Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed"

Transcriptie

1 Handleiding plan-m.e.r. voor ruimtelijke uitvoeringsplannen Versie augustus 2009 Aangepast aan wet- en regelgeving van toepassing op 31 juli 2009 Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed

2 Colofon De handleiding is enkel digitaal beschikbaar. De hierin opgenomen informatie verschijnt ook op de website. Deze handleiding wordt opgesteld door een redactie samengesteld uit ambtenaren van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (afdeling ruimtelijke planning), het agentschap RO-Vlaanderen en het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (afdeling MNE, Dienst Mer en Dienst Begeleiding gebiedsgerichte planprocessen). Auteurs: Katrien Debeuckelaere, Jan Zaman Het project wordt aangestuurd door een stuurgroep met vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid (RWO, LNE en MOW), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP).Deze tekst is een aangevulde en herwerkte versie op basis van de recente decreetswijzigingen. Uw reacties en bemerkingen zijn welkom bij Bent u verbonden aan een gemeente of provincie, dan kan u zich eveneens richten tot: - VVSG: - VVP: Zij zullen uw reacties bundelen en terugkoppelen met de redactieleden van de handleiding. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 2/56

3 Inhoudstafel Opzet Hoofdstuk 1: Opstarten planningsproces 1.1 omschrijf het voorgenomen plan a. Bepaal de verhouding tussen voorgenomen plan en het structuurplan b. Bepaal doel, reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan. c. Geef de relatie met duurzame ontwikkeling (DRO art 4) 1.2 voorgenomen wijzigingen ten opzichte van het geldend plan a. Deel het voorgenomen plan op in planonderdelen b. Kenmerken van elk planonderdeel 1.3 indicatoren om een keuze te maken tussen gemotiveerd verzoek tot ontheffing, onderzoek tot m.e.r. en opmaak plan-mer 1.4 wie neemt initiatief voor de plan-milieueffectrapportage 1.5. welke actoren worden betrokken bij het planningsproces en in welk stadium Hoofdstuk 2: Gemotiveerd verzoek tot ontheffing Hoofdstuk 3: Onderzoek tot m.e.r. Hoe het onderzoek tot m.e.r. uitvoeren 3.1 voorbereiding a. ga na of er aandachtspunten zijn vanuit de huidige toestand van het milieu b. ga na of er een vermoeden is van aanzienlijke milieueffecten i. ga na of een passende beoordeling verplicht is ii. ga na of het voorgenomen plan kader is voor bijlage I of IIprojecten iii. betreft het een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging? iv. ga na of er vermoeden is van aanzienlijke milieueffecten c. ga na of er grensoverschrijdende of gewestgrensoverschrijdende effecten kunnen zijn 3.2 opmaak document verzoek tot raadpleging d. afzonderlijk document of integratie in het RUP? e. opbouw van het document 3.3 procedure onderzoek tot m.e.r. f. verzend het verzoek tot raadpleging aan de adviserende instanties g. pas het verzoek tot raadpleging aan, na ontvangst van de adviezen Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 3/56

4 h. vraag de dienst Mer een beslissing te nemen over het onderzoek tot m.e.r. Hoofdstuk 4: Opmaak Plan-MER (deel in voorbereiding) Hoofdstuk 5: Integratie in RUP-procedure (deel in voorbereiding) Hoofdstuk 6: beschikbare gegevens en methodieken a. informatiebronnen b. globale methodieken c. voorbeelden d. woordenlijst Hoofdstuk 7: bibliografie Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 4/56

5 Opzet Deze handleiding is bedoeld om u wegwijs te maken in de integratie van milieueffectrapportage in ruimtelijke uitvoeringsplannen. Een ruimtelijk uitvoeringsplan is het resultaat van een ruimtelijk planningsproces. Een belangrijk onderdeel van het ruimtelijk planningsproces is de relatie met het leefmilieu. De Europese richtlijn over de milieueffectrapportage voor plannen en programma s (2001/42/EG) bevat hiervoor een hulpmiddel, een instrument, om de effecten op het leefmilieu in kaart te kunnen brengen. Doelgroepen van deze handleiding zijn onder meer overheden, ruimtelijke planners, merdeskundigen en andere personen die beroepsmatig bezig zijn met de opmaak en begeleiding van ruimtelijke plannen of milieueffectrapportage. De Europese richtlijn 2001/42/EG bepaalt welke plannen aan een milieueffectrapportage onderworpen moeten worden. In 2007 verscheen het plan-m.e.r.-decreet en het plan-m.e.r.- besluit in het Belgisch Staatsblad. In 2008 volgde het integratiespoorbesluit voor milieueffectrapportage over RUPs. In 2009 werd het plan-m.e.r.-decreet tweemaal aangepast om de werking te verbeteren. Het samenlezen van deze wetteksten is niet voor iedereen even eenvoudig. Alle ruimtelijke uitvoeringsplannen en bijzondere plannen van aanleg vallen ondubbelzinnig onder het toepassingsgebied van deze richtlijn. Dit wil echter niet zeggen dat voor elk ruimtelijk uitvoeringsplan/bpa een plan-milieueffectrapport (plan-mer) moet opgesteld worden. In heel wat gevallen kan een zgn onderzoek tot m.e.r. of een verzoek tot ontheffing volstaan. De vraag is: in welke gevallen?hoe dan ook, de initiatiefnemer van een RUP zal in een zeer vroege fase van het planproces moeten kiezen voor één van de drie procedures: een verzoek tot ontheffing, een onderzoek tot m.e.r. of de opmaak van een plan-mer. Met deze handleiding wil de Vlaamse overheid u helpen bij deze keuze, en u begeleiden bij het doorlopen van de procedures. De handleiding zal bestaan uit zeven hoofdstukken. Hoofdstuk 1 helpt u kiezen tussen de opmaak van een plan-mer, het vragen van een ontheffing, of het voeren van het onderzoek tot m.e.r.. Hoofdstuk 2 geeft meer inzicht in de voorwaarden en de procedure voor het verzoek tot ontheffing. In Hoofdstuk 3 wordt de procedure onderzoek tot m.e.r., waarbij de initiatiefnemer moet onderbouwen dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten inhoudt, in 9 stappen doorlopen. Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5, nu nog in voorbereiding, zullen tekst en uitleg bij de opmaak van een plan-mer, en de verwerking van het onderzoek tot m.e.r. of het plan-mer in het ruimtelijke uitvoeringsplan. Wie goed op de hoogte is van de mer-regelgeving, en zeker is dat het door hem voorziene plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieueffecten kan hoofdstuk 1 overslaan en van start gaan met hoofdstuk 3. Meer informatie over te gebruiken datasets en methodieken, voorbeelden en nuttige literatuur, kan u vinden in de hoofdstukken 6 en 7. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 5/56

6 Hoofdstuk 1: Opstarten planningsproces Een planningsproces wordt opgestart om ruimtelijke doelstellingen te realiseren, en om de voorziene acties uit een ruimtelijk structuurplan uit te voeren. Verschillende actoren en stakeholders worden betrokken bij een planningsproces en hebben elk hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De overheid die beslist over de start van het proces en de doelstelling, heeft als taak de ruimtelijke doelstelling te bewaken. Daarnaast hebben de belangrijkste adviserende instanties, ruimtelijke planners, externe deskundigen elk hun eigen taak en geven gezamenlijk vorm aan het proces en sturen het resultaat. Het resultaat van een planningsproces kan zijn dat een (of meer) ruimtelijke uitvoeringsplannen opgemaakt worden Ruimtelijke plannen vallen onder het toepassingsgebied van de plan-m.e.r.-regelgeving. Heel vroeg in het planningsproces zult u als initiatiefnemer van een plan moeten nagaan of u een plan-mer moet opmaken dan wel een onderzoek tot m.e.r. moet voeren. In essentie komt het maken van deze keuze neer op het beantwoorden van de vraag: Kan het plan aanleiding geven tot aanzienlijke milieueffecten? Om deze vraag te beantwoorden moet u eerst goed nadenken over doelstelling, reikwijdte en gewenste detailleringsgraad van het RUP. Dit doet u in de allereerste fase van het planningsproces. Na het bepalen van de doelstelling, detailleringsgraad en reikwijdte wordt het mogelijk een inschatting te maken van de eventuele milieueffecten die het gevolg kunnen zijn van het plan. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 6/56

7 Vermoedt u geen aanzienlijke milieueffecten, dan kunt u de procedure onderzoek tot m.e.r. doorlopen. In deze procedure schrijft u een motivering om de adviserende instanties en de Dienst Mer van de Vlaamse overheid te overtuigen van deze visie. In sommige gevallen zijn er wel aanzienlijke milieueffecten, en werden de effecten reeds voldoende beschreven in een onderzoek dat voldoet aan de essentiële kenmerken van de milieueffectrapportage. In dat geval kan je met een gemotiveerd verzoek tot ontheffing aan de dienst Mer vragen of dit effectief zo is. In de andere gevallen is de opmaak van een plan-mer verplicht. Oordeelt de dienst Mer, na het doorlopen van het onderzoek tot m.e.r. dat er wel degelijk aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden door het plan, of oordeelt ze dat niet voldaan is aan de randvoorwaarden bij het verzoek tot ontheffing, dan is de opmaak van een plan-mer alsnog verplicht. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 7/56

8 1.1 Omschrijf het voorgenomen plan Een planningsproces dat voorafgaat aan de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan/bpa kan gezien worden als een herhalend proces, waarbij de oorspronkelijke doelstelling omgezet wordt in een voorstel van ruimtelijk uitvoeringsplan/bpa. Vanuit drie invalshoeken wordt het plan vorm gegeven de betrokken actoren of stakeholders bij de start wordt besproken/bepaald hoe administraties, besturen, betrokkenen en de bevolking betrokken zullen worden bij de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan/bpa en hoe de communicatie zal verlopen; sommige actoren moeten betrokken worden, andere kunnen een cruciale rol spelen bij de verdere uitvoering van het plan Het programma en de verschillende beoordelingen van het plan de onderbouwing van een ruimtelijk uitvoeringsplan/bpa berust eveneens op verschillende effectbeoordelingen (watertoets, ruimtelijk veiligheidsrapport,..) die de initiatiefnemer, de ruimtelijk planner en de betrokken actoren in staat stellen met kennis van zaken een keuze te maken. Let wel, de effectbeoordelingen zelf maken geen keuze maar bevatten informatie. de ruimtelijke visie een ruimtelijk planner is verantwoordelijk voor de opmaak van het RUP, en zorgt ervoor dat er een ruimtelijk kwalitatief ontwerp wordt opgemaakt dat rekening houdt met de draagkracht van de omgeving schema: opstarten van een planningsproces Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 8/56

9 Het actorenoverleg, de verschillende beoordelingen leveren niet steeds hetzelfde resultaat als de ruimtelijke visie, vandaar dat een afweging tussen mogelijke conflicten noodzakelijk is. De gegevens uit het volledige planningsproces spelen zowel voor als na de afweging van conflicten een rol. Hieronder wordt dieper ingegaan op enkele belangrijke onderdelen van het ruimtelijk uitvoeringsplan/bpa: de verhouding met het structuurplan, de relatie met art 4 van het DRO (duurzame ontwikkeling) en het bepalen van doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad. a. Bepaal de verhouding tussen voorgenomen plan en het ruimtelijk structuurplan Alle ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt ter uitvoering van een structuurplan. Het is dan ook logisch dat een voorgenomen plan voortvloeit uit een structuurplan. Deze relatie moet dan ook expliciet worden omschreven om de doelstelling hieruit te kunnen afleiden. De relatie tussen het voorgenomen plan en het structuurplan is tevens van belang om het hiërarchische geheel te duiden waar het voorgenomen plan deel van uitmaakt. b. Bepaal doel, reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan. De eerste stap bij de start van een planningsproces dat normaliter zal leiden tot een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan is het zorgvuldig bepalen van doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad: Waarom start je met dit planningsproces, waarom maak je dit RUP? Wat wil je met dit RUP behandelen en wat niet? Welk schaalniveau zal je hanteren? Het is van cruciaal belang deze vragen al bij aanvang van het proces te beantwoorden om het verdere planningsproces efficiënt te kunnen voeren. Bekijk ook de voorbeelden die bij dit onderdeel horen. Doelstelling van een voorgenomen plan: kan al zeer vroeg in het planningsproces worden vastgesteld. geeft in algemene termen het doel van het voorgenomen plan weer. Het abstractieniveau waarop de doelstelling geformuleerd is bepaalt de bewegingsruimte die rest voor het proces en de beslissingen over het plan. dient als leidraad om mogelijke alternatieven onder meer voor de locatie en/of de inrichting van programmaonderdelen van het voorgenomen plan aan te duiden, en geeft al een eerste globale indicatie van het mogelijk economisch, maatschappelijk en milieueffect. Reikwijdte van een voorgenomen plan: wordt bij het begin van het planningsproces bepaald. bevat zowel een territoriale aanduiding (geen grafische aanduiding met grenzen maar eerder een schets, een zoekzone) als een aanduiding van de verschillende beleidsdomeinen waarover de intiatiefnemer samen met het ruimtelijk aspect een beslissing wenst te nemen. is onderhevig aan verfijning en aanpassing aan de hand van de opgedane inzichten in het lopende planningsproces waaronder het actorenoverleg en het m.e.r.-proces. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 9/56

10 Detailleringsgraad van het voorgenomen plan is gekoppeld aan de doelstelling en de reikwijdte en kan eveneens worden omschreven bij het begin van het planningsproces. Net zoals de reikwijdte kan en zal de detailleringsgraad evolueren met de inzichten van het lopende planningsproces is onderhevig aan verfijning en aanpassing aan de hand van de opgedane inzichten in het lopende planningsproces waaronder het actorenoverleg en het m.e.r.-proces. Te behandelen alternatieven Het onderzoeken van redelijke alternatieven is zowel vereist voor het planningsproces als voor de milieueffectrapportage voor het plan. Op basis van de doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan moet nagegaan worden of er alternatieve instrumenten kunnen ingezet worden, of er locatiealternatieven of inrichtingsalternatieven voor het voorgenomen plan mogelijk zijn. Alternatieve instrumenten stellen uiteraard de doelstelling niet in vraag maar zijn verschillende wijzen om de doelstelling te realiseren. Voor de doelstelling voorzien van een bijkomend woningaanbod kunnen volgende alternatieven bekeken worden: er wordt een nieuwe woonwijk aangelegd de dichtheid in de bestaande woonwijken wordt verhoogd leegstaande woningen worden terug in gebruik genomen Lokatiealternatieven gaan enkel over de locatiekeuze om de doelstelling te realiseren. Bijvoorbeeld kunnen verschillende gebieden vergeleken worden waar een nieuwe woonwijk kan worden aangelegd. Ook hier is het niet de bedoeling om de doelstelling te wijzigen. Inrichtingsalternatieven geven verschillende mogelijkheden weer om de doelstelling op een specifieke lokatie te realiseren. Afhankelijk van de doelstelling, de reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan en de relatie met het ruimtelijk structuurplan, kan het onderzoek zich beperken tot één of meer types alternatieven. Een plan-mer voor een voorgenomen plan bevat de milieubeoordeling van de alternatieven die op het planniveau van belang zijn. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 10/56

11 Welke alternatieven? Het nul-alternatief Het nul-alternatief moet altijd aan bod komen. Het nul-alternatief geeft de situatie weer die zich voordoet wanneer het voorgenomen plan niet doorgaat en het huidige beleid verder gezet wordt. Andere alternatieven die redelijk en realistisch zijn - redelijk : De alternatieven moeten rekening houden met het doel, en de geografische werkingssfeer onder meer in functie van de mogelijke milieueffecten van het voorgenomen plan - realistisch : De alternatieven moeten uitvoerbaar zijn. Ze moeten een oplossend vermogen hebben. De kostprijs speelt in eerste instantie niet mee. Heeft een voorgenomen RUP enkel als doel een bepaalde bestemming te verfijnen, dan kan het alternatievenonderzoek zich beperken tot het behandelen van het nul-alternatief en inrichtingsalternatieven. Wanneer het plan opgemaakt wordt om op korte termijn een specifiek project te realiseren, is het belangrijk de verhouding tussen het voorgenomen plan en de kenmerken van het project duidelijk weer te geven. Indien de detailleringsgraad van het voorgenomen plan volledig op maat van het project is, zal de beoordeling van het plan ook moeten ingaan op het project. Indien het plan zo is opgevat dat dit het kader kan vormen voor allerhande projecten, waaronder het specifiek geval, moet de beoordeling in de eerste plaats op het abstractieniveau van het plan blijven. Voor de realisatie van projecten op het terrein kan de project-m.e.r.-plicht gelden om de specifieke effecten op niveau van het project na te gaan. De concrete interactie plan-m.e.r. en project- m.e.r. in gevallen waarvoor in functie van de realisatie van één of meerdere projecten op het terrein één of meerdere project-m.e.r. s nodig kunnen zijn, zal in een latere versie van de handleiding aan bod komen Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 11/56

12 Voorbeelden van doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad: (zal bij de uitwerking van hoofdstuk 4 worden aangevuld met voorbeelden die duidelijk plan-mer plichtig zijn) RUP voor de opmaak van een bedrijventerrein: DOELSTELLING REIKWIJDTE DETAILLERINGSNIVEAU Bestemmen van het lokaal bedrijventerrein bestemmen, voorzien door het structuurplan. - 4,5 ha bruto bedrijventerrein, - aansluitend bij de kern, - voor herlokalisatie van in de gemeente gevestigde bedrijven - één bestemmingsvoorschrift voor het uitgeefbaar bedrijventerrein, waarin productieactiviteiten en transport en logistiek worden toegelaten. - bijzondere aandacht voor de overgang naar de omliggende gebieden; - maximale perceelsgrootte moet worden vastgelegd; - andere inrichtingsvoorschriften kunnen het resultaat zijn van het planningsproces of van het mer-proces, maar horen niet tot het voorgenomen detailniveau RUP voor de ontwikkeling van een woonuitbreidingsgebied: DOELSTELLING REIKWIJDTE DETAILLERINGSNIVEAU Inrichten van een woonuitbreidingsgebied (WUG) - WUG nummer 12 inrichten, - eventueel met inbegrip van de aanpalende woongebieden langs de bestaande wegen; - aanvullend zal het sociale beleid van de gemeente aangeven of en waar er woningen voor specifieke doelgroepen nodig zijn - aanduiden van wegenis, voortuinstrook, bebouwbare gebieden, tuinen, speelplein op niveau van het WUG, - elk met een specifiek voorschrift over bouwwijze, bouwhoogte-maatvoeringmateriaalgebruik, groenaanleg, hekken, hagen en alle aanverwante bepalingen RUP voor het aanpassen van een bestaand BPA: DOELSTELLING REIKWIJDTE DETAILLERINGSNIVEAU Aanpassen van de voorschriften uit een bestaand BPA zodat het tegemoet komt aan de nieuwe maatschappelijke verwachtingen - bouwhoogtes in het BPA aanpassen, - nieuwe functies (zoals een crèche en een school) mogelijk maken. - gelijkaardig aan de detailleringsgraad van het geldende plan Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 12/56

13 c. Geef de relatie met duurzame ontwikkeling (DRO art 4) Artikel 4 van het DRO luidt als volgt: De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit. Om de gevolgen voor het leefmilieu beter te kunnen schatten bij de besluitvorming over een RUP wordt een methode aangereikt, de plan-m.e.r.. Het is namelijk de doelstelling om te komen tot een duurzame ruimtelijke ordening. Duurzame ontwikkeling betekent dat met de drie pijlers rekening gehouden wordt namelijk leefmilieu, economie en het sociale zonder dat een van de pijlers een prioriteit heeft boven een ander. Om met de drie pijlers van duurzame ontwikkeling rekening te kunnen houden is het belangrijk dat eerst de doelstelling, de reikwijdte en de detailleringsgraad van het plan duidelijk geformuleerd worden in het begin van het planningsproces. Op basis van die omschrijving kan parallel met het voorbereidende planningsproces het onderzoek gebeuren of er al dan niet een plan-mer dient opgemaakt te worden. Indien een plan-mer dient opgemaakt te worden of indien het onderzoek tot plan-m.e.r. moet opgemaakt worden is de doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad van belang daar dit zal bepalend zijn om na te gaan wat in het onderzoek van belang is. Om artikel 4 van het DRO zo goed mogelijk na te streven is het tevens essentieel om de effectbeoordeling zo vroeg mogelijk in het planningsproces aan te vatten, zodat ze parallel met het planningsproces kan verlopen en dat er een wisselwerking, een interactie is tussen beide. Het moeten communicerende vaten zijn. Indien een effectbeoordeling pas start na de opmaak van een voorontwerp RUP is het ook een effectbeoordeling ex post eerder dan ex ante. Een ex post beoordeling heeft tevens het nadeel dat er met de resultaten nog weinig rekening kan gehouden worden omwille van het planningsproces dat al doorlopen is. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 13/56

14 1.2 voorgenomen wijzigingen ten opzichte van het geldend plan Een voorgenomen ruimtelijk uitvoeringsplan is zelden beperkt tot één enkelvoudige doelstelling, die aanleiding geeft tot een eenvoudige wijziging van het geldend plan. Om te beginnen valt het voorgenomen plan slechts zelden samen met een gebied dat overal dezelfde bestaande toestand heeft, verder voorziet het geldend plan veelal verschillende gebieden met een ander voorschrift,. Dit wil zeggen dat om de effecten van het voorgenomen plan te kunnen beoordelen, er duidelijke verschillen zullen zijn door de verschillen in de bestaande toestand, en verschillen tegenover de situatie als het plan niet zou worden goedgekeurd. Om de impact van het voorgenomen plan te kunnen omschrijven, moet er nagegaan worden in welke mate het voorgenomen plan verschilt van het geldend plan en op welke wijze er omgegaan wordt met de bestaande toestand. Een mogelijke methodiek om hier concreet zicht op te krijgen is het opdelen van het voorgenomen plan in planonderdelen. Na het vaststellen van de doelstelling, reikwijdte en detailleringgraad, ga je na of het vastleggen van deze elementen in een RUP aanleiding geeft tot wijzigingen van het geldend plan en bespreek je dit hier beknopt. Daarna ga je over tot het opdelen van het voorgenomen plan volgens verschillende planonderdelen met als doelstelling aan te geven waar de verschillen met het geldend plan zich voordoen: stap A en B. a. Eerst deel je het voorgenomen plan op in planonderdelen. b. Vervolgens vergelijk je elk planonderdeel met het huidig geldend plan en de bestaande toestand. Dit doe je aan de hand van 3 indicatoren: activiteiten, bodemafdekking en bestaande toestand. a. Deel het voorgenomen plan op in planonderdelen Een planonderdeel is een gedeelte van het grafisch plan van het RUP waarvoor het volgende geldt: o het verschil tussen de mogelijkheden van het geldend verordenend plan en de mogelijkheden van het voorgenomen plan is voor heel het planonderdeel gelijk o de verhouding tussen de bestaande toestand en de mogelijkheden uit het voorgenomen RUP is voor heel het planonderdeel gelijk. Het grafisch plan bestaat uit één of meer planonderdelen. Planonderdelen kunnen overlappen, bijvoorbeeld in het geval van overdrukken of reservatiestroken. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 14/56

15 Voorbeeld bij stap 2A: planonderdelen voor NZM-Grit te Dessel: Situering: Huidige toestand Geldend plan Voorgenomen plan De beschrijving van de mogelijke milieueffecten zal worden besproken aan de hand van de vijf onderscheiden onderdelen van het voorgenomen plan, namelijk: A. het bevestigen van het grootste deel van het bestaande gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO s in functie van het bestaande bedrijf en het bevestigen van een deel van het natuurgebied B. het bevestigen van de bestemming van een deel van het natuurgebied dat momenteel in gebruik is door het bedrijf, waarbij natuurherstel wordt verplicht C. het herbestemmen van een klein deel van het natuurgebied naar bedrijventerrein in het gebied waar al sinds 1930 opslag gebeurt in functie van het bestaande bedrijf D. het herbestemmen van een klein deel van het bestaande gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO s naar natuurgebied; dit deel is momenteel niet in gebruik door het bedrijf E. het herbestemmen van een klein deel van het natuurgebied in functie van het bestaande bedrijf; dit deel is een uitbreiding van het bestaande bedrijf C B A E D A Grafische weergave van de onderscheiden planonderdelen in functie van screening Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 15/56

16 b. Kenmerken van elk planonderdeel: - de mate waarin het voorgenomen plan andere activiteiten stedenbouwkundig vergunbaar maakt - de mate waarin het voorgenomen plan de mogelijke bodemafdekking wijzigt - de wijze waarop het voorgenomen plan omgaat met de bestaande, stedenbouwkundig vergunde toestand. indicator 1: Activiteiten Zijn er verschillen tussen de stedenbouwkundig vergunbare activiteiten uit het huidig geldend plan en de stedenbouwkundig vergunbare activiteiten uit het voorgenomen plan? Een stedenbouwkundig vergunbare activiteit is: activiteiten waarvoor het volgens het geldend stedenbouwkundig voorschrift mogelijk is om een stedenbouwkundige vergunning af te leveren activiteiten waarvoor geen stedenbouwkundige vergunningplicht geldt activiteiten die stedenbouwkundig vergunbaar zijn op basis van wettelijk geregelde uitzonderingsmaatregelen zoals art 145bis DRO, of het besluit ivm vergunbare functiewijzigingen indicator 2: Bodemafdekking Laat het voorgenomen plan ten opzichte van het geldend plan een wijziging toe van de totale bodemafdekking binnen het planonderdeel? Bodemafdekking is elke permanente ingreep waardoor regenwater niet rechtstreeks in de bodem kan dringen, zoals ondermeer het geval is bij gebouwen, niet-waterdoorlatende verhardingen, vijvers met vijverfolie of klei, serres. Wanneer het plan geen bepalingen bevat die de bodemafdekking impliciet of expliciet beperken, wordt er vanuit gegaan dat in het gehele planonderdeel de bodem mag afgedekt worden. indicator 3: Bestaande toestand Hoe gaat het voorgenomen plan om met de huidige stedenbouwkundig vergunde of vergund geachte toestand op het terrein? De stedenbouwkundig vergunde of vergund geachte toestand is het geheel van werken en handelingen: - die werden uitgevoerd conform afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen - waarvoor geen stedenbouwkundige vergunningsplicht geldt - die werden uitgevoerd op een moment dat de werken of handelingen niet onderworpen waren aan de stedenbouwkundige vergunningsplicht Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 16/56

17 1.3 maak een keuze tussen gemotiveerd verzoek tot ontheffing, onderzoek tot m.e.r. en opmaak plan-mer Om na te gaan welke procedure best wordt gevolgd, moet eerst en vooral nagegaan of er reeds ofwel een bestaande plan-mer is ofwel een andere beoordeling/rapportage die voldoet aan de essentiële kenmerken van een plan-mer.. Indien dit niet het geval is kunnen hoger genoemde indicatoren reeds een zicht geven, zowel per planonderdeel als voor het gehele plan De procedure voor een ontheffing kan gevolgd worden indien er : ofwel een bestaande bestaande plan-mer voorhanden is en het voorgenomen plan of programma een uitwerking, wijziging, herziening of voortzetting van dat plan betekent en een nieuwe plan-mer geen extra/nieuwe gegevens zou aanbrengen. ofwel in een andere bestaande beoordeling/rapportage al een systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de te verwachten gevolgen voor mens en milieu gemaakt werd, die voldoet aan de essentiële kenmerken van een plan-mer (artikel 4.1.4; 2). Deze essentiële kenmerken zijn: o Een systematisch en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de te verwachten gevolgen voor mens en milieu; o Kwaliteitsbeoordeling van de verzamelde informatie; o De actieve openbaarheid van de rapportage en van de besluitvorming over het plan Om de keuze te kunnen maken tussen het onderzoek tot m.e.r. of de opmaak van een plan- MER kunnen volgende indicatoren gehanteerd worden. Voor elke indicator kan worden aangegeven of het voorgenomen plan volgende veranderingen beoogd: Verwachte milieuimpact 0 Geen impact er worden geen andere activiteiten stedenbouwkundig vergunbaar gemaakt 1 Beperkte impact er worden andere activiteiten stedenbouwkundig vergunbaar maar deze sluiten ofwel nauw aan bij de huidige vergunbare activiteiten of houden enkel de uitsluiting van bepaalde activiteiten in Activiteiten Bodemafdekking Bestaande toestand er wordt geen wijziging van de totale bodemafdekking voorzien er worden wijzigingen voorzien in de totale bodemafdekking, maar deze is ofwel niet omvangrijk in oppervlak, of stelt enkel een beperking van de totale bodemafdekking tov het geldend plan voor het voorgenomen plan heeft enkel tot doel de bestaande stedenbouwkundig vergunde of vergund geachte toestand te bevestigen het voorgenomen plan heeft tot doel de bestaande stedenbouwkundig vergunde of vergund geachte toestand te bevestigen, en laat ook bijkomende ontwikkelingen toe die nauw aansluiten bij de bestaande toestand Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 17/56

18 2 Impact de toegelaten activiteiten zijn grondig verschillend tussen het voorgenomen plan en het geldend plan de totale bodemafdekking neemt toe met een grote oppervlakte het voorgenomen plan heeft tot doel om de bestaande stedenbouwkundige vergunde of vergund geachte toestand te verwijderen. Wanneeer alle planonderdelen score 0 halen, kan je de procedure onderzoek tot m.e.r. starten. Wanneer het voorgenomen plan en alle planonderdelen op de drie indicatoren 0 of 1 scoren, kan je de procedure onderzoek tot m.e.r. te starten. alle planonderdelen score 0 of 1 dan kan onderzoek tot m.e.r. gestart worden maar als blijkt in de loop van het proces dat er toch aanzienlijke effecten te verwachten zijn (vb. t.g.v. de cumulatieve effecten van de verschillende planonderdelen) dan is het aangewezen om over te gaan tot de opmaak van een plan-mer. Wanneer het plan of een essentieel planonderdeel op één van de indicatoren 2 scoort, is er kans op aanzienlijke milieueffecten. Je kan starten met de eerste stappen uit het onderzoek tot m.e.r.. Het is wel mogelijk dat snel blijkt dat er toch aanzienlijke milieueffecten worden verwacht. Naarmate je meer ervaring hebt zal je deze inschatting gemakkelijker kunnen maken. De resultaten van deze scores kunnen meegenomen worden in het verzoek tot raadpleging Uiteraard kan bij de voorbereiding of de rapportering blijken dat er toch aanzienlijke effecten kunnen optreden, in dat geval is de opmaak van een plan-mer vereist. Voor voorbeelden van onderzoeken tot m.e.r. die afgerond zijn, kan je zoeken in de mer-databank op Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 18/56

19 1.5 wie neemt initiatief voor de planmilieueffectrapportage? Het principe voor de intiatiefnemer is: de initiatiefnemer voor het RUP is tevens de initiatiefnemer voor de plan-.m.e.r. verplichtingen. Voor de RUPs betekent dat: voor de gewestelijke RUPs de Vlaamse Regering voor de provinciale RUPs de deputatie voor de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen het college van burgemeester en schepenen De mogelijkheid bestaat om een andere intiatiefnemer te hebben voor plan-m.e.r. verplichtingen dan degene voor het RUP, namelijk: de natuurlijke persoon of de privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon die zal optreden als enige aanvrager of houder van de vergunningen die vereist zijn voor het project of de projecten waarvoor het RUP het kader voor de vergunningen vormt. Dit wordt bekeken op het ogenblik dat de aanvraag tot het overnemen van de verplichtingen inzake planmilieueffectrapportage over ruimtelijke uitvoeringsplannen van de bevoegde overheid goedgekeurd wordt. Dit betekent dat de voorwaarde dat de aanvrager zal optreden als enige aanvrager of houder van vergunningen moet voldaan zijn op het ogenblik dat de beslissing over het overnemen van de verplichtingen genomen wordt. Naderhand kan het voorkomen dat het RUP het kader vormt voor andere activiteiten of vergunningen omdat een RUP een ruimtelijk plan is waarvan de overheid die het plan vaststelt uiteindelijk beslist wat opgenomen wordt en wat niet. Daarnaast is het ingevolge bepaalde sectorwetgevingen soms nodig om bepaalde activiteiten mogelijk te maken. Uiteraard moeten alle bijkomende elementen voldoende onderzocht zijn om opgenomen te kunnen worden in het voorgenomen plan. De projecten waarvoor deze mogelijkheid in eerste instantie bedoeld is, zijn bv. projecten van autonome gemeentebedrijven, Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen, Fluxys (gasleidingen), Elia (electricteitsleidingen), Brussels Airport (vroeger BIAC), de NMBS-groep (spoorwegen), VRT (radio- en TV infrastructuur zoals zendantennes), federale musea zoals het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, het ministerie van justitie (gevangenissen, gerechtsgebouwen), Aquafin (enkel voor gemeentelijke of provinciale RUPs voor RWZI s en KWZI s), golfclubs, De verplichtingen inzake plan-m.e.r. bevatten zowel het onderzoek tot m.e.r., de opmaak van een plan-mer of de aanvraag voor een ontheffing. Voor de overname van de verplichtingen is een specifieke procedure voorzien: Er moet een aanvraagdossier opgemaakt worden. Dit aanvraagdossier moet een beknopte beschrijving van het voorgenomen project of de voorgenomen projecten van de aanvrager bevatten, alsook alle informatie die aantoont dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor overname van de verplichtingen.. het aanvraagdossier wordt schriftelijk of elektronisch ingediend bij de bevoegde overheid, dit is de overheid die het RUP kan opmaken; binnen een termijn van 30 dagen na de ontvangst van het aanvraagdossier wordt de beslissing bezorgd aan de aanvrager. Als de bevoegde overheid haar akkoord verleent voor het overnemen van de verplichtingen inzake plan-milieueffectrapportage over een RUP, legt de bevoegde overheid de voorwaarden voor de overname van die verplichtingen vast in de beslissing. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 19/56

20 Onder schriftelijk wordt verstaan een aanvraag die ingediend wordt per brief, per fax, per of die persoonlijk wordt overhandigd. Naast kan ook een elektronische toepassing op een website georganiseerd worden. Er werd voor geopteerd om zo weinig mogelijk administratieve formaliteiten te creëren. De aanvrager moet erover waken dat hij het aanvraagdossier bezorgt aan de bevoegde overheid. Zo ook moet de ontvangende overheid op haar beurt erover waken dat zij de bevoegde overheidsinstantie is. Indien de ontvangende overheid bij ontvangst van het aanvraagdossier tot de vaststelling komt dat zij niet bevoegd is, meldt zij dit aan de aanvrager en geeft zij in voorkomend aan welke overheidsinstantie bevoegd is. De termijn van 30 dagen om een antwoord te geven op het aanvraagdossier is een termijn van orde, waaruit volgt dat er geen sanctie verbonden is aan de redelijke overschrijding van deze termijn. De beslissing van de bevoegde overheid bevat : 1. het antwoord van de bevoegde overheid op het aanvraagdossier, en 2. indien er een akkoord gegeven wordt voor het overnemen van de verplichtingen inzake plan-m.e.r. over een RUP, de modaliteiten voor de overname van deze verplichtingen. Deze modaliteiten kunnen onder meer de geldigheidstermijn zijn voor de overname en afspraken voor de voorbereiding van de documenten en de procedurestappen. De bevoegde overheid bepaalt zelf hoe ze dit organiseert en welke instantie zij hierin betrekt. Bij overname van de verplichtingen inzake planm.e.r. over een RUP wordt overleg gepleegd tussen de bevoegde overheid en de aanvrager. Dit overleg garandeert dat de noodzakelijke elementen voor het RUP in de plan-mer onderzocht worden en ter beschikking gesteld worden. Uiteraard kan de dienst Mer in het kader van de planmilieueffectrapportage ook andere elementen bepalen die onderzocht moeten worden. 1.4 welke actoren worden betrokken bij het planningsproces (dit onderdeel wordt later aangevuld samen met hoofdstuk 3 en 4) Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 20/56

21 Hoofdstuk 2: gemotiveerd verzoek tot ontheffing Eens doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad van het RUP bekend zijn, kunt u het de procedure starten voor een gemotiveerd verzoek tot ontheffing. De procedure voor een ontheffing kan gevolgd worden indien er : ofwel een bestaande bestaande plan-mer voorhanden is en het voorgenomen plan of programma een uitwerking, wijziging, herziening of voortzetting van dat plan betekent en een nieuwe plan-mer geen extra/nieuwe gegevens zou aanbrengen. ofwel in een andere bestaande beoordeling/rapportage al een systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de te verwachten gevolgen voor mens en milieu gemaakt werd, die voldoet aan de essentiële kenmerken van een plan-mer (artikel 4.1.4; 2). Deze essentiële kenmerken zijn: o Een systematisch en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de te verwachten gevolgen voor mens en milieu; o Kwaliteitsbeoordeling van de verzamelde informatie; o De actieve openbaarheid van de rapportage en van de besluitvorming over het plan Een bijzonder geval is wanneer er reeds een project-mer ter beschikking is. Immers, een projectmer voldoet aan de drie creteria zodat het in principe kan gehanteerd worden. Nochtans zal dit niet evident zijn, omdat men rekening moet houden met het voorwerp van het project in relatie tot het voorgenomen plan en de representativiteit van de uitgevoerde beoordeling voor de mogelijkheden die geboden worden in het voorgenomen plan, en de tijd die voorbijgegaan is sedert de opmaak van het projecmer. Bijvoorbeeld zijn de mogelijke milieugevolgen van een doorsnee bedrijventerrein veelal ruimer dan de milieugevolgen van één bedrijf. De praktijk zal moeten aantonen hoe deze drie punten concreet ingevuld worden en vooral het aspect van actieve openbaarheid van de rapportage en de besluitvorming. Voor de ontheffing dient een formeel verzoek bij de dienst Mer ingediend te worden. Dit verzoek bevat: een beschrijving en verduidelijking van het voorgenomen plan, afbakening van het gebied in voorkomend geval: de gegevens om het grensoverschrijdend overleg te voeren; de verantwoording voor het verzoek en alle relevante gegevens om het te staven. De dienst Mer neemt een beslissing binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek. Het is een termijn van orde. Indien de dienst Mer merkt dat de beslissing niet binnen die termijn kan genomen worden moet ze de initiatiefnemer verwittigen en aangeven wanneer de beslissing wel genomen zal worden. Deze beslissing wordt betekend aan de initiatiefnemer en wordt bekendgemaakt. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 21/56

22 Hoofdstuk 3: onderzoek tot m.e.r. Eens doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad van het RUP bekend zijn, kunt u het onderzoek tot m.e.r. starten. Met dit onderzoek kunt u aantonen dat er geen aanzienlijke milieueffecten zijn. Als de dienst Mer op het einde van de procedure overtuigd is door de motivering, is de opmaak van een plan- MER niet nodig. De bewijslast ligt in deze procedure dus volledig bij de initiatiefnemer. Hij moet ook een aantal bij uitvoeringsbesluit vastgelegde instanties om advies vragen. Het doorlopen van de procedure onderzoek tot mileueffectrapportage duurt 9 tot 15 weken. we onderscheiden drie fases in het onderzoek tot m.e.r. 1. voorbereidend onderzoek 2. samenstellen van het verzoek tot raadpleging 3. doorlopen van de voorgeschreven procedure Binnen de drie fases doorloop je zeven stappen: 1. voorbereidend onderzoek stap 1: ga na of er aandachtspunten zijn vanuit de huidige toestand van het milieu stap 2: ga na of een passende beoordeling verplicht is en ga na of het voorgenomen RUP kader kan zijn voor vergunningen van bijlage I/II-projecten uit de project-mer-regelgeving, ga na of het kan gezien worden als een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging en motiveer waarom er geen aanzienlijke milieueffecten zijn stap 3: ga na of er grensoverschrijdende of gewestgrensoverschrijdende effecten kunnen zijn 2. samenstellen van het verzoek tot raadpleging stap 4: stel het verzoek tot raadpleging op en voeg een conclusie toe waarin samenvattend gemotiveerd wordt dat er geen plan-mer nodig is 3. doorlopen van de voorgeschreven procedure stap 5: maak het verzoek tot raadpleging over aan de adviserende instanties stap 6: pas het verzoek tot raadpleging aan (op traceerbare wijze), na ontvangst van de adviezen stap 7: vraag de dienst Mer een beslissing te nemen over het onderzoek tot m.e.r. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 22/56

23 3.1 Voorbereiding Onder dit hoofdstuk worden voorbereidende onderzoeksstappen bij elkaar gebracht aan de hand van lijsten met vragen en afwegingen. Het is niet de bedoeling dat elk onderzoek tot m.e.r. uitgebreid ingaat op al deze vragen, maar dat de essentiële bevindingen en de decretaal vereiste motiveringen worden opgenomen in het verzoek tot raadpleging (zie hoofdstuk 3.2) Stap 1 a. Ga na of er aandachtspunten zijn vanuit de huidige toestand van het milieu. Hieronder wordt een eerste zicht gegeven in de mogelijke vragen die kunnen onderzocht worden vanuit de ligging van het plan. Deze lijst is uitgebreid, waarbij voorlopig gekozen is om een zo breed mogelijk overzicht te geven. Voor RUPs die slechts beperkte wijzigingen beogen, is het mogelijk dat veel vragen eigenlijk niet hoeven onderzocht te worden, omwille van de doelstelling, reikwijdte en detailleringsgraad van het voorgenomen plan Voor sommige vragen zijn er geen uniform verzamelde gegevens voor heel Vlaanderen beschikbaar. Deze worden aangeduid met een [*]. Indien deze vragen relevant zijn en kunnen beantwoord worden voor het voorgenomen plan, kunnen de bevindingen gerapporteerd worden in het verzoek tot raadpleging. Indien deze niet beschikbaar zijn, is in het kader van een onderzoek tot m.e.r. geen bijkomende motivering vereist. In verschillende vragen wordt verwezen naar de nabijheid van een gebied. Nabij moet in het kader van het onderzoek tot m.e.r. geïnterpreteerd worden als grenzend aan of verbonden door een functionele relatie zodat er een aanzienlijke beïnvloeding kan zijn van het aandachtspunt Bodem - Situeert het plangebied zich in een zone met natuurlijke bodems? [*] - Situeert het plangebied zich in een zone met kwetsbare bodems (plaggenbodem, podzolbodem, veenbodem)? Water - Situeert het plangebied zich in of nabij de waterwingebieden en bijhorende beschermingszones type I en II vastgesteld ter uitvoering van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer? - Situeert het plangebied zich in een zone die gevoelig is ten aanzien van grondwaterkwetsbaarheidskaart? - Situeert het plangebied zich in een zone die gevoelig is voor grondwaterstroming, infiltratie, overstromingsrisico s? Fauna en flora - Situeert het plangebied zich in of nabij gebieden die op de biologische waarderingskaart zijn afgebakend als biologisch zeer waardevol, biologisch waardevol of complex van biologisch waardevol en zeer waardevolle elementen? Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 23/56

24 - Situeert het plangebied zich in of nabij gebieden behorend tot het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) en/of Integraal Verwevend en Ondersteunend Netwerk (IVON)? - Situeert het plangebied zich in of nabij gebieden die zijn afgebakend als pleister-, of broedgebieden, broedkolonies, slaapplaatsen, voedsel-, slaap- en seizoenstrek? - Situeert het plangebied zich in of nabij gebieden die zijn afgebakend als kwetsbaar of zeer kwetsbaar op de ecosysteemkwetsbaarheidskaarten voor verzuring, ecotoopverlies, eutrofiëring, verdroging,? - Situeert het plangebied zich in of nabij gebieden die zijn aangeduid als bosgebied overeenkomstig de definitie van bos uit het bosdecreet? - Situeert het plangebied zich in of nabij: o De speciale beschermingszones (NATURA2000) overeenkomstig het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; een gebied aangeduid overeenkomstig de Conventie van Ramsar inzake watergebieden van internationale betekenis; o Een beschermd duingebied of voor het duingebied belangrijk landbouwgebied zoals aangegeven ter uitvoering van het decreet van 14 juli 1993 houdene maatregelen tot bescherming van de kustduinen o Erkende of Vlaamse natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde en de ermee vergelijkbare gebieden[*] Landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie - Situeren zich in of nabij het plangebied beschermde monumenten, landschappen, stads- of dorpsgezichten? - Situeren zich in of nabij het plangebied gebouwen die zijn opgenomen in het register van bouwkundig erfgoed? - Situeert het plangebied zich in of nabij in de Landschapsatlas aangeduide zones zoals ankerplaatsen en relicten (zones, lijnen en punten)? - Situeert het plangebied zich in of nabij een vastgesteld erfgoedlandschap? - Situeert het plangebied zich in of nabij een archeologische zone? [*] Lucht - Situeert het plangebied zich in een zone waar momenteel een overschrijding van de luchtkwaliteitsdoelstellingen fijn stof en NOx plaatsvindt? Geluid - Situeert het plangebied zich in of in de nabijheid van geluidsgevoelige receptoren voor mens (vb woongebieden, ziekenhuizen, scholen, bejaardentehuizen, gemeenschapsvoorzieningen) en/of natuur (vb natuurgebieden, broedvogelgebieden)? [*] Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 24/56

25 - Situeert het plangebied zich in of in de nabijheid van stiltegebieden? [*] Mens: ruimtelijk-functionele aspecten Mens: Mobiliteit - Situeert het plangebied zich in of in de nabijheid van gevaarlijke zwarte punten?[*] Mens: Hinder en risico s - Situeert het plangebied zich in de nabijheid van Seveso-inrichtingen? Zijn er nieuwe elementen die de initiatiefnemer doen twijfelen aan de doelstelling van het voorgenomen plan? Maak de afweging en pas eventueel de doelstelling van het voorgenomen plan aan. Zijn er geen nieuwe elementen Ga dan naar stap 2 Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 25/56

26 Stap 2. b. Ga na of er een vermoeden is van aanzienlijke milieueffecten Om na te gaan of er aanzienlijke milieueffecten kunnen zijn, doorloop je parallel drie trajecten. Enerzijds ga je na of het plan kader is voor project-m.e.r.-plichtige projecten en of een passende beoordeling verplicht is, en of het al dan niet kan gezien worden als een kleine wijziging of een klein gebied op lokaal niveau. Anderzijds moet je steeds motiveren waarom er geen vermoeden is van aanzienlijke milieueffecten. Onderstaand schema geeft weer hoe beide trajecten elkaar beïnvloeden. Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 26/56

27 b.1. Ga na of de opmaak van een passende beoordeling verplicht is. De passende beoordeling wordt voorgeschreven volgens artikel 36ter van het decreet Natuurbehoud, en is van toepassing indien het plan betekenisvolle impact kan hebben op speciale beschermingszones. Met speciale beschermingszones worden de habitatrichtlijngebieden en de vogelrichtlijngebieden bedoeld. Samen vormen zij het Natura2000-gebied. De passende beoordeling moet worden opgemaakt wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan - het voorgenomen plan heeft niet te maken met het beheer van de speciale beschermingszone - op basis van de voortoets kan een betekenisvolle aantasting van de beschermde habitats of soorten uit de speciale beschermingszone niet worden uitgesloten. De voortoets volgt de methodiek die door de Europese Commissie is vooropgesteld. 1 De handleiding van de Europese Commissie biedt een matrix (figuur hieronder: stage 1 screening) aan, op basis waarvan je kan aantonen dat aanzienlijke effecten inderdaad uitblijven. - beschrijving van de aard van het plan in het licht van de voortoets voor de passende beoordeling, met inbegrip van de samenhang met andere plannen of projecten - voortoets van het plan: identificeren van de verschillende onderdelen van het plan en beschrijving van het planonderdeel nagaan of het planonderdeel direct verband houdt met het beheer van een Natura 2000 site beschrijving van de specifieke samenhang van het planonderdeel met andere plannen of projecten beschrijving van de mogelijke effecten van het planonderdeel (alleen of in combinatie met andere plannen of projecten) op een Natura 2000 site motivering waarom deze effecten geen betekenisvolle aantasting zijn van de natuurlijke kenmerken van het SBZ (speciale beschermingszone) zijn reactie van de geraadpleegde administratie: Agentschap voor natuur en bos - conclusie voor het volledige plan 1 European Commission Environment DG (2001) Assessment of plans and projects significantly affecting Natura 2000 sites, Methodological guidance on the provisions of Article 6 (3) and (4) of the Habitats Directive 92/43/EEC, European Communities, 2002, Luxembourg Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 27/56

28 Figuur: voortoets passende beoordeling: schema Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 28/56

29 Voorbeeld: Onderzoek noodzaak passende beoordeling RUP Polderhoek Artikel 36 ter van het decreet Natuurbehoud bepaalt dat ieder plan dat - afzonderlijk of in combinatie met één of meerdere bestaande of voorgestelde activiteiten, plannen of programma s - een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een als speciale beschermingszone te beschouwen gebied kan veroorzaken, dient onderworpen te worden aan een passende beoordeling. Het gaat om gebieden die door de Vlaamse regering zijn voorgesteld of aangewezen zijn als Speciale Beschermingszone in toepassing van de Vogelrichtlijn (Richtlijn 79/409/EEG van ) en de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG van ). Het plangebied ligt in de omgeving van een als speciale beschermingszone te beschouwen gebied in de zin van de Habitatrichtlijn (SBZ-H BE Westvlaams Heuvelland ). Uw reacties op deze handleiding zijn welkom bij 29/56

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen. Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen Pascal Van Ghelue Geograaf Dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen Inhoud 1. Doel milieueffectrapportage 2. Regelgeving 3. Rapportagevormen (4)

Nadere informatie

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig?

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? SCHEMA GEEN PLANMER GEEN PLAN-MER Fase 1: DEFINITIE? Neen Ja Fase 2: TOEPASSINGSGEBIED? Neen Ja Fase 3: VAN RECHTSWEGE? Neen Ja SCREENING PLAN-MER

Nadere informatie

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN bvba Advies Ruimtelijke Kwaliteit (bvba ARK) Augustijnenlaan

Nadere informatie

HOE REAGEREN OP DE KENNISGEVING VAN EEN PLAN- MILIEUEFFECTRAPPORT?

HOE REAGEREN OP DE KENNISGEVING VAN EEN PLAN- MILIEUEFFECTRAPPORT? HOE REAGEREN OP DE KENNISGEVING VAN EEN PLAN- MILIEUEFFECTRAPPORT? 1. Wat is een milieueffectrapport? Er wordt een bepaald project of plan opgevat in uw gemeente. De uitvoering daarvan zal mogelijk effecten

Nadere informatie

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING,

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING, VLAAMSE REGERING Besluit van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en de agrarische

Nadere informatie

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig?

Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? Wanneer is een plan of programma plan-m.e.r.- plichtig? Art. 4.1.1, 1, 4 DABM 3 cumulatieve voorwaarden Opstellen en/of vaststellen voorgeschreven op grond van decretale of bestuursrechtelijke bepalingen

Nadere informatie

AANVULLENDE NOTA VERZOEK TOT ONTHEFFING VAN DE PLAN-MER PLICHT

AANVULLENDE NOTA VERZOEK TOT ONTHEFFING VAN DE PLAN-MER PLICHT Aanvullende nota screeningsnota PRUP Regionaal bedrijf Waeyaert - Vermeersch - Kortemark PROVINCIE WEST-VLAANDEREN Dienst Ruimtelijke Planning AANVULLENDE NOTA VERZOEK TOT ONTHEFFING VAN DE PLAN-MER PLICHT

Nadere informatie

Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1'

Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1' directie Ruimte dienst Ruimtelijke Planning Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1' 1. Inleiding Deze nota behandelt de adviezen die zijn binnengekomen in

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 24 september 2015 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/1 Uitvoering RSPA : PRUP Marnixdreef Lier voorlopige

Nadere informatie

Aanvraag van een planologisch attest

Aanvraag van een planologisch attest Bijlage I Model I Aanvraag van een planologisch attest AFDELINGSCODE- (Vul hier het adres in van de gedelegeerd planologisch ambtenaar) In te vullen door de behandelende afdeling ontvangstdatum Bezorg

Nadere informatie

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke 25 APRIL 2014. - Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18

Nadere informatie

adviezen n.a.v. planmer-screening

adviezen n.a.v. planmer-screening adviezen n.a.v. planmer-screening RUP nr. 6 Kragenwiel gemeente Bornem september 2012 ADVIES ONTWERPER colofon project: RUP Kragenwiel opdrachtgever: GEMEENTE BORNEM opdrachtnemer: OMGEVING cvba uitbreidingstraat

Nadere informatie

Workshop watertoets 4

Workshop watertoets 4 Workshop watertoets 4 Juridische aangelegenheden VMM 1 Watertoets Doel : nagaan of wat men vergund wil zien een schadelijk effect op watersysteem kan hebben(1). Is dat zo, dan moet men maatregelen opleggen

Nadere informatie

Aanvraag van een planologisch attest

Aanvraag van een planologisch attest Bijlage I Model I Aanvraag van een planologisch attest AFDELINGSCODE- (Vul hier het adres in van de gedelegeerd planologisch ambtenaar) In te vullen door de behandelende afdeling ontvangstdatum Bezorg

Nadere informatie

Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST

Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST DEFINITIEVE VASTSTELLING SEPTEMBER 2011 STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN Inhoudstafel

Nadere informatie

Geïntegreerd advies bij het "Verzoek tot raadpleging voor het RUP regionaal bedrijventerrein Eke"

Geïntegreerd advies bij het Verzoek tot raadpleging voor het RUP regionaal bedrijventerrein Eke Geïntegreerd advies bij het "Verzoek tot raadpleging voor het RUP regionaal bedrijventerrein Eke" 1. Adviesvraag : De adviesvraag ten behoeve van het verzoek tot raadpleging voor het "RUP regionaal bedrijventerrein

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 2 MAART 1999. - Omzendbrief RO 99/01 over de advisering m.b.t. de verenigbaarheid van ' omlopen voor wedstrijden, test- en oefenritten met motorvoertuigen ' zoals

Nadere informatie

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : DECREET houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van

Nadere informatie

Gemengd regionaal bedrijventerrein Polderhoek

Gemengd regionaal bedrijventerrein Polderhoek Provincie West-Vlaanderen - Gemeente Zonnebeke verzoek tot raadpleging bij het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan augustus 2009 Gemengd regionaal bedrijventerrein Polderhoek Contactpersoon Agentschap

Nadere informatie

ADVIES VAN 26 FEBRUARI 2014 OVER HET VOORONTWERP RUP ZWINPOLDERS

ADVIES VAN 26 FEBRUARI 2014 OVER HET VOORONTWERP RUP ZWINPOLDERS ADVIES VAN 26 FEBRUARI 2014 OVER HET VOORONTWERP RUP ZWINPOLDERS SARO KONING ALBERT II-LAAN 19 BUS 24 1210 BRUSSEL INHOUD I. SITUERING... 2 II. VRAAG NAAR BEPERKTE UITBREIDING PLANGEBIED... 3 III. DIFFERENTIATIE

Nadere informatie

Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H)

Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) Lidstaat: België - Vlaams gewest Datum: Informatie aan de Europese Commissie inzake plan/project in Natura 2000 vogelrichtlijngebieden (SBZ-V) en habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) in navolging van artikel

Nadere informatie

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur Onderdelen Grote Eenheid Natuur Vlaamse Ardennen van Kluisberg tot Koppenberg Bijlage II: stedenbouwkundige

Nadere informatie

Onderzoek tot milieueffectrapportage voor het RUP Carrosserie Lauwers

Onderzoek tot milieueffectrapportage voor het RUP Carrosserie Lauwers GEMEENTE ASSE Onderzoek tot milieueffectrapportage voor het RUP Carrosserie Lauwers Gemeente Asse Haviland Igsv Gemeenteplein 1 Brusselsesteenweg 617 1730 Asse 1731 Zellik 2/14 1. Inlichtingen en coördinaten

Nadere informatie

naam: gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse datum: 17/07/2000 met bestemming:

naam: gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse datum: 17/07/2000 met bestemming: naam: gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse datum: 17/07/2000 met bestemming: bufferzones 1.1.1.2 een algemeen plan van aanleg (A.P.A) Niet van toepassing in Dilbeek 1.1.1.3 een

Nadere informatie

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be Vlaanderen is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN Een nieuwe procesaanpak www.complexeprojecten.be U heeft het als bestuur of als private initiatiefnemer wellicht reeds meegemaakt. De opstart en uitvoering

Nadere informatie

voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Omgeving Bouvelobos, Hemsrodebos en steilrand van Moregem

voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Omgeving Bouvelobos, Hemsrodebos en steilrand van Moregem voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Omgeving Bouvelobos, Hemsrodebos en steilrand van Moregem verslag plenaire vergadering 10 februari 2014 Ruimte Vlaanderen Gebieden en Projecten Koning

Nadere informatie

Een overzicht van de mer-procedure en bespreking van de terinzagelegging van de kennisgeving

Een overzicht van de mer-procedure en bespreking van de terinzagelegging van de kennisgeving WOORD VOORAF: Een overzicht van de mer-procedure en bespreking van de terinzagelegging van de kennisgeving De bedoeling van dit voorwoord is om een kort overzicht te geven van de mer-procedure. Tevens

Nadere informatie

R.U.P. GROOT-MOLENVELD HERZIENING B.P.A. n 46

R.U.P. GROOT-MOLENVELD HERZIENING B.P.A. n 46 R.U.P. GROOT-MOLENVELD HERZIENING B.P.A. n 46 Verzoek tot raadpleging AANVULLENDE NOTA Gemeente Grimbergen februari 2013 INHOUDSOPGAVE 1 LIJST VAN AAN TE SCHRIJVEN INSTANTIES...3 2 KOPIJ ONTVANGEN ADVIEZEN...4

Nadere informatie

Welke procedure volgt een archeologisch onderzoek bij vergunningsaanvragen? Verduidelijking van de overgangsperiode.

Welke procedure volgt een archeologisch onderzoek bij vergunningsaanvragen? Verduidelijking van de overgangsperiode. Welke procedure volgt een archeologisch onderzoek bij vergunningsaanvragen? Verduidelijking van de overgangsperiode. Waarom deze verduidelijking? Dit document helpt initiatiefnemers van bouw- en verkavelingsprojecten

Nadere informatie

Bestaand regionaal bedrijf

Bestaand regionaal bedrijf gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Bestaand regionaal bedrijf Makro te Antwerpen Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Nadere informatie

Bijlage IV: Register van percelen waarop de regeling van planschade, planbaten, kapitaalschade of gebruikersschade van toepassing kan zijn

Bijlage IV: Register van percelen waarop de regeling van planschade, planbaten, kapitaalschade of gebruikersschade van toepassing kan zijn Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Historisch gegroeid bedrijf Vergo bvba : Register van percelen waarop de regeling van planschade, planbaten, kapitaalschade of gebruikersschade van toepassing kan

Nadere informatie

Bestaand regionaal bedrijf

Bestaand regionaal bedrijf Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Bestaand regionaal bedrijf N.V. Wijckmans te Ham Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Nadere informatie

Initiatiefnemer: Provinciebestuur Vlaams-Brabant. Dienst Ruimtelijke Ordening Provincieplein 1 3010 Leuven. 15 juli 2011 PLIR-0008-GK

Initiatiefnemer: Provinciebestuur Vlaams-Brabant. Dienst Ruimtelijke Ordening Provincieplein 1 3010 Leuven. 15 juli 2011 PLIR-0008-GK Vlaamse overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Goedkeuring van de

Nadere informatie

POSITIEF PLANOLOGISCH ATTEST

POSITIEF PLANOLOGISCH ATTEST Bijlage III Model III POSITIEF PLANOLOGISCH ATTEST Het college van burgemeester en schepenen heeft de aanvraag, ingediend door Verhoogen Geert, b.v.b.a. Verhoogen Geert, met als adres Rechtestraat 38,

Nadere informatie

Het betreffende verzoek tot raadpleging werd door het departement RWO ontvangen op 02/07/2015.

Het betreffende verzoek tot raadpleging werd door het departement RWO ontvangen op 02/07/2015. Gemeentebestuur Bornem Hingenesteenweg (bor) 13 2880 BORNEM uw kenmerk ontvangen via mail vragen naar/e-mail Ellen Van de Water ellen.vandewater@rwo.vlaanderen.be ons kenmerk 2.14/12007/107.1 telefoonnummer

Nadere informatie

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge

gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften Definitief Definitief gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan afbakening regionaalstedelijk

Nadere informatie

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Door de invoering van het decreet ruimtelijke ordening moeten alle gemeenten een adviescommissie voor ruimtelijke ordening oprichten.

Nadere informatie

Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Kustpolders tussen Jabbeke, Oudenburg en Stalhille

Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Kustpolders tussen Jabbeke, Oudenburg en Stalhille Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Kustpolders tussen Jabbeke, Oudenburg en Stalhille Actorenoverleg 1 ste RUP-voorstel 23 februari 2016 1 Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Kustpolders tussen

Nadere informatie

In kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage werden op basis van een lijst aangeleverd door de dienst MER volgende instanties geraadpleegd:

In kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage werden op basis van een lijst aangeleverd door de dienst MER volgende instanties geraadpleegd: N o t a b e t r e f f e n d e d e b e h a n d e l i n g v a n d e a d v i e z e n i n k a d e r v a n h e t o n d e r z o e k t o t m i l i e u e f f e c t r a p p o r t a g e v a n h e t R U P O p s p

Nadere informatie

Het planologisch attest

Het planologisch attest Het planologisch attest Een brochure van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed en het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO) Stel: Uw bedrijf is deels of volledig zonevreemd

Nadere informatie

GEMEENTE KORTENBERG DEEL II: GRAFISCH LUIK. Provincie Vlaams Brabant Arrondissement Leuven Gemeente Kortenberg RUP VIERHUIZEN RU KOG 2008/056

GEMEENTE KORTENBERG DEEL II: GRAFISCH LUIK. Provincie Vlaams Brabant Arrondissement Leuven Gemeente Kortenberg RUP VIERHUIZEN RU KOG 2008/056 Provincie Vlaams Brabant Arrondissement Leuven Gemeente Kortenberg GEMEENTE KORTENBERG RUP VIERHUIZEN RU KOG 2008/056 DEEL II: GRAFISCH LUIK voorlopig vastgesteld d.d. 10/03/2014 RUP VIERHUIZEN KORTENBERG

Nadere informatie

HANDLEIDING PARTICIPATIE IN HET M.E.R.-PROCES

HANDLEIDING PARTICIPATIE IN HET M.E.R.-PROCES HANDLEIDING PARTICIPATIE IN HET M.E.R.-PROCES Definitieve versie Opdrachtgever: LNE, afd. AMNE, dienst Mer COLOFON Opdracht: Handleiding participatie in het m.e.r.-proces Definitieve versie Opdrachtgever:

Nadere informatie

PAARDEN EN RUIMTELIJKE ORDENING

PAARDEN EN RUIMTELIJKE ORDENING PAARDEN EN RUIMTELIJKE ORDENING TOELICHTING BIJ DE VLAAMSE CODEX RUIMTELIJKE ORDENING EN DE UITVOERINGSBESLUITEN Veerle Strosse en Tom Van Rensbergen Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend

Nadere informatie

Hoogspanningsstation Kinrooi-Maaseik Van Eyck

Hoogspanningsstation Kinrooi-Maaseik Van Eyck definitief gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hoogspanningsstation Kinrooi-Maaseik Van Eyck Bijlage III: TOELICHTINGSNOTA TEKST EN KAARTEN colofon Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement

Nadere informatie

Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kruishoutem

Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kruishoutem Gemeente Kruishoutem Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Kruishoutem Ontwerp Bindend gedeelte Uitgave Datum 1 november 2004 2 februari 2005 3 mei 2005 4 oktober 2005 5 april 2006 Studiebureau VDS b.v.b.a.

Nadere informatie

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a. Gemeente Schijndel Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a., sub 2 Wabo 2 3 bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan Inleiding Op 24 september 2014 is het

Nadere informatie

Rondzendbrief VLBR-RO/2014-01

Rondzendbrief VLBR-RO/2014-01 Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 1. Inhoud van deze rondzendbrief Naar aanleiding van het wijzigingsdecreet van 25 april 2014 werd deze rondzendbrief opgemaakt. Het specifiek goedkeuringstoezicht

Nadere informatie

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen Bijlage II stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen

Nadere informatie

Melding van handelingen in of aan gebouwen met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

Melding van handelingen in of aan gebouwen met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening Bijlage I Formulier I Melding van handelingen in of aan gebouwen met toepassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed RWO-01-100330

Nadere informatie

12-11-2014. Onroerenderfgoeddecreet. 13 november 2014 Vastgoedforum Onroerend Erfgoed. Inleiding

12-11-2014. Onroerenderfgoeddecreet. 13 november 2014 Vastgoedforum Onroerend Erfgoed. Inleiding Onroerenderfgoeddecreet 13 november 2014 Vastgoedforum Onroerend Erfgoed Inleiding 1 Onroerend erfgoed 3 Onroerenderfgoedzorg in partnerschap Regeerakkoord : samenwerking tussen overheidsdiensten wordt

Nadere informatie

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU Europese Unie LIFE. - Communautair Financieel instrument voor het Leefmilieu Programma LIFE Natuur 1999 1. Context. In het kader van de verordening

Nadere informatie

Europees beschermde natuur

Europees beschermde natuur Europees beschermde natuur Kwartelkoning Vlaanderen streeft naar 100 broedkoppels van deze soort, in 2007 waren er 6. Twee richtlijnen Vogelrichtlijn, 1979 Habitatrichtlijn, 1992 Afbakenen van gebieden

Nadere informatie

Project-m.e.r. screening

Project-m.e.r. screening VVSG voormiddagen Omgevingsvergunning 2 december 2011 Peter Beusen Geert Pillu Dienst Mer Inhoud 1.Intro Praktijk VÓÓR Arrest Europees Hof van Justitie van 24 maart 2011 Arrest Europees Hof van Justitie

Nadere informatie

1000 Brussel. Bijlagen

1000 Brussel. Bijlagen 0 9 JUNI 2011 rj Pré. - U:>~ I 1-' LG \'-.- os1ly {.!;et f:- D.D. Contactpersoon: Jos Pauwels Functie: adm. medewerker grondgebiedzaken Tel.: 057 45 04 78 Fax: 057 44 56 04 E-mail: jos.pauwels@heuvelland.be

Nadere informatie

In dit hoofdstuk gaan wij op zoek naar de verschillende vergunningen die nodig zijn voor de opstart van een kapsalon.

In dit hoofdstuk gaan wij op zoek naar de verschillende vergunningen die nodig zijn voor de opstart van een kapsalon. 12. Vergunningen. In dit hoofdstuk gaan wij op zoek naar de verschillende vergunningen die nodig zijn voor de opstart van een kapsalon. Er zijn 3 type vergunningen : 1. Stedebouwkundige vergunning (bouwvergunning)

Nadere informatie

In kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage werden op basis van een lijst aangeleverd door de dienst MER volgende instanties geraadpleegd:

In kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage werden op basis van een lijst aangeleverd door de dienst MER volgende instanties geraadpleegd: N o t a b e t r e f f e n d e d e b e h a n d e l i n g v a n d e a d v i e z e n i n k a d e r v a n h e t o n d e r z o e k t o t m i l i e u e f f e c t r a p p o r t a g e v a n h e t R U P B & B (dossiernummer:

Nadere informatie

Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST

Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST STATUS/VERSIE: Goedgekeurd door de Vlaamse Regering d.d. 8/05/2015 LEESWIJZER Dit document geeft voor het betrokken signaalgebied invulling aan

Nadere informatie

Regiostelplaats Antwerpen-Oost

Regiostelplaats Antwerpen-Oost gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Bijlage II: stedenbouwkundige voorschriften gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan de ontwerper James Van Casteren Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van

Nadere informatie

Wat betekent eraan palen/die palen aan?

Wat betekent eraan palen/die palen aan? Interpretatie artikel 2, 2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen

Nadere informatie

ADVIES VLAAMSE COMMISSIE VOOR RUIMTELIJKE ORDENING. Aanvraag Planologisch Attest Garage West-Trucks nv Zonnebeke. Inleiding

ADVIES VLAAMSE COMMISSIE VOOR RUIMTELIJKE ORDENING. Aanvraag Planologisch Attest Garage West-Trucks nv Zonnebeke. Inleiding ADVIES VLAAMSE COMMISSIE VOOR RUIMTELIJKE ORDENING Aanvraag Planologisch Attest Garage West-Trucks nv Zonnebeke Inleiding Het planologisch attest is een document waarin de bevoegde overheid aangeeft of

Nadere informatie

meldings- en vergunningsplicht

meldings- en vergunningsplicht meldings- en vergunningsplicht gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de panne juni 2014 definitief ontwerp 2 Verwijderd: maart Inhoud Doel van deze verordening... - 3 - Leeswijzer... - 4 - DEEL I

Nadere informatie

Publicatie : 2006-08-22

Publicatie : 2006-08-22 VLAAMSE OVERHEID Publicatie : 2006-08-22 23 JUNI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot gedeeltelijke operationalisering van het beleidsdomein ruimtelijke ordening, woonbeleid en onroerend erfgoed

Nadere informatie

Het Onroerenderfgoeddecreet: instanties en actoren, inventarisatie en bescherming Anne Mie Draye...1

Het Onroerenderfgoeddecreet: instanties en actoren, inventarisatie en bescherming Anne Mie Draye...1 Ten geleide...v Het Onroerenderfgoeddecreet: instanties en actoren, inventarisatie en bescherming Anne Mie Draye...1 I. Algemene inleiding...1 II. Instanties en actoren van het onroerend erfgoedbeleid...3

Nadere informatie

Ontheffing tot het opstellen van een MER. Ontheffingsbeslissing. Project:

Ontheffing tot het opstellen van een MER. Ontheffingsbeslissing. Project: Vlaamse Overheid Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20, bus 8 1000 BRUSSEL tel: 02/553.80.79 fax: 02/553.80.75 Ontheffing tot het opstellen van een

Nadere informatie

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Inhoud Toelichting Regels Verbeelding 19 oktober 2010 Projectnummer

Nadere informatie

Onderzoek tot Plan-MER-plicht (screening) gemeentelijk RUP WAR 04 Sint-Eloois-vijve Molenstraat

Onderzoek tot Plan-MER-plicht (screening) gemeentelijk RUP WAR 04 Sint-Eloois-vijve Molenstraat Nota bta /nvd auteur u war 004/ NVD-ddc dossier 20080826 screeningsnota warmolenstraat.doc bestand 29 augustus 2008 datum Onderzoek tot Plan-MER-plicht (screening) gemeentelijk RUP WAR 04 Sint-Eloois-vijve

Nadere informatie

Controle van de voorwaarden uit de verordening hemelwater bij een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of een melding

Controle van de voorwaarden uit de verordening hemelwater bij een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of een melding Controle van de voorwaarden uit de verordening hemelwater bij een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning of een melding RO-01-131028 Waarvoor dient dit formulier? Met dit formulier kunt u nagaan

Nadere informatie

N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES. over

N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES. over N HAND PRAK - Biociden A2 Brussel, 26 juli 2013 MH/AB/AS 709-2013 ADVIES over EEN VOORONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE HET OP DE MARKT AANBIEDEN EN HET GEBRUIKEN VAN BIOCIDEN (goedgekeurd door

Nadere informatie

Omzendbrief W/2014/01

Omzendbrief W/2014/01 Omzendbrief W/2014/01 Omzendbrief betreffende de opmaak van een lokaal toewijzingsreglement voor ouderen Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie Martelaarsplein 7, 1000 Brussel Tel.

Nadere informatie

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk afdrukdatum 07/11/2011 TP/2110273 2570 09/11/2011

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk afdrukdatum 07/11/2011 TP/2110273 2570 09/11/2011 Alle briefwisseling sturen aan: - Stadsontwikkeling - Stedenbouwkundige vergunningen Grote Markt 1 2000 Antwerpen Steenackers Louis Clementinastraat 24 2018 ANTWERPEN uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk

Nadere informatie

Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2

Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2 Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2 Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie Huishoudelijk

Nadere informatie

DEPARTEMENT RUIMTELIJKE PLANNING, MOBILITEIT EN OPENBAAR DOMEIN. Bouwen of verbouwen met een stedenbouwkundige vergunning. Een handig stappenplan

DEPARTEMENT RUIMTELIJKE PLANNING, MOBILITEIT EN OPENBAAR DOMEIN. Bouwen of verbouwen met een stedenbouwkundige vergunning. Een handig stappenplan DEPARTEMENT RUIMTELIJKE PLANNING, MOBILITEIT EN OPENBAAR DOMEIN Bouwen of verbouwen met een stedenbouwkundige vergunning Een handig stappenplan U GAAT (VER)BOUWEN Als u gaat (ver)bouwen, moet u met heel

Nadere informatie

Belastingreglement van 30 december 2013 op de leegstand van gebouwen en woningen

Belastingreglement van 30 december 2013 op de leegstand van gebouwen en woningen Algemene bepalingen Artikel 1 Belastingreglement van 30 december 2013 op de leegstand van gebouwen en woningen Er wordt voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd

Nadere informatie

13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter

13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter 13 Bedrijventerrein voor kantoren en kantoorachtigen en bedrijven van lokaal belang Keppekouter 84 A Relatie met het afbakeningsproces In de hypothese van gewenste ruimtelijke structuur van het regionaalstedelijk

Nadere informatie

PAS. dienst milieuvergunningen 1. Programmatische Aanpak Stikstof

PAS. dienst milieuvergunningen 1. Programmatische Aanpak Stikstof PAS dienst milieuvergunningen 1 Wat? Programmatische Aanpak Stikstof Deze programmatische aanpak beoogt het stelselmatig terugdringen van stikstofdeposities, voornamelijk via de lucht, zodat de habitattypes

Nadere informatie

E R K E N N I N G M E R - D E S K U N D I G E A A N V R A A G F O R M U L I E R

E R K E N N I N G M E R - D E S K U N D I G E A A N V R A A G F O R M U L I E R Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Leefmilieu en Infrastructuur Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid, Milieueffectrapportage Graaf

Nadere informatie

Ontwerp decreet betreffende het onroerend erfgoed. Hoorzitting Vlaams parlement 13 maart 2013

Ontwerp decreet betreffende het onroerend erfgoed. Hoorzitting Vlaams parlement 13 maart 2013 Ontwerp decreet betreffende het onroerend erfgoed Hoorzitting Vlaams parlement 13 maart 2013 Inhoud Aandachtspunten van de VVSG: Onroerend erfgoedgemeenten en diensten Opmaak inventarissen Archeologie

Nadere informatie

Kaderdecreet Onroerend Erfgoed: enkele aandachtspunten voor lokale besturen

Kaderdecreet Onroerend Erfgoed: enkele aandachtspunten voor lokale besturen Vereniging van Vlaamse Streekontwikkelingsintercommunales Paviljoenstraat 9 1030 Brussel T 0032 2 211 56 40 F 0032 2 211 56 00 info@vlinter.be www.vlinter.be Kaderdecreet Onroerend Erfgoed: enkele aandachtspunten

Nadere informatie

Notaris Hans Van Overloop

Notaris Hans Van Overloop Nieuwe contactgegevens vanaf 10 maart 2010 Stedenbouwkundige vergunningen Loketadres op afspraak Postadres Grote Markt 1 2000 Antwerpen Tel 03 338 67 45 notaria@stad.antwerpen.be SW/V/SV Alle briefwisseling

Nadere informatie

Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden

Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden 1. Inleiding Het college heeft op 17 juli 2013 besloten om een intentieoverkomst met Rijkswaterstaat

Nadere informatie

Thematisch RUP Mobiliteit 1 Parking en recreatiedomein Den Bruul

Thematisch RUP Mobiliteit 1 Parking en recreatiedomein Den Bruul STAD LEUVEN Thematisch RUP Mobiliteit 1 Parking en recreatiedomein Den Bruul Ontwerp Deel 4: Register van de percelen waarop de regeling van planschade, planbaten, kapitaalschade of gebruikersschade van

Nadere informatie

antwoord op de uitgebrachte adviezen van de screeningsnota

antwoord op de uitgebrachte adviezen van de screeningsnota antwoord op de uitgebrachte adviezen van de screeningsnota RUP Koeisteerthofdreef stad Mortsel februari 2010 NOTA Inhoud 1. Inleiding... - 3-2. Advies provincie Antwerpen... - 3-3. Advies Agentschap R-O

Nadere informatie

A. Samenvatting van het dossier

A. Samenvatting van het dossier ADVIES VLAAMSE COMMISSIE VOOR RUIMTELIJKE ORDENING Ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Regiostelplaats Antwerpen-Oost Antwerpen/Wijnegem A. Samenvatting van het dossier A.1. Situering Het voorliggend

Nadere informatie

AGROFORESTRY - JURIDISCHE ASPECTEN

AGROFORESTRY - JURIDISCHE ASPECTEN AGROFORESTRY - JURIDISCHE ASPECTEN Studiedag Beveren-Waas: agroforestry 2 SEPT 2014 Regelgeving LV inzake agroforestry Regelgeving beleidsdomein Landbouw en Visserij: BVR Agroforestry: BVR van 30 juli

Nadere informatie

Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU

Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU 5 -minuten versie voor Provinciale Staten provincie HOLLAND Directie DLB Afdeling Samenleving en Economie Registratienummer 489015306 {DOS-2007-0015748) Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum

Nadere informatie

ADVIES. 10 maart 2014

ADVIES. 10 maart 2014 ADVIES Voorontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van de risicoactiviteiten en Voorontwerp van besluit betreffende de akten van familiale aard

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Inleiding en planbeschrijving In Netersel is in de huidige situatie een speelterrein gelegen (zie figuur 1). Dat speelterrein is deels binnen het plangebied

Nadere informatie

SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets. Advies. Onroerenderfgoedtoets. 20 januari 2010

SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets. Advies. Onroerenderfgoedtoets. 20 januari 2010 SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets Advies Onroerenderfgoedtoets 20 januari 2010 Adviesvraag: ontwerpbesluit betreffende de onroerenderfgoedtoets ontwerpbesluit houdende wijziging van het besluit betreffende

Nadere informatie

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde

Nadere informatie

gewenste ruimtelijke structuur voor Sint-Truiden

gewenste ruimtelijke structuur voor Sint-Truiden gewenste ruimtelijke structuur voor Sint-Truiden stad sint-truiden - rup recastrip brustem - kaart 1 secundaire verbindingsweg met laanbeplanting beekvalleien te ontwikkelen als natuurlijke dragers met

Nadere informatie

College van burgemeester en schepenen

College van burgemeester en schepenen verbaa College van burgemeester en schepenen beraadslaging/proces verbaal Samenstelling: de heer Patrick Janssens, burgemeester; de heren Robert Voorhamme, Philip Heylen, Ludo Van Campenhout, mevrouw Leen

Nadere informatie

Procedurestappen MER-trajecten

Procedurestappen MER-trajecten Procedurestappen MER-trajecten 1. Procedurestappen besluitmer-traject p.2 2. Procedurestappen planmer-traject p.4 3. Procedurestappen combi plan- en besluitmer p.6 1. Procedurestappen BesluitMER-traject

Nadere informatie

REGELING VOOR DE OPVANG VAN RONDTREKKENDE WOONWAGENBEWONERS. 1. Proactief werken: de opvang van rondtrekkende woonwagenbewoners voorbereiden

REGELING VOOR DE OPVANG VAN RONDTREKKENDE WOONWAGENBEWONERS. 1. Proactief werken: de opvang van rondtrekkende woonwagenbewoners voorbereiden STAPPENPLAN REGELING VOOR DE OPVANG VAN RONDTREKKENDE WOONWAGENBEWONERS 1. Proactief werken: de opvang van rondtrekkende woonwagenbewoners voorbereiden Het is aangewezen om niet te wachten met het uittekenen

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 1025 GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE N. 2008 92 VLAAMSE OVERHEID [C 2007/37387]

Nadere informatie

Uw kenmerk Westerlaan 4 Sint-Niklaas

Uw kenmerk Westerlaan 4 Sint-Niklaas Vastgoedinformatie IDENTIFICATIE VAN DE AANVRAGER Naam Beroep NV WOONBUREAU Immobiliën makelaar Adres Parkstraat 11 9100 Sint-Niklaas Uw bericht van 22/01/2016 Uw kenmerk Westerlaan 4 Sint-Niklaas Ons

Nadere informatie

pagina 1 van 6 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de geografische indeling van watersystemen en de organisatie van het integraal waterbeleid in uitvoering van Titel I van het decreet van 18 juli

Nadere informatie

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3 1.1. WETGEVING 1.1.1. INLEIDING I Een overzicht geven van alle wetgeving in verband met milieu is haast onbegonnen werk. Hieronder wordt de belangrijkste milieuwetgeving per thema weergegeven. In voorkomend

Nadere informatie

Bouwen of verbouwen met een stedenbouwkundige vergunning. Een handig stappenplan

Bouwen of verbouwen met een stedenbouwkundige vergunning. Een handig stappenplan Bouwen of verbouwen met een stedenbouwkundige vergunning Een handig stappenplan Als u wilt bouwen of verbouwen, moet u met heel wat aspecten rekening houden. Eén daarvan is de administratieve kant van

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende het behoud van de poldergraslanden en de andere historische permanente graslanden

Voorstel van resolutie. betreffende het behoud van de poldergraslanden en de andere historische permanente graslanden stuk ingediend op 1440 (2011-2012) Nr. 1 20 januari 2012 (2011-2012) Voorstel van resolutie van de heren Dirk Van Mechelen, Marc Vanden Bussche en Bart Tommelein, mevrouw Mercedes Van Volcem, de heer Karlos

Nadere informatie