BELASTINGAANGIFTE. Tips om duizenden euro s te besparen Uw woonlening na de zesde staatshervorming Wat met uw buitenlandse rekeningen?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BELASTINGAANGIFTE. Tips om duizenden euro s te besparen Uw woonlening na de zesde staatshervorming Wat met uw buitenlandse rekeningen?"

Transcriptie

1 DINSDAG 16 JUNI 2015 BELASTINGAANGIFTE 2015 Tips om duizenden euro s te besparen Uw woonlening na de zesde staatshervorming Wat met uw buitenlandse rekeningen?

2 2 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD Nog twee weken en uw (papieren) belastingaangifte moet bij de fiscus zijn. Het invullen is een klus die u, samen met honderdduizenden andere Belgen, wellicht al een tijdje voor u uitschuift. Toch zijn er ook aangename kanten aan dat karwei. Tenminste, als u deze bijlage doorneemt voor u zich aan uw aangifte waagt. COLUMN JEF WELLENS Eerst Cap on VERGISSING COLOFON Zowat alle politieke partijen die prat gaan op de zesde staatshervorming, zijn het over één punt eens: de fiscale bevoegdheidsverdeling tussen de eigen woning (gewestelijk) en de nieteigen woning (federaal) was een vergissing. Zeggen ze dat niet luidop, dan denken ze het wel. Met die opdeling raken we meteen aan de kern van het probleem in de nieuwe belastingaangifte. De 3 miljoen Belgen die een hypothecaire lening hebben lopen op hun woning, zijn vaak onnodig in de war, omdat ze opkijken tegen een berg nieuwe aangiftecodes en hun vertrouwde codes niet meer terugvinden. Resultaat: zij die er zelf geen gooi naar willen doen, overrompelen dit jaar fiscus, boekhoudkantoren en andere specialisten met vragen over de nieuwe woonfiscaliteit. Maar die kennen ook niet altijd alle finesses van de nieuwe spelregels. Meer dan ooit worden, in de jungle van het vernieuwde aangiftevak IX, waar iedereen zijn eigen wetten stelt, aangiftes verkeerd of allesbehalve optimaal ingevuld, aan beide zijden van de tafel. De federale overheid minimaliseert het probleem en verwijst graag naar de ruim 2 miljoen belastingplichtigen die de aangifteklus bespaard blijft omdat ze een vereenvoudigde aangifte ontvangen. Dat argument is naast de kwestie. Dergelijke vooraf ingevulde aangiftes worden niet verstuurd naar mensen met een hypotheek. Geen enkele leningsuitgave wordt in Tax onweb automatisch ingevuld, gewoon omdat de complexiteit dat niet toelaat, zeker na de staatshervorming. Erger, stond Taxon web u de vorige jaren nog bij met optimalisatietools, dan blijft het huidige vak IX er dit jaar van verstoken. Te ingewikkeld om in te bouwen, voorlopig. Dat net bij het invullen van het lastigste aangiftevak, waar vroeg of laat zowat iedereen zijn hypothecair ei legt, de belastingplichtige aan zijn lot wordt overgelaten, is bijzonder pijnlijk. Bovendien zijn ook de hypotheekattesten van de banken niet aangepast aan de nieuwe aangifteverplichtingen. Ik daag iedere politicus die de staatshervorming goedkeurde, uit om aan de hand van deze attesten de aangifte van iemand die in 2014 verhuisde, tot een goed einde te brengen, bij wijze van zelfreflectie. Een vergissing inzien is een begin van oplossing. Die moet er sowieso komen, wil men de personenbelasting vereenvoudigen. Maar de klok kan niet zomaar worden teruggedraaid. Zolang een zevende staatshervorming zich niet aandient, blijven we fiscaal gegijzeld door de zesde, waarvan de complexiteit trouwens veel verder reikt dan alleen de woonfiscaliteit. Ook de belastingberekening is volledig door elkaar geschud, met een federaal en gewestelijk berekeningsspoor. Voor de ontwikkelaars van belastingsoftware is het een annus horribilis. De implementatie van de nieuwe berekeningsregels is een hels karwei en vergt véél tijd, waardoor dit jaar later dan normaal zal worden gestart met de uitreiking van de definitieve aanslagbiljetten. Veel mensen zullen nog raar opkijken wanneer blijkt dat ze bij die eindafrekening honderden, tot zelfs duizend euro minder terugkrijgen dan wat de provisoire Tax onweb berekening hen vandaag voorspiegelt Jef Wellens is fiscalist bij Wolters Kluwer. MEER DAN OOIT WORDEN AANGIFTES VERKEERD OF ALLESBEHALVE OPTIMAAL INGEVULD Belastingaangifte is een gratis bijlage bij De Standaard van 16 juni Redactie: Jef Wellens, Wolters Kluwer, Eindredactie: Ilka De Bisschop Grafische redactie: Steven Dekeyser, Johan Dockx, Jan Goossens Illustraties: Jan Van Der Veken/Fabrica Grafica Verantwoordelijke uitgever: Gert Ysebaert, A. Gossetlaan 30, 1702 Groot Bijgaarden. Vanaf dit jaar moet u uw buitenlandse rekening melden aan de Nationale Bank, voor u uw aangifte indient. Hebt u een bankrekening in het buitenland, bijvoorbeeld als grensarbeider, dan moet u dat in de belastingaangifte bevestigen. Buitenlandse rekeningen moet u aangeven in code 1075 van vak XIV. Die verplichting bestaat al bijna twintig jaar. Maar vanaf deze aangifte moet u ook de gegevens van die buitenlandse rekening melden aan het Centrale Aanspreekpunt (CAP) dat opgericht is binnen de Nationale Bank van België. U (of uw boekhouder) moet dat doen voor alle rekeningen die u heeft of had sinds Beschikte u in 2014 nog steeds over de rekening, dan ontvangt u van de fiscus een formulier waarmee u de gevraagde gegevens kunt melden. Die melding moet gebeuren vooraleer u uw belastingaangifte indient! Zo niet overtreedt u de wet en riskeert u een boete. U moet trouwens in de aangifte, in datzelfde vak XIV, bevestigen dat u de gegevens van uw rekening hebt doorgegeven aan het CAP. Had u een buitenlandse rekening in 2011, 2012 of 2013, maar hebt u ze vóór 2014 stopgezet, dan laat u het vak XIV in uw belastingaangifte blanco. Uw rekening heeft immers niet meer bestaan in Maar u moet dan toch nog alle gegevens van die afgesloten rekening melden aan het CAP. In dat geval hebt u twee maanden tijd om het meldformulier dat u automatisch toegestuurd krijgt, terug te sturen. Op 12 juni verstuurde de fiscus meldformulieren. Is uw rekening in het buitenland afgesloten vóór 2011, dan moet u er niets over melden aan het CAP. Hebt u pas vorig jaar voor het eerst een rekening geopend in het buitenland, dan moet u zelf het initiatief nemen om alle gegevens te melden aan het CAP, ten laatste gelijktijdig met het indienen van uw belastingaangifte. U ontvangt dan geen meldformulier. Een meldformulier kunt u downloaden op de website van de Nationale Bank (www.cappcc.be). De melding kan echter ook elektronisch gebeuren via diezelfde website. Naast Tax on web kunt u als houder van een rekening in het buitenland vanaf dit jaar ook gebruikmaken van Cap onweb, waarop u inlogt met uw elektronische identiteitskaart. Meer dan belastingplichtigen staan bij de fiscus geregistreerd als houder van een rekening in het buitenland. Wat is een buitenlandse rekening? Dat is elk soort rekening bij een in het buitenland gevestigde bank, wissel, kredietof spaarinstelling. Een ruim begrip dus. Elke zicht, spaar, termijn en effectenrekening in het buitenland wordt eronder begrepen. De rekening moet in het buitenland zijn geopend, eventueel online. Een rekening geopend in België bij een Belgisch filiaal van een buitenlandse bank wordt niet bedoeld. Een online account als Paypal is juridisch ook een buitenlandse rekening. Het betreft immers een rekening naar Luxemburgs recht. Maar uw Paypal account moet enkel worden gemeld aan het CAP als u die rekening niet uitsluitend privé als koper maar ook beroepshalve als verkoper gebruikt voor uw online betalingsverkeer. Met andere woorden, doet u beroepshalve transacties met Paypal of blijven er voor langere tijd tegoeden gestort op uw account, dan

3 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE Een investering van een paar uurtjes waarmee u tientallen tot duizenden euro s kunt besparen. In samenwerking met de fiscaal specialist Wolters Kluwer verzamelde De Standaard immers een hele reeks tips voor u. Wij wensen u veel moed en nog meer succes bij het invullen van uw aangifte! web, dan Tax on web valt Paypal ook onder de noemer buitenlandse rekening en moet het worden gemeld. Welke gegevens moeten worden gemeld? De nieuwe meldplicht aan het CAP gaat veel verder dan het louter melden in de belastingaangifte van het bestaan van een buitenlandse rekening. U moet uw naam, rijksregisternummer, de naam van de buitenlandse bank, het land waar de rekening is geopend, en haar IBAN nummer en BICcode eenmalig meedelen. De bedragen op die rekening hoeft u niet te melden. Naar aanleiding van een belastingcontrole kunnen die gegevens door de fiscus worden opgevraagd bij het CAP. Ook moet u het CAP meedelen sinds welk jaar dat geen jaar vroeger dan 2011 kan zijn u de rekening aanhoudt en of u de rekening intussen hebt stopgezet. Is uw minderjarig kind houder van dergelijke rekening, dan bent u als ouder meldplichtig. Er bestaat bovendien geen gezinsformulier: iedere partner medehouder moet afzonderlijk en individueel de melding doen. Dus wanneer uw kind, dat beschikt over een buitenlandse rekening, 18 wordt, moet iedere ouder apart melden dat de rekening door hem of haar de facto is stopgezet en moet het kind afzonderlijk de melding van een nieuwe rekening in zijn naam doen. En dat uiterlijk bij het indienen van de belastingaangifte. De meldplicht aan het CAP is dus vanaf dit jaar onlosmakelijk verbonden met de aangifteplicht. Meer uitleg vindt u in de FAQ op OOK EEN PAYPAL ACCOUNT KAN EEN BUITENLANDSE REKENING ZIJN Belastingaangifte? Zesde staatshervorming? Onze publicaties geven toelichting bij alle nieuwe en gewijzigde maatregelen voor de personenbelasting, inclusief de zesde staatshervorming. Aangiftegids personen belasting 2015 Maurice De Mey beschikbaar als boek en e-book Bestel op: shop.wolterskluwer.be/belwpb-do15021 Leidraad voor het correct en optimaal invullen van de aangifte personenbelasting Diepgaand en volledig, met praktische tips, schema s en voorbeelden Volledig aangepast aan het aangifteformulier aj en met complete bespreking van alle nieuwe regels Let s get rolling Zesde staatshervorming Aardverschuiving in de personenbelasting Jef Wellens beschikbaar als boek en e-book Bestel op: shop.wolterskluwer.be/zstaat-do14001 Bondige samenvatting van het Belgische fiscale landschap na de zesde staatshervorming Focus op de complexe woonfiscaliteit Uitleg bij de nieuwe gewestelijke personen-belasting Ontdek ons volledig aanbod over de belastingaangifte voor tax professionals op

4 4 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD WOONKREDIET Lenen voor uw woning: erg voordelig, maar het grootste struikelblok

5 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE in de belastingaangifte De Belg koestert zijn baksteen. Vroeg of laat zal hij dan ook een hypothecaire lening verwerken in zijn aangifte. En door de zesde staatshervorming is dat allesbehalve een eenvoudige klus. Het vak IX, waar woonkredieten worden vermeld, dikte aan met 55 nieuwe codes en verdrievoudigde maar liefst in omvang. Aan de hand van schema s, tekst en uitleg gidsen we u doorheen het moeilijkste aangiftevak. Of dat proberen we tenminste Woonbonus voor eigen en enige woning Hypothecaire leningen gesloten vanaf 2005 voor de enige woning die men zelf bewoont (= enige én eigen woning), komen in aanmerking voor de woonbonus. De lening moet minstens tien jaar lopen. De woonbonus bestaat uit alle in 2014 betaalde intresten, kapitaalaflossingen en premies van een levensverzekering gekoppeld aan de lening. Bewoonde u uw woning gedurende het hele jaar 2014 zelf, dan wordt de belastingvermindering voor de woonbonus toegekend door het gewest waar u op 1 januari 2015 woont. Doorgaans is dat het Vlaams Gewest. De woonbonus bestaat uit een basisbedrag van euro, dat de eerste tien leningsjaren wordt verhoogd met 760 euro. Als u op 1 januari na het leningsjaar minstens drie kinderen hebt, worden de bedragen nog eens verhoogd met 80 euro. Een gehandicapt kind telt voor twee. De Vlaamse, Waalse of Brusselse woonbonus bedraagt in deze aangifte dus per belastingplichtige maximaal euro, eventueel verhoogd met 80 euro. De effectieve belastingvermindering wordt berekend tegen het marginale belastingtarief waaraan de belastingplichtige onderworpen is, en bedraagt maximaal 50 procent van 3040 euro (+80 euro). De woonbonus levert een paar met twee kinderen dit jaar zo een belastingbesparing op van maximaal euro (3.040 x 2 x 50% x 1,08 gemeentebelasting). Iedere belastingplichtige moet zelf de uitgaven in zijn aangifte(kolom) ALS BOUW OF VERBOUWINGS WERKEN (NOG) NIET TOELATEN DE WONING TE BETREKKEN OP 31 DECEMBER VAN HET LENINGSJAAR, VORMT DAT GEEN PROBLEEM beperken tot euro (of euro). Dat gebeurt in rubriek B1 en B2 van vak IX van de aangifte. De verhogingen van 760 euro en 80 euro blijven maar gelden zolang het om de enige woning gaat. Verwerft de belastingplichtige na het leningsjaar een tweede woning, op een andere manier dan via een erfenis, dan gaan de verhogingen onherroepelijk verloren. Maar men behoudt wel de basiswoonbonus van euro. Verwerft men de tweede woning slechts in naakte eigendom, dan behoudt men de verhogingen. In de veeleer uitzonderlijke situatie waarin de woning die in het leningsjaar weliswaar de enige en eigen woning was, gedurende 2014 niet meer door de belastingplichtige wordt bewoond en dus niet meer de eigen woning is, wordt de belastingvermindering niet door het gewest verleend, maar blijft die vermindering verder toegekend door de federale overheid (zie schema 2 kolom 3). Eigen woning, aangeven of niet? In vak III van de aangifte zijn dit jaar de codes 1100 en 2100 verdwenen voor de aangifte van het kadastraal inkomen van de eigen woning die u zelf betrekt. Maar ze zijn niet uit de aangifte verdwenen. Ze duiken nu op in vak IX, in de rubriek B3 (codes 3100 en 4100), waar nu ook de gewestelijke belastingverminderingen voor intresten oud stelsel (zie schema 2, rij 3 en 6) worden aangevraagd. Die verschuiving veroorzaakt heel wat verwarring en misverstanden. Na de zesde staatshervorming geldt als nieuw wettelijk principe dat álle onroerende inkomsten van de eigen woning, die u in regel zelf betrekt, worden vrijgesteld van personenbelasting. Die vrijstelling is absoluut en geldt dus ook voor de eigen woningen waarop nog een lening loopt van vóór 2005 onder het oude fiscale stelsel, of waarvoor u opteerde voor dat oude stelsel. Tot nu moest u in dat geval het kadastraal inkomen (KI) van uw eigen woning altijd nog aangeven, maar vanaf deze aangifte dus niet meer. Hebt u enkel een lening lopen onder het stelsel van de woonbonus, dan moest u het KI van uw eigen woning sowieso niet meer aangeven. Nu niet en vroeger niet. >>> Lees verder op blz. 7 Waarom wordt er dan in vak IX (rubriek B3a) van de aangifte nog gevraagd naar het KI van die eigen woning? Wel, dat gebeurt niet met het oog op een eventuele belastingheffing, maar enkel voor de correcte bepaling van de gewestelijke fiscale voordelen voor intresten die u zou aanvragen in de rubrieken vlak erna (rubriek B3b en c). Dat zijn de belastingverminderingen oud stelsel voor gewone intresten (code 3146) en bijkomende intresten (code 3138/4138 en 3139/4139). Die fiscale voordelen kunt u enkel genieten als u nog een lening hebt lopen die gesloten is vóór 2005 of een lening die nadien is gesloten maar waarvoor u uitdrukkelijk hebt gekozen voor die oude fiscale voordelen (en dus niet voor de woonbonus). Alleen en alleen als u die oude gewestelijke belastingverminderingen nog claimt in de aangifte, en dus enkel wanneer u de codes 3146, 3138/4138 of 3139/4139 gebruikt, is de aangifte van het KI van de eigen woning nog relevant en moet u in de rubriek B3a nog de onroerende inkomsten van de eigen woning vermelden. Die vermelding kan dus enkel een fiscaal voordeel opleveren, nooit een fiscaal nadeel.

6 6 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD WOONKREDIET SCHEMA 1 Eigen of niet eigen woning? 1 WONING in eigendom, vruchtgebruik, erfpacht of opstal 1 Zelf betrokken X 2 Wegens sociale redenen of beroepsredenen niet zelf betrokken X EIGEN NIET- EIGEN Geleend in 2014 voor een andere woning 3 Wegens wettelijke of contractuele belemmeringen of wegens (ver)bouwwerkzaamheden niet zelf betrokken 4 Woning verhuurd aan derden of deel woning verhuurd aan derden (indien ander deel zelf betrokken) 5 Wegens sociale redenen of beroepsredenen volledig niet zelf betrokken en (deel) woning verhuurd aan derden* X X X Jan en An wonen in een appartement dat ze jaren geleden kochten. Maar na hun derde kindje wordt de ruimte wat krap. Daarom sloten ze in 2014 een hypothecaire lening voor de bouw van een nieuwe woning. De nieuwbouw zal pas klaar zijn tegen Zolang blijven ze nog in hun appartement wonen. Eind 2014 staat dat appartement wel te koop. Alle voorwaarden voor de toepassing van de woonbonus zijn dus in principe vervuld (enige eigen woning). Voor het niet betrekken van hun nieuwbouw hebben ze het excuus dat die nog in aanbouw is. En met hun appartement dat te koop staat, moet geen rekening worden gehouden. Toch zullen ze voorlopig geen aanspraak kunnen maken op de woonbonus voor hun nieuwe woonlening. Verklaring: zolang ze in het appartement blijven wonen, kan hun nieuwbouwwoning niet worden beschouwd als de eigen woning (zie schema 1 punt 9). Voor hun nieuwe lening geldt dus niet de gewestelijke maar de federale belastingvermindering. En voor leningen gesloten in 2014 (of later) bestaat de federale woonbonus eenvoudigweg niet meer. Die kan alleen worden toegekend voor leningen gesloten vóór 2014 (zie schema 2, derde kolom). De betaalde kapitaalaflossingen vallen in dat geval terug op de veel lagere belastingvermindering voor langetermijnsparen tegen 30 procent en de intresten op de gewone intrestaftrek. Zolang Jan en An in hun appartement wonen, verliezen ze dus het voordeel van de woonbonus. Een lelijke streep door de rekening, die hen tot euro per jaar kan kosten. Ze hebben er dus alle belang bij om zo snel mogelijk hun appartement te verlaten. Pas dan kunnen ze hun nieuwbouw fiscaal als eigen woning bestempelen (zie schema 1, punt 10 en 11) en genieten ze de gewestelijke woonbonus, op voorwaarde dat hun appartement voor 2016 wordt verkocht. 6 Wegens wettelijke of contractuele belemmeringen of wegens (ver)bouwwerkzaamheden volledig niet zelf betrokken en (deel) woning verhuurd aan derden 7 Beroepsmatig gebruikt deel van de woning X 8 Meerdere woningen (A en B) zelf betrokken & domicilie in A A B 9 Woning A zelf betrokken & woning B niet zelf betrokken wegens een reden vermeld in 2 of 3 10 Meerdere woningen (A en B) niet zelf betrokken wegens een reden vermeld in 2 of 3 11 Niet zelf betrokken wegens een andere reden dan vermeld in 2 of 3 X A A of B KEUZE B B of A * Op basis van een tolerantie van de belastingadministratie wordt dergelijke woning toch als eigen beschouwd. Jef Wellens WAT IS DE EIGEN WONING WAARVOOR DE GEWESTEN BEVOEGD ZIJN? Die vraag wordt beantwoord aan de hand van het schema hierboven. De eigen woning is de woning waarvan u eigenaar bent en die u zelf betrekt. Maar ook de woning die u niet zelf betrekt, kan de eigen woning zijn, als u tenminste geen eigenaar bent van een andere woning die u zelf bewoont. U moet die niet bewoning dan wel verantwoorden met een wettelijke reden. Lukt dat, dan is sowieso het gewest en niet de federale overheid bevoegd voor uw woning. Het voordeel van de kwalificatie eigen woning is bovendien dat alle onroerende inkomsten van uw woning vrijgesteld zijn van personenbelasting. De onroerende voorheffing blijft wel verschuldigd. Welke zijn die wettelijke redenen? Bent u contractueel belemmerd om uw woning zelf te betrekken bijvoorbeeld omdat de vorige eigenaar heeft bedongen dat hij er nog een tijd in kan wonen, of omdat de woning door de vorige eigenaar is verhuurd of kunt u de woning niet bewonen omdat ze wordt verbouwd of gebouwd, dan kunt u de woning toch steeds als uw eigen woning beschouwen. U kunt ook sociale redenen of beroepsredenen inroepen voor het feit dat u uw woning niet zelf betrekt. Uw woning ligt bijvoorbeeld te ver verwijderd van uw nieuwe job en daarom beslist u een woning te huren dichter bij de plek waar u tewerkgesteld bent. Of u bent in een echtscheiding verwikkeld en kunt uw gezinswoning niet meer zelf bewonen. De eerste is een beroepsreden, de tweede een sociale reden waarom u uw woning niet zelf bewoont. Aanvaardt de fiscus zo n reden in de beoordeling van die redenen moet hij zich soepel opstellen dan wordt uw woning toch aangemerkt als uw eigen woning waarvan alle onroerende inkomsten, zowel het kadastraal inkomen als de eventuele huurinkomsten vrijgesteld zijn van belasting. Strikt wettelijk kan een woning die u om sociale redenen of beroepsredenen niet zelf bewoont maar verhuurt, nooit een eigen woning zijn, maar op basis van een administratieve tolerantie aanvaardt de fiscus toch dat dergelijke woning fiscaal als eigen woning wordt beschouwd. U hebt er dus alle belang bij om de niet bewoning van uw enige woning te verantwoorden met een wettelijke reden. X

7 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE DE IMPACT VAN DE ZESDE STAATSHERVORMING >>> Vervolg van blz. 5 BEWOONT U UW WONING NOG STEEDS ZELF, DAN CLAIMT U UW WOONBONUS VOORTAAN IN DE NIEUWE GEWESTELIJKE CODES Het bedrag van de federale woonbonus is echter 30 euro lager dan de gewestelijke woonbonus en bedraagt euro, verhoogd met 750 euro (+ eventueel nog 80 euro) tijdens de eerste tien jaar. De federale woonbonus wordt aangegeven in rubriek C1 en C2 van vak IX van de aangifte. Opgelet, die federale rubriek zelfs al hanteert hij dezelfde codenummers als de rubriek waar u vroeger uw woonbonus aangaf (code 1370/2370 en 1371/2371) mag enkel worden gebruikt als uw woning intussen niet meer uw eigen woning is, omdat u ze in 2014 gedurende het volledige jaar niet meer zelf hebt betrokken. Bewoont u de woning nog steeds zelf, dan claimt u uw woonbonus voortaan in de nieuwe gewestelijke codes 3370/4370 en 3371/4371. Voor de woonbonus is vereist dat de woning op 31 december van het jaar waarin de lening gesloten is, bewoond wordt door de belastingplichtige (= eigen woning). Van die voorwaarde kan echter worden afgeweken als er wettelijke of contractuele belemmeringen zijn. Denk aan situaties waarin een koper niet meteen kan verhuizen naar zijn gekochte woning omdat die nog verhuurd wordt, of omdat de verkoper contractueel bedongen heeft dat hij de woning nog een tijdje kan blijven bewonen. Als bouw of verbouwingswerken (nog) niet toelaten de woning te betrekken op 31 december van het leningsjaar, vormt dat evenmin een probleem. Wel moet men uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het leningsjaar de woning betrekken. Haalt u die datum (of hebt u de woning al betrokken op 31 december van het leningsjaar), dan kan de woonbonus u niet meer ontglippen, zelfs niet als u de woning nadien niet meer betrekt, maar bijvoorbeeld verhuurt. Haalt u die datum niet, dan verliest u de woonbonus, alleszins voor dat tweede jaar en de volgende jaren waarin u de woning niet betrekt. U valt dan terug op het gewestelijk langetermijnsparen en de gewestelijke gewone vermindering voor intresten (zie schema 2), want om uit te maken of het de eigen woning is waarvoor de gewesten bevoegd zijn, gelden de contractuele belemmeringen en de stand van de bouwwerkzaamheden ook nog na twee jaar (zie schema 1). Het verlies van de woonbonus hoeft echter niet definitief te zijn. U herwint de woonbonus zodra u de woning na beeindiging van de contractuele belemmering of de werkzaamheden betrekt, uiterlijk op 31 december van dat jaar. Eén uitzondering overrulet zelfs de termijn van twee jaar: als u een beroepsreden of een sociale reden kunt inroepen waarom u de woning na twee jaar nog steeds niet bewoont, behoudt de woning toch altijd de kwalificatie eigen woning en verliest u de woonbonus nooit. Een beroepsreden is bijvoorbeeld de te grote afstand tussen de woning en de nieuwe werkplaats. Voorbeelden van een sociale reden zijn ziekte of echtscheiding. Voor de woonbonus is eveneens vereist dat de woning op 31 december van het jaar waarin de lening gesloten is, de enige woning is van de belastingplichtige. Maar ook daarop bestaan uitzonderingen. Zo moet geen rekening worden gehouden met andere woningen die men via erfenis in medeeigendom (bijvoorbeeld samen met een broer of zus), in naakte eigendom (bijvoorbeeld als kind) of in vruchtgebruik (bijvoorbeeld als weduwe of weduwnaar) heeft. Die uitzondering geldt ook voor de verhogingen van 760 en 80 euro. Erfde men de andere woning als enige erfgenaam in volle eigendom, of was men op een andere wijze al eigenaar, van een woning, dan kan men de woonbonus niet genieten. Er is echter nooit een probleem als de andere woning op 31 december van het leningsjaar te koop staat en uiterlijk één jaar later ook effectief verkocht is. >>> Lees verder op blz. 8 Voor leningsuitgaven betaald voor de eigen woning zijn vanaf deze aangifte de gewesten bevoegd. Dat is, voor de huidige aangifte, het gewest waar u op 1 januari 2015 woonde. Voor de niet eigen woning bijvoorbeeld een tweede verblijf blijft de federale overheid bevoegd. Die opsplitsing leidt tot een verdubbeling van het aantal codes in vak IX, het vak waar u uw woonlening aangeeft. De nieuwe gewestcodes worden voorafgegaan door een 3 of een 4. Die moet u dus gebruiken als uw woning in 2014 nog steeds uw eigen woning is. Is dat niet (meer) het geval, dan moet u de oude federale codes blijven gebruiken. Die zijn te herkennen aan hun 1 of 2 als begincijfer. De eigen woning is in principe de woning die u zelf betrekt, maar ook een woning die u niet zelf bewoont, kan fiscaal een eigen woning zijn. Aan de hand van schema 1 kunt u bepalen of uw woning al dan niet uw eigen woning is. Het deel van uw woning dat u voor uw beroep gebruikt, is fiscaal geen eigen woning. Bij beroepsgebruik zult u dus altijd de kapitaalaflossingen van uw lening, pro rata van het beroepsaandeel, in de aangifte moeten splitsen over de gewestcodes in rubriek B van vak IX (voor het deel van uw woning dat u zelf bewoont) en de oude federale codes in rubriek C (voor het beroepsgedeelte). Die opdeling gebeurt ook als u uw woning deels bewoont en deels verhuurt, maar dan voor zowel de kapitaalaflossingen als de intresten. Bovendien wordt het fiscaal statuut van uw woning wel of niet eigen van dag tot dag beoordeeld. En dat heeft verstrekkende gevolgen: iemand die op 3 september 2014 verhuisde van woning A naar B en op beide woningen een lening heeft lopen, moet telkens een opsplitsing maken van de leningsuitgaven betaald vóór en vanaf de verhuisdatum. De uitgaven betaald vóór 3 september voor woning A en de betalingen vanaf 3 september voor woning B komen dan in de nieuwe gewestcodes terecht. Die hebben immers betrekking op een eigen woning. De overige leningsuitgaven van 2014 hebben betrekking op een niet eigen woning en moeten vermeld blijven naast de federale codes. U moet de kapitaalaflossingen en intresten betaald vóór en vanaf de verhuisdatum, zelf splitsen. Standaard vermeldt de bank immers slechts één jaarbedrag aan intresten en kapitaalaflossingen in zijn fiscaal attest. De fiscus komt u evenmin te hulp. In Taxon web staat geen enkele leningsuitgave vooraf ingevuld. Nog complexer wordt het wanneer u dit jaar verhuist naar de andere kant van de taalgrens. Dan stort u zich gegarandeerd in een fiscaal avontuur. In een tijdspanne van twee jaar zullen dan mogelijk drie verschillende fiscale regimes gelden voor uw lening: de Vlaamse, Waalse en federale woonbonus. De hypotheek als fiscale kameleon...

8 8 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD WOONKREDIET >>> Vervolg van blz. 7 2 IN TAX ON WEB STAAT GEEN ENKELE LENINGS UITGAVE VOORAF INGEVULD De woonbonuslening moet gesloten zijn om een woning te kopen, te bouwen, te vernieuwen of om de successie of de schenkingsrechten verschuldigd voor de woning te betalen. De belastingplichtige moet volle eigenaar of vruchtgebruiker worden van de woning. Toch is er enige tolerantie. Zo genieten echtgenoten die lenen voor een woning die tot het eigen vermogen van slechts één van hen behoort, beiden toch de woonbonus als zij getrouwd zijn onder het wettelijk stelsel. De echtgenoot/niet eigenaar wordt dan verondersteld fiscaal mede eigenaar te zijn. Zijn ze daarentegen getrouwd met scheiding van goederen, dan zal alleen de echtgenoot die eigenaar is van de woning, de woonbonus kunnen genieten. Belastingplichtigen die getrouwd zijn met scheiding van goederen of die wettelijk samenwonen, moeten beiden mede eigenaar zijn. Een aandeel van 1 procent volstaat dan om de woonbonus onderling vrij te verdelen. Lenen om louter de naakte eigendom van een woning te verwerven, geeft nooit recht op de woonbonus. Fiscale voordelen voor tweede woning Ook de hypothecaire lening voor een woning die ofwel niet de enige, ofwel niet de eigen woning is, geeft recht op fiscale voordelen, zij het dat die in vergelijking met de woonbonus lager uitvallen. De kapitaalaflossingen betaald in 2014 komen in aanmerking voor de belastingvermindering voor het langetermijnsparen (zie schema 2, laatste rij). Voor een tweede woning (= niet eigen woning), is dat het federale langetermijnsparen: kapitaalaflossingen aan te geven in rubriek C4b van vak IX van de aangifte. Maar dat kan ook het gewestelijk langetermijnsparen zijn als de tweede woning intussen wel betrokken werd en als eigen woning werd gebruikt in 2014: kapitaalaflossingen aan te geven in rubriek B4b van vak IX. De belastingvermindering bedraagt in beide gevallen 30 procent van de aangegeven kapitaalaflossingen. Leende u in 2014, dan geeft enkel de kapitaalaflossing met betrekking tot de eerste euro (federaal) of euro (gewestelijk) ontleend bedrag recht op belastingvermindering. Die begrenzing moet u zelf toepassen. Het bedrag van de kapitaalaflossing dat uiteindelijk een belastingvermindering oplevert, is afhankelijk van uw beroepsinkomen en wordt per persoon beperkt tot maximum euro (federaal) of euro (gewestelijk). Die laatste beperking moet u niet zelf toepassen. De intresten moeten worden aangegeven in rubriek C3b van vak IX als de woning in 2014 niet de eigen woning was. Die intresten geven recht op de federale gewone intrestaftrek (code 1146/2146). Was de woning wel de eigen woning, dan geldt de gewestelijke belastingvermindering en geeft u de intresten aan in rubriek B3c (zie schema 2, rij 6). Voor leningen gesloten vanaf 2005 moet de nieuwe gewestcode 3152 worden gebruikt, tenzij u nog opteerde voor het oude fiscale stelsel. In dat geval gebruikt u nog de code 3146, net als voor leningen gesloten vóór Federaal worden de intresten afgetrokken van de belastbare onroerende inkomsten. Gewestelijk geven ze, ten belope van maximaal het bedrag van de belastbare onroerende inkomsten, recht op een belastingvermindering tegen het marginaal belastingtarief (= max. 50%). Met belastbare onroerende inkomsten worden bedoeld het kadastraal inkomen (KI) of de huurinkomsten van andere onroerende goederen dan de eigen woning. Het KI van een tweede woning of van het verhuurde deel van uw woning, die u gedeeltelijk zelf bewoont en gedeeltelijk verhuurt, is niet vrijgesteld en moet worden aangegeven in rubriek A2 of A5a van vak III van de aangifte. Op minimaal 2,38 keer het aangegeven KI betaalt u dan belasting. Maar dankzij de federale aftrek van intresten of de gewestelijke belastingvermindering voor intresten, kan die belasting worden vermeden. Schuldsaldoverzekering altijd aangeven? In vak IX van de aangifte wordt de woonbonus voor uw eigen woning verdeeld over rubriek B1 (kapitaalaflossingen en intresten) en rubriek B2 (premies van de schuldsaldoverzekering of andere levensverzekeringen die gekoppeld zijn aan uw lening). Dat laat u toe om de maximum woonbonus van euro (of euro) bij voorkeur en mogelijk uitsluitend op te vullen met intresten en kapitaalaflossingen. Is dat het geval, dan vermeldt u de verzekeringspremies beter nóóit in rubriek B2. Het eventuele overlijdenskapitaal van de verzekering zal dan ook niet worden belast. Geen belastingvermindering, geen belasting. Zo bespaart u uw nabestaanden meteen duizenden euro s belasting.

9 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE Minder kapitaalaflossing, soms meer belastingvoordeel Federale woonbonus? Nee bedankt Hou de verdeling in de gaten Juist verdeeld Hebt u de woonbonuslening voor uw eigen woning alleen aangegaan, dan rijzen er weinig problemen. U vermeldt de leningsuitgaven dan, na de eventuele beperking tot euro (of euro), in rubriek B1 en B2 van vak IX. Werd de lening gesloten door meerdere personen die alleen worden belast, bijvoorbeeld feitelijk samenwonenden, dan worden de kapitaalaflossingen en intresten verdeeld in verhouding tot ieders eigendomsaandeel in de woning. Elke belastingplichtige voegt de door hem betaalde verzekeringspremie toe alvorens de totale uitgaven in de rubrieken B1 en B2 van vak IX te beperken tot euro (of euro). Een feitelijke samenwoner die maar voor 40 procent eigenaar is, kan maar 40 procent van de kapitaalaflossingen en intresten inbrengen. De verdeling van de kapitaalaflossingen en intresten volgens het eigendomsaandeel geldt ook voor echtgenoten en wettelijke samenwoners waarvan maar één partner recht heeft op de woonbonus. Bijvoorbeeld omdat de andere partner al eigenaar is van een andere woning. In dat geval geniet de ene de woonbonus, tot maximum euro (of euro). De andere krijgt de vermindering voor langetermijnsparen en de vermindering voor gewone intresten. Echtgenoten en wettelijk samenwonenden, die samen worden belast en beiden recht hebben op de woonbonus, bepalen vrij wie welk bedrag van de leningsuitgaven, de levensverzekeringspremies inbegrepen, aangeeft. Niemand mag echter meer aangeven dan euro (of euro). De vrije verdeling is fiscaal relevant bij grote onderlinge inkomensverschillen, maar speelt door de beperking tot euro alleen voor kleinere leningsbedragen of wanneer de lening laat in het jaar werd gesloten. Jan en An zijn getrouwd. An heeft een bezoldiging van euro, Jan heeft geen inkomen. De lening voor de aankoop van hun enige en eigen woning, gesloten in september 2014, geeft recht op de woonbonus. Ze zijn beiden eigenaar van de woning. De totale leningsuitgaven (intresten, kapitaalaflossingen en schuldsaldoverzekering) bedragen euro. Optie 1: ieder geeft de helft aan: euro. Die aangifte is correct, maar niet optimaal. Optie 2: ze verdelen de leningsuitgaven van euro als volgt: An, de kostwinner, geeft euro aan (haar maximumbedrag), Jan geeft het saldo van 160 euro aan. In dat geval betalen ze 310 euro minder belasting. Wegens het hogere marginale belastingtarief van An brengt de woonbonus bij haar meer op. Jan en An kochten in 2008 een woning in Genk die op 31 december hun enige en eigen woning was, omdat ze er toen woonden. De woning werd gefinancierd met een hypotheek van euro, waarvoor ze de woonbonus genieten. In 2013 kochten ze in Hasselt een tweede woning waar ze sinds dat jaar wonen. De Hasseltse woning werd gefinancierd met een hypothecaire lening van euro. De eerste woning is nooit verkocht, maar wordt sinds 2013 verhuurd. Jan heeft een bezoldiging van euro, Ann van euro. Voor hun eerste lening behouden ze de woonbonus, zij het dat die nu federaal wordt toegekend (code 1370/2370). Hun woning in Genk is immers niet langer de eigen woning, want ze wonen er niet meer. Aangezien die woning ook niet langer de enige woning is, bedraagt die federale woonbonus nog slechts euro per persoon. De verhoging van 750 euro vervalt. De lening voor de woning in Hasselt geeft recht op de Vlaamse fiscale voordelen, want die woning was in 2014 wel de eigen woning. Maar omdat het een tweede en dus niet de enige woning is, geldt niet de Vlaamse woonbonus maar de Vlaamse vermindering voor langetermijnsparen voor de kapitaalaflossingen tot maximum 2280 euro per persoon (code 3358/4358) en de gewone vermindering voor de intresten (code 3152). Optie 1: Jan en Ann vermelden alle leningsuitgaven in hun aangifte. De aangifte is correct, maar niet optimaal. Optie 2: Jan en An vermelden de kapitaalaflossingen van de lening voor hun Hasseltse woning níét in hun aangifte. Ze laten dus de codes 3358 en 4358 blanco. In dat geval betalen ze 959 euro minder belasting. Less is more! Verklaring: de Vlaamse vermindering voor langetermijnsparen (voordeel = 30%) geniet voorrang op de federale woonbonus (voordeel = 50%). Door de eerste niet te vragen in de aangifte, wordt de tweede toegekend en dat leidt tot een fors hogere belastingbesparing. Deze nieuwe en ietwat absurde vorm van fiscale optimalisatie is een rechtstreeks gevolg van de zesde staatshervorming. Om uit te maken welke optie de grootste belastingbesparing biedt, maakt u best een berekeningssimulatie. Jan bouwde in 2010 een woning in Ranst met een kadastraal inkomen van euro. Hij leende daarvoor hypothecair euro. Sinds dat jaar geniet hij voor die lening de woonbonus. Vorig jaar, op 10 april, verhuisde hij naar zijn appartement in Antwerpen. De kapitaalaflossingen en intresten betaald vóór 10 april voor zijn woning in Ranst komen nog in aanmerking voor de Vlaamse woonbonus (code 3370). Die werden immers betaald in de periode dat de woning in Ranst nog de eigen woning was. Toen woonde hij er nog. De betalingen vanaf 10 april geven recht op de federale woonbonus (code 1370), want die werden verricht in de periode dat de woning in Ranst niet meer de eigen woning was. Optie 1: Jan geeft de leningsuitgaven aan, gespreid over de Vlaamse en federale woonbonus, zoals hierboven toegelicht. Die aangifte is correct, maar niet optimaal. Optie 2: Jan vraagt in de aangifte enkel de Vlaamse woonbonus voor de leningsuitgaven betaald vóór 10 april (code 3370) en verzaakt aan de federale woonbonus. In ruil claimt hij voor de betalingen sinds 10 april de federale gewone intrestaftrek voor de intresten (code 1146) en de federale vermindering langetermijnsparen voor de kapitaalaflossingen (code 1358). Dat mag hij, de wet staat dat toe. De federale woonbonus is immers optioneel. In dat geval betaalt hij maar liefst euro belasting minder! Verklaring: in de eerste situatie wordt enkel de Vlaamse woonbonus tot maximum euro toegekend (de woning in Ranst is niet langer de enige woning). De federale woonbonus levert Jan niets extra s op, want die kan niet worden gecumuleerd met de Vlaamse woonbonus. Ook de federale vermindering voor langetermijnsparen is niet cumuleerbaar met de Vlaamse woonbonus. Maar als hij verzaakt aan de federale woonbonus, maakt hij intresten vrij voor de federale gewone intrestaftrek en die levert hem een forse belastingbesparing op: die intresten worden immers afgetrokken van het belastbare bedrag van het kadastraal inkomen van de woning in Ranst dat voor de periode 10 april 31 december moet worden aangeven in vak III van de aangifte. Ook deze nieuwe fiscale optimalisatie hebben we te danken aan de zesde staatshervorming, waarbij u opnieuw uw keuze best laat leiden door een berekeningssimulatie.

10 10 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD S C H E M A 2 HOEVEEL FISCAAL VOORDEEL VOOR UW HYPOTHECAIRE LENING (per kredietnemer) en WAAR UW LENING AANGEVEN? AANGIFTE 2014 (inkomsten 2013) Woonbonus Aftrek van KA/I/LV AANGIFTE 2016 (inkomsten 2015) AANGIFTE 2015 (inkomsten 2014) FEDERAAL NIET EIGEN WONING tijdens 2014 GEWESTELIJK EIGEN WONING tijdens 2014 GEWESTELIJK EIGEN WONING tijdens 2015 LENING VÓÓR 2014 LENING VÓÓR 2015 LENING VANAF 2015 Woonbonus Vermindering voor KA/I/LV Woonbonus Vermindering voor KA/I/LV Woonbonus Vermindering voor KA/I/LV EIGEN & ENIGE woning op leningsjaar EIGEN & ENIGE woning op leningsjaar EIGEN & ENIGE woning op leningsjaar EIGEN & ENIGE woning op leningsjaar LENING VANAF 2005 Voordeel = 25-50% van (+ 80) Voordeel = 30-50% van (+ 80)* Voordeel = 30-50% van (+ 80)** Vlaams gewest: 40% van (+ 80)** Waals gewest: 40% van (+ 80) Brussels gewest: 45% van (+ 80) Code 1370/2370 (KA + I) Code 1371/2371 (LV) Bijkomende intrestaftrek Code 1370/2370 (KA + I) Code 1371/2371 (LV) Bijkomende vermindering voor intresten Code 3370/4370 (KA + I) Code 3371/4371 (LV) Bijkomende vermindering voor intresten Bijkomende vermindering voor intresten LENING VÓÓR 2005 (OF GEKOZEN VOOR OUD STELSEL) ENIGE woning op inkomstenjaar Voordeel = 25-50% Code 1138/2138 (I) Code 1139/2139 (I) Bouwsparen Vermindering voor KA/LV ENIGE woning op inkomstenjaar Voordeel = 30-50% Code 1138/2138 (I) Code 1139/2139 (I) Bouwsparen Vermindering voor KA/LV ENIGE woning op inkomstenjaar Voordeel = 30-50% Code 3138/4138 (I) Code 3139/4139 (I) Bouwsparen Vermindering voor KA/LV ENIGE woning op inkomstenjaar Vlaams gewest: niet meer mogelijk! Waals gewest: 40% Brussels gewest: 45% Bouwsparen Vermindering voor KA/LV LENING VÓÓR 2005 (OF GEKOZEN VOOR OUD STELSEL) lening vanaf 1993: ENIGE woning op datum lening lening vóór 1993: EIGEN woning in inkomstenjaar Voordeel = 30-50% van maximum 2260 Code 1355/2355 (KA) Code 1351/2351 (LV) lening vanaf 1993: ENIGE woning op datum lening lening vóór 1993: niet mogelijk! Voordeel = 30-50% van maximum 2260* Code 1355/2355 (KA) Code 1351/2351 (LV) lening vanaf 1993: ENIGE woning op datum lening lening vóór 1993: EIGEN woning in inkomstenjaar Voordeel = 30-50% van maximum 2280** Code 3355/4355 (KA) Code 3351/4351 (LV) ENIGE woning op datum lening Vlaams gewest: niet meer mogelijk! Waals gewest: 40% van maximum 2290 Brussels gewest: 45% van maximum 2290 ONGEACHT LENINGSDATUM LENING VÓÓR 2015 LENING VANAF 2015 Gewone intrestaftrek Gewone intrestaftrek Gewone vermindering voor intresten Gewone vermindering voor intresten ONGEACHT LENINGSDATUM Voordeel (1) = 25-50%... van intresten beperkt tot de belastbare onroerende inkomsten Bijkomend voordeel (2) = 12,5% v geïndexeerde KI eigen woning (verrekening OV) ENKEL indien lening vóór 2005 of gekozen voor oud stelsel Code 1146/2146 (I) Langetermijnsparen Vermindering voor KA/LV Voordeel = 25-50%... van intresten beperkt tot de belastbare onroerende inkomsten Code 1146/2146 (I) Langetermijnsparen Vermindering voor KA/LV Voordeel (1) = 30-50%... van intresten beperkt tot de belastbare onroerende inkomsten Voordeel (1) = Vlaams gewest: 40% Waals en Brussels gewest: niet meer mogelijk! Bijkomend voordeel (2) = 12,5% van overige intresten beperkt tot het geïndexeerde KI van de eigen woning ENKEL indien lening vóór 2005 of gekozen voor oud stelsel Code 3146 (I) (1 + 2) Code 3152 (I) (1) Langetermijnsparen Vermindering voor KA/LV Langetermijnsparen Vermindering voor KA/LV ONGEACHT LENINGSDATUM Voordeel = 30% van maximum 2260 Voordeel = 30% van maximum 2260* Voordeel = 30% van maximum 2280** Voordeel = 30% van maximum 2280 in Vlaams gewest** maximum 2290 in Waals en Brussels gewest Code 1358/2358 (KA) Code 1353/2353 (LV) Code 1358/2358 (KA) Code 1353/2353 (LV) KA = kapitaalaflossingen. I = intresten. LV = levensverzekering gekoppeld aan hypothecaire lening 25-50% of 30-50% = marginaal tarief (*) federale indexatiestop gedurende periode aanslagjaar (**) permanente indexatiestop in Vlaams gewest Code 3358/4358 (KA) Code 3353/4353 (LV) Jef Wellens

11 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE WOONKREDIET 6 Op welke fiscale voordelen geeft uw hypotheek recht? Het schema hiernaast maakt duidelijk welke fiscale voordelen gelden voor uw hypotheek. Vertrekkende van het fiscaal voordeel waarop uw lening recht gaf in de aangifte van vorig jaar en de codes die u toen gebruikte (woonbonus, bouwsparen, langetermijnsparen, bijkomende en gewone intrestaftrek), ziet u, naargelang het uw eigen of niet eigen woning betreft, welke codes u dit jaar moet gebruiken. Zo leeft het fiscale voordeel van een lening aangegaan in 2010 die al vier jaar recht geeft op de woonbonus, nu enkel verder als een federale woonbonus (code 1370/2370) als de woning anno 2014 niet meer door u werd betrokken en dus niet langer de eigen woning is. Werd, zoals meestal het geval zal zijn, de woning waarvoor u in 2010 leende, in 2014 nog steeds door u betrokken, dan leeft uw woonbonus verder als een gewestelijke woonbonus (code 3370/4370). Binnen de gewestelijke fiscale voordelen wordt nog een onderscheid gemaakt tussen leningen gesloten vóór en vanaf Voor nieuwe leningen gesloten vanaf 2015 geldt immers niet langer een fiscaal voordeel tegen het marginaal tarief (max. 50 procent), maar een voordeel tegen een vast tarief van 40 (Vlaams en Waals Gewest) of 45 procent (Brussels Gewest). Bovendien reduceerde Vlaanderen voor nieuwe leningen het basisbedrag van de woonbonus van euro tot slechts euro. Hebt u vóór 2005 een lening oud stelsel gesloten die al jaren recht geeft op de belastingvermindering voor bouwsparen en de gewone intrestaftrek, en woont u nog steeds in die woning, dan blijven ook die fiscale voordelen verder toegekend als gewestelijke belastingverminderingen tegen het marginale belastingtarief: code 3355/4355 voor de kapitaalaflossingen (bouwsparen) en code 3146 voor de intresten. Voor zover er belastbare onroerende inkomsten zijn, leveren die intresten dan ook effectief een voordeel op van maximaal 50 procent. Bij gebrek aan belastbare onroerende inkomsten, geven de intresten, beperkt tot het bedrag van het geïndexeerde kadastrale inkomen (KI) van de eigen woning, recht op een belastingvermindering tegen 12,5 procent (zie schema 1, rij 6). Daarom moet u het KI van uw eigen woning in dat geval nog vermelden in code 3100/4100 van vak IX. Bent u verhuisd in 2014, verhuurt u een deel van uw woning of hebt u uw hypotheek overgedragen op een andere woning, dan zult u uw leningsuitgaven altijd pro rata moeten splitsen over zowel de gewestcodes als de federale codes, want in dat geval hebt u betalingen gedaan voor zowel een eigen als een niet eigen woning. De federale en gewestelijke belastingverminderingen zullen dus vaak samen voorkomen in een aangifte, maar ze zijn nooit cumuleerbaar. De fiscale maxima gelden voor beide soorten verminderingen samen, waarbij steeds voorrang wordt verleend aan de gewestelijke voordelen. De federale overheid komt dus nog enkel met haar woonbonus tussen als het Vlaams Gewest niet al de maximumwoonbonus van 3040 euro (+ 80 euro) per persoon heeft toegekend. Dat principe geldt echter alleen voor de woonbonus, het bouwsparen en het langetermijnsparen, maar niet voor de andere fiscale voordelen voor de intresten. De intresten van de groene lening die u met intrestbonificatie kon sluiten in de periode , zijn niet opgenomen in het schema. Die intresten blijft u aangeven in code 1143 van vak IX. Ze geven recht op een federale belastingvermindering tegen 30 procent, ongeacht of de woning eigen is of niet. GELEEND IN voor de eigen en enige woning in Vlaanderen? Werd uw hypothecaire lening verleden na 2014 of aanvaardde u, voor een wederopname van uw lopende hypotheek, het kredietaanbod van uw bank pas na 2014, dan kunt u geen Vlaamse woonbonus meer genieten van euro per persoon. Het Vlaams Gewest schroefde de woonbonus voor leningen gesloten vanaf 2015 immers fors terug tot een basisbedrag van slechts euro, of 760 euro minder. En het verminderingspercentage werd gereduceerd tot 40 procent (zie schema 2, kolom 5). Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel. Met een woonbonus van euro is er, naast pensioensparen, geen ruimte meer voor fiscaal langetermijnsparen via een individuele levensverzekering. Met de nieuwe Vlaamse woonbonus van maximaal euro is die ruimte er plots weer wel. Zo kunt u vanaf 2015, ook al is uw Vlaamse woonbonus volgestort tot het grensbedrag van euro, aanvullend nog 30 procent belastingvermindering genieten op een levensverzekeringspremie van maximaal 740 euro* voor een aanvullend pensioen. En dat levert al gauw een extra belastingbesparing op van 237 euro. * Met de verhoging van 760 euro moet bij samenloop van woonbonus en langetermijnsparen geen rekening worden gehouden: euro (maximumpremie) [2.280 euro (maximumwoonbonus) 760 euro (verhoging)] = 740 euro. 2. voor de herfinanciering van uw oude hypotheek? Een herfinancieringslening vervangt een vroegere lening. Fiscaal zet een herfinanciering gewoon het regime voort van de oorspronkelijke lening. Voor de beoordeling van het fiscaal voordeel van een herfinanciering moet men zich dus niet plaatsen op de datum waarop de herfinanciering werd gesloten, maar wel op de datum waarop het oorspronkelijke krediet werd aangegaan. Dus, woont u in het Vlaams Gewest en herfinanciert u in 2015 een woonbonuslening gesloten in 2010, dan zal de Vlaamse woonbonus van maximaal euro met een voordeel van maximaal 50 procent van toepassing blijven en niet de nieuwe tot euro beperkte woonbonus met een vermindering tegen 40 procent, voor zo ver het tenminste een zuivere herfinanciering betreft en u enkel leende voor de terugbetaling van het schuldsaldo van de oude lening. Leende u meer dan dat saldo, bijvoorbeeld voor een verbouwing, dan zal dat deel van de lening wel worden beschouwd als een aanvullende lening gesloten vanaf 2015, waarvoor de lagere Vlaamse woonbonus geldt. 3. in combinatie met een hypotheekoverdracht? Bij een herfinanciering wordt de lening vervangen. Bij een hypotheekoverdracht wordt de woning vervangen en wordt een lopende lening overgedragen van een oude woning, die verkocht wordt, naar een nieuwe woning, die gekocht of gebouwd wordt. De lening blijft na pandwissel dus gewoon verder lopen onder hetzelfde fiscale regime als vóór de overdracht. Maar dat zal het federale regime zijn voor de leningsuitgaven betaald na de verkoop van de oude woning: de oude woning is vanaf dan immers geen eigendom meer van de kredietnemer en kan dus onmogelijk fiscaal nog de eigen woning zijn. Een hypotheekoverdracht is fiscaal vergelijkbaar met een verhuizing. Maar zo n overdracht blijft interessant, zeker in het Vlaams Gewest. Jan en An sloten in 2011 een woonbonuslening voor hun appartement in Dessel. In 2015 kochten ze een huis in Mol, waarnaar ze dat jaar ook verhuisden. Het appartement is in 2015 verkocht. Optie 1: Jan en An betalen hun oude lening terug met de verkoop van hun appartement en sluiten een nieuwe lening voor hun huis in Mol. Die brengt vanaf volgend jaar maximaal euro belastingbesparing op (2280 euro Vlaamse woonbonus x 2 x 40% x 1,077 gemeentebelasting). Optie 2: Jan en An dragen de hypothecaire lening van hun appartement in Dessel over op hun nieuw huis in Mol. Die hypotheek blijft vanaf volgend jaar, voor het volledige jaar, recht geven op de federale woonbonus, waardoor ze maximaal euro* belasting besparen, of euro meer, op voorwaarde dat ze hun eventuele bijkomende lening voor hun huis in Mol (voorlopig) niet aangeven. (*) 3010 euro (federale woonbonus) x 2 x 50% x 1,077 (gemeentebelasting). Op is er slechts één enige woning.

12 12 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD GEZIN Besparen onder één dak Wie zijn aangifte goed wil invullen, kan niet om het aangiftevak II heen. Daar wordt bepaald hoe u wordt belast, en welk deel van uw inkomen wordt vrijgesteld. Bent u getrouwd of wettelijk samenwonend, dan vult u samen één aangifte in en krijgt u samen één belastingafrekening, met ver melding van één bedrag. Als u in 2014 getrouwd bent of een verkla ring van wettelijke samenwoning hebt afgelegd, moet u nog een laatste keer een afzonderlijke aan gifte invullen. Hebt u geen verkla ring van wettelijke samenwoning afgelegd, maar woont u toch sa men, dan blijft u als alleenstaande belast. Feitelijk samenwonenden vullen dus ieder apart een aangif te in. Gehuwden die in 2014 uit de echt scheidden en partners die hun wettelijke samenwoning in 2014 beëindigden, worden ook meteen alleen belast. Bent u in 2014 feite lijk, maar nog niet wettelijk ge scheiden, dan wordt u voor deze aangifte nog een laatste maal ge meenschappelijk belast. Om prak tische redenen kan men wel al on middellijk afzonderlijk een aan gifte, op papier, indienen. Is de echtgenoot of wettelijk sa menwonende partner in 2014 overleden, dan vult de overleven de partner afzonderlijk een aan gifte in, een voor zichzelf en een andere voor de overleden partner. De langstlevende moet in dat ge val zelf in de aangifte verduidelij ken (code 1012 of 1013 van vak II) hoe hij of zij en de overledene moeten worden belast: alleen (twee afzonderlijke aanslagen) of nog een laatste keer gemeen schappelijk (één aanslag). De fis cus past niet automatisch de voor deligste berekening toe! Door de toepassing van het huwelijksquo tiënt is een gemeenschappelijke aanslag doorgaans het voorde ligst, maar niet altijd. U maakt in dat geval best een berekenings simulatie, bijvoorbeeld op taxon web.be. Het kan wel degelijk nog een ver schil maken of u samen dan wel alleen wordt belast. De fiscale wetgever maakt immers op tal van vlakken nog een onderscheid tus sen belastingplichtigen die samen worden belast, en zij die alleen worden belast. Denken we maar aan het huwelijksquotiënt en de vrije verdeling van leningsuitga ven (zie bladzijde 9). Die blijven het voorrecht van gehuwden en wettelijk samenwonenden. Daartegenover staan de soms la gere belasting op vervangingsin komsten van feitelijk samenwo nenden, de hogere belastingvrij stelling die ze verkrijgen wanneer ze kinderen hebben, en de hogere bestaansmiddelen die hun kinde ren mogen genieten om ten laste te kunnen zijn. Van een absolute fiscale neutraliteit van de samen levingsvorm is dus geen sprake. Belastingvrije basissom Een andere ongelijkheid betreft de toekenning van de belasting vrije basissom. Die basissom is het deel van het inkomen dat vrijge steld is van belasting. Ze bedraagt in principe euro. Maar ieder een die in 2014 geen belastbaar in komen heeft (na aftrek van kosten en eventuele onderhoudsuitke ringen) hoger dan euro, ge niet een verhoogde belastingvrije basissom van euro. Omdat die verhoging alleen geldt voor de werkenden, wordt ze niet toege kend voor zover het inkomen uit pensioenen en vervangingsin komsten bestaat. Elke belastingbetaler ziet zo de eerste tot euro van zijn inkomen van 2014 vrijgesteld van belasting. Is hij zwaar gehandi capt (aan te geven in code 1028 of 2028 van vak II), dan komt daar euro bij. Eén kind ten laste geeft ook recht op een belasting vrije toeslag van euro. Voor twee kinderen wordt dat eu ro, voor drie kinderen euro en vier kinderen betekenen een extra belastingvrij inkomen van euro. Ieder volgend kind geeft nog recht op een extra toe slag van euro. Voor een al leenstaande of feitelijk samenwo nende met kinderen wordt dat be EEN KIND DAT OP 1 JANUARI JONGER IS DAN DRIE JAAR, GEEFT RECHT OP EEN EXTRA BELAS TINGVRIJE SOM VAN 560 EURO drag nogmaals verhoogd met euro. Een alleenstaande met drie kinde ren betaalt bijgevolg geen belas ting op een belastbaar inkomen van minstens euro (7.070 euro euro euro). Verdient men minder dan dat be lastingvrije bedrag, dan krijgt men voor de kinderen nog een ex tra belastingkrediet. Dat belas tingkrediet kan oplopen tot 430 euro per kind. Een kind dat op 1 januari 2015 jon ger is dan drie jaar, geeft recht op een extra belastingvrije som van 560 euro. U vraagt die aan in code 1038 van vak II. De toeslag van 560 euro geldt alleen als u voor dat kind geen oppaskosten in brengt in rubriek B van vak X van de aangifte. Het verlies van een derde kind ten laste, omdat het te veel eigen inkomsten heeft of het ouderlijk huis heeft verlaten, be tekent een financiële aderlating van jaarlijks euro. Een enig kind dat niet meer ten laste is, ver hoogt de belasting met slechts 405 euro. Andere personen ten laste Voor een andere persoon ten laste (broer, zus of ouder) wordt euro van het inkomen vrijgesteld. Hier geldt geen progressiviteit. Drie andere personen ten laste geven recht op een belastingvrije toeslag van euro (1.500 euro x 3). Is de broer, zus of (groot)ou der echter 65 jaar of ouder op 1 ja nuari 2015, dan bedraagt de toe

13 BELASTINGAANGIFTE DE STANDAARD 7 Samenwonen à la carte Door zijn flexibiliteit is samen wonen de ideale samenlevings vorm om uw personenbelasting te optimaliseren. Door de admi nistratieve eenvoud waarmee de wettelijke samenwoning tot stand komt en ook weer beëin digd wordt via een formele verklaring op het gemeentehuis kunt u afhankelijk van de in komenssituatie het kleedje van de wettelijke samenwoning aan trekken en weer afwerpen. Zo hebben samenwonende een verdienersgezinnen er alle be lang bij zich te laten registreren als wettelijk samenwonend, ter wijl wettelijk samenwonenden waarvan één of beiden een ver vangingsinkomen genieten, soms maar beter opnieuw feite lijk gaan samenwonen. Voorbeeld. Jan en An wonen on gehuwd samen. Jan had in 2014 een belastbaar jaarloon van euro. An heeft geen be lastbare inkomsten. De gemeen tebelasting bedraagt 8 procent. Optie 1: ze wonen feitelijk sa men. Ze betalen euro be lasting. Optie 2: ze legden in 2013 een verklaring van wettelijke samen woning af (en worden dus op de inkomsten van 2014 gezamenlijk belast). Ze betalen slechts euro belasting. Wettelijk samenwonen levert hun dus jaarlijks euro op. Een be sparing die ze ook zouden reali seren als ze in 2013 in het hu welijksbootje waren gestapt. BEHALVE KINDE REN KUNNEN OUDERS, BROERS EN ZUSSEN TEN LASTE ZIJN, NET ALS PERSONEN VAN WIE U OOIT ZELF TEN LASTE WAS slag geen euro maar euro (code 1043 van vak II). Ge handicapte kinderen en andere gehandicapte personen ten laste worden voor twee geteld. De volgende personen kunnen fis caal ten laste zijn: kinderen, zowel eigen als niet eigen kinderen die u hoofdzakelijk ten laste hebt (bij voorbeeld een pleegkind of kind van een samenwonende partner), ouders en (over)grootouders, zij verwanten tot de tweede graad (broer en zus) en de andere perso nen van wie u ooit zelf ten laste was (bijvoorbeeld een pleegou der). Iedere minderjarige die u in uw huisgezin opneemt, kunt u in principe fiscaal ten laste nemen en blijft kind ten laste ook na zijn meerderjarigheid, zolang alle voorwaarden hiervoor vervuld zijn (zie verder). Uiteraard kan eenzelfde kind niet door beide fei telijk samenwonende partners, die ieder afzonderlijk een aangifte invullen, ten laste worden geno men. De echtgenoot of wettelijk samen wonende partner is fiscaal nooit ten laste. Wel kan eenmalig een belastingvrije toeslag van euro worden toegekend voor het jaar van huwelijk of van verkla ring van wettelijke samenwoning als de partner geen of zeer weinig eigen bestaansmiddelen geniet. U vraagt dat voordeel aan in code 1004 of 1008 van vak II. >>> Lees verder op blz. 14 Stel: dezelfde situatie, maar An geniet nu een pensioen van euro. Optie 1: ze wonen wettelijk sa men. Ze betalen euro be lasting. Optie 2: een van hen beëindig de in 2014 de wettelijke samen woning (zodat ze op de inkom sten van 2014 opnieuw afzon derlijk worden belast). Ze beta len euro belasting. Feite lijk in plaats van wettelijk sa menwonen levert hun nu jaar lijks 797 euro op. Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij gehuwden, maar daar is het offer voor de goedkopere belastingfactuur wel erg dras tisch: echtscheiding of feitelijke scheiding. Let op, wettelijk samenwonend bent u pas als beide partners een verklaring van wettelijke sa menwoning hebben afgelegd op de gemeente van de woon plaats. 8 Loon van een jobstudent Het loon van een jobstudent mag dit jaar, in 2015, niet meer bedragen dan euro. Dan betaalt de student geen belas ting en blijft hij bovendien nog ten laste van zijn ouders. Voor waarde is wel dat hij zijn inkom sten verdient met een studen tenovereenkomst. Is de jobstu dent ten laste van een alleen staande ouder of van feitelijk sa menwonenden, dan mag hij dit jaar bruto zelfs tot euro bijverdienen met een studenten overeenkomst. Optie 1: Jan, oudste in een ge zin met drie kinderen, verdient in 2015 met een studentenover eenkomst euro. Jan is fis caal ten laste van zijn ouders. Optie 2: Jan verdient in euro meer, euro dus. Jan is in de aangifte van 2016 niet meer fiscaal ten laste van zijn ouders omdat hij te veel eigen bestaansmiddelen heeft. De 10 euro die Jan te veel verdient, kosten zijn ouders euro. Belasting die zij vol gende jaar meer zullen betalen.

14 14 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD GEZIN FISCAAL SPEELT HET GEEN ENKELE ROL OF EEN KIND GEDURENDE TWAALF MAANDEN DAN WEL ÉÉN DAG TEN LASTE WAS >>> Vervolg van blz. 13 Ten laste of niet? Een kind of een andere persoon ten laste moet voldoen aan drie voorwaarden. 1. Hij moet op 1 januari 2015 deel uitmaken van het gezin. Dat betekent onder één dak samenwonen met de tenlastenemer. Dat criterium wordt soepel geïnterpreteerd. Een kotstudent of zelfs een kind dat in het buitenland studeert, blijft in principe ten laste. Fiscaal speelt het bovendien geen enkele rol of een kind gedurende twaalf maanden dan wel één dag ten laste was. Een kind geboren op 31 december 2014 levert evenveel fiscaal voordeel op als een kind geboren in januari De persoon ten laste mag niet worden bezoldigd door de tenlastenemer. Opletten dus wanneer u als zelfstandige uw kind (>16 jaar) zou tewerkstellen tijdens weekends of vakantie. 3. De persoon ten laste mag niet al te veel eigen bestaansmiddelen genieten. Hij of zij mag in 2014 hoogstens euro eigen nettobestaansmiddelen hebben. Is het kind ten laste van een alleenstaande of van een feitelijk samenwonende, dan wordt die grens gesteld op euro. Is het kind van een alleenstaande gehandicapt, dan wordt dat euro. Andere personen ten laste mogen nooit meer dan euro eigen nettobestaansmiddelen genieten. Netto betekent bruto min kosten. De kosten zijn, naar keuze, de werkelijke kosten of forfaitair 20 procent met een minimum van 430 euro voor lonen en baten. Sommige inkomsten worden niet in aanmerking genomen als bestaansmiddel: kindergeld, kraamgeld, adoptiepremie, studiebeurzen, sommige achterstallige onderhoudsuitkeringen, onbeschikbare gelden enzovoort. Andere inkomsten worden dan weer gedeeltelijk vrijgesteld als bestaansmiddel. Het inkomen blijft weliswaar belastbaar, maar wordt (voor een deel) niet meegeteld als bestaansmiddel. Onderhoudsuitkeringen betaald aan kinderen zijn tot euro als bestaansmiddel vrijgesteld. Bezoldigingen uit een studentenovereenkomst zijn als bestaansmiddel vrijgesteld tot euro. Pensioenen genieten dan weer een vrijstelling als bestaansmiddel van euro als ze betaald zijn aan een broer, zus of (groot)ouder van 65 jaar of ouder. Die vrijstelling geldt niet voor brugpensioenen. EEN VOORBEELD Het kind van een alleenstaande ouder heeft de volgende brutobestaansmiddelen in 2014: Bezoldiging uit studentenovereenkomst: euro. Bezoldiging uit gewone arbeidsovereenkomst: euro. Onderhoudsuitkeringen: euro. TOTAAL: euro. Kan het kind nog fiscaal ten laste zijn? De nettobestaansmiddelen bedragen: euro euro (vrijstelling) = euro euro 20% = 968 euro euro 0 euro (geen vrijstelling) euro 20% = euro euro euro (vrijstelling) = euro euro 20% = 1032 euro TOTAAL: euro De nettobestaansmiddelen bedragen euro. Het kind is ten laste van een alleenstaande en mag tot euro nettobestaansmiddelen genieten. Het kind is dus nog net fiscaal ten laste, hoewel het bruto, vóór toepassing van de vrijstellingen, euro bestaansmiddelen geniet. Belastingvermindering voor kinderen ten laste (per gezin) Inkomstenjaar 2014(*) *Gemeentebelasting 8 procent en belastbaar inkomen bedraagt meer dan euro 405 euro 1 DS-Infografiek euro euro euro euro

15 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE Ouders ten laste Woont u nog thuis bij uw ouders, of is een van uw ouders bij u ingetrokken? In dat geval, wordt het misschien tijd om de rollen om te keren. Waarom zou u, als gezinshoofd, nu niet pa en ma fiscaal ten laste nemen? BEROEPSKOSTEN Laat de fiscus de rekening betalen Lies is steeds blijven wonen bij haar ouders, Jan en An, in de ouderlijke woning, eigendom van haar ouders. Lies geniet een belastbare bezoldiging van euro (het hoogste inkomen in het gezin). Jan (68 jaar) heeft een pensioen van euro. An (66 jaar) een pensioen van euro. Het kadastraal inkomen van de ouderlijke woning bedraagt euro. Jan en An genieten ook roerende inkomsten (intresten en dividenden), voor een bedrag van euro. Optie 1: Lies neemt haar ouders niet fiscaal ten laste. Zij betaalt euro belasting. Optie 2: Lies neemt haar ouders wél fiscaal ten laste. Zij betaalt euro belasting. Door haar ouders als ten laste aan te geven (in code 1043 van vak II van de aangifte) bespaart Lies jaarlijks euro belasting. Omdat Jan en An op 1 januari 2015 ouder zijn dan 65 jaar, worden hun pensioenen vrijgesteld als bestaansmiddel. Berekening Nettobestaansmiddelen Jan en An: Woning: 1000 euro x 1,7 (indexatie) = euro Pensioen Jan: (vrijstelling) = 0 euro Pensioen An: (vrijstelling) = 0 euro Roerende inkomsten: % = 960 euro TOTAAL bestaansmiddelen: euro Die euro bedraagt minder dan euro (maximum nettobestaansmiddelen per persoon). Beide ouders zijn dus ten laste. De fiscus stelt uitdrukkelijk dat het feit dat ouders eigenaar zijn van de woning die ze met hun kind bewonen, niet belet dat het kind de ouders ten laste kan nemen. Net zo min als het feit dat de ouders nog in hun eigen onderhoud (voeding, kledij, medische verzorging) kunnen voorzien. Amper één op de dertig werknemers bewijst zijn werkelijke beroepskosten. De meesten maken gebruik van het kostenforfait. Iets minder dan 72 procent van alle zelfstandigen met baten (vrije beroepen) bewijst zijn werkelijke kosten. Zelfstandigen met winst (handelaars, winkeliers...) hebben geen alternatief en moeten hun echte kosten inbrengen. U mag ook combineren en bijvoorbeeld voor uw werknemersactiviteit het kostenforfait toepassen en voor uw bijberoep als zelfstandige uw werkelijke kosten bewijzen. Het wettelijk kostenforfait, dat u automatisch krijgt als u uw beroepskosten niet bewijst, wordt uitgedrukt als een percentage van het beroepsinkomen. Voor werknemers en vrije beroepen is dat 28,7 procent, tot euro. Dat wordt 10 procent voor de schijf daarboven, tot euro, en dan nog 5 procent tot euro. Daarboven geldt 3 procent, tot het maximale kostenforfait van euro wordt bereikt, bij een jaarwedde van euro. Bedrijfsleiders genieten slechts een forfait van 3 procent op hun hele bezoldiging, met een maximum van euro. Voor werknemers bedraagt het kostenforfait gemiddeld euro. Door een regeringsmaatregel zal dat gemiddelde vanaf dit jaar met 300 euro stijgen. Toch blijft het forfait beduidend lager dan de euro die gemiddeld wordt ingebracht door werknemers die hun werkelijke kosten bewijzen. Voor werknemers die genoegen nemen met hun wettelijk kostenforfait en minstens 75 kilometer van hun werk wonen, stijgt het kostenforfait nog met 75, 125 of 175 euro, afhankelijk van de afstand tussen woon en werkplaats. Dat extra forfait voor verre verplaatsingen moet u uitdrukkelijk vragen in de aangifte (rubriek A.16 van vak IV). Het gewone forfait krijgt u automatisch. Beroeps Voor andere beroepsverplaatsingen dan woon werkverkeer geldt de forfaitaire aftrek van 15 of 22 cent niet. Andere beroepsverplaatsingen zijn die tussen de woonplaats en een niet vaste werkplaats (klant, leverancier...). Een niet vaste werkplaats is een plaats waar u minder dan 40 dagen per jaar bent voor uw werk. Verplaatsingen tussen verschilkosten forfaitaire of werkelijke worden afgetrokken van het inkomen en verlagen zo het belastbaar inkomen, waardoor u minder belasting betaalt. Woon werkverkeer Voor woon werkverkeer met de auto kunt u geen werkelijke autokosten inbrengen, maar slechts 15 cent per kilometer wanneer u uw beroepskosten bewijst. Maakt u gebruik van de eigen wagen, dan is er geen kilometerplafond. Verplaatst u zich met een ander vervoermiddel (carpoolen, trein, motorfiets...), dan mag u 15 cent per kilometer inbrengen tot maximum 100 kilometer enkele rit. Iemand die als passagier meerijdt, zelfs gratis, kan net als de bestuurder 15 cent per kilometer aftrekken. Fietst u naar het werk, dan geldt een hogere aftrek van 22 cent per kilometer. De wagen van vader of moeder, van uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner is voor de fiscus uw eigen wagen. Ook een bedrijfswagen is dat. Rijdt u met zo n wagen naar het werk, dan kunt u 15 cent per kilometer inbrengen, maar geldt er wel een bijkomend plafond. De woon werkverkeerkosten van een IEMAND DIE ALS PASSAGIER MEERIJDT, ZELFS GRATIS, KAN NET ALS DE BESTUUR DER 15 CENT PER KILOMETER AFTREKKEN bedrijfswagen worden immers beperkt tot het bedrag van het voordeel van alle aard voor die wagen. Het forfait van 15 cent omvat alle kosten, met uitzondering van financieringskosten. Intresten mogen bovenop het forfait van 15 cent worden afgetrokken. Voor andere vervoermiddelen hebt u de keuze tussen de aftrek van 15 cent per kilometer (of 22 cent voor de fiets) of de werkelijk gemaakte kosten, zoals de kostprijs van een treinabonnement of de afschrijving van een (motor)fiets. Meestal betaalt het bedrijf de werknemer een deel van de woonwerkverkeerkosten terug. Als de werknemer het openbaar vervoer gebruikt, wordt die tussenkomst fiscaal volledig vrijgesteld. Kiest hij voor de wagen of motorfiets, dan is slechts 380 euro van de tussenkomst belastingvrij. Let op, de vrijstelling wordt niet automatisch toegekend. U moet ze uitdrukkelijk aanvragen door ze te vermelden in de aangifte (rubriek A.9.b van vak IV). Bewijst u echter uw beroepskosten, dan gaat de vrijstelling volledig verloren. Een werknemer heeft er dus alleen baat bij om zijn werkelijke kosten in te brengen als die meer bedragen dan de som van het wettelijk kostenforfait, het forfait voor verre verplaatsingen én de vrijstelling voor woon werkverkeer samen (zie ook tip 14, blz. 22). Andere beroepsverplaatsingen >>> Lees verder op blz. 16

16 16 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD BEROEPSKOSTEN >>> Vervolg van blz. 15 lende, al dan niet vaste werkplaatsen zijn ook andere beroepsverplaatsingen. Daarvoor moeten de kosten post per post worden bewezen. Autokosten worden in de personenbelasting beperkt tot 75 procent, met uitzondering van financieringskosten. Een kwart van de kosten wordt dus verworpen voor afschrijving, brandstof, onderhoud, herstelling, verkeersbelasting, BIV, verzekeringen, parking, pechverhelping enzovoort. De uitgaven voor andere vervoermiddelen dan de auto (bijvoorbeeld motorfiets of trein) kunnen wel volledig worden afgetrokken voor het beroepsgedeelte. Een nieuwe auto wordt meestal afgeschreven over vijf jaar. Bij een auto is dat altijd lineair. Voor een motorfiets kan dat ook degressief. Ook de kosten voor beschermende motorkledij zijn aftrekbaar. Wonen en werken Kosten verbonden aan uw woning zijn aftrekbare beroepskosten als u die woning, al is het maar gedeeltelijk, voor uw beroep gebruikt. Het beroepsgedeelte van de woning kan over 33 jaar worden afgeschreven. Als basis gelden de bouwfacturen (inclusief btw) of de aankoopprijs (inclusief registratierechten). De grond kan niet worden afgeschreven. Als huurder kunt u de betaalde huur van een woning inbrengen. Maar pas op, in dat geval zal de verhuurder zwaarder worden belast. Daarom verbiedt bijna elk woonhuurcontract het beroepsmatig gebruik. Hetzelfde pro OOK BIJ OCCASIONEEL THUISWERK KUNT U DE KOSTEN INBRENGEN bleem rijst bij de aftrek van de huur van een studio of appartement dicht bij de werkplaats. De intresten van een woonlening zijn ook deels als beroepskosten aftrekbaar, naast de onroerende voorheffing, kosten van verzekering (brand, diefstal), verbruikskosten (water, elektriciteit, gas, stookolie, onderhoud enzovoort), telkens beperkt tot het beroepsgedeelte. In de praktijk kijkt de fiscus naar de gebruikte oppervlakte. Beroeps en privéruimte moeten niet echt gescheiden zijn. Zo kan een deel van de woonkamer beroepshalve worden gebruikt. Evenmin is vereist dat u iedere dag thuis werkt. Ook bij occasioneel thuiswerk kunt u de kosten inbrengen. Computer en bureau Ook een (tablet)computer, printer en ander bureaumateriaal kunnen worden ingebracht als ze beroepshalve gebruikt worden. Duurzame goederen worden afgeschreven. Kleine benodigdheden zoals balpennen en papier kunnen in één keer worden afgetrokken. Kosten voor bijscholing en vakliteratuur zijn aftrekbaar, ook al beschikt u over dezelfde informatie op kantoor. Ook telefoonen kledijkosten zijn aftrekbaar. Het moet wel om beroepskledij gaan, zoals de schort van een verpleegkundige. Als werknemer geeft u het totale bedrag van de bewezen kosten aan in rubriek A.18 van vak IV van de aangifte. Vier voorwaarden 1. De kosten moeten verband houden met de beroepswerkzaamheid. De aftrek van gemengde uitgaven deels privé, deels beroep moet altijd beperkt worden tot het beroepsgedeelte. Voor de bepaling van dat deel kan een akkoord worden gesloten met de belastingambtenaar. 2. In de huidige belastingaangifte mag u als werknemer de uitgaven aftrekken die u in 2014 betaalde, ongeacht de periode waarop ze betrekking hebben. 3. De kosten moeten zijn gedaan om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. Zodra het beroepskarakter van een uitgave is aangetoond, mag de fiscus niet in vraag stellen of de uitgave gepast is. Hij mag wel de aftrek weigeren van onredelijke kosten. 4. De kosten moeten worden bewezen. De bewijslast rust bij de belastingplichtige. Verzamel zo veel mogelijk bewijsstukken van de uitgaven: facturen, btw bonnetjes, rekeninguittreksels, attesten van de werkgever... U moet de stukken kunnen voorleggen op vraag van de fiscus. Uitgaven die niet of moeilijk kunnen worden gestaafd, mogen, eventueel in overleg met de fiscus, op een redelijk bedrag worden geraamd.

17 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE Leve de tweewieler 10 Werklozen hebben kosten Een forfaitaire kostenaftrek voor vervangingsinkomsten bestaat niet. Maar werklozen kunnen wel hun beroepskosten bewijzen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hun vakbondsbijdrage, sollicitatiekosten op vraag van de VDAB en verplaatsingskosten naar het stempellokaal, betalingsinstellingen, opleidingen of stages aftrekken. Ook de aftrek van kosten van spontane sollicitaties is toegestaan als de werkloze met die sollicitatie vermijdt dat zijn uitkering wordt geschorst. Het aangifteformulier bevat echter geen aparte rubriek voor het aangeven van die kosten. Ze moeten daarom rechtstreeks worden afgetrokken van de uitkeringen. In de aangifte vermeldt men dan het nettobedrag van de werkloosheidsuitkering, na aftrek van de kosten. 11 Ook voor werknemers Een voorbeeld. Jan is bediende en woont 85 kilometer van zijn werkplaats. Hij werkte 225 dagen in Jan rijdt met zijn wagen naar het werk. In 2014 betaalde hij 600 euro interesten op de lening voor zijn wagen, waarmee hij dat jaar kilometer aflegde. Hij beschikt thuis over een bureau. Het beroepsgedeelte van Jans woning bedraagt 10 procent. De aankoopprijs van de woning, verminderd met de grondwaarde, bedraagt euro. Jan sloot in 2011 een hypotheek af en betaalde het voorbije jaar euro interesten. De onroerende voorheffing bedroeg 560 euro in De energiekosten van de woning liepen op tot euro. Voor de brandverzekering betaalde hij 520 euro. Hij kocht eind 2014 een nieuwe pc met randapparatuur voor euro, die hij over drie jaar lineair afschrijft (beroepsgebruik pc is 50 procent). Hij geniet een beroepsinkomen van euro. De gemeentebelasting bedraagt 8 procent. Optie 1: Jan bewijst zijn beroepskosten niet, maar neemt genoegen met het wettelijke kostenforfait. Wettelijk kostenforfait + vrijstelling vergoeding woon werkverkeer = 3.422, euro = 3.802,37 euro VOORDEEL forfaitaire kostenaftrek: 2.053,28 euro Optie 2: Jan bewijst zijn beroepskosten wel: Woon werkverkeer: 85 km x 2 x 225 x 0,15 euro = 5.737,50 euro 600 (intrest) x (85 x 2 x 225) / = 546,43 euro Woning: / 33 (afschrijving) x 10% = 939,39 euro (interesten hypotheek) x 10% = 700 euro 560 (OV) x 10% = 56 euro (energiekosten) x 10% = 430 euro 520 (brandverzekering) x 10% = 52 euro / 3 (afschrijving pc) x 50% = 216,67 euro TOTAAL: Werkelijke beroepskosten = 8.677,99 euro VOORDEEL werkelijke kostenaftrek: 4.686,11 euro CONCLUSIE: door de aftrek van zijn werkelijke beroepskosten bespaart Jan euro. Tegelijkertijd vervoerskosten als beroepskosten inbrengen én een belastingvrije vergoeding van uw werkgever voor dat vervoer krijgen kan niet. Dat is de regel. Maar geen regel zonder uitzondering. Die uitzondering is de fiets. Het maakt niet uit of het een gewone of een elektrische fiets is. Fietst u naar het werk, dan kunt u 22 cent per kilometer 7 cent meer dan het gewone forfait als bewezen beroepskosten aftrekken, terwijl het bedrijf u voor dezelfde afstand 22 cent per kilometer belastingvrij kan vergoeden. Reed u in 2014 gedurende 150 dagen met de fiets naar het werk, 10 kilometer enkele rit, dan kan u dat zo 660 euro nettoloon extra opleveren. En, als u uw beroepskosten bewijst, een kostenaftrek voor datzelfde bedrag. Bovendien is een bedrijfsfiets die uw werkgever ter beschikking stelt, geen belastbaar voordeel als u ermee naar het werk fietst. En zelfs voor de fiets van de baas kunt u nog 22 cent per kilometer belastingvrij vergoed krijgen én 22 cent per kilometer als kosten voor woon werkverkeer inbrengen. De fiets biedt niet alleen voordelen voor de werknemer, ook de werkgever wordt er beter van. Indien hij faciliteiten biedt aan zijn werknemers om met de fiets naar het werk te komen, kan hij de kosten ervan (bedrijfsfiets, herstelling, fietsenstalling, douches...) aftrekken tegen 120 procent. Ook de motorfiets heeft een paar fiscale troeven: de werkelijke kosten (afschrijving, verzekering, onderhoud, brandstof...) kunnen door de werknemer integraal worden afgetrokken voor het beroepsgedeelte, inclusief het woon werkverkeer. Er geldt geen aftrekbeperking van 75 procent en ook degressief afschrijven is mogelijk. Men kan echter altijd terugvallen op de aftrek van 15 cent per kilometer woon werkverkeer, tot maximum 100 kilometer enkele rit. Niets belet dat u voor het ene jaar de werkelijke kosten inbrengt, bijvoorbeeld het eerste jaar met een hoge degressieve afschrijving, en voor een later jaar gebruikmaakt van het forfait van 15 cent per km, wanneer de afschrijving laag of de motor al volledig afgeschreven is. 13 Carpoolen is dubbel interessant Rijdt u met de wagen naar het werk, dan mag u per kilometer 15 cent als beroepskosten inbrengen. Rijdt u met een ander vervoermiddel naar het werk, dan mag u ook 15 cent, of voor de fiets zelfs 22 cent, per kilometer inbrengen, maar beperkt tot 100 kilometer enkele rit. Een ander vervoermiddel is elk ander vervoermiddel dan uw eigen wagen. De wagen van een collega bijvoorbeeld. En dat opent perspectieven. Een voorbeeld. An woont in Bree en werkt in Brussel. De afstand tussen woon en werkplaats bedraagt 104 kilometer. Zij carpoolt met een collega die haar iedere werkdag thuis oppikt. Zo reed An gedurende het jaar 200 keer naar het werk, in de wagen van haar collega. An heeft een belastbaar jaarloon van euro. Optie 1: An bewijst haar beroepskosten niet. Zij betaalt euro belasting (inclusief bijzondere bijdrage sociale zekerheid). Optie 2: An bewijst haar beroepskosten wel. Zij betaalt slechts 9785 euro belasting. Als ze haar kosten bewijst, betaalt ze euro minder belasting dan wanneer ze genoegen neemt met het kostenforfait. De voor An aftrekbare kosten van het woon werkverkeer (aan te geven in rubriek A.18 van vak IV) bedragen euro. Namelijk 200 werkdagen x 100 km x 2 (heen en terug) x 0,15 euro. Dat bedrag overtreft ruim haar forfaitaire kosten van 3.062,37 euro, waarop zij automatisch recht heeft. Zelfs als An geen vergoeding zou betalen aan haar collega en dus gratis zou meerijden, mag zij die euro als kosten inbrengen. An kan dus kosten aftrekken die zij helemaal niet heeft gemaakt. Iedere andere collega die meereist, mag ook 15 cent per kilometer aftrekken. Of hoe voor één wagen mogelijk tot vijf maal 15 cent per kilometer kan worden ingebracht.

18 18 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD Berekeningsschema beroepskosten (aangifte 2015) VERVOER 1. Woon-werkverk eer Gebruik eigen wagen 1 : - km (enkele rit) x. trajecten per dag 2 x werkdagen per jaar x 0,15 EUR = - intresten (financiering): - mobilofoon: +.EUR x.km (enkel) x.trajecten/dag x.werkdagen per jaar.km (totaal per jaar) 3 = - SUBTOTAAL: Gebruik ander vervoermiddel 4 : KEUZE MAKEN: x 0,22 EUR (fiets) -.km (enkele rit, max. 100 km) x. trajecten / dag 2 x..werkdagen / jaar of = x 0,15 EUR (ander) - de werkelijke beroepskosten 5 (cf. andere beroepsverplaatsingen, zie onder): TOTAAL WOON-WERKVERKEER: I+II 2. Andere beroepsverplaatsingen Gebruik wagen 6 : - afschrijving 7 - brandstofkosten :.km (totaal per jaar) 3 x.eur/liter 10 x..liter/100 km onderhoud + herstelling -verkeersbelasting - belasting op de inverkeerstelling (BIV) -verzekering (BA, casco,rechtsbijstand) - parkingkosten - tolgeld - carwash - pechverhelping - technische controle - GPS (navigatiesysteem) - huur vervangwagen - huur garage - taxi - minderwaarde 9 - andere + -TOTAAL - intresten (van financiering) - mobilofoon -TOTAAL x 75% = + (I) (II) OF + (II) + = x.% 12 = (A). EUR Gebruik ander vervoermiddel: Motorfiets: - afschrijving 13 - onderhoud + herstelling -verkeersbelasting - belasting op de inverkeerstelling (BIV) -verzekering (BA, casco,rechtsbijstand) - beschermende motorkledij/3 (afschrijving over 3 jaar) - minderwaarde 9 - brandstofkosten:..km (totaal per jaar) 3 x EUR/liter 10 x..liter/100 km 11 = intresten (van financiering) -andere + -TOTAAL x.% 14 = Openbaar vervoer (abonnement, rittenkaarten ) m.b.t. beroepsverplaatsingen: TOTAAL ANDERE BEROEPSVERPLAATSINGEN: + (B) TOTAAL VERVOERSKOSTEN: A+B (C ) ONROEREND GOED en KANTOORKOSTEN -Woning/ kantoorgebouw in eigendom: - afschrijving gebouw 15 : - intresten (van financiering) - onroerende voorheffing -Woning/ kantoorgebouw gehuurd: - huur 18 -verzekering (brand, diefstal) - elektriciteit - aardgas - huisbrandolie - water - andere energiekosten - onderhoud en herstellingen 8 -andere SUBTOTAAL afschrijvingsbasis 16 / 33 (afschrijving over 33 jaar) x. % 19

19 DE STANDAARD BELASTINGAANGIFTE telefoon (+ fax) - gsm -computer (+ randapparatuur) / 3 (afschrijvingover drie jaar) - internet (aansluiting + abonnement) -kantoormeubilair / 10 (afschrijving over tien jaar) - kantoorbenodigdheden (o.a. verzendkosten, fotokopieën ) -vakliteratuur en benodigdheden, documentatie (informatiedragers) - intresten (van leningen voor kantoormateriaal) - belasting (voor exploitatie van een bedrijfsgebouw) - andere - huur van een tweede verblijf nabij het werk 21 x % 20 x % 20 x % 20 x % 20 x % 20 + TOTAAL ONROEREND GOED EN KANTOOR (D) DIVERSE - bezoldigingen (+ sociale lasten), commissielonen en erelonen 22 - sociale bijdragen (bv. bijberoep alszelfstandige) 23 -verzekering gewaarborgd inkomen - cursus- en opleidingskosten 24 - studiereizen, buitenlandse congressen en seminaries 25 -representatiekosten: - restaurantkosten - receptiekosten - relatiegeschenken -reclameartikelen en sponsoringuitgaven - specifieke beroepskledij 26 -vakbondsbijdragen - bijdragen aan beroepsverenigingen, interprofessionele organisaties (bv. UNIZO) en serviceclubs 27 - andere x 69% = x 50% = x 50% = + TOTAAL DIVERSE + (E) AFTREKBARE BEROEPSKOSTEN: C + D + E 1 Eigen wagen (personenauto, auto voor dubbel gebruik en minibus, en hiermee gelijkgestelde lichte vrachtauto) = - wagen waarvan de belastingplichtige eigenaar is; - wagen die op naam van de belastingplichtige is ingeschreven (bij de DIV); - wagen die door de belastingplichtige duurzaam wordt gehuurd of geleasd; - bedrijfswagen gebruikt door de belastingsplichtige (let op: bij bewijs van de kosten woon-werkverkeer (0,15 euro/km) worden die kosten beperkt tot het bedrag van het voordeel van alle! aard, vóór aftrek van de persoonlijke bijdrage). 2 in principe twee per dag. Als s middags in de woonplaats de maaltijd wordt genomen, mogelijk vier. Woon-werkverkeer is niet beperkt tot het binnenland. 3 Totaal aantal km, privé-verplaatsingen inbegrepen. 4 Ander vervoermiddel = openbaar vervoer (trein, tram, bus ), moto, (motor)fiets, carpooling,tevoet, wagen van een derde, taxi en de eigenlijke lichte vrachtauto. 5 Bv. prijs van een abonnement op het openbaar vervoer,vergoeding die carpooler aan bestuurder van wagen betaalt (tegen 75%), de werkelijke kosten (afschrijving, onderhoud,verzekering ) van een motorfiets. De aftrek van werkelijke beroepskosten en van het forfait van 15 of 22 eurocent kan voor éénzelfde woon-werktraject NIET met elkaar worden gecombineerd. Het is bijgevolg niet toegestaan om voor het eerste deel van het woon-werktraject (bv. afgelegd met de moto) de werkelijke kosten in te brengen en voor het tweede deel van het traject (bv. met de trein) een beroep te doen op het km-forfait van 15 eurocent. 6 Personenauto, auto voor dubbel gebruik, minibus en met personenwagen gelijkgestelde lichte vrachtwagen. 7 Steeds lineair; meestal vijf jaar, maar kortere of langere afschrijvingstermijn mogelijk naargelang van de gebruiksduur; inclusief volledige bedrag van de btw voor niet-btw-plichtige. 8 Grotere herstellingswerken worden afgeschreven. 9 Verschil tussen de nettoverkoopprijs en de fiscale waarde (= aankoopprijs min afschrijvingen) geeft aanleiding tot een meerwaarde (indien het verschil positief is) of een minderwaarde (indien het verschil negatief is).voor werknemers en bedrijfsleiders is de meerwaarde NIET belastbaar, de minderwaarde blijft aftrekbaar. De minderwaarde met betrekking tot het gedeelte woon- werkverkeer met de auto is steeds begrepen in het forfait van 0,15 euro/km. 10 Voor inkomstenjaar 2014 bedraagt de gemiddelde brandstofprijs per liter, inclusief btw: 0,5963 euro (LPG); 1,4158 euro (diesel); 1,6440 euro (super 98 - eerste semester 2014) en 1,6153 euro (super 98 - tweede semester 2014); 1,5959 euro (super 95 - eerste semester 2014) en 1,5659 euro (super 95 - tweede semester 2014). 11 Gemiddeld verbruik: aantal liter per 100 km. 12 Percentage beroepsgebruik =totaal aantal km andere beroepsverplaatsingen per jaar / totaal aantal km per jaar (incl. privé) x Degressieve afschrijving mogelijk. 14 Percentage beroepsgebruik = totaal aantal km (andere) beroepsverplaatsingen per jaar /totaal aantal km per jaar (incl. privé) x Geen afschrijving van grond(waarde). De bijkomende kosten bij aankoop van een terrein, waarop een gebouw is gevestigd dat beroepshalve wordt gebruikt, zijn aftrekbare beroepskosten. 16 Aankoopprijs of facturen, inclusief bijkomende kosten zoals registratierechten, btw, erelonen notaris en architect, expertise,opmeting 17 Afschrijvingstermijn is 33 jaar voor woning of kantoorgebouw. Nijverheidsgebouwen (met productieactiviteit) worden afgeschreven over 20 jaar. Voor zonnepanelen wordt een afschrijvingstermijn van 20 jaar aanvaard. 18 Indien beroepsgebruik toegelaten en niet verboden is in de huurovereenkomst.zoniet kan de verhuurder de meerbelasting op de ontvangen huur verhalen op de huurder. 19 Percentage beroepsgebruik woning: oppervlaktecriterium (gemeenschappelijke ruimten zoals gang, hal, overloop,toilet mogen mee in rekening worden gebracht wanneer beroepshalve in gebouw cliënten, collega s, zakenrelaties worden ontvangen); individueel akkoord met belastingambtenaar mogelijk. 20 Percentage beroepsgebruik, individueel akkoord met belastingambtenaar mogelijk. 21 Wordt enkel aanvaard wanneer de belastingplichtige op die manier een lange en moeilijke dagelijkse pendel vermijdt of wanneer dewerkgever de belastingplichtige verplicht in de nabijheid van het werk te wonen. Opgelet: huurinkomsten vanverhuurder worden zwaarder belast! (zie ook voetnoot 18). 22 Bezoldigingen, commissielonen en erelonen betaald aan een jobstudent, de meewerkende echtgenoot, een gezinslid, een boekhouder,enz. De kosten voor fiscaal advies betaald aan boekhouder, belastingconsulent of advocaat voor het aangeven van beroepsinkomsten of het bewijzen van de beroepskosten zijn volgens een inmiddels vaste cassatierechtspraak eveneens aftrekbaar als beroepskosten. 23 Is bijvoorbeeld aftrekbaar: de bijdrage voor een aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ). 24 De kosten moeten in het verlengde liggen van de huidige beroepsactiviteit: ter vervolmaking van het actuele beroep of voor hetverkrijgen van promotie. Opleidings- of studiekosten om toegang te krijgen tot een nieuwe job zijn niet aftrekbaar. 25 Opgelet: geen plezierreizen! Gedeelte van kosten m.b.t. toeristische en gastronomische gebeurtenissen worden verworpen. Kosten van meereizende partner steeds integraal verworpen (of belast als voordeel van alle aard). 26 De aftrek van gewone kledij of stadskledij wordt verworpen. 27 Bijdragen aan serviceclubs (bv. Rotary) kunnen slechts gedeeltelijk aftrekbaar zijn voorzover zeverband houden met het beroep en gedaan zijn om belastbare inkomstenteverkrijgen of te behouden. 28 Bij gemengd gebruik van het onroerend goed (deels privé, deels beroep) mag de lening worden geacht bij voorrang het beroepsgedeelte te financieren. c Jef Wellens

20 20 BELASTINGAANGIFTE 2015 DE STANDAARD BELASTINGVERMINDERINGEN Betalen om te besparen In de aangifte vinden we naast de uitgaven voor een woning nog andere uitgaven terug die recht geven op een fiscaal voordeel. We overlopen de belangrijkste. De vakken X en XI van de aangifte verzamelen alle uitgaven die een belastingvermindering of een belastingkrediet opleveren. Een belastingkrediet krijgt u in principe ook als er geen belasting verschuldigd is. Giften (Rubriek A van vak X) Giften betaald in 2014 aan erkende instellingen geven recht op een belastingvermindering tegen 45 procent, waardoor u 45 procent van het geschonken bedrag via de aangifte recupereert. U moet minimum 40 euro schenken per instelling. Dat minimumbedrag kan met meer dan één storting in de loop van het jaar worden bereikt. U moet de gift rechtstreeks betalen aan de instelling, dus niet via een tussenpersoon. Ook giften betaald aan instellingen van andere Europese lidstaten komen in aanmerking voor belastingvermindering. Deze belastingvermindering blijft na de zesde staatshervorming verder toegekend door de federale overheid. Kinderoppaskosten (Rubriek B van vak X) Ook voor deze oppaskosten bedraagt de belastingvermindering 45 procent. Voor die belastingvermindering mag het kind wel niet ouder zijn dan 12 jaar, of 18 jaar als het zwaar gehandicapt is. Niet alleen de gebruikelijke kinderoppaskosten betaald aan onthaalouders en crèches, maar ook oppaskosten betaald aan scholen, voor opvang buiten de normale lesuren en aan opvangvoorzieningen verbonden aan de school geven recht op belastingvermindering. Idem voor de betalingen aan opvanginstellingen die erkend of gecontroleerd worden door de gemeente of door andere lokale of regionale overheden. Zo komen dus ook in aanmerking: de betalingen voor opvang voor en na de schooluren, inclusief opvang tijdens de middagpauze, internaat, opvang tijdens weekends en vakanties. Denk aan vakantiekampen, jeugdbeweging, speelpleinwerking, sport en taalkampen enzovoort. U moet de aftrek in de aangifte wel beperken tot 11,20 euro per dag en per kind. Maaltijd en materiaalkosten komen niet in aanmerking voor belastingvermindering indien die afzonderlijk worden aangerekend. Hetzelfde geldt voor de betalingen aan commerciële ondernemingen als speeltuinen. Kunnen evenmin in de aangifte worden ingebracht: de gewone lidgelden van jeugdbeweging of sportverenigingen. Bijkomende betalingen voor extra stages, lessen of activiteiten daarentegen wel. In principe moet u de uitgave staven met een attest van de school of opvanginstelling. Maar een attest is geen absolute vereiste. U kunt de uitgave ook aantonen met een rekeninguittreksel van de bank. Deze belastingvermindering blijft verder toegekend door de federale overheid. Pensioensparen (Rubriek E van vak X) Dit is de meest populaire vorm van fiscaal vriendelijke pensioenopbouw. De storting bij een bank of een verzekeraar geeft recht op de belastingvermindering voor het langetermijnsparen. Die vermindering bedraagt 30 procent van de uitgave. De belastingvermindering voor pensioensparen is voor betalingen in 2014 geplafonneerd op 30 procent van 940 euro per persoon. Van die storting recupereert u dus 282 euro. U ziet uw geld ten vroegste terug bij uw pensionering. En later betaalt u 8 procent belasting op het gespaarde pensioenkapitaal. De andere vorm van fiscaalvriendelijk sparen, langetermijnsparen via een individuele levensverzekering (rubriek C.5.b van vak IX) oogt op het eerste gezicht aantrekkelijker door zijn hogere maximumbijdrage van euro, maar de belastingbesparing is lang niet zeker. De belastingvermindering (ook 30 procent) is immers niet cumuleerbaar met de belastingvoordelen voor een hypothecaire lening. Pensioensparen is dat wel. Zowel de belastingvermindering voor pensioensparen als voor het aanvullend pensioen via individuele levensverzekering blijven toegekend door de federale overheid. PENSIOENSPAREN WAS HET NU 940 OF 950? Rond de aangifte van de bijdrage voor pensioensparen is er dit jaar veel verwarring. Tegen het einde van 2014 besliste de federale regering om een indexterugsprong toe te passen waardoor de maximumbijdrage voor pensioensparen met recht op belastingvermindering werd teruggeschroefd van 950 euro naar 940 euro. De meeste spaarders hadden echter in de loop van 2014 al een bijdrage van 950 euro gestort. De banken en verzekeraars mochten die 950 euro ook aanvaarden, maar er wordt nu slechts belastingvermindering verleend op 940 euro. Uit de officiële toelichting bij de aangifte blijkt dat u slechts 940 euro en niet de volledige 950 euro in de aangifte mag vermelden. Het in uw aangifte te vermelden bedrag mag niet meer bedragen dan 940 euro, staat er letterlijk. Dat is ook logisch, want via een wettelijke fictie heeft de wetgever het zo geregeld dat het saldo van 10 euro te veel gestorte bijdrage wordt beschouwd als een betaling die in 2015 is gedaan, ook al werd dat bedrag effectief in 2014 gestort. De meeste banken en verzekeraars vermelden echter op hun attesten het werkelijk betaalde bedrag van 950 euro en niet het bedrag van 940 euro dat wettelijk geacht is betaald te zijn in De richtlijnen van de fiscus indachtig, mag u in principe slechts een bedrag van 940 euro in de belastingaangifte vermelden en moet u dus zelf de 10 euro die wettelijk geacht wordt betaald te zijn in 2015, samen met de maximumbetaling van 930 euro die u effectief nog kunt betalen met fiscaal voordeel in 2015, aangeven in de aangifte van volgend jaar. Maar we stellen vast dat Tax on web de eigen fiscale richtlijnen aan zijn laars lapt. Geeft u in de Tax on webaangifte 950 euro aan, dan aanvaardt de applicatie de volledige betaling, maar kent ze een belastingvermindering toe op slechts 940 euro. Onderaan de (voorlopige) belastingberekening vermeldt Tax on web 10 euro als eenmalige overdracht betalingen voor pensioensparen te vermelden in de aangifte van Ondanks de verplichting het aan te geven bedrag te beperken tot 940 euro kunt u in de tax on web aangifte dus toch 950 euro vermelden, waarvan dan 10 euro als over te dragen betaling zal worden vermeld in de belastingafrekening die u later dit jaar of volgend voorjaar zult ontvangen.

De woningfiscaliteit grondig door elkaar geschud. 1. Alleen de gewesten zijn nog bevoegd voor de eigen woning... 2

De woningfiscaliteit grondig door elkaar geschud. 1. Alleen de gewesten zijn nog bevoegd voor de eigen woning... 2 Inhoudstafel DEEL I. De woningfiscaliteit grondig door elkaar geschud 1. Alleen de gewesten zijn nog bevoegd voor de eigen woning........... 2 1.1. De woningfiscaliteit is slechts gedeeltelijk geregionaliseerd.................

Nadere informatie

Regionalisering woonfiscaliteit

Regionalisering woonfiscaliteit Regionalisering woonfiscaliteit Fiscale voordelen voor het verwerven of behouden van een eigen woning zijn sinds 2014 een regionale aangelegenheid. Voor alle andere woningen blijven de federale gunstregimes

Nadere informatie

Fiscale aspecten van woningkredieten na de zesde staatshervorming. Luc De Greef

Fiscale aspecten van woningkredieten na de zesde staatshervorming. Luc De Greef Fiscale aspecten van woningkredieten na de zesde staatshervorming Luc De Greef 1. Algemeen Bijzondere financieringswet van 6 januari 2014 (B.S. 31.1.2014) kader waarbinnen de 3 gewesten en de federale

Nadere informatie

WEBINAR Aangifte 2016

WEBINAR Aangifte 2016 WEBINAR Aangifte 2016 18 mei 2016 Aangiftetermijnen Papier TOW 30 juni (do) 13 juli (wo) TOW mandataris 27 oktober (do) taalgebruik in aangifte met betrekking tot (m.b.t.) als kunnen worden beschouwd overeenkomstig

Nadere informatie

Deel 1 - Bijzondere fiscale aftrek eigen woning (de zgn. woonbonus) als u leent voor uw verbouwing. 2. Voorwaarden waaraan de lening moet voldoen

Deel 1 - Bijzondere fiscale aftrek eigen woning (de zgn. woonbonus) als u leent voor uw verbouwing. 2. Voorwaarden waaraan de lening moet voldoen Deel 1 - Bijzondere fiscale aftrek eigen woning (de zgn. woonbonus) als u leent voor uw verbouwing 1. Voor wie? 2. Voorwaarden waaraan de lening moet voldoen 2.1. Een lening gesloten vanaf 1 januari 2005...5

Nadere informatie

Fiscaliteit van het hypothecair krediet

Fiscaliteit van het hypothecair krediet Fiscaliteit van het hypothecair krediet @# Inleiding DE AANKOOP, HET BOUWEN OF VERBOUWEN VAN EEN ONROEREND GOED FINANCIEREN MET EEN HYPOTHECAIR KREDIET LEVERT U IN HET ALGEMEEN EEN MOOIE BELASTINGBESPARING

Nadere informatie

9.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf

9.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf 1 9.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf De gelijktijdige combinatie tijdens hetzelfde jaar en bij dezelfde belastingplichtige van enerzijds de aftrek voor enige eigen woning en anderzijds de belastingvermindering

Nadere informatie

8.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf

8.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf 1 8.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf De gelijktijdige combinatie tijdens hetzelfde jaar en bij dezelfde belastingplichtige van enerzijds de aftrek voor enige eigen woning en anderzijds de belastingvermindering

Nadere informatie

1.2. Aankoop door de vennootschap

1.2. Aankoop door de vennootschap 1.2. Aankoop door de vennootschap 1.2.1. Registratierechten Net zoals uzelf moet uw vennootschap in principe ook registratierechten betalen op de aankoop van het gebouw dat als gezinswoning zal dienen.

Nadere informatie

Toelichting bij de aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2010, inkomstenjaar 2009

Toelichting bij de aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2010, inkomstenjaar 2009 Toelichting bij de aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2010, inkomstenjaar 2009 Vak VIII Intresten en kapitaalaflossingen van leningen en premies van individuele levensverzekeringen die recht

Nadere informatie

TROUWEN OF SAMENWONEN? Geachte heer / mevrouw,

TROUWEN OF SAMENWONEN? Geachte heer / mevrouw, TROUWEN OF SAMENWONEN? Geachte heer / mevrouw, De laatste jaren zijn de diverse wetgevers in dit land druk doende geweest met regelgeving teneinde de rechten en de plichten van gehuwden en (wettelijk)

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur FOD Financiën Onderwerp 19 vragen en antwoorden omtrent de fiscale aftrek voor de enige eigen woning Datum februari 2005 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit

Nadere informatie

DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN 1-32

DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN 1-32 INHOUD DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN 1-32 1 Een koppel huurt een woning. Ze gaan verhuizen naar een nieuw aangekochte woning die nog verbouwd wordt 3-9 2 Een koppel huurt een woning. Ze gaan verhuizen

Nadere informatie

DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN... 17

DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN... 17 Inhoud DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN... 17 1 Case 1: Een koppel huurt een woning. Ze gaan verhuizen naar een nieuw aangekochte woning die nog verbouwd wordt... 17 1.1 Geval A: het betreft een feitelijk

Nadere informatie

Indexering aj. 2016 aj. 2017

Indexering aj. 2016 aj. 2017 Van Belleghem Kluwer Opleidingen voor Bank Verzekering Accountancy Lieven Van Belleghem Indexering aj. 2016 aj. 2017 Indexcoëfficiënt belastingvrije som en bestaansmiddelen = aj.2016 = 1,7321 / aj.2017

Nadere informatie

De aangifte in de personenbelasting inkomsten 2008

De aangifte in de personenbelasting inkomsten 2008 Rubriek fiscaliteit De aangifte in de personenbelasting inkomsten 2008 Het aangifteformulier heeft een nieuw uitzicht dit jaar. De belastingplichtige die nog gebruikt maakt van het papieren formulier,

Nadere informatie

Vak III. inkomsten van onroerende goederen. uitgangspunt bij de belastbare grondslag. België. Kadastraal Inkomen. Brutohuur. Buitenland.

Vak III. inkomsten van onroerende goederen. uitgangspunt bij de belastbare grondslag. België. Kadastraal Inkomen. Brutohuur. Buitenland. uitgangspunt bij de belastbare grondslag Vak III België Kadastraal Inkomen Brutohuur Buitenland inkomsten van onroerende goederen Brutohuur Brutohuurwaarde Hoe wordt het kadastraal inkomen betekend? Elk

Nadere informatie

Deel 1 - Waarom zou een vennootschap hiervoor interessant kunnen zijn?

Deel 1 - Waarom zou een vennootschap hiervoor interessant kunnen zijn? Inhoudstafel Voorwoord... 1 Deel 1 - Waarom zou een vennootschap hiervoor interessant kunnen zijn? 1. Belastingen besparen?.... 5 1.1. Alle kosten van onroerende goederen in principe aftrekbaar... 5 1.1.1.

Nadere informatie

De nieuwe aangifte aanslagjaar 2015

De nieuwe aangifte aanslagjaar 2015 De nieuwe aangifte aanslagjaar 2015 Fiscale Wenken nr. 2015/19 Personenbelasting Wenst u meer info over dit onderwerp? Contacteer ons vrijblijvend via contact@vdl.be. Op 10 april 2015 werd het nieuwe formulier

Nadere informatie

Met huidig bericht wordt enkel ingegaan op een aantal praktische vragen die voor dergelijke, in 2014 gesloten leningen, worden gesteld.

Met huidig bericht wordt enkel ingegaan op een aantal praktische vragen die voor dergelijke, in 2014 gesloten leningen, worden gesteld. Verduidelijkingen omtrent de voorwaarden waaraan in 2014 gesloten leningen moeten voldoen, om in aanmerking te kunnen komen voor de gewestelijke belastingvermindering voor enige woning (woonbonus) Vanaf

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2011 (aangifte 2012) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2011 (aangifte 2012) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Energiebesparende uitgaven Groene lening Inkomsten 2011 (aangifte 2012) L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Milieuvriendelijke belastingen De laatste jaren

Nadere informatie

INHOUD. Huwelijk en fiscus

INHOUD. Huwelijk en fiscus Hoofdstuk 1. De periode voorafgaandelijk aan het huwelijk......... 1 Sectie 1. Het samenwonen van de toekomstige echtgenoten... 3 A. het vertrek uit de ouderlijke woonst... 3 B. Betaling van een onderhoudbijdrage....

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening

Energiebesparende uitgaven Groene lening JAAR 2013 (AANSLAGJAAR 2014): a. Belastingvermindering voor uitgaven = overdracht van het vorige jaar: Saldo vorig jaar: 190 Maximumbedrag van de vermindering is niet bereikt: 3 810 Geen saldo meer b.

Nadere informatie

Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst PB Personenbelasting

Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst PB Personenbelasting Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst PB Personenbelasting Circulaire AAFisc Nr. 6/2015 (nr. Ci.RH.331/633.998) dd. 03.02.2015 Personenbelasting Bijzondere

Nadere informatie

Datum laatste aanpassing: 29/02/2016

Datum laatste aanpassing: 29/02/2016 Grensbedragen hypothecaire en Eerste schijf voor de berekening van het voor vermindering in aanmerking komende bedrag van levensverzekeringspremies en kapitaalsaflossingen Federaal Vlaams Gewest Waals

Nadere informatie

3 FISCALE ASPECTEN VAN HET VRUCHTGEBRUIK

3 FISCALE ASPECTEN VAN HET VRUCHTGEBRUIK 3 FISCALE ASPECTEN VAN HET VRUCHTGEBRUIK 3.1 Vruchtgebruik op vlak van vennootschapsbelasting 3.1.1 Afschrijven Een KMO heeft de keuze tussen 3 onderstaande methodes. De notariskosten en registratierechten

Nadere informatie

Opdat u het niet zou vergeten, wordt u eraan herinnerd in uw

Opdat u het niet zou vergeten, wordt u eraan herinnerd in uw Meld uw buitenlandse rekening aan het Centraal Aanspreekpunt Al jaren moet u in uw belastingaangifte kenbaar maken of u een buitenlandse rekening bezit. Dit jaar moet u ook extra informatie over die rekening

Nadere informatie

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Energiebesparende uitgaven Groene lening Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Milieuvriendelijke belastingen De laatste jaren

Nadere informatie

FAQ - TAX REFORM. 1. Hoe weet men of de drempel van de 20.020 aan roerende inkomsten overschreden wordt?

FAQ - TAX REFORM. 1. Hoe weet men of de drempel van de 20.020 aan roerende inkomsten overschreden wordt? FAQ - TAX REFORM 1. Hoe weet men of de drempel van de 20.020 aan roerende inkomsten overschreden wordt? Hiervoor moet men in twee stappen te werk gaan. In eerste instantie moeten de intresten op «staatsbons

Nadere informatie

Aangifte PB 2015. Persconferentie. Johan Van Overtveldt. 28 april 2015 North Galaxy. Minister van Financiën

Aangifte PB 2015. Persconferentie. Johan Van Overtveldt. 28 april 2015 North Galaxy. Minister van Financiën Aangifte PB 2015 Persconferentie Johan Van Overtveldt Minister van Financiën 28 april 2015 North Galaxy 1 Agenda Indienen van de aangifte De aangifte 2015 Nieuwe berekening van de belastingen Bedrag pensioensparen

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Paul Van Eesbeeck Luc Vereycken Onderwerp De nieuwe vastgoedfiscaliteit anno 2005. Quid mede-eigendom echtgenoten? Datum april 2005 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud

Nadere informatie

WEGWIJS. in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed. DEPARTEMENTp FINANCIËN & BEGROTING

WEGWIJS. in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed. DEPARTEMENTp FINANCIËN & BEGROTING WEGWIJS in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed DEPARTEMENTp FINANCIËN & BEGROTING WEGWIJS in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed COLOFON Brochure Wegwijs in de Vlaamse personenbelasting

Nadere informatie

CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan 15 1860 Meise

CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan 15 1860 Meise Federale Overheidsdienst FINANCIEN Afz.: Ontvangkantoor Londerzeel Stationsstraat 90 B 2 1840 Londerzeel Algemene administratie van de FISCALITEIT CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan

Nadere informatie

Aangifte. Aangifte. Aangifte 2009-04-30. Aangifte Personenbelasting AJ 2009 Zwevegem 24 / 25 / 29 april 2009

Aangifte. Aangifte. Aangifte 2009-04-30. Aangifte Personenbelasting AJ 2009 Zwevegem 24 / 25 / 29 april 2009 mogelijkheden tot indiening van de aangifte Evelyn Decruyenaere Personenbelasting AJ 2009 Zwevegem 24 / 25 / 29 april 2009 Papieren aangifte TOW wijzigingen nieuw aangifteformulier code bestaat nu uit

Nadere informatie

De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen

De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen De fiscale begrotingsmaatregelen van de regering Di Rupo I: invloed op uw beleggingen Eind 2011 werd het begrotingsakkoord door de regering Di Rupo goedgekeurd. Een aantal van deze maatregelen hebben rechtstreeks

Nadere informatie

woonkrediet Vaste formule 10, 15, 20, 25 of 30 jaar

woonkrediet Vaste formule 10, 15, 20, 25 of 30 jaar woonkrediet ALGEMEENHEDEN Doelgroep : fysieke personen vrije beroepen onder vennootschap (associaties van notarissen, tandartspraktijken, ) managementvennootschappen patrimoniumvennootschappen zelfstandigen

Nadere informatie

Belastingvermindering voor dakisolatie. Inkomsten 2012 (aangifte 2013) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Belastingvermindering voor dakisolatie. Inkomsten 2012 (aangifte 2013) Federale Overheidsdienst FINANCIEN L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Belastingvermindering voor dakisolatie Inkomsten 2012 (aangifte 2013) Federale Overheidsdienst FINANCIEN Voor wie? Om aanspraak te kunnen maken op een belastingvermindering

Nadere informatie

Tarieven personenbelasting

Tarieven personenbelasting Tarieven personenbelasting Gezamenlijk belastbaar inkomen INKOMSTENSCHIJF BELASTING OP VORIGE INK13 AJ14 0,00 8 590,00 25 % 8 590,00 12 220,00 30 % 2 147,50 12 220,00 20 370,00 40 % 3 236,50 20 370,00

Nadere informatie

WEGWIJS. in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed DEPARTEMENT FINANCIËN & BEGROTING

WEGWIJS. in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed DEPARTEMENT FINANCIËN & BEGROTING WEGWIJS in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed DEPARTEMENT FINANCIËN & p BEGROTING WEGWIJS in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed COLOFON Brochure Wegwijs in de Vlaamse personenbelasting

Nadere informatie

exclusief Registratierecht

exclusief Registratierecht Belasting op uw tweede verblijf 4 Droomt u ook van een chalet in de Ardennen om er gedurende de zomermaanden samen met uw kinderen uw vakantie door te brengen? Of denkt u eraan om een appartementje aan

Nadere informatie

Deel 1 - Belastingvermindering voor de enige en eigen woning (de zgn. woonbonus) als u gaat lenen voor uw verbouwing

Deel 1 - Belastingvermindering voor de enige en eigen woning (de zgn. woonbonus) als u gaat lenen voor uw verbouwing Inhoudstafel Deel 1 - Belastingvermindering voor de enige en eigen woning (de zgn. woonbonus) als u gaat lenen voor uw verbouwing 1. Voor wie?... 3 2. Voorwaarden waaraan de lening moet voldoen........

Nadere informatie

3.163,01 BE6256789123 GKCC BEBB

3.163,01 BE6256789123 GKCC BEBB Federale Overheidsdienst FINANCIEN Algemene administratie van de FISCALITEIT Terugzendadres voor de Post: ONTVANGK. AALST VLAANDERENSTRAAT 9300 AALST DELLAERT Kristof FELS Ellen Stationsstraat 5 9300 Aalst

Nadere informatie

Toelichting bij het jaaroverzicht van dividenden en interesten

Toelichting bij het jaaroverzicht van dividenden en interesten Toelichting bij het jaaroverzicht van dividenden en interesten U ontvangt/ontving in de loop van de maand april/mei van KBC een jaaroverzicht van dividenden en interesten, eventueel samen met de eigenlijke

Nadere informatie

FAQ belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van een woning tegen diefstal of brand

FAQ belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van een woning tegen diefstal of brand FAQ belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van een woning tegen diefstal of brand Wie kan aanspraak maken op deze belastingvermindering? Om aanspraak te maken op deze belastingvermindering

Nadere informatie

Air bnb. Voorbeelden uit de praktijk

Air bnb. Voorbeelden uit de praktijk Air bnb Voorbeelden uit de praktijk Disclaimer Deze brochure werd voorbereid door Ernst & Young Tax Consultants CVBA (EY) op vraag van Airbnb. Deze brochure is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden

Nadere informatie

Studentenarbeid. Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2013 en 2014 -

Studentenarbeid. Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2013 en 2014 - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Studentenarbeid Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2013 en 2014 - Ik heb gewerkt als student.

Nadere informatie

hoofdstuk 9 Belastingen

hoofdstuk 9 Belastingen hoofdstuk 9 189 Inleiding Een volgend thema waarop de keuze van samenlevingsvorm een invloed heeft, zijn de belastingen. Of men kiest om te huwen, wettelijk of feitelijk samen te wonen kan gevolgen hebben

Nadere informatie

Studentenarbeid. Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2011 en 2012 -

Studentenarbeid. Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2011 en 2012 - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN Studentenarbeid Weerslag op de belastingtoestand van de student en die van zijn ouders - Inkomstenjaren 2011 en 2012 - Ik heb gewerkt als student.

Nadere informatie

Wolters Kluwer Belgium

Wolters Kluwer Belgium Inhoudstafel 1. OPEENVOLGENDE FISCALE HYPOTHECAIRE WOONREGIMES IN DE TIJD... 8 1.1 Fiscaliteit vóór 1 januari 1989... 8 1.1.1 Op welke hypothecaire kredieten heeft deze fiscaliteit betrekking?... 8 1.2

Nadere informatie

hoofdstuk 8 Lenen Lenen 167

hoofdstuk 8 Lenen Lenen 167 hoofdstuk 8 167 Inleiding Iemand die een woning koopt, bouwt of verbouwt doet voor de financiering ervan meestal een beroep op een hypothecaire lening. Dankzij de hypothecaire lening beschikt men over

Nadere informatie

FORMULIER TOT MEDEDELING VAN REKENINGEN IN HET BUITENLAND AAN HET CENTRAAL AANSPREEKPUNT. Verklarende nota

FORMULIER TOT MEDEDELING VAN REKENINGEN IN HET BUITENLAND AAN HET CENTRAAL AANSPREEKPUNT. Verklarende nota FORMULIER TOT MEDEDELING VAN REKENINGEN IN HET BUITENLAND AAN HET CENTRAAL AANSPREEKPUNT Verklarende nota Het «Centraal aanspreekpunt» (CAP) is een geïnformatiseerde -databank die door de Nationale Bank

Nadere informatie

Dries Wouters Docent Ergo Life en Brokers Training Mede-auteur Belasting- en Beleggingsgids 2014. KVK, dinsdag 21 oktober 2014

Dries Wouters Docent Ergo Life en Brokers Training Mede-auteur Belasting- en Beleggingsgids 2014. KVK, dinsdag 21 oktober 2014 De fiscus in uw leven Dries Wouters Docent Ergo Life en Brokers Training Mede-auteur Belasting- en Beleggingsgids 2014 KVK, dinsdag 21 oktober 2014 1 Vragen en antwoorden Wat is de weerslag van een vakantiejob

Nadere informatie

Verklarende nota BELANGRIJK :

Verklarende nota BELANGRIJK : WIJZIGINGSFORMULIEREN (AFSLUITING, DECUMUL, VERBETERING VAN DE GEGEVENS, SCHRAPPING) VOOR EEN REEDS AAN HET CENTRAAL AANSPREEKPUNT (CAP) MEDEGEDEELDE REKENING Verklarende nota Deze verklarende nota geeft

Nadere informatie

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt

1. Inleiding. 2. Uitgangspunt 1. Inleiding In het geval u overweegt een vakantiewoning aan te kopen gelegen in Parc Les Etoiles wilt u wellicht meer weten over de mogelijke gevolgen voor de belastingheffing met betrekking tot de aankoop

Nadere informatie

FLEXIBEL PENSION SAVING MET HOME -CLAUSULE

FLEXIBEL PENSION SAVING MET HOME -CLAUSULE FLEXIBEL PENSION SAVING MET HOME -CLAUSULE april 2010 Nu voordelig sparen voor uw toekomst! Voor wie is Flexibel Pension Saving met Home -clausule bestemd? Fidea richt zich met dit product (*) specifiek

Nadere informatie

DE SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHTEN: OFFICIËLE TARIEVEN

DE SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHTEN: OFFICIËLE TARIEVEN DE SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHTEN: OFFICIËLE TRIEVEN De successie- en schenkingsrechten verschillen per gewest.. DE SUCCESSIERECHTEN EN DE SCHENKINGSRECHTEN IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 1. SUCCESSIERECHTEN

Nadere informatie

1. (Een gewone) hand- en/of bankgift

1. (Een gewone) hand- en/of bankgift 1. (Een gewone) hand- en/of bankgift 1.1. WAT HOUDT ZO N HAND- OF BANKGIFT PRECIES IN? 1.1.1. Schenken zonder schenkingsrechten! Schenking is in principe notarieel. Dat is in ieder geval het basisprincipe

Nadere informatie

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2015

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2015 Indexatie Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2015 Hierna vindt u een overzicht van de geïndexeerde plafonds die op het gebied van de inkomstenbelastingen voor het aan

Nadere informatie

fiscale aspecten van de levensverzekering

fiscale aspecten van de levensverzekering fiscale aspecten van de levensverzekering Meer dan verzekerd Baloise Group FISCALE ASPECTEN VAN DE INDIVIDUELE LEVENSVERZEKERING Recht op belastingvermindering De premies van een individuele levensverzekering

Nadere informatie

HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONENDEN FEITELIJK SAMENWONENDEN

HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONENDEN FEITELIJK SAMENWONENDEN Wie: 2 ongehuwde personen die minstens 18 jaar zijn en geen dichte verwantschap hebben 2 ongehuwde personen die minimum 18 jaar zijn en bekwaam zijn om een contract af te sluiten contract ook enkel mogelijk

Nadere informatie

Gelieve de volledige lijst te doorlopen en fiches toe te voegen waar nodig

Gelieve de volledige lijst te doorlopen en fiches toe te voegen waar nodig Checklist aangifte personenbelasting aanslagjaar 2015 - inkomstenjaar 2014 Gelieve de volledige lijst te doorlopen en fiches toe te voegen waar nodig DEEL 1 Bijlagen: I ingevulde checklist aangifte personenbelasting

Nadere informatie

Onroerende voorheffing

Onroerende voorheffing Onroerende voorheffing Thematische informatiebrochure. Reeks Huisvesting nr. 2 Inhoud/Lay-out : Gemeentelijke informatiedienst, tel. 059/33.91.94, fax 059/33.00.36 e-mail : infodienst@bredene.be Voorwoord

Nadere informatie

Wie wil gaan samenwonen heeft twee keuzes: feitelijk of wettelijk samenwonen.

Wie wil gaan samenwonen heeft twee keuzes: feitelijk of wettelijk samenwonen. Wie wil gaan samenwonen kan er voor kiezen louter feitelijk samen te wonen, dan wel wettelijk te gaan samenwonen. De keuze die men daarbij maakt, heeft heel wat juridische en fiscale gevolgen. Hoe zit

Nadere informatie

DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2016 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN

DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2016 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2016 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN 1. DERDE PIJLER Pensioensparen Langetermijnsparen 940 euro/jaar 2.260 euro/jaar Beperkt tot 15% op belastbaar beroepsinkomen tot 1.880

Nadere informatie

VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN

VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMENWONEN = verbintenis tussen 2 ongehuwde personen van verschillend of hetzelfde geslacht die een

Nadere informatie

Formulier 179.1.RW AANVRAAG OM VERMINDERING VAN DE ONROERENDE VOORHEFFING IN HET WAALSE GEWEST

Formulier 179.1.RW AANVRAAG OM VERMINDERING VAN DE ONROERENDE VOORHEFFING IN HET WAALSE GEWEST Formulier 179.1.RW AANVRAAG OM VERMINDERING VAN DE ONROERENDE VOORHEFFING IN HET WAALSE GEWEST VAK A. Algemene inlichtingen De onroerende voorheffing is een belasting die wordt berekend op basis van het

Nadere informatie

Nederland belastingparadijs voor uw 2 e en 1 e woning

Nederland belastingparadijs voor uw 2 e en 1 e woning Nederland belastingparadijs voor uw 2 e en 1 e woning Second Home juni 2015 - Antwerpen Maurice De Clercq - Niek Op den Kamp - Harjit Singh ESJ Accountants & Belastingadviseurs Agenda 1. Een tweede woning

Nadere informatie

Checklist aangifte personenbelasting inkomsten 2013- aanslagjaar 2014

Checklist aangifte personenbelasting inkomsten 2013- aanslagjaar 2014 Checklist aangifte personenbelasting inkomsten 2013- aanslagjaar 2014 Gelieve deze checklist te overlopen en in te vullen waar nodig en de nodige attesten bij te voegen. Deel 1 Bankrekeningnr. Indien verschillend

Nadere informatie

Om het socialezekerheidsstelsel van de zelfstandigen te financieren

Om het socialezekerheidsstelsel van de zelfstandigen te financieren Elke vennootschap die is onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting der niet-verblijfhouders, moet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Aan dat fonds moet ze uiterlijk

Nadere informatie

CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan 15 1860 Meise

CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan 15 1860 Meise Federale Overheidsdienst FINANCIEN Afz.: ONTVANGKANTOOR LONDERZEEL STATIONSSTRAAT 90/2 1840 LONDERZEEL Algemene administratie van de FISCALITEIT CONSCIENCE Hendrik BEERENS Martha Koning Albert II laan

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cazimir www.cazimir.be Onderwerp Vastgoed schenken kan vergiftigd geschenk worden Datum 17 november 2015 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten

Nadere informatie

De fiscus en uw woning GOED GEÏNFORMEERD

De fiscus en uw woning GOED GEÏNFORMEERD De fiscus en uw woning GOED GEÏNFORMEERD Inleiding Inhoud Het eigen huis geeft voor de meeste mensen de belangrijkste fiscale voordelen. Fiscale voordelen verbonden aan een hypothecair krediet Fiscale

Nadere informatie

Wijzigde uw (gezins)situatie in de loop van 2013? Ja Neen. Naam van de echtgeno(o)t(e) of van de wettelijk samenwonende 1

Wijzigde uw (gezins)situatie in de loop van 2013? Ja Neen. Naam van de echtgeno(o)t(e) of van de wettelijk samenwonende 1 A A N G I F T E I N D E P E R S O N E N B E L A S T I N G V E R T R O U W E L I J K D O S S I E R I N K O M S T E N J A A R 2 0 1 3 A A N S L A G J A A R 2 0 1 4 N A A M : D E Z E V R A G E N T L I J S

Nadere informatie

De fiscus en uw woning GOED GEÏNFORMEERD

De fiscus en uw woning GOED GEÏNFORMEERD De fiscus en uw woning GOED GEÏNFORMEERD Inhoud Fiscale voordelen verbonden aan een hypothecair krediet 4 Fiscale impact van het regime 'enige, eigen woning' 10 Fiscale voordelen voor de niet-enige en/of

Nadere informatie

Bijlagen bij de aangifte personenbelasting inkomsten 2010

Bijlagen bij de aangifte personenbelasting inkomsten 2010 Bijlagen bij de aangifte personenbelasting inkomsten 2010 Aan: CONSIUS Accountants & Belastingconsulenten BVBA Gen. Slingeneyerlaan 87-2100 Deurne info@consius.be Tel: 03/325.49.87 Fax: 03/326.12.94 Van:

Nadere informatie

TAX-ON-WEB & My Minfin

TAX-ON-WEB & My Minfin TAX-ON-WEB & My Minfin 2011 Algemeen Tax-on-web is een internet toepassing die toelaat de aangifte in de personenbelasting elektronisch en gemakkelijker in te dienen 3 gebruikers: De burger => Taxbox De

Nadere informatie

De fiscus en uw woning

De fiscus en uw woning De fiscus en uw woning Fintro. GAAT VER, BLIJFT DICHTBIJ. Inhoud Fiscale voordelen verbonden aan en hypothecaire krediet 4 Fiscale impact van het regime "enige, eigen woning" 8 Fiscale voordelen voor de

Nadere informatie

Zodra een onroerend goed in een vennootschap zit, kan het niet zonder fiscale kleerscheuren uit de vennootschap worden gehaald.

Zodra een onroerend goed in een vennootschap zit, kan het niet zonder fiscale kleerscheuren uit de vennootschap worden gehaald. TIPS EN ADVIES Nr 68 Vastgoed in een vennootschap: de goede jaren zijn voorbij Jarenlang adviseerden fiscale specialisten om woningen, gronden en bedrijfsgebouwen aan te kopen via een vennootschap. Maar

Nadere informatie

Hoe haalt u optimaal geld uit uw vennootschap? Deel 10. Deel 10. Gratis woning

Hoe haalt u optimaal geld uit uw vennootschap? Deel 10. Deel 10. Gratis woning Hoe haalt u optimaal geld uit uw vennootschap? Deel 10 Deel 10 Gratis woning Hoofdstuk 1: Begrip Wat w o r d t er bedoeld m e t een g r at i s w o n i n g? We hebben hier de situatie voor ogen waarbij

Nadere informatie

Aanslagjaar 2012/inkomsten 2011 De fiscaliteit van het hypothecaire woningkrediet

Aanslagjaar 2012/inkomsten 2011 De fiscaliteit van het hypothecaire woningkrediet Aanslagjaar 2012/inkomsten 2011 De fiscaliteit van het hypothecaire woningkrediet Hypothecair woningkrediet: de regeling voor de enige eigen woning (de woonbonus) Als u een woning koopt, bouwt of verbouwt

Nadere informatie

Nieuwsbrief 2014/4. Wat brengt het regeerakkoord?

Nieuwsbrief 2014/4. Wat brengt het regeerakkoord? Nieuwsbrief 2014/4 Wat brengt het regeerakkoord? Hierbij geef ik u een overzicht van de meest in het oog springende wijzigingen van de nieuwe regering. Let wel, sommige regelingen zijn nog niet definitief

Nadere informatie

Fiscale Studie Onroerend Goed België versus 10 andere Europese landen

Fiscale Studie Onroerend Goed België versus 10 andere Europese landen Fiscale Studie Onroerend Goed België versus 10 andere Europese landen Januari 2015 Inhoud Fiscaliteit van onroerend goed in België 3 Onroerend goed in België (schematisch voorgesteld) 4 Case study: België

Nadere informatie

DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2014 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN

DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2014 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2014 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN 1. DERDE PIJLER Pensioensparen Langetermijnsparen 950 euro/jaar 2.280 euro/jaar Beperkt tot 15% op belastbaar beroepsinkomen tot 1.900

Nadere informatie

Verwerven van onroerend goed : Fiscale aspecten

Verwerven van onroerend goed : Fiscale aspecten Verwerven van onroerend goed : Fiscale aspecten Dany De Decker 1 (c) 2012 Baker Tilly Belgium Inhoud Verwerving onroerend goed Bezit onroerend goed Successieplanning Verkoop 2 (c) 2012 Baker Tilly Belgium

Nadere informatie

Aanslagbiljet Personenbelasting en aanvullende belastingen

Aanslagbiljet Personenbelasting en aanvullende belastingen Federale Overheidsdienst FINANCIEN Algemene Administratie van de Fiscaliteit Afz.: ONTVANGK. EEKLO GARENSTRAAT 48 9900 EEKLO REYERS Auguste Reyerslaan 52 1043 Brussel Aanslagbiljet Personenbelasting en

Nadere informatie

Verwerping van steeds terugkerende

Verwerping van steeds terugkerende BIBF Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten INHOUD p. 1/ Verwerping van steeds terugkerende verliezen i.v.m. een zelfstandig bijberoep p. 5/ De woonfiscaliteit in de drie gewesten : een

Nadere informatie

PATRIMONIALE ACTUALITEIT

PATRIMONIALE ACTUALITEIT PATRIMONIALE ACTUALITEIT Moet u uw interesten en dividenden aangeven of niet? Enkele tips. Laurence Mertens estate planner Om uw verplichtingen te kennen op het vlak van de aangifte van uw interesten en

Nadere informatie

Veranderingen sinds Di Rupo I

Veranderingen sinds Di Rupo I Veranderingen sinds Di Rupo I Start van de carrière : pensioenopbouw De bedrijfsleider en zijn vennootschap De ondernemer en zijn kapitaal Successie : begin er op tijd aan!! Start van de carrière re :

Nadere informatie

Ambtshalve ontheffing

Ambtshalve ontheffing Ontheffing van ambtswege : wat is een materiële vergissing? Ambtshalve ontheffing... Voorbeeld... Wetswijziging... Daardoor vallen onder dit derde geval nu bijkomend de belastingverminderingen voor :...

Nadere informatie

Deel 2 Op weg naar een gelijkschakeling, maar toch nog belangrijke verschilpunten

Deel 2 Op weg naar een gelijkschakeling, maar toch nog belangrijke verschilpunten Samenwonen of huwen? Deel 2 Op weg naar een gelijkschakeling, maar toch nog belangrijke verschilpunten In onze vorige nieuwsbrief hebben we de verschillende samenwoningsvormen onder de loep genomen: Wat

Nadere informatie

Basisbedrag Geïndexeerd bedrag Artikel WIB 92 Omschrijving Aj. 2014

Basisbedrag Geïndexeerd bedrag Artikel WIB 92 Omschrijving Aj. 2014 I. Titel II van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (Coëfficiënt art. 178, 1 en 2, WIB 92: 1,7073) Art. 131, 1 ste lid, 1 Grensbedrag : 15.220 25.990 Belastingvrije som : 4.260 7.270 1 ste lid,

Nadere informatie

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2012

Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2012 Indexatie Geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2012 Hierna vindt u een overzicht van de geïndexeerde plafonds die op het gebied van de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar

Nadere informatie

Pension Invest Plan. Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen. Maak vandaag al werk van een goed pensioen

Pension Invest Plan. Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen. Maak vandaag al werk van een goed pensioen Pension Invest Plan Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen Maak vandaag al werk van een goed pensioen Een beter pensioen Leg nu de fundamenten voor een goed inkomen bij pensioen Met één jaarlijkse

Nadere informatie

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan het aangifteformulier inclusief de fiscale bijlagen voor het aj. 2015

Overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan het aangifteformulier inclusief de fiscale bijlagen voor het aj. 2015 Overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan het aangifteformulier inclusief de fiscale bijlagen voor het aj. 2015 Het model van het aangifteformulier voor aj. 2015 is verschenen in het Belgisch Staatsblad

Nadere informatie

DE GIDS VOOR TOEKOMSTIGE EIGENAARS DIE ALLES WILLEN WETEN OVER HET FISCALE PLAATJE!

DE GIDS VOOR TOEKOMSTIGE EIGENAARS DIE ALLES WILLEN WETEN OVER HET FISCALE PLAATJE! KOPEN OF BOUWEN 1 DE GIDS VOOR TOEKOMSTIGE EIGENAARS DIE ALLES WILLEN WETEN OVER HET FISCALE PLAATJE! 2 Je hebt besloten om je eerste woning te kopen of te bouwen en om er je hoofdverblijfplaats te vestigen?

Nadere informatie

De gezinswoning voor 99,6 % legateren aan de langstlevende?

De gezinswoning voor 99,6 % legateren aan de langstlevende? De gezinswoning voor 99,6 % legateren aan de langstlevende? De laatste tijd komen steeds vaker testamenten voor waarbij de ene echtgenoot aan de andere 99,6 % van de gezinswoning in volle eigendom legateert

Nadere informatie

Echtscheiding en eigen woning

Echtscheiding en eigen woning Echtscheiding en eigen woning 25 april 2013 Echtscheiding is aan de orde van de dag. Ruim 36 % van alle huwelijken eindigt door echtscheiding. Onder ondernemers ligt dat percentage nog wat hoger. Bij een

Nadere informatie