TRANSUMO Advanced Traffic Monitoring

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "TRANSUMO Advanced Traffic Monitoring"

Transcriptie

1 TRANSUMO Advanced Traffic Monitoring Op weg naar de filevoorspeller Eindrapportage ATMO (incl. ATMOlab): oktober 2009 Auteur: Hans van Lint THEMA INTEGRAAL INFRASTRUCTUUR- EN VERKEERSMANAGEMENT

2 Samenvatting Het project ATMO (Advanced Traffic MOnitoring) is een onderdeel van het thema Verkeersmanagement (VM) binnen Transumo. VM kan worden ingezet voor zeer veel doelen, variërend van minimale reistijden, maximale betrouwbaarheid of veiligheid, tot zo min mogelijk emissies. Die doelen zijn soms complementair maar vaak tegenstrijdig. Denk bijvoorbeeld aan de vuistregel 'hou twee seconden volgtijd aan'. De zin van die regel in termen van veiligheid is evident. Maar als de Nederlandse automobilist dat consequent zou doen, dan daalt de capaciteit op een snelwegrijstrook met 15-20%. De consequentie voor het aantal files en dientengevolge emissies laat zich raden. De kernvraag is dus hoe je al die vaak tegenstrijdige doelen (veiligheid, snelheid, milieu en betrouwbaarheid) kunt verenigen in een samenhangend VM pakket en in het verlengde daarvan, hoe je voor zo n duurzaam pakket aan maatregelen het verkeer zou moeten monitoren? Dat is nu precies de onderzoeksvraag waar het ATMO-consortium zich in de periode op heeft gestort. Zonder monitoring valt er niets te managen en kan er ook niets worden geëvalueerd. Monitoren vereist meer dan kastjes en doosjes: het vereist daarnaast intelligente systemen gefundeerd op een solide verkeerskundige basis. In ATMO zijn grofweg drie hoofdcategorieën zaken onderzocht: 1. Toestandschatten of Meten Weten Je kunt verkeersstromen op allerlei manieren meten met sensoren en detectiemiddelen (zowel aan de weg als in het voertuig). Het probleem is dat die metingen vaak onbetrouwbaar en onderling inconsistent zijn en incompleet over de ruimte en tijd. Binnen ATMO zijn geavanceerde toestandschatters ontwikkeld die dat soort gegevens kunnen samenvoegen (data fusie), corrigeren en aanvullen waar geen gegevens worden verzameld. Ook is uitgebreid gekeken naar de (statistische) eigenschappen en modellering van deze data. 2. Voorspellen Nu ingrijpen met VM op plek A in een verkeersysteem betekent straks op plek B (on)bedoelde effecten. Om te kunnen managen moet je dus kunnen voorspellen. In ATMO is veel energie gestoken in modellen voor het voorspellen van verkeerscondities en reistijden in een netwerk. Er zijn zowel data gedreven als verkeersmodel gebaseerde methodes ontwikkeld, waarbij duidelijk is geworden dat de eerste vooral voor autonome (snelweg) toepassing kunnen worden ingezet, terwijl modelgebaseerde aanpakken vooral voor netwerktoepassingen geschikt zijn. 3. Betrouwbaar? Veilig? Schoon? Duurzaam VM vereist het monitoren van duurzaamheid (schoon, veilig, betrouwbaar). In bijna alle gevallen kan dat alleen maar door duurzaamheids maten af te leiden van de zaken die wel (gedeeltelijk) meten. In ATMO zijn modellen en methoden ontwikkeld voor onder andere het begrijpen en voorspellen van reistijdbetrouwbaarheid, verkeersveiligheid op kruispunten en het realtime monitoren van emissies Behalve bovenstaand onderzoek dat tot vele (internationale) publicaties (50+) en 5 (!) dissertaties heeft geleid is in ATMO hard gewerkt aan het uitdragen van deze kennis naar de praktijk van wegbeheerders en industrie. Er is tweemaal een erg succesvolle PAO-cursus regionaal monitoren georganiseerd (>40 deelnemers), In ATMO werd de basis gelegd voor het handboek verkeersmonitoren (www.verkeersmonitoring.nl), ATMO heeft zich bemoeid met de aanloop voor het nationaal datawarehouse (NDW) en een portal (www.atmo.tudelft.nl) ontwikkeld waar alle deliverables en nog veel meer (links, achtergronden) op te vinden zijn. ATMO heeft in de afgelopen jaren verkeersmonitoren en het vakgebied verkeerskunde weer stevig op de kaart gezet. En dat was nodig ook. 2

3 Summary The ATMO (advanced traffic monitoring) project is part of the traffic management (TM) theme within Transumo. TM may be designed and implemented to serve a wide variety of (people, profit and planet) goals, e.g. minimal total travel time, maximum average journey speed, minimal vehicle emissions, maximum safety and comfort, etcetera. These goals are in some cases complimentary, but in many cases fundamentally conflicting. As an example, consider the rule of thumb always maintain a 2 second time headway, which was advocated during the nineties to persuade drivers into a more safe driving style. The rationale in terms of increased traffic safety is evident, nonetheless, if every driver would have adopted this rule of thumb, the capacity per freeway lane would have dropped dramatically with 15-20%. The consequences in terms of an increase in average and total travel time (and very likely also vehicle emissions) are easy to grasp. The fundamental question is hence how one can design and operate a coherent and consistent suite of sustainable TM measures, that is, TM measures which lead to sustainable traffic operations. Clearly, it is essential that one is able to monitor the required quantities to feed and evaluate these sustainable traffic management measures, e.g. how does one measure travel time unreliability? Is it possible to monitor emissions in real-time? These are the central research questions which have been addressed by the ATMO-consortium in the period Without monitoring there can be no effective sustainable TM. Without monitoring these measures also cannot be evaluated. Traffic monitoring implies more than just installing traffic sensors and ITC. Monitoring involves measuring (with all sorts of sensors), interpreting and fusing, and subsequently estimation and prediction of the quantities that are important for TM. Roughly, the work in ATMO can be categorized into three main topics: 1. Traffic state estimation (or: what you measure what you want to know) Combining and fusing data from an increasing amount of different traffic sensors (infrastructure or car-based) does not automatically lead to a consistent and reliable picture of network-wide traffic conditions. These data typically differ in accuracy, availability, coverage and reliability, and mostly in terms of the semantics of the data. In the ATMO project we developed advanced traffic state estimators, which are able to reliably fuse and filter data from whatever data source available. 2. Traffic state prediction Applying a traffic measure (traffic control, rerouting, etc) at location A at time t will yield effects on other locations at times >t. To properly manage traffic one inherently needs to predict traffic flow operations. In ATMO both parameterized and non-parameterized traffic and travel time prediction methods and models have been developed, suitable for application on freeways, urban arterials and in whole networks. 3. Reliable? Safe? Clean? Sustainable TM requires monitoring of sustainability, whichever way this is defined. One cannot optimize a traffic controller in terms of minimal emissions of these emissions cannot one way or the other be monitored, preferably in real-time. In ATMO several projects addressed the monitoring of sustainability. For example, a model for the monitoring of travel time reliability was developed and a pilot study to investigate real-time emission monitoring was conducted. The main ATMO results include the many (international) publications (50+) and the 5 (!) PhD tracks of which 4 already were successfully finished. ATMO has also put many efforts in knowledge transfer to public institutes and the (traffic) industry. Twice a very successful post-academic course on regional traffic monitoring was organized (>40 participants) and a handbook / wiki on traffic monitoring (www.verkeersmonitoring.nl) was developed and launched. ATMO participants and project management were also involved in the birth and setup of the national datawarehouse (www.ndw.nu), the largest monitoring project in Dutch practice to date. Finally, a web portal (www.atmo.tudelft.nl) was developed which hosts downloads and links to all projects and deliverables produced in ATMO. In the appendix an extended overview of the ATMO project and its results is provided, which was presented at the ITS World congress in Stockholm, September

4 1. Introductie De economische, maatschappelijke en milieu consequenties van congestie in vooral stedelijke gebieden worden gezien als een van de belangrijkste uitdagingen en bedreigingen in de komende decennia, zowel in Nederland als internationaal. Deze uitdagingen zijn in essentie terug te voeren op het oplossen van de disbalans tussen de verkeersvraag (reizigers die op een bepaalde tijd van A naar B willen) en de beschikbare infrastructuur (capaciteit, aanbod) om deze vraag af te wikkelen. Het behoeft geen uitleg dat (verkeers)informatie over het huidige en historische gebruik van de infrastructuur cruciaal is om in de eerste plaats te weten waar en wanneer er problemen zijn (files, vervuiling, onveiligheid, onbetrouwbaarheid), alvorens verkeersmanagers maatregelen kunnen verzinnen en invoeren die de beschikbare capaciteit beter op de vraag afstemmen (of vice versa). Ook reizigers gebruiken informatie om hun reis, vertrektijdstip en route beter te kunnen plannen. Maar wat voorheen voldoende informatie was voor verkeersmanagers en reizigers, is nu te weinig. Kernprobleem: gat tussen wetenschap en praktijk In feite kijken zowel verkeersmanagers (in verkeerscentrales) als reizigers (via radio, internet of anderszins) nu naar op zijn best actuele, maar meestal naar verouderde verkeersinformatie. Die informatie (bijvoorbeeld file locaties, snelheden, reistijden) wordt soms handmatig of door allerlei heuristieken uit allerlei sensoren op en langs de weg (lussen of camera s) gedestilleerd. Maar waar reizigers en wegbeheerders naar zouden willen (en ook moeten) kijken is naar netwerkbrede verkeersinformatie die laat zien hoe het verkeer zich in de huidige situatie maar ook in de nabije toekomst gaat ontwikkelen. In een keynote speech op het IEEE-ITSC congress in Toronto (Canada) in 2006 merkte Prof Markos Papageorgiou (University of Crete) terecht op, dat Intelligent transportation systems zonder intelligence in termen van verkeerskundige modellen en algoritmes, te vergelijken zijn met een giant with the brain of a little child. Met andere woorden, technologie (ICT, kastjes en doosjes) maakt intelligente transport systemen weliswaar mogelijk (en zijn soms zelfs randvoorwaardelijk), maar maakt ze niet (noodzakelijk) intelligent. Daarvoor is geavanceerd en state-of-the-art verkeerskundig gereedschap nodig. In het domein van ATMO (het vakgebied verkeersmonitoring) bestaat dat gereedschap uit verkeersstroomtheorie in combinatie met geavanceerde statistische technieken (data fusie, toestandschatten, voorspellen). Het is belangrijk om te realiseren dat verkeerskundig incorrect omgaan met meetdata niet tot kleine afwijkingen leidt achter de komma, maar tot grote fouten (in de orde van tientallen procenten). Die fouten in de meetdata werken door (en middelen dus typisch niet uit!) in alle afgeleide berekeningen, maatregelen en analyses en daarmee dus ook beleid. Goed en verkeerskundig verantwoord monitoren is dus echt heel belangrijk. Bovenstaande geeft aan dat er een kloof bestaat tussen wat wetenschappers kunnen en weten (bijv. geavanceerde netwerk brede real-time verkeersmodellen), en wat de consultants, de industrie en uiteindelijk de wegbeheerders implementeren. ATMO wil deze kloof verkleinen en bijdragen aan een nieuwe generatie monitoringsystemen. Deze monitoringsystemen bestaan dus niet alleen uit meetmiddelen en schakelkasten maar ook en vooral uit geavanceerde systemen (software, algoritmes) gefundeerd op state-of-the-art verkeerskundige inzichten, die uit de vele vergaarde gegevens (in realtime) zinvolle informatie kunnen halen. Zonder die zinvolle informatie is een transitie naar duurzaam verkeersmanagement gedoemd te mislukken. Centrale doelstelling ATMO Het ontwikkelen van kennis en kunde in het opzetten, realiseren, beheren en gebruiken van een robuust en betrouwbaar systeem voor het monitoren van heterogene verkeersnetwerken dat (geprognosticeerde) verkeersgegevens produceert voor verkeersmanagement en voor verkeersdeelnemers. ATMO focusseert daarbij in de belangrijkste plaats op de ontwikkeling van intelligente (verkeerskundige, statistische) tools om uit sensoren zinvolle, netwerkbrede (verkeers)informatie te halen (en in mindere mate niet op de ontwikkeling van nieuwe kastjes en doosjes (sensoren) zelf). Dat doet het langs drie parallelle lijnen: 4

5 1) Door het entameren en faciliteren van kennisoverdracht tussen onderzoek en praktijk. Voorbeelden zijn de twee PAO-cursussen regionale monitoring (in 2006 en 2008), waar de projectleider ATMO samen met TraDuVem-projectleider Ben Immers met veel succes een grote groep verkeerskundigen uit de praktijk bijspijkerden op het gebied van intelligente monitoring. Een ander voorbeeld is het Platos Colloquium (www.platos-colloquium.nl) dat de laatste jaren in het teken van rekenen aan duurzaamheid stond. Niet toevallig gezien de ATMO-projectleiding (TU Delft) de organisatie op zich heeft genomen. Tenslotte is er de ATMO-website (www.atmo.tudelft.nl) waar vele links en downloads naar publicaties, projectresultaten en andere relevante informatie te vinden zijn. 2) Door fundamenteel en toegepast onderzoek dat zal culmineren (aan het einde van de looptijd) in niet minder dan 5 proefschriften en vele internationale publicaties. 3) Door de resultaten uit dat onderzoek uit te proberen in een aantal concrete door overheidspartijen geëntameerde pilots (Utrecht en Regiolab-Delft ). 2. Onderzoeksopzet/aanpak Het ATMO-projectplan is in 2004/2005 bottom-up ontstaan, dat wil zeggen, op grond van een grove totaal schets (monitoren = meten, interpreteren, begrijpen & voorspellen), passend in het thema Verkeersmanagement, zijn binnen ATMO deelprojecten gedefinieerd door geïnteresseerde partijen. Zo ontstond een waaier van deelprojecten met als gemeenschappelijk element monitoren, maar voor het overige weinig interne samenhang. Die waaier is vervolgens door de projecttrekker TU Delft in een samenhangend projectplan ondergebracht en door het ATMO-consortium en Transumo goedgekeurd. In dat 1 e ATMO-projectplan zijn vier onderzoeksthema s gedefinieerd (grofweg: meten, interpreteren, begrijpen en voorspellen), met daarin 9 deelprojecten, waaronder 4 AIO-projecten en 5 (kortere termijn) toegepaste onderzoekstrajecten. In een vijfde (overkoepelend) thema (bouw/ontwerp regionaal monitoringsysteem) zijn nog eens twee inhoudelijk faciliterende deelprojecten gestart. In termen van wetenschappelijke voortgang (publicaties) liepen de AIO-trajecten goed. De opzet was om naast elk AIOproject een gerelateerd toegepast onderzoeksproject te hebben, waarbij alle projecten elkaar zouden vinden in de faciliterende projecten (Regiolab-Delft server en het Handboek Regionaal Monitoren). In 2007 is deze onderzoeksopzet aangepast. Zes succesvolle deelprojecten zijn gecontinueerd en daarnaast is een parallel spoor uitgezet gefocusseerd op kennisverspreiding en PR, waarin onder andere PAO-cursussen zijn georganiseerd, de ATMO-webportal is ontwikkeld en is opgetreden in allerlei gremia en kennisdeel-bijeenkomsten binnen en buiten Transumo. Tenslotte zijn langs een derde spoor twee pilots (Delft, Utrecht) gestart en is een top-up voorstel (ATMOlab) gehonoreerd. In de pilots en die top-up werkten nu wel AIO s samen met praktijkmensen om hun ideeën in een concreet netwerk uit te testen. Samenstelling van het consortium en taakverdeling Rijkswaterstaat Projecttrekker deelproject I-b - Handboek Regionaal DVS Monitoren. (voorheen AVV) Deelnemer deelproject 1c - Proeftuin Regiolab-Delft Namen projectteamdeelnemers: - Henk Taale - Johann Visser Universiteit Twente Projecttrekker deelproject II-d - Classificeren van verkeerspatronen. Namen projectteamdeelnemers: - Eric van Berkum - Tom Thomas - Wendy Weijermars 5

6 TU Delft Projectleiding ATMO. Projecttrekker van deelproject II-a - (Reistijd)betrouwbaarheid monitoren. deelproject II-e - Reistijdvoorspellers: Real-time modellen. En betrokken bij deelproject II-c - Datafusie. Vanaf najaar 2007 projectleiding in: Pilotstudie Utrecht Pilotstudie Regiolab Delft Namen projectteamdeelnemers: - Hans van Lint - Henk van Zuylen - Winnie Daamen - Andreas Hegyi - Theo Muller - Chris van Hinsbergen - Tamara Djukic - Albert Valkenberg - Thomas Dijker - Marc Miska - Huizhao Tu - Hao Liu Vialis Provincie Zuid-Holland Gemeente Delft TNO 1: TNO Bouw en Ondergrond TNO 2: TNO-Defensie Siemens ARS T&TT Gemeente Utrecht DHV Projecttrekker deelproject II-f - Reistijden voorspellen op stedelijke netwerken II Participant in pilotstudie Utrecht. Betrokken bij - deelproject I-b - Handbook Regionaal Monitoring - deelproject II-c - Datafusie. Participant in pilotstudie Regiolab Delft - Deelnemer project 1c - Proeftuin Regiolab Delft - Participant in de pilotstudie Regiolab Delft Projecttrekker - deelproject II-b - Surrogaatmaten voor verkeersveiligheid - deelproject Real-Time Monitoren van Emissies Participant in pilotstudie Regiolab Delft Projecttrekker deelproject 3b - Incident herkenning, hypothese manager Deelname aan: - deelproject 3d-Datafusie - deelproject Real-Time Monitoren van Emissies Projecttrekker deelproject II-c - Data-fusie. Participant in pilotstudie Utrecht Deze partij is per 2007 in het consortium toegetreden en neemt actief deel aan de nieuwe pilot-studie Utrecht DHV is in goed overleg in 2006 uit het projectconsortium gestapt Namen projectteamdeelnemers: - Frans van Waes - Wim Broeders - Alexander Brokx - Anton Wijbenga - Willem K. Mak - Heidi Bergsma Namen projectteamdeelnemers: - Lieke Berghout - Martijn de Leeuw - Berend Feddes Namen projectteamdeelnemers: - Ton van Grinsven - Thomas Dijker Namen projectteamdeelnemers: - Ben Immers - Gerdien Klunder - Ronald van Katwijk - Isabel Wilmink - Tanja Vonk Namen projectteamdeelnemers: - Sicco Peer van Gosliga Namen projectteamdeelnemers: - Willem van Leusden Namen projectteamdeelnemers: - Fred Zijderhand - Arjan den Heijer - Dusica Joksimovic Namen projectteamdeelnemers: - Peter Jan Kleevens - Patricia Stumpel Namen projectteamdeelnemers: - Wim van der Hoeven Hoe is de projectuitvoering verlopen? In de eerste fase ( ) was de projectuitvoering vooral gericht op de afzonderlijke deelprojecten. Sec gezien was dat grotendeels conform (project)plan en naar verwachting. Er is een collectie state-of-theart papers, rapporten en demonstrators (proof of concept software implementaties, etc) beschikbaar 6

7 gekomen waarin de ontwikkelde kennis is uitgewerkt, uitgelegd en uitgeprobeerd (en mogelijk gekalibreerd en gevalideerd). Al deze opgedane kennis is toegankelijk gemaakt via de ATMO-website. Een paar voorbeelden van hoogtepunten tot en met het jaar 2006: De lancering van het Wikia Handboek Regionaal Monitoren. De PAO-cursus Regionale Monitoring, waar 40 deelnemers uit de Nederlandse beroepspraktijk aan mee deden (een record aantal!). De vele (inter)nationale gereviewde en geaccepteerde publicaties (11 in 2005, 23 in 2006) en presentaties op (inter)nationale congressen en symposia. In 2007 is een idee uitgewerkt om de deelprojecten op te hangen aan twee verschillende pilotstudies (Utrecht, Delft) met eigen (data) testbedden. Daartoe is de structuur binnen het ATMO-project enigszins aangepast, met als gevolg dat de aansturing is verbeterd en participanten meer als kennis/competence centre s betrokken worden, zodat synergie nog gemakkelijker vrijkomt. Een paar voorbeelden van de hoogtepunten van 2007: De (inter)nationale gereviewde en geaccepteerde publicaties (5 in 2007) en presentaties op (inter)nationale congressen en symposia. Twee dissertaties (Marc Miska en Wendy Weijermars). De landing van het Wikia Handboek Regionaal Monitoren. Deze is door AVV (tegenwoordig Rijkswaterstaat DVS) medio zomer 2007 volledig digitaal op internet beschikbaar gemaakt. De ATMO-website is in de zomer van 2007 volledig vernieuwd. De deelname aan het Midzomern8-festival en de discussiemiddag in het Mobilion. In 2008 zijn de twee pilotstudies (Utrecht, Delft) gaan draaien. Tevens is er een top-up voorstel (ATMOlab) ingediend (en toegekend) dat beide pilotstudies in potentie met elkaar verbindt. Een paar voorbeelden van hoogtepunten van 2008: De (inter)nationale gereviewde en geaccepteerde publicaties (15 in 2008) en presentaties op (inter)nationale congressen en symposia. Twee dissertaties (Huishao Tu en Hao Lia). De PAO-cursus Regionale Monitoring, waar weer 40 deelnemers uit de Nederlandse beroepspraktijk aan mee deden (opnieuw een record aantal!). Samenwerking met andere (Transumo-)projecten Monitoring is een integrale (randvoorwaardelijke) component van VM zowel op netwerkniveau als bij invoertuig toepassingen. Op grond hiervan was intensieve samenwerking met andere projecten in het VM thema (ATMA, Intelligent Vehicles, TraDuVem) vooraf gezien de logische constructie. Dat is er maar gedeeltelijk uitgekomen. ATMO was present bij de nodige TraDuVem bijeenkomsten, deed actief mee in het thema overleg en de projectleider (Van Lint) begeleidde één van de ATMA AIO s (Zuurbier). Maar daadwerkelijke samenwerking in de deelprojecten bleek moeilijker te realiseren. Dit had onder andere te maken met de geografische scheiding tussen de projecten (bijvoorbeeld Delft vs Almelo), en vooral met het feit dat zowel ATMO als ATMA beide bottom-up zijn geconcipieerd, waardoor er weinig vrije speelruimte (geld, mensen, middelen) was om additionele projectoverschrijdende activiteiten in te passen. De realiteit was dus een structuur van op papier sterk samenhangende Transumo/VM projecten, met daarin sterk autonoom uitgevoerde deelprojecten. De les die hieruit geleerd kan worden is dat samenwerking niet op basis van alleen inhoud (op papier) kan worden afgedwongen maar besloten moet liggen in de projectstructuur en -uitvoering zelf, denk daarbij aan een gezamenlijke (groep) AIO( s) of afspraken over een serie gezamenlijke deliverables. Achteraf was een top-down aanpak van beide projecten veel beter geweest. Dat had inhoudelijk tot veel meer samenhang geleid en daarmee tot een veel beter te managen project en thema geleid. De (tentatieve) conclusie die we hier uit kunnen trekken is dat het poldermodel niet geschikt is voor innovatie en onderzoekstrajecten. Datzelfde geldt ook voor samenwerkingsverbanden tussen de verschillende Transumo-thema s. Er zijn niettemin wel voorbeelden van synergie te vinden. In Spitsmijden is bijvoorbeeld dankbaar gebruik gemaakt van de Regiolab-Delft database en de in ATMO ontwikkelde matlab tools om die te benaderen en bewerken. In The Multimodal Traffic Centre ( , Havenbedrijf Rotterdam/TUD) wordt nu een ATMO/ATMA invulling gegeven aan werk dat in Transumo-A15 is gestart. De aanvullende les hierbij is dat samenwerking tussen partijen uit verschillende disciplines (bv logistiek, mobiliteitsmanagement en 7

8 verkeersmanagement) vooral moeilijk is vanwege een taalprobleem., dat wil zeggen, ieder spreekt zijn eigen (vak)taal en heeft zijn eigen (regelmatig onjuiste) perceptie van het belang en de noodzaak van een andere discipline in zijn of haar project. Er moet hier echter een belangrijke nuance worden toegevoegd. In de wetenschap hoef je doorgaans samenwerking niet te sturen of te forceren. Mits het onderzoeksvraagstuk en de projectstructuur hiertoe aanleiding geven (en zelfs als dat niet zo is) ontstaat samenwerking regelmatig vanzelf. En als het iets oplevert leidt dat niet zelden tot fundamenteel nieuwe inzichten, innovatie of zelfs een systeemsprong. Denk aan regeltechniek meets verkeerstroomtheorie, mobiele communicatietechnologie meets plaatsbepalingstechniek en evolutie theorie meets genetica. De samenwerking tenslotte met projecten uit andere Bsik-programma s bestond uit persoonlijke contacten met deelnemers aan en actieve deelname van ATMO-participanten in die programma s. Een voorbeeld is het Bsik-project Traffic Data Fusion, getrokken door de ATMO-projectleider, en het RGI-project Combined, waarin de projectleider participeerde. Tenslotte waren en zijn de participanten in ATMO verbonden met en actief in tal van andere onderzoeksprojecten en programma s, zowel nationaal als internationaal. Wetenschappelijke methodologie Er is niet één wetenschappelijke methodologie toegepast in ATMO, dat kan ook niet. De meeste deelprojecten bestonden uit een mengeling van theoretisch en empirisch onderzoek, leidend tot nieuwe algoritmen / modellen, gekalibreerd, gevalideerd en gedemonstreerd op ofwel data uit de Regiolab-Delft server, data uit het TINA-systeem, of op synthetische data uit micro simulaties. Projectuitvoering en samenwerking binnen het project De belangrijkste wijzigingen in de projectuitvoering waren nagenoeg allemaal een gevolg van het feit dat consortiumleden hun beloofde inzet in uren niet konden of wilden waarmaken. Dat kwam door (een combinatie van) de volgende zaken: 1. Overheidspartijen (provincie, gemeente, Rijkswaterstaat) bleken te hebben onderschat wat de urenconsequentie was van de door hen toegezegde (vaak als lumpsum geïnterpreteerde) ureninzet. In zo n geval is ervoor gekozen om de inzet van deze partijen te verhuizen van de kostenkant naar de financieringskant, door middel van bilaterale afspraken tussen consortium partners. De opengevallen subsidiabele uren in ATMO werden/worden door de kennisinstellingen ingevuld ten behoeve van het onderzoek inhoudelijk heeft dit dus geen nadelige gevolgen gehad voor het project. Onderbesteding bleek overigens een probleem bij ALLE overheidspartijen in ATMO, inclusief Rijkswaterstaat. Alhoewel de meeste wel willen bijdragen blijkt dit door de constructie met een urenverplichting niet eenvoudig te realiseren. 2. Er waren ook private partijen die hun uren verplichting (en belangrijker: de bijbehorende inhoudelijke verplichting) niet (meer) konden waarmaken. Dit is project-intern opgelost door de budgetten/uren te verschuiven (een deel van de uren van Siemens zijn bijvoorbeeld naar TNO gegaan) en heeft evenmin geleid tot grote inhoudelijke veranderingen in ATMO. Ten opzichte van het oorspronkelijke projectplan is het projectconsortium halverwege de looptijd uitgebreid met een extra publieke partner, de gemeente Utrecht en er is één partner tussentijds gestopt (DHV). In algemene zin verliep de samenwerking tussen de projectpartners goed, werden projectvergaderingen goed bezocht en de afspraken nagekomen. In de loop van het project is dat per projectpartner wel veranderd. Een aantal partners (Vialis en met name Siemens) heeft (inhoudelijk) de afspraken in het projectplan (en in de deelprojectplannen) niet kunnen waarmaken, hetgeen een wissel heeft getrokken op de resultaten en voortgang in de deelprojecten Pilot Utrecht en Monitoren van Emissies, waarbij moet worden opgemerkt dat TNO in het laatste project de trekkersrol met enthousiasme en succes naar zich toe heeft getrokken. In de Utrecht-pilot hebben de partners zich ondanks de vertraging sterk gemaakt om de beloofde resultaten behalen. Opgemerkt moet wel worden dat Vialis een serieuze poging heeft gedaan om onderzoek te incorporeren in hun bedrijfsproces. ATMO-onderzoeker Van Hinsbergen is gedurende een jaar 50% in dienst geweest van Vialis. Die verbintenis is in goed overleg beëindigd, nadat bleek dat er voor geen van de partijen sprake was van synergie. 8

9 Een mogelijke oorzaak voor de tanende inzet/interesse van de private partners in ATMO is mogelijk de vele (grote) projecten op het gebied van monitoring (o.a. NDW, en de grote aanbestedingen in Rotterdam en Amsterdam). Anderzijds kan de bottom-up constructie van het onderzoeksproject een rol hebben gespeeld, die wel erg veel laat afhangen van de wil van partijen om er samen uit te komen. Een outputgerichte meer (project)centraal georganiseerde onderzoeksopzet zou dit proces wellicht vertraagd hebben. 3. Resultaten, lessen en effecten Voor details verwijzen we naar de bijlagen, waar een uitgebreide lijst producten is opgenomen. Figuur 1 geeft een grove weergave van de binnen ATMO ontwikkelde producten over de looptijd van het project. De belangrijkste wetenschappelijke resultaten worden gevormd door de vijf dissertaties van respectievelijk Marc Miska (2007), Wendy Weijermars (2007), Huizhao Tu (2008), Hao Liu (2008) en nog in de pijplijn Chris van Hinsbergen (2010). Deze vijf promotietrajecten hebben bovendien een groot aantal internationale publicaties opgeleverd, o.a. in Transportation Research A en C, the Transportation Research Records, en the European Journal of Transport and Infrastructure Research en op congressen zoals TRB, IEEE-ITSC en het WCTR congres. Figuur 1: Producten en mijlpalen in de looptijd van ATMO Kort samengevat zijn er in de looptijd van ATMO solide en zeer bruikbare modellen en tools ontwikkeld, onder andere: algoritmen voor het corrigeren en filteren van verkeersgegevens uit allerlei verschillende sensoren; toestandschatters voor het fuseren van heterogene verkeersgegevens uit allerlei bronnen (lussen, reistijden, FCD) in een netwerk tot een consistente en betrouwbare schatting van de toestand in dat netwerk, en voorspellingsmodellen die op grond hiervan op grond daarvan kunnen voorspellen hoe de toestand (snelheden, dichtheden, reistijden) in het netwerk zich gaat ontwikkelen op grond van zowel historische als actuele verkeersdata; statistische technieken voor het classificeren en identificeren van terugkerende patronen in de verkeersvraag (volumes, intensiteiten); een real-time verkeerssimulatie model. 9

10 Door middel van de vele internationale publicaties en deelname aan internationale congressen (zie bijlage) zijn veel van deze resultaten internationaal geland. Ook is ATMO internationaal via bilaterale contacten (o.a. met Tokyo University, Monash University (Melbourne) en Portland State University (Oregon, VS)) regelmatig positief onder de aandacht gebracht. Naast wetenschappelijke resultaten is er een aantal belangrijke kennisverspreidingsactiviteiten georganiseerd / ondersteund, waaronder de PAO-cursus Regionaal Verkeersmonitoren, het Platos Colloquium (www.platos-colloquium.nl) en het E-Handbook Regionaal Verkeersmonitoren (www.verkeersmonitoren.nl). Met name de PAO-cursus had op zijn minst in de beleving van de ATMOprojectleiding veel impact. Bij de eerste cursus (2007) was bijvoorbeeld de (toendertijd zojuist benoemde) directrice van het Nationaal Databastand Wegverkeersgegevens (NDW, één van de cursisten. Haar deelname aan die cursus heeft zeker bijgedragen aan de uitdrukkelijk vraagstelling voor innovatieve monitoringstechnieken in de aanbesteding van het NDW (HET monitoringplatform en loket voor heel Nederland). Nieuwe inzichten en leerervaringen Wetenschappelijk / inhoudelijk gezien heeft ATMO zeer veel nieuwe inzichten opgeleverd, zoals op diverse plekken in dit document wordt aangestipt. Een belangrijke (niet wetenschappelijke) leerervaring binnen ATMO was, dat binnen de Nederlandse beroepspraktijk het belang van intelligente monitoring en de daarvoor benodigde kennis helemaal niet vanzelfsprekend werd/wordt geacht (uitzonderingen daargelaten). Dat is de beroepspraktijk kwalijk te nemen (van een dokter verwacht je ook dat die zijn vakkennis op peil houdt), maar evengoed kan worden gesteld dat universiteiten/hogescholen tot nu toe niet in goed in staat waren om hun kennis en ideeën te laten landen in de praktijk, en vooral, dat het in het belang van de praktijk zelf is om die kennis toe te passen. Hoe dan ook, er is een groot gat tussen wat we weten en kunnen, en wat er daadwerkelijk op straat wordt gebruikt. Bovendien is het niet evident voor velen uit de beroepspraktijk dat het (economisch en maatschappelijk) belangrijk zou zijn om dat gat te dichten. Waar in het eerste ATMO-projectplan vooral werd gefocusseerd op kwantitatieve duurzaamheiddoelen is dat halverwege bijgesteld naar vooral onderwijs / kennisverspreidingdoelen, dat wil zeggen, naar het dichten van het bovengenoemde kennisgat en het onder de aandacht brengen dat goed monitoren en meten van cruciaal belang is, zeker als op basis daarvan allerlei duurzaamheiddoelen worden nagestreefd. De middelen om dit te verwezenlijken binnen ATMO en in het vervolg zijn divers: wetenschappelijke publicaties, uitdragen op seminars en symposia, PAO-cursussen, Platos Colloquia, bijscholing, inbedden in BSc en MSc opleidingen, toegankelijk aanbieden via internet Wikia s of aparte websites (b.v. en vooral missiewerk in allerlei projecten, en andere gremia. Dat dit lijkt te gaan lukken zal blijken uit het volgende hoofdstuk (doorwerking). 4. Verankering en doorwerking In het najaar van 2009 hebben Van Lint en Hoogendoorn op verzoek van de NDW projectorganisatie (nationaal databestand wegverkeersgegevens, en een inspiratie-lezing gegeven over innovatief monitoren, dat wil zeggen, meten + intelligente methodes en technieken zoals toestandschatters, data fusie, etc. Dat mag worden gezien als een rechtstreeks gevolg van het missiewerk binnen ATMO. Zowel van Lint als Hoogendoorn speelden een adviserende rol in de voorbereidingen op het NDW (net zoals overigens Ben Immers van TraDuVem). Alhoewel de markt nog niet overtuigd lijkt dat innovatieve oplossingen een antwoord geven op de door het NDW uitgezette aanbesteding, is wel duidelijk dat de opdrachtgevers (NDW, regionale wegbeheerders en RWS ) om zijn. Dat is een belangrijke stap in de goede richting, omdat daarmee de vraag richting de markt ook fundamenteel gaat veranderen. Die zal nu steeds vaker worden gedwongen om innovatieve producten en diensten aan te bieden. Een voorbeeld daarvan is het VIA-project binnen RWS, waarin een aantal geavanceerde filters voor het verwerken en corrigeren van meetgegevens voor statistische beleidsrapportages door de TU Delft zijn ontwikkeld en geëvalueerd. Dit zal voor een innovatieve uitvraag in de markt gaan zorgen in de nabije toekomst. In het verlengde hiervan is ook de rol van kennisinstellingen ten positieve veranderd: ook zij spelen nu een rol in de beroepspraktijk van het verkeersmanagen en -monitoren. Enerzijds als adviseur en toeleverancier van nieuwe (methodologische) concepten, en anderzijds (gevraagd en ongevraagd) als evaluator en criticaster. Dit alles is zeker niet alleen aan ATMO toe te schrijven. Niettemin hebben wij in 10

11 dat proces wel degelijk een rol van betekenis gespeeld. Tenslotte, zoals boven op diverse plaatsen aangegeven, ATMO was aanwezig en zichtbaar op vele nationale en internationale podia. Op grond van het wetenschappelijke werk in ATMO zijn al diverse vervolg PhD trajecten gestart (o.a. online HB schatters, geavanceerde filters voor toestandschatters, en the multimodal traffic center ). Het ATMO gedachtegoed is ook sterk verankerd in een tweetal (nog meedingende) FES-projectvoorstellen binnen ICTRegie. In hoeverre zijn resultaten van het project te vermarkten? Een aantal van de projecten binnen ATMO zijn direct te vertalen in commerciële producten of diensten. Een voorbeeld is de lange termijn reistijdvoorspeller ontwikkeld door TNO in 2006, welke nu wordt ingezet op de ANWB verkeersinformatiesite. Maar ook partijen als Vialis en ARS zouden ATMO resultaten kunnen uitwerken in concrete producten of diensten, bijvoorbeeld in het NDW, maar ook in andere mobiliteitsdiensten. In meer algemene zin lenen de wetenschappelijke resultaten, vooral die op het gebied van toestandschatten en voorspellen, zich prima voor commerciële inzet en exploitatie. Twee ATMA en ATMO-AIO s (Zuurbier en van Hinsbergen) nu nog werkend bij de TU Delft, hebben onlangs een valorisatie grant (NWO/STW) aangevraagd en binnengehaald voor de verdere ontwikkeling en vermarkting van de J-DSmart technologie, een op een verkeersstroommodel gebaseerde toestandschatter en voorspeller. Die technologie moet de motor worden achter een nieuwe verkeersinformatie portal waar door data fusie en intelligente voorspellingstechnieken voor heel Nederland korte termijn file- en reistijdvoorspellingen worden gegenereerd. Vervolgonderzoek: ontwikkelingen in de (D)VM markt In de afgelopen jaren hebben de (snel) voortschrijdende ICT-ontwikkelingen een aantal fundamentele veranderingen in verkeersystemen in gang gezet. In veel onderzoeksprojecten (zowel nationaal als in EU verband) zien we een sterke toename van pilots en projecten waarbij intelligente voertuigen (voorzien van bijvoorbeeld intelligent cruise control, lane change assistants, GPS location tracking en vele andere applicaties) communiceren met elkaar (V2V) en met intelligente infrastructuren (V2I). Het verwachtingspatroon in termen van de effecten op zowel de doorstroming, veiligheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van zo n intelligent coöperatief verkeersysteem zijn zeer groot. De vraag is echter gerechtvaardigd of die verwachtingspatronen realistisch zijn. Verkeerstromen, zelfs als die bestaan uit intelligent autonome agents, kenmerken zich door een complexe ruimtelijke en temporele dynamica. Bovendien blijft de onderliggende verkeersvraag de resultante van collectief menselijk (keuze) gedrag. Dit rechtvaardigt niet alleen fundamenteel onderzoek naar die verkeersdynamica en keuzeprocessen onder deze sterk veranderende omstandigheden (V2V en V2I technologieën), maar leidt ook tot de noodzaak om fundamenteel anders te kijken naar DVM en dus ook monitoring. Waar DVM tot voor kort met name een publieke en centraal georganiseerde zaak was zien we nu hoe bijvoorbeeld door in-car navigatie en informatie systemen, de automobilist en in het verlengde daarvan: private partijen een rol van betekenis gaan spelen in het managen van verkeerstromen. Dat bijvoorbeeld routenavigatie op grond van real-time informatie bij toenemende penetratiegraden niet noodzakelijk leidt tot betrouwbaardere, efficiëntere en/of duurzamere verkeersafwikkeling is wetenschappelijk al vaker aangetoond, onder andere door de DVM groep. Er zijn echter nog zeer veel fundamentele vragen waar we (de internationale wetenschap) een antwoord op schuldig zijn, Voorbeelden van onderzoeksthema s zijn: 1. Fundamenteel inzicht verkrijgen in hoe een dergelijk intelligent verkeerssysteem functioneert / zichzelf organiseert. Welke factoren bepalen de uiteindelijke kwaliteit, betrouwbaarheid en daarmee voorspelbaarheid? Hoe kunnen we onze macroscopische en microscopische theorieën en modellen aanpassen om het gedrag van een dergelijk verkeerssysteem te beschrijven en voorspellen? 2. Fundamenteel inzicht krijgen in hoeverre en op welke wijze (met welke type maatregelen) een dergelijk intelligent systeem kan worden gemanaged; hoe daarbij zowel individuele belangen (reistijd, comfort, betrouwbaarheid) kunnen worden verenigd met collectieve belangen (veiligheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid) en welke rol V2V en V2I technologie hierin kan spelen. 3. Fundamenteel inzicht verkrijgen in hoe je op creatieve en duurzame wijze van de huidige situatie in die nieuwe situatie komt, immers, de transitie naar een intelligent en coöperatief verkeerssysteem zal tijd vergen als deze al voor 100% gaat plaatsvinden. Denk hierbij aan maatregelen als routering, 11

12 tolling, voorspelde informatie, dynamisch afsluiten en openen van verbindingswegen tot bijvoorbeeld aan privaat dynamische geregelde infrastructuurnetwerken. 4. Faciliterend aan al deze thema s: hoe kunnen we deze kennis omzetten in theorieën, tools en technieken om een dergelijk intelligent verkeersysteem te monitoren en te managen? Nieuwe V2V, V2I en GPS tracking technologieën openen de deuren voor gedetailleerdere en betrouwbaardere data. Tegelijkertijd maken meer (en heterogenere) verkeersgegevens geavanceerdere en efficiëntere algoritmes noodzakelijk om uit deze data zinvolle informatie te destilleren. ATMO + - nieuw onderzoek in FES, NWO en EU-verband Deze onderzoeksthema s bieden grote kansen voor de voortzetting van de onderzoekslijnen op het gebied van toestandschatten en voorspellen die zijn uitgezet in ATMO (en daaraan gerelateerd ICIS en RGI). De geschetste ontwikkelingen impliceren fundamentele veranderingen in zowel de dynamica van verkeersystemen, als in de set (DVM en ITS) mogelijkheden om mee te sturen en in te grijpen. Deze veranderingen maken nieuw onderzoek belangrijk en noodzakelijk. Het eindbeeld (droombeeld?) is een stabiel, betrouwbaar coöperatief verkeerssysteem waarin intelligente voertuigen met elkaar, met intelligente infrastructuur en met verkeersmanagementcentrales communiceren, en zo optimale (in termen van efficiency, betrouwbaarheid, veiligheid, duurzaamheid, etc.) routes en vertrektijdstippen uitkiezen. ATMO+ focusseert daarbij op het monitoren (meten, modelleren, begrijpen, interpreteren en voorspellen) van zo n intelligent cooperatief verkeerssysteem. In een tweetal FES-voorstellen zijn dan ook deze aspecten opgenomen; hopelijk leiden deze uiteindelijk tot concrete onderzoeksprojecten. Maar er zijn reeds aan ATMO gerelateerde onderzoeksprojecten van start gegaan. In 2007 kreeg projectleider Van Lint een prestigieuze persoonlijke onderzoeksbeurs bij NWO/STW (een zogenaamde Veni-beurs), getiteld Reversing the traffic jam, waarin specifiek naar diagnose en terugredeneren wordt gekeken en waarin geavanceerde hybride verkeersstroommodellen worden ontwikkeld. Dit project loopt tot in Ook reeds gestarte AIO-trajecten ( The Multimodal Traffic Center (Havenbedrijf Rotterdam/TU Delft), en advanced kinematic wave filtering (EU-project C4C)) bouwen verder op het onderzoek gestart in ATMO. 5. Projectsucces In het oorspronkelijke projectplan werden a priori de volgende (noodzakelijk kwantitatieve en tentatieve indicaties van) bijdragen aan duurzame mobiliteit (people, planet en profit) voorzien: Bijdragen People Planet Profit ATMO leidt tot betere verkeersinformatie: netwerkbrede voorspelde x verkeerscondities. Dat leidt tot meer zekerheid en comfort voor reizigers Betere verkeersinformatie kan zeer veel positieve consequenties hebben Efficiënter verkeerssysteem / minder files (in ieder geval op de korte termijn) Stabielere en beter voorspelbaar verkeersysteem: daarmee nog betere verkeersinformatie (dit is een positieve feedbacklus) Toename aan de verkeersveiligheid mensen weten wat ze te wachten staat en rijden daarmee rustiger Beter en effectiever verkeersmanagement (ATMA): sturen op basis van nauwkeuriger informatie Beter en effectiever beleid (betere informatie leidt tot betere evaluaties van bestaand beleid en betere procedures tot nieuw beleid) ATMO kan een bijdrage leveren om de marktkansen voor verkeersinformatie en managementdiensten te vergroten en versterken, zowel door betere kwaliteit van de producten (verkeersmanagement-, verkeersinformatiediensten) als grotere kosten efficiency (data fusie combineren meerdere bronnen met intelligente tools en dus meer halen uit dezelfde brongegevens) x x x x 12

13 ATMO kan tenslotte ook belangrijke bijdragen leveren aan de wetenschap: betere informatie leidt tot betere wetenschap/ kennisontwikkeling. Ook dit is een positieve feedbacklus die mogelijk tot zeer veel (afgeleide) winst leidt voor zowel people, planet en profit x x x Kijkend naar de vele door elkaar lopende processen die van invloed zijn op de ontwikkelingen in efficiency en duurzaamheid van ons verkeerssysteem (van autonome mobiliteitsgroei, geplande en lopende uitbreidingen van het wegennet en OV, groenere voertuigen, het NDW, netwerkmanagement, de praktijkproef Amsterdam, de kredietcrisis, etc, etc), is moeilijk te zeggen of we hierin geslaagd zijn en zo ja in hoeverre. Een getal is prettig voor politieke doeleinden, maar moet wel gebaseerd zijn op de realiteit. Waar we (ATMO) wel in geslaagd zijn is om het vakgebied verkeerskunde en daarvan afgeleid monitoren (meten, interpreteren, begrijpen en voorspellen) weer stevig op de kaart te zetten. Dat is terug te zien bijvoorbeeld in de verdere ontwikkelingen binnen het NDW, de nieuwe FES-voorstellen en de veranderende houding van wegbeheerders en industrie ten aanzien van verkeerskundig onderzoek. ATMO heeft daarin zeker een bijdrage geleverd. Trots op de resultaten Het ATMO projectteam is trots op de vijf geslaagde promotietrajecten (ook het promotie traject dat nog loopt heeft al zeer veel opgeleverd), op de vele tijdschrift en conferentie publicaties en de zichtbaarheid van ATMO via deze publicaties. Binnen het beschikbare budget mag deze productie uitzonderlijk goed worden genoemd. Sjapeau dus voor de ATMO PhD-onderzoekers: Marc Miska, Wendy Weijermars, Huizhao Tu, Hao Liu en Chris van Hinsbergen! Het ATMO project team is ook trots op de twee PAO-cursussen die voortvloeiden uit het project (ism Ben Immers van TraDuVem). Beide cursussen behoorden met 40+ cursisten tot de best bezochte PAO-cursussen van de afgelopen jaren. ATMO heeft dus kennis ontwikkeld waar behoefte aan is in een domein dat belangrijk wordt gevonden. de bemoeienis met het PLATOS Colloquium (vanaf 2008), dat mede heeft bijgedragen aan het continueren van deze jaarlijkse bijeenkomst van verkeersmodellenmakers en gebruikers in Nederland. de website (www.atmo.tudelft.nl ). de ATMO-bijdrage en de inspanningen van de ATMO-partners aan het Midzomern8 festioval (URGENDA: Acht voor Ruimte). de continue support van de Regiolab-Delft ATMO-partners voor het beschikbaar stellen van grote hoeveelheden data. In bijna al het ATMO-onderzoek is daar dankbaar van gebruik gemaakt alle andere producten en deliverables die gedurende de looptijd van ATMO zijn opgeleverd. Rol en toegevoegde waarde van Transumo Subsidie moet gezien worden als smeerolie bij samenwerkingstrajecten. De weerbarstige werkelijkheid van de Nederlandse (wetenschappelijke) onderzoekspraktijk is echter dat de hoeveelheid subsidiegeld wel voldoende moet zijn om onderzoekers te kunnen aantrekken en betalen. Omdat (mede door de bottom-up tot stand koming van het project) het project in feite al gedefinieerd was voor Transumo officieel werd goedgekeurd stonden de eerste twee jaar tot de knip vooral in het teken van de financiën en organisatie. Dat is doodzonde, en heeft een permanente wissel getrokken op de voortgang en vooral de perceptie (intern en extern) van het project. Je kunt niet aan de motoren van een vliegtuig gaan sleutelen als het net is opgestegen, dan stort het onherroepelijk neer. Alhoewel het niet aan het programmamanagement van Transumo is te wijten dat het lang heeft geduurd voor er duidelijkheid kwam over de doorgang van Transumo (die kwam er in 2006), heeft Transumo wel een aantal maal de sfeer in de projecten onnodig op scherp gezet: door het Bsik-percentage te verlagen van 45% tot 42,8%; door veel te stringente administratieve verplichtingen op te leggen aan deelnemers zonder duidelijkheid te verschaffen over de status en doorgang van de projecten; en door zonder overleg meer dan 1 ME budget gereserveerd voor ATMO te bevriezen en uiteindelijk onderhands (althans zo is de beleving) in andere projecten te stoppen. 13

14 Terugkijkend kan men concluderen dat Transumo zelf lang last heeft gehad van die moeizame start. Bovendien is de vraag gerechtvaardigd of je onderzoek naar transities (systeemsprongen) uberhaupt moet willen doen in een volledig gereguleerd (commissie van wijzen, programmabureau, wetenschappelijke adviesraad, bestuur, themamanagement en projecten) en slecht gesubsidieerd (42,8%!) onderzoeksprogramma. Dat laat onverlet dat de transitiegedachte op zichzelf goed is. We komen er niet door meer van hetzelfde, er is een systeemsprong nodig om mobiliteit duurzaam te maken. Voor zo n transitie is één of een combinatie van de volgende zaken nodig: Een cultuur waarin onderwijs en onderzoek als zeer belangrijk worden ervaren en waarin onderzoek serieus wordt genomen; Een ramp of grote systeemsprong in een gerelateerde discipline (een impopulaire gedachte: de tweede wereld oorlog leverde ons doorbraken in de fysica en de wiskunde, en ook in productieprocessen, engineering en nog vele andere gebieden); Een onverwachte innovatie (happy coincidence) of toepassing van een bestaande technologie in een ander domein (denk aan het internet). Het mag duidelijk zijn dat alleen dat eerste punt goed is te managen vanuit een programma als Transumo. Dat heeft het in de tweede helft van het programma dan ook gedaan en met succes. Resumerend was Transumo nodig om het ATMO-project überhaupt van de grond te krijgen, maar heeft Transumo niet alles kunnen brengen wat het in vele plannen en stukken heeft beloofd. In een veel bescheidener rol was Transumo niettemin belangrijk, namelijk als centraal contactpunt en als facilitator voor contacten tussen onderzoekers en praktijk mensen. Trefwoorden Monitoring, meten, detectiemiddelen, lussen, camera s, floating car data, Reistijd, intensiteit, dichtheid, snelheid, Emissies, veiligheid, reistijdbetrouwbaarheid, Verkeerstroomtheorie, verkeersmodellen, realtime, modelleren, Data fusie, toestandschatten, voorspellen, Verkeersmanagement, ITS, Transumo, netwerkmanagement, duurzame mobiliteit, duurzaamheid, transitie. 14

15 Bijlage I: Advanced traffic monitoring (ATMO) for sustainable traffic management Experiences and results of 5 years of collaborative research in The Netherlands Presented and published at the 16th World Congress on Intelligent Transport Systems and Services, September 2009, Stockholm. The paper will be further extended and submitted to the Journal on Intelligent Transport Systems in November Dr. Ir. J.W.C. van Lint*, Department of Transport and Planning, Faculty of Civil Engineering and Geosciences, Delft University of Technology, Stevinweg 1, P.O. Box 5048, 2600 GA, Delft, The Netherlands, Phone: , Fax: , Ir. A.J. Valkenberg, Department of Transport and Planning, Faculty of Civil Engineering and Geosciences, Delft University of Technology, Kluyverweg 4, P.O. Box 5017, 2600 GA, Delft, The Netherlands, Phone: , Fax: , Dr. Ir. A.J. van Binsbergen, TRAIL Research School, Kluyverweg 4, P.O. Box 5017, 2600 GA, Delft, The Netherlands, Phone: , Fax: , *Corresponding author Context and Background: Transition to Sustainable Mobility Transumo (Transition Sustainable Mobility, is a national Dutch research program that aims to initiate and support a transition to a sustainable mobility system that supports an international competitive position of the Dutch economy ( profit ), that respects the environment ( planet ), and that offers high quality accessibility and mobility for people and the goods they need ( people ). Transumo is funded for 50 percent by the Dutch government and for 50 percent by the private sector and by knowledge institutions with a combined budget of 60 Million Euros spread over five years. One of the key themes in Transumo is to explore and capitalize the (widely acknowledged) potential of Intelligent Transport Systems, Services and Solutions (ITS) to enable, facilitate or possibly even force transitions to a more sustainable mobility. The Advanced Traffic Monitoring (ATMO) project (www.atmo.tudelft.nl), with a budget of 2.5 ME is one of the (over 20) research projects, which has contributed (and still contributes) to this goal. Within ATMO, the TRAIL research school, two universities (Delft University of Technology and the University of Twente), various public organizations (the Ministry of Transport, the Province of South-Holland and the municipalities of Delft and Utrecht) and a number of representatives from the private sector (TNO, Vialis, Siemens and ARS T&TT) collaboratively address the question how to translate large amounts of raw traffic data from all sorts of sensors and systems into useable and meaningful information for traffic information, sustainable traffic management and control?. In the context of sustainability, this entails not just classic traffic data and information, such as average speed, volume, or delay and travel time, but also more diffuse concepts such as congestion severity, travel time reliability, traffic safety and environmentally related quantities. In this paper we will overview the scientific and practical results obtained within ATMO from its inception in 2004 until 2008, and provide a brief outlook on the anticipated results in its final year (2009) and beyond, where we will also outline further avenues for both research as well as collaboration between partners. The paper is organized as follows. In the next section we will first provide a birds-eye overview of the ATMO project. The research objectives, scope and structure are discussed and a brief sketch of the various subprojects is given. In the section thereafter, a selection of three subjects addressed in ATMO are discussed in more detail, these are, travel time prediction; travel time reliability; and real-time monitoring of vehicle emissions. The paper closes with a discussion on the various lessons learned throughout the project and avenues for further research. 15

16 Overview of the ATMO project ATMO Research Scope and Objectives In the traffic management theme within Transumo, to which the ATMO project belongs, the focus is on road traffic networks, which are used for both person and goods movement. Secondly, ATMO focuses on traffic monitoring for (real-time) traffic (and demand) management, although this will result in data and information, which in turn could also be used for e.g. policy evaluation or ex ante research. Figure 1 schematically outlines the central role monitoring plays in both demand management (e.g. information provision, pricing) and traffic management (e.g. traffic control). Both must be conceived as dynamic control cycles with a monitoring component, which provides both the input to all sorts of demand and traffic management measures, as well as feedback on the (un)anticipated effects of these measures. Figure 1: Central place of monitoring in demand and traffic management control cycles Within ATMO traffic monitoring systems are defined broadly, and ideally encompass three functional components, these are, (1) measurement of raw data; (2) processing, fusing and interpreting these data; and (3) predicting relevant quantities for sustainable traffic management on the basis of these data. The objective of ATMO lies primarily on the latter two components, that is, to develop accurate and robust methods and models for data processing and traffic state estimation and prediction. Below we briefly discuss these three functional components. 1. Measurement and archival of raw data from all sorts of sensors Data from traffic sensors come in many forms and qualities, but can essentially be subdivided along two dimensions. The first relates to their spatio-temporal semantics, that is, do the data represent local traffic quantities (flow, time headway(s), etc) or do the data reflect quantities over space (journey speed, space mean speed, travel time, trajectories). The second relates to the degree of aggregation, where data may represent an aggregate or average over fixed time periods (e.g. 1 minute aggregate flows or averaged speeds), or a single event (vehicle passage, travel time, full trajectory). Table 1 overviews this classification with a few examples. Note that in the context of sustainability also other (possibly non-traffic related) data are relevant such as local emissions, weather conditions, etc. Within ATMO, data from all these categories are considered. 2. Data processing (checking, correcting, filtering, fusing) and network-wide state estimation Data from a multitude of different traffic sensors do not necessarily mount up to consistent, coherent and meaningful information and are typically characterized by different formats, semantics, temporal and spatial resolution and accuracy, and also differ in availability and reliability both as a function of location, time and circumstances. Both from technical and methodological points of view, the integration of such heterogeneous data into comprehensive and consistent information on the state of traffic in a network (e.g. in terms of speed, flow or density) is a complex and challenging task. Within ATMO several data fusion and traffic state estimation are developed, on the basis of traffic flow theory and data assimilation techniques (e.g. Kalman filters). 16

17 3. Network-wide traffic state prediction and derivation of latent variables. Effective traffic management (and travel information provision) requires predicting network-wide traffic conditions. A measure taken at time t on location (or link) A will have effects on time periods > t and on other locations in the network. Within ATMO, combinations of traffic theory based and data driven methods for predicting travel time have been developed. In the context of sustainable traffic management, also variables that cannot be directly measured (e.g. travel time reliability) are required. In ATMO, new methods and models are developed for the derivation of such latent variables. Table 1: Classification of raw traffic data with a few examples Event based Local data Vehicle passage, time headway, spot speed Spatial data Travel time / journey speed, vehicle trajectory Aggregated / averaged Time mean speed, harmonic mean speed, volume (flow), detector occupancy Average travel time / journey speed, space mean speed, speed variance, vehicle composition In sum, the objective of ATMO was and still is the development of methods and models for traffic data processing, state estimation and prediction and to demonstrate and promote how these intelligent tools can be deployed to achieve more reliable and robust traffic monitoring systems. Figure 2: Timeline ATMO project with a selection of subprojects, highlights and results Structure and Overview of ATMO Research Broadly speaking, the ATMO project has initiated and sponsored 4 four-year PhD projects, several shorter-term R&D projects and pilots, and various educational and knowledge transfer projects. Figure 2 schematically shows the timeline from project inception (2004) until the envisaged project end (fall 2009) and the relationships between the projects. The main rationale of the research structure chosen was to have the short-term projects and pilots follow-up on (spin-off from) the PhD tracks as a means to implement and test the developed ideas, and at the same time to promote and disseminate the research amongst practitioners (the public and private partners involved in ATMO and Transumo). In the final section of this paper, we will discuss some of the lessons learned during the course of the ATMO project, particularly related to the collaboration and cooperation between academic, public and commercial 17

18 partners. Below we will first briefly overview the PhD projects and a selection of short-term R&D projects and pilots. Brief overview PhD projects The four PhD tracks within ATMO all addressed different aspects the central ATMO theme, that is, translating raw data into usable information for traffic management and traffic information services. In [1] a general cluster method for the determination and analysis of urban traffic patterns is proposed. The research provides insight into within-day and between-day variations in urban traffic flow patterns. The results of this PhD work can be used for the determination of typical traffic patterns on the basis of archived flow data, which in turn can be used as a basis for traffic forecasting, traffic management and traffic modeling scenarios. Three other PhD projects focused on real-time estimation and prediction of traffic conditions and particularly travel times. In urban networks, both traffic simulation based [2] and data driven approaches [3] were developed. Although promising results were demonstrated on the basis of both synthetic and real data, both projects also emphasized the limits of predictability of urban traffic patterns and travel times. Secondly, these projects also showed that there does not exist a single, most suitable approach to travel time prediction. In a third - still ongoing PhD project, a Bayesian ensemble approach is developed which allows the use of an arbitrary number of (data driven, model-based or any other type) traffic / travel time prediction models. The results obtained so far indicate that this combined model leads to better and more reliable prediction results than those of any of the individual models [4]. Whereas (predicted) travel time is a key quantity in real traffic management and information services, travel time reliability has become one of the key performance indicators of transportation networks and corridors. In the fourth PhD project within ATMO a new theoretically and empirically underpinned travel time reliability measure has been developed, which is based on basic notions from risk analysis [5]. The key result is that there exists a critical (reliability) flow, which under many different is much lower (30-40%) than the capacity of any of the road segments constituting a route. This implies that there is a fundamental trade off between efficiency (maximizing throughput) and travel time reliability. Beyond a critical reliability flow more traffic may be serviced but at the price of steeply increasing probability of traffic breakdown and a (much) larger uncertainty in the resulting travel times. Overview Applied Research projects, Pilots and Knowledge transfer To facilitate as well as apply the methods and models developed in the PhD projects a number of shorterterm projects and pilots have been initiated, amongst other things: The (Dutch) e-book on Regional Traffic Monitoring (www.verkeersmonitoring.nl). This handbook provides a web-based platform in the Dutch language (in the form of a wiki) to disseminate and share both practical and fundamental knowledge on (regional) traffic monitoring. In the city of Utrecht, an urban traffic estimation and travel time prediction pilot (using first order macroscopic traffic flow models and extended Kalman filters) has been set up on the basis of the PhD work of Van Hinsbergen and Liu. In the city of Delft, a pilot was set in which an integrated emissions-based coordinated intersection control algorithm was developed. As a final example, the traffic database developed in the Regiolab-Delft project (www.regiolabdelft.nl) has been further extended (in terms of spatial coverage and data heterogeneity) and has been used throughout the ATMO project. Virtually all research in ATMO utilized the Regiolab-Delft data. In the fall of 2009, the front-end web-portal will undergo a major face-lift, thanks to collaboration with the Portland Transportation Archive Listing (PORTAL) project (portal.its.pdx.edu), initiated by Portland State University, Oregon. Finally, ATMO has initiated and sponsored several knowledge-transfer projects, most notably two successful two-day post-academic courses on regional traffic monitoring with in both 2006 and 2008 over 40 Dutch practitioners (regional traffic managers, consultants and public servants) enrolled, and the 2007 and 2008 editions of the Dutch PLATOS colloquium, a one-day seminar in which the Dutch who s who in the field of traffic modeling is involved. 18

19 Results of the ATMO project In this section we will summarize and discuss in three subjects addressed within ATMO. Due to limited space we refer to the many publications (reports, journal and conference articles) published in the course of the ATMO project and are available for download at Travel time prediction in mixed networks Brief overview and taxonomy There is an increasing need for Advanced Traffic Information Systems (ATIS) that can provide road-users and traffic managers with accurate and reliable real-time traffic information. Whereas many research efforts have been devoted to freeway applications (see e.g. [6] for an extensive overview), within ATMO the focus was on the prediction of traffic information and particularly (departure) travel time for routes in urban or mixed (freeway/urban) networks. Figure 3 provides taxonomy for travel time prediction models in general (for mixed networks) with a few examples under each category. Figure 3 Taxonomy of traffic / travel time prediction models Three (overlapping) strands of approaches can be identified: 1. Naïve approaches, where neither model structure nor model parameters are deduced from (real-time) data. The term naïve is rather subjective, but can be interpreted as without any model assumption. Naïve methods are widely applied in practice because of their low computational effort and easy implementation, but the accuracy is usually very low. Examples include instantaneous, measured travel time or a historical average. There are also prediction approaches that combine naïve methods with non-parametric approaches such as regression and/or clustering [7-9]. 2. Parametric (or model-based) approaches employ some fixed mathematical or simulation model (such microscopic or macroscopic traffic simulation models) with parameters (link-capacities, free speeds or car-following/lane changing parameters) and inputs (inflows, OD flows, turn fractions, etc) tuned to real-time data. Also simpler delay formulas and queuing models fall under this category. Aside from model-parameters and inputs, many parametric approaches have been put forward which synchronize dynamic model-variables (densities, or time-varying parameters/inputs) directly with data through for example Kalman Filters (or one of its many variations). Examples include [10-13], and can be classified as hybrid approaches that combine both parametric and non-parametric (on-line estimation) techniques. 3. Non-parametric approaches finally use generic (flexible) mathematical structures with adjustable parameters. Arguably, the largest amount of traffic and travel time prediction models fall under this category. Examples include support vector regression approaches [14], generalized linear regression [15, 16], nonlinear time-series [17], state-space models and Kalman filters [18, 19] and feed forward neural networks [20, 21], and recurrent neural networks [22] to name a few. Depending on application and design criteria, each of these approaches has advantages and disadvantages. Naïve methods are fast, scalable and easy to implement, but usually lack prediction 19

20 accuracy (lag behind and exhibit erratic behavior). Non-parametric methods are in general more accurate and robust (to data failure) and are better suited to learn the non-lineair traffic dynamics from data. On the downside, non-parametric models provide essentially location-specific black-box solutions, that is, they are not easily transferred from one application to another. More over, non-parametric approaches can only perform well in situations that were visible in the data with which they were trained. Parametric techniques do incorporate underlying traffic dynamics in their equations and structure and hence are better suited to deal with unseen traffic situations, and can be suited to incorporate for example traffic control. More over, traffic simulation models offer network-wide solutions, that is, one solution for many routes and links in traffic network. However, the number of adjustable inputs, parameters, and variables is usually much larger than the available (real-time) data, which makes real time tuning of such model-based approaches a complex (and often underdetermined) problem. Within ATMO, both parametric, non-parametric and hybrid techniques have been developed. Below two different approaches (non-parametric vs parametric) are briefly discussed in terms of the main rationale and some results a more in-depth treatment is presented in the many papers published throughout the project (see State space neural networks for freeway and urban travel time prediction The underlying idea in both the work of van Lint [22, 23] and Liu [24, 25] is the development of a generic non-parametric model that combines a powerful non-linear and dynamic machine learning technique (a so-called state-space neural network - SSNN) with a mathematical structure that more or less resembles a (physical) traffic network (Figure 4(a) illustrates and explains this). The SSNN structure consist of three layers with processing units, that is, a hidden layer; a context layer and an output layer. The hidden layer consists of neurons which each represent a road section. Each hidden neuron j receives its previous activation x j k-1, and input u j k (detector data) from detectors on this road section only, and calculates a single scalar output x j k. In vector notation the hidden layer output reads as follows x k = f ( w 0 + w x x k 1 + w u u k ) (1) In equation (1) the vectors w 0, w x and w x contain adjustable parameters or weights, and f denotes a nonlinear (sigmoid) function, which squashes the hidden neurons outputs between -1 and 1 (or 0 and 1). The context layer does not contain adjustable parameters and operates as a short-term memory (it stores hidden neuron outputs of a previous time step x k-1 ) and facilitates learning dynamic patterns (e.g. during congestion build-up and dissolution). The output layer consists of just one neuron, which combines hidden and context layer outputs and calculates the SSNN output (expected travel time) y k = h( v 0 + vx k ) (2) in which v 0, v are again adjustable parameters and h represents a nonlinearity (or the identity function). The parameter vectors obviously need to be set such that the SSNN model is able to predict travel time on the basis of new unseen data. This process is called neural network training and is crucial in developing reliable predictors. 20

Real-time verkeersmodellen Overzicht, structuur en voorbeelden

Real-time verkeersmodellen Overzicht, structuur en voorbeelden Real-time verkeersmodellen Overzicht, structuur en voorbeelden Dr. Hans van Lint, Transport & Planning, Civiele Techniek 3/24/09 Delft University of Technology Challenge the future Overzicht Real-time

Nadere informatie

Advanced Instrumentation. Hans van Gageldonk, Henk Hoevers, Gerard Cornet. 10 Oktober 2012

Advanced Instrumentation. Hans van Gageldonk, Henk Hoevers, Gerard Cornet. 10 Oktober 2012 Advanced Instrumentation Hans van Gageldonk, Henk Hoevers, Gerard Cornet 10 Oktober 2012 Agenda Wat is Advanced Instrumentation? Hoe past Advanced Instrumentation in de keten van fundamenteel onderzoek

Nadere informatie

Transumo Intelligent Vehicles. Showcase

Transumo Intelligent Vehicles. Showcase Transumo Intelligent Vehicles Showcase Routekeuze Emissies Automatic Cruise Control Netwerkmanager File-assistent ITS Modeller Verkeersmanagement Showcase Transumo IV Transumo TRANsition SUstainable MObility

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant #polis14 Northeast-Brabant: a region in the Province of Noord-Brabant Innovative Poly SUMP 20 Municipalities Province Rijkswaterstaat Several companies Schools

Nadere informatie

Nationaal verkeerskundecongres 2015

Nationaal verkeerskundecongres 2015 Nationaal verkeerskundecongres 2015 Verkeersmanagement o.b.v. RT modellen : wat vergt dit van huidige systemen? Bas van der Bijl (Grontmij Smart Mobility) Guus Tamminga (Grontmij Smart Mobility) Gerbrand

Nadere informatie

Nationaal verkeerskundecongres 2015

Nationaal verkeerskundecongres 2015 Nationaal verkeerskundecongres 2015 Coöperatief Verkeersmanagement o.b.v. realtime modellen : wat vergt dit van huidige systemen? Bas van der Bijl (Grontmij Smart Mobility) Guus Tamminga (Grontmij Smart

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet.

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. General: Please use the latest firmware for the router. The firmware is available on http://www.conceptronic.net! Use Firmware version

Nadere informatie

OpenTraffic. Open Traffic: open source software modellen toolbox. Guus Tamminga, Peter Knoppers, Hans van Lint, Alexander Verbraeck, Yufei Yuan

OpenTraffic. Open Traffic: open source software modellen toolbox. Guus Tamminga, Peter Knoppers, Hans van Lint, Alexander Verbraeck, Yufei Yuan OpenTraffic. Open Traffic: open source software modellen toolbox Guus Tamminga, Peter Knoppers, Hans van Lint, Alexander Verbraeck, Yufei Yuan Grontmij TU Delft Data Hub Functional Modules Your Application

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Free Electives (15 ects)

Free Electives (15 ects) Free Electives (15 ects) Information about the Master RE&H (and the free electives) can be found at the following page: http://www.bk.tudelft.nl/en/about-faculty/departments/real-estate-and-housing/education/masterreh/free-electives/

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 Instructie Met als doel het studiecurriculum te verbeteren of verduidelijken heeft de faculteit FEB besloten tot aanpassingen in enkele programma s die nu van

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Transparantie in dynamische modellen voor wegverkeer

Transparantie in dynamische modellen voor wegverkeer Transparantie in dynamische modellen voor wegverkeer A model should be as simple as possible, but not simpler... (A. Einstein) PLATOS2011, 3/8/11 Dr. Hans van Lint Prof. Dr. Serge Hoogendoorn Delft University

Nadere informatie

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015

StadsDashboard. Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld. Merle Blok 12 mei 2015 StadsDashboard Staat van de Stad brengt slimme logistiek in beeld Merle Blok 12 mei 2015 Missie TNO verbindt mensen en kennis om innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn

Nadere informatie

Agents: klaar voor betere logistieke coördinatie? Prof.dr. Jos van Hillegersberg Transumo projectleider Diploma Universiteit Twente

Agents: klaar voor betere logistieke coördinatie? Prof.dr. Jos van Hillegersberg Transumo projectleider Diploma Universiteit Twente Agents: klaar voor betere logistieke coördinatie? Prof.dr. Jos van Hillegersberg Transumo projectleider Diploma Universiteit Twente Agenda 1. Business en IT Uitdagingen Logistiek 2. Oplossingen? 3. De

Nadere informatie

Introduction Henk Schwietert

Introduction Henk Schwietert Introduction Henk Schwietert Evalan develops, markets and sells services that use remote monitoring and telemetry solutions. Our Company Evalan develops hard- and software to support these services: mobile

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management

Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management Expertise seminar SURFfederatie and Identity Management Project : GigaPort3 Project Year : 2010 Project Manager : Albert Hankel Author(s) : Eefje van der Harst Completion Date : 24-06-2010 Version : 1.0

Nadere informatie

Test Automatisering? Mislukken Slagen gegarandeerd! Ruud Teunissen - Polteq Test Services BV

Test Automatisering? Mislukken Slagen gegarandeerd! Ruud Teunissen - Polteq Test Services BV Test Automatisering? Mislukken Slagen gegarandeerd! Ruud Teunissen - Polteq Test Services BV Mislukken Slagen gegarandeerd 2 Mislukken Slagen gegarandeerd Management verwacht onmiddellijk R.O.I. Doel:

Nadere informatie

Page 1. RAND Europe Sponsored Research. Motivatie voor het onderzoek. Inhoud presentatie. Probleemdefinitie. State-of-the-art in data verzameling

Page 1. RAND Europe Sponsored Research. Motivatie voor het onderzoek. Inhoud presentatie. Probleemdefinitie. State-of-the-art in data verzameling RAND Europe Sponsored Research RESR: Reistijdinformatie: beschikbaar of niet? Rik van Grol Ronald Plasmeijer Reistijdinformatie: beschikbaar of niet? Rik van Grol Ronald Plasmeijer PLATOS-colloquium 2

Nadere informatie

Memo Academic Skills; the basis for better writers

Memo Academic Skills; the basis for better writers Memo Academic Skills; the basis for better writers With the rise of broader bachelor degrees and the University College, Dutch universities are paying more attention to essays and other written assignments.

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

Quick scan method to evaluate your applied (educational) game. Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation Model)

Quick scan method to evaluate your applied (educational) game. Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation Model) WHAT IS LITTLE GEM? Quick scan method to evaluate your applied (educational) game (light validation) 1. Standardized questionnaires Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Wat is Interaction Design?

Wat is Interaction Design? Wat is Interaction Design? Wat is interaction design? Designing interactive products to support the way people communicate and interact in their everyday and working lives. Preece, Sharp and Rogers (2015)

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

BiZZdesign. Bouwen van sterke en wendbare organisaties met behulp van standaarden, methode, technieken en tools. Research & Development

BiZZdesign. Bouwen van sterke en wendbare organisaties met behulp van standaarden, methode, technieken en tools. Research & Development BiZZdesign Bouwen van sterke en wendbare organisaties met behulp van standaarden, methode, technieken en tools Research & Development 1 Profile CV Joost Niehof Name Grade Nationality Residence Role Joost

Nadere informatie

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care Annemiek T. Harder Studies presented in this thesis and the printing of this

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Tilburg University. Technieken van kwalitatief onderzoek 1 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H. Published in: Tijdschrift voor Marketing

Tilburg University. Technieken van kwalitatief onderzoek 1 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H. Published in: Tijdschrift voor Marketing Tilburg University Technieken van kwalitatief onderzoek 1 Verhallen, T.M.M.; Vogel, H. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1982 Link to publication Citation for published version

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke.vanderScheer@utwente.nl Lieke van der Scheer ISOQOL 14-11-2014 1 De stem van patiënten Elisa Garcia Simone van der Burg (Nijmegen) Lieke van der Scheer

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

Workshop Low Cost High Value Service Delivery Models

Workshop Low Cost High Value Service Delivery Models Workshop Low Cost High Value Service Delivery Models 9 februari 2012 2011 - All rights reserved Noventum Service Management Consultants Ltd. 1 Low Cost High Value Service Delivery Models Low cost delivery

Nadere informatie

FAST. SMART Cities - SMART systems. Cornelis van Bemmel 12 May 2015

FAST. SMART Cities - SMART systems. Cornelis van Bemmel 12 May 2015 FAST SMART Cities - SMART systems Cornelis van Bemmel 12 May 2015 Inhoud Smart Cities Groene golven Aanleiding FAST FAST onder de motorkap Toepassingen Toekomst Conclusie 2 SMART Cities In een slimme stad

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Risk & Requirements Based Testing

Risk & Requirements Based Testing Risk & Requirements Based Testing Tycho Schmidt PreSales Consultant, HP 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. The information contained herein is subject to change without notice Agenda Introductie

Nadere informatie

Business Architectuur vanuit de Business

Business Architectuur vanuit de Business Business Architectuur vanuit de Business CGI GROUP INC. All rights reserved Jaap Schekkerman _experience the commitment TM Organization Facilities Processes Business & Informatie Architectuur, kun je vanuit

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands. Samenvatting Engels

Samenvatting Nederlands. Samenvatting Engels TRANSUMO nm magazine Het bevorderen van transitie naar duurzame mobiliteit door kennisoverdracht in vaktijdschrift NM Eindrapportage NM-Magazine, januari 2010 Auteur: E. Kruiniger TRANSUMO 1 Samenvatting

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Nieuwe generatie evacuatiemodellen PLATOS colloquium. Ir. Adam Pel, Transport & Planning, Technische Universiteit Delft 27-02-2015

Nieuwe generatie evacuatiemodellen PLATOS colloquium. Ir. Adam Pel, Transport & Planning, Technische Universiteit Delft 27-02-2015 Nieuwe generatie evacuatiemodellen PLATOS colloquium Ir. Adam Pel, Transport & Planning, Technische Universiteit Delft 27-02-2015 Delft University of Technology Challenge the future 1. Introductie PLATOS

Nadere informatie

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Aim of this presentation Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Energieleveranciers.nl (Energysuppliers.nl) Founded in 2004

Nadere informatie

DVM in Amsterdam, de ambities waargemaakt door de systemen!

DVM in Amsterdam, de ambities waargemaakt door de systemen! (Bijdragenr. 56) DVM in Amsterdam, de ambities waargemaakt door de systemen! Bert van der Veen Advin b.v. Rien Borhem Gemeente Amsterdam 1. Inleiding Om het verkeer in goede banen te leiden wordt steeds

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Update Empowermentproject Awasi Kenia september 2013

Update Empowermentproject Awasi Kenia september 2013 Update Empowermentproject Kenia september 2013 Het Empowerment-project in Kenia van de Rotaryclub Rhenen-Veendaal begint aan de derde fase: een derde en laatste bezoek, met een Empowerment workshop voor

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Assessing writing through objectively scored tests: a study on validity. Hiske Feenstra Cito, The Netherlands

Assessing writing through objectively scored tests: a study on validity. Hiske Feenstra Cito, The Netherlands Assessing writing through objectively scored tests: a study on validity Hiske Feenstra Cito, The Netherlands Outline Research project Objective writing tests Evaluation of objective writing tests Research

Nadere informatie

Digital municipal services for entrepreneurs

Digital municipal services for entrepreneurs Digital municipal services for entrepreneurs Smart Cities Meeting Amsterdam October 20th 2009 Business Contact Centres Project frame Mystery Shopper Research 2006: Assessment services and information for

Nadere informatie

13/07/2012. Op naar Product Quality Monitoring René Tuinhout. Agenda. Tijdsindeling. K o f f i e p a u z e. TestNet Summerschool, juni 2012

13/07/2012. Op naar Product Quality Monitoring René Tuinhout. Agenda. Tijdsindeling. K o f f i e p a u z e. TestNet Summerschool, juni 2012 Op naar Product Quality Monitoring René Tuinhout Agenda No. 2 Tijdsindeling K o f f i e p a u z e No. 3 1 Introductie Zaterdag 9 juni 2012 Vrijdag 15 juni 2012 Zaterdag 16 juni 2012 Zaterdag 9 juni 2012

Nadere informatie

Assessment van Gespreksvaardigheden via de Webcamtest: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren

Assessment van Gespreksvaardigheden via de Webcamtest: Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren : Onderzoek naar Betrouwbaarheid, Beleving en de Samenhang met Persoonlijksfactoren Assessment of Counseling Communication Skills by Means of the Webcamtest: A Study of Reliability, Experience and Correlation

Nadere informatie

Nationale Databank Wegverkeersgegevens. NDW één nationaal loket voor verkeersgegevens

Nationale Databank Wegverkeersgegevens. NDW één nationaal loket voor verkeersgegevens Nationale Databank Wegverkeersgegevens NDW één nationaal loket voor verkeersgegevens Minder files, minder uitstoot, meer veiligheid NDW, de Nationale Databank Wegverkeersgegevens, is het meest bekend

Nadere informatie

De vergeten baten van light rail

De vergeten baten van light rail De vergeten baten van light rail dr. ir. Niels van Oort Assistant professor openbaar vervoer Dag van de Light rail, Maart 2013 1 Inhoud Transport Institute Delft Light rail De vergeten baten van light

Nadere informatie

Work to Work mediation

Work to Work mediation Work to Work mediation Mobility Centre Automotive Theo Keulen 19-9-2008 Policy Context Flexibility,mobility and sustainable employability are key words in modern labour market policy Work to work arrangements

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Product Quality Management, onze toekomst René Tuinhout

Product Quality Management, onze toekomst René Tuinhout Product Quality Management, onze toekomst René Tuinhout Agenda No. 2 1 Tijdsindeling Binnen TestNet is gesproken over Product Kwaliteit (in 2011 en tijdens de Summerschool 2012). Een TestNet-werkgroep

Nadere informatie

LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie. 2013 LIFE+ Presentatie Nederland

LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie. 2013 LIFE+ Presentatie Nederland LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie 1 Profiel: Programma Manager - Desk Officer voor LIFE Natuur LIFE Natuur Unit (E3) DG Milieu Europese Commissie 2 Taken: Programma Manager - Desk Officer

Nadere informatie

Creatief onderzoekend leren

Creatief onderzoekend leren Creatief onderzoekend leren De onderwijskundige: Wouter van Joolingen Universiteit Twente GW/IST Het probleem Te weinig bèta's Te laag niveau? Leidt tot economische rampspoed. Hoe dan? Beta is spelen?

Nadere informatie

Innovatie en RWS. Een scherpe vraag en samenwerking in ketens en netwerken

Innovatie en RWS. Een scherpe vraag en samenwerking in ketens en netwerken Innovatie en RWS Een scherpe vraag en samenwerking in ketens en netwerken In today s business environment, Innovation means survival. David Gann. 2 RWS Innovatie Innovatie Innovation is the process by

Nadere informatie

Vraagspecificatie Deel A: Algemeen

Vraagspecificatie Deel A: Algemeen BRAVISSIMO Vraagspecificatie Deel A: Algemeen Het inwinnen en presenteren van reistijden en intensiteiten op geselecteerde provinciale wegen en Rijkswegen in de provincie Noord-Brabant 18 december 2006

Nadere informatie

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept 7 juni 2012 KNX Professionals bijeenkomst Nieuwegein Annemieke van Dorland KNX trainingscentrum ABB Ede (in collaboration with KNX Association) 12/06/12 Folie 1 ETS

Nadere informatie

Workflow en screenshots Status4Sure

Workflow en screenshots Status4Sure Workflow en screenshots Status4Sure Inleiding Het Status4Sure systeem is een ICT oplossing waarmee de transportopdrachten papierloos door het gehele proces gaan. De status kan gevolgd worden door de logistieke

Nadere informatie

Talentmanagement in tijden van crisis

Talentmanagement in tijden van crisis Talentmanagement in tijden van crisis Drs. Bas Puts Page 1 Copyright Siemens 2009. All rights reserved Mission: Achieving the perfect fit Organisatie Finance Sales Customer Engineering Project management

Nadere informatie

Smart Mobility - Big Data voorspellingen. Bjorn Heijligers Bjorn.Heijligers@tno.nl +31620106733

Smart Mobility - Big Data voorspellingen. Bjorn Heijligers Bjorn.Heijligers@tno.nl +31620106733 voorspellingen Bjorn Heijligers Bjorn.Heijligers@tno.nl 31620106733 TNO Smart Mobility Mobilist aan roer van eigen mobiliteit! verleiden waar mogelijk Slim Meten Slimme Diensten Slim regelen Overlap tussen

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

Best Practice Seminar 14 NOVEMBER 2013

Best Practice Seminar 14 NOVEMBER 2013 Best Practice Seminar 14 NOVEMBER 2013 14.00: Welkom Best Practice Seminar 14.10: Centraal PMO als middelpunt van projecten en programma s Yvonne Veenma, Stedin 14.50: Pauze 15.30: Governance in een Enterprise

Nadere informatie

Tilburg University. Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing. Publication date: 1999

Tilburg University. Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing. Publication date: 1999 Tilburg University Dienstenkeurmerken misbruikt Roest, Henk; Verhallen, T.M.M. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1999 Link to publication Citation for published version (APA):

Nadere informatie

Houdt u er alstublieft rekening mee dat het 5 werkdagen kan duren voordat uw taalniveau beoordeeld is.

Houdt u er alstublieft rekening mee dat het 5 werkdagen kan duren voordat uw taalniveau beoordeeld is. - Instructie Deze toets heeft als doel uw taalniveau te bepalen. Om een realistisch beeld te krijgen van uw niveau,vragen we u niet langer dan één uur te besteden aan de toets. De toets bestaat uit twee

Nadere informatie

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder?

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Paul Louis Iske Professor Open Innovation & Business Venturing, Maastricht University De wereld wordt steeds complexer Dit vraagt om

Nadere informatie

Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces

Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces Kikkers en Heilige Koeien UvAConext & standaarden voor het primaire onderwijs en onderzoek proces SURF Seminar September 2015 Frank Benneker, ICTS Universiteit van Amsterdam Perspectief ICTS & OO dienstverlening

Nadere informatie

De Omslag in het ICT Onderwijs: Duurzaamheid voor Systeembeheerders. Ervaringen met een Pilot

De Omslag in het ICT Onderwijs: Duurzaamheid voor Systeembeheerders. Ervaringen met een Pilot De Omslag in het ICT Onderwijs: Duurzaamheid voor Systeembeheerders Ervaringen met een Pilot 1 Even voorstellen Henk Plessius Hogeschool Utrecht o Onderzoeker o Docent o Projectleider Aandachtsgebieden:

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013 FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013 Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als je een onderdeel

Nadere informatie

Enterprise Portfolio Management

Enterprise Portfolio Management Enterprise Portfolio Management Strategische besluitvorming vanuit integraal overzicht op alle portfolio s 22 Mei 2014 Jan-Willem Boere Vind goud in uw organisatie met Enterprise Portfolio Management 2

Nadere informatie

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel Fractie SAM Stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Fractie SAM Aan de universiteitsraad 13 november

Nadere informatie

Het opschorten van de handel op de Amsterdamse Effectenbeurs Kabir, M.R.

Het opschorten van de handel op de Amsterdamse Effectenbeurs Kabir, M.R. Tilburg University Het opschorten van de handel op de Amsterdamse Effectenbeurs Kabir, M.R. Published in: Bedrijfskunde: Tijdschrift voor Modern Management Publication date: 1991 Link to publication Citation

Nadere informatie

Stephanie van Dijck De integrale aanpak maakt complexiteit hanteerbaar

Stephanie van Dijck De integrale aanpak maakt complexiteit hanteerbaar Titel, samenvatting en biografie Stephanie van Dijck De integrale aanpak maakt complexiteit hanteerbaar Samenvatting: Nieuwe projecten nemen toe in complexiteit: afhankelijkheden tussen software componenten,

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen?

Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen? Firewall van de Speedtouch 789wl volledig uitschakelen? De firewall van de Speedtouch 789 (wl) kan niet volledig uitgeschakeld worden via de Web interface: De firewall blijft namelijk op stateful staan

Nadere informatie

Question-Driven Sentence Fusion is a Well-Defined Task. But the Real Issue is: Does it matter?

Question-Driven Sentence Fusion is a Well-Defined Task. But the Real Issue is: Does it matter? Question-Driven Sentence Fusion is a Well-Defined Task. But the Real Issue is: Does it matter? Emiel Krahmer, Erwin Marsi & Paul van Pelt Site visit, Tilburg, November 8, 2007 Plan 1. Introduction: A short

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability The role of mobility in higher education for future employability Jim Allen Overview Results of REFLEX/HEGESCO surveys, supplemented by Dutch HBO-Monitor Study migration Mobility during and after HE Effects

Nadere informatie

Een generieke aanpak voor DVM Proactief regelen van de snelweg A15 in het havengebiet met BOS-HbR

Een generieke aanpak voor DVM Proactief regelen van de snelweg A15 in het havengebiet met BOS-HbR Een generieke aanpak voor DVM Proactief regelen van de snelweg A15 in het havengebiet met BOS-HbR Thomas Schreiter, Hans van Lint, Serge Hoogendoorn, Zlatan Muhurdarevic, Ernst Scheerder Delft University

Nadere informatie

Creating a marketplace where expertise is made available through videoconferencing. Roland Staring Community Support Manager roland.staring@surfnet.

Creating a marketplace where expertise is made available through videoconferencing. Roland Staring Community Support Manager roland.staring@surfnet. Expert at a distance Creating a marketplace where expertise is made available through videoconferencing Roland Staring Community Support Manager roland.staring@surfnet.nl Working together for education

Nadere informatie

PICA Patient flow Improvement center Amsterdam

PICA Patient flow Improvement center Amsterdam Operations research bij strategische capaciteitsbeslissingen in de zorg Ger Koole 26 mei 2008 Wat is Operations research? operations research (O.R.) is the discipline of applying advanced analytical methods

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Propositie van de werkgroep Agile Architecting. Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld

Propositie van de werkgroep Agile Architecting. Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld Propositie van de werkgroep Agile Architecting Louis Stevens Niklas Odding Herman van den Berg Frank Langeveld Hanoi traffic Factsheet Werkgroep AA Probleem: Agile zijn is moeilijk. Behoefte aan praktijk

Nadere informatie

Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009. Cross reference ISM - COBIT

Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009. Cross reference ISM - COBIT Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009 Cross reference ISM - COBIT ME: Monitor & Evaluate Cross reference ISM - COBIT Management summary Organisaties gebruiken doorgaans twee soorten instrumenten

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P.

Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P. Tilburg University Markt- en marketingonderzoek aan Nederlandse universiteiten Verhallen, T.M.M.; Kasper, J.D.P. Published in: Tijdschrift voor Marketing Publication date: 1987 Link to publication Citation

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Tilburg University. Huishoudelijk gedrag en stookgasverbruik van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Economisch Statistische Berichten

Tilburg University. Huishoudelijk gedrag en stookgasverbruik van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Economisch Statistische Berichten Tilburg University Huishoudelijk gedrag en stookgasverbruik van Raaij, Fred; Verhallen, T.M.M. Published in: Economisch Statistische Berichten Publication date: 1980 Link to publication Citation for published

Nadere informatie

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Wilma Fokker, IBM account manager BA Ton Rijkers, Business Project Manager EMI Music IBM Cognos Express Think big. Smart small. Easy to install pre-configured

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

IenM maakt grootschalig testen van zelfrijdende voertuigen mogelijk. De minister in de zelfrijdende auto op de A10 eind 2013.

IenM maakt grootschalig testen van zelfrijdende voertuigen mogelijk. De minister in de zelfrijdende auto op de A10 eind 2013. IenM maakt grootschalig testen van zelfrijdende voertuigen mogelijk De minister in de zelfrijdende auto op de A10 eind 2013. Florien van der Windt Ministerie van Infrastructuur en Milieu 9 april 2015 Toekomstperspectief

Nadere informatie