponentieel is toegenomen. TABEL 1. Bezig met open data sinds(n-ov=99, N-GEI=37) OV GEI Sinds 1 Dit betekent dat er in de eerste sectie (met persoonlijke vragen), die vooraf ging aan de vraag die de routing bepaalt, 4 respondenten zijn afgevallen. 8

9 Procent Wat opvalt is dat er voor beiden respondentgroepen ook al langer mensen bezig zijn met open data. Zo geven twee respondenten uit de groep overheid aan al sinds 1989 met open data bezig te zijn. Uit de groep geïnteresseerden gaf een respondent aan sinds 1990 bezig te zijn met open data (zie tabel 1.). Dit betekent dat er een harde kern bestaat van mensen die al heel lang met open data bezig zijn en dat er dus al langer een open data praktijk bestaat (het is dus geen mode-grill van de laatste jaren). Maar het betekent ook dat het thema open data in de jaren voor 2011 wel sterk in populariteit gegroeid is Mate van technologische kennis We stelden de respondenten de vraag: Hoeveel kennis heeft u van de technologie achter open data?. Gemiddeld haalden de respondenten op deze vraag een scoren van 3,32 op een 5 puntenschaal. Dat wil zeggen dat men dus over aardig wat technologische kennis beschikt, enigszins te verklaren door het lidmaatschap aan het Kennisnetwerk. Opvallend is verder dat de respondentengroep overheid lager scoorden dan de groep geïnteresseerden, 3,31 tegenover 3,35 (zie tabel 2 voor een overzicht van de scores). De relatief hoge mate van technologische kennis achter open data binnen de respondentgroepen wijst er ook op dat er veel mensen met een IT-achtergrond zijn aangesloten bij de gemeenschap van het Kennisnetwerk. TABEL 2. Mate van technologische kennis (N-OV=99, N-GEI=37) Zeer weinig Weinig Noch weinig, noch veel Veel Zeer veel Mate van technologische kennis OV GEI 3.4. Leeftijd De gemiddelde leeftijd van de respondenten is 43,78 jaar, dit is voor beide respondentgroepen tezamen. Opvalt dat de gemiddelde leeftijd van de groep overheid een stuk hoger ligt dan die van de geïnteresseerden, namelijk een gemiddelde van 45,29 jaar in tegenstelling tot de 39,76 jaar van de geïnteresseerden. In Tabel 1 is de volledige trend zichtbaar voor beiden respondentgroepen. Ook opvallend is de relatief grote hoeveelheid respondenten onder de 30 jaar in de groep geïnteresseerden, evenals de relatief grote groep boven de 55 jaar bij de groep overheid. 9

10 Procent Procent TABEL 3. Leeftijd uitgedrukt in procent (N-OV=99, N-GEI=37) OV GEI 0 Leeftijd 3.5. Geslacht In totaal hebben er 75% mannen en 25% vrouwen meegedaan aan dit onderzoek, een opvallend groot aandeel mannen. Dit is iets wat gezien het thema open data wellicht te verklaren is door het over het algemeen ondervertegenwoordigde aantal vrouwen in de ICT sector en andere meer technische sectoren. Ook is opvallend dat het verschil tussen het aandeel mannen en vrouwen binnen de overheidsgroep groter is (77,8% man tegenover 22,2% vrouw) dan bij de geïnteresseerden (67,6% man tegenover 32,4% vrouw). In Tabel 2 staan de gegevens over het geslacht van beiden groepen samengevat. TABEL 4. Geslacht uitgedrukt in procent (N-OV=99, N-GEI=37) Man Geslacht Vrouw OV GEI 3.6. Opleiding De respondenten zijn ook gevraagd naar hun hoogst voltooide opleiding. Uit de gegevens blijkt het merendeel een vervolgopleiding (MBO, HBO of WO) te hebben afgerond. Zo is 95% van het totaal aantal respondenten in het bezit van een HBO of WO diploma. In verhouding zijn er bij de overheid meer wo-afgestudeerden dan bij de geïnteresseerden. Maar het aandeel hbo-afgestudeerden is bij de groep geïnteresseerden weer groter dan bij de overheid. In Tabel 5 zijn deze gegevens samengevat. 10

11 Procent Procent TABEL 5. Opleiding uitgedrukt in procenten (N-OV=99, N-GEI=37) OV GEI Hoogst genoten opleiding 3.7. Organisatie Ook werd de respondent gevraagd naar de organisatie waar hij/zij op dit moment werkzaam is. In de respondentengroep overheid zijn de Gemeentes goed vertegenwoordigd (28,3%), ook, maar in mindere mate de Ministeries (16,2%) en de ZBO s of Agentschappen (12,1%) en in nog mindere mate de Provincies (11,1%) en Universiteiten of Onderzoeksinstituten (8,1%) (zie Tabel 6 voor een overzicht). Stond de organisatie van een respondent niet in de lijst, dan was er de optie Anders, nml:, waar de respondent zelf iets in kon vullen. Hier werden verschillende alternatieven aangetroffen zoals musea (tweemaal), gemeentelijke regelingen (tweemaal), HBO kennisinstellingen (eenmaal), de Belastingdienst (eenmaal) en de Rijksoverheid (eenmaal). Bij de groep geïnteresseerden zijn de commerciële (18,9%) en maatschappelijke (16,2%) organisaties, de adviesbureaus (10,8%) en de Gemeenten (8,1%) goed vertegenwoordigd (zie Tabel 6). De respondent die een eigen alternatief hebben ingevuld bij de optie Anders, nml: gaven aan student te zijn (tweemaal) of zzp er (eenmaal) en eenmaal iemand van de vereniging van Directeuren Publieksdiensten. TABEL 6. Organisatie uitgedrukt in procent (N-OV=99, N-GEI=37) Organisatie OV GEI Organisaties 11

12 Procent 3.8. Sector Ook zijn de respondenten gevraagd, indien van toepassing, naar de sector waarin ze werkzaam waren (e.g. Bestuurlijke Zaken, Cultuur, Onderwijs, etc.). Als respondenten uit de groep overheid aangeven bij een bepaalde sector werkzaam te zijn, zegt dit dus ook iets over de open data praktijken binnen deze sector. Binnen de groep overheidsrespondenten zijn de volgende sectoren goed vertegenwoordigd: Infrastructuur (17,2%), Bestuurlijke Zaken (13,1%) en in minderen mate Onderwijs (8,1%) en Cultuur (6,1%) (zie tabel 7 voor een overzicht). Aangezien deze respondenten ook hebben aangegeven bij een overheidsorganisatie werkzaam te zijn die data open maakt, lijken er binnen deze sectoren dus open data praktijken te bestaan. De groep geïnteresseerden gaf grotendeels aan deze vraag over sectoren als niet van toepassing te beschouwen (40,5%). De mensen uit deze groep die wel antwoord gaven kwamen vooral uit de sectoren Bestuurlijke Zaken (16,2%), Onderwijs (8,1%) en Wetenschappen (8,1%). De antwoorden op deze vragen geven dus ook voor een deel weer waar en in welke sector open data praktijk plaatsvinden. TABEL 7. Sector uitgedrukt in procenten (N-OV=99, N-GEI=37) OV GEI Sectoren 3.9. Conclusie Ter afsluiting van dit hoofdstuk zullen de belangrijkste zaken hieronder kort worden samengevat. Wat heeft dit hoofdstuk ons geleerd over de gemeenschap van het Kennisnetwerk Open Data? En wat laat dit hoofdstuk daarmee zien over de mensen die bij de overheid met open data bezig zijn? Ten eerste, zo blijkt, werkt het grootste gedeelte van de Kennisnetwerk-gemeenschap bij een overheidsorganisatie die data open maakt of waar concrete plannen in die richting bestaan (72,8 %). 12

13 Open data is ook geen modegril van de laatste jaren, zo blijkt er namelijk een kleine groep mensen te zijn die al veel langer met open data bezig is (sinds 1989). Wel is het aantal mensen dat met open data bezig is de afgelopen jaren exponentieel gegroeid, met het hoogtepunt in Ook bestaat er binnen de gemeenschap een hoge mate van technologische kennis achter open data (gemiddeld 3,3 op een schaal van 5), het grootste deel is man (75% tegenover 25% vrouw) en hoogopgeleid (95% heeft en HBO of WO afgerond). De gemiddelde leeftijd ligt hoog, namelijk op 43,78 jaar voor de totale groep respondenten. Opvallend was dat het gemiddelde van groep overheid een stuk hoger ligt dan van de geïnteresseerden (gemiddeld 45,3 jaar tegenover een gemiddelde 39,8 jaar). Tot slot geven veel respondenten, die eerder aangaven dat ze bij een overheidsorganisatie werken die actief met open data bezig is, aan dat ze bij het Rijk (28,3%, namelijk: Ministeries 16,2% en ZBO s of Agentschappen 12,1%), Gemeenten (28,3%), of Provincies (11,1%) werkzaam zijn. Zo is elk van de drie overheidslagen door de respondenten vertegenwoordigd en lijken dus binnen alle overheidslagen open data praktijken plaats te vinden. Ook gaven deze respondenten aan voornamelijk in de sectoren Infrastructuur (17,2%), Bestuurlijke Zaken (13,1%) en Onderwijs (8,1%) te werken. Deze gegevens zeggen dus ook iets over waar, in welke overheidslagen en sectoren, open data praktijken zijn. Namelijk vooral in de sectoren Infrastructuur en bestuurlijke zaken, bij organisaties zoals het Rijk (Ministeries en ZBO s), Gemeenten en Provincies. Dit hoofdstuk heeft ons iets geleerd over de gemeenschap van het Kennisnetwerk en daarmee dus ook iets over de personen die bij de overheid met open data bezig zijn. In het volgende hoofdstuk zal verder worden ingegaan op de percepties van deze mensen. 13

14 4. Percepties van respondenten op open data Drivers en Barrières Over drivers en barrières voor open data hebben we de volgende vraag voorgelegd aan de respondenten: in hoeverre vormen de volgende factoren een drijvende of het ontbreken ervan een barrière voor het realiseren van open data door uw organisatie? Deze vraag is gesteld over de huidige situatie maar ook over de situatie over tien jaar. De resultaten staan weergegeven in Tabel 8 hieronder. De gemiddelde scores per stelling zijn hieronder weergegeven voor zowel de huidige situatie als voor de toekomst. TABEL 8. (Huidige en toekomstige) drivers en barrières voor open data (N=69) 4,5 3,5 4 2,5 3 1,5 2 0,5 1 0 Huidige Situatie Toekomst Drivers/Barrières Allereerst valt op dat open data veel meer gedreven wordt vanuit de politiek dan door de ambtelijke organisatie. Door een groot aantal respondenten wordt ambtelijke steun veel meer als een barrière dan als een driver gezien. Twee respondenten: Het gebrek aan data van goede kwaliteit is vooral een 'stopmiddel', een manier waarop een zeer zeker gebrek aan ambtelijke steun wordt vertaald. Data zijn nooit 'goed genoeg' om te publiceren. het zal voor ambtelijk organisatie nu eenmaal moeilijk blijven om open te zijn. het zit niet in de aard. De druk moet van buitenaf komen en enkele dappere strijders De lage scores voor leiderschap van projectmanagers en overtuiging van het belang binnen de organisatie hangen hiermee samen: op open data projecten zitten, in de perceptie van de respondenten, niet de sterkste projectleiders. Daarmee lijkt de beperkte ambtelijke steun zich door te vertalen in beperkte human resources en beperkte financiële middelen. En blijkbaar is de politieke steun ook niet voldoende om ervoor te zorgen dat financiële middelen beschikbaar worden gemaakt. Een respondent: politici moeten écht de brug over komen en middelen beschikbaar stellen; "marginal cost" mag géén punt zijn 2 Alle scores worden weergegeven op een 5-punts Likertschaal, tenzij anders vermeld. 14

15 Opvallend is dat potentiële barrières in de randvoorwaardelijke zin zoals wet- en regelgeving en kwaliteit van de data slechts in beperkte mate als barrière worden beschouwd. Daarbij geldt overigens dat het beeld nogal gepolariseerd is: het aantal respondenten dat deze factoren als een barrière ziet wordt goeddeels in evenwicht gehouden door degenen die dit als een driver zien. Ook valt op dat er positiever gedacht wordt over de toekomst ten opzichte van de huidige drivers en barrières: alle gemiddelden stijgen met ongeveer een half punt. De ordening blijft verder ongeveer hetzelfde. Opvallend zijn de hoge scores op de drivers politiek en maatschappelijke vraag, beide externe druk. De meningen over de ambtelijke steun en interne overtuiging zijn erg gepolariseerd; noch driver, noch barrière. Het grootste verschil tussen de huidige situatie en de toekomst wordt verwacht bij gevoelde maatschappelijke vraag, deze score stijgt met 0,71 ten opzichte van de huidige situatie. Dit laat zien dat de respondenten verwachten dat de maatschappelijke vraag naar open data in de toekomst sterk zal toenemen en daarmee een belangrijke driver zal zijn voor open data. Om deze patronen beter te kunnen duiden zijn ze nader onderzocht in verband met kenmerken van de respondenten en antwoorden op andere vragen. Allereerst hebben we gekeken naar de percepties over drivers en barrières per sector (zie tabel B3.1 in bijlage 3). Hoewel de aantallen respondenten klein zijn, valt op dat de respondenten uit de sector Economische Zaken en ook Cultuur en Infrastructuur minder barrières zien dan de anderen terwijl de respondenten vanuit de sector Veiligheid & Justitie en ook Financiën vooral barrières zien. Opvallend is dat in deze laatste sectoren de politieke steun veel lager wordt gewaardeerd dan in de andere sectoren. Dit bevestigt dat politieke steun belangrijk is voor open data en niet gelijkelijk is verdeeld over de beleidssectoren. Vervolgens hebben we gekeken naar de relatie met de mate van openbaarmaking: zien de respondenten in organisaties met grote aantallen open datasets minder barrières en meer drivers dan de respondenten in organisaties waar juist weinig open data zijn (zie tabel B3.2 in bijlage 3)? Uit deze analyse komen enkele verschillen maar deze zijn opvallend beperkt: de respondenten uit de organisaties die veel datasets openbaar maken scoren gemiddeld 3.01 en 2.92 voor de organisaties die er extreem veel openbaar maken terwijl de score van 2.87 van de respondenten die zeer weinig datasets openbaar maken nauwelijks lager is. Opvallend is dat de verschillen in politieke steun wel sterk verschillen en ook zelfs keurig oplopen voor de vier categorieën van respondenten. Politieke steun is daarmee als enige direct gerelateerd aan de mate van openbaarmaking. Tenslotte hebben we nog gekeken naar de verschillen per type van organisatie waar de respondent werkt (zie tabel B3.3). Overall zien de respondenten van de provincies en in iets mindere mate ZBO s meer drivers dan barrières terwijl de outsiders, respondenten van universiteiten en maatschappelijke organisaties, maar ook de respondenten van gemeenten juist meer barrières zien. Opvallend is dat outsiders (advies, commerciële- en maatschappelijke organisaties) meer technische problemen zien. Voor deze verschillen hebben we geen verklaring Hoeveelheid open datasets Met de survey hebben we in kaart gebracht hoeveel datasets er nu volgens de respondenten bij hun organisatie open zijn. De vraag die we hen stelden was: hoeveel datasets van uw organisaties zijn actief open (staan op Internet)? De resultaten hiervan staan weergegeven in Tabel 9. 15

16 % % TABEL 9. Aantal open datasets (N=81) Meer dan 250 Aantal actief geopende datasets De tabel laat zien dat de grootste groep 41,9% - slechts een beperkt aantal open datasets bij hun organisatie heeft. Opvallend is echter dat er ook een grote groep 33,3% - aangeeft dat het gaat om 50 tot 250 datasets en een groep van 6,2% noemt zelfs meer dan 250 datasets. Daartussen zit een groep van 13,6% die aangeeft dat de organisatie 10 tot 50 datasets heeft. De tabel geeft een soort U-vorm weer: organisaties maken ofwel veel ofwel weinig datasets openbaar. Vervolgens hebben we aan de respondenten gevraagd om wat voor gegevens het gaat. De antwoorden staan weergegeven in Tabel ,00% 50,00% 40,00% 30,00% 20,00% 10,00% 0,00% TABEL 10. Soorten open datasets (N=91) Gegevens over... Deze tabel laat zien dat de meeste datasets ondersteunende informatie bevatten: het gaat hierbij dus niet om informatie die de weerslag is van werkprocessen maar om informatie die ook door de overheidsorganisatie wordt gebruikt. Overigens geven de respondenten ook aan dat er veel datasets openbaar worden gemaakt die wel zijn verbonden aan de uitvoering van overheidstaken, toezicht en beleidsontwikkeling. Het beeld is daarmee divers. Door in te zoomen op verschillende aspecten proberen we meer duidelijkheid te krijgen over deze patronen. Allereerst hebben we gekeken naar de verschillen in de percepties over de mate van openbaarmaking van open data per type van organisatie (zie tabel B3.4). Deze analyse laat zien dat de respondenten van gemeenten en vooral provincies aangeven dat het gaat om grote aantallen datasets. De Rijksoverheid ministeries en ZBO s/agentschappen geven lagere scores weer. De grote aantallen 16

17 % datasets lijken voor externe organisaties redelijk onzichtbaar aangezien commerciële organisaties en maatschappelijke organisaties veel lagere scores geven. Vervolgens hebben we gekeken naar de verschillende per sector (zie tabel B3.5 in bijlage). Deze analyse laat zien dat de sectoren met de grote aantallen respondenten bestuurlijke zaken en infrastructuur ook de sectoren zijn met de grootste aantallen respondenten in zowel de bovenste als de onderste categorie. Het beeld dat zij schetsen van hun sector is dus opvallend gevarieerd. Dit kan komen doordat zij werken op verschillende niveaus of doordat ze verschillende percepties hebben. Tenslotte hebben we ook nog gekeken naar de verwachte ontwikkeling in de toekomst. De respondenten is gevraagd welk percentage van alle datasets van uw organisatie moet volgens u in de komende 10 jaar openbaar worden gemaakt en op Internet worden geplaatst zonder juridische of financiële beperkingen. De resultaten staan weergegeven in Tabel 11. TABEL 11. Aantal open datasets: gewenste openbaarmaking in de komende 10 jaar (N=69) % % % % % Percentage datasets dat in de komende 10 jaar zonder juridische en financiële beperkingen op Internet moet worden geplaatst Deze tabel laat zien dat zelfs onder deze groep respondenten die open data zo belangrijk vinden dat ze zich aan hebben gesloten bij dit netwerk veel respondenten niet de veronderstelling hebben dat alle datasets openbaar moeten worden gemaakt Open data kwaliteit Vervolgens hebben we gekeken naar de percepties van de kwaliteit van de open datasets. We vroegen de respondenten naar hun mening over de verschillende kwaliteitsaspecten van open datasets. De antwoorden staan weergegeven in Tabel

18 Gemiddelde scores TABEL 12. Percepties van data kwaliteit (N=89) 4,5 4 3,5 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0 Stellingen over open data kwaliteit De tabel laat zien dat men redelijk positief is over de kwaliteit van de data die openbaar gemaakt wordt. Geen gemiddelde score per stelling komt onder de 3 op een schaal van 5. Als we dan toch naar de onderlinge verschillen kijken zijn de gebruikswaarden problematischer. Een groot aantal respondenten geeft aan dat de datasets niet zonder veel basiskennis kunnen worden begrepen en een bijna net zo groot aantal geeft aan dat de gegevens niet inzichtelijk worden gepresenteerd. Ook op de mogelijkheid om gegevens te verwerken is men kritisch. De formele (financiële en juridische) openheidscriteria worden hoger beoordeeld en worden dus als minder problematisch gezien. Ook hier hebben we gekeken of we deze verschillen kunnen begrijpen door te kijken naar samenhang met andere kenmerken en vragen. Allereerst hebben we gekeken naar de open data kwaliteit per sector (zie tabel B3.6 in bijlage 3). De verschillen tussen de sectoren zijn hier aanzienlijk. Zo lopen de scores op het criterium zonder basiskennis te begrijpen uiteen van 1,67 bij Volksgezondheid tot 4,25 bij Financiën. Ook op andere criteria zijn de verschillen groot. Dit heeft mogelijk te maken met de complexiteit in termen van professionele en gespecialiseerde kennis van de sector. Ook hebben we gekeken naar de verschillen in percepties van open data kwaliteit per type van organisatie (zie tabel B3.7 in bijlage 3). Wederom geldt dat er grote verschillen zijn maar dat we hier niet direct een verklaring voor konden vinden. Tenslotte hebben we gekeken naar de percepties van open data kwaliteit per mate van openbaarmaking (zie tabel B3.8 in bijlage 3). Hier zien we wel een duidelijk patroon: de percepties van de datakwaliteit gaan omhoog met de mate van openbaarmaking. Met name bij de criteria inzichtelijkheid en vindbaarheid zien we deze lijn terugkomen. Men zou hierbij kunnen stellen dat hoge datakwaliteit leidt tot veel openbaarmaking. Ook is een tegenovergestelde redenering mogelijk: grotere aantallen datasets wellicht leiden tot betere standaarden voor open data. 18

19 Gemiddelden 4.4. Mate van gebruik per gebruikersgroep Hoewel de retoriek van open data vaak gaat over toegang tot gegevens voor burgers, worden burgers als de minst waarschijnlijke gebruikersgroep gewaardeerd (2,33). Commerciële partijen, andere overheidsorganisaties en wetenschappers worden gezien als grotere gebruikers (resp. 2,88, 2,85 en 2,81). Journalisten en maatschappelijke organisaties worden noch als grote grebruikers, noch als lage gebruikers gewaardeerd met gemiddelde scores van rond de 2,50 of een 5 punts-schaal. Als de vraag: welke gebruikersgroep zal in de toekomst het belangrijkst moeten worden, krijgen we een ander beeld. We zien dan men over het algemeen vindt dat maatschappelijke organisaties grote gebruikers zouden moeten worden (3,05). Een gedeelde tweede plaats voor commerciële partijen en andere overheden (2,95). Men is verder van mening dat wetenschappers en journalisten het minst gebruik zullen gaan maken van open data in de toekomst (2,25). Over burgers blijkt geen voorkeur (2,55). TABEL 13. Mate van gebruik per gebruikersgroep (huidige situatie: N=84 en over tien jaar: N=69): 3,5 3 2,5 2 1,5 1 0,5 0 Huidige situatie Toekomst Gebruikersgroepen Ook nu hebben we weer gekeken naar de andere factoren om te bekijken of we deze patronen diepgravender kunnen analyseren. Allereerst is gekeken naar het verband tussen de mate van gebruik (per gebruikersgroep) en de mate van openbaarmaking (zie tabel B3.9 in bijlage 3). De tabel laat zien dat de verschillen bijzonder klein zijn. Er lijkt geen verband te zijn tussen de mate van openbaarmaking en de perceptie van gebruikersgroepen. Vervolgens hebben we gekeken naar de vraag of het uitmaakt bij welke organisatie de respondenten werken hoe zij de gebruikersgroep percipiëren (zie tabel B3.10 in bijlage 3). De verschillen zijn hier aanzienlijk groter. Opvallend is dat de meeste externe groepen advies, commercieel, maatschappelijk op de mate van gebruik veel lager scoren dan de respondenten van overheidsorganisaties. De respondenten van de universiteit scoren overigens ook opvallend hoog. In de verdeling tussen de gebruikersgroepen vallen geen heldere patronen te zien. Tenslotte hebben we gekeken naar de mate van gebruik per gebruikersgroep per sector (zie tabel B3.11 in bijlage 3). Ook hier zien we een redelijke mate van variatie. De sector Bestuurlijke Zaken 19

20 Gemiddelden scoort bijzonder laag en de sector Cultuur scoort juist aan de hoge kant. Wellicht kan dit worden toegeschreven aan de relevantie van de datasets uit deze sectoren voor externe partijen. Datasets over kunst en architectuur trekken wellicht meer gebruikers dat datasets over bestuurlijke processen. De meeste sectoren bevinden zich tussen de 2 en de Gewenst en Ongewenst Effecten Tenslotte hebben we gekeken naar de percepties van de gewenste en ongewenste effecten. De percepties van de gewenste effecten in de huidige situatie en in de toekomst over 10 jaar staan in Tabel 14 weergegeven. TABEL 14. Gewenste effecten (huidige situatie: N=79 en over tien jaar: N=69) 4,4 4,2 4 3,8 3,6 3,4 3,2 Huidige situatie Toekomst Opvallend is dat de variatie in deze gewenste effecten zeer beperkt is. Dit kan komen doordat al deze effecten als even waarschijnlijk worden beschouwd maar ook is mogelijk dat de effecten nog weinig zijn doordacht. Dit kan verklaren waarom de respondenten voor al deze effecten gewoon dezelfde scoren invullen. In de toelichting op deze vraag noemden de respondenten interessante voorbeelden maar ook deze blijven opvallend algemeen. Sommige voorbeelden hebben te maken met toenemende kennis van burgers (en dit kan daarmee de burgerparticipatie versterken) en bedrijven: Burgers en bedrijven beter geïnformeerd. Voorkomen van fouten in aangiften. Bekendheid met Nederlandse architectuurgeschiedenis beter geinformeerde burger Het toegenomen gebruik van de gegevens, vooral door bedrijven. Andere respondenten wezen op de tevredenheid van burgers (en dit sluit dus aan bij de laatste antwoordcategorie): 20

Belevingsonderzoek Inspectie Jeugdzorg. Onderzoek onder geïnspecteerden naar de beleving van het contact met Inspectie Jeugdzorg

Belevingsonderzoek Inspectie Jeugdzorg. Onderzoek onder geïnspecteerden naar de beleving van het contact met Inspectie Jeugdzorg Belevingsonderzoek Inspectie Jeugdzorg Onderzoek onder geïnspecteerden naar de beleving van het contact met Inspectie Jeugdzorg Maart 2012 F968 Colofon In 2008 heeft de Inspectieraad aan het programma

Nadere informatie

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers nderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Goirle DIMENSUS beleidsonderzoek April 2012 Projectnummer 488 Het onderzoek De gemeente Goirle is eind april 2010

Nadere informatie

Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld

Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen sociale psychologie Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld Onderzoeksresultaten fase 1 Elisabeth Hoekstra Goda Perlaviciute Linda Steg onderzoekgaswinning@rug.nl

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek De Meentschool - Afdeling SO In opdracht van Contactpersoon De Meentschool - Afdeling SO de heer A. Bosscher Utrecht, juni 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek CBS Paadwizer In opdracht van Contactpersoon Stichting de Tjongerwerven Christelijk Primair Onderwijs de heer H. van Malsen en de heer A. Vos Utrecht, februari

Nadere informatie

E-learning ontwikkelingen onderzocht

E-learning ontwikkelingen onderzocht E-learning ontwikkelingen onderzocht Uitslagen van online enquete op e-learning.nl Wilfred Rubens E-learning land is volop in beweging. De redactie van e-learning.nl vroeg zich af hoe haar bezoekers die

Nadere informatie

Waarom mensen zich niet verdiepen in partnerpensioen

Waarom mensen zich niet verdiepen in partnerpensioen Onderzoek Waarom mensen zich niet verdiepen in partnerpensioen Onderzoek in opdracht van Pensioenkijker.nl Projectleider Kennisgroep : Vivianne Collee : Content Unit Financiën Datum : 09-11-010 Copyright:

Nadere informatie

Memo. Datum: 19 oktober 2015 Onderwerp: Enquête Studieadvies

Memo. Datum: 19 oktober 2015 Onderwerp: Enquête Studieadvies Memo Datum: 19 oktober 2015 Onderwerp: Enquête Studieadvies Inhoud Hoofdstuk 1: Introductie... 1 Hoofdstuk 2: Algemene uitkomsten... 1 2.1 De weg naar de studieadviseur... 1 2.2 Hulpvraag... 2 2.3 Waardering

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Schoolrapportage CBS De Windroos Leerlingtevredenheidsonderzoek In opdracht van Contactpersoon Noordkwartier Mevrouw W. Drenth Utrecht, mei 2014 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Marjan

Nadere informatie

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Veel gemeenten zijn inmiddels actief op sociale media kanalen, zoals ook blijkt uit het onderzoek dat is beschreven in hoofdstuk 1. Maar

Nadere informatie

Onderzoek Alumni Bètatechniek

Onderzoek Alumni Bètatechniek Onderzoek Alumni Bètatechniek 0 meting - Achtergrond Eén van de knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt is een tekort aan technisch geschoolden. De Twentse situatie is hierin niet afwijkend. In de analyse

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

Rapport evaluatie-onderzoek Agentschap Telecom. Onderzoek naar de beleving van kwaliteit, effectiviteit, tevredenheid, vertrouwen en klachten.

Rapport evaluatie-onderzoek Agentschap Telecom. Onderzoek naar de beleving van kwaliteit, effectiviteit, tevredenheid, vertrouwen en klachten. Rapport evaluatie-onderzoek Agentschap Telecom Onderzoek naar de beleving van kwaliteit, effectiviteit, tevredenheid, vertrouwen en klachten. Januari 2010 Colofon De Inspectieraad heeft in 2008 opdracht

Nadere informatie

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Afdeling: Maatschappelijke ontwikkeling Auteur : Nick Elshof Datum: 25-09-2015 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Samenvatting... 4 Verantwoording en achtergrond...

Nadere informatie

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren

Rapport. Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Rapport Eigen regie en zelfredzaamheid ; een enquête onder senioren Woerden, juli 2014 Inhoudsopgave I. Omvang en samenstelling groep respondenten p. 3 II. Wat verstaan senioren onder eigen regie en zelfredzaamheid?

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties

Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties in de architectenbranche QUICKSCAN mei 2013 Inhoud Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties 3 Resultaten 6 Bureau-intermediair I Persoonlijk urenbudget 6 Keuzebepalingen

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek In opdracht van Contactpersoon Basisschool Den Doelhof De heer P. Engels Utrecht, februari 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Madelon van

Nadere informatie

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014

TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 TEVREDENHEIDSONDERZOEK ZAANLANDS LYCEUM 2014 Inleiding In maart van dit jaar heeft adviesbureau Van Beekveld en Terpstra in opdracht van het College van Bestuur van OVO Zaanstad op de scholen van OVO een

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Bs. Berglarenschool Leerlingtevredenheidsonderzoek In opdracht van Contactpersoon Zicht Primair Onderwijs - Bs. Berglarenschool Dhr. P. van de Sande Utrecht, april 2014 DUO Onderwijsonderzoek

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Projectnummer: 10203 In opdracht van: Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer drs. Merijn Heijnen dr. Willem Bosveld Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL

Nadere informatie

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap

Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Voorpublicatie Vertrouwen in de wetenschap Augustus 2015 Het meeste wetenschappelijk onderzoek wordt betaald door de overheid uit publieke middelen. De gevolgen van wetenschappelijke kennis voor de samenleving

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Versie 2013-2014 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het Wetenschappelijk Instituut van 50PLUS heeft ons in december

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek Basisschool Sint Martinus In opdracht van Contactpersoon Basisschool Sint Martinus de heer F. Giesen Utrecht, juni 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek In opdracht van Contactpersoon RKBS 't Valder De heer H. Hetterscheid Utrecht, april 2014 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Madelon van Duren

Nadere informatie

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913

Tevredenheid over MEE. Brancherapport 2011. Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland. Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Tevredenheid over MEE Brancherapport 2011 Een onderzoek in opdracht van MEE Nederland Marieke Hollander Betty Noordhuizen BA3913 Zoetermeer, 21 december 2011 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Geachte lezer, Veel plezier bij het lezen van het rapport! Hartelijke groet, VictorMundi.com Jeroen Sakkers

Geachte lezer, Veel plezier bij het lezen van het rapport! Hartelijke groet, VictorMundi.com Jeroen Sakkers Geachte lezer, Met gepaste trots presenteren wij u hierbij het eerste ZZP Barometer-rapport van 2011. De ZZP Barometer is de structurele en onafhankelijke onderzoeksmonitor voor en over zzp'ers, freelancers

Nadere informatie

Toelichting op Medewerkeronderzoek door H&S Adviesgroep

Toelichting op Medewerkeronderzoek door H&S Adviesgroep Toelichting op Medewerkeronderzoek door H&S Adviesgroep H&S Adviesgroep kan u ondersteunen bij het uitvoeren van een Medewerkeronderzoek. Organisaties zetten deze onderzoeken in om bijvoorbeeld de werkbeleving,

Nadere informatie

Nationale monitor Social media in de Interne Communicatie

Nationale monitor Social media in de Interne Communicatie Nationale monitor Social media in de Interne Communicatie VRAGENLIJST Dit is de vragenlijst zoals we die aangeboden hebben. Veel vragen worden door zogenaamde LIkert schalen aangeboden, bij ons op een

Nadere informatie

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision

Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012. Koro Enveloppen & Koro PackVision Rapportage klanttevredenheidsonderzoek Inclusief vergelijk 2012 Opdrachtgever: Uitvoering: Koro Enveloppen & Koro PackVision Tema BV December 2014 1 I N L E I D I N G In 2014 heeft Tema voor de vijfde

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

Inspectie Jeugdzorg. Belevingsonderzoek naar klanttevredenheid 2014

Inspectie Jeugdzorg. Belevingsonderzoek naar klanttevredenheid 2014 Inspectie Belevingsonderzoek naar klanttevredenheid 2014 Samenvatting Opzet belevingsonderzoek naar klanttevredenheid De Inspectie heeft een belevingsonderzoek naar klanttevredenheid gedaan, om inzicht

Nadere informatie

Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk

Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk Gemeenten en de spreiding van opdrachten voor schilderwerk september 2005 COLOFON Samenstelling Drs. M.H. (Mark) Gremmen drs. A.J.H. (Bert Jan)

Nadere informatie

Analyserapport Kennismonitor

Analyserapport Kennismonitor Analyserapport Kennismonitor Organisatie Instelling A Afdeling Afdeling Zuid Kennismonitor Dementie intramuraal Deelnemers met account 31 Deelnemers gestart 30 Deelnemers klaar 26 Datum van resultaten

Nadere informatie

Evaluatie-onderzoek Arbeidsinspectie

Evaluatie-onderzoek Arbeidsinspectie Evaluatie-onderzoek Onderzoek onder geïnspecteerden naar de beleving van het contact met Rijksinspecties. Hoofdrapport September 2011 G1911 Colofon In 2008 heeft de Inspectieraad aan het programma InternetSpiegel

Nadere informatie

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee?

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee? Technische rapportage Leesmotivatie scholen van schoolbestuur Surplus Noord-Holland Afstudeerkring Begrijpend lezen 2011-2012, Inholland, Pabo-Alkmaar Marianne Boogaard en Yvonne van Rijk (Lectoraat Ontwikkelingsgericht

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek De Mei In opdracht van Contactpersoon Zaan Primair de heer T. Versteeg Utrecht, februari 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven Anja Schaapman MSc

Nadere informatie

De rol van de leidinggevende ambtenaar

De rol van de leidinggevende ambtenaar De rol van de leidinggevende ambtenaar Onderzoek maart 2007 1 Indigov is een spin-off van de K.U.Leuven, gespecialiseerd in onderzoek en advies inzake de informatiemaatschappij, nieuwe media, e-government

Nadere informatie

Jongeren & hun financiële verwachtingen

Jongeren & hun financiële verwachtingen Nibud, februari Jongeren & hun financiële verwachtingen Anna van der Schors Daisy van der Burg Nibud in samenwerking met het 1V Jongerenpanel van EenVandaag Inhoudsopgave 1 Onderzoeksopzet Het Nibud doet

Nadere informatie

Barometer Vastgoedmanagement Nederland 2014

Barometer Vastgoedmanagement Nederland 2014 IX LAST BUT NOT LEAST Barometer Vastgoedmanagement Nederland 2014 Meer vastgoedmanagement uitbesteden Annette Tjeerdsma en Jan Veuger In het voorjaar (mei/juni) van 2014 is voor het eerst een vragenlijst

Nadere informatie

Campagne Tweede Kamerverkiezingen (N06) Eindrapportage campagne-effectonderzoek

Campagne Tweede Kamerverkiezingen (N06) Eindrapportage campagne-effectonderzoek Campagne Tweede Kamerverkiezingen (N06) Eindrapportage campagne-effectonderzoek Ten behoeve van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Vooronderzoek bekendheid 144 Voorwoord en inhoudsopgave

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Resultaten WO-monitor 2013

Resultaten WO-monitor 2013 Resultaten WO-monitor 2013 Samenvatting: De WO-Monitor is een vragenlijst die wordt afgenomen onder recent afgestudeerden (1-1,5 jaar na afstuderen) van de universiteiten in Nederland. De WO-monitor wordt

Nadere informatie

Ouders op (be)zoek. Feedback van ouders op de online aangeboden informatie van Opvoeden.nl. december 2011. door: in opdracht van:

Ouders op (be)zoek. Feedback van ouders op de online aangeboden informatie van Opvoeden.nl. december 2011. door: in opdracht van: Ouders op (be)zoek Feedback van ouders op de online aangeboden informatie van Opvoeden.nl december 2011 door: in opdracht van: Inhoudsopgave Voorwoord blz. 3 1. Onderzoeksgroep blz. 4 2. Simulaties blz.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld 1. Inleiding De Inspectie van het Onderwijs voert al lange tijd tevredenheidsonderzoeken uit onder besturen en scholen in de sectoren

Nadere informatie

Vacatures in de industrie 1

Vacatures in de industrie 1 Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij bedrijven (MKB) Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie?

Nadere informatie

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012

Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Duurzame inzetbaarheid in de HR praktijk Onderzoeksrapport 2012 Zicht krijgen op duurzame inzetbaarheid en direct aan de slag met handvatten voor HR-professionals INHOUDSOPGAVE 1. Duurzame inzetbaarheid

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

Stad en raad Een Stadspanelonderzoek

Stad en raad Een Stadspanelonderzoek Stad en raad Een Stadspanelonderzoek Kübra Ozisik 13 Juni 2016 Laura de Jong www.os-groningen.nl BASIS VOOR BELEID Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 1. Inleiding... 2 2. Resultaten... 3 2.1 Respons... 3

Nadere informatie

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002)

rapportage Producentenvertrouwen kwartaal 1. Deze resultaten zijn tevens gepubliceerd in de tussenrapportage economische barometer (5 juni 2002) Rapportage producentenvertrouwen oktober/november 2002 Inleiding In de eerste Economische Barometer van Breda heeft de Hogeschool Brabant voor de eerste keer de resultaten gepresenteerd van haar onderzoek

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

Factsheet Competenties Ambtenaren

Factsheet Competenties Ambtenaren i-thorbecke Factsheet Competenties Ambtenaren Competenties van gemeenteambtenaren - nu en in de toekomst kennis en bedrijf Gemeenten werken steeds meer integraal en probleemgestuurd aan maatschappelijke

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek De Meander In opdracht van Contactpersoon Zaan Primair de heer T. Versteeg Utrecht, februari 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven Anja Schaapman

Nadere informatie

Online enquête Kennisplein Omgevingsvergunning

Online enquête Kennisplein Omgevingsvergunning Ministerie van VROM Kennisplein Omgevingsvergunning Online enquête Kennisplein Omgevingsvergunning Rijnstraat 8 Postbus 30945 2500 GX Den Haag Interne postcode IPC 660 http://omgevingsvergunning.vrom.nl

Nadere informatie

Zorgbarometer 7: Flexwerkers

Zorgbarometer 7: Flexwerkers Zorgbarometer 7: Flexwerkers Onderzoek naar de positie van flexwerkers in de zorg Uitgevoerd door D. Langeveld, MSc Den Dolder, mei 2012 Pagina 2 Het auteursrecht op dit rapport berust bij ADV Market Research

Nadere informatie

Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld

Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld 1 Uw mening over gaswinning uit het Groningen-gasveld Onderzoeksresultaten fase 2 Elisabeth Hoekstra Goda Perlaviciute Linda Steg onderzoekgaswinning@rug.nl

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Rapportage online marktonderzoek Wat maakt succes?

Rapportage online marktonderzoek Wat maakt succes? Rapportage online marktonderzoek Wat maakt succes? December 2007 / Januari 2008 Door: Marco Bouman, Impulse, Strategie & Marketing Februari 2008 2008 Marco Bouman, alle rechten voorbehouden Het is niet

Nadere informatie

Onderwijs en vluchtelingenkinderen

Onderwijs en vluchtelingenkinderen Onderwijs en vluchtelingenkinderen Zijn scholen en onderwijsgevenden voldoende toegerust om vluchtelingenkinderen onderwijs te bieden? Een enquête onder onderwijsgevenden van basisscholen, scholen voor

Nadere informatie

Monitor Direct Marketing

Monitor Direct Marketing Monitor Direct Marketing Consumentenonderzoek naar telemarketing en colportage Tilburg, 29 juni 2010 Jorna Leenheer (j.leenheer@uvt.nl) m.m.v. Tom de Groot Hoofdpunten Colportage wordt samen met telemarketing

Nadere informatie

De verborgen schatten van ERP Een onderzoek naar ERP-optimalisatie bij middelgrote bedrijven. succeed IT. better results together

De verborgen schatten van ERP Een onderzoek naar ERP-optimalisatie bij middelgrote bedrijven. succeed IT. better results together De verborgen schatten van ERP Een onderzoek naar ERP-optimalisatie bij middelgrote bedrijven succeed IT better results together Een onderzoek naar ERP-optimalisatie bij middelgrote bedrijven in handel

Nadere informatie

Internetpanel over de lokale media

Internetpanel over de lokale media Internetpanel over de lokale media In opdracht van: Afdeling Communicatie Rapportage door: Team Beleidsonderzoek & Informatiemanagement Gemeente Purmerend J. van Poorten november 2008 Verkrijgbaar bij:

Nadere informatie

Onderzoek onder geïnspecteerden naar de beleving van het contact met Rijksinspecties Hoofdrapportage

Onderzoek onder geïnspecteerden naar de beleving van het contact met Rijksinspecties Hoofdrapportage Evaluatieonderzoek VROM Inspectie (VI) Onderzoek onder geïnspecteerden naar de beleving van het contact met Rijksinspecties Hoofdrapportage Oktober 2011 G20 Colofon In 2008 heeft de Inspectieraad aan het

Nadere informatie

IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN

IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN - eindrapport - dr. M. Witvliet Y. Bleeker, MSc Regioplan Jollemanhof 8 09 GW Amsterdam Tel.: + (0)0 5 5 5 Amsterdam,

Nadere informatie

Instellingenonderzoek 2010 Rapport

Instellingenonderzoek 2010 Rapport Instellingenonderzoek 2010 Rapport Onderzoek uitgevoerd door Feelfinders in opdracht van SURFnet Augustus 2010 Meer informatie: www.surfnet.nl / www.feelfinders.nl 1 Inhoud Managementsamenvatting 3 Responsanalyse

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Rapportage Cursistenonderzoek 2012 Scholen in de Kunst

Rapportage Cursistenonderzoek 2012 Scholen in de Kunst Rapportage Cursistenonderzoek 2012 Scholen in de Kunst M.A. Keijzer N. den Toom Keijzer & Toom Klant Tevredenheid pp. Inleiding 3 1. Verantwoording en methode 4 2. Resultaten 5 2.1 Respons 5 2.2 Profiel

Nadere informatie

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012 Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012 November 2012 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Inleiding... 4 Onderzoeksopzet... 4 Doel... 4 Aanpak... 4 Blok I: Algemene gegevens... 5 Figuur 1: Leeftijd...

Nadere informatie

Rapportage VBG panel Over veerkracht, vitale coalities en Thorbecke voorbij

Rapportage VBG panel Over veerkracht, vitale coalities en Thorbecke voorbij Rapportage VBG panel Over veerkracht, vitale coalities en Thorbecke voorbij Sjaak Cox Jolanda Westerlaken Twee crises tegelijkertijd versterken de urgentie om tot merkbare verbeteringen te komen in het

Nadere informatie

IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN

IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN IMPACTMETING VAN HET FINANCIEEL STUDIEPLAN - eindrapport - dr. M. Witvliet Y. Bleeker, MSc Regioplan Jollemanhof 8 09 GW Amsterdam Tel.: + (0)0 5 5 5 Amsterdam,

Nadere informatie

Management summary - Flitspeiling: Week van passend onderwijs

Management summary - Flitspeiling: Week van passend onderwijs Management summary - Flitspeiling: Week van passend onderwijs Van 24 t/m 28 maart vond de Week van Passend Onderwijs plaats. De Week is een initiatief van het ministerie van OCW en 22 onderwijsorganisaties,

Nadere informatie

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003

Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:

Nadere informatie

Onvoldoende groei door slechte organisatie van klantenacquisitie

Onvoldoende groei door slechte organisatie van klantenacquisitie Onvoldoende groei door slechte organisatie van klantenacquisitie Onderzoek Hoe heeft het bedrijfsleven haar acquisitie ingericht? Klantenwinkel Postbus 200 8330 AE Steenwijk Auteur: Ruud van der Splinter

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Schoolrapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek De Overhaal In opdracht van Contactpersoon Zaan Primair De heer T. Versteeg Utrecht, maart 2013 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven Anja Schaapman

Nadere informatie

Enquête SJBN 15.10.2013

Enquête SJBN 15.10.2013 Enquête SJBN 15.10.2013 1 Inhoudsopgave Steekproef Resultaten enquête Algehele tevredenheid Arbeidsomstandigheden Urennorm Ondernemersaspecten Kijk op de toekomst Conclusies 2 Steekproef: achtergrond kenmerken

Nadere informatie

Facts & Figures. Aansluiting arbeidsmarkt

Facts & Figures. Aansluiting arbeidsmarkt Facts & Figures Aansluiting arbeidsmarkt 1 De Nationale Alumni Enquête (NAE, voorheen WO-Monitor) wordt tweejaarlijks afgenomen onder de afgestudeerden van de ruim 800 masteropleidingen aan de Nederlandse

Nadere informatie

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht

De kwaliteit van educatieve activiteiten meten. Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht De kwaliteit van educatieve activiteiten meten Universiteitsmuseum Utrecht Claudia de Graauw Bo Broers Januari 2015 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie.

s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. s-hertogenbosch, voor de vierde maal Meest Gastvrije Stad van Nederland en iets uitgelopen op de concurrentie. Gastvrije Stad blijkt dat het verschil van s-hertogenbosch met Breda in 2012 iets kleiner

Nadere informatie

Centrale vraag van het onderzoek is: Hoe verhoudt de omvang van het ambtelijk apparaat van onze gemeente zich tot dat van andere gemeenten?

Centrale vraag van het onderzoek is: Hoe verhoudt de omvang van het ambtelijk apparaat van onze gemeente zich tot dat van andere gemeenten? Doelmatigheidsonderzoek personeelsformatie 1. Inleiding In de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Goirle (ex artikel 213a GW), vastgesteld door de raad op 28-10-2003, is

Nadere informatie

Hoe staan deelnemers aan een studiebijeenkomst over Eigen Kracht in Egmond tegenover Eigen - Kracht conferenties?

Hoe staan deelnemers aan een studiebijeenkomst over Eigen Kracht in Egmond tegenover Eigen - Kracht conferenties? Hoe staan deelnemers aan een studiebijeenkomst over Eigen Kracht in Egmond tegenover Eigen - Kracht conferenties? Als eerste worden demografische gegevens van de deelnemers aan deze studiebijeenkomst besproken.

Nadere informatie

Evaluatie Bewijs van Goede Dienst

Evaluatie Bewijs van Goede Dienst Evaluatie Bewijs van Goede Dienst Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten Postbus 30435 2500 GK Den Haag 14 juni 2013 Management summary In opdracht van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

In opdracht van De Nieuwste School

In opdracht van De Nieuwste School In opdracht van De Nieuwste School februari 2016 Dit rapport is opgesteld door DUO Onderwijsonderzoek in opdracht van De Nieuwste School. DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent van Grinsven drs. Madelon van

Nadere informatie

Highlights resultaten partnerenquête DNZ

Highlights resultaten partnerenquête DNZ Highlights resultaten partnerenquête DNZ Peter Brouwer 28 mei 2015 1 van 8 Inleiding Jaarlijks organiseert De Normaalste Zaak (DNZ) een enquête onder haar leden. De enquête levert nuttige informatie op

Nadere informatie

De wijkcoach in Velve-Lindenhof gezien door de ogen van de bewoners

De wijkcoach in Velve-Lindenhof gezien door de ogen van de bewoners De wijkcoach in Velve-Lindenhof gezien door de ogen van de bewoners Pieter-Jan Klok Mirjan Oude Vrielink Bas Denters Juni 2012 1 1 Onderzoeksvragen en werkwijze Op verzoek van de stuurgroep wijkcoaches

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Beginmeting 2014 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, september

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek

Kinderopvang in eigen beheer. Resultaten marktonderzoek Kinderopvang in eigen beheer Resultaten marktonderzoek Opgesteld door K. Soldaat Kenmerk Resultaten marktonderzoek Datum 26 juli 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Resultaten algemeen 4 3 Het makelaarsmodel

Nadere informatie

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen

Goede zorg van groot belang. Nederlanders staan open voor private investeringen Goede zorg van groot belang Nederlanders staan open voor private investeringen Index 1. Inleiding p. 3. Huidige en toekomstige gezondheidszorg in Nederland p. 6 3. Houding ten aanzien van private investeerders

Nadere informatie

Gezondheid, Welzijn & Technologie

Gezondheid, Welzijn & Technologie Kenniscentrum Gezondheid, Welzijn & Technologie Wmo werkplaats Twente, fase 2 Praktijk 2: Bundeling van diensten op het gebied van welzijn, informele zorg en formele zorg Toegang tot de Wmo Evaluatierapport

Nadere informatie