Veiligheid van Speelterreinen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Veiligheid van Speelterreinen"

Transcriptie

1 MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN BESTUUR KWALITEIT EN VEILIGHEID Afdeling Veiligheid Dienst Productveiligheid Veiligheid van Speelterreinen Veel Voorkomende Vragen (Frequently Asked Questions)

2 Inhoudstafel I. De Europese Normen (EN) - Het Koninklijk Besluit (KB) 1. Wat zijn de Europese Normen? 2. Wie maakt de Europese Normen? 3. EN 1176 en EN 1177: hoe zit het met al die cijfers? 4. Waar vind ik de normen? 5. Is er een verschil tussen DIN en EN? 6. Wat als er niets in de normen vermeld staat over een bepaald onderdeel? 7. Wat met oudere speeltoestellen met een andere norm dan de Europese Normen? 8. Wat is het verschil tussen wetgeving en normen? 9. Zijn de Europese normen wettelijk verplicht? 10. Is het Koninklijk Besluit de toepassing van de Europese Normen? 11. De bijlage van het Koninklijk Besluit, wat is dat precies? 12. Is de wetgeving rond veilige speelterreinen een gewestelijke of een federale materie? 13. Moet een gemeente de normen opleggen bij openbare aanbestedingen? II. Risicoanalyse 1. Wanneer moet de uitbater een risicoanalyse opstellen? 2. Wanneer moet de uitbater een risicoanalyse uitvoeren? 3. Op welke manier kan de uitbater een risicoanalyse uitvoeren? 4. Kan een risicoanalyse door derden worden uitgevoerd? 5. Kan de uitbater vrijgesteld worden van een risicoanalyse van het speelterrein? 6. Wat is het verschil tussen gevaar en risico? 7. Moeten bestaande speeltoestellen gekeurd worden? 8. Hoe lang blijven de speeltoestellen en het speelterrein veilig na het uitvoeren van de risicoanalyse? 9. Kan de uitbater preventiemaatregelen nemen die afwijken van de norm? 10. Wat staat er in het onderhoudsschema? 11. Wat is het verschil tussen regelmatig nazicht, onderhoud en periodieke controle? 12. Wat is de minimale frequentie van regelmatig nazicht voor een speelgelegenheid op een kampeerterrein? 13. Moeten reparaties aan speeltoestellen uitgevoerd worden met originele onderdelen van de leverancier? 14. Mag de uitbater zelf bepaalde onderdelen vervangen? III. Speeltoestellen sporttoestellen 1. Wat zijn speeltoestellen volgens de toepassing van het Koninklijk Besluit? 2. Wanneer is een toestel een sporttoestel of een speeltoestel? 3. Is bij elk speeltoestel een verklaring van conformiteit met de Europese Normen verplicht? 4. Moeten alle speeltoestellen verankerd worden aan de bodem? 1

3 5. De toestellen zoals bankjes, EHBO-huisjes, vuilnisbakken op een speelterrein, horen die bij dit Koninklijk Besluit? 6. Wat moet er gebeuren met de veiligheid van verlichtingspalen, elektriciteitskabines,...? 7. Is een Vliegende Hollander veilig? 8. Zijn skatepistes sport- of speeltoestellen? 9. Is een fitnessparcours naast het speelterrein nog mogelijk? 10. Is een pony-parcours een deel van een speelterrein? 11. Wat gebeurt er met elektrische schud- of wiebeltoestellen? 12. Vallen kinderfietsen ook onder de toepassing van het Koninklijk Besluit? IV. Tijdelijke speeltoestellen 1. Wat is een tijdelijk toestel? 2. Wanneer is een tijdelijk toestel een speeltoestel? 3. Wat is tijdelijk? 4. Kunnen er nog toestellen worden tentoongesteld op beurzen? 5. Mag de scouting haar tijdelijke speeltoestellen blijven bouwen? 6. Wat met een tijdelijk opgebouwd speelterrein vb. tijdens een schoolfeest? V. Speelterrein 1. Wanneer heb je een speelterrein? 2. Wie valt allemaal onder mogelijke 'speelterreinuitbaters'? 3. Wat zijn speelterreinen volgens de toepassing van het Koninklijk Besluit? 4. Is een kleuterklas met een zandbak of fietsjes ook een speelterrein? 5. Is een terrein zonder speeltoestellen ook een speelterrein? 6. Wat als kinderen bij vriendjes thuis gaan spelen, is dit dan een speelterrein? 7. Moeten de initiatieven voor buitenschoolse opvang, dus ook onthaalmoeders voldoen aan dit Koninklijk Besluit? 8. Is een speelstraat een speelterrein? 9. Wat kan (moet) de gemeente doen aan speeltoestellen die geplaatst zijn door bewoners zelf? 10. Kan een zwembad ook een speelterrein worden? 11. Waar moet de uitbater een ongeval dat in het zwembad gebeurt melden? 12. Waar ligt de grens van het speelterrein? 13. Tot hoever gaat een speelterrein bij een niet-afgebakend terrein? 14. Voor speelterreinen en alles wat er behalve speeltoestellen nog opstaat zijn er geen normen. Hoe kan de uitbater dan inschatten of iets veilig is of niet? 15. Is een hoogteparcours een speelterrein? 16. Zijn honden toegelaten op een speelterrein? VI. De uitbater 1. Wie is de uitbater? 2. Moet de uitbater ook de kosten op zich nemen van het laten veilig maken van het speelterrein? 2

4 VII. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid 1. Wat is het verschil tussen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid? 2. Wie is verantwoordelijk voor speeltoestellen? 3. Wie is verantwoordelijk als de uitbater de inspecties uitbesteedt? 4. Hoe kan de uitbater bewijzen dat hij al het mogelijke gedaan heeft voor een veilig speelterrein? 5. In welke mate zijn de uitbater en fabrikant aansprakelijk voor ongevallen die zich voordoen met een speeltoestel? 6. Verplicht het Koninklijk Besluit een verzekering? 7. De schoolspeelplaats met speeltoestellen wordt verhuurd aan jeugdwerking of een socioculturele vereniging. Wie is dan de uitbater? 8. Waar ligt de verantwoordelijkheid bij een uitleendienst van speeltoestellen? 9. Wat is voorzienbaar gebruik? VIII. Bordjes 1. Wat zijn de verschillende bordjes op een speelterrein? 2. Wat is een alfanumerieke identificatie? 3. Welke bordjes zijn verplicht? 4. Mag of moet de uitbater zijn telefoonnummer op het bordje zetten? 5. Kan de uitbater op zijn speelterrein koordjes aan kleding verbieden? 6. Waar staat het bordje van de uitbater in een school of bij onthaalmoeders? 7. In welke taal moet een tekst geschreven zijn? 8. Mogen er nog bordjes staan zoals het bestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen? IX. Logboek 1. Moet de uitbater een administratie bijhouden? 2. Is een logboek verplicht? X. Meldingsplicht 1. Op welke manier moet de uitbater de meldingsplicht vervullen? 2. Wie kan melden? 3. Wie moet melden? 4. Wat moet de uitbater melden, wat niet? 5. Wat is het nut/ doel van de meldingsplicht? XI. Overgangstermijnen 1. Gelden er overgangstermijnen voor speelterreinen? 2. Wat is een bestaand speelterrein? 3. Gelden er overgangstermijnen voor bordjes? 4. Zijn er uitzonderingen op de overgangstermijnen? 3

5 XII. Keuring van de toestellen 1. Is een verklaring van overeenstemming met de norm noodzakelijk? 2. Wat doe je met toestellen die goedgekeurd zijn volgens een oude norm? 3. Wat staat er in de handleiding van een speeltoestel? 4. Moeten speeltoestellen, zoals bedoeld in het Koninklijk Besluit, een CE-markering hebben? 5. Kunnen onthaalmoeders of kinderdagverblijven speeltoestellen met een CE-markering plaatsen? XIII. Inspectie - overheid keuringsinstellingen 1. Worden er preventieve inspecties gedaan? 2. Hoe groot is de kans op inspectie? 3. Kunnen er straffen worden gegeven? 4. Wordt er na elke melding een inspectie gedaan? 5. Kan een inspectie aangevraagd worden door een ouder? 6. Zijn er erkende instellingen voor het keuren van speelterreinen? 7. Wat is een geaccrediteerde instelling? 8. Mogen buitenlandse keuringsinstellingen in België speelterreinen controleren? XIV. Ondergrond 1. Wat is de bedoeling van een valdempende ondergrond? 2. Wat is het uitgangspunt voor een valdempende ondergrond? 3. Wat is de HIC-waarde? 4. Moet er onder alle schommels zand liggen? 5. Wat zijn de voor- en nadelen van rubbertegels? 6. Mag een rubberen ringmat onder een schommel worden gelegd om het uitslijten van de ondergrond tegen te gaan? XV. Diversen 1. Hoe wordt vervuiling in een zandbak bepaald? 2. Welke houtbeschermende producten kunnen gebruikt worden voor een speeltoestel? 3. Mogen er barsten zijn in een houten speeltoestel? 4

6 I. De Europese Normen (EN) - Het Koninklijk Besluit (KB) 1. Wat zijn de Europese Normen? De normen zijn technische richtlijnen die een bepaald veiligheidsniveau beschrijven. Ze houden rekening met onder andere de verbindingen, openingen, materialen van speeltoestellen evenals de ondergrond en de ruimte rond de toestellen. 2. Wie maakt de Europese Normen? De Europese Normen worden samengesteld door de normencommissie. Dat is een commissie van alle Europese lidstaten die samen de technische richtlijnen maken voor onder andere speeltoestellen. De normencommissie is te benaderen via het Belgisch Instituut voor Normalisatie. Voor vragen kan men bij hen terecht. 3. EN 1176 en EN 1177: hoe zit het met al die cijfers? EN staat voor Europese normen, daarachter staat het volgnummer. EN 1176 heeft betrekking op speeltoestellen en EN 1177 op bodemmaterialen. EN 1176 heeft 7 delen: deel 1 bevat algemene eisen voor alle speeltoestellen. Delen 2 tot en met 6 bespreken aanvullende eisen voor specifieke toestellen. Deze normen omschrijven veel gedetailleerder dan de wet hoe je veiligheid kunt beoordelen; daarom hanteren producenten en keuringsinstanties graag deze normen. Ook voor uitbaters is een deel van de normen interessant: de Europese norm EN 1176 deel 7 betreft plaatsing, controle, onderhoud en gebruik van het speeltoestel. Naar de andere delen zullen uitbaters, als ze niet zelf een toestel gaan bouwen, veel minder hoeven te kijken. 4. Waar vind ik de normen? Normen worden in België enkel verkocht door het Belgische Instituut voor Normalisatie (BIN). Je kan de normen kopen of ter plaatse gratis raadplegen. 5. Is er een verschil tussen DIN en EN? Er is geen verschil meer tussen deze normen. Duitsland: DIN 1176 en DIN 1177 Frankrijk: AFNOR 1176 AFNOR Wat als er niets in de normen vermeld staat over een bepaald onderdeel? Normen zijn pas hanteerbaar als ze er zijn. Als de normen er niets over zeggen, dan mag het wel. 7. Wat met oudere speeltoestellen met een andere norm dan de Europese Normen? Deze toestellen worden dan nagekeken. Er moet een risicoanalyse gebeuren voor alle afwijkende punten met de huidige normen. 8. Wat is het verschil tussen wetgeving en normen? De wetgeving is door de overheid vastgesteld en normen zijn gezamenlijk door belanghebbenden geschreven. Nog een verschil: iedereen moet aan de wetgeving voldoen. De Europese Normen zijn instrumenten om de uitbater of de fabrikant te helpen om alles veilig te maken en mogen dus gebruikt worden om aan te tonen dat iets veilig is. 9. Zijn de Europese normen (EN) wettelijk verplicht? De EN zijn NIET wettelijk verplicht. Afwijken van de norm mag. Het Koninklijk Besluit (KB) legt een bepaald veiligheidsniveau op. Het KB verplicht de overeenkomst met een norm NIET. Als men de EN volgt, dan voldoet dat toestel aan het veiligheidsniveau. De uitbater kan een speelterrein ook veilig maken zonder deze EN te volgen. Maar dan moet hij dat wel kunnen aantonen aan de hand van een risicoanalyse. 5

7 De gemakkelijkste manier om aan te tonen dat het veiligheidsniveau bereikt is, is wel degelijk de overeenstemming aantonen met de bepalingen van de norm. Voor speeltoestellen die voldoen aan de EN moet de uitbater geen risicoanalyse uitvoeren. 10. Is het Koninklijk Besluit (KB) de toepassing van de Europese Normen? Neen. Het KB legt een bepaald veiligheidsniveau op. Als de uitbater de normen volgt, dan voldoet dat toestel aan het veiligheidsniveau. Als hij de normen niet volgt, dan moet hij aan de hand van een risicoanalyse kunnen aantonen dat hij minstens hetzelfde veiligheidsniveau bereikt. De uitbater is niet verplicht om de Europese Normen te volgen. 11. De bijlage van het Koninklijk Besluit, wat is dat precies? Dit is geen verduidelijking van de Europese Normen. De bijlage helpt de uitbater bij het uitvoeren van de risicoanalyse en geeft aan waar mogelijke gevaren kunnen zitten. Aan de hand van de gevaren kan de uitbater beslissen of het speelterrein en de speeltoestellen veilig zijn. 12. Is de wetgeving rond veilige speelterreinen een gewestelijke of een federale materie? Het Koninklijk Besluit is een uitvoeringsbesluit van de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van de consumenten en is een federale wetgeving. Het besluit is dus van toepassing op het ganse grondgebied van België. 13. Moet een gemeente de normen opleggen bij openbare aanbestedingen? Neen. Het is wettelijk niet verplicht om de normen te volgen. Er worden minimale voorwaarden opgelegd. Een gemeente is een klant voor de aankoop van speeltoestellen en kan dus zelf meer eisen stellen dan wat wettelijk verplicht is. 6

8 II. Risicoanalyse 1. Wanneer moet de uitbater een risicoanalyse opstellen? Alle toestellen die gekeurd zijn volgens de Europese Normen (EN) moeten geen risicoanalyse ondergaan. Alle speeltoestellen die niet voldoen aan de EN norm moeten een risicoanalyse ondergaan. Er zijn geen Europese Normen voor het speelterrein. Dat wil dus zeggen dat de uitbater altijd een risicoanalyse van het speelterrein moet maken. Een speelterrein waar enkel speeltoestellen staan die voldoen aan de EN, moet ook een risicoanalyse ondergaan. 2. Wanneer moet de uitbater een risicoanalyse uitvoeren? De uitbater hoeft slechts één risicoanalyse uit te voeren. Het moet dus niet jaarlijks worden herhaald. Tijdens het periodiek onderhoud wordt wel verondersteld een update van deze risicoanalyse te doen. Indien echter nieuwe toestellen worden geplaatst, een nieuwe lay-out ontstaat, ingrijpende wijzigingen gebeuren (terrein, toestel, type uitbating, ), dan moet de uitbater een aangepaste risicoanalyse uitvoeren. 3. Op welke manier kan de uitbater een risicoanalyse uitvoeren? Er bestaat veel literatuur over risicoanalyse. De Europese norm EN 1050 geeft een technische uitleg over de risicoanalyse. Een eenvoudige uitleg over het uitvoeren van een risicoanalyse staat beschreven in het handboek rond veiligheid van speelterreinen van het Ministerie van Economische Zaken. 4. Kan een risicoanalyse door derden worden uitgevoerd? Ja. Ook al wordt een risicoanalyse uitgevoerd door derden, de uitbater blijft in de eerste plaats verantwoordelijk voor de uitgevoerde analyse. 5. Kan de uitbater vrijgesteld worden van een risicoanalyse van het speelterrein? Neen. Er zijn geen Europese Normen voor het speelterrein. Dat wil dus zeggen dat de uitbater altijd een risicoanalyse van het speelterrein moet maken. 6. Wat is het verschil tussen gevaar en risico? Een gevaar is een mogelijke bron van fysiek letsel of aantasting van de gezondheid. Een gevaar ligt aan de oorspong van een risico. Een risico is de kans dat er schade optreedt rekening houdend met de omvang van de schade. Een kort voorbeeld: eenzelfde speeltoestel wordt op 2 verschillende plaatsen geïnstalleerd, op een school en op een speelterreintje van een woonwijk. Het toestel op school zal maar enkele uren per dag gebruikt wordt door veel kinderen tegelijkertijd. Het toestel in de woonwijk zal meerdere uren per dag gebruikt worden door enkele kinderen. Bij het toestel op school is het risico groter omdat de kans op schade groter is. 7. Moeten bestaande speeltoestellen gekeurd worden? De uitbater moet controleren of een speeltoestel veilig is. Dit hoeft geen keuring door derden te zijn. Dit kan in eigen beheer bepaald worden. Er zijn particuliere instanties die bestaande speeltoestellen keuren en een advies geven over de veiligheid. 8. Hoe lang blijven de speeltoestellen en het speelterrein veilig na het uitvoeren van de risicoanalyse? Het toestel en het speelterrein blijven in principe veilig zolang er niets verandert aan het concept en zolang het toestel en het terrein steeds onderhouden worden. Eigenlijk is een risicoanalyse een momentopname. Je moet er dus mee rekening houden dat de situatie op elk moment kan veranderen. Bijvoorbeeld door slecht onderhoud, extreme weersomstandigheden, vandalisme, 7

9 Om deze redenen worden ook het regelmatig nazicht, onderhouds- en periodieke controles in de Europese norm beschreven. 9. Kan de uitbater preventiemaatregelen nemen die afwijken van de norm? De Europese normen zijn NIET wettelijk verplicht. Afwijken van de norm mag dus. Het Koninklijk Besluit (KB) legt een bepaald veiligheidsniveau op. Het KB verplicht de overeenkomst met een norm NIET. De zeshoekschommel is hier een voorbeeld van. Deze schommel heeft een overlapping van de valzones binnen de zeshoek. Oplossing : aanbrengen van banden op de zitvlakken zodat naar voor afspringen quasi onmogelijk wordt. 10. Wat staat er in het onderhoudsschema? In het schema staat duidelijk op welk moment de uitbater het regelmatig nazicht, het onderhoud en de periodieke controles plant en uitvoert. 11. Wat is het verschil tussen regelmatig nazicht, onderhoud en periodieke controle? De volgende periodes zijn relatief en eerder indicatief. De frequentie van het regelmatig nazicht, het onderhoud en de periodieke controles zijn afhankelijk van de risicoanalyse en de situatie van het speelterrein. De uitbater kan het best rekening houden met de Europese Normen en de informatie van de fabrikant. Regelmatig nazicht gebeurt dagelijks of wekelijks met de bedoeling om het speelterrein en de toestellen na te kijken op gevolgen van intensief gebruik, vandalisme of weersomstandigheden. De uitbater let vooral op netheid, bodemafwerking, ontbrekende delen, scherpe hoeken, Het onderhoud gebeurt elke maand of elk trimester. Dan wordt gekeken naar de correcte werking, de stabiliteit en de algemene slijtage van het speeltoestel. De periodieke controle gebeurt jaarlijks en is bedoeld om het algemeen veiligheidsniveau van het speelterrein, de toestellen, de funderingen en de bodem na te kijken. De uitbater bekijkt roest, rot, te herstellen onderdelen, uit te voeren herstellingen, 12. Wat is de minimale frequentie van regelmatig nazicht voor een speelgelegenheid op een kampeerterrein? Dit is niet zomaar te beantwoorden. Dit is onder andere afhankelijk van de geplaatste speeltoestellen, de gebruiksintensiteit van de toestellen en de omgeving. Het is aangeraden om te starten met een hoge frequentie ( b.v. dagelijks) en die langzaam af te bouwen tot de frequentie die voor dat terrein geschikt blijkt te zijn. 13. Moeten reparaties aan speeltoestellen uitgevoerd worden met originele onderdelen van de leverancier? Het besluit legt hierover geen verplichtingen op aan de uitbater. Het is wel mogelijk dat garantiebepalingen vervallen op het moment dat de uitbater andere materialen gebruikt. 15. Mag de uitbater zelf bepaalde onderdelen vervangen? Het besluit legt hierover geen verplichtingen op aan de uitbater. Het is mogelijk dat garantiebepalingen vervallen op het moment dat de uitbater kiest in eigen beheer reparaties uit te voeren. 8

10 III. Speeltoestellen sporttoestellen 1. Wat zijn speeltoestellen volgens de toepassing van het Koninklijk Besluit? Dit zijn speeltoestellen: een schommel, een glijbaan, een zandbak, een wipplank, maar ook een ballenbad, go-karts, mini-pedalo s, minifietsjes voor kinderen, een springkasteel, skateboard toestellen, glijbanen in zwembaden 2. Wanneer is een toestel een sporttoestel of een speeltoestel? Om te bepalen of iets een speeltoestel is, dient men naar de definitie te kijken. Als de toestellen zich op een speelterrein bevinden, is het zelfs niet relevant om te weten of het gaat om speeltoestellen. Het volledige speelterrein met alle toestellen erop moet veilig zijn. Definitie speeltoestel: - product bestemd voor vermaak of ontspanning - ontworpen of bestemd om te worden gebruikt door personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt - waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van zwaartekracht of van fysische kracht van de mens - collectief gebruik - tijdelijk of blijvend Toestellen bedoeld voor volwassenen vallen niet onder dit Koninklijk Besluit. Alle toestellen die niet de bedoeling hebben dat kinderen er op spelen zijn geen speeltoestellen (verlichtingspalen, bankjes, ). Sporttoestel: Dit is een toestel waarvoor speciale 'sport'- normen zijn vastgelegd. De normen voor sporttoestellen zijn te verkrijgen bij het Belgisch Instituut voor Normalisatie. OPGELET: Afhankelijk van de plaatsing van sommige sporttoestellen of andere toestellen op het speelterrein worden deze toestellen speeltoestellen en vallen dus onder het Koninklijk Besluit van veilige speelterreinen en speeltoestellen. Voor alle duidelijkheid: Een sporttoestel is een sporttoestel indien het voldoet aan de eigen norm voor sporttoestellen. Maar, een sporttoestel dat - midden op een speelterrein is geplaatst, - geen duidelijke afscheiding heeft met de andere speeltoestellen, - gebruikt wordt door de kinderen als speeltoestel om op te spelen - en niet echt bedoeld is om er 'echte' sportactiviteiten mee te ontwikkelen wordt een speeltoestel en valt dus onder het Koninklijk Besluit. Een sporttoestel kan dus wel op een speelterrein staan en ook als sporttoestel worden bekeken indien - er wel een duidelijke afscheiding is met de andere speeltoestellen (door omheining of in de ruimte) - en gebruikt wordt om effectief te sporten. Een belangrijk criterium om deze toch wel wazige zone te onderscheiden is OBSERVATIE. Observeer de kinderen. Op welke manier maken zij gebruik van het speelterrein? Gebruiken zij de voor sport bedoelde toestellen eigenlijk als speeltoestel? 9

11 Dan moet de uitbater - of het sporttoestel als een speeltoestel bekijken en dan moet het voldoen aan het KB - of door inplanting en afscheidingen duidelijk maken dat het een sporttoestel is en ervoor zorgen dat kinderen het ook op die manier gaan bekijken. Dan valt het sporttoestel niet onder het KB, wel onder de eigen norm. Deze toestellen moeten hoe dan ook 'veilig' zijn. De uitbater moet rekening houden met het feit dat alles draait om veiligheid. Indien kinderen sporttoestellen gebruiken als speeltoestellen dan moet de uitbater ervoor zorgen dat deze toestellen voldoen aan het veiligheidsniveau van speeltoestellen. 3. Is bij elk speeltoestel een verklaring van conformiteit met de Europese Normen verplicht? Neen, dat hoeft niet. De uitbater kan wel best een toestel kopen met zo n verklaring, dan moet hij geen risicoanalyse meer uitvoeren voor dat toestel. 4. Moeten alle speeltoestellen verankerd worden aan de bodem? Het feit of een speeltoestel verankerd is of niet, verandert niets aan het feit dat het een speeltoestel is. De verankering vloeit voort uit een veiligheids- of andere overweging. De definitie stelt zelfs niet dat een speeltoestel op één plaats moet blijven staan. Verplaatsbare speeltoestellen bestaan dus. 5. De toestellen zoals bankjes, EHBO-huisjes, vuilnisbakken op een speelterrein, horen die bij dit Koninklijk Besluit? Alle toestellen en infrastructuur op een speelterrein dienen veilig te zijn in functie van het voorzienbaar gebruik. Het fundamentele verschil tussen een speeltoestel en andere toestellen is dat deze eersten moeten voorzien zijn van een unieke alfanumerieke identificatie. Hier geldt de regel van het gezond verstand. 6. Wat moet er gebeuren met de veiligheid van verlichtingspalen, elektriciteitskabines,...? Gezond verstand zegt dat deze toestellen niet bedoeld zijn als speeltoestellen. Ze moeten dus ook niet voldoen aan de specifieke technische veiligheidsnormen van speeltoestellen. Sommige toestellen en installaties die op een speelterrein aanwezig zijn moeten eventueel voldoen aan verdere specifieke wetgeving zoals het Algemeen Reglement voor Elektrische Installaties (AREI). 7. Is een Vliegende Hollander veilig? Een vliegende Hollander is een speeltoestel. In principe mag het nog worden geplaatst, maar het is moeilijk om dit technisch 'veilig' te maken. Onveilig aan vliegende Hollander: - vaste staven (ophanging) - zeer grote massa in beweging die heel traag tot stilstand komt Mogelijke preventiemaatregelen: - Technisch: verwijderen van het toestel of veren voorzien aan de scharnierpunten, zodat de kracht van het toestel vermindert - Organisatorisch: een afsluiting zetten met toegang langs 1 kant - Informatie: een bordje zetten met niet opstappen of afstappen tijdens het schommelen - Toezicht: er staat altijd iemand bij het toestel 8. Zijn skatepistes sport- of speeltoestellen? Skate-installaties die op een speelterrein staan of die duidelijk bedoeld zijn voor spel en niet voor (georganiseerde) sport zijn te beschouwen als speeltoestellen volgens de wetgeving. De veiligheid ervan moet dus gegarandeerd worden. Let op, veilig gebruik van skatepistes impliceert persoonlijke beschermmiddelen (PBM s) die eventueel beschikbaar dienen te zijn. PBM's moeten beschikbaar zijn ter plekke indien het gaat over een 'professioneel uitgebaat terrein' een commercieel uitgebaat terrein. 10

12 PBM's moeten niet beschikbaar zijn indien het gaat over speelterreintjes, wijkspeelpleintjes e.d. Er moet dan wel ergens uithangen dat PBM s verplicht zijn voor de veiligheid. Dit kan door een uithangbord, door een infocampagne in de buurt 9. Is een fitnessparcours naast het speelterrein nog mogelijk? De toestellen van een fitnessparcours zijn in principe geen speeltoestellen. Indien ze zich echter op een speelterrein bevinden moeten ze wel degelijk veilig zijn. Indien er verwarring mogelijk is tussen toestellen van het parcours en speeltoestellen dan kunnen ze worden beschouwd als speeltoestellen en moeten ze dus voldoen aan veiligheidsnormen voor speeltoestellen. 10. Is een pony-parcours een deel van een speelterrein? Neen. Een vast parcours met pony s is geen speelterrein en ook geen speeltoestel. Er wordt een andere kracht gebruikt dan zwaartekracht of menselijke kracht, namelijk dierlijke. 11. Wat gebeurt er met elektrische schud- of wiebeltoestellen? De kleine elektrische toestellen voor kleine kinderen om op te zitten en te schudden en die dikwijls werken door middel van een muntstuk zijn géén speeltoestellen aangezien ze elektrisch aangedreven worden. 12. Vallen kinderfietsen ook onder de toepassing van het Koninklijk Besluit (KB)? Kinderfietsen, peuter en kleuter driewielers op een parcours, in een speelzaal vallen wel degelijk onder de toepassing van dit besluit. Ook kinderfietsen in een kleuterklas worden bekeken als speeltoestellen. 11

13 IV. Tijdelijke speeltoestellen 1. Wat is een tijdelijk toestel? Een tijdelijk toestel is een toestel dat gedurende een bepaalde periode wordt geplaatst, opgebouwd en na deze bepaalde periode terug wordt afgebroken. 2. Wanneer is een tijdelijk toestel een speeltoestel? De tijdelijke toestellen die onder de toepassing van het Koninklijk Besluit vallen: - moeten onder toezicht zijn; - moeten terug worden afgebroken. Er wordt geen absolute termijn gegeven waarbinnen het toestel terug afgebroken moet worden. Tijdelijke toestellen die niet onder de toepassing van het Koninklijk Besluit vallen: - zijn door kinderen als element van hun spel gemaakt; - zijn voor een bepaalde periode opgebouwd; - mogen niet door buitenstaanders worden gebruikt. Dit zijn dan vooral de bouwspeelplaatsen de jeugdwerkingen. Alhoewel deze toestellen niet als speeltoestellen worden beschouwd, maken ze wel deel uit van het speelterrein en dienen aldus veilig te zijn. Ze vallen ook onder de verantwoordelijkheid van de uitbater. Dit gaat dus niet op voor zelfgemaakte speeltoestellen door volwassenen. Deze speeltoestellen zijn natuurlijk niet verboden, maar het zijn wel degelijk speeltoestellen in de zin van dit besluit. 3. Wat is tijdelijk? Er is geen absolute termijn gegeven voor een tijdelijk speeltoestel. Het moet duidelijk zijn wanneer het speeltoestel terug wordt afgebroken. Dat kan een exacte datum zijn, maar ook het einde van een bepaalde periode (bijvoorbeeld na de zomer, na de zomervakantie). 4. Kunnen er nog toestellen worden tentoongesteld op beurzen? Ja. Bij deze demonstraties moeten alle veiligheidsmaatregelen worden genomen om de veiligheid van de personen te waarborgen. Als de speeltoestellen niet in overeenstemming zijn met de wetgeving, moet dat duidelijk worden vermeld in de taal of talen van het gebied. 5. Mag de scouting haar tijdelijke speeltoestellen blijven bouwen? Ja. Door de scouting in teamverband gebouwde speeltoestellen zijn te vergelijken met de speeltoestellen die op bouwspeelplaatsen worden gebouwd. Als het doel is om de speeltoestellen gezamenlijk (onder toezicht) te bouwen, er even mee te spelen (voor een dag of een weekend) en daarna weer af te breken, dan vallen deze speeltoestellen niet onder de werking van dit besluit. 6. Wat met een tijdelijk opgebouwd speelterrein vb. tijdens een schoolfeest? Dit wordt een speelterrein en dus valt het onder de toepassing van het Koninklijk Besluit. De regel van het gezond verstand geldt hier echter des te over. Alles wat men doet of aanbiedt, ook op een schoolfeest, moet veilig zijn. 12

14 V. Speelterrein 1. Wanneer heb je een speelterrein? Elk publiek terrein met minstens 1 speeltoestel is een speelterrein en valt dus onder het Koninklijk Besluit. Een publiek terrein is een terrein dat omwille van zijn functie en uitbating toegankelijk is voor publiek. Dit kunnen dus ook privé-clubs zijn. 2. Wie valt allemaal onder mogelijke 'speelterreinuitbaters'? De uitbater is diegene die het terrein rechtstreeks aanbiedt aan de gebruikers. Hij is verantwoordelijk voor het veilig maken van het terrein. Hij moet ervoor zorgen dat zijn speelterrein voldoet aan de wetgeving. Dit is de verantwoordelijke, de beheerder, de uitbater, de directeur, de gerant van: - een taverne, café, restaurant (horeca) met speeltoestellen - recreatieverblijven - winkelketens (ballenbad) - indoor speeltuinen - scholen - gemeentelijke speelterreinen - kinderdagverblijf - initiatieven voor buitenschoolse opvang - campings - jeugdclubs - sportclubs - speelpleinwerking - hotels - zwembaden met spelinfrastructuur - 3. Wat zijn speelterreinen volgens de toepassing van het Koninklijk Besluit? Elke speelruimte met minstens 1 speeltoestel is een speelterrein. Dit zijn allemaal speelterreinen: Binnenspeelterreinen, speelterreinen zonder afdak, zonder omheining, met omheining, kleuterklas met speeltoestellen, enz 4. Is een kleuterklas met een zandbak of fietsjes ook een speelterrein? Ja. Een kleuterklas is een deel van een school en heeft dan een ruimte met speeltoestellen. In de kleuterklas wordt altijd onder toezicht gespeeld. 5. Is een terrein zonder speeltoestellen ook een speelterrein? Neen. Het Koninklijk Besluit stelt duidelijk dat er minstens 1 speeltoestel moet aanwezig zijn om van een terrein een speelterrein te maken. 6. Wat als kinderen bij vriendjes thuis gaan spelen, is dit dan een speelterrein? Neen, want een privé-tuin wordt niet plots een publiek speelterrein als er andere kinderen komen spelen. In dit geval gaat het over het individueel gebruik van speeltoestellen en dat hoort niet bij het Koninklijk Besluit. 7. Moeten de initiatieven voor buitenschoolse opvang, dus ook onthaalmoeders voldoen aan dit Koninklijk Besluit (KB)? Een eenvoudig speeltoestel bij een onthaalmoeder zorgt ervoor dat het een speelterrein wordt. Ze vallen dus onder de toepassing van dit KB. Let op, in het geval van onthaalmoeders kan men ervan uitgaan dat er continu toezicht is. De norm gaat ervan uit dat speeltoestellen veilig genoeg zijn dat ze zonder toezicht kunnen gebruikt worden. Voor de praktische invulling werd een brochure gemaakt door Kind en Gezin. 13

15 8. Is een speelstraat een speelterrein? Als een straat wordt afgesloten en er speeltoestellen worden geplaatst, dan is het wel degelijk een tijdelijk speelterrein. Er moet dus aan alles worden voldaan in functie van het Koninklijk Besluit. 9. Wat kan (moet) de gemeente doen aan speeltoestellen die geplaatst zijn door bewoners zelf? Als de speeltoestellen reeds in gebruik zijn voor de publicatie van het Koninklijk Besluit moet de gemeente (mits ze eigenaar of uitbater is van het terrein) ervoor zorgen dat de toestellen veilig zijn en dat het nodige onderhoud gebeurt. De gemeente zal ook een logboek moeten opstellen. 10. Kan een zwembad ook een speelterrein worden? Ja, dat kan. Bij de gewone uitrusting van een zwembad behoort een springplank en startblokken. De aanwezigheid hiervan maakt van een zwembad geen speelterrein. Zwembaden met glijbanen zijn speelterreinen want de glijbanen zijn speeltoestellen. Ook een plonsbad met enkele speeltoestelletjes valt onder het Koninklijk Besluit (KB). Op dat moment moet het zwembad voldoen aan de normen voor een zwembad als sportinfrastructuur én aan het KB voor veilige speelterreinen. Dat houdt in dat de uitbater voor de glijbaan ook een risicoanalyse moet uitvoeren en een onderhoudsschema moet opstellen. 11. Waar moet de uitbater een ongeval dat in het zwembad gebeurt melden? Als er een ernstig ongeval of incident gebeurt in een zwembad (als speelterrein), dan moet de uitbater dit melden aan het Ministerie van Economische Zaken. 12. Waar ligt de grens van het speelterrein? De grens bepalen van een speelterrein is niet altijd even gemakkelijk. In sommige gevallen wordt het speelterrein fysiek begrensd door omheiningen, hagen en dergelijke. In de andere gevallen is er geen duidelijke afbakening. In ieder geval maakt de valruimte en de toestelruimte deel uit van het speelterrein. De ruimte tussen de verschillende toestellen normaal gezien ook. Het kan nuttig zijn om te kijken naar het spel van de aanwezige kinderen om te zien welke ruimte zij spontaan benutten bij hun spel. 13. Tot hoever gaat een speelterrein bij een niet-afgebakend terrein? Hier gelden de regels van de natuurlijke afbakening of de psychologisch grens. Hier geldt de regel van het gezond verstand en observatie. Indien blijkt dat kinderen dit nabijgelegen of aanpalende terrein ook als speelterrein gebruiken, vanuit het speelterrein, moet de uitbater - ofwel een duidelijke afscheiding maken - ofwel het andere terrein veilig maken, want dan behoort het wel tot het speelterrein. 14. Voor speelterreinen en alles wat er behalve speeltoestellen nog opstaat zijn er geen normen. Hoe kan de uitbater dan inschatten of iets veilig is of niet? Er zijn geen normen voor het speelterrein zelf. Er zijn wel normen voor: - vrije valruimte - valdemping - Inplantingnormen van speeltoestellen ten opzichte van elkaar (minimumafstanden) Inplantingnormen van vuilnisbakjes, bankjes ten opzichte van de toestellen en waar bepaalde speeltoestellen moeten worden ingeplant zijn er niet. Hier geldt de regel van het gezond verstand. 15. Is een hoogteparcours een speelterrein? Hoogteparcours die bedoeld zijn voor volwassenen, zijn geen speelterreinen. 16. Zijn honden toegelaten op een speelterrein? Honden (en andere huisdieren) kunnen worden toegelaten op een speelterrein. Er mag wel geen verwarring zijn tussen een zandbak en een hondentoilet. 14

16 VI. De uitbater 1. Wie is de uitbater? De uitbater is diegene die het terrein rechtstreeks aanbiedt aan de gebruikers. Hij is verantwoordelijk voor het veilig maken van het terrein. Hij moet ervoor zorgen dat zijn speelterrein voldoet aan de wetgeving. Dit is de verantwoordelijke, de beheerder, de uitbater, de directeur, de gerant van: - een taverne, café, restaurant (horeca) met speeltoestellen - recreatieverblijven - winkelketens (ballenbad) - indoor speeltuinen - scholen - gemeentelijke speelterreinen - kinderdagverblijf - initiatieven voor buitenschoolse opvang - campings - jeugdclubs - sportclubs - speelpleinwerking - hotels - zwembaden met spelinfrastructuur - 2. Moet de uitbater ook de kosten op zich nemen van het laten veilig maken van het speelterrein? - Indien de uitbater ook eigenaar is: ja. - Indien de uitbater geen eigenaar is: Zie contract tussen de eigenaar en de uitbater. 15

17 VII. Onthaalgezin als uitbater 1. Zijn driewielers en loopfietsjes te bestempelen als speelgoed? Betekent dit dat ze moeten opgenomen worden in de risico-analyse en dat ze allemaal genummerd moeten worden? Driewielers, loopfietsjes en andere kinderfietsjes zijn te beschouwen als speeltoestellen in de zin van het koninklijk besluit betreffende de uitbating van speelterreinen (hierna het besluit ). Zoals eerder opgemerkt kunnen we echter stellen dat ze voldoen aan de veiligheidseisen van het besluit als ze voldoen aan de veiligheidseisen voor speelgoed. Er is dan geen verdere risico-analyse noodzakelijk voor deze producten. Wel is het zo dat bij de algemene risico-analyse van het speelterrein rekening zal moeten worden gehouden met het feit dat de kinderen met deze toestellen autonoom kunnen rijden. Bijzondere aandacht moet worden gegeven aan mogelijke open deuren, hoogteverschillen, trappen en de andere bereikbare delen van het huis. Ook de tuin zal in dit licht moeten worden bekeken, indien het mogelijk is dat de kinderen toegang hebben tot deze tuin. Het aanbrengen van een unieke identificatie per fietsje is verplicht. 2. Verplaatsbare glijbanen, wippen, schommels, klimtorens zijn dit speeltoestellen? Welke ondergrond moet in de risico-analyse worden bekeken? Die toestellen/producten die niet bedoeld zijn om zich mee voort te bewegen, maar die zo klein zijn of zo licht van contructie zijn dat een peuter ze zelf gemakkelijk kan verplaatsen, worden beschouwd als speelgoed. De andere toestellen daarentegen worden, ook al zijn ze niet verankerd, beschouwd als speeltoestellen. Zoals eerder opgemerkt kunnen we echter stellen dat ze voldoen aan de veiligheidseisen van het besluit als ze voldoen aan de veiligheidseisen voor speelgoed. Er is dan geen verdere risico-analyse noodzakelijk voor deze toestellen. Wel is het zo dat de aanwezige ondergrond zal moeten worden geëvalueerd. Deze dient aangepast te zijn aan de aanwezige vrije valhoogtes. Omdat deze toestellen meestal een kleine vrije valhoogte hebben, kan -buitenshuis- gras of zand volstaan en -binnenshuis- een ondergrond met beperkte valdempende eigenschappen zoals tapijt, kunststofspeeltegels en dergelijke. Beton en stenen tegels voldoen niet. 3. Een onthaalmoeder leent tijdelijk speeltoestellen van de speel-o-theek, bijv. een glijbaan uit kunststof. Wie is de uitbater van dit speeltoestel. Wie doet de risico-analyse? Wie is aansprakelijk bij een ongeval met dit toestel? Waar moet het logboek liggen? Een onthaalouder is de uitbater van alle speeltoestellen die hij/zij ter beschikking stelt van de kinderen. Het doet er niet toe of deze toestellen tijdelijk of permanent zijn opgesteld, noch of ze aangekocht, geleend of gehuurd zijn. De onthaalouder dient er dan ook voor te zorgen dat aan alle wettelijke verplichtingen aangaande deze toestellen wordt voldaan. Het is dan ook aangeraden om over deze tijdelijk geleende speeltoestellen (schriftelijke) afspraken te maken met de speel-o-theek. Het volgende wordt voorgesteld: - het regelmatig (dagelijks) nazicht wordt uitgevoerd door de onthaalouder, eventueel aan de hand van een controlelijst die bij het toestel werd meegeleverd; - het onderhoud wordt uitgevoerd door de speel-o-theek, telkens het toestel terug in hun bezit komt; - de periodieke controle (jaarlijks) wordt uitgevoerd door of in opdracht van de speel-o-theek. 16

18 Op het ogenblik dat een speeltoestel wordt verhuurd aan een onthaalouder, wordt er door de speelo-theek volgende informatie meegeleverd: - de handleiding en opstellingsinstructies (verankering, ); - de vereisten met betrekking tot de valhoogte, vrije ruimte en ondergrond; - een logboek met daarin de documenten betreffende de periodieke controles en het onderhoud. De aansprakelijkheid in geval van een ongeval met een speeltoestel wordt geregeld door de toepasselijke bepalingen van het burgerlijk wetboek. De (verdeling van de) aansprakelijkheid zal, na de feiten, worden bepaald door de rechterlijke macht. 4. Moet de onthaalouder de informatie over haar risico-analyse en inspectie bij zich in huis houden of is het voldoende dat de dienstverantwoordelijke deze informatie bewaart op de dienst? Het besluit stelt dat de uitbater (de onthaalouder) te allen tijde de informatie in verband met de risico-analyse en controle, onderhoud en nazicht ter beschikking dient te houden. In de meeste gevallen betekent dit dat de onthaalouder deze gegevens thuis, ter plaatse, zal moeten bewaren. 5. Mag een onthaalouder struiken met doornen op het speelterrein hebben staan? Onder bepaalde omstandigheden is het toegelaten om struiken met doornen op het speelterrein (in de tuin) te hebben staan. Op zich is er een zeker risico verbonden aan dergelijke struiken. Het is echter pas als de blootstelling eraan te groot wordt dat dit risico onaanvaardbaar wordt. De blootstelling is groot op plaatsen waar kinderen dikwijls komen en op plaatsen waar kinderen zo actief bezig zijn met spelen dat ze het gevaar niet correct kunnen inschatten. In de praktijk betekent dit meestal dat dergelijke struiken niet kunnen worden toegelaten op uitloopwegen van de speeltoestellen, verbindingswegen en drukke verzamelplaatsen. Dergelijke struiken zouden wel kunnen worden toegelaten op rustige plaatsen of zelfs als afschermingen buiten de normale looproutes. De exacte bepaling van de plaatsen waar doornige struiken wel of niet kunnen worden toegelaten zal gebeuren na de uitvoering van een risico-analyse. 6. Een glijbaan die in het huis van de onthaalouder staat, staat deze op een speelterrein? Een glijbaan in het huis van een onthaalouder staat op een speelterrein als het gedeelte van het huis waar dit speeltoestel staat, wordt gebruikt om de kinderen te onthalen. In een afgeschermd deel van het huis, of op een afgezonderd deel van de tuin, kunnen speeltoestellen staan die enkel door het gezin van de onthaalouder wordt gebruikt en als dusdanig voor privégebruik bestemd zijn en daardoor niet onder de toepassing van het besluit vallen. 17

19 VIII. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid 1. Wat is het verschil tussen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid? De uitbater is verantwoordelijk voor het veilig maken van zijn speelterrein. Indien er toch ongevallen gebeuren, wordt er nagekeken wie daarvoor aansprakelijk is. Dit wordt geregeld door het Burgerlijk wetboek artikel 1382 en volgende. 2. Wie is verantwoordelijk voor speeltoestellen? Op het moment van de verkoop is de verkoper (fabrikant of importeur) verantwoordelijk voor de veiligheid in het ontwerp en de fabricagefase. Tijdens het gebruik van de toestellen is de uitbater verantwoordelijk voor de veiligheid. 3. Wie is verantwoordelijk als de uitbater de inspecties uitbesteedt? De verplichtingen in het besluit zijn opgelegd aan degene die het speeltoestel aanbiedt. Dat is de uitbater. Hij zal aangesproken worden op vastgestelde tekortkomingen. De verantwoordelijkheid blijft altijd bij de uitbater. Hoe hij dit verder wil opnemen met de instantie die de inspecties heeft verricht, wordt geregeld via het burgerlijk wetboek artikel 1382 en volgende. 4. Hoe kan de uitbater bewijzen dat hij al het mogelijke gedaan heeft voor een veilig speelterrein? De uitbater houdt een correcte administratie bij. Alles rond risicoanalyse, preventiemaatregelen en inspecties en onderhoud moet er in staan. Daaruit zal blijken dat de uitbater al het mogelijke heeft gedaan voor een veilig speelterrein. 5. In welke mate zijn de uitbater en fabrikant aansprakelijk voor ongevallen die zich voordoen met een speeltoestel? Een benadeelde kan een burgerrechterlijke procedure instellen. Daarbij kunnen zowel de uitbater als de fabrikant aansprakelijk gesteld worden. Het ligt voor de hand dat bij het gerechtelijk onderzoek getoetst wordt of de uitbater en/of de fabrikant zich aan de bestaande regelgeving heeft gehouden. 6. Verplicht het Koninklijk Besluit (KB) een verzekering? Het KB verplicht geen verzekering, maar het wordt wel sterk aangeraden. 7. De schoolspeelplaats met speeltoestellen wordt verhuurd aan jeugdwerking of een socioculturele vereniging. Wie is dan de uitbater? Beide partijen moeten goede afspraken maken rond het nazicht, onderhoud, melden van gebreken, Deze afspraken kunnen in een contract worden vastgelegd. De uitbater is diegene die het speelterrein rechtstreeks aanbiedt aan de gebruikers. De uitbater kan verschillen afhankelijk van het contract en de periode van huren. De beide partijen moeten hier duidelijk stellen wie de uitbater is. 8. Waar ligt de verantwoordelijkheid bij een uitleendienst van speeltoestellen? De uitleendienst is verantwoordelijk voor de veiligheid van de speeltoestellen. De uitlener is verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens het gebruik van de toestellen. 9. Wat is voorzienbaar gebruik? Denk aan uw eigen kindertijd of KIJK naar de spelende kinderen. Voorzienbaar gebruik is NIET : het door volwassenen als normaal ingeschat gebruik (Zitten op een schommel, glijden op een glijbaan) maar WEL het gebruik dat kinderen er dikwijls normalerwijze van maken. Rechtstaan op een schommel, omhoog klimmen langs een glijbaan is voorzienbaar gebruik. 18

20 IX. Bordjes 1. Wat zijn de verschillende bordjes op een speelterrein? Er zijn 3 soorten bordjes met: - naam en adres van de uitbater - alfanumerieke identificatie van de speeltoestellen - reglementen, algemeen advies, informatie Een bord met gebruik op eigen risico of iets dergelijks mag er NIET staan. 2. Wat is een alfanumerieke identificatie? Ieder toestel is voorzien van een identificatie onder de vorm van letters en/of cijfers. Zoals : 1,2,3,4,5 of A,B,C,D, of S1,S2,S3,G1,G2 of iets dergelijks. 3. Welke bordjes zijn verplicht? De uitbater moet een bordje zetten op zijn terrein met zijn coördinaten erop (naam en adres). Dit wordt het aanspreekpunt voor het ministerie en ouders. Indien de uitbater geen eigenaar is, dan moet de uitbater er toch zijn coördinaten opzetten. Elk speeltoestel heeft een bordje met een alfanumerieke identificatie. 4. Mag of moet de uitbater zijn telefoonnummer op het bordje zetten? Het plaatsen van een telefoonnummer op het identificatiebord is een goed idee, maar niet verplicht. De uitbater kan ook een adres vermelden, maar ook dat is niet verplicht. Het is wel nuttig voor een vlotte en directe communicatie. 5. Kan de uitbater op zijn speelterrein koordjes aan kleding verbieden? Ja, dat kan. Het zal de uitbater wel een vals gevoel van veiligheid geven omdat niet alle ongevallen met koordjes gebeuren. Het is een goed idee om de gebruikers van het speelterrein erop te wijzen dat koordjes ergens kunnen blijven hangen. 6. Waar staat het bordje van de uitbater in een school of bij onthaalmoeders? Een speelterrein moet volgens de wetgeving voorzien zijn van een bordje dat duidelijk de uitbater identificeert. Dit bordje hoeft echter niet exclusief voor het terrein te zijn. Bij een school kan een bord aan de ingang van de school met de naam van de school volstaan, bij een onthaalmoeder de naam op de bel. Het is belangrijk dat het wel degelijk om de uitbater gaat én dat er geen verwarring kan ontstaan over wie het speelterrein nu uitbaat. 7. In welke taal moet een tekst geschreven zijn? In tweetalige gemeenten en in gemeenten met taalfaciliteiten moeten de twee talen (Nederlands- Frans of Frans-Duits) worden gebruikt (talen van het gebied). Er mogen meerdere talen op het bordje staan, dan de taalwetgeving verplicht. Zo is het mogelijk om in sommige buurten de gegevens ook in het Engels of Arabisch op de bordjes te zetten. Het gebruik van icoontjes kan ook nuttig zijn. 8. Mogen er nog bordjes staan zoals het bestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen? Neen. 19

I. De Europese Normen (EN) - Het Koninklijk Besluit (KB)

I. De Europese Normen (EN) - Het Koninklijk Besluit (KB) Veiligheid van speelterreinen : Frequently Asked Questions (Veel voorkomende vragen) Meer informatie kan je vinden in: - het handboek van het Ministerie van Economische Zaken een brochure voor ouders en

Nadere informatie

Veiligheid van Speelterreinen Veel Voorkomende Vragen (Frequently Asked Questions)

Veiligheid van Speelterreinen Veel Voorkomende Vragen (Frequently Asked Questions) Kwaliteit en Veiligheid Dienst veiligheid van de Consumenten Veiligheid van Speelterreinen Veel Voorkomende Vragen (Frequently Asked Questions) Versie 14/11/2006 Veiligheid van Speelterreinen: Veel Voorkomende

Nadere informatie

Veiligheid van Speelterreinen. Frequently Asked Questions

Veiligheid van Speelterreinen. Frequently Asked Questions Veiligheid van Speelterreinen Frequently Asked Questions November 2012 De voorwaarden scheppen voor een competitieve, duurzame en evenwichtige werking van de goederen- en dienstenmarkt in België. Inhoudsopgave

Nadere informatie

Workshop speelterreinen en speeltoestellen

Workshop speelterreinen en speeltoestellen Workshop speelterreinen en speeltoestellen Genk Karen Brems Sint-Andries Erwin De Buck Denderleeuw Luc Janssens 1 Inhoud workshop 1. Kort overzicht regelgeving 2. A.d.h.v. foto s de aandachtspunten betreffende

Nadere informatie

Speeltoestellen in de Kinderopvang

Speeltoestellen in de Kinderopvang Speeltoestellen in de Kinderopvang Een onderzoek naar het veiligheidsniveau van speeltoestellen in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen Auteur: ir. L. Lammers Senior Veiligheids- en trendonderzoeker

Nadere informatie

Veiligheid van speeltoestellen

Veiligheid van speeltoestellen FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND & ENERGIE KWALITEIT EN VEILIGHEID Afdeling Veiligheid Dienst Productveiligheid Veiligheid van speeltoestellen Versie 06/02/2003 Referenties : Koninklijk

Nadere informatie

Speel op zeker! Handleiding voor een veilig speelterrein in de kinderopvang

Speel op zeker! Handleiding voor een veilig speelterrein in de kinderopvang Speel op zeker! Handleiding voor een veilig speelterrein in de kinderopvang Inhoudsopgave Speel op zeker... 2 Wat is een speelterrein?... 2 Een speelterrein veilig uitbaten... 3 Drie stappen naar een veilig

Nadere informatie

Speeltuin zonder gevaar? 'preventief ontwerpen met het oog op gedrag van kinderen' Dr Johan FM Molenbroek Industrieel Ontwerpen TU Delft

Speeltuin zonder gevaar? 'preventief ontwerpen met het oog op gedrag van kinderen' Dr Johan FM Molenbroek Industrieel Ontwerpen TU Delft Speeltuin zonder gevaar? 'preventief ontwerpen met het oog op gedrag van kinderen' Dr Johan FM Molenbroek Industrieel Ontwerpen TU Delft Overzicht Om te beginnen dit kunstwerk Ongevallen in het algemeen

Nadere informatie

Colofon. Coördinatie: Mia Van Laeken Vormgeving & Illustraties: www.dhondt-ravijts.be

Colofon. Coördinatie: Mia Van Laeken Vormgeving & Illustraties: www.dhondt-ravijts.be Colofon Deze brochure werd gerealiseerd mede dankzij de financiële steun van de Vlaamse minister bevoegd voor Gezondheidsbeleid, de Federale minister van Volksgezondheid en Consumentenzaken en de leden

Nadere informatie

september 2015 Als eigenaar zorg ik voor de veiligheid van mijn lift!

september 2015 Als eigenaar zorg ik voor de veiligheid van mijn lift! september 2015 Als eigenaar zorg ik voor de veiligheid van mijn lift! De opdracht van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie bestaat erin de voorwaarden te scheppen voor een competitieve, duurzame

Nadere informatie

Minisymposium 4 juni 2013. www.keurmerk.nl

Minisymposium 4 juni 2013. www.keurmerk.nl Minisymposium 4 juni 2013 Keurmerkinstituut Het Keurmerkinstituut is een onafhankelijke organisatie gericht op verbetering van de kwaliteit en veiligheid van producten, diensten en accommodaties voor consumenten.

Nadere informatie

Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein

Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Veiligheid van speeltoestellen op het schoolplein - Inspectieresultaten 2010 31 augustus 2011 Colofon Projectnaam

Nadere informatie

1 x 1 landelijke wetgeving

1 x 1 landelijke wetgeving Certificaat: Inspecteur speeltoestellen Niveau: 2 sterren Toetsvorm: Gesloten vragen Toetsduur: 120 minuten Cesuur: 60% met correctie voor de gokkans Hulpmiddelen: WAS, Normenbundels TOETSMATRIJS SVS 2

Nadere informatie

Vergelijking van verschillende koninklijk besluiten over diverse vrijetijdsactiviteiten

Vergelijking van verschillende koninklijk besluiten over diverse vrijetijdsactiviteiten Vergelijking van verschillende koninklijk besluiten over diverse vrijetijdsactiviteiten Risicoanalyse Uitbating speelterreinen Uitbater, eventueel Actieve ontspanningsevenement Organisator, eventueel Extreme

Nadere informatie

Bijscholing Speelom 2009

Bijscholing Speelom 2009 Bijscholing Speelom 2009 Laag en hoog touwenparcours Spel of sport? 1 2 EN 15567-1:2007 EN 15567-2:2007 EN 15567-1 behelst de productie en veiligheidsvereisten van touwenparcours EN 15567-2 behelst de

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN FINANCIEN EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW

MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN FINANCIEN EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN FINANCIEN EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW 27 NOVEMBER 1998. - Koninklijk besluit betreffende normen voor de energie-efficiëntie van huishoudelijke

Nadere informatie

Richtlijn druktoestellen 97/23/EG

Richtlijn druktoestellen 97/23/EG Richtlijn druktoestellen 97/23/EG PED in de praktijk Stoomdag Energik 18-05-06 nmouling@vincotte.be 1 INHOUD Presentatie van de PED: - Doel - Toepassingsgebied - Essenciële veiligheidseisen - Klassificatie

Nadere informatie

Toepassing van de regelgeving in België

Toepassing van de regelgeving in België BFNO-Begeleidingssysteem Veiligheid & Milieuzorg Toepassing van de regelgeving in België Jac Loosveldt Coördinator BSVM BFNO Begeleidingssysteem Veiligheid & Milieuzorg Welke regelgeving? Omzetting van

Nadere informatie

MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING

MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING * MONTAGEHANDLEIDING Algemene voorschriften: A. Ondergrond Het toestel dient op een valdempende ondergrond geplaatst te worden, welke minimaal

Nadere informatie

WETTELIJK KADER BELGIË ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING

WETTELIJK KADER BELGIË ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING WETTELIJK KADER BELGIË WHITE PAPER SAMENVATTING De Belgische wetten en normen die de inspectie en het onderhoud van noodverlichting beschrijven, zijn duidelijk: de beheerder van het gebouw is verantwoordelijk

Nadere informatie

I. Technische bepalingen

I. Technische bepalingen I. Technische bepalingen ALGEMENE EISEN Alle speeltuigen dienen te beantwoorden aan de meest recente Europese veiligheidsnorm NEN-EN 1176 en bijhorende uitbreidingen/aanvullingen. De conformiteit wordt

Nadere informatie

Kinderveiligheid voor de buurt

Kinderveiligheid voor de buurt Werkwijze kinderveiligheid voor de buurt Kinderveiligheid voor de buurt 1 Inleiding Deze werkwijze Kinderveiligheid voor de buurt van VeiligheidNL maakt onderdeel uit van de methode veiligheidsmanagement

Nadere informatie

Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches

Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches II. 12 BV MC Mededeling betreffende het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches Laatste versie: 18 augustus 2005 De Vlaamse

Nadere informatie

POLICY : GEBRUIKER. Auteur André Staquet Andere auteurs Versie 0.1.a Update 22/06/2005 Naam Functie Datum Herzien door Goedgekeurd door

POLICY : GEBRUIKER. Auteur André Staquet Andere auteurs Versie 0.1.a Update 22/06/2005 Naam Functie Datum Herzien door Goedgekeurd door POLICY : GEBRUIKER Auteur André Staquet Andere auteurs Update 22/06/2005 Naam Functie Datum Herzien door Goedgekeurd door Directoraat-Generaal Dienstenbeheer 23/06/2005 1 MEDEWERKERS Naam Delphine Duprez

Nadere informatie

Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities

Hoofdstuk I. - Bepalingen betreffende de collectieve beschermingsmiddelen. Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities Koninklijk besluit van 30 augustus 2013 tot vaststelling van algemene bepalingen betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen (B.S. 7.10.2013) Hoofdstuk I. - Bepalingen

Nadere informatie

N Beroepsregl - AREI - ARAB A Brussel, 15 december 2015 MH/EDJ/AS 737-2015 ADVIES. over

N Beroepsregl - AREI - ARAB A Brussel, 15 december 2015 MH/EDJ/AS 737-2015 ADVIES. over N Beroepsregl - AREI - ARAB A Brussel, 15 december 2015 MH/EDJ/AS 737-2015 ADVIES over DE PROBLEMEN M.B.T. HET GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK EN HET CONTROLEBEZOEK VAN LAAGSPANNINGSINSTALLATIES (ARTIKEL 270

Nadere informatie

CE-markering. Wat? Waarom? Hoe? Maureen Logghe Dienst Consumentenveiligheid. Infosessie VOKA 27.03.2014. http://economie.fgov.be

CE-markering. Wat? Waarom? Hoe? Maureen Logghe Dienst Consumentenveiligheid. Infosessie VOKA 27.03.2014. http://economie.fgov.be CE-markering Wat? Waarom? Hoe? Maureen Logghe Dienst Consumentenveiligheid Infosessie VOKA 27.03.2014 inhoud / overzicht CE-markering: Wat? Op welke producten? Waarom? Algemene veiligheidsverplichting

Nadere informatie

WETTELIJK KADER NEDERLAND ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING

WETTELIJK KADER NEDERLAND ONDERHOUD VAN NOODVERLICHTING WETTELIJK KADER NEDERLAND WHITE PAPER SAMENVATTING De Nederlandse regelgeving voor inspectie en onderhoud van noodverlichting is niet zo eenvoudig. Zo is vaak niet duidelijk wie welke verantwoordelijkheid

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR CIRCULAIRE. Uitgave : 2

KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR CIRCULAIRE. Uitgave : 2 KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR Bestuur van de Luchtvaart CIRCULAIRE CIR/AIRW-16 Datum : 03/2002 Uitgave : 2 Betreft : Voorschriften inzake het onderhoud van vrije warmerluchtballonnen

Nadere informatie

GSM- of UMTS-repeaters: vragen en antwoorden

GSM- of UMTS-repeaters: vragen en antwoorden GSM- of UMTS-repeaters: vragen en antwoorden V: Mag ik zelf een repeater aanschaffen en installeren bij slechte GSM- of UMTSontvangst? Ik ondervind op bepaalde plaatsen bij mij thuis of in mijn firma slechte

Nadere informatie

Federale Overheidsdienst FINANCIEN VERHUURD TE HUUR. Een huurcontract laten registreren

Federale Overheidsdienst FINANCIEN VERHUURD TE HUUR. Een huurcontract laten registreren EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN TE HUUR VERHUURD 0466 33 22 11 Een huurcontract laten registreren 1. Wie moet welk huurcontract laten registreren? Het huurcontract van een onroerend

Nadere informatie

Speeltoestellen, kinderbedden en - boxen in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen

Speeltoestellen, kinderbedden en - boxen in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen Speeltoestellen, kinderbedden en - boxen in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen Auteurs: L.Lammers C.J.T.M. Postma-Koolen Projectnummer: ZW05P002 en ZW05P004 Datum: maart 2006 VOEDSEL EN WAREN AUTORITEIT

Nadere informatie

GSM- of UMTS-repeaters: vragen en antwoorden

GSM- of UMTS-repeaters: vragen en antwoorden GSM- of UMTS-repeaters: vragen en antwoorden V: Mag ik zelf een repeater aanschaffen en installeren bij slechte GSM- of UMTSontvangst? Ik ondervind op bepaalde plaatsen bij mij thuis of in mijn firma slechte

Nadere informatie

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (B.S. 21.12.2012) Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Nadere informatie

Speelruimte, wat staat er op het spel?

Speelruimte, wat staat er op het spel? Speelruimte, wat staat er op het spel? Peter Dekeyser Spelen is belangrijk Spelen is belangrijk Het doen van spelletjes, Zich bezighouden,? Spelen is belangrijk VOORBEELD Het doen van spelletjes, Zich

Nadere informatie

Springkastelen: gebruikershandleiding

Springkastelen: gebruikershandleiding Springkastelen: gebruikershandleiding 1 Algemene info 1.1 Leverancier - Boing NV Fabrieksweg 15 8480 Eernegem (België) tel. : 0032-59-800 500 e-mail: boing@telenet.be 1.2 Eigenaar - Regionale Media Maatschappij

Nadere informatie

TOOLBOX VEILIG WERKEN MET MACHINES

TOOLBOX VEILIG WERKEN MET MACHINES TOOLBOX VEILIG WERKEN MET MACHINES WAAROM GEBEUREN ER MACHINE - ONGEVALLEN? Accidents are not due to lack of knowledge, but failure to use the knowledge we have. Mr. T. Kletz Ongevallen worden niet veroorzaakt

Nadere informatie

Een huurcontract laten registreren... een makkelijk te vervullen verplichting - Gewijzigde wetgeving - Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Een huurcontract laten registreren... een makkelijk te vervullen verplichting - Gewijzigde wetgeving - Federale Overheidsdienst FINANCIEN Een huurcontract laten registreren... een makkelijk te vervullen verplichting - Gewijzigde wetgeving - L UNION FAIT LA FORCE - EENDRACHT MAAKT MACHT Federale Overheidsdienst FINANCIEN 1. Wie moet welk

Nadere informatie

Veiligheid van Speelterreinen

Veiligheid van Speelterreinen Veiligheid van Speelterreinen Een praktische leidraad voor uitbaters van speelterreinen Veiligheid van Speelterreinen Voorwoord door de Minister van consumentenzaken O mdat de veiligheid van de speeltoestellen

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor producten met gebreken

Aansprakelijkheid voor producten met gebreken FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND & ENERGIE KWALITEIT EN VEILIGHEID Afdeling Veiligheid Dienst Productveiligheid Aansprakelijkheid voor producten met gebreken Versie 07/02/2003 VERSIE

Nadere informatie

2 - VVSG - Risico-analyse in de praktijk - Inspiratiedag Steunpunt Kinderopvang

2 - VVSG - Risico-analyse in de praktijk - Inspiratiedag Steunpunt Kinderopvang Risico-analyse in de praktijk Risico-analyse in de praktijk Inspiratiedag Steunpunt Kinderopvang 20 maart 2014 Filmpje van Kind & Gezin 2 - VVSG - Risico-analyse in de praktijk - Inspiratiedag Steunpunt

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor een financiële tussenkomst bij de plaatsing van een AED-toestel

Aanvraagformulier voor een financiële tussenkomst bij de plaatsing van een AED-toestel Aanvraagformulier voor een financiële tussenkomst Aanvragende vereniging, organisatie of handelszaak, verder vermeld als de aanvrager: Persoon die deze vereniging, organisatie of handelszaak vertegenwoordigt

Nadere informatie

1.3. 5 jaar bewaring van de documenten : is dit voldoende?

1.3. 5 jaar bewaring van de documenten : is dit voldoende? CE-markering voor ramen en deuren produktnorm EN 14351-1 Toelichtingen: Onze vragenkataloog beantwoordt de meest voorkomende vragen betreffende de CE-markering. Hoewel onze antwoorden zorgvuldig werden

Nadere informatie

Toerisme voor iedereen in Picardië: het label Tourisme et Handicap

Toerisme voor iedereen in Picardië: het label Tourisme et Handicap Toerisme voor iedereen in Picardië: het label Tourisme et Handicap I. Inventaris, context en achtergrond Vrij op vakantie kunnen gaan en sport en recreatie bedrijven is een zeer belangrijke factor voor

Nadere informatie

Weet u wie uw arbeidsmiddelen mag keuren?

Weet u wie uw arbeidsmiddelen mag keuren? Keuring en Inspectie Weet u wie uw arbeidsmiddelen mag keuren? TÜV TÜV NORD GROUP Weet u wie uw arbeidsmiddelen mag keuren? Vanuit het Arbobesluit wordt de werkgever verplicht bepaalde arbeidsmiddelen

Nadere informatie

feitenwijzer voor ouders en MR

feitenwijzer voor ouders en MR fysieke veiligheid op school feitenwijzer voor ouders en MR versie BO-FW.2011.01 Veiligheidsbeleid: de feiten In deze Feitenwijzer kunt u voor een aantal specifieke veiligheidsthema s lezen welke wettelijke

Nadere informatie

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen

8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen 8.2 Bestelprocedure installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen (voor het gemak, een machine = een installatie, machine of gemechaniseerd werktuigen, zoals bedoeld in het artikel 8.1 van het KB

Nadere informatie

Handboek Veiligheid van speelterreinen 2 e editie

Handboek Veiligheid van speelterreinen 2 e editie Handboek Veiligheid van speelterreinen 2 e editie Colofon Auteurs (1 e editie): Jeroen Bos, Jan Deconinck, Peter Dekeyser, Jos De Wael, Frans Everaerts, Filip Michiels, Benoît Miclotte, Antoinette Timmermans,

Nadere informatie

VEILIGHEIDSPLAN. NV BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK Industriepark-West 55 9100 SINT-NIKLAAS Tel. : 03/766.02.34 Fax. : 03/777.26.77

VEILIGHEIDSPLAN. NV BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK Industriepark-West 55 9100 SINT-NIKLAAS Tel. : 03/766.02.34 Fax. : 03/777.26.77 VEILIGHEIDSPLAN NV BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK Industriepark-West 55 9100 SINT-NIKLAAS Tel. : 03/766.02.34 Fax. : 03/777.26.77 1. Inhoudstafel A. Inleiding 1. Inhoudstafel 2. Beleidsverklaring 3. Toelichting

Nadere informatie

RISICOANALYSE SPREADERBEAMS VOLGENS METHODE FINE EN KINNEY

RISICOANALYSE SPREADERBEAMS VOLGENS METHODE FINE EN KINNEY RISICOANALYSE SPREADERBEAMS VOLGENS METHODE FINE EN KINNEY INHOUDSOPGAVE: Hoofdstuk Omschrijving Pagina 1 Inleiding 2 2 Risicoanalyse 2 3 Risicobeoordeling 4 4 Risicoreductie 7 1. INLEIDING: Het spreader

Nadere informatie

Bijlagen. Bijlage 1: Het belang van speelruimte. Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen

Bijlagen. Bijlage 1: Het belang van speelruimte. Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen Bijlagen Bijlage 1: Het belang van speelruimte Bijlage 2: Vervangingswaarde van speeltoestellen Bijlage 3: Berekening bijdrage Speeltoestellen op Schoolpleinen Bijlage 4: Exploitatie begroting Speeltoestellen

Nadere informatie

HET LOGBOEK. Govaerts Recycling NV Kolmenstraat 1324 B-3570 Alken info@govaplay.com www.govaplay.com 1

HET LOGBOEK. Govaerts Recycling NV Kolmenstraat 1324 B-3570 Alken info@govaplay.com www.govaplay.com 1 HET LOGBOEK Dit document verduidelijkt hoe u als beheerder/uitbater van een speelgelegenheid/speelterrein een verplicht logboek van ieder speeltoestel moet bijhouden en hoe u dat praktisch aanpakt. Achteraan

Nadere informatie

SPEELOM Toelichting nieuwe en gewijzigde normen

SPEELOM Toelichting nieuwe en gewijzigde normen SPEELOM Toelichting nieuwe en gewijzigde normen 10 november 2009 17 november 2009 Frans Everaerts Spereco Speeltoestellen t ll Nieuwe en herziene normen (1176 serie) - EN 1176-1 Algemene veiligheidseisen

Nadere informatie

Elektrische installaties - Vragen

Elektrische installaties - Vragen PROVIKMO Externe Dienst Preventie en Bescherming op het Werk Afdeling Risicobeheersing Team Veiligheid Dirk Martensstraat 26/1 8200 Brugge Tel. 050/47.47.47 Fax. 050/47.47.98 Presentatie: Peter Coninckx

Nadere informatie

FAQ Feestvuurwerk Het pyrotechnisch artikel De handelaar De consument

FAQ Feestvuurwerk Het pyrotechnisch artikel De handelaar De consument FAQ Feestvuurwerk Het pyrotechnisch artikel... 2 1. Wat is een pyrotechnisch artikel?... 2 2. Welke pyrotechnische artikelen vallen niet onder het koninklijk besluit van 20 oktober 2015?... 2 De handelaar...

Nadere informatie

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen - 1 -

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen - 1 - Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen - 1 - Ministerieel besluit houdende de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer uit derde landen van honden en

Nadere informatie

Logboek IJ2050R - Robinia evenwichtsbalk

Logboek IJ2050R - Robinia evenwichtsbalk Logboek IJ2050R - Robinia evenwichtsbalk PRODUCTSPECIFIEKE OMSCHRIJVING Ronde evenwichtsbalk robinia (op paaltjes). Lengte kan varieren tussen de 2,0 en 6,0 meter, diameter ca. 20 cm. Opvangzone 1,5 meter

Nadere informatie

Veiligheid van speelterreinen. Sylvie Thenard - Fotolia.com

Veiligheid van speelterreinen. Sylvie Thenard - Fotolia.com Veiligheid van speelterreinen Sylvie Thenard - Fotolia.com Veiligheid van speelterreinen Een praktische leidraad voor uitbaters 3 e uitgave 1 Colofon Auteurs (1e editie): Jeroen Bos, Jan Deconinck, Peter

Nadere informatie

Informatiefiche verzekering lokale groepen

Informatiefiche verzekering lokale groepen Informatiefiche verzekering lokale groepen Als je lid bent van Hujo - dat betekent als je afdracht van 3,00 is gestort (of gratis voor kinderen tot en met het 6 de studiejaar) en je gegevens via de ledenlijst

Nadere informatie

Ondersteunende vragen risico analyse

Ondersteunende vragen risico analyse Ondersteunende vragen risico analyse Achtergrond bij het opmaken van een risico analyse en wat van je verwacht wordt, vind je in de leidraad Risico analyse. Om je te ondersteunen bij het opmaken, heeft

Nadere informatie

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie?

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie? DE PROBLEMATIEK VAN DE AANHANGWAGENS De eerste Europese richtlijn betreffende verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid voor motorrijtuigen 1 bepaalt dat alle Lidstaten de nodige maatregelen

Nadere informatie

Risico s Vallen van hoogte. Collectieve beschermingsmiddelen Niet van toepassing.

Risico s Vallen van hoogte. Collectieve beschermingsmiddelen Niet van toepassing. Toolbox: Veilig werken met persoonlijke valbeveiliging Het doel van een toolboxmeeting is om de aandacht en motivatie voor veiligheid en gezondheid binnen het bedrijf te verbeteren. Wat is persoonlijke

Nadere informatie

Wanneer dien je een factuur uit te reiken?

Wanneer dien je een factuur uit te reiken? Wanneer dien je een factuur uit te reiken? Algemeen principe (art. 53, 2 W. BTW) : * In principe is elke zelfstandige (met BTW-nummer) verplicht om een factuur op te maken telkens wanneer hij goederen

Nadere informatie

Camerareglement. Inhoudsopgave

Camerareglement. Inhoudsopgave Camerareglement Hogeschool Rotterdam Naam Functie Datum Opsteller(s): P.A.M. Goossens Manager Integrale Veiligheid 02-05-2012 Verificatie: ABZ Functionaris gegevensbescherming 02-05-2012 02-05-2012 Revisie:

Nadere informatie

Rapport. Risico-inventarisatie & -evaluatie daken. Gymzaal

Rapport. Risico-inventarisatie & -evaluatie daken. Gymzaal Rapport Risico-inventarisatie & -evaluatie daken Gymzaal Rapport Risico-inventarisatie & -evaluatie daken Opdrachtgever : Gemeente Veiligheid Valgevaar 23 6583 QQ Veiligstad Tel. 009-555 777 E-mail info@gemeenteveiligheid.nl

Nadere informatie

Stop met het gebruik van de methode van Kinney als kwantitatieve risicoevaluatiemethode

Stop met het gebruik van de methode van Kinney als kwantitatieve risicoevaluatiemethode Stop met het gebruik van de methode van Kinney als kwantitatieve risicoevaluatiemethode : De methode van Kinney is geen kwantitatieve doch een kwalitatieve risicoevaluatiemethode Hierbij wil ik aantonen

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999)

Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999) Koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (B.S. 4.6.1999) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van 28 augustus 2002 tot aanwijzing

Nadere informatie

HONDENBELEID BRIELLE

HONDENBELEID BRIELLE HONDENBELEID BRIELLE April 2005 Inhoudsopgave Inleiding Doelstelling Wettelijke instrumentarium Mogelijkheden Kosten, baten, dekking Overwegingen Voorstel Tijdsplanning 2 Inleiding De overlast van honden,

Nadere informatie

Gebruikshandleiding art.nr. GP14 "Grote boot" ( versie 2014-02) de meest recente versie is steeds te vinden op www.govaplay.com

Gebruikshandleiding art.nr. GP14 Grote boot ( versie 2014-02) de meest recente versie is steeds te vinden op www.govaplay.com Gebruikshandleiding art.nr. GP14 "Grote boot" ( versie 2014-02) de meest recente versie is steeds te vinden op www.govaplay.com GP14 4 www.govaplast.com TÜV-gecertificeerd Govaerts Recycling NV Kolmenstraat

Nadere informatie

Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen

Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen Samenvatting wetgeving omtrent Machines en Arbeidsmiddelen De wetgeving met betrekking tot machines en arbeidsmiddelen is niet eenvoudig. Er zijn diverse richtlijnen en wetten binnen de Europese Unie en

Nadere informatie

Deel I Verkeersreglement... 19

Deel I Verkeersreglement... 19 Inhoudsopgave Deel I Verkeersreglement... 19 Algemeen... 19 1.1. Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende Algemeen Reglement op de Politie van het Wegverkeer en van het Gebruik van de Openbare Weg...

Nadere informatie

Welke taken zijn voor het uitzendkantoor?

Welke taken zijn voor het uitzendkantoor? jobstudenten Inhoud 1. Kanttekeningen bij presentatie PI : samenvatting wie doet wat? Fg is dubbel zo hoog dan het nationaal gemiddelde 2. Jongeren op het werk 3. Risico-analyse 4. Verboden werkzaamheden

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling Toegestane Shuttles 2015/2016

Uitvoeringsregeling Toegestane Shuttles 2015/2016 Uitvoeringsregeling Toegestane Shuttles 2015/2016 Het bestuur heeft in zijn vergadering op 23 februari 2015 op basis van het Algemeen Wedstrijdreglement, Hoofdstuk II, artikel 4, lid 1 voor het seizoen

Nadere informatie

Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven

Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven Wetgeving rond brandveiligheid voor de kinderdagverblijven Voorstelling Vrijwillig Brandweerkorps Zoersel Brandweertaken Preventie - Lt-dienstchef Yves Sepot - Olt Bart Van Winckel - Bwm Els Haest Wetgeving

Nadere informatie

BTW in de paardensector: twee uitzonderingen 1

BTW in de paardensector: twee uitzonderingen 1 BTW in de paardensector: twee uitzonderingen 1 BTW IN DE PAARDENSECTOR TWEE UITZONDERINGEN Reeds vele jaren dringt de Belgische Confederatie van het Paard er bij de overheid op aan om voor de paardensector

Nadere informatie

Europese regelgeving m.b.t. touwenparcours: EN 15567-1 en EN 15567-2

Europese regelgeving m.b.t. touwenparcours: EN 15567-1 en EN 15567-2 Europese regelgeving m.b.t. touwenparcours: EN 15567-1 en EN 15567-2 BFNO- studienamiddag Leuven, 14 december 2010 Johan Hovelynck Agenda Regelgeving m.b.t. touwenparcours Bouw en onderhoud: EN 15567-1

Nadere informatie

DE ADMINISTRATEUR-GENERAAL VAN HET AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS,

DE ADMINISTRATEUR-GENERAAL VAN HET AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS, ---... - Agentschap voor Natuur en Bos Besluit van de administrateur-generaal houdende goedkeuring van de toegankelijkheidsregeling voor Fort 8 gelegen op het grondgebied van de stad Antwerpen DE ADMINISTRATEUR-GENERAAL

Nadere informatie

VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING EAN12AD091 TRANSPORT DC

VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING EAN12AD091 TRANSPORT DC VRAGENLIJST BIJ DE KANDIDATUURSTELLING EAN12AD091 TRANSPORT DC Gelieve alle gegevens in drukletters in te vullen. III.2) VOORWAARDEN VOOR DEELNEMING III.2.1) Persoonlijke situatie van ondernemers, waaronder

Nadere informatie

www.brugge.be ALGEMENE RICHTLIJNEN dansgelegenheden en dansactiviteiten

www.brugge.be ALGEMENE RICHTLIJNEN dansgelegenheden en dansactiviteiten www.brugge.be 1 ALGEMENE RICHTLIJNEN dansgelegenheden en dansactiviteiten 2 3 Naast een leuke vorm van ontspanning is dansen voor velen een belangrijke manier om mensen te ontmoeten. Het is echter belangrijk

Nadere informatie

Omzendbrief met betrekking tot de toelating en erkenning voor hoevezuivelproducenten en het gebruik van de autocontrolegidsen

Omzendbrief met betrekking tot de toelating en erkenning voor hoevezuivelproducenten en het gebruik van de autocontrolegidsen Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Omzendbrief met betrekking tot de toelating en erkenning voor hoevezuivelproducenten en het gebruik van de autocontrolegidsen Referentie PCCB/S3/EME/1136184

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2. Trainers

HOOFDSTUK 2. Trainers HOOFDSTUK 2. Trainers 1. Definitie. Wordt als trainer aanzien, hij die van de Jockey Club de toelating gekregen heeft om de training van galoprenpaarden te leiden. 2. Algemene voorschriften. a. Alle paarden

Nadere informatie

Grenzen verleggen als tweede natuur. Speeltoestellen van

Grenzen verleggen als tweede natuur. Speeltoestellen van Grenzen verleggen als tweede natuur Speeltoestellen van Heutink speeltoestellen Doorlopende lijn voor kinderopvang en primair onderwijs Als totaalleverancier mag een compleet programma buitenspelmateriaal

Nadere informatie

Strijen, juli 2009 OWZ/an - 1 -

Strijen, juli 2009 OWZ/an - 1 - Strijen, juli 2009 OWZ/an - 1 - INHOUD 1. Inleiding pagina 3 2. Criteria pagina 4 3. Huidige situatie in Strijen pagina 5 4. Visie Strijen pagina 6 5. Centrale Speelplaats pagina 6 6. Burgerparticipatie

Nadere informatie

Vlaamse overheid. Agentschap voor Natuur en Bos

Vlaamse overheid. Agentschap voor Natuur en Bos Vlaamse overheid Agentschap voor Natuur en Bos Besluit van de administrateur-generaal houdende goedkeuring van de toegankelijkheidsregeling voor het domein Zorgvliet, gelegen op het grondgebied van de

Nadere informatie

Aangifte van arbeidsongeval

Aangifte van arbeidsongeval Aangifte van arbeidsongeval Wet van 3 juli 1967 Uitgave 01/2002 Verzekeringsonderneming erkend onder het codenr. 0618 007/0236 04-04 Tel. (02)250 91 11 Fax (02)250 95 70 AANGIFTE VAN ARBEIDSONGEVAL Polisnummer

Nadere informatie

BRANDVEILIGHEID IN PTI S

BRANDVEILIGHEID IN PTI S BRANDVEILIGHEID IN PTI S PTI = WAT? PUBIEK TOEGANKELIJKE INRICHTINGEN PTI = VOORBEELDEN? CAFÉS, FEESTZALEN, RESTAURANTS, JEUGDLOKALEN, KANTINES,. INFOZITTING WOENSDAG 10 JULI 2013 IN CCW 1 WETTELIJKE TAKEN

Nadere informatie

VOORLICHTING INSPECTEURS 21 MEI 2011 21.05.2011 1

VOORLICHTING INSPECTEURS 21 MEI 2011 21.05.2011 1 VOORLICHTING INSPECTEURS 21 MEI 2011 21.05.2011 1 Opdracht van het bestuur van de NVM en de Stoomgroep Holland aan de werkgroep Harmonisatie Ketelreglement De werkgroep dient te onderzoeken: - Op welke

Nadere informatie

REPORTAGE: SPEELTERREIN JOEPLA (LOCHRISTI)

REPORTAGE: SPEELTERREIN JOEPLA (LOCHRISTI) NOTA REPORTAGE: SPEELTERREIN JOEPLA (LOCHRISTI) Datum: 1 augustus 2007 REPORTAGE: SPEELTERREIN JOEPLA (LOCHRISTI) 1 augustus 2007 pagina 1 > 5 1 Speelterrein Joepla (Lochristi) 1.1 KORT In t kort Ligging/adres

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor de organisatie van openbare evenementen

Aanvraagformulier voor de organisatie van openbare evenementen Aanvraagformulier voor de organisatie van openbare evenementen Aanvraagformulier voor de organisatie van openbare evenementen, feesten en fuiven in de gemeente Holsbeek De organisator van een openbaar

Nadere informatie

Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud

Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud Leidraad bij de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen Keuze, gebruik, reiniging en onderhoud Het aanschaffen van systemen en producten die een bepaalde veiligheid moeten waarborgen kan niet vergeleken

Nadere informatie

Collectieve valbeschermingsmiddelen

Collectieve valbeschermingsmiddelen Collectieve valbeschermingsmiddelen Regelgeving m.b.t. valbescherming - Vanaf welke hoogte? - Hiërarchie - Collectieve beschermingsmiddelen - Persoonlijke beschermingsmiddelen 2 Regelgeving CBM Toepassingsgebied

Nadere informatie

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Omzendbrief met betrekking tot erkenning-/registratievoorwaarden van opslagbedrijven van dierlijke bijproducten en afgeleide producten die niet

Nadere informatie

Aanmelding van de uitbating van een toeristisch logies

Aanmelding van de uitbating van een toeristisch logies Aanmelding van de uitbating van een toeristisch logies Toerisme Vlaanderen Afdeling Kwaliteitszorg Grasmarkt 61, 1000 BRUSSEL Tel. 02 504 03 00 Fax 02 504 03 66 website: http://www.toerismevlaanderen.be

Nadere informatie

Ruimte om te spelen Kader speelruimte 2012-2016 Gemeente Buren

Ruimte om te spelen Kader speelruimte 2012-2016 Gemeente Buren Ruimte om te spelen Kader speelruimte 2012-2016 Gemeente Buren 1 Inleiding De nota Speels Buren, Speelruimtebeleid uit 2006 is verouderd. De inhoud komt niet meer overeen met het nieuwe subsidie- en ondersteuningsbeleid,

Nadere informatie

Spelen! 'De wereld ontdekken door te rennen, te klimmen en te ravotten!' BTL maakt speelruimte leefbaar!

Spelen! 'De wereld ontdekken door te rennen, te klimmen en te ravotten!' BTL maakt speelruimte leefbaar! Spelen! 'De wereld ontdekken door te rennen, te klimmen en te ravotten!' BTL maakt speelruimte leefbaar! Het nieuwe spelen! Onze Tuin- en Landschapsarchitecten zien al langer een nieuwe trend binnen de

Nadere informatie

Risicoanalyse van de elektrische installatie. Praktische werkwijze

Risicoanalyse van de elektrische installatie. Praktische werkwijze Risicoanalyse van de elektrische installatie Praktische werkwijze 1. Wetgeving Wet Welzijn AREI Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische

Nadere informatie

FLEXIBILO SURVIVAL TRAIL

FLEXIBILO SURVIVAL TRAIL SPEELTOESTELLEN FLEXIBILO SURVIVAL TRAIL Huisman Hoveniers B.V. Versie 1 2013 PRODUCENT EN LEVERANCIER VAN FLEXIBILO SPEELTOESTELLEN FlexiBilo Speeltoestellen garanderen u generaties lang speelplezier

Nadere informatie