Aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling. Koegraszeedijk Den Helder. J. Schaminée December

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling. Koegraszeedijk Den Helder. J. Schaminée 13.49941. December 2013 1.0."

Transcriptie

1 Aanmeldingsnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling Auteur J. Schaminée Registratienummer Versie 1.0 Status Definitief Afdeling Hoogwaterbeschermingsprogramma

2 Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanleiding en doel van deze aanmeldingsnotitie Initiatiefnemer en bevoegd gezag Leeswijzer 5 2 Achtergrond m.e.r.-beoordelingsplicht Dijkversterking Koegraszeedijk is m.e.r.-beoordelingsplichtig Procedure m.e.r.-beoordeling Inhoudelijke criteria m.e.r.-beoordeling 8 3 De kenmerken en de plaats van de dijkversterking De locatie van de nieuwe waterkering De kenmerken van de dijkversterking 11 4 Kenmerken van de potentiële effecten 13 5 Conclusie 15 Colofon 17 BIJLAGE 1 Natuurtoets DVS Koegraszeedijk 18

3 3 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van deze aanmeldingsnotitie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) beheert 343 kilometer primaire waterkeringen. Dit zijn dijken en duinen langs de Noordzee, langs de Waddenzee, het IJsselmeer en het Markermeer. Het is de taak van HHNK om te zorgen dat deze dijken voldoen aan de veiligheidsnorm, zodat het kwetsbare, dichtbevolkte Noord-Holland wordt beschermd tegen overstromingen en wateroverlast. De Koegraszeedijk bij Den Helder is onderdeel van de primaire waterkering die dijkringgebied Noord- Holland (nr. 13) omsluit. Het gedeelte van de Koegraszeedijk waar het in deze notitie om gaat, is gelegen tussen het Noordhollands Kanaal en het militair munitiedepot van de Koninklijke Marine; het dijktraject ligt niet aan maar wel in de nabijheid van de Waddenzee (zie Figuur 1-1). Bij de veiligheidstoetsing (2 e toetsronde) in 2006 is geconcludeerd dat de Koegraszeedijk over een tweetal trajecten niet voldoet aan het toetsingscriterium piping. Het betreft het traject tussen dijkpaal dp3.3+50m en dp3.4+50m (lengte 100 m) en het traject tussen dp3.6m en dp3.8+50m (lengte 250m). Deze trajecten zijn opgenomen in het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP2). Het toetsoordeel van deze trajecten is in de derde toetsronde (2010)[1] overgenomen. Uit aanvullend onderzoek in 2011 [2] is het toetsoordeel voor de Koegraszeedijk herzien. Uit dit onderzoek is gebleken dat de waterkering op het toetscriterium piping over een grotere lengte niet voldoet, namelijk tussen dijkpaal dp en dp (lengte 850 m). De trajecten, die geen onderdeel zijn van het HWBP2 vallen onder het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma (nhwbp). De dijkversterking van de Koegraszeedijk valt hiermee onder twee versterkingsprogramma s. In deze fase bestaat nog geen zekerheid over het uitvoeren binnen één versterkingsprogramma waardoor in deze rapportage waar nodig onderscheid wordt gemaakt tussen de twee versterkingsprogramma s. HHNK heeft in overleg met het landelijk bureau HWBP (2012) geconcludeerd dat de Koegraszeedijk niet alleen voor het aspect waarop de waterkering in de toetsrondes is afgekeurd (in dit geval piping) op orde moet worden gebracht, maar dat ook in beeld moet worden gebracht of de kering op alle overige aspecten (zoals hoogte, stabiliteit en bekleding) over 50 jaar nog voldoet aan de wettelijke normen. Op deze manier kan een afweging worden gemaakt om deze aspecten ook mee te nemen in de dijkversterking. Uit deze beoordeling volgt dat naast piping de Koegraszeedijk op termijn niet voldoet ten aanzien van macrostabiliteit, zowel buitenwaarts als binnenwaarts [4]. In een aanvullende beschouwing (2012) ten aanzien van macrostabiliteit buitenwaarts [6] is aangetoond dat de berekende veiligheden acceptabel zijn. Er is dus geen versterking van de Koegraszeedijk voor macrostabiliteit buitenwaarts benodigd. Kortom, de dijkversterking is erop gericht om de aspecten piping en macrostabiliteit binnenwaarts weer op orde te brengen. Bij een versterking in grond wordt uitgegaan van een ontwerpperiode van 50 jaar. Wanneer constructieve elementen onderdeel uit maken van het ontwerp is de ontwerpperiode 100 jaar.

4 4 Figuur 0-1: Overzichtskaart dijkversterkingstraject Koegraszeedijk (DP tot DP4.2) Doel van deze aanmeldingsnotitie Voor het versterken van de primaire waterkering dient, op grond van artikel 5.4. van de Waterwet, een Projectplan Waterwet te worden vastgesteld. Het projectplan dient door HHNK te worden opgesteld aangezien hij beheerder is van de waterkering en als initiatiefnemer geldt van de dijkversterking. Het plan bevat een beschrijving van de versterking van de waterkering en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd. Daarnaast bevat het plan ook een beschrijving van de maatregelen, die gericht zijn op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van (de uitvoering van) het werk. Omdat het projectplan betrekking heeft op het versterken van een primaire waterkering, is de projectprocedure van paragraaf 5.2 Waterwet van toepassing, hetgeen inhoudt dat de procedure wordt gecoördineerd door de provincie en dat het projectplan de goedkeuring behoeft van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (GS). De m.e.r.-beoordeling is gekoppeld aan het goedkeuringsbesluit van GS en de provincie is hiermee bevoegd gezag voor de m.e.r.-beoordeling. Het doel van deze aanmeldingsnotitie is om de eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de dijkversterking te presenteren. Op basis hiervan kan de Provincie Noord-Holland (bevoegd gezag) beoordelen of het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor het Projectplan Waterwet nodig is. 1.2 Initiatiefnemer en bevoegd gezag Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier treedt op als initiatiefnemer voor de versterking van de Koegraszeedijk. De contactgegevens van het hoogheemraadschap zijn: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus AG Heerhugowaard

5 5 Gedeputeerde Staten van Noord-Holland is het bevoegd gezag voor de m.e.r.-beoordeling: De contactgegevens van de provincie zijn: Gedeputeerde Staten Noord-Holland Postbus DA Haarlem 1.3 Leeswijzer In deze notitie komen achtereenvolgens aan de orde: Achtergrond m.e.r.-beoordelingsplicht en de inhoudelijke en procedurele vereisten (hoofdstuk 2) Beoordeling aan de hand van de kenmerken en de plaats van de activiteit (hoofdstuk 3) Beoordeling aan de hand van de kenmerken van de mogelijke milieugevolgen (hoofdstuk 4) Conclusies (hoofdstuk 5).

6 6 2 Achtergrond m.e.r.-beoordelingsplicht 2.1 Dijkversterking Koegraszeedijk is m.e.r.-beoordelingsplichtig Het is niet voor alle nieuwe activiteiten altijd nodig om een m.e.r.-procedure te volgen. In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is opgenomen voor welke activiteiten dat geldt. Voor de dijkversterking Koegraszeedijk wordt een Projectplan Waterwet opgesteld (zie artikel 5.4 van de Waterwet) waarop de projectprocedure van paragraaf 5.2 van de Waterwet van toepassing is. In termen van het Besluit m.e.r. valt deze dijkversterking onder De aanleg, wijziging, van primaire waterkeringen en rivierdijken. Het voornemen staat in bijlage D, onder nummer D 3.2. Voor het voornemen geldt geen drempelwaarde (zie Tabel 2-1). Dit betekent dat de dijkversterking Koegraszeedijk voor iedere lengte m.e.r.-beoordelingsplichtig is. De m.e.r.-beoordeling is gekoppeld aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten (zie kolom besluiten in Tabel 2-1). Tabel 0-1 Overzicht bijlage D 3.2 van het Besluit milieueffectrapportage D 3.2 Activiteit Drempelwaarde Plannen Besluiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken. -- De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4,4 van de Waterwet. De goedkeuring van Gedeputeerde Staten van het projectplan, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Waterwet of, bij het ontbreken daarvan, het projectplan, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van die wet, of, indien artikel 5.4, zesde lid, van die wet van toepassing is, de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Minister van Infrastructuur en Milieu of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

7 7 2.2 Procedure m.e.r.-beoordeling Aan de hand van deze aanmeldingsnotitie wordt door de provincie Noord-Holland de feitelijke beoordeling uitgevoerd met betrekking tot de significante gevolgen voor het milieu en de omgeving ten gevolge van het werk en de werkzaamheden die nodig zijn voor de realisatie van het werk. De m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden in een zo vroeg mogelijk stadium van de voorbereiding van het Projectplan Waterwet (zie artikel 7:19, eerste lid van de Wet Milieubeheer). De beslissing om al dan niet een m.e.r.-procedure te doorlopen dient ter inzage te worden gelegd, bijvoorbeeld ten kantore van de provincie, en dient bekend te worden gemaakt middels berichtgeving in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen. Indien is beslist dat voor de activiteit geen MER opgesteld hoeft te worden, is kennisgeving in de Nederlandse Staatscourant vereist. Tegen de beslissing over de m.e.r.-beoordeling is geen direct bezwaar of beroep mogelijk, tenzij deze beslissing de belanghebbende, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in zijn belang treft. Wanneer belanghebbenden het niet eens zijn met de gevolgde procedure, dan kunnen zij beroep instellen tegen het besluit in het kader waarvan de m.e.r.-beoordeling plaatsvindt, in casu tegen het goedkeuringsbesluit van de provincie. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat wel een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden, start de procedure vervolgens met het publiceren van de kennisgeving.

8 8 2.3 Inhoudelijke criteria m.e.r.-beoordeling Voor een m.e.r.-beoordeling bestaan wettelijke criteria. De beoordeling moet gebeuren aan de hand van de aspecten zoals genoemd in bijlage III bij de EU-richtlijn inzake de milieueffectbeoordeling (2011/92/EU). Het gaat daarbij om de volgende punten: 1) Kenmerken van het project Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2) Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: wetlands; kustgebieden; berg- en bosgebieden; reservaten en natuurparken; gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG; gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde milieunormen reeds worden overschreden; gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3) Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 (zoals hiervoor genoemd) in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdende karakter van het effect; de orde van grootte en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. De kenmerken van de dijkversterking en de plaats worden in hoofdstuk 3 beschreven. De (kenmerken van de) potentiële effecten worden in hoofdstuk 4 beschreven.

9 9 3 De kenmerken en de plaats van de dijkversterking 3.1 De locatie van de nieuwe waterkering De Koegraszeedijk is gelegen in de gemeente Den Helder aan de Waddenzeezijde met een lengte van ca. 1,9 km tussen dijkpaal dp3.2 en dp4.4 (zie Figuur 3-1). Het is een primaire waterkering in dijkring 13: Noord-Holland met een normfrequentie van 1/ per jaar. De Koegraszeedijk ligt ingeklemd tussen het militair opslagterrein van de Koninklijke Marine (westzijde) en het Noordhollands Kanaal (oostzijde). De dijk is in beheer bij HHNK en ligt voor een groot deel op defensieterrein dat niet openbaar toegankelijk is. Dit defensieterrein wordt gebruikt als opslagplaats voor munitie en is verhoogd aangelegd (zie schematische dwarsdoorsnede in Figuur 3-2). Aan de andere zijde van het defensieterrein ligt de Waddenzee. Hoewel de Koegraszeedijk beschermt tegen hoogwater vanuit de Waddenzee, grenst de dijk onder normale omstandigheden niet direct aan de Waddenzee. Het Noordhollands Kanaal is in beheer van de provincie Noord-Holland. Op ca. 200 meter van de dijkversterking ligt het Natura-2000 gebied Waddenzee en de gebieden die onderdeel zijn van de ecologische hoofdstructuur van de provincie Noord-Holland (EHS). Het te versterken dijktraject bestaat voornamelijk uit verharding (weg en fietspad) en intensief beheerde bermen. De oever van het Noordhollands Kanaal is beschoeid en spaarzaam begroeid met riet en ruigtekruiden. Er bevinden zich geen bomen en struiken in het werkgebied. De natuurwaarden zijn laag. Het gebied vervult een functie als foerageer- en vliegroute voor vleermuizen. In de ruigte langs de oever van het Noordhollands Kanaal zouden algemene soorten zoals wilde eend en meerkoet tot broeden kunnen komen [8]. In de directe omgeving van de dijk of op de dijk zelf zijn geen bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische waarden bekend ([7] en [4]). Figuur 3-1 geeft de lokale situatie van de Koegraszeedijk weer, waarin met rood het te versterken deel is weergegeven. Waddenze e Munitiedepot Defensie Baggerdepot Noordhollands Kanaal Figuur 0-2: Locatie Koegraszeedijk

10 10 Landzijde Waddenzeezijde Koegraszeedijk Figuur 0-3: Schematische dwarsdoorsnede Koegraszeedijk (normale omstandigheden) Figuur 0-4: Begrenzing Beschermd Natuurmonument Waddenzee I/II en Natura 2000-gebied Waddenzee

11 11 Figuur 0-5 Begrenzing Ecologische Hoofdstructuur 3.2 De kenmerken van de dijkversterking Aard en omvang van de dijkversterking De mogelijke varianten voor de dijkversterking worden gebaseerd op drie oplossingsrichtingen [3]: 1. Versterking volledig in grond; 2. Een combinatie van een versterking in grond en een constructieve oplossing; 3. Volledig zelfstandige constructieve oplossing. De voorkeur gaat uit naar een oplossing in grond. Een oplossing in grond is meer toekomstvast, robuust, relatief eenvoudig aanpasbaar en uitbreidbaar tegen acceptabele maatschappelijke kosten. Locale specifieke omstandigheden kunnen oplossingen met constructieve elementen noodzakelijk maken, bijvoorbeeld bij een gebrek aan ruimte of te sparen elementen nabij de dijk. Voor de dijkversterking is een aantal uitgangspunten gedefinieerd die het maximale ruimtebeslag bepalen. Belangrijk is dat de versterkte delen vloeiend aansluiten op de direct aangrenzende dijkvakken, waarbij gestreefd wordt naar het zoveel mogelijk terugbrengen van de grasbekleding. Auto- en fietsverkeer blijft na de versterking mogelijk. De bestaande damwand langs de oostoever van het Noordhollands Kanaal (inclusief de verankering) en het bestaande baggerdepot langs het zuidelijke deel van het traject vormen de begrenzing van de binnenwaartse versterkingsruimte. De rode arcering in figuur 3-5 geeft het maximale ruimtebeslag weer voor de versterking.

12 12 Figuur 0-6: Omvang van de versterking Cumulatie met andere projecten In de directe omgeving zijn geen andere projecten bekend, die voor versterking van de milieueffecten van de dijkversterking zouden kunnen zorgen. Er is dus geen sprake van cumulatie. Gebruik natuurlijke hulpbronnen De aanleg van de nieuwe waterkering legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Er vindt beperkt grondverzet plaats. Om te voorkomen dat er binnen één generatie opnieuw grootscheepse verbeteringen nodig zijn, wordt de waterkering op een robuuste wijze versterkt, zodat de wettelijke waterveiligheid voor de komende 50 jaar is gegarandeerd. Productie van afvalstoffen Tijdens de aanlegfase en gebruiksfase vindt er geen productie van stoffen plaats die leiden tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. Verontreiniging en hinder Tijdens de aanleg van de nieuwe waterkering is het aspect hinder, in de vorm van verkeer, geluid, licht en luchtverontreiniging van belang. Dit wordt in hoofdstuk 4 nader beschreven. Risico van ongevallen en veiligheid De dijkversterking vormt geen bijzonder risico voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Ook vindt de versterking buiten het munitieopslagterrein plaats, dat afgeschermd is met bestaand hekwerk, zodat er geen sprake is van gevaar voor explosies. Een onderzoek naar niet gesprongen explosieven vindt in een later stadium van dit project plaats. In overeenstemming met de regelgeving en ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden maatregelen getroffen om de kans van optreden van ongevallen te verkleinen en de effecten ervan te minimaliseren. De desbetreffende uitvoerder van de werkzaamheden kan daartoe een V&G plan indienen bij het bevoegd gezag.

13 13 4 Kenmerken van de potentiële effecten Per onderwerp is in samenhang met de kenmerken en de plaats van de dijkversterking bezien of er zich bijzondere omstandigheden voordoen met betrekking tot de potentiële effecten. Denk bijvoorbeeld aan de reikwijdte van het mogelijke effect, de omvang en complexiteit ervan, de waarschijnlijkheid en de impact en omkeerbaarheid van potentiële effecten. Landschap, cultuurhistorie en archeologie In hoofdstuk 3 is aangegeven dat langs en op de dijk en in de directe omgeving van de dijk geen bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische waarden zijn toegekend ([7] en [4]). Het uiterlijk van de dijk zal door de versterking niet wezenlijk veranderen. De verwachting is dat effecten uiterst gering zullen zijn. Natuur en ecologie Voor natuur en ecologie zijn de mogelijke effecten bekeken ten aanzien van de Flora- en Faunawet, Ecologische Hoogstructuur(EHS) en de Natura 2000-doelstellingen. Hiertoe heeft Royal HaskoningDHV In september 2013 een natuurtoets uitgevoerd. De hoofdconclusie is dat op basis van de beoogde verbetermaatregelen aan de dijk er geringe effecten zijn te verwachten tijdens de aanleg en dat na de versterking zijn er geen blijvende significante effecten te verwachten. Hieronder wordt kort deze hoofdconclusie toegelicht. De uitgebreidere onderbouwing voor wat betreft natuur en ecologie zijn opgenomen in Bijlage 1 van voorliggend document. Uit de natuurtoets blijkt dat voor wat betreft de Flora- en Faunawet geen ontheffing nodig is. Wanneer voor de uitvoering een werkprotocol wordt geschreven waarin wordt aangegeven hoe om te gaan met broedvogels en vleermuizen (tijdelijke verjaging, planning buiten broedseizoen dag/nacht, gebruik aangepast licht etc.) zijn de te verwachten effecten gering. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van extra licht in de aanlegfase kan dat vleermuizen verstoren tijdens het fourageren en migreren. Op basis van terreinkenmerken kan worden verwacht dat de oeverzone van het Noordhollands Kanaal broedgelegenheid kan bieden aan algemene soorten, zoals bijvoorbeeld wilde eend en meerkoet. Tevens is geconcludeerd dat de werkzaamheden aan de Koegraszeedijk niet leiden tot ruimtebeslag op de EHS. Hiermee is geen sprake van aantasting van de EHS. Compensatie in het kader van de EHS is niet noodzakelijk. De inzet van zwaar materieel en de daarbij behorende geluidsbelasting, trillingen en uitstoot van NOx hebben géén gevolgen voor de huidige aanwezige habitattypen en soorten. Daarnaast worden de mogelijkheden voor uitbreiding en verbetering van de kwaliteit door de werkzaamheden niet negatief beïnvloed. Het optreden van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Waddenzee is daarmee uit te sluiten. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom iet leiden tot een significante verslechtering van habitats of habitatsoorten, of tot een significante verstoring van soorten waarvoor de instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. Een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 hoeft daarom niet te worden opgesteld.

14 14 Wonen, werken, recreatie en bereikbaarheid De dijk ligt voor een groot deel op militair terrein en is niet openbaar toegankelijk. Het fietspad en de weg die tussen de Koegraszeedijk en het Noordhollands Kanaal liggen worden alleen gebruikt om het defensieterrein te bereiken voor hoofdzakelijk woon-werkverkeer. Het defensieterrein is op meer manieren te bereiken. De bereikbaarheid van de botenhelling van t Kuitje wordt niet beïnvloed. Gedurende de uitvoering van de versterking zullen de weg en het fietspad tijdelijk niet bruikbaar zijn. Het terrein is dan wel via andere toegangen bereikbaar. Zodra de versterking gereed is kunnen ook de weg en het fietspad weer worden gebruikt. Tijdelijk zal er dus effect zijn op de bereikbaarheid. De aanvoer van materieel en materiaal zal over de weg of via het kanaal plaatsvinden en is tijdelijk van aard. In beide gevallen is er een tijdelijk gering effect. Belangrijke negatieve effecten zijn niet aan de orde. Bodem en water Ten zuiden van het dijkversterkingstraject ligt een baggerspeciedepot, dat op dit moment nog steeds in gebruik is. Het depot is in 1992 opgericht. Daarvoor is destijds vergunning afgegeven door de provincie Noord-Holland. In 2006 is een aanvullende vergunning op grond van de Wet milieubeheer afgegeven. In het depot is baggerspecie klasse 3 en 4, niet zijnde gevaarlijk afval, gestort. In 2011 hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Holland conform de Wet milieubeheer een nazorgplan van baggerdepot Insteekhaven goedgekeurd, dat de wijze van nazorg na sluiting van het baggerdepot beschrijft. De emissie naar bodem en grondwater wordt beheerst door monitoring en een beheerssysteem. Uitgangspunt bij het dijkversterkingsproject is om de benodigde versterkingsconfiguratie en de werkzaamheden ter uitvoering daarvan in principe buiten het baggerdepot te houden. Mocht blijken dat het profiel van de versterkte dijk toch deels op het terrein van het baggerspeciedepot komt te liggen (een smalle strook) of dat het voor de uitvoeringswerkzaamheden nodig is om tijdelijk op dit terrein aanwezig te zijn, dan zal een verkenning uitgevoerd worden naar de mogelijkheden binnen de bestaande verleende vergunningen. Uitgangspunt hierbij is om de baggerspecie binnen hetzelfde depot te verplaatsen en dus niet naar een andere locatie af te voeren of elders te verwerken. Op andere plekken langs het dijkversterkingstraject is geen indicatie voor bodemverontreiniging [9]. Voor wat betreft het bestaande grondwaterregime is het uitgangspunt dat de dijkversterking geen significante effect mag hebben. Mocht blijken dat de versterkingsconfiguratie in eerste instantie toch een significant effect heeft, dan zullen maatregelen worden genomen om deze te minimaliseren. De dijkversterking heeft geen negatieve effecten op het huidige oppervlaktewatersysteem. Geluid, lucht, licht en externe veiligheid Tijdens de aanleg van de waterkering zal sprake zijn van extra geluid, extra stikstofdepositie, extra licht en mogelijk van trillingen, door het transporteren van materiaal en het mogelijk inbrengen van damwanden. Het gaat alleen om tijdelijke, niet onomkeerbare effecten. De omvang van de effecten is beperkt. Bovendien liggen er geen functies in de buurt die negatief worden beïnvloed (zie ook onder natuur en ecologie). Door de versterking van de waterkering vindt geen permanente verandering van de luchtkwaliteit plaats. Mogelijk dat tijdens de aanleg sprake is van extra stof. De normen voor externe veiligheid zijn gekoppeld aan de permanente situatie en hebben te maken met (vervoer van) gevaarlijke stoffen. Dat is bij de aanleg van de waterkering niet aan de orde.

15 15 5 Conclusie Deze aanmeldingsnotitie gaat in op de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn vanwege de aard van de voorgenomen dijkversterking, de kenmerken van de omgeving of de effecten van de dijkversterking op de omgeving, die aanleiding zijn om een m.e.r.-procedure te doorlopen voor het Projectplan Waterwet gekoppeld aan de goedkeuring door Gedeputeerde Staten. De effecten op de omgeving zijn gering te noemen. Bovendien zijn de meeste effecten tijdelijk van aard. Op grond van het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan geconcludeerd worden dat het opstellen van een MER niet nodig is. Dit heeft geen extra waarde ten opzichte van de informatie die in het op te stellen Projectplan Waterwet naar voren komt.

16 16 Referenties [1] Arcadis 2010, Derde Toetsronde Primaire Waterkeringen Traject Den Helder Enkhuizen, rapportnr :A, 28 mei In samenwerking met Fugro en Tauw; [2] Deltares 2011, Pipingonderzoek Koegrasdijk fase 1 en 2, rapportnr , versie 1 juli 2011 [3] DHV 2012a, Notulen overleg d.d. 9 februari 2012 DVS Koegraszeedijk, registratienummer LWAF / RK, februari 2012; [4] DHV 2012b, Beoordeling Koegraszeedijk, Planperiode 50 jaar, registratienummer LWAF / RK, februari [5] Gemeente Den Helder, 2012, Structuurvisie Den Helder Vastgesteld 17 september 2012 [6] HHNK 2012a, Koegraszeedijk: Buitenwaartse stabiliteit, registratienummer , HHNK, maart 2012; [7] Provincie Noord-Holland, Structuurvisie Noord-Holland Kwaliteit door veelzijdigheid. Inclusief 1e herziening, vastgesteld 23 mei [8] Royal HaskoningDHV 2013, Houdbaarheid natuuronderzoeken, registratienummer LWAF [9] mogelijk bodemverontreiniging, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012 [10]

17 17 Colofon Opgesteld door: RHDHV Opdrachtgever : Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Project : Dijkversterking Koegraszeedijk Dossier : AAD3026 Omvang rapport : 39 pagina's Auteur : Esther van den Akker Bijdrage : Jan-Willem Nell, Pieter Leenman, Corstiaan van Dam Interne controle : Machteld van Boetzelaer Projectleider : Corstiaan van Dam Projectmanager : Michel Tonneijck : oktober 2013 Naam/Paraaf :

18 18 Bijlage BIJLAGE 1 Natuurtoets DVS Koegraszeedijk

19 19 1. Aanleiding Een deel van de Koegraszeedijk voldoet niet meer aan de veiligheidseisen en moet verstevigd worden. De Koegraszeedijk is gelegen ten zuidoosten van Den Helder, nabij de Waddenzee (zie ook figuur 1). Royal HaskoningDHV is door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd te ondersteunen bij alle werkzaamheden tot en met het C3-moment. In eerdere fases zijn er verschillende natuuronderzoeken uitgevoerd. Royal Haskoning heeft in maart 2013 op basis van deze natuuronderzoeken in het memo Houdbaarheid Natuuronderzoeken een overzicht opgesteld van de stappen die met betrekking tot het onderdeel natuur moeten worden gezet tot aan het C3 moment. Uit dit memo blijkt dat de volgende activiteiten nodig zijn: 1. Ecologische Hoofdstructuur: onderzoeken of de dijkversterking effecten heeft op de EHS; 2. Flora- en faunawet: beschrijven van de randvoorwaarden waarbinnen de uitvoering dient plaats te vinden zodat geen ontheffing ex. Art. 75c van de Flora- en faunawet nodig is. Het gaat hierbij specifiek om randvoorwaarden ten aanzien van broedvogels en vleermuizen; 3. Natuurbeschermingswet 1998: opstellen voortoets om te onderzoeken/onderbouwen of/dat het optreden van negatieve effecten op het Natura 2000-gebied de Waddenzee op voorhand kan worden uitgesloten. N Figuur 1. Het plangebied (rood weergegeven) met rechts een detailfoto (Bron: Google Earth). In voorliggend memo worden bovengenoemde activiteiten puntsgewijs doorlopen. Hierbij worden de volgende stappen gezet: 1. Op basis van het natuurbeheerplan van de Provincie Noord-Holland wordt bepaald welke natuurbeheertypen zijn vastgesteld voor de EHS waaraan het plangebied grenst. Op basis daarvan wordt beoordeeld in hoeverre de dijkversterking effecten heeft op deze doelen en op welke manier deze effecten moeten worden voorkomen. Daar het plangebied op geruime afstand ligt van het dichtstbijzijnde weidevogelgebied, wordt hier niet verder op ingegaan.

20 20 2. De dijkversterking kan leiden tot effecten op broedvogels en vleermuizen. Effecten op andere soorten zijn niet aan de orde. Ten aanzien van broedvogels en vleermuizen wordt beschreven binnen welke randvoorwaarden moet worden gewerkt zodat effecten op broedende vogels en foeragerende vleermuizen worden voorkomen. 3. De werkzaamheden vinden niet plaats in gebieden die onderdeel zijn van Natura Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (De Waddenzee) ligt op circa 400 meter afstand van het te versterken dijktraject achter de Waddendijk. Effecten kunnen mogelijk wel optreden op vogels en habitattypen. Er wordt kwalitatief beoordeeld of en welke effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt de ligging van de stikstofgevoelige habitattypen in kaart gebracht. Op basis van de afstand tot het plangebied, de respectievelijke Kritische Depositie Waarde1 (KDW), de huidige achtergronddepositie en de verwachte toename in stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden wordt vervolgens bepaald of er sprake zal zijn van een negatief effect op aangewezen habitattypen. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de voorgenomen activiteiten beschreven. In hoofdstuk 3 komen vervolgens de randvoorwaarden voor het handelen ten aanzien van de Flora- en Faunawet aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de toetsing aan de Ecologische Hoofdstructuur gegeven. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens de voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet beschreven. De voortoets wordt afgesloten met de conclusie en geeft antwoord op de vraag of negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden afgesloten. 1 KDW: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie.

21 21 2. Voorgenomen werkzaamheden De tijdelijke en beperkte werkzaamheden aan de dijk bestaan deels uit het plaatsen van een damwand in de binnenteen van de dijk (langs de oranje lijn in Figuur 2) en deels in het aanbrengen van grond (rode lijn in Figuur 2). Daarnaast wordt er mogelijk een kleine binnenberm of een binnendijkse taludverflauwing aangebracht langs het oranje tracé. Voor wat betreft het plaatsen van de damwand gaat de voorkeur uit naar de drukmethode. Omdat de methode van uitvoering echter nog niet vastligt, wordt binnen dit memo uitgegaan van een worst case scenario, namelijk het plaatsen van damwanden middels trillen. Voor deze werkzaamheden is de inzet van zwaar materieel vereist. Daar de Koegraszeedijk echter maar over een relatief beperkte afstand versterkt hoeft te worden, kan naar alle waarschijnlijkheid worden volstaan met de inzet van een hei/tril-installatie, shovel, kraan en enkele vrachtwagens. De werkzaamheden worden bij voorkeur buiten het stormseizoen (dus buiten de periode van 1 oktober tot 1 april)uitgevoerd en hebben een doorlooptijd van circa 4 maanden. N Figuur 2. Het plangebied met aangegeven het damwandtraject (oranje) en het traject waar grond wordt aangebracht (rood) (Bron: Google Earth).

22 22 3. Randvoorwaarden t.a.v. de Flora- en faunawet In voorliggend hoofdstuk is beschreven of er effecten zijn te verwachten ten aanzien van de Floraen Faunawet en hoe deze voorkomen dan wel geminimaliseerd kunnen worden. Tevens is onderzocht of voor het uitvoeren van de voorgenomen maatregelen aan de dijk een ontheffing in het kader van de Flora- en Faunwet noodzakelijk is. In het verleden is er reeds een aantal natuuronderzoeken uitgevoerd (Alterra, 2009; Van der Goes en Groot, 2007; Van der Goes en Groot, 2009; EurECO 2009). Op basis van deze onderzoeken is gesteld datde dijkversterking kan leiden tot effecten op broedvogels en vleermuizen. Er is geen sprake van effecten op andere soorten. Om negatieve effecten op broedvogels en vleermuizen te voorkomen, dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld. In een dergelijk protocol wordt een aantal mitigerende maatregelen beschreven waarmee schade aan dieren wordt voorkomen. Het opstellen van een dergelijk protocol is echter de verantwoordelijkheid van de aannemer. Om deze reden wordt in voorliggend memo slechts beschreven binnen welke randvoorwaarden gewerkt moet worden om effecten op broedende vogels en foeragerende vleermuizen te voorkomen. Onderstaande randvoorwaarden vormen daarmee de belangrijkste bouwstenen voor een ecologisch werkprotocol. Broedvogels Er komen geen vaste, jaarrond beschermde broedplaatsen van vogels (uilen, roofvogels e.d.) in het plangebied voor. Voor jaarrond beschermde broedplaatsen geldt dat de nesten het gehele jaar zijn beschermd, ook s winters als er niet wordt gebroed. Wel is er kans op verstoring van algemene broedvogels (nesten zijn slechts beschermd indien er gebroed wordt). Hierbij valt te denken aan weidevogels als witte kwikstaart en graspieper. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli) uit te voeren wordt verstoring voorkomen. Broedseizoen bij de Flora- en faunawet Bij de Flora- en faunawet geldt: als er geen broedgeval is, is er ook geen broedseizoen. Is er wel een broedgeval, dan is het broedseizoen. Sommige algemeen voorkomende vogels kunnen meerdere keren per jaar broeden, zoals de merel en de houtduif die tot in het najaar broedsels kunnen hebben. Er is dus geen vaste periode te geven voor het broedseizoen Indien er toch in broedperiode gewerkt gaat worden, dienen er maatregelen getroffen te worden om te voorkomen dat broedende vogels en hun nesten worden verstoord. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen welke voorkomen dat vogels gaan broeden in het plangebied, zoals het verjagen van potentiële broedparen door het plaatsen van vogelverschrikkers in de vorm van stevige hoge palen met zwarte ritselende plastic zakken (zie figuur 3). Deze maatregelen moeten dus genomen worden voorafgaand aan het broedseizoen.

23 23 Figuur 3: Een voorbeeld van effectieve vogelverschrikkers, die moeten voorkomen dat broedvogels zich vestigen op de graslanden. Naast het nemen van vogelwerende maatregelen dient het terrein tijdens het broedseizoen voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gecontroleerd op onverhoopte aanwezigheid van nesten van broedvogels. Verstoring van nesten dient te allen tijde voorkomen te worden. Bij aanwezigheid van nesten dient door een ter zake kundige een passende maatregel getroffen te worden. Deze maatregel kan eruit bestaan dat rondom het nest niet gewerkt wordt, totdat het broedsel uitgebroed is. De grootte van het gebied waar niet gewerkt mag worden is soortafhankelijk, over het algemeen volstaat een straal van enkele tientallen meters. Vleermuizen Het plangebied fungeert als foerageergebied voor vleermuizen (Van der Goes & Groot, 2009). Daarnaast vormt het Noordhollands kanaal een trekroute voor o.a. de laatvlieger. De werkzaamheden leiden daarmee mogelijk tot verstoring van vleermuizen. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen is het belangrijk om bij schemer en s nachts geen zware, verstorende bouwlampen op de bouwplaats te laten branden. Indien uitsluitend overdag bouwwerkzaamheden plaatsvinden, is dit geen probleem. Daarnaast kan verstoring worden voorkomen door s winters te werken. Vleermuizen zijn actief (gelang de weersomstandigheden) in de periode maart oktober (begin november); daarna houden ze in afgesloten ruimtes een winterslaap. Mochten er toch in de schemering werkzaamheden in het zomerseizoen (maart begin november) plaatsvinden, en dient er dan toch verlichting gevoerd te worden, dan dient er gewerkt te worden met vleermuisvriendelijke verlichting. Hiermee wordt voorkomen dat de vleermuizen verstoord worden door licht. De hiervoor genoemde maatregelen staan minder gedetailleerd omschreven in de Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen (2012). De gedragscode is dan ook niet volledig toepasbaar op deze werkzaamheden en dient op punten te worden aangevuld

24 24 Conclusie t.a.v. Flora- en Faunawet De voorgenomen maatregelen kunnen (afhankelijk van het seizoen) initieel een effect hebben op broedvogels en vleermuizen en vormen dus een aandachtspunt ten aanzien van de Flora- en Faunawet. Deze effecten kunnen echter relatief gemakkelijk geminimaliseerd door een ecologisch werkprotocol /uitvoeringsprotocol op te stellen. Wanneer in het protocol de hierboven beschreven aandachtspunten worden opgevolgd, zijn de te verwachten effecten gering en is een ontheffing ten aanzien van de Flora- en Faunawet niet nodig.

25 25 4. Ecologische Hoofdstructuur-toetsing Bij de effectbepaling met betrekking tot de Ecologische Hoofdstructuur wordt gekeken naar: Ligging van het plangebied (binnen of buiten de EHS-begrenzing); Wat is het natuurbeheertype van het EHS-deel; Van welk gebied maakt het EHS-deel onderdeel uit Uit de Structuurvisie 2040 van de Provincie Noord-Holland blijkt dat het plangebied is gelegen buiten de Ecologische Hoofdstructuur (zie ook figuur 3). Het dichtstbijzijnde deel van de EHS ligt op ruim 350 meter ten zuidoosten van het plangebied. Daarmee is geen sprake van een (tijdelijk) ruimtebeslag op de EHS. Bovendien is de EHS niet beschermd tegen externe effecten, waardoor externe effecten niet toetsingsplichtig zijn (Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie Noord-Holland). Uit het ontwerp-natuurbeheerplan 2014 van de provincie Noord-Holland blijkt dat het nabijgelegen deel van de EHS is aangewezen als duin- en kwelderlandschap. Dit deel van de EHS maakt onderdeel uit van het gebied Balgzand, in de Kop van Noord-Holland. Het Balgzand is een uitgestrekt kweldergebied met een grote oppervlakte aan zilte vegetaties en vormt een belangrijk voedselgebied voor wadvogels. Langs de rand ligt een strook bestaande uit schorrenvegetaties (Natuurbeheerplan Noord-Holland, 2014) EHS grote wateren & Natura Natura 2000 EHS N Figuur 4. Het plangebied (rood weergegeven) met nabijgelegen EHS (Ontwerp-natuurbeheerplan 2014 Provincie Noord- Holland). EHS is in groen weergegeven. Dit is tevens Natura Daarnaast is een klein deel Natura 2000 niet als EHS begrenst, dit is in oranje weergegeven.

26 26 Conclusie t.a.v. EHS De werkzaamheden aan de Koegraszeedijk leiden niet tot ruimtebeslag op de EHS. Hiermee is geen sprake van aantasting van de EHS. Compensatie in het kader van de EHS is niet noodzakelijk.

27 27 5. Voortoets t.a.v. Nbwet Het plangebied is gelegen op circa 400m van de Waddenzee, zie ook Figuur 4. Dit is een het Natura 2000-gebied. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden van zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. De Vogel- en Habitatrichtlijn hebben betrekking op de instandhouding van alle natuurlijke in het wild levende vogelsoorten en instandhouding van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna op het grondgebied van de Europese Unie. Op grond van beide richtlijnen moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor de bedoelde soorten een voldoende variatie en omvang van leefgebieden te garanderen (gebieds- en soortbescherming). De lidstaten moeten gebieden aanwijzen voor de instandhouding van waardevolle soorten en gebieden als speciale beschermingszones (SBZ). In deze gebieden mogen wel nog steeds economische activiteiten of projecten plaatsvinden. In Nederland is het beschermingsregime van de Vogel- en Habitatrichtlijn doorvertaald in de Natuurbeschermingswet 1998 (verder Nb-wet). In artikel 19d staat vermeld dat het niet toegestaan is zonder Nbwet-vergunning projecten te realiseren die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de leefgebieden van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Het gaat dan in ieder geval om projecten die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. Bij dergelijke projecten dient voorafgaand aan de uitvoering een voortoets te worden uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken naar: Ligging nabijgelegen Natura 2000-gebieden; De instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden; De te verwachten effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. N Figuur 5: Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het Natura2000-gebied Waddenzee (groen) (Bron: synbiosys.alterra.nl).

28 28 Instandhoudingsdoelstellingen zijn de doelen die geformuleerd zijn in het kader van de instandhouding van de leefgebieden en van de habitats of populaties van in het wild levende dieren plantensoorten, voor zover vereist op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn vastgelegd in het (ontwerp-) aanwijzingsbesluit. De instandhoudingsdoelstellingen hebben hun grondslag in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Onderstaand wordt een gebiedsbeschrijving van het Natura 2000-gebied Waddenzee gegeven. In deze gebiedsbeschrijving worden de aangewezen habitattypen en soorten voor het gebied beschreven, evenals de instandhoudingsdoelstellingen voor dit gebied. Aansluitend wordt onderzocht welke gevolgen de dijkversterking heeft op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Waddenzee. De centrale vraag die in deze voortoets wordt beantwoord is: Bestaat er een kans dat de werkzaamheden aan het dijklichaam leiden tot verslechtering van habitattypen dan wel habitat van soorten, of significante verstoring van soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd? Indien significante effecten op het Natura 2000-gebied in de voortoets niet zijn uit te sluiten zal door middel van een passende beoordeling bepaald moeten worden wat de aard en de omvang van deze effecten zijn. Instandhoudingsdoelstellingen De Waddenzee is een dynamisch zoutwatergetijdengebied dat wordt gekenmerkt door een afwisseling van diepe geulen en ondiepe zand- en slikplaten. De Waddenzee (inclusief Eems- Dollard) is vanwege hoge natuurwaarden aangewezen als Natura2000-gebied en heeft een oppervlakte van circa hectare. De Waddenzee is belangrijk als opgroeigebied voor een aantal in de Noordzee levende vissen, als rust- en foerageergebied voor broedvogels, trekvogels en zeehonden en als doortrekgebied voor vissoorten die migreren van zoet naar zout water of andersom, zie tabel 1. Tabel 1: Instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Waddenzee (vogels zijn geclusterd, de onderliggende soorten zijn niet benoemd, zie daarvoor het aanwijsbesluit) Instandhoudingdoelstellingen SVI Landelijk Doelst. Opp.vl. Doelst. Kwal. Habitattypen H1110A Permanent overstroomde zandbanken - = > (getijdengebied) H1140A Slik- en zandplaten (getijdengebied) - = > H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) - = = H1310B Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur) + = = H1320 Slijkgrasvelden -- = = H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) - = > H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks) - = = Doelst. Pop. H2110 Embryonale duinen + = = H2120 Witte duinen - = = H2130A *Grijze duinen (kalkrijk) = = H2130B *Grijze duinen (kalkarm) -- = > H2160 Duindoornstruwelen + = = H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk) - = =

29 29 Habitatsoorten H1014 Nauwe korfslak - = = = H1095 Zeeprik - = = > H1099 Rivierprik - = = > H1103 Fint -- = = > H1364 Grijze zeehond - = = = H1365 Gewone zeehond + = = > Broedvogels A034 Lepelaar + = = A063 Eider -- = > A081 Bruine Kiekendief + = = A082 Blauwe Kiekendief -- = = A132 Kluut - = > A137 Bontbekplevier - = = A138 Strandplevier -- > > A183 Kleine Mantelmeeuw + = = A191 Grote stern -- = = A193 Visdief - = = A194 Noordse Stern + = = A195 Dwergstern -- > > A222 Velduil -- = = Niet-broedvogels A005 Fuut - = = A017 Aalscholver + = = A034 Lepelaar + = = A037 Kleine Zwaan - = = A039b Toendrarietgans + = = A043 Grauwe Gans + = = A045 Brandgans + = = A046 Rotgans - = = A048 Bergeend + = = A050 Smient + = = A051 Krakeend + = = A052 Wintertaling - = = A053 Wilde eend + = = A054 Pijlstaart - = = A056 Slobeend + = = A062 Toppereend -- = > A063 Eider -- = > A067 Brilduiker + = = A069 Middelste Zaagbek + = = A070 Grote Zaagbek -- = = A103 Slechtvalk + = = A130 Scholekster -- = > A132 Kluut - = = A137 Bontbekplevier + = = A140 Goudplevier -- = = A141 Zilverplevier + = = A142 Kievit - = = A143 Kanoet - = > A144 Drieteenstrandloper - = = A147 Krombekstrandloper + = = A149 Bonte strandloper + = = A156 Grutto -- = = A157 Rosse grutto + = = A160 Wulp + = = A161 Zwarte ruiter + = = A162 Tureluur - = = A164 Groenpootruiter + = = A169 Steenloper -- = > A197 Zwarte Stern -- = =

30 30 Legenda SVI landelijk = > =(<) Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' formulering Welke instandhoudingsdoelstellingen kunnen effecten ondervinden. Als gevolg van de werkzaamheden is er mogelijk sprake van geluidsverstoring, optische verstoring, verstoring door trillingen en een toename in stikstofdepositie. Deze mogelijke gevolgen kunnen een effect hebben op alle hierboven genoemde instandhoudingsdoelstellingen (habitattypen, habitatsoorten en (niet-) broedvogels. In onderstaande paragrafen worden de gevolgen van de mogelijk optredende effecten in kaart gebracht. Te verwachten geluids- en optische verstoring Als gevolg van de inzet van zwaar materieel is er sprake van geluidsverstoring en optische verstoring. Zo worden er onder andere damwanden getrild en vinden er grondverzetwerkzaamheden plaats. Geluidsverstoring Het in de bodem trillen van de damwandprofielen zorgt voor geluid en trillingen. Vogels zijn gevoelig voor geluidsverstoring. Reijnen en Foppen (1997 en 2006) geeft een maximale geluidsbelasting van 47 db voor vogels in open gebieden, hogere geluidsniveaus resulteren in verstoring van de vogels. Op basis van vergelijkbare dijkversterkingsprojecten (Royal HaskoningDHV, 2013) waarbij sprake is van een vergelijkbare inzet van materieel wordt uitgegaan, van een bronvermogen van 109 db. Dit resulteert in een geluidsbelasting van 45 db op 250 meter afstand van de bron (Royal HaskoningDHV, 2013). Op basis van deze gegevens wordt er voor vogels een verstoringscontour van 250 meter gehanteerd. De afstand tussen het dijklichaam en het Natura 2000-gebied Waddenzee bedraagt circa 400 meter. Er is daarmee geen sprake van geluidsverstoring binnen de Natura 2000-grenzen. Daar waar de Waddenzee grenst aan het defensieterrein zijn geen schorren aanwezig, deze zijn verder naar het zuiden langs de Blagzanddijk aanwezig. Doordat in de nabijheid van het plangebied geen schorren aanwezig zijn, is er geen sprake van verstoring van vogels en broedvogels die afhankelijk zijn van schor. Een groot deel van het tussenliggende munitieterrein zal tijdens de werkzaamheden mogelijk wel ongeschikt worden voor vogels ten gevolge van verstoring. Het munitieterrein kan fungeren als foerageer- en rust/slaapgebied voor vogels. In de huidige situatie is echter sprake van activiteit op het terrein, waardoor het al verstoord is. Daarnaast is het terrein als gevolg van zijn gecultiveerde aard minder geschikt om te fungeren als foerageer- en rust/slaapgebied. Daarom vervult het munitieterrein geen essentiële functie voor het Natura 2000-gebied. In de directe omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve locaties aanwezig welke kunnen fungeren als foerageer- en/of rust- /slaapgebied. Hierbij valt te denken aan de gras- en akkerlanden ten zuiden van Den Helder. De gunstige staat van instandhouding van de aangewezen vogelsoorten komt daarmee niet in het geding. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Waddenzee zijn uit te sluiten. Optische verstoring Optische verstoring zal in de praktijk nauwelijks optreden. De werkzaamheden vinden plaats aan de westelijke zijde van het dijklichaam. Hierdoor worden de werkzaamheden grotendeels aan het zicht onttrokken van de aanwezige vogels.

31 31 Op basis van Krijgsveld et al. (2008) is geconcludeerd dat de maximale verstoringsafstand 500 meter bedraagt, zie ook tabel 2. Daarmee is in het uiterste geval sprake van een verstoring van maximaal 100 meter in het Natura 2000-gebied. In de praktijk is in de basissituatie reeds sprake is van enige matige van verstoring. Direct ten oosten van het munitiedepotterrein bevindt zich namelijk een vaargeul welke aansluit op het Balgzandkanaal. Hierdoor is er in de directe nabijheid van het plangebied sprake van een regelmatige aanwezigheid van schepen. De tijdelijke extra aanwezigheid van enkele grondverzetmachines zorgt, rekening houdend met de reeds aanwezige verstoring, voor een verwaarloosbare toename van de verstoring van aangewezen habitatsoorten, mede omdat het beïnvloedingsgebied gering is ten opzichte van het gebied waar de populaties van de betreffende vogels en zeezoogdieren aanwezig zijn. Daarnaast zijn de werkzaamheden slechts tijdelijk van aard, waardoor de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. Doordat optische verstoring niet reikt tot aan het Natura 2000-gebied, kunnen effecten ten gevolge van optische verstoring op voorhand worden uitgesloten. Tabel 2: Maximale verstoringsafstand van vogels gebaseerd op Krijgsveld et al., Soortgroep Maximale verstoringsafstand Aalscholvers 75 Lepelaars 115 Eenden 500 Roofvogels 180 Meerkoet & waterhoen 130 Steltlopers (weidevogels) 500 Kluten & plevieren 200 Meeuwen 75 Sterns 150 Kleine zangvogels 25 Conclusie t.a.v. geluids- en optische verstoring: De werkzaamheden aan de Koegraszeedijk leiden niet tot geluidsverstoring of optische verstoring van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Waddenzee. Een vergunning t.a.v. de Nbwet is dan ook niet nodig. Te verwachte verstoring door trillingen Uit de effectenindicator (synbiosys.alterra.nl) blijkt dat vogels ongevoelig zijn voor trillingen. Verstoring door trillingen speelt daardoor voornamelijk voor zeezoogdieren en vissen. Op de nauwe korfslak zullen de werkzaamheden geen effect hebben, de soort is in het recente verleden enkel aangetroffen op de kwelders van Rottumeroog en Rottumerplaat aangetroffen (Definitief aanwijsbesluit Waddenzee, 2008) en komt daarmee niet binnen het effectgebied voor. De voorgenomen werkzaamheden aan de dijk vinden plaats op land, op circa 400 meter afstand van de Waddenzee. Dat houdt in dat er een grote landmassa tussen de werkzaamheden en het Natura 2000-gebied ligt, wat voor een zodanige demping zorgt dat trillingen in de Waddenzee als verwaarloosbaar kunnen worden beschouwd. Hierdoor is het zeker niet te verwachten dat de aangewezen vissoorten hier hinder van ondervinden. Er zijn dan ook geen effecten te verwachten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden.

32 32 Conclusie t.a.v. trillingen: De voorgenomen werkzaamheden aan de Koegraszeedijk leiden niet tot verstoring door trillingen van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Waddenzee. Een vergunning t.a.v. de Nbwet is dan ook niet nodig. Te verwachten effecten op de aanwezige habitattypen Het zware materieel dat ingezet moet worden stoot NO x uit. Emissie van NO x kan een negatief effect hebben op stikstofgevoelige habitats. De habitats in de nabijheid van de werkzaamheden in het Natura 2000-gebied Waddenzee zijn echter niet gevoelig voor stikstofdepositie (Dobben et al., 2008). De betreffende habitattypen en hun respectievelijke kritische depositiewaarde, minimale afstand tot het plangebied en de huidige achtergronddepositie op de Waddenzee (geodata.rivm.nl) zijn weergegeven in tabel 3. In Figuur 6 is de ligging van de habitattypen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 3. Aanwezige habitattypen en hun minimale afstand tot het plangebied, KDW en achtergronddepositie Habitattypen Minimale afstand (in m) KDW mol/n/ha/ jr Achtergrond depositie mol/n/ha/jr H1110A Permanent overstroomde zandbanken 500 > (getijdengebied) H1140A Slik- en zandplaten (getijdengebied) 350 > H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) H1320 Slijkgrasvelden H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks) Zoals weergegeven in tabel 3 bedraagt de kritische depositiewaarde van het meest kritische habitattype > 2400 mol N/ha/j, terwijl de achtergronddepositie op het plaatselijke deel van het Natura 2000-gebied Waddenzee tussen de 540 en 820 mol N/ha/j bedraagt. Om van een negatief effect te kunnen spreken is toename in stikstofdepositie van minimaal 1600 mol N/ha/j benodigd ter plaatse van het gevoeligste habitattype. Royal HaskoningDHV heeft een stikstofberekening gemaakt (zie Bijlage 1) waaruit blijkt dat de maximale toename in stikstofdepositie op 500 meter tussen de 2 en 5 mol N/ha/j ligt. De maximale effectafstand bedraagt daarnaast ca m. Dat houdt in dat na 1.500m er al helemaal geen sprake meer is van een toename in de stikstofdepositie. Op basis van deze gegevens zijn effecten op stikstofgevoelige habitats uit te sluiten. Conclusie: De werkzaamheden aan de Koegraszeedijk leiden niet tot een significante toename van stikstofdepositie op de aanwezige habitattypen. Alle in tabel 3 genoemde habitattypen zijn gelegen op een afstand van meer dan enkele honderden meters van het plangebied. De toename in stikstofdepositie is dermate klein dat de kritische depositiewaarden van de in tabel 3 genoemde habitattypen niet worden overschreden. Negatieve effecten op de aangewezen habitattypen zijn uit te sluiten.

33 33 N Figuur 6: Ligging van aangewezen habitattypen in de directe omgeving van het plangebied (rood weergegeven) (Bron: Concept Habitattypenkaart RWS, 2013). Zie tabel 3 voor de verklaring van de habitattype codering.

34 34 6. Overall conclusie Natuurtoets De voorgenomen maatregelen ten behoeve van de dijkversterking Koegraszeedijk zijn bezien ten aanzien van: Flora- en Faunawetgeving; Ecologische hoofdstructuur (EHS); Natuurbeschermingswet Flora- en Faunawet Wanneer voor de uitvoering een werkprotocol wordt geschreven waarin wordt aangegeven hoe om te gaan met broedvogels en vleermuizen (tijdelijke verjaging, planning buiten broedseizoen dag/nacht, gebruik aangepast licht etc.) zijn de te verwachten effecten gering en is een ontheffing ten aanzien van de Flora- en Faunawet niet nodig. EHS De werkzaamheden aan de Koegraszeedijk leiden niet tot ruimtebeslag op de EHS. Hiermee is geen sprake van aantasting van de EHS. Compensatie in het kader van de EHS is niet noodzakelijk. Natuurbeschermingswet De inzet van zwaar materieel en de daarbij behorende geluidsbelasting, trillingen en uitstoot van NO x hebben géén gevolgen voor de huidige aanwezige habitattypen en soorten. Daarnaast worden de mogelijkheden voor uitbreiding en verbetering van de kwaliteit door de werkzaamheden niet negatief beïnvloed. Het optreden van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Waddenzee is daarmee uit te sluiten. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom vermoedelijk niet leiden tot een verslechtering van habitats of habitatsoorten, of tot een significante verstoring van soorten waarvoor de instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd. Effecten als gevolg van cumulatie met andere projecten zijn ook niet aan de orde. Er is geen aanleiding tot het opstellen van een passende beoordeling of het volgen van een uitgebreide m.e.r.-procedure.

35 35 Referenties Literatuur: Blacquière, G., M.A. Ainslie, C.A.F. de Jong & W.C. Verboom, Geluidsmetingen Eemshaven. TNO-DV 2008 C033. Dobben, H.F. van en A. van Hinsberg, 2008, Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en Natura 2000-gebieden, Alterra-rapport 1654 Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden, van der J., Verstoringsgevoeligheid van vogels Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Culemborg, Bureau Waardenburg. LNV, Aanwijzingsbesluit Waddenzee. Provincie Noord-Holland. Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie Reijnen, R. & Foppen, R., Disturbance by traffic of breeding birds: evalution of the effect and considerations in the planning and managing road corridors. Biodiversity and Conservation Reijnen, R. en R. Foppen, Impact of road traffic on breeding bird populations. In: The ecology of transportation: managing mobility for the environment: Springer, Dordrecht. Royal HaskoningDHV, Dijkversterking Hoeksche Waard Zuid. Effecten op natuurwaarden. RWS, concept habitattypenkaart Unie van Waterschappen, Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen Internet: Website provincie Noord-Holland (www.noord-holland.nl) Website Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (www.rijksoverheid.nl) Website Synbiosys (www.synbiosys.alterra.nl) Website Grootschalige Depositie- en Concentratiekaarten (geodata.rivm.nl)

36 36 BIJLAGE 1 STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING Uitgangspunten ten aanzien van de berekeningen: 4 machines a 500 kw Emissiefactor 9,2 g NOx/kWh (bron TNO Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet (EMMA) nov 2009) Deellast 85% 2 maanden en 5 werkdagen per week is 45 dagen uur per dag: totaal 360 uur Emissievracht 1,78*10-4 kg/s (alle emissie samen op 1 puntbron) Locatie puntbron (midden in het plangebied) Verspreidingsberekeningen uitgevoerd met KEMA Stacks 13.1 Modelgebied 5 x 5 km (interval 20) Ruwheidslengte conform PreSRM Emissiehoogte 2 m Diameter 0,2 / 0,3 m Geen warmte-emissie (worst-case) Temperatuur 400 K Zichtjaar 2013, meteo 10-jarig gemiddelde Op de volgende pagina is het resultaat in de vorm van een contour figuur opgenomen. Hieruit blijkt dat de voorgenomen maatregelen voor wat betreft stikstof geen significante belasting vormt. Belasting direct nabij de randen van het Waddengebied blijft onder de 5 mol N/ha/j. Binnen 1500m van de bron is er al helemaal geen sprake meer van een stikstofbelasting. Rekeninghoudend met de kritische depositiewaarde van > 2400 mol N/ha/j en een plaatselijke achtergronddepositie tussen de 540 en 820 mol N/ha/j wordt geconcludeerd dat de voorgenomen maatregelen geen significant effect hebben op het Natura 2000-gebied.

37 37

Instandhoudingsdoelen Nederlandse Natura 2000- gebieden

Instandhoudingsdoelen Nederlandse Natura 2000- gebieden Bijlage C. Instandhoudingsdoelen Nederlandse Natura 2000- gebieden Waddenzee Habitat H1110A H1140A Permanent overstroomde zandbanken (getijdengebied) Slik- en zandplaten, (getijdengebied) Behoud oppervlakte

Nadere informatie

Bijlage Overzicht Natura 2000-gebieden 1

Bijlage Overzicht Natura 2000-gebieden 1 Bijlage Overzicht Natura 2000-gebieden 1 In en in de ruimere omgeving van het plangebied zijn verschillende Natura 2000-gebieden gelegen. Binnen het plangebied zijn geen ontwikkelingen voorzien in de Natura

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

10 Wettelijke toetsingskaders natuur

10 Wettelijke toetsingskaders natuur MER Windpark Bouwdokken 133 10 Wettelijke toetsingskaders natuur 10.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de effecten op de natuur, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, getoetst aan het beleid en

Nadere informatie

Instandhoudingsdoelstellingen Hollands Diep en Haringvliet, doelen beschermde natuurmonumenten

Instandhoudingsdoelstellingen Hollands Diep en Haringvliet, doelen beschermde natuurmonumenten BIJLAGE 5 Instandhoudingsdoelstellingen Hollands Diep en Haringvliet, doelen beschermde natuurmonumenten Hollands Diep Habitattypen SVI Landelijk Opp.vl. Kwal. H6430B Ruigten en zomen (harig - = = wilgenroosje)

Nadere informatie

Natuurtoets. 1. Wet- en regelgeving. Permanente openstelling A12 Woerden Gouda

Natuurtoets. 1. Wet- en regelgeving. Permanente openstelling A12 Woerden Gouda Natuurtoets Permanente openstelling A12 Woerden Gouda 1. Wet- en regelgeving Flora- en faunawet (Ffw) De Ffw is gericht op de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied.

Nadere informatie

Ecologische toetsing dijkverbetering Eemshaven-Delfzijl

Ecologische toetsing dijkverbetering Eemshaven-Delfzijl ing dijkverbetering Eemshaven-Delfzijl Waterschap Noorderzijlvest 4 november 2014 Definitief rapport BD3193 HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. RIVERS, DELTAS & COASTS Chopinlaan 12 Postbus 8064 9702 KB Groningen

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk 317645.ehv.N001 14 februari 2012 SKu/RvS

Referentienummer Datum Kenmerk 317645.ehv.N001 14 februari 2012 SKu/RvS Notitie Referentienummer Datum Kenmerk 317645.ehv.N001 14 februari 2012 SKu/RvS Betreft Risico inventarisatie ecologie voor percelen Brabantse Wal 1 Inleiding De Buisleidingenstraat N.V. onderzoekt op

Nadere informatie

De Marne. Bestemmingsplan Lauwersoog e.o. Bijlage 4. Voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet

De Marne. Bestemmingsplan Lauwersoog e.o. Bijlage 4. Voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet De Marne Bestemmingsplan Lauwersoog e.o. Bijlage 4 Voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet 1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel voortoets Het voorliggende beheersbestemmingsplan voorziet in

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 21 Mei 2014 Rapportnummer 031 Projectnummer 012 opdrachtgever Fam. Ten Dam Kolenbranderweg

Nadere informatie

Nederlandse Aardoliemaatschappij bv T.a.v.: dhr. J.P. van de Water Postbus 28000 9400 HH ASSEN. Leeuwarden, 23 december 2010 Verzonden,

Nederlandse Aardoliemaatschappij bv T.a.v.: dhr. J.P. van de Water Postbus 28000 9400 HH ASSEN. Leeuwarden, 23 december 2010 Verzonden, Nederlandse Aardoliemaatschappij bv T.a.v.: dhr. J.P. van de Water Postbus 28000 9400 HH ASSEN Leeuwarden, 23 december 2010 Verzonden, Ons kenmerk : 00922510 Afdeling : Landelijk Gebied Beleid Behandeld

Nadere informatie

Nieuwe bedrijfslocaties

Nieuwe bedrijfslocaties E c o l o g i s c h e i n v e n t a r i s a t i e Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Midwolda-Nieuwlandseweg Arts/Rulo te toetsen, is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Tevens is gekeken

Nadere informatie

Voortoets bestemmingsplan bedrijventerrein Julianaweg, Volendam

Voortoets bestemmingsplan bedrijventerrein Julianaweg, Volendam Voortoets bestemmingsplan bedrijventerrein Julianaweg, Volendam 29 juni 2015 Voortoets bestemmingsplan bedrijventerrein Julianaweg, VolendamVolendam Verantwoording Titel Voortoets bestemmingsplan bedrijventerrein

Nadere informatie

Memo. Figuur 1 Ligging Planlocatie (rode ster) (Bron: Google Maps)

Memo. Figuur 1 Ligging Planlocatie (rode ster) (Bron: Google Maps) Memo nummer 1 datum 10 februari 2014 aan Ron Vleugels Gemeente Maastricht van Luc Koks Antea Group Ton Steegh kopie project Sporthal Geusselt-stadion projectnummer 265234 betreft Toetsing natuurwetgeving

Nadere informatie

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt CONCEPT Omgevingsdienst Regio Utrecht juli 2012 kenmerk/ opgesteld door beoordeeld door Ronald Jansen Dagmar Storm INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...

Nadere informatie

Natuurwetgeving bij project Afsluitdijk. Sophie Lauwaars, 22 januari 2015

Natuurwetgeving bij project Afsluitdijk. Sophie Lauwaars, 22 januari 2015 Natuurwetgeving bij project Afsluitdijk Sophie Lauwaars, 22 januari 2015 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Werkwijze 3. Passende beoordeling 3.1 Verstoring 3.2 Ontgraven tijdelijke toegangsgeulen 3.3 Stikstofdepositie

Nadere informatie

Notitie. Voortoets Spoorallee Zevenaar

Notitie. Voortoets Spoorallee Zevenaar Notitie Contactpersoon Marike Aalbers en Elles van Drunen Datum 12 juni 2014 Kenmerk N005-1222424XMA-baw-V02-NL Aanleiding Voor het terrein aan de Spoorallee te Zevenaar wordt een nieuw bestemmingsplan

Nadere informatie

Hoofdzaken. Beheerplan Natura 2000 Schiermonnikoog. Informatiebijeenkomst juni 2014. (handout)

Hoofdzaken. Beheerplan Natura 2000 Schiermonnikoog. Informatiebijeenkomst juni 2014. (handout) Hoofdzaken Beheerplan Natura 2000 Schiermonnikoog Informatiebijeenkomst juni 2014 (handout) Informatieavond Natura 2000 Schiermonnikoog Beheerplan Natura 2000 Schiermonnikoog 3 juni 2014 Programma van

Nadere informatie

Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011

Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011 Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch

Nadere informatie

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis 1 QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis Opdrachtgever: A.C. Dingemans Heilleweg 21 4524 KL Sluis Opgesteld door: ZLTO Advies Cereshof 4 4463 XH

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Enschede 2 December 2010 Rapportnummer 0123 Projectnummer

Nadere informatie

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Status Definitief Datum 7 april 2015 Handtekening Matthijs

Nadere informatie

Programma publieke avond 26 januari 2012

Programma publieke avond 26 januari 2012 Informatie avond Beheerplan Natura2000 Ameland 26 januari 2012 1.Piet op t Hof 2.Sies Krap DLG Natura 2000 26 januari 2012 Programma publieke avond 26 januari 2012 1. Opening,Piet Dijkstra (DLG) 2. Presentatie

Nadere informatie

GEMEENTE LOCHEM. Structuurvisie. Bijlage (vormvrije) MER beoordelingen

GEMEENTE LOCHEM. Structuurvisie. Bijlage (vormvrije) MER beoordelingen GEMEENTE LOCHEM Bijlage (vormvrije) MER beoordelingen mro b.v., maatschap voor Ruimtelijke Ordening INHOUDSOPGAVE : 1 INLEIDING.... 3 1.1 STRUCTUURVISIE EN M.E.R.-PLICHT... 3 1.2 M.E.R.-PLICHTIGE ACTIVITEITEN...

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Betreft Actualisatie locatieonderzoek natuurwaarden 1 Aanleiding In 2007 is door Grontmij het Locatieonderzoek natuurwaarden Projectlocatiegebied

Nadere informatie

Stappenplan vergunningaanvraag

Stappenplan vergunningaanvraag Stappenplan vergunningaanvraag Op grond van de natuurbeschermingswet 1998 1 De Natuurbeschermingswet 1998 regelt de bescherming van gebieden, die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Een belangrijk

Nadere informatie

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan Correspondentie gegevens Projectgegevens Datum : 26 oktober 2015 Projectlocatie : Lindelaan 2b, Dordrecht Opgesteld door : Ing. P. Otte Betreft : FF- wet Quickscan Projectnummer : 1554 Contactpersonen

Nadere informatie

Quickscan flora en fauna. Deltaweg te Helmond

Quickscan flora en fauna. Deltaweg te Helmond Quickscan flora en fauna Deltaweg te Helmond A.P. Kerssemakers Voor de afdeling: SB/ROV. Gemeente Helmond. December 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 2.Wettelijk kader 2 3. Plangebied 4 4. Onderzoek 7

Nadere informatie

website - 47-RO-2009015319-ab.doc Pagina 1

website - 47-RO-2009015319-ab.doc Pagina 1 website - 47-RO-2009015319-ab.doc Pagina 1 Ons kenmerk RO/2009015319 Behandeld door de heer B. Klijs (0592) 36 56 64 Onderwerp: Vergunning artikel 19d van de Natuurbeschermingswet (Nb-wet) 1998 BESLUIT

Nadere informatie

Toetsing Leeuwenveld III en IV te Weesp Onderzoek in kader van Natuurbeschermingswet en EHS

Toetsing Leeuwenveld III en IV te Weesp Onderzoek in kader van Natuurbeschermingswet en EHS projectnr. 249939 rev. 00 13 augustus 2012 auteur ir. M. Korthorst Opdrachtgever Blauwhoed Eurowoningen B.V. Piet Heinkade 201 1019 HC Amsterdam datum vrijgave beschrijving revisie 0.0 goedkeuring Vrijgave

Nadere informatie

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Watertoets Definitief Provincie Noord Holland Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 11 december 2009 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Inrichting watersysteem...

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het Zilveren Schor. 1 Inleiding

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het Zilveren Schor. 1 Inleiding Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het Zilveren Schor 1 Inleiding Libéma wil samen met Arcus en het CIOS Goes/Breda de huidige groepsaccommodatie Het Zilveren Schor aan het Veerse Meer in Arnemuiden transformeren

Nadere informatie

Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63

Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63 Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63 Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63 Auteur P.J.H. van der Linden Opdrachtgever Projectnummer Ingen Buro Vijn 10.109 januari 2011 foto omslag het huidige

Nadere informatie

Gemeente Den Helder. Structuurvisie Den Helder bijlage V Passende beoordeling Structuurvisie Den Helder

Gemeente Den Helder. Structuurvisie Den Helder bijlage V Passende beoordeling Structuurvisie Den Helder Gemeente Den Helder Structuurvisie Den Helder bijlage V Passende beoordeling Structuurvisie Den Helder INHOUDSOPGAVE blz. 1. INLEIDING 1 2. TOETSINGSKADER 3 3. HUIDIGE SITUATIE 5 3.1. Noordzeekustzone

Nadere informatie

Ecologisch werkprotocol

Ecologisch werkprotocol Ecologisch werkprotocol Lommerrijk 23 Lelystad Locatie en werkzaamheden Lommerrijk 23 ligt aan de noordwestzijde van Lelystad, in de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland. Het plangebied is aangegeven

Nadere informatie

WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD.

WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD. WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD. In onderstaande werkprotocollen geeft de tabel aan waneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. In de tabel wordt

Nadere informatie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie Bijlage 1 Onderzoek ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan

Nadere informatie

M.E.R. beoordelingsbesluit

M.E.R. beoordelingsbesluit 1 1 NOV 1014 r. OMGEVINGSDIENST FLEVOLAND & GOOI EN VECHTSTREEK M.E.R. beoordelingsbesluit Schenk Recycling B.V. Bolderweg 22, 1332 AV Almere rd" 11111. OMGEVINGSDIENST FLrvoLArmo 6 GOOI EN Vr.-. TTTTTT

Nadere informatie

Verkennend natuuronderzoek Anklaarseweg Apeldoorn

Verkennend natuuronderzoek Anklaarseweg Apeldoorn Verkennend natuuronderzoek Anklaarseweg Apeldoorn Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en gebieden Datum: 31-10-2011 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer: DT/2011/010.04

Nadere informatie

Voortoets Natuurbeschermingswet Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis. Gemeente Sluis

Voortoets Natuurbeschermingswet Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis. Gemeente Sluis Voortoets Natuurbeschermingswet Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis Gemeente Sluis Voortoets Natuurbeschermingswet Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis Gemeente Sluis Rapportnummer: 211x06517.075751_1

Nadere informatie

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet Inleiding Praktisch overal in Nederland komen beschermde soorten flora en fauna voor. Bekende voorbeelden zijn de aanwezigheid van rugstreeppadden op

Nadere informatie

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Notitie flora en fauna

Notitie flora en fauna Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.

Nadere informatie

NADERE EFFECTENANALYSE WADDENZEE EN NOORDZEEKUSTZONE II DEELRAPPORT EXTERNE WERKING

NADERE EFFECTENANALYSE WADDENZEE EN NOORDZEEKUSTZONE II DEELRAPPORT EXTERNE WERKING NADERE EFFECTENANALYSE WADDENZEE EN NOORDZEEKUSTZONE II DEELRAPPORT EXTERNE WERKING RWS WATERDIENST NOORD NEDERLAND NOORDZEE MINISTERIE VAN EL&I DRZ NOORD 21 maart 2011 075397777.B - Definitief D03011.009001.0300

Nadere informatie

Bijlage bij besluit DRZO/2010-2825

Bijlage bij besluit DRZO/2010-2825 Bijlage bij besluit DRZO/2010-2825 Natuurbeschermingswet 1998 Vergunning project Verbreding A50 tracé Ewijk-Valburg, aanleg en gebruik extra Waalbrug en renovatie huidige Waalbrug INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

Nadere informatie

Luchtkwaliteitonderzoek

Luchtkwaliteitonderzoek Bijlage 5 Luchtkwaliteitonderzoek Woningbouwlocatie Laan van Westenenk 501-701 ontwerp, september 2015 1033 Aan Bas Tuhuteru Van Hans Veldman Memo Onderzoek luchtkwaliteit nieuwe ontwikkelingen TNO locatie

Nadere informatie

Beoordeling ganzenbeheermaatregelen en externe werking: analyse van acht Natura 2000- gebieden in Noord-Holland

Beoordeling ganzenbeheermaatregelen en externe werking: analyse van acht Natura 2000- gebieden in Noord-Holland 1 Beoordeling ganzenbeheermaatregelen en externe werking: analyse van acht Natura 2000- gebieden in Noord-Holland Opdrachtgever Referentie Provincie Noord-Holland Bruinzeel L.W. & R.M.G van der Hut 2015.

Nadere informatie

Vragen van de heer A. Hietbrink en mevrouw ing. V.M. Dalm (GroenLinks) over vuurwerkshow nabij Natura-2000 gebied in Huizen

Vragen van de heer A. Hietbrink en mevrouw ing. V.M. Dalm (GroenLinks) over vuurwerkshow nabij Natura-2000 gebied in Huizen Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland Haarlem, 19 mei 2015 Vragen nr. 31 Vragen van de heer A. Hietbrink en mevrouw ing. V.M. Dalm (GroenLinks) over vuurwerkshow nabij Natura-2000 gebied

Nadere informatie

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10 Quickscan natuuronderzoek ivm bestemmingsplan en ontwikkelingen Bellersweg 13 Hengelo Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 9 juli 2013 Rapportnummer 0128 Projectnummer 018 Opdrachtgever

Nadere informatie

Briefrapport. Globale ligging plangebied. AANLEIDING EN METHODE. De heer E.J. Overbeek. datum: 16 september 2011. quick scan flora en fauna

Briefrapport. Globale ligging plangebied. AANLEIDING EN METHODE. De heer E.J. Overbeek. datum: 16 september 2011. quick scan flora en fauna Briefrapport aan: van: ons kenmerk.: De heer E.J. Overbeek SAB RIJS/110253 datum: 16 september 2011 betreft: quick scan flora en fauna AANLEIDING EN METHODE In Diepenheim (gemeente Hof van Twente, provincie

Nadere informatie

Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181)

Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181) Gemeente Werkendam t.a.v. C.A.A.M. de Jong Postbus 16 4250 DA Werkendam Betreft: Effectbeoordeling vogels, herbestemming Groen Ruige Ruimte te Dussen (P10-0181) Gemert, 5 augustus 2010 Geachte heer/mevrouw

Nadere informatie

Bijlage 1 Overweging zandwinning Den Helder Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Den Helder (Noord-Holland)

Bijlage 1 Overweging zandwinning Den Helder Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Den Helder (Noord-Holland) Bijlage 1 Overweging zandwinning Den Helder Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Den Helder (Noord-Holland) Herman Gorterstraat 55 3511 EW UTRECHT Postbus 19143 3501 DC UTRECHT www.minlnv.nl T

Nadere informatie

Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen

Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen Witpaard BV Contactpersoon Kenmerk Status Datum Dhr. J. Drenth 15-182 concept 13 mei 2015 Betreft Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen Omschrijving Aanleiding en doelstelling

Nadere informatie

Dijkversterking Omringkade Marken

Dijkversterking Omringkade Marken Dijkversterking Omringkade Marken Het ontwerp Projectgroep/klankbordgroep 19 juni 2012 Welkom! Doel van deze bijeenkomst: Toelichting geven op ontwerp dijkversterking Gedachten wisselen over dilemma s

Nadere informatie

Natuurtoets. Fort Oranje 27. Woerden

Natuurtoets. Fort Oranje 27. Woerden Natuurtoets Fort Oranje 27 Woerden 19 augustus 2013 ZOON ECOLOGIE Colofon Titel Natuurtoets Fort Oranje 27 Woerden Opdrachtgever mro Uitvoerder ZOON ECOLOGIE Auteur C.P.M. Zoon Datum 19 augustus 2013 ZOON

Nadere informatie

: QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas

: QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas Advies : QuickScan Flora & Fauna Meijelseweg 60a te Beringe, gemeente Peel en Maas Datum : 14 januari 2014 Opdrachtgever : De heer L.P.G. Oudenhoven Projectnummer : 211x05418 Opgesteld door : Ineke Kroes

Nadere informatie

DBI1410.P103/projectnummer Milieuadvies Bodem en Ecologie Buys Ballotweg in De Bilt

DBI1410.P103/projectnummer Milieuadvies Bodem en Ecologie Buys Ballotweg in De Bilt MILIEUADVIES aan t.a.v. opsteller Gemeente De Bilt W. Zweverink D. Storm telefoon 088 022 50 00 datum 17 juli 2014 kenmerk onderwerp DBI1410.P103/projectnummer Milieuadvies Bodem en Ecologie Buys Ballotweg

Nadere informatie

VOORTOETS NATUURBESCHERMINGSWET IN VERBAND MET DE AANLEG VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE TE HARLINGEN

VOORTOETS NATUURBESCHERMINGSWET IN VERBAND MET DE AANLEG VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE TE HARLINGEN VOORTOETS NATUURBESCHERMINGSWET IN VERBAND MET DE AANLEG VAN EEN RESTSTOFFEN ENERGIECENTRALE TE HARLINGEN G:\BBPROJECT\Tekst\P06115 Industriehaven Harlingen\rapport\rapport 25 sept.doc 25 september 2007

Nadere informatie

Ontwerp-Nb-wetvergunning; Afsluitdijk; Waddenzee en IJsselmeer

Ontwerp-Nb-wetvergunning; Afsluitdijk; Waddenzee en IJsselmeer Overwegingen Ontwerp-Nb-wetvergunning; Afsluitdijk; Waddenzee en IJsselmeer Directoraat-generaal Agro en Behandeld door ing. R.M. Ravesteijn T 06 38825337 F 070 378 6146 r.m.ravesteijn@minez.nl Bijlage

Nadere informatie

Omgevingsvergunning OV 20140031

Omgevingsvergunning OV 20140031 Omgevingsvergunning OV 20140031 Aanvraag Op 28 februari 2014 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het veranderen van een paardenhouderij (inclusief camping) op het adres Grasdijk

Nadere informatie

Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem

Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem Verkennend natuuronderzoek Parklaan / Nieuweweg te Hattem Onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en gebieden Datum: 28-11-2011 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer:

Nadere informatie

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel Zwolle, 25 oktober Henk Hunneman Natuuronderzoek pompstation Wageningen Aanleiding Vitens is voornemens om op de locatie van productiebedrijf Wageningen het huidige drinkwaterreservoir te vervangen door

Nadere informatie

Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH)

Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) Projectplan ontheffingsaanvraag Flora- en faunawet drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) september 2009

Nadere informatie

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING, BEHOREND BIJ DE AANGEVRAAGDE VERGUNNING OMG-12-181 Voor de inrichting en het gebruik van een evenemententerrein in deelgebied De Druppels, tegenover Wagenweg 22/24 te Oudkarspel

Nadere informatie

Effectenanalyse FBP Noord-Holland 2009 2013. Natura 2000-gebieden. Oktober 2009

Effectenanalyse FBP Noord-Holland 2009 2013. Natura 2000-gebieden. Oktober 2009 Effectenanalyse FBP Noord-Holland 2009 2013 Natura 2000-gebieden Oktober 2009 2 3 4 INLEIDING...7 1 INHOUD VAN DE ANALYSE...8 2 NATURA 2000-GEBIEDEN IN NOORD-HOLLAND...9 3 MOGELIJKE EFFECTEN OP HABITATTYPEN

Nadere informatie

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl info@faunaconsult.nl Faunaconsult KvK Venlo 09116138 De heer J. Bruekers Bolenbergweg 18 5951 AZ Belfeld Flora- en faunascan voor de bouw

Nadere informatie

Rijkswaterstaat Midden-Nederland. Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis. voortoets Natuurbeschermingswet 1998

Rijkswaterstaat Midden-Nederland. Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis. voortoets Natuurbeschermingswet 1998 Rijkswaterstaat Midden-Nederland Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis voortoets Natuurbeschermingswet INHOUDSOPGAVE blz. 1. INLEIDING 1 1.1. Leeswijzer 3 2. NATUURBESCHERMINGSWET 5 2.1. Natura 2000-gebieden

Nadere informatie

Ecologische werkprotocol parkeerplaats Paardenmarkt

Ecologische werkprotocol parkeerplaats Paardenmarkt Ecologische werkprotocol parkeerplaats Paardenmarkt Ecologische werkprotocol in het kader van de wet- en regelgeving voor de natuur Definitief Gemeente Rhenen Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 8 oktober

Nadere informatie

De Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming Consequenties voor gemeenten De Wet natuurbescherming Omgevingsdienst West-Holland, Leiden, 28-1-2016 Wim Heijligers m.m.v. Vincent Wisgerhof Opbouw presentatie 1. Natuurbeschermingswetgeving; bescherming

Nadere informatie

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit grasland, braakliggend terrein en enkele bomen en struiken.

Huidige situatie Het plangebied bestaat uit grasland, braakliggend terrein en enkele bomen en struiken. In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan deze ontwikkelingen wat

Nadere informatie

Bijlage Vormvrije mer-beoordeling Bestemmingsplan Rijnsburgerblok (deel 1) te Leiden

Bijlage Vormvrije mer-beoordeling Bestemmingsplan Rijnsburgerblok (deel 1) te Leiden Bijlage Vormvrije mer-beoordeling Bestemmingsplan Rijnsburgerblok (deel 1) te Leiden Projectnaam 1) Kenmerken van het project Omvang van het project (relatie met drempel D lijst) Cumulatie met andere projecten

Nadere informatie

Strand Horst Advies voor de m.e.r.- beoordeling

Strand Horst Advies voor de m.e.r.- beoordeling Strand Horst Advies voor de m.e.r.- beoordeling 17 juni 2004 / rapportnummer 1432-23 Advies voor de m.e.r- beoordeling Strand Horst Advies voor de m.e.r.- beoordeling Strand Horst, uitgebracht aan het

Nadere informatie

natuurpunt WAL Wase Linkerscheldeoever Schor Ouden Doel

natuurpunt WAL Wase Linkerscheldeoever Schor Ouden Doel natuurpunt WAL Wase Linkerscheldeoever Schor Ouden Doel Het Schor Ouden Doel Het Schor Ouden Doel is een natuurgebied op de linkerscheldeoever tegen de scheldedijk. Aan de grens met Nederland sluit het

Nadere informatie

Westvoorne. Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte. Ruimtelijke onderbouwing. 101502.17477.00 31-10-2012 definitief

Westvoorne. Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte. Ruimtelijke onderbouwing. 101502.17477.00 31-10-2012 definitief Westvoorne Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte Ruimtelijke onderbouwing identificatie planstatus projectnummer: datum: status: 101502.17477.00 31-10-2012 definitief projectleider: opdrachtgever:

Nadere informatie

: Vergunning Natuurbeschermingswet 1998 Natura-2000 gebied IJsselmeer

: Vergunning Natuurbeschermingswet 1998 Natura-2000 gebied IJsselmeer Staatsbosbeheer Naritaweg 221 1043 CB AMSTERDAM Leeuwarden, 11 juni 2008 Verzonden, Ons kenmerk : 00771280 Afdeling : Landelijk Gebied Beleid Behandeld door : Arjan de Haan / (058) 292 50 77 of arjan.dehaan@fryslan.nl

Nadere informatie

Natuurtoets omgevingsvergunning bouw woning Horsterweg 217 Ermelo

Natuurtoets omgevingsvergunning bouw woning Horsterweg 217 Ermelo Natuurtoets omgevingsvergunning bouw woning Horsterweg 217 Ermelo Opdrachtgever Contactpersoon Grondvitaal Voorthuizerstraat 256 3881 SN PUTTEN Cobie Mertens Uitvoering Groenewold Adviesbureau voor Milieu

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ontwikkeling KVL te Oisterwijk

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ontwikkeling KVL te Oisterwijk Vormvrije m.e.r.-beoordeling ontwikkeling KVL te Oisterwijk Ontwikkeling KVL versus m.e.r.-regelgeving In het kader van het bestemmingsplan KVL dient getoetst te worden of er sprake is van verplichtingen

Nadere informatie

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Datum : 30 oktober 2014 Opdrachtgever : Pouderoyen BV Opgesteld door : ir. N. Arts Projectnummer : P14-0202 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens

Nadere informatie

De plaatsing van een demontabel strandpaviljoen op het Noordzeestrand van Vlieland; een ecologische beoordeling. P.J.Zumkehr.

De plaatsing van een demontabel strandpaviljoen op het Noordzeestrand van Vlieland; een ecologische beoordeling. P.J.Zumkehr. De plaatsing van een demontabel strandpaviljoen op het Noordzeestrand van Vlieland; een ecologische beoordeling. P.J.Zumkehr. ZUMKEHR ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Midsland Terschelling Juni 2012 1 Colofon.

Nadere informatie

Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13)

Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13) Opdrachtgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat Hydraulische randvoorwaarden categorie c-keringen Achtergrondrapport Wieringermeerdijk (dijkring 13) Auteur: Nadine Slootjes PR1322 november 2008 november

Nadere informatie

Van Zwakke Schakels naar sterke kust

Van Zwakke Schakels naar sterke kust Van Zwakke Schakels naar sterke kust Informatiebijeenkomst 24 april 2013 Programma De opgave (Bert Kappe) Wat gaan we doen (Anita Willig-Kos) Aanbesteding en aanleg (Menno Steenman) Inspraak en Ruimtelijke

Nadere informatie

Evenementen en Natuurwetgeving. Hanneke Oudega en Martijn Diepenhorst

Evenementen en Natuurwetgeving. Hanneke Oudega en Martijn Diepenhorst Evenementen en Natuurwetgeving Hanneke Oudega en Martijn Diepenhorst hanneke.oudega@tauw.nl 06 54680795 martijn@roheadvocaten.nl 020 7370128 In de media Dwangsom van 20.000 euro op afsteken vuurwerk Koningsdag

Nadere informatie

VERKEER EN VERVOER. Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg N23 WEST

VERKEER EN VERVOER. Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg N23 WEST VERKEER EN VERVOER Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg N23 WEST VERKEER EN VERVOER Wijzigingsplan archeologie N23 Westfrisiaweg Colofon Uitgave Provincie Noord-Holland Postbus 123 2000 MD Haarlem

Nadere informatie

Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen

Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen NOTITIE AAN Dienst Regelingen VAN Sara Zehenpfenning ONDERWERP Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen TER BESLUITVORMING TER INFORMATIE Activiteitenplan 380 kv hoogspanningsstation Vijfhuizen

Nadere informatie

Notitie Quickscan Gasthuisweg 1 te Herwijnen

Notitie Quickscan Gasthuisweg 1 te Herwijnen Toetsing Natuur Beschermingswet en Flora- en faunawet In opdracht van Martin van Baalen Gasthuisweg 1 4171 KH Herwijnen COLOFON Tekst, foto s en samenstelling Ronald van Os Status rapport concept Datum

Nadere informatie

Koppel kuifeenden. Kuifeenden

Koppel kuifeenden. Kuifeenden 42 Ecologie en natuurfuncties Het IJsselmeergebied is een uniek natuurgebied van (inter-)nationale betekenis. Het is een van de zee afgesloten, benedenstrooms gelegen, zoet laaglandmeer met een relatief

Nadere informatie

Quickscan samenvatting natuurtoets Westpolder/Bolwerk, deelplan 5 bouwstroom F1 en G, Berkel en Rodenrijs.

Quickscan samenvatting natuurtoets Westpolder/Bolwerk, deelplan 5 bouwstroom F1 en G, Berkel en Rodenrijs. InterConcept Advies & Uitvoering T.a.v. dhr. M. Proper Leeuwenhoekweg 58 2661 DD Bergschenhoek Contactpersoon Kenmerk Status Datum Ing. M.G. Hoksberg 15-088 definitief 27 augustus 2015 Betreft Quickscan

Nadere informatie

Document PAS-analyse Herstelstrategieën voor Hollands Diep

Document PAS-analyse Herstelstrategieën voor Hollands Diep Document PAS-analyse Herstelstrategieën voor Hollands Diep Tweede Kamer, december 2013 De volgende habitattypen en soorten worden in dit document behandeld: Habitattypen: Er zijn geen stikstofgevoelige

Nadere informatie

Gedragscode Flora- en faunawet voor de Waterschappen

Gedragscode Flora- en faunawet voor de Waterschappen Gedragscode Flora- en faunawet voor de Waterschappen Werkprotocollen Definitief Waterschap Zuiderzeeland Grontmij Nederland bv Lelystad, 28 november 2007 Verantwoording Titel : Gedragscode Flora- en faunawet

Nadere informatie

AANVRAAG NB-WETVERGUNNING PARKEERGARAGE KATWIJK

AANVRAAG NB-WETVERGUNNING PARKEERGARAGE KATWIJK AANVRAAG NB-WETVERGUNNING PARKEERGARAGE KATWIJK GEMEENTE KATWIJK 29 augustus 2012 076534817:0.6 Definitief C03021.000106.0100 Aanvraag Nb-wetvergunning Parkeergarage Katwijk Inhoud 1 Algemeen... 3 1.1

Nadere informatie

Onderzoek flora en fauna

Onderzoek flora en fauna Onderzoek flora en fauna 1. Ecologie In deze bijlage is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst concept-beheerplan Natura 2000 Lauwersmeer

Informatiebijeenkomst concept-beheerplan Natura 2000 Lauwersmeer Informatiebijeenkomst concept-beheerplan Natura 2000 Lauwersmeer 1 Programma Welkom door Douwe Hollenga, voorzitter van de stuurgroep - Wat is Natura 2000 - Waar staan we: wat is geweest en wat komt Toelichting

Nadere informatie

Deelrapport Flora, fauna en ecologie

Deelrapport Flora, fauna en ecologie Deelrapport Flora, fauna en ecologie MER lichteren IJmuiden MER deelrapport Flora, fauna en ecologie Rijkswaterstaat Noord-Holland mei 2012 Definitief Deelrapport Flora, fauna en ecologie MER lichteren

Nadere informatie

Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet. Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied)

Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet. Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied) Steenuil en ontheffingsaanvragen van de Flora- en faunawet Martijn van Opijnen (Dienst Regelingen) Wouter van Heusden (Dienst Landelijk Gebied) 5 november 2011 Wat doen DR en DLG Dienst Regelingen is namens

Nadere informatie

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt Advies : Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt Datum : 17 december 2010 Opdrachtgever : mevrouw I. Zwartkruis Ter attentie van Projectnummer : mevrouw I. Zwartkruis : 211X04268.062985_1 Opgesteld

Nadere informatie

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN VERGUNNING NATUURBESCHERMINGSWET 1998. verleend aan STAATSBOSBEHEER. voor

GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN VERGUNNING NATUURBESCHERMINGSWET 1998. verleend aan STAATSBOSBEHEER. voor GEDEPUTEERDE STATEN VAN DE PROVINCIE GRONINGEN VERGUNNING NATUURBESCHERMINGSWET 1998 verleend aan STAATSBOSBEHEER voor plaatsen en gebruik schuilvoorziening Rottumeroog (art. 20 gebied) besluit 16 juli

Nadere informatie

PROVINCIE FLEVOLAND. Wat. Gedeputeerde Staten van Flevoland afdeling Gebiedsprogramma's en Europa Mevrouw M.F.A. Haselager.

PROVINCIE FLEVOLAND. Wat. Gedeputeerde Staten van Flevoland afdeling Gebiedsprogramma's en Europa Mevrouw M.F.A. Haselager. PROVINCIE FLEVOLAND Postbus 55 8200 AB Lelystad Gedeputeerde Staten van Flevoland afdeling Gebiedsprogramma's en Europa Mevrouw M.F.A. Haselager Postbus 55 8200 AB LELYSTAD Telefoon (0320)-265265 Fax (0320)-265260

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND

ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND ONTWERPBESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Datum besluit : 24 juni 2016 Onderwerp : Natuurbeschermingswet 1998 2016-001656 - gemeente Lingewaard Activiteit : Festival

Nadere informatie

Natura 2000-doelen in de Waddenzee Van instandhoudingsdoelstellingen naar opgaven voor natuurbescherming

Natura 2000-doelen in de Waddenzee Van instandhoudingsdoelstellingen naar opgaven voor natuurbescherming Natura 2000-doelen in de Waddenzee Van instandhoudingsdoelstellingen naar opgaven voor natuurbescherming Datum 2 november 2011 / actualisatie 2 december 2014 Status Eindrapport Colofon Uitgegeven door

Nadere informatie

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling

Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Deelrapport Luchtkwaliteit Aanvulling Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie Postbus 299-4600 AG Bergen op Zoom + 31 (0)164 212 800 nieuwesluisterneuzen@vnsc.eu www.nieuwesluisterneuzen.eu Rapport Vlaams

Nadere informatie