Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO"

Transcriptie

1 Rapport 1 Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO Miriam Goes Peter Delea Maarten de Laat Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum Open Universiteit Open Universiteit rdmc.ou.nl rdmc.ou.nl

2

3 RAPPORT Miriam Goes Peter Delea Maarten de Laat Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO

4 Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door de financiële ondersteuning van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan het programma Zij-instroom van de Open Universiteit. Copyright Ruud de Moor Centrum, 2010 All right reserved. No part of this publication may be reproduced, stored, in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the prior permission of the publishers. Printed in The Netherlands. 2 OU

5 Woord vooraf De Open Universiteit ontwikkelt en verzorgt open hoger afstandsonderwijs en is tevens een partner voor lerarenopleidingen en scholen voor de professionalisering van leraren. Binnen de Open Universiteit is de expertise met betrekking tot deze professionalisering samengebracht in het Ruud de Moor Centrum (RdMC). Dit centrum vervult taken in het kader van ontwikkeling, vernieuwing en verspreiding van digitale professionaliseringsinstrumenten. Daarnaast wordt praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en evaluatie van de professionaliseringsactiviteiten ten behoeve van leraren verricht. Deze taken worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met scholen voor primair en voortgezet onderwijs, lerarenopleidingen, sectororganisaties, en andere afdelingen en organisatieonderdelen van de Open Universiteit. De werkzaamheden van het RdMC leiden tot kennis, producten en diensten, die ondersteunend zijn voor bijvoorbeeld flexibilisering of leren op de werkplek. Naast bijdragen op het internet bestaan belangrijke producten uit publicaties en kennisdeling in de vorm van Ruud de Moor Centrum-rapporten. In deze reeks van rapporten worden bijvoorbeeld resultaten van professionalisering op de werkplek, die een geformaliseerd of afgerond karakter hebben, schriftelijk vastgelegd. Het kan daarbij gaan om dissertaties, oraties, achtergrondinformatie of stand-van-zaken overzichten maar ook om praktisch gerichte publicaties voor het gehele onderwijs. De inhoud van de rapporten kan betrekking hebben op een breed scala van onderwerpen of activiteiten. Gedacht kan worden aan: onderzoeksplannen en eerste ontwerpen van onderzoeksopzetten, eerste ervaringen in pilots, interessante best practices, beschrijvingen van innovaties, ontwerpen en schetsen van implementaties, kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over evaluaties en implementaties, bruikbare praktische instrumenten, exploitatiebevindingen, weergaven van discussies en overwegingen, voorlopige stellingnames, rapportages van voorstudies, prototypen en voorlopige ontwerpen, haalbaarheidsstudies, analyses, praktische documenten en dergelijke. De RdMC-rapporten zijn bruikbaar voor (beginnende) leraren, opleiders en begeleiders in lerarenopleidingen en in scholen maar ook voor beleidsmakers, media en alle anderen die op basis van belangstelling en/of professionele activiteiten betrokken zijn bij de innovatie van trajecten die bijdragen aan de professionalisering van leraren. Het rapport behandelt een onderzoek naar de mate van netwerkleren van de deelnemers aan het Stimuleringsinitiatief Consortium VMBO-MBO en dan met name naar de succes- en faalfactoren daarvan. In het rapport wordt benadrukt dat regionale netwerken sterker zijn dan grote landelijke netwerken en er worden aanbevelingen gedaan voor het zelfstandig voortbestaan van het leernetwerk Consortium VMBO-MBO. J.J.M. (Jos) Kusters Msm Directeur Ruud de Moor Centrum Open Universiteit Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 3

6 4 OU

7 Inhoudsopgave Woord vooraf 3 Samenvatting 7 1 Inleiding 9 2 Onderzoek 10 3 Methode Onderzoeksgroep Onderzoeksdesign Procedure 12 4 Resultaten Onderzoeksvraag 1: Welke succes- en faalfactoren zijn aan te wijzen en hoe kunnen deze eraan bijdragen dat het leernetwerk zelfdragend wordt? Succes- en faalfactoren Voortgang leernetwerk Onderzoeksvraag 2: Welke organisatievorm heeft dit leernetwerk en is dit effectief? Schaal 1 en Schaal 1: Professionaliseren Schaal 6: Ruimte vanuit de organisatie om te professionaliseren Onderzoeksvraag 3: Hoe draagt de deelname aan het leernetwerk bij aan de professionalisering van de deelnemers? Schaal 2 t/m Schaal 2: Leren van en met collega s Schaal 3: Leren van en met mensen uit het leernetwerk consortium VMBO-MBO Schaal 4: Ervaringen met het leernetwerk consortium VMBO-MBO Schaal 5: Algemene ervaringen met netwerkleren 22 5 Conclusies en aanbevelingen 24 6 Discussie 26 7 Literatuurlijst 27 Colofon 29 Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 5

8 6 OU

9 Samenvatting Het Ruud de Moor Centrum (RdMC) van de Open Universiteit is een expertisecentrum dat zich richt op de professionalisering van docenten. Eén van de aandachtsgebieden van het RdMC is het onderzoek naar de mogelijkheden die netwerkleren aan onderwijsgevenden biedt zich te professionaliseren en de mate waarin dit leidt tot verbeteringen in de dagelijkse praktijk. Netwerkleren is een vorm van (informeel) leren van en met elkaar. Netwerkleren kent vele definities. Bij dit onderzoek hanteren we de volgende definitie: netwerkleren is een activiteit waarbij men zich openstelt om kennis met anderen te delen en waarbij door middel van netwerken van mensen die met hetzelfde bezig zijn of dezelfde vragen hebben, kennis wordt verzameld (Wiki Professionaliseren via leren op de werkplek, RdMC 2009). Voor het RdMC zijn plaatsen waar kennis wordt gedeeld en uitgewisseld, interessant en nuttig om te onderzoeken. Op verzoek van het Consortium VMBO-MBO Stimuleringsinitiatief heeft het RdMC onderzocht in hoeverre het opgebouwde netwerk zelfstandig kan blijven doorgaan. Het Consortium VMBO-MBO Stimuleringsinitiatief ondersteunt projecten rond doorlopende leerlijnen VMBO-MBO-instellingen of bedrijven. De subsidie die de zes projecten ontvangen, is vooral bedoeld om de participerende VMBO-scholen een steuntje in de rug te geven. De projecten vallen binnen de sectoren Zorg en welzijn en Economie, omdat een impuls in deze sectoren volgens het Consortium het hardst nodig is. Het Stimuleringsinitiatief werkte op twee fronten: continuering en verbetering van de onderwijspraktijk op de scholen en de reflectie in het netwerk van zes samenwerkingsverbanden VMBO-MBO. De netwerkbijeenkomsten vonden plaats aan de hand van praktijkproblemen waarvoor iedereen een oplossing zocht. Voorbeelden van problemen die aan de orde kwamen: het wat en hoe van doorlopende leerlijnen en hoe het draagvlak voor vernieuwing en begeleidingsvaardigheden te vergroten. Voor het Consortium VMBO-MBO Stimuleringsinitiatief is door middel van een evaluatieonderzoek nagegaan welke succes- en faalfactoren aanwezig zijn in het leernetwerk Zorg en Welzijn met het oog op het zelfstandig voortbestaan van het netwerk. De onderzoeksvragen waren: - Welke succes- en faalfactoren zijn aan te wijzen en hoe kunnen deze eraan bijdragen dat het leernetwerk zelfdragend wordt? - Welke organisatievorm heeft dit leernetwerk en is dit effectief? - Hoe draagt de deelname aan het leernetwerk bij aan de professionalisering van de deelnemers? De eerste onderzoeksvraag leverde een lijst met succes- en faalfactoren op en aanbevelingen voor het voortzetten van het leernetwerk. De tweede onderzoeksvraag over de organisatievorm van het netwerk en de effectiviteit daarvan werd overwegend positief beantwoord. Bij de derde onderzoeksvraag over de professionaliseringsbijdrage van de deelname aan het leernetwerk werd geconcludeerd dat men daar positief over is, al maakt men wel meer gebruik van contacten binnen het eigen regionale netwerk dan van het landelijk netwerk. Maar als het nodig is weet men elkaar wel te vinden. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 7

10 Het doel van de samenwerking was de deelnemers te voorzien van onderbouwde voorstellen en adviezen hoe voort te borduren op de succesfactoren, en faalfactoren te vermijden. Daarnaast is aangegeven hoe de deelname aan het leernetwerk heeft bijgedragen aan de professionalisering van de deelnemers. 8 OU

11 1 Inleiding De projecten zijn door het Consortium onder andere geselecteerd op het criterium gelijkwaardigheid: VMBO, MBO, instellingen en bedrijven moeten binnen het project als gelijkwaardige partners optrekken. Binnen de geselecteerde projecten is die gelijkwaardigheid overigens wel relatief, want in alle gevallen is een VMBO-school de penvoerder van het project. Alle projecten bouwen voort op vormen van good practice die binnen het VMBO ontwikkeld zijn. De samenwerkingsverbanden van scholen voor VMBO en MBO en instellingen en bedrijven krijgen gedurende een jaar de tijd om hun bestaande good practice uit te bouwen (een termijn die vervolgens met een jaar is verlengd). Het Consortium zorgt in die periode voor ondersteuning en communicatie door het uitgeven van een nieuwsbrief en door middel van persoonlijke contacten. Het is vooral de bedoeling dat de deelnemende scholen, bedrijven en instellingen kennis uitwisselen, elkaar stimuleren en enthousiasmeren. Daarnaast is het project uitdrukkelijk bedoeld om de kennis en de ervaring uit de geselecteerde projecten beschikbaar te stellen aan andere scholen. Voor het project bestond een projectorganisatie. De structuur hiervan is weergegeven in het diagram van Figuur 1. projectleider RdMC Kandinsky Nijmegen & ROC Nijmegen CCZ Zeist & ROC ASA Utrecht Nijmegen PCC Alkmaar & Horizon College Hoorn Marne College Bolsward & Friese Poort Sneek R. van Echten College Hoogeveen & Alfa College Groningen Oostvaarders College Almere & ROC Flevoland FIGUUR 1 Organigram projectorganisatie Consortium VMBO-MBO Stimuleringsinitiatief De samenwerking met het Ruud de Moorcentrum (RdMC) had een tweeledige doelstelling. Zo stond bij de opdrachtgever voorop dat hij hiermee een advies zou krijgen over het zelfstandig kunnen voortzetten van het bestaande netwerk en uitbreiding in de regio. Voor het RdMC was het anderzijds van belang hiermee ervaring op te doen in het in kaart brengen van een bestaand netwerk en uit de verkregen gegevens en resultaten bruikbare richtlijnen en adviezen te destilleren die valide zouden zijn in andere onderwijssituaties. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 9

12 2 Onderzoek In het onderzoeksprogramma van het RdMC richten we ons op de mogelijkheden die netwerkleren biedt aan leraren om zich te professionaliseren en de mate waarin dit leidt tot verbeteringen in de dagelijkse praktijk. Netwerkleren kent vele definities. In het algemeen kan het worden omschreven als een vorm van (informeel) leren van en met elkaar. Er is nog weinig bekend over hoe mensen participeren in leernetwerken, over de competenties die voor het netwerkleren zijn vereist en over aspiraties om een netwerk voort te zetten. Enkele belangrijke recente onderzoeken op dit terrein zijn die van De Laat (2006), Hanraets (2006) en Earl & Katz (2007). Deze onderzoeken laten zien dat deelname aan netwerken een positieve bijdrage levert aan de professionele ontwikkeling. Een hecht leernetwerk kan worden gezien als een community of practice (Bood & Coenders, 2004). Wenger (1998, 2000) toont aan hoe dit concept een nuttig perspectief biedt op het weten en het leren. Een groeiend aantal mensen en organisaties in diverse sectoren concentreren zich op netwerkleren als middel om hun prestaties te verbeteren. Voor het consortium is onderzocht welke succes- en faalfactoren aanwezig zijn in het netwerk en welke van de faalfactoren kunnen worden omgebogen respectievelijk weggewerkt. Bekeken is welke invloed deze factoren hebben op de mogelijkheden het netwerk zelfstandig voort te kunnen zetten. Daarnaast is onderzocht hoe de deelname aan dit leernetwerk heeft bijgedragen aan de professionalisering van de deelnemers. Samenvattend kan worden gesteld dat het hier gaat om een beschrijvend exploratief onderzoek met drie onderzoeksvragen. 1. Welke succes- en faalfactoren zijn aan te wijzen en welke invloed hebben zij op de mogelijkheden dat het leernetwerk zelfdragend wordt? 2. Welke organisatievorm heeft dit leernetwerk en is dit effectief? 3. Hoe draagt de deelname aan het leernetwerk bij aan de professionalisering van de deelnemers? Het antwoord op deze onderzoeksvragen is ook richtinggevend voor het management van de verschillende organisaties bij het bepalen van het beleid voor de toekomst. 10 OU

13 3 Methode 3.1 Onderzoeksgroep De tussentijdse rapportages over en vanuit de projecten werden verstuurd naar ongeveer 250 docenten Zorg en Welzijn die betrokken waren bij de beroepskolom VMBO-MBO. De projecten werden uitgevoerd in zes clusters van scholen voor VMBO en hun MBO-partner, aangevuld met vertegenwoordigers van de instellingen of bedrijven uit het werkveld waar de opleidingen intensief mee samenwerken. De kern van het leernetwerk bestond uit twee tot vier direct betrokkenen uit elk van de zes projectclusters die gedurende de looptijd van twee jaar aan het stimuleringsinitiatief hebben deelgenomen. Deze vaste groep mensen hebben elkaar en de projecten ook echt leren kennen. Rondom deze kerngroep was er een groep actoren die regelmatig deelnam aan de verschillende activiteiten van de projectclusters. De kerngroep en de actieve actoren, in totaal 94 personen, vormden de onderzoeksgroep. Deze mensen zijn per benaderd met het verzoek om de vragenlijst in te vullen en een aantal sleutelfiguren uit de onderzoeksgroep zijn geïnterviewd. De evaluatiegesprekken van de projectleiding met steeds twee tot vier vertegenwoordigers per cluster zijn gebruikt voor het verzamelen van aanvullende informatie. 3.2 Onderzoeksdesign Bij beschrijvend onderzoek is het aan te raden om te werken met een multi-method aanpak (De Laat, Lally, Lipponen & Simons, 2006) waardoor je op verschillende wijzen en vanuit diverse informatiebronnen je informatie verzamelt om een zo compleet mogelijk beeld van de situatie te krijgen. Door verschillende perspectieven (invalshoeken) te verkennen en te vergelijken vergroot je ook de waarde en validiteit van de uitkomsten en de keuzes die daarop volgen. Men noemt dit ook wel triangulatie (meerdere bronnen op elkaar betrekken). FIGUUR 2 Multi-method aanpak In Figuur 2 staat de multi-method aanpak weergeven als een cyclisch proces waarbij de gegevens verzameld in de voorafgaande stap input zijn voor de volgende. De drie stappen zoals weergegeven in de figuur omvatten: Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 11

14 - SNA (Social Network Analysis) netwerkanalyse. Hier gaat het om het in kaart brengen van de relaties tussen de direct betrokkenen. De centrale vraag is uit te vinden wie met wie praat en waarover. Dit is een onderdeel van de vragenlijst die online is afgenomen. - CA (Content Analysis) inhoudsverkenning en leren. Vervolgens ga je onderzoeken wat er werkelijk speelt binnen deze netwerken. Waar hebben ze het over en hoe leren ze met elkaar? Ook deze vraag is onderdeel van de online vragenlijst. - CxA (Context Analysis) contextuele informatie. Hier staat de vraag centraal waarom betrokkenen zo praten en voelen en welke mogelijkheden ter verandering en verbetering er zijn. In deze stap is aandacht voor de relatie tussen de netwerkleerder en het grotere verband waarin hij/zij opereert. Hoe wordt het netwerkleren in de organisatie ondersteund? Wat gebeurt er met de opbrengsten en resultaten van het netwerkleren? De mate waarin men als netwerkleerder erkend wordt heeft een impact op de wijze waarop men met elkaar samenwerkt, en hoe men denkt over de kansen en mogelijkheden die er liggen voor netwerkleren. Ook deze vragen komen aan bod in de vragenlijsten en daarnaast in de interviews en evaluatiegesprekken. 3.3 Procedure Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden is er gebruik gemaakt van interviews, evaluatiegesprekken en online vragenlijsten. Het onderzoek bestond uit drie stappen: 1. Interviews en documentstudie. Aan de hand hiervan is een vragenlijst geconstrueerd (Hooijer & de Laat, 2010).(CA en CxA) 2. Distributie van de vragenlijst naar de onderzoeksgroep (N = 94). 3. SNA-visualisaties gemaakt van de actieve leden van de netwerken gebaseerd op de interviews en de vragenlijst (zie Figuur 6). De vragenlijst bestaat uit open en gesloten vragen en deze vragen zijn verdeeld over diverse schalen. Door middel van factor- (varimax rotatie) en betrouwbaarheidsanalyses is nagegaan of de schalenconstructie consistent is. De volgende schalen zijn onderscheiden: 1. Professionaliseren (α = 0,85 en F = 3); 2. Leren van en met collega s (α = 0,94 en F= 1); 3. Leren van en met mensen uit het leernetwerk Consortium VMBO-MBO (α = 0,96 en F = 1); 4. Ervaringen met het leernetwerk Consortium VMBO-MBO (α = 0,92 en F = 2); 5. Algemene ervaringen met netwerkleren (α = 0,60 en F = 2); 6. Ruimte vanuit de organisatie om te professionaliseren (α = 0,92 en F = 1). 12 OU

15 4 Resultaten 4.1 Onderzoeksvraag 1: Welke succes- en faalfactoren zijn aan te wijzen en hoe kunnen deze eraan bijdragen dat het leernetwerk zelfdragend wordt? Succes- en faalfactoren Uit de interviews, evaluatiegesprekken en de respons op de vragenlijst kwamen de volgende belangrijke punten naar voren. Succesfactoren - De centrale projectleiding werkte qua kwaliteit en diepgang van de leernetwerkdagen als een stok achter de deur. - De betrokkenheid van het management van de scholen en opleidingen was structureel verankerd door ze te positioneren als opdrachtgevers. - Docenten werden in het kader van het project gefaciliteerd met uren. - Een lichte projectorganisatie met een goede planning, duidelijke afspraken en een goede formule voor de leernetwerkdagen. Het stimuleren en onderhouden van de betrokkenheid van alle partners stond hoog in het vaandel. - Werken met in de praktijk bewezen en/of goed te organiseren inspirerende voorbeelden. - De verticale leerlijn VMBO-MBO is verbeterd, methodes en stageboeken van VMBO en MBO zijn op elkaar afgestemd, het bewustzijn over het belang van doorlopende leerlijnen is toegenomen. - De kennis van de praktijk bij instellingen en bedrijven is bij docenten verbeterd. - Leerlingen zijn zich meer bewust wat het beroep inhoudt en daardoor beter voorbereid op hun opleidingskeuze in het MBO. Faalfactoren - Een starre schoolorganisatie. - De schaalgrootte van ROC s belemmert het tempo waarmee allerlei zaken worden geregeld. - De kwaliteiten van medewerkers worden verkeerd ingezet. - Gebrek aan continuïteit wat betreft de inzet van projectdeelnemers. - Foutief inschatten van de opleidingsprioriteiten en roosterproblemen van leerlingen en studenten. - Zeswekelijks was een te hoge frequentie van de leernetwerkdagen Voortgang leernetwerk Gevraagd werd om inhoudelijke en organisatorische suggesties voor de voortzetting en uitbreiding van dit netwerk zonder externe stimulering te geven. Uit de interviews, evaluatiegesprekken en de antwoorden op de vragen uit de vragenlijst kwam het volgende naar voren. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 13

16 1. Het meer betrekken van de partners (zorginstellingen) en andere actoren (bijvoorbeeld hbo) voor het verkrijgen van stageplaatsen. Quote: Zorgorganisaties mobiliseren en deze bewust maken van het feit dat zij de deuren open moeten zetten voor leerlingen, om zodoende gegarandeerd goed gekwalificeerde mensen voor de toekomst te krijgen. 2. Inhoudelijk samenwerken in leerafdelingen in zorginstellingen door zowel VMBO- als MBO-docenten. Quote: Het opzetten van een leerafdeling in zorginstellingen, waarbij docenten VMBO en MBO 3 meewerken in de instelling. Gastdocentschappen van medewerkers van de zorginstellingen in de onderwijsinstellingen. 3. Enige vorm van face-to-face-contact blijft wenselijk. Hierbij denkt men aan een frequentie van een of twee keer per jaar. Quote: Niet op landelijk, maar op regionaal niveau. Een centraal punt waar ideeën en producten worden verzameld en kunnen worden uitgewisseld. Nu is het een grote investering, relatief veel reistijd, communicatie is niet altijd helder tussen de deelnemers heb ik gemerkt. Niet volledig op de hoogte van wat anderen doen of hebben ontwikkeld. 4. De deelnemers hechten aan een stok achter de deur, in de vorm van een overkoepelende projectleiding of -organisatie. Het voorstel om actief te participeren in een zelf te onderhouden organisatie wordt echter niet enthousiast ontvangen. Quote: Stuurgroep van leidinggevenden vormen; thema's met elkaar verkennen en bij toerbeurt een partner een dag(deel) laten voorbereiden in overleg met stuurgroep. Daarnaast werd nog gevraagd welke aspecten in een volgende periode aan de orde zouden moeten komen. Hierbij werd o.a. het volgende naar voren gebracht: - aandacht voor werkplekleren; - afstemming werkveld-onderwijs; - borging; - invoeren van portfolio en competenties; - scholen zijn in vakanties gesloten, terwijl de dagelijkse praktijk in instellingen of bedrijven wel doorgaat. 14 OU

17 4.2 Onderzoeksvraag 2: Welke organisatievorm heeft dit leernetwerk en is dit effectief? Schaal 1 en Schaal 1: Professionaliseren Functies respondenten Er zijn 45 vragenlijsten ingevuld. Het responspercentage is 48%. Niet alle respondenten hebben de vragenlijsten volledig ingevuld, zodat bij sommige schalen de N lager is dan 45. De eerste vraag is waar de respondenten werkzaam zijn, en in welke functie. Deze vraag is als volgt beantwoord: respondenten docenten vmbo docenten mbo management vmbo management mbo anders percentage FIGUUR 3 Respondenten Conclusie De docenten vormen maar een kleine groep binnen de respondenten, de grootste groep respondenten komt uit de categorie anders. Deze categorie bestaat uit mensen afkomstig uit het werkveld. Zij geven hierbij aan in de volgende functies werkzaam te zijn: management hbo, vormgeving huisstijl, accountmanager binnen VMBO/MBO, projectleider, lid Consortium, hoofd voedingsdienst, projectleider MBO, communicatieadviseur, adj. directeur RO groep, projectleider VMBO, praktijkopleider/docent binnen een zorgorganisatie voor zowel HBO-, MBO- als VMBOstagiaires, beleidsmedewerker, docent LGW, projectleider onderwijsconcept, lerarenopleider, beleidsmedewerker MBO, projectleider kenniscentrum, loopbaancoach, projectleider doorlopende leerlijnen. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 15

18 Professionaliseringsactiviteiten: bezoek leernetwerkdagen De vraag is: Welke professionaliseringsactiviteiten heb je het afgelopen jaar ondernomen op gebied van de projecten binnen het leernetwerk consortium VMBO-MBO? 25 deelname aan leernetwerkdagen leernetwerkdag Kandinsky e.a. Nijmegen leernetwerkdag Roelof van Echten e.a. Hoogeveen leernetwerkdag Marne e.a. Bolsward leernetwerkdag Christelijke College e.a. Zeist leernetwerkdag Oostvaarderscollege e.a. Almere leernetwerkdag Petrus Canisius e.a. Alkmaar FIGUUR 4 Deelname aan netwerkdagen Duidelijk is hier dat de eerste leernetwerkdag het drukst bezocht is door de respondenten. Daarna loopt het bezoek langzaam af Andere professionaliseringsactiviteiten De vier vragen in deze schaal gaan over andere professionaliseringsactiviteiten die men onderneemt op het gebied van de projecten van het leernetwerk. professionaliseringsactiviteiten (%) percentage 10 0 ik houd mijn (vak)literatuur bij ik praat erover met collega's binnen de school ik praat erover met mijn leerlingen ik onderhoud contacten erover met de beroepspraktijk Anders FIGUUR 5 Professionaliseringsactiviteiten 16 OU

19 Bij anders zijn diverse activiteiten aangegeven: - nauwe samenwerking VMBO/MBO en uitgebreid contact met bedrijfsleven en organisaties buiten de school; - workshop gegeven in Alkmaar; - deelname werkgroep scholengemeenschappen; - netwerkleden uitnodigen voor workshops op conferentie; - ik praat erover met collega's bij de woningcorporatie; - vervolgactiviteiten met Roelof v Echten college en Alfa College; - ik ben projectleider verbindend leren doorlopende leerlijn VMBO-MBO; - bespreken van beleidsmatige ontwikkelingen en werken aan implementatie e.d Schaal 6: Ruimte vanuit de organisatie om te professionaliseren De vragen van deze schaal zijn door 18 respondenten beantwoord. De antwoordcategorieën zijn: niet (1), soms (2), regelmatig (3), vaak (4), heel vaak (5). TABEL 1 Ruimte om te professionaliseren 1. In onze organisatie hebben we een duidelijk beeld van wat we onder professionalisering verstaan. 2. Professionalisering is een vast onderdeel van ons personeelsbeleid. 3. In mijn werk krijg ik de ruimte om deel te nemen aan leernetwerken zoals die van het consortium VMBO- MBO. 4. In het kader van mijn ontwikkeling stimuleert mijn leidinggevende participatie in netwerken, deelname aan studiedagen of het volgen van cursussen. 5. In mijn werk is er gelegenheid om over de grens van je eigen organisatie heen te kijken. N Minimum Maximum Mean Std. Deviation ,78 1, ,67 1, ,83 1, ,78 1, ,78 1,215 Uit de antwoorden op deze stellingen blijkt dat het met de ruimte om te professionaliseren wel goed zit. Alle gemiddelden liggen > 3,67 hetgeen betekent dat men het relatief regelmatig tot vaak met de stellingen eens is. De standaarddeviaties zijn echter vrij hoog, dus er zit wel een grote spreiding in de antwoorden. Geconcludeerd mag worden dat men een duidelijk beeld heeft van professionalisering, dit een vast onderdeel van het personeelsbeleid is, dat men hier ook de ruimte voor krijgt, dit gestimuleerd wordt door leidinggevenden en er ook gelegenheid is om over de grenzen van de eigen organisatie heen te kijken. Conclusie onderzoeksvraag 2: Welke organisatievorm heeft dit leernetwerk en is dit effectief? De organisatievorm per projectcluster werd lokaal ingevuld. Daarnaast presenteerde elk cluster één keer in de loop van het schooljaar resultaten en ervaringen voor projectdeelnemers. Aansluitend werd een miniconferentie verzorgd met regionale werving van deelnemers uit het cluster, het werkveld, bestuurders en beleidsmakers. Bij de start en bij het einde van het schooljaar werden de bijeenkomsten door de respondenten het drukst bezocht. Blijkbaar is men gedurende het cursusjaar zodanig door andere zaken in beslag genomen dat er geen tijd vrijgemaakt kon worden voor het leernetwerk (zie Figuur 5). Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 17

20 Men vindt het echter wel belangrijk en dat is te zien aan de activiteiten die men onderneemt op het gebied van de projecten in het leernetwerk. Deze bestaan voornamelijk uit het erover praten met collega s binnen de school, in belangrijkheid meteen gevolgd door het bijhouden van de vakliteratuur en het onderhouden van contacten met de beroepspraktijk. Men geeft aan dat er binnen de eigen organisatie voldoende ruimte is om te professionaliseren: het is een vast onderdeel van het personeelsbeleid en men krijgt de ruimte om deel te nemen aan leernetwerken, studiedagen en cursussen. Op de onderzoeksvraag naar de effectiviteit van het leernetwerk kan dus bevestigend geantwoord worden. 4.3 Onderzoeksvraag 3: Hoe draagt de deelname aan het leernetwerk bij aan de professionalisering van de deelnemers? Schaal 2 t/m Schaal 2: Leren van en met collega s Met deze vragen willen we een beeld krijgen van de manier waarop docenten onderling in school hebben geleerd. De stellingen op deze schaal konden worden gescoord via een 5-puntsschaal met als antwoordmogelijkheden: helemaal niet van toepassing (1), niet van toepassing (2), neutraal (3), wel van toepassing (4) en helemaal wel van toepassing (5). TABEL 2 Leren van en met collega s N Minimum Maximum Mean Std. Deviation 1. Overleg met collega s ondersteunt mij in mijn werk ,45, Overleg met collega s helpt mij me verder te ontwikkelen ,48, Ik durf mijn collega s om hulp te vragen ,52, Ik heb veel aan kennis en vaardigheden van mijn collega s ,23, Ik krijg ondersteuning van mijn collega s ,26, Ik ben me bewust van de expertise van mijn collega s. 7. Als ik advies nodig heb over iets, dan kan ik terecht bij mijn collega s ,35, ,45, Ik leer veel van mijn collega s ,16,638 Alle gemiddelden zijn > 4,1 en dat geeft aan dat men hier relatief positief op de stellingen gereageerd heeft. Stelling 3 Ik durf mijn collega s om hulp te vragen, scoort het hoogst (4,5) en stelling 8 Ik leer veel van mijn collega s, het laagst (4,2). Aan de minimum- en maximumwaarden is te zien dat de waarden van de antwoorden liggen tussen de 3 en de 5. Dit houdt in dat men de stellingen waardeert van neutraal tot helemaal van toepassing, en aangezien de standaarddeviaties hier niet hoog zijn, is men het wat dat betreft ook met elkaar eens. 18 OU

21 4.3.2 Schaal 3: Leren van en met mensen uit het leernetwerk consortium VMBO-MBO Met deze vragen willen we een beeld krijgen van de manier waarop docenten in het leernetwerk hebben geleerd. Hier dezelfde 5-puntsschaal met dezelfde antwoordcategorieën als bij de vorige schaal. TABEL 3 Leren van en met mensen uit het leernetwerk N Minimum Maximum Mean Std. Deviation 1. Overleg met mensen uit het leernetwerk consortium VMBO-MBO ondersteunt mij in mijn werk ,74, Overleg met mensen uit het leernetwerk helpt mij me verder te ontwikkelen ,77, Ik durf de mensen uit het leernetwerk om hulp te vragen ,81, Ik heb veel aan kennis en vaardigheden van de mensen uit het leernetwerk ,68, Ik krijg ondersteuning van de mensen uit het leernetwerk ,39, Ik ben me bewust van de expertise van de mensen uit het leernetwerk ,77, Als ik advies nodig heb over iets, dan kan ik terecht bij de mensen uit het leernetwerk ,74, Ik leer veel van de mensen uit het leernetwerk ,61,882 Op de stellingen van deze schaal is genuanceerder gereageerd. Het laagste gemiddelde ligt bij stelling 5 ik krijg ondersteuning van de mensen uit het leernetwerk (3,4) en het hoogste gemiddelde hebben de scores op stelling 3 ik durf de mensen uit het leernetwerk om hulp te vragen (3,8). Hier variëren de antwoorden op de stellingen van helemaal niet van toepassing tot helemaal wel van toepassing (minimum is 1 en maximum is 5). Bij deze stellingen geeft men dus in het algemeen aan dat men ondersteuning krijgt, heeft en vraagt van de mensen uit het leernetwerk Netwerkrelaties Hierna stellen we enkele vragen over met wie en waarover men regelmatig praat met betrekking tot het ontwikkelen van een leerlijn VMBO-MBO voor de sector Zorg en Welzijn breed: collega s uit de eigen projectgroep binnen het leernetwerk VMBO-MBO-project, binnen de eigen organisatie of personen uit de privékring. Hierop zijn door 21 respondenten diverse antwoorden gegeven die geanonimiseerd in een tabel zijn opgenomen. Aan de hand van deze tabel is een sociale netwerkkaart geconstrueerd (Figuur 6), waarin de relaties tussen de verschillende netwerken aangegeven zijn. Ook zijn diverse sleutelfiguren te onderkennen (sleutelsymbool). Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 19

22 Vr K K K K C CO CO CO CO P CO Vr CO O O K K P CL Vr K Vr Vr CO K CO CO CO R R Vr R CO CO CO Vr R CO Vr M Vr M M FIGUUR 6 Sociale netwerkkaart leernetwerk Consortium VMBO-MBO Legenda figuur 6 Een dunne lijn is een relatie met één persoon. Een dikke lijn is een relatie met een team. De projecten zijn met kleuren aangegeven: - Geel = Kandinsky Nijmegen & ROC Nijmegen; respondenten zijn gelabeld met de letter K.. - Bruin = CCZ Zeist & ROC ASA Utrecht Nijmegen; respondenten zijn gelabeld met de letter C. - Blauw = Marne College Bolsward & Friese Poort Sneek; respondenten zijn gelabeld met de letter M. - Groen = PCC Alkmaar & Horizon College Hoorn; respondenten zijn gelabeld met de letter P. - Rose = R. van Echten College Hoogeveen & Alfa College Groningen; respondenten zijn gelabeld met de letter R. - Oranje = Oostvaarders College Almere en ROC Flevoland; respondenten zijn gelabeld met de letter (O). CL = Contact met collega binnen het gehele leernetwerk (buiten het eigen project en de eigen organisatie; aan de kleur is te zien welk project het betreft). In deze figuur komt dit overeen met de sleutelfiguren. = Contact met collega uit de eigen projectgroep (buiten de eigen organisatie). CO = Contact met collega uit de eigen organisatie. Vr = Contact met personen uit de privékring (vrienden). 20 OU

23 Uit deze sociale netwerkkaart blijkt dat de regionale netwerken (dezelfde kleur) sterk zijn, de contacten die de respondenten hebben zijn voornamelijk binnen het eigen project en zelden over het eigen project heen op landelijk niveau. De mensen die over de projecten heen contacten hebben noemen daarbij diverse namen van mensen die door hen vaker benaderd zijn. Deze sleutelfiguren worden door meerdere mensen genoemd en zijn vaak verbindende links tussen de verschillende regionale netwerkjes. Wat opvalt is dat in cluster C geen sleutelfiguren genoemd worden. Dit netwerk was zeer klein en bestond uit een kleine groep aio s. Uit dit netwerk heeft maar één respondent gereageerd Waarde van contacten Hierna volgt nog een vraag over hoe belangrijk deze contacten zijn voor de eigen organisatie en voor het leernetwerk. De antwoordmogelijkheden variëren weer op een 5-puntsschaal van helemaal niet belangrijk tot helemaal wel belangrijk. TABEL 4 Waarde van de contacten 1. Hoe belangrijk zijn de zojuist aangegeven contacten voor je eigen organisatie? 2. Hoe belangrijk zijn de zojuist aangegeven contacten voor het leernetwerk consortium VMBO-MBO? N Minimum Maximum Mean Std. Deviation ,11, ,72,895 Uit de gemiddelden van de antwoorden op deze twee vragen blijkt dat men deze contacten belangrijk tot zeer belangrijk acht, zowel voor de eigen organisatie, als voor het leernetwerk zelf Schaal 4: Ervaringen met het leernetwerk consortium VMBO-MBO Bij deze schaal zijn stellingen geformuleerd om een beeld te krijgen van de ervaringen met het leernetwerk consortium VMBO-MBO. De antwoordcategorieën zijn niet (1), soms (2), regelmatig (3), vaak (4) en heel vaak (5). Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 21

24 TABEL 5 Ervaringen met het leernetwerk N Minimum Maximum Mean Std. Deviation 1. Ik wordt door mensen uit het leernetwerk benaderd bij het oplossen van vragen ,83, Ik maak gebruik van het leernetwerk om mezelf te ontwikkelen ,50, Ik maak gebruik van het leernetwerk om te leren ,61, Ik deel wat ik weet met het leernetwerk ,83 1, Ik gebruik het leernetwerk om me professioneel te ontwikkelen ,50 1, In het leernetwerk worden werk en materialen gerelateerd aan regioprojecten gedeeld ,94 1, Ik voel me gesteund door het leernetwerk om nieuwe ideeën uit te proberen ,56 1, Ik vertrouw de mensen uit het leernetwerk ,00, Ik werk met mensen binnen het leernetwerk samen aan projecten ,83 1, Ik vind dat ik mijn eigen praktijk verbeter door aan het leernetwerk deel te nemen ,83 1, Ik werk met mensen uit het leernetwerk samen om te blijven leren en ontwikkelen ,33 1,085 Op de stellingen van deze schaal is zeer verschillend gereageerd, zoals duidelijk te zien is aan de minimumen maximumwaarden en aan de hoogte van de standaarddeviaties. De gemiddelden liggen tussen de 1,83 en 4,00, hetgeen aangeeft dat men het netwerk nog niet optimaal gebruikt voor de eigen professionalisering. Het laagste gemiddelde hebben de stellingen over het benaderd worden door en het samenwerken met mensen van het leernetwerk, en het hoogste gemiddelde heeft de stelling over het vertrouwen in de mensen van het leernetwerk Schaal 5: Algemene ervaringen met netwerkleren Ook hier zijn weer stellingen geformuleerd waarin de mening gepeild wordt over algemene ervaringen met netwerkleren. De antwoordcategorieën variëren in een 5-puntsschaal van helemaal niet van toepassing tot helemaal wel van toepassing. De resultaten zijn als volgt: TABEL 6 Algemene ervaringen met netwerkleren N Minimum Maximum Mean Std. Deviation 1. Leren in een netwerk stimuleert mijn professionele ontwikkeling ,94, Leren in een netwerk is vooral leuk ,44, Het gebruik van een online platform zou het voor mij gemakkelijker maken om aan het leernetwerk deel te ,94,938 nemen. 4. In mijn persoonlijk netwerk zitten hoofdzakelijk collega's uit mijn regio ,33 1, In mijn persoonlijk netwerk zitten hoofdzakelijk collega's uit het hele land ,78 1, OU

25 Stelling 1 ( Leren in een netwerk stimuleert mijn professionele ontwikkeling ) wordt relatief positief beantwoord. Stelling 2 ( Leren in een netwerk is vooral leuk ) wordt neutraal tot positief beantwoord. Bij stelling 3 is men al minder positief: men ziet het gebruik van een online platform niet als een grote meerwaarde. In de persoonlijke netwerken zitten meer collega s uit de regio dan uit het gehele land, gezien de antwoorden op stelling 4 en 5. Conclusie onderzoeksvraag 3: Hoe draagt de deelname aan het leernetwerk bij aan de professionalisering van de deelnemers? De deelnemers aan het onderzoek zijn daar positief over. Collega s worden geraadpleegd en men vraagt elkaar om hulp en advies. Over het leren van en met de mensen in het leernetwerk is men wat voorzichtiger, maar ook hier zal men niet schromen om deze contacten in te schakelen om hulp of advies te vragen. Toch zal men eerder een directe collega raadplegen dan iemand uit het leernetwerk. Bij het nagaan van de netwerkrelaties is duidelijk te constateren dat de contacten voornamelijk binnen de eigen organisatie en binnen de eigen projectgroep liggen. Er zijn wel sleutelfiguren aan te wijzen die door meerdere respondenten genoemd worden als netwerkrelatie. Deze personen zijn bij het voortzetten van het leernetwerk van groot belang. Duidelijk is dat men de contacten voor de eigen organisatie belangrijker acht dan voor het leernetwerk. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 23

26 5 Conclusies en aanbevelingen De succesfactoren die bijdragen aan het zelfstandig voortzetten van het netwerk door de deelnemers (onderzoeksvraag 1) moeten gebaseerd zijn op de erkenning dat de deelnemers het meeste belang hechten aan het werk en de resultaten binnen het eigen cluster van VMBO-MBO-instellingen en/of bedrijven. Een landelijk netwerk zelfstandig onderhouden is mogelijk als vertegenwoordigers van de zes clusters een lichte projectorganisatie opzetten, die een of twee keer per jaar een leernetwerkdag organiseert. De formule zoals die door het Stimuleringsinitiatief is gehanteerd, kan voor zo n dag ongewijzigd worden gebruikt. Daarnaast is het aan te bevelen om een digitaal platform in te richten waar deelnemers voor en na de leernetwerkdagen met elkaar in contact kunnen blijven en de thema s die spelen met elkaar kunnen bespreken en bediscussiëren. Hier komen ook de uitkomsten en opbrengsten van de leernetwerkdagen terecht in een kennisbank. Het is aan te bevelen om als eerste alle materiaal van de afgelopen twee jaar in deze kennisbank op te nemen, niet alleen de publicaties en verslagen, maar ook de (half)producten van de scholen en opleidingen. Dit geheugen is niet alleen belangrijk voor de deelnemers van het Stimuleringsinitiatief, maar ook een prima introductie voor nieuwe deelnemers, zowel binnen de eigen school, opleiding, instelling of bedrijf, als voor nieuwe deelnemers van andere scholen, opleidingen, instellingen en bedrijven in de regio. Zowel voor de regionale activiteiten in een cluster als voor landelijke activiteiten moet er structurele verankering zijn bij het management van de scholen, opleidingen, instellingen of bedrijven. De deelnemers dienen gefaciliteerd te worden met uren en er dient continuïteit te zijn in hun deelname. Met name voor een ROC geldt dat de deelnemers gepokt en gemazeld moeten zijn in de organisatie, zodat ze snel en gemakkelijk zaken kunnen regelen. Tevens is het belangrijk aan de slag te gaan of te blijven met zaken die in de directe praktijk van leerlingen, studenten, docenten en instellingsmedewerkers tot resultaten leiden. De meest effectieve organisatievorm (onderzoeksvraag 2 en 3) voor een zelfstandig voort te zetten leernetwerk is het per cluster handhaven van de huidige sleutelfiguren, die de afgelopen twee jaar zowel binnen het cluster als landelijk met het Stimuleringsinitiatief hun positie hebben gevonden. Deze mensen kunnen verder werken aan uitbreiding van het project doorlopende leerlijnen Zorg en Welzijn in de regio, en zijn in staat het landelijke leernetwerk op pragmatische wijze vorm te geven en te benutten. Het is aan te bevelen om deze sleutelpersonen op te nemen in de lichte projectorganisatie, en een of meerderen van hen te vragen om de website c.q. het digitale platform te beheren. Wat betreft de bijdrage van het leernetwerk aan de professionalisering van de deelnemers (onderzoeksvraag 3) is er een intrigerende paradox te constateren. Enerzijds geven deelnemers aan dat het leernetwerk hun professionalisering ondersteunt, en dat ze daarover met collega s in de regio contact hebben. Anderzijds melden de deelnemers dat zij het landelijk netwerk voornamelijk gebruiken om kennis en materialen te delen, alsof daarbij geen contact zou zijn. Hier is sprake van teveel bescheidenheid over het belang van het landelijk uitwisselen van kennis en materiaal. Dat deze bescheidenheid niet nodig is, blijkt uit het gegeven dat de deelnemers vinden dat er een groot onderling vertrouwen is. Blijkbaar herkent men in de collega s 24 OU

27 van de andere clusters dezelfde integere professionals die met hart voor de zaak aan dezelfde problematiek werken. Die vertrouwensband is een prima basis om ook bij zelfstandige voortzetting van het leernetwerk vrijuit informatie uit te wisselen. Het verdient daarom aanbeveling alle bescheidenheid te laten varen en binnen de eigen organisatie te communiceren dat zaken als landelijke contacten en overleg via mail en skype, de te ontwikkelen kennisbank en een jaarlijkse landelijke leernetwerkdag essentiële onderdelen zijn van professionalisering. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 25

28 6 Discussie Om te kunnen nagaan of het leernetwerk Stimuleringsinitiatief ook zonder stimulering of subsidie kan voortbestaan is het van belang om dit leernetwerk te blijven volgen. Een interessante vraag hierbij is in hoeverre het leernetwerken door de deelnemers als duidelijk omschreven onderdeel van de eigen professionalisering wordt gezien, en of dit als zodanig kenbaar gemaakt is binnen de eigen organisatie. Anders gezegd: in hoeverre is het werken in het leernetwerk Stimuleringsinitiatief vooral extern gemotiveerd door de aanwezigheid van een centrale projectleiding en verstrekte subsidie, en in hoeverre is het intern gemotiveerd? Het antwoord op deze vragen zou wel eens gevonden kunnen worden door onderzoek te doen naar de mate van reflectie door de deelnemers op het eigen functioneren in het leernetwerk. In eerste instantie zou dit onderzoek moeten worden uitgevoerd met de sleutelfiguren in het leernetwerk. Waarschijnlijk zijn ook zij de sleutelfiguren als het gaat om het leveren van gegevens over reflectie op het eigen functioneren in het leernetwerk. Daarmee komt ook een volgende vraag aan bod, namelijk in hoeverre de continuïteit van deelnemers bij het zelfstandig doorgaan van het leernetwerk is gewaarborgd. Dat betreft niet alleen continuïteit van deelname door de huidige deelnemers, maar ook continuïteit van de eigen organisatie bij veranderingen in het takenpakket. Anders gezegd: is participatie in een leernetwerk als professionele taak ingebed in het personeelsbeleid van de organisatie? Op korte termijn is het wenselijk dat de uit dit onderzoek naar voren gekomen sleutelfiguren minstens een maal per jaar bevraagd worden naar hun contacten in het leernetwerk. Daar kunnen bovenstaande onderzoeksvragen in meegenomen worden. Parallel daaraan is het noodzakelijk het onderzoek naar succes- en faalfactoren uit te breiden naar andere netwerken, om de conclusies van het leernetwerk Stimuleringsinitiatief in een breder kader te kunnen toetsen. 26 OU

29 7 Literatuurlijst Bood, R., & Coenders, M. (2004). Communities of Practice. Bronnen van inspiratie. Utrecht, Nederland: Lemma. Katz, S., & Earl, L. (2006). Creating New Knowledge: Evaluating Networked Learning Communities. Education Canada, vol. 47, issue 1 (01 12). Hanraets, I., Potters, H., en Jansen, D. (2006, februari). Communities in het Onderwijs: Adviezen en tips, een handreiking voor moderatoren. Working Paper, Open Universiteit. Hooijer, J., & Laat, M. F. de (2009). Netwerkscan. Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. (In ontwikkeling.) Laat, M. F. de, Lally, V., Lipponen, L., & Simons, P. R. J. (2006). Analysing student engagement with learning and tutoring activities in networked learning communities: a multi-method approach. International Journal of Web Based Communities 2(4). Wenger, E. (1998). Communities of practice: Learning, meaning, and identity. Cambridge: Cambridge University Press. Wenger, E., McDermott, R., & Snyder, W. M. (2002). Cultivating communities of practice: a guide to managing knowledge. Boston, MA: Harvard Business School Press. Professionaliseren door leren op de werkplek : Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 27

30 28 OU

31 Colofon Uitgave Open Universiteit Ruud de Moor Centrum voor professionalisering van onderwijsgevenden februari 2010 Bezoekadres Valkenburgerweg AT Heerlen telefoon Postadres Postbus DL Heerlen Tekst Miriam Goes Peter Delea Maarten de Laat Bureauredactie Roel Hoekstra Oplage 75 exemplaren Omslag Ontwerp Crasborn Grafische Ontwerpers i.s.m. team Visuele communicatie, Open Universiteit De rapporten staan onder redactie van prof. dr. R. Martens en prof. dr. P. Stijnen Meer informatie over de Open Universiteit vindt u op Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 29

32 Exemplaren van deze publicatie kunnen worden besteld bij: Open Universiteit Secretariaat Ruud de Moor Centrum Postbus DL Heerlen Tel Fax Meer informatie over het RdMC vindt u op Delen uit de RdMC-reeks en de working papers kunnen worden besteld. Een beknopt overzicht vindt u achterin deze publicatie. 30 OU

33 Eerder verschenen delen in de RdMC-reeks: Stijnen, P.J.J. (2003), Leraar worden: under construction?, inaugurele rede. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Vermeulen, M. (2003), Een meer dan toevallige casus, inaugurele rede. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Broeksma, H.C.E. (2004), E-nabling E-learning, onderzoeksrapport. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Coonen, H.W.A.M. (2005), De leraar in de kennissamenleving, inaugurele rede. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Zwaneveld, G. (2005), Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie, inaugurele rede. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Van Veen, M.J.P. (red.) (2005), Door de bomen het bos: Informatievaardigheden in het onderwijs. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Van der Klink, M. & Schlusmans, K. (red.) (2006), EVC voor Velen. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Luchtman, L. (red.) (2006), E-coachen voor lerarenopleiders. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Van der Klink, M., Evers, A. & Walhout, J. (2006), De kwaliteit van EVC in de lerarenopleidingen. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Brouwer, N. (2007), Verbeelden van onderwijsbekwaamheid. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Gerrichhauzen, J.T.G. (2007), De lerende en onderzoekende docent, inaugurele rede. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Bastiaens, Th.J. (2007), Onderwijskundige innovatie: Down to earth, inaugurele rede. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Dekeyser, H.M., Nielissen, G., Kallenberg, A. & van der Veen, D.J. (2009), Kennis van kennisbanken, Maatwerk in de professionalisering van beginnende leraren. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Eerder verschenen working papers: Klap-van Strien, E. (2005), Recente trends in opleiden en leren in arbeidsorganisaties met aandacht voor zingeving en bezieling. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Poelmans, P. (2005), Community of practice Nieuwe leraren, Evaluatie pilot met VO docenten. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Dekeyser, H.M. & Schuwer, R. (2005), Ontwikkelen van kennisbanken en digitale leermaterialen. Enkele Handreikingen. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Jansen, D., Schuwer, R. & Dekeyser, H.M. (2005), RdMC-applicatieprofie. Een poldermodel voor omgaan met metadata. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Goes, M., Dresen, M. & van der Klink, M. (2005), Zonder leraren geen meesterlijke ontwikkeling. Het uitwerken van kenmerkende beroepssituaties. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Onderzoek naar de succes- en faalfactoren bij het leernetwerk Consortium VMBO-MBO 31

34 Kluijtmans, F., Becker, B., Crijns, M. & Sewandono, I. (2005), Anders leren, anders organiseren!? Eindrapport van het project Leraar anders: herontwerp van schoolorganisaties. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Kolos-Mazuryk, L. (2005), META: Enhancing Presence by means of the social affordances. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Xu, W. (2005), Preliminary requirements of social navigation in a virtual community of practice. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Firssova, O., Jeninga, J., Lockhorst, D. & Stalmeier, M. (2006), Begeleiden van zij-instromers met een digitaal portfolio. Verslag van een pilot. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Staal, H. (2006), De Kennisbank Wiskunde en competentiegericht opleiden van leraren. Verslag van een samenwerking tussen de Educatieve Hogeschool van Amsterdam en het Ruud de Moor Centrum. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Hanraets, I., Potters, H. & Jansen, D. (2006), Communities in het Onderwijs. Adviezen en tips, een handreiking voor moderatoren. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Evers, A., Vermeulen, M. & van der Klink, M. (2007), The need to invest in teachers and teacher education. How to manage costs and achieve quality in teacher education? Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Van Ingen, S., Joosten-ten Brinke, D., Schildwacht, R. & Knarren, J. (2007), Formatieve Assessments voor Docenten. Een evaluatierapport. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Kallenberg, A.J. (2007), Opleiden van leraren bij institutionele samenwerking: Een vierluik. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Schulte, F. (2007), E-coaching van docenten-in-opleiding in de opleidings- en schoolpraktijk. Bevindingen uit de E-coaching pilots van het project E-didactiek van het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Potters, H. & Poelmans, P. (2008), Virtuele Communities of Practice in het Onderwijs. Bevindingen van 7 pilots. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Evers, A., Reynders, L. & Janssen, S. (2008), Het karakter en de ambities van de Academische School Limburg. Professionaliseren van binnenuit. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Martens, R.L. (2009), RdMC onderzoeksprogramma , Succesvol leven lang leren op de werkplek: onderzoek naar de praktijk van docentprofessionalisering. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. Someren, K. van, Doornebos-Klarenbeek, D. & Walhout, J. (2009), Een pakkend begin! Ruim 30 concrete voorbeelden voor het economieonderwijs om goed van start te gaan. Heerlen: Open Universiteit, Ruud de Moor Centrum. 32 OU

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs

Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport 4 Over drempels naar meer ict-gebruik in het voortgezet onderwijs Rapport naar aanleiding van het project DigilessenVO in 2009 Bert Zwaneveld Herman Rigter Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Tussenmeting 2015 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, oktober

Nadere informatie

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs Tijdschrift voor Didactiek der β-wetenschappen 22 (2005) nr. 1 & 2 53 Oratie, uitgesproken op 11 maart 2005, bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Professionalisering in het bijzonder in het onderwijs

Nadere informatie

Verbreding en verdieping competentiegericht opleiden van docenten binnen de NHL Hogeschool Leeuwarden

Verbreding en verdieping competentiegericht opleiden van docenten binnen de NHL Hogeschool Leeuwarden Rapport Verbreding en verdieping competentiegericht opleiden van docenten binnen de NHL Hogeschool Leeuwarden Miriam Goes Marion Beeksma Peter Delea Janneke Hooijer Ruud de Moor Centrum Ruud de Moor Centrum

Nadere informatie

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016

Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Terugkoppeling monitor subsidieregeling Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013-2016 Beginmeting 2014 Portret samenwerkingsverband P029 Opdrachtgever: ministerie van OCW Utrecht, september

Nadere informatie

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Stimuleringsproject LOB in het mbo Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Samenwerken aan LOB Jongeren beter toerusten voor het maken van passende keuzes in de eigen loopbaan door bewust

Nadere informatie

Fase A. Jij de Baas. Gids voor de Starter. 2012 Stichting Entreprenasium. Versie 1.2: november 2012

Fase A. Jij de Baas. Gids voor de Starter. 2012 Stichting Entreprenasium. Versie 1.2: november 2012 N W O Fase A Z Jij de Baas Gids voor de Starter Versie 1.2: november 2012 2012 Stichting Entreprenasium Inleiding 2 School De school Inleiding 2 Doelen 3 Middelen 4 Invoering 5 Uitvoering 6 Jij de Baas:

Nadere informatie

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Stimuleringsproject LOB in het mbo Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Visie ontwikkelen in regionale inspiratiebijeenkomsten Wat verstaan we eigenlijk onder loopbaanoriëntatie en -begeleiding

Nadere informatie

Professionaliseren en versterken praktijknetwerken VM2

Professionaliseren en versterken praktijknetwerken VM2 Professionaliseren en versterken praktijknetwerken VM2 Eindverslag Miriam Goes Reggie Berkers Joitske Hulsebosch Marc Coenders Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door de financiële ondersteuning

Nadere informatie

LEREN IN EEN COMMUNITY OF PRACTICE

LEREN IN EEN COMMUNITY OF PRACTICE LEREN IN EEN COMMUNITY OF PRACTICE Annemarie Waal & Greet Gevers Hogeschool van Amsterdam, Opleiding tot Oefentherapeut m.h.gevers@hva.nl a.p.waal@hva.nl Uitnodiging tot het kiezen van een plaatje Als

Nadere informatie

WERKEN IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS? je eerste stap is HeT indicatief intakegesprek

WERKEN IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS? je eerste stap is HeT indicatief intakegesprek WERKEN IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS? je eerste stap is HeT indicatief intakegesprek Je denkt eraan om leraar te worden in het voortgezet onderwijs. Je hebt je georiënteerd, er met anderen over gesproken

Nadere informatie

Enquête over beleid en praktijk van instructies in Informatievaardigheden in Nederlandse universiteiten

Enquête over beleid en praktijk van instructies in Informatievaardigheden in Nederlandse universiteiten Enquête over beleid en praktijk van instructies in Informatievaardigheden in Nederlandse universiteiten Subgroep Informatievaardigheden van de UKB werkgroep Learning Spaces Anneke Dirkx (UL) Marjolein

Nadere informatie

Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld

Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld reageren bijlagen attenderen printversie Recensie: Wat wij moeten weten over jongeren en hun digitale wereld Datum 01/02/2007 Auteur publicatie Guus Wijngaards, Jos Fransen, Pieter Swager (INHOLLAND) Titel

Nadere informatie

Dynamic and Stochastic Planning Problems with Online Decision Making A Novel Class of Models. Maria Lucia Arnoldina Gerarda Cremers

Dynamic and Stochastic Planning Problems with Online Decision Making A Novel Class of Models. Maria Lucia Arnoldina Gerarda Cremers Dynamic and Stochastic Planning Problems with Online Decision Making A Novel Class of Models Maria Lucia Arnoldina Gerarda Cremers Publisher: University of Groningen Groningen The Netherlands Printed by:

Nadere informatie

Geaccepteerd voorstel Onderwijs Research Dagen 28, 29 en 30 juni 2017 te Antwerpen

Geaccepteerd voorstel Onderwijs Research Dagen 28, 29 en 30 juni 2017 te Antwerpen Geaccepteerd voorstel Onderwijs Research Dagen 8, 9 en 0 juni 017 te Antwerpen Melline Huiskamp (Iselinge Hogeschool), Emmy Vrieling (Open Universiteit) en Iwan Wopereis (Open Universiteit) Titel: Waardevol

Nadere informatie

ICLON Powerpoint sjabloon

ICLON Powerpoint sjabloon ICLON Powerpoint sjabloon Een voorbeeld van een ICLON presentatie Piet Presentator & Co Copresentator (ICLON) Coby Collega (Leiden University) Max Medewerker (Instituut voor Cooperatie) [Congresnaam, Plaats,

Nadere informatie

Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving

Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving Een vragenlijst voor de Empowerende Omgeving Introductie Met de REQUEST methode wordt getracht de participatie van het individu in hun eigen mobiliteit te vergroten. Hiervoor moet het individu voldoende

Nadere informatie

Rapport Docent i360. Test Kandidaat

Rapport Docent i360. Test Kandidaat Rapport Docent i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor u ligt het

Nadere informatie

KWALITEITSNETWERKEN: leren van elkaar. Een methode om de kwaliteit van forensische zorg te verhogen.

KWALITEITSNETWERKEN: leren van elkaar. Een methode om de kwaliteit van forensische zorg te verhogen. KWALITEITSNETWERKEN: leren van elkaar Een methode om de kwaliteit van forensische zorg te verhogen. CONTACT Voor meer informatie over de kwaliteitsnetwerken kunt u contact opnemen met: Diewke de Haen (ddehaen@efp.nl)

Nadere informatie

Een vliegende start voor netwerkleren

Een vliegende start voor netwerkleren CASUS Kenniscafé schept vertrouwensband Een vliegende start voor netwerkleren Uitwisseling van kennis en ervaring tussen collega s in een leernetwerk is een aantrekkelijke vorm van professionalisering.

Nadere informatie

Inventarisatie misconcepten economische vakken

Inventarisatie misconcepten economische vakken 17 Inventarisatie misconcepten economische vakken Evaluatie vraaggestuurd project 2009 Aanvrager: Vecon Jos van Kuijk Menno Wester Hans van Gennip Adrie Claassen Frederik Smit Open Universiteit Open Universiteit

Nadere informatie

Samenvatting. Interactie Informatiewaarde Werkrelevantie Totale waardering 8,6 8,7 8,7 8,6

Samenvatting. Interactie Informatiewaarde Werkrelevantie Totale waardering 8,6 8,7 8,7 8,6 Samenvatting Scores Interactie Informatiewaarde Werkrelevantie Totale waardering 8,6 8,7 8,7 8,6 Uit de opmerkingen van de deelnemers blijkt dat zij de training als leerzaam, interactief en praktijkgericht

Nadere informatie

Gaan we professionaliseren of aan onderzoek (mee)doen?

Gaan we professionaliseren of aan onderzoek (mee)doen? Gaan we professionaliseren of aan onderzoek (mee)doen? Sanneke Bolhuis emeritus lector Fontys Lerarenopleiding senior onderzoeker Radboudumc zetel praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek Stuurgroep

Nadere informatie

Ondersteuningsomgeving integratie leerlingen met het syndroom van Down in het regulier onderwijs

Ondersteuningsomgeving integratie leerlingen met het syndroom van Down in het regulier onderwijs 12 Ondersteuningsomgeving integratie leerlingen met het syndroom van Down in het regulier onderwijs Evaluatie vraaggestuurd project 2009 Aanvrager: INNOVO, Prooses en Hogeschool Utrecht Seminarium voor

Nadere informatie

Vragen pas gepromoveerde

Vragen pas gepromoveerde Vragen pas gepromoveerde dr. Maaike Vervoort Titel proefschrift: Kijk op de praktijk: rich media-cases in de lerarenopleiding Datum verdediging: 6 september 2013 Universiteit: Universiteit Twente * Kun

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomst Toptechniek in Bedrijf Noordoost-Brabant

Samenwerkingsovereenkomst Toptechniek in Bedrijf Noordoost-Brabant Samenwerkingsovereenkomst Toptechniek in Bedrijf Noordoost-Brabant Samenwerkingsovereenkomst tussen ROC Koning Willem I College, ROC De Leijgraaf, Baanderherencollege, Bossche Vakschool, Cambium College,

Nadere informatie

Methodiek Junior Praktijk Opleider

Methodiek Junior Praktijk Opleider Methodiek Junior Praktijk Opleider ONDERZOEK TEN BEHOEVE VAN HET VERSTERKEN VAN DE DOELMATIGHEID Maaike van Rooijen Suzan de Winter-Koçak Eva Klooster Harrie Jonkman Methodiek Junior Praktijk Opleider

Nadere informatie

Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen. Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek

Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen. Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek Studenten en leerkrachten leren praktijkgericht onderzoek doen Anje Ros, Lector Leren & Innoveren Anja van Wanrooij, Basisschool Het Mozaïek Tijdschema Inleiding Anje (15 minuten) Praktijk casus Anja (10

Nadere informatie

Cultuursurvey. Betrouwbaarheidsonderzoek voor Stichting LeerKRACHT. Maaike Ketelaars Ton Klein

Cultuursurvey. Betrouwbaarheidsonderzoek voor Stichting LeerKRACHT. Maaike Ketelaars Ton Klein Cultuursurvey Betrouwbaarheidsonderzoek voor Stichting LeerKRACHT Maaike Ketelaars Ton Klein Inhoudsopgave 1 Inleiding... 5 2 Eerste voorstel voor de aanpassing van de vragenlijst... 7 2.1 Oorspronkelijke

Nadere informatie

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen

eflectietool Reflectietool Reflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool eflectietool Reflectietool Test jezelf op professioneel ondersteunen Redactie: Marieke Haitsma en Corrie van Dam Eindredactie: afdeling communicatie

Nadere informatie

Samenvatting rapportage onderzoek vmbo

Samenvatting rapportage onderzoek vmbo Samenvatting rapportage onderzoek vmbo Utrecht, april 2006 In opdracht van Adviesgroep vmbo Drs. Vincent van Grinsven Drs. J. Krom Henk Westerik Postbus 681 3500 AR Utrecht telefoon: 030 263 1080 fax:

Nadere informatie

Allochtoon talent in uitvoering

Allochtoon talent in uitvoering 7 Allochtoon talent in uitvoering Evaluatie vraaggestuurd project 2009 Aanvrager: ROC Midden-Nederland Jos van Kuijk Menno Wester Hans van Gennip Adrie Claassen Frederik Smit Open Universiteit Open Universiteit

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Feedbackscan VO. Evaluatie vraaggestuurd project Aanvrager: AOb, LAKS, SBL, VO-raad. Ruud de Moor Centrum. Open Universiteit rdmc.ou.

Feedbackscan VO. Evaluatie vraaggestuurd project Aanvrager: AOb, LAKS, SBL, VO-raad. Ruud de Moor Centrum. Open Universiteit rdmc.ou. 2 Feedbackscan VO Evaluatie vraaggestuurd project 2009 Aanvrager: AOb, LAKS, SBL, VO-raad Jos van Kuijk Menno Wester Hans van Gennip Adrie Claassen Frederik Smit Open Universiteit rdmc.ou.nl 2 Feedbackscan

Nadere informatie

Professionalisering van de werkplekbegeleider

Professionalisering van de werkplekbegeleider Professionalisering van de werkplekbegeleider Kwaliteitsreeks opleidingsscholen Praktijk in zicht STEUNPUNT OPLEIDINGSSCHOLEN PO-R A AD VO-R A AD Inhoudsopgave Inleiding 5 1. Waarom professionalisering

Nadere informatie

Inleiding Administratieve Organisatie. Opgavenboek

Inleiding Administratieve Organisatie. Opgavenboek Inleiding Administratieve Organisatie Opgavenboek Inleiding Administratieve Organisatie Opgavenboek drs. J.P.M. van der Hoeven Vierde druk Stenfert Kroese, Groningen/Houten Wolters-Noordhoff bv voert

Nadere informatie

Fase B. Entree. Leerstijlen. 2013 Stichting Entreprenasium. Versie 0.1: januari 20]3

Fase B. Entree. Leerstijlen. 2013 Stichting Entreprenasium. Versie 0.1: januari 20]3 N W Fase B O Z Entree Leerstijlen Versie 0.1: januari 20]3 2013 Stichting Entreprenasium Inleiding 2 Inleiding 2 Indeling 4 Strategie 6 Leerstijl Ieder mens heeft zijn eigen leerstijl. Deze natuurlijke

Nadere informatie

Competenties directeur Nije Gaast

Competenties directeur Nije Gaast Competenties directeur Nije Gaast De s voor directeuren van Nije Gaast zijn vertaald in vijf basiss. De beschrijving is gebaseerd op de schoolleiderscompententies die landelijk zijn vastgesteld en zijn

Nadere informatie

Workshop Profielwerkstuk-doorlopende leerlijn onderzoeksvaardigheden. Marieke Cornelisse, Marielle Nijsten, Marijke Strootman, Ellis Wertenbroek

Workshop Profielwerkstuk-doorlopende leerlijn onderzoeksvaardigheden. Marieke Cornelisse, Marielle Nijsten, Marijke Strootman, Ellis Wertenbroek Workshop Profielwerkstuk-doorlopende leerlijn onderzoeksvaardigheden Marieke Cornelisse, Marielle Nijsten, Marijke Strootman, Ellis Wertenbroek Programma Centrale introductie: Geschiedenis Leerlingen en

Nadere informatie

Handleiding Startwijzer

Handleiding Startwijzer Handleiding Startwijzer Aan de slag met de Startwijzer VO De Startwijzer VO is een digitale scan die in beeld brengt hoe startende leraren op school ingewerkt en begeleid worden en op welke onderdelen

Nadere informatie

ALGEMEEN PROJECT RAPPORT

ALGEMEEN PROJECT RAPPORT Evaluatie EVALUATION rapport RAPPORT SENDI PROJECT project ALGEMEEN PROJECT RAPPORT This report contains the evaluation analysis of the filled out questionnaire about the Kick off meeting in Granada Dit

Nadere informatie

Onderstaand treft u de resultaten aan van de vragenlijst over ondernemend onderwijs.

Onderstaand treft u de resultaten aan van de vragenlijst over ondernemend onderwijs. De behoefte aan het delen van kennis en ervaring is groot! Samenwerking door kennis te delen en ervaringen uit te wisselen is essentieel om de verdere implementatie van ondernemend onderwijs efficiënt

Nadere informatie

ERVAREN WERKDRUK IN HET MBO

ERVAREN WERKDRUK IN HET MBO ERVAREN WERKDRUK IN HET MBO onderzoeksverslag Rozemarijn van Toly, Annemarie Groot, Andrea Klaeijsen en Patricia Brouwer 01 AANLEIDING ONDERZOEK Er is recent veel aandacht voor werkdruk onder docenten;

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

1 Voor de medewerker is duidelijk waarom het voor de organisatie belangrijk is om de motieven voor vertrek te horen

1 Voor de medewerker is duidelijk waarom het voor de organisatie belangrijk is om de motieven voor vertrek te horen EXITINTERVIEW drs. D. Dresens 1 SITUATIE Het exitinterview is een gesprek dat uw organisatie met een vertrekkende medewerker kan voeren. Het doel van dit gesprek is duidelijk te krijgen wat de reden van

Nadere informatie

Een kijkje in de schatkist van het Partnerschap Opleiden in de School

Een kijkje in de schatkist van het Partnerschap Opleiden in de School Een kijkje in de schatkist van het Partnerschap Opleiden in de School Na het verslag van het project De doorgaande lijn van leerkracht startbekwaam naar leerkracht basisbekwaam is er binnen het samenwerkingsverband

Nadere informatie

Onderzoeken Werkplekleren

Onderzoeken Werkplekleren Onderzoeken Werkplekleren Leeromgeving Sapfabriek Competenties en professionaliseringsbehoeften Opzet presentatie Verbinding tussen de onderzoeken Aanleiding voor de onderzoeken Onderzoek Sapfabriek Respondenten

Nadere informatie

De leukste plek om te. leren. Versterken van het contact tussen docenten en coaches op de leerafdeling. Verbetering van de communicatie werkt!

De leukste plek om te. leren. Versterken van het contact tussen docenten en coaches op de leerafdeling. Verbetering van de communicatie werkt! De leukste plek om te leren Versterken van het contact tussen docenten en coaches op de leerafdeling Verbetering van de communicatie werkt! Aanleiding In opdracht van het ROC Midden Nederland (ROC MN)

Nadere informatie

Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 2009

Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 2009 Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 29 Evaluatieonderzoek Gedragswerk, juni 29 1 Inleiding Met het Ministerie van OCW is afgesproken dat in het schooljaar 28 29 een evaluatie zou worden

Nadere informatie

Wat leren lerarenopleiders* van conferentie-deelname?

Wat leren lerarenopleiders* van conferentie-deelname? Wat leren lerarenopleiders* van conferentie-deelname? Dr. ir. Quinta Kools, Dr. Rita Schildwacht Fontys Lerarenopleiding Tilburg, lectoraat professionalisering van leraren en lerarenopleiders context Conferentie

Nadere informatie

Bijlage 8.8: Professionele leergemeenschappen (Verbiest, 2012)

Bijlage 8.8: Professionele leergemeenschappen (Verbiest, 2012) Bijlage 8.8: Professionele leergemeenschappen (Verbiest, 2012) Professionele leergemeenschappen (Verbiest, 2012) en netwerk-leren (De Laat, 2012) verhogen de kans op succesvol leren in het kader van een

Nadere informatie

Opdrachtgevers & Netwerkpartners

Opdrachtgevers & Netwerkpartners Opdrachtgevers & Netwerkpartners van Synthese Mate van tevredenheid [Externe versie] Rapportage 2017 Ronald De Meyer Laura Beurskens-Claessens Februari 2018 2 2018 Praktikon Behoudens de in of krachtens

Nadere informatie

Onderzoek als project

Onderzoek als project Onderzoek als project Onderzoek als project Met MS Project Ben Baarda Jan-Willem Godding Eerste druk Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten Ontwerp omslag: Studio Frank & Lisa, Groningen Omslagillustratie:

Nadere informatie

Managers en REC-vorming ----- GEEN VOORUITGANG ZONDER VOORTREKKERS

Managers en REC-vorming ----- GEEN VOORUITGANG ZONDER VOORTREKKERS @ ----- Managers en REC-vorming ----- AB ZONDER VOORTREKKERS GEEN VOORUITGANG De wereld van de REC-vorming is volop beweging. In 1995 werden de eerste voorstellen gedaan en binnenkort moeten 350 scholen

Nadere informatie

Leerlingtevredenheidsonderzoek

Leerlingtevredenheidsonderzoek Rapportage Leerlingtevredenheidsonderzoek De Meentschool - Afdeling SO In opdracht van Contactpersoon De Meentschool - Afdeling SO de heer A. Bosscher Utrecht, juni 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Vincent

Nadere informatie

Al lid van een kennisgemeenschap?

Al lid van een kennisgemeenschap? Professionaliseer jezelf en verbeter het onderwijs van onderop Al lid van een kennisgemeenschap? Kennisgemeenschappen zijn in opmars. Binnen schoolbesturen richten deze gemeenschappen zich op de professionalisering

Nadere informatie

Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1

Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1 Weblogs 1 Het weblog als instrument voor reflectie op leren en handelen: Een verkennende studie binnen de eerste- en tweedegraads lerarenopleiding 1 Iwan Wopereis Open Universiteit Nederland Peter Sloep

Nadere informatie

Uitkomsten survey. Hamptonga.gov

Uitkomsten survey. Hamptonga.gov Uitkomsten survey Hamptonga.gov Respons 27 ingevulde surveys Wat zou de belangrijkste meerwaarde van een SIG Blended Learning voor jou zijn? theorievorming onderzoeksresultaten uitwisselen gezamenlijk

Nadere informatie

Personen in de langdurige zorg, opzoek naar kennis

Personen in de langdurige zorg, opzoek naar kennis Personen in de langdurige zorg, opzoek naar kennis Graag willen we kennis in de langdurige zorg optimaal laten stromen. Toegankelijk, op de plek en in de vorm die past bij de gebruiker. Zodat de zorg daar

Nadere informatie

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf

Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf Rapport evaluatie speeddaten met uitzendbureaus op de vestigingen van het WERKbedrijf December 2011 Auteurs: Leonie Oosterwaal, beleidsmedewerker ABU Judith Huitenga en Marit Hoffer, medewerkers Servicepunt

Nadere informatie

Informatie Innovatietraject Voortgezet Leren Serie 1

Informatie Innovatietraject Voortgezet Leren Serie 1 Informatie Innovatietraject Voortgezet Leren Serie 1 1 Inhoudsopgave Over het programma Voortgezet Leren... 3 Aanleiding... 4 Bouwstenen van het innovatietraject... 5 Bouwstenen op de school: wat vraagt

Nadere informatie

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink

Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs. Peter Leisink Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs Peter Leisink Opzet van deze leergang Introductie Strategisch HRM in het voortgezet onderwijs: inhoudelijke verkenning Programma en docenten leergang strategisch

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Verdiepingsdocument Spiegel Personeel & School

Verdiepingsdocument Spiegel Personeel & School Verdiepingsdocument Spiegel Personeel & School Opgemaakt februari 2019 door de VO-raad Ter ondersteuning van scholen die de Spiegel gaan inzetten. De Spiegel wat is het? Het realiseren van onderwijskundige

Nadere informatie

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent B 3. Survey commitment van medewerkers

Ellen van Wijk - Ruim baan voor creatief talent B 3. Survey commitment van medewerkers Survey commitment van medewerkers B 3 Survey commitment van medewerkers 229 230 Ruim baan voor creatief talent, bijlage 3 Voor je ligt een vragenlijst waarin gevraagd wordt naar verschillende aspecten

Nadere informatie

Transnational Forces and Corporate Governance Regulation in Postsocialist Europe

Transnational Forces and Corporate Governance Regulation in Postsocialist Europe Transnational Forces and Corporate Governance Regulation in Postsocialist Europe reading committee: prof. dr. B. Greskovits dr. O.H Holman prof. dr. J.E. Keman dr. S. Shields prof. dr. R. Van Tulder Arjan

Nadere informatie

Studiedag "Wat kan ik (van) je leren? Samenwerkend leren in onderwijs Lerende netwerken

Studiedag Wat kan ik (van) je leren? Samenwerkend leren in onderwijs Lerende netwerken Studiedag "Wat kan ik (van) je leren? Samenwerkend leren in onderwijs Lerende netwerken Marieke van Nieuwenhuyze Karine De Gendt 9 juni 2015 Introductiesessie lerende netwerken Waarom heb je voor deze

Nadere informatie

Datum 1 april 2019 Betreft Kamervragen over kindermishandeling (ingezonden 5 februari 2019)

Datum 1 april 2019 Betreft Kamervragen over kindermishandeling (ingezonden 5 februari 2019) >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 20018 2500 EA DEN HAAG Voortgezet Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Copyright ADEF, 2009 2

Inhoudsopgave. Copyright ADEF, 2009 2 2. Kwaliteitszorg Inhoudsopgave Evaluatieformulier voor de EVC-assessor 3 Toelichting 4 Training assessoren inclusief terugkombijeenkomsten 4 Beoordeling portfolio s 5 Criteriumgerichte interviews (portfoliogesprekken)

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek

Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek Evalueren van projecten met externen Kennisdocument Onderzoek & Statistiek Zwaantina van der Veen / Dymphna Meijneken / Marieke Boekenoogen Stad met een hart Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding 3 Hoofdstuk 2

Nadere informatie

Voorbeeld IKC PactMeter Samenvatting

Voorbeeld IKC PactMeter Samenvatting Voorbeeld IKC PactMeter 2015 Samenvatting Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Pactmeter... 2 Het onderzoek... 2 IJkpunten... 4 Waar zijn we goed in (hoogste waardering)... 4 Waar zijn we minder goed in (laagste

Nadere informatie

Samen bouwen aan schoolontwikkeling

Samen bouwen aan schoolontwikkeling H og er o n d e r w ij s School ont wi kk ing el S c h o ol k Wer der e n An j e p a r ti pl a at so nd e r w ij s o n d e e rzo k Samen bouwen aan schoolontwikkeling Een werkmodel voor onderzoekssamenwerking

Nadere informatie

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Hoofdrapport Samenstelling: Dr. L. Broersma & Drs D. Stelder, Sectie Ruimtelijke Economie, FEW, RuG Prof. Dr. J. van Dijk, Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen,

Nadere informatie

HBO-I: DE ANDERE SKILLS PROJECTSCHOLEN OPDRACHT WERKGROEP DE ANDERE SKILLS

HBO-I: DE ANDERE SKILLS PROJECTSCHOLEN OPDRACHT WERKGROEP DE ANDERE SKILLS HBO-I: DE ANDERE SKILLS PROJECTSCHOLEN OPDRACHT WERKGROEP DE ANDERE SKILLS Beschrijf / analyseer huidige situatie door de volgende vragen te beantwoorden: wat wordt onder de andere skills verstaan; welke

Nadere informatie

Doorontwikkeling en implementatie Kennisbank natuurkunde

Doorontwikkeling en implementatie Kennisbank natuurkunde 22 Doorontwikkeling en implementatie Kennisbank natuurkunde Evaluatie vraaggestuurd project 2009 Aanvrager: Fontys Lerarenopleiding Tilburg Jos van Kuijk Menno Wester Hans van Gennip Adrie Claassen Frederik

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 1

Samenvatting Hoofdstuk 1 Samenvatting Dit proefschrift onderzocht manieren om community ontwikkeling in opleidingsscholen te stimuleren. De vier studies leverden inzichten op in de manier waarop docentenin-opleiding (dio s) samenwerken

Nadere informatie

Deze brochure is een uitgave van het Programmabureau Onderwijs Bewijs in samenwerking met het Ministerie van OCW.

Deze brochure is een uitgave van het Programmabureau Onderwijs Bewijs in samenwerking met het Ministerie van OCW. Deze brochure is een uitgave van het Programmabureau Onderwijs Bewijs in samenwerking met het Ministerie van OCW. Programmabureau Onderwijs Bewijs Agentschap NL Postbus 93144 2509 AC Den Haag onderwijsbewijs@agentschapnl.nl

Nadere informatie

Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken. Informatie en stappenplan

Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken. Informatie en stappenplan Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken December 2012 Informatie en stappenplan Door Cliënten Bekeken voor tandartspraktijken is hét traject voor kwaliteitsverbetering van de mond zorg vanuit het

Nadere informatie

Vink bij iedere vraag de situatie aan die het meest van toepassing is op uw school.

Vink bij iedere vraag de situatie aan die het meest van toepassing is op uw school. Wetenschap en Techniek Index Waarom dit instrument? Met deze index krijgt u een beeld van de stand van zaken van het wetenschap- en techniekonderwijs bij u op school. Er wordt gevraagd naar de huidige

Nadere informatie

O.G. Heldringschool Den Haag. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs Haarlem, november 2018

O.G. Heldringschool Den Haag. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs Haarlem, november 2018 O.G. Heldringschool Den Haag Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs 2018 Haarlem, november 2018 Scholen met Succes Postbus 3386 2001 DJ Haarlem www.scholenmetsucces.nl info@scholenmetsucces.nl tel:

Nadere informatie

RKBS Bocholtz Bocholtz. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs Haarlem, mei 2018

RKBS Bocholtz Bocholtz. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs Haarlem, mei 2018 RKBS Bocholtz Bocholtz Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs 2018 Haarlem, mei 2018 Scholen met Succes Postbus 3386 2001 DJ Haarlem www.scholenmetsucces.nl info@scholenmetsucces.nl tel: 023 534 11

Nadere informatie

4e Montessori Pinksterbloem Amsterdam. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs Haarlem, oktober 2018

4e Montessori Pinksterbloem Amsterdam. Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs Haarlem, oktober 2018 4e Montessori Pinksterbloem Amsterdam Leerlingtevredenheidspeiling Basisonderwijs 2018 Haarlem, oktober 2018 Postbus 3386 2001 DJ Haarlem www.scholenmetsucces.nl info@scholenmetsucces.nl tel: 023 534 11

Nadere informatie

Op wat voor manier bent u de afgelopen maand in contact gekomen met HorSense? (meerdere opties mogelijk) Anders, namelijk.

Op wat voor manier bent u de afgelopen maand in contact gekomen met HorSense? (meerdere opties mogelijk) Anders, namelijk. Op wat voor manier bent u de afgelopen maand in contact gekomen met HorSense? (meerdere opties mogelijk) 9 8 7 6 5 4 1 Anders, namelijk. o op bezoek geweest bij de boerderij o leden vergadering o tijdens

Nadere informatie

IT Governance. Studietaak 5

IT Governance. Studietaak 5 IT Governance 5 Open Universiteit faculteit Managementwetenschappen Cursusteam ir. H.B.F. Hofstee, projectleider en auteur Open Universiteit prof. dr. R.J. Kusters, auteur, Open Universiteit Programmaleiding

Nadere informatie

SYLLABUS CURRICULUM VITAE & DIPLOMA WORKSHOP

SYLLABUS CURRICULUM VITAE & DIPLOMA WORKSHOP 12/10/2012 TRIO SMC SYLLABUS CURRICULUM VITAE & DIPLOMA WORKSHOP Pagina 1 van 10 Verantwoording 2012 Uniformboard te Vianen en 2012 Trio SMC te Almere. Copyright 2012 voor de cursusinhoud Trio SMC te Almere

Nadere informatie

Samen verantwoordelijk voor studiesucces

Samen verantwoordelijk voor studiesucces BIJLAGE 1 De pilot samen verantwoordelijk voor studiesucces biedt de kans om gezamenlijk aan visieontwikkeling te doen. Op basis van een gedeelde visie en gezamenlijk beleid kan onderzocht worden waar

Nadere informatie

Professionalisering door. Bruggen Bouwen

Professionalisering door. Bruggen Bouwen Professionalisering door Bruggen Bouwen Wij presenteren: innoveren onderwijs persoonlijk talent leven lang ontwikkelen Najaar 2018: meerdere nieuwe meerjarenagenda s Strategische agenda digitalisering

Nadere informatie

Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap

Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap Beeldvorming als Leidraad voor Leiderschap in de reflectie zie je de bron Effectief Leiderschap.. een persoonlijke audit U geeft leiding aan een team, een project of een afdeling. U hebt veel kennis, u

Nadere informatie

Fontys Educational Designer Mindz (FED Mindz) Projectplan. Visie

Fontys Educational Designer Mindz (FED Mindz) Projectplan. Visie Visie We leven in een wereld die sterk veranderlijk is. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij docenten om de nieuwe generaties als competente rebellen klaar te stomen voor een onbekende toekomst waarin

Nadere informatie

Colofon. Apps, Alles over uitgeven op mobiel en tablet. Dirkjan van Ittersum ISBN: 978-90-79055-10-4

Colofon. Apps, Alles over uitgeven op mobiel en tablet. Dirkjan van Ittersum ISBN: 978-90-79055-10-4 Colofon Titel Apps, Alles over uitgeven op mobiel en tablet Auteur Dirkjan van Ittersum ISBN: 978-90-79055-10-4 Uitgever InCT Postbus 33028 3005 EA Rotterdam www.inct.nl uitgever@inct.nl Vormgeving en

Nadere informatie

PRO-U SAMEN PROFESSIONALISEREN INFORMATIEBIJEENKOMST 7 MEI 2019, UNIVERSITEIT TWENTE

PRO-U SAMEN PROFESSIONALISEREN INFORMATIEBIJEENKOMST 7 MEI 2019, UNIVERSITEIT TWENTE PRO-U SAMEN PROFESSIONALISEREN INFORMATIEBIJEENKOMST 7 MEI 2019, UNIVERSITEIT TWENTE WELKOM! WAT GAAN WE VANMIDDAG DOEN? Programma: 15:30-15:50: Presentatie: terugblik afgelopen jaar en plannen 2019-2020

Nadere informatie

Samenwerkende Lerarenopleidingen. pabo, 2 e en 1 e graads

Samenwerkende Lerarenopleidingen. pabo, 2 e en 1 e graads wiskunde rekenen Beste collega s, Samenwerkende Lerarenopleidingen pabo, 2 e en 1 e graads natuurwetenschappen techniek Op 15 maart j.l. kwam een grote vertegenwoordiging van betrokken hogescholen en universiteiten

Nadere informatie

Resultaten Gezondheidszorg

Resultaten Gezondheidszorg Resultaten Gezondheidszorg Conclusies Onbekendheid social media in de gezondheidszorg is groot; treffend is een quote van een zorggebruiker die stelt dat als je als patiënt nog niet of nauwelijks met een

Nadere informatie

Gezamenlijke uitgangspunten. Leernetwerken Startende Leerkrachten

Gezamenlijke uitgangspunten. Leernetwerken Startende Leerkrachten Gezamenlijke uitgangspunten Leernetwerken Startende Leerkrachten Inleiding De algemene doelstelling van het partnerschap Opleiden in de School is het versterken van de startende leerkracht door nauw aan

Nadere informatie

ONDERZOEK IN DE LERARENOPLEIDING! Wat vinden lerarenopleiders en hun managers daar eigenlijk van?

ONDERZOEK IN DE LERARENOPLEIDING! Wat vinden lerarenopleiders en hun managers daar eigenlijk van? ONDERZOEK IN DE LERARENOPLEIDING! Wat vinden lerarenopleiders en hun managers daar eigenlijk van? Cora Veenman-Verhoeff MSc Dr. Ellen Klatter Docent Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn Lector Versterking

Nadere informatie

Grafentheorie voor bouwkundigen

Grafentheorie voor bouwkundigen Grafentheorie voor bouwkundigen Grafentheorie voor bouwkundigen A.J. van Zanten Delft University Press CIP-gegevens Koninklijke Bibliotheek, Den Haag Zanten, A.J. van Grafentheorie voor bouwkundigen /

Nadere informatie