GEZONDHEIDSENQUETE 2013

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GEZONDHEIDSENQUETE 2013"

Transcriptie

1 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL

2 Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat 14 B-1050 Brussel Depotnummer: D/2014/2505/69 Intern referentienummer PHS Report

3 10. Seksuele gezondheid AUTEUR Rana CHARAFEDDINE

4 Gelieve bij het verwijzen naar resultaten van dit hoofdstuk de volgende referentie te gebruiken: Charafeddine R. Seksuele gezondheid. In: Gisle L, Demarest S (ed.). Gezondheidsenquête Rapport 2: Gezondheidsgedrag en leefstijl. WIV-ISP, Brussel, 2014

5 INHOUDSTAFEL Samenvatting Inleiding Vragen Indicatoren Seksueel gedrag Gebruik van voorbehoedsmiddelen Resultaten Seksuele betrekkingen Leeftijd van de eerste seksuele betrekkingen Het hebben van meerdere sekspartners in de afgelopen 12 maanden Gebruik van een voorbehoedsmiddel in de afgelopen 12 maanden Discussie Bibliografie Tabellen SEKSUELE GEZONDHEID Inhoudstafel 705

6

7 SAMENVATTING Seksuele gezondheid maakt integraal deel uit van de gezondheid, het welzijn en de kwaliteit van leven. In de Gezondheidsenquête 2013 komt dit thema aan bod door twee deelgebieden te bestuderen die van kapitaal belang zijn voor de ontwikkeling van een promotieprogramma voor seksuele gezondheid: seksueel gedrag met een verhoogd risico op seksueel overdraagbare aandoeningen en ongewenste zwangerschappen en het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Seksueel gedrag De proportie mannen (83%) en vrouwen (81%), in de leeftijdsgroep van jaar, die aangeven seksuele betrekkingen te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden is quasi gelijk. Deze proportie varieert volgens de leeftijd: in de leeftijdsgroep van jaar gaat het om 63%, en stijgt in de leeftijdsgroep van jaar om daaropvolgend te dalen bij vrouwen vanaf de leeftijd van 45 jaar en bij mannen vanaf de leeftijd van 55 jaar. Bij jongeren wordt een belangrijke toename vastgesteld tussen de leeftijdsgroep van jaar (44%) en de leeftijdsgroep van jaar (84%). Deze proportie varieert tevens volgens het opleidingsniveau: de proporties stijgen van 65% bij de laagst opgeleiden tot 86% bij de hoogst opgeleiden. De proporties variëren tevens in functie van het gewest. Ze zijn het hoogst in het Vlaams Gewest (84%) en het Waals Gewest (80%) in vergelijking met het Brussels Gewest (77%). Over de tijd is er geen opmerkenswaardige evolutie voor wat deze indicator betreft, behalve in de leeftijdsgroep van jaar. In deze leeftijdsgroep kan tussen 2001/2004 en 2013 een stijging worden waargenomen, die in hoge mate te wijten is aan een toename van de proportie jongeren in het Vlaams Gewest die aangaven seksuele betrekkingen te hebben gehad. Twee vormen van seksueel risicogedrag worden in deze enquête bestudeerd: het vroegtijdig hebben van seksuele betrekkingen, gedefinieerd als seksuele betrekkingen voor de leeftijd van 15 jaar, en het hebben van meer dan één sekspartner in de afgelopen 12 maanden. Ook wordt het gebruik van een condoom bij personen met meerdere recente partners voorgesteld. In België gaf 5% van de bevolking van 15 tot 64 jaar, die minstens eenmaal in hun leven seks hebben gehad, aan dat dit voor het eerst gebeurde vóór de leeftijd van 15 jaar. Voor wat betreft multipartners, heeft 9% van de seksueel actieve bevolking van jaar twee of meer sekspartners gehad in de afgelopen 12 maanden. Slechts 41% van deze groep heeft tijdens de laatste seksuele betrekkingen een condoom gebruikt. Seksueel risicogedrag wordt frequenter bij mannen waargenomen: mannen zijn relatief talrijker om meerdere sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden (11% bij mannen tegen 6% bij vrouwen). Enkel in het Waals Gewest geven mannen relatief meer dan vrouwen aan vroegtijdige seksuele betrekkingen te hebben gehad (10% bij mannen en 3% bij vrouwen). SEKSUELE GEZONDHEID Samenvatting 707 Dergelijk risicogedrag komt relatief frequenter voor bij jongeren. Jongeren in de leeftijdsgroep van jaar melden relatief meer vroegtijdige seksuele betrekkingen te hebben gehad in vergelijking met de oudere leeftijdsgroepen (12% in de leeftijdsgroep van jaar tegen 2% in de leeftijdsgroep van jaar) en rapporteren relatief meer meerdere sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden (23% tegen 3% in de leeftijdsgroep van jaar). Het gebruik van een condoom bij diegenen die meerdere sekspartners in de afgelopen 12 maanden hadden, is relatief hoger bij jongeren in de leeftijdsgroep van jaar (51%) dan in de oudere leeftijdsgroepen (22% in de leeftijdsgroep van jaar), maar het gebruik van een condoom blijft eerder beperkt in deze risicogroepen (41%). Seksueel risicogedrag hangt samen met het opleidingsniveau. De laagst opgeleide personen geven relatief meer aan vroegtijdige seksuele betrekkingen te hebben gehad (7%) dan de hoogst opgeleiden (3%). Specifiek voor het Vlaams Gewest, geven de laagst opgeleiden relatief meer aan recent meerdere sekspartners te hebben gehad dan de hoogst opgeleiden.

8 Er bestaan ook gewestelijke verschillen in seksueel risicogedrag, maar enkel met betrekking tot het recent hebben van meerdere sekspartners. De percentages hieromtrent zijn het hoogst in het Brussels Gewest (18%), gevolgd door het Waals Gewest (10%) en het Vlaams Gewest (7%). Het gebruik van voorbehoedsmiddelen Naast seksueel risicogedrag, heeft de gezondheidsenquête ook het gebruik van voorbehoedsmiddelen bij seksueel actieve vrouwen van jaar en de evolutie ervan over de tijd nagegaan. De analyses geven aan dat het gebruik van voorbehoedsmiddelen in België wijdverspreid is; bijna driekwart van de vrouwen in de hier bestudeerde leeftijdsgroep gaf aan een voorbehoedsmiddel te gebruiken. Dit cijfer is nog hoger bij jonge vrouwen waar 9 op 10 vrouwen aangeven één of ander voorbehoedsmiddel te gebruiken. Er kan echter vastgesteld worden dat lager opgeleide vrouwen relatief minder dan hoog opgeleide vrouwen een voorbehoedsmiddel gebruiken (48% tegen 80%). SEKSUELE GEZONDHEID Samenvatting Welk voorbehoedsmiddel wordt gebruikt varieert volgens de socio-demografische omstandigheden waarin de vrouwen zich bevinden. Het meest populaire voorbehoedsmiddel in België blijft de pil, maar het gebruik ervan daalt met de leeftijd (82% in de leeftijdsgroep van jaar tegen 36% in de leeftijdsgroep van jaar) en wordt ingeruild voor andere voorbehoedsmiddelen, vooral dan het spiraaltje, sterilisatie en de patch of vaginale ring. Hoger opgeleide vrouwen gebruiken relatief meer het spiraaltje dan lager opgeleide vrouwen. Ook gewestelijke verschillen kunnen worden vastgesteld. In het Brussels Gewest zijn niet-medische voorbehoedsmiddelen (condoom, sponsje ) iets populairder dan in de overige gewesten, zoals ook de morning after pil. Lange-termijn voorbehoedsmiddelen (spiraaltje) worden dan weer relatief minder gebruikt in het Brussels Gewest. Het gebruik van onomkeerbare anticonceptie is relatief het hoogst in het Vlaams Gewest, terwijl het gebruik van de pil er relatief laag is. De gebruikte voorbehoedsmiddelen zijn significant veranderd in de loop van de tijd. De pil werd beetje bij beetje ingeruild voor andere middelen, vooral dan het spiraaltje, de patch of de vaginale ring. Ook het gebruik van onomkeerbare middelen (sterilisatie) heeft aan belang verloren. Daarentegen is het gebruik van de morning after pil toegenomen, zelfs indien het gebruik ervan eerder beperkt is in België. 708

9 1. INLEIDING Seksuele gezondheid maakt integraal deel uit van de gezondheid, het welzijn en de kwaliteit van leven. Ze wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) omschreven als een staat van fysiek, emotioneel, mentaal en sociaal welzijn in relatie tot seksualiteit en niet gewoonweg als de afwezigheid van ziekten, disfunctioneren of gebreken 1. Het is een onderwerp van groot belang voor de ontwikkeling van programma s in het kader van gezondheidspromotie vanwege twee belangrijke kwesties: de preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) 2 en de preventie van ongewenste zwangerschappen. SOA s vormen een belangrijke oorzaak van morbiditeit en vermijdbare mortaliteit in de bevolking (1). Terwijl sommige infecties asymptomatisch zijn, zijn anderen dodelijk of kunnen ze complicaties veroorzaken zoals buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, miskramen, abortussen, onvruchtbaarheid, bekkenontstekingen, levercirrose en kankers. Zij kunnen ook de aanleiding zijn van soms intense psychische problemen. De behandelingen van deze infecties zijn zeer duur, zeker omdat ze in sommige gevallen een jarenlange medische opvolging vergen. Bovendien wordt de impact van SOA s versterkt gezien ze het risico verhogen op het krijgen of doorgeven van het human immunodeficiency virus (HIV) (2). Sinds het begin van de jaren 2000 kan in België, zoals in de andere Europese landen, een heropflakkering van bepaalde SOA s worden vastgesteld. In de periode steeg de gemiddelde jaarlijkse incidentie van Chlamydia trachomatis met 16%, van Gonorroe met 13% en van Syfilis met 25% (3). Ook is tussen 1997 en 2012 het aantal nieuwe gediagnosticeerde HIV gevallen op jaarbasis gestegen met 75% (4). Voor bepaalde SOA s is het niet duidelijk of de toename te wijten is aan een reële stijging van het aantal getroffen personen of ze het resultaat is van veranderingen in diagnosemethodes en aangiften. Hoe dan ook, SOA s vertegenwoordigen een belangrijk aandachtspunt voor de volksgezondheid. Risico s verbonden met seksuele activiteit hebben betrekking op het voorkomen van niet gewenste zwangerschappen (1). Dergelijke zwangerschappen kunnen negatieve gevolgen hebben voor zowel de moeder als het kind, zeker in het geval van vroegtijdige zwangerschappen 3. Kinderen van tienermoeders hebben een verhoogd risico op een laag geboortegewicht, op een vroeggeboorte en op sterfte in het eerste levensjaar. Vroegtijdige zwangerschappen hebben tevens economische en sociale gevolgen. Tienermoeders lopen een risico hun studies af te breken, zwakke economische en professionele perspectieven te hebben en slechts te kunnen rekenen op een beperkt inkomen. In België bestaan geen cijfers die toelaten de prevalentie van ongewenste zwangerschappen in te schatten. We kunnen niettemin verwijzen naar de gegevens aangaande vrijwillige zwangerschapsafbrekingen om een idee te hebben van het belang van dit fenomeen. Sinds 3 april 1990 bestaat er in België een wet die abortus althans gedeeltelijk depenaliseert. SEKSUELE GEZONDHEID 1. Inleiding Parallel met de afkondiging van deze wet, werd via een andere wet de oprichting van een Nationale Evaluatiecommissie betreffende de zwangerschapsafbreking geregeld, belast met opmaken van tweejaarlijkse statistische rapporten gebaseerd op de registratie van het aantal abortussen uitgevoerd in de ziekenhuizen en buiten de ziekenhuizen. Het voorlopig laatste rapport van deze Commissie werd in 2012 gepubliceerd en omvat de periode Volgens dit rapport is het aantal abortussen per 100 geboortes stabiel gebleven voor de periode : 14 à 15%. De Belgische cijfers zijn uitzonderlijk laag in vergelijking met deze in andere geïndustrialiseerde landen (5). Bovendien, zo stelt de Commissie, wijzen de cijfers niet op een oververtegenwoordiging van jongeren die een abortus ondergaan. Men wordt in België, in vergelijking met andere geïndustrialiseerde landen, minder geconfronteerd met vroegtijdige zwangerschappen. Niettemin is het belangrijk te onderstrepen dat het cijfer van vrijwillige zwangerschapsafbrekingen niet gedaald is over de tijd Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA s) worden voornamelijk verspreid door seksueel contact van persoon tot persoon; echter bepaalde SOA s zoals syfilis en HIV kunnen ook worden overgedragen door andere contactvormen

10 Dit hoofdstuk over seksuele gezondheid bestaat uit twee delen. In een eerste deel wordt dieper ingegaan op het seksueel gedrag van de bevolking, met name op risicovol seksueel gedrag. Het gebruik van voorbehoedsmiddelen wordt bestudeerd in een tweede deel. De integratie van deze thema s in de gezondheidsenquête biedt de mogelijkheid om deze problematiek bij een representatieve steekproef van de algemene bevolking te bestuderen. Naast de gezondheidsenquête bestaan nog studies naar seksueel gedrag en het gebruik van voorbehoedsmiddelen, maar deze zijn ofwel beperkt tot een bepaalde leeftijdsgroep (zoals de HBSC over het gezondheidsgerelateerd gedrag van kinderen op schoolgaande leeftijd 5 ) of tot een bepaalde gewest (bijvoorbeeld het project Sexpert 6 in het Vlaams Gewest). De Gender and Generation Survey 7 verschaft dan weer informatie over het gebruik van voorbehoedsmiddelen, maar niet over seksueel risicogedrag. SEKSUELE GEZONDHEID 1. Inleiding

11 2. VRAGEN De vragen rond seksuele gezondheid zijn opgenomen in de schriftelijke vragenlijst en richten zich uitsluitend tot personen van 15 jaar en ouder. De vragen zijn de volgende: RH01 Hebt u ooit seksuele betrekkingen gehad? Ja/Neen (Indien Neen, ga naar het volgende onderdeel) RH02 RH03 Hoe oud was u toen u voor het eerst seksuele betrekkingen had? Hebt u de afgelopen 12 maanden seksuele betrekkingen gehad? Ja/Neen (Indien Neen, ga naar het volgende onderdeel) RH04 Met hoeveel verschillende partners hebt u de afgelopen 12 maanden seksuele betrekkingen gehad? RH05 RH06 RH07 1 partner /2 partners /3 partners/4 of meer partners Gebruikte u een condoom toen u de laatste keer seksuele betrekkingen had? Ja/Neen Gebruikte u of uw partner(s) in de afgelopen 12 maanden een methode van geboortebeperking (om een zwangerschap te vermijden)? Ja/Neen (Indien Neen, ga naar het volgende onderdeel) Welke methode(n) van geboortebeperking hebt u of uw partner(s) de afgelopen 12 maanden gebruikt? (Meerdere antwoorden mogelijk) De pil Een patch of plakpil Een staafje (implantaat) Een prikpil (zoals Depo-Provera ) Een vaginale ring (zoals NuvaRing ) Een spiraaltje Een morning after pil Een diafragma Een zaaddodend middel of een sponsje Een condoom voor mannen Een condoom voor vrouwen Periodieke onthouding Zich terugtrekken Sterilisatie van de vrouw Sterilisatie van de man Andere methode. Welke:.. SEKSUELE GEZONDHEID 2. Vragen 711

12

13 3. INDICATOREN Zoals vermeld in de inleiding, hebben de indicatoren die in dit hoofdstuk bestudeerd worden, betrekking op twee thema s in verband met seksuele gezondheid: seksueel gedrag en anticonceptie SEKSUEEL GEDRAG SEKSUELE BETREKKINGEN IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN RH03_1 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden LEEFTIJD VAN DE EERSTE SEKSUELE BETREKKINGEN RH02_2 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat al ooit seksuele betrekkingen heeft gehad waarbij het eerste seksueel contact plaatsvond vóór de leeftijd van 15 jaar. Vroegtijdige seksuele betrekkingen worden beschouwd als een seksueel risicogedrag en worden in de literatuur geassocieerd met gedrag zoals onbeschermde betrekkingen of het hebben van meerdere sekspartners. Deze verhogen het risico op SOA s en het risico van ongeplande zwangerschappen (6). Gezien vroegtijdige seksuele betrekkingen de kans op SOA s vergroot, heeft het UNAIDS programma een verandering ingevoerd door in haar jaarverslagen over AIDS een indicator aangaande vroegtijdige seksuele betrekkingen op te nemen. Het is echter belangrijk te melden dat het concept vroegtijdige leeftijd bij de eerste seksuele relatie niet echt duidelijk omschreven is. In dit rapport beschouwen we, in navolging van UNAIDS, vroegtijdige seksuele betrekkingen, betrekkingen vóór de leeftijd van 15 jaar HET HEBBEN VAN MEERDERE SEKSPARTNERS IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN De volgende indicatoren hebben betrekking op personen van 15 tot 64 jaar die seksueel actief zijn. Dit betekent dat deze personen minstens eenmaal seksuele betrekkingen hebben gehad in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan de bevraging. RH04_1 Percentage van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar dat twee of meer sekspartners heeft gehad in de afgelopen 12 maanden Het hebben van meerdere sekspartners in de loop van de afgelopen 12 maanden wordt ook beschouwd als een indicator voor seksueel risicogedrag, vooral voor SOA s (7). Deze indicator werd ook opgenomen in de lijst van indicatoren opgesomd in de jaarverslagen van UNAIDS. SEKSUELE GEZONDHEID 3. Indicatoren 713 Het is belangrijk eraan te herinneren dat het aantal sekspartners geen risicofactor op zich is, maar een indicator voor een risico. Inderdaad, het risico is wellicht minder groot bij iemand die meerdere partners heeft, maar zich tijdens elke seksueel contact beschermt, dan bij iemand die slechts één partner heeft maar niet beschermde betrekkingen heeft (7). Daarom werd in de lijst van indicatoren van UNAIDS een indicator opgenomen met betrekking tot het gebruik van een condoom/voorbehoedsmiddel tijdens het laatste seksueel contact bij personen met meerdere sekspartners. RH_1 Percentage van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar dat twee of meer sekspartners heeft gehad in de afgelopen 12 maanden en een condoom heeft gebruikt tijdens het laatste contact. Deze indicator zal hier enkel op nationaal niveau worden voorgesteld, gezien het beperkt aantal personen dat in onze steekproef aangeeft meerdere sekspartners te hebben, eerder beperkt is waardoor de resultaten van deze indicator met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden.

14 Deze indicator is opgenomen in de lijst van indicatoren van UNAIDS, zelfs indien ze geen informatie biedt over het systematisch gebruik van een condoom. Een mogelijk alternatieve benadering, nl. vragen of het voorbehoedsmiddel altijd, soms of nooit gebruikt wordt tijdens seksuele betrekkingen met meerdere occasionele partners tijdens een bepaalde periode, zou onderhevig zijn aan een herinneringsbias (geheugenfout). Bovendien, het feit dat een voorbehoedsmiddel tijdens het meest recente seksueel contact met een occasionele partner werd gebruikt, zal wellicht aangeven dat dergelijk middel regelmatig bij dergelijke contacten wordt gebruikt GEBRUIK VAN VOORBEHOEDSMIDDELEN De volgende indicatoren hebben betrekking op vrouwen van 15 tot 64 jaar die «seksueel actief» zijn. Dit laatste betekent dat ze minstens eenmaal seksuele betrekkingen hebben gehad in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan het interview. RH06_1 Percentage van seksueel actieve vrouwen van 15 tot 54 jaar dat (zijzelf of hun partner(s)) een voorbehoedsmiddel heeft gebruikt in de afgelopen 12 maanden. SEKSUELE GEZONDHEID 3. Indicatoren RH07_2 Verdeling van de seksueel actieve vrouwen van 15 tot 54 jaar die (zijzelf of hun partner(s)) een voorbehoedsmiddel hebben gebruikt in de afgelopen 12 maanden volgens het type voorbehoedsmiddel. Indien een vrouw aangaf verschillende voorbehoedsmiddelen te gebruiken (bv. pil én condoom) werd de meest effectieve methode weerhouden (voor evaluatie van effectiviteit van voorbehoedsmiddelen zie: Indien beide methodes even effectief zijn wordt de langst werkende weerhouden. Indien één van de gebruikte methodes echter de morning after pil was, wordt deze altijd geselecteerd, vanwege het specifieke karakter van deze methode. 714

15 4. RESULTATEN 4.1. SEKSUELE BETREKKINGEN BELGIË In 2013 geeft 82% van de bevolking van 15 tot 64 jaar aan seksuele betrekkingen te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Analyse volgens geslacht en leeftijd In België is de proportie van de bevolking van 15 tot 64 jaar die seksuele betrekkingen heeft gehad gelijkaardig voor mannen (83%) en vrouwen (81%). In de leeftijdsgroep van jaar kan een grotere proportie teruggevonden worden bij vrouwen (67%) dan bij mannen (59%), na de leeftijd van 45 jaar kan net het tegenovergestelde worden vastgesteld. Deze proportie varieert in functie van de leeftijd: ze is het laagst bij jongeren van jaar (63%), stijgt in de leeftijdsgroep jaar en begint bij vrouwen te dalen vanaf de leeftijd van 45 jaar en bij mannen vanaf de leeftijd van 55 jaar (Figuur 1). Bij jongeren kan een belangrijke toename worden waargenomen van het percentage dat seksuele betrekkingen had in de afgelopen 12 maanden tussen de leeftijdsgroep jaar (44%) en jaar (84%). Figuur 1 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 715 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken Seksuele activiteit hangt samen met het opleidingsniveau. Er kan een aanzienlijke opleidingsgradiënt vastgesteld worden in verband met de proportie personen die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Deze proporties gaan van 65% bij de laagst opgeleiden tot 86% bij de hoogst opgeleiden. Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. De proportie personen die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden varieert in functie van de urbanisatiegraad. Bij personen die wonen in halfstedelijke gebieden (84%) en landelijke gebieden (84%) is de proportie die aangeeft seksuele betrekkingen te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden hoger dan bij inwoners van stedelijke gebieden (79%). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht.

16 Evolutie over de tijd Op nationaal niveau is de proportie personen die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden gedaald tussen 2001 (83%) en 2004 (80%) om daaropvolgend weer te stijgen tussen 2004 en 2013 (82%) (Figuur 2). Enkel het verschil tussen de proporties in 2001 en 2004 is statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Bij de jongeren in de leeftijdsgroep jaar kan een stijging van het percentage dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de aflopen 12 maanden van 34% in 2001 en 2004 tot 44% in 2013 worden vastgesteld waarbij het verschil tussen 2001/2004 en 2013 (in zeer beperkte mate) significant is na correctie voor geslacht. Figuur 2 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens gewest en jaar, Gezondheidsenquête, België, 2013 SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten GEWESTEN Het percentage van de bevolking dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden verschilt volgens gewest, met een hoger cijfer in het Vlaams Gewest (84%) en het Waals Gewest (80%) in vergelijking met het Brussels Gewest (77%) (Figuur 2). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest meldt 84% van de bevolking dat ze seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden. Analyse volgens geslacht en leeftijd De proportie van de bevolking van 15 tot 64 jaar die seksuele betrekkingen heeft gehad, is gelijkaardig voor mannen (84%) en vrouwen (83%). In de leeftijdsgroep van jaar kan een grotere proportie teruggevonden worden bij vrouwen (69%) dan bij mannen (62%), maar deze tendens is omgekeerd in de leeftijdstijdsgroep jaar en na de leeftijd van 55 jaar (Figuur 3). Deze proportie varieert in functie van de leeftijd: ze is het laagst bij jongeren van haar (66%), ze stijgt in de leeftijdsgroep jaar en begint te dalen bij vrouwen en mannen vanaf de leeftijd van 55 jaar (Figuur 3). Bij de jongeren kan een belangrijke sprong waargenomen worden tussen de leeftijdsgroep jaar (53%) en jaar (82%).

17 Figuur 3 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken Seksuele activiteit hangt samen met het opleidingsniveau. De proportie personen van 15 tot 64 jaar die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden stijgt van 70% bij de laagst opgeleiden tot 88% bij de hoogst opgeleiden. Bij personen die wonen in halfstedelijke gebieden (84%) en landelijke gebieden (87%) is de proportie die aangeeft seksuele betrekkingen te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden hoger dan bij inwoners van stedelijke gebieden (80%). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Evolutie over de tijd In het Vlaams Gewest is de proportie personen die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden niet significant veranderd over de tijd, maar stabiel gebleven op 84% in zowel 2001 als SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten Bij jongeren van jaar kan een stijging worden vastgesteld van het percentage dat seksuele betrekkingen in de afgelopen 12 maanden meldt van 34% in 2001 tot 53% in Het verschil tussen 2001/2004 en 2013 is statistisch significant is na correctie voor geslacht. 717 Brussels Gewest In het Brussels Gewest meldt 77% van de bevolking dat ze seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden. Analyse volgens leeftijd en geslacht De proportie van de bevolking van 15 tot 64 jaar die seksuele betrekkingen heeft gehad, is na correctie voor leeftijd niet significant verschillend voor mannen (80%) en vrouwen (75%). In de leeftijdsgroep van jaar kan een grotere proportie teruggevonden worden bij vrouwen (67%) dan bij mannen (58%), na de leeftijd van 45 jaar kan net het tegenovergestelde worden vastgesteld. Deze proportie varieert in functie van de leeftijd: ze is het laagst bij jongeren van jaar (63%), ze stijgt in de leeftijdsgroep jaar en begint bij vrouwen en mannen te dalen vanaf de leeftijd van 55 jaar (Figuur 4). Bij jongeren kan een belangrijke toename worden waargenomen van het percentage dat seksuele betrekkingen

18 heeft gehad in de afgelopen twaalf maanden tussen de leeftijdsgroep jaar (30%) en jaar (78%). Figuur 4 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 718 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken Seksuele activiteit hang samen met het opleidingsniveau. De proportie personen van 15 tot 64 jaar die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden stijgt van 41% bij de laagst opgeleiden tot 83% bij de hoogst opgeleiden. Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Evolutie over de tijd De proportie personen die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden daalde van 79% in 2001 tot 74% in 2004 om daaropvolgend weer te stijgen tot 77% in Enkel het verschil tussen 2001 en 2004 is statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Het percentage jongeren van jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden evolueert van 26% in 2001, over 23% in 2004 tot 30% in Maar, in tegenstelling tot de bevindingen voor het Vlaams Gewest, is deze evolutie niet statistisch significant na correctie voor geslacht. Waals Gewest In het Waals Gewest meldt 80% van de bevolking dat ze seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden. Analyse volgens leeftijd en geslacht De proportie van de bevolking van 15 tot 64 jaar die seksuele betrekkingen hebben gehad is gelijkaardig voor mannen (81%) en vrouwen (80%). In de leeftijdsgroep van jaar kan een grotere proportie teruggevonden worden bij vrouwen (64%) dan bij mannen (54%), na de leeftijd van 45 jaar kan net het tegenovergestelde worden vastgesteld. Deze proportie varieert in functie van de leeftijd: ze is het laagst bij jongeren van jaar (59%), ze stijgt in de leeftijdsgroep jaar en begint bij vrouwen te dalen vanaf de leeftijd van 45 jaar en bij mannen vanaf de leeftijd van 55 jaar (Figuur 5). Bij de jongeren kan een belangrijke toename worden waargenomen van het percentage dat seksuele betrekkingen meldt in de afgelopen 12 maanden tussen de leeftijdsgroep jaar (29%) en jaar (88%).

19 Figuur 5 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken De proportie personen van 15 tot 64 jaar die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden stijgt van 64% bij de laagst opgeleiden tot 84% bij de hoogst opgeleiden. Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Voor het Waals Gewest lijkt de urbanisatiegraad niet samen te hangen met de proportie personen die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Evolutie over de tijd De proportie personen die seksuele betrekkingen hebben gehad in de afgelopen 12 maanden daalde van 84% in 2001 tot 79% in 2004 om daaropvolgend te stabiliseren op 80% in Enkel het verschil tussen 2001 en 2004 is statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. In tegenstelling tot het Vlaams Gewest, is het percentage jongeren van jaar dat seksuele betrekkingen heeft gehad in de afgelopen 12 maanden gedaald van 37% in 2001 en 2004 tot 29% in 2013, maar deze is daling niet statistisch significant na correctie voor geslacht. SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten LEEFTIJD VAN DE EERSTE SEKSUELE BETREKKINGEN Het concept van de eerste vroegtijdige seksuele betrekking wordt gebruikt als een indicator voor seksueel risicogedrag met een verhoogd risico op SOA s en niet geplande zwangerschappen. De volgende analyse heeft betrekking op de bevolking van 15 tot 64 jaar die aangaf minstens eenmaal in hun leven seksuele betrekkingen te hebben gehad BELGIË In 2013 gaf 5% van de bevolking van 15 tot 64 jaar die ooit seksuele betrekkingen heeft gehad, een eerste seksueel contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar.

20 Analyse volgens leeftijd en geslacht Op nationaal niveau is er geen statistisch significant verschil tussen het percentage mannen (6%) en vrouwen (4%) dat vroegtijdig seksuele betrekkingen heeft. Van de jonge vrouwen (15 24 jaar) die al ooit seksuele betrekkingen hadden, geeft 14% een eerste seksueel contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar; bij jonge mannen is dit 9%. Deze percentages liggen omgekeerd in de overige leeftijdsgroepen. Deze resultaten dienen echter met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden gezien de betrouwbaarheidsintervallen zeer groot zijn (Figuur 6). De leeftijd heeft een belangrijke impact op het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Bij jongeren van jaar die al seksuele betrekkingen hebben gehad, geeft 12% een eerste seksueel contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar; in de leeftijdsgroepen vanaf 35 jaar liggen deze percentages veel lager (5% in de leeftijdsgroep jaar, 2% in de leeftijdsgroep jaar). Figuur 6 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat al ooit seksuele betrekkingen heeft gehad waarbij het eerste seksueel contact plaatsvond vóór de leeftijd van 15 jaar, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 720 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken Het opleidingsniveau hangt samen met het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Het percentage personen dat seksuele betrekkingen had vóór de leeftijd van 15 jaar is minder hoog bij diegenen met een diploma hoger onderwijs (3%) in vergelijking met diegenen met een diploma hoger secundair onderwijs of lager (met percentages tussen 7% en 8%). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. De urbanisatiegraad vertoont geen enkele samenhang met het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Evolutie over de tijd Deze indicator werd in 2013 voor het eerst in de Gezondheidsenquête opgenomen. Een vergelijking met de resultaten van vorige enquêtes is dus niet mogelijk.

21 4.2.2 GEWESTEN Er bestaan geen gewestelijke verschillen voor wat het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen betreft. Het percentage is iets lager voor het Vlaams Gewest (4%) dan voor het Brussels of het Waals Gewest (6%), maar dit verschil is niet statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest gaf 4% van de bevolking van 15 tot 64 jaar die ooit seksuele betrekkingen heeft gehad, een eerste seksueel contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar. Analyse volgens leeftijd en geslacht In het Vlaams Gewest is er geen statistisch significant verschil tussen het percentage mannen (4%) en vrouwen (5%) dat vroegtijdig seksuele betrekkingen had. Van de jonge vrouwen (15 24 jaar) die al ooit seksuele betrekkingen hebben gehad, geeft 21% een seksueel contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar; bij jonge mannen is dit 8%. Deze resultaten dienen echter met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden gezien de betrouwbaarheidsintervallen zeer groot zijn (Figuur 7). De leeftijd heeft een belangrijke impact op het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Van de jongeren van jaar die al seksuele betrekkingen hebben gehad, geeft 15% een seksueel contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar; in de leeftijdsgroepen vanaf 35 jaar liggen deze percentages veel lager (2% in de leeftijdsgroep jaar, 1% in de leeftijdsgroep jaar). Figuur 7 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat al ooit seksuele betrekkingen heeft gehad waarbij het eerste seksueel contact plaatsvond vóór de leeftijd van 15 jaar, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 721 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken Het opleidingsniveau hangt samen met het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Het percentage personen dat seksuele betrekkingen had vóór de leeftijd van 15 jaar is minder hoog bij diegenen met een diploma hoger onderwijs (2%) in vergelijking met diegenen met een ander diploma (met percentages tussen 6% en 8%). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht.

22 De urbanisatiegraad vertoont geen enkele samenhang met het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Evolutie over de tijd Deze indicator werd in 2013 voor het eerst in de Gezondheidsenquête opgenomen. Een vergelijking met de resultaten van vorige enquêtes is dus niet mogelijk. Brussels Gewest In het Brussels Gewest gaf 6% van de bevolking van 15 tot 64 jaar die ooit seksuele betrekkingen heeft gehad, een eerste seksueel contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar. Analyse volgens leeftijd en geslacht In het Brussels Gewest is er geen statistisch significant verschil tussen het percentage mannen (8%) en vrouwen (5%) dat vroegtijdige seksuele betrekkingen had. In tegenstelling tot het Vlaams Gewest, is het percentage jonge mannen, die al seksuele betrekkingen hebben gehad en die een eerste seksuele betrekking aangeven vóór de leeftijd van 15 jaar (25%), hoger dan bij jonge vrouwen (10%). Dit is overigens ook het geval voor de andere leeftijdsgroepen. Deze resultaten dienen ook hier met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden gezien de betrouwbaarheidsintervallen zeer groot zijn (Figuur 8). SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten De leeftijd heeft een belangrijke impact op het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Van de jongeren van jaar, die al seksuele betrekkingen hebben gehad, geeft 17% een seksuele contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar; in de oudere leeftijdsgroepen liggen deze percentages veel lager; 2% in de leeftijdsgroep jaar, 3% in de leeftijdsgroep jaar. De verdeling volgens leeftijd is verschillend bij vrouwen dan bij mannen. Bij vrouwen kan in het Brussels Gewest geen statistisch significante samenhang gevonden worden tussen leeftijd en vroegtijdige seksuele betrekkingen. Bij mannen, is dit percentage veel hoger in de leeftijdsgroep jaar (25%) in vergelijking met de percentages in de leeftijdsgroepen jaar (2%) en jaar (4%). Figuur 8 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat al ooit seksuele betrekkingen heeft gehad waarbij het eerste seksueel contact plaatsvond vóór de leeftijd van 15 jaar, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest 722

23 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken In het Brussels Gewest varieert het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen niet met het opleidingsniveau. Evolutie over de tijd Deze indicator werd in 2013 voor het eerst in de Gezondheidsenquête opgenomen. Een vergelijking met de resultaten van vorige enquêtes is dus niet mogelijk. Waals Gewest In het Waals Gewest gaf 6% van de bevolking van 15 tot 64 jaar, die ooit seksuele betrekkingen heeft gehad, een eerste seksuele contact aan vóór de leeftijd van 15 jaar. Analyse volgens leeftijd en geslacht In het Waals Gewest en dit in tegenstelling tot de andere gewesten - geven mannen significant meer aan vroegtijdige seksuele betrekkingen te hebben gehad (10%) dan vrouwen (3%). Dit is het geval voor alle leeftijdsgroepen, ook voor de jongste leeftijdsgroep. Deze resultaten dienen ook hier met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden gezien de betrouwbaarheidsintervallen zeer groot zijn (Figuur 9). Ook de relatie tussen het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen en de leeftijd is verschillend van de andere gewesten. Een eerste vaststelling is dat het niet in de jongste leeftijdsgroep (15-24 jaar) is waar het hoogste percentage voor het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen kan worden teruggevonden, maar wel in de leeftijdsgroep jaar. Het percentage personen dat vroegtijdige seksuele betrekkingen had, verschilt per leeftijdsgroep, maar enkel het verschil in percentage teruggevonden in de leeftijdsgroep jaar (10%) is significant hoger dan het percentage voor de leeftijdsgroep jaar (3%). De leeftijdsverdeling is verschillend bij mannen en vrouwen. Bij vrouwen kan geen samenhang vastgesteld worden tussen leeftijd en het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Bij mannen is er een statistisch significant verschil tussen de percentages die teruggevonden werden in de leeftijdsgroep jaar (15%) met deze van toepassing voor de leeftijdsgroep jaar (4%). Figuur 9 Percentage van de bevolking van 15 tot 64 jaar dat al ooit seksuele betrekkingen heeft gehad waarbij het eerste seksueel contact plaatsvond vóór de leeftijd van 15 jaar, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 723

24 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken Het opleidingsniveau hangt samen met het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Het percentage personen dat seksuele betrekkingen had voor de leeftijd van 15 jaar is minder hoog bij diegenen met een diploma hoger onderwijs (4%) in vergelijking met diegenen met een diploma hoger secundair of lager (met percentages tussen 8% en 9%). Enkel het verschil tussen de laagst opgeleiden en de hoogst opgeleiden is statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. In het Waals Gewest vertoont de urbanisatiegraad geen enkele samenhang met het hebben van vroegtijdige seksuele betrekkingen. Evolutie over de tijd Deze indicator werd in 2013 voor het eerst in de Gezondheidsenquête opgenomen. Een vergelijking met de resultaten van vorige enquêtes is dus niet mogelijk. SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten HET HEBBEN VAN MEERDERE SEKSPARTNERS IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN Het aantal partners is een indicator voor risicovol seksueel gedrag, zeker in het geval van SOA s. De volgende analyses hebben betrekking op personen van 15 tot 64 jaar die seksueel actief zijn. Dit betekent dat deze personen minstens eenmaal seksuele betrekkingen hebben gehad in de 12 maanden voorafgaand aan het interview BELGIË In 2013 stelt 9% van de seksueel actieve bevolking van jaar twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Slechts 41% van deze groep heeft tijdens de laatste seksuele betrekkingen een condoom gebruikt. Analyse volgens leeftijd en geslacht In België zijn er relatief meer mannen (11%) dan vrouwen (6%) die geven twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Dit verschil is significant na correctie voor leeftijd. Daarentegen is er geen statistisch significant verschil vast te stellen voor wat het gebruik van een condoom tijdens de laatste seksuele betrekkingen betreft (43% bij mannen, 37% bij vrouwen). Het hebben van meerdere partners wordt relatief meer gerapporteerd door jongeren; 23% in de leeftijdsgroep jaar tegen 3% à 10% bij diegenen van 25 jaar en ouder. Deze verdeling volgens leeftijd is gelijkaardig bij mannen en vrouwen (Figuur 10). Jongeren met meerdere partners gebruiken meer het condoom dan ouderen met meerdere partners (51% in de leeftijdsgroep jaar tegen 22% in de leeftijdsgroep jaar) en dit verschil is statistisch significant na correctie voor geslacht.

25 Figuur 10 Percentage van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar dat twee of meer sekspartners heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken In België varieert het percentage personen dat aangeeft twee of meerdere partners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden niet op een statistisch significante wijze volgens opleidingsniveau of urbanisatiegraad. In dezelfde zin varieert het gebruik van een condoom niet in functie van de hier gehanteerde socio-economische indicatoren. Evolutie over de tijd Deze indicator werd in 2013 voor het eerst in de Gezondheidsenquête opgenomen. Een vergelijking met de resultaten van vorige enquêtes is dus niet mogelijk GEWESTEN Er kunnen significante verschillen vastgesteld worden voor wat betreft het hebben van meerdere partners in de afgelopen 12 maanden (Figuur 11). Dit percentage is hoger in het Brussels Gewest (18%) dan in het Waals Gewest (10%) of het Vlaams Gewest (7%). Deze verschillen zijn significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Daarentegen varieert het gebruik van een condoom door mensen met meerdere partners niet significant volgens gewest, zelfs indien dit percentage hoger lijkt in het Brussels Gewest (50% in het Brussels Gewest tegen 39% in beide overige gewesten). SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 725

26 Figuur 11 Percentage van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar dat twee of meer sekspartners heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens gewest, Gezondheidsenquête, België, 2013 SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 726 Vlaams Gewest In het Vlaams Gewest geeft 7% van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar aan twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Analyse volgens leeftijd en geslacht In het Vlaams Gewest is het percentage mannen dat aangeeft twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden hoger (9%) dan bij vrouwen (4%). Dit verschil is significant na correctie voor leeftijd. Het hebben van meerdere sekspartners wordt frequenter gerapporteerd door jongeren: 20% in de leeftijdsgroep van jaar tegen 2% à 8% bij diegenen van 25 jaar en ouder. De verdeling volgens leeftijd is gelijkaardig bij mannen en vrouwen (Figuur 12). Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken In het Vlaams Gewest varieert het percentage personen dat aangeeft twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden met het opleidingsniveau. De laagst opgeleide personen melden relatief meer meerdere sekspartners te hebben gehad (14%) in vergelijking met diegenen met een diploma hoger secundair (7%) of hoger onderwijs (6%). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd en geslacht. Deze resultaten moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden gezien het zeer grote betrouwbaarheidsinterval rond het percentage teruggevonden bij de laagst opgeleiden. Het hebben van meerdere sekspartners in de afgelopen 12 maanden vertoont geen enkele samenhang met de urbanisatiegraad in het Vlaams Gewest. Evolutie over de tijd Deze indicator werd in 2013 voor het eerst in de Gezondheidsenquête opgenomen. Een vergelijking met de resultaten van vorige enquêtes is dus niet mogelijk.

27 Figuur 12 Percentage van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar dat twee of meer sekspartners heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Vlaams Gewest Brussels Gewest In het Brussels Gewest geeft 18% van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar aan twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Analyse volgens leeftijd en geslacht In het Brussels Gewest is er in tegenstelling tot de overige gewesten geen statistische verschil tussen het percentage mannen (20%) en het percentage vrouwen (15%) dat aangeeft twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Het hebben van meerdere sekspartners wordt frequenter gerapporteerd door jongeren: 42% in de leeftijdsgroep van jaar tegen tussen 17% en 13% bij diegenen van 25 jaar en ouder. De verdeling volgens leeftijd is gelijkaardig bij mannen en vrouwen (Figuur 13). SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 727

28 Figuur 13 Percentage van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar dat twee of meer sekspartners heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Brussels Gewest SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken In het Brussels Gewest varieert het percentage personen dat aangeeft twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden niet significant in functie van het opleidingsniveau. Waals Gewest In het Waals Gewest geeft 10% van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar aan twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. Analyse volgens leeftijd en geslacht In het Waals Gewest is het percentage mannen dat aangeeft twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden hoger (13%) dan bij vrouwen (8%). Dit verschil is significant na correctie voor leeftijd. Het hebben van meerdere sekspartners wordt frequenter gerapporteerd door jongeren: 24% in de leeftijdsgroep van jaar tegen 3% à 12% bij diegenen van 25 jaar en ouder. De verdeling volgens leeftijd is gelijkaardig bij mannen en vrouwen (Figuur 14). 728

29 Figuur 14 Percentage van de seksueel actieve bevolking van 15 tot 64 jaar dat twee of meer sekspartners heeft gehad in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd en geslacht, Gezondheidsenquête, België, 2013 Waals Gewest Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken In het Waals Gewest varieert het percentage personen dat aangeeft twee of meer sekspartners te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden niet significant in functie van het opleidingsniveau of de urbanisatiegraad. Evolutie over de tijd Deze indicator werd in 2013 voor het eerst in de Gezondheidsenquête opgenomen. Een vergelijking met de resultaten van vorige enquête is dus niet mogelijk GEBRUIK VAN EEN VOORBEHOEDSMIDDEL IN DE AFGELOPEN 12 MAANDEN De hiernavolgende indicatoren hebben betrekking op vrouwen van 15 tot 54 jaar die «seksueel actief» zijn. Dit laatste berekent dat het gaat om vrouwen die minstens een seksuele relatie hebben gehad in de 12 maanden voorafgaand aan het interview. SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten Indien een vrouw aangaf verschillende voorbehoedsmiddelen te gebruiken (bv. pil én condoom) werd de meest effectieve methode weerhouden (voor evaluatie van effectiviteit van voorbehoedsmiddelen zie Indien beide methodes even effectief zijn wordt de langst werkende weerhouden. Indien een van de gebruikte methodes echter de morning after pil was, wordt deze altijd geselecteerd, vanwege het specifieke karakter van deze methode BELGIË In 2013 heeft 74% van de seksueel actieve vrouwen van 15 tot 54 jaar (of hun partner(s)) een voorbehoedsmiddel gebruikt in de afgelopen 12 maanden. Onder hen die een voorbehoedsmiddel hebben gebruikt, is de pil het meest gebruikt (52%), gevolgd door het spiraaltje (21%), sterilisatie (8%), barrièremethodes (condoom, diafragma, zaaddodende middelen of een sponsje) (8%) en een patch of een vaginale ring (5%). Andere, weliswaar minder frequent gebruikte middelen zijn: de morning after pil (3%), een implantaat of een prikpil (2%) en andere methodes zoals periodieke onthouding en zich terugtrekken (1%).

30 Analyse volgens leeftijd Het percentage seksueel actieve vrouwen dat een voorbehoedsmiddel gebruikt, daalt significant met de leeftijd: van 94% in de leeftijdsgroep van jaar tot 54% in de leeftijdsgroep jaar. Het gekozen voorbehoedsmiddel varieert ook in functie van de leeftijd (Figuur 15). Figuur 15 Percentage van seksueel actieve vrouwen van 15 tot 54 jaar dat (zijzelf of hun partner(-s)) een voorbehoedsmiddel heeft gebruikt in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 730 De verkozen anticonceptiemethode varieert met de leeftijd (Figuur 16): De pil is de uitverkozen methode bij jonge vrouwen: 82% van de vrouwen tussen jaar opteren voor deze methode. Dit percentage begint te verminderen in de leeftijdsgroep jaar (56%) om plaats te ruimen voor andere voorbehoedsmiddelen. De patch of vaginale ring wordt wijdverspreid gebruikt in de leeftijdsgroep van jaar (9%). Het spiraaltje is populair in de leeftijdstijdsgroep van jaar en wordt wijdverspreid gebruikt vanaf de leeftijd van 35 jaar (31% in de leeftijdsgroep van jaar, 26% in de leeftijdsgroep van jaar). Sterilisatie is populair vanaf de leeftijd van 45 jaar (24%). Het is nuttig te onderlijnen dat het gebruik van urgentie-anticonceptie (de morning after pil ) relatief hoog is bij jonge vrouwen van 15 tot 34 jaar (6% bij vrouwen jonger dat 35 jaar, 0% bij vrouwen van 35 jaar en ouder).

31 Figuur 16 Verdeling van de seksueel actieve vrouwen van 15 tot 54 jaar die (zijzelf of hun partner(s)) een voorbehoedsmiddel hebben gebruikt in de afgelopen 12 maanden volgens het type voorbehoedsmiddel, volgens leeftijd, Gezondheidsenquête, België, 2013 Analyse volgens socio-economische achtergrondskenmerken Het gebruik van een voorbehoedsmiddel komt meer frequent voor bij vrouwen met een diploma hoger onderwijs (80%) in vergelijking met lager opgeleide vrouwen (percentages die variëren tussen 48% en 69%). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd. Onder de verschillende methodes is enkel het gebruik van het spiraaltje significant verschillend in functie van het opleidingsniveau. Hoger opgeleide vrouwen gebruiken relatief meer het spiraaltje (25%) in vergelijking met de lager opgeleide vrouwen (3% van de vrouwen met een diploma lager onderwijs, 8% bij vrouwen met een diploma lager secundair onderwijs). Deze verschillen zijn statistisch significant na correctie voor leeftijd. De pil wordt het meest gebruikt door lager opgeleide vrouwen maar de verschillen met de overige opleidingsgroepen zijn niet statistisch significant. Het gebruik van een implantaat of een prikpil is populairder bij de laagst opgeleide vrouwen (14% en slechts 1% bij vrouwen met een diploma hoger onderwijs), maar gezien het zeer beperkt aantal vrouwen in de laagste opleidingscategorie (23 vrouwen), dienen deze cijfers met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten 731 Het feit al dan niet voorbehoedsmiddelen te gebruiken, varieert niet op een significante manier in functie van de urbanisatiegraad. Daarentegen kunnen significante verschillen in functie van de urbanisatiegraad teruggevonden worden voor bepaalde voorbehoedsmiddelen: Barrièremethodes worden minder frequent gebruikt in halfstedelijke gebieden (5%) in vergelijking met stedelijke gebieden (9%) en landelijke gebieden (10%). Het verschil tussen de percentages in halfstedelijke gebieden en landelijke gebieden is statistisch significant na correctie voor leeftijd. Sterilisatie daarentegen is relatief hoger in halfstedelijke gebieden (12%) in vergelijking met stedelijke gebieden (4%) en landelijke gebieden (9%). Het verschil tussen de percentages in halfstedelijke gebieden en landelijke gebieden is statistisch significant na correctie voor leeftijd.

32 Evolutie over de tijd Het gebruik van voorbehoedsmiddelen is significant over de tijd toegenomen. Tussen 2001 (71%) en 2004 (70%) is dit percentage quasi gelijk gebleven. In 2013 is het gebruik van voorbehoedmiddelen toegenomen tot 74%, een stijging die significant is na correctie voor leeftijd. Met betrekking tot het gebruik van verschillende soorten voorbehoedsmiddelen, kan het volgende worden vastgesteld (Figuur 17): een vermindering van het gebruik van de pil : van 62% in 2001 over 59% in 2004 tot 52% in Het verschil tussen 2001 en 2004 enerzijds en 2013 anderzijds is significant na correctie voor leeftijd. een verhoging van het gebruik van de patch en de vaginale ring: van 0% in 2001 over 2% in 2004 tot 5% in Het verschil tussen 2001 en 2004 enerzijds en 2013 anderzijds is significant na correctie voor leeftijd. een substantiële verhoging van het gebruik van een spiraaltje: van 10% in 2001 over 13% in 2004 tot 21% in Het verschil tussen 2001 en 2004 enerzijds en 2013 anderzijds is significant na correctie voor leeftijd. SEKSUELE GEZONDHEID 4. Resultaten Figuur 17 een stijgend gebruik van de morning after pil, zelfs indien de proporties vrij laag blijven: van 1% in 2001 en 2004 tot 3% in Het verschil tussen 2001 en 2004 enerzijds en 2013 anderzijds is significant na correctie voor leeftijd. een vermindering van het gebruik van sterilisatie: van 15% in 2001 over 14% in 2004 tot 8% in Het verschil tussen 2001 en 2004 enerzijds en 2013 anderzijds is significant na correctie voor leeftijd. Verdeling van de seksueel actieve vrouwen van 15 tot 54 jaar die (zijzelf of hun partner(s)) een voorbehoedsmiddel hebben gebruikt in de afgelopen 12 maanden volgens het type voorbehoedsmiddel, volgens jaar, Gezondheidsenquête, België,

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde)

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde) Afdeling Epidemiologie FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Juliette Wystmansstraat 14 Leuvenseweg 40 1050 Brussel 1000 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail : his@iph.fgov.be

Nadere informatie

Vaccinatie. Jean Tafforeau

Vaccinatie. Jean Tafforeau Vaccinatie Jean Tafforeau Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71 E-mail : jean.tafforeau@iph.fgov.be

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

Preventie van wiegendood bij zuigelingen

Preventie van wiegendood bij zuigelingen Preventie van wiegendood bij zuigelingen Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 71

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

Het gebruik van tabak

Het gebruik van tabak Het gebruik van tabak Lydia Gisle Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 53 E-mail : lydia.gisle@iph.fgov.be

Nadere informatie

6.7.1. Ongelijkheden in gezondheidstoestand, levensstijl en preventie

6.7.1. Ongelijkheden in gezondheidstoestand, levensstijl en preventie 6.7. Ongelijkheid in Gezondheid 6.7.1. 6.7.1.1. Samenvatting 6.7.1.1.1 Gezondheidsstatus De perceptie van de eigen gezondheid vertoont een negatieve samenhang met het opleidingsniveau: bij personen zonder

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten

Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel

Nadere informatie

Resultaten voor Brussels Gewest Gezondheidsklachten Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Brussels Gewest Gezondheidsklachten Gezondheidsenquête, België, 1997 5.4.1. Inleiding De meerwaarde van een gezondheidsenquête in vergelijking met de traditioneel verzamelde gezondheidsinformatie bestaat er o.a. uit dat ook gepeild wordt naar klachten waarvoor niet persé

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

Resultaten voor België Psychische Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Psychische Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 6.2.1. Inleiding Binnen de verschillen factoren van risico gedrag heeft alcoholverbruik altijd al de aandacht getrokken van de verantwoordelijken voor Volksgezondheid. De WGO gebruikt de term "Ongeschiktheid

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZODHEIDSEQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZODHEIDSGEDRAG E LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

6.7.1.1. Inleiding. Bespreking 5.3.7.1.2. pagina 1

6.7.1.1. Inleiding. Bespreking 5.3.7.1.2. pagina 1 6.7.1.1. Inleiding Algemeen wordt erkend dat de prenatale consultaties een fundamentele rol spelen inzake de gezondheid van de moeder en het toekomstige kind, maar de rol van respectievelijk de huisarts,

Nadere informatie

Resultaten voor België Roken Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Roken Gezondheidsenquête, België, 1997 6.1.1. Inleiding Het tabaksgebruik is een van de voornaamste risicofactoren voor longkanker, ischemische hartziekten en chronische ademhalingsaandoeningen (1). Men schat dat er in Europa niet minder dan

Nadere informatie

Resultaten voor België Risicofactoren voor wiegendood Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Risicofactoren voor wiegendood Gezondheidsenquête, België, 1997 6.7.4.1. Inleiding Er werd reeds vroeger bewezen dat een prematuur respiratoir systeem een oorzaak was voor wiegendood. Het gevaar bestond vooral tijdens de slaap. Met de huidige kennis van zaken zijn

Nadere informatie

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN APRIL 213 INHOUD Het doel van de thermometer is een eerste berichtgeving over de stand van zaken in 212 over seksuele gezondheid in Nederland. De thermometer bevat nieuwe gegevens van de soa-centra, aangiftecijfers,

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Gezondheidsenquête, België, 1997 Andere gezondheidsvoorzieningen en alternatieve geneeskunde

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Gezondheidsenquête, België, 1997 Andere gezondheidsvoorzieningen en alternatieve geneeskunde 7.6.1. Inleiding In dit hoofdstuk hebben we het over contacten met de kinesitherapeut, thuisverpleegkunde, voorzieningen voor bejaarden, de diëtist en arbeidsgeneeskundige diensten tijdens het afgelopen

Nadere informatie

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik Charles Picavet, Linda van der Leest en Cecile Wijsen Rutgers Nisso Groep, mei 2008 Achtergrond Hoewel er veel verschillende anticonceptiemethoden

Nadere informatie

Opname in het ziekenhuis

Opname in het ziekenhuis Opname in het ziekenhuis Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail :

Nadere informatie

Traumata. Sabine Drieskens

Traumata. Sabine Drieskens Traumata Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail : sabine.drieskens@wiv-isp.be

Nadere informatie

Patiëntentevredenheid

Patiëntentevredenheid Patiëntenheid Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : johan.vanderheyden@wiv-isp.be

Nadere informatie

Beperkingen. Stefaan Demarest

Beperkingen. Stefaan Demarest Beperkingen Stefaan Demarest Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 94 E-mail : stefaan.demarest@iph.fgov.be

Nadere informatie

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde)

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde) Afdeling Epidemiologie FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Juliette Wystmansstraat 14 Leuvenseweg 40 1050 Brussel 1000 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail : his@iph.fgov.be

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

Landelijke abortusregistratie 2013

Landelijke abortusregistratie 2013 Landelijke abortusregistratie 2013 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde zwangerschapsafbrekingen in klinieken en ziekenhuizen in Nederland. De klinieken

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Inleiding. Johan Van der Heyden

Inleiding. Johan Van der Heyden Inleiding Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : johan.vanderheyden@iph.fgov.be

Nadere informatie

Toegankelijkheid van gezondheidszorgen

Toegankelijkheid van gezondheidszorgen Toegankelijkheid van gezondheidszorgen Stefaan Demarest Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Contacten met de Huisarts Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Contacten met de Huisarts Gezondheidsenquête, België, 1997 7.1.1. Inleiding De huisarts vervult een essentiële rol binnen het geheel van de gezondheidszorg. Deze rol is bovendien in volle evolutie. Thema s zoals het globaal medisch dossier en de echelonnering

Nadere informatie

nr. 126 van JORIS POSCHET datum: 17 november 2014 aan JO VANDEURZEN Preventiebeleid hiv en soa s - Stand van zaken

nr. 126 van JORIS POSCHET datum: 17 november 2014 aan JO VANDEURZEN Preventiebeleid hiv en soa s - Stand van zaken SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 126 van JORIS POSCHET datum: 17 november 2014 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Preventiebeleid hiv en soa s - Stand van zaken Het Wetenschappelijk

Nadere informatie

Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010

Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 Seksualiteit Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 In de gezondheidsenquête is een aantal vragen opgenomen over seksuele gezondheid 1. Friezen van 19 tot en met

Nadere informatie

Het gebruik van illegale drugs

Het gebruik van illegale drugs Het gebruik van illegale drugs Lydia Gisle Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 53 E-mail :

Nadere informatie

Resultaten voor Brussels Gewest Chronische Ziekten Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Brussels Gewest Chronische Ziekten Gezondheidsenquête, België, 1997 Ziekten en langdurige aandoeningen (verder kortweg aandoeningen genoemd) brengen specifieke gevolgen met zich mee voor de gezondheidsbeleving, het dagelijks functioneren en het gebruik van de gezondheidszorg.

Nadere informatie

jongens meisjes 18 jaar of ouder

jongens meisjes 18 jaar of ouder 2. Seksuele risico s en beschermingsgedrag In dit hoofdstuk wordt een aspect van het thema seksualiteit uitgewerkt, namelijk seksuele risico s en beschermingsgedrag. De informatie is onder andere gebaseerd

Nadere informatie

Welzijnsbarometer 2015

Welzijnsbarometer 2015 OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion

Nadere informatie

Voedingsstatus. Sabine Drieskens

Voedingsstatus. Sabine Drieskens Voedingsstatus Sabine Drieskens Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 50 25 E-mail : sabine.drieskens@iph.fgov.be

Nadere informatie

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001

Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Gezondheidsenquête door middel van Interview België 2001 Deel 5 Medische Consumptie IPH/EPI REPORTS nr 2002-22 Afdeling Epidemiologie Juliette Wytsmanstraat 14 1050 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail :

Nadere informatie

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2014 Cijfers over soa s en seksualiteitsvragen van de GGD en Oost-Nederland

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2014 Cijfers over soa s en seksualiteitsvragen van de GGD en Oost-Nederland 1 Seksuele Gezondheid Thermometer Cijfers over soa s en seksualiteitsvragen van de GGD en Oost-Nederland 2 Nog volop werk aan de winkel! Dit is alweer de zesde Thermometer Seksuele Gezondheid voor Oost-Nederland

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 1: GEZONDHEID EN WELZIJN Johan Van Der Heyden, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

Landelijke abortusregistratie 2011

Landelijke abortusregistratie 2011 Landelijke abortusregistratie 2011 Deze factsheet doet verslag van de abortuscijfers, gebaseerd op gegevens die zijn verzameld voor de Landelijke abortusregistratie (LAR). Als aanvulling hierop wordt ook

Nadere informatie

contraceptie na de bevalling

contraceptie na de bevalling contraceptie na de bevalling Inleiding Na de bevalling is het een ideaal moment om even stil te staan bij uw contraceptie. Afhankelijk van uw keuze om al dan niet borstvoeding te geven is de keuze van

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Samenvatting (Dutch summary) Deze studie onderzocht seksueel risicogedrag van homoseksuele mannen in vaste relaties, voornamelijk onder mannen die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studies onder Homoseksuele

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Voedingsgewoonten Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Voedingsgewoonten Gezondheidsenquête, België, 1997 6.6.1. Inleiding De voedingsgewoonte is een van de aspecten van levensstijl met een belangrijke impact op de algemene gezondheid, hetzij via het probleem van obesitas of via de verhoging van de prevalentie

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.1 - Oktober 2008-621-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.1 - Oktober 2008-621- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.1 - Oktober 2008-621- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN STEVEN VANACKERE VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Vraag nr. 321 van 9 september

Nadere informatie

Chapter 5. Samenvatting. Fear and Cervical cancer screening

Chapter 5. Samenvatting. Fear and Cervical cancer screening Chapter 5 Samenvatting Fear and Cervical cancer screening 115 Samenvatting Samenvatting Angst en cervixkankerscreening Angst en screening voor baarmoederhalskanker: Een onderzoek naar risicogedrag, angst

Nadere informatie

SEXPERT. Seksuele gezondheid in Vlaanderen

SEXPERT. Seksuele gezondheid in Vlaanderen SEXPERT Seksuele gezondheid in Vlaanderen Introductie Sexpert I Waarom? Gebrek aan betrouwbare gegevens Maatschappelijk relevant Innovatie Wie? IWT Twee universiteiten, vier onderzoeksgroepen Hoe? Deelnemers

Nadere informatie

Verslag sessie 1: Seksuele start

Verslag sessie 1: Seksuele start Verslag sessie 1: Seksuele start a. Reactie discuttant (Lies Verhetsel): Enkele opvallende resultaten: o De resultaten van de seksuele startleeftijd lijken het effect van de mei 68/pil-generatie te tonen.

Nadere informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Luk Joossens, Stichting tegen Kanker, tel.: 02/7433706, gsm: 0486 88 91 22.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Luk Joossens, Stichting tegen Kanker, tel.: 02/7433706, gsm: 0486 88 91 22. Brussel, 19 december 2006 De resultaten van een grootschalige enquête over de rookgewoonten in 2006. Drie vierde van de bevolking is voorstander van rookvrije restaurants. Het percentage rokers blijft

Nadere informatie

Geboorteregeling in 2008

Geboorteregeling in 2008 Geboorteregeling in 28 Arie de Graaf In 28 gebruikte 7 procent van de 18 45-jarige vrouwen in Nederland een methode om een zwangerschap te voorkomen, was 7 procent zwanger of wilde zwanger worden, was

Nadere informatie

Belangrijkste resultaten

Belangrijkste resultaten Belangrijkste resultaten Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Belangrijkste resultaten Subjectieve gezondheid De subjectieve gezondheid is een globale maatstaf

Nadere informatie

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald PERSMEDEDELING VAN JO VANDEURZEN, VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN 4 oktober 2012 Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald De kans dat Vlamingen

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting De Welzijnsbarometer verzamelt jaarlijks een reeks indicatoren die verschillende aspecten van armoede in het Brussels Gewest belichten. De sociaaleconomische

Nadere informatie

Bespreking 5.2.2.2. page 1

Bespreking 5.2.2.2. page 1 Ziekten en langdurige aandoeningen (verder kortweg aandoeningen genoemd) brengen specifieke gevolgen met zich mee voor de gezondheidsbeleving, het dagelijks functioneren en het gebruik van de gezondheidszorg.

Nadere informatie

Pesten: een probleem voor werknemer en werkgever

Pesten: een probleem voor werknemer en werkgever Pesten: een probleem voor werknemer en werkgever Een benchmarkstudie naar de relatie met jobtevredenheid, verzuim en verloopintenties Een jaar geleden, op 1 juli 2002, is de Wet op Welzijn op het Werk

Nadere informatie

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2011 GGD en Oost-Nederland

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2011 GGD en Oost-Nederland Seksuele Gezondheid Thermometer 211 GGD en Oost-Nederland Seksuele gezondheid nóg beter in beeld Voor u ligt de derde Thermometer met cijfers over de seksuele gezondheid in Oost-Nederland. De naam SoaSense

Nadere informatie

Ghapro. Newsflash. In dit nummer. Juni 2015 Jaargang 1, nr.1. Nieuwsbrief voor Gerantes. Sekswerkers in Vlaanderen. Medische resultaten

Ghapro. Newsflash. In dit nummer. Juni 2015 Jaargang 1, nr.1. Nieuwsbrief voor Gerantes. Sekswerkers in Vlaanderen. Medische resultaten Ghapro Newsflash Juni 2015 Jaargang 1, nr.1 Nieuwsbrief voor Gerantes In dit nummer Sekswerkers in Vlaanderen Een diverse groep Medische resultaten Wat zijn de trends? Gonorroe in de keel Wat zijn de risico

Nadere informatie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie

Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie Evaluatie van een 24-uur-niet-roken actie De onderzoeksresultaten van de pre- en post-vragenlijsten December 2011 Uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen, in opdracht van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie

Nadere informatie

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 FACTSHEET MAART 2014 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 KERNPUNTEN Een kwart (25%) van de Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar rookt in 2013: 19% rookt dagelijks en 6% niet dagelijks. Het percentage

Nadere informatie

Jaarcijfers 2012. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland. GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid

Jaarcijfers 2012. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland. GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid Juni 2013 Samenstelling: Hannelore Götz, arts Maatschappij en Gezondheid

Nadere informatie

Belangrijkste resultaten

Belangrijkste resultaten Belangrijkste resultaten Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Belangrijkste resultaten Lichaamsbeweging Het concept gezondheidsgerelateerde lichaamsbeweging werd

Nadere informatie

De demografische transitie in Brazilië, een proces met een eigen gezicht. Inleiding

De demografische transitie in Brazilië, een proces met een eigen gezicht. Inleiding De demografische transitie in Brazilië, een proces met een eigen gezicht. Streamer: Demografische transitie in Brazilië: vergrijzing, maar ook verjonging. Inleiding Het centrale thema van deze IA special

Nadere informatie

Chronische Aandoeningen

Chronische Aandoeningen Chronische Aandoeningen Johan Van der Heyden Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 26 E-mail : johan.vanderheyden@iph.fgov.be

Nadere informatie

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Versie 2013-2014 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het Wetenschappelijk Instituut van 50PLUS heeft ons in december

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Kusttoerisme West-Vlaanderen Werkt 3, 28 De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Foto: Evelien Christiaens Rik De Keyser bestuurder-directeur en hoofd afdeling toerisme, WES Evelien Christiaens

Nadere informatie

Onderzoek Veilig of niet?

Onderzoek Veilig of niet? Onderzoek Veilig of niet? 06 februari 2013 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 24 januari tot 04 februari 2013, deden 2.261 jongeren mee. Het onderzoek is gehouden in samenwerking

Nadere informatie

Meer vrouwen werken minder, minder mannen werken meer

Meer vrouwen werken minder, minder mannen werken meer Gezin en arbeid Meer vrouwen werken minder, minder mannen werken meer Veranderingen in de tijdsbesteding van mannen en vrouwen tussen 1999 en 2004 Het onderzoek Tijdsbesteding van de Vlamingen: een tijdsbudgetonderzoek

Nadere informatie

SoaSense. Thermometer 2010 GGD en Oost-Nederland

SoaSense. Thermometer 2010 GGD en Oost-Nederland SoaSense Thermometer 1 GGD en Oost-Nederland Risicogroepen steeds beter bereikt Met genoegen bieden wij u de tweede SoaSense Thermometer van Oost- Nederland (Gelderland en Overijssel) aan. Dit jaar met

Nadere informatie

Inleiding. Lydia Gisle

Inleiding. Lydia Gisle Inleiding Lydia Gisle Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel 02 / 642 57 53 E-mail : lydia.gisle@iph.fgov.be

Nadere informatie

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten

Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Jonge werknemers en werkstress: een beknopte weergave van de feiten Irene Houtman & Ernest de Vroome (TNO) In het kort: Onderzoek naar de ontwikkeling van burn-outklachten en verzuim door psychosociale

Nadere informatie

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens

Cijfers. Tatoeages. Een analyse van OBiN-gegevens Cijfers Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Tatoeages Een analyse van OBiN-gegevens Christine Stam Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl Aanvraag 2015.130 Cijfers

Nadere informatie

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland

Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van kinderen in de sport in Vlaanderen en Nederland Een retrospectieve zelfrapportering van ervaringen met psychisch, fysiek en seksueel in de sport voor de leeftijd

Nadere informatie

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 1. Inleiding De aanvullende seksualiteitshulpverlening (ASH) is laagdrempelige zorg waar jongeren tot 25 jaar gratis en indien gewenst anoniem

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 138 Uitstel van ouderschap De positie van de vrouw in de westerse maatschappij is de laatste tientallen jaren fundamenteel veranderd. Vrouwen zijn hoger opgeleid dan vroeger en werken vaker buitenshuis.

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 4: FYSIEKE EN SOCIALE OMGEVING Rana Charafeddine, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance

Nadere informatie

Technische nota. Brussel, december 2011

Technische nota. Brussel, december 2011 Technische nota Werkbaar werk en de inschatting van zelfstandige ondernemers om hun huidige job al dan niet tot hun pensioen verder te kunnen zetten. Resultaten uit de werkbaarheidsmetingen 2007 en 2010

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 2: GEZONDHEIDSGEDRAG EN LEEFSTIJL Lydia Gisle, Stefaan Demarest (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J.

Nadere informatie

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde)

Onderzoeksteam : (in alfabetische volgorde) Afdeling Epidemiologie FOD Economie - Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Juliette Wystmansstraat 14 Leuvenseweg 40 1050 Brussel 1000 Brussel Tel : 02/642.57.94 e-mail : his@iph.fgov.be

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

Opleidings- en begeleidingscheques

Opleidings- en begeleidingscheques Opleidings- en begeleidingscheques De Maatregel Om werknemers ertoe aan te zetten een leven lang te leren, draagt de Vlaamse overheid financieel een steentje bij. Sinds september 2003 1 kunnen werknemers

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Gebruik van Geneesmiddelen Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Gebruik van Geneesmiddelen Gezondheidsenquête, België, 1997 7.5.1. Inleiding Het gebruik van geneesmiddelen is een belangrijke component van de medische consumptie en van de gezondheidsuitgaven. Bovendien zijn het frekwent aanwenden van antibiotica en psychotrope

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 31 juli 2007 De honden en katten van de Belgen Highlights Ons land telde in 2004 1.064.000 honden en 1.954.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

Werkgroep 1 Reproductieve gezondheid. Anticonceptie, zwangerschap & zwangerschapsafbreking, bevalling, kinderwens en vruchtbaarheidsproblemen

Werkgroep 1 Reproductieve gezondheid. Anticonceptie, zwangerschap & zwangerschapsafbreking, bevalling, kinderwens en vruchtbaarheidsproblemen Gebruikersgroep Titelpagina Sexpert 24 november 2011 Werkgroep 1 Reproductieve gezondheid Anticonceptie, zwangerschap & zwangerschapsafbreking, bevalling, kinderwens en vruchtbaarheidsproblemen Structuur

Nadere informatie

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES «WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES Brussel wordt gekenmerkt door een grote concentratie van armoede in de dichtbevolkte buurten van de arme sikkel in het centrum van de stad, met name

Nadere informatie

notarisbarometer 2012 : meer vastgoedtransacties in België Vastgoedactiviteit in België www.notaris.be 106,4 106,8 101,6 99,2 100 99,2 99,8

notarisbarometer 2012 : meer vastgoedtransacties in België Vastgoedactiviteit in België www.notaris.be 106,4 106,8 101,6 99,2 100 99,2 99,8 notarisbarometer Vastgoed, vennootschappen, familie www.notaris.be A B C D E n 15 Oktober - december Trimester 4 - Vastgoedactiviteit in België Prijsevolutie Registratierechten Vennootschappen De familie

Nadere informatie

Veilig vrijen: hoe doe ik dat? Antwoorden

Veilig vrijen: hoe doe ik dat? Antwoorden Veilig vrijen: doe ik dat? Seks kan fijn zijn. Maar er zitten ook gevaren aan. Je kunt zwanger raken zonder dat je dat wilt. Je kunt ook een geslachtsziekte oplopen. Hoe voorkom je een zwangerschap of

Nadere informatie

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013)

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1 Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1. Arbeidsmarktstatus van de bevolking van 15 jaar en ouder in 1983 en 2013 De Belgische bevolking van

Nadere informatie

DIENST EPIDEMIOLOGIE VAN INFECTIEZIEKTEN. EPIDEMIOLOGIE VAN AIDS en HIV INFECTIE IN BELGIË

DIENST EPIDEMIOLOGIE VAN INFECTIEZIEKTEN. EPIDEMIOLOGIE VAN AIDS en HIV INFECTIE IN BELGIË DIENST EPIDEMIOLOGIE VAN INFECTIEZIEKTEN EPIDEMIOLOGIE VAN AIDS en HIV INFECTIE IN BELGIË Toestand op 31 december EPIDEMIOLOGIE VAN AIDS en HIV INFECTIE IN BELGIË Dit project werd gefinancierd door: In

Nadere informatie

3. Meer dan de helft van de 57 miljoen niet-schoolgaande kinderen leeft in Afrika bezuiden de Sahara. Juist Bron: www.un.org

3. Meer dan de helft van de 57 miljoen niet-schoolgaande kinderen leeft in Afrika bezuiden de Sahara. Juist Bron: www.un.org of fout 1. In Afrika bezuiden de Sahara is het aantal personen in extreme armoede gestegen tussen 1990 en 2010. 290 miljoen in 1990, 414 miljoen in 2010. 2. Tussen 2000 en 2011 is het aantal niet-schoolgaande

Nadere informatie

6.7.3.1. Inleiding. Bespreking 5.3.7.3.2. pagina 1

6.7.3.1. Inleiding. Bespreking 5.3.7.3.2. pagina 1 6.7.3.1. Inleiding De positieve fysieke als psychische invloed van borstvoeding op moeder en kind is op dit ogenblik wel universeel erkend. Officiële instanties als UNICEF en de WGO raden drie à vier maand

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 3: GEBRUIK VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSDIENSTEN Sabine Drieskens, Lydia Gisle (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance

Nadere informatie