Eindrapport (2 e versie) VERTROUWELIJK

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Eindrapport (2 e versie) VERTROUWELIJK"

Transcriptie

1 LCA COMPOSIETBRUG Eindrapport (2 e versie) VERTROUWELIJK Betrokkenen: Ben Drogt Koos van Baarzel Henk Bosch Simon de Jong Jan Peeters Diana de Graaf (projectleider) Lieke van Rossum Mireille Reijme Jacqueline de Waal DSM Composite Resins DSM Composite Resins DSM Composite Resins FiberCore Europe FiberCore Europe BECO Groep BECO Groep SenterNovem VKCN BECO Groep Vestiging Rotterdam, mei 2009

2

3 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding Doel en scope Doel Functionele eenheid Scope Levens cyclus Inventarisatie Realisatie Onderhoud Afdanking Impact assessment Cumulative Energy Demand / Energie-inhoud Cumulative Energy Demand glasvezelcomposietbrug Cumulative Energy Demand koolstofvezelcomposietbrug Cumulative Energy Demand, vergelijking Carbon foot print Carbon foot print glasvezelcomposietbrug Carbon foot print koolstofvezelcomposietbrug Carbon footprint, vergelijking Eco-indicator Eco-indicator 99 glasvezelcomposietbrug Eco-indicator 99 koolstofvezelcomposietbrug Eco-indicator 99, vergelijking Andere analyses NEN Variaties in levensduur Conclusies en opmerkingen Bijlage I: Afbeeldingen analyseresultaten betonnen brug Bijlage 2: Afbeeldingen analyseresultaten stalen brug Bijlage 3, Scores op verschillende aspecten bij Eco Indicator 99 (genormaliseerd en gewogen).. 26 Bijlage 4, Scores op analysemethode cml baseline Bijlage 5: Peer Review BECO Groep

4

5 1 INLEIDING In januari 2009 is opdracht verleend aan BECO om een vergelijking te maken van een composiet product met een referentieproduct met behulp van de LCA-methodiek. Bij dit project is DSM Resins betrokken als harsleverancier en FiberCore Europe als composietbedrijf. Daarnaast zijn de brancheorganisatie VKCN (subbranche van de Federatie NRK) en SenterNovem (MJA3) betrokken. Het project bestaat uit twee onderdelen: Stap 1: Uitvoeren LCA s twee polyesterharsen Stap 2: LCA-vergelijking van twee composietbruggen met referentiebruggen De polyesterharsen zijn een polyesterhars, dat wordt gebruikt in de glasvezel versterkte composietbruggen van FiberCore en een vinylesterhars, dat wordt gebruikt in de koolstof versterkte composietbruggen van FiberCore. Om de composietproducten van FiberCore te vergelijken met een referentie zijn de volgende producten geanalyseerd: Composietbrug glasvezelversterkt Composietbrug koolstofvezelversterkt Betonnen brug Stalen brug In deze rapportage worden de resultaten van de LCA s van bovenstaande producten weergegeven. In hoofdstuk 2 wordt het doel van het onderzoek aangegeven. In hoofdstuk 3 wordt uitgelegd welke data er verzameld en gebruikt is en welke aannames er zijn gemaakt. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten. Naar aanleiding van opmerkingen over de conceptversie, is hoofdstuk 5 toegevoegd met twee aanvullende analyses. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies van het onderzoek. In bijlage 5 is een samenvatting weergegeven van de interne peer review op basis van ISO die is uitgevoerd door Bart Jansen van BECO België. Mede op basis van de opmerkingen is paragraaf 5.2 toegevoegd (variaties in levensduur). Een andere belangrijke opmerking in de peer review is dat volgens ISO alle brondata moet worden opgenomen in het rapport. Vanuit het oogpunt van vertrouwelijkheid is hier niet voor gekozen. BECO Groep 1

6 2 DOEL EN SCOPE 2.1 Doel Eerste doel van de analyse is het vergelijken van de milieu-impact van composiet bruggen (glasvezelversterkt en koolstofvezel versterkt) met de milieu-impact van bruggen van andere materialen (staal en beton). Hiermee zal getoetst worden of de huidige verwachting op dit punt (milieu-impact van een composiet brug is lager dan andere bruggen) correct is. En zo ja, hoe groot de milieuwinst is. De milieu-impact zal worden berekend met drie methoden: - Energie inhoud ( Cumulative Energy Demand, in GJ) - Eco-indicator 99 (Pt) - Carbon foot print (CO 2 equivalenten) Tweede doel van de analyse is het vergelijken van de milieu-impact van verschillende harsen van DSM. Hiermee wordt bekeken of de milieu-impact van de harsen onderling (sterk) verschilt. Ook wordt meer inzicht gekregen in de impact van de hars in het totale composiet product. 2.2 Functionele eenheid Als functionele eenheid is gekozen: Het dienen als overbrugging voor zwaar verkeer (verkeersklasse 60) over water met een afstand van 11,85 meter (van hart damwand tot hart damwand) voor een periode van 100 jaar met een vrije doorvaarthoogte 1.3m ten opzichte van hoogwater 1.0m+NAP. 2.3 Scope De analyse wordt gemaakt over de volgende levensfasen: Realisatie op locatie; inclusief grondstoffen (waaronder de harsen, exclusief verpakking), energiegebruik voor realisatie van de brug, fundering en transport naar locatie; exclusief slijtlaag, leuningen, hekwerk Onderhoud en reparatie Verplaatsing brug na ca. 50 jaar (inclusief afdanking van de fundering en realisatie op nieuwe locatie) Onderhoud en reparatie Afdanking (inclusief de milieu-impact voor recycling; exclusief energie voor verkleinen/vermalen) Aangenomen wordt dat de werkelijke (niet-technische) levensduur van een brug op een locatie ca. 50 jaar is. Voor deze rapportage is gewerkt met het softwareprogramma SimaPro Er is in hoofdzaak data gebruikt uit EcoInvent 2.0. De glasvezel en koolstofvezel zijn afkomstig uit Idemat BECO Groep

7 3 LEVENS CYCLUS INVENTARISATIE Als eerste stap is in kaart gebracht hoe de levenscyclus van de verschillende bruggen er uit ziet, wat de ingaande stromen zijn (grond- en hulpstoffen, energie) en wat de uitgaande stromen zijn (emissies, energie). 3.1 Realisatie Glasvezel composietbrug Door DSM Resins is informatie geleverd over de gebruikte hars: De ingrediënten van de hars (naam, CAS-nummer) De productielocaties van de ingrediënten De verpakking van de ingrediënten Het gas- en elektriciteitsverbruik (per kg hars) voor de verwerking van ingrediënten tot hars. Als uitgangspunt dient een brug die nog niet gerealiseerd is maar waar wel een ontwerp voor is gemaakt: verkeersbrug Maarssenseweg te Utrecht. Door FiberCore Europe zijn gegevens aangeleverd over Grond- en hulpstoffen voor de brug (receptuur) De productielocaties van de materialen (schatting) Het energieverbruik in de productie (berekening op basis vermogen apparatuur) Emissies tijdens de productie (schatting) Benodigde fundering (schatting op basis gerealiseerde brug uit andere verkeersklasse, zie toelichting hieronder bij betonnen fundering en betonnen brug) De hoeveelheid energie die teruggewonnen wordt bij verbranding Afstand van productielocatie naar bouwplaats (100 km) Koolstofvezelcomposietbrug Door DSM Resins is informatie geleverd over de gebruikte hars: de ingrediënten van de hars (naam, CAS-nummer) de productielocaties van de ingrediënten de verpakking van de ingrediënten het gas- en elektriciteitsverbruik (per kg hars) voor de verwerking van ingrediënten tot hars. Door FiberCore Europe zijn de volgende gegevens aangeleverd over deze brug: Grond- en hulpstoffen voor de brug (receptuur) De productielocaties van de materialen (schatting) Het energieverbruik in de productie (berekening op basis vermogen apparatuur) Emissies tijdens de productie (schatting) Benodigde fundering (er is hetzelfde gewicht aan fundering gebruikt als bij de glasvezelbrug) De hoeveelheid energie die teruggewonnen wordt bij verbranding Afstand van productielocatie naar bouwplaats (dezelfde afstand als bij de glasvezelbrug) BECO Groep 3

8 Betonnen fundering en betonnen brug Voor de inschatting van het gewicht van de fundering en betonnen brug is uitgegaan van gegevens die bekend zijn van een brug gerealiseerd in Dronten. Dit is een koolstofcomposiet fiets/voetgangers brug (verkeersklasse: 5kN/m2 en geschikt voor 6 tons hulpvoertuig). Deze brug is door FiberCore doorgerekend voor uitvoering in glasvezelcomposiet. De gegevens zijn opgenomen in onderstaande tabel. Het gewicht van de fundering van de glasvezelcomposietbrug is berekend op basis van de gewichtsverhouding brug: fundering van de koolstofcomposietbrug. Voor deze gewichten is uitgegaan van een versie zonder slijtlaag en leuningen. Brug Dronten Uitvoering > Koolstofcomposiet Beton Glasvezelcomposiet Gewicht brug (ton) ,6 Gewicht betonnen fundering (ton) De brug voor de Maarssenseweg in Utrecht is een brug voor zwaar verkeer (600 klasse). De gegevens over het gewicht van de brug in glasvezelcomposiet zijn bekend. Op basis van de gegevens van de brug uit Dronten is een inschatting gemaakt van het gewicht van de fundering. Op basis van de gewichtsverhouding glasvezelcomposietbrug: betonnen brug in Dronten, is een inschatting gemaakt van het gewicht van de betonnen brug voor Utrecht. De fundering van de koolstofcomposietbrug heeft bij een andere uitvoering niet dezelfde verhouding. Door FiberCore is de schatting gemaakt dat een koolstofcomposietbrug de helft van de fundering van de glasvezelcomposietbrug nodig heeft. De getallen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Brug Utrecht Uitvoering > Koolstofcomposiet Beton Glasvezelcomposiet Gewicht brug (ton) 10, ,7 Gewicht betonnen 8, fundering (ton) De betonnen brug bevat ook stalen bewapening. Een vuistregel voor stalen bewapening is kg/m 3. Aangezien het om een zwaar verkeer brug gaat, wordt 200 kg/m 3 aangehouden. De dichtheid van beton is 1,5 tot 2,4 ton/ m 3. Voor deze brug en de fundering wordt uitgegaan van een gemiddelde van 2 ton/m3. De totale dichtheid van bewapend beton is dan 2,2 ton/m 3. Op basis hiervan is berekend dat de betonnen brug bestaat uit 273 ton beton en 27 ton staal. De fundering van de glasvezelcomposietbrug bestaat uit 15,5 ton beton en 1,5 ton staal. De fundering van de koolstofvezelcomposietbrug bestaat uit 7,75 ton beton en 0,75 ton staal. Voor het modelleren van staal wordt uitgegaan van een standaardkwaliteit. Voor het modelleren van beton wordt data gebruikt voor betonplaten. Aangenomen is dat de afstand van productielocatie van het betonmortel naar de bouwplaats hetzelfde is als bij de glasvezelbrug. 4 BECO Groep

9 Stalen brug Voor de stalen brug is een schatting van FiberCore voor de benodigde materialen voor een brug in verzinkt staal (S355) met afmetingen 12m x 9,1m x 0,5m gebruikt. Er wordt gerekend met een soortelijk gewicht van 7,85 ton/ m 3. Dit levert de volgende gegevens: 19 stalen liggers 50 cm hoog, 12 meter kg stalen brugdek 12m x 9,1m kg kopschotten, verstijvingsribben, etc kg Voor het staal wordt uitgegaan van een standaardkwaliteit. Voor het verzinken is een berekening gemaakt van de hele oppervlakte van de brug, omdat in de gebruikte database de waarden voor het verzinken per m 2 zijn opgegeven. Het lakken van de brug is niet opgenomen in de levenscyclus. Aangenomen is dat de afstand van productielocatie naar de bouwplaats hetzelfde is als bij de glasvezelbrug. 3.2 Onderhoud Glasvezelcomposietbrug Er is geen onderhoud nodig. Voor het uiterlijk kan het nodig zijn om de brug schoon te maken. De milieu-impact van het schoonmaken is ingeschat als verwaarloosbaar. Koolstofvezelcomposietbrug Er is geen onderhoud nodig. Voor het uiterlijk kan het nodig zijn om de brug schoon te maken. De milieu-impact van het schoonmaken is ingeschat als verwaarloosbaar. Betonnen brug Aan de brug vindt elke 20 jaar onderhoud plaats waarbij slechte stukken beton worden weggehaald. Ingeschat wordt dat in 50 jaar tijd 5% van het beton wordt vervangen. Na 50 jaar wordt de brug in zijn geheel vernieuwd op een andere locatie. Stalen brug Ingeschat wordt dat in 50 jaar tijd 5% van de brug wordt vervangen bij onderhoud. Na 50 jaar wordt de brug in zijn geheel vernieuwd op een andere locatie. 3.3 Afdanking Glasvezelcomposietbrug Na 50 jaar wordt de brug opnieuw ingezet op een andere locatie. Hiervoor wordt de oude fundering afgevoerd en gerecycled en wordt een nieuwe fundering gemaakt. De fundering wordt vervoerd voor recycling tot betongranulaat en staal (zie ook afdanking van de betonnen brug). Na nog eens 50 jaar wordt de brug in zijn geheel afgedankt. Voor de afdankingsfase wordt uitgegaan van verbranding van het composietafval in een cementoven ( cement kiln ). Deze methode wordt nog niet toegepast (bekend is een proef in BECO Groep 5

10 Nieuw-Zeeland), maar dit wordt wel verwacht. Door de EuCiA (European Composites Industry Association) wordt deze methode naar voren geschoven als een methode die een lagere milieuimpact heeft dan verbranding. Daarbij valt de verwerkingsmethode inmiddels onder de EU-definitie van recycling. 1 Aangezien er waarschijnlijk een beperkt aantal cementovens zijn in Nederland, wordt uitgegaan van een transportafstand van 200 kilometer. De brug wordt eerst verkleind en versnipperd. Aangenomen is dat de milieu-impact van deze bewerking te verwaarlozen is. Bij de verbranding wordt energie teruggewonnen (4.000 kcal per ton, bron: FiberCore). De resterende as van het verbrandingsproces kan worden ingezet als vulstof in cement. Hierbij wordt aangenomen dat dit wordt ingezet in plaats van kalkzandsteen. Koolstofvezelcomposietbrug Ook de koolstofvezelcomposietbrug wordt na 50 jaar opnieuw ingezet op een andere locatie. Hiervoor wordt de oude fundering afgevoerd en gerecycled en wordt een nieuwe fundering gemaakt. Na nog eens 50 jaar wordt de brug in zijn geheel afgedankt. Voor de afdankingsfase wordt uitgegaan van verbranding van het composietafval in een verbrandingsoven. Er wordt uitgegaan van dezelfde aannames voor afvalverwerking als bij de glasvezelcomposietbrug, als het gaat om verwerking en verbranding met warmteterugwinning. De verbrande koolstofvezel wordt echter niet ingezet als vulstof. Betonnen brug Na 50 jaar en na 100 jaar wordt de brug volledig afgevoerd en gerecycled. Het beton wordt afgevoerd naar een betonrecyclingsbedrijf. Aangezien er meerder bedrijven actief zijn in Nederland op dit gebied, wordt uitgegaan van een afstand van 100 kilometer tot de recycling inrichting. De reststroom wordt daar gebroken, gezeefd en gewassen. Aangenomen is dat de milieu-impact van deze bewerking en te verwaarlozen is. Het ijzer van de bewapening wordt afgevoerd naar de ijzerrecycling. De betonreststroom levert een grondstof die ingezet wordt als grindvervangend materiaal. (http://www.vandalenbv.nl/betonrecycling.html) Stalen brug Na 50 jaar en na 100 jaar wordt de brug volledig afgevoerd en gerecycled. Het staal van de brug wordt afgevoerd naar een recyclinginrichting over een afstand van 200 km en wordt in zijn geheel gerecycled. De fundering wordt op dezelfde manier behandeld als bij de andere bruggen. Voor het modelleren van de afdankingsfase zijn aannames gemaakt. Het gaat om een inschatting van de best practices. Ook de levensduur van de verschillende bruggen is een schatting. In hoofdstuk 5.2 zijn andere mogelijke scenario s wat betreft de levensduur opgenomen. 1 EuCIA newsletter, Volume 3, Issue 5 July BECO Groep

11 4 IMPACT ASSESSMENT De analyse van de bruggen is uitgevoerd met drie methoden: - Energie inhoud (Cumulative Energy Demand, in GJ) - Eco-indicator 99 (in Pt) - Carbon foot print (in CO 2 equivalenten) In dit hoofdstuk zijn alleen van de glasvezelcomposietbrug en de koolstofvezelcomposiet brug de resultaten weergegeven in afbeeldingen (netwerkdiagrammen). De afbeeldingen van de betonnen en stalen bruggen zijn te vinden in respectievelijk bijlage 1 en Cumulative Energy Demand / Energie-inhoud Met SimaPro is de energie-inhoud (cumulative energy demand V 1.03) berekend voor de realisatie van de bruggen Cumulative Energy Demand glasvezelcomposietbrug De energie-inhoud van de levenscyclus van de glasvezelcomposietbrug bedraagt 652 GJ. Het aandeel van de verschillende grondstoffen, bewerkingen en transport wordt hieronder weergegeven in %. De onderdelen met een bijdrage < 6% staan niet in de figuur. BECO Groep 7

12 Zichtbaar is dat de polyesterhars de grootste invloed heeft op de energie-inhoud van de glasvezelcomposietbrug. Daarnaast dragen glasvezel, PUR-schuim en de betonnen fundering voornamelijk bij aan de hoeveelheid energie die gebruikt wordt voor de brug. In de afdankingsfase worden warmte en kalkzandsteen teruggewonnen na verbranding. Dit is zichtbaar middels de groene lijnen. Transport heeft nauwelijks invloed op de energie-inhoud Cumulative Energy Demand koolstofvezelcomposietbrug De energie-inhoud van de levenscyclus van de koolstofvezelcomposietbrug bedraagt 2210 GJ. Het aandeel van de verschillende grondstoffen, bewerkingen en transport wordt hieronder weergegeven in %. De onderdelen met een bijdrage < 3,5% staan niet in de figuur. 8 BECO Groep

13 De koolstofvezels dragen het meeste bij aan de energie-inhoud van de brug, gevolgd door de vinylesterhars en het PUR-schuim. De afdankingsfase van de koolstofcomposietbrug levert in verhouding minder energie op dan die van de glasvezelcomposietbrug. Dit heeft nauwelijks te maken met het feit dat er bij de koolstofbrug geen kalkzandsteen wordt gewonnen, maar vooral met de (veel) hogere energie-inhoud in de realisatiefase Cumulative Energy Demand, vergelijking De energie-inhoud van de betonnen brug bedraagt in totaal 1978 GJ en die van de stalen brug bedraagt 3380 GJ. Onderstaande figuur laat de vergelijking op energie-inhoud van 100 jaar brug zien, voor de verschillende bruggen. Uit deze figuur blijkt dat de glasvezelcomposietbrug een lagere energie-inhoud heeft dan de andere bruggen. BECO Groep 9

14 4.2 Carbon foot print Met SimaPro is de carbon foot print berekend met IPCC 2001 GWP 100a (v1.02) van de vier bruggen over een periode van honderd jaar Carbon foot print glasvezelcomposietbrug De carbon foot print van de levenscyclus van de glasvezelcomposietbrug bedraagt 75 ton CO 2 equivalenten. Het aandeel van de verschillende grondstoffen, bewerkingen en transport wordt hieronder weergegeven in %. De onderdelen met een bijdrage < 7% staan niet in de figuur. In de figuur is zichtbaar dat de bijdrage aan de carbon foot print van de verschillende onderdelen bijna dezelfde verhouding heeft als bij de analyse van energie-inhoud. De afdankingsfase is wel anders ten opzichte van de energie-inhoud: deze geeft als geheel nu geen positieve bijdrage, maar veroorzaakt juist CO 2 uitstoot, als gevolg van de verbranding. 10 BECO Groep

15 4.2.2 Carbon foot print koolstofvezelcomposietbrug De carbon foot print van de levenscyclus van de koolstofvezelcomposietbrug bedraagt 103 ton CO 2 equivalenten. Het aandeel van de verschillende grondstoffen, bewerkingen en transport wordt hieronder weergegeven in %. De onderdelen met een bijdrage < 5% staan niet in de figuur. Ook bij de koolstofbrug laat de carbon foot print een vergelijkbaar beeld zien met de energieinhoud, als het gaat om de verhouding van onderdelen die bijdragen aan de milieu-impact. Net als bij de glasvezelcomposietbrug, laat de afdankingsfase een bijdrage aan de CO 2 uitstoot zien in plaat van een afname. BECO Groep 11

16 4.2.3 Carbon footprint, vergelijking De carbon foot print van de betonnen brug bedraagt in totaal 145 ton CO 2 eq en die van de stalen brug bedraagt 178 ton CO 2 eq. Onderstaande figuur laat de vergelijking op CO 2 equivalenten uitstoot van 100 jaar brug zien, voor de verschillende bruggen. Wederom scoort de glasvezelcomposietbrug het beste. De stalen brug heeft ook weer de hoogste milieu-impact, twee keer zo hoog als de glasvezelcomposietbrug. Anders dan bij de analyse op energie-inhoud, scoort de betonnen brug nu minder goed dan de koolstofvezelcomposietbrug. 12 BECO Groep

17 4.3 Eco-indicator 99 Met SimaPro is de milieu-impact berekend met de Eco-indicator 99, H V 2.06, van de vier bruggen over een periode van honderd jaar. In de Eco-indicator 99 wordt de milieubelasting van 11 impactcategorieën bij elkaar opgeteld. In bijlage 1 zijn de resultaten per impact-categorie te zien Eco-indicator 99 glasvezelcomposietbrug De milieupunten van de levenscyclus van de glasvezelcomposietbrug bedragen Pt. Het aandeel van de verschillende grondstoffen, bewerkingen en transport wordt hieronder weergegeven in %. De onderdelen met een bijdrage < 7% staan niet in de figuur. BECO Groep 13

18 4.3.2 Eco-indicator 99 koolstofvezelcomposietbrug De milieupunten van de levenscyclus van de koolstofvezelcomposietbrug bedragen Pt. Het aandeel van de verschillende grondstoffen, bewerkingen en transport wordt hieronder weergegeven in %. De onderdelen met een bijdrage < 4% staan niet in de figuur. Beide bovenstaande figuren laten de single score van de composietbruggen zien. Dit zijn alle milieu-impact onderwerpen bij elkaar opgeteld. Het grootste gedeelte van de milieupunten wordt veroorzaakt door het gebruik van fossiele brandstoffen. Dit is zichtbaar in bijlage BECO Groep

19 4.3.3 Eco-indicator 99, vergelijking De milieupunten van de betonnen brug bedragen in totaal Pt en die van de stalen brug bedragen Pt. Onderstaande figuur laat de vergelijking op milieupunten van 100 jaar brug zien, voor de verschillende bruggen. De scores van de koolstofcomposietbrug, betonnen- en stalen brug liggen zo dicht bij elkaar, dat op basis van deze analysemethode niet gezegd kan worden dat de één beter of slechter is dan de ander. Met de milieu-impact van de glasvezelbrug is wel een significant verschil. Van deze brug kan gezegd worden dat hij op alle analysemethoden beter scoort dan de andere drie bruggen. BECO Groep 15

20 5 ANDERE ANALYSES 5.1 NEN 8006 Onlangs zijn de criteria voor duurzaam inkopen voor kunstwerken gepubliceerd (SenterNovem). In deze criteria wordt verwezen naar de milieuhandleiding gebouwen die uitgaat van de NEN 8006 norm. Op basis van de NEN 8006 norm kunnen ook LCA s gemaakt worden. Deze norm gebruikt een andere analysemethode dan in dit rapport. Deze komt grotendeels overeen met de CML 2000 baseline uit SimaPro, die op verschillende milieu-aspecten een impact geeft. Ter indicatie zijn de bruggen ook geanalyseerd met de CML methode (zie bijlage 2). Dit betekent echter niet dat dit rapport voldoet aan de NEN 8006 norm. Net als bij de eco-indicator methode kunnen de verschillende scores van de CML categorieën bij elkaar opgeteld worden tot een single score die een indicatie geeft van de milieu-impact van een product. De milieu-handleiding gebouwen gaat uit van schaduwprijzen (en baseert zich op de RWS rapportage door TNO-MEP Toxiciteit heeft z'n prijs: schaduwprijzen voor (eco-)toxiciteit en uitputting van abiotische grondstoffen binnen DuboCalc ). De schaduwprijzen zijn in onderstaande figuur zichtbaar. De grafiek laat de milieuscore in schaduwprijzen zien voor de vier verschillende bruggen 2. 2 CML 2000 baseline rekent niet in Uitputting biotische grondstoffen (Sub eq.), maar wel in Marine aquatic ecotoxicity (1,4- DCB eq.). Deze twee categorieën zijn niet meegenomen in de optelling die in de grafiek zichtbaar is. 16 BECO Groep

21 5.2 Variaties in levensduur Zoals in hoofdstuk 3.3 staat beschreven is de aanname gemaakt dat de economische levensduur van een composietbrug 100 jaar is (waarin deze één keer wordt verplaatst) en die van een betonnen of stalen brug 50 jaar. Omdat de levensduur veel invloed heeft op de resultaten, zijn twee andere mogelijke scenario s ook doorgerekend. Deze scenario s zijn: De composietbruggen worden (net als de betonnen en stalen bruggen) na 50 jaar in zijn geheel afgedankt en tijdens hun levensduur niet verplaatst De composietbruggen worden na 67 jaar in zijn geheel afgedankt en tijdens die levensduur niet verplaatst. Om de milieu-impact van deze scenario s door te rekenen is met de eco-indicator 99 methode de volgende analyse gemaakt: Voor de eenheid 100 jaar brug is nodig: 2 composietbruggen 2 betonnen/stalen bruggen (alle bruggen gaan 50 jaar mee) 1,5 composietbrug of 2 betonnen/stalen bruggen (de composietbruggen gaan 67 jaar mee en de betonnen/stalen bruggen gaan 50 jaar mee) De onderstaande grafiek laat zien, dat als de levensduur van de composietbruggen zou afnemen tot 67 jaar of tot 50 jaar, in beide gevallen de koolstofcomposietbrug slechter gaat scoren dan de betonnen en stalen brug. De milieu-impact van de glasvezelcomposietbrug is echter dan nog steeds lager dan de betonnen en stalen brug. BECO Groep 17

22 6 CONCLUSIES EN OPMERKINGEN In onderstaande tabel zijn de conclusies in getallen weergegeven: Soort brug Energie-inhoud (GJ) Carbon foot print (ton CO2-eq) Eco-indicator (Pt) Glasvezel Koolstofvezel Beton Staal Op basis van de resultaten kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De glasvezelcomposietbrug heeft een duidelijk lagere milieu-impact (eco-indicator), energie-inhoud en carbon foot print dan de overige bruggen. De energie-impact van een betonnen brug is drie maal hoger, en van een stalen brug vijf maal hoger dan de energie-impact van de glasvezelcomposietbrug, gezien vanuit de gehele levenscyclus. De carbon footprint van een betonnen brug is bijna twee maal hoger, en van een stalen brug 2,3 maal hoger dan de energie-impact van een composietbrug, gezien vanuit de gehele levenscyclus. De milieu-impact in eco-indicator punten (Pt) van een betonnen of stalen brug is ongeveer 3 keer hoger dan de milieu-impact van de glasvezelcomposietbrug, gezien vanuit de gehele levenscyclus. De koolstofvezelcomposietbrug heeft een lagere carbon foot print dan de stalen en betonnen brug. De energie-inhoud is iets hoger, en de milieu-impact in Pt iets lager, dan die van de betonnen brug; maar deze verschillen zijn te klein om harde uitspraken te doen. Aanvullende opmerkingen Bij het modelleren van de koolstofbrug is voor koolstofvezel data gebruikt uit de Idemat database. Deze data is een aantal jaar oud 3. Het is niet met zekerheid te zeggen of deze data betrouwbaar genoeg is. Daarmee is de totale berekening niet heel erg betrouwbaar omdat de koolstofvezel een zeer groot deel van milieu-impact voor zijn rekening neemt. Het verdient de aanbeveling om de milieu-impact van koolstofvezel verder te onderzoeken. Bij de berekening is ervan uitgegaan dat de composiet brug een dubbele levensduur heeft, omdat deze twee keer ingezet kan worden. De energiewinst wordt nog veel groter bij een derde en vierde leven. Bij de betonnen brug en de stalen brug is de afvalfase reeds geoptimaliseerd (volledige recycling), bij de composiet brug is er nog veel ruimte voor verbetering. In deze analyse is uitgegaan van energieterugwinning en laagwaardige recycling (via cementoven) van het composiet. Als hier hoogwaardiger recycling mogelijk wordt, dan wordt de milieu- en energie-impact (veel) lager. 3 Afkomstig van Peebles, L.H., Carbon fibers: formation,structure and properties. Boca Rotan: CRC Press Inc., energy data from: Lee, S.M. et al., 'The beneficial energy and environmental impact of composite materials-un unexpected bonus' SAMPE Journal vol.27, BECO Groep

23 Ook liggen er nog veel kansen voor verlaging van de milieu-impact van de composietbrug, omdat het een relatief nieuw product is dat nog verder doorontwikkeld kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan inzet van innovatieve grondstoffen met een lagere milieu-impact zoals biobased materialen. BECO Groep 19

24 BIJLAGE I: AFBEELDINGEN ANALYSERESULTATEN BETONNEN BRUG Cumulative energy demand (GER-waarden) 20 BECO Groep

25 Carbon foot print (CO2 eq) BECO Groep 21

26 EcoIndicator BECO Groep

27 BIJLAGE 2: AFBEELDINGEN ANALYSERESULTATEN STALEN BRUG Cumulative energy demand BECO Groep 23

28 Carbon foot print 24 BECO Groep

29 EcoIndicator 99 BECO Groep 25

30 BIJLAGE 3, SCORES OP VERSCHILLENDE ASPECTEN BIJ ECO INDICATOR 99 (GENORMALISEERD EN GEWOGEN) 26 BECO Groep

31 BIJLAGE 4, SCORES OP ANALYSEMETHODE CML BASELINE 2000 Eindrapportage LCA Composietbrug, mei 2009 BECO Groep 27

32 BIJLAGE 5: PEER REVIEW Uitgevoerd op basis van het concept-rapport door Bart Jansen (BECO België) d.d. 7 mei 2009 Requirements of the series for use in LCI reviews General recommandations: 1. Algemeen is deze studie te zien als een grondige milieu-productanalyse, waarvan de conclusies zeer bruikbaar zijn voor interne analyse en met de nodige aandacht voor nuances en interpretatie, zijn elementen van deze studie bruikbaar voor externe communicatie. Wat dit laatste betreft zou ik deze studie niet als onderbouwing gebruiken voor een vergelijkende milieuclaim met betonnen en stalen constructies. Indien dat laatste wel de wens is moet de studie verder uitgebreid worden met de taken in overeenstemming met ISO wat betreft het uitvoeren en rapporteren van een ISO-conforme LCA-studie. Bovenstaande checklist en review opmerkingen (niet hier opgenomen, red.) kunnen hierbij dienen als leidraad. De vraag is, is een dergelijke extensieve studie nodig voor de klant(en)? 2. M.b.t. onder andere de afdankingscenario s; wat is het principe dat gehanteerd wordt, real-life of best-practice? Dit best verduidelijken en verantwoorden. Ik ging uit van bestpractice als de composiet na 50 jaar opnieuw ingezet zal worden, maar ook wat de andere materialen betreft, tot het maximaal mogelijke worden gerecycled. Voor de onderbouwing van een milieuclaim in de zin van vergelijking met andere systemen is het aan te bevelen ook de real-life analyse te maken. 3. Wat betreft de gehanteerde methode voor deze studie zijn er nog een aantal belangrijke onduidelijkheden. De belangrijkste met invloed op de resultaten is de allocatieprocedure voor de afdankingscenario van materialen (recycling en recuperatie energie). M.a.w. volgens welk principe zijn de vermeden emissies en impacten in rekening gebracht. 4. Aansluitend bij vorige is het ook aan te bevelen een duidelijk overzicht te maken van de unit processes, process tree, life cycle stages (in tabel en figuur). Ik kan bv. geen onderscheid maken in de processen wat betreft de werkzaamheden op de bouwwerf, versus de stroomopwaartse impacts van de materialen (productieketen). Een process tree is ook een interessante kapstok om alle data aan te koppelen (niet alleen de resultaten zoals het geval in hoofdstuk 4). Maak ook een goede analyse van de databronnen, datakwaliteit. Geef hierbij duidelijk aan wat zeer specifiek bekomen is van de betrokken bedrijven, wat generiek beschikbare data zijn (bv. EU averages), wat niet beschikbaar is en waarvoor aannames zijn gemaakt, waar de grootste onzekerheden zijn (dit kan kwalitatief aangegeven worden). Sensitiviteitsanalyses zijn ook zeker aan te bevelen als de studie moet dienen voor een milieuclaim. (..). Maak een opdeling in unit processen, en per proces is de vraag, wat zijn de primarie inputs en primaire outputs. Worden deze niet gerapporteerd? Sterkte van een studie is transparant te zijn, ook over aannames. (..) 5. Wat betreft de rapportage algemeen: maak een duidelijk onderscheid tussen goal en scope definitie en inventarisatie. De data en analyse van geïnventariseerde data horen in dat laatste hoofdstuk te komen. Alle keuzes m.b.t. methode, data, kwaliteit van data en de 28 BECO Groep

Eindrapport (2 e versie) VERTROUWELIJK

Eindrapport (2 e versie) VERTROUWELIJK VOORWOORD Het uitgangspunt van deze studie was het verkrijgen van inzicht in de milieu-impact van een composiet brug, met verschillende grondstoffen. Daarnaast is er ook gekeken naar de verhouding tot

Nadere informatie

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Notitie Delft, maart 2011 Opgesteld door: M.N. (Maartje) Sevenster M.E. (Marieke) Head 2 Maart 2011 2.403.1 Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg 1 Inleiding Binnen de prestatieladder

Nadere informatie

Ketenmaatregelen in de ICT branche Case 2: ICT Milieu

Ketenmaatregelen in de ICT branche Case 2: ICT Milieu Ketenmaatregelen in de ICT branche Case 2: ICT Milieu Betrokkenen: Frerik van de Pas Michiel Cuijpers Lieke van Rossum Joost van Capellen Lonneke de Graaff-van der Kamp NL Energie en Klimaat (Agentschap

Nadere informatie

Vermeden CO 2 emissies door recycling van e-waste

Vermeden CO 2 emissies door recycling van e-waste Vermeden CO 2 emissies door recycling van e-waste Monitoring 2013 Datum: 6-5-2014 Versie: Eindrapport Project nummer: CL1039 In opdracht van: Hendrik Bijker, Wecycle. Uitgevoerd door: Jorrit Leijting,

Nadere informatie

Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste

Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste 29-214 Datum: 27 juli 215 Versie: 1.1 In opdracht van: Opgesteld door: Hendrik Bijker Wecycle Laura Golsteijn Marisa Vieira Dit rapport is geschreven

Nadere informatie

GER-waarden en milieu-impact scores hulpstoffen voor de afvalwaterzuivering. Heleen Pinkse

GER-waarden en milieu-impact scores hulpstoffen voor de afvalwaterzuivering. Heleen Pinkse GER-waarden en milieu-impact scores hulpstoffen voor de afvalwaterzuivering Heleen Pinkse Aanleiding Energiefabriek: Door toepassen van chemicaliën kan energiegebruik van de zuivering verminderen, maar..

Nadere informatie

Masterclass LCA. Wat kan je met LCA-studies in afvalland? Geert Bergsma

Masterclass LCA. Wat kan je met LCA-studies in afvalland? Geert Bergsma Masterclass LCA Wat kan je met LCA-studies in afvalland? Geert Bergsma CE Delft sinds 1978 Onafhankelijk onderzoek en advies Milieu, economie, techniek en beleid Energie, transport, afval, biomassa, voedsel,

Nadere informatie

Tabel 1 Basisprofiel standaard geleiderails

Tabel 1 Basisprofiel standaard geleiderails Memo Aan: Kenmerk: Betreft: Van: Delft, 8 mei 2014 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Verzinkerij Van Aert LCA-resultaten van s Basisprofielen van de standaard s en de verzinkte s en vergelijking

Nadere informatie

CO2 impact kringloopbedrijven

CO2 impact kringloopbedrijven CO2 impact kringloopbedrijven CO2 besparing gerealiseerd in 2014 door Stichting Aktief Dhr. G. Berndsen Gildenstraat 43 7005 bl Doetinchem Tel. 0314330980 g.berndsen@aktief-groep.nl Samenvatting Met 1

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

Resultaat Toetsing TNO Lean and Green Awards

Resultaat Toetsing TNO Lean and Green Awards ID Naam Koploper Datum toetsing 174 M. Van Happen Transport BV 2-4-2012 Toetsingscriteria 1. Inhoud en breedte besparingen 2. Nulmeting en meetmethode 3. Haalbaarheid minimaal 20% CO2-besparing na 5 jaar

Nadere informatie

Onderbouwing van de duurzaamheid van staalconstructies = Large Valorisation on Sustainability of Steel Structures CASE STUDIES

Onderbouwing van de duurzaamheid van staalconstructies = Large Valorisation on Sustainability of Steel Structures CASE STUDIES Onderbouwing van de duurzaamheid van staalconstructies = Large Valorisation on Sustainability of Steel Structures CASE STUDIES November 2014 Agenda 12/10/2014 2 12/10/2014 3 Scope van de studie Doel: vergelijk

Nadere informatie

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014 Carbon footprint Op basis van de diverse soorten CO 2 -emissies is de totale CO 2 -emissie van Den Ouden Groep berekend. 9,8 38,6 51,6 Diesel personenwagens Diesel combo's en busjes Hybride personen wagens

Nadere informatie

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Dit document bevat de uitgewerkte actuele emissie inventaris van Welling Bouw Vastgoed Rapportage januari december 2009 (referentiejaar) Opgesteld door: Wouter van

Nadere informatie

Product Sustainability Indicator

Product Sustainability Indicator Product Sustainability Indicator Waarom een scorecard? Duurzaam bouwen is al lang geen trend meer. De vraag naar duurzame gebouwen groeit en daarmee de vraag naar duurzame producten. Maar wat is een duurzaam

Nadere informatie

Voorbij energiebesparing: milieueffecten van energiebesparende maatregelen

Voorbij energiebesparing: milieueffecten van energiebesparende maatregelen Voorbij energiebesparing: milieueffecten van energiebesparende maatregelen 9 Oktober 28 Laure Itard 1 november 28 1 Renovatie van een rijtjehuis gebouwd in de periode 1966-1976 1 november 28 2 1. Isolatie

Nadere informatie

Levenscyclusanalyse - LCA

Levenscyclusanalyse - LCA 1 Inhoud 1 Inhoud... 1 2 Wat is een LCA?... 2 3 Hoe is een LCA opgebouwd?... 3 4 Toepassingen en mogelijkheden... 7 5 Aandachtspunten en praktische info... 8 6 Links... 8 Een initiatief van: Met steun

Nadere informatie

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010)

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Opgesteld door: Akkoord: I. Bangma O. Van der Ende 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Steel Protectors Group staat zowel interne als externe duurzaamheid

Nadere informatie

Aluminium, LCA en EPD

Aluminium, LCA en EPD Symposium Duurzaam Aluminium 5 februari 2015 Aluminium, LCA en EPD Harry van Ewijk IVAM UvA BV www.ivam.uva.nl IVAM UvA BV Opgericht in 1993 vanuit de Vakgroep Milieukunde UvA is enige aandeelhouder 15

Nadere informatie

Carbon footprint 2013

Carbon footprint 2013 PAGINA i van 13 Carbon footprint 2013 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2013_2.0 Versie: 2.0 Status: Def Uitgegeven

Nadere informatie

transport grondstoffen verpakking water energie MANAGEMENT SUMMARY

transport grondstoffen verpakking water energie MANAGEMENT SUMMARY MANAGEMENT SUMMARY Aanleiding: De keuze voor het werken met disposable en versus de wasbare microvezel doeken in de professionele schoonmaak wordt vaak op basis van meerdere factoren gemaakt. Een van de

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Contactpersonen IR. B. (BAȘAK) KARABULUT Adviseur T +31 (0)88 4261 322 M +31 (0)6 312 02492 E basak.karabulut@arcadis.com Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam

Nadere informatie

Duurzaam bouwen en LCA s en de NMD. G. Jonkers NVVT 28-5-2013

Duurzaam bouwen en LCA s en de NMD. G. Jonkers NVVT 28-5-2013 Duurzaam bouwen en LCA s en de NMD G. Jonkers NVVT 28-5-2013 Presentatie Achtergronden duurzaam bouwen Bepalingsmethoden milieuprestatie gebouw LCA Nationale Milieudatabase Duurzaamheid en verf -> een

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT ANALYSE

CARBON FOOTPRINT ANALYSE CARBON FOOTPRINT ANALYSE Carbon Footprint Analyse voor het hergebruik van automotive Li-ion batterijen voor de opslag van hernieuwbare energie Marlies Meijer-Willems ARN Bart in t Groen DNV-GL ARN is het

Nadere informatie

MKI score van wegen aanleg en onderhoud

MKI score van wegen aanleg en onderhoud MKI score van wegen aanleg en onderhoud Inleiding Duurzaam gebruik van materialen & grondstoffen is onder te verdelen in twee hoofdonderwerpen: Keuze voor materialen & grondstoffen. Hierbij spelen aspecten

Nadere informatie

Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies Productie betonpalen versus stalen buispalen

Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies Productie betonpalen versus stalen buispalen Peek B.V. Ketenanalyse CO 2 emissies Productie betonpalen versus stalen buispalen 1 september 2010 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Relevantie, motivatie 3 1.2 Ketenanalyses binnen scope 3 3 2 Geluidsschermen

Nadere informatie

Starters Handleiding DuboCalc Project versie 4.0 21 juni 2015. DuboCalc Project 4.0 StartersHandleiding

Starters Handleiding DuboCalc Project versie 4.0 21 juni 2015. DuboCalc Project 4.0 StartersHandleiding Starters Handleiding DuboCalc Project versie 4.0 21 juni 2015 DuboCalc Project 4.0 StartersHandleiding Inhoud 1 Aan de slag met DuboCalc Project... 5 1.1 Wat is DuboCalc Project?... 5 1.2 Starten van

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam"

Ketenanalyse Afval in project Nobelweg te Amsterdam Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 4.A.1_2 Ketenanalyse afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 1/16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Van

Nadere informatie

Het verschil tussen de huidige situatie en de situatie 10 jaar geleden

Het verschil tussen de huidige situatie en de situatie 10 jaar geleden Klimaatimpact van de 0,5 liter PET-fles Het verschil tussen de huidige situatie en de situatie 10 jaar geleden Openbare notitie Delft, april 2011 Opgesteld door: M.M. (Marijn) Bijleveld G.C. (Geert) Bergsma

Nadere informatie

TKI-KIEM WP1 - Methode voor integrale Energie- en Milieuprestatie. Erik Alsema, David Anink, W/E adviseurs 1 april 2015

TKI-KIEM WP1 - Methode voor integrale Energie- en Milieuprestatie. Erik Alsema, David Anink, W/E adviseurs 1 april 2015 TKI-KIEM WP1 - Methode voor integrale Energie- en Milieuprestatie Erik Alsema, David Anink, W/E adviseurs 1 april 2015 Doel Ontwikkeling van integrale methodiek om de milieueffecten als gevolg van energiegebruik

Nadere informatie

Rapportage CO 2 -footprint Theuma

Rapportage CO 2 -footprint Theuma Rapportage CO 2 -footprint Theuma 2012 Datum: April 2013 Status: Eindrapport Betrokkenen: Bart Van Damme Bart Wauters Anouk Walinga Barbara De Kezel Theuma Theuma Theuma Beco 2 INHOUD SAMENVATTING... 4

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2014

CARBON FOOTPRINT 2014 CARBON FOOTPRINT 2014 HOGESCHOOL UTRECHT 16 april 2015 078353524:A - Definitief C05013.000012.0500 Inhoud 1 Uitgangspunten... 3 1.1 Boundaries... 3 1.2 Scope definitie... 3 1.3 Gehanteerde uitgangspunten...

Nadere informatie

Carbon Footprint Beheer Familie van Ooijen BV Rapportage januari december 2009 (referentiejaar)

Carbon Footprint Beheer Familie van Ooijen BV Rapportage januari december 2009 (referentiejaar) Carbon Footprint Beheer Familie van Ooijen BV Rapportage januari december 2009 (referentiejaar) Dit document bevat: - De uitgewerkte actuele emissie inventaris 2009 o de analyse van de emissie inventaris

Nadere informatie

Carbon footprint BT Nederland NV 2014

Carbon footprint BT Nederland NV 2014 Carbon footprint BT Nederland NV 2014 1 Inleiding Ten behoeve van het behalen van niveau 3 van de CO 2 Prestatieladder heeft BT Nederland N.V. (hierna BT Nederland) haar CO 2-uitstoot (scope 1 & 2 emissies)

Nadere informatie

Ketenanalyse Ketenanalyse Asbestverwijdering

Ketenanalyse Ketenanalyse Asbestverwijdering Ketenanalyse Ketenanalyse Asbestverwijdering Datum: 7-9-2015 Status: definitief Door: QSN, Gea Helms Inhoudsopgave 1. Introductie... 3 1.1 Scope... 3 1.2 Metaalrecycling... 4 1.3 Asbest... 4 2. Keten asbestverwijdering...

Nadere informatie

Duurzaamheid bouwwerken - Nieuwe Nederlandse en Europese normen en regelgeving

Duurzaamheid bouwwerken - Nieuwe Nederlandse en Europese normen en regelgeving Duurzaamheid bouwwerken - Nieuwe Nederlandse en Europese normen en regelgeving Agnes Schuurmans Voorzitter NEN 351 281 (CEN TC350) Rockwool International 1 Bouwbesluit - 1 april 2012 Milieuparagraaf Artikel

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen kozijnen in project "Mauritshuis"

Ketenanalyse stalen kozijnen in project Mauritshuis Ketenanalyse stalen kozijnen in project "Mauritshuis" Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Koninklijke Woudenberg 3 1.3. Opbouw 4 Stap 1: Globale berekening van

Nadere informatie

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Ketenanalyse project Kluyverweg Oranje BV Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0 Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Autorisatiedatum: 3-12-2015 Naam

Nadere informatie

SCOPE 3 analyse van GHG genererende (keten) activiteiten

SCOPE 3 analyse van GHG genererende (keten) activiteiten SCOPE 3 analyse van GHG genererende (keten) Inhoud 1. Inleiding... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2. Bedrijf... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3. Energieverbruik en energieverbruikers... Fout!

Nadere informatie

Milieubarometer 2010-2011

Milieubarometer 2010-2011 NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N005 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2010-2011 Datum : 6 januari 2012 Milieubarometer 2010-2011 Inleiding De milieubarometer is een instrument,

Nadere informatie

CO 2 HANDBOEK RASENBERG INFRA

CO 2 HANDBOEK RASENBERG INFRA CO 2 HANDBOEK RASENBERG INFRA Onderwerp Organisatie O 2 handboek : Rasenberg Infra INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 3 2 AFBAKENING... 4 2.1 INLEIDING... 4 2.2 ORGANISATORISCHE AFBAKENING... 4 2.3 ENERGIESTROMEN...

Nadere informatie

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Dit document bevat de uitgewerkte actuele emissie-inventaris van Welling Bouw Vastgoed Rapportage 1 e halfjaar 2010 (januari juli 2010) Opgesteld door: TL Gecontroleerd

Nadere informatie

Management samenvatting

Management samenvatting Management samenvatting Onderzoek naar de milieu-impact van natuurlijk grassportvelden Dit rapport beschrijft de milieu-impact van natuurlijke grassportvelden en de mogelijkheden om deze milieu-impact

Nadere informatie

Herberekening Basisjaar CO 2 -Footprint

Herberekening Basisjaar CO 2 -Footprint Herberekening Basisjaar CO 2 -Footprint Rekenkundige onderbouwing van de herberekening van het basisjaar en eventuele tussenliggende jaren. Zwatra B.V. Doc.code: HBF Versie: 1 Datum: 19 november 2015 Status:

Nadere informatie

Wat kan je met LCA studies?

Wat kan je met LCA studies? Wat kan je met LCA studies? Verbetermogelijkheden van een keten/product inventariseren Verschillende producten/ketens milieukundig vergelijken Beleidsopties vergelijken en optimaliseren Tot op zekere hoogte

Nadere informatie

1. INLEIDING. 1.1. Rapportage

1. INLEIDING. 1.1. Rapportage 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

Relevantie van (carbon) footprinting voor telers. Jasper Scholten 23 juni 2011

Relevantie van (carbon) footprinting voor telers. Jasper Scholten 23 juni 2011 Relevantie van (carbon) footprinting voor telers Jasper Scholten 23 juni 2011 Inhoud 1. Blonk Milieu Advies 2. Levenscyclusanalyse (LCA) 3. Carbon Footprinting 4. Footprint van brouwgerst 5. Footprint

Nadere informatie

Duurzaamheidsmetingen

Duurzaamheidsmetingen Duurzaamheidsmetingen 21 april SUSPRO³ werkgroep eco-innovatie Saskia Walraedt Projectleider Eco²Chem en Vlarip Agenda Inleiding Waarom duurzaamheid meten Types meetmethodes Wat meten Hoe meten Voorstelling

Nadere informatie

Energie meetplan 2013-2015

Energie meetplan 2013-2015 Energie meetplan 2013-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Organisatie Kenmerk Document Ploegmakers Groep B.V. CO2 PRESTATIELADDER 3.B.2_2 Energiemeetplan 2013-2015 Datum 2015-04-21 Versie

Nadere informatie

Ketenanalyse beton Max Bögl Nederland B.V.

Ketenanalyse beton Max Bögl Nederland B.V. Ketenanalyse beton Max Bögl Nederland B.V. Foto: Thea van den Heuvel/DAPh Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Max Bögl 3 1.3. Opbouw 3 Stap 1: Globale berekening

Nadere informatie

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland

Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland 1 Ketenanalyse Tijdelijke Verkeersborden Traffic Service Nederland Auteur: Nick Ooms, Margriet de Jong Bedrijf: Traffic Service Nederland Autorisatiedatum: 17-05-2016 Versie: 1.0 Handtekening autoriserend

Nadere informatie

Herberekening Basisjaar CO 2 -Footprint

Herberekening Basisjaar CO 2 -Footprint Herberekening Basisjaar CO 2 -Footprint Rekenkundige onderbouwing van de herberekening van het basisjaar en eventuele tussenliggende jaren. Loodgietersbedrijf RéVé B.V. Doc.code: HBF Versie: 1 Datum: 10

Nadere informatie

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015 CO 2 -update H1 2014 versie 2, 16 maart 2015 INLEIDING De belangrijkste milieu-impact van Beelen is haar CO 2 -uitstoot. Daarom hebben wij reeds in 2011 reductiedoelstellingen voor onze CO 2 -uitstoot

Nadere informatie

CO 2 footprint producten Tata Steel Tubes BV

CO 2 footprint producten Tata Steel Tubes BV Tata Steel Nederland Tubes BV CO 2 footprint producten Tata Steel Tubes BV Jan Vroonhof (RHDHV) Paul van Ommen (Tata Tubes) Tata Steel Tubes 1. Environmental Policy Tata Steel 2. Doelstellingen en waarom

Nadere informatie

Carbon Footprint 2014

Carbon Footprint 2014 Carbon Footprint 2014 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Projectnummer: 550613 Versie: 1.1 Datum: 19-6-2015 Status: Defintief Adres Kievitsweg 13 9843 HA, Grijpskerk Contact Tel. 0594-280 123 E-mail: info@oosterhofholman.nl

Nadere informatie

WP4: Verbeterde schattingsmethode materiaalhoeveelheden in constructies! 1 april 2015, TKI KIEM!

WP4: Verbeterde schattingsmethode materiaalhoeveelheden in constructies! 1 april 2015, TKI KIEM! WP4: Verbeterde schattingsmethode materiaalhoeveelheden in constructies 1 april 2015, TKI KIEM WP4 - Verbeterde schattingsmethode materiaalhoeveelheden Projectpartners IMd Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam

Nadere informatie

Houtcafé 25 september 2014 Milieuaspecten van hout in de praktijk

Houtcafé 25 september 2014 Milieuaspecten van hout in de praktijk Houtcafé 25 september 2014 Milieuaspecten van hout in de praktijk AGENDA Houtcafé 25 september 2014 16.00 uur Inleiding Milieuaspecten van hout Eric D. de Munck, projectleider en secretaris Centrum Hout/VVNH

Nadere informatie

Rapport. Managementrapport. Verificatie emissie inventaris 2014 TBI Infra B.V. Barendrecht, 29 juni 2015

Rapport. Managementrapport. Verificatie emissie inventaris 2014 TBI Infra B.V. Barendrecht, 29 juni 2015 Rapport Managementrapport Verificatie emissie inventaris 2014 TBI Infra B.V. Barendrecht, 29 juni 2015 DNV GL Business Assurance B.V. Zwolseweg 1, 2994 LB Barendrecht Postbus 9599, 3007 AN Rotterdam Tel.:

Nadere informatie

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Een samenvatting van de "Greenhouse Gas Protocol Scope 2 Guidance" Samengevat en vertaald door het EKOenergie-secretariaat, januari

Nadere informatie

Handreiking bij stap één in LCA: Doel & Scope

Handreiking bij stap één in LCA: Doel & Scope Handreiking bij stap één in LCA: Doel & Scope 1 Introductie Duurzaamheid is tegenwoordig voor veel bedrijven een belangrijk onderdeel van hun bedrijfsvoering geworden. In steeds meer bedrijven vormt het

Nadere informatie

Van Kerstboom tot Groene Energie. Voorbeeld van een diatitel

Van Kerstboom tot Groene Energie. Voorbeeld van een diatitel Van Kerstboom tot Groene Energie Voorbeeld van een diatitel 0. Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. projectteam 3. Doel van de proef 4. Tussenopslag en Biomassa centrale 5. Wijze van inzameling 6. Vermeden CO2

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol

Ketenanalyse Staal in project De Gagel Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Ketenanalyse Staal in project "De Gagel" Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten VBK Groep

Nadere informatie

Verantwoorde keuze van bestratingsproducten

Verantwoorde keuze van bestratingsproducten Verantwoorde keuze van bestratingsproducten Bij de keuze van producten voor bestratingen gelden verschillende afwegingsfactoren. De impact van een bepaalde keuze op het milieu is daar één van, een factor

Nadere informatie

V.o.f. transportbedrijf G.L. De Haan

V.o.f. transportbedrijf G.L. De Haan Datum: april 2015 versie 3 Pagina 1 van 6 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2017 V.o.f. transportbedrijf G.L. De Haan te Nijkerk Datum: april 2015 versie 3 Pagina 2 van 6 Inhoud 1 Inleiding energie meetplan

Nadere informatie

Carbon Footprint Rapportage H1-2014

Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Naam Paraaf Datum Steller W.B.R. Weening November 2014 Inhoudsopgave D38.Carbon Footprint Report H1-2014.doc 1. Inleiding... 3 2. Afbakening... 4 2.1 Organisatiegrenzen...

Nadere informatie

Ketenanalyse zandbak reiniging

Ketenanalyse zandbak reiniging Ketenanalyse zandbak reiniging Voor GKB REALISATIE Boskoop, 17 februari 2014 Versie 2 Pagina 1 van 14 Opdrachtgever: GKB REALISATIE. Middelweg 1 2992 SP Barendrecht Onderzoeksrapport: 3-2013 dec. 2013

Nadere informatie

Review CO2 reductiesysteem. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1

Review CO2 reductiesysteem. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Review CO2 reductiesysteem Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Invalshoek A: Inzicht 4 2.1. Footprintberekening 4 2.2. Kwaliteitsmanagement (ISO 14064-1 hoofdstuk

Nadere informatie

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat

Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat DEFINITIEVE RAPPORTAGE Ketenanalyse ophoogzand voor MNO Vervat Betrokkenen: John Kerstjens Sander Hegger Maxim Luttmer MNO Vervat Groep Vestiging Rotterdam, november 2010 Rapportage Ketenanalyse ophoogzand

Nadere informatie

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1

Ketenanalyse Papier. Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 2015 Ketenanalyse Papier Rapportage: KAP 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Ketenanalyse papier... 4 1.1 Keten van papier... 4 2.2 Identificeren

Nadere informatie

Sustainable/Green Standard Cost Model an innovative 2 edged sword. Slaat brug tussen 2 werelden: Economie & Ecologie (& Pleasure?)

Sustainable/Green Standard Cost Model an innovative 2 edged sword. Slaat brug tussen 2 werelden: Economie & Ecologie (& Pleasure?) Track: Een groene blik op software Sustainable/Green Standard Cost Model Slaat brug tussen 2 werelden: & (& Pleasure?) Administratieve lastenverlichting / kostenreductie met ICT? En aantoonbare reductie

Nadere informatie

Quick scan inzamelsysteem EPSverpakkingen. Stromenanalyse, inzamelkosten en krachtenveldanalyse

Quick scan inzamelsysteem EPSverpakkingen. Stromenanalyse, inzamelkosten en krachtenveldanalyse Quick scan inzamelsysteem EPSverpakkingen via milieustraten Stromenanalyse, inzamelkosten en krachtenveldanalyse Huidige EPS stofstromen Export 1.748 ton Productie EPS verpakkingen in NL 8.265 ton EPS

Nadere informatie

SuFiQuaD. Sustainability, Financial and Quality evaluation of Dwelling types. Frank De Troyer, Karen Allacker. OVAM 1 oktober 2009.

SuFiQuaD. Sustainability, Financial and Quality evaluation of Dwelling types. Frank De Troyer, Karen Allacker. OVAM 1 oktober 2009. SuFiQuaD Sustainability, Financial and Quality evaluation of Dwelling types Frank De Troyer, Karen Allacker. OVAM 1 oktober 2009 1 Doel Presentatie Wat kunnen we uit SuFiQuaD project leren voor een toekomstgericht

Nadere informatie

Milieubarometer 2009-2010

Milieubarometer 2009-2010 NOTITIE Nr. : A.2007.5221.01.N004 Versie : definitief Project : DGMR Duurzaam Betreft : Milieubarometer 2009-2010 Datum : 26 juli 2011 Milieubarometer 2009-2010 Inleiding De milieubarometer is een instrument,

Nadere informatie

KLIMAATTRANSPARANTIE

KLIMAATTRANSPARANTIE KLIMAATTRANSPARANTIE GEBOUWEN CO 2 Footprint Rapportage Volledig 2012 ACO BV Doetichem Werkmaatschappij Versie 1.0 08-04-2013 INLEIDING Carbon Footprint staat synoniem voor CO 2 -voetafdruk of CO 2 -emissie

Nadere informatie

Inspanning voor. duurzame. betonproducten

Inspanning voor. duurzame. betonproducten Inspanning voor duurzame betonproducten 1 Een duurzame wereld begint bij jezelf. Beton is en blijft een belangrijk en populair bouwmateriaal. Dit betekent dat we meer aandacht moeten geven aan het verduurzamen

Nadere informatie

DGMR Totaal. Figuur 1. DGMR - Milieubelasting per jaar

DGMR Totaal. Figuur 1. DGMR - Milieubelasting per jaar Notitie Project DGMR Duurzaam Betreft Milieubarometer 2011-2012 Ons kenmerk A.2007.5221.01.N006 Versie 001 Datum 7 oktober 2013 Verwerkt door VI GA Contactpersoon drs. ing. B.E.A. (Bianca) van Osch E-mail

Nadere informatie

Beschrijving Energie Management Systeem

Beschrijving Energie Management Systeem Beschrijving Energie Management Systeem 11 maart 2014 Dit document beschrijft het Energie Management Systeem en het reductieplan voor realisatie van de energiereductie doelstellingen van Bepacom B.V. StenVi

Nadere informatie

Ketenanalyse Transport

Ketenanalyse Transport 2015 Ketenanalyse Transport Rapportage: KAS 2015 Datum: 21 augustus 2015 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.2 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.2 Identificeren van partners

Nadere informatie

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Inhoud 1 Aanleiding 1 2 Werkwijze 2 2.1. Bronnen 2 2.2. Kentallen 2 3 CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie 3 4 Ontwikkeling 5 5

Nadere informatie

CO 2 wijzer voor Tuinen

CO 2 wijzer voor Tuinen CO 2 wijzer voor Tuinen Achtergrond Tuinen hebben van nature een groen imago en niemand denkt direct aan een bijdrage aan het klimaateffect, als men over tuinen spreekt. In de praktijk is het natuurlijk

Nadere informatie

Energie meetplan 2013-2020

Energie meetplan 2013-2020 Energie meetplan 2013-2020 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Onderwerp: Energiemeetplan 2013-2020 Referentie: CO₂ prestatie Blad 2 van 5 Inhoud Energie meetplan 2013-2020... 1 1 Inleiding...

Nadere informatie

Energie meetplan CO2 reductiesysteem 2017-2020

Energie meetplan CO2 reductiesysteem 2017-2020 Transportbedrijf R.Vels & Zn. B.V. Energie meetplan CO2 reductiesysteem 2017-2020 Conform niveau op de CO2 prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 1 Inleiding... 3 2 Doelstellingen... 4 3 Planning meetmomenten...

Nadere informatie

Duurzaam inkopen bij Rijkswaterstaat

Duurzaam inkopen bij Rijkswaterstaat Duurzaam inkopen bij Duurzaamheid bij aanleg en onderhoud van wegen, vaarwegen en waterwerken Edwin van der Wel, Sr. Adviseur Duurzaamheid en Energie, GPO Inhoud Programma duurzaam inkopen GWW Doelstellingen

Nadere informatie

Duurzamer beton door gebruik van Mecalithe

Duurzamer beton door gebruik van Mecalithe Duurzamer beton door gebruik van Mecalithe Datum : 1 juli 2014 Versie : W1.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Cement... 4 2.1 Algemeen... 4 2.2 Cement in Nederland... 4 2.3 CO 2 uitstoot cement... 5 2.4

Nadere informatie

ketenanalyse afvalverwijdering BESIX - OVT Utrecht

ketenanalyse afvalverwijdering BESIX - OVT Utrecht afvalverwijdering BESIX - OVT Utrecht BESIX Nederland Branch 23 februari 2015 DEFINITIEVE rapportage - 1 - Documenttitel afvalverwijdering BESIX OVT Utrecht Verkorte documenttitel Voortgangsrapportage

Nadere informatie

Evaluatie CO2 reductie in ketensamenwerking:

Evaluatie CO2 reductie in ketensamenwerking: Evaluatie CO2 reductie in ketensamenwerking: Project 3 bruggen over kanaal Almelo de Haandrik Brug Bergentheim Brug Beerzerveld Brug Emtenbroekerdijk Uitvoering Aannemersbedrijf van Haarst Deelnemers ketensamenwerking:

Nadere informatie

Definitie. Wat is Duurzaamheid?

Definitie. Wat is Duurzaamheid? Duurzaamheid Definitie Wat is Duurzaamheid? Waarom is duurzaamheid belangrijk? Bevolkingsgroei 7naar 9Miljard Waarom is duurzaamheid belangrijk? Grondstofschaarste Waarom is duurzaamheid belangrijk? Ontbossing

Nadere informatie

Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses

Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses Meest materiële Scope 3 emissies en twee ketenanalyses Inleiding Op 2 december 21 heeft Vialis het CO 2 -bewust certificaat op niveau 3 behaald. Niveau 3 van de CO 2 - prestatieladder is met name gericht

Nadere informatie

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 CO-2 Rapportage 2014 Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 Aalten 28-04-2015 Versie 2.2 J.Nannings Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9

1 Inleiding. Buro Cleijsen Pagina 1 van 9 1 Inleiding In het kader van het behalen van niveau 4 op de CO2-Prestatieladder voert de KoningGroep twee analyses uit van een GHG (Green House Gas) genererende keten. De dominantie analyse en de keten

Nadere informatie

4A1 + 3 - CO2 Ketenanalyses scope 3 2ParkUp & Cluster Line

4A1 + 3 - CO2 Ketenanalyses scope 3 2ParkUp & Cluster Line 4A1 + 3 - CO2 Ketenanalyses scope 3 2ParkUp & Cluster Line Versie : definitief 25 maart 2015 Klaver Fietsparkeervoorzieningen Weberstraat 5 7903 BD Hoogeveen Inhoudsopgave Inleiding 1 Deel A Ketenanalyse

Nadere informatie

Ketenanalyse composietbrug

Ketenanalyse composietbrug Ketenanalyse composietbrug Opdrachtgever Contactpersoon Document Hans Verschoor Christine Wortmann 18 september 2013 Iv-Groep +31 646139518 Referentie CW/121368 1/21 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Vaststellen

Nadere informatie

4.A.2 en 3.B.2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma Prop Beplantingswerken v.o.f.

4.A.2 en 3.B.2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma Prop Beplantingswerken v.o.f. 4.A.2 en 3.B.2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma Prop Beplantingswerken v.o.f. 4 A 2 en 3 B 2 Kwaliteitsmanagement plan en Energiemanagement programma v_1, 1/7 Inhoud Inhoud... 2

Nadere informatie

Beschrijving energiemanagement systeem Siemens Nederland N.V.

Beschrijving energiemanagement systeem Siemens Nederland N.V. Beschrijving energiemanagement systeem Siemens Nederland N.V. V1.2 / 17 juni 2013 Country Cross-sector SNL Management Office Deze handleiding beschrijft het energiemanagementsysteem en het actieplan voor

Nadere informatie