Michael Fettweis, Bouchra Nechad, Dries Van den Eynde, Frederic Francken, Vera Van Lancker

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Michael Fettweis, Bouchra Nechad, Dries Van den Eynde, Frederic Francken, Vera Van Lancker"

Transcriptie

1 BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE SUMO GROEP MOnitoring en MOdellering van het cohesieve sedimenttransport en evaluatie van de effecten op het mariene ecosysteem ten gevolge van bagger en stortoperatie (MOMO) Activiteitsrapport (1 januari 1 3 juni 1) Michael Fettweis, Bouchra Nechad, Dries Van den Eynde, Frederic Francken, Vera Van Lancker MOMO/5/MF/1/NL/AR/1 Voorbereid voor Afdeling Maritieme Toegang, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, contract MOMO BMM 1 Gulledelle B 1 Brussel België

2 Inhoudstafel 1. Inleiding 1.1. Voorwerp van deze opdracht 1.. Algemene Doelstellingen 1.3. Taken (januari 1 december 11) Publicaties (januari 1 december 11) 7. Vergelijking tussen in situ en remote sensing metingen van SPM concentratie.1. Werkwijze In situ tripode metingen In situ 13 uursmetingen en verticale profielen Remote sensing data 13.. Resultaten Significante golfhoogte 1... SPM concentratie profielen In situ en satelliet data op hetzelfde ogenblik Frequentieverdeling van SPM concentratie Oppervlaktecorrectie van tripode data.3. Discussie.3.1. Representativiteit van SPM concentratie data.3.. Staalnamemethode Meetonzekerheid.. Conclusies 5 3. Profielen saliniteit en temperatuur 7. Referenties 9 Appendix 1: Fettweis M, Nechad B, Van Lancker V, Van den Eynde D. 1. Evaluation of in situ and remote sensing sampling methods of SPM concentration. AGU Ocean Science Meeting, February, Portland (USA). Appendix : Chen P, Yu J, Fettweis M, Van den Eynde D, Maggi F. 1. Flocculation in a nutrient rich coastal area (southern North Sea): Measurements and modelling. AGU Ocean Science Meeting, February, Portland (USA). Appendix 3: Fettweis M, Van den Eynde D, Francken F, Van Lancker V. 1. SPM dynamics measured with an automated tripod in the Belgian nearshore area: natural dynamics and anthropogenic effects. Liège Colloquium, 3 April. Appendix : Baeye M, Fettweis M, Van Lancker V, Francken F. 1. Fluid mud dynamics derived from ADV altimetry, Belgian Coastal Zone. Liège Colloquium, 3 April. Appendix 5: Fettweis M, Francken F, Van den Eynde D, Verwaest T, Janssens J, Van Lancker V. 1. Storm influence on SPM concentrations in a coastal turbidity maximum area with high anthropogenic impact (southern North Sea). Continental Shelf Research. doi:1.11/j.csr Appendix : Fettweis M, Baeye M, Francken F, Lauwaert B, Van den Eynde D, Van Lancker V, Martens C, Michielsen T. Monitoring the effects of disposal of fine sediments from maintenance dredging on SPM concentration Marine Pollution Bulletin (submitted)

3 Appendix 7: SPM concentratieprofielen uit de 13 uursmetingen te MOW1 en Kwintebank. Appendix : Saliniteits en temperatuursprofielen uit de 13 uursmetingen te MOW1 en Kwintebank. 3

4 1. Inleiding 1.1. Voorwerp van deze opdracht Het MOMO project (MOnitoring en MOdellering van het cohesieve sedimenttransport en de evaluatie van de effecten op het mariene ecosysteem ten gevolge van bagger en stortoperatie) maakt deel uit van de algemene en permanente verplichtingen van monitoring en evaluatie van de effecten van alle menselijke activiteiten op het mariene ecosysteem waaraan België gebonden is overeenkomstig het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu van de noordoostelijke Atlantische Oceaan (199, OSPAR Verdrag). De OSPAR Commissie heeft de objectieven van haar huidig Joint Assessment and Monitoring Programme (JAMP) gedefinieerd tot 1 met de publicatie van een holistisch quality status report Noordzee en waarvoor de federale overheid en de gewesten technische en wetenschappelijke bijdragen moeten afleveren ten laste van hun eigen middelen. De menselijke activiteit die hier in het bijzonder wordt beoogd, is het storten in zee van baggerspecie waarvoor OSPAR een uitzondering heeft gemaakt op de algemene regel alle stortingen in zee zijn verboden (zie OSPAR Verdrag, Bijlage II over de voorkoming en uitschakeling van verontreiniging door storting of verbranding). Het algemene doel van de opdracht is het bestuderen van de cohesieve sedimenten op het Belgisch Continentaal Plat (BCP) en dit met behulp van zowel numerieke modellen als het uitvoeren van metingen. De combinatie van monitoring en modellering zal gegevens kunnen aanleveren over de transportprocessen van deze fijne fractie en is daarom fundamenteel bij het beantwoorden van vragen over de samenstelling, de oorsprong en het verblijf ervan op het BCP, de veranderingen in de karakteristieken van dit sediment ten gevolge van de bagger en stortoperaties, de effecten van de natuurlijke variabiliteit, de impact op het mariene ecosysteem in het bijzonder door de wijziging van habitats, de schatting van de netto input van gevaarlijke stoffen op het mariene milieu en de mogelijkheden om deze laatste twee te beperken. Een samenvatting van de resultaten uit de voorbije perioden (,,, 9) kan gevonden in het Syntheserapport over de effecten op het mariene milieu van baggerspeciestortingen (Lauwaert et al., ; ;, 9a) dat uitgevoerd werd conform art. 1 van het K.B. van 1 maart ter definiëring van de procedure voor machtiging van het storten in de Noordzee van bepaalde stoffen en materialen. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de halfjaarlijkse rapporten. 1.. Algemene Doelstellingen Het onderzoek uitgevoerd in het MOMO project kadert in de algemene doelstelling om de baggerwerken op het BCP en in de kusthavens te verminderen, door enerzijds de sedimentatie te verminderen op de baggerplaatsen en anderzijds efficiënter te storten. Hiervoor is een grondige kennis van de omgevingsfactoren (Hydro meteorologische en sedimentologische condities, morfologie en geometrie van de vaargeulen en havens) essentieel, zie Pianc rapport (). Aanslibbing in havens en vaargeulen wordt beïnvloed door de gemiddelde condities (getijamplitude, SPM concentratie, sedimentoorsprong, saliniteit) als ook extreme gebeurtenissen (vb storm). De efficiëntie van een stortplaats wordt bepaald door fysische (sedimenttransport i.f.v. getij, doodtij springtij, wind, golven), economische en ecologische as

5 pecten. Bij een efficiënte stortplaats is de recirculatie van het gestorte materiaal naar de baggerplaatsen zo klein mogelijk, is de afstand tussen bagger en stortplaats minimaal en is de verstoring van het milieu verwaarloosbaar. Hieruit volgt dat er geen stortplaats kan bestaan die onder alle omstandigheden efficiënt is. Efficiënt storten zal kunnen betekenen dat in functie van de voorspelde fysische (wind, stroming, golven, sedimenttransport, recirculatie), economische (afstand, grootte baggerschip) en ecologische aspecten op korte termijn een stortlocatie zal worden gekozen. Om dit te bereiken is het volgende nodig: definiëren van een goede stortzones i.f.v. sedimenttransport, recirculatie baggerspecie, ecologie, economie, bathymetrie van de baggerplaatsen operationele voorspelling van de recirculatie van het gestorte materiaal door de operationele data uit hydrodynamische en sedimenttransportmodellen, real time meetstations, satellietbeelden, bathymetrie van de baggerplaatsen te integreren zodat een efficiënte stortlocatie kan bepaald worden Taken (januari 1 december 11) In het bijzonder is bij het opstellen van de hieronder vermelde taken rekening gehouden met de aanbevelingen voor de minister ter ondersteuning van de ontwikkeling van een versterkt milieubeleid zoals geformuleerd in het Syntheserapport over de effecten op het mariene milieu van baggerspeciestortingen (Lauwaert et al., 9b). Tijdens de voorbije twee jaren werd conform de aanbeveling van de ambtelijke werkgroep de samenwerking met het WLH geïntensifieerd om zowel informatie, data en metingen uit te wisselen, als ook het onderzoek op elkaar af te stemmen, zodat efficiënt aan de noden van de eindgebruikers kan worden tegemoetgekomen. Taak 1: In situ metingen: getijcyclus en langdurig Tijdens meetcampagnes per jaar met de R/V Belgica zullen 13 uursmetingen uitgevoerd worden. De metingen zullen plaatsvinden in het kustgebied van het BCP. Tijdens de metingen zullen tijdsreeksen en verticale profielen worden verzameld van de stroming, de concentratie aan en de korrelgrootteverdeling van het suspensiemateriaal, de temperatuur en de saliniteit. De optische metingen (transmissometer, Optical Backscatter Sensor) zullen gecalibreerd worden met de opgemeten hoeveelheid materie in suspensie (gravimetrische bepalingen na filtratie) om te komen tot concentraties. Stalen van suspensiemateriaal zullen genomen worden met de centrifuge om de samenstelling ervan te bepalen. De tripode zal ingezet worden om stromingen, slibconcentratie, korrelgrootteverdeling van het suspensiemateriaal, saliniteit en temperatuur te meten gedurende een lange periode. Het preferentieel station is MOW1, waar getracht zal worden om een quasi continue meetreeks te verzamelen. Hiervoor zal gebruik gemaakt worden van tripodes. Nadat een meting beëindigd is zal deze tripode voor onderhoud aan wal gebracht worden terwijl de tweede op de meetlocatie zal worden verankerd. Doel van deze metingen is het verzamelen van continue metingen in het gebied zodat een verband tussen meteorologie, seizoenen en getijden kan gelegd worden en de slibconcentratie gelegd kan worden. Taak : Haalbaarheidsstudie voor automatisch en online doorsturen data gemeten met tripode De data opgemeten met de tripode worden tot op heden enkel opgeslagen in het geheugen van de meettoestellen en zijn dus pas beschikbaar nadat de meting is afgelopen en de tripode bovengehaald is. Met het oog op het efficiënter maken van de stortoperaties (zie algemene doelstellingen) is het noodzakelijk om deze informatie on line te kunnen heb 5

6 ben zodat de beste stortlocatie voor de gegeven hydro, meteo en sedimentconcentratie toestand kan gekozen worden. De bedoeling van deze taak is om de verschillende bestaande systemen voor het automatisch doorsturen van de meetdata te evalueren. Er zal hierbij contact genomen worden met MDK (G. Dumon), waar reeds heel wat ervaring hieromtrent aanwezig is. Na het beëindigen van deze taak zal geëvalueerd kunnen worden op welke termijn een online datatransfersysteem operationeel kan zijn. Taak 3: Verwerking en interpretatie van metingen De metingen vergaard tijdens de 13 uursmetingen aan boord van de Belgica en met de tripode worden verwerkt en geïnterpreteerd. Hiervoor werd in het verleden reeds heel wat software ontwikkeld (getijgemiddelde waarden, valsnelheid,..). Naast rapportage van de data zal bijkomend aandacht geschonken worden aan: Bepaling van de SPM concentratie uit akoestische data (ADP, ADCP). Om de representativiteit van deze methode te bepalen voor de data van het BCP zullen deze data vergeleken worden met SPM concentraties afgeleid uit optische data (OBS). De verticale profielen (SPM concentratie, saliniteit, temperatuur) opgemeten tijdens de 13 uursmetingen zullen worden geanalyseerd. De SPM concentratie profielen leveren essentiële informatie voor het corrigeren van satellietdata. Verticale profielen van saliniteit en temperatuur zijn belangrijk om de stratificatie ter hoogte van Zeebrugge te kennen en de invloed op de wateruitwisseling van de haven. Bodemstalen en suspensiestalen (centrifuge) zullen worden geanalyseerd om de korrelgrootteverdeling, het kalkgehalte en de organische fractie te bepalen. Taak : Evaluatie van in situ en remote sensing meetmethodes De bedoeling van deze taak is de evaluatie van de temporele heterogeniteit van SPM concentraties gemeten in de Belgische kustzone met in situ en met remote sensing technieken (satelliet). Omdat match ups (satelliet meting is op hetzelfde ogenblik als in situ meting) zelden voorkomen, zal gebruik gemaakt worden van statistische technieken om de verschillen en overeenkomsten tussen de datasets te evalueren. Hierdoor kunnen verschillende data met elkaar vergeleken worden die niet op hetzelfde moment gemeten werden. Verder zal aandacht geschonken worden aan de sampling methode, aan de representativiteit van de bestaande data sets en aan de gebruikte meetschema s. Hieruit kan een suggestie worden gedaan om het huidige meetschema aan te passen en te optimaliseren. Taak 5: Verfijnen slibtransportmodel Het gebruik van een numeriek sedimenttransportmodel vereist een regelmatige validatie van de modelresultaten met meetgegevens en een verbetering van de beschrijving van de processen in het model. Er zal verder gewerkt worden aan een calibratie van het flocculatiemodel en de implementatie van het bodemmodel. Taak : Alternatieve stortschema s Onderzoek naar alternatieve stortschema s en stortlocaties zal voortgezet worden voor stortplaats B&W Zeebrugge Oost conform de aanbevelingen voor de minister geformuleerd in het syntheserapport 9. Om de efficiëntie van mogelijke alternatieve locaties of een andere bestaande stortplaats te testen wordt een terreinproef voorbereid in samenwerking met amt. Tijdens de voorbereiding zal o.a. de duur ervan vastgelegd moeten worden, de monitoring moeten worden opgezet en hoe de proef zal moeten worden geëvalueerd. Hiervoor zal gebruik kunnen gemaakt worden van de resultaten uit taak en de er

7 varing opgemaakt tijdens het topslib project. 1.. Publicaties (januari 1 december 11) Hieronder is een lijst met rapporten, publicaties en deelnamen aan workshops en conferenties waar resultaten en data verzameld in het kader van het MOMO project werden voorgesteld: Activiteits, Meet en Syntheserapporten Fettweis M, Nechad B, Van den Eynde D, Francken F, Van Lancker V. 1. MOMO activiteitsrapport 1 (1 januari 1 3 juni 1). BMM rapport MOMO/5/MF/1/NL/AR/1, 3pp + app. Conferenties/Workshops: Fettweis M, Van den Eynde D, Francken F, Van Lancker V. 1. SPM dynamics measured with an automated tripod in the Belgian nearshore area: natural dynamics and anthropogenic effects. Liège Colloquium, 3 April. (poster) Baeye M, Fettweis M, Van Lancker V, Francken F. 1. Monitoring morphological changes using near bed ADV altimetry. Liège Colloquium, 3 April. (poster) Fettweis M, Nechad B, Van Lancker V, Van den Eynde D. 1. Evaluation of in situ and remote sensing sampling methods of SPM concentration. AGU Ocean Science Meeting, February, Portland, USA. (presentatie). Chen P, Yu J, Fettweis M, Van den Eynde D, Maggi F. 1. Flocculation in a nutrient rich coastal area (southern North Sea): Measurements and modelling. Poster at AGU Ocean Science Meeting, February, Portland, USA. (poster). Publicaties (tijdschriften, boeken) Fettweis M, Baeye M, Francken F, Lauwaert B, Van den Eynde D, Van Lancker V, Martens C, Michielsen T. Monitoring the effects of disposal of fine sediments from maintenance dredging on SPM concentration Marine Pollution Bulletin (submitted) Fettweis M, Nechad B. 1. Evaluation of in situ and remote sensing sampling methods for SPM concentrations on Belgian continental shelf (southern North Sea). Ocean Dynamics (in revision) Fettweis M, Francken F, Van den Eynde D, Verwaest T, Janssens J, Van Lancker V. 1. Storm influence on SPM concentrations in a coastal turbidity maximum area with high anthropogenic impact (southern North Sea). Continental Shelf Research. doi:1.11/j.csr

8 . Vergelijking tussen in situ en remote sensing metingen van SPM concentratie De dynamica van gesuspendeerd particulair materiaal (SPM) controleert het sedimenttransport, de afzetting en resuspensie van slib, de primaire productie en de samenstelling van benthische gemeenschappen. Kennis van SPM concentratie variabiliteit in het Belgische kustgebieden, waar de SPM concentratie bijzonder hoog is, is essentieel om tot een efficiënter stortbeleid te komen en om duurzame socio economische activiteiten te ontwikkelen parallel met een bescherming van mariene gebieden. De SPM concentratie varieert sterk in de kustzone afhankelijk van seizoenen, getij en niet harmonische gebeurtenissen zoals stormen. Een optimale meetstrategie is nodig om deze variabiliteit te meten. In situ SPM concentratie metingen gebeuren vanuit schepen en met alleenstaande structuren zoals tripoden en meetpalen. Met tripoden, meetpalen, boeien of andere platvormen kunnen continue tijdseries van SPM concentraties op specifieke locaties verzameld worden en dit gedurende een langere tijdspanne (e.g. Cacchione et al., 1995; Li et al., 1997; Blewett & Huntley, 199; Ogston et al., ; Pepper & Stone, ; Ma et al.,, Badewien et al., 9). Schepen met ferry box systemen laten ook toe om data te verzamelen over langere tijdsreeksen en dit op verschillende locaties (Buijsman & Ridderinkhof, 7). Gewoonlijk wordt hier echter enkel de oppervlakte bemonsterd. Metingen met onderzoeksschepen zijn beperkt in tijd en golfcondities, maar laten toe om verticale profielen te verzamelen. Grote oppervlakten worden bestreken door satellieten, de data zijn beperkt tot de oppervlakte (Bowers et al., ; Nechad et al., 3; Zawada et al., 7; Eleveld et al., ; Doxaran et al., 9). Voor de zuidelijke Noordzee zijn tot 5 satellietbeelden beschikbaar per jaar (gemiddeld 3 beelden gedurende 3 tot ) met een wolkenbedekking kleiner dan 5%. Tijdseries van in situ SPM concentraties en satellietbeelden zijn nodig om het suspensietransport in kustgebieden te analyseren (Ruhl et al., 1; Fettweis et al., 7). Er zijn echter een aantal nadelen verbonden met beide databronnen. Zo zijn satellietbeelden beperkt door hun lage tijdsresolutie en omdat ze enkel de oppervlakte bemonsteren, terwijl in situ metingen een lage horizontale resolutie hebben. Scheepstijd en budget zijn dikwijls beperkt, het is daarom van groot belang om één of een combinatie van meetmethoden te kiezen die een representatief substaal van de hele populatie kan geven in het tijds en/of ruimtedomein. Indien langdurige variaties veroorzaakt door natuurlijke of menselijke ingrepen geïdentificeerd dienen te worden, dan moeten de overheersende signalen (getij, doodtijspringtij en seizoen) eruit gefilterd worden. Dit vraagt een voldoende hoge meetfrequentie en dit gedurende een lange tijd. Voorbeelden van ontwerp en/of evaluatie van meetschema s zijn schaars, zeker in sedimenttransportstudies (Bograd et al., 1999; Shindo & Otsuki, 1999; Caeiro et al., 3; Hall & Davies, 5; Werdell et al., 9). Dikwijls kan ook de beste meetstrategie niet worden toegepast omdat zij afhangt van een compromis tussen kosten en baten. In praktijk worden daarom verschillende objectieven nagestreefd die elk een aangepaste suboptimale strategie volgen. Autonome meetstations (tripoden) met bijna continue metingen van SPM concentratie zijn relatief eenvoudig te ontwikkelen, maar kunnen geen grote oppervlakte omvatten. Satellieten hebben een lage tijdsresolutie en er treden hiaten op in de data door wolkenbedekking. Zo zijn er maar weinig satellietdata beschikbaar tijdens stormen. Satellieten missen dus meestal de hoge SPM concentra

9 ties geassocieerd aan deze perioden. Satellieten kunnen daarenboven de heel hoge SPM concentraties niet meten, omdat het zichtbare band (Bowers et al., 199; Doxaran et al., ; Nechad et al., 1). Bij de interpretatie van de data is het nodig om de meetonzekerheden van de gebruikte meetmethode en instrumentatie te kennen. Het doel van deze studie (zie taak uit 1.3) is om de temporele heterogeniteit van SPM concentratie te evalueren voor de Belgische kustzone, gebruikmakend van een groot aantal data afkomstig van verschillende bronnen (MODIS satelliet en in situ metingen), om een statistische analyse van deze data uit te voeren en om na te gaan hoe de verschillende data de dynamica van kustzones beschrijven. Omdat maar enkele match ups (satellietbeeld op hetzelfde ogenblik als de in situ meting) beschikbaar zijn, werden statistische methoden gebruikt om de data sets te evalueren. Deze benadering is nieuw en laat toe om verschillende data sets te vergelijken die niet noodzakelijk op hetzelfde ogenblik werden verzameld. Figuur.1: Kaart van de zuidelijke Noordzee met de in situ SPM concentratie meetlocaties MOW1 en Kwintebank. De achtergrond bestaat uit de gemiddelde oppervlakte SPM concentratie (mg/l) afgeleid van MODIS beelden (3 )..1. Werkwijze SPM concentratie data werden verzameld met OBS instrumenten, die gebruikt werden op de R/V Belgica tijdens 13 uursmetingen en gemonteerd waren op de tripode, en met MODIS satellietbeelden. Om de oppervlakte data van de satellietbeelden te vergelijken met de tripode data dicht tegen de bodem, warden de tripode data gecorrigeerd naar de oppervlakte toe. Dit werd gedaan met behulp van de 13 uursmetingen, tijdens dewelke verticale profielen van SPM concentratie werden opgemeten. De gemeten significante golfhoogte te Bol van Heist (zie figuur.1) voor de periode 3 werd gebruikt om de meteorologische en golfinvloed te karakteriseren. 9

10 Figuur.: Tripode op het achterdek van de Belgica. Tabel.1: Tripode metingen te MOW1 en op de Kwintebank. Locatie Start datum en tijd Eind datum en tijd Duur (dagen) Kwintebank /3/ 15:1 11/3/ 9:.3 MOW1 1 1/1/ 1:1 /11/ 11:1.9 MOW1 //5 :1 1//5 1: 1. MOW1 3 //5 11:1 15//5 7: 1.3 MOW1 //5 :15 11/7/5 11: MOW1 5 /11/5 :7 5/1/5 9:7 13. MOW1 13// 11:5 7// 1: 13.9 MOW1 7 7/3/ 1:3 1// 9: 19. MOW1 15/5/ 1: 15// 1: In situ tripode metingen Een tripode werd gebruikt om o.a. SPM concentraties en stroomsnelheid te meten (zie figuur.). Hiervoor werden een SonTek 3 MHz Acoustic Doppler Profiler, een SonTek 5 MHz Acoustic Doppler Velocimeter Ocean, een Sea Bird SBE37 CT systeem en twee OBS sensoren (ene op ongeveer. en de andere op ongeveer m boven de bodem, verder afgekort als mab = m above bottom) gemonteerd op de tripode. Enkel de OBS data worden hierbij gebruikt omdat door onvoorspelbaarheden in de sedimentdynamica een nauwkeurige schatting van de SPM concentratie uit akoestische backscatter signalen nog steeds beperkt is (Hoitink & Hoekstra, 5; Bartholomä et al., 9). Tijdens de periode 3 werd gedurende 17 dagen gemeten, waarvan 9 dagen op de Kwintebank en 13 dagen te MOW1 (tabel.1 en figuur.1). Respectievelijk 33%, %, % en 5% van de data te MOW1 werden verzameld tijdens de lente, zomer, herfst en winter. De Kwintebank data werden alle verzameld tijdens de winter. De meetfrequentie was minuten op de Kwintebank en varieerde tussen minuten en minuten te MOW1. Voor analyse en interpretatie werd een frequentie van minuten gebruikt te MOW1, resulterend in ongeveer 1 data te MOW1. 1

11 Tabel.: 13 uursmetingen te MOW1 en op de Kwintebank. MT=Gemiddeld tij, NT=doodtij, ST=springtij. Id Nr Locatie Begin datum Eind datum 1/ A MOW1 7/3/1 1:11 /3/1 9:3 MT /7 B MOW1 /11/ 1:3 7/11/ 7: NT 3/ A MOW1 19//3 1: //3 5:1 ST 3/15 Kwintebank 11//3 1: 1//3 7: MT 3/17 Kwintebank //3 1: 7//3 5: NT 3/ MOW1 /9/3 1: 9/9/3 : MT 3/5 Kwintebank 9/1/3 15:3 1/1/3 : ST / Kwintebank /3/ : 3/3/ : NT /5 Kwintebank 11/3/ 1: 1/3/ 7:1 ST / MOW1 1/1/ 13: 19/1/ : ST /5 A MOW1 /11/ 1: 9/11/ 7: NT 5/ MOW1 7//5 1: //5 :1 MT 5/7 A MOW1 //5 19: 5//5 : NT 5/15 A Kwintebank //5 : 1//5 9: MT 5/15 B MOW1 1//5 17:15 //5 :1 MT 5/9 MOW1 1/11/5 17: /11/5 : NT / MOW1 /3/ 1:3 /3/ : ST /1 A MOW1 15/5/ 17: 1/5/ : ST 7/11 A Kwintebank /5/7 1:3 3/5/7 3: MT 7/11 B MOW1 3/5/7 :3 3/5/7 : MT 7/1 MOW1 1/7/7 :3 1/7/7 17: NT 7/5 B MOW1 3/1/7 1:3 3/1/7 1: MT / A MOW1 // 11: 7// 1: ST / B Kwintebank 7// 17: // : ST.1.. In situ 13 uursmetingen en verticale profielen Gedurende de periode 1 werden 1 13 uursmetingen uitgevoerd te MOW1 en op de Kwintebank (tabel.). Het Sea Bird SBE9 SCTD carrousel meetsysteem (figuur.3), dat tot 1 5 l Niskin flessen, een OBS, CTD en LISST 1 bevatte werd op ongeveer 3 m boven de bodem gehouden. Om de minuten werd een Niskin fles gesloten en elk uur werd de carrousel aan boord gebracht. Van elke Niskin fles werden drie substalen genomen en aan boord gefiltreerd op vooraf gewogen GF/C filters. De filters werden later gedroogd en opnieuw gewogen om de SPM concentratie te bepalen. Deze data werden lineair gecorreleerd met de OBS metingen om de OBS te kalibreren. De fouten op de filtratieresultaten zijn relatief hoog bij lage concentraties aan suspensiemateriaal tengevolge van de relatief hogere systematische fout (Fettweis, ). De relatieve standaard deviatie bedraagt respectievelijk 1% en %, rekening houdend met een systematische fout van.5 mg/l, voor alle 13 uursmetingen te MOW1 en op de Kwintebank. De relatieve standaard deviatie op de SPM concentratie afgeleid van de OBS bedraagt minder dan % (gemiddeld 1%) te MOW1 en tot 5% (gemiddeld 3%) op de Kwintebank. 11

12 Figuur.3: Sea Bird SBE9 SCTD carrousel meetsysteem Bij het aan boord brengen van het carrousel meetsysteem wordt een verticaal profiel opgemeten. Tijdens een getijcyclus worden aldus ongeveer 13 profielen opgemeten. In totaal werden 19 verticale profielen verzameld te MOW1 en 13 op de Kwintebank. De 13 uursmetingen zijn goed verdeeld over dood, gemiddeld en springtij. Respectivelijk 5%, 19%, 31% en 5% van de data te MOW1 werden verzameld tijdens lente, zomer, herfst en winter en 31%, 3% en 31% tijdens dood, gemiddeld en springtij. Voor de Kwintebank data is de verdeling van de metingen over de seizoenen en de maancyclus als volgt: 37% lente, 13% zomer, 13% herfst, 37% winter en 5% dood, 37% gemiddeld en 37% springtij. De gemeten verticale profielen gaan van ongeveer 3 mab naar de oppervlakte. Het ontbrekende onderste deel van het profiel werd met een lineaire regressie tussen de waterdiepte en het logaritme van de SPM concentratie berekend. Hiervoor werden de data volgens stijgende diepte gesorteerd en uitgemiddeld over een dieptecel van.5 m: n 1 1 C = ( Ci 1 + Ci )( zi z i 1 ) Δz (.1) i= met C de gemeten SPM concentratie, C de per dieptecel gemiddelde SPM concentratie, z i de diepte van het meetpunt i, Δz = (z n z 1 ) de verticale afstand tussen het eerste en het laatste meetpunt per dieptecel, n het aantal meetdata per dieptecel, σ i de standaard deviatie op de meting i. De meetonzekerheid op de OBS kan dan worden geschreven als: n 1 C 1 1 σ = σ = ( i zi+ 1 zi 1 ) σ C i Ci Δz i= (.) met σ de standaard fout op de gemiddelde SPM concentratie per dieptecel. Deze fout C wordt opgeteld bij de statistische fout tengevolge van (natuurlijke) variabiliteit van de meetdata. De systematische fout kan groter zijn dan de statistische fout op plaatsen met weinig suspensiemateriaal (v.b. Kwintebank). De gefitte profielen werden gebruikt om de 1

13 verhouding tussen de SPM concentratie aan de oppervlakte en op verschillende diepten te berekenen om zodoende de SPM concentratie dicht tegen de bodem (tripode) te extrapoleren naar de oppervlakte (Van den Eynde et al., 7) Remote sensing data De MODIS (MODerate resolution Imaging Spectroradiometer) level 1A data (L1A) voor de periode 3 werden verzameld (http://oceancolor.gsfc.nasa.gov, en figuur.). De L1A data bevatten de straling aan de top van de atmosfeer, die geometrisch gecorrigeerd wordt met de SeaDAS software (beschikbaar op dezelfde NASA website). De atmosferische correctie voor troebel water (Ruddick et al., ) werd geïmplementeerd in SeaDAS en gebruikt om de reflectie op het wateroppervlak af te leiden (water leaving reflectance). Figuur.: Twee voorbeelden van MODIS satellietbeelden en de afgeleide SPM concentratie (mg/l) voor 9/5/9 (boven) en 31/5/9 (onder). SPM concentratie werd berekend uit deze water leaving reflectance met behulp van een algoritme gekalibreerd voor troebel water (Nechad et al., 1). De nauwkeurigheid van de SPM concentratie werd bepaald voor de fouten afkomstig van het optische model dat gebruikt werd om de reflectie om te rekenen naar SPM concentraties. De optische eigenschappen van de partikels in suspensie werden geparameteriseerd. Fouten ontstaan indien de grootte en samenstelling van de partikels significant veranderen en daarmee gepaard ook de optische eigenschappen. Dit treed op tijdens een getij en door windinvloed (Nechad et al., 1). De onzekerheid op SPM concentratie tengevolge van fouten in de water leaving reflectance werd bepaald op basis van 9 match ups in weinig tot middelmatig troebel water (3 mg l 1 ). De totale fout op SPM concentratie bedroeg ongeveer 37% voor de MODIS beelden. Voor SPM concentraties >1 mg/l is de relatieve fout op de SPM concentratie afgeleid uit MODIS beelden significant lager dan bij lagere concentraties. Dit wordt verklaard door de relatief hogere fouten in de water leaving reflectance bij lage SPM concentraties en ook doordat het algoritme voor SPM concentratie af 13

14 geijkt werd voor troebel water. Verder moet ook vermeld worden dat het zichtbare spectrum van satellieten gewoonlijk verzadigd geraakt bij zeer hoge turbiditeit (Doxaran et al., ). De band gecentreerd op de golflengte van 7 nm, die hier gebruikt werd om SPM concentraties te bepalen, bereikt een detectielimiet bij ongeveer mg/l. Banden met langere golflengte kunnen deze beperking omzeilen als de sensor/ruis verhouding (Wang et al., 9) of de fouten bij de atmosferische correctie aanvaardbaar zijn. Op het BCP beschikken we over ongeveer gedeeltelijk wolkenvrije beelden per jaar. en dus data te MOW1 en 5 op de Kwintebank voor de beschouwde periode. % van de beelden zijn genomen in de lente en zomer en 3% in de herfst en winter. Tidens deze seizoenen zijn SPM concentraties het hoogst. De MODIS satelliet vliegt over het BCP tussen 1: 13: UTC. In situ metingen die binnen het uur van een satellietbeeld liggen, werden gemiddeld en vergeleken met deze uit het satellietbeeld. De relatieve standaard deviatie van de in situ data gedurende dit uur bedraagt gemiddeld 7%... Resultaten..1. Significante golfhoogte De gemiddelde significante golfhoogte (H s ) tijdens 3 bedroeg.55 m. Lagere waarden waren er in de lente (. m) en zomer (.53 m) en hogere in de herfst (. m) en winter (. m), zie figuur.5. De gemiddelde H s tijdens tripode metingen te MOW1 was.5 m en op de Kwintebank.7 m; deze waarden zijn iets hoger dan het gemiddelde over heel de periode 3. Significante golfhoogten groter dan 1.5 m werden minder frequent opgemeten tijdens de tripode metingen (7% te MOW1 t.o.v. 1% gedurende de periode 3 ). Bij 13 uursmetingen was de gemiddelde H s =.9 m; deze metingen zijn beperkt tot goede weersomstandigheden met H s gewoonlijk kleiner dan 1.5 m. Het geometrisch gemiddelde van H s tijdens de MODIS overvlucht over het BCP vliegt is. m. Gedurende wolkenvrije condities wanneer SPM concentratie data beschikbaar zijn, verkleint het gemiddelde tot. m. Dit toont aan dat de SPM concentraties uit satellietdata een naar goede weersomstandigheden (lage golven) vertekent beeld geven en dat een significante golfhoogte kleiner dan. m als proxy gebruikt kan worden voor wolkenvrije condities.... SPM concentratie profielen Enkele voorbeelden van de gemeten en gefitte profielen tijdens 13 uursmetingen worden getoond in figuur. (zie appendix 7 voor alle profielen). Er kunnen twee types worden onderscheiden. Beiden kunnen door een logaritmische functie worden benaderd. Het eerste type bestaat uit goed gemengde profielen met een geringe verticale stratificatie (de verhouding tussen verticaal gemiddelde en oppervlakte concentratie is kleiner dan ), terwijl het tweede type gekenmerkt wordt door grotere gradiënten (de verhouding is groter dan ). Dit laatste type komt vooral voor rond hoog en laagwater, wanneer de toenemende stroomsnelheid een kritische waarde overschreden heeft en het sediment geresuspendeerd wordt. Het maximum in stroomsnelheid treedt ongeveer 1 uur voor HW op. Het eerste type profiel wordt waargenomen bij een lage erosieflux, omdat er ofwel geen erodeerbaar materiaal meer aanwezig is of doordat de bodemschuifspanning onder een drempelwaarde voor erosie valt. Zij vertegenwoordigen aldus perioden van verticale menging of een relaxatie periode tijdens kentering. Op de Kwintebank behoren % en te MOW1 7% van de profielen tot dit type. De correlatiecoëfficiënt tussen de gefitte en de gemeten data is hoog (MOW1: R² =.77; Kwintebank: R² =.9). 1

15 Probability density.3..1 spring x*= cm s*=1.79 Probability density.3..1 summer x*=53 cm s*=1. Probability density significant wave height (cm) autumn x*= cm s*=1.1 Probability density significant wave height (cm) winter x*= cm s*= significant wave height (cm) significant wave height (cm) Figuur.5: Waarschijnlijkheidsverdeling van de significante golfhoogte te Bol van Heist voor 3 en de overeenstemmende lognormale functie. Figuur.: Enkele voorbeelden van gemeten en berekende SPM concentratie profielen uit de getijcyclus metingen. De diepte is relatief t.o.v. de totale waterdiepte. KB=Kwintebank, de andere profielen zijn van MOW1 (zie ook appendix 7). 15

16 De gefitte profielen werden gebruikt om een correlatie tussen de log getransformeerde SPM concentraties aan de oppervlakte, op mab en op. mab, en de verticaal gemiddelde waarde te berekenen (figuur.7 en tabel.3). De correlatie is hoog voor de type 1 profielen op beide locaties en voor de type profielen op de Kwintebank (R² >.), maar is minder goed voor de type profielen te MOW1 (R² =. tot.). De laagste correlaties treden op bij de data op. mab en tonen aan dat een extrapolatie van de data dicht tegen de bodem naar de oppervlakte toe, hoogstwaarschijnlijk niet nauwkeurig is bij type profielen. Een derde type profiel werd waargenomen in de tripode data (< mab). Het wordt gekarakteriseerd door zeer hoge SPM concentraties dicht tegen de bodem, die mogelijks het gevolg zijn van de aanwezigheid van tijdelijke vloeibare sliblagen of hooggeconcentreerde slibsuspensies en die als gevolg hebben dat er een slechte correlatie optreed tussen de waarden dicht tegen de bodem (. mab) en de mab SPM concentraties. Zij zijn typisch geassocieerd met stormen (Fettweis et al., 1). Deze HCBS lagen kunnen niet benaderd worden door de boven gebruikte profielen, omdat de dynamica dicht tegen de bodem tijdens zulke condities losgekoppeld is van de dynamica hogerop in de waterkolom. 1 profile 1 MOW1 1 Kwintebank surface 1 profile ) profile 1 surface SPM concentration (mg/l 1 profile vertical averaged vertical averaged Figuur.7: Relatie tussen oppervlakte en de verticaal gemiddelde SPM concentratie voor type 1 en profielen afgeleid uit de gefitte profielen (13 uursmetingen). De correlatie werd berekend na log transformatie (profiel 1: R²=.9, profiel : R²=.1), zie Tabel.3. 1 Tabel.3: Lineaire correlatie tussen de log getransformeerde oppervlakte SPM concentratie (x) en de verticaal gemiddelde SPM concentratie, deze op mab en deze op. mab (y). De relatie log(y)=a+b log(x) werd opgesteld met de gefitte profielen. (mab=m above bed) Type 1 profiel Type profiel Alle profielen MOW1 Kwintebank vert gem mab. mab vert gem mab. mab a=-.1 b=.95 R²=.9 a=.11 b=.9 R²=.3 a=.3 b=.7 R²=.3 a=.5 b=.9 R²=. a=.7 b=.55 R²=.7 a=.5 b=.5 R²=. a=.1 b=. R²=.3 a=.5 b=.5 R²=.3 a=.73 b=. R²=.35 a=-. b=.99 R²=.9 a=-.1 b=.95 R²=.9 a=-.1 b=.95 R²=.9 a=-.5 b=.9 R²=.9 a=.1 b=.9 R²=.9 a=-.1 b=. R²=.91 a=-. b=.95 R²=.95 a=-.1 b=.7 R²=. a=. b=. R²=.9 1

17 mab 1 1 MOW1-1,, 3, 5,, 7 MOW1-, De relatie tussen de getij gemiddelde data op mab en. mab werd berekend na log transformatie van de data, zie figuur.. Voor SPM concentraties tussen 1 tot 1 mg/l is de waarde dicht tegen de bodem (. mab) ongeveer keer groter dan op mab (R²=.9). Tijdens twee metingen (MOW1, MOW1 ) was de. mab SPM concentraties keer groter dan deze op mab; de correlatiecoëfficiënt is hierbij laag (R²=.33). 1. mab 1 Kwintebank mab mab Figuur.: Relatie tussen de getij gemiddelde SPM concentratie op. m boven de bodem (mab) (x) en op mab (y) voor de tripode metingen. De correlatie werd berekend na logtransformatie van de data (R²=.9 voor MOW1 1,, 3, 5,, 7 en R²=.33 voor MOW1, ). (mab=m above bed)..3. In situ en satelliet data op hetzelfde ogenblik Te MOW1 zijn er 19 keer op hetzelfde ogenblik tripode en de satelliet data beschikbaar (match ups). De correlatiecoëfficiënt tussen na log transformatie de oppervlakte SPM concentratie afkomstig van MODIS en de SPM concentratie van de tripode is R²=. voor de mab en R²=.7 voor de. mab data. Merk op dat het verschil tussen oppervlakte en bodem SPM concentratie heel groot is (15 3 keer lager), zie figuur.9a. De relatie tussen oppervlakte en bodem SPM concentratie, zoals berekend voor de gefitte profielen van de 13 uursmetingen, werd gebruikt om een diepte correctie toe te passen. Bij het gebruik van de correctiefactoren voor alle profielen (tabel.3) wordt een relatief goede overeenkomst tussen MODIS en mab tripode data (R²=.5) bekomen (figuur.9), niettegenstaande dat de gecorrigeerde MODIS data de SPM concentratie onderschatten (zie.3).... Frequentieverdeling van SPM concentratie Door frequentieverdelingen van de verschillende data sets op te stellen, kunnen we met behulp van standaard statistische tests (Χ² test, Kolmogorov Smirnov test) bepalen of twee verdelingen afkomstig zijn van eenzelfde populatie. Indien de data verzameld met verschillende methoden een gelijkaardige log normale verdeling, geometrisch gemiddelde en standaard afwijking kennen, dan kunnen we besluiten dat binnen een gegeven onzekerheidmarge de methoden gelijkaardige substalen van de gehele populatie opleveren. De drie verschillende SPM concentratie data (getijcyclus, tripode en satelliet) werden gebruikt om frequentieverdelingen op te stellen. De verdelingen komen goed overeen met log normale verdelingen, zie figuren.1.1. Een variabele x is log normaal verdeeld indien de log(x) normaal verdeeld is. De PDF (Probability Density Function) van zulk een variabele kan als volgt worden geschreven: 17

18 1 1 f ( x) = exp ( log( x) μ) (.3) xσ π σ waarbij μ de mediaan en σ de standaardafwijking is. Een log normale verdeling wordt gekarakteriseerd door de mediaan en de standaard deviatie van log(x). Door de waarden terug om te zetten naar de gemeten grootheid kan de verdeling gekarakteriseerd worden door het geometrisch gemiddelde (x*) en de multiplicatieve standaardafwijking (s*). Het interval x* gedeeld door s* tot x* vermenigvuldigd met s* omvat.3% van de populatie en x*/s* tot x* s* 95.5%. Volgende benadering werd gebruikt: 1 n n 1 n * = exp log( x i ) = xi n i= 1 i= 1 x (.) 1 n 1 x i s * = exp log (.5) n 1 i= 1 x * surface SPM conc. MODIS (mg/l) (a). mab mab mab (R²=.). mab (R²=.) SPM concentration tripod (mg/l) 1 corrected SPM conc.modis (mg/l) 1 1 (b). mab mab mab (R²=.5). mab (R²=.3) SPM concentration tripod (mg/l) Figuur.9: Correlatie tussen SPM concentratie op en. mab en de oppervlakte (a) en dieptegecorrigeerde (b) MODIS SPM concentratie tijdens een match up. De correlatie werden berekend na log transformatie en rekening houdend met meetfouten, zie

19 Figuur.1: Frequentieverdeling van tripode SPM concentratie data op mab en. mab. De data te MOW1 zijn gegroepeerd in klassen van 5 mg/l en deze van de Kwintebank in klassen van 5 mg/l. De overeenkomstige log normale verdeling heeft een Χ² test waarschijnlijkheid van p>.9. Ook aangeduid zijn het geometrisch gemiddelde x* vermenigvuldigd/gedeeld door de multiplicatieve standaard deviatie s*. (mab=m above bed) Het geometrisch gemiddelde, de multiplicatieve standaard deviatie en de X² test resultaten van de SPM concentratieverdelingen kunnen gevonden worden in Tabel.. De data van de 13 uursmetingen worden getoond voor drie diepten die overeenkomen met de meetdiepte van satellieten (oppervlakte) en van de tripode ( en. mab). De Χ² test waarschijnlijk werd berekend in de veronderstelling dat SPM concentraties gefit kunnen worden met een log normale functie. Over het algemeen varieert s* tussen 1.5 en. en valt dus in de range van 1. tot 3 die ook in de andere domeinen binnen de natuurwetenschappen werd gevonden (Limpert et al., 1). Indien de test waarschijnlijkheid klein is (p <.5), dan zou de nul hypothese verworpen moeten worden. Lage waarschijnlijkheden treden op bij de 13 uursmetingen, in het bijzonder in de oppervlakte data op de Kwintebank en in de. mab te MOW1. De afwijking van de log normale verdeling van de oppervlakte data van de Kwintebank (figuur.11) zijn mogelijks te wijten aan de hoge meetfouten van SPM concentratie (zie.1.). Voor de MOW1 data dicht tegen de bodem kan de afwijking het gevolg zijn van de soms onrealistisch hoge waarden veroorzaakt door de logextrapolatie van de verticale profielen naar. mab (zie appendix 7). We kunnen daarom argumenteren dat een type I fout optreedt en dat deze SPM concentraties dus wel degelijk een log normale verdeling hebben. 19

20 Figuur.11: idem Figuur.1 maar nu voor de 13 uursmetingen aan de oppervlakte, op mab en op. mab afgeleid uit de gefitte profielen. De data te MOW1 zijn opgedeeld in klassen van mg/l en deze van de Kwintebank in klassen van 5 mg/l. (mab=m above bed) Figuur.1: idem Figuur.1 maar nu voor de MODIS oppervlakte SPM concentratie data. De data zijn opgedeeld in klassen van 5 mg/l. (mab=m above bed)

21 Tabel.: Geometrisch gemiddelde van de SPM concentratie (x*) afkomstig van 13 uursmetingen (13h), tripode metingen en MODIS satelliet te MOW1 en Kwintebank. p is de Χ² test waarschijnlijkheid t.o.v. een log normale verdeling, s* de multiplicatieve standaard deviatie; de x* aan de oppervlakte in de tripode data werd met behulp van de relatie voor alle profielen uit Tabel.3 berekend. (mab=m above bed) Locatie Methode Diepte x* (mg/l) s* p MODIS oppervlakte h oppervlakte h mab 1..9 MOW1 13h. mab 93.. tripode oppervlakte 59 ( mab) (. mab) 1.7 ( mab) 1. (. mab).97 ( mab).11 (. mab) tripode mab tripode. mab MODIS oppervlakte.5. 13h oppervlakte h mab 1..5 Kwintebank 13h. mab tripode oppervlakte 19 ( mab) 1. (beiden). (beiden) 3 (. mab) tripode mab tripode. mab Tabel.5: Geometrisch gemiddelde SPM concentratie (x*) te MOW1 voor verschillende golfcondities. De verdelingen komen overeen met bepaalde orbitale golfsnelheden aan de bodem (U w ); p is de Χ² test waarschijnlijkheid t.o.v. een log normale verdeling; s* de multiplicatieve standaard afwijking; oppervlakte x* de met behulp van de relatie voor alle profielen uit Tabel.3 naar de oppervlakte gecorrigeerde x*. (mab=m above bed) w s (m) >.5 >.3 >.3 alle <.3 <.3 mab x* (mg/l) s* p oppervlakte x* (mg/l) mab x* (mg/l) s* p oppervlakte x* (mg/l) MOW1 is gelegen in een ondiep gebied waar golfeffecten belangrijk zijn. Door data te selecteren waar de orbitale golfsnelheid aan de bodem, U w, hoger (respectievelijk lager) is dan een zekere waarde kan het gemiddelde en de multiplicatieve standaard deviatie van tijdens een storm (respectievelijk goed weer) worden berekend (tabel.5). De orbitale golfsnelheid aan de bodem werd berekend uit de significante golfhoogte (H s ), de waterdiepte en het JONSWAP golfspectrum (Soulsby, 1997). Een U w van.3 m/s,.3 m/s en 1

22 .5 m/s komt overeen met een significante golfhoogte van ongeveer.5 m, 1.5 m en.5 m in een waterdiepte van 1 m. De resultaten te MOW1 tonen dat de frequentieverdelingen gelijkaardig zijn voor data met U w >.3 m/s en U w <.3 m/s. De gemiddelde SPM concentratie te MOW1 neemt toe van 15 mg/l (U w <.3 m/s) naar 33 mg/l (U w >.5 m/s) op mab en van 3 mg/l (U w <.3 m/s) naar 17 mg/l (U w >.5 m/s) op. mab; dit bevestigt het niet lineaire gedrag van het systeem. De SPM concentratie verdeling uit de 13 uursmetingen op mab komen goed overeen maar toch nog met significante verschillen met de tripode data tijdens goede weersomstandigheden (U w <.3 m/s ; x*=1 mg/l versus 15 mg/l). Gelijkaardige resultaten werden gevonden voor de. mab data van de 13 uurmetingen en van de tripode data tijdens goede weersomstandigheden (93 mg/l versus 3 mg/l)...5. Oppervlaktecorrectie van tripode data Door de tripode data van de Kwintebank en MOW1 te extrapoleren naar de oppervlakte kunnen de drie datasets (tripode, 13 uurmeting en MODSI) met elkaar vergeleken worden. De oppervlakte correctie werd uitgevoerd voor zowel de mab als de. mab tripode data door de relatie voor alle profielen uit tabel.3 toe te passen. De oppervlakte waarden voor. mab zijn iets hoger dan voor mab (tabel.). De verschillen tussen satelliet, 13 uursmeting en tripode oppervlakte data zijn echter nog steeds significant. De laagste gemiddelde SPM concentratie wordt gevonden bij de satelliet data (Kwintebank: mg l 1, MOW1: 3 mg l 1 ) en de hoogste bij de tripode data (Kwintebank 19 mg l 1, MOW1: 59 mg l 1 beiden voor de mab extrapolatie). De resultaten tonen dat voor de Kwintebank gemiddelde SPM concentratie uit satelliet data binnen een standaard afwijking gelegen is van de data afkomstig van de 13 uursmetingen en vice versa. Dit geldt niet voor de tripode data, die niet binnen een standaard afwijking van de 13 uurmetingen en satelliet data vallen. Dit is mogelijks veroorzaakt door het feit dat de tripode data beperkt zijn tot maart en dus niet representatief zijn voor een heel jaar (tabel.1). Indien enkel de winter satelliet data worden geselecteerd dan wordt een gemiddelde SPM concentratie bekomen van 1 mg l 1, die echter nog steeds laag is vergeleken met deze afgeleid uit de tripode data. Te MOW1 is de gemiddelde SPM concentratie uit 13 uursmetingen gelegen binnen een standaard afwijking van deze van de tripode en de satelliet data. De gemiddelde SPM concentratie afkomstig van de tripode en de satelliet zijn niet binnen een standaard afwijking gelegen..3. Discussie De resultaten van standaard statistische testen tonen aan dat de data van 13 uursmetingen, tripode en MODIS verschillende verdelingen hebben en dat zij dus andere subpopulaties van de hele SPM concentratie populatie vertegenwoordigen. Onderaan worden de verschillen tussen de staalnamemethode, de representativiteit van de metingen en de meetfouten meer in detail besproken. Deze analyse zal enkel voor de MOW1 data worden uitgevoerd, omdat deze representatief zijn voor seizoenen en extreme gebeurtenissen Representativiteit van SPM concentratie data Een eerste selectie van SPM concentraties werd gedaan door deze volgens de orbitale golfsnelheid op te delen (zie..). De naar de oppervlakte toe gecorrigeerde tripode data (tabel.5) berekend met de mab data variëren tussen 91 mg/l (U w >.5 m/s), 59 mg/l (alle data) en 5 mg/l (U w <.3 m/s) en zijn nog steeds significant hoger dan deze van de

23 13 uursmetingen en satelliet data (tabel.). Dit resultaat onderstreept dat de SPM dynamica dicht tegen de bodem en de vorming van vloeibaar slib of hooggeconcentreerde suspensielagen los gekoppeld is van de processen die zich hogerop in de waterkolom afspelen en wijst mogelijks op het feit dat 1 13 uursmetingen en satellietbeelden niet representatief zijn voor de SPM concentratie populatie bij goede weersomstandigheden te MOW Staalnamemethode Staalname wordt aanzien als een statistische handeling om individuele SPM concentraties te selecteren, die toelaten conclusies te trekken over de hele SPM concentratie populatie op een locatie of in een groter gebied. Een gemeenschappelijk doel van deze metingen zou moeten zijn om een representatieve subpopulatie te verzamelen, waaruit bevindingen, binnen de foutenmarges, over de hele populatie kunnen worden afgeleid. Indien we met tijdsafhankelijke en meer specifiek harmonisch variërende processen te maken hebben, zoals SPM concentratie, dan zou men op de hoogte moeten zijn van het aantal data dat nodig is vooraleer een subpopulatie als representatief kan beschouwd worden. Het is daarom essentieel om te weten hoe representatief een bepaalde staalnamemethode is. Verschillen tussen datasets kunnen bv. het gevolg zijn van het feit dat in situ en and remote sensing technieken gebruik maken van andere staalnamemethoden. Satellieten kunnen beschouwd worden als een toevallige staalname (random sampler) die een vertekend beeld geven, omdat enkel tijdens wolkenvrije momenten data kunnen verzameld worden, en omdat satellieten verzadigd raken bij hoge SPM concentraties. 13 uursmetingen vanuit een schip en langdurige metingen met tripoden kunnen worden omschreven als een event based staalnamemethode, die gekenmerkt wordt door een willekeurig startmoment en het verder verzamelen van data gedurende minstens een getijcyclus. Door de staalname te groeperen gedurende een getijcyclus wordt de belangrijkste SPM concentratie variatie bemonsterd. Een meer objectieve benadering is om verschillende meetschema s toe te passen op de volledige dataset en om de analyse uit te voeren op de genomen subpopulatie (Schleppi et al., ). Indien we aannemen dat de tripode data te MOW1 een goede representatie zijnn van de natuurlijke variabiliteit gedurende een jaar, dan kunnen we deze willekeurig bemonsteren met analoge meetschema s als van satellieten of 13 uursmetingen. Zodoende kunnen we nagaan hoe een laagfrequente staalname het gemiddelde en de standaard deviatie beïnvloeden. Satellietdata komen meestal voor tijdens periodes met weinig wind (Fettweis et al., 7), daarom werd een significante golfhoogte van. m gebruikt als proxy voor wolkenvrije condities. Drie meetschema s werden onderzocht; schema 1 bestaat uit willekeurig genomen stalen; schema uit willekeurige stalen bij een H s <. m en schema 3 uit willekeurige stalen genomen tussen 13h en 1h en bij een H s <. m. Een significante golfhoogte van. m komt overeen met de mediaan van de significante golfhoogte tijdens passage van de satelliet. Het schema voor de 13 uursmetingen bestaat uit willekeurige staalname momenten bij H s < 1.5 m met telkens meetreeksen van 13 opeenvolgende uren (totaal 7 data). Elk meetschema werd 1 keer herhaald om de variabiliteit tengevolge van de random number generator te bepalen (tabel.). Het satelliet meetschema 1 geeft zeer gelijkaardige gemiddelde SPM concentratie ( mab 1 mg l 1 t.o.v. 17 mg l 1 :. mab: 37 mg l 1 t.o.v. 313 mg l 1 ) en multiplicatieve standaard afwijking dan voor alle tripode data, terwijl satelliet meetschema een vermindering van de gemiddelde SPM concentratie ( mab:15 mg l 1 ;. mab: 5 mg l 1 ) en 3

24 multiplicatieve standaard afwijking als gevolg heeft (tabel.). De resultaten van het satelliet meetschema zijn gelijkaardig met de gemiddelde SPM concentratie van de tripode data bij U w <.3 m s 1 ( mab: 15 mg l 1 t.o.v. 15 mg l 1 ;. mab: 5 mg l 1 t.o.v. 3 mg l 1 ). Uit deze resultaten zou men kunnen concluderen dat stalen representatief zijn voor de hele populatie en dat toepassen van satelliet meetschema de gemiddelde SPM concentratie verlaagd. Dit laatste wordt dan vooral beïnvloed door de beperking tot goede weersomstandigheden, maar ook de staalname tijd blijkt een invloed te hebben zoals wordt aangetoond door het satelliet meetschema 3, waarmee de gemiddelde SPM concentratie verder daalt. (tabel.). Deze conclusie wordt verder versterkt door het feit dat herhaling van hetzelfde meetschema niet resulteert in een hogere standaard afwijking. Door de over het algemeen betere weersomstandigheden tijdens de lente en zomer bekomt men meer lente en zomer (%) dan herfst en winter (%) data bij gebruik van satelliet schema s en 3. Dit komt goed overeen met de verdeling van de beschikbare satellietdata over de seizoenen. Het 13 uurmeetschema resulteert in een gelijkaardige gemiddelde SPM concentratie dan bij de tripode data met H s <.3 m s 1 ( mab: 15 mg l 1 t.o.v. 155 mg l 1 ;. mab: mg l 1 t.o.v. 3 mg l 1 ). De relatieve standaardafwijking tengevolge van de random number generator bedraagt 33%, dit is hoger dan bij de satelliet meetschema s, hoewel het aantal stalen niet veel verschilt (7 t.o.v. ). De hogere variabiliteit tijdens een getijcyclus wordt behouden, terwijl dit verdwijnt bij de satelliet meetschema s (Fettweis et al., 7). Tabel.: Geometrisch gemiddelde SPM concentratie (x*) te MOW1 bekomen door gelijkaardige meetschema s toe te passen op de tripode data dan deze van satellieten (SAT) en 13 uursmetingen (13h), zie discussie. p is de Χ² test waarschijnlijkheid t.o.v. een lognormale verdeling, s* de multiplicatieve standaard deviatie; de x* aan de oppervlakte in de tripode data werd met behulp van de relatie voor alle profielen uit tabel.3 berekend. Meetschema Sat 1 Sat Sat 3 TC mab x*(mg/l) ±stdv 1±1 15±13 153±19 13±3 s*....1 p oppervlakte x* (mg/l) ± 59±3 5± ±1. mab x*(mg/l) ±stdv 37± 5±3 3±31 ±15 s* p oppervlakte x* (mg/l) 71±3 ±3 59±3 ± Meetonzekerheid Oppervlaktecorrectie van een subpopulatie uit de tripode data bekomen door toepassing van satelliet meetschema 3 en 13 uursmeetschema geeft nog steeds verschillende waarden voor de SPM concentratie dan deze afkomstig van de satelliet (5 mg l 1 t.o.v. 3 mg l 1 ) en de 13 uursmetingen ( mg l 1 t.o.v. 39 mg l 1 ). Correctie voor type profielen moet toegepast worden om een overeenkomst binnen een standaardafwijking te bekomen tussen satelliet meetschema 3 (x* = 3 mg l 1, s* = 1.5), 13 uursmeetschema (x* = 3 mg l 1, s* = 1.5) en de satelliet data (x* = 3 mg l 1, s* =.). Type profiele komen slechts in 5% van de metingen te MOW1 voor. Dit wijst mogelijks op een onderschatting van type pro

25 fielen tijdens 13 uursmetingen, maar wordt waarschijnlijk ook veroorzaakt doordat remote sensing data beperkt zijn tot lagere SPM concentraties tengevolge van verzadiging. Daarenboven is de benadering van verticale profielen met een eenvoudige logaritmische functie, die geen rekening houdt met bezinking en verticale menging niettegenstaande de hoge lineaire correlatie coëfficiënt tussen de gefitte en de gemeten waarden (MOW1: R²=.77; Kwintebank: R²=.9) waarschijnlijk niet nauwkeurig voor type profielen dicht tegen de zeebodem. De zeer hoge SPM concentraties (>3. g l 1 op. mab en. g l 1 op mab) te MOW1 in de tripode data, die echter nooit gemeten werd door satellieten of tijdens 13 uursmetingen (maximum 1 g l 1 tijdens /), bevestigd dat de dynamica dicht tegen de bodem sterk beïnvloed wordt door golfinwerking. De vorming van hooggeconcentreerde sliblagen in golfgedomineerde gebieden en de verschillend met de dynamica in de rest van de waterkolom wordt beschreven in de literatuur (de Wit & Kranenburg, 1997; Li & Mehta, ; Winterwerp, )... Conclusies Er werd aangetoond dat de SPM concentratie afgeleid uit drie verschillende meetmethoden (tripode op vaste plaats, 13 uursmeting en satelliet) verschillende frequentieverdelingen opleveren. De analysen werden uitgevoerd voor MOW1, gelegen in het turbiditeitsmaximum, en voor de Kwintebank, gelegen in een gebied met lage turbiditeit. Om de SPM concentraties dicht tegen de bodem te kunnen vergelijken met de satellietdata werden correcties toegepast. Deze werden opgesteld uit de SPM concentratieprofielen opgemeten tijdens de 13 uursmetingen. De verschillen tussen de datasets kunnen worden verklaard door de verschillende meteorologische condities gedurende de metingen; doordat de SPM dynamica dicht tegen de bodem deels losgekoppeld is van de processen die zich hoger in de waterkolom afspelen; door de staalnamemethode; door de gebruikte correctie naar de oppervlakte die een logaritmisch profiel verondersteld en door meetfouten. De belangrijkste conclusies zijn: Tengevolge van de hoge tijdelijke en ruimtelijke variabiliteit van SPM concentratie in het turbiditeitsmaximum, zijn intensievere meetschema s nodig dan in de meer offshore gelegen gebieden met lage concentraties. SPM concentraties afkomstig van satelliet, 13 uursmeting en tripode zijn zeer gelijkaardig op de Kwintebank rekening houdend met de grotere meetonzekerheid in gebieden met lage turbiditeit. Satellieten of enkele 13 uursmetingen per jaar kunnen geen langdurige continue metingen vervangen in gebieden met hoge turbiditeit. Deze metingen geven enkel een deel van de hele populatie weer dat bovendien vertekend is naar goede weersomstandigheden en lente zomer perioden (satelliet). Sediment transport berekend met deze data zal altijd een onderschatting geven van de werkelijkheid. De gemiddelde SPM concentratie berekend uit willekeurige staalnamen per jaar is representatief voor de gemiddelde SPM concentratie van de hele populatie. Waneer een satelliet meetschema wordt gebruikt met een selectiecriterium voor significante golfhoogte (H s <. m) en staalnametijd, dan stellen stalen de SPM concentratie tijdens goede weersomstandigheden voor. De gemiddelde SPM concentratie berekend uit willekeurige 13 uursmetingen per jaar met een H s < 1.5 m als criterium, geeft gelijkaardige gemiddelde SPM concentraties als de hele populatie. De hoge SPM concentratie variabiliteit gedurende een getijcyclus wordt behouden, terwijl deze verloren gaat bij een satelliet meetschema. 5

26 De gemiddelde SPM concentratie afgeleid uit satelliet data is gelegen binnen één standaard afwijking van de gemiddelde uit de 13 uursmetingen op beide onderzochte locaties. Dit duidt op een goede overeenkomst tussen de verdelingen uit beide datasets. Indien op de SPM concentratie gemeten door de tripode en geëxtrapoleerd naar de oppervlakte een meetschema gelijkaardig als bij satellieten wordt toegepast, wordt een significant hoger gemiddelde bekomen dan dit afkomstig uit de satelliet SPM concentraties. De reden hiervoor zijn gelegen in de onzekerheden geassocieerd met de gebruikte extrapolatie en het feit dat hogere SPM concentraties (> mg l 1 ) uitgefilterd worden door verzadiging van de satelliet.

27 3. Profielen saliniteit en temperatuur Verticale salinteits en temperatuursstratificatie werd opgesteld met de data van de 13 uursmetingen, zie.1.. De figuren worden in appendix gegroepeerd, hierbij werd het ontbrekende onderste deel van het profiel met een lineaire regressie tussen de waterdiepte en de saliniteit/temperatuur berekend. In tabel 3.1 wordt het maximaal gemeten verschil tussen de onderste en bovenste waarneming in een profiel tijdens de 13 uursmeting weergegeven samen met het maximaal verschil tijdens een getij (horizontale gradiënt). De verticale verschillen zijn over het algemeen kleiner dan 1 (. C). Enkele uitschieters in saliniteit werden waargenomen te MOW1 (1.7) en Kwintebank (5.5). Tabel 3.1: Maximale verticale en horizontale saliniteits en temperatuursgradiënt per getij. Id Nr Locatie Verticaal Horizontaal Saliniteit Temperatuur Saliniteit Temperatuur ( C) ( C) SBE19 SBE9 SBE19 SBE9 1/ A MOW /7 B MOW / A MOW /15 Kwintebank /17 Kwintebank / MOW /5 Kwintebank / Kwintebank /5 Kwintebank / MOW /5 A MOW / MOW /7 A MOW /15 A Kwintebank /15 B MOW /9 MOW / MOW /1 A MOW /11 A Kwintebank /11 B MOW /1 MOW /5 B MOW / A MOW / B Kwintebank In tabel 3. worden de horizontale gradiënten per getij tijdens de tripodemetingen getoond. De resultaten tonen dat het maximaal verschil in saliniteit en temperatuur tijdens een getij kan oplopen tot. (1. C) in de kustzone ter hoogte van Zeebrugge. De mediaan van deze horizontale gradiënten bedraagt.75 (.35 C) en.73 (.35 C) te MOW1 en 7

28 Blankenberge respectievelijk. De cummulatieve frequentieverdeling hiervan worden getoond in figuur 3.1. Uit de figuur blijkt dat een salinteitsverschil van of meer tijdens een getij in 1% van de data teruggevonden wordt. Tabel 3. Maximale en mediane saliniteits en temperatuursgradiënt per getij tijdens tripode metingen te MOW1 en Blankenberge Locatie Periode Saliniteit Temperatuur Max D5 Max D5 MOW1 oct nov MOW1 feb MOW1 apr MOW1 jun jul MOW1 nov dec MOW1 feb MOW1 mar apr MOW1 may jun Blank nov dec Blank dec feb Blank jan feb Blank mar apr Blank apr jun Blank may jun Figuur 3.1: Cumulatieve frequentieverdeling van de maximale saliniteits en temperatuursverschillen tijdens een getij. Data afkomstig van tripode metingen te MOW1 en Blankenberge.

29 . Referenties Badewien TH, Zimmer E, Bartholomä A, Reuter R (9) Towards continuous long term measurements of suspended particulate matter (SPM) in turbid coastal waters. Ocean Dynamics, 59:7 3. doi:1.17/s Bartholomä A, Kubicki A, Badewien TH, Flemming BW (9) Suspended sediment transport in the German Wadden Sea seasonal variations and extreme events. Ocean Dynamics, 59: doi:1.17/s Blewett J, Huntley DA (199) Measurement of suspended sediment transport processes in shallow water off the Holderness Coast, UK. Marine Pollution Bulletin, 37:13 13 Bograd SJ, Rabinovich AB, Thomson RE, Eert AJ (1999). On sampling strategies and interpolation schemes for satellite tracked drifters. Journal of Atmospheric and Oceanic Technology, 1:93 9 Bowers DG, Boudjelas S, Harker GEL (199) The distribution of fine suspended sediments in the surface waters of the Irish Sea and its relation to tidal stirring. International Journal of Remote Sensing, 19:79 5 Bowers DG, Gaffney S, White M, Bowyer P () Turbidity in the southern Irish Sea. Continental Shelf Research, :115 1 Buijsman MC, Ridderinkhof H (7). Long term ferry ADCP observations of tidal currents in the Marsdiep inlet. Journal of Sea Research, 57: doi:1.11/j.seares..11. Cacchione DA, Drake DE, Kayen RW, Sternberg RW, Kineke GC, Tate GB (1995) Measurements in the bottom boundary subaqueous delta. Marine Geology, 15:35 57 Caeiro S, Painho M, Goovaerts P, Costa H, Sousa S (3). Spatial sampling design for sediment quality assessment in estuaries. Environmental Monitoring & Software, 1: doi:1.11/s13 15(3)13 de Wit PJ, Kranenburg C (1997) The wave induced liquefaction of cohesive sediment beds. Estuarine Coastal and Shelf Science, 5:1 71 Downing J () Twenty five years with OBS sensors: The good, the bad, and the ugly. Continental Shelf Research, : doi:1.11/j.csr Doxaran D, Froidefond J M, Lavender S, Castaing P () Spectral signatures of highly turbid waters. Application with SPOT data to quantify suspended particulate matter concentrations. Remote Sensing of Environment, 1:19 11 Doxaran, D, Froidefond J M, Castaing P, Babin M (9) Dynamics of the turbidity maximum zone in a macrotidal estuary (the Gironde, France): Observations from field and MODIS satellite data. Estuarine Coastal and Shelf Science, 1: doi:1.11/j.ecss Eleveld MA, Pasterkamp R, van der Woerd HJ, Pietrzak JD () Remotely sensed seasonality in the spatial distribution of sea surface suspended particulate matter in the southern North Sea. Estuarine Coastal and Shelf Science, : doi:1.11/j.ecss Fettweis M () Uncertainty of excess density and settling velocity of mud derived from in situ measurements. Estuarine Coastal and Shelf Science, 7: 3. doi:1.11/j.ecss..1.7 Fettweis M, Nechad B, Van den Eynde D (7) An estimate of the suspended particulate matter (SPM) transport in the southern North Sea using SeaWiFS images, in situ measurements and numerical model results. Continental Shelf Research, 7: doi:1.11/j.csr Fettweis M, Francken F, Van den Eynde D, Verwaest T, Janssens J, Van Lancker V. (1) Storm influence on SPM concentrations in a coastal turbidity maximum area with high anthropogenic impact (southern North Sea). Continental Shelf Research. 9

30 doi:1.11/j.csr Hall P, Davies AM (5) The influence of sampling frequency, non linear interaction, and frictional effects upon the accuracy of the harmonic analysis of tidal simulations. Applied Mathematical Modelling, 9: doi:1.11/j.apm Hoitink AJF, Hoekstra P (5) Observations of suspended sediment from ADCP and OBS measurements in a mud dominated environment. Coastal Engineering, 5: doi:1.11/j.coastaleng..9.5 Lauwaert B, Fettweis M, Cooreman K, Hillewaert H, Moulaert I, Raemaekers M, Mergaert K, De Brauwer D () Syntheserapport over de effecten op het mariene milieu van baggerspeciestortingen. BMM, DVZ & amt rapport, BL//1, 5pp. Lauwaert B, De Brauwer D, Fettweis M, Hillewaert H, Hostens K, Mergaert K, Moulaert I, Parmentier K, Verstraeten J () Syntheserapport over de effecten op het mariene milieu van baggerspeciestortingen (vergunningsperiode ). BMM, ILVO & amt rapport, BL//1, 7pp+ app. Lauwaert B, Bekaert K, Berteloot M, De Brauwer D, Fettweis M, Hillewaert H, Hoffman S, Hostens K, Mergaert K, Moulaert I, Parmentier K, Vanhoey G, Verstraeten J () Syntheserapport over de effecten op het mariene milieu van baggerspeciestortingen (vergunningsperiode ). BMM, ILVO, ak & amt rapport, BL//1, 1pp. Lauwaert B, Bekaert K, Berteloot M, De Backer A, Derweduwen J, Dujardin A, Fettweis M, Hillewaert H, Hoffman S, Hostens K, Ides S, Janssens J, Martens C, Michielsen T, Parmentier K, Van Hoey G, Verwaest T (9a) Synthesis report on the effects of dredged material disposal on the marine environment (licensing period 9). Report by BMM, ILVO, CD, amt and WL BL/9/1. 73pp. Lauwaert B, Bekaert K, Berteloot M, De Backer A, Derweduwen J, Dujardin A, Fettweis M, Hillewaert H, Hoffman S, Hostens K, Ides S, Janssens J, Martens C, Michielsen T, Parmentier K, Van Hoey G, Verwaest T (9b) Syntheserapport over de effecten op het mariene milieu van baggerspeciestortingen (vergunningsperiode 9). Report by BMM, ILVO, CD, amt and WL BL/9/1. 1pp. Li MZ, Amos CL, Heffler DE (1997) Boundary layer dynamics and sediment transport under storm and non storm conditions on the Scotian Shelf. Marine Geology, 11: Li Y, Mehta AJ () Fluid mud in the wave dominated environment revisited. In: Coastal and Estuarine Fine Sediment Dynamics. In: McAnally WH, Mehta AJ (eds) Coastal and Estuarine Fine Sediment Dynamics, Proceedings in Marine Science 3, Elsevier, Amsterdam, Limpert E, Stahel W, Abbt M (1) Log normal distributions across the sciences: Keys and clues. BioScience, 51:31 35 Ma Y, Wright LD, Friedrichs CT () Observations of sediment transport on the continental shelf off the mouth of the Waiapu River, New Zealand: Evidence for currentsupported gravity flows. Continental Shelf Research, : doi:1.11/j.csr Nechad B, De Cauwer V, Park Y, Ruddick KG (3) Suspended Particulate Matter (SPM) mapping from MERIS imagery. Calibration of a regional algorithm for the Belgian coastal waters. ESA MERIS user workshop, 1 13th November 3 Nechad B, Ruddick KG, Park Y (1) Calibration and validation of a generic multisensor algorithm for mapping of Total Suspended Matter in turbid waters. Remote Sensing of Environment, 11:5. doi:1.11/j.rse Ogston AS, Cacchione DA, Sternberg RW, Kineke GC () Observations of storm and river flood driven sediment transport on the northern California continental shelf. Continental Shelf Research, :11 1 Pepper DA, Stone GW () Hydrodynamic and sedimentary responses to two contrasting winter storms on the inner shelf of the northern Gulf of Mexico. Marine Geology, 1:3. doi:1.11/j.margeo..5. PIANC () Minimising harbour siltation. PIANC report No 1, pp. 3

31 Ruddick KG, Ovidio F, Rijkeboer M () Atmospheric correction of SeaWiFS imagery for turbid coastal and inland waters. Applied Optics, 39:97 91 Ruhl CA, Schoelhammer DH, Stumpf RP, Lindsay CL (1) Combined use of remote sensing and continuous monitoring to analyse the variability of suspended sediment concentrations in San Francisco Bay, California. Estuarine Coastal and Shelf Science, 53:1 1. doi:1.1/ecss..73 Schleppi P, Waldner PA, Fritschi B () Accuracy and precision of different sampling strategies and flux integration methods for runoff water: comparisons based on measurements of the electrical conductivity. Hydrological Processes, : doi:1.1/hyp.57 Shindo K, Otsuki A (1999). Establishment of a sampling strategy for the use of blue mussels as an indicator of organotin contamination in the coastal environment. Journal of Environmental Monitoring, 1:3 5 Soulsby R (1997) Dynamics of marine sands. Thomas Telford Publications, London. 9pp Van den Eynde D, Nechad B, Fettweis M, Francken F (7) SPM dynamics in the southern North Sea derived from SeaWifs imagery, in situ measurements and numerical modelling. In: Maa JP Y, Sanford LP, Schoelhammer DH (eds) Estuarine and coastal fine sediment dynamics. Proceedings in Marine Science. Elsevier, Amsterdam, pp Wang M, Son S, Shi W (9) Evaluation of MODIS SWIR and NIR SWIR atmospheric correction algorithms using SeaBASS data. Remote Sensing of Environment 113:35. doi:1.11/j.rse Werdell PJ, Bailey SW, Franz BA, Harding LW, Feldman GC, McClain CR (9) Regional and seasonal variability of chlorophyll a in Chesapeake Bay as observed by SeaWiFS and MODIS Aqua. Remote Sensing of Environment, 113: doi: 1.11/j.rse.9..1 Winterwerp J () Stratification effects by fine suspended sediment at low, medium and very high concentrations. Journal of Geophysical Research, 111:C51. doi:1.19/5jc319 Zawada DG, Hu C, Clayton T, Chen Z, Brock JC, Muller Karger FE (7) Remote sensing of particle backscattering in Chesapeake Bay: A year SeaWiFS retrospective view. Estuarine, Coastal and Shelf Science, 73:79. doi:1.11/j.ecss

32 COLOPHON Dit rapport werd voorbereid door de BMM in juni 1 Zijn referentiecode is MOMO/5/MF/1/NL/AR/1. Status draft finale versie herziene versie vertrouwelijk Beschikbaar in het Engels Nederlands Frans Indien u vragen hebt of bijkomende copies van dit document wenst te verkrijgen, gelieve een e mail te zenden naar met vermelding van de referentie, of te schrijven naar: BMM 1 Gulledelle B 1 Brussel België Tel: Fax: BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE SUMO GROEP 3

33 APPENDIX 1 Fettweis, M., Nechad, B., Van Lancker, V., Van den Eynde, D. 1. Evaluation of in situ and remote sensing sampling methods of SPM concentration. AGU Ocean Science Meeting, February, Portland (USA)

34 Evaluation of in situ and remote sensing sampling methods of SPM concentration Michael Fettweis, Bouchra Nechad, Vera Van Lancker, Dries Van den Eynde Royal Belgian Institute of Natural Science, Management Unit of the North Sea Mathematical Models (MUMM), Gulledelle 1, Brussels, Belgium ( Time series of in situ SPM concentration and satellite imagery are valuable data sources for the analysis of suspended-sediment transport in coastal or estuarine areas. Still, shortcomings remain, with satellite imagery suffering from a low temporal resolution and only related to surface data, whilst in situ measurements have a limited spatial resolution. Ship time and budget are often limited; it is thus of primary importance to choose a sampling method or a combination of methods, providing a representative sub-sample of the population in the time- and space domain. If long-term variations, induced by natural changes or anthropogenic effects, need resolving, overprinting tidal, neap-spring as also seasonal signals need filtering. This requires sufficiently dense sampling in time and long data series. To our knowledge only few efforts are being made to design or to evaluate existing sampling schemes. Often the best sampling strategy cannot be chosen, as it depends also on the availability of remote sensing and in situ data. Autonomous stations (tripods) with an almost continuous measurement of SPM concentration are relatively easy to design; however optical remote sensing images, available at lower time resolution and fair weather conditions only, often miss the occurring high ranges of SPM concentration during storms. Knowledge on the uncertainty, introduced by the sampling method and instrumentation, is therefore important in data interpretation, as well as data assimilation. The aim of the presentation is the evaluation of the temporal SPM heterogeneity in the Belgian nearshore, using a large set of SPM concentration data from MODIS (MODerate resolution Imaging Spectroradiometer) ocean colour satellite and from in situ measurements (tidal cycle, tripod). As match-ups (satellite picture at the same time as in situ measurements) are scarce, statistical methods are used to evaluate the differences and similarities in the data sets. This approach is new and allows comparing different data sets, not necessarily sampled at the same moment in time. Further, the sampling strategy is analysed and the representativeness of the different data sets is discussed.

35 APPENDIX Chen P, Yu J, Fettweis M, Van den Eynde D, Maggi F. 1. Flocculation in a nutrient rich coastal area (southern North Sea): Measurements and modelling. Poster at AGU Ocean Science Meeting, February, Portland (USA).

36 Flocculation in a nutrient-rich coastal area (southern North Sea): Measurements and modeling Peihung Chen, Jason Yu National Sun Yat-sen University, Department of Marine Engineering, Kaohsiung, Taiwan Michael Fettweis, Dries Van den Eynde Royal Belgian Institute of Natural Science, Management Unit of the North Sea Mathematical Models (MUMM), Gulledelle 1, Brussels, Belgium Federico Maggi The University of Sydney, School of Civil Engineering J5, Sydney NSW, Australia Knowledge on cohesive sediment transport processes is required to predict the distribution of suspended and deposited cohesive sediments in natural or anthropogenically created environments such as navigation channels and harbours. Settling of mud flocs is controlled by flocculation and hence also determines the transport of cohesive sediments. Flocculation is the process of floc formation and break-up which has a direct impact on settling velocity. The settling velocity is a function of the particle size and excess density and varies strongly in natural environments because Suspended Particulate Matter (SPM) consists of a population of flocs with heterogeneous sizes, densities, shapes and constituents (e.g. Eisma and Kalf, 197). Natural SPM comprises many different substances with concentrations that are generally site specific and time varying. Although an accurate taxonomy is currently lacking, the SPM can be divided by inorganic and organic fractions. The inorganic fraction mainly consists of clay minerals, carbonates, quartz and other silicates. The organic fraction of the SPM is prevalently made of a variety of micro-organisms, their metabolic products, residuals from dead organisms, and fecal pellets (e.g. Mehta, 199; Droppo et al., 1997; Grossart et al., 3; Bhaskar et al., 5;). The two fractions of the SPM are intimately related by physical, biological and chemical processes which make the SPM a complex, reactive biomaterial distributed in the water body. Maggi (9) presented a flocculation model where a coupling between the mineral and micro-organism dynamics was implemented. The model was calibrated using in situ measurements of SPM concentration, turbulent shear rate and average floc size collected in the Belgian North Sea (Fettweis et al., ). Using the tuned coefficients, the model described the particle size observations well. The significant influence of micro-organism and organic matter on the particle size as well as the well-known variation of particle size with turbulent shear stress could be reproduced. The aim of the presentation is to show results of calibration of the model against a large set of SPM concentration and particle size measurements from different location on the Belgian continental shelf, extended with turbulence shear rate modeled with COHERENS-3D. Refernces Bhaskar, P.V., Grossart, H.P., Bhosle, N.B., Simon, M., 5. Production of macroaggregates from dissolved exopolymeric substances (EPS) of bacterial and diatom origin. FEMS Microbiology Ecology 53, 55. Droppo, I.G., Leppard, G.G., Flanning, D.T., Liss, S.N., The freshwater floc: a functional relationship of water and organic and inorganic floc constituents affecting suspended sediment properties. Water, Air and Soil Pollution 99, 3 5. Eisma, D., Kalf, J Distribution, organic content and particle size of suspended matter in the North Sea. Netherlands Journal of Sea Research, 1, 5-5. Maggi, F. 9. Biological flocculation of suspended particles in nutrient-rich aqueous ecosystems. Journal of Hydrolog, 37, Fettweis, M., Francken, F., Pison, V., Ven den Eynde, D.,. Suspended particulate matter dynamics and aggregate sizes in a high turbidity area. Marine Geology, 35, 3 7. Grossart, H.P., Kiorboe, T., Tang, K., Ploug, H., 3b. Bacterial colonization of particles: growth and interactions. Applied and Environmental Microbiology, 9, Mehta, A.J., 199. On estuarine cohesive sediment suspension behavior. Journal of Geophysical Research Oceans 9 (c1),

37 Introduction Paper Number: G35B- Flocculation in a nutrient-rich coastal area (southern North Sea): Measurements and modeling Peihung Chen 1, Jason C-S Yu 1, Michael Fettweis, Dries Van den Eynde and Federico Maggi 3 1 National Sun Yat-sen University, Department of Marine Engineering, Kaohsiung, Taiwan Royal Belgian Institute of Natural Science, Management Unit of the North Sea Mathematical Models (MUMM), Gulledelle 1, Brussels, Belgium 3 The University of Sydney, School of Civil Engineering J5, Sydney NSW, Australia The Belgian and southern Dutch coastal waters are an effective trap for fine-grained cohesive sediments. Most of these suspended sediments originate from the English Channel transported into the North Sea through the Dove Strait. Continuous dredging and dumping activities in the Belgian coastal water and harbors add about 1 millions tons of dry matter annually, from which 7% is silt and clay (Fettweis et al., ). These are the main sources of recent fine grained sediments in the southern North Sea (Fig.1 ). Natural Suspended Particulate Matter (SPM) comprises many different substances with concentrations that are generally site specific and time varying. The SPM can be divided by inorganic and organic fractions. The inorganic fraction mainly consists of clay minerals, carbonates, quartz and other silicates. The organic fraction of the SPM is prevalently made of a variety of micro-organisms, their metabolic products, detritus, and fecal pellets (e.g. Mehta, 199; Droppo et al., 1997; Grossart et al., 3; Bhaskar et al., 5). Settling of mud flocs is controlled by flocculation and hence also determines the transport of cohesive sediments. Flocculation is the process of floc formation and break-up which has a direct impact on settling velocity. The settling velocity is a function of the particle size and excess density and varies strongly in natural environments because SPM consists of a population of flocs with densities, heterogeneous sizes, shapes and constituents (e.g. Eisma and Kalf, 197; van Leussen, 199). A flocculation model (BFLOC) proposed by Maggi (9) taking the coupling effects between the mineral and micro-organism Fig. 1 SPM distribution in the North Sea Bottom sediment sample. dynamics was calibrated using two sets of in situ data collected in the Belgian North Sea (Fettweis et al., ). The model has shown significant influence of micro-organism and organic matter on the particle size and the variation of particle size with turbulence. The aim of this poster is to show the results of calibration of the model against a larger set of SPM measurements from different location on the Belgian continental shelf, extended with turbulence shear rate modeled with COHERENS-3D. Flocs observed from the time series through out a complete tidal cycle during several years and seasons are analyzed and compared with various variables measured at the same time, i.e. SPM, POC. Sensitivity tests are carried out for understanding the influences of each parameter. Modeled floc sizes with the tuned parameters during tidal cycles have shown good agreement for some sets of data. The possible causes of those model results not fitted with the measurements are also discussed. Sampling bottles LISST OBS Fig. (a,left) Instrument setup aboard; (b,right) Data and analysis Data collected during 3 and (see Table 1) on the Belgian continental shelf are discussed here (see figure 1 for the sites). These are ship board measurements for a complete tidal cycle (13 hours) which consist of in situ observations of SPM using OBS and floc sizes with LISST 1 optical sensors (figure ). Water samples were taken for lab experiments on SPM for OBS-SPM calibration and the POC/PON for organic fractions in the SPM. Continuous filtration of the water was also carried out for analyzing the primary particles. Velocities were measured by current meter or shipboard ADCP. The currents, surface elevation and turbulent kinetic energy have been computed for these measuring periods using a 3D hydrodynamic operational model for the Belgian continental shelf (OPTOS- BCS). The turbulence closure scheme used in OPTOS-BCS describes the turbulent energy dissipation as the product of a velocity and a length scale Mellor and Yamada (197). Parameters were first analyzed in order to find their correlations. OBS backscatter data are compared with sampled SPM have shown strong correlation (see Table and Figure 3), and used for calibrating the SPM time series observed from OBS. The biomass concentrations are calculated using the sampled POC/PON fraction of the SPM. Higher organic fractions can be observed with lower SPM concentrations (Fiure ). The relation between Kolmogrov micro-scale(λ) and current velocity is also obtained for computing the turbulent shear rates in the BFLOC model (Figure 5). Table Parameters used for sensitivity test Date Set: -1, -5-A (ref: 3- from Maggi (9)) No. Parameter Original value % of the value Min Max (p) (σ ) (p-3σ ) (p+3σ ) 1 ' ka [ ] ' kb [ ] η [s -1 ] max K m [M] β [ ] Date Set: 3-15, 3-5, -5-B (ref: --5 from Maggi (9)) No. Parameter Original value % of the value Min Max (p) (σ ) (p-3σ ) (p+3σ ) 1 ' ka [ ] ' kb [ ] Table 1 Tidal cycle measurements, further the linear regression coefficients between the OBS signal and the SPM concentration from filtrations are shown (TM= coastal turbidity maximum) Nr. Data Location Area SPM=A+B OBS //3 Kwinebank Offshore /1/3 Kwinebank Offshore /7/ B&W Oostende TM A -9/11/ MOW1 TM B 9-1/11/ Hinderbank Offshore A B (POC+PON)/SPM (%) Fig. 3 OBS-SPM Calibration. Fig. Organic fractions in SPM. Fig. 5 Current-Turbulence. 3 η [s -1 ] max K m [M] β [ ] Table 3 RMSE between the BFLOC model results and the measured floc sizes using calibrated parameters. Nr. ref: Michael Fettweis, SPM ± stdv D f ±stdv d ±stdv Tuned parameter RMSE(µm) Original Tuned O T ±1.1 1±3.±. kb = ka = ±1 75±.± ±1 1± 3.3±. kb ' = A 9±5 ±5 1.7±.3 ka ' = kb ' = B 3.± ±3 3.5±.3 kb ' = Results of the Biological Flocculation Model Maggi (9) presented a flocculation model where a coupling between the mineral and micro-organism dynamics was implemented. The model was calibrated using two sets of in situ measurements of SPM concentration, turbulent shear rate and average floc size collected in the Belgian North Sea (Fettweis et al., ). Using the coefficients tuned by Maggi (9), the model described the particle sizes well comparing with the observations. The significant influence of biomass on the particle size can clearly observed. A sensitivity test has been carried out for the 5 parameters used in the BFLOC model, i.e. the aggregation parameter; breakup parameter; the biomass growth rate; half-saturation concentration and carrying capacity coefficient. A similar Monte Carlo analysis was carried out to characterize the parameters. We applied five independent normally-distributed probability density functions to the parameters with the averages obtained from standard deviation equal to % of each parameters (σ) according to the parameters of Maggi (9). The range of parameter values was limited to ±3 times the standard deviation in 3 replicate test (see Table ). Root mean square errors (RMSE) of each test set are calculated. The best parameters for each measurement are listed in Table 3. The RMSE can be improved from 5.33µm down to.9µm for the measurement -5-A. There are no significant improvements but well fitted with the observations for the sets 3-5 and -1 (Figure a). The worst predictions are for the 3-15 (Fig b) and -5-B, though RMSE could decrease (See Table3). The floc sizes of these two data sets are mostly biger than 1µm (1±3µm, 115±3µm). The floc sizes of these two measurements are not well distributed from the LISST records (see Figure 7). This may due to the real particles are mostly larger than 5µm which were exceeded the valid LISST record range. And, thus caused the modeled results based on the biological flocculation depart from the observations. Further study will be required, e.g. correction of the floc size distribution patterns will be necessary for verifying the influences. Floc size(um) Floc size(um) -1(B&W Oostende) in-situ 1 BFLOC(org) 1 BFLOC(ka') 15-Jul 15:5 15-Jul 17:3 15-Jul 19:31 15-Jul 1:5 15-Jul 3:1 1-Jul 1:1 1-Jul 3:5 1-Jul : (Kwintebank) 3 in-situ BFLOC(org) 1 BFLOC(kb') 1 11-Jun 1:5 11-Jun :13 11-Jun :1 11-Jun 3:9 1-Jun 1:37 1-Jun 3:5 1-Jun 5:13 1-Jun 7: Fig. Modeled time series from (a, up) the better fitted results; (b,low) not fitted results. Fig. 7 Particle (floc) size distribution of the SPM measured by the LISST as function of volume concentration Conclusions Five data sets of SPM measurements in Belgian coastal area are further studied and the floc dynamics are modeled after Maggi (9). Data sets with fine particles are well modeled using calibrated parameters. Two sets of measurements were not well predicted by the flocculation model are investigated. This may cause by the uncertainties of the LISST records since the particles are exceeding the valid instrument ranges. Further study on this issue will be necessary. References Bhaskar, P.V., Grossart, H.P., Bhosle, N.B., Simon, M., 5. Production of macroaggregates from dissolved exopolymeric substances (EPS) of bacterial and diatom origin. FEMS Microbiology Ecology 53, 55. Droppo, I.G., Leppard, G.G., Flanning, D.T., Liss, S.N., The freshwater floc: a functional relationship of water and organic and inorganic floc constituents affecting suspended sediment properties. Water, Air and Soil Pollution 99, 3 5. Eisma, D., Kalf, J., 197. Distribution, organic content and particle size of suspended matter in the North Sea. Netherlands Journal of Sea Research, 1, 5-5. Fettweis, M.,.Unvertainty of excess density and settling velocity of mud flocs derived from in situ measurements. Estuarine, coast and shelf science, 7, 3. Fettweis, M., Francken, F., Pison, V., Ven den Eynde, D.,. Suspended particulate matter dynamics and aggregate sizes in a high turbidity area. Marine Geology, 35, 3 7. Grossart, H.P., Kiorboe, T., Tang, K., Ploug, H., 3b. Bacterial colonization of particles: growth and interactions. Applied and Environmental Microbiology, 9, Maggi, F., 9. Biological flocculation of suspended particles in nutrient-rich aqueous ecosystems. Journal of Hydrolog, 37, Mehta, A.J., 199. On estuarine cohesive sediment suspension behavior. Journal of Geophysical Research Oceans 9 (c1), Van Leussen, W., 199. Estuarine macroflocs and their role in fine-grained sediment transport. Ph. D. thesis, University of Utrecht, The Netherland.

38 APPENDIX 3 Fettweis M, Van den Eynde D, Francken F, Van Lancker V. SPM dynamics measured with an automated tripod in the Belgian nearshore area: natural dynamics and anthropogenic effects. Liège Colloquium, 3 April 1

39 SPM dynamics measured with an automated tripod in the Belgian nearshore area: natural dynamics and anthropogenic effects FETTWEIS M 1, VAN DEN EYNDE D 1, FRANCKEN F 1, VAN LANCKER V 1 1 Royal Belgian Institute of Natural Sciences, MUMM, Belgium Large amounts of sediments are dredged in the Belgian nearshore area to maintain ships access to ports and harbours. The EU Marine Water Framework Directive provides a framework that embodies the principles of environmental protection, improvement and restoration on an integrated basis. In addition, the WFD specifies that there must be no temporal deterioration in chemical and biological status for many water bodies, and identifies (Annex VIII) material in suspension as one of the main pollutants. When human activities occur in habitats characterised by cohesive seabed sediments or by high turbidities, resuspension of material or dredging and dumping can result in higher concentrations of suspended particulate matter (SPM), which can spread over large areas. The manner in which the system reacts to engineering works needs to be understood to ensure cost-effective operations at sea, to better gauge the human footprint, and to develop environmental policies aiming at a more sustainable management of the marine environment. Reference situations are rarely available in the marine environment and, therefore, true impacts are difficult to be assessed unambiguously. In situ data have been collected near Zeebrugge in the framework of a scientific experiment that was set up by the Ministry of the Flemish Community during May 9 in order to evaluate an alternative dredging method for the Albert II dock (port of Zeebrugge). The dredged matter was directly pumped outside the port and the SPM concentration and other parameter were measured using a tripod at about km from the dumping site. Data have been collected before, during and after the dredging works. Mounted instruments on the tripod include a SonTek 3 MHz ADP, a SonTek 5 MHz ADV Ocean, a Sea-Bird SBE37 CT system, two OBS (one at. and another at m above bed (mab), a LISST 1 and two SonTek Hydra systems for data storage and batteries. In order to measure changes of a natural highly dynamic quantity it is of primary importance to choose a sampling method, providing a representative sub-sample of the population in the time- and space domain. If long-term variations, induced by natural changes or anthropogenic effects, need resolving, overprinting tidal, neap-spring as also seasonal signals need filtering. This requires sufficiently dense sampling in time and long data series together with the uncertainty, introduced by the sampling method and instrumentation. The aim of the measurements was to investigate the effects of dumping works on the SPM concentration and to evaluate the temporal SPM heterogeneity in the Belgian nearshore, using a large set of SPM concentration. Statistical methods, based on probability density and auto correlation functions are used to evaluate the data sets. 1 Royal Belgian Institute of Natural Sciences, Management Unit of the North Sea Mathematical Models, Gulledelle 1, 1 Brussels, Belgium

40 (Mar - Apr ) SPM dynamics measured with an automated tripod in the Belgian nearshore area: natural dynamics and anthropogenic effects M. FETTWEIS, D. VAN DEN EYNDE, F. FRANCKEN, V. VAN LANCKER Royal Belgian Institute of Natural Science (RBINS), Management Unit of the North Sea Mathematical Models (MUMM), Gulledelle 1, 1 Brussels, Belgium, E mail: INTRODUCTION Many access channels and harbours suffer from sedimentation of fine sediments and formation of fluid mud layers. Conventional dredging methods with trailer suction dredgers, and disposal of the dredged material at designated locations, incur substantial costs. In May 9 an experimental study was carried out in the port of Zeebrugge (Albert II dock) to investigate whether the thickness of the mud layer with a density lower than 1 kg/m³, could be reduced by pumping using a cutter dredger. The dredged matter was pumped over the harbour breakwater into the sea at a location closer to the shore and the port as compared to the existing disposal sites (Lauwaert et al., 9). The investigations performed during the disposal experiment consist of measurements in the water column (e.g. temperature, salinity, SPM concentration, particle size and current velocity) at a fixed location situated about 3 km west of the disposal site to evaluate far field effects. Although the evaluation of the project was negative in terms of efficiently reducing the thickness of the fluid mud layer insight was gained in the monitoring efforts needed to assess the impact on SPM concentration outside the port. Fluid mud from the port of Zeebrugge METHOD A tripod has been deployed for days during measuring periods before, during and after the experiment. SPM concentration was measured at. m and m above bed. Disposal location of dredged material Tripod location The SPM concentration variability at Blankenberge is the result of various processes related to tides, storms and seasonal changes. In order to identify the effects from dredged material disposal, statistical methods are used. By constructing frequency distributions of different data sets we can calculate using standard statistic tests if two distributions are drawn from the same distribution function. If disposal of dredged material over the western breakwater of the port has an impact on SPM concentration then this should be detected in variations of statistical parameters during the data collected during the field experiment (see Fettweis & Nechad, 1). Further, changes in SPM concentration due to disposal could results in a shift of the SPM concentration maxima during the tides. Above: Albert II dock (port of Zeebrugge) and the dredging locations. Right: Bathymetry in the southern North Sea and the tripod location at Blankenberge Probability density (Nov-Dec ) x*=3 mg/l s*=.93 p=1. Probability density (Nov-Dec ) x*=1 mg/l s*=. p=.93 Tripod deployment at Blankenberge Probability density (Dec - Feb 7) x*=39 mg/l s*=.97 p= Probability density (Dec - Feb 7) x*=19 mg/l s*=.3 p=.93 Probability density (Jan - Feb ) x*=13 mg/l s*=.3 p=.77 Probability density (Jan - Feb ) x*=15 mg/l s*=. p= Probability density..1 x*=9 mg/l s*=3.1 p=.9 Probability density..1 (Mar - Apr ) x*=15 mg/l s*=. p=.99 Probability density Probability density (Apr - Jun ) x*=5 mg/l s*=.71 p=.53 (May - Jun 9) x*=5 mg/l s*=.5 p= mab Probability density Probability density (Apr - Jun ) x*=1 mg/l s*=.1 p=.1 (May - Jun 9) x*=19 mg/l s*=. p= mab Probability density distribution of the SPM concentration data at. mab (left) and mab (right) during the measuring periods and the corresponding log normal probability density functions and Χ² test probability p. The data are binned in classes of 5 mg l 1, the dashed lines correspond to the median x* times/over the multiplicative standard deviation s*. The field experiment took place duirng period SPM concentration at. mab (SPM1) and mab (SPM) and tide averaged data during periods 1, 5 and (field experiment) Numerous morphological, and sedimentological effects result from dredging and disposal works in nearshore areas. The current study focuses on the effects of a continuously disposal of fine grained dredged material on the increase of SPM concentration and on the possible formation of fluid mud close to the shoreline. The major conclusion from the data are: There is a dominant quarter diurnal signal in the time series. The spring neap tidal signal is clearly visible during calm weather; SPM concentrations maxima were sometimes up to 5 times higher than the minima; The very high SPM concentrations near the bed during winter and autumn are caused by storms and suggest that high concentrated mud layers or fluid layers are formed (Fettweis et al., 1); During the field experiment (May June 9) the near bed dynamics was mainly influenced by HCBS layers, whereas at mab a spring neap tidal signal could be identified CONCLUSION Harbour authorities world wide are obliged to dredge their major shipping channels, and subsequently to dispose of the dredge spoil offshore. This study provided a statistical technique to evaluate the effects of disposal operations in a highly turbid area with high natural variability. The following arguments show that the disposal of dredged matter have caused an increase in SPM concentration: The SPM concentration near the bed (. mab) was exceptionnally high during the field experiment. The median SPM concentration was mg/l higher than during measuring period 1 (high autumn SPM concentration) and about 33 mg/l higher than during the same period in. The port and the disposal site are situated in ebb direction of the measuring location. During the experiment a generally higher SPM concentration near the bed during ebb and at mab during flood was observed, suggesting that disposal of dredged material is mainly transported in the benthic layer. The time lag between high wave and high SPM concentration proves that the SPM has been advected towards the measuring location rather than eroded locally. Further readings: Fettweis M, Nechad B (1) Evaluation of in situ and remote sensing sampling methods for SPM concentrations, Belgian continental shelf (southern North Sea). Ocean Dynamics (in revision) Fettweis M, Francken F, Van den Eynde D, Verwaest T, Janssens J, Van Lancker V (1) Storm influence on SPM concentrations in a coastal turbidity maximum area with high anthropogenic impact (southern North Sea). Continental Shelf Research (in revision) Lauwaert B, Bekaert K, Berteloot M, De Backer A, Derweduwen J, Dujardin A, Fettweis M, Hillewaert H, Hoffman S, Hostens K, Ides S, Janssens J, Martens C, Michielsen T, Parmentier K, Van Hoey G, Verwaest T (9) Synthesis report on the effects of dredged material disposal on the marine environment (licensing period 9). Report by MUMM, ILVO, CD, amt and WL BL/9/1. 73pp. This study was funded by the Maritime Access Division of the Ministry of the Flemish Community, within the framework of the MOMO project and partly by the Belgian Science Policy projects QUESTD (SD/NS/A).

41 APPENDIX Baeye M, Fettweis M, Van Lancker V, Francken F. 1. Monitoring morphological changes using near bed ADV altimetry. Liège Colloquium, 3 April 1

42 Monitoring Morphological Changes using near-bed ADV Altimetry. BAEYE, M. 1, FETTWEIS, M., FRANCKEN, F., VAN LANCKER, V. 1 Ghent University, Belgium Management Unit of the North Sea Mathematical Models, Belgium Morphological changes of the bottom is of interest to many coastal and offshore applications such as engineering works (windmills, harbour construction, dredging), aggregate extraction, the underwater heritage protection and the object burial in general. The objective of this study is understanding seabed morphodynamics, comprising several spring/neap tidal cycles. Continuous time series were made available from a Sontek Acoustic Doppler Velocimeter (ADV) mounted on a multisensor tripod, at different locations on the Belgian Continental Shelf (RBINS- MUMM). Most measurements are conducted in near coastal shallow waters, though also offshore locations have been targeted. Data from the nearshore moorings clearly show dynamic trends in accretion and erosion. The results are statistically related to time-series of tidal forcing, wind and wave stresses using cross- and multi-spectral analyses and wavelet transforms. Furthermore, the data are coupled to time series of an optical backscatter sensor (OBS) to detect occurrences of near-bed fluffy layers and fluid mud sheets. Please send your abstract by to Please indicate hereafter if you need special technical equipment for your presentation(s) x 1 Renard Centre of Marine Geology, Krijgslaan 1 B-9 Ghent MUMM, Gulledelle 1, B-1 Brussels (St Lambrechts-Woluwe)

43 Fluid Mud Dynamics Derived from ADV Altimetry, Belgian Coastal Zone Matthias Baeye 1, Michael Fettweis, Frederic Francken², Vera Van Lancker 1 Department of Geology and Soil Science, Renard Centre of Marine Geology, Ghent University, Krijgslaan 1, B-9, Gent, Belgium. Department VI of the Belgian Royal Institute of Natural Sciences, Management Unit of Mathematical Models North Sea, Gulledelle 1, B-1 Brussels (St Lambrechts-Woluwe), Belgium. Cohesive sediment in coastal systems eg. fluid mud/hcms (high-concentration mud suspensions) Depending on - sediment properties, - meteo-hydrodynamic conditions, - availability of the sediment. Aim of study? evaluating the probability for detecting fluid mud formation by means of an ADV (acoustic Doppler velocimeter) mounted on a tripod frame (Figure 1) correlating observed sea bed level changes with hydro-meteo conditions In the southern North Sea Belgian Continental Shelf Characteristics - macrotidal regime (tidal amplitude maximum of -5 m), - occurrence of moderate wave conditions (.5- m of significant wave height). Study area? near-shore/west off Zeebrugge harbor shallowness, maximum current velocities up to 1 m/s, highly energetic hydrodynamic conditions, Fettweis and Van den Eynde (3): highly turbid with mean SPM concentrations (5-1 mg/l), occurrence of turbidity maxima and mud fields. Conclusions: ADV altimetry reveals depositional and erosional events Storms (significant wave height > m) + spring tide (doy 1-9) A tripod frame mooring during winter of 7 ( days), see Figure 3 - ADV, - OBS (optical backscatter sensor), - LISST (Laser In-Situ Scattering and Transmissometry) SonTek ADV/Ocean (5MHz) (besides flow measurements) distance between probe tip and nearby physical boundary within range detecting the spike in signal strength corresponding to the reflection of the acoustic pulse from that boundary (Velasco and Huhta 5), see Figure. IMPORTANT: Pitch and roll variations of probe are taken into account settling of the tripod frame causes biased sediment levels Delivery of sediment in suspension Bed level accretion during neap tide = Long-term occurrence of fluid mud (doy 9-) Erosion as result of remobilization during accelerating tidal flow (doy 19-) and/or storm passage and so on Observation of short-term accretional events during slack waters = Rapid siltation from saturated mud suspension conditions (Winterwerp et al 1) Entrainment during accelerating tide Observation of erosional events dependent on meteorological conditions Figure 1 Ebb currents more erosive than flood (doy 1-11) for for westerly wind Resuspension of all sediments remaining a harder sea bed surface (doy 3-) for easterly winds Figure Figure 3 References: Fettweis, M. and Van den Eynde D. 3. The mud deposits and the high turbidity in the Belgian-Dutch coastal zone, southern bight of the North Sea. Continental Shelf Research, 3, 9-91 Velasco D.W. and Huhta C.A. Experimental verification of acoustic Doppler velocimeter (ADV) performance in fine-grained, high sediment concentration fluids. SonTek/YSI report. 3 pgs. Winterwerp J.C., Uittenbogaard, R.E. and de Kok, J.M. 1. Rapid siltation from saturated mud suspensions. Intercoh Conf. 9. pgs. This study is partly financed through a grant of the Flemish Institute to stimulate scientific-technological research in industry (IWT) and partly financed by the projects MOMO (Flemish Government) and QUESTD (Belgian Science Policy)

KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OD NATUUR - BEHEERSEENHEID VAN HET MATEMATISCH MODEL

KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OD NATUUR - BEHEERSEENHEID VAN HET MATEMATISCH MODEL KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OD NATUUR - BEHEERSEENHEID VAN HET MATEMATISCH MODEL MOnitoring en MOdellering van het cohesieve sedimenttransport en evaluatie van de effecten op

Nadere informatie

Activiteitsrapport (1 januari 2013 30 juni 2013)

Activiteitsrapport (1 januari 2013 30 juni 2013) KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN OD NATUURLIJK MILIEU BEHEERSEENHEID VAN HET MATEMATISCH MODEL MOnitoring en MOdellering van het cohesieve sedimenttransport en evaluatie van de effecten

Nadere informatie

Activiteitsrapport (1 januari 2011 30 juni 2011) BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE SUMO GROEP

Activiteitsrapport (1 januari 2011 30 juni 2011) BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE SUMO GROEP BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE SUMO GROEP MOnitoring en MOdellering van het cohesieve sedimenttransport en evaluatie van de effecten op het mariene ecosysteem ten gevolge van

Nadere informatie

Bepaling van de primaire impacten van globale klimaatsveranderingen

Bepaling van de primaire impacten van globale klimaatsveranderingen Bepaling van de primaire impacten van globale klimaatsveranderingen Dries Van den Eynde, Stéphanie Ponsar, José Ozer & Fritz Francken Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee Gulledelle 100, B-1200 Brussel

Nadere informatie

Conclusies. Martijn de Ruyter de Wildt en Henk Eskes. KNMI, afdeling Chemie en Klimaat Telefoon +31-30-2206431 e-mail mruijterd@knmi.

Conclusies. Martijn de Ruyter de Wildt en Henk Eskes. KNMI, afdeling Chemie en Klimaat Telefoon +31-30-2206431 e-mail mruijterd@knmi. Lotos-Euros v1.7: validatierapport voor 10 en bias-correctie Martijn de Ruyter de Wildt en Henk Eskes KNMI, afdeling Chemie en Klimaat Telefoon +31-30-2206431 e-mail mruijterd@knmi.nl Conclusies Bias-correctie:

Nadere informatie

Bepaling primaire impacten van klimaatsveranderingen

Bepaling primaire impacten van klimaatsveranderingen Bepaling primaire impacten van klimaatsveranderingen Dries Van den Eynde, José Ozer, Stephanie Ponsar Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Gulledelle

Nadere informatie

Ecologische Monitoring Kustverdedigingsproject Oostende. (t 0 -situatie, fase 3) AANVULLENDE STUDIE:

Ecologische Monitoring Kustverdedigingsproject Oostende. (t 0 -situatie, fase 3) AANVULLENDE STUDIE: Ecologische Monitoring Kustverdedigingsproject Oostende (t 0 -situatie, fase 3) AANVULLENDE STUDIE: KWANTIFICERING EN KWALIFICERING VAN ORGANISCH MATERIAAL IN MARIENE SEDIMENTEN: HUN ONDERLINGE RELATIES

Nadere informatie

Monitoring baggerverspreiding Eemshaven: Data-analyse vaste en langdurige meetopstelling. Fase 3: baggerperiode november 2011 - februari 2012

Monitoring baggerverspreiding Eemshaven: Data-analyse vaste en langdurige meetopstelling. Fase 3: baggerperiode november 2011 - februari 2012 Monitoring baggerverspreiding Eemshaven: Data-analyse vaste en langdurige meetopstelling Fase 3: baggerperiode november 2011 - februari 2012 Inhoud 1 Inleiding 1 1.1 Algemene inleiding 1 1.2 Voorgaande

Nadere informatie

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling........................................................................................ H. Mulder, RIKZ, juni

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan:

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan: MEMO ARCADIS NEDERLAND BV Hanzelaan 286 Postbus 137 8000 AC Zwolle Tel +31 38 7777 700 Fax +31 38 7777 710 www.arcadis.nl Onderwerp: Gevoeligheidsanalyse effecten baggerspecieverspreiding (concept) Zwolle,

Nadere informatie

BOORDVERSLAG BMM-Meetdienst Oostende CAMPAGNE 2004/26

BOORDVERSLAG BMM-Meetdienst Oostende CAMPAGNE 2004/26 BOORDVERSLAG BMM-Meetdienst Oostende CAMPAGNE 2004/26 16.11.2004 tot en met 19.11.2004 INHOUDSTAFEL 1. Deelnemers 2. Objectieven van de campagne 3. Operationeel verloop 4. Opmerkingen betreffende meettechnische

Nadere informatie

Summary and samenvatting

Summary and samenvatting Samenvatting Dit proefschrift, met als titel Dik Water en Vloeibaar Zand Optische eigenschappen en methoden van remote sensing voor de extreem troebele Waddenzee onderzoekt in hoeverre data van het satelliet

Nadere informatie

Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden

Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden Functioneren van het voedselweb in het Eems estuarium onder gemiddelde en extreme omstandigheden Victor N. de Jonge, november 2013 Het Eems estuarium vormt ecologisch gezien één groot geheel, maar dat

Nadere informatie

Statistische analyse van zwevend-stofgehalte door verspreiding baggerspecie Eemshaven

Statistische analyse van zwevend-stofgehalte door verspreiding baggerspecie Eemshaven Statistische analyse van zwevend-stofgehalte door verspreiding baggerspecie Eemshaven Statistische analyse van zwevendstofgehalte door verspreiding baggerspecie Eemshaven dr. H.F.P. van den Boogaard ir.

Nadere informatie

SAMENVATTING. F = k w (C zeewater - C lucht ) (1)

SAMENVATTING. F = k w (C zeewater - C lucht ) (1) SAMENVATTING Menselijke activiteiten brengen een grote hoeveelheid kooldioxide (CO 2 ) in de atmosfeer. Het wordt nu algemeen erkend dat dit kan leiden tot opwarming van de aarde. Dit inzicht heeft geleid

Nadere informatie

The Color of X-rays. Spectral Computed Tomography Using Energy Sensitive Pixel Detectors E.J. Schioppa

The Color of X-rays. Spectral Computed Tomography Using Energy Sensitive Pixel Detectors E.J. Schioppa The Color of X-rays. Spectral Computed Tomography Using Energy Sensitive Pixel Detectors E.J. Schioppa Samenvatting Het netvlies van het oog is niet gevoelig voor deze straling: het oog dat vlak voor het

Nadere informatie

Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud

Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud Ondersteuningsproject bij de uitvoering van de reemonitoring in het Zoniënwoud Periode 2008-2013 Céline Malengreaux, Jan Vercammen, Alain Licoppe, Frank Huysentruyt, Jim Casaer Dankwoord Het uitvoeren

Nadere informatie

CAMPAGNES BELGICA 2004

CAMPAGNES BELGICA 2004 Formulier A : Identificatie van de aanvrager 1. Instelling of Universiteit : 2. Afdeling of Dienst : 3. Naam van het Afdelingshoofd (of Diensthoofd) 4. Naam van de aanvrager : 5. Naam van een tweede persoon

Nadere informatie

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Page 1 of 6 Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Hoe voorspeld? Klimaatscenario's voor Nederland (samengevat) DOWNLOAD HIER DE WORD VERSIE In dit informatieblad wordt in het kort klimaatverandering

Nadere informatie

Zeeniveau Waarnemingen door School at Sea a/b Regina Maris

Zeeniveau Waarnemingen door School at Sea a/b Regina Maris Zeeniveau Waarnemingen door School at Sea a/b Regina Maris Versie 1.0b d.d. 24 October 2011 Hans van der Marel, TU Delft (h.vandermarel@tudelft.nl), ++31 15 2784907 Inleiding Het bepalen van de actuele

Nadere informatie

Assessment of dredginginduced

Assessment of dredginginduced Assessment of dredginginduced turbidity CEDA presentatie januari 2013 Walter Jacobs Hydronamic / Royal Boskalis Westminster Inleiding Inschatten van vertroebeling t.g.v. baggerwerken Assessment of dredging-induced

Nadere informatie

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand?

Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? Hoe komen de annual air quality kaarten tot stand? De annual air quality kaarten tonen het resultaat van een koppeling van twee gegevensbronnen: de interpolatie van luchtkwaliteitsmetingen (RIO-interpolatiemodel)

Nadere informatie

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten MEMO datum 18-3-211 van Ir Yves Plancke yves.plancke@mow.vlaanderen.be Ir. Marco Schrijver marco.schrijver@rws.nl titel Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Nadere informatie

Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee RV BELGICA

Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee RV BELGICA Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee Meetdienst Oostende RV BELGICA Rapport van de RV Belgica Meetcampagnes en Verankering van Meetsystemen MOMO 2 Project MOnitoring en MOdellering

Nadere informatie

Nauwkeurigheid van hoogtebepaling met GNSS. Pierre Voet

Nauwkeurigheid van hoogtebepaling met GNSS. Pierre Voet Nauwkeurigheid van hoogtebepaling met GNSS Pierre Voet Nauwkeurigheid van hoogtebepaling met GNSS Pierre Voet Inhoud Optimale situatie Foutenbronnen Resultaten van testen Dagdagelijkse realiteit Toestand

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012 TNO-rapport TNO 2013 R11473 Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2012 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus 80015 3508 TA Utrecht www.tno.nl

Nadere informatie

Beknopt stormverslag 15-16/10/2002

Beknopt stormverslag 15-16/10/2002 Beknopt stormverslag 15-16/1/22 Een grote Rossby-golf boven de Atlantische Oceaan zorgde er voor dat de depressies een vrij zuidelijke koers volgden. Boven Scandinavië lag een hogedrukgebied van 135 hpa

Nadere informatie

[Hanssen, 2001] R F Hanssen. Radar Interferometry: Data Interpretation and Error Analysis. Kluwer Academic Publishers, Dordrecht 2001.

[Hanssen, 2001] R F Hanssen. Radar Interferometry: Data Interpretation and Error Analysis. Kluwer Academic Publishers, Dordrecht 2001. Hoe werkt het? Beeldvormende radar maakt het mogelijk om dag en nacht, ook in bewolkte omstandigheden, het aardoppervlak waar te nemen vanuit satellieten. De radar zendt duizenden pulsen per seconde uit,

Nadere informatie

Steef Peters (peters@waterinsight.nl) www.bluelegmonitor.com IVM-VU. Water Insight (2005) BlueLeg Monitor(2012)

Steef Peters (peters@waterinsight.nl) www.bluelegmonitor.com IVM-VU. Water Insight (2005) BlueLeg Monitor(2012) WISP blauwalgen monitoring met remote sensing Steef Peters (peters@waterinsight.nl) www.bluelegmonitor.com Met enige illustraties uit: Blue-green catastrophe: NIOO PhD thesis by Stefan Simis en daaruit

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011 TNO-rapport TNO-060-UT-12-01634 Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 11 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus 80015 3508 TA Utrecht www.tno.nl

Nadere informatie

Praktijkgids Energieboekhouding en monitoring & targeting

Praktijkgids Energieboekhouding en monitoring & targeting 1 Inleiding... 1 2... 1 3 Monitoring & technieken... 4 1 Inleiding Om de energiekosten van een bedrijf te verminderen, is het essentieel dat men begrijpt hoe de energie verbruikt wordt binnen het bedrijf.

Nadere informatie

Aanpassing referentieniveau zandwinning: haalbaar of niet?

Aanpassing referentieniveau zandwinning: haalbaar of niet? Aanpassing referentieniveau zandwinning: haalbaar of niet? Lies De Mol, Koen Degrendele & Marc Roche Dienst Continentaal Plat Wettelijk kader KB 1 september 2004 Artikel 31 De totale ontginningsdiepte

Nadere informatie

SPSS Introductiecursus. Sanne Hoeks Mattie Lenzen

SPSS Introductiecursus. Sanne Hoeks Mattie Lenzen SPSS Introductiecursus Sanne Hoeks Mattie Lenzen Statistiek, waarom? Doel van het onderzoek om nieuwe feiten van de werkelijkheid vast te stellen door middel van systematisch onderzoek en empirische verzamelen

Nadere informatie

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen

Situering algemene en universitaire ziekenhuizen Situering Sinds 1 januari 2005 moet ieder Vlaams ziekenhuis een periodieke evaluatie maken van de kwaliteit van de zorgen in het eigen ziekenhuis. Dit staat beschreven in het kwaliteitsdecreet van 17 oktober

Nadere informatie

- Validatiedossier - Bepaling van de lipofiele groep toxinen in mosselen met gebruik van UPLC-MS/MS 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT...

- Validatiedossier - Bepaling van de lipofiele groep toxinen in mosselen met gebruik van UPLC-MS/MS 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT... 1 INTRODUCTIE...1 2 MATRIX EFFECT...1 3 LINEARITEIT...2 4 JUISTHEID EN HELHAARBARHEID...5 4.1 Juistheid... 5 4.2 Juistheid van meervoudige analyses van gecertificeerd referentiemateriaal (CRM)... 5 4.3

Nadere informatie

Management, Research and Budgetting of Aggregates in Shelf Seas in relation to End-users

Management, Research and Budgetting of Aggregates in Shelf Seas in relation to End-users Management, Research and Budgetting of Aggregates in Shelf Seas in relation to End-users Beleid, onderzoek en budgettering van aggregaten in continentale zeeën in relatie tot eindgebruikers Federale Diensten

Nadere informatie

Remote sensing in perspectief. Van kenniscyclus naar beleidscyclus. Roeland Allewijn. Rijksinstituut voor Kust en Zee

Remote sensing in perspectief. Van kenniscyclus naar beleidscyclus. Roeland Allewijn. Rijksinstituut voor Kust en Zee Remote sensing in perspectief Van kenniscyclus naar beleidscyclus Roeland Allewijn Rijksinstituut voor Kust en Zee Van jonge onderzoeker naar iets oudere manager De informatie- en kenniscyclus Van RS data

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Project Atlas - Validering van de gegevens met betrekking tot de dekking verstrekt door de mobiele operatoren

Project Atlas - Validering van de gegevens met betrekking tot de dekking verstrekt door de mobiele operatoren Project Atlas - Validering van de gegevens met betrekking tot de dekking verstrekt door de mobiele operatoren Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Formaat van de bestanden... 2 3. Metingen... 2 3.1. Parcours...

Nadere informatie

a) Getijdenwerking en overstromingen op de Schelde

a) Getijdenwerking en overstromingen op de Schelde EXCURSIEPUNT DE SCHELDEVALLEI Hoogte = Ter hoogte van het voormalige jachtpaviljoen, De Notelaar, gelegen aan de Schelde te Hingene (fig. 1 en 2), treffen we een vrij groot slikke- en schorregebied aan,

Nadere informatie

Beoordeling van mariene degradatie in de Noordzee en voorstellen voor een duurzaam beheer. DWTC Programma Duurzaam beheer van de Noordzee

Beoordeling van mariene degradatie in de Noordzee en voorstellen voor een duurzaam beheer. DWTC Programma Duurzaam beheer van de Noordzee Beoordeling van mariene degradatie in de Noordzee en voorstellen voor een duurzaam beheer DWTC Programma Duurzaam beheer van de Noordzee Marine Damage Assessment Mare-Dasm 1998-2002 DWTC Programma Duurzaam

Nadere informatie

Raad voor Accreditatie (RvA) De sterkte van het zwaarteveld in Nederland

Raad voor Accreditatie (RvA) De sterkte van het zwaarteveld in Nederland Raad voor Accreditatie (RvA) De sterkte van het zwaarteveld in Nederland Document code: RvA-Tk-2.27 Datum vaststelling: 14 september 2004 Een RvA-Toelichting beschrijft het beleid en/of de werkwijze van

Nadere informatie

Hoe is verbetering van het systeem mogelijk?

Hoe is verbetering van het systeem mogelijk? Hoe is verbetering van het systeem mogelijk? Z.B. Wang, J.C. Winterwerp, D.S. van Maren, A.P. Oost Deltares & Technische Universiteit Delft 18 Juni 2013 Inhoud Het probleem Sediment huishouding Voortplanting

Nadere informatie

De digitale windtunnel

De digitale windtunnel De digitale windtunnel CFD modellen. Erik den Tonkelaar(DGMR), Hannes Sanders(ARCADIS) De digitale windtunnel In deze presentatie: CFD in het algemeen Onderzoek WinMiskan in kader van COB Voor- en nadelen

Nadere informatie

Milieu-effectenbeoordeling van het project ingediend door de AG Haven Oostende.

Milieu-effectenbeoordeling van het project ingediend door de AG Haven Oostende. KONINKLIJK BELGISCH INSTITUUT VOOR NATUURWETENSCHAPPEN BEHEERSEENHEID MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE AFDELING BEHEER VAN HET MARIENE ECOSYSTEEM Milieu-effectenbeoordeling van het project ingediend

Nadere informatie

De bepaling van de positie van een. onderwatervoertuig (inleiding)

De bepaling van de positie van een. onderwatervoertuig (inleiding) De bepaling van de positie van een onderwatervoertuig (inleiding) juli 2006 Bepaling positie van een onderwatervoertuig. Inleiding: Het volgen van onderwatervoertuigen (submersibles, ROV s etc) was in

Nadere informatie

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling

Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Particles Matter: Transformation of Suspended Particles in Constructed Wetlands B.T.M. Mulling Zwevende stof vormt een complex mengsel van allerlei verschillende deeltjes, en speelt een belangrijke rol

Nadere informatie

Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie

Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie Statistiek voor Natuurkunde Opgavenserie 4: Lineaire regressie Inleveren: Uiterlijk 15 februari voor 16.00 in mijn postvakje Afspraken Overleg is toegestaan, maar iedereen levert zijn eigen werk in. Overschrijven

Nadere informatie

STROOMATLAS BENEDEN ZEESCHELDE VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS

STROOMATLAS BENEDEN ZEESCHELDE VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS MOD 78 WATERBOUWKUNDIG LABORATORIUM FLANDERS HYDRAULICS RESEARCH VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS SPRINGTIJ WATERBOUWKUNDIG LABORATORIUM EN HYDROLOGISCH ONDERZOEK Mod. 78 STROOMATLAS BENEDEN - ZEESCHELDE

Nadere informatie

http://techniline.sirris.be/s/p.exe/wservice=wo/webextra/prg/olarticleprint?vwebse...

http://techniline.sirris.be/s/p.exe/wservice=wo/webextra/prg/olarticleprint?vwebse... Page 1 of 5 Techniline v3 27-08-2010 Mechatronics Machines verbruiken minder energie door slimme keuze elektrische aandrijving (27-08-2010) Nr. 0 Ecologische en economische motieven, zoals nieuwe machinenormen

Nadere informatie

Harmonischen: een virus op het net? FOCUS

Harmonischen: een virus op het net? FOCUS Amplitude Harmonischen: een virus op het net? FOCUS In het kader van rationale energieverbruik (REG) wordt steeds gezocht om verbruikers energie efficiënter te maken. Hierdoor gaan verbruikers steeds meer

Nadere informatie

Aardbevingen en gaswinning. Bernard Dost KNMI

Aardbevingen en gaswinning. Bernard Dost KNMI Aardbevingen en gaswinning Bernard Dost KNMI Aardbevingen in Nederland (1300-2013) Natuurlijke aardbevingen Rood: 1980-2013 Roze: 1904-1980 Licht roze: 1986

Nadere informatie

De KNMI 14 klimaatscenario s Ontwikkelingen De scenario s Voorbeelden

De KNMI 14 klimaatscenario s Ontwikkelingen De scenario s Voorbeelden De KNMI 14 klimaatscenario s Ontwikkelingen De scenario s Voorbeelden Bart van den Hurk KNMI 2006 2009 2011 2014 KNMI 06 8 jaar verder IPCC 2007 en 2013 IPCC, 2007 IPCC, 2013 IPCC 2007 en 2013 IPCC, 2007

Nadere informatie

Energie uit getijstroming

Energie uit getijstroming Royal Netherlands Institute for Sea Research Energie uit getijstroming Janine Nauw a, Marck Smit a, Walther Lenting a, Belen Blanco b, Jurre de Vries c, Herman Ridderinkhof, Hendrik van Aken en Mathijs

Nadere informatie

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur

Kengetallen. E-5 MPR-Kwaliteit. Inleiding. MPR 24 uur. 4 Betekenis van MPR 24 uur Kengetallen E-5 MPR-Kwaliteit Inleiding Via Melkproductieregistratie (MPR) worden gegevens over de melk-, vet en eiwitproductie van de veestapel verzameld. Deze gegevens zijn de basis van managementinformatie

Nadere informatie

Voorspellingen en gerealiseerde productie PV 1 -zonnevermogen

Voorspellingen en gerealiseerde productie PV 1 -zonnevermogen Voorspellingen en gerealiseerde productie PV 1 -zonnevermogen Publicatie op de website Samenvatting Dit document beschrijft de gebruikte gegevens en hypotheses waarop de online publicatie van zowel de

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Eamen HAV 0 tijdvak woensdag 0 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B (pilot) Bij dit eamen hoort een uitwerkbijlage.. Dit eamen bestaat uit 0 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 8 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT DER TECHNISCHE NATUURKUNDE

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT DER TECHNISCHE NATUURKUNDE TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT DER TECHNISCHE NATUURKUNDE Tentamen Computers bij fysische experimenten (3BB20) op dinsdag 25 oktober 2005 Het tentamen duurt 90 minuten en wordt gemaakt zonder

Nadere informatie

Bijlag. Marien Ruimtelijk Plan Bijlagen Bijlage 3

Bijlag. Marien Ruimtelijk Plan Bijlagen Bijlage 3 Bijlag 1 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. ter realisatie van algemene doelstellingen... 3 3. ter realisatie van de milieudoelstellingen... 3 4. ter realisatie van de veiligheidsdoelstellingen... 4 5. ter realisatie

Nadere informatie

Opmaak-Satelliet-pam 20-06-2005 16:47 Pagina 70

Opmaak-Satelliet-pam 20-06-2005 16:47 Pagina 70 Opmaak-Satelliet-pam 20-06-2005 16:47 Pagina 70 Saharastof veroorzaakt de bruine tinten in de bewolking boven onder andere Engeland en Schotland. De tint van de Noordzee ten noorden en noordwesten van

Nadere informatie

Principe Maken van een Monte Carlo data-set populatie-parameters en standaarddeviaties standaarddeviatie van de bepaling statistische verdeling

Principe Maken van een Monte Carlo data-set populatie-parameters en standaarddeviaties standaarddeviatie van de bepaling statistische verdeling Monte Carlo simulatie In MW\Pharm versie 3.30 is een Monte Carlo simulatie-module toegevoegd. Met behulp van deze Monte Carlo procedure kan onder meer de betrouwbaarheid van de berekeningen van KinPop

Nadere informatie

Betreft: Voorstellen scripties 2011-2012. Contactpersonen: Nick Cremelie nick.cremelie@tomtom.com Pascal Clarysse pascal.clarysse@tomtom.

Betreft: Voorstellen scripties 2011-2012. Contactpersonen: Nick Cremelie nick.cremelie@tomtom.com Pascal Clarysse pascal.clarysse@tomtom. Zuiderpoort Office Park Gaston Crommenlaan 4 bus 0501 B-9050 Gent Belgium Phone : +(32) 9 244 88 11 Fax : +(32) 9 222 74 12 www.tomtom.com Betreft: Voorstellen scripties 2011-2012 Contactpersonen: Nick

Nadere informatie

Fish Based Assessment Method for the Ecological Status of European Rivers (FAME)

Fish Based Assessment Method for the Ecological Status of European Rivers (FAME) Fish Based Assessment Method for the Ecological Status of European Rivers (FAME) Overleg i.v.m. verdere verfijning en validatie van de nieuw ontwikkelde visindex op Europese schaal (EFI = the European

Nadere informatie

KEURING KUNSTGRASVELDEN. Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag.

KEURING KUNSTGRASVELDEN. Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag. KEURING KUNSTGRASVELDEN Uitloging zink in het drainage water en de drainage laag. eindrapport Opdrachtgever / Client RecyBEM B.V. t.a.v. de heer drs. C. van Oostenrijk Postbus 418 2260 AK LEIDSCHENDAM

Nadere informatie

Morfologie kwelders en. platen Balgzand

Morfologie kwelders en. platen Balgzand Morfologie kwelders en platen Balgzand Autonome ontwikkeling Hoogwatervluchtplaatsen Werkdocument RIKZ/AB - 99.607x ir. B.B. van Marion December 1999 Samenvatting In het kader van het project GRADIËNTEN

Nadere informatie

Gasopslag Bergermeer Microseismische monitoring

Gasopslag Bergermeer Microseismische monitoring Gasopslag Bergermeer Microseismische monitoring Maandrapportage Januari 2016 Sign. Datum 9-3-2016 Sign. Datum 9-3-2016 T.T. Scherpenhuijsen Author Prepared W.J. Plug Subsurface Team Lead Authorized INHOUD

Nadere informatie

Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee

Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee Het Belgische luchttoezicht boven de Noordzee Twaalf jaar diversifiëring van opdrachten Het Belgische programma voor luchttoezicht boven de Noordzee werd opgestart in 1991. Dit toezicht vanuit de lucht

Nadere informatie

Beknopt verslag van de stormperiode 8 en 9 november 2001

Beknopt verslag van de stormperiode 8 en 9 november 2001 Beknopt verslag van de stormperiode 8 en 9 november 21 Tussen een complexe depressie over Scandinavië en een hogedrukgebied over de nabije Atlantische Oceaan ontwikkelt er zich een sterke noordwestelijke

Nadere informatie

Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T.

Getijtafels. voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T. Getijtafels 2015 voor Nieuwpoort, Oostende, Blankenberge, Zeebrugge, Vlissingen, Prosperpolder, Antwerpen en Wintam L.A.T. De getijtafels t.o.v. L.A.T. T.A.W. worden opgezonden na voorafgaande betaling

Nadere informatie

Hoe smartphonegebruikers. weerstations werden. Hidde Leijnse

Hoe smartphonegebruikers. weerstations werden. Hidde Leijnse Hoe smartphonegebruikers mobiele weerstations werden Hidde Leijnse Hoe smartphonegebruikers mobiele weerstations werden Aart Overeem 1,2, James Robinson 4, Hidde Leijnse 1, Gert-Jan Steeneveld 2, Berthold

Nadere informatie

Tentamen Data Mining

Tentamen Data Mining Tentamen Data Mining Algemene Opmerkingen Dit is geen open boek tentamen, noch mogen er aantekeningen gebruikt worden. Laat bij het uitvoeren van berekeningen zien hoe je aan een antwoord gekomen bent.

Nadere informatie

Hydrologisch Informatie Centrum. Maarten Deschamps 12/06/2014 Antwerpen

Hydrologisch Informatie Centrum. Maarten Deschamps 12/06/2014 Antwerpen Hydrologisch Informatie Centrum Maarten Deschamps 12/06/2014 Antwerpen WL-HIC WL-HIC Meetnet Sedimentolo gisch labo Databank Databeheer GISbeheer Validatie Voorspelling Permanentie Structuur HIC 1 steunpunt

Nadere informatie

BELGICA CRUISE 2010/16- REPORT

BELGICA CRUISE 2010/16- REPORT BELGICA CRUISE 2010/16- REPORT UMONS/ MUMM/IMDC/FABRICOM Period: 31/05-02/06/2010 Subscribers Kevin Denis Université de Mons, Avenue du Champs de Mars 6, 7000 Mons Tel: +32 (0)65 373478, Email: Kevin.Denis@umons.ac.be

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2001-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2001-I Eindexamen natuurkunde -2 vwo 200-I 4 Antwoordmodel Opgave Armbrusterium antwoord: 70 207 277 Zn + Pb 30 82 2 Ab notatie nieuwe isotoop keuze voor de 70 Zn-isotoop aantal nucleonen links en rechts kloppend

Nadere informatie

HOOFDSTUK VI NIET-PARAMETRISCHE (VERDELINGSVRIJE) STATISTIEK

HOOFDSTUK VI NIET-PARAMETRISCHE (VERDELINGSVRIJE) STATISTIEK HOOFDSTUK VI NIET-PARAMETRISCHE (VERDELINGSVRIJE) STATISTIEK 1 1. INLEIDING Parametrische statistiek: Normale Verdeling Niet-parametrische statistiek: Verdelingsvrij Keuze tussen de twee benaderingen I.

Nadere informatie

Morfo- en sedimentdynamiek van de kustnabije zone te Egmond-aan-Zee ( Nederland )

Morfo- en sedimentdynamiek van de kustnabije zone te Egmond-aan-Zee ( Nederland ) Faculteit Wetenschappen Vakgroep Geologie en Bodemkunde Morfo- en sedimentdynamiek van de kustnabije zone te Egmond-aan-Zee ( Nederland ).,.. Chantal Martens Scriptie voorgelegd voor het verkri~gen van

Nadere informatie

Op- en afvaartregeling voor 8000 en meer TEU containerschepen. tot de haven van Antwerpen bij een. maximale diepgang van 145 dm

Op- en afvaartregeling voor 8000 en meer TEU containerschepen. tot de haven van Antwerpen bij een. maximale diepgang van 145 dm Op- en afvaartregeling voor 8000 en meer TEU containerschepen tot de haven van Antwerpen bij een maximale diepgang van 145 dm 1. Algemeen Om een beeld te krijgen van de invloed van de nieuwe generatie

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR 2010 2011 Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren Frederik Verplancke onder leiding van Prof. dr. Gerrit

Nadere informatie

baggerspecie van 60% en meer wordt als reinigbare

baggerspecie van 60% en meer wordt als reinigbare November 2001 De Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm) voor baggerspecie Vanaf 1 januari 2002 moet belasting worden betaald voor het storten van reinigbare baggerspecie* Dit staat in de Wet belastingen

Nadere informatie

SENSOREN AAN HET WERK IN HET LAB FYSICA

SENSOREN AAN HET WERK IN HET LAB FYSICA Sensoren aan het werk in het lab fysica 1 SENSOREN AAN HET WERK IN HET LAB FYSICA Beschrijving van de workshop Met behulp van TI Calculated Based Ranger (CBR ) en Laboratory 2 (CBL 2 ), sensoren (ook EasyTemp

Nadere informatie

Klimaat voor AAS. A. Smits (Ilja)

Klimaat voor AAS. A. Smits (Ilja) (Ilja) KNMI, WM/KD Postbus 201, 3730 AE De Bilt Tel: 030-2206874, Fax: 030-2210407 E-mail: Ilja.Smits@knmi.nl Datum: 2 augustus 2001 . Inhoud: Samenvatting... 2 1 Inleiding... 4 2 Aanpak... 5 2.1 Grenspercentage...

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Samenvatting. Introductie. Studiegebied

Samenvatting. Introductie. Studiegebied Samenvatting Introductie Koraalriffen zijn van vitaal belang voor het leven in tropische kustzeeën. De mondiale distributie van koraal is gerelateerd aan watertemperatuur, zoutgehalte, lichtdoordringing

Nadere informatie

Tentamen Marine Sciences (2006)

Tentamen Marine Sciences (2006) Tentamen Marine Sciences (2006) Donderdag 2 februari 2006, 14.00-17.00hrs Went GROEN NB1: schrijf Uw naam en studentnummer op ieder in te leveren blad NB2: er zijn vijf vragen aub deze vragen indivudeel

Nadere informatie

Opbrengst- en turbulentieberekeningen Windpark IJmond Lijnopstelling windturbines Reyndersweg Velsen-Noord

Opbrengst- en turbulentieberekeningen Windpark IJmond Lijnopstelling windturbines Reyndersweg Velsen-Noord 74100160-NMEA/PGR 11-0259 Opbrengst- en turbulentieberekeningen Windpark IJmond Lijnopstelling windturbines Reyndersweg Velsen-Noord Arnhem, 3 februari 2011 Auteurs Merih Cibis, Hans Cleijne In opdracht

Nadere informatie

Temperatuur logger synchronisatie

Temperatuur logger synchronisatie Temperatuur logger synchronisatie Juni 10, 2010 1 / 7 Temperatuur logger synchronisatie Introductie Twee of meerdere ontvangers van het Multilogger systeem kunnen met de temperature logger synchronisatie

Nadere informatie

STUDIE (F)050908-CDC-455

STUDIE (F)050908-CDC-455 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

Mac-Solar Stralingsmeter (SLM18c-2) met geïntegreerde sensor, energierendement van zonne-installaties

Mac-Solar Stralingsmeter (SLM18c-2) met geïntegreerde sensor, energierendement van zonne-installaties Mac-Solar Stralingsmeter (SLM18c-2) met geïntegreerde sensor, energierendement van zonne-installaties De zonnestralingsmeter Mac-Solar is een ideaal, handmatig apparaat voor zonneingenieurs, architecten

Nadere informatie

FAQ Lawaai Prof. J. Malchaire

FAQ Lawaai Prof. J. Malchaire FAQ Lawaai Prof. J. Malchaire METEN VAN HET LAWAAI 1. Welke kenmerken heeft een geluidsmeter?...1 2. Welk meetapparaat moet worden gekozen?...2 3. Hoe moeten de metingen worden uitgevoerd?...3 4. Hoe wordt

Nadere informatie

Activiteitsrapport 1 (1 april 2006-30 september 2006)

Activiteitsrapport 1 (1 april 2006-30 september 2006) BEHEERSEENHEID VAN HET MATHEMATISCH MODEL VAN DE NOORDZEE SUMO GROEP MOnitoring en MOdellering van het cohesieve sedimenttransport en evaluatie van de effecten op het mariene ecosysteem ten gevolge van

Nadere informatie

- Goed meten: herleidbaarheid

- Goed meten: herleidbaarheid Echte lumens Herleidbare metrologie als basis voor betrouwbare LED metingen Marijn van Veghel VSL Themadag Optica 18 oktober 2012 Inhoud - Goed meten: herleidbaarheid - LED metrologie - EMRP project Metrology

Nadere informatie

Tekst Inhoudstafel Begin

Tekst Inhoudstafel Begin 27 FEBRUARI 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze van het nemen van monsters voor de officiële controle op de maximum-gehalten aan mycotoxines in bepaalde voedingsmiddelen. (NOTA : Raadpleging

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B1 havo 2008-II

Eindexamen wiskunde B1 havo 2008-II Golfhoogte Bij de beoordeling van de veiligheid van de figuur 1 Nederlandse kust wordt onder andere de golfhoogte onderzocht. De golfhoogte is het hoogteverschil tussen een golftop en het daarop volgende

Nadere informatie

Duurzaam werken op zee

Duurzaam werken op zee Sarah Smith Tropen & Tropisch Belangrijke mariene ecosystemen Mangroven Zeegras Koraal Kwetsbaarheid Tropen: de gebieden rondom de evenaar tussen de keerkringen. www. commons.wikimedia.org Tropisch klimaat:

Nadere informatie

BIJLAGEN. bij GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) VAN DE COMMISSIE

BIJLAGEN. bij GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) VAN DE COMMISSIE EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.5.2015 C(2015) 2874 final ANNEXES 5 to 10 BIJLAGEN bij GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) VAN DE COMMISSIE houdende aanvulling van Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement

Nadere informatie

Risico's en veiligheid

Risico's en veiligheid Risico's en veiligheid Nationaal Symposium Schoon Fossiel voor Nederland Mart van Bracht, Directeur Kennis, TNO B&O Infrastructuur voor schoonfossiele energie Risicobeheersing Operationele fase Post-operationele

Nadere informatie

ECEL. Wouter Fransman

ECEL. Wouter Fransman Exposure Control Efficacy Library ECEL Wouter Fransman Achtergrond Veel onderzoek naar effectiviteit van beheersmaatregelen, maar resultaten niet eenduidig Beheersmaatregelen (Risk Management Measures

Nadere informatie

De ontdekking van organismen in extreme milieus op Aarde heeft onze kijk op het leven

De ontdekking van organismen in extreme milieus op Aarde heeft onze kijk op het leven Samenvatting Op weg naar de moleculaire detectie van leven op Mars De ontdekking van organismen in extreme milieus op Aarde heeft onze kijk op het leven drastisch veranderd en de verwachtingen voor het

Nadere informatie