Advies over de dubbeltellingregeling voor betere biobrandstoffen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Advies over de dubbeltellingregeling voor betere biobrandstoffen"

Transcriptie

1 Advies over de dubbeltellingregeling voor betere biobrandstoffen 28 februari 2014

2 2 Inleiding De Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED) verplicht lidstaten om te garanderen dat het aandeel hernieuwbare energie in de transportsector in 2020 minstens 10% bedraagt. Lidstaten zijn vrij in de wijze van uitvoering van die verplichting. Maar bij keuze voor het opleggen van bijmengverplichtingen aan leveranciers van brandstoffen, geldt ook de verplichting om hierbij bepaalde biobrandstoffen dubbel te tellen (volgens artikel 21.2 van de RED). EU lidstaten moeten dan biobrandstoffen op basis van afval, resi duen, non-food cellulosemateriaal en lignocellulose materiaal dubbeltellen voor het behalen van de nationale doelstelling voor hernieuwbare energie in vervoer. Nederland heeft ervoor gekozen een bijmengverplichtingen aan bedrijven op te leggen en dus is de dubbeltelling verplicht voor Nederland. De RED geeft geen handvatten voor implementatie van de dubbeltelling, waardoor deze in lidstaten op verschillende manieren of überhaupt nog niet is ingevoerd. Nederland heeft de dubbeltelling geïmplementeerd in de Regeling Hernieuwbare Energie vervoer. Daarin is gekozen om alleen biobrandstoffen geproduceerd uit biomassa dubbel te tellen die niet voor een alternatieve (hoogwaardiger) toepassing kunnen worden aangewend. Adviesvraag Naar aanleiding van een motie van de Kamerleden Bisschop en Mulder heeft de Staatssecretaris van IenM de Commissie Corbey om advies gevraagd. De overkoepelende adviesvraag is: Wat is uw interpretatie van artikel 21 van de Richtlijn hernieuwbare energie, het omgaan met alternatieve toepassingen, cascadering en tabel 5 van de Regeling hernieuwbare energie vervoer, en het al dan niet volledig dubbel tellen van biobrandstoffen op basis van afval, residuen, non-food cellulosemateriaal en lignocellulosisch materiaal? Ook wordt gevraagd in het advies in te gaan op 1) de effecten van de dubbeltelling als er een alternatieve toepassing (van een grondstof) is, 2) hoe moet worden omgegaan met grondstoffen in tabel 5 van de Regeling en 3) welke materialen in andere lidstaten dubbel tellen en waarom. Kamerstukken II, , nr , 74.

3 3 Eerdere adviezen De Commissie Corbey heeft nog niet eerder specifiek over dubbeltelling van biobrandstoffen geadviseerd. In haar vorige advies over de versnelling van geavanceerde biobrandstoffen is wel aangegeven dat sturen op emissiereductie van CO 2 en overige broeikasgassen (inclusief eventuele ILUC-effecten) de voorkeur geniet boven het realiseren van klimaatdoelstellingen. Daarnaast is de aanbeveling gedaan in plaats van een dubbeltelling van de betere biobrandstoffen een volumedoelstelling te hanteren. Een volumedoelstelling stimuleert de markt om sneller (en in grotere volumes) de betere biobrandstoffen te gaan produceren. Verder geeft dat advies aan dat bij de keuze voor een systeem met dubbeltelling, het van belang is dat afvalstoffen die voor dubbeltelling in aanmerking komen, niet aangemerkt hoeven te worden als afvalstroom in het kader van de Afvalstoffenwet (mits de veiligheid voor mens en milieu daarmee niet in gevaar komt). Uitgangspunt daarbij is dat biobrandstoffen alternatieve toepassingen niet in de weg mogen staan. Dit betekent echter niet dat - indien er voor een grondstof een kleinschalige alternatieve toepassing bestaat - er nooit een dubbeltellende biobrandstof van gemaakt mag worden. Opbouw advies Dit advies van de Commissie Corbey zet eerst uiteen hoe de dubbeltellingregeling in Nederland en andere EU-lidstaten is geïmplementeerd. Na een aantal overwegingen schetst dit advies vervolgens zowel een beeld van de meest wenselijke vorm van stimulering van biobrandstoffen als van de plek die dubbeltelling daarin heeft. Daarvoor wordt stilgestaan bij het oorspronkelijke doel van het dubbeltellen van biobrandstoffen en wordt nagegaan of dit doel is bereikt. Als laatste wordt ingegaan op de verbetermogelijkheden van de dubbeltellingregeling. Nederlandse regelgeving omtrent dubbeltelling Nederland heeft in 2009 als eerste lidstaat een dubbeltellingregeling voor zogenaamde betere biobrandstoffen ingevoerd. In de regelgeving is opgenomen welke materialen dubbel meetellen voor de bijmengverplichting van oliemaatschappijen. Dit zijn grondstoffen die aangemerkt zijn als afval, residuen, non-food cellulosemateriaal en lignocellulosisch materiaal, die geen alternatieve toepassing kennen. Daarnaast kan voor een beperkt aantal materialen ontheffing worden gevraagd. Ook is het aandeel lignocellulose van het materiaal waaruit de biobrandstof is gepro duceerd van belang. Alleen dat deel komt voor dubbeltelling in aanmerking; bij bijvoorbeeld gras en stro kan dit leiden tot een gedeeltelijke dubbeltelling van de biobrandstof. In de toelichting is meer informatie over de dubbeltellingregeling opgenomen. Versnelde invoering geavanceerde biobrandstoffen, september 2013

4 4 Impact dubbeltellingregeling Er was oorspronkelijk een drietal redenen waarom de RED een verplichting kent om bepaalde biobrandstoffen dubbel te tellen. De dubbeltelling moet: de ontwikkeling van geavanceerde biobrandstoffen stimuleren, de inzet van voedselgewassen beperken, en de CO 2 -prestatie van de mix aan biobrandstoffen verhogen. Nu na enige jaren ervaring kan worden gesteld dat de dubbeltelling goed werkt als het gaat om het beperken van de inzet van voedselgewassen en om de CO 2 -prestatie te verhogen (zie: NEa- rapportage), maar het heeft niet bijgedragen aan de ontwikkeling van geavanceerde biobrandstoffen. De dubbeltellende biobrandstoffen in Nederland worden voornamelijk geproduceerd op basis van Used Cooking Oil (UCO) en dierlijke vetten. Er worden nagenoeg geen biobrandstoffen geproduceerd op basis van lignocellulose. Eén van de oorzaken daarvan is dat dubbeltelling alléén onvoldoende perspectief biedt voor de lange ontwikkelingstermijnen die daarbij aan de orde zijn. Implementatie dubbeltellingregeling in andere lidstaten We maken onderscheid tussen lidstaten die een bijmengverplichting hebben ingevoerd en zij die een andere implementatiewijze van de RED kozen. Bijmengverplichting Naast Nederland hebben tien andere lidstaten die een bijmengverplichting kennen, de (verplichte) dubbeltelling van biobrandstoffen geïmplementeerd. Twee van die lidstaten (Verenigd Koninkrijk en Denemarken) hebben ook de mogelijkheid opgenomen om het dubbeltellen van een aantal biobrandstoffen uit te sluiten als er alternatieve (hoogwaardiger) toepassingen zijn voor de betreffende grondstof. In de toelichting op dit document is een overzicht van deze landen weergegeven en de implementatiewijze van een aantal belicht. Overige uitvoeringswijzen Voor landen die op een andere wijze de 10% verplichting uit de RED invullen geldt de dubbeltellingregeling niet, bijvoorbeeld in Zweden waar een accijnsverlaging ingevoerd is als instrument om biobrandstoffen te bevorderen. De Duitse regering heeft aangekondigd de bijmengverplichting te beëindigen. Nu tellen biobrandstoffen daar volgens de EU-definitie nog dubbel (met uitzondering van dierlijke vetten), als wordt aangetoond dat het een afvalstof of een residu betreft. Ook worden biobrandstoffen die goed presteren op de reductie van broeikasgassen gestimuleerd door middel van een vrijstelling van belastingen. Aangekondigd is dat dat vanaf 2015 wijzigt en dat in Duitsland een CO 2 -emissiereductieverplichting voor de totale brandstoffenmix gaat gelden. De brandstofkwaliteitrichtlijn (FQD) die 6% CO 2 -reductie in 2020 verplicht stelt wordt daar dan eerder verplichtend door een CO 2 -reductiepad vast te stellen. Dan is geen dubbeltelling meer mogelijk; de richtlijn stuurt immers op CO 2. Cat 1. en 2. zoals bedoeld in de richtlijn Dierlijke bijproducten (Verordening (EG) nr. 1069/2009)

5 5 FQD en voorstellen Europese Commissie na 2020 De FQD verplicht brandstofleveranciers op 31 december 2020 ten opzichte van het referentiejaar 2010 een reductie van 6% aan broeikasgasemissies te realiseren, gemeten from well to wheel, ofwel vanaf de (olie)bron tot de tank van de auto. Vanaf 2012 geldt voor lidstaten tevens een jaarlijkse rapportageplicht. Voor bedrijven gelden geen tussendoelen. Aan verdere uitvoeringsregels wordt nog gewerkt. Voor de RED en FQD geldt tevens dat biobrandstoffen alleen mee mogen tellen voor de doelstelling als ze aan bepaalde duurzaamheidseisen voldoen. Zo moet de reductie van broeikasgasemissies vanaf 1 januari 2017 minimaal 50% zijn te meten over de gehele keten van productie van grondstof tot eindgebruik en ten opzichte van fossiele brandstoffen. Vanaf 1 januari 2018 wordt dit 60% voor installaties die in 2017 operationeel zijn geworden. Onlangs heeft de Europese Commissie voorstellen gepresenteerd voor de periode na Dit moet een EU-breed bindend doel voor hernieuwbare energie zijn van minimaal 27% in Bindende doelstellingen voor hernieuwbare energie in de RED en de CO 2 -doelstelling in de FQD vervallen dan. Het is voorlopig nog onduide lijk welke politieke steun hiervoor bestaat. Het Nederlandse kabinet heeft aange geven om een doelstelling voor transport te willen behouden. Deze ontwikkelingen en de implementatie van de dubbeltelling in Nederland en andere landen leiden tot de volgende overwegingen: Overwegingen De dubbeltelling heeft een positief effect op: 1. Gebruik van afvalstoffen. In 2012 is 51% van de doelstelling gerealiseerd met dubbeltellende brandstoffen. Vooral UCO en dierlijke vetten werden ingezet. De dubbeltelling creëert een prijs voor deze grondstoffen die de markt in beweging brengt. 2. CO 2 -prestatie. UCO en dierlijke vetten materialen hebben een relatief goede CO 2 -prestatie (ca %). Zonder dubbeltelling zou voor biodiesel meer koolzaad zijn gebruikt (met een lagere CO 2 -prestatie). 3. Riolen. Gebruik van UCO is niet alleen positief uit oogpunt van CO 2 -emissiereductie. Inzameling en gebruik van UCO voor biodiesel voorkomt ook dat riolen verstopt raken. Dit kan miljoenen euro s besparen op herstelwerkzaam heden. Daarnaast waren gebruikte vetten één van de oorzaken van het dioxine schandaal in Het is sindsdien verboden UCO in te zetten voor de productie van veevoer. De inzet van UCO voor biobrandstoffen vormt zo een alternatieve markt voor deze stroom. 4. Aansluiting bij andere landen. De dubbeltelling sluit aan bij het Europese beleid, maar ook bij de keuzes die in onze buurlanden gemaakt zijn. Ons omringende landen kennen vergelijkbare regelingen. 5. Ondernemers. Deze duidelijke stimuleringsregeling biedt zekerheid voor ondernemers en beïnvloedt daarmee zichtbaar het investeringsklimaat.

6 6 Maar niet op 6. Nieuwe technologieën. De dubbeltelling heeft onvoldoende geleid tot het stimuleren van geavanceerde biobrandstoffen van lignocellulose of aquatische biomassa, waarvoor geavanceerde technologieën nodig zijn. Daarvoor is een meer specifiek beleid nodig. In het advies Versnelde invoering geavanceerde biobrandstoffen concludeerde de Commissie Corbey al dat bestendig beleid en stimuleren van innovatie daarvoor belangrijke randvoorwaarden zijn. Daarnaast moet er een langetermijnperspectief zijn dat gericht is op het beleidsdoel, niet een nieuwe maatregel met de bijgaande neveneffecten. 7. Volume. De dubbeltellingregeling draagt wel bij aan de realisatie van de EU-doelstelling voor de bijmenging van 10% biobrandstoffen in 2020, maar vertraagt tegelijk de realisatie van de 2020-doelstellingen voor hernieuwbare energie en doelstellingen van de FQD omdat het volume biobrandstoffen door de dubbeltelling kleiner is. Op termijn is dubbeltelling minder gewenst 8. Samenloop FQD. Het is de verwachting dat de FQD in Nederland in de aanloop naar 2020 steeds meer leidend zal zijn. De oorzaak daarvan is dat dubbeltelling het gat tussen de werkelijke en fysiek benodigde hoeveelheid brandstof groter maakt. Om het reductiepercentage van 6% procent in 2020 te halen met de huidige reductieprestatie van brandstoffen, is een volume bijmenging nodig van 10%. Echter, doordat sommige biobrandstoffen dubbeltellen, wordt de bijmengverplichting ingevuld met een lager volume percentage van 7 á 8%. Dit is onvoldoende om de 6% reductie doelstelling van de FQD te halen, tenzij een deel van de reductieverplichting wordt ingevuld door biobrandstoffen met een zeer hoge CO 2 emissie reductie, of wanneer bijvoorbeeld meer elektriciteit in het wegvervoer wordt toegepast. Het is echter te verwachten dat deze hogere efficiëntie onvoldoende wordt bereikt, en dat van 2019 naar 2020 een sprong gemaakt moet worden. 9. Meer principieel geldt: sturen op CO 2 (inclusief een aanvaarde berekening van het ILUC-effect) zou het uitgangspunt moeten zijn voor het beleid tot 2020 en daarna. Dit geeft de gewenste zekerheid aan de markt, is technologieneutraal en draagt bij aan een level playing field. Het hanteren van een bijmengverplichting met bijbehorende dubbeltelling is daarmee niet het meest wenselijke, mede omdat daarmee veel andere potentieel goede manieren om CO 2 te verminderen minder kansen krijgen. Zie onder andere het advies Biomassa en beleid: hoe sturen op minder CO2?, 21 mei 2012 en het advies versnelde invoering geavanceerde biobrandstoffen, 3 september 2013.

7 7 Er bestaat onzekerheid in beleid 10. Europees beleid na De Europese Commissie heeft onlangs voorgesteld de FQD (art 7a) niet voort te zetten na Met het schrappen van de FQD zou een instrument om te sturen op CO 2 verloren gaan. De Europese Commissie stelt voor om geen nieuwe bindende doelstelling voor hernieuwbare energie na 2020 te hanteren, wel een algehele Europese doelstelling voor CO 2 -reductie van 27%. Het is onzeker in hoeverre de transportsector hieraan bij kan of moet dragen, ondanks het feit dat transport voor 25% van alle emissies verantwoordelijk is. Een goede evaluatie van beleidsinstrumenten zou licht kunnen werpen op het meest wenselijke beleid ná ILUC. Tot 2020 blijft de 6%-reductieverplichting van de FQD wel gelden. Om een systeem in te voeren dat stuurt op CO 2 is het nodig dat ook een geaccepteerde ILUC-waarde wordt meegenomen in de CO 2 -reductieberekeningen. Daarvoor ontbreken tot nu toe vastgestelde waarden. Onderzoek wordt gedaan naar methoden om vast te stellen dat het optreden van ILUC is vermeden. De Regeling Dubbeltelling nader bekeken 12. Alternatieve toepassing. Het opleggen van de eis geen alternatieve toepassing door Nederland in de dubbeltellingregeling heeft zowel voor- als nadelen. Met deze eis wordt voorkomen dat grondstoffen worden weggetrokken uit andere sectoren waar de grondstoffen een hoogwaardiger toepassing hebben. Echter, deze regeling is niet in alle EU lidstaten geïmplementeerd, waardoor deze grondstoffen mogelijk alsnog worden ingezet voor biobrandstoffen, maar dan in het buitenland. Bovendien kan de markt van de alternatieve toepassing te klein of onvoldoende stabiel zijn om continue alle beschikbare materiaal van een specifieke grondstof op te nemen. Daarnaast zorgt deze eis voor onzekerheid bij investeerders. De ontwikkeling van geavanceerde biobrandstoffen vergt grote investeringen, en dit vraagt om een langetermijninvesteringszekerheid. 13. Korte termijn en gedeeltelijke dubbeltelling. Anders dan andere landen kent Nederland een gedeeltelijke dubbeltelling, die betrekking heeft op het aandeel ligno-cellulose in het materiaal. De stimulans die daar vanuit gaat is ook gedeeltelijk. Juist voor ontwikkeling en implementatie van deze (nieuwe) technologie bevat een dergelijke gedeeltelijke dubbeltelling onvoldoende stimulans. Het is echter de vraag of volledige dubbeltelling wel voldoende stimulans zou geven. 14. Gelijk speelveld. De gefragmenteerde implementatie van de dubbeltellingregeling in de verschillende lidstaten leidt niet tot een level playing field in heel Europa. Sommige lidstaten sluiten grondstoffen met een alternatieve toepassing uit van de dubbeltellingregeling, andere niet. De stimulering van geavanceerde biobrandstoffen (Type 3 in het eerdere advies van de Commissie Corbey, zie toelichting voor definities) moet in de toekomst gericht zijn op zowel diesel als benzinevarianten. Op dit moment wordt voornamelijk biodiesel van reststromen ingezet als dubbeltellende biobrandstof. In het onderzoek naar geavanceerde biobrandstof is veel aandacht voor bio-ethanolvarianten uit lignocellulosemateriaal. In de nabije toekomst zal echter de benzinemarkt in Europa naar verwachting sterk afnemen.

8 8 Conclusie CO 2 -sturing is het meest wenselijk op termijn. De huidige dubbeltelling draagt weinig bij aan een kwantitatieve sturing op CO 2. Maximaal op CO 2 sturen betekent dat de meest gewenste brandstoffen maximaal ingezet worden. De FQD biedt daartoe aanknopingspunten. Een te snelle verandering van beleid is echter niet wenselijk, omdat de dubbeltelling op een aantal punten een positief effect heeft en omdat leveranciers van brandstoffen die een bijmengverplichting hebben hun productie nu ingericht hebben op dubbeltelling. Te snel afschaffen van de dubbeltelling leidt tot grote verander ingen in de markt, terwijl alternatieven er nog niet zijn. De verplichte doelstellingen van de RED, maar ook van de FQD, worden dan waarschijnlijk niet gehaald. Advies A. Zet in op CO 2 -sturing 1. Streef naar afschaffing van de bijmengverplichting (inclusief de dubbeltellingregeling) in 2017, en ga dan over op CO 2 -emissiereductie-eisen. Dit geeft de gewenste zekerheid aan de markt, stimuleert de inzet van betere biobrandstoffen (hoge CO 2 -reductiefactor), is technologieneutraal en draagt bij aan een level playing field. Daarvoor zijn voorwaarden op Europees niveau nodig. a. Een vaststelling van de wijze waarop CO 2 berekend moet worden waarin ILUC is meegenomen, dan wel aantoonbaar vermeden ; b. Uitwerking en implementatie (tussendoelen) van de FQD en vertaling naar standaardwaarden voor fossiele diesel en benzine; en waarbij tevens vertaling is gemaakt naar berekening van CO 2 bij inzet van gas en elektriciteit in de transportsector; c. Een perspectief voor na 2020, voortzetting van de CO 2 -doelstelling van de FQD dan wel andere wijze van CO 2 -sturing, bijvoorbeeld opname van de gehele waardeketen van petrochemische sector en transportsector in het ETS. Om te sturen op CO 2 is daarnaast in Nederland een verstandige accijnspolitiek van belang: gelijke fiscale voorwaarden voor voertuigen en de verschillende type transportbrandstoffen waarbij de heffing een belangrijke stimulans oplevert voor CO 2 reductieprestatie. Aangezien de realisering van a, b en c onzeker is, is het van belang ook te onderzoeken op welke andere wijze sturing op CO 2 ingevoerd kan worden, bijvoorbeeld inpassing van (een deel van de) transportsector in het ETS. Ook inzet op voortzetting van de CO 2 -doelstelling van de FQD moet overwogen worden. Van belang is een tijdige positiebepaling zodat Nederland maximaal invloed kan uitoefenen op het Europese beleid. De Commissie Corbey laat in samenwerking met I&M, RCI en een zestal bedrijven de Universiteit van Utrecht wetenschappelijk onderzoek doen naar betere modellen om ILUC-effecten te kunnen voorspellen. Op basis daarvan zullen voorstellen worden geformuleerd voor beleid gericht op ILUC-mitigatie

9 9 B. Verbeter de dubbeltellingregeling voor de komende periode tot Tot 2017 zou de dubbeltellingregeling vooral verbeterd moeten worden voor bedrijven die geavanceerde technologieën willen ontwikkelen en benutten. Dit kan door zekerheid te bieden voor de lange termijn. Huidige biobrandstofproducenten die op basis van de huidige regelgeving en mogelijke alternatieve toepassingen biobrandstoffen mogen dubbeltellen, moeten een zekerheid krijgen dat dit voor een redelijke periode het geval is. Indien de regelgeving dan door veranderende omstandigheden wijzigt of in 2017 komt te vervallen - is een vervangende stimuleringsmaatregel tot zeker 2020 nodig om de zekerheid te garanderen. 3. Vereenvoudig de regelgeving door afschaffing van de gedeeltelijke dubbeltelling die is gebaseerd op het aandeel lignocellulose van biobrandstoffen. Een product kan of wél of niet dubbeltellen maar niet slechts gedeeltelijk. Alleen de biobrandstof die voor een aanzienlijk deel ( bijv 70 a 80% op basis van energie) voortkomt uit lignocellulose welke niet bijdraagt aan ILUC, wordt dubbel geteld. C. Stimuleer innovatie en marktontwikkeling voor geavanceerde biobrandstoffen 4. Sturing op CO 2 geeft een langjarig perspectief voor geavanceerde biobrandstoffen, waarvan verwacht mag worden dat deze een aanmerkelijke reductie op CO 2 bewerkstelligt,. Voor innovatie van geavanceerde biobrandstoffen is sturen op CO 2 alleen echter niet voldoende. Deze innovatie vraagt grote investeringen, die in de huidige economische situatie moeilijk van de grond komen. Een afzonderlijke doelstelling voor echt geavanceerde biobrandstoffen is hier een goed instrument. Zie ook het advies van de Commissie Corbey van september 2013 over geavanceerde biobrandstoffen. D. Gooi hetgeen bereikt is met UCO en dierlijke vetten niet weg 5. Creëer, indien nodig, voor UCO en dierlijke vetten een perspectief voor na 2017, zodat inzameling en nuttige verwerking ervan door kan gaan. Dat kan bijvoorbeeld door een subdoelstelling voor UCO en dierlijke vetten in te voeren met een heldere einddatum. Ten slotte: geef voldoende tijd. Kondig beleidswijzigingen ruim van te voren aan, zodat bedrijven de tijd hebben zich voor te bereiden en aan te passen. Een periode van twee jaar is daarbij het minimum.

10 10 Toelichting Definities Biobrandstoffen worden op veel verschillende manieren geclassificeerd. Er worden verschillende definities gebruikt voor 1 e en 2 e generatie biobrandstoffen, geavanceerde biobrandstoffen en/of biobrandstoffen gebaseerd op voedselgewassen. Om verwarring te voorkomen heeft de Commissie Corbey in haar eerdere advies Versnelde invoering geavanceerde biobrandstoffen gebruik gemaakt van onderstaande indeling van biobrandstoffen. Ze sluit daarbij aan bij het onderscheid dat de Europese Commissie maakt in biobrandstoffen afkomstig van voedselgewassen en niet- voedselgewassen. Ook in dit advies wordt van onderstaande indeling gebruik gemaakt. TYPE 1: Biobrandstoffen gebaseerd op voedselgewassen. -- TYPE 1A: Biobrandstoffen die ILUC (Indirect Land Use Change) veroorzaken -- TYPE 1B: Biobrandstoffen zonder / laag risico op ILUC TYPE 2: Biobrandstoffen geproduceerd uit reststromen met al beschikbare technologieën, zoals biodiesel van gebruikte frituurvetten, vergisting van reststromen van de agroketen en mest TYPE 3: Geavanceerde biobrandstoffen: biobrandstoffen van lignocellulose (al dan niet uit reststomen) of aquatische biomassa waarvoor geavanceerde technologieën nodig zijn. Indien in de toekomst grootschalige energieteelt zal worden ingezet om deze biobrandstoffen te produceren kan dat leiden tot verdringingseffecten ofwel ILUC: -- TYPE 3A: Geavanceerde brandstoffen die ILUC veroorzaken -- TYPE 3B: Geavanceerde biobrandstoffen zonder / met laag risico op ILUC Nederlandse regelgeving omtrent dubbeltelling Nederland heeft in 2009 als eerste Lidstaat een dubbeltellingregeling voor zogenaamde betere biobrandstoffen ingevoerd. Dit is geregeld in artikelen 16 en 17 van de Regeling hernieuwbare energie vervoer. Deze verwijzen naar de bijlage II waarin is aangegeven of biobrandstoffen dubbel mogen worden geteld, op basis van de grondstoffen waaruit zij zijn geproduceerd. Dit kan als volgt worden samengevat: Grondstoffen die zijn aangemerkt als afval, residuen, non-food cellulosemateriaal en lignocellulosisch materiaal en zijn opgenomen in de tabellen 1 (materiaal dat geldt als procesafval of procesresidu), 2 (materiaal dat geldt als afval of residu van De Commissie Corbey is zich bewust dat met het hanteren van deze definitie niet alle biobrandstoffen een plek hebben gekregen in de systematiek. Zo valt bijvoorbeeld biodiesel uit Jatropha niet onder één van de categorieën. Ze vindt het echter van belang aan te sluiten bij de indeling die de Europese Commissie heeft gemaakt in voedsel- en niet-voedselgewassen. Daarnaast realiseert de Commissie zich dat het onderscheid eetbaar / niet eetbaar niet altijd relevant is. In de toekomst zijn delen van niet-eetbare gewassen na bewerking wellicht wel eetbaar. Gewassen zijn daarnaast zelden helemaal eetbaar; bijvoorbeeld het loof of de wortels. De belangrijkste regels zijn vastgelegd in art. 16 en 17 en bijlage II van de Regeling. Art. 16 is integraal opgenomen in de eerste bijlage bij dit advies.

11 11 landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw) of 3 (materiaal dat geldt als nietvoedsel cellulosemateriaal en ligno-cellulosisch materiaal), tellen dubbel. Deze tabellen bevattten limitatieve lijsten met materialen die administratief dubbel meetellen voor de bijmengverplichting van oliemaatschappijen. De lijsten zijn in mei 2013 door de Staatssecretaris aan de Regeling hernieuwbare energie vervoer toegevoegd, om marktpartijen meer duidelijkheid te geven en kunnen jaarlijks worden aangepast. De belangrijkste criteria voor opname in de tabellen zijn: -- Materialen die in de RED of lagere Europese regelgeving als residu worden genoemd, worden door Nederland als residu gekwalificeerd en dubbel geteld; -- Materialen die niet genoemd worden, zijn alleen afvalstof of residu als ze geen alternatieve toepassing kennen. Een uitzondering is mogelijk als door middel van een marktonderzoek wordt aangetoond dat er voor deze materialen geen andere afzetmogelijkheden zijn. Materialen die zijn opgenomen in de tabellen 4 (met (co-)producten) en 5 ( overige materialen ) tellen niet dubbel. Uitgezonderd hiervan zijn materialen uit tabel 5 die op grond van art. 16 lid 2 ontheffing hebben gekregen. De voorwaarden voor ontheffing zijn opgesomd in lid 4. De belangrijkste daarvan is dat het materiaal geen alternatieve toepassing kent. Uit de toelichting op de Regeling en uit tabel 5 zelf blijkt dat ook moet worden nagegaan wat het aandeel aan lignocellulose is waaruit de biobrandstof is geproduceerd. Bijvoorbeeld, ingeval van gebruik van gras en stro komt alleen het lignocellulose deel in aanmerking voor dubbeltelling. Dit leidt in dat geval tot gedeeltelijke dubbeltelling van de grondstof. Omdat de criteria in lid 4 (van art. 16) de nodige ruimte laten, heeft de Staatssecretaris bij individuele beslissingen over dubbeltelling van materialen in tabel 5 een zekere beoordelingsruimte. In de afgelopen jaren zijn er 7 aanvragen gedaan om een bepaalde grondstof dubbel te tellen. Dit is inclusief de aanvragen toen er nog geen sprake was van tabel 5 maar met een marktanalyse moest worden aangetoond dat er geen alternatieve toepassing voor de grondstof was. Ethanol uit afvalgas en methanol geproduceerd met vulkanische activiteit zijn nieuwe interessante brandstoffen met een hoog CO 2 reductiepotentieel en moeten ook onder de RED kunnen worden meegenomen. Regelgeving dubbeltelling in verschillende Europese lidstaten De dubbeltelling is op verschillende manieren in de Europese lidstaten geïmplementeerd (in de lidstaten waar dat tot dusver is gebeurd; een groot aantal lidstaten heeft artikel 21.2 nog niet geïmplementeerd). Zie bijlage 1 bij dit advies.

12 12 In enkele landen waar geen verplicht marktaandeel biobrandstoffen geldt, maar het op de markt brengen van biobrandstoffen wordt gestimuleerd door accijnsverlaging (Zweden, soms ook in combinatie met tenders zoals in België) geldt voor bedrijven geen dubbeltelling. De overheid kan biobrandstoffen uit afval, residuen, non-food cellulosemateriaal en lignocellulose materiaal dan wel dubbeltellen in de nationale rapportage aan Brussel. Dubbeltelling geïmplementeerd Alternatieve toepassing Nederland Nederland Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk Denemarken Denemarken Ierland Duitsland* Frankrijk* Portugal Italië* Finland Cyprus Malta * Lees toelichting bij de landen voor precieze uitleg dubbeltelling Denemarken Qua aanpak heeft Denemarken Nederland gevolgd en werken zij met het begrip alternatieve toepassing. Denemarken kent in haar regelgeving een lijst met materialen die dubbel mogen tellen. Een bedrijf kan een aanvraag doen voor plaatsing van een grondstof op de positieve lijst. Bij de aanvraag moeten zij dan een marktanalyse toevoegen waaruit blijkt dat er voldoende overtollig potentieel is voor biobrandstof productie. Duitsland Tot 2014 geldt in Duitsland een bijmengverplichting van 6,25% (2,8% benzine en 4,4% diesel). Per 1 januari 2015 zal er een verplicht broeikasgas emmissiereductie percentage gelden voor biobrandstoffen. Voor zal dit 3% zijn, voor zal het 4,5% zijn en in 2020 zal het 7% bedragen. Daarmee zal de bijmeng verplichting komen te vervallen en daarmee ook de dubbeltelling. De FQD wordt op dat moment leidend in Duitsland. Deze regelgeving met voornemen tot de broeikasgasemissiereductie per 2015 is in 2009 gepubliceerd. In Duitsland is het alleen mogelijk de broeikasgasemissiereductie te bereiken door het inzetten van biobrandstoffen. In Duitsland komen biobrandstoffen uit dierlijke vetten in het geheel niet in aan merking om te voldoen aan de verplichtingen uit de RED. Plantaardige olie die niet meer eetbaar is (verstrijken houdbaarheidsdatum) komt in Duitsland niet in aanmerking voor dubbeltelling. Duitsland heeft een lange lijst met materialen die

13 13 dubbel mogen tellen, waarbij moet worden aangetoond dat het een afvalstof of een residu betreft.. Duitsland hanteert daarmee niet het principe van geen dubbeltelling indien een alternatieve toepassing dat in VK, Nederland en Denemarken leidend is. Frankrijk Frankrijk kent een belastingvoordeel (en formeel dus geen verplicht marktaandeel, hoewel er een boete wordt opgelegd als een bedrijf onder een bepaald marktaandeel blijft). Brandstofleveranciers kunnen de belastingvoordelen claimen door een verklaring in te dienen voor elke batch biobrandstof die zij op de markt brengen en waarvoor de duurzaamheid is aangetoond. In Frankrijk is de dubbeltelling gerelateerd aan bovenstaand belastingvoordeel, en is (in 2012) gemaximeerd op 0,35% van het aandeel brandstoffen van leveranciers. Dit percentage is gebaseerd op de Franse productiecapaciteit voor gebruikt frituurvet en dierlijke vetten, Frankrijk beoogt daarmee om eigen productie via dubbeltelling te stimuleren. Producenten moeten door de Franse overheid worden erkend voordat ze dubbeltellende biobrandstof op de Franse markt mogen brengen. De Franse regelgeving bevat een lijst met grondstoffen die tot een dubbeltellende biobrandstof leiden: gebruikt frituurvet (UCO), cat. I en cat. II dierlijke vetten, nietvoedsel cellulosemateriaal en lignocellulose materiaal. Ierland Ierland beoordeelt ieder verzoek tot dubbeltelling apart. Er is daarmee geen positieve of negatieve lijst. Dubbeltelling mag alleen plaatsvinden nadat een verzoek door een bedrijf is gehonoreerd. Portugal Biobrandstoffen van afval, residuen en non-food cellulose materiaal mogen dubbeltellen. Op dit moment is er nog geen lijst waarop staat welke materialen wel of niet mogen dubbeltellen. Verenigd Koninkrijk (VK) Het VK hanteert een RTFO Guidance Waste and residues waaruit duidelijk wordt welke stromen in het VK dubbeltellen. De Guidance geeft aan welke bewijzen hiervoor gebruikt kunnen worden. Het VK hanteert een aanvraagformulier waarmee bedrijven kunnen verzoeken om een materiaal te classificeren als waste, residu, non-food cellulose en lignocellulose materialen. De beoordeling van deze aanvraag vindt plaats op soortgelijke wijze als in Nederland. Italië In Italië is de dubbeltelling geïmplementeerd met gelimiteerde quota voor biobrandstoffen uit de lijst van toegestane materialen. Uitzondering hierop vormen geavanceerde biobrandstoffen als biobrandstoffen uit algen, bagasse stro en bosbouwresiduen die geen limiet kennen.

14 14 Vergelijking huidige Nederlandse systeem en het systeem zoals dat in Duitsland wordt geïmplementeerd Hieronder volgt een vergelijking tussen regelgeving gebaseerd op het dubbeltellen van biobrandstoffen in een bijmengverplichting, en een systeem dat stuurt op CO 2 reductie. Een aantal factoren worden benoemd: Innovatie: Een van de doelen van de dubbeltellingregeling is het vergroten van de commerciële beschikbaarheid van geavanceerde biobrandstoffen. Een analyse van de dubbeltellende biobrandstoffen in Nederland laat zien dat vooral stromen die makkelijk beschikbaar zijn en relatief eenvoudig zijn om te zetten in biobrandstoffen dubbel tellen, zoals bijvoorbeeld gebruikt frituurvet (UCO). Dubbeltelling vormt daarmee dus onvoldoende stimulans voor biobrandstof geproduceerd met geavanceerde technologieën, die eerder door de Commissie Corbey is ingedeeld als Type 3 biobrandstof. Het Duitse systeem legt de focus bij CO 2 reductie. Of hiermee innovatie van geavanceerde biobrandstoffen zal worden bevorderd is de vraag. Investeringen zijn groot en dit vraagt om voldoende zekerheid voor de markt. Ook bij sturing op CO 2 zal aanvullend instrumentarium nodig zijn voor innovatie. Uitvoerbaarheid: Het bepalen van CO 2 uitstoot is afhankelijk van veel parameters en wordt ook door lokale omstandigheden bepaald. Toch zal ook de uitvoerbaarheid van het Duitse systeem afhangen van een heldere en handhaafbare categorie-indeling, het is nog onduidelijk of dat aan de orde is. Milieuprestaties: In NL bestaat het aandeel dubbeltellende brandstoffen vooral uit UCO en dierlijk vet. Het milieuvoordeel daarvan is hoog, circa 70-80% reductie op CO 2 uitstoot. Sturen op CO 2 uitstoot zal in de komende jaren geen hoger rendement genereren. CO 2 reductie neemt in een systeem als het Duitse dus niet toe. Hierbij moet worden opgemerkt dat sturing op CO 2 reductie niet altijd betekent sturing op het meest hoogwaardig technologische alternatief. Het tegengaan van ILUC wordt alleen geborgd als in de CO 2 reducties ook ILUC wordt meegenomen. Toekomstbestendigheid: Verwacht kan worden dat op termijn de FQD overal maatgevend wordt voor doelstellingen in de regelgeving. Op grond daarvan kan worden geconstateerd dat het Nederlandse systeem minder toerkomstbestendig is dan het Duitse, omdat de omslag toch zal komen. Level playing field: Beoordeling van grondstoffen op de mogelijkheid van alternatieve toepassingen lijkt een belemmering te zijn voor een level playing field in Europa. Dit bestaat niet in een systeem als het Duitse. Zie het advies Versnelde invoering geavanceerde biobrandstoffen

15 15 Fraude bestendigheid: elk systeem dat een economische meerwaarde voor een bepaalde biomassastroom creëert is gevoeliger voor fraude. Een werkbaar controlesysteem - al dan niet gebaseerd op certificering zoals dat nu gehanteerd wordt - is noodzakelijk om daadwerkelijke en niet alleen papieren doelstellingen te realiseren. Dit geldt zowel voor het huidige Nederlandse systeem als voor een systeem dat stuurt op CO 2. Type bijgemengde biobrandstof: Als gevolg van de huidige regelgeving wordt veel UCO en Dierlijke vetten Cat.1 en 2 in Nederland als grondstof gehanteerd. Geavanceerde biobrandstoffen (Type 3 uit het eerdere advies) worden nog niet of nauwelijks bijgemengd. Het invoeren van een Duits systeem is niet voldoende voor het stimuleren van deze Type 3 grondstoffen. Voor deze technologieontwikkelinginnovatie beleid nodig.

16 16 Bijlage 1: art. 16 Regeling hernieuwbare energie vervoer Artikel Bij de vaststelling van het percentage, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, telt biobrandstof die is geproduceerd uit materialen genoemd in: a. bijlage II, tabel 1, 2 en 3: dubbel; b. bijlage II, tabel 4 en 5: niet dubbel. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kan de minister op verzoek van de drijver van een inrichting besluiten dat biobrandstof die is geproduceerd uit materialen genoemd in tabel 5 van bijlage II onder specifieke locatie- of bedrijfsomstandigheden dubbeltellen. 3. Een verzoek als bedoeld in het tweede lid omvat in ieder geval de ontstaanswijze van het materiaal, de huidige toepassingen van het materiaal en de marktcondities. De minister kan om nadere informatie vragen. 4. De minister beoordeelt bij een verzoek als bedoeld in het tweede lid, de materialen als volgt: a. materiaal dat in de richtlijn of bijbehorende communicaties als residu wordt genoemd, is residu; b. materiaal dat niet in de richtlijn of bijbehorende communicaties als afval of residu wordt genoemd, is alleen afval of residu als: 1. er geen alternatieve toepassing is; 2. het niet een materiaal betreft dat in kwaliteit zodanig is verlaagd of verontreinigd dat het niet meer geschikt is voor zijn oorspronkelijke toepassing; 3. het geen ongebruikt product betreft waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken; c. materiaal dat niet op grond van onderdeel a of b kan worden gecategoriseerd, is een co-product als: 1. het productieproces waaruit het materiaal overblijft is aangepast om een grotere hoeveelheid of een hogere kwaliteit van het betreffende materiaal te verkrijgen, of 2. het in aanzienlijke mate bijdraagt aan de waarde van alle producten uit het proces waarin het ontstaat; d. materiaal dat niet op grond van onderdeel a, b of c kan worden gecategoriseerd, is afval of residu. 5. Ten behoeve van de beoordeling, bedoeld in het vierde lid, wordt verstaan onder: a. alternatieve toepassing: toepassing anders dan opwekking van elektriciteit of warmte, compostering of benutting van het lignocellulosedeel van biomassa als diervoerder; b. residu: van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw afkomstig restproduct of stof die niet het eindproduct vormt waarop een productieproces rechtstreeks is gericht.

17 17 Bijlage 2: Tabellen over dubbeltelling uit de Regeling hernieuwbare energie vervoer (inclusief tabel 5) Tabel 1 - Procesafval of procesresidu Materiaal Omschrijving Afvalhout Hout van voldoende kwaliteit om als materiaal of brandstof te worden toegepast. Voor de beoordeling is leidend of de toepassing wel of niet onder de afval wet- en regelgeving valt. Afvalwater vrijkomend bij Afvalwater dat vrijkomt bij verwerking van suikerbieten tot suiker en productie van suiker uit waarvoor is aangetoond, dat er geen sprake is van terugwinbare suikerbieten hoeveelheden suiker in het afvalwater, bijvoorbeeld door aan te tonen dat de concentraties suiker in het afvalwater niet substantieel zijn toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. AWZI- en RWZI zuiveringsslib Slib uit afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI s) en rioolwater zuiveringsinstallaties (RWZI s). Dit is relevant voor biogas geproduceerd (NTA 8003: 410) Biomassa deel ongesorteerd in AWZI- en RWZI-slibvergisters. De gemengde restfractie is aan te merken als afval. stedelijk afval (residual MSW) Dit is relevant voor uit stortplaatsen gewonnen biogas (ook wel stortgas genoemd). Dierlijke vetten categorieën 1 en 2 Dierlijk vet dat ontstaat bij de verwerking van dierlijke bijproducten in vetsmelterijen wordt in verordening (EG) nr. 1069/2009 inzake dierlijke bijproducten10 wordt ingedeeld in categorieën. Categorie 1 en 2 materiaal heeft geen toepassing (in significante hoeveelheden) anders dan voor energie. Gebruikte bleekaarde (spent Bleekaarde ( bleaching earth ) wordt gebruikt als filtermedium bij bleaching earth) het raffineren van plantaardige oliën. Gebruikte bleekaarde wordt doorgaans gestort of verbrand. Uit gebruikte bleekaarde kunnen achtergebleven (residuale) oliën via extractie worden teruggewonnen. Gebruikte frituurolie Gebruikte frituurolie ontstaat bij het frituren van plantaardige of dierlijke producten in plantaardige olie of dierlijke vetten. (NTA 8003: 572) De olie wordt door daarin gespecialiseerde bedrijven ingezameld. Gebruikte frituurolie is op mogelijk een kleine fractie na uit de voedselverwerkende industrie waarin geen dierlijke producten zijn bereid ongeschikt voor toepassing als diervoeder of als grondstof voor de oleochemische industrie en heeft daarmee geen toepassing anders dan voor energie. Gft (NTA 8003: 610) en organisch Gft en soortgelijke afvalstromen uit handel- diensten en bedrijven afval van handel-diensten- worden aangemerkt als afval. Dit is inclusief etensresten van restaurants bedrijven (NTA 8003: 620) (swill). Organische mest Organische mest is volgens communicatie 2010/C160/02 (paragraaf 5.2) bij de richtlijn een residu.

18 18 Palmolie lege vruchtbundels (empty palm fruit bunches) Palmolie afvalwater uit palmolie molen (POME) Ruwe glycerine Suikerbietenpunten Talloliepek Zaagsel Lege palmolie vruchtbundels ontstaan als de palmvruchten worden verwijderd van de verse palmolievruchtbundels. Lege vruchtbundels worden gestort, verbrand of als mulch in de plantages gebruikt. Het afvalwater uit een palmoliemolen (palm oil mill effluent; POME) wordt opgeslagen in open bassins waar het leidt (na anaerobe vergisting) tot methaanemissies. Als alternatief kan het in gesloten tanks worden opgeslagen en vergist. Ruwe glycerine ( raw glycerine of crude glycerine ) wordt o.a. geproduceerd bij verestering van plantaardige oliën om bijv. biodiesel te produceren. Volgens de richtlijn (Annex V.C.18) en communicatie 2010/ C160/02 (paragraaf 5.2) is ruwe glycerine een residu. Suikerbietenpunten zijn stukjes van suikerbiet die tijdens transport en wassen van de suikerbiet (tijdens verwerking tot suiker) zijn afgebroken. Typisch ontstaat circa 10 kg suikerbietenpunt per ton verwerkte suikerbiet. Ook vrijkomend bladmateriaal wordt tot suikerbietenpunten gerekend. Tallolie ( tall oil ) ontstaat als bijproduct uit black liquor dat vrijkomt bij papierproductie uit hout. De tallolie kan via raffinage worden gescheiden in een aantal producten plus een destillatieresidu genaamd talloliepek. Volgens communicatie 2010/C160/02 (paragraaf 5.2) is talloliepek een residu. Hier valt niet onder zaagsel dat vrijkomt in de bosbouw (dat valt onder bosbouwresidu in tabel 2). Zaagsel komt vrij bij de verwerking van hout in de houtverwerkende industrie. Zaagsel is een procesafval/residu zolang niet de hoeveelheid zaagsel opzettelijk wordt vergroot. Opzettelijke aanpassingen aan het proces om de hoeveelheid te verhogen, resulteren erin dat het zaagsel moet worden geclassificeerd als een product in plaats van een residu. 10 Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten).

19 19 Tabel 2 - Afval of residu van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw Materiaal Omschrijving Bagasse Bagasse wordt als landbouwresidu genoemd in de richtlijn (Annex V.C.18) Stro (NTA 8003:220) De droge halmen van koren en andere vruchtdragende planten. Stro wordt als landbouwresidu genoemd in de richtlijn (Annex V.C.18) Lege maïskolven Kolven worden als landbouwresidu genoemd in de richtlijn (Annex V.C.18) Doppen, schillen, vliezen, pitten Harde schillen van noten en dergelijke en schillen, vliezen en omhulsels (NTA 8003: 230) van oliezaden en oliebonen en olienoten, inclusief pitten. Bosbouwresiduen Residuen uit de bosbouw. Hieronder wordt niet verstaan vers hout (zie tabel 3). Bij de inzameling van bosbouwresiduen moet erop worden toegezien dat het proces waarin deze residuen ontstaat niet is aangepast, leidend tot een toename van de hoeveelheid materiaal dat als residu wordt geclaimd. Opzettelijke aanpassingen aan het proces om de hoeveelheid zaagsel, chips, schors, of houtafval te verhogen, resulteren erin dat het materiaal moet worden geclassificeerd als een product in plaats van een residu. Zo worden houtchips van de takken van bomen waarvan de stam separaat wordt verwerkt of afgevoerd, geclassificeerd als bosbouwresidu, terwijl houtchips uit hele stammen worden geclassificeerd als product ( vers hout in tabel 3).

20 20 Tabel 3 - Niet-voedsel cellulosemateriaal en ligno-cellulosisch materiaal (geen afval, residu) Materiaal Omschrijving Korte omloop hout Landbouwteelt van snelgroeiende houtachtige gewassen waarbij de bovengrondse biomassa periodiek tot maximaal 8 jaar na de aanplanting of na de vorige oogst, in zijn totaliteit wordt geoogst. Vers hout Niet gebruikt hout, dat qua samenstelling niet is veranderd ten opzichte van het hout dat in het bos groeit, en waar geen vermenging, verontreiniging of vervuiling met product vreemde stoffen heeft plaatsgevonden. Houtresten uit de houtverwerkende industrie, die vrijgekomen zijn bij het verkleinen van vers hout, worden hier niet ook onder verstaan (dit in tegenstelling tot NTA 8003 categorie 110)

NL In verscheidenheid verenigd NL 4.9.2013 A7-0279/186. Amendement. Corinne Lepage, Jens Rohde namens de ALDE-Fractie

NL In verscheidenheid verenigd NL 4.9.2013 A7-0279/186. Amendement. Corinne Lepage, Jens Rohde namens de ALDE-Fractie 4.9.2013 A7-0279/186 Amendement 186 Corinne Lepage, Jens Rohde namens de ALDE-Fractie Verslag A7-0279/2013 Corinne Lepage Richtlijn inzake kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en richtlijn inzake

Nadere informatie

Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011

Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011 Aard, herkomst en duurzaamheidsaspecten van biobrandstoffen bestemd voor vervoer Rapportage 2011 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1. Interpretatie van de grafieken 4 1.2. Leeswijzer 4 2. De aard van de gebruikte

Nadere informatie

Rapportage hernieuwbare energie 2014

Rapportage hernieuwbare energie 2014 Rapportage hernieuwbare energie 2014 Naleving jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging Nederlandse Emissieautoriteit 5-11-2015 2 44 Samenvatting Bedrijven

Nadere informatie

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Duurzame biomassa Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Nuon Postbus 4190 9 DC Amsterdam, NL Spaklerweg 0 1096 BA Amsterdam, NL Tel: 0900-0808 www.nuon.nl Oktober 01 Het groene alternatief Biomassa

Nadere informatie

Bio- olie : realiteit en toekomst. Ir. Tom Anthonis Ugent Inbio.be 6 april 2011 Is er nog afval Febem Interafval te Brugge

Bio- olie : realiteit en toekomst. Ir. Tom Anthonis Ugent Inbio.be 6 april 2011 Is er nog afval Febem Interafval te Brugge Bio- olie : realiteit en toekomst Ir. Tom Anthonis Ugent Inbio.be 6 april 2011 Is er nog afval Febem Interafval te Brugge Dank & bron Prof. Tony Bridgwater BioEnergy Research Group Aston University, Birmingham

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen Afsluitende les Leerlingenhandleiding Alternatieve brandstoffen Inleiding Deze chemie-verdiepingsmodule over alternatieve brandstoffen sluit aan op het Reizende DNA-lab Racen met wc-papier. Doel Het Reizende

Nadere informatie

Les Biomassa. Werkblad

Les Biomassa. Werkblad LESSENSERIE ENERGIETRANSITIE Les Biomassa Werkblad Les Biomassa Werkblad Niet windenergie, niet zonne-energie maar biomassa is de belangrijkste bron van hernieuwbare energie in Nederland. Meer dan 50%

Nadere informatie

Waarom doen we het ook alweer?

Waarom doen we het ook alweer? Apart inzamelen van gft-afval Als Vereniging Afvalbedrijven stimuleren we dat al het afval in Nederland op de juiste manier wordt verwerkt. Hierbij houden we rekening met het milieu en de kosten. De meest

Nadere informatie

Deze notitie heeft als doel een grove schets te geven van de discussies omtrent de productie van biobrandstoffen en het biobrandstoffenbeleid.

Deze notitie heeft als doel een grove schets te geven van de discussies omtrent de productie van biobrandstoffen en het biobrandstoffenbeleid. Achtergrondnotitie biobrandstoffen Deze notitie heeft als doel een grove schets te geven van de discussies omtrent de productie van biobrandstoffen en het biobrandstoffenbeleid. Inleiding: biobrandstoffen

Nadere informatie

BIOFUELS: ZIN EN ONZIN

BIOFUELS: ZIN EN ONZIN BIOFUELS: ZIN EN ONZIN KIVI NIRIA 2010 F. Goudriaan and J.E. Naber (BIOFUEL BV) 1 HTU 2005 ONZIN: ONZIN: STOPPEN MET BIOBRANDSTOFFEN Vragen van het lid De Mos (PVV) aan de minister van Volkshuisvesting,

Nadere informatie

Mest, mestverwerking en wetgeving

Mest, mestverwerking en wetgeving Mest, mestverwerking en wetgeving Harm Smit Beleidsmedewerker Economische Zaken, DG AGRO Inhoud Feiten en cijfers. Huidig instrumentarium. Visie op mestverwerking en hoogwaardige meststoffen Toekomstig

Nadere informatie

Rotie: Cleaning & Services Amsterdam: Tankstorage Amsterdam: Orgaworld: Biodiesel Amsterdam:

Rotie: Cleaning & Services Amsterdam: Tankstorage Amsterdam: Orgaworld: Biodiesel Amsterdam: Rotie maakt onderdeel uit van de Simadan Groep. De Simadan Groep is een wereldwijd uniek industrieel ecosysteem waarin bij het verwerken van organische reststromen en frituurvet geen bruikbare energie

Nadere informatie

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2012/0288(COD) 10.4.2013. van de Commissie vervoer en toerisme

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2012/0288(COD) 10.4.2013. van de Commissie vervoer en toerisme EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie vervoer en toerisme 10.4.2013 2012/0288(COD) ONTWERPADVIES van de Commissie vervoer en toerisme aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Nadere informatie

Uitvoering RED NL regelgeving

Uitvoering RED NL regelgeving Uitvoering RED NL regelgeving Hans de Waal Ministerie van Infrastructuur en Milieu Projectdirectie Biobrandstoffen 6-12-2010 Inhoud Richtlijn hernieuwbare energie / onderdeel vervoer Implementatie in NL

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Afsluitende module Alternatieve Brandstoffen - Chemie verdieping - Ontwikkeld door dr. T. Klop en ir. J.F. Jacobs Op alle lesmaterialen is de Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk

Nadere informatie

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof.

E85 rijdende flexifuel auto uitstoot ten gevolge van de aanwezigheid van benzine in de brandstof. Energielabel auto Personenwagens moeten voorzien zijn van een zogenaamd energielabel. Deze maatregel is ingesteld om de consument de mogelijkheid te geven om op eenvoudige wijze het energieverbruik van

Nadere informatie

Interactie tussen bio-materialen en bio-energie. Annita Westenbroek 17 december 2013

Interactie tussen bio-materialen en bio-energie. Annita Westenbroek 17 december 2013 Interactie tussen bio-materialen en bio-energie Annita Westenbroek 17 december 2013 Discussiepunten (1) Er is genoeg biomassa! Ja, na gebruik voor materialen en chemie blijft er voldoende over voor energie!

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 8235 11 mei 2011 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 2 mei 2011, nr. BJZ2011044006, houdende

Nadere informatie

Biomassa: brood of brandstof?

Biomassa: brood of brandstof? RUG3 Biomassa: brood of brandstof? Centrum voor Energie en Milieukunde dr ir Sanderine Nonhebel Dia 1 RUG3 To set the date: * >Insert >Date and Time * At Fixed: fill the date in format mm-dd-yy * >Apply

Nadere informatie

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid.

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Een Levens Cyclus Duurzaamheids Analyse Auteur: Baukje Bruinsma November 2009 Samenvatting. Door het verbranden van fossiele

Nadere informatie

Rapport uitgevoerd in opdracht van MIRA, Milieurapport Vlaanderen. Luc Pelkmans VITO

Rapport uitgevoerd in opdracht van MIRA, Milieurapport Vlaanderen. Luc Pelkmans VITO Hernieuwbare energie door transport: implicaties van het Europees voorstel COM(2012)595 rond biobrandstoffen, dat rekening houdt met indirecte veranderingen in landgebruik Luc Pelkmans VITO Rapport uitgevoerd

Nadere informatie

Voorproefje Cosun MVO-verslag 2011

Voorproefje Cosun MVO-verslag 2011 Voorproefje Cosun MVO-verslag 2011 1 Dit is een voorproefje in druk van het digitale Cosun MVO-verslag over 2011. Wilt u meer gegevens raadplegen over wat wij zoal ondernemen met het oog op onze maatschappelijke

Nadere informatie

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies

Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Emissies, emissierechten, hernieuwbare bronnen en vermeden emissies Door Harry Kloosterman en Joop Boesjes (Stichting E.I.C.) Deel 1 (Basis informatie) Emissies: Nederland heeft als lidstaat van de Europese

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval 4.A.1 Ketenanalyse Groenafval Prop Beplantingswerken v.o.f. Autorisatie Nummer/versie Datum Opsteller Goedgekeurd directie 01 22-01-2015 Naam: F. van Doorn Naam: A. Prop Datum: 22 januari 2015 Datum: 22

Nadere informatie

Hoogwaardige benutting van gras

Hoogwaardige benutting van gras Hoogwaardige benutting van gras Mogelijkheden van aanbestedingen Arjen Brinkmann 1 Achtergrond Overheden en andere partijen herwaarderen reststromen -> Van Afval naar Grondstof Vertalen van beleidsambities

Nadere informatie

Biobrandstoffen: Hype of duurzame oplossing? Prof. Wim Soetaert

Biobrandstoffen: Hype of duurzame oplossing? Prof. Wim Soetaert Biobrandstoffen: Hype of duurzame oplossing? Prof. Wim Soetaert 1 Fossiele grondstoffen worden steeds duurder Petroleumprijs in dollar per vat Hernieuwbare grondstoffen: opbrengst per ha stijgt voortdurend

Nadere informatie

BioWanze De nieuwe generatie

BioWanze De nieuwe generatie BioWanze De nieuwe generatie BioWanze in het kort De grootste producent van bio-ethanol in België met een jaarlijkse capaciteit van maximum 300.000 m³ bio-ethanol. Het nieuwe generatie proces verzekert

Nadere informatie

Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas. Bruno Mattheeuws 09 juni 2007

Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas. Bruno Mattheeuws 09 juni 2007 Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas Bruno Mattheeuws 09 juni 2007 AGENDA Biogas-E vzw Biomassa Anaerobe vergisting Digestaat Biogas en de toepassingen Anaerobe vergisting en het milieu

Nadere informatie

Boeren met energie. 11 November 2010

Boeren met energie. 11 November 2010 Boeren met energie 11 November 2010 Wat doen wij? Ontwikkelen projecten energie uit biomassa Opzetten expertisecentrum energie uit hout droogtechnieken stookgedrag rookgasmetingen rookgasreiniging Ontwikkelen

Nadere informatie

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan. TEKST SECTORPLAN 17 (onderdeel LAP) Sectorplan 17 Reststoffen van drinkwaterbereiding I Afbakening Reststoffen van drinkwaterbereiding komen vrij bij de bereiding van drinkwater. Deze reststoffen zijn

Nadere informatie

Du"rzClftl e 9nformatiecentr lam

DurzClftl e 9nformatiecentr lam Du"rzClftl e 9nformatiecentr lam ~ 0900-9892 Biomassa is een nieuwe brandstof die meer en meer in de belangstelling komt te staan. Het is een milieuvriendelijke en -in principe- onuitputtelijke brandstof.

Nadere informatie

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van, IenM/BSK-2014/, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van, IenM/BSK-2014/, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Besluit van tot wijziging van het Besluit hernieuwbare energie vervoer en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging in verband met vaststelling van de jaarverplichting voor 2015 en enkele technische

Nadere informatie

DEELSESSIE 3. Duurzame energie: Deelvoorzitter Marga Hoek, Groene Zaak

DEELSESSIE 3. Duurzame energie: Deelvoorzitter Marga Hoek, Groene Zaak DEELSESSIE 3 Duurzame energie: Van afvalinzamelaar tot energieleverancier Deelvoorzitter Marga Hoek, Groene Zaak Ger de Jong Meerlanden De Meerlanden N.V. Rijden op GFT NVRD 24 mei 2012 Duurzame energie

Nadere informatie

Bio-olie voor warmtekrachtkoppeling. Frank Bergmans

Bio-olie voor warmtekrachtkoppeling. Frank Bergmans Bio-olie voor warmtekrachtkoppeling Frank Bergmans Inhoud 1. Productschap MVO 2. Grondstoffen bio-olie 3. Wetgeving 4. Marktontwikkelingen Productschap Margarine, Vetten en Oliën 2 1 Productschap MVO Ketenorganisatie

Nadere informatie

Nederland importland. Landgebruik en emissies van grondstofstromen

Nederland importland. Landgebruik en emissies van grondstofstromen Nederland importland Landgebruik en emissies van grondstofstromen Vraagstelling en invulling Welke materiaalstromen naar en via Nederland veroorzaken wereldwijd de grootste milieudruk? Klimaat, toxische

Nadere informatie

Presentatie voor Agrivaknet Kleinschalig mest vergisten met Microferm

Presentatie voor Agrivaknet Kleinschalig mest vergisten met Microferm Presentatie voor Agrivaknet Kleinschalig mest vergisten met Microferm Door Bart Brouwer Sheet 1 of 26 Kleinschalige mestvergisting met Microferm Staatssecretaris Joop Atsma en gedeputeerde Theo Rietkerk

Nadere informatie

Internationaal Palmolie-inkoopbeleid

Internationaal Palmolie-inkoopbeleid Internationaal Palmolie-inkoopbeleid Stand: september 2015 Onze visie Eenvoud, verantwoord, betrouwbaar: al meer dan 100 jaar ligt koopmanschap ten grondslag aan het succes van ALDI NORD (hierna: ALDI).

Nadere informatie

Rotterdam, 26 juni 2012. Geachte heer Atsma, beste Joop,

Rotterdam, 26 juni 2012. Geachte heer Atsma, beste Joop, Contact: Wiert-Jan de Raaf Telephone: +31 (0)10 2672123 E-mail: wj.deraaf@rotterdam.nl Internet: www.rotterdamclimateinitiative.nl Rotterdam Climate Initative, Programmabureau Duurzaam, Postbus 6575, 3002

Nadere informatie

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Omzendbrief met betrekking tot erkenning-/registratievoorwaarden van opslagbedrijven van dierlijke bijproducten en afgeleide producten die niet

Nadere informatie

Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden

Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden Uw wagenpark op biobrandstof laten rijden Een overzicht van de nieuwste mogelijkheden Een inleiding op de Technical Guidance Koolstofkringloop Waar gaat deze folder over? Duurzame mobiliteit is een hot

Nadere informatie

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw Hoe maak je biogas? Inhoud presentatie Wie en wat is Biogas Plus? Hoe werkt een biogasinstallatie? Voor wie is een biogasinstallatie interessant? Is een biogasinstallatie duurzaam? Zijn subsidies nodig?

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Het biobrandstoffen poster project

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Het biobrandstoffen poster project Afsluitende les Leerlingenhandleiding Het biobrandstoffen poster project Het biobrandstoffen poster project Biobrandstoffen; Duurzame ontwikkeling? Duurzame ontwikkeling is noodzakelijk voor het behoud

Nadere informatie

zonweringsdoeken gemaakt van planten THE FIRST SUNSCREEN FABRIC IN THE WORLD WITH CRADLE TO CRADLE CERTIFIED GOLD

zonweringsdoeken gemaakt van planten THE FIRST SUNSCREEN FABRIC IN THE WORLD WITH CRADLE TO CRADLE CERTIFIED GOLD zonweringsdoeken gemaakt van planten THE FIRST SUNSCREEN FABRIC IN THE WORLD WITH CRADLE TO CRADLE CERTIFIED GOLD M + N PROJECTEN ONTWIKKELDE EEN NIEUWE GENERATIE ZONWERINGSDOEKEN, DIE DE HUIDIGE MATERIALEN

Nadere informatie

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse diesel. Aspect(en): 4.A.1

CO 2 Prestatieladder. Ketenanalyse diesel. Aspect(en): 4.A.1 CO 2 Prestatieladder Ketenanalyse diesel Auteur: Dhr. A.J. van Doornmalen Aspect(en): 4.A.1 Vrijgegeven: Dhr. A.J. van der Heul Datum: 17 april 2014 Inhoudsopgave 1.0 Inleiding... 3 2.0 Doelstelling...

Nadere informatie

Biobrandstoffen voor trucks Duurzaamheid en beschikbaarheid

Biobrandstoffen voor trucks Duurzaamheid en beschikbaarheid Biobrandstoffen voor trucks Duurzaamheid en beschikbaarheid 18/03/2015 Wouter Bakker Intro 2 ECOFYS 18/03/2015 Wouter Bakker Waarom bio-energie? > Renewable and sustainable Regrows Reduces greenhouse gas

Nadere informatie

slibvergisting, wordt omgezet in elektric iteit 0,029 per kwh. slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit 0,029 per kwh.

slibvergisting, wordt omgezet in elektric iteit 0,029 per kwh. slibvergisting, wordt omgezet in elektriciteit 0,029 per kwh. Regeling van de Minister van Economische Zaken van.., nr. WJZ, houdende vaststelling van de vaste bedragen per kwh ter stimulering van de milieukwaliteit van de elektriciteitsproductie voor het jaar 2005

Nadere informatie

Beleid voor biomassa. -Lopend beleid -Discussies -Trends

Beleid voor biomassa. -Lopend beleid -Discussies -Trends Beleid voor biomassa -Lopend beleid -Discussies -Trends Beleid duurzame energie in beweging Volkskrant 30 maart 2010: Van der Hoeven neemt afstand van eigen duurzaamheidsbeleid Van onze verslaggever Michael

Nadere informatie

MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten

MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten NVRD themadag 27-11-2014 Nicole Vervaet, Projectmanager 1 MVO vertegenwoordigt 95% van de gehele oliën- en vettenketen in Nederland 2 MVO zet zich in voor

Nadere informatie

De toekomst van biogasproductie uit dierlijke mest

De toekomst van biogasproductie uit dierlijke mest Themamiddag Kansen voor verwaarden van dierlijke mest De toekomst van biogasproductie uit dierlijke mest Auke Jan Veenstra 28-03-2014 Missie Groen Gas Nederland bundelt kennis, stimuleert projecten en

Nadere informatie

Bio-energie ketens: ethanol

Bio-energie ketens: ethanol Bio-energie ketens: ethanol Rob Bakker Business Unit Biobased Products Agrotechnology & Food Innovations Wageningen UR robert.bakker@wur.nl Overzicht Wat is ethanol? Eigenschappen Welke ketens? Huidige

Nadere informatie

: Skal-voorwaarden voor vergisters en digestaat : Bedrijven die vergisten en biologische bedrijven die digestaat afnemen

: Skal-voorwaarden voor vergisters en digestaat : Bedrijven die vergisten en biologische bedrijven die digestaat afnemen Onderwerp Voor Van Datum : Skal-voorwaarden voor vergisters en digestaat : Bedrijven die vergisten en biologische bedrijven die digestaat afnemen : Skal : 18 februari 2015 herziene versie 16 april 2015:

Nadere informatie

Wet belastingen op milieugrondslag

Wet belastingen op milieugrondslag Vastgestelde tekst per 1 april 2014 Wet belastingen op milieugrondslag HOOFDSTUK IV. AFVALSTOFFENBELASTING AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 22 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop

Nadere informatie

Van fossiel naar biomassa

Van fossiel naar biomassa energiegids.nl Thema Biobased Economy 9 Thema Biobased Economy Van fossiel naar biomassa Biobased economy gaat over de overgang van een economie die draait op fossiele grondstoffen naar een economie die

Nadere informatie

Dicht bij huis meer rendement halen uit gras, maïs en andere eiwitbronnen

Dicht bij huis meer rendement halen uit gras, maïs en andere eiwitbronnen Dicht bij huis meer rendement halen uit gras, maïs en andere eiwitbronnen Heusden, 11 en 12 september 2014 Prof. Dr. J.P.M. (Johan) Sanders Biobased Commodity Chemicals (BCH) De nieuwe uitdaging voor biomassa

Nadere informatie

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Emissiekentallen elektriciteit Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Notitie: Delft, januari 2015 Opgesteld door: M.B.J. (Matthijs) Otten M.R. (Maarten) Afman 2 Januari

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse schone technologie sector

Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse schone technologie sector Wereld Natuur Fonds Driebergseweg 10 Postbus 7 3700 AA Zeist Tel: +31 30 693 7333 Direct: Fax: +31 30 691 2064 Info@wnf.nl www.wnf.nl Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse

Nadere informatie

De rol van hernieuwbare brandstoffen en afval in de Vlaamse energiemix

De rol van hernieuwbare brandstoffen en afval in de Vlaamse energiemix 08/04/2011 De rol van hernieuwbare brandstoffen en afval in de Vlaamse energiemix Luc Pelkmans, VITO 4 de Vlaamse afval- en materialencongres Brugge, 6 april 2011 Inhoud» Vlaamse onderbouwing van de Belgische

Nadere informatie

Bioethanol in den Niëderlanden

Bioethanol in den Niëderlanden Bioethanol in den Niëderlanden Nationale Ziele und Bioethanol für Mobilität Age van der Mei 13 december 2007 DUINN Age van der Mei. Dit werk is auteursrechtelijk beschermd. Niets uit dit stuk mag worden

Nadere informatie

GFT-afval is een waardevolle bron voor nieuwe grondstoffen. Maar hoe ziet de toekomst eruit?

GFT-afval is een waardevolle bron voor nieuwe grondstoffen. Maar hoe ziet de toekomst eruit? GFT-afval is een waardevolle bron voor nieuwe grondstoffen. Maar hoe ziet de toekomst eruit? Spreker: Datum: Locatie: Joop Suurmeijer en Robert Jansen 19 maart 2015 VNG-congres Utrecht GFT-afval heeft

Nadere informatie

EnergieConversiePark Moerdijk Een ECP aansluitend op bestaande verwerking van biomassa

EnergieConversiePark Moerdijk Een ECP aansluitend op bestaande verwerking van biomassa EnergieConversiePark Moerdijk Een ECP aansluitend op bestaande verwerking van biomassa Nathalie Márquez Luzardo, Jan Venselaar (Avans Hogeschool) en Patrick Reumerman (BTG) Inleiding - ECP Moerdijk is

Nadere informatie

Product Markt Combinatie. Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies

Product Markt Combinatie. Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies 1 Product Markt Combinatie Bruins en Kwast Meest materiële Scope 3 emissies Versiebeheer Versie Datum aanmaak Gemaakt door 0.1 18-6-2015 Qonsultar, HvdV 1.0 19-6-2015 Qonsultar, HvdV Wijzigingen t.o.v.

Nadere informatie

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen Samenvatting Er bestaan al jaren de zogeheten Richtlijnen voor goede voeding, die beschrijven wat een gezonde voeding inhoudt. Maar in hoeverre is een gezonde voeding ook duurzaam? Daarover gaat dit advies.

Nadere informatie

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen

Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Intentieverklaring biomassa uit bos, natuur, landschap en de houtketen Ondergetekenden: 1. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mevrouw G. Verburg, handelend als bestuursorgaan, hierna

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 8 januari 2003 (09.01) (OR. fr) 5105/03 FISC 2

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 8 januari 2003 (09.01) (OR. fr) 5105/03 FISC 2 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 8 januari 2003 (09.01) (OR. fr) 5105/03 FISC 2 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Sylvain BISARRE, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie ingekomen:

Nadere informatie

Houten producten in de strijd tegen klimaatswijziging

Houten producten in de strijd tegen klimaatswijziging Houten producten in de strijd tegen klimaatswijziging Meer hout voor een betere planeet Beleidsmakers zoeken allerlei manieren om broeikasgasemissies te verminderen. De rol van bossen en bosbouw vormt

Nadere informatie

GREENN Co. GReen Ethanol Energy Northern Netherlands Cooperation BIO-ETHANOL. Rijden op een tank vol alcohol

GREENN Co. GReen Ethanol Energy Northern Netherlands Cooperation BIO-ETHANOL. Rijden op een tank vol alcohol BIO-ETHANOL Rijden op een tank vol alcohol Rinus Rinia : Oosterhof-Holman Milieutechniek Onno van Dijk: TechnologieCentrum Noord-Nederland EU richtlijn biobrandstoffen In 2005: 2 procent substitutie In

Nadere informatie

AO milieuregels windturbines d.d. 14 december 2010

AO milieuregels windturbines d.d. 14 december 2010 AO milieuregels windturbines d.d. 14 december 2010 Voorzitter, Vandaag voeren wij een bijzondere debat. Later zullen wij hier waarschijnlijk op terug kijken en ons realiseren dat wij vandaag grote stappen

Nadere informatie

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader TEKST SECTORPLAN 45 (onderdeel LAP) Sectorplan 45 Brandblussers I Afbakening Dit sectorplan heeft betrekking op de verwerking van brandblussers. Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat

Nadere informatie

sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden

sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden sectorplan Restafval van handel, diensten en overheden 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Organisch afval, papier/karton, kunststoffen 2. Belangrijkste bronnen HDO-sectoren. Aanbod in

Nadere informatie

Fosfaat en bio energie. Anton Haverkort

Fosfaat en bio energie. Anton Haverkort Fosfaat en bioenergie Anton Haverkort? BbE grondstoffen, visie RvB Randvoorwaarden Organisatie / integrale goederenstroom (value chain) Drivers: Olie schaarser/ duurder Mitigatie agenda Agrarische afvalstromen

Nadere informatie

Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei

Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei Burgers, bedrijven, milieu-organisaties en overheden hebben vandaag op initiatief van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en

Nadere informatie

(Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN

(Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN 16.3.2012 Publicatieblad van de Europese Unie L 77/1 II (Niet-wetgevingshandelingen) VERORDENINGEN VERORDENING (EU) Nr. 225/2012 VAN DE COMMISSIE van 15 maart 2012 tot wijziging van bijlage II bij Verordening

Nadere informatie

Bio-WKK en WKK in de glastuinbouw: meer met minder

Bio-WKK en WKK in de glastuinbouw: meer met minder Voor kwaliteitsvolle WarmteKrachtKoppeling in Vlaanderen Bio-WKK en WKK in de glastuinbouw: meer met minder 16/12/2010 Cogen Vlaanderen Daan Curvers COGEN Vlaanderen Houtige biomassa in de landbouw 16

Nadere informatie

Biomassa verleden, heden en toekomst: Vlaanderen en België

Biomassa verleden, heden en toekomst: Vlaanderen en België 14/12/2011 Biomassa verleden, heden en toekomst: Vlaanderen en België Biomassa als hernieuwbare energiebron, voeding en grondstof voor materialen en producten Biomassa: BACK & TO THE FUTURE» Biomassa Vlaanderen

Nadere informatie

Ontwikkelingen rond de opwerking van organische reststromen en biomassa. Arjen Brinkmann Branche Vereniging Organische Reststoffen

Ontwikkelingen rond de opwerking van organische reststromen en biomassa. Arjen Brinkmann Branche Vereniging Organische Reststoffen Ontwikkelingen rond de opwerking van organische reststromen en biomassa Arjen Brinkmann Branche Vereniging Organische Reststoffen 1 Inhoud Over de BVOR Over organische reststromen & biomassa: Waar hebben

Nadere informatie

Factsheet VKP EU2014 Werkgroep Grondstoffen

Factsheet VKP EU2014 Werkgroep Grondstoffen Factsheet VKP EU2014 Werkgroep Grondstoffen Standpunten voor / van D66 D66 ziet toekomst in een circulaire en biobased economie en zet zich in om de transitie van de fossiel based economie naar de circulaire

Nadere informatie

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan IP/04/1250 Brussel, 20 oktober 2004 Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan De Europese Commissie gaat akkoord met een tweede

Nadere informatie

Activiteiten van leveranciers van biobrandstoffen, ontwikkelingen en toekomstverwachtingen

Activiteiten van leveranciers van biobrandstoffen, ontwikkelingen en toekomstverwachtingen Activiteiten van leveranciers van biobrandstoffen, ontwikkelingen en toekomstverwachtingen Eric van den Heuvel 18 maart 2015 Presentatie tijdens het Truck van de Toekomst evenement - Hardenberg Inpakken

Nadere informatie

Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen

Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen Wetgevende aspecten: ondersteuningsmaatregelen en emissienormen Overzicht 1. Algemeen 2. Investeringssteun 3. Certificaten 4. Emmisienormen Algemeen Bio-WKK Biomassa als duurzame brandstof groene stroom

Nadere informatie

mea Rapportage hernieuwbare energie 2013 Naleving jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging

mea Rapportage hernieuwbare energie 2013 Naleving jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging mea Nederlandse Emissieautoriteit Dutch Emissions Authority Rapportage hernieuwbare energie 2013 Naleving jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Energiedossiers tijdens het Italiaanse voorzitterschap

Energiedossiers tijdens het Italiaanse voorzitterschap Energiedossiers tijdens het Italiaanse voorzitterschap Jan Haers 2 juli 2014 Vleva en SAR-Minaraad Overzicht Energiebeleid op Europese Raad Tijdens het Griekse voorzitterschap Prioriteiten van het Italiaanse

Nadere informatie

Naleving jaarverplichting 2012 hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging

Naleving jaarverplichting 2012 hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging Naleving jaarverplichting 2012 hernieuwbare energie vervoer en verplichting brandstoffen luchtverontreiniging Nederlandse Emissieautoriteit 07-08-2013 Samenvatting Registratieplichtige bedrijven moeten

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 17 september 2002 (23.09) (OR. en) 12004/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/00265 (COD)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 17 september 2002 (23.09) (OR. en) 12004/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/00265 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 17 september 2002 (23.09) (OR. en) 12004/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/00265 (COD) ENER 185 TRANS 226 ENV 479 FISC 234 CODEC 1085 INFORMATIEVE NOTA van: het secretariaat-generaal

Nadere informatie

Vario Grass B.V. Keteninitiatieven. Masters in Green. CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1. Koningslinde 5b. 7131 MP, Lichtenvoorde

Vario Grass B.V. Keteninitiatieven. Masters in Green. CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1. Koningslinde 5b. 7131 MP, Lichtenvoorde Keteninitiatieven CO2-Prestatieladder Eis: 1.D.1, 1.D.2 en 3.D.1 Vario Grass Masters in Green Organisatie: Adres: Opgesteld door: Vario Grass B.V. Koningslinde 5b 7131 MP, Lichtenvoorde Jasper Eppingbroek

Nadere informatie

Geothermie. traditioneel energiebedrijf?

Geothermie. traditioneel energiebedrijf? 31 maart 2010 T&A Survey Congres Geothermie Duurzame bron voor een traditioneel energiebedrijf? Hugo Buis Agenda Duurzame visie & ambities Waarom kiest Eneco voor Geothermie? Stand van zaken Markten Pro

Nadere informatie

De plaats van WKK in een rationele energiepolitiek

De plaats van WKK in een rationele energiepolitiek Voor kwaliteitsvolle WarmteKrachtKoppeling in Vlaanderen De plaats van WKK in een rationele energiepolitiek Jean-Pierre Lemmens COGEN Vlaanderen easyfairs Industrie & Milieu 2010 Seminarie Bio-energie

Nadere informatie

Er bestaan toch verschillende soorten biomassa? Welke types biomassa zijn ecologisch aanvaardbaar?

Er bestaan toch verschillende soorten biomassa? Welke types biomassa zijn ecologisch aanvaardbaar? Q&A Biomassa A) Biomassa Er bestaan toch verschillende soorten biomassa? Welke types biomassa zijn ecologisch aanvaardbaar? Er wordt vooral een onderscheid gemaakt tussen biomassa die is geproduceerd op

Nadere informatie

Het onmogelijke mogelijk maken

Het onmogelijke mogelijk maken Het onmogelijke mogelijk maken Duurzame biobrandstoffen Titus Galema Inhoud Definitie/geschiedenis Duurzaamheid en criteria van Cramer Gota Verde in Honduras (beschrijving/aanpak/resultaten/geleerde lessen)

Nadere informatie

Nieuwe IPPC-installaties vanaf januari 2013

Nieuwe IPPC-installaties vanaf januari 2013 Nieuwe IPPC-installaties vanaf januari 2013 Kenniscentrum InfoMil Bianca Schijven Opbouw IPPC-installatie Nieuwe categorieën Wat betekent voor omgevingsvergunning Enkele casussen 2 IPPC-installatie Definitie

Nadere informatie

Toekomstverkenning mogelijkheden recycling reststromen uit voedselverwerkende industrie

Toekomstverkenning mogelijkheden recycling reststromen uit voedselverwerkende industrie Toekomstverkenning mogelijkheden recycling reststromen uit voedselverwerkende industrie donderdag 24 september, 2015 Agrivizier Jan-Henk Welink, ww.duurzaamgrondstoffenbeheer.nl, 015 278 9205, j.h.welink@tudelft.nl

Nadere informatie

grondstof? Afvalwater als Energie winnen uit afvalwater Verwijderen van medicijnen en hergebruik van meststoffen Veel mogelijkheden

grondstof? Afvalwater als Energie winnen uit afvalwater Verwijderen van medicijnen en hergebruik van meststoffen Veel mogelijkheden Afvalwater als grondstof? Energie winnen uit afvalwater Om energie uit afvalwater te winnen wordt het water van het toilet, eventueel gemengd met groente en fruitafval, vergist. Daarvoor worden een vacuümsysteem,

Nadere informatie

Infoblad dierlijke bijproducten in de eiersector

Infoblad dierlijke bijproducten in de eiersector Infoblad dierlijke bijproducten in de eiersector Wettelijk kader Verordening (EG) nr. 1069/2009, tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke

Nadere informatie

Biomassa WKK in de glastuinbouw

Biomassa WKK in de glastuinbouw Management samenvatting Biomassa WKK in de glastuinbouw Evaluatie van transitieroutes Februari 2005 Auteurs Opdrachtgevers : Ir. Joep Coenen, Cogen Projects Ir. Stijn Schlatmann, Cogen Projects : Productschap

Nadere informatie

Bijlage Rapportage duurzaamheid Biomassa

Bijlage Rapportage duurzaamheid Biomassa Bijlage Rapportage duurzaamheid Biomassa versie 1.0 april 2012 1 Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij VERTOGAS. Algemeen Begrippen die in de Definitielijst zijn gedefinieerd, hebben

Nadere informatie

Leerlingenhandleiding

Leerlingenhandleiding Leerlingenhandleiding Afsluitende module Het Biobrandstoffen Poster Project Ontwikkeld door dr. T. Klop Op alle lesmaterialen is de Creative Commons Naamsvermelding-Niet-commercieel-Gelijk delen 3.0 Nederland

Nadere informatie

E85 he15 BIODIESEL BIOGAS GROEN GAS WATERSTOF AARDGAS LPG LNG

E85 he15 BIODIESEL BIOGAS GROEN GAS WATERSTOF AARDGAS LPG LNG E85 he15 BIODIESEL BIOGAS GROEN GAS WATERSTOF AARDGAS LPG LNG 26 DUURZAME MOBILITEIT 2009 Change EEN DUURZAMER PALET VAN BRANDSTOFFEN Bij de pomp wordt de brandstof steeds schoner. Door de toevoeging van

Nadere informatie