Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner"

Transcriptie

1 ARTIKELEN Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner Edith Josten * Mannen hebben in de crisis vaker hun baan verloren dan vrouwen. Volgens sommigen kan dat een emancipatoire werking hebben: zij verwachten dat vrouwen met een werkloze partner hun arbeidsduur gaan vergroten om de inkomensterugval te verminderen. Dit onderzoek toetst deze veronderstelling met behulp van enquêtegegevens uit 2003 en 2005 (de internetrecessie). De gegevens komen van werkneemsters uit zorg en welzijn. 230 daarvan hadden een werkloze partner, een werkende. Van een deel van de vrouwen met een werkloze partner, 91, is bekend dat de partner twee jaar terug nog werkte. Vrouwen met een werkloze partner bleken gemiddeld 1 à 2 uur per week méér te werken dan vrouwen met een werkende partner. Dat was niet het gevolg van urenuitbreiding; de gemiddelde arbeidsduur van vrouwen met een werkloze partner was de voorgaande twee jaar niet gestegen, ook niet als hun partner toen zijn werk was kwijtgeraakt. Toch was er een gering effect. Ten eerste hadden vrouwen met een werkloze partner hun arbeidsduur, gemiddeld genomen, niet verminderd, wat vrouwen met een werkende partner wel licht hadden gedaan (-0,5 uur korter). Ten tweede hadden zij wat vaker een niet vervulde wens tot arbeidsduurverlenging dan vrouwen met een werkende partner. Inleiding De economische neergang heeft vooral typische mannensectoren hard getroffen, zoals de industrie, het transport en de bouw. De werkloosheid onder mannen is daardoor flink gestegen; sterker dan die onder vrouwen (CBS, 2012a). Aangezien mannen meestal hoofdkostwinner zijn, daalt het huishoudensinkomen vaak flink als zij hun baan kwijtraken. Bij baanverlies van de hoofdkostwinner is de teruggang meestal zo n 16 tot 24% netto, aannemende dat de hoofdkostwinner WW krijgt (Soede et al., 2009). Om een voorbeeld te geven: bij een besteedbaar huishoudensinkomen van per maand, is dat zo n 450 tot 670 minder. Als de hoofdkostwinner geen WW ontvangt, is de afname zelfs nog groter. De teruggang in huishoudensinkomen is deels op te vangen door de eventuele partner van een werkloze man. Als zij geen werk had, kan zij wel gaan werken. Als zij een parttime baan had, kan zij meer uren gaan werken. Dit wordt wel het added worker effect genoemd. * Edith Josten is werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, adres: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 47

2 Edith Josten De kans dat een niet-werkende partner een baan vindt, is echter niet zo groot als het economisch slecht gaat, zeker als de partner geen recente werkervaring heeft. Het meeste, internationale onderzoek laat dan ook zien dat de arbeidsdeelname van vrouwen met een werkloos geworden partner slechts licht stijgt (Verenigde Staten: Lundberg, 1985; Maloney, 1990; Spletzer, 1997; Stephens, 2001; Juhn & Potter, 2007; Duitsland en Groot-Brittannië: McGinnity, 2002). Uitbreiding van de arbeidsduur is in vergelijking daarmee iets gemakkelijker te realiseren, zo blijkt uit Australisch onderzoek (Gong, 2010). Dat lijkt logisch: iemand die werkt, heeft immers per definitie recente werkervaring en contacten bij een bedrijf. Helaas is in het betreffende onderzoek niet vermeld hoe groot de urenuitbreiding gemiddeld was. Mogelijkheden en obstakels voor urenuitbreiding Nederlandse vrouwen kunnen hun arbeidsduur in principe vaak uitbreiden als hun partner werkloos wordt, want veel van deze vrouwen werken in deeltijd. In 2012 had 61% van de werkende mannen die samenwonen of getrouwd zijn, een vrouw met een deeltijdbaan. Slechts 18% had een vrouw met een voltijdbaan (CBS, 2012b). In andere Europese landen wordt veel minder in deeltijd gewerkt, maar ligt de arbeidsdeelname van vrouwen, de Scandinavische landen en Zwitserland daargelaten, duidelijk lager (Keuzenkamp & Steenvoorden, 2008). Het percentage deeltijders onder Nederlandse vrouwen is de afgelopen decennia flink gegroeid naar het huidige, hoge niveau. Vooral vanaf eind jaren tachtig, begin jaren negentig nam het duidelijk toe (Allaart et al., 1991, 1993; CBS, 2012c; Delsen, 1991; Merens, 2008). Vrouwen met een partner gingen toen in toenemende mate werken, maar dan meestal wel in deeltijd om werk en de zorg voor huishouden en kinderen goed te kunnen combineren. Ook als de kinderen ouder worden of het huis uit gaan, blijven deze vrouwen vaak parttime werken (Portegijs & Keuzenkamp, 2008). De groei van het deeltijdwerk onder vrouwen zet zich nog steeds voort, zij het de laatste jaren wel iets minder sterk (CBS, 2012a; Mars et al., 2012). Veel vrouwen met een deeltijdbaan, 23%, werken in zorg en welzijn (bron: eigen bewerking Enquête beroepsbevolking 2008). In deze sector bleef de werkgelegenheid het afgelopen decennium groeien, en hebben werkgevers dus waarschijnlijk meer mogelijkheden voor urenuitbreiding (zie ook Josten & Jehoel-Gijsbers, 2009). Sommigen hopen daarom dat vrouwen met een partner die werkloos is of dreigt te worden, hun arbeidsduur zullen uitbreiden en dat die uitbreiding blijvend zal zijn (bijvoorbeeld voorzitter taskforce Deeltijd Plus Pia Dijkstra in De Pers, 2009). De economische crisis zou zo, hoe cynisch het ook klinkt, een bijdrage kunnen leveren aan het overheidsstreven de arbeidsduur van vrouwen te vergroten. Het kan hun deelname meer richting Scandinavisch niveau veel werkende vrouwen én een beperkt percentage parttimers brengen. De overheid vindt een grotere arbeidsduur van vrouwen wenselijk om de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat te vergroten en eventuele personeelstekorten als gevolg van de vergrijzing op te vangen. Het is echter de vraag of Nederlandse vrouwen met een werkloze partner hun uren inderdaad vaak uitbreiden. Eerder Nederlands onderzoek (Verbakel, 2010) 48 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

3 Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner geeft hier geen aanwijzingen voor. In dat onderzoek bleken vrouwen met een niet-werkende partner dat kon zijn een werkloze, arbeidsongeschikte of anderszins niet-werkende partner hun arbeidsduur niet vaker te vergroten dan vrouwen van wie de partner wel werkte. Wel verkleinden deze vrouwen hun arbeidsduur minder vaak. Als het onderzoek wordt beperkt tot vrouwen met een werkloze partner, zoals hier, zijn de effecten wellicht nog kleiner, omdat de werkloosheid vaak kort duurt. Een groot deel van de mannen die net werkloos zijn geworden, vindt binnen zes maanden een nieuwe baan. Het afgelopen decennium lukte dat zo n 42 tot 58% (CBS, 2012d). De financiële noodzaak van urenuitbreiding is dan beperkt. Een obstakel voor urenuitbreiding is mogelijk dat ruim de helft, 55% (Portegijs, 2008), van de in deeltijd werkende vrouwen minderjarige kinderen heeft. In huishoudens met kinderen zijn de taken meestal verdeeld volgens een vast patroon. Hij werkt fulltime en brengt het meeste inkomen in. Zij werkt parttime en neemt het grootste deel van de zorg voor huishouden en kinderen op zich (Cloïn & Souren, 2011). Deze taakverdeling ontstaat in het algemeen na de geboorte van het eerste kind. De verdeling van betaald werk wordt van tevoren door beide partners besproken, de verdeling van huishoudelijk werk ontstaat min of meer vanzelf (Wiesmann et al., 2008). Daarna verandert de taakverdeling weinig meer. Een klein deel van de vrouwen gaat na de geboorte van een tweede of volgend kind nog iets korter werken, en een eveneens klein deel breidt de arbeidsduur wat uit als de kinderen groter worden. Mannen blijven in het algemeen fulltime werken (Mol, 2008). Er zijn verschillende verklaringen voor deze vaste taakverdeling (Coltrane & Shih, 2010; Künzler et al., 2001). Economische theorieën gaan ervan uit zij is ingegeven door rationele overwegingen (Wiesmann et al., 2008). Volgens de New home Economics (Becker, 1993) is het voor het huishouden het voordeligst als het ene lid van een koppel zich specialiseert in betaald werk, en het andere in huishoudelijk werk. Aangezien mannen meestal meer verdienen en vrouwen degenen zijn die kinderen krijgen, zal hij zich vooral richten op betaald werk en zij zich op huishouden en kinderen. De toegenomen arbeidsdeelname in deeltijd van vrouwen met kinderen kan eveneens uit zulke rationele overwegingen worden verklaard. Betaald werk levert vrouwen meer op dan vroeger door hun gestegen opleidingsniveau (Cörvers & Vendrik, 2005). Tegelijkertijd is het aanschaffen in plaats van zelf maken van bepaalde huishoudelijke producten (bijvoorbeeld kleding, voorbereid voedsel) goedkoper geworden ten opzichte van het uurloon van vrouwen (Gwozdz, 2008; Tijdens, 2006). Het is voor veel huishoudens daardoor lucratiever als de vrouw deels werkt. Sociologische theorieën benadrukken het belang van individuele voorkeuren en sociale normen bij het ontstaan van de taakverdeling tussen mannen en vrouwen (Verbakel, 2010). De meeste vrouwen vinden arbeid en zorg combineren belangrijker dan het maken van carrière. Mannen, daarentegen, zijn meestal meer gericht op werk. Dit verschil zou ontstaan uit vrije keuze (Hakim, 2000) of onder invloed van de gangbare opvattingen in de maatschappij (Parsons & Bales, 1955; Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 49

4 Edith Josten Vendrik, 1994). Door deze verschillen in opvatting zouden vooral vrouwen na de geboorte van het eerste kind minder gaan werken. De groei van deeltijdwerk onder vrouwen met kinderen kan volgens sociologische theorieën uit een aantal factoren worden verklaard (Cloïn, 2010). Ten eerste is het combineren van zorgtaken met betaalde arbeid gemakkelijker geworden doordat de faciliteiten hiervoor zijn verbeterd (bijvoorbeeld meer kinderopvang). Ten tweede zijn de sociale normen veranderd; tegenwoordig is betaald werk door vrouwen met kinderen vrij algemeen geaccepteerd, zolang het om deeltijdwerk gaat (Cloïn & Souren, 2011). Op grond van voornoemde theorieën is niet zo snel een uitbreiding van de arbeidsduur van vrouwen met een werkloze partner te verwachten als er minderjarige kinderen in het huishouden zijn. Vanwege de specialisatie van de man in betaald werk en de vrouw in zorgtaken, kan het financieel verstandiger zijn als hij zich in eerste instantie vooral richt op het vinden van nieuw werk en zij het meeste voor de kinderen blijft zorgen. Zijn potentiële verdiencapaciteit zal in het algemeen groter zijn. Pas als de werkloosheid langer duurt, kan het gunstiger worden de rollen deels of geheel om te draaien. Bovendien veranderen de voorkeuren van man en vrouw ten aanzien van hun taakverdeling niet zo snel. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van een werkende moeder in een damesblad: Als het bedrijf van mijn man minder zou gaan lopen, zou ik eerder financieel een stap terugdoen dan meer gaan werken. Ik vind het ook belangrijk om bij de kinderen te zijn (Libelle, 2011). Tot slot is er nog een praktische belemmering voor urenuitbreiding: de opvang van de kinderen kan in de knel komen als de vrouw haar uren wel vergroot en de man daarna alsnog een (voltijds) baan vindt. Dit kan vooral vrouwen met kleine kinderen weerhouden van urenuitbreiding. Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de mate van urenuitbreiding van Nederlandse vrouwen bij werkloosheid van hun partner. Daar is tot nu toe weinig over bekend. De onderzoeksvraag luidt: In hoeverre vergroten vrouwen hun arbeidsduur als hun partner werkloos wordt? Op grond van de hiervoor genoemde theoretische overwegingen en de resultaten van het onderzoek van Verbakel (2010) is de verwachting dat de mate van urenuitbreiding beperkt zal zijn. Methode Gegevens afkomstig uit de internetrecessie De mate van urenuitbreiding is onderzocht aan de hand van gegevens uit de internetrecessie. Die begon in 2001/2002 en de piek in werkloosheid lag begin Er zijn gegevens uit de internetrecessie gebruikt, omdat er een geschikte dataset is over die periode en deze recessie betrekkelijk kort geleden is. De gegevens in kwestie zijn afkomstig uit een groot tweejaarlijks vragenlijstonderzoek onder verpleegkundigen, verzorgenden en agogisch werkenden met een 50 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

5 Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner baan in zorg of welzijn (93% van de respondenten), en voormalig verpleegkundigen, verzorgenden en agogisch werkenden die inmiddels ander werk hebben in zorg en welzijn (7% van de respondenten). Het onderzoek had tot doel de werksituatie van deze groep te monitoren. Het was opgezet als panelonderzoek; aan de deelnemers werd bij de daaropvolgende meting gevraagd opnieuw mee te werken. Tevens werden bij iedere meting nieuwe respondenten aangezocht om uitval van panelrespondenten op te vangen en ervoor te zorgen dat starters in zorg en welzijn ook vertegenwoordigd zijn. Het onderzoek is uitgevoerd in oktober 1998, oktober 2000, januari 2003 en januari Hier zijn de gegevens uit 2003 en 2005 gebruikt. Alleen de gegevens van vrouwelijke respondenten zijn gebruikt. Meer informatie over het onderzoek, dat bekendstond onder de naam OSA Arbeidsaanbodpanel zorg en welzijn, is te vinden in Bekker et al. (2004). Voor- en nadelen van de gebruikte dataset De personen in de door ons gebruikte dataset vormen een selecte en vrij homogene groep: ze hadden allen een baan in de sector zorg en welzijn, en werkten bijna allen als verpleegkundige, verzorgende of agogisch werkende. Dit beperkt de generaliseerbaarheid van onze resultaten. Aan de andere kant is die homogeniteit ook een voordeel. Er zijn daardoor minder verschillen in niet-waargenomen kenmerken tussen vrouwen met een werkloze en een werkende partner, die ook invloed hebben op de mate van arbeidsduurvergroting. Denk bijvoorbeeld aan zaken zoals persoonlijkheidskenmerken en werkmotivatie. Een eventueel added worker effect zal in een homogene groep daardoor eerder zichtbaar zijn. Het risico van een homogene groep is wel dat de partners zelf ook een selecte groep vormen, met een vergelijkbare achtergrond als de respondenten. Mensen kiezen immers vaak voor een partner uit hetzelfde milieu (homogamie), omdat zij een voorkeur hebben voor iemand die op hen lijkt en de kans op ontmoeting van iemand uit hetzelfde milieu groter is. Zo kent bijna een kwart van de stellen elkaar van de school/studie of uit het werk (zie bijvoorbeeld Kalmijn & Flap, 2001). De mogelijkheid bestaat daarom dat veel van de partners ook een zorg- en welzijnsachtergrond hebben. Als dat inderdaad zo is, dan is de noodzaak van urenuitbreiding in onze onderzoeksgroep beperkter dan gemiddeld. De partners zoeken dan immers vaak werk in een groeisector (zorg en welzijn), wat de kans op spoedig succes vergroot. Het gebruikte databestand bevat geen informatie over de opleidingsrichting van de partner of diens vroegere bedrijfssector. Analyses op de Enquête Beroepsbevolking van het CBS (jaargang 2006) laten echter zien dat de partners van werkneemsters in zorg en welzijn uiteenlopende achtergronden hebben: zo is 18% van de werkende partners actief in de industrie, 15% in de financiële of zakelijke dienstverlening, 12% in handel, horeca, reparatie, 11% in zorg en welzijn, 11% in de bouw, et cetera. Het is daarom niet waarschijnlijk dat de partners van onze respondenten vooral een zorg- en welzijnsachtergrond hebben. Analyse-eenheden zijn waarnemingen, niet respondenten Het databestand is als volgt gebruiksklaar gemaakt voor analyses. De gegevens uit meting 2003 en 2005 zijn samengevoegd, oftewel gepoold. De analyse-eenheden Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 51

6 Edith Josten in dit onderzoek zijn waarnemingen in plaats van respondenten. Respondenten die zowel in 2003 als 2005 hebben meegedaan, leveren ieder twee waarnemingen aan, één uit 2003 en één uit Respondenten die in een van beide jaren hebben deelgenomen, leveren ieder één waarneming aan. Zowel waarnemingen van panel- als van nieuwe respondenten zijn gebruikt. Er zijn alleen waarnemingen geselecteerd van vrouwen die aan de twee volgende voorwaarden voldeden: 1. Zij werkten twee jaar vóór de enquête ook in zorg en welzijn. Dit is vastgesteld met behulp van de vraag: Bij wat voor soort instelling of bedrijf werkte u twee jaar geleden? 2. Zij voerden op het moment van enquêtering een gezamenlijke huishouding met een werkende of werkzoekende partner. Dit is vastgesteld met behulp van de vragen: Bent u samenwonend met een partner? (dit heeft betrekking op zowel gehuwd als ongehuwd samenwonen) en Wat is de arbeidsmarktpositie van uw partner op dit moment? Vrouwen met een werkende partner dienen in dit onderzoek als vergelijkingsmateriaal. Wijze van vaststellen van arbeidsduurvergroting In de vragenlijst is gevraagd naar zowel de huidige contractomvang, als naar die van twee jaar terug. Hierdoor is het mogelijk om na te gaan of vrouwen met een werkloze partner hun arbeidsduur de voorgaande twee jaar méér hebben verlengd dan vrouwen met een werkende partner. Een deel van de respondenten heeft wellicht een (nog) onvervulde wens tot arbeidsduurverlenging. Dat is vastgesteld door het verschil te berekenen tussen de huidige arbeidsduur en de gewenste. De gewenste arbeidsduur is in de enquête als volgt geïnventariseerd: Stel dat u zelf de omvang van uw contract zou mogen bepalen. Hoeveel uren zou u dan per week in uw huidige werkkring willen werken? Veronderstel daarbij dat uw uurloon gelijk blijft en anderen binnen uw huishouden niet meer of minder gaan werken. Helaas is niet gevraagd sinds wanneer de partner werkloos is. Een deel van de partners zal al meer dan twee jaar zonder werk zijn. Als hun vrouwen hun arbeidsduur hebben verlengd vlak na het ontstaan van de werkloosheid, dan ontbreekt die verlenging in onze gegevens. Vermoedelijk geeft dat slechts een kleine vertekening, want het merendeel van de mannen in Nederland die op een bepaalde datum werkloos is, is nog geen twee jaar op zoek naar werk. In 2003 ging dat op voor 86% van de werkloze mannen, in 2005 voor 79% (CBS, 2011c). In onze onderzoeksgroep zal dat waarschijnlijk niet veel anders zijn. Van de paneldeelnemers is wel bekend of hun partner langer dan twee jaar werkloos is. Zij hebben bij de meting ervoor, twee jaar terug, namelijk ook de arbeidsmarktpositie van de partner opgegeven. Helaas is het aantal waarnemingen te klein om de analyses alleen op panelrespondenten te doen. Daarom worden alle analyses twee keer gedaan. Eerst worden de verschillen tussen vrouwen met een werkende en werkloze partner onderzocht voor de totale groep respondenten. Daarna wordt deze vergelijking herhaald onder panelrespondenten van wie de partner twee jaar terug werkte. Door de uitkomsten van beide 52 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

7 Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner analyses met elkaar te vergelijken wordt duidelijk in hoeverre de aanwezigheid van langdurig werkloze partners de resultaten vertekent. Het aantal bruikbare waarnemingen is voor de totale groep respondenten, waarvan met een werkende partner en 230 met een werkzoekende partner. Daaronder zijn waarnemingen van panelrespondenten met een partner die twee jaar terug werkte. Bij van hen werkte de partner op de enquêtedatum nog steeds, bij 91 was de partner werkloos geraakt. Er zijn vrijwel geen verschillen tussen vrouwen met een werkende en een werkloze partner in het percentage met een vast dienstverband (zie tabel 1). Er zijn matige tot flinke verschillen wat betreft de verdeling naar leeftijdsklasse, opleidingsniveau, de aanwezigheid van thuiswonende kinderen, het aandeel allochtonen, het wel of niet hebben van een leidinggevende functie en het jaar van deelname aan de vragenlijst (2003 of 2005). Regressieanalyses met correctie voor dubbele waarnemingen Er zijn zes regressieanalyses uitgevoerd, drie op de totale groep respondenten en drie dezelfde analyses op de groep panelrespondenten. Eerst is voor beide groepen getoetst of de huidige arbeidsduur van vrouwen met een werkende en een werkloze partner verschilt. Vervolgens is getoetst of vrouwen met een werkende en een werkloze partner verschillen in de gemiddelde verandering van contractduur in de voorgaande twee jaar. Tot slot is nagegaan of er een verschil is tussen vrouwen met een werkende en een werkloze partner in de nog gewenste urenverandering. Leeftijdsklasse, opleidingsniveau, aanwezigheid kinderen, herkomst (autochtoon versus allochtoon), leidinggevende functie en jaar van deelname zijn in de analyses opgenomen als controlevariabele om te corrigeren voor het feit dat vrouwen met een werkende en werkloze partner op deze aspecten van elkaar verschilden. Om de interpretatie van de controlevariabelen te vergemakkelijken zijn voor elk van deze variabelen referentiecategorieën gekozen met weinig of geen verandering in feitelijke en gewenste arbeidsduur. Bij de analyses op de panelrespondenten wordt ook gerapporteerd of verschillen significant zijn op 10%-niveau, vanwege het kleine aantal vrouwen met een werkloze partner in deze groep (91). Zoals eerder aangegeven heeft een deel van de respondenten, 32% om precies te zijn, zowel in 2003 als in 2005 aan het onderzoek meegedaan. Zij komen dus twee keer voor in de dataset. Daarom zijn robuuste standaardfouten geschat, met correctie voor het feit dat een deel van de waarnemingen niet onafhankelijk van elkaar is, maar geclusterd is op het niveau van de individuele respondent. Zonder zo n correctie worden de standaardfouten onderschat en daarmee de significantieniveaus overschat. Resultaten De resultaten van de analyses staan in tabel 2, 3 en 4. Tabel 2 geeft de beschrijvende statistieken: de gemiddelde arbeidsduur op het moment van enquêteren, de gemiddelde verandering in arbeidsduur in de voorgaande twee jaar en de Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 53

8 Edith Josten Tabel 1 Verdeling van de respondenten naar achtergrondkenmerken (in %) Leeftijdsklasse Totale groep respondenten partner werkend (N = 7.189) partner werkloos (N = 230) Panelrespondenten, partner werkte wel twee jaar terug partner werkend (N = 3.873) tot 35 jaar tot 50 jaar jaar of ouder Opleidingsniveau vmbo of lager havo, vwo, mbo hbo of hoger Thuiswonende kinderen geen wel, oudste kind 2 jaar wel, oudste kind > 2 jaar Herkomst allochtoon (westers of nietwesters) Type functie uitvoerend uitvoerende én leidinggevende taken uitsluitend leidinggevende taken Type dienstverband vast (inclusief tijdelijk met uitzicht op vast) Jaar van invullen enquête partner werkloos (N = 91) gemiddeld nog gewenste verandering naar arbeidsmarktpositie van de partner. Tevens is vermeld of er sprake is van een echte verandering, dat wil zeggen of de feitelijke en gewenste verandering significant van nul verschillen. Tabel 3 en 4 tonen de resultaten van de regressieanalyses. Deze geven antwoord op de vraag of vrouwen met een werkloze partner hun arbeidsduur méér hebben uitgebreid of méér willen uitbreiden dan vrouwen met een werkende partner. Dit is de toets van het added worker effect. 54 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

9 Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner Tabel 2 Gemiddelde arbeidsduur per week en gemiddelde verandering in arbeidsduur, naar de arbeidsmarktpositie van de partner (standaarddeviaties tussen haakjes) a Totale groep respondenten partner werkend 23,2 (8,0) partner werkloos 25,5 (7,8) Panelrespondenten, partner werkte twee jaar terug partner werkend 22,4 (7,8) partner werkloos 24,4 (8,0) Huidige arbeidsduur Verandering in arbeidsduur in voorgaande twee jaar -0,5 (5,0) +0,3 (5,6) -0,4 (4,6) -0,1 (6,4) Nog gewenste verandering in arbeidsduur -0,4 (4,8) -0,2 (6,6) -0,4 (4,6) +0,2 (6,0) a Een klein deel van de vrouwen (3%) heeft de vraag naar de gewenste arbeidsduur niet beantwoord. Het aantal waarnemingen is bij dit aspect daarom iets kleiner. De analyses leverden vergelijkbare resultaten op voor de totale groep en de panelrespondenten. Het verschil tussen vrouwen met een werkende en een werkloze partner had in beide groepen telkens dezelfde richting. Wel verschilde de grootte van het effect soms. De verschillen waren echter beperkt. Het meerekenen van vrouwen met langdurig werkloze partners in de totale groep leverde zo te zien dus maar weinig vertekening op. Vermoedelijk kwam dat doordat het percentage met een langdurig werkloze partner beperkt zal zijn geweest. Ook de controlevariabelen (leeftijd, opleiding, etc.) kregen in beide toetsen meestal vergelijkbare coëfficiënten. Vrouwen met een werkloze partner bleken gemiddeld twee uur per week méér te werken dan vrouwen met een werkende partner (zie tabel 2). Na correctie voor verschillen in controlevariabelen resteerde een grotere arbeidsduur van ongeveer één tot twee uur per week. Dit betrekkelijk kleine verschil was significant in de totale groep respondenten. Bij de panelrespondenten was het niet significant op 5%-niveau, maar wel op 10%-niveau (p =,08). De grotere arbeidsduur was niet of nauwelijks het gevolg van urenuitbreiding tijdens de werkloosheid van de partner. De gemiddelde contractomvang van vrouwen met een werkloze partner was de voorgaande twee jaar niet significant veranderd, noch in de totale groep respondenten, noch onder de panelrespondenten (zie tabel 2). Ook was zij niet, of ten minste niet aantoonbaar, het gevolg van het al op voorhand, dus voorafgaand aan de werkloosheid, hebben van een grotere arbeidsduur. Weliswaar werkten vrouwen met een werkloze partner twee jaar Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 55

10 Edith Josten voor de enquêtedatum al 1,5 tot 2 uur méér per week, maar na correctie voor verschillen in controlevariabelen resteerde daarvan maar één uur (analyses niet in de tabellen). Dit verschil was niet significant op 5%-niveau voor de totale groep (p =,07), en niet op 10%-niveau voor de panelrespondenten (p =,19). Toch had de werkloosheid van de partner wel enig effect. Dat bestond eruit dat vrouwen met een werkende partner hun arbeidsduur, gemiddeld genomen, niet hadden verminderd. Vrouwen met een werkende partner hadden dat wel licht gedaan; zij waren in de voorgaande twee jaar gemiddeld 0,4 tot 0,5 uur minder per week gaan werken. Dit verschil in ontwikkeling was klein, maar significant voor de totale groep respondenten (zie tabel 3). Bij de panelrespondenten was het niet significant (zie tabel 4). Het ontbreken van urenvermindering onder vrouwen met een werkloze partner is in overeenstemming met de uitkomsten van het onderzoek van Verbakel (2010). Ook als vrouwen met een werkloze partner allemaal hun gewenste arbeidsduur hadden gekregen, zou hun gemiddelde contractomvang vrijwel constant zijn gebleven (zie tabel 2). Onder vrouwen met een werkende partner zou de arbeidsduur dan nog iets verder zijn gekrompen, met gemiddeld -0,4 uur per week. Dit verschil in ontwikkeling was echter niet significant. Nadere analyses laten toch enig verschil in arbeidsduurwensen zien. Vrouwen met een werkloze partner wilden significant vaker hun arbeidsduur met ten minste één uur per week verlengen dan vrouwen met een werkende partner: 26 tot 28% had deze wens tegen 19% (p <,01 voor totale groep; p =,05 voor panelrespondenten). Dat de gemiddelde urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner desondanks bijna gelijk was aan nul bij vervulling van alle wensen, kwam doordat een vrijwel even groot deel van hen, 23 tot 26%, minder uren wilde werken. Van de vrouwen met een werkende partner wilde 22 tot 23% korter werken. Al met al had werkloosheid van de partner dus maar een zeer gering effect op de arbeidsduur van de vrouwen in onze onderzoeksgroep. Het effect was nog kleiner dan wij verwacht hadden. Waarschijnlijk ligt het geringe effect onder meer aan de verwachte tijdelijkheid van de situatie en aan het feit dat het regelen van arbeidsduurverlenging tijd kost. Verder zal uitbreiding bij sommige werkgevers niet gemakkelijk te realiseren zijn. Als de werkloosheid langer duurde, leken vrouwen hun arbeidsduur wel te verlengen. Van een klein aantal respondenten, 22, is bekend dat hun partner twee jaar voor de enquêtedatum ook al werkloos was. Deze vrouwen hadden hun arbeidsduur in de twee jaren voorafgaand aan de enquête wel uitgebreid, met gemiddeld 1,4 uur per week. Zij wensten een nog verdere verlenging met 2,5 uur. Het lijkt er dus op dat vrouwen bij langdurende inkomensterugval vaak wel extra inkomen proberen te verkrijgen. 56 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

11 Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner Tabel 3 Verschillen in arbeidsduur per week tussen vrouwen met een werkloze en een werkende partner: resultaten regressieanalyses totale groep (ongestandaardiseerde regressiecoëfficiënten; standaardfouten tussen haakjes) Arbeidsmarktpositie partner werkend (ref.) werkloos +1,8 (0,5) Huidige arbeidsduur +0,8 Verandering in afgelopen twee jaar * +0,4 (0,5) Nog gewenste verandering Controlevariabelen Leeftijdsklasse tot 35 jaar +2,1 35 tot 50 jaar (ref.) 50 jaar of ouder -2,5 Opleidingsniveau vmbo of lager (ref.) havo, vwo, mbo +1,4 hbo of hoger +4,7 Thuiswonende kinderen geen +6,6 wel, oudste kind 2 jaar +1,6 wel, oudste kind > 2 jaar (ref.) Herkomst autochtoon (ref.) westers of niet-westers allochtoon Type functie uitvoerende taken (ref.) uitvoerende én leidinggevende taken +2,3 +1,7 uitsluitend leidinggevende taken +6,0 Jaar van invullen enquête 2003 (ref.) ,6-0,6-0,3-0,3 +0,1 0,0-6,2 +0,3 +0,6 +0,6 0,0-0,6-0,8-0,4-0,7-0,2-2,2-0,9-0,2 * -0,8-0,2 * p <,10; * p <,05; p <,01 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 57

12 Edith Josten Tabel 4 Verschillen in arbeidsduur per week tussen vrouwen met een werkloze en een werkende partner: resultaten regressieanalyses panelrespondenten (ongestandaardiseerde regressiecoëfficiënten; standaardfouten tussen haakjes) Arbeidsmarktpositie partner werkend (ref.) werkloos +1,2 (0,7) Huidige arbeidsduur # +0,2 (0,6) Verandering in afgelopen twee jaar Nog gewenste verandering +0,9 (0,6) Controlevariabelen Leeftijdsklasse tot 35 jaar +1,6 35 tot 50 jaar (ref.) 50 jaar of ouder -2,1 Opleidingsniveau vmbo of lager (ref.) havo, vwo, mbo +1,2 (0,5) hbo of hoger +4,8 (0,5) Thuiswonende kinderen geen +6,1 wel, oudste kind 2 jaar +1,8 (0,5) wel, oudste kind > 2 jaar (ref.) Herkomst autochtoon (ref.) westers of niet-westers allochtoon Type functie uitvoerende taken (ref.) uitvoerende én leidinggevende taken +2,3 (0,5) +1,8 uitsluitend leidinggevende taken +6,4 (0,5) Jaar van invullen enquête 2003 (ref.) ,3-0,9-0,1 * -0,3 +0,1-0,4-6,4 +0,3 +0,5 +0,8-0,1-1,0-0,6-0,1-0,5-0,6-1,9-0,8-0,2 * -1,3-0,4 * # p <,10; * p <,05; p <,01 58 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

13 Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner Conclusies De onderzoeksvraag van dit artikel was: In hoeverre breiden vrouwen hun arbeidsduur uit bij werkloosheid van hun partner? Het onderzoek was ingegeven door de observatie dat mannen vaker hun baan zijn kwijtgeraakt in de huidige crisis dan vrouwen. Er wordt wel verondersteld dat dit een emancipatoire werking heeft. Vrouwen met een partner die werkloos is, zouden hun arbeidsduur vergroten om de inkomensterugval te beperken. Zij zouden dus een groter aandeel in het huishoudensinkomen op zich nemen dan anders, en dat effect zou wellicht blijvend zijn. Het antwoord op de onderzoeksvragen is gezocht aan de hand van enquêtegegevens over de arbeidsduurontwikkeling van vrouwelijke werknemers in de sector zorg en welzijn. De gegevens dateren uit 2003 en 2005, toen de werkloosheid hoog was als gevolg van de internetrecessie. De belangrijkste conclusie was dat vrouwen met een werkloze partner hun arbeidsduur, gemiddeld genomen, niet hadden verlengd in de twee voorgaande jaren, ook niet als hun partner toen werkloos was geraakt. Toch had de werkloosheid een klein effect: vrouwen met een werkloze partner verminderden hun arbeidsduur niet in de twee voorgaande jaren, wat vrouwen met een werkende partner wel licht deden. Ook wensten zij iets vaker uitbreiding van hun arbeidsduur dan vrouwen met een werkende partner. Het effect is echter zeer beperkt. In cijfers over de gemiddelde arbeidsduur van alle Nederlandse vrouwen zal het nauwelijks zichtbaar zijn, ook omdat slechts een klein deel van de werkende vrouwen een werkloze partner heeft. Het ontbreken van enige urenuitbreiding is toch wel opmerkelijk, want het huishoudensinkomen daalt vaak fors bij werkloosheid van de hoofdkostwinner. Mogelijk ligt het aan de verwachte tijdelijkheid van de situatie. Veel mannen die net werkloos zijn geworden, hebben binnen zes maanden weer een nieuwe baan. In het afgelopen decennium lukte dat zo n 42 tot 58%. Als koppels verwachten dat de werkloosheid snel voorbij zal zijn, vinden zij de financiële noodzaak van urenuitbreiding waarschijnlijk niet zo groot. Bovendien kost het regelen van urenuitbreiding tijd. Wellicht vinden koppels het niet zo zinvol daar veel inspanningen voor te doen als de werkloosheid waarschijnlijk maar kort zal duren. Ook zal het niet altijd lukken om urenuitbreiding te realiseren. Helaas bevat de dataset geen gegevens over mislukte pogingen tot urenuitbreiding. In hoeverre de aanwezigheid van kinderen belemmerend werkt voor urenverlenging, bijvoorbeeld vanwege de opvatting dat de vrouw het beste voor de kinderen kan zorgen, is op grond van onze resultaten niet aan te geven. Het zal echter niet de belangrijkste oorzaak zijn, want als alleen vrouwen met thuiswonende kinderen hun uren niet hadden uitgebreid, dan zou er gemiddeld toch wel enige arbeidsduurverlenging zijn geweest. Bij langer durende werkloosheid (> 2 jaar) leken vrouwen hun arbeidsduur wel uit te breiden. De financiële achteruitgang duurde dan al lang en zal voor meer problemen hebben gezorgd. Bovendien dreigde dan wellicht verdere inkomensterugval door het aflopen van een eventuele WW-uitkering van de partner. Helaas is het aantal waarnemingen van vrouwen met een langdurig werkloze partner te Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 59

14 Edith Josten klein om met zekerheid uitspraken over hun mate van urenuitbreiding te kunnen doen. De vraag is in hoeverre onze resultaten zich laten vertalen naar de huidige crisis. Waarschijnlijk zal de reactie van vrouwen in het begin van de huidige crisis niet anders zijn geweest. De verwachting was immers dat de economische neergang maar kort zou duren. Een nieuwe baan vinden zou voor een werkloze partner dan meestal niet al te moeilijk moeten zijn. Nu duidelijk is dat de economische neergang lang zal aanhouden en werklozen moeilijk ander werk vinden, zullen vrouwen wellicht eerder hun arbeidsduur willen vergroten. De groeiende financiële onzekerheid op andere terreinen kan dat proces versterken (bijvoorbeeld dalende waarde van woningen, korting op pensioenaanspraken). Realisatie van een wens tot arbeidsduurvergroting zal in het huidige economische klimaat echter niet gemakkelijk zijn. Dat geldt ook voor een sector als zorg en welzijn, want ook daar zal de werkgelegenheid niet meer zo hard groeien door het overheidsbeleid de zorgkosten te beperken (UWV, 2013). De vaakst optredende reactie bij werkloosheid van de partner zal daarom zijn om de arbeidsduur niet of maar beperkt te verminderen in situaties waarin men dat anders wel of meer had gedaan. Literatuur Allaart, P.C., Kunnen, R., Praat, W.C.M., Stiphout, H.A. van & Vosse, J.P. (1991). Trendrapport aanbod van arbeid Den Haag: OSA. Allaart, P.C., Kunnen, R., Praat, W.C.M., Voogd-Hamelink, A.M. de & Vosse, J.P. (1993). Trendrapport aanbod van arbeid Den Haag: OSA. Becker, G.S. (1993). A treatise on the family (enlarged edition). Cambridge, MA: Harvard University Press. Bekker, S., Essen, G. van, Josten, E.J.C., Meihuizen, H.E., Baars, M., Grim, R. & Voogd- Hamelink, M. de (2004). Trendrapport aanbod van arbeid in zorg en welzijn 2003: Een onderzoek onder verpleegkundigen, verzorgenden en agogisch werkenden. Tilburg: OSA. CBS (2012a). Statline. Beroepsbevolking; geslacht en leeftijd. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Gedownload op 20 oktober 2012 via statline.cbs.nl/stat- Web. CBS (2012b). Statline. Arbeidsdeelname; paren met en zonder minder- en meerderjarige kinderen. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Gedownload op 20 oktober 2012 via statline.cbs.nl/statweb. CBS (2012c). Statline. Beroepsbevolking; provincie vanaf 1981 naar geslacht. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Gedownload op 15 december 2012 via statline.cbs.nl/statweb. CBS (2012d). Statline. Werkloze beroepsbevolking; baanvindduur en persoonskenmerken. Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Gedownload op 20 oktober 2012 via statline.cbs.nl/statweb. Cloïn, M. (2010). Het werken waard: Het arbeidsaanbod van laagopgeleide vrouwen vanuit een economisch en sociologisch perspectief. Den Haag: SCP. Cloïn, M. & Souren, M. (2011). Onbetaalde arbeid en de combinatie van arbeid en zorg. In A. Merens, A. van den Brakel, M. Hartgers & B. Hermans (red.), Emancipatiemonitor 2010 (pp ). Den Haag: SCP/CBS. 60 Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

15 Urenuitbreiding van vrouwen met een werkloze partner Coltrane, S. & Shih, K.Y. (2010). Gender and the division of labor. In J.C. Chrisler & D.R. McCreary (eds.), Handbook of gender research in psychology (pp ). New York: Springer. Cörvers, F. & Vendrik, M. (2005). Conjunctuur en sociale normen: determinanten van arbeidsparticipatie. Kwartaalschrift economie, 2, Delsen, L. (1991). A-typische arbeidsrelaties en arbeidsverhoudingen in Nederland. TPE, 14(2), Gong, X. (2010). The added worker effect and the discouraged worker effect for married women in Australia. Bonn: IZA. Gwozdz, W. (2008). Die Persistenz der geschlechtsspezifischen Arbeitsteilung im Haushalt: Eine Analyse auf Basis der Zeitbudgeterhebungen des Statistischen Bundesamts. Hohenheim: Universität Hohenheim. Hakim, C. (2000). Work-lifestyle choices in the 21st century: Preference theory. Oxford: Oxford University Press. Josten, E.J.C. & Jehoel-Gijsbers, G. (2009). Baanverliezers tijdens de recessie. In C. Vrooman (red.), Werkloos in crisistijd (pp ). Den Haag: SCP. Juhn, C. & Potter, S. (2007). Is there still an added worker effect? New York: Federal Reserve Bank of New York. Kalmijn, M. & Flap, H. (2001). Assortative meeting and mating: Unintended consequences of organized settings for partner choices. Social Forces, 79, Keuzenkamp, S. & Steenvoorden, E. (2008). Arbeidsdeelname en arbeidsduur internationaal vergeleken. In: W. Portegijs & S. Keuzenkamp (red.), Nederland deeltijdland: Vrouwen en deeltijdwerk (pp ). Den Haag: SCP. Künzler, J., Walter, W., Reichart, E. & Pfister, G. (2001). Gender division of labour in unified Germany. Tilburg: Tilburg University. Libelle (2011, 1 september). Voor jezelf kiezen. 34. Lundberg, S. (1985). The added worker effect. Journal of Labour Economics, 3, Maloney, T. (1987). Employment constraints and the labor supply of married women: A reexamination of the added worker effect. The Journal of Human Resources, 22, Mars, G., Brakel, M. van den, Portegijs, W., Chkalova, K. & Geerdinck, M. (2012). Vrouwen en de arbeidsmarkt. In A. Merens, M. Hartgers & A. van den Brakel (red.), Emancipatiemonitor 2012 (pp ). Den Haag: SCP/CBS. McGinnity, F. (2002). The labour-force participation of the wives of unemployed men comparing Britain and West Germany using longitudinal data. European Sociological Review, 18, Merens, A. (2008). Vijftig jaar deeltijdwerk in Nederland: Ontstaan en ontwikkeling van deeltijdbanen. In W. Portegijs, M. Cloïn, S. Keuzenkamp, A. Merens & E. Steenvoorden (red.), Verdeelde tijd. Waarom vrouwen in deeltijd werken (pp ). Den Haag: SCP. Mol, M. (2008). Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders. Sociaaleconomische trends, 1e kwartaal, Parsons, T. & Bales, R.F. (1955). Family, socialization and interaction process. New York: The Free Press. De Pers (2009, 9 april). Vrouwen grijpen hun kans dankzij recessie. Gedownload op 25 september 2011 via Portegijs, W. (2008). Nederland deeltijdland. In W. Portegijs, M. Cloïn, S. Keuzenkamp, A. Merens & E. Steenvoorden (red.), Verdeelde tijd: Waarom vrouwen in deeltijd werken (pp ). Den Haag: SCP. Portegijs, W. & Keuzenkamp, S. (2008). Epiloog. In: W. Portegijs & S. Keuzenkamp (red.), Nederland deeltijdland: Vrouwen en deeltijdwerk (pp ). Den Haag: SCP. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1 61

16 Edith Josten Soede, A., Vrooman, C. & Wildeboer Schut, J.M. (2009). De inkomenspositie van werklozen. In C. Vrooman (red.), Werkloos in crisistijd (pp ). Den Haag: SCP. Spletzer, J.R. (1997). Reexamining the added worker effect. Economic inquiry, 35, Stephens jr., M. (2001). Worker displacement and the added worker effect. Journal of Labor Economics, 20, Tijdens, K. (2006). Een wereld van verschil: Arbeidsparticipatie van vrouwen Oratie. Rotterdam: Erasmus Universiteit. UWV (2013). UWV Landelijke Arbeidsmarktprognose 2013: Update, januari Amsterdam: UWV, afdeling Arbeidsmarktinformatie en -advies. Vendrik, M. (1994). Invloed van sociale normen. Economisch Statistische Berichten, 79, Verbakel, E. (2010). Partner s resources and adjusting working hours in the Netherlands: Differences over time, between levels of human capital, and over the family cycle. Journal of Family Issues, 31, Wiesmann, S., Boeije, H., Dulk, L. den & Doorne-Huiskes, A. van (2008). Not worth mentioning : The implicit and explicit nature of decision-making about the division of paid and domestic work. Community, Work & Family, 11, Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2013 (29) 1

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Bijlagen Werkloos toezien?

Bijlagen Werkloos toezien? Bijlagen Werkloos toezien? Gevolgen van de crisis voor emancipatie en welbevinden Ans Merens Edith Josten Bijlage A Data en methode 2 A.1 Arbeidsduur en arbeidsdeelname van partners van werklozen 2 A.2

Nadere informatie

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Artikelen Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Martijn Souren en Jannes de Vries Onder laagopgeleide vrouwen is de bruto arbeidsparticipatie aanzienlijk

Nadere informatie

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Christianne Hupkens De meeste werknemers zijn tevreden met de omvang van hun dienstverband. Ruim zes op de tien werknemers tussen de 25 en 65 jaar wil niet

Nadere informatie

Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders

Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Martine Mol De geboorte van een heeft grote invloed op het arbeidspatroon van de vrouw. Veel vrouwen gaan na de geboorte van het minder werken.

Nadere informatie

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Martijn Souren Ongeveer 7 procent van de werknemers met een verleent zelf mantelzorg. Ze maken daar slechts in beperkte mate gebruik van aanvullende

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

Artikelen. Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken. Saskia te Riele en Martijn Souren

Artikelen. Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken. Saskia te Riele en Martijn Souren Artikelen Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken Saskia te Riele en Martijn Souren Moeders met jonge kinderen werken in Nederland voornamelijk in deeltijd. Door minder uren te werken,

Nadere informatie

Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid

Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid Marion van den Brakel Centraal Bureau voor de Statistiek mhfs@cbs.nl (Het artikel is op persoonlijke titel geschreven en geeft niet noodzakelijkerwijs

Nadere informatie

Langdurige werkloosheid in Nederland

Langdurige werkloosheid in Nederland Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Gebruik van kinderopvang

Gebruik van kinderopvang Gebruik van kinderopvang Saskia te Riele In zes van de tien gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar hebben de ouders hun werk en de zorg voor hun kinderen zodanig georganiseerd dat er geen gebruik hoeft

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Arbeidsparticipatie van vrouwen rond de echtscheiding

Arbeidsparticipatie van vrouwen rond de echtscheiding Anne Marthe Bouman Ooit gescheiden moeders werken even vaak als gehuwd gebleven moeders, ongeacht of ze na de geboorte van hun jongste kind werkten of niet. De cijfers laten zien dat gescheiden moeders

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Ouders op de arbeidsmarkt

Ouders op de arbeidsmarkt Ouders op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Johan van der Valk De bruto arbeidsparticipatie van alleenstaande s is sinds 1996 sterk toegenomen. Wel is de arbeidsparticipatie van paren nog steeds een stuk

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

Werkloosheid nauwelijks veranderd

Werkloosheid nauwelijks veranderd Persbericht Pb14-084 18-12-2014 09.30 uur Werkloosheid nauwelijks veranderd - Werkloosheid blijft 8 procent - Meer mensen aan het werk in de afgelopen drie maanden - Aantal WW-uitkeringen met 6 duizend

Nadere informatie

Herintreders op de arbeidsmarkt

Herintreders op de arbeidsmarkt Herintreders op de arbeidsmarkt Sabine Lucassen Voor veel herintreders is het lang dat ze voor het laatst gewerkt hebben. Herintreders zijn vaak vrouwen in de leeftijd van 35 44 jaar en laag of middelbaar

Nadere informatie

Mantelzorgers op de arbeidsmarkt

Mantelzorgers op de arbeidsmarkt ers op de arbeidsmarkt Jannes de Vries en Francis van der Mooren Een op de tien 25- tot 65-jarigen verleent zorg aan hun partner, een kind of een ouder. Vrouwen en 45- tot 55-jarigen zorgen vaker voor

Nadere informatie

Werkloosheid in Helmond 2012 Samenvatting en conclusies

Werkloosheid in Helmond 2012 Samenvatting en conclusies Werkloosheid in Helmond 2012 Samenvatting en conclusies Aanleiding Sinds 2006 publiceert de Gemeente Helmond jaarlijks gedetailleerde gegevens over de werkloosheid in Helmond. De werkloosheid in Helmond

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Werkloosheid daalt verder in september

Werkloosheid daalt verder in september Persbericht Pb14-061 16 oktober 2014 9.30 uur Werkloosheid daalt verder in september - Opnieuw meer mensen aan het werk - In de afgelopen vijf maanden vooral minder mannen werkloos - Aantal WW-uitkeringen

Nadere informatie

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Sociaaleconomische trends 213 Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Harry Bierings en Bart Loog juli 213, 2 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, juli 213, 2 1 De afgelopen

Nadere informatie

Arbeidstijdwens en aanpassing van de arbeidsduur in Nederland

Arbeidstijdwens en aanpassing van de arbeidsduur in Nederland Arbeidstijdwens en aanpassing van de arbeidsduur in Nederland Fouarge, D. & Baaijens, C. (2003). Tilburg: OSA. Het aantal uren dat men werkt is niet altijd gelijk aan het aantal uren dat men bij voorkeur

Nadere informatie

Aantal werklozen in december toegenomen

Aantal werklozen in december toegenomen Persbericht Pb15-002 22-01-2015 09.30 uur Aantal werklozen in december toegenomen - In de afgelopen drie maanden meer mensen op de arbeidsmarkt - Jeugdwerkloosheid vrijwel onveranderd - Aantal WW-uitkeringen

Nadere informatie

Werkloos toezien? Gevolgen van de crisis voor emancipatie en welbevinden

Werkloos toezien? Gevolgen van de crisis voor emancipatie en welbevinden Werkloos toezien? Gevolgen van de crisis voor emancipatie en welbevinden Werkloos toezien? Gevolgen van de crisis voor emancipatie en welbevinden Ans Merens Edith Josten Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg

Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg Jannes de Vries en Francis van der Mooren Voor het combineren van arbeid en zorg kunnen ouders gebruik maken van ouderschapsverlof en kinderopvang. Of werkende

Nadere informatie

Werkloosheid opnieuw gestegen

Werkloosheid opnieuw gestegen Persbericht PB14-012 20 februari 09.30 uur Werkloosheid opnieuw gestegen - Werkloze beroepsbevolking in januari met 10 duizend toegenomen - Aantal WW-uitkeringen met 23 duizend gestegen De voor seizoeninvloeden

Nadere informatie

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder

Nadere informatie

Beroepsbevolking 2005

Beroepsbevolking 2005 Beroepsbevolking 2005 De veroudering van de beroepsbevolking is duidelijk zichtbaar in de veranderende leeftijdspiramide van de werkzame beroepsbevolking (figuur 1). In 1975 behoorde het grootste deel

Nadere informatie

Van eenverdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm?

Van eenverdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm? Van verdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm? Lian Kösters en Linda Moonen Binnen de groep echtparen of samenwonenden tot 65 jaar is de laatste jaren met name het aantal tweeverdieners toegenomen.

Nadere informatie

Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden

Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden Ziekteverzuim het laagst bij werknemers met een hoge mate van autonomie en veel steun van collega's en leidinggevenden Martine Mol en Jannes de Vries Een hoge werkdruk onder werknemers komt vooral voor

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

BIJLAGEN. Wel of niet aan het werk. Achtergronden van het onbenut arbeidspotentieel onder werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten

BIJLAGEN. Wel of niet aan het werk. Achtergronden van het onbenut arbeidspotentieel onder werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten BIJLAGEN Wel of niet aan het werk Achtergronden van het onbenut arbeidspotentieel onder werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten Patricia van Echtelt Stella Hof Bijlage A Multivariate analyses... 2

Nadere informatie

Ouderen op de arbeidsmarkt: 60+ ers en 40+ ers

Ouderen op de arbeidsmarkt: 60+ ers en 40+ ers Ouderen op de arbeidsmarkt: 60+ ers en 40+ ers Rapport van ILC Zorg voor later, Stichting Loonwijzer/WageIndicator, en Universiteit van Amsterdam/Amsterdams Instituut voor Arbeids Studies (AIAS) Inhoudsopgave

Nadere informatie

Artikelen. Minder dynamiek binnen de werkzame beroepsbevolking in Ingrid Beckers en Birgit van Gils

Artikelen. Minder dynamiek binnen de werkzame beroepsbevolking in Ingrid Beckers en Birgit van Gils Minder dynamiek binnen de werkzame beroepsbevolking in 23 Ingrid Beckers en Birgit van Gils In 23 vonden ruim 9 duizend mensen een nieuwe baan. Dat is 13 procent van de werkzame beroepsbevolking. Het aandeel

Nadere informatie

Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen

Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Jan-Willem Bruggink en Clemens Siermann Werkenden van 45 jaar of ouder zijn weinig mobiel op de arbeidsmarkt. Binnen deze groep neemt de mobiliteit af met het stijgen

Nadere informatie

JONGE MOEDERS EN HUN WERK

JONGE MOEDERS EN HUN WERK AMSTERDAMS INSTITUUT VOOR ARBEIDSSTUDIES (AIAS) UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM JONGE MOEDERS EN HUN WERK Onderzoek op basis van de Loonwijzer Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren,

Nadere informatie

De arbeidsmarkt: crisistijd en trends

De arbeidsmarkt: crisistijd en trends De arbeidsmarkt: crisistijd en trends 06 Werkzame beroepsbevolking krimpt tijdens crisis Arbeidsmarkt reageert vertraagd op conjunctuur Krimp vooral onder mannen en jongeren Daling flexwerkers snel voorbij

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

Artikelen. Hoge arbeidsdeelname, maar lage arbeidsduur. Ingrid Beckers en Hans Langenberg

Artikelen. Hoge arbeidsdeelname, maar lage arbeidsduur. Ingrid Beckers en Hans Langenberg Hoge arbeidsdeelname, maar lage arbeidsduur Ingrid Beckers en Hans Langenberg De arbeidsdeelname in Nederland is de afgelopen 25 toegenomen. Dit komt vooral doordat meer vrouwen zijn gaan werken. Zij doen

Nadere informatie

Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen

Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen Factsheet Deeltijd.indd 1 14-5-2009 12:33:44 Factsheet Deeltijd.indd 2 14-5-2009 12:33:44 Deeltijd in Nederland in hoofdlijnen Wil Portegijs Sociaal en Cultureel Planbureau

Nadere informatie

Werktijden van de werkzame beroepsbevolking

Werktijden van de werkzame beroepsbevolking Werktijden van de werkzame beroepsbevolking Ingrid Beckers Ruim de helft van de werkzame beroepsbevolking werkte in 22 op onregelmatige tijden. Werken in de avonduren en op zaterdag komt het meeste voor.

Nadere informatie

Managers zijn de meest tevreden werknemers

Managers zijn de meest tevreden werknemers Sociaaleconomische trends 2014 Managers zijn de meest tevreden werknemers Linda Moonen februari 2014, 02 CBS Sociaaleconomische trends, februari 2014, 02 1 Werknemers zijn over het algemeen tevreden met

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid in mei verder opgelopen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid in mei verder opgelopen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB13-044 20 juni 9.30 uur Werkloosheid in mei verder opgelopen Toename van de werkloosheid iets afgevlakt Meer werklozen van 25 jaar en ouder Lichte daling

Nadere informatie

Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken

Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken Linda Moonen In dit artikel is onderzocht welke factoren van invloed zijn op de hoogte van het inkomen uit betaald werk. Hierbij

Nadere informatie

Duiding Arbeidsmarktontwikkelingen juni 2017

Duiding Arbeidsmarktontwikkelingen juni 2017 Duiding Arbeidsmarktontwikkelingen juni 2017 Inhoudsopgave Samenvatting: in één oogopslag 2 1. Economie 3 1.1. Nederlandse economie groeit nog steeds verder 3 1.2. Minder verleende ontslagvergunningen

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Het is de vraag of het in alle gevallen reëel is om van werkgevers en de desbetreffende werknemers te verwachten dat zij (in het

Nadere informatie

Ouderschapsverlof. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Ouderschapsverlof. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Ouderschapsverlof Ingrid Beckers en Clemens Siermann Ruim een kwart van de werknemers in Nederland die in 24 recht hadden op ouderschapsverlof, hebben daarvan gebruik gemaakt. nemen veel vaker ouderschapsverlof

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Arbeid combineren met zorg: deeltijdwerk

Arbeid combineren met zorg: deeltijdwerk Arbeid combineren met zorg: deeltijdwerk Johan van der Valk De arbeidsdeelname van vrouwen hangt voornamelijk samen met leeftijd, opleidingsniveau en herkomstgroepering. Voor vrouwen van 25 tot 50 jaar

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch) Het proefschrift. Hoofdstuk 2

Samenvatting (Summary in Dutch) Het proefschrift. Hoofdstuk 2 (Summary in Dutch) Het proefschrift Dit proefschrift is geschreven rondom de vraag hoeveel uur per week werkende mensen willen werken. Hierbij schenken we aandacht aan twee aspecten. 1 Het eerste aspect

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 1424 Vragen van het lid

Nadere informatie

>Retouradres Postbus BJ Den Haag

>Retouradres Postbus BJ Den Haag >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Datum 28 februari 2017 Betreft Brief aan Kamer met beantwoording Kamervragen van de leden Dijkstra en Van Weyenberg (beiden D66) over jonge vrouwen die vaak

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Opnieuw forse stijging werkloosheid

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Opnieuw forse stijging werkloosheid www cbs nl Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB13-021 21 maart 9.30 uur Opnieuw forse stijging werkloosheid 21 duizend werklozen meer in februari Werkloosheid verder opgelopen naar 7,7 procent

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Minder WW-uitkeringen aan jongeren, meer aan ouderen

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Minder WW-uitkeringen aan jongeren, meer aan ouderen Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB12-035 15 mei 9.30 uur Werkloosheid verder toegenomen In april 8,2 procent van de beroepsbevolking werkloos Stijging werkloosheid in afgelopen maanden sterker

Nadere informatie

Werkloosheid verder toegenomen

Werkloosheid verder toegenomen Persbericht PB14-019 20 maart 09.30 uur Werkloosheid verder toegenomen - Werkloze beroepsbevolking in februari met 13 duizend gestegen - Vrijwel evenveel werkloze jongeren als drie maanden geleden - Aantal

Nadere informatie

Werkloosheid in augustus gedaald

Werkloosheid in augustus gedaald Persbericht PB13-061 19 september 09.30 uur Werkloosheid in augustus gedaald - In augustus minder werkloze jongeren - Stijgende trend werkloosheid minder sterk - Bijna 400 duizend WW-uitkeringen De voor

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Werkloosheid gedaald, maar minder mensen aan het werk

Werkloosheid gedaald, maar minder mensen aan het werk Persbericht PB14-024 17 april 09.30 uur Werkloosheid gedaald, maar minder mensen aan het werk - Meer mensen trokken zich terug van de arbeidsmarkt - Werkloosheid bij vrouwen toegenomen - Aantal WW-uitkeringen

Nadere informatie

Werkloosheid Redenen om niet actief te

Werkloosheid Redenen om niet actief te Sociaal Economische Trends 2013 Sociaaleconomische trends Werkloosheid Redenen 2004-2011 om niet actief te zijn Stromen op en duren de arbeidsmarkt Werkloosheidsduren op basis van de Enquête beroepsbevolking

Nadere informatie

Werkloosheid toegenomen

Werkloosheid toegenomen Persbericht PB14-005 23 januari 09.30 uur Werkloosheid toegenomen - Werkloze beroepsbevolking in december met 15 duizend gestegen - In bijna 100 duizend werklozen erbij - Aantal WW-uitkeringen in december

Nadere informatie

Diversiteit binnen de loonverdeling

Diversiteit binnen de loonverdeling Diversiteit binnen de loonverdeling Osman Baydar en Karin Hagoort Doordat meer vrouwen en niet-westerse werken, wordt de arbeidsmarkt diverser. In de loonverdeling is deze diversiteit vooral terug te zien

Nadere informatie

De dagelijkse dichtheid van het bestaan. Paul Schnabel Rotary s Gravenhage Sociaal en Cultureel Planbureau Universiteit Utrecht

De dagelijkse dichtheid van het bestaan. Paul Schnabel Rotary s Gravenhage Sociaal en Cultureel Planbureau Universiteit Utrecht De dagelijkse dichtheid van het bestaan Paul Schnabel Rotary s Gravenhage Sociaal en Cultureel Planbureau Universiteit Utrecht Iedereen aan het werk Meer mensen - M. 80% - V. 55% Meer jaren - 61/62 jr.

Nadere informatie

Participatie in arbeid

Participatie in arbeid 7 Participatie in arbeid De economische crisis zorgt voor veranderingen op de arbeidsmarkt. Welke groepen Amsterdammers doen het goed op de arbeidsmarkt en welke minder goed? Hoe heeft de werkloosheid

Nadere informatie

leeftijd 2004-2011 minder economisch zelfstandig dan mannen

leeftijd 2004-2011 minder economisch zelfstandig dan mannen Sociaaleconomische Economische trends Trends 2014 2013 en Werkloosheid al op jonge leeftijd 2004-2011 minder economisch Stromen en duren zelfstandig dan mannen Werkloosheidsduren op basis van de Enquête

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Ontwikkelingen in (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau

Ontwikkelingen in (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau Ontwikkelingen in (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau Jan-Willem Bruggink opgeleide mensen leven bijna 7 jaar langer dan laagopgeleiden. Dit verschil is in de periode 1997/2 25/28 even groot

Nadere informatie

Vrouwen, mannen en mantelzorg Beelden en feiten. Alice de Boer en Saskia Keuzenkamp

Vrouwen, mannen en mantelzorg Beelden en feiten. Alice de Boer en Saskia Keuzenkamp Vrouwen, mannen en mantelzorg Beelden en feiten Alice de Boer en Saskia Keuzenkamp Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag, 2009 In kranten en beleidsstukken is met enige regelmaat te lezen dat mannen

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking

Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk onder werkenden en niet-werkenden

Vrijwilligerswerk onder werkenden en niet-werkenden Vrijwilligerswerk onder werkenden en niet-werkenden Koos Arts en Saskia te Riele In 29 deed ruim 22 procent van de volwassenen vrijwilligerswerk voor een organisatie of vereniging. Niet-werkenden deden

Nadere informatie

Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg update juni 2013

Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg update juni 2013 Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg update juni 2013 1. Inleiding In 2012 hebben Etil en Research voor Beleid in opdracht van de Provincie Limburg de ontwikkeling van de Limburgse arbeidsmarkt onderzocht

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

Februari 2010. Brancheschets Horeca

Februari 2010. Brancheschets Horeca Februari 2010 Brancheschets Horeca Brancheschets Horeca Afdeling Arbeidsmarktinformatie Redactie: Rob de Munnik, Marijke Oosterhuis & Niek Veeken 10-2-2010 Landelijk Bedrijfsadviseur Horeca Patricia Oosthof

Nadere informatie

Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt

Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Uit onderzoek blijkt dat jongeren van 15-24 jaar zonder startkwalificatie meer moeite hebben om een (vaste)

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

Statistisch Bulletin. Jaargang 70 2014 47

Statistisch Bulletin. Jaargang 70 2014 47 Statistisch Bulletin Jaargang 70 2014 47 20 november 2014 Inhoud 1. Arbeid en sociale zekerheid 3 Iets meer banen en vacatures in het derde kwartaal 3 Werkloze beroepsbevolking 4 2. Macro-economie 5 Koerswaarde

Nadere informatie

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd

Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd Persbericht Pb14-070 20 november 2014 09.30 uur Werkloosheid in oktober vrijwel onveranderd - Meer mensen aan het werk - Aantal WW-uitkeringen vrijwel onveranderd - WW-uitkeringen toegenomen vanuit seizoengevoelige

Nadere informatie

Werkloosheid daalt opnieuw

Werkloosheid daalt opnieuw Persbericht PB14-044 17 juli 9.30 uur Werkloosheid daalt opnieuw - Werkloosheid in juni voor de tweede maand op rij gedaald - Meer mensen hebben een betaalde baan - Aantal WW-uitkeringen blijft dalen -

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-015 13 februari 2006 9.30 uur Werkloosheid niet-westerse allochtonen nauwelijks toegenomen in 2005 In 2005 is de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen

Nadere informatie

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

De eerste baan is niet de beste

De eerste baan is niet de beste De eerste baan is niet de beste Auteur(s): Velden, R. van der (auteur) Welters, R. (auteur) Willems, E. (auteur) Wolbers, M. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA)

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Anderhalf jaar stijgende lijn werkloosheid

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkloosheid verder toegenomen. Anderhalf jaar stijgende lijn werkloosheid Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB13-003 17 januari 2013 9.30 uur Werkloosheid verder toegenomen Werkloosheid in december opgelopen naar 7,2 procent Vanaf medio vrijwel voortdurende stijging

Nadere informatie

Welke bijstandsontvangers willen aan het werk?

Welke bijstandsontvangers willen aan het werk? Welke bijstandsontvangers willen aan het werk? Maaike Hersevoort en Mariëtte Goedhuys Van alle bijstandsontvangers van 15 tot en met 64 jaar is het grootste deel alleenstaand. Het gaat daarbij voor een

Nadere informatie

Wie verliezen hun baan bij faillissementen?

Wie verliezen hun baan bij faillissementen? Wie verliezen hun baan bij faillissementen? Caroline Bloemendal treft vooral jongeren in kortdurende banen. Ook allochtonen krijgen relatief vaak te maken met faillissementsontslag. Mannen verliezen relatief

Nadere informatie

Hoe het werkt met kinderen

Hoe het werkt met kinderen Hoe het werkt met kinderen Moeders over kinderopvang en werk Bilage Verklaringsmodellen Wil Portegis Mariëlle Cloïn Evelien Eggink Ingrid Ooms Inhoud: De verklaringsmodellen van Hoe het werkt met kinderen...

Nadere informatie

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum)

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum) Emancipatie en opleidingskeuze A uteur(s): Grip, A. de (auteur) Vlasblom, J.D. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. (auteur) Een

Nadere informatie