1. Stoornissen van de zoutbalans 1.1 INLEIDING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1. Stoornissen van de zoutbalans 1.1 INLEIDING"

Transcriptie

1 1. Stoornissen van de zoutbalans 1.1 INLEIDING Natrium: - voornaamste extracellulair kation - bepaalt volume van extracellulair vocht Regulatie zoutbalans: veranderingen in renale excretie van natrium en vergezellende anionen 1.2 KLINISCHE BEOORDELING VAN DE EXTRACELLULAIRE VOCHTVOLUMESTATUS Extracellulair vocht - 20% van het totale lichaamsgewicht - Interstitiële ruimte: o 2/3 extracellulair vocht o 14% van het totale lichaamsgewicht - Vasculaire ruimte: 5% van het totale lichaamsgewicht - Kleine hoeveelheid in bot, bindweefsel en gespecialiseerde lichaamscompartimenten Het lichamelijk onderzoek Beoordeling van het extracellulair volume bij het lichamelijk onderzoek!! Lichaamscompartiment Volumedepletie Volume-expansie Intravasculair Matig - Normale BD liggend - Orthostatische BD-daling > 15 mmhg - Orthostatische toename HR >15/min - Gereduceerde vena jugularisdruk Ernstig - Hypotensie - Shock Hypertensie S3 galop Verhoogde vena jugularisdruk Hepatojugulaire reflux Interstitieel systemisch Verminderde huidturgor Indrukbaar oedeem afhangende lichaamsdelen Levercongestie Interstitieel pulmonaal Transcellulair Droge mond en mucosa Verminderde intra-oculaire druk Afwezig okselzweet Reutels/crackles Wheezing 3 de ruimte Ascites Pleuravochtuitstorting DD orthostatische hypotensie - Diabetes - Ziekte van Parkinson - Ander aandoeningen met autonome neuropathie - Geneesmiddelen die interfereren met sympatische aanpassingsmechanismen (antihypertensiva) Laboratoriumgegevens - Urinaire natrium- en chloorconcentratie en berekening gefractioneerde excretie van natrium en chloor + urineconcentratie

2 - Verhouding van bloed ureum op creatinine - Zuur-base stoornissen - Plasma-albumine en hematocriet Andere methodes - Regelmatig wegen! - Thoraxradiografie 1.3 DE REGULATIE VAN DE ZOUTBALANS - Inname: tot 10x wat we nodig hebben - Excretie o 95% via nier o <1% via feces o ±5% via zweet - Natriuminhoud: meq/kg - Intracellulair zoutgehalte: 2% totale lichaamsnatrium - Natriumconcentratie o Plasma: 142 meq/l! o Plasmawater: 153 meq/l 1.4 TOESTANDEN MET TE VEEL AAN ZOUT!! Congestief hartfalen! - Kliniek o Gezwollen ledematen o Congestieve lever o Opgezette halsvenen o Crackles thv longen - Wijzen op toename extracellulair vochtvolume - Nier weerhoudt zout en water Nefrotisch syndroom! - Karakteristiek o Belangrijke proteïnurie (> 3g/1,75m² lichaamsoppervlakte/dag) o hypoalbuminemie o hyperlipidemie o oedeem - Progressieve zoutretentie door nier Leverziekten! - Soms zeer belangrijkse zoutretentie zelfde neurohormonale mediatoren gestimuleerd o Renine-angiotensine-aldosterone systeem o Sympatisch zenuwstelsel o Vasopressine Hyperaldosteronisme - Overmaat aan mineralocorticoiden o Congenitale stoornissen steroidogenesis o Verworven bijnierabnormaliteiten o Renineoverproductie o Geneesmiddelen - Kliniek o Hypokaliëmie o Metabole alkalose o Hypertensie

3 1.4.5 Andere - Premenstrueel syndroom en zwangerschap: agv oestrogenen - Idiopathisch oedeem: uitsluitingsdiagnose - Oedeem bij hervoeden van patiënten 1.5 TOESTANDEN MET ZOUTDEFICIT!! De benadering van de volumegedepleteerde patiënt - Manifestaties o Milde vorm: Asymptomatisch Orthostatische hypotensie Toename hartritme o Ernstige vormen Circulatoire collaps Irreversiebele shock - Oorzaak renaal of extrarenaal zoutverlies? bepaling 24uurs urinaire natriumexcretie a) Urinair natrium <20 meq/dag - Renale zoutbewarende mechanismen intact - Extrarenale oorzaken! o Gastro-intestinale verliezen Braken Diarree Bloeding o Derde ruimte sequesteratie Acute pancreatitis Peritonitis Intestinale obstructie Veneuze obstructie Pleuravochtuitstorting Crush syndroom o Respiratoire tractus Ernstige bronchorree o Huid Brandwonden Overdreven zweten (bvb mijnwerkers) b) Urinair natrium > 150 meq/dag - Renaal zoutverlies - Oorzaken o Toediening diuretica o Aanwezigheid van osmotische diurese o Toxische nefropathie o Acute tubulaire necrose o Tubulo-interstitiële schade agv chronische ziekte o Igv bijnierinsufficiëntie c) Urinair natrium meq/dag - Renale zoutbewaringsmechanismen zijn defect - Condities waarbij echt renaal zoutverlies of waarbij renale zoutbewaringsmechanismen verstoord o Toediening diuretica

4 o Andere geneesmiddelen (theophylline, carboanhydrase-inhibitoren, radiocontrast en mannitol) o Endogene bestanddelen (glucose, ureum ea) o Nierziekten o Stoornissen natriumregulatiemechanismen Stoornis autonoom zenuwstelsel Stoornis renine-angiotensine-aldosterone as Stoornis onderdrukking vrijstelling atriale natriuretische peptide Nierziekten als oorzaak van zoutverlies a) Transiënt renaal zoutverlies! - Postobstructieve diurese: na herstel bilaterale ureterale obstructie of unilaterale obstructie bij patiënt met 1 nier o Osmotische diurese o Natriurese secundair aan vochtretentie o Tubulaire dysfunctie o Aanwezigheid van natriuretische factoren - Diuretische fase van acute tubulaire necrose - Niertransplantatie en acute interstitiële nefritis b) Chronische nieraandoeningen! - Chronische nierinsufficiëntie o Behouden van zoutbalans door graduele verhoging gefractioneerde natriumexcretie o Verklaring tendens tot zoutverlies Intrinstiek tubulaire dysfunctie Diurese van opgeloste stoffen - Chronic salt wasting nefropathie o Gefractioneerde natriumexcretie > 15% (soms 40%) o Tendens tot zoutverlies ernstig genoeg om te resulteren in progressieve volumedepletie bij standaardinname van tenminste 150 meq natrium/dag bij volwassene - Cystische nierziekten o Bij medullaire cystische ziekte - Renale tubulaire acidose en syndroom van Fanconi o Proximale renale tubulaire acidose Zoutverlies tgv bicarbonaturie Dehydratatie - Syndroom van Bartter o o Kenmerken Hypokaliëmie Metabole alkalose Gestimuleerde renine-angiotensine-aldosterone as Lage of normale bloeddruk Milde gevallen bij volwassenen, klassieke vorm bij kinderen (geassocieerd met korte gestalte en soms milde mentale achterstand) - Pseudo-Bartter syndroom o Door chronische abusus van diuretica o Lage urninaire chloorexcretie wanneer diuretica en KCl supplementen gestopt - Toxische nefropathie o Alle toxische agentia welke tubulo-interstitiële aantasting veroorzaken Chronische abusus van analgetica Chronische toediening van lithium Behandeling met cisplatinum Renaal zoutverlies secundair aan verstoorde natriumregelende mechanismen

5 a) Defecten in de renine-angiotensine-aldosterone as - Ziekte van Addisson!! o Symptomen Lethargie Snelle vermoeidheid Dorst Spierkrampen Posturale hypotensie Hunkeren naar zout o Tekens Hyperkaliëmie Milde hyperchloremische acidose o Minimale afwijkingen bij hoog zoutdieet - Congenitale adrenale hyperplasie - Pseudohypoaldosteronisme - Syndroom van hyporeninemisch hypoaldosteronisme - Geneesmiddelen geïnduceerde defecten in renine-angiotensine-aldosterone as b) Defecten in de controle van de zoutbalans door het autonoom systeem - Idiopathische orthostatische hypotensie o Progressieve aantasting autonome functie o Manifestaties Orthostatische hypotensie Verminderd zweten Autonome dysfunctie darm en blaas Gefixeerd hartritme met afwezige respiratoire variaties - Syndroom van Shy-Drager c) Stoornissen welke toegeschreven worden aan een overmaat ANP - Atriale tachycardie- en polyuriesyndroom o natriurese meer variabel - Cerebral salt wasting! o Hyponatriëmie en natriurese o Na hersentrauma, heelkunde thv centrale zenuwstelsel, infectie en tumor o Hypothese: beschadiging centrale zenuwstelsel resulteert in destructie van pathways welke normaal vrijstelling van atriale natriuretische peptide inhiberen o DD: inappropriate antidiuretisch hormoonsecretie 2. Stoornissen van de waterbalans 2.1 INLEIDING - Uitdrukkingswijze: osmolen (Osm, mosm) o Stoffen die geen dissociatie onderg aan: 1 osmole = 1 mole o Stoffen die in 2 ionen dissociëren: 1 mole = 2 osmole - Meten van osmotische druk o Cryoscopie in osmometer o Vriespunt van een oplossing hangt af van aantal opgeloste deeltjes (osmolaliteit) o Osmotische druk kan gemeten worden door vriespuntverlaging te bepalen 1 C vriespuntverlaging = 538 mosm - Osmolaliteit van het serum o mosm/kg o Vrouw: 5-10 mosm/kg minder - Osmolaliteit van de urine o Idee concentratievermogen nier o Meestal 3x osmolaliteit plasma o Dichtheid urine minder betrouwbaar voor studie concentratievermogen o Bij normaal dieet

6 1200 mosm/dag in urine Ureum hiervan 500 mosm - Clearance osmolen en vrij water clearance o Clearance osmolen: hoeveelheid water noodzakelijk om de in urine opgeloste stoffen in oplossing te o brengen die iso-osmotisch is tov plasma Vrij water clearance = urinedebiet clearance osmolen Na overvloedig drinken: positief Antidiurese: negatief - Osmotische druk therapeutische oplossingen o Isotone glucoseoplossing: 5% o Isotone oplossing NaCl: 9 o o o o Isotone oplossing mag SC, IM of IV toegediend worden Hypertone oplossing SC of IM hevige pijnen en weefselnecrose Hypertone oplossingen kunnen IV toegediend worden igv sterk hypertoon en snel toegedoend: pijn en thrombose ader Hypotone oplossingen IV massale intravasculaire hemolyse 2.2 DE CONCENTRATIE VAN DE LICHAAMSVOCHTEN Osmolaliteit versus toniciteit - Osmolaliteit: stijging extracellulaire vochtosmolaliteit o Door toevoeging permeante opgeloste stoffen (ineffectieve osmolen) geen cellulaire dehydratatie o Door toevoeging impermeante opgeloste stoffen (effectieve osmolen) cellulaire dehydratatie - Toniciteit effect dat een vocht heeft op het cellulair volume o o Hypertoniciteit Kationenconcentratie (som natrium en kalium) > 150 meq/l door verhoogde concentratie effectieve osmolen cellulaire dehydratatie Hypotoniciteit Kationenconcentratie < 150 meq/l Verminderde concentratie effectieve osmolen celzwelling Serumnatriumconcentratie - Goede maat voor natriumconcentratie lichaamsvochten - Plasmaosmolaliteit = 2 Na (meq/l) + glucose/18 + ureum (mg/dl)/6 - Osmolale gap: berekende en gemeten osmolaliteit verschillen (normaal < 15 mosm/kg) o Aanwezigheid van exogene opgeloste stoffen in circulatie o Gereduceerde fractie plasmawater door triglyceriden of myeloomproteïnen = pseudo-hyponatriëmie Serumnatriumconcentratie als maat voor waterbalans - Serumnatriumconcentratie = (totaal lichaamsnatrium + totaal lichaamskalium)/ totaal lichaamswater - Stoornissen serumnatriumconcentratie = primair stoornissen van watermetabolisme Elektrolytvrije waterbalans en toniciteit - Isotoon vocht heeft geen effect op plasmatoniciteit - Globale balans elektrolytvrij water bepaalt welke de toniciteit van de lichaamsvochten zal zijn o Positieve vrij water balans (meer verworven dan verloren) veroorzaakt hypotoniciteit o Negatieve vrij water balans veroorzaakt hypertoniciteit 2.3 DE OSMOREGULATIE Excessieve dorst - Oorzaken o Psychogene polydipsie o Angiotensinegeïnduceerde dorst o Hypokaliëmie o Hypercalcemie o Centrale zenuwstelselstoornissen o Primaire polydipsie o Thyrotoxicose o Lithium - Gevolg o Grote output van gedilueerde urine o Wanneer onmogelijkheid water te excreteren hypotoniciteit Deficiënte vasopressinevrijstelling = centrale diabetes insipidus - Volledige deficiëntie

7 o Massale polyurie en polydipsie o Onmogelijkheid urine te concentreren o Igv verstoorde dorstmechanismen of onvoldoende waterbeschikbaarheid: ernstige dehydratatie - Partiële deficiëntie o Minder ernstige verstoring renale concentratiestoornissen o Matigere polyurie en polydipsie o Minder risico op ernstige dehydratatie Deficiënte respons op vasopressine = Nefrogene diabetes insipidus - Mechanismen o Onmogelijkheid een maximaal hyperosmotisch interstitium te genereren en te behouden in renale medulla o Falen een osmotisch evenwicht te bereiken tussen het luminale vocht van tubuli colligentes en het interstitium - Etiologie o Verworven: nierziekten, zwangerschap, hypokaliëmie, hypercalciëmie, behandeling met lithium o Familiaal 2.4 HYPOTONICITEIT = hyponatriëmie Acute hyponatriëmie - In minder dan 48 uren tijd ontstaan - Symptomen o Hoofdpijn o Zenuwachtigheid o Braken o Later Desoriëntatie Krampen Stupor Convulsies Coma (hersenoedeem) - Oorzaak: wanneer waterinname groot is en waterexcretie verstoord o Postoperatieve hyponatriëmie Door niet-osmotische vrijstelling vasopressine na anesthesie en heelkunde Normaliseren gewoonlijk na 72 uur o Postprostatectomiesyndroom Gedurende transuretrale resectie prostaat, wordt prostaatbed geïrrigeerd met elektrolytvrije oplossing Indien prostaat groot is, procedure lang duurt of irrigatievloeistof onder hoge druk geïntroduceerd wordt, kunnen grote hoeveelheden vocht geabsorbeerd worden in systemische circulatie Om verwikkelingen te vermijden, worden oplossingen gebruikt die isotoon zijn of licht hypotoon (glycine, mannitol of sorbitol) Mannitol o Wordt niet gemetaboliseerd verlaagt plasmaosmolaliteit niet o Geen cerebraal oedeem o Isotone hyponatriëmie Sorbitol o Gemetaboliseerd tot CO2 en water progressieve hypotoniciteit

8 o Hersenoedeem wanneer nierfunctie gestoord en urinaire excretie beperkt o Therapie: hemodialyse Glycineoplossingen o Hypo-osmaal hypotoniciteit onmiddellijk na absorptie o Metabolisatie verhoogt bloedammoniakgehalte enorm o Gycine is direct neuro-inhibitoir Hypotensie Bradycardie Visuele stoornissen Tijdelijke blindheid o Oxytocine-infusie o Psychotische polydipsie Psychiatrische patiënten Leidt soms tot coma en dood tgv hersenoedeem of aspiratie tijdens convulsies o Acute hyponatriëmie bij kinderen o Behandeling met cyclofosfamide - Behandeling: toediening hypertone zoutoplossing Examenvraag: Acute hyponatriëmie: kliniek, oorzaken Chronische hyponatriëmie - Ontwikkelt over meer dan 48 uur - Symptomen vaak subtiel, vaag en niet specifiek o Anorexia, nausea, braken o Spierzwakte en spierkrampen o Irritabiliteit o Persoonlijkheidsveranderingen: niet coöperatief, verward of vijandig o Igv extreem lage serumnatriumconcentraties Gangstoornissen Stupor Convulsies o Zelden fataal - Patiënten met langdurige ernstige hyponatriëmie zijn gevoelig aan iatrogene beschadiging wanneer stoornis te snel gecorrigeerd wordt - Oorzaken o Diureticageïnduceerde hyponatriëmie: thiazide diuretica Voorkomen Ouderen Meer vrouwen dan mannen (lichaamsinhoud aan water kleiner) Kenmerkend Hyponatriëmie Hypokaliëmie (niet altijd vaak combinatie met kaliumsparende diuretica) Metabole alkalose o Hypovolemische hyponatriëmie Extracellulaire vochtvolumedepletie niet-osmotische vrijstelling van vasopressine Inname hypotoon vocht waterretentie en hyponatriëmie

9 Associatie met gastro-intestinale vochtverliezen (braken, diarree, laxativamisbruik) Hyponatriëmie igv braken Elektrolytenverlies in braaksel Urinaire natrium- en kaliumverliezen tgv metabole alkalose Bierpotomania :patiënten die overwegend leven op bier bijzonder gevoelig voor hyponatriëmie bier bevat zeer weinig elektrolyten of eiwitten inname opgeloste stoffen zeer laag zelfs igv maximaal gedilueerde urine is waterexcretie beperkt door geringe hoeveelheid opgeloste stoffen in urine o Geneesmiddelen geïnduceerde SIADH Bvb chloorpropamide, vincristine, cyclofosfamide en psychotrope agentia Verhoogde vrijstelling vasopressine door neurohypofyse + verhoogde vasopressineactie thv nier o Tumorale hyponatriëmie Small cell carcinoma vaakst geassocieerd met hyponatriëmie o Hyponatriëmie igv longaandoeningen Tuberculose Pneumonie Acuut respiratoir falen: hypoxemie en hypercapnische acidose kunnen renale waterexcretie via niet-osmotische vrijstelling van vasopressine beperken Mechanische ventillatie, vnl met positieve expiratoire druk Veneuze terugvloei en centraal bloedvolume beperken Pulmonale weerstand verhogen Hartdebiet verlagen veroorzaken frequent niet-osmotische vrijstelling vasopressine Ernstig astma zonder hypercapnie: correlatie vasopressine en luchtwegobstructie Ernstig COPD met cor pulmonale: zout- en waterretentie o Centraalzenuwstelselaandoeningen Hyponatriëmie + neurologische symptomen Symptomen verbeteren niet na correctie elektrolytstoornis o Endocriene aandoeningen Ziekte van Addisson Mineralocorticoiddeficiëntie onmogelijkheid maximaal gedilueerde urine te excreteren o niet-osmotische vrijstelling vasopressine o gereduceerde GFR o verhoogde proximale reabsorptie glucocorticoiddeficiëntie direct effect op centrale vrijstelling van vasopressine o Stoornissen met oedeem Congestief hartfalen Cirrose Nefrotisch syndroom

10 o Gevorderd nierfalen Oligurisch nierfalen Niet-oligurisch nierfalen + ernstig verminderde GFR Klinische benadering van hypotoniciteit (Overzichtelijke uitleg: zie cursus Keymeulen vorig semester!) - Anamnese en fysiek onderzoek - Hypovolemie, isovolemie, oedematisch - Urine natrium en chloor Neurologische sequellen van chronische hyponatriëmie - Acute daling serumnatriumconcentratie osmotisch zwellen hersenen ernstige symptomen - Chronische hyponatriëmie hersenoedeem tegengegaan door adaptief verlies aan cellulaire en extracellulaire opgeloste stoffen - Osmotisch demyelinisatiesyndroom o Na periode van transiënte verbetering samen met correctie van elektrolytenstoornis o Graduele neurologische deterioratie enkele dagen later Fluctuerend bewustzijn Convulsies Bewegingsstoornissen Akinetisch mutisme Gedragsstoornissen Pseudobulbaire verlammingen Quadriparese Slikstoornissen en onmogelijkheid te spreken In zeer ernstige gevallen mechanische ventillatie nodig o Soms permanente significante sequellen o Uitsluitend bij patiënten bij wie correctie met meer dan 12 meq/l/dag of meer dan 18 meq/l over 48 uur 2.5 HYPERTONICITEIT - waterverlies - toevoeging opgeloste stoffen Acute hypertoniciteit a) Zoutvergiftiging(acute hypernatriëmie) - Oorzaken o Orale inname van grote hoeveelheden zout zonder water (4-6 eetlepels zout kan letaal zijn) Gestoorde volwassenen Onbewaakte kinderen Emeticum voor behandeling van geneesmiddelenoverdosage o Drinken van gesatureerde zoutoplossing (traditionele zelfmoordmethode in China) o Drinken van zeewater o Intraveneuze zoutvergiftiging: grote doses natriumbicarbonaat voor behandeling hartstilstand of lactaatacidose o Intra-uteriene injectie van 20% natriumchloride oplossing om abortus te induceren

11 - Karakteristiek neurologisch syndroom agv hersendehydratatie o Convulsies o Coma o Hyperventillatie o Hyperreflexie o Hypertonie o Hoge koorts o Soms longoedeem - Complicaties: vaak lethaal (bij serumnatriumconcentraties tussen meq/l) agv o Intracraniële bloedingen (subarachnoidaal, subduraal, intraventriculair en parenchymateus) o Trombose van veneuze sinussen - Behandeling: hypotone zoutoplossingen Examenvraag: Acute hypernatriëmie: kliniek, oorzaken, behandeling b) Andere impermeante opgeloste stoffen - Hypertone mannitol o Gebruik: behandeling acute oligurie of acuut glaucoom o 12,5-25 g stijging serumosmolaliteit <10 mosm/l o Bij intacte nierfunctie en relatief trage infusiesnelheid: excretie in urine hypertoniciteit door verlies hypotoon vocht o Indien GFR hypertone hyponatriëmie - Hyperglycemie o Normale nierfunctie osmotische diurese en hypotoon vochtverlies o Diabetes + nierfalen: wanneer insulinetherapie gestopt zeer snel zeer hoge glycemie extracellulaire volume-expansie, cellulaire dehydratatie, hyperkaliëmie en hyponatriëmie Chronische hypertoniciteit Reductie extracellulair volume ( acute hypertoniciteit: expansie) a) Verlies van zuiver water - Elk lichaamsvochtcompartiment verliest een gelijk percentage van zijn volume o Opm: hersenen verliezen hun deel van het water niet omwille van adaptieve accumulatie van extra opgeloste stoffen - Klinische tekens van hypovolemie meestal niet aanwezig - Toegenomen serumnatriumconcentratie maat voor hoeveelheid water verloren Waterdeficiet = 0,5xL.g. (1-140/actuele serumna) - Waterverlies veroorzaakt enkel hypernatriëmie wanneer geassocieerd defect in waterinname o Primaire hypodipsie tgv hypothalamische aantasting: zelden o Patiënten die te jong, te oud en te ziek zijn om water op te nemen - Zuiver waterverlies o Via huid (niet-zweten) en longen (insensibel waterverlies), neemt toe In hete en droge omgeving Igv koorts Gedurende hyperventillatie

12 Igv hypermetabole toestanden bvb thyrotoxicose o Verhoogde ureumexcretie tgv sondevoeding of hyperkatabolisme verhogen deze obligatoire waterverliezen Sneller bij diabetes insipidus agv onmogelijkheid maximale concentratie urine - Klinische tekens o Dorst o Zwakte o Neurologische symptomen Depressie van het sensorium: lethargie tot coma Pontiene en extrapontine myelinolyse (osmotisch demyelinisatiesyndroom) o Bloeddruk is meestal bewaard o Milde prerenale uremie b) Hypotone vochtverlies - Hypotoon vochtverlies van een gelijk volume als zuiver waterverlies veroorzaakt een kleinere toename in serum-natriumconcentratie, maar een grotere vermindering van het extracellulaire vochtvolume - Vermoeden igv matige hypernatriëmie bij patiënten met klinische tekens van ernstige hypovolemie - Oorzaken o Excessief urinair verlies van hypotoon vocht Loopdiuretica Osmotische diurese agv niet-permeante opgeloste stoffen Diurese na opheffen obstructie van urinaire tractus of bij herstel van acute tubulaire necrose o Gastro-intestinale vochtverliezen Frequent bij kind: combinatie Hypotoon vochtverlies door diarree Verhoogde insensibel verlies tgv koorts Ongepaste vochtcorrecties met oplossingen die teveel zout bevatten Via stoelgang door osmotische enema s (sorbitol, lactulose) o Overdreven zweten o Peritoneale dialyse - Kliniek: neurologische manifestaties gelijkaardig aan zuiver waterverlies - Verwikkelingen (tgv hypotensie en hemoconcentratie) vnl bij kinderen en ongecontroleerde diabetes mellitus o Vasculaire occlusie o Trombose sagitale sinus o Trombose v. renalis en acuut nierfalen 2.6 KLINISCHE BENADERING VAN POLYURIE Differentiële diagnose - 2 basisoorzaken voor polyurie o Osmotische diurese: excretie van een grote hoeveelheid urinaire opgeloste stof Urineosmolaliteit gelijkaardig aan plasmaosmolaliteit

13 Analyse van urineinhoud aan glucose, natrium en ureum o Waterdiurese: excretie van zeer gedilueerde urine Pathologische deficiëntie vasopressine (centrale diabetes insipidus) Fysiologische deficiëntie van vasopressine (primaire polydipsie) Defectieve renale respons op vasopressine (nefrogene diabetes insipidus) De dehydratatietest onnodig en gevaarlijk wanneer serumnatriumconcentratie > 145 meq/l (diabetes insipidus) 3. Kaliumstoornissen 3.1 INLEIDING - Normale serum-kaliumconcentratie: 3,5 5 meq/l - Intracellulaire kaliumconcentratie: 150 meq/l - Al de cellulaire elementen van bloed hebben hoge intracellulaire kaliuminhoud welke kan vrijgesteld worden in het serum kaliumconcentratie in serum of plasma kan wijzigen nadat een bloedstaal is afgenomen - Kaliumdepletie = verminderde intracellulaire kaliumconcentratie vermindering van het totale lichaamskalium o Zolang de intracellulaire kaliumconcentratie normaal blijft, reflecteert een afname van het totaal lichaamskalium niet het ontwikkelen van kaliumdepletie - Standaarddieet: meq kalium/dag o Bij volwassene kan de kaliumhomeostase wellicht bewaard blijven met meq/dag o 90% van ingenomen kalium wordt geëlimineerd via urine: meq/dag (nooit onder 10 meq/l) o Minder dan 15% geëxcreteerd in faeces (5-15 meq/dag) o Igv pathologische omstandigheden bvb diarree, kan enterisch kaliumverlies substantieel zijn o Zweet heeft een kaliumconcentratie van 9 meq/l - Kaliuminhoud van cellen gereguleerd door pomplek -mechanisme o Actieve opname door natrium-kalium pomp o Kalium verlaat cel dmv passieve krachten (chemisch > elektrisch) o Onder steady-state: pomp- en lekprocessen equivalent o Factoren die transcellulaire distributie van kalium beïnvloeden Zuur-basestatus: acidose uittreden kalium uit cel ( ph met 0,1 = kaliumconcentratie met 0,6 meq/l) Pancreashormonen insuline kaliumopname door cel glucagon Catecholamines: bèta-adrenerge agonisten kaliumopname alfa-adrenerge agonisten verhogen plasma-kaliumconcentratie Aldosterone Plasmaosmolaliteit Cellulaire kaliuminhoud Inspanning Spiercontractie vrijstelling kalium in extracellulair compartiment 3.2 HYPOKALIËMIE Transcellulaire shifts - Hypokaliëmie zonder wijziging cellulaire kaliumvoorraden - Voorbeelden o Toediening insuline (bvb hypokaliëmie tijdens behandeling diabetes ketoacidose) o Hyperinsulinisme (bvb insulinomen) o Alkalose: kalium in cel opgenomen + renaal verlies (thv niertubulus meer natrium tegen kalium uitgewisseld)

14 o Familiale periodische verlamming (kalium in spier opgenomen) Kaliumdepletie 3 basisfenomenen - Verminderde kaliuminname o Matige kaliumdepletie o Minder dan 10 meq/dag cumulatief deficit van meq in 7-10 dagen - Extrarenaal kaliumverlies o Meestal secreties van lage intestinale tractus bvb braken, diarree, GI-aspiratie, fistels, villeuze tumoren van endeldarm o Ook via zweet - Renaal kaliumverlies o Primaire abnormaliteit in de nier of invloed van kaliuretische stimuli op normale nieren o Voorbeelden Sommige nieraandoeningen Alkalose, acidose Diuretica Corticoïden, Cushing Conn-syndroom (primair hyperaldosteronisme), secundair hyperaldosteronisme Syndroom van Bartter Gevolgen - Kalium wordt in de cel vervangen door waterstofionen en natrium - Thv niertubulus: voor reabsorptie van natrium minder kalium voorradig uitwisseling tegen waterstofionen metabole alkalose - Wanneer kaliumgebrek agv overvloedig braken: alkalose door o Verlies van waterstofionen in braaksel o Verlies van waterstofionen in urine - Ernstige kaliumdepletie veroorzaakt letsels thv nieren o Vacuolisatie thv tubulaire cellen o Tubulaire cellen minder gevoelig voor ADH polyurie Diagnostische strategie - Zorgvuldige afname ziektegeschiedenis o Inname geneesmiddelen o Dieet o Gastro-intestinale verliezen (braken, diarree) - Lichamelijk onderzoek: arteriële bloeddruk - Elektrolytconcentraties in bloed en urine + zuur base parameters - Bepaling aldosterone en plasmarenine Diagnostisch schema - Eerst nagaan of laboratoriumfout of resultaat van redistributie of werkelijke kaliumdepletie o Aantal witte bloedcellen o Bloed-pH o Evaluatie klinische omstandigheden - Bij echte kaliumdepletie: renaal of extrarenaal? urinaire kaliumexcretie (24 uursstaal) o Urinaire kaliumexcretie < 20 meq/d normale urinaire compensatie (cave: polyurie) o Urinaire kaliumexcretie > 20 meq/d renaal kaliumverlies - Tegelijk urinaire creatinineconcentratie bepalen o Kalium/creatinine > 20 meq/g renaal kaliumverlies - Meer nauwkeurig onderscheid: simultaan plasmacreatinineconcentratie en plasmakalium bepalen o Fractionele excretie van kalium <6% bewaarde urinaire compensatie - Bepaling zuur-basestatus van patiënt (bloed-ph, bloedbicarbonaat en arteriële pco2) o Renaal kaliumverlies + metabole alkalose urinaire chloorexcretie

15 3.2.4 Klinische tekens van hypokaliëmie Cardiale fenomenen - Hypokaliëmie potentieert effecten van digitalispreparaten digitalisintoxicatie (geel zien en ritmestoornissen) behandeling: kaliumtoevoeging + hartritme verhogen - Veranderingen in elektrocardiogram (duidelijk bij meeste patiënten met serumkaliumconcentratie <3 meq/l) o Afplatting T-golven o Depressie van ST-segment o Verschijnen van prominente U-golven - Verhoogt gevoeligheid voor ventrikelfibrillatie en voor torsade de pointes (polymorfe ventriculaire tachycardie met veranderde QRS-complex morfologie) - Maakt myocardium gevoeliger voor epinefrine geïnduceerde ritmestoornissen Neuromusculaire fenomenen - Verminderde gastro-intestinale tractusmotiliteit constipatie tot duidelijke ileus o Post-operatief Kalium normaal houden of patiënt blijft in ileus o Symptomen als kaliumconcentratie <3 meq/l, ileus <2 meq/l - Wijzigt functie van skeletspieren o 3-3,5 meq/lj: malaise, spierzwakte, vermoeidheid, restless leg syndroom, krampen en (zelden) spierpijnen o <3 meq/l: tetanie en indien zeer ernstig paralyse en rhabdomyolyse Renale effecten: meestal geen belangrijke impact op welzijn patiënt Effecten op vocht en elektrolyten - Polyurie door primaire polydipsie en abnormale renale waterbewaring - Metabole alkalose vergezelt kaliumdepletie vaak en alkalose stimuleert eveneens kaliumsecretie door distale nefron Endocrinologische defecten: hypokaliëmie vermindert de plasmaaldosteronconcentratie en verhoogt plasma-renineconcentraties Systemisch hemodynamische effecten: verhoogt arteriële bloeddruk Examenvraag: Hypokaliëmie 3.3 HYPERKALIËMIE Transcellulaire shifts - Hyperkaliëmie zonder wijziging van kaliumbalans - Door variëteit van factoren die kaliumdistributie over celmembranen kunnen beïnvloeden Kaliumretentie 2 basisfenomenen resulteren in kaliumretentie - Toegenomen kaliuminname o Bij normale nierfunctie zeer zelden oorzaak van hyperkaliëmie o Vnl bij patiënten met terminaal nierfalen, dialysepatiënten o Capaciteit kaliumexcretie door nier kan overtroffen worden igv snelle intraveneuze toediening van kalium en zeldzaam igv massale orale inname - Verminderde renale capaciteit tot kaliumexcretie

16 o Substantiële vermindering in glomerulaire filtratieratio o Deficiëntie van mineralocorticoïden o Selectief defect in capaciteit van distale tubulus om kalium te secreteren Diagnostische strategie - Anamnese o Inname van geneesmiddelen o Dieet o Adequaat urinair debiet - Lichamelijk onderzoek - Laboratoriumtesten: zuur-basestatus en glomerulaire filtratieratio - Serumcreatinine, serumureumconcentratie en bepaling creatinineklaring - Objectivering oligurie - Plasma-aldosterone en renine - Beoordeling dagelijkse en gefractioneerde kaliumexcretie - Diagnostisch schema o Eerst laboratoriumfout of redistributie of echte hyperkaliëmie Bloed-pH Igv diabetespatiënt: glucoseconcentratie o Nagaan of er een acute achteruitgang van nierfunctie is opgetreden o Grootte van kaliumload evalueren: kaliumexcretie over 24 uur en kalium/creatinine ratio o Indien geen gereduceerde glomerulaire filtratieratio en gelijktijdig verhoogde inname van kalium, hyperkaliëmie twa Deficiëntie mineralocorticoiden Primair defect in tubulaire kaliumsecretie Klinische tekens van hyperkaliëmie Cardiale manifestaties - Abnormaliteiten in cardiale conductie die resulteren in afwijkingen elektrocardiogram (parallel met toename serumkalium) o Meest vroegtijdig: grote, puntige T-toppen o Meer ernstig: afplatting P-golf verlenging PR-interval verwijding QRS-complex met ontwikkeling diepe S-golf o Uiteindelijk Zeer brede en bizarre QRS-complexxen (agonische complexen, zoals bij patiënten die sterven) Gevaar op atrioventriculair block, ventriculaire tachycardie, ventrikelfibrillatie of ventriculaire asystolie - Hyperkaliëmie kan ook interfereren met pacemakergeïnduceerde depolarisatie pacemakerdysfunctie behandeling: hemodialyse!!, CaCl2 of Ca-glucomaat en natriumbicarbonaat 50 meq Neuromusculaire effecten - Tintelingen, paresthesieën, spierzwakte en zelfs slappe paralyse - Soms klinisch beeld gelijkend op Guillain-Barré syndroom (opstijgende verlamming na virale infectie, verdwijnt na enkele weken) Renale effecten: geen majeure renale manifestaties Effecten op vocht en elektrolyten - Vermindering urinaire ammoniakexcretie - Hoge kaliumconcentratie is natriuretisch (inhibitie natriumreabsorptie)

17 Endocrinologische effecten: resulteren niet in klinische problemen - Stimulatie aldosteronsynthese door bijnier - Onderdrukking renale reninevrijstelling en simultaan reninevrijstelling stimuleren door natriurese en volumedepletie te veroorzaken - Verhoogde vrijstelling insuline, glucagon en catecholaminen Hemodynamische effecten en afwijkingen arteriële bloeddruk - Verlaagt arteriële bloeddruk bij hypertensieve patiënten - geen effect bij normotensieve patiënten Examenvraag: Hyperkaliëmie: ECG-afwijkingen, behandeling 4. Magnesium en fosfor (niet behandeld in de les) 5. Stoornissen van zuur-base evenwicht 5.1 DEFINITIES EN REGULATIEMECHANISMEN - Normale ph: 7,35-7,45 - Bloedwaterstofionconcentratie wordt bepaald door ratio bicarbonaatconcentratie en paco2 - Acidemie: toename bloedwaterstofionconcentratie - Alkaliëmie: vermindering bloedwaterstofionconcentratie - Acidose: primaire toename van paco2 (hypercapnie) of primaire vermindering van bicarbonaatconcentratie (hypobicarbonatemie) - Alkalose: primaire vermindering in paco2 (hypocapnie) of primaire toename in bicarbonaatconcentratie (hyperbicarbonatemie) - Wanneer primaire verandering in hetzij bicarbonaatconcentratie of paco2 optreedt, zal een compensatoire verandering van de andere parameter gebeuren om de normale bloedwaterstofionconcentratie te herstellen - Enkelvoudige zuur-baseafwijkingen: enkelvoudige, primaire, unidirectionele verandering in hetzij de respiratoir of de metabole term met een compensatoire respons door de andere term - Gemengde zuur-baseafwijking: complexe stoornis, welke primaire unidirectionele veranderingen in beide componenten Aniongap - Hoeveelheid plasma-anionen welke niet gemeten wordt bij de routinelaboratoriumscreening - = gemeten natriumconcentratie - (som van de anionen Cl - en HCO3 - ) - Bestaat uit som van serumeiwitten, sulfaat, anorganisch fosfaat en organische anionen (citraat, lactaat ) - Normaal: 12 ± 2 meq/l - Hoge aniongap > 14 meq acidose twa niet-chloor zuur (normochloremische acidose) o Overproductie endogene zuren o Onvoldoende excretie gefixeerde zuren (ureum) o Ingestie van toxische substanties (bvb acetylsalicylzuur) - Normale aniongap acidose (hyperchloremische acidose) o Nettoverlies van base uit het lichaam via GI tractus of niet o Infusie van HCl 5.2 METABOLE ZUUR-BASE-AFWIJKINGEN Metabole acidose 3 majeure mechanismen - Verlies van base via GI-tractus - Verlies van base via urine - Toename productie van metabool zuur Diagnose - Toename van bloedaciditeit, hypobicarbonatemie en hypocapnie - 2 categorieën: hoge anion gap en normale anion gap Gevolgen van metabole acidose

18 - Pulmonale manifestaties o Tachypnoe en hypocapnie o Door verhoogde ventilatoire drige - Cardiovasculaire effecten o Depressie myocardiale contractiliteit, tegengewerkt door effect van verhoogde circulerende catecholamineconcentraties (<7,2: effect acidose overweegt) o Arteriële vasodilatatie, tegengewerkt door vasoconstrictieve effecten van catecholamines o Veneuze vasoconstrictie verhoogd centraal bloedvolume - Zuurstofhemoglobinedissociatiecurve: acidemie bevordert zuurstofafgave naar weefsels - Afwijkingen in serumkaliumconcentratie: zowel hyper- als hypokaliëmie, afhankelijk van oorzaak en ernst - Verhoging geïoniseerd calcium o Door verplaatsing van calcium gebonden aan serumalbumine; beperkt effect o Chronische metabole acidose kan geassocieerd zijn met calciurese Klinische manifestaties niet specifiek - Tachypnoe en hyperpnoe (hyperventilatie) o Kussmaulademhaling (zeer diep en regelmatig) igv acute ernstige acidose o ph<7: soms depressie van ademhaling - Vermoeidheid, zwakte en malaise igv chronische metabole acidose - Nausea, braken en occasionele abdominale pijn (acuut en chronisch) - Stupor en coma igv ernstige metabole acidose, vnl wanneer ingestie toxische substanties Compensatie - Initieel extracellulaire buffer getitreerd - Dan activatie pulmonale en renale compensatoire mechanismen o Pulmonaal: verhoogde excretie CO2 door de longen relatief traag, uur twa triggering centrale, carotische en aortische chemoreceptoren berekening vermindering in arteriële pco2: paco2 = 1,5[HCO3 - ] + 8 ± 2 o Renaal Versnellen van productie en excretie van ammoniak Excretie van verhoogde hoeveelheden titreerbare aciditeit 5-7 dagen Oorzaken - Gestegen aniongap o Lactaatacidose Type A: geassocieerd met ischemie Type B: fenformin of kanker geassocieerd Symptomen meestal niet specifiek Desoriëntatie Braken Abdominale pijn Slaperigheid Hyperventilatie

19 Hypothermie Bij ph<7,2 daalt linkerventrikelejectiefractie lactaatproductie neemt verder toe Bicarbonaatdeficit = lichaamsgewicht x (apparent bicarbonate space = 0,5) x (gewenste geobserveerde [HCO3 - ]) o Ketoacidose door overproductie acetoazijnzuur en betahydroxyboterzuur door lever Absoluut of relatief insulinetekort Chronisch alcoholisme Cachexie Symptomen Vruchtengeur aan ademhaling Igv alcoholische patiënten met ketoacidose o Recente voorgeschiedenis van overvloedig drinken o Gevolgd door braken met weinig of geen voedselinnam Stupor en coma o Igv metabole acidose met verhoogde aniongap tgv intoxicatie is het belangrijk de osmolale gap te bepalen >15 igv methanolintoxicatie, uremie, mannitoltoediening en intoxicatie met ethyleenglycol Gevaar methanol: afbraak lever producten die blindheid kunnen veroorzaken Behandeling igv methanolintoxicatie: ethanol toedienen en dialyse - Normale aniongap o Geassocieerd aan kaliumverlies Diarree Renale tubulaire acidose o Geneesmiddelen geïnduceerd, bvb spironolactone, acetzaolamide, tolueen o Infusie van HCl o Nieraandoeningen Interstitiële nefritis Vroeg renaal falen Obstructie urinaire tractus Examenvraag: Metabole acidose: kliniek, oorzaken Metabole alkalose - = primaire toename van plasmabicarbonaatconcentratie systemische alkaliëmie en secundaire hypercapnie - Wanneer alkalose ontwikkelt, vermindert de plasmachloorconcentratie proportioneel en is er een hypokaliëmie - Geassocieerd met significante morbiditeit en mortaliteit Classificatie op basis van urinaire chloorconcentratie en respons op chloorzouten - Reagerend op toediening van chloorzouten o Depletie van extracellulair vochtvolume en chloordepletie Maagzuurverlies Postdiuretische therapie Posthypercapnie (na correctie) o Urinechloorconcentratie < 10 meq/l

20 - Weerstandig aan toediening van chloorzouten o Expansie van extracellulair vochtvolume Primair hyperaldosteronisme Primair reninisme Kaliumdepletie Hypercalciemie Hyperglucocortocoiden o Urinechloorconcentratie > 20 meq/l Gevolgen van metabole alkalose - Neuromusculaire effecten (ph > 7,55) o Stupor o Confusie o Lethargie o Spierzwakte o Krampen - Zuurstofhemoglobinedissociatiecurve: zuurstofafgave aan weefsels vermindert - Ontwikkeling hypoxemie tijdens respiratoire compensatie (hypoventilatie) - Refractaire supraventriculaire en ventriculaire ritmestoornissen - Vermindering vna concentratie aan geïoniseerd calcium in plasma tetanie als ph> 7,6 Compensatie - Extrarenale respons o Buffering in plasma o Hypoventilatie toename arteriële pco2 Chemoreceptorgemedieerde inhibitie van ademhalingscentrum In uur Toename in paco2 = 0,9 (ΔHCO3 - ) ± 2 of = 0,7 (ΔHCO3 - ) - Renale respons: overmaat bicarbonaat snel en efficiënt excreteren o Binnen uur o Nettozuurexcretie ook negatief tot overmaat base geëxcreteerd Examenvraag: Metabole alkalose: kliniek, oorzaken 5.3 RESPIRATOIRE ZUUR-BASE-AFWIJKINGEN Respiratoire alkalose Consequentie van hyperventilatie primaire hypocapnie en alkalische systemische ph Acute respiratoire alkalose = acute alveolaire hyperventilatie - Geassocieerd met hypoxemie o Primaire longaandoeningen bvb longinfectie, longembolie o Small airway disease o Acute respiratory distress syndrome (tgv ernstige aandeoning verstoorde capillaire permeabiliteit met vochtopstapeling interstitieel in in alveolen) o Longoedeem en pulmonale aspiratie o Blootstelling aan grote hoogte o Hemodialyse - Niet geassocieerd met hypoxemie: door directe stimulatie van ademhalingscentrum o Primaire hyperventilatie

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com Zuurbase evenwicht 1 Zuren 2 Base 3 4 5 6 7 oxygenatie / ventilatie 8 9 Arteriële bloedgaswaarden Oxygenatie PaO2: 80-100mmH2O SaO2: 95-100% Ventilatie: PaCO2: 35-45mmHg Zuur-base status ph: 7.35-7.45

Nadere informatie

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen.

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen. ZUUR BASE EVENWICHT Afwijkingen in het zuur base evenwicht worden onderverdeeld in respiratoire en metabole acidose, respiratoire en metabole alkalose en gemengde aandoeningen. 1.1 Respiratoire acidose

Nadere informatie

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek Bloedgassen Homeostase Ronald Broek Verstoring Homeostase Ziekte/Trauma/vergiftiging. Geeft zuur-base en bloedgasstoornissen. Oorzaken zuur-base verschuiving Longemfyseem. Nierinsufficientie Grote chirurgische

Nadere informatie

bloedgassen Snelle interpretatie

bloedgassen Snelle interpretatie bloedgassen Snelle interpretatie Wat is de Ph Het aantal waterstofionen (H+) geteld per ml water. Hoeveel waterstofionen komen er bij een reactie vrij of gaan er verloren en/of hoeveel waterstofionen worden

Nadere informatie

Interpretatie van stoornissen in het zuur-base-evenwicht

Interpretatie van stoornissen in het zuur-base-evenwicht Interpretatie van stoornissen in het zuur-base-evenwicht Brevet Acute Geneeskunde, 11 mei 2004 en DGH KULeuven Centraal Hospitaal van de Basis-Koningin Astrid Defensie De fysiologie moet haar onderzoek

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie

Anatomie / fysiologie Anatomie / fysiologie Eliminatie en regulatie Nieren 3 FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3 1 Elektrolytenbalans Mineralen worden in het lichaam opgenomen door middel van voeding en drank.

Nadere informatie

Osmo- en volumeregulatie

Osmo- en volumeregulatie Osmo- en volumeregulatie De water- en zouthuishouding van het lichaam Anne Lohuis - 7 Februari 2013 Doelstelling Het verduidelijken van twee belangrijke functies van het menselijk lichaam, met daar aan

Nadere informatie

ZUURBASE. Praktisch bekeken

ZUURBASE. Praktisch bekeken ZUURBASE Praktisch bekeken Bloedgasafwijkingen en Electrolytstoornissen Enerzijds handteken van ziekte (hulp in diagnose) Anderzijds mogelijk (urgente) pathologie op zich (? nood aan behandeling) BEHANDELING

Nadere informatie

Interpretatie van stoornissen base-evenwichtevenwicht

Interpretatie van stoornissen base-evenwichtevenwicht Interpretatie van stoornissen in het zuur-base base-evenwichtevenwicht Brevet Acute Geneeskunde, 11 mei 2004 Dr Erwin Dhondt Urgentiegeneeskunde en DGH Universitaire Ziekenhuizen Leuven KULeuven Centraal

Nadere informatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie Bloedgasanalyse Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht Doelstelling De student kan de 4 stoornissen in het zuurbase evenwicht benoemen. De student kan compensatiemechanismen herkennen en benoemen. De

Nadere informatie

Diabe&sche ketoacidose. Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015

Diabe&sche ketoacidose. Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015 Diabe&sche ketoacidose Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015 Casus 38- jarige man VG: blanco Buiten bewustzijn aangetroffen, onduidelijk of hij voordien klachten had Bij verdenking hypoglycemie in ambulance

Nadere informatie

Nummer: D04-6 Datum: Oktober 2013 Versie: 1.0

Nummer: D04-6 Datum: Oktober 2013 Versie: 1.0 Natriumchloride drank 1mL=90mg=1.5mmol Na Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stof in natriumchloridedrank is natriumchloride. Dit middel wordt gebruikt

Nadere informatie

Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH

Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH Elektrolytstoornis tijdens ALS samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH Inhoudsopgave Doelstelling Context: 4 H s en 4 T s Kalium Hyperkaliëmie Hypokaliëmie Samenvatting Vragen/discussie Doelstelling Inzicht

Nadere informatie

Hyperglycemie Keto-acidose

Hyperglycemie Keto-acidose Hyperglycemie Keto-acidose Klinische les Marco van Meer SJG 20 06 2007 (acute) ontregeling van diabetes Doel Op het einde van mijn presentatie is jullie kennis over glucose huishouding en ketoacidose weer

Nadere informatie

Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen

Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen Levensbedreigende hyponatriëmie J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen 1 U meet een lage plasma [Na + ] - waarom? Concentratie = Totaal Na + in extracellulaire ruimte 2 U meet een lage plasma [Na

Nadere informatie

Respiratoire complicaties bij thoraxchirurgie. Bart van Silfhout Ventilation Practitioner

Respiratoire complicaties bij thoraxchirurgie. Bart van Silfhout Ventilation Practitioner Respiratoire complicaties bij thoraxchirurgie Bart van Silfhout Ventilation Practitioner Doel & inhoud Het uitwisselen van ideeën, kennis en gedachten en vooral een leuke voordracht!!! Gasuitwisseling

Nadere informatie

algemene problemen Hoofdstuk 1 W.D. Reitsma en J.B.L. Hoekstra Lichaamssamenstelling

algemene problemen Hoofdstuk 1 W.D. Reitsma en J.B.L. Hoekstra Lichaamssamenstelling Hoofdstuk 1 algemene problemen W.D. Reitsma en J.B.L. Hoekstra Ω 1.1 Lichaamssamenstelling Het totale lichaamswater bedraagt ongeveer 60% van het lichaamsgewicht. Bij vrouwen is dit iets lager dan bij

Nadere informatie

Arteriële Hypertensie

Arteriële Hypertensie Arteriële Hypertensie Fysiopathologie Screening secundaire hypertensie B. Maes Definitie European Societies of Hypertension and Cardiology 2007 systolisch (mm Hg) Optimaal

Nadere informatie

Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen

Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen A. Oorzaken van verdrinking Primair Onderdompeling Bewustzijnsverlies Verdrinking Secundair Bewustzijnsverlies Onderdompeling Verdrinking 75 % 25% 1. Primaire

Nadere informatie

hypoxemie toont de pco2 afwijking naar 21/11/15 interpretatie van arteriele bloedgassen ZUURBASE EVENWICHT EN ABG ANALYSE

hypoxemie toont de pco2 afwijking naar 21/11/15 interpretatie van arteriele bloedgassen ZUURBASE EVENWICHT EN ABG ANALYSE ZUURBASE EVENWICHT EN ABG ANALYSE interpretatie van arteriele bloedgassen 1.heeft de patient hypoxemie? 2.pH 3.toont de pco2 afwijking naar acidose of alkalose? 4.toont de HCO3- (metabole) afwijking naar

Nadere informatie

14-5-2013. Water en zouthuishouding. Doelstelling. Belangrijkste bestanddeel van ons lichaam. Totaal Lichaamswater (TLW) ECV en ICV

14-5-2013. Water en zouthuishouding. Doelstelling. Belangrijkste bestanddeel van ons lichaam. Totaal Lichaamswater (TLW) ECV en ICV Doelstelling Water en zouthuishouding Basale kennis en inzicht in de water en zout huishouding Kennis en inzicht in de normaalwaarden van de belangrijkste laboratorium uitslagen Bart Ramakers B.Ramakers@ic.umcn.nl

Nadere informatie

POSTOPERATIEVE VERWIKKELINGEN. Dr. Ives Hubloue Dienst Intensieve Geneeskunde Academisch Ziekenhuis V.U.B.

POSTOPERATIEVE VERWIKKELINGEN. Dr. Ives Hubloue Dienst Intensieve Geneeskunde Academisch Ziekenhuis V.U.B. POSTOPERATIEVE VERWIKKELINGEN Dr. Ives Hubloue Dienst Intensieve Geneeskunde Academisch Ziekenhuis V.U.B. POSTOPERATIEVE VERWIKKELINGEN Pulmonale verwikkelingen Cardiovasculaire verwikkelingen Renale

Nadere informatie

Deze procedure beschrijft de medische aanpak bij het optreden van diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling.

Deze procedure beschrijft de medische aanpak bij het optreden van diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling. 1. Samenvatting Deze medische procedure beschrijft de evaluatie, behandeling en opvolging bij diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling bij volwassen patiënten. 2. Inleiding/doel

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER NATRICLO 585 mg/10ml NATRICLO 1g/10ml NATRICLO 2g/10ml NATRICLO 3g/10ml NATRICLO 4g/20ml NATRICLO 6g/20ml Concentraat voor oplossing voor infusie Natriumchloride

Nadere informatie

Metabolic emergencies probleem onderbelicht

Metabolic emergencies probleem onderbelicht 19 mei 2009 Jaarbeurs Utrecht Metabolic emergencies probleem onderbelicht Hella Bosch Verpleegkundig specialist oncologie Máxima medisch centrum Eindhoven Wat is een metabolic emergencie? Een acute, potentieel

Nadere informatie

Polytrauma: de triade des doods. Dr. Tom Declercq AZ St. Jan Brugge Anesthesie Reanimatie

Polytrauma: de triade des doods. Dr. Tom Declercq AZ St. Jan Brugge Anesthesie Reanimatie Polytrauma: de triade des doods Dr. Tom Declercq AZ St. Jan Brugge Anesthesie Reanimatie De triade des doods! Hypothermie! Acidose! Stollingsstoornissen Casus! Dame, 81 jaar.! VKO als passagierster. Auto

Nadere informatie

Nierziekten en milieu intérieur een werkboek

Nierziekten en milieu intérieur een werkboek Nierziekten en milieu intérieur een werkboek Nierziekten en milieu intérieur een werkboek Prof. dr. A.J.M. Donker Dr. P.M. ter Wee Prof. dr. J.J. Weening Prof. dr. J.M. Wilmink Eerste druk Bohn Stafleu

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Resonium A, poeder

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Resonium A, poeder BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Resonium A, poeder Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter. Het kan nodig zijn

Nadere informatie

Zuur Base evenwicht en interpretatie van de bloedgassen. Dr Rudi Beckers Spoedgevallendienst

Zuur Base evenwicht en interpretatie van de bloedgassen. Dr Rudi Beckers Spoedgevallendienst Zuur Base evenwicht en interpretatie van de bloedgassen Dr Rudi Beckers Spoedgevallendienst Zuur-Base balans Essentieel voor een correcte stofwisseling Onevenwicht door uitval van vitale functies ph =

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Kaliumchloride Noridem 15% w/v concentraat voor oplossing voor infusie 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Kaliumchloride 150

Nadere informatie

Acute electrolytstoornissen. Hyperkalemie. Hyperkalemie assessment. Intake 17/04/2013. K + 3.5-5.0 meq/l

Acute electrolytstoornissen. Hyperkalemie. Hyperkalemie assessment. Intake 17/04/2013. K + 3.5-5.0 meq/l Acute electrolytstoornissen Prof. dr. Koen Van Hoeck Hyperkalemie Referentiecentrum Kindernefrologie UZA 03/ 821 3481 Prof. dr. D.Trouet S. Eerens RN expertverpleegkundige Marjan De Wulf,J ulie de Muynck

Nadere informatie

Ketoacidose: caveats en pitfalls

Ketoacidose: caveats en pitfalls Ketoacidose: caveats en pitfalls Katelijn Decochez, Karlien Francois, Brigitte velkeniers 3 december 2010 Definitie Hyperketonemie + Metabole acidose + Hyperglycemie Epidemiologie Mortaliteit 5 à 10% in

Nadere informatie

Luchtwegen: luchtpijp. luchtwegen spirometrie. Longblaasjes: Alveolen longvolumes diffusie

Luchtwegen: luchtpijp. luchtwegen spirometrie. Longblaasjes: Alveolen longvolumes diffusie Interstitiële longziekten Prof. Dr. Guy Brusselle Dienst Longziekten UZ GENT BVP, 23/11/2013 Interstitiële longziekten (ILZ): Inleiding Kenmerken overzicht ILZ met gekende oorzaken ILZ met ongekende oorzaken:

Nadere informatie

Natriumchloride Fresenius Kabi 100 mg/ml (10%), concentraat voor oplossing voor infusie

Natriumchloride Fresenius Kabi 100 mg/ml (10%), concentraat voor oplossing voor infusie BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Natriumchloride Fresenius Kabi 100 mg/ml (10%), concentraat voor oplossing voor infusie {Natriumchloride} Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel

Nadere informatie

Ondervoeding. 1.1 Begrippen

Ondervoeding. 1.1 Begrippen 1 Ondervoeding Wanneer is er sprake van ondervoeding? Welke soorten ondervoeding zijn er? En wat is eraan te doen? Voor een antwoord op deze en andere vragen volgt eerst een uiteenzetting van de diverse

Nadere informatie

ARTERIELE HYPERTENSIE

ARTERIELE HYPERTENSIE ARTERIELE HYPERTENSIE Wat u moet weten - Patiëntinformatie - Hypertensie is de medische term voor hoge bloeddruk. Dat is de druk waaraan de arteriële bloedvaten of slagaders in het lichaam blootgesteld

Nadere informatie

Stoornissen van zuur-basenevenwicht, kalium, water en natrium huishouding

Stoornissen van zuur-basenevenwicht, kalium, water en natrium huishouding Stoornissen van zuur-basenevenwicht, kalium, water en natrium huishouding Prof. Christian Tielemans Dienst Nefrologie UZ Brussel ctielema@uzbrussel.be Stoornissen van zuur-basen evenwicht ph = 6.1 + log

Nadere informatie

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015 Chronische nierschade A. van Tellingen Smeerolie voor de poli 2015 Wie dient verwezen te worden? 52-jarige vrouw met diabetische nefropathie: MDRD 62 ml/min/1.73m 2 en albuminurie 28 mg/l? 68-jarige man:

Nadere informatie

ERNSTIGE ELEKTROLYTEN- STOORNISSEN

ERNSTIGE ELEKTROLYTEN- STOORNISSEN ERNSTIGE ELEKTROLYTEN- STOORNISSEN R Vanholder, Universiteit Gent HYPONATRIËMIE 1) Hyponatriëmie met volumedepletie 2) Hyponatriëmie met normaal extracellulair volume 3) Hyponatriëmie met excessief extracellulair

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Dulcolax bisacodyl 10 mg zetpillen (bisacodyl)

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Dulcolax bisacodyl 10 mg zetpillen (bisacodyl) BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Dulcolax bisacodyl 10 mg zetpillen (bisacodyl) Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie Dit geneesmiddel kunt u zonder voorschrift krijgen.

Nadere informatie

Infuusbeleid op recovery

Infuusbeleid op recovery Infuusbeleid op recovery Is vullen in of uit?? Sander van den Heuvel Anesthesioloog Stellingen Dagbehandelingspatiënten mogen best wat meer vocht krijgen Een krap vochtbeleid verbetert de resultaten bij

Nadere informatie

ICPC ICPC omschrijving Specificiteit Indicatie zoals genoemd in de standaard

ICPC ICPC omschrijving Specificiteit Indicatie zoals genoemd in de standaard B72 Ziekte van Hodgkin 2 Verminderde weerstand tegen infecties, overig B72.01 Ziekte van Hodgkin 2 Verminderde weerstand tegen infecties, overig B72.02 Non-Hodgkin lymfoom 2 Verminderde weerstand tegen

Nadere informatie

Apotheek Haagse Ziekenhuizen. SPC Voorraadproducten. Nitroprusside dinatrium 2H2O 50 mg = 2 ml (ZI-15901661)

Apotheek Haagse Ziekenhuizen. SPC Voorraadproducten. Nitroprusside dinatrium 2H2O 50 mg = 2 ml (ZI-15901661) 1. Naam van het geneesmiddel Nitroprusside dinatrium 2H 2 O 50 mg = 2 ml 2. Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling Bevat per ampul van 2 ml: Nitroprussidedinatrium.2-water : 50 mg (=25 mg/ml) Voor

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Glucose 5% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose 20% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose 30% B. Braun, oplossing voor infusie Glucose

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. FERCAYL 100mg/2ml Oplossing voor injectie / infusie. Ijzer (element) in de vorm van ijzer dextraan complex

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. FERCAYL 100mg/2ml Oplossing voor injectie / infusie. Ijzer (element) in de vorm van ijzer dextraan complex BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS FERCAYL 100mg/2ml Oplossing voor injectie / infusie Ijzer (element) in de vorm van ijzer dextraan complex Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel

Nadere informatie

Bijwerkingen op de nier. Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014

Bijwerkingen op de nier. Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014 Bijwerkingen op de nier Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014 Belangrijkste aandoeningen Acuut nierfalen Pre-renaal Renaal Post-renaal Nefrotisch syndroom Chronisch nierfalen Acuut nierfalen

Nadere informatie

ph pco 2 po 2 BE SaO2

ph pco 2 po 2 BE SaO2 ph pco 2 po 2 HCO BE SaO2 zuurgraad bloed maat voor partiële koolzuurspanning (H 2 CO ) partiële zuurstofspanning bicarbonaat base excess arteriële zuurstofsaturatie (O 2 verzadiging van Hb) Birgit Nienhaus

Nadere informatie

Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Natriumwaterstofcarbonaat 4.2%, oplossing voor intraveneuze infusie 42 g/l. Natriumwaterstofcarbonaat

Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Natriumwaterstofcarbonaat 4.2%, oplossing voor intraveneuze infusie 42 g/l. Natriumwaterstofcarbonaat Bijsluiter: informatie voor de patiënt Natriumwaterstofcarbonaat 4.2%, oplossing voor intraveneuze infusie 42 g/l Natriumwaterstofcarbonaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat

Nadere informatie

DIABETISCHE NEFROPATHIE

DIABETISCHE NEFROPATHIE DIABETISCHE NEFROPATHIE Onderdeel van de micro-angiopathie bij diabetes mellitus. Insuline-afhankelijke DM 30% vd ptn krijgt nefropathie Niet-insuline-dependente DM 5% vd ptn Pathogenese: Meerdere factoren

Nadere informatie

PATIENTENBIJSLUITER: informatie voor de gebruiker CosmoFer 50 mg/ml, oplossing voor injectie en infusie IJzer(III)

PATIENTENBIJSLUITER: informatie voor de gebruiker CosmoFer 50 mg/ml, oplossing voor injectie en infusie IJzer(III) PATIENTENBIJSLUITER: informatie voor de gebruiker CosmoFer 50 mg/ml, oplossing voor injectie en infusie IJzer(III) Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om

Nadere informatie

Het belang van vocht- en natriumopname voor sporters

Het belang van vocht- en natriumopname voor sporters Het belang van vocht- en natriumopname voor sporters Eerst enkele weetjes: Vocht (=lichaamswater) is het belangrijkste bestanddeel van ons lichaam Afhankelijk van je leeftijd, gewicht, lichaamssamenstelling

Nadere informatie

SAMEN ME VAT A T T I T N I G

SAMEN ME VAT A T T I T N I G SAMENVATTING 186 Inleiding Het renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS) is een hormonaal systeem dat in belangrijke mate betrokken is bij de regulatie van bloeddruk en nierfunctie. Het RAAS is een

Nadere informatie

Interpretatie van arteriële bloedgassen

Interpretatie van arteriële bloedgassen Interpretatie van arteriële bloedgassen Prof. Dr. Walter Vincken, Diensthoofd Pneumologie en Slaaplabo Volwassenen, AZ VU Brussel, België Inhoud: Inleiding A. Hypercapnie B. Hypoxemie C. Hypocapnie D.

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. NaCl 0,9% B. Braun, oplossing voor infusie Natriumchloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. NaCl 0,9% B. Braun, oplossing voor infusie Natriumchloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER NaCl 0,9% B. Braun, oplossing voor infusie Natriumchloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

Neurotraumatologie. Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50

Neurotraumatologie. Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50 Neurotraumatologie Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50 1 Primair letsel A-B-C-D-E Uitsluiten chirurgisch letsel Voorkomen secundaire schade Beperken O2 verbruik hersenen Normo-/hypothermie

Nadere informatie

COMPLICATIES Lange termijn complicaties Complicaties van de ogen (retinopathie) Complicaties van de nieren (nefropathie)

COMPLICATIES Lange termijn complicaties Complicaties van de ogen (retinopathie) Complicaties van de nieren (nefropathie) COMPLICATIES Lange termijn complicaties Wanneer u al een lange tijd diabetes heeft, kunnen er complicaties optreden. Deze treden zeker niet bij alle mensen met diabetes in dezelfde mate op. Waarom deze

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Natriumwaterstofcarbonaat 1,4% g/v, oplossing voor infusie 14 g/l. Waterstofcarbonaat

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Natriumwaterstofcarbonaat 1,4% g/v, oplossing voor infusie 14 g/l. Waterstofcarbonaat Natriumwaterstofcarbonaat 1,4% g/v, oplossing voor infusie 14 g/l Waterstofcarbonaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor

Nadere informatie

Vergroting van het circulerend volume bij dehydratie

Vergroting van het circulerend volume bij dehydratie 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Glucose 3,75% en natriumchloride 0,225%, infusievloeistof 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Bevat per 1000 ml: Glucose monohydraat, 41,25 g overeenkomend met Glucose

Nadere informatie

Deel IB1 Kaliumchloride 7,45%, 10% en 14,9%, concentraat voor infusievloeistof

Deel IB1 Kaliumchloride 7,45%, 10% en 14,9%, concentraat voor infusievloeistof 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Kaliumchloride 7,45 %, concentraat voor infusievloeistof Kaliumchloride 10 %, concentraat voor infusievloeistof Kaliumchloride 14,9 %, concentraat voor infusievloeistof 2.

Nadere informatie

boven grens boven APR- DRG Ernst Lf Gemid ligd benede

boven grens boven APR- DRG Ernst Lf Gemid ligd benede APR- DRG Ernst Lf Gemid ligd benede ngrens boven grens boven II grens I Beschrijving 001 1 L.... 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,9355 4 43 63 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 3 A 19,4 6 39 55 001 LEVERTRANSPLANTATIE

Nadere informatie

Water- en zouthuishouding

Water- en zouthuishouding Water- en zouthuishouding Dr. F.P.A.M.N. Peters 7.1 Opbouw en samenstelling van de lichaamsruimten Het aantal lichaamscellen van een volwassene bedraagt ongeveer 10 13. Deze cellen vormen samen de intracellulaire

Nadere informatie

Cardiale implicaties bij slaapapnoe

Cardiale implicaties bij slaapapnoe Cardiale implicaties bij slaapapnoe Dr Valck 02-06-2015 CAMPUS HENRI SERRUYS Inleiding OSA: repititieve episodes van apnoe tijdens slaap gedaalde inspiratoire airflow obstructie bovenste luchtweg OSAS

Nadere informatie

APR-DRG Ernst Lf Gemid ligdbenedengrens bovengrens II bovengrens I Beschrijving 001 1 L 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,1042 5 37 53 001

APR-DRG Ernst Lf Gemid ligdbenedengrens bovengrens II bovengrens I Beschrijving 001 1 L 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,1042 5 37 53 001 APR-DRG Ernst Lf Gemid ligdbenedengrens bovengrens II bovengrens I Beschrijving 001 1 L 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,1042 5 37 53 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 3 A 20,0709 5 44 64 001 LEVERTRANSPLANTATIE

Nadere informatie

NIERZIEKTEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN

NIERZIEKTEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN NIERZIEKTEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN 03 Rode bloedcellen 03 Witte bloedcellen 04 Bloedplaatjes 04 Hematocriet 04 Hemoglobine 04 Ureum 05 Creatinine 05 Urinezuur 05 Natrium

Nadere informatie

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten 2015 Agenda Historie Ondervoeding en oncologie Refeeding Casus tijdens de presentatie 1ste lijn Refeeding? Historie Belegeringen

Nadere informatie

Kliniek endocrinologie. Dirk Vanderschueren

Kliniek endocrinologie. Dirk Vanderschueren Kliniek endocrinologie Dirk Vanderschueren Kliniek Vrouw 64 jaar Geen klachten wel wat meer depressief MVG: negatief buiten polsfractuur 5 jaar geleden KO: BD 140-80, pols 88, gekende goiter Kliniek Vrouw

Nadere informatie

De (vergiftigde) patiënt in shock. Prof.dr. Jan Meulenbelt 24 juni 2011 UMC Utrecht

De (vergiftigde) patiënt in shock. Prof.dr. Jan Meulenbelt 24 juni 2011 UMC Utrecht De (vergiftigde) patiënt in shock Prof.dr. Jan Meulenbelt 24 juni 2011 UMC Utrecht Hypotensie Shock Komt veel voor bij vergiftigingen Herken hypotensie lage bloeddruk en polsdruk capillary refill afgenomen

Nadere informatie

1/05/2011. Inleiding. LLL Symposium Stress en substraatmetabolisme

1/05/2011. Inleiding. LLL Symposium Stress en substraatmetabolisme Stress en substraatmetabolisme Jan J. De Waele MD PhD SICU Universitair Ziekenhuis Gent Inleiding Voeding is belangrijk bij de gehospitaliseerde patient IZ patienten verschillen fundamenteel Insult dat

Nadere informatie

Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde

Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde Dr. Jenny Buijtels, specialist interne geneeskunde Presentatie Dia s en casussen die ook voorkomen in de workshop vloeistoftherapie en dwangvoeding Zo indruk van hoe de workshop is opgebouwd Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013

Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013 Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013 Naam van het geneesmiddel: MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak, concentraat voor drank Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling: Elke 25

Nadere informatie

Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Mannitol 100 mg/ml, oplossing voor infusie Mannitol

Bijsluiter: informatie voor de patiënt. Mannitol 100 mg/ml, oplossing voor infusie Mannitol Bijsluiter: informatie voor de patiënt Mannitol 100 mg/ml, oplossing voor infusie Mannitol Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in

Nadere informatie

BIJSLUITER. FUROSEMIDE 2 mg/ml drank

BIJSLUITER. FUROSEMIDE 2 mg/ml drank BIJSLUITER FUROSEMIDE 2 mg/ml drank Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 12 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u

Nadere informatie

De P, RR, adh,t, en vochtbalans

De P, RR, adh,t, en vochtbalans De P, RR, adh,t, en vochtbalans Een lezing Presentatie: Alfons Huisintveld Principe van de pols? Hart contractie linker ventrikel Slagvolume 70 100 ml Meten vd pulsatie Pols = a.r Hals = a.c Lies = a.f

Nadere informatie

Samenvatting in het Nederlands

Samenvatting in het Nederlands Samenvatting in het Nederlands Samenvatting Men schat dat in 2005 ongeveer 40.000 mensen in Nederland een nieraandoening hadden. Hiervan waren ruim 5500 patiënten afhankelijk van dialyse. Voor dialysepatiënten

Nadere informatie

Behandeling van bindweefselziekten en het secundair optreden van het Sjögrensyndroom. aandoeningen

Behandeling van bindweefselziekten en het secundair optreden van het Sjögrensyndroom. aandoeningen Behandeling van bindweefselziekten en het secundair optreden van het Sjögrensyndroom bij reumatische aandoeningen M. Walravens, reumatoloog K. Thevissen, reumatoloog i.o. Hoboken, 12 oktober 2013 Opbouw

Nadere informatie

Centrum voor Thuisbeademing UMC Utrecht Blad 1

Centrum voor Thuisbeademing UMC Utrecht Blad 1 Aanbevolen literatuur Martin L. All you really need to know to interpret arterial blood gases,, 2 nd ed. 1999. ISBN 0-6830 683-30604-9. Rose BD. Clinical physiology of acid-base and electrolyte disorders.

Nadere informatie

OMGAAN MET DIABETES MELLITUS OF SUIKERZIEKTE

OMGAAN MET DIABETES MELLITUS OF SUIKERZIEKTE OMGAAN MET DIABETES MELLITUS OF SUIKERZIEKTE Congres Zorgkundigen BEFEZO Ivan Tanghe Docent KTA Brugge DIABETES WERELDWIJD Wereld Het IDF (International Diabetes Federation) schatte het aantal diabetespatiënten

Nadere informatie

Technische onderzoeken bij het vaataccess

Technische onderzoeken bij het vaataccess Technische onderzoeken bij het vaataccess Dr Thiéry Chapelle Dienst hepatobiliaire, endocriene en transplantatie heelkunde Universitair ziekenhuis Antwerpen Wanneer technisch onderzoeken uitvoeren? 1.

Nadere informatie

(On)zin van diabetes behandeling bij ouderen

(On)zin van diabetes behandeling bij ouderen symposium 11/10/14 (On)zin van diabetes behandeling bij ouderen Dr. K. Mortelmans Endocrinologie RZ HHart Leuven Belang Toenemende prevalentie type 2 diabetes Wijzigende levensgewoonte Vergrijzing Meer

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. CALCICLO STEROP 11 meq 10ml Oplossing voor injectie. Calciumchloride dihydraat

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. CALCICLO STEROP 11 meq 10ml Oplossing voor injectie. Calciumchloride dihydraat BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER CALCICLO STEROP 11 meq 10ml Oplossing voor injectie Calciumchloride dihydraat Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het toediening van

Nadere informatie

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17 Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Hyperthyreoïdie is een ziekte die wordt veroorzaakt door een overmatige hoeveelheid schildklierhormonen. Schildklierhormonen

Nadere informatie

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel Presentatie Casus 1b Victoria Janes & Yvonne Poel Casusbeschrijving Vrouw: 55 jaar wordt door de ambulance naar de SEH gebracht, waar u als arts-assistent assistent werkzaam bent. Dezelfde ochtend heeft

Nadere informatie

Start, afbouw en stop van voedingstherapie bij zware neuroschade. AZ Nikolaas

Start, afbouw en stop van voedingstherapie bij zware neuroschade. AZ Nikolaas Start, afbouw en stop van voedingstherapie bij zware neuroschade Dr. C. Jadoul Neuroloog AZ Nikolaas 1 Casus: recidief slikpneumonie Dame 75 jaar Spoed: algemeen achteruit (mentaal en fysiek) Antec: Parkinson

Nadere informatie

FYSIOLOGIE MENS EN DIER NIEREN, WATER EN ZOUTHUISHOUDING A. SCHEURINK HFST 19 & 20

FYSIOLOGIE MENS EN DIER NIEREN, WATER EN ZOUTHUISHOUDING A. SCHEURINK HFST 19 & 20 FYSIOLOGIE MENS EN DIER NIEREN, WATER EN ZOUTHUISHOUDING A. SCHEURINK HFST 19 & 20 Boek: Silverthorn, Human Physiology - hfdstk 19: The kidney s 622 629 : anatomy and function of the urinary system 629

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. XYLOCAINE 5 %, zalf. Lidocaïne

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. XYLOCAINE 5 %, zalf. Lidocaïne BIJSLUITER BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS XYLOCAINE 5 %, zalf Lidocaïne Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie Dit geneesmiddel kunt u zonder voorschrift krijgen.

Nadere informatie

Elektrolytstoornissen 2012

Elektrolytstoornissen 2012 Elektrolytstoornissen 2012 INITIATIEF Nederlandse Internisten Vereniging MET ONDERSTEUNING VAN PROVA FINANCIERING SKMS Colofon Richtlijn elektrolytstoornissen 2012 NIV Mercatorlaan 1200 Postbus 20066 3502

Nadere informatie

Bijlage 9. Toelichting op tabel indeling DKG s

Bijlage 9. Toelichting op tabel indeling DKG s Toelichting op tabel indeling DKG s Bijlage 9 Indeling in ndxg 173,174 en 176 is gebaseerd op de in de tabel genoemde DBC-behandelcodes. Indeling in ndxg 175 is gebaseerd op in de tabel genoemde DBC-diagnosecodes

Nadere informatie

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL. Resonium A, poeder 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING. Natriumpolystyreensulfonaat 999,34 mg/g.

1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL. Resonium A, poeder 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING. Natriumpolystyreensulfonaat 999,34 mg/g. 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Resonium A, poeder 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Natriumpolystyreensulfonaat 999,34 mg/g. Voor een volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1. 3. FARMACEUTISCHE

Nadere informatie

Les 9 Nier. Nieren. Nieren, regulatie urine, vochthuishouding, diurese, clearance, GFR. Woordbetekenis Ren (L) b.v Art.

Les 9 Nier. Nieren. Nieren, regulatie urine, vochthuishouding, diurese, clearance, GFR. Woordbetekenis Ren (L) b.v Art. Les 9 Nier Nieren, regulatie urine, vochthuishouding, diurese, clearance, GFR ANZN 1e leerjaar - Les 9 - Matthieu Berenbroek, 2000-2011 1 Nieren Woordbetekenis Ren (L) b.v Art. renalis / vena perirenaal

Nadere informatie

Inhoud Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Inhoud Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 INHOUD I Inhoud Hoofdstuk 1 Klinische aspecten van hypertensie 1 1. Voorkomen en definitie 1 2. Over risico en risicoreductie 3 3. Klinische manifestaties 9 4. De bloeddrukmeting 10 A. De bloeddrukmeting

Nadere informatie

Algemene problemen. Hoofdstuk 1. 1.1 Lichaamssamenstelling. 1.2 Water- en zouttekort. Lichaamssamenstelling van een gezonde man van 70 kg.

Algemene problemen. Hoofdstuk 1. 1.1 Lichaamssamenstelling. 1.2 Water- en zouttekort. Lichaamssamenstelling van een gezonde man van 70 kg. Hoofdstuk 1 Algemene problemen W.D. Reitsma en J.B.L. Hoekstra 1.1 Lichaamssamenstelling Tabel 1.1 Lichaamssamenstelling van een gezonde man van 70 kg. totaal lichaamswater 42 liter 42 kg proportionele

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Venofer 20 mg ijzer per ml Oplossing voor injectie / concentraat voor intraveneuze infusieijzersucrose

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Venofer 20 mg ijzer per ml Oplossing voor injectie / concentraat voor intraveneuze infusieijzersucrose BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Venofer 20 mg ijzer per ml Oplossing voor injectie / concentraat voor intraveneuze infusieijzersucrose Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring.

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Aspirine 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER 500 Bruis, 500 mg, bruistabletten Acetylsalicylzuur Lees goed de hele bijsluiter, voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt. Loes Klieverik WES 11-03-2010

De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt. Loes Klieverik WES 11-03-2010 De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt Loes Klieverik WES 11-03-2010 Wat is oud?? Definitie Hartfalen Tekortschieten van de pompwerking van het hart en veranderingen in de neurohumorale activatie

Nadere informatie

Een verhit postoperatief beloop

Een verhit postoperatief beloop Een verhit postoperatief beloop Centraal anticholinerg syndroom? R Verhage C Hofhuizen Casus Dhr V, 31-1-1952 Voorgeschiedenis: - dilatatie aorta ascendens. - AF, thrombus linker hartoor (verdwenen na

Nadere informatie

Ergometrie: interpretatie. Strategie. Volgorde. Fietsergometrie: Interpretatie op Tijdbasis. Waarom alle variabelen als functie van de tijd?

Ergometrie: interpretatie. Strategie. Volgorde. Fietsergometrie: Interpretatie op Tijdbasis. Waarom alle variabelen als functie van de tijd? Ergometrie: interpretatie Fietsergometrie: Interpretatie op Tijdbasis NVALT Assistentendag Juni 11 j.g.vanden.aardweg@mca.nl Hart-Long Centrum Medisch Centrum Alkmaar 1 2 Strategie 1. Logische en consequente

Nadere informatie

Het Fenomeen van Raynaud

Het Fenomeen van Raynaud Het Fenomeen van Raynaud Wat is het Fenomeen van Raynaud? Wij spreken van het Fenomeen van Raynaud bij het plotseling optreden van verkleuringen van vingers en/of tenen bij blootstelling aan kou of bij

Nadere informatie