BELGIAN EQUINE PRACTITIONERS SOCIETY (BEPS)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BELGIAN EQUINE PRACTITIONERS SOCIETY (BEPS)"

Transcriptie

1 BELGIAN EQUINE PRACTITIONERS SOCIETY (BEPS) XXIII de Studiedag XXIII ème Journée d'étude Met de medewerking van Avec la collaboration de 18 NOVEMBRE NOVEMBER 2006 Auditoire J Auditorium J Campus de l Hopital Erasme Campus Erasmushospitaal Route de Lennik, 808 Lennikse steenweg, Bruxelles 1070 Brussel

2 BLOEDONDERZOEK : INTERPRETATIE VAN ROUTINE HEMATOLOGIE EN BIOCHEMIE Dr H. Amory, DMV, PhD, Dip. ECEIM, Université de Liège, Faculté de Médecine Vétérinaire, Pôle Equin, Bât. B41, Sart Tilman, 4000 Liège Tél : 04/ ; Fax 04/ ; 1. Inleiding Bloedonderzoek is een bijkomend onderzoek dat frequent wordt uitgevoerd in de diergeneeskunde en van belang kan zijn voor de diagnose of om een specifiek orgaan letsel te herkennen. De uitslagen kunnen van nut zijn in de beslissing om al dan niet bijkomende onderzoeken te doen, het instellen van een behandeling en het geven van een prognose. Desondanks moet men toch rekening houden met de potentiële beperkingen van een bloedonderzoek, de meest klassieke fout is een overinterpretatie van de resultaten. Het is steeds van belang de resultaten van het bloedonderzoek te correleren met de klinische symptomen. Daarbij is het ook van belang rekening te houden met bepaalde oorzaken van variatie zoals leeftijd, geslacht, ras, voedingstoestand van het dier, stress en hydratatie toestand bij de bloedname, toegediende behandelingen, afname en bewaaromstandigheden voor analyse, en door het labo gebruikte toestellen en bepalingsmethodes. Indien er geen verdenking is van een specifieke pathologie, kan een bloedonderzoek bestaan uit het bepalen van volgende parameters : Buisje met citraat Fibrinogeen, haptoglobine, ceruloplasmine (CRP) Buisje met EDTA Hematologie Buisje met oxalaat/fluoride Glucose Buisje zonder antistolling Elektrolyten: Na, Cl, K, Ca, Fosfaten Totaal eiwit (TE) en eiwit electroforese Enzymes: Sorbitol dehydrogenase (SDH), glutamaat dehydrogenase (GDH) of Ornithine carbamyltransferase (OCT) Aspartaat transaminase (AST) Lactaat dehydrogenase (LDH) γ Glutamyl transferase (GGT) Alkalische fosfatase (AF) Creatine kinase (CK) Bilirubine totaal en geconjugeerd Galzuren Ureum en creatinine Triglyceriden (bij pony s en ezels) In functie van de klinische gegevens kan het onderzoek beperkt worden tot bepaalde parameters, of uitgebreid worden naar andere minder gebruikte parameters. Referentiewaarden voor paarden van deze parameters, die moeten gevalideerd worden door 21

3 het labo, worden ter informatie gegeven in tabel 1. In tabel 2 worden de conversie factoren voor de verschillende eenheden gegeven nodig voor de interpretatie van de resultaten. 2. Hematologie 2.1. Erythrogram: Erythrocyten, hematocriet en hemoglobine Erythrocytose Weergave van een stijging in aantal erytrocyten, hematocriet en hemoglobine. Het is in de meest gevallen relatief, dit wil zeggen gebonden of aan een hemoconcentratie (dehydratatie, shock), of aan een milt contractie (stress, arbeid). Het klinisch onderzoek uitgevoerd simultaan met de bloedname moet een indicatie geven naar oorzaak. Zelden is de erythrocytose absoluut en in deze gevallen is het of primair (myeloproliferatieve stoornis, zeer zeldzaam), of secundair aan een chronische hypoxie zoals in hoogte of bij ernstige congenitaal hart afwijkingen ( zeldzaam) Anemie Weergave van een verminderde zuurstof transport capaciteit van het bloed, en wordt bepaald op basis van het aantal erytrocyten, het hematocriet en hemoglobine. Naargelang de oorsprong, wordt anemie geklasseerd in (1) anemie ten gevolge van bloedverlies (hemorragisch), (2) anemie tgv een verhoogde afbraak van de erytrocyten (hemolyse), en (3) anemie tgv een verminderde aanmaak van erytrocyten (verstoorde erythropoïes)e. De twee eerste types zijn een regeneratieve anemie, het derde type is een nietregeneratieve anemie. In tegenstelling tot andere diersoorten, is het bij het paard onmogelijk de anemie te classificeren op basis van de erythrocytaire formule. Een onderscheid tussen een regeneratieve en een niet-regeneratieve anemie kan bij het paard enkel gedaan worden door beenmerg punctie. De oorzaken van anemie bij het paard worden samengevat in tabel Leukogram De beoordeling van een leukogram bestaat niet alleen uit een telling van de witte bloedcellen en een formule, maar ook een morfologische beoordeling is van belang. Deze laatste kan zeer belangrijk zijn, namelijk de morfologie van de neutrofielen kan een links verschuiving (toename van de jonge neutrofielen) of een rechts verschuiving (toename van gedegenereerde neutrofielen) naar voor brengen. Een leucocytose kan gebonden zijn aan een fysiologisch of pathologisch proces. Als voorbeeld, bij stress, arbeid, of excitatie wordt een neutrofilie en een lymfocytose gezien, en bij stijging in corticosteroïden (endogeen of exogeen) stelt men een neutrofilie en lymfopenie vast. Maar een leucopenie moet altijd als teken van pathologie beschouwd worden. Een kennis van de kinetische modificatie in leucogram is van groot belang bij de beoordeling van de resultaten. Deze kinetiek is zeer snel wat betreft de neutrofielen, binnen de 2 uren kan er een daling zijn met linksverschuiving als eerste teken van ontstekingsreactie. Tabel 4 geeft een overzicht van de verschillende pathologieën geassocieerd met variaties in een of andere categorie van witte bloedcellen Thrombocyten Thrombocytopenie is de meest voorkomende wijziging. Indien het voorkomt zonder klinische symptomen van coagulopathie (petechiën, ecchymosen, hemorragische diathese) moet men in eerste instantie vermoeden dat er iets is fout gegaan bij de afname (aggregatie van bloedplaatjes in het bloedbuisje). In geval van twijfel, wordt de bepaling herhaald, liefst met 22

4 gebruik van een ander anti-coagulans dan EDTA, bijvoorbeeld citraat. Thrombocytopenie gaat samen met een groot aantal pathologiën en wordt geassocieerd of met een sequestratie van bloedplaatjes, of met een verhoogde afbraak of verbruik, of met een verminderde productie. Het meest voorkomende bij het paard is een verhoogde afbraak of verbruik van de bloedplaatjes met een verkorte levensduur als gevolg. In de meeste gevallen is de thrombocytopenie beperkt en bij deze diersoort niet geassocieerd met klinische symptomen van hemorragische diathese. Deze laatste zijn pas zichtbaar bij gehaltes aan bloedplaatjes onder de à 40000/µL. Tabel 5 geeft de meest voorkomende oorzaken weer van thrombocytopenie bij het paard. 3. Totaal eiwit en eiwit electroferese Eiwitten spelen een belangrijke rol in tal van fysiologische processen. Er kan veel informatie bekomen worden door bepaling vanuit serum. Eerst wordt het TE bepaald. In geval van wijziging in TE of dysproteinemie (bvb een gestegen TE bij een dier met extreem vermageren) moet een electroforese uitgevoerd worden. De beoordeling hiervan moet gebaseerd worden op het verloop van de electroforese en de absolute waarde van de verschillende componenten in plaats van het relatief percentage. Een normale electroforese wordt weergegeven in figuur 1. Een hyperproteinemie kan het gevolg zijn van een stijging van verschillende plasma proteïnes (panhyperproteinemie) of van een stijging in globulines (hyperglobulinemie), in tegenstelling tot een hypoproteinemie die meestal gebonden is aan een hypoalbuminemie. Tabel 6 en 7 zijn respectievelijk een weergave van meest voorkomende oorzaken van hypo en hyperproteinemie Panhyperproteinemie Meestal is een panhyperproteinemie het gevolg van verlies van de vloeibare component van het bloed (hemoconcentratie). Deze hemoconcentratie kan het gevolg zijn van een overmatig verlies aan vocht, een verminderde wateropname, of een combinatie van deze twee. Meestal gaat de stijging in TE gepaard met een stijging in hematocriet. Desondanks, wordt deze regel niet gevolg bij een dier in anemie of in hypoproteinemie. De interpretatie van een panhyperproteinemie moet zeker gekoppeld worden aan de klinische symptomen van dehydratatie namelijk sufheid, tachycardie, een verminderde capillaire vullingstijd, een verminderde polskwaliteit en urine productie, en een verminderde huidturgor Hyperglobulinemie In de meeste gevallen van hyperproteinemie zonder tekenen van dehydratatie, is het gestegen gehalte aan TE gebonden aan een stijging in globulines. Hieronder ziet men stijgingen in α-, β-, γ-globulines. Alfa-globulines zijn voornamelijk acute ontstekingsfase proteïne, en hun gehalte gaat snel stijgen als reactie op een ontsteking of een weefselschade. Beta-globulines gaan stijgen als reactie op verschillende soorten stimulaties. Veelal gaan ze stijgen in geval van een strongylose. Desondanks, sommige immunoglobulinesmigreren in de zone van de beta-globulines, namelijk in geval van massale antigeen stimulatie. Gamma-globulines zijn bij paarden meestal de oorzaak van hyperglobulinemie, en zijn het resultaat van een chronische antigeen stimulatie (abces, chronische infectie, neoplasie,immuungemedieerden aandoeningen,etc.). Hypergammaglobulinemie is meestal geassocieerd aan een hypoalbuminemie. 23

5 4. Ontstekingsproteïnes Het aantonen van een ontstekingshaard, dikwijls op basis van de hematologie en het verloop van de eiwit electroferese, kan nuttig worden aangevuld door het bepalen van een eiwit merker voor ontsteking. In functie van het labo, wordt fibrinogeen of haptoglobine het meest bepaald. Gezien hun kinetisch uitstel (gestegen piek 2-3 dagen na de ontsteking) in vergelijking met de leucocyten, zijn ze nuttig samen met het hematologisch beeld om een ontstekingshaard aan te tonen of om de respons op een behandeling na te gaan. Hun stijging is het gevolg van een ontstekingsproces of het nu infectieus, traumatisch of neoplastisch is. 5. Electrolytes 5.1. Natrium Het serum gehalte aan Na is meer afhankelijk van de hydratatie toestand dan van het Na evenwicht: een hyponatriemie is indicatief voor een relatieve overmaat aan water, thans is een hypernatriemie de weergave van een relatiefwater te kort. Hypernatriemie wordt gezien in begin stadia van diarree, of nierinsufficiëntie waar de verliezen in vocht groter zijn dan de verliezen aan elektrolyten. Het kan ook het gevolg zijn van een rantsoenering in water of het gebruik van hypertonische oplossingen of bicarbonaat. Hyponatriemie komt voor bij pathologieën die gepaard gaan met een verlies aan natrium houdend vocht, bijvoorbeeld diarree, overmatig zweten, bloedingen, chronische nierinsufficiëntie of opstapeling van vocht in maag, darmen (volvulus, verplaatsing of torsie), abdomen (peritonitis, blaasruptuur), of pleura. Een valse hyponatriemie is aanwezig bij hyperlipemie, hyperproteinemie of hyperglycemie Kalium Het serum gehalte aan kalium is afhankelijk van multipele fysiologische en pathologische factoren, en moeten binnen nauwe grenzen gehouden worden want geringe variaties in gehaltes kunnen samengaan met neuromusculaire en hart afwijkingen..serum gehaltes zijn niet representatief voor de lichaamsreserves aan kalium want kalium zit voornamelijk intracellulair. Hypokalemie kan aanwezig zijn bij diarree, anorexie, toediening van diuretica, metabolische alkalose, of opstapeling van vocht in maag, darmen (volvulus, verplaatsing of torsie), abdomen (peritonitis, blaasruptuur), of pleura. Een valse hyperkalemie kan ontstaan in vitro door hemolyse na afname in het bloedbuisje. Ook zal een uitgestelde bepaling, meer dan 6 uren tussen de niet-afgecentrifugeerde afname en bepaling, een risico van valse hyperkalemie inhouden. Hyperkalemie kan samengaan met de ziekte van Addinson, chronische nierinsufficiëntie, massale spiernecrose, of een metabole acidose. Een duidelijke voorbijgaande hyperkalemie wordt gezien bij Quarter horse paarden aangetast door HYPP (hyperkalemische periodische paralyse) Chloor De schommelingen in chloor zijn dikwijls proportioneel aan de schommelingen in natrium in functie van het vocht evenwicht, en gevallen van hyper- of hyponatriemie en hyper- of hypochloremie zijn sterk gelijkaardig. Desondanks heeft de chloremie neiging om de omgekeerde tendens te volgen van de bicarbonaat gehaltes. Dus, als er een disproportie is in chloor tov natrium, kan een zuur-base onevenwicht vermoeden worden. Bijvoorbeeld, een uitgesproken hyperchloremie samen met een metabole acidose (met sterk alkalische urine) is 24

6 aanwezig bij paarden die lijden aan renale tubulaire acidose (zeldzaam). 6. Hepatobiliaire aantastingen De meest nuttige parameters kenmerkend voor een leverinsufficiëntie zijn de leverenzymes, de galzuren, en het totale en geconjugeerde bilirubine. Minder specifiek maar kan ook te bepalen: hematologie, stollingstijden, glucose, ureum, ammoniak, albumine, globuline en triglyceriden Leverenzymes Het meten van de serum activiteit van de leverenzymes is een nuttige indicator voor hepatobiliaire schade. Maar, voor de interpretatie is goede kennis nodig van hun gevoeligheid, hun specificiteit, hun uitscheidingskinetiek, en hun stabiliteit in de stalen. Het is ideaal om verschillende enzymes te combineren in functie van hun specifieke kenmerken om de kansen te verhogen voor herkenning van een hepato-biliair probleem. Specifieke hepatocellulaire enzymes, zoals SDH, en GLDH hebben een heel snelle uitscheidingskinetiek. Niet-specifieke hepatocellulaire enzymes, zoals LDH, en AST, hebben een intermediaire uitscheidingskinetiek. Niet specifieke enzymes van biliaire oorsprong, zoals GGT en AF, hebben een zeer trage uitscheidingskinetiek (Tabel 8) In praktijk, het vergelijken van de graad van stijging van zowel de hepatocellulaire en biliaire enzymes maakt het mogelijk een onderscheid te maken tussen een hepatische of posthepatische aantasting. In geval van hepatobiliaire aantasting, is het interessant om verschillende metingen te doen in de tijd om de evolutie van de pathologie op te volgen: zo zal een progressieve stijging in enkele dagen van SDH en GLDH indicatief zijn voor een nog actief hepatocellulair proces. Daar waar een stijging in GGT en AF binnen dezelfde tijdspanne normaal is bij een gecontroleerde hepatobiliaire pathologie Bilirubine Het totale bilirubine gehalte is niet steeds gestegen in geval van hepatobiliaire aantasting. Omgekeerd geldt ook, een gestegen bilirubine gehalte is niet steeds verbonden met een hepatobiliair probleem. Het bepalen van de gehaltes en de procentuele verhouden van zowel geconjugeerd en niet-geconjugeerd bilirubine is van belang om de oorzaak van een gestegen totaal bilirubine gehalte te achterhalen. Stijging van niet-geconjugeerd bilirubine (indirect) gaat meestal samen met intra- of extravasculaire hemolyse, hemorragie, anorexie van meer dan 12 uren, of acute hepatocellulaire aantasting. De niet-geconjugeerde bilirubine is hoger in de neonatale periode dan op volwassen leeftijd en kan stijgen na toediening van bepaalde medicatie (heparine, halothane, steroïden). Een gestegen geconjugeerd bilirubine gehalte (direct) komt voor bij hepatocellulaire pathologie waar er een zekere graad is van galstase, maar deze stijging zal uitgesproken zijn bij compressie van de galgangen met secundaire cholestase, bijvoorbeeld in geval van cholelithiasis Galzuren Galzuren zijn weinig gevoelig maar zeer specifiek om leveraantasting aan te tonen, vnl. bij chronische gevallen en waar er een zekere graad van galstase is. Waarden van meer dan 20µmol/l worden meestal beschouwd als sterk indicatief voor een hepatobiliaire aantasting Andere factoren voor hepatobiliaire aantasting Leverinsufficiëntie gaat meestal gepaard met een zekere graad van coagulopathie samengaand met verlengde stollingstijden. Ondanks er aangeraden wordt stollingstijden te bepalen 25

7 vooraleer een leverbiopsie te nemen, zijn verschillende auteurs van mening dat zelf als de tijden verlengd zijn, en na toediening van 4-8l plasma of vol bloed, een biopsie kan genomen worden zonder risico op significante bloedingen. Andere bloedonderzoeken zijn weinig specifiek bij leverinsufficientie: er kunnen wijzigingen zijn in het aantal circulerende leucocyten en het leucogram, de hematocriet waarden en het aantal erytrocyten, een daling of een stijging van het ureum gehalte ( weinig constant), een stijging in ammoniak (zeer moeilijk te bepalen in veld omstandigheden), een daling van het albumine gehalte, een stijging in globulines, een hypo- (zelden) of hyperfibrinogenie (frequenter), een wijziging in de glycemie ( stijging of daling afhankelijk van het geval en het stadium), en een stijging in triglyceriden en cholesterol. In een recente studie van 61 paarden met hepatobiliaire problemen met al dan niet symptomen, toonden Durham en medewerkers (2003) aan dat de meeste gebruikelijke parameters om het pobleem aan te tonen een stijging in GGT (>199 IU/L), globulines (>43,5 g/l, AF (>844 IU/L), galzuren (>29 mmol/l), of totaal bilirubine (>72 µmol/l), of een daling in albumine (<26 g/l) waren. 7. Beoordeling van spierschade Spieraantasting wordt voornamelijk beoordeeld op basis van serum waarden van enzymes CK, LDH, AST CK CK is een gevoelige en specifieke merker van spierschade (tabel 9). Ondanks dat het zowel aanwezig is in skeletspier als in myocard, is in de meeste gevallen een stijging van de serum activiteit het gevolg van skeletspierschade. Intramusculaire injecties, arbeid of verlengde decubitus kunnen geassocieerd worden met een lichte tot matige stijging (2-4-voudige stijging) in serum CK activiteit. Echter, in geval van myopathie, zal de stijging veel sterker zijn (tot meer dan 100x). De half waarde tijd van deze enzymes is kort (T1/2:2 uren), dus zal een persisterende stijging indicatief zijn voor een nog actieve musculaire pathologie AST/LDH Deze enzymes zijn in belangrijke hoeveelheden aanwezig in verschillende organen waaronder de spieren, de lever, erytrocyten, en de nieren, waardoor deze enzymes geen weergave zijn van een weefsel specifieke aantasting (tabel 9). De halwaarde tijd is, zoals hierboven vermeld voor de lever, intermediair (T1/2: 24 uren). Het is interessant hun serum activiteit te vergelijken met meer weefsel specifieke enzymes en sneller om de oorsprong te achterhalen, de tijdsduur van het probleem te bepalen en de evolutie van een letsel op te volgen Isoenzymes Voor de meeste hierboven vermelde enzymes, is het mogelijk de verhouding van hun isoenzymes te meten om de weefsel oorsprong te bepalen. Maar deze analyse is kostelijk en moet met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Er moet rekening gehouden worden met grote interspecifieke variabiliteit en bij de beoordeling van de resultaten. 8. Beoordeling van urinaire aantasting De beoordeling van de urinaire functie is gebaseerd op de bepaling van serum creatinine, ureum, elektrolyten en totaal eiwit Ureum en creatinine Het zijn de grove merkers van de urinaire functie, voornamelijk wat betreft het ureum dat 26

8 afhankelijk is van het dieet. Creatinine is een betere merker voor urinaire functie dan ureum. Stijgingen in creatinine en ureum kunnen geassocieerd worden met renale (acute of chronische nierinsufficiëntie), pre-renale (hypovolemie, verminderde renale perfusie, congestieve hartinsufficiëntie, dehydratatie) of post-renale (obstructie van de urinewegen, blaasruptuur) aandoeningen Electrolyten Elektrolyten onevenwichten kunnen een teken zijn van aantasting van de nierfunctie. Echter, is de richting van de afwijking tov de referentie waarden afhankelijk van verschillende factoren zoals het stadium van aantasting en de hydratatie toestand, de voeding, de leeftijd van de patiënt. Hypochloremie gaat meestal gepaard met een acute of chronische nieraantasting, en gaat dikwijls samen met een hyponatriemie. Bij acute nierinsufficiëntie, zijn de concentraties aan Ca ++ en K + variabel, en in geval van chronische nierinsufficiëntie, is er meestal een hypercalcemie, hypofosfatemie en hyperkalemie (behalve bij het veulen). 9. Glycemie De glycemie wordt voornamelijk geregeld door de inwerking van insuline en glucagon, maar staat ook onder invloed van veel andere hormonen. Maar zelden voorkomend bij het paard, zijn pathologieën aan de hypofyse (hyperadrenocorticocisme), de bijnieren (pheochromocytoma), en pancreas (chronische pancreatitis) bijna altijd verbonden met een persisterende hyperglycemie. Echter, zijn de meeste gevallen van hyperglycemie van voorbijgaande aard en geassocieerd met de opname van voedingsstoffen rijk aan koolhydraten, stress, arbeid, obesitas (equine metabolic syndrome), dracht, of de toediening van glucose, glucocorticoïden of α2-agonisten. In geval van hyperlipemie, kan er zowel een hyper als hypoglycemie zijn. Gevallen van hypoglycemie zijn zeldzamer en kunnen geassocieerd worden met een endotoxemie of een septicemie in een gevorderd stadium (voornamelijk bij het veulen), een uitputting na een langdurige arbeid, een leverinsufficiëntie, of een tumoraal proces (paraneoplastisch syndroom). Men moet steeds rekening houden, vooraleer een hypoglycemie te interpreteren, dat een te lange tijdspanne voor analyse kan geassocieerd zijn aan een in vitro glycolyse met als gevolg een valse hypoglycemie. 10. Triglyceriden Hyperlipidemie wordt gedefinieerd als een matige stijging in circulerende triglyceriden (<500 mg/dl of 5,7 mmol/l).het komt frequent voor; in alle rassen en is secundair aan een tijdelijk tekort in calorie aanvoer (vasten, arbeid). Het is meestal reversiebel en niet geassocieerd aan een toename in plasma turbiditeit, en klinische tekenen van leverinsufficiëntie. Daarentegen, wordt hyperlipemie, gedefinieerd als een ernstige stijging in circulerende triglyceriden (>500 mg/dl of 5,7 mmol/l), meestal gezien bij hoog risico patiënten ( pony s, ezels, zwaar ras iberisch type, friespaard, enz) die geconfronteerd worden aan een tijdelijk tekort in calorie aanvoer. Het risico op hyperlipemie bij risico patiënten is des te groot in geval van dracht of lactatie. Het gaat steeds samen met klinische symptomen van leverinsufficientie en is enkel reversiebel als het in een vroeg stadium wordt behandeld. Het bepalen van triglyceriden is van groot belang bij risico patiënten in anorexie. Bibliografie DUNCAN JR, PRASSE KW, MAHAFFEY EA. Veterinary laboratory medicine. Clinical 27

9 Pathology. 3td Edition, Iowa State University Press, 1994, pp KANEKO JJ, HARVEY JW, BRUSS ML. Clinical biochemistry of domestic animals. 5 th Edition, Academic press, San Diego, 1997, pp MEYER DJ, EMBERT HC, RICH LJ. Veterinary laboratory medicine. Interpretation and diagnosis. WB Saunders Company, Philadelphia, 1992, pp REED SM, BAYLY WM. Equine Internal Medicine. 2d edition, WB Saunders company, Philadelphia, ROSE RJ, HODGSON DR. Manual of Equine Practice. 2d edition, WB Saunders Cie, Philadelphia 1999, pp SMITH BP. Large Animal Internal Medicine: diseases of horses, cattle, sheep and goats. Smith BP, ed., 3th edn. St Louis: Mosby Cie, 2002: STOCKAM SL, SCOTT MA. Fundamentals of veterinary clinical pathology. Blackwell Publishing Company, Ames, 2002, pp

10 Tabel 1 : Referentiewaarden (Naar Rose en Hodgson, 1999; Smith, 2002) Parameters Referentiewaarden Rode bloedcellen /μl Hemoglobine g/dl Hematocriet % Witte bloedcellen /μl Neutrofielen /μl Granulocyten /μl Lymfocyten /μl Monocyten /μl Eosinofielen /μl Bloedplaatjes /μl Totaal eiwit g/dl Albumine g/dl (29-35 g/l) Totaal globuline g/dl (28-38 g/l) α-globulines g/dl (7-17 g/l) β-globulines g/dl (6-20 g/l) γ-globulines g/dl (8-16 g/l) Ratio albumine/globulines Haptoglobine < 500 mg/l Fibrinogeen mg/dl Natrium mmol/l Kalium mmol/l Chloor mmol/l Fosfaten mg/dl Calcium mg/dl Magnésium mg/dl Sorbitol dehydrogenase (SDH) 0-8 UI/L Glutamaat dehydrogenase (GLDH) UI/L Lactaat dehydrogenase (LDH) UI/L Aspartaat transaminase (AST) UI/L γ-glutamyl transferase (GGT) UI/L Alkalische fosfatase (AF) UI/L Creatine kinase (CK) UI/L Totaal bilirubine < 35 μmol/l (< 2 mg/dl) Geconjugeerd bilirubine < 25 % van het totale bilirubine Galzuren 5-28 μmol/l Creatinine mg/dl ( μmol/l) Ureum mg/dl ( mmol/l) Glucose mg/dl ( mmol/l) Triglyceriden mg/dl ( mmol/l) 29

11 Tabel 2 : Biochemische parameters: Tabel met conversie factoren van internationale eenheden naar conventionele eenheden Parameters Conventionele eenheden Conversie factor Internationale eenheden Eiwitten g/dl 10 g/l Totaal bilirubine mg/dl Idem μmol/l Calcium mg/dl mmol/l Chloor meq/l 1.0 mmol/l Creatinine mg/dl 88.4 μmol/l Fibrinogeen mg/dl 0.01 g/l Glucose mg/dl mmol/l Lactaat Mg/dL mmol/l Magnesium mg/dl mmol/l Fosfaten mg/dl mmol/l Kalium meq/l 1.0 mmol/l Galzuren μmol/l Idem μmol/l Natrium meq/l 1.0 mmol/l Triglyceriden mg/dl mmol/l Ureum mg/dl mmol/l Tabel 3: Differentiaal diagnose van anemie bij het paard ANEMIE DOOR BLOEDVERLIES (HEMORRAGIE) - Chirurgie, trauma - Hemothorax - Hemoperitoneum - Epistaxis (luchtzakmycose, ethmoïd hematoom, longabces, excersise induced pulmonary hemorrage, neoplasie) - Intestinale parasitose (strongylose) - Ectoparasieten - Maagzweren - Tumorale aandoeningen - coagulopathie: CID, thrombocytopenie, vasculitis HEMOLYTISCHE ANEMIE - Immuun gemedieerd: infectieuze anemie, neonatale isoerythrolyse, auto-immune hemolytische anemie, transfusie incompatibiliteit - Exotoxines: Clostridium - Oxydantia - Parasitaire hemolytische anemie (piroplasmose, erhlichiose) ANEMIE DOOR ONVOLDOENDE ERYTHROPOIËSE - Chronische infectieuze, inflammatoire of tumorale aandoeningen ( pneumonie, pleuritis, peritonitis, abces, neoplasie, etc.) - Voedingstekorten - Chronische nier insufficiëntie - Medulaire aplasie 30

12 Tabel 4 : Differentiaal diagnose van wijzigingen in leucogram bij het paard Neutrofilie Fysiologisch - Excitatie, stress, arbeid, partus Gelinked met corticosteroïden - Cortico behandeling - Hyperadrenocortisisme (Cushing) Inflammatoir: Lokale of algemene ontsteking - Infectieus (primair of secundair): Bacterieel (+ endotoxemie). Vb: droes, salmonellose, abces, thrombophlebitis, peritonitis, bronchopneumonie, pleuritis, endocarditis, (typhlo)colitis, cellulitis, lymfangitis, pyelonefritis, cholangohepatitis, cholelithiasis, septicemie, enz. Viraal. Vb: griep, EHV1, virale arteritis Parasitair. VB: strongylose Mycose (veralgemeend) - Niet-infectieus Necrose, hemolyse, brandwonden, aseptische ontsteking Overgevoeligheid Immuungemedieerd: Vb: vasculitis, auto-immune hemolytische anemie, pemphigus, enz. Post-operatief Neoplasie Neutropenie Door verhoogd verbruik (+++) - Acute bacteriële infectie (+endotoxemie). VB: Acute salmonellose, acute colitis, proximale enteritis, acute peritonitis, septicemie, acute pleuritis, acute metritis, enz. - Virale infectie: Vb: griep, EHV1, virale arteritis - Parasitaire infectie Door verminderde granulosynthese - Aplastische anemie, myeloproliferatieve aandoeningen Lymfocytose Chronische ontsteking: Infectieuze anemie, bacteriële infectie Fysiologisch: Excitatie, arbeid Neoplasie Hypoadrenocorticocisme Lymfopenie Cortico behandeling Virale infectie: griep, EHV1, virale arteritis Bacteriële infectie: endotoxemie, septicemie Ondervoeding Gecombineerde immunodeficiëntie Monocytose Granulomateuze aandoeningen Chronische bacteriële infectie Eosinofilie Inwendige parasitose Cutane habronemiose Systemische overgevoeligheidsreactie Lymfosarcoma Eosinofiele leukemie 31

13 Tabel 5: Differentiaal diagnose van thrombocytopenie bij het paard Slechte staalname (bloedplaat aggregatie) Verhoogde afbraak of verbruik Bloedingen Endotoxemie, septicemie (CID) Immuun gemedieerd o o Sekwestratie Splenomegalie Verminderde productie Neoplasie Toxisch Primair: Auto-immune thrombocytopenie Secundair - Infectieus: infectieuze anemie - Tumoraal: lymfosarcoma - Medicamenteus: PBZ, sulfamide, penicilline, aspirine Figuur 1: Voorbeeld van een eiwit electroforese bij het paard Albumine α Globulines β δ 32

14 Tabel 6: Differentiaal diagnose van hyperproteïnemie en hyperglobulinemie bij het paard Panhyperproteinemie-deshydratatie - Endotoxemie, septicemie - Intestinale verliezen: o Acute (typhlo)colitis(diarree): salmonellose, clostridiose, enz o Obstructieve darmpathologie o Proximale enteritis - Verminderd water opname: restrictie, zweten, dysfagie - Nierinsufficiëntie - Leverinsufficiëntie Hyperglobulinemie - Locale of veralgemeende al dan niet infectieuze ontsteking (cfr tabel 4 DD leucytose) Tabel 7: Differentiaal diagnose van hypoproteïnemie en hypoalbuminemie bij het paard Hypoalbuminemie - Verminderde lever aanvoer in aminozuren: Ondervoeding, dysfagie, chronische gastrointestinale aandoeningen - Verminderde lever synthese: chronische lever insufficiëntie - Toename in eiwit behoefte: Koorts, neoplasie, chronische antigenische stimulatie, congestieve hart insufficiëntie - Verhoogd eiwit verlies: Darmen: acute of chronische diarree ( protein loosing enteropathy ) Nieren: chronische nier insufficiëntie, pyelonefritis, enz. Thoracale of abdominale transsudatie Panhypoproteinemie - Vochttherapie of overmatige wateropname - Bloedverlies - Congestieve hartinsufficiëntie - Ondervoeding, dysfagie 33

15 Tabel 8: Voornaamste kenmerken nodig voor de interpretatie van de serum enzym activiteit die gemeten worden om hepato-biliaire letsels aan te tonen bij de paardachtigen. Enzyme Hepato-biliaire Oosprong Kinetiek Stabiliteit van de stalen specificiteit SDH Ja Hepatocyten Snel Piek 12-24u na laesie Zwak Analyse nodig <12u op vol bloed <48u op serum in frigo bewaard GLDH Ja Hepatocyten Snel Piek 12-24u na laesie Zwak Analyse nodig <12u op vol bloed LDH Nee Hepatocyten Matig Piek 2-3 dagen na laesie AST Nee Hepatocyten Matig Piek 2-4 dagen na laesie AF Nee Galgangen Traag Piek 8-11 dagen na laesie GGT Nee Galgangen Traag Piek 7-10 dagen na laesie <48u op serum in frigo bewaard Intermediair Analyse nodig <36u op serum bij kamer T Stabiel Stabiel Stabiel Analyse nodig <48u op serum bij kamer T SDH: sorbitol deshydrogenase; GLDH: glutamaat deshydrogenase; LDH: lactaat deshydrogenase; AST: aspartaat transferase; AF: alkalische fosfatse; GGT: gamma glutamyl transferase; T : temperatuur; u: uren 34

16 Tabel 9: Differentiaal diagnose bij stijging van serum enzymes SDH Leveraantasting: acute lever insufficiëntie, abces, enz. Darmaantatsting (vb: pathologie van strangulatie of proximale enteritis) Ernstige en acute anemie Algemene anesthesie Anoxie GGT en AF Leveraantasting: acute of chronische lever insufficiëntie, pyrrolizidine of α-toxine intoxicatie, cholangiohepatitis, cholelithiasis, lerververvetting, enz Jong dier (fysiologisch) CK Myopathie na arbeid Nutritionele myodegeneratie (te kort aan Vit R/Se) Motor neuron disease Polysaccharide storage myopathie (PSSM) Myopathie na streptococcus infectie Atypische myopathie Decubitus Acute cardiomyopathie Purpura hemorragica Griep (equine influenza) Locale reactie na IM inspuiting Hemolyse LDH en AST Spierpathologie Myopathie na arbeid Nutritionele myodegeneratie (te kort aan Vit E/Se) Motor neuron disease Polysaccharide storage myopathie (PSSM) Myopathie na streptococcus infectie Atypische myopathie Decubitus Acute cardiomyopathie Purpura hemorragica Griep (equine influenza) Locale reactie na IM inspuiting Leverpathologie Leveraantasting: acute of chronische leverinsufficientie, pyrrolizidine of α-toxine intoxicatie, lerververvetting, enz In vitro of in vivo hemolyse (hemolytische anemie) Dit manuscript is gepubliceerd in de IVIS website met de toelating van de BEPS. De inhoud van de gepubliceerde teksten en van de gegeven conferenties valt ter volledige verantwoordelijkheid van de auteurs en in geen geval van de "Belgian Equine Practitioners Society" (BEPS) 35

Practicum Laboratoriumgeneeskunde. Dr. Pieter Vermeersch Prof. Norbert Blanckaert

Practicum Laboratoriumgeneeskunde. Dr. Pieter Vermeersch Prof. Norbert Blanckaert Practicum Laboratoriumgeneeskunde Dr. Pieter Vermeersch Prof. Norbert Blanckaert Practicum laboratoriumgeneeskunde 1. Pre-analytische fase 2. Basisprincipes celtelling 3. Labobezoek OUTCOME EFFECT MEDISCHE

Nadere informatie

Referentiewaarden. 1/11 Documentnummer 314, versie 44

Referentiewaarden. 1/11 Documentnummer 314, versie 44 A AAT 0,9-2,0 g/l ALAT m < 45 U/l v < 34 Albumine 35-50 g/l Albumine/kreatinine ratio m < 2,5 v < 3,5 Alkalische fosfatase 0-14 d < 248 U/l 15 d - 1 j < 470 1-10 j < 335 10-13 j < 417 m 13-15 j < 468 m

Nadere informatie

NIERZIEKTEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN

NIERZIEKTEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN NIERZIEKTEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN WEGWIJS IN UW BLOEDUITSLAGEN 03 Rode bloedcellen 03 Witte bloedcellen 04 Bloedplaatjes 04 Hematocriet 04 Hemoglobine 04 Ureum 05 Creatinine 05 Urinezuur 05 Natrium

Nadere informatie

AANDOENINGEN van het BLOED. H.H. TAN, arts 2015

AANDOENINGEN van het BLOED. H.H. TAN, arts 2015 AANDOENINGEN van het BLOED H.H. TAN, arts 2015 BLOED 2 RODE BLOEDCELLEN (ERYTROCYTEN ; 4,5-5,5 x 10 12 /ltr, 4-5 x 10 12 /ltr) * Vervoeren O 2 naar het weefsel * Voeren CO 2 af * Levensduur: 120 dagen

Nadere informatie

DIABETISCHE NEFROPATHIE

DIABETISCHE NEFROPATHIE DIABETISCHE NEFROPATHIE Onderdeel van de micro-angiopathie bij diabetes mellitus. Insuline-afhankelijke DM 30% vd ptn krijgt nefropathie Niet-insuline-dependente DM 5% vd ptn Pathogenese: Meerdere factoren

Nadere informatie

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten 2015 Agenda Historie Ondervoeding en oncologie Refeeding Casus tijdens de presentatie 1ste lijn Refeeding? Historie Belegeringen

Nadere informatie

Vroege diagnose van nieraandoeningen met behulp van urine onderzoek bij katten

Vroege diagnose van nieraandoeningen met behulp van urine onderzoek bij katten Vroege diagnose van nieraandoeningen met behulp van urine bij katten Methode en interpretatie van de resultaten Ontwikkeld in samenwerking met Tjerk Bosje, Specialist Interne Geneeskunde Inleiding Chronische

Nadere informatie

Probleem-georienteerde kliniek Icterus. W. Van Steenbergen

Probleem-georienteerde kliniek Icterus. W. Van Steenbergen Probleem-georienteerde kliniek Icterus W. Van Steenbergen Arts 1, 2006-2007 Casus 1: Man, 53 jaar Raadpleging 06-09-2005 Sinds één week: Vermoeidheid Sclerale icterus, donkere urine, ontkleurde stoelgang

Nadere informatie

Hartfalen dubieus. Hartfalen onwaarschijnlijk

Hartfalen dubieus. Hartfalen onwaarschijnlijk Referentiewaarden Klinische Chemie Datum: 01-07-2012 BLOED Naam Referentiewaarde Eenheid 1-Antitrypsine 0,80 2,00 g/l 1-Foetoproteïne (AFP) < 6,0 ku/l ACE 0 2 jaar 8 109 IU/L 3 7 jaar 12 99 IU/L 8 14 jaar

Nadere informatie

De resultaten van een bloedonderzoek moeten altijd zeer kritisch bekeken worden.

De resultaten van een bloedonderzoek moeten altijd zeer kritisch bekeken worden. Klinisch - chemisch bloedonderzoek INLEIDING Bloedonderzoek is in veel gevallen een onmisbare mogelijkheid om de juiste diagnose te stellen. Bovendien kunnen we via bloedonderzoek het effect van onze behandeling

Nadere informatie

het anemieprotocol in de eerstelijn

het anemieprotocol in de eerstelijn Interpreteren en becommentariëren van uitslagen: het anemieprotocol in de eerstelijn Dr. ing. M.P.G. Leers, klinisch chemicus PAOKC Consultverlening NVKC 2013 Anemie Hb concentratie < ondergrens ref.waarde

Nadere informatie

Laika. Laika. Nierinsufficientie? Eiwit in darm? Signalement Anamnese Klinisch onderzoek. Medische beeldvorming

Laika. Laika. Nierinsufficientie? Eiwit in darm? Signalement Anamnese Klinisch onderzoek. Medische beeldvorming Valkuilen bij de Interpretatie van Bloeduitslagen VERMEULEN (J) Trammezandlei 122 2900 Schoten 20/10/2009 Dierenarts J. Sus Cloud Nr 9 7th Heaven K. Gommeren Inwendige ziekten, ik spoed en intensieve i

Nadere informatie

19 NOVEMBER 2011-19 NOVEMBRE 2011

19 NOVEMBER 2011-19 NOVEMBRE 2011 BELGIAN EQUINE PRACTITIONERS SOCIETY (BEPS) XXVIIIde XXVIIIème 19 NOVEMBER 2011-19 NOVEMBRE 2011 Met de medewerking van Avec la collaboration de Auditorium Auditoire Onderwijs & Navorsing 1 Onderwijs &

Nadere informatie

anemie 1.1 Overzicht van de anemieën 1.2 Congenitale anemieën 1.3 Verworven anemieën

anemie 1.1 Overzicht van de anemieën 1.2 Congenitale anemieën 1.3 Verworven anemieën I N H O U D hoofdstuk 1 anemie 13 1.1 Overzicht van de anemieën 13 1.2 Congenitale anemieën 16 1.2.1 De thalassemieën 16 1.2.2 Sikkelcelanemie 19 1.2.3 Andere hemoglobinopathieën 22 1.2.4 Aangeboren membraanafwijkingen

Nadere informatie

Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH

Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH Elektrolytstoornis tijdens ALS samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH Inhoudsopgave Doelstelling Context: 4 H s en 4 T s Kalium Hyperkaliëmie Hypokaliëmie Samenvatting Vragen/discussie Doelstelling Inzicht

Nadere informatie

bloedgassen Snelle interpretatie

bloedgassen Snelle interpretatie bloedgassen Snelle interpretatie Wat is de Ph Het aantal waterstofionen (H+) geteld per ml water. Hoeveel waterstofionen komen er bij een reactie vrij of gaan er verloren en/of hoeveel waterstofionen worden

Nadere informatie

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com Zuurbase evenwicht 1 Zuren 2 Base 3 4 5 6 7 oxygenatie / ventilatie 8 9 Arteriële bloedgaswaarden Oxygenatie PaO2: 80-100mmH2O SaO2: 95-100% Ventilatie: PaCO2: 35-45mmHg Zuur-base status ph: 7.35-7.45

Nadere informatie

Ontstekingsparameters in de huisartspraktijk. Warffum 2012

Ontstekingsparameters in de huisartspraktijk. Warffum 2012 Ontstekingsparameters in de huisartspraktijk Warffum 2012 Onderwerpen CRP, bezinking of beide CRP bij acuut hoesten CRP sneltest voor andere indicaties? CRP, bezinking of beide? Indicaties - infectie/ontsteking

Nadere informatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie Bloedgasanalyse Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht Doelstelling De student kan de 4 stoornissen in het zuurbase evenwicht benoemen. De student kan compensatiemechanismen herkennen en benoemen. De

Nadere informatie

Trombocytose. Dr. Dimitri Breems, internist-hematoloog ZNA Stuivenberg ZNA Medisch Centrum Regatta 3 juni 2014

Trombocytose. Dr. Dimitri Breems, internist-hematoloog ZNA Stuivenberg ZNA Medisch Centrum Regatta 3 juni 2014 Trombocytose Dr. Dimitri Breems, internist-hematoloog ZNA Stuivenberg ZNA Medisch Centrum Regatta 3 juni 2014 Casus 1 Vrouw, 25 jaar Laboratoriumonderzoek hemoglobine 11,2 g/dl 11,0-14,4 hematocriet 0,341

Nadere informatie

PORTOSYSTEMISCHE SHUNT VDT PAEPE ET AL., 2007,76, P. 243-248

PORTOSYSTEMISCHE SHUNT VDT PAEPE ET AL., 2007,76, P. 243-248 PORTOSYSTEMISCHE SHUNT VDT PAEPE ET AL., 2007,76, P. 243-248 GEVAL 1 Signalement - Anamnese Maltezer, Pruts, 4m, V, 1kg Sedert 4w bij eigenaar. Steeds symptomen van sufheid, doelloos rondlopen, tegen voorwerpen

Nadere informatie

Deze bijlage is geldig van: 29-10-2015 tot 01-11-2019 Vervangt bijlage d.d.: 12-11-2014

Deze bijlage is geldig van: 29-10-2015 tot 01-11-2019 Vervangt bijlage d.d.: 12-11-2014 van N.V. MyLab Carusostraat 1 Paramaribo Suriname Locatie waar activiteiten onder accreditatie worden uitgevoerd Hoofdkantoor Klinische Chemie 1 Serum Het bepalen van de alanine aminotransferase activiteit

Nadere informatie

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek Bloedgassen Homeostase Ronald Broek Verstoring Homeostase Ziekte/Trauma/vergiftiging. Geeft zuur-base en bloedgasstoornissen. Oorzaken zuur-base verschuiving Longemfyseem. Nierinsufficientie Grote chirurgische

Nadere informatie

Deze procedure beschrijft de medische aanpak bij het optreden van diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling.

Deze procedure beschrijft de medische aanpak bij het optreden van diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling. 1. Samenvatting Deze medische procedure beschrijft de evaluatie, behandeling en opvolging bij diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling bij volwassen patiënten. 2. Inleiding/doel

Nadere informatie

www.azstlucas.be > Wegwijs in uw bloeduitslagen Centrum voor behandeling van Chronische Nierinsufficiëntie

www.azstlucas.be > Wegwijs in uw bloeduitslagen Centrum voor behandeling van Chronische Nierinsufficiëntie www.azstlucas.be > Wegwijs in uw bloeduitslagen Centrum voor behandeling van Chronische Nierinsufficiëntie Inhoud Inleiding a. Rode bloedcellen b. Witte bloedcellen c. Bloedplaatjes d. Hematocriet e. Hemoglobine

Nadere informatie

Bloedwaarden. Wat zeggen ze en wat kunnen we er mee? Landelijke contactdag Stichting Hematon 11 oktober 2014. door Joost Lips

Bloedwaarden. Wat zeggen ze en wat kunnen we er mee? Landelijke contactdag Stichting Hematon 11 oktober 2014. door Joost Lips Bloedwaarden Wat zeggen ze en wat kunnen we er mee? Landelijke contactdag Stichting Hematon 11 oktober 2014 door Joost Lips Aanvraag bloedonderzoek Bloedafname Bewerking afgenomen bloed (1) Kleuren van

Nadere informatie

1/05/2011. Inleiding. LLL Symposium Stress en substraatmetabolisme

1/05/2011. Inleiding. LLL Symposium Stress en substraatmetabolisme Stress en substraatmetabolisme Jan J. De Waele MD PhD SICU Universitair Ziekenhuis Gent Inleiding Voeding is belangrijk bij de gehospitaliseerde patient IZ patienten verschillen fundamenteel Insult dat

Nadere informatie

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen.

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen. ZUUR BASE EVENWICHT Afwijkingen in het zuur base evenwicht worden onderverdeeld in respiratoire en metabole acidose, respiratoire en metabole alkalose en gemengde aandoeningen. 1.1 Respiratoire acidose

Nadere informatie

Overmatig drinken en plassen is een vaak voorkomend symptoom bij de. hond. Het kan veroorzaakt worden door verschillende ziekten in het

Overmatig drinken en plassen is een vaak voorkomend symptoom bij de. hond. Het kan veroorzaakt worden door verschillende ziekten in het SUIKERZIEKTE Overmatig drinken en plassen is een vaak voorkomend symptoom bij de hond. Het kan veroorzaakt worden door verschillende ziekten in het lichaam. U kunt hierbij denken aan slecht functionerende

Nadere informatie

Casuïstiek levertestafwijkingen. Mark Stolk en Paul Stadhouders 30 september 2010

Casuïstiek levertestafwijkingen. Mark Stolk en Paul Stadhouders 30 september 2010 Casuïstiek levertestafwijkingen Mark Stolk en Paul Stadhouders 30 september 2010 Pre-test 3 Levertesten Alkalische fosfatase (AF) Gamma glutamyl transpeptidase (ggt) Alanine aminotransferase (ALAT) Asparagine

Nadere informatie

Infuusbeleid op recovery

Infuusbeleid op recovery Infuusbeleid op recovery Is vullen in of uit?? Sander van den Heuvel Anesthesioloog Stellingen Dagbehandelingspatiënten mogen best wat meer vocht krijgen Een krap vochtbeleid verbetert de resultaten bij

Nadere informatie

Preanalytische hindernissen beschouwingen en hulp bij de preanalytische fase

Preanalytische hindernissen beschouwingen en hulp bij de preanalytische fase Preanalytische hindernissen beschouwingen en hulp bij de preanalytische fase Gebarcodeerd staal Geautomatiseerde analyse Gecontroleerde kwaliteit Standvastig Gestandaardiseerd Gecontroleerd Bidirectionele

Nadere informatie

Hyperglycemie Keto-acidose

Hyperglycemie Keto-acidose Hyperglycemie Keto-acidose Klinische les Marco van Meer SJG 20 06 2007 (acute) ontregeling van diabetes Doel Op het einde van mijn presentatie is jullie kennis over glucose huishouding en ketoacidose weer

Nadere informatie

Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen

Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen Levensbedreigende hyponatriëmie J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen 1 U meet een lage plasma [Na + ] - waarom? Concentratie = Totaal Na + in extracellulaire ruimte 2 U meet een lage plasma [Na

Nadere informatie

Bezinking óf CRP? Bezinking én CRP? Alleen CRP? W.V.Martina / Klin. Chem.

Bezinking óf CRP? Bezinking én CRP? Alleen CRP? W.V.Martina / Klin. Chem. Bezinking óf CRP? Bezinking én CRP? Alleen CRP? W.V.Martina / Klin. Chem. Stelling Ja Nee Bij een verdenking op een infectie vraag ik altijd een bezinking én CRP aan. CRP, bezinking of beide? Aanvragen

Nadere informatie

IJzer en Cystic Fibrosis. Renske van der Meer Longarts-onderzoeker Haga Ziekenhuis

IJzer en Cystic Fibrosis. Renske van der Meer Longarts-onderzoeker Haga Ziekenhuis IJzer en Cystic Fibrosis Renske van der Meer Longarts-onderzoeker Haga Ziekenhuis Programma Inventarisatie Anemie algemeen oorzaken anemie gevolgen anemie Anemie bij CF IJzer bij CF: in het bloed in de

Nadere informatie

Een onverwachte hypo bij een 13 jaar oude kater

Een onverwachte hypo bij een 13 jaar oude kater ! Een onverwachte hypo bij een 13 jaar oude kater Casus Pieper was een 13 jaar oude gecastreerde Europese Korthaar kater die in de praktijk werd aangeboden met klachten van vermageren, misselijkheid, braken

Nadere informatie

2.1 Verstoord evenwicht protease-antiprotease

2.1 Verstoord evenwicht protease-antiprotease Roken is verreweg de belangrijkste risicofactor. Andere risicofactoren zijn: beroepen of hobby s met regelmatige blootstelling aan kleine deeltjes (fijnstof ) en (zelden) een familiair voorkomend enzymtekort

Nadere informatie

Nascholing verpleegkundig specialisten oncologie De Lever: anatomie, leverschade en leverfunctie

Nascholing verpleegkundig specialisten oncologie De Lever: anatomie, leverschade en leverfunctie Nascholing verpleegkundig specialisten oncologie De Lever: anatomie, leverschade en leverfunctie GJ (Geert) Bulte, MDL-arts i.o. Jeroen Bosch ziekenhuis, s Hertogenbosch donderdag 19-6-2014 5x leverfuncties

Nadere informatie

Referentiewaarden Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium

Referentiewaarden Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Referentiewaarden Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Zuyderland Medisch Centrum Locatie Heerlen Datum: 12-07-2016 BLOED Naam Referentiewaarde Eenheid α1-antitrypsine 0,80 2,00 g/l α1-foetoproteïne

Nadere informatie

GUIDELINES PBO CONTROLE. bij solide tumoren

GUIDELINES PBO CONTROLE. bij solide tumoren GUIDELINES PBO CONTROLE bij solide tumoren 1 Algemene richtlijnen Witte bloedcellen Een grondige klinische evaluatie van de neutropene patiënt is essentieel. Bij de minste twijfel, gelieve met ons contact

Nadere informatie

Reflecterend testen in de huisartsenpraktijk. Rein Hoedemakers / Peter van t Sant Klinisch chemici

Reflecterend testen in de huisartsenpraktijk. Rein Hoedemakers / Peter van t Sant Klinisch chemici Reflecterend testen in de huisartsenpraktijk Rein Hoedemakers / Peter van t Sant Klinisch chemici Wat kunt u verwachten? Wat is reflecterend testen? Waarom reflecterend testen? Voorbeelden uit de praktijk.

Nadere informatie

Citraat, meer dan een anticoagulans. Heleen M Oudemans-van Straaten Intensive Care VUmc

Citraat, meer dan een anticoagulans. Heleen M Oudemans-van Straaten Intensive Care VUmc Citraat, meer dan een anticoagulans Heleen M Oudemans-van Straaten Intensive Care VUmc Citraat Stolling citrate Zuur-base Brandstof Biocompatibiliteit Anti-oxidant Gebruiken jullie citraat? Citraat als

Nadere informatie

Nieuwsbrief nr. 01, maart 2012, 1 e lijn

Nieuwsbrief nr. 01, maart 2012, 1 e lijn Nieuwsbrief nr. 01, maart 2012, 1 e lijn Dr. H. Hensgens, klinisch chemicus. Telnr. 020 755 7211 Dr. M. Levitus/Dr. E. van Mirre, klinisch chemicie. Telnr. 020 755 7213 Nieuwe referentiewaarden voor de

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Het aantal mensen met een gestoorde nierfunctie is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Dit betekent dat er steeds meer mensen moeten dialyseren of een niertransplantatie moeten

Nadere informatie

Casuïstieken rundvee Casus 1

Casuïstieken rundvee Casus 1 Casuïstieken rundvee Casus 1 Bart Pardon Vakgroep Inwendige Ziekten van de Grote Huisdieren, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Gent Salisburylaan 133, Merelbeke, Belgium Bart.Pardon@UGent.be 1 Anamnese

Nadere informatie

Bloed. Presentatie: Peter Elgersma

Bloed. Presentatie: Peter Elgersma Bloed. Presentatie: Peter Elgersma Inhoud workshop 1. Inleiding op onderwerp (bloed en lymfestelsel) 2. Onderzoek en Diagnostiek 3. Ziekten die verband houden met bloed 1. Inleiding De ontwikkeling van

Nadere informatie

Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED NIERSTEENKLINIEK. Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED (site ST/ER) Biochemie

Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED NIERSTEENKLINIEK. Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED (site ST/ER) Biochemie Aanvraag voor laboratoriumonderzoek : ROUTINE BLOED NIERSTEENKLINIEK ZEER (mits motivatie laboverantwoordelijke) Biochemie BATTERIJ: 630 Sg1 103 Ureum Sg1 104 Creatinine Sg1 105 Urinezuur Sg1 106 Natrium

Nadere informatie

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen M. Roeven

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen M. Roeven Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen M. Roeven Geen (potentiële) belangenverstrengeling Azacitidine, een gekke oorzaak van crazy paving M. Roeven; M. Cruijsen; W. van der Velden, Casus

Nadere informatie

Referentiewaardelijst bepalingen

Referentiewaardelijst bepalingen Deze lijst toont de referentiewaarden voor de bepalingen uitgevoerd op het laboratorium van Diagnostiek voor U Opmerkingen: - De tijdsduur tot de rapportage van de uitslag is afhankelijk van de manier

Nadere informatie

Een bloedafname Simpel? Of toch niet?

Een bloedafname Simpel? Of toch niet? Een bloedafname Simpel? Of toch niet? Prof. dr. Ilse Weets Laboratorium Hematologie en Klinische Chemie Mogelijke foutenbronnen Pre-analytisch - patiëntgebonden - afname - transport - monsterbehandeling

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie

Anatomie / fysiologie Anatomie / fysiologie Eliminatie en regulatie Nieren 3 FHV2009 / Cxx55 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Nieren 3 1 Elektrolytenbalans Mineralen worden in het lichaam opgenomen door middel van voeding en drank.

Nadere informatie

Maligne hematologie. Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 22 maart 2014

Maligne hematologie. Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 22 maart 2014 Maligne hematologie Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 22 maart 2014 Indeling Leukemie acuut AML (acute myeloïde leukemie) ALL (acute lymfoïde leukemie) chronisch CML (chronische myeloïde

Nadere informatie

Equisolon 33 mg/g oraal poeder voor paarden

Equisolon 33 mg/g oraal poeder voor paarden BIJSLUITER Equisolon 33 mg/g oraal poeder voor paarden 1. NAAM EN ADRES VAN DE HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN EN DE FABRIKANT VERANTWOORDELIJK VOOR VRIJGIFTE, INDIEN VERSCHILLEND

Nadere informatie

Lessenreeks hematologie

Lessenreeks hematologie Lessenreeks hematologie Hemolytische anemieën Indeling Anemieën Anemie Microcytair Ret: normaal Aregeneratief Normocytair Macrocytair Ret: gestegen Regeneratief Hemolyse Acute bloeding Caroline Brusselmans

Nadere informatie

Ketoacidose: caveats en pitfalls

Ketoacidose: caveats en pitfalls Ketoacidose: caveats en pitfalls Katelijn Decochez, Karlien Francois, Brigitte velkeniers 3 december 2010 Definitie Hyperketonemie + Metabole acidose + Hyperglycemie Epidemiologie Mortaliteit 5 à 10% in

Nadere informatie

Een zuigeling met een infectie

Een zuigeling met een infectie Een zuigeling met een infectie Katja Heitink-Pollé, kinderarts, hematoloog-oncoloog WKZ en Flevoziekenhuis Masja de Haas Sanquin Casus Meisje van 6 maanden oud 3e kind van Surinaamse ouders Reden van komst:

Nadere informatie

Frequente oorzaken van thrombopenie op IZ

Frequente oorzaken van thrombopenie op IZ Frequente oorzaken van thrombopenie op IZ D. Benoit, MD, PhD Department of Intensive Care Medicine Ghent University Hospital Belgium Diff. Diagnose thrombopenie Diffuse intravasculaire coagulopathie Thrombotische

Nadere informatie

Van sepsis tot orgaanfalen

Van sepsis tot orgaanfalen Van sepsis tot orgaanfalen Hoe een infectie uit de hand kan lopen in neutropene patiënten 21 januari 2015 J.C. Regelink, internist hematoloog 4 th Nursing Symposoim Inhoud Historie Begrippen Sepis en orgaanfalen

Nadere informatie

Kliniek endocrinologie. Dirk Vanderschueren

Kliniek endocrinologie. Dirk Vanderschueren Kliniek endocrinologie Dirk Vanderschueren Kliniek Vrouw 64 jaar Geen klachten wel wat meer depressief MVG: negatief buiten polsfractuur 5 jaar geleden KO: BD 140-80, pols 88, gekende goiter Kliniek Vrouw

Nadere informatie

Speed F-Corona TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.

Speed F-Corona TM. www.speedrange.nl. Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac. Speed F-Corona TM www.speedrange.nl Virbac Nederland B.V., Postbus 313, 3770 AH Barneveld Tel. 0342 427 127 E-mail: info@virbac.nl ALLEEN VOOR IN VITRO GEBRUIK NEDERLANDS KLINISCHE TOEPASSING Katten die

Nadere informatie

Diabetes of suikerziekte

Diabetes of suikerziekte Diabetes of suikerziekte (bron: Weet je voldoende over diabetes - Vlaamse Diabetes Vereniging) SUIKER EN HET MENSELIJK LICHAAM In onze dagelijke voeding zijn tal van koolhydraten (=suikers) aanwezig. Deze

Nadere informatie

hoofdstuk één hoofdstuk twee

hoofdstuk één hoofdstuk twee Dit proefschrift beschrijft onderzoek naar hemolytische foetale bloedarmoede en foetale hydrops. Hemolytische foetale bloedarmoede ontstaat door afbraak van rode bloedcellen. Foetale hydrops betreft het

Nadere informatie

Functie van de nieren en wat kan fout gaan

Functie van de nieren en wat kan fout gaan Functie van de nieren en wat kan fout gaan Dr Lucien Hoekx Kliniekhoofd oncologische urologie Universitair Ziekenhuis Antwerpen 1 staalname MIDSTREAM urine Renogram 1. reinigen met chloramine 2. steriel

Nadere informatie

Welkom. Bloedwaarden. Hematondag 3 oktober 2015. Jan de Jong, arts np

Welkom. Bloedwaarden. Hematondag 3 oktober 2015. Jan de Jong, arts np Welkom Bloedwaarden Jan de Jong, arts np Hematondag 3 oktober 2015 Laboratoriumonderzoek Programma Getallen zijn maar getallen Rol laboratoriumonderzoek Normale waarden Veel voorkomende bepalingen Lab

Nadere informatie

hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 In Nederland ontvangen jaarlijks vele mensen een bloedtransfusie. De rode bloedcellen (RBCs) worden toegediend om bloedarmoede, veroorzaakt door ernstig bloedverlies of een probleem in de bloedaanmaak,

Nadere informatie

ZUURBASE. Praktisch bekeken

ZUURBASE. Praktisch bekeken ZUURBASE Praktisch bekeken Bloedgasafwijkingen en Electrolytstoornissen Enerzijds handteken van ziekte (hulp in diagnose) Anderzijds mogelijk (urgente) pathologie op zich (? nood aan behandeling) BEHANDELING

Nadere informatie

1 IONEN. 1.1 Kalium. 1.1.1 Inleiding. 1.1.2 Hypokaliëmie

1 IONEN. 1.1 Kalium. 1.1.1 Inleiding. 1.1.2 Hypokaliëmie 1 IONEN 1.1 Kalium 1.1.1 Inleiding Kalium zit slechts voor 2% extracellulair, de rest van het lichaamskalium bevindt zich intracellulair. In het plasma vinden we tussen de 3 en 5 mmol/l, intracellulair

Nadere informatie

Bestaande cascoo casus Blokboek buik blz 33 t/m 36 en docentenhandleiding blokboek blz 30 t/m 32

Bestaande cascoo casus Blokboek buik blz 33 t/m 36 en docentenhandleiding blokboek blz 30 t/m 32 Casus 10L Fase A Titel Bloederige diarree Onderwerp Carcinoïd syndroom Inhoudsdeskundige Masclee Technisch verantwoordelijke S. Eggermont Literatuur Bestaande cascoo casus Blokboek buik blz 33 t/m 36 en

Nadere informatie

Inflammatoire darmontsteking (IBD), maagdarmontsteking bij honden en katten

Inflammatoire darmontsteking (IBD), maagdarmontsteking bij honden en katten Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Inflammatoire (ontsteking) van darmziekten (IBD) is een groep van gastro-intestinale (maagdarm) ziekten waarbij ontstekingen

Nadere informatie

Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen. David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek

Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen. David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek Achtergrond Het Klinefelter syndroom(ks): Genetisch kenmerk extra X-chromosoom:

Nadere informatie

Chronische lymfoproliferatieve aandoeningen

Chronische lymfoproliferatieve aandoeningen Lessenreeks Hematologie Chronische lymfoproliferatieve aandoeningen Caroline Brusselmans & Mieke Develter LAG chronische lymfoproliferatieve aandoeningen chronische lymfoproliferatieve aandoeningen chronische

Nadere informatie

met dubbele activiteit IPAKITINE

met dubbele activiteit IPAKITINE Effectieve ondersteuning bij chronisch nierfalen met dubbele activiteit IPAKITINE Het aantal behandelingsmogelijkheden van katten én honden met chronisch nierfalen is voor u als dierenarts aanzienlijk

Nadere informatie

HOEFBEVANGENHEID. Informatie voor eigenaren over hoefbevangenheid bij het paard

HOEFBEVANGENHEID. Informatie voor eigenaren over hoefbevangenheid bij het paard HOEFBEVANGENHEID Informatie voor eigenaren over hoefbevangenheid bij het paard Hoefbevangenheid is een vaak voorkomende, pijnlijke en potentieel zeer erge aandoening, die de hoeven aantast bij paarden

Nadere informatie

Valkuilen bij interpretatie van HbA1c

Valkuilen bij interpretatie van HbA1c Valkuilen bij interpretatie van HbA1c In de beoordeling van de diabetescontrole van onze patiënten met diabetes type 2 speelt de uitslag van het HbA1c een belangrijke rol. Dat is ook het geval bij de beslissing

Nadere informatie

BRRRRRRRuin Serum. MMC Eindhoven 26 maart 2015

BRRRRRRRuin Serum. MMC Eindhoven 26 maart 2015 BRRRRRRRuin Serum MMC Eindhoven 26 maart 2015 Casus 1 Jongen, 2 jaar Overplaatsing uit ander ziekenhuis Sinds een week algehele malaise; minder eetlust, koorts. Eenmalig braken; bloederige diarrhee gehad

Nadere informatie

Leverfunctiestoornissen

Leverfunctiestoornissen Leverfunctiestoornissen Claire Fitzpatrick, Saskia te Loo, Ruud Klomp DuodagenIJsselland Ziekenhuis 2015 Stellingen Als de levertesten normaal zijn is de leverfunctie ook normaal Steatose kan uitmonden

Nadere informatie

Acute electrolytstoornissen. Hyperkalemie. Hyperkalemie assessment. Intake 17/04/2013. K + 3.5-5.0 meq/l

Acute electrolytstoornissen. Hyperkalemie. Hyperkalemie assessment. Intake 17/04/2013. K + 3.5-5.0 meq/l Acute electrolytstoornissen Prof. dr. Koen Van Hoeck Hyperkalemie Referentiecentrum Kindernefrologie UZA 03/ 821 3481 Prof. dr. D.Trouet S. Eerens RN expertverpleegkundige Marjan De Wulf,J ulie de Muynck

Nadere informatie

Referentiewaarden Eerste druk, 2008. Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Apeldoorn, Zutphen

Referentiewaarden Eerste druk, 2008. Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Apeldoorn, Zutphen Referentiewaarden Eerste druk, 2008 Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Apeldoorn, Zutphen Gelre ziekenhuizen Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium, Apeldoorn Albert Schweitzerlaan 31 Postbus

Nadere informatie

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN

SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN 1. NAAM VAN HET GENEESMIDDEL Albuman 200 g/l oplossing voor infusie 2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING Albuman 200 g/l is een oplossing die in totaal 200

Nadere informatie

Protocol Ontregelde Diabetes Mellitus Patiënt

Protocol Ontregelde Diabetes Mellitus Patiënt Doel: Het op verantwoorde wijze telefonisch heldere afspraken maken over het bijreguleren van diabetespatiënten met een hyperglycemische of hypoglycemische ontregeling. Hyperglycemie: Een episode van een

Nadere informatie

Leverenzymstoornissen. Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg

Leverenzymstoornissen. Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg Leverenzymstoornissen Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg Vrouw, 30jaar komt op mijn spreekuur Na anamnese en LO sluit ik een leverprobleem niet uit. Ik vraag probleemgeoriënteerd labonderzoek

Nadere informatie

Chronische nierinsufficiëntie bij de oudere patiënt

Chronische nierinsufficiëntie bij de oudere patiënt ... Chronische nierinsufficiëntie bij de oudere patiënt Gijs Van Pottelbergh Huisarts te Leuven Onderzoeker aan het ACHG (KULeuven) en departement gezondheidzorg en technologie (UC Leuven en Limburg) 1

Nadere informatie

Pathologie. Spasmofilie

Pathologie. Spasmofilie In AZ Sint Maarten zijn een aantal analysepanels afgesproken met en bekrachtigd door een bepaalde arts of artsengroep. De arts noteert de afgesproken panelcode op het aanvraagformulier. De bedoeling is

Nadere informatie

INFECTIEPARAMETERS! INHOUD. 1. Inleiding. 2. Infectiemarkers. 3. Conclusie

INFECTIEPARAMETERS! INHOUD. 1. Inleiding. 2. Infectiemarkers. 3. Conclusie Allemaal beestjes INFECTIEPARAMETERS! PUO Laboparameters 09 oktober 2012 Apr. Veerle Grootaert INHOUD 1. Inleiding 2. Infectiemarkers - Witte bloedcellen - Acute Fase Eiwitten: C-reactief proteïne - Sedimentatiesnelheid

Nadere informatie

Waarom aandacht chronische nierschade (CNS)? CNS. Controle nieren: meer dan albumine en kreatinine. Dr. Wim JC de Grauw. MDRD vs kreatinine klaring

Waarom aandacht chronische nierschade (CNS)? CNS. Controle nieren: meer dan albumine en kreatinine. Dr. Wim JC de Grauw. MDRD vs kreatinine klaring MDRD vs kreatinine klaring Controle nieren: meer dan albumine en kreatinine Dr. Wim JC de Grauw Huisarts Afd. Eerstelijnsgeneeskunde UMC St. Radboud Nijmegen Diabetes Huisartsen Adviesgroep (DiHAG) Lid

Nadere informatie

Wijzigingen laboratoriumbepalingen ten opzichte van de richtlijn 2006

Wijzigingen laboratoriumbepalingen ten opzichte van de richtlijn 2006 RICHTLIJN LABORATORIUMBEPALINGEN EN PERIODIEK ONDERZOEK BIJ STABIELE CHRONISCHE HD EN PD PATIËNTEN Wijzigingen laboratoriumbepalingen ten opzichte van de richtlijn 2006 - Bepaling van de aluminiumspiegel

Nadere informatie

Dienst Kwaliteit van Medische Laboratoria UNIFORMISERING VAN EENHEDEN

Dienst Kwaliteit van Medische Laboratoria UNIFORMISERING VAN EENHEDEN Commissie voor Klinische Biologie Commission de Biologie Clinique Dienst Kwaliteit van Medische Laboratoria UNIFORMISERING VAN EENHEDEN ON LINE ENQUÊTE : Implementatie van «voorkeurseenheden» in de klinische

Nadere informatie

Arteriële Hypertensie

Arteriële Hypertensie Arteriële Hypertensie Fysiopathologie Screening secundaire hypertensie B. Maes Definitie European Societies of Hypertension and Cardiology 2007 systolisch (mm Hg) Optimaal

Nadere informatie

Ongewone oorzaak van hemodynamische shock. Philippe Bernard - Radiologie Katrien Baggerman - Urgentiegeneeskunde

Ongewone oorzaak van hemodynamische shock. Philippe Bernard - Radiologie Katrien Baggerman - Urgentiegeneeskunde Ongewone oorzaak van hemodynamische shock Philippe Bernard - Radiologie Katrien Baggerman - Urgentiegeneeskunde Huidige problematiek Vrouw, 81 jaar Verwezen wegens hypotensie en bleekheid Moe, anorexie

Nadere informatie

CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie)

CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie) CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie) Uw kind is opgenomen op de Intensive Care (IC) kinderen en krijgt een behandeling die zijn of haar nierfunctie gaat vervangen, genaamd Continue Veno-Veneuze

Nadere informatie

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015 Chronische nierschade A. van Tellingen Smeerolie voor de poli 2015 Wie dient verwezen te worden? 52-jarige vrouw met diabetische nefropathie: MDRD 62 ml/min/1.73m 2 en albuminurie 28 mg/l? 68-jarige man:

Nadere informatie

Diabe&sche ketoacidose. Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015

Diabe&sche ketoacidose. Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015 Diabe&sche ketoacidose Diana Jansen, ANIOS IC 6 maart 2015 Casus 38- jarige man VG: blanco Buiten bewustzijn aangetroffen, onduidelijk of hij voordien klachten had Bij verdenking hypoglycemie in ambulance

Nadere informatie

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010 Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis 30 september 2010 Onderwerpen 1. Definitie 2. Prevalentie 3. Richtlijnen 4. Diagnostiek 5. Preventie nierfunctieverlies 6. Behandeling metabole complicaties 7.

Nadere informatie

Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013

Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013 Verkorte SKP - MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak - Juni 2013 Naam van het geneesmiddel: MOVICOL Vloeibaar Sinaasappelsmaak, concentraat voor drank Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling: Elke 25

Nadere informatie