Armoede in Limburg in beeld

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Armoede in Limburg in beeld"

Transcriptie

1 Armoede in Limburg in beeld STEUNPUNT SOCIALE PLANNING PROGRAMMACEL DIRECTIE MENS PROVINCIE LIMBURG SEPTEMBER 2010

2 Inhoudstafel Inleiding 5 Armoede: een structureel en multidimensioneel probleem 5 We werken met cijfers op gemeentelijk niveau 6 1. Mensen met een inkomen onder de armoedegrens Limburgers hebben te weinig om van te leven, te veel om te sterven De leefloners Ouderen met een inkomensgarantie Personen met een handicap met recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming Limburgers met te weinig om een normaal leven te leiden Hoe reëel is de Europese armoedegrens? Limburgers die recht hebben op een Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering of op het Omnio-statuut Ouderen met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden Mensen die een verhoogd risico lopen om in armoede te leven Werklozen Werk, een dam tegen armoede? Wat vertellen de cijfers? Kwetsbare gezinnen en kinderen Huishoudens met kinderen extra kwetsbaar Kinderen in armoede Wat vertellen de cijfers? Personen in problematische schuldsituaties Consumptieschulden Betalingsachterstand Schuldhulpverlening Personen met een sociaal contract voor elektriciteit Kandidaat-huurders sociale woningen 25 2 Armoede in Limburg in beeld

3 2.6 Asielzoekers, mensen zonder wettig verblijf en ambtshalve geschrapten Asielzoekers Mensen zonder wettig verblijf: recht op dringende medische hulp Ambtshalve geschrapten Deelname aan maatregelen om sociale uitsluiting te bestrijden Maatregelen rond wonen Energiemaatregelen Woonmaatregelen: Sociale huurders Maatregelen rond werken Sociale tewerkstelling via OCMW Tewerkstelling in sociale werkplaatsen 33 Eindbeschouwing: Signalen voor het beleid 35 Is meten weten? 35 Armoede, een structureel gegeven 35 Onrustbarende maatschappelijke ontwikkelingen 36 De voordelen van ons onderwijssysteem zijn niet voor iedereen in dezelfde mate toegankelijk 36 Uitsluiting van de meest kwetsbaren gebeurt vaak vanuit een automatisme 36 Zonder voldoende financiële middelen is het niet mogelijk om aan de samenleving te participeren 36 Suggesties voor maatregelen 37 Collectieve schuldenregeling, het belang van het leefgeld 37 Automatische toekenning van premies en voordelen zou een belangrijke stap vooruit zijn 37 Arbeid, een merkwaardig medicijn tegen armoede 37 Wie kinderen een warm hart toedraagt, moet hun ouders koesteren 37 Kwalitatieve woningen voor een betaalbare prijs 37 Een LAC voor het vermijden van uithuiszetting? 38 Ambtshalve schrapping, meer dan een administratief detail 38 Een aparte aanpak van armoede werkt niet 39 Colofon 40 Armoede in Limburg in beeld 3

4 Inleiding Is er nog armoede? Hoeveel armen zijn er in Limburg? Neemt het aantal armen toe? Wie zijn de armen? Armoede: een structureel en multidimensioneel probleem Deze vragen lijken eenvoudig maar zijn moeilijk te beantwoorden. Want: wanneer spreken we over armoede? En: Wat is armoede eigenlijk? Dat armoede te maken heeft met te weinig, met een tekort is vanzelfsprekend. Maar als gevraagd wordt precies te beschrijven waarom de ene persoon wel en de andere niet arm kan genoemd worden, wordt de discussie moeilijker. De ene heeft het dan over achterstelling en uitsluiting, de andere over individuele verantwoordelijkheid. Dat heeft alles te maken met het feit dat wie over armoede praat, dat altijd doet vanuit een visie op de mens en de samenleving. Arme gezinnen hebben te weinig geld om onmisbare diensten en goederen te kopen. Maar dat niet alleen, ze worden ook uitgesloten van tal van maatschappelijke voorzieningen (onderwijs, arbeidsvoorziening, gezondheidszorg ). Ze hebben het gevoel dat ze er niet bij mogen horen, dat ze onvoldoende worden gerespecteerd en dat er weinig rekening met hen wordt gehouden. We spreken dus van armoede als mensen op bijna alle domeinen van het maatschappelijk leven uitgesloten worden. Armoede is daarmee een multidimensioneel probleem. Het is een probleem dat diep ingrijpt op de persoonlijkheid van mensen. Het begrip bestaansonzekerheid dateert uit de periode dat armoede eerder beperkt werd gedefinieerd in termen van niet het nodige hebben om te kunnen overleven. Gezinnen die een inkomen hebben waarbij de minste tegenslag of onvoorziene omstandigheid hen in de armoede kan doen belanden omdat ze met het voorhanden zijnde inkomen geen reserves kunnen opbouwen, werden bestaansonzeker genoemd. In het huidige sociaal wetenschappelijk discours over armoede bestaat er echter unanimiteit over de relativiteit van het armoedebegrip. Met andere woorden: de norm van waaraf we over armoede spreken, is afhankelijk van de levensstandaard die in een samenleving als normaal wordt gezien. Wie niet kan deelnemen aan alle facetten van het maatschappelijke leven is arm. Er is nog veel discussie mogelijk over waar die norm dan precies ligt maar alleszins is het principe aanvaard dat wat minimaal nodig is om aan de Vlaamse samenleving te participeren verder gaat dan materiële aspecten. Deelnemen aan de samenleving betekent de mogelijkheden hebben om, al dan niet met ondersteuning, te worden wie men wil zijn. Het gaat over vormen van hebben, van zijn, van kennen en kunnen en betekenis hebben en geven. Als we op zoek gaan naar cijfers om armoede in beeld te brengen, dan doen we dat vanuit een structurele visie op armoede. Armoede bestaat omdat onze samenleving door de manier waarop haar voorzieningen en instituties werken, mensen uitsluit. Dit betekent niet dat mensen geen eigen verantwoordelijkheid hebben om hun leven uit te bouwen. Maar mensen hebben ook middelen nodig om die mogelijkheden te realiseren. Zorgen dat niemand uitgesloten wordt en in staat wordt gesteld zijn mogelijkheden optimaal te gebruiken, overstijgt de individuele verantwoordelijkheid en is een maatschappelijke opdracht. Het logisch gevolg daarvan is ook dat armoede alleen kan bestreden worden als wie uitgesloten wordt, wordt ondersteund om eigen keuzes te maken en te realiseren. Armoede in Limburg in beeld 5

5 We werken met cijfers op gemeentelijk niveau Het is onze taak als provincie lokale besturen te ondersteunen bij het vormgeven van hun lokaal sociaal beleid. Daarom presenteren wij gegevens op gemeentelijk niveau. Dat houdt meteen een beperking in. Want niet alle belangrijke aspecten van armoede zijn tot het lokale niveau terug te voeren. Heel wat aspecten vragen een beleid op gewestelijk, federaal of internationaal niveau. Voor het bredere beeld verwijzen we graag naar de inter-federale armoedebarometer 1 en naar de site van Oases (Universiteit Antwerpen) 2. De cijferkorf bestaansonzekerheid bevat gegevens (op gemeentelijk niveau) die helpen de armoedemechanismen bloot te leggen. In deze cijferkorf vind je zowel absolute aantallen (basisdatafiches) als indicatoren (indicatorfiches). Een indicator is een hulpmiddel om een fenomeen dat niet rechtstreeks gemeten kan worden, te situeren. Onze indicatoren meten het fenomeen armoede dus niet rechtstreeks, maar geven enkel een indicatie van de omvang van de armoedeproblematiek en van de risicogroepen die ermee te maken hebben. 3 Naast de gegevens van de 44 Limburgse gemeenten, presenteren we ook cijfers over Limburg in zijn geheel, de vijf Limburgse streken en waar mogelijk van Vlaanderen en België. De indicatoren uit de cijferkorf bestaansonzekeren vormen de leidraad voor dit rapport. U kan deze cijferkorf consulteren op De indicatoren zijn gebundeld in drie rubrieken: Rubriek 1: lage inkomensgroepen Deze rubriek bevat gegevens die iets vertellen over het aantal mensen dat moet rondkomen met een laag inkomen. Om recht te hebben op een aantal uitkeringen of statuten, wordt een inkomensgrens gehanteerd. De meeste van deze gegevens zijn gebaseerd op ambtelijke data. We bespreken deze gegevens in het eerste hoofdstuk van dit rapport. Rubriek 2: risicogroepen In deze rubriek vind je cijfers over het aantal mensen dat statistisch een verhoogd risico loopt om in armoede terecht te komen. Deze cijfers komen in het tweede hoofdstuk van dit rapport aan bod. Rubriek 3: deelname aan sociale maatregelen Hier verzamelen we gegevens over mensen die gebruik maken van sociale maatregelen die worden genomen om uitsluiting te voorkomen. Het derde hoofdstuk van dit rapport behandelt deze gegevens Administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn Afdeling Inspectie en Toezicht Welzijn. (2002). Strategische planning voor het lokaal sociaal beleid: een handleiding. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 6 Armoede in Limburg in beeld

6 1. Mensen met een inkomen onder de armoedegrens Vanaf welke grens spreken we van armoede? Deze vraag heeft een ethisch karakter: het is een vraag naar hoeveel ongelijkheid een samenleving toelaatbaar acht. Sociale ongelijkheid lijkt in onze geglobaliseerde samenleving meer aanvaard dan een halve eeuw geleden; in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in de huisvesting, in de gezondheidszorg. Met de ineenstorting van de financiële markten, blijkt plots dat er maatschappelijk toch vragen worden gesteld bij de aanvaardbaarheid van torenhoge inkomens en ontslagpremies. Armoedebestrijding kan dus niet los worden gezien van de ontwikkelingen in de samenleving als geheel. De vraag naar de armoedegrens hangt af van de vraag wat het minimale niveau is dat een samenleving aan zijn leden moet garanderen. Je kan dat minimale niveau laag invullen (de wettelijke armoedegrens) of je kan de lat hoger leggen (de Europese armoedegrens; de budgetstandaard). Uiteraard heeft die keuze consequenties voor het politieke niveau, bijvoorbeeld wat betreft het budget dat nodig is om armoede te bestrijden. Hoe armoedegrens bepalen? We kunnen de armoedegrens op drie manieren bepalen: volgens de wettelijke methode, de relatieve methode of de budgetmethode. Volgens de wettelijke methode is men arm als men minder heeft dan een vastgelegd absoluut minimum. Dat minimum komt overeen met de uitkering waarop iedere inwoner van België wettelijk recht heeft als er onvoldoende ander inkomen is, het leefloon. Het bedrag van die uitkering is het resultaat van politieke besluitvorming. De meest gebruikte methode is de relatieve methode: men is arm als men minder heeft dan de anderen in de samenleving. De armoedegrens wordt vastgelegd op een percentage van het gewone inkomen of het mediaan equivalent gezinsinkomen. Equivalent betekent dat het aantal leden van een huishouden in rekening gebracht wordt. Volgens de EU zijn inwoners van een bepaalde lidstaat arm als ze beschikken over een inkomen beneden 60% van het mediaan equivalent inkomen van die lidstaat. 4 De relatieve armoedegrens wordt daarom ook de Europese armoedegrens genoemd. De budgetmethode is de oudste, en in zekere zin ook de meest voor de hand liggende methode om inkomensgrenzen vast te stellen. De budgetmethode begint met de opstelling van een korf van noodzakelijke goederen en diensten voor een gezin. Van alle items in deze korven wordt de kostprijs berekend. Per korf wordt de optelsom gemaakt. De optelling van de totale kostprijs per korf resulteert in het totaal budget Limburgers hebben te weinig om van te leven, te veel om te sterven Het bedrag van het leefloon bepaalt de wettelijke armoedegrens. De wettelijke armoedegrens is er niet gekomen op basis van een ernstig onderzoek naar wat iemand nodig heeft om in zijn basisbehoeften te voldoen, maar is het resultaat van politieke onderhandelingen. Het is een bedrag waarover op een bepaald moment een politiek compromis is bereikt. Indien inkomsten uit loon, werkloosheidsvergoeding, pensioen, ziekte- of invaliditeitsuitkering,... lager liggen dan de bedragen in Tabel 1, heeft men recht op een aanvulling tot aan het bedrag van het leefloon. Tabel 1: Bedrag van het leefloon sinds 1 juni 2009 Per maand Per jaar Persoon die met één of meerdere personen samenwoont 483, ,30 Alleenstaand persoon 725, ,45 Persoon die uitsluitend samen-woont met een gezin te zijnen laste 967, ,61 Bron: POD Maatschappelijke Integratie: Omzendbrief : Aanpassing van de basisbedragen van het leefloon vanaf 1 juni Rys, B. (2004). Hoe vrouwelijk is armoede in België en Vlaanderen? In: RoSa Factsheet. (nr. 33). Brussel: RoSa. 5. Storms, B. Van den Bosch, K. (2009). CSB-Bericht. Wat heeft een gezin minimaal nodig? Antwerpen: Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck. Armoede in Limburg in beeld 7

7 Bijstandsuitkeringen, net zoals het leefloon, vullen het inkomen aan tot aan de wettelijke armoedegrens. De InkomensGarantie voor Ouderen (IGO), het Gewaarborgd Inkomen voor Bejaarden (GIB) en de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap zijn bijstandsuitkeringen. Ze vormen het laagste vangnet: ze worden pas aangesproken als mensen uit het systeem van de sociale zekerheid vallen. We hanteren deze armoedegrens enkel omwille van de beschikbaarheid van gegevens op gemeentelijk niveau. Want deze grens ligt erg laag: wie moet rondkomen van een leefloon kan nauwelijks overleven. Het is onmogelijk om hiermee een leven te leiden dat aansluit bij de levensstijl van de rest van onze consumptiesamenleving. De ondraaglijke lichtheid van deze wettelijke armoedegrens is al dikwijls aangeklaagd, niet in het minst door OCMW s zelf, de verenigingen waar armen het woord nemen en het welzijnsveld. lokale beleid, de lokale middelen en noden. Niet alle lokale besturen zijn bereid om hierin te investeren. Dat leidt tot een ondoorzichtige situatie, waarbij in de ene gemeente meer of andere dingen mogelijk zijn dan in de andere. Bij mensen in armoede kan dit leiden tot wantrouwen en het gevoel onrechtvaardig te worden behandeld. Minstens Limburgers moesten in 2009 rondkomen met een inkomen ter hoogte van het leefloon. Dat komt neer op 2,8% van alle meerderjarige Limburgers. In het Vlaams Gewest is deze verhouding 3,5%. Deze raming is altijd een onderschatting van het reëel aantal arme mensen. Ten eerste maakt niet iedereen die recht heeft op zo n bijstandsuitkeringen daar ook effectief gebruik van. Ten tweede zitten alleen de rechthebbenden in de statistieken en niet de personen die eventueel ten laste zijn van deze rechthebbenden. En ten derde ligt de wettelijke armoedegrens veel lager dan het bedrag dat algemeen wordt aanvaard als armoedegrens. OCMW s spelen een belangrijke rol in het toekennen van deze uitkeringen aan rechthebbenden. Ze onderzoeken of de aanvrager aan alle voorwaarden voldoet. De middelen voor het betalen van deze bijstandsuitkeringen worden rechtstreeks uitbetaald door de federale overheid of worden, in het geval van het leefloon, voorgeschoten door het plaatselijk OCMW die de bedragen (gedeeltelijk) kan terugvorderen. OCMW s kunnen beslissen aanvullende steun te geven (hoger dan de wettelijke armoedegrens) als ze van oordeel zijn dat het inkomen mensen niet toelaat in hun basisbehoeften te voorzien. Zo is de OCMW-tussenkomst in de huur van 2003 tot 2008 met maar liefst 40% gestegen. Die aanvullende steun valt echter ten laste van de lokale gemeenschap. Welke tussenkomsten gegeven worden, in welke situaties en onder welke voorwaarden is sterk afhankelijk van het De leefloners Het recht op een leefloon kan ontstaan uit het Recht op Maatschappelijke Integratie of uit het Recht op Maatschappelijke Hulp. In het laatste geval, spreken we ook over een equivalent leefloon. Als we in deze tekst spreken over leefloon gaat het om beide vormen. Alleen wanneer men geen eigen toereikend inkomen en/of andere bestaansmiddelen heeft, komt men in aanmerking voor een leefloon. Het leefloon vult dat inkomen aan tot de wettelijke armoedegrens. Een leefloon wordt slechts toegekend na een intensief sociaal onderzoek waarvan een inkomensen vermogensonderzoek een belangrijk deel van uitmaakt. Tabel 2: Aantal mensen dat leeft op de wettelijke armoedegrens, per categorie van bijstandsuitkering Limburg januari 2009 Vlaanderen januari 2009 aantal % aantal % Leefloon ,8% ,0% Ouderen met inkomensgarantie of gewaarborgd inkomen bejaarden ,0% ,3% Personen met een handicap met recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming ,2% ,7% Totaal ,0% ,0% Bron: POD Maatschappelijke integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid & FOD Sociale Zekerheid - RVP &: FOD Sociale Zekerheid - Dienst Statistiek en Begroting - DG Personen met een handicap 8 Armoede in Limburg in beeld

8 Mensen met een inkomen onder de armoedegrens Uit tabel 2 leren we dat 16,8% van de groep mensen die leven op de wettelijke armoedegrens bestaat uit de leefloners. In januari 2009 waren er Limburgers die recht hadden op een leefloon oftewel 0,48% van de Limburgse bevolking op actieve leeftijd. In Vlaanderen ligt dat aandeel op 0,80%. Het aandeel Limburgse en Vlaamse leefloners daalde sinds 2004 licht. Niet-Europeanen en leefloon 16,2% van de leefloners in Limburg heeft een niet-europese nationaliteit. Dit percentage betreft alleen de leefloners op basis van het Recht op Maatschappelijke Integratie en niet de leefloners op basis van het Recht op Maatschappelijke Hulp (equivalent leefloon). Ter vergelijking: 0,9% van de bevolking op actieve leeftijd heeft een niet- Europese nationaliteit. Mensen met een niet-europese nationaliteit zijn dus oververtegenwoordigd onder de leefloners. Ons sociaal zekerheidsstelsel slaagt er blijkbaar onvoldoende in om niet-europeanen tegen armoede te beschermen. Vrouwen en leefloon In januari 2009 ontvingen Limburgse mannen en Limburgse vrouwen een leefloon. 0,54% van de Limburgse vrouwen op actieve leeftijd krijgt daarmee een leefloon, tegenover 0,41% van de Limburgse mannen op actieve leeftijd. Op 1 januari 2008 waren er in Limburg mannen en vrouwen afhankelijk van een leefloon. Als we de evolutie bekijken, zien we dat in Limburg en Vlaanderen het aandeel mannen met een leefloon daalde. Het aandeel vrouwen met een leefloon daalde in dezelfde periode ook maar minder sterk. Jongeren en leefloon 625 jongeren onder de 25 jaar ontvingen in januari 2009 een leefloon. Dat is 0,90 % van alle Limburgse jongeren van die leeftijdsgroep. In Vlaanderen ontving 1,64% van de jongeren een leefloon. Deze jongeren komen in een zeer zwakke positie aan de start van hun levensloopbaan. Je moet minstens 18 jaar zijn om recht te hebben op een leefloon. Het OCMW moet met alle jongeren onder de 25 jaar die onder de voorwaarden voor recht op maatschappelijke integratie vallen een geïndividualiseerde project afsluiten. Dat geïndividualiseerd project kan gericht zijn op arbeid, opleiding of vorming. Op 1 januari 2008 waren er in Limburg 620 jongeren afhankelijk van een leefloon. Als we de evolutie bekijken, zien we dat in Limburg het aandeel jongeren met een leefloon daalde van 0,97% naar 0,89%. Ook het Vlaamse cijfer daalde in diezelfde periode Ouderen met een inkomensgarantie De inkomensgarantie voor ouderen (IGO) is een uitkering voor ouderen van 65 jaar of ouder die pensioengerechtigd zijn maar van wie het inkomen onder de wettelijke armoedegrens valt. Via de inkomensgarantie wordt hun pensioen aangevuld tot dat niveau. Degenen die genoten van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (GIB) vóór kunnen ervan blijven genieten, indien dit voordeliger is dan de IGO. Op waren er in Limburg personen die een IGO (of GIB) ontvingen. Dat is 4,3 % van alle mensen vanaf 65 jaar. In Vlaanderen ligt die verhouding op 5,0%. Op basis van tabel 2 kunnen we Tabel 3: De maximum maandelijkse uitkeringen IGO, vanaf Hoofdverblijfplaats delend 598,90 Hoofdverblijfplaats niet delend 898,35 Maandelijks bedrag Bron: Rijksdienst voor Pensioenen Armoede in Limburg in beeld 9

9 besluiten dat 38% van alle Limburgers die moeten leven met een inkomen ter hoogte van de wettelijke armoedegrens ouder is dan 65 jaar. In Vlaanderen ligt dat aandeel op 41,3%. Als we de evolutie tussen 2004 en 2008 van het aandeel IGO s bekijken, zien we een gelijklopend patroon voor Vlaanderen en Limburg. Het aandeel neemt van 2004 tot en met 2006 af. Tussen 2006 en 2007 stabiliseert het zich of verkleint nog lichtjes. Het jaar daarna zien we opnieuw een toename. Over de ganse periode noteren we een afname met 0,50 procentpunten in Limburg en Vlaanderen Personen met een handicap met recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming De inkomensvervangende tegemoetkoming wordt toegekend aan personen met een handicap (tussen de 21 en de 65 jaar) van wie de lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot een derde of minder van wat een gezonde persoon op de arbeidsmarkt kan verdienen. 6 Ook hier gelden bedragen die aanleunen bij de wettelijke armoedegrens als referentiepunt. De inkomens van de personen met wie de gehandicapte een huishouden vormt, worden hier ook mee in rekening gebracht. In Limburg waren er op 01/01/ personen met een handicap die een inkomensvervangende tegemoetkoming ontvingen. Dat is 1,28% van de totale bevolking op actieve leeftijd. In Vlaanderen ligt dat aandeel op 1,25%. Zowel in Limburg als in Vlaanderen groeide het aandeel personen met een handicap met een inkomensvervangende tegemoetkoming in de periode met ongeveer 0,40 procentpunten. Op 5 oktober 2010 stellen de organisaties van mensen met een handicap, de Vereniging personen met een handicap en de Katholieke Vereniging Gehandicapten de resultaten voor van een onderzoek naar de inkomenssituatie van mensen met een handicap. Teveel mensen met een handicap leven in armoede en kennen sociale uitsluiting. Meer informatie over dit onderzoek vindt u op Is armoede vrouwelijk? De cijfers in de cijferkorf bestaansonzekeren tonen aan dat armoede niet genderneutraal is. Van de Limburgers die een leefloon trekken, is 55,9% een vrouw. Van de titularissen voor de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering is 53,8% een vrouw. Wat de personen ten laste van deze tegemoetkoming betreft, zien we dat drie vierde van hen een vrouw is. Het grote aandeel vrouwen dat aangewezen is op bijstandsuitkeringen is te verklaren door een cumulatie van verschillende achterstandskenmerken. 7 Zwakkere positie op de arbeidsmarkt Minder vrouwen dan mannen werken. De werkzaamheidsgraad van Limburgse vrouwen ligt anno 2008 op 57,2%, die van Vlaamse vrouwen op 60,9%. Die van mannen bedraagt respectievelijk 70,9% en 72,3%. De werkloosheidsgraad van mannen is in dezelfde periode ongeveer 5%. Die van vrouwen 8% in Limburg en 6,7% in Vlaanderen. Vrouwen nemen alsmaar meer deel aan het hoger onderwijs, meer dan de helft van de universiteitsstudenten is een vrouw. Dat doet ons wel eens vergeten dat er ook een grote groep lagergeschoolde vrouwen is. Het onderwijsniveau dat men behaalde, speelt een grote rol in het al dan niet toetreden tot de arbeidsmarkt. Lagergeschoolde vrouwen zijn nog minder vaak werkzaam dan vrouwen in het algemeen. Maar het behaalde diploma is ook relevanter voor de latere tewerkstelling voor vrouwen dan voor mannen. Lagergeschoolde vrouwen zijn nog minder vaak werkzaam dan lagergeschoolde mannen. En de kloof in tewerkstellingsgraad tussen hooggeschoolde vrouwen en lagergeschoolde vrouwen is groter dan die tussen hooggeschoolde mannen en lagergeschoolde mannen. 8 Door de veralgemening van het tweeverdienerschap worden dubbele inkomens de gemiddelde welvaartsnorm. Maar daarnaast bestaat er een krimpende groep van thuiswerkende vrouwen zonder eigen inkomen of uitkering. Deze groep concentreert zich onder de laaggeschoolde vrouwen met meerdere kinderen. 6. Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Vademecum van de financiële en statistische gegevens over de sociale bescherming in België, Rys, B. (2004). Hoe vrouwelijk is armoede in België en Vlaanderen? Rosa: Brussel. 8. Mertens, T., Steegmans, N. (2006). Waar zijn al die kapsters naartoe? De positie van lagergeschoolde vrouwen op de arbeidsmarkt. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. 10 Armoede in Limburg in beeld

10 Mensen met een inkomen onder de armoedegrens Voor die vrouwen wegen de voordelen van een beroepsactiviteit niet op tegen de nadelen van het cumuleren van arbeid en zorgtaken. Bovendien maakt hun gebrek aan scholing en werkervaring en hun economische afhankelijkheid van een partner hen tot een bijzonder kwetsbare groep. Het zijn echter niet alleen de thuisblijfmoeders die kwetsbaar zijn. Er is daarnaast een grote groep van werkende vrouwen die deeltijds werkt: 36,8% van de Belgische werkende vrouwen heeft een deeltijdse job. De belangrijkste redenen voor deeltijdse tewerkstelling bij vrouwen zijn de zorg voor kinderen of andere afhankelijke personen en gezinsverantwoordelijkheden. In een huishoudelijke context waarin de andere partner wel voltijds werk, is dit niet problematisch. Maar als de relatie tussen beide partners wijzigt, houdt dit deeltijdse werken wel een verhoogd risico in. Alleenstaande vrouwen Alleenstaande ouder is bijna synoniem met alleenstaande moeders: in 2007 was 81% van de alleenstaande ouders een vrouw. Alleenstaande moeders cumuleren de problemen waarmee gezinnen met één kostwinner te kampen hebben met de zwakkere sociaaleconomische positie van vrouwen. De tweede en meest omvangrijke groep omvat de 30- tot 44-jarige alleenstaande ouders, vooral moeders, die uit de echt gescheiden zijn of feitelijk gescheiden leven van hun huwelijkspartner. Zij leven vaak samen met twee of meer afhankelijke kinderen. De 45- tot 59-jarige alleenstaande ouders vertonen kenmerken van zowel het tweede als het vierde type. Echtscheiding of feitelijke scheiding blijft de belangrijkste oorzaak van het leven zonder partner. Hun kinderen zijn vaak ouder dan 19 jaar en het aantal thuiswonende kinderen vermindert in vergelijking met de alleenstaande ouders van 30 tot 44 jaar. Onder het vierde type vallen de alleenstaande ouders van 60 jaar en ouder. Zij hebben bijna allemaal hun partner verloren ten gevolge van een overlijden. Zij wonen meestal met één volwassen zoon of dochter samen. Vanuit sociaaleconomisch oogpunt zijn zij niet vergelijkbaar met de twee eerste types. Het gaat om gezinnen waar er doorgaans meerdere inkomens zijn. Oudere alleenstaande vrouwen worden benadeeld door het op inkomsten gebaseerde pensioenstelsel. Door de loonkloof ten nadele van vrouwen op de arbeidsmarkt en door een onvolledige loopbaan als gevolg van de zorg voor kinderen en verwanten, komen vele vrouwen in de pensioenleeftijd nauwelijks aan het wettelijke minimum. 10 Alleenstaande moeders zijn nog minder dan moeders in een koppel werkzaam. De werkzaamheidsgraad van alleenstaande moeders is kleiner dan die van alleenstaande vaders en kleiner dan die van moeders in een koppel. Van de alleenstaande vaders slaagt 82% erin om werkzaam te blijven, bij de alleenstaande moeders is dat 65,5%. 9 Dé alleenstaande ouder bestaat niet. Er kunnen meerdere types worden onderscheiden. Eerst is er een relatief kleine groep van jonge alleenstaande ouders (< 30 jaar) die vaak nooit gehuwd zijn geweest. Het zijn overwegend alleenstaande moeders die samenleven met één kind jonger dan zes jaar. 9. Valgaeren, E. (2008), De loopbanen en loopbaankansen van alleenstaande ouders. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. 10. Lodweijckx, E. (2008). SVR-rapport Veranderende leefvormen in het Vlaamse gewest ( ). Studiedienst Vlaamse Regering: Brussel. Armoede in Limburg in beeld 11

11 Limburgers met te weinig om een normaal leven te leiden De Europese armoedegrens is een relatieve grens die is bepaald als 60 % van het nationaal mediaan equivalent gezinsinkomen. Dat betekent dus dat de armoedegrenzen per land anders liggen. In tabel 4 geven we de Europese armoedegrens weer voor België Hoe reëel is de Europese armoedegrens? gemeentelijk niveau voorhanden. We nemen daarom onze toevlucht tot het aantal Limburgers dat recht heeft op uitkeringen of tegemoetkomingen die de Europese armoedegrens als inkomensgrens hanteren: de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering, het Omniostatuut en de Tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) Limburgers die recht hebben op een Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering of op het Omnio-statuut De Europese Armoedegrens is het resultaat van een droge statistische berekening en niet van een wetenschappelijk onderbouwde overweging over wat iemand nodig heeft om op een menswaardige manier te kunnen participeren aan de samenleving. Het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck van de Universiteit van Antwerpen en de Katholieke Hogeschool Kempen ontwikkelden een budgetstandaard. Na studie, interviews en focusgroepen berekenden ze per gezinstype welk bedrag nodig is om volwaardig te kunnen participeren aan de Vlaamse samenleving. De budgetstandaard weerspiegelt dus het bedrag dat nodig is om in Vlaanderen een normaal leven te leiden. De bedragen zijn gebaseerd op een pakket goederen en diensten die onmisbaar zijn voor het vervullen van bepaalde sociale rollen. De wettelijke armoedegrens ligt zo wordt aangetoond in het kaderstuk over de budgetstandaard - ver onder de budgetstandaard. Het wettelijke minimum is volstrekt onvoldoende om de materiële voorwaarden voor een goede gezondheid en autonomie te realiseren. De Europese armoedegrens ligt nog onder de budgetstandaard maar benadert haar wel. Het aantal inwoners dat onder de Europese armoedegrens leeft, is een goede armoede-indicator. Er zijn echter geen cijfers op provinciaal of Als we de gegevens over de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering en het Omnio-statuut samen nemen, dan kunnen we een raming maken van het aantal mensen dat moet leven van een inkomen onder de Europese armoedegrens. Het betreft hier zowel de titularissen als de personen ten laste van beide uitkeringen. Op 1 januari 2009 kregen Limburgers en Vlamingen de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering of het Omniostatuut (als titularis of als persoon ten laste). Dit betekent dat minstens 12,7% van de Limburgers en 11,9% van de Vlamingen een inkomen heeft onder de Europese armoedegrens. Deze cijfers zijn nog een onderschatting: deze statuten worden (tot op heden) niet automatisch toegekend. Niet alle personen met een laag inkomen worden dus door deze statuten beschermd. Zonder deze statuten zouden de kosten voor gezondheidszorg echter (nog) problematischer zijn voor een grote groep mensen. Altijd langs de spoedgevallen binnengaan is mijn besparingstruc op ziektekosten. Anders willen ze me niet verzorgen omdat ik daar nog schulden heb en niet direct 1000 frank kan afgeven. En nog een voordeel is dat ge dan ook maar drie maanden later de rekening in uw bus krijgt. 11 Tabel 4: Bedragen van de Europese armoedegrens voor België Per maand Per jaar Alleenstaand persoon 860, ,00 Koppel 1.290, ,00 Gezin: 2 volwassenen en 2 kinderen (<14j) 1.805, , Dierckx, D. (2005). Moeder waarvan leven wij. Cera foundation. 12 Armoede in Limburg in beeld

12 Mensen met een inkomen onder de armoedegrens De Verhoogde Tegemoetkoming in de ziekteverzekering De verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering heeft als bedoeling de gezondheidszorg toegankelijker te maken. Wie komt er voor deze tegemoetkoming in aanmerking? Mensen die genieten van een leefloon, IGO, tegemoetkoming voor personen met een handicap en WIGW s (voor zover de inkomensgrens niet wordt overschreden). Titularissen In januari 2009 waren er Limburgse titularissen van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Zij maken 8% van de totale Limburgse bevolking uit. Hiervan zijn mannen (7,4 % van de mannelijke bevolking) en vrouwen (8,6% van de vrouwelijke bevolking). Tussen 2004 en 2008 bleef het aandeel Limburgers en Vlamingen dat titularis was van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering min of meer stabiel. Personen ten laste Als we ook rekening houden met de personen die ten laste vallen van deze titularissen, krijgen we een betere indicator. We tellen dan Limburgers. Dat komt voor Limburg overeen met 11,5 % van de totale bevolking, in Vlaanderen bedraagt dat aandeel 10,8%. Ook dit cijfer is een onderschatting. Gezinnen die moeten leven van een minimumloon bijvoorbeeld zijn niet in deze cijfers opgenomen, evenmin de werkzoekenden jonger dan 50 jaar die als gezinshoofd worden uitbetaald. Het Omnio-statuut: Titularissen én personen ten laste Mensen die een laag inkomen hebben, maar niet tot een bepaalde categorie behoren, vinden we wel terug in het Omnio-statuut. Het Omnio-statuut wordt toegekend aan iedereen die een (brutogezins)inkomen heeft van niet meer dan ,18 euro per jaar (vermeerderd met 2.602,36 euro per persoon te laste). Er zijn geen andere voorwaarden. Het Omnio-statuut moet er voor zorgen dat iedereen met een laag inkomen toegang heeft tot het systeem van de voorkeursregeling inzake medische verzorging. Onder dat Omniostatuut tellen we op 01/01/ Limburgers. Hierin zitten zowel de titularissen als de personen die ten hunner laste zijn. Maar zelfs als we ook deze gegevens mee in rekening brengen, blijven de cijfers een onderschatting van het aantal mensen met een beschikbaar inkomen onder de Europese armoedegrens. Het Omnio-statuut wordt immers niet automatisch toegekend aan diegenen die er recht op hebben. Men moet een aanvraag doen. De mutualiteiten stellen vast dat veel mensen niet weten dat ze recht hebben op dit statuut of het statuut om andere redenen niet aanvragen. De Limburgse mutualiteiten zijn daarom in 2009 een actie gestart om rechthebbenden op te sporen. Basisdatafiche is in dat verband misschien extra interessant omdat we vaststellen dat er verhoudingsgewijs in een aantal gemeenten minder (As, Bree, Diepenbeek, Hechtel-Eksel, Herk De Stad, Lommel, Lummen, Maaseik, Nieuwerkerken, Overpelt, Riemst) tot veel minder mensen (Halen, Opglabbeek, Peer, Tessenderlo, Voeren, Zutendaal) met een Omnio-statuut geregistreerd staan Ouderen met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden Het aandeel senioren met een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt gebruikt als indicator voor armoede bij ouderen. De ouderen aan wie deze tegemoetkoming wordt toegekend, hebben wellicht ook recht op de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering of het Omnio-statuut. We kunnen de aantallen rechthebbenden dus niet zomaar optellen. De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt toegekend aan de persoon met een handicap van 65 jaar of ouder die vanwege een vermindering van de zelfredzaamheid bijkomende kosten te dragen heeft. Bij de berekening van de tegemoetkoming wordt er rekening gehouden met de inkomsten van de persoon met een handicap, alsook van de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden vormt. Bepaalde vrijstellingen worden evenwel toegepast op die inkomsten. De inkomensgrenzen liggen lichtjes hoger dan de Europese armoedegrens: ,47 op jaarbasis voor een alleenstaande en voor een samenwonende, ,25 voor een oudere met een persoon ten laste. Op waren er in Limburg ouderen die een tegemoetkoming hulp aan bejaarden (THAB) ontvingen. Het percentage ontvangende ouderen groeide van 6,4% in 2004 naar 10,7% in Meer dan één op tien van de Limburgse ouderen ontvangt daarmee deze tegemoetkoming. Limburg scoort hiermee hoger dan Vlaande- Armoede in Limburg in beeld 13

13 ren: in het Vlaams Gewest maakt 8,2% van de senioren gebruik van deze uitkering. Het aandeel ouderen afkomstig van lage-inkomenslanden of EU-exmigratielanden onder de rechthebbenden is klein. In Limburg ontving 8,6% en in Vlaanderen 5,6% van de ouderen uit lage-inkomenslanden of EU-ex-migratielanden hulp, tegenover 10,7% in Limburg en 8,2% in Vlaanderen van de grote groep van senioren. Voor Limburg gaat het om een beperkt absoluut aantal, namelijk 392 allochtone ouderen van 65 jaar en meer, waarvan er 186 in Genk wonen. Wat een gezin nodig heeft om te overleven: de Budgetstandaard Een onderzoeksteam van de Katholieke Hogeschool Kempen en het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck van de Universiteit Antwerpen maakte in 2009 een budgetstandaard op voor Vlaamse gezinnen. De budgetstandaard wordt aan de hand van de budgetmethode opgemaakt. Uitgangsbasis bij de uitwerking hiervan waren de behoeften die moeten vervuld zijn opdat mensen menswaardig kunnen participeren aan onze samenleving. Om minimaal te kunnen participeren aan de samenleving moeten mensen beschikken over: - voldoende en kwaliteitsvolle voeding, - kwaliteitsvolle huisvesting, - voldoende en kwaliteitsvolle gezondheidszorg en persoonlijke verzorging, - voldoende en kwaliteitsvolle kleding, - voldoende en kwaliteitsvolle rust en ontspanning - een veilige kindertijd, - de mogelijkheden om betekenisvolle sociale relaties te onderhouden, - de mogelijkheden om de verwachtingen die verbonden zijn aan hun sociale positie in te vullen, - gevoel van veiligheid - voldoende mobiliteit. Deze tien behoeften vormen de korven waaruit de budgetstandaard is opgebouwd. Drie criteria werden gehanteerd bij het bepalen van de aard, de hoeveelheid en de prijs van de noodzakelijke goederen en diensten in deze korven. Ten eerste moeten ze personen in staat stellen gezond te leven. Ten tweede moeten ze personen in staat stellen autonome keuzes te maken en ten derde moeten ze aanvaard worden door hen die ervan moeten leven. De budgetstandaard is dus het inkomen dat noodzakelijk is om menswaardig te kunnen leven in onze samenleving. Er werd een budgetstandaard berekend voor zestien verschillende gezinstypes. 14 Armoede in Limburg in beeld

14 Mensen met een inkomen onder de armoedegrens De budgetstandaard is het resultaat van een optelsom van goederen en diensten verspreid over tien korven. Het relatieve gewicht van iedere korf in het totale budget vindt u niet terug in de tabel. We geven mee dat voor alle typegezinnen de huisvestingskosten het belangrijkste budgetaandeel vormen. Gemiddeld nemen deze kosten 45% van het totaalbudget voor hun rekening. De tweede belangrijkste post in de budgetstandaard is voeding. Omdat voor deze korf weinig schaalvoordelen gelden, loopt de kostprijs op met het aantal gezinsleden. Zo spenderen alleenstaanden ongeveer 15% van hun budget aan voeding en koppels met twee oudere kinderen 24%. Kleding en het onderhouden van relaties hebben elk een budgetaandeel van rond 8%. De korven gezondheidszorg en persoonlijke verzorging en rust en ontspanning hebben een budgetaandeel van gemiddeld 5%. In onderstaande tabel geven we de budgetstandaard voor enkele gezinstypen weer. In de derde en vierde kolom drukken we uit hoeveel hoger of lager de budgetstandaard ligt ten opzichte van de wettelijke en Europese armoedegrens. Percentages groter dan 100% duiden op een armoedegrens die lager ligt dan de budgetstandaard, percentages kleiner dan 100% geven aan dat de armoedegrens voor dat gezinstype hoger ligt dan de budgetstandaard. Uit de vergelijking tussen het noodzakelijke budget van een gezin met en een gezin zonder kinderen leren we dat de meerkost van een kind kan oplopen tot 563,6 euro. De kostprijs van een kind stijgt met de leeftijd en meisjes van 15 jaar blijken duurder te zijn dan jongens. De meerkost voor kinderen valt bovendien hoger uit voor éénoudergezinnen dan voor twee-oudergezinnen. De budgetstandaard en de Europese armoedegrens zijn vergelijkbaar. Voor alleenstaanden en éénoudergezinnen ligt de budgetstandaard iets boven de Europese armoedegrens, terwijl voor koppels de budgetstandaard net onder de Europese armoedegrens ligt. De wettelijke armoedegrens ligt echter voor alle gezinstypen ver beneden de budgetstandaard. Een alleenstaande moeder met kinderen heeft 35 à 46% meer nodig om rond te komen, een koppel met twee jonge kinderen 60%. De Europese armoedegrens leunt dus dicht aan bij wat een gezin nodig heeft om menswaardig te leven. Het leefloon de wettelijke armoedegrens ligt er ver onder. De wettelijke armoedegrens houdt geen rekening met welk inkomen minimaal nodig is om menswaardig te leven; het is het resultaat van een politiek onderhandeld compromis. De budgetstandaard voor een alleenstaande vrouw bedraagt 976,2 euro. Wanneer twee alleenstaanden samen gaan wonen stijgt het budget niet tot het dubbele bedrag. Heel wat vaste kosten kunnen immers gedeeld worden. Een koppel blijkt 1.295,5 euro nodig te hebben, wat slechts 33% meer is dan een alleenstaande. Gezinstype Budget-standaard ( ) % van wettelijke armoede-grens % van Europese armoede-grens Alleenstaande vrouw 976,2 140% 104% Alleenstaande man 978,9 140% 104% Alleenstaande vrouw + jongen 8j 1403,1 135% 115% Alleenstaande vrouw + meisje 15j 1539,8 146% 109% Alleenstaande vrouw + meisje 4j en jongen 8j 1637,0 137% 109% Koppel 1295,5 139% 92% Koppel+jongen 8j 1682,7 162% 100% Koppel + meisje 15j 1823,2 173% 97% Koppel+ meisje 4j en jongen 8j 1905,9 160% 97% Armoede in Limburg in beeld 15

15 2. Mensen die een verhoogd risico lopen om in armoede te leven De Sociale Zekerheid 12 en bijstand 13 spelen een belangrijke rol in armoedebestrijding. Een gemiddeld Vlaams gezin haalde in % van zijn inkomen uit sociale uitkeringen. Zonder die sociale transfers zou 36 % van de bevolking onder de armoededrempel terecht komen. 14 Ondanks die herverdelingsmechanismen zijn er in onze samenleving groepen die een groter dan gemiddeld risico lopen om in de armoede terecht te komen. België behoort tot de pioniers in Europa inzake de meting van armoede op basis van het inkomen. In 1976 bracht het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) van de Universiteit Antwerpen de armoede in Vlaanderen al in kaart op basis van een eigen survey. De armoedemetingen van het CSB hebben in de loop der jaren toegelaten de evoluties in armoede en inkomensongelijkheid te begrijpen en risicogroepen inzake armoede af te bakenen. In 1999 schreven zij over de geobserveerde periode : Het structuurbeeld van de armoede bleef globaal over de ganse observatieperiode relatief ongewijzigd. Groepen met een zeer hoog risico zijn huishoudens waarvan het gezinshoofd jonger is dan 25 jaar, geen EU-burger is, werkloos of arbeidsongeschikt is. Ook het risico bij gezinnen waar niemand tewerkgesteld is, is hoog. In mindere mate moeten ook bejaardengezinnen, gezinnen met een laaggeschoold gezinshoofd, ééninkomensgezinnen, alleenstaanden en huurders tot de risicogroepen worden gerekend. 15 De Interfederale Armoedebarometer 2010 rekent werklozen, invaliden en zieken, personen in een gezin zonder werk, alleenstaanden, personen met een laag opleidingsniveau en personen met een niet-europese nationaliteit tot de bevolkingscategorieën met een sterk verhoogd armoederisico. Doorheen de decennia bleven de risicogroepen op het vlak van armoede veelal dezelfde. Het armoedebeleid is er dus nog niet in geslaagd het armoederisico van deze groepen terug te dringen. Dit beleid was tot op heden gedeeltelijk gericht op doelgroepen, met wisselende aandacht voor deze of gene risicogroep. De vaststelling dat dit beleid gefaald heeft, toont nog eens aan dat armoede een structureel probleem is dat een structureel beleid vraagt. Het armoederisico van deze groepen, wordt in onderstaande tabel weergegeven. In de tweede rubriek van de cijferkorf geven we - in de eerste plaats - aandacht aan deze risicogroepen, die door wetenschappelijke instellingen op basis van cijfermatige analyses geïdentificeerd werden. Tenminste, aan diegene die we op gemeentelijk en provinciaal niveau kunnen monitoren. We bespreken de situatie van werklozen, kwetsbare gezinnen en kinderen en personen met schulden. In de tweede plaats bespreken we de situatie van personen met een sociaal contract voor elektriciteit, kandidaat-huurders van sociale woningen en asielzoekers, mensen zonder wettig verblijf en ambtshalve geschrapten. Deze worden niet geïdentificeerd op basis van statistische analyses. Wij namen ze wel op omdat zij een groot risico op bestaansonzekerheid hebben. Tabel 5: De armoederisicograad (% personen met een huishoudingkomen onder de Europese armoedegrens), naar categorie van Belgen. % Alle Belgen 14,7% Werklozen 34,8% Invaliden/zieken 22,7% Personen in een gezin zonder kinderen en zonder werk 32,0% Personen in een gezin met kinderen en zonder werk 74,4% Alleenstaande ouders 39,5% Personen met een laag opleidingsniveau 23,0% Personen met een niet-europese nationaliteit 48,7% Bron: EU-Silc 2008/inkomens pensioenen, werkloosheidsvergoeding, arbeidsongeschiktheid, ziekte-en invaliditeitsuitkering, kinderbijslag. 13. leefloon, inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap, tegemoetkoming hulp aan bejaarden, 14. Studiedienst Vlaamse Regering. (2009). Gezinnen versterken, zorgen voor mekaar. In: Vlaamse Regionale Indicatoren Brussel: Studiedienst Vlaamse Regering. 15. Cantillon, B., De Lathouwer, L., Marx, I., van Dam, R., Van den Bosch, K. (1999). CSB-Bericht. Sociale indicatoren Antwerpen. 16. Vranken, J. & Van Steenberge, J. Atelier Solidariteit tegen Armoede en Sociale Uitsluiting Workshop 1 Werk en Activering, Armoede in Limburg in beeld

16 2.1 Werklozen Werk, een dam tegen armoede? Arbeid is een belangrijk instrument in de strijd tegen armoede. Arbeid zorgt in de eerste plaats voor een inkomen, maar geeft daarnaast ook zin aan het bestaan, verhoogt de eigenwaarde en levert status en identiteit. Arbeid biedt bovendien mogelijkheden tot het uitdrukken van competenties en bevordert sociale contacten. De veronderstelling dat werk beschermt tegen armoede is een deels terechte aanname: het armoederisico van Belgische werkenden is veel lager dan dat van niet-werkenden. Het armoederisico hangt sterk samen met het aantal werkenden in een huishouden. Uit de resultaten van onderzoeken blijkt telkens weer het belang van betaald werk als buffer tegen inkomensarmoede en de beperkte bescherming van vervangingsinkomens voor wie werken niet (meer) mogelijk is. Maar dit is slechts een stuk van het verhaal. Arbeidsparticipatie is niet altijd en voor iedereen een hefboom om uit armoede te geraken. 16 Niet alle armen zijn immers activeerbaar voor de arbeidsmarkt. Een eerste groep is niet te activeren wegens jonger dan 18 jaar, in opleiding, ziek, invalide of gepensioneerd. Deze groep telt 63% van de mensen in armoede (op basis van de SILC-enquête 2006). Deze vaststelling geeft aan dat armoedebestrijding geen zaak van activering alleen kan zijn. Een tweede groep is al aan het werk: 20% van de volwassenen die in armoede leven is eigenlijk al aan het werk. Dit aanzienlijke aandeel working poor geeft aan dat niet alle arbeidsparticipatie beschermt tegen armoede. Er is een relatie tussen armoede en flexibele jobs; deeltijds en tijdelijk werk brengen een verhoogd armoederisico met zich mee. Naast de flexibele jobs zijn er de jobs die een loon onder de armoedegrens genereren, deze jobs verkleinen vanzelfsprekend het armoederisico niet. 17 Hieruit volgt automatisch de waarschuwing dat een armoedebeleid niet alleen mag gericht zijn op kwantitatieve jobcreatie om tot een hogere werkzaamheidsgraad te komen. Als deze hogere werkzaamheidsgraad een gevolg is van een toename van flexibele jobs met ontoereikende arbeidsinkomens, is dit een maat voor niets. Jobs met precaire kenmerken werpen geen dam op tegen armoede. In de aanloop naar een duurzame kwalitatieve job voor mensen in armoede moet er bovendien aandacht zijn voor de geschiedenis van deze mensen. De gekwetste binnenkant van mensen in armoede blijft een valkuil. Ik werk nu met dienstencheques. Ik poets bij mensen. Maar als die vakantie hebben en ik moet niet gaan, heb ik geen inkomen. Ik ga niet graag naar een andere post in de plaats omdat ik daar dan alles voor de eerste keer weer moet poetsen en ik weet ook niet hoe ik het ga kunnen regelen met het vervoer. Ik verdien? 1200 bruto. Als ik minder werk heb, krijg ik geen dop in de plaats omdat mijn inkomen te hoog is. Ik heb elke euro nodig! 18 Een derde groep armen zou in principe wel kunnen werken maar staat in de praktijk zeer ver van de arbeidsmarkt af: mensen met ernstige psychische aandoeningen, verslavingen, een complexe armoedeproblematiek,... Klassieke activering van dit aandeel mensen in armoede kan alleen mits constante aandacht voor hun problemen en psychisch-emotioneel welbevinden. De ondersteuningsbehoeften bij deze doelgroep zijn erg groot. Deze ondersteuningsbehoeften laten zich structureren in vijf aandachtsvelden: Welzijn: constante aandacht voor welzijn. Dit betreft zowel aandacht voor arbeidsgerelateerde problemen als aandacht voor het psychisch-emotioneel welbevinden. Basisvorming en -ervaring: basiskennis en -competenties bijschaven in een basisvorming. Een lage scholingsgraad, een instellingsverleden, langdurige werkloosheid, beperkte sociale netwerken en/of beperkte mentale vermogens zorgen voor een drempel naar de arbeidsmarkt en de trajectbegeleiding. Motivatie. De sociale en culturele context: trajectbegeleiding dient rekening te houden met de verbondenheid van de cliënt met zijn of haar sociale en culturele context. De context kan een aanmoedigende of belastende rol spelen in de zoektocht naar werk. Randvoorwaarden: Kinderopvang en mobiliteit worden vaak als belangrijkste ondersteuningsbehoeften genoemd. Met betrekking tot de doelgroep die ver van de arbeidsmarkt staat, komen deze klassiekers als laatste in het vizier. 19 Dit neemt niet weg dat mensen in armoede een job wensen. Zij heb- 17. Steenssens, K., Demeyer, B., Van regenmortel, T. (2009). Conceptnota empowerment en activering in armoedesituaties. Leuven: HIVA/KULeuven. 18. D Hondt, B. (2009). Werk Armoede weg. Achtergronddossier Welzijnszorg. 19. Steenssens, K., Demeyer, B., Van regenmortel, T. (2009). Conceptnota empowerment en activering in armoedesituaties. Leuven: HIVA/KULeuven. Armoede in Limburg in beeld 17

17 ben, zoals iedereen, nood aan een duurzame job. Deze tewerkstelling moet echter wel een expressieve als een instrumentele functie vervullen. De expressieve component heeft betrekking op een subjectieve, positieve beleving. De instrumentele component slaat op tewerkstelling met voldoende inkomen voor het garanderen van een menswaardig bestaan Wat vertellen de cijfers? Indicatoren tot en met van de cijferkorf bestaansonzekerheid brengen de niet-werkende werkzoekenden (NWWZ) in kaart. Voor deze groep komt het recht op werk in gedrang. Het belang van een diploma loopt als een rode draad doorheen dit verhaal. Een lage scholingsgraad vormt immers een belangrijk obstakel bij het vinden van werk. Werklozen Limburg telde in juli niet-werkende werkzoekenden (NWWZ). In december 2009 telde Limburg iets minder NWWZ, namelijk % van hen is minder dan 1 jaar werkloos, 18% tussen 1 en 2 jaar en 21% 2 jaar of langer. Net iets meer dan de helft van de NWWZ is laaggeschoold (geen hoger secundair onderwijs), een derde middengeschoold (derde of vierde graad secundair onderwijs) en ongeveer 12% hooggeschoold (hoger onderwijs). De NWWZ zijn ongeveer gelijk verdeeld over de seksen. Wat leeftijd betreft, merken we op dat meer dan de helft tussen 24 en 50 jaar oud is. 16% van de NWWZ is afkomstig van een Maghrebland of Turkije. Langdurige werklozen Voor heel wat mensen is de werkloosheid niet tijdelijk, maar een situatie die langere tijd duurt. Naarmate de periode van inactiviteit langer duurt, wordt de afstand tot de arbeidsmarkt groter en wordt de werkloze moeilijker bemiddelbaar. De beste predictor voor iemands kans op blijvende werkloosheid is de duur van zijn of haar werkloosheidsperiode. Naarmate men langer werkloos is, wordt het dus moeilijker om her in te treden. Gelukkig zegt de werkloosheidsduur niet alles. Werkervaring, bijvoorbeeld, is ook belangrijk. 21 Limburg telde in juli langdurige werklozen. In december 2009 telde Limburg iets minder langdurige werklozen, namelijk Dit zijn NWWZ die al twee jaar of langer werkloos zijn. Vlaanderen telde er op datzelfde moment ( in juli 2010). Dit maakt dat 1,26% van de Limburgse bevolking op actieve leeftijd langdurig werkloos is, ten opzichte van 1,24% in Vlaanderen. In Midden-Limburg is het aandeel langdurige werklozen het grootst (1,48%), in Noord-Limburg het kleinst (1,01%). We zien ook veel variatie op gemeentelijk niveau. In As, Genk, Heers en Maasmechelen is het aandeel langdurige werklozen heel groot. In Peer en Bree is het aandeel langdurige werklozen veel kleiner dan gemiddeld in Limburg. Laaggeschoolde werkzoekenden We tellen laaggeschoolde NWWZ in Limburg en in Vlaanderen. Dat laaggeschoolden kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt, blijkt uit de vaststelling dat zij de helft van de NWWZ uitmaken. Laaggeschoolden zo blijkt uit Vlaamse studies hebben niet alleen een groter risico op werkloosheid, ze hebben ook een groter risico op langdurige werkloosheid. De algemene werkloosheidsgraad van laaggeschoolden ligt ruim drie maal hoger dan die van hooggeschoolden. 22 Limburg telde in december laaggeschoolde langdurige werklozen. 27% van de Limburgse laaggeschoolde NWWZ is langdurig werkloos, tegenover 21% bij de grote groep van NWWZ. 0,8% van de bevolking op actieve leeftijd in Limburg en Vlaanderen is laaggeschoold, langdurig werkloos. Dit percentage ligt veel lager in het noorden van Limburg en veel hoger in Midden-Limburg en het Maasland. Jonge laaggeschoolde werkzoekenden Onze samenleving stelt alsmaar hogere eisen aan de beroepsbevolking. De evolutie naar een diensten- en kenniseconomie, toenemende globalisering en technologische ontwikkeling vragen meer en meer hoger opgeleiden. Laaggeschoolden hebben het in deze economische context steeds moeilijker een job te vinden of te behouden en lopen een hoger risico op (langdurige) werkloosheid. Jongeren die ongekwalificeerd de schoolbanken verlaten en onvoldoende praktijkervaring hebben opgedaan, hebben het zeer moeilijk Raeymaeckers, P., Nisen, L., Dierckx, D., Casman, M. (2009). Activering binnen de Belgische OCMW s. Opzoek naar duurzame trajecten en goede praktijken. Antwerpen: OASES & Luik: ULG 21. Struyven, L., Heylen, V., Van hemel, L. (2010). De (nog) niet bemiddelbaren: een verloren groep op de Antwerpse arbeidsmarkt?. Leuven: HIVA. 22. VDAB Studiedienst. (2010). Kansengroepen in kaart. Laaggeschoolden op de Vlaamse arbeidsmarkt. 23. Idem 18 Armoede in Limburg in beeld

18 Mensen die een verhoogd risico lopen om in armoede te leven Op de totale groep Limburgse NWWZ is in december ,7% jonger dan 25 en zonder diploma hoger secundair onderwijs. Dit is iets meer dan het cijfer van het Vlaams Gewest (11,5%). Voor Limburg gaat het in totaal over jongeren. We zien binnen Limburg sterke regionale verschillen. Het hoogste aandeel werkzoekende jongeren zonder diploma hoger onderwijs vinden we in Midden-Limburg (13,0%). Ook West-Limburg scoort met een aandeel van 12,3% hoger dan het Limburgse gemiddelde. Het laagste aandeel zien we in Zuid- Limburg, waar slechts 10,3% van de NWWZ jong en laaggeschoold is. Hoeveel jongeren zijn er laaggeschoold en werkloos? Op de totale Limburgse bevolking van 18 tot en met 24 jaar was in december ,1% werkzoekend zonder een diploma hoger secundair onderwijs gehaald te hebben. Dit was iets meer dan het cijfer van het Vlaams Gewest (4,0%). Jongeren die langdurig werkloos zijn, vormen een zeer kwetsbare groep: op jonge leeftijd vinden zij al lange tijd de aansluiting met de arbeidsmarkt niet. In december 2008 is 1,41% van alle 18- tot en met 24- jarigen in Limburg langer dan één jaar werkzoekend. Hiermee scoort de provincie Limburg iets lager dan het Vlaamse gemiddelde (1,45%). Ook op vlak van het aandeel langdurig werkloze jongeren onder de 18-24jarigen stoten we op regionale verschillen: Midden-Limburg scoort hoger (1,83%) dan het Limburgse gemiddelde van 1,41%. Noord-Limburg (0,77%) scoort daarentegen veel lager. De gemeenten met het hoogste aandeel langdurig werkloze jongeren zijn Genk (2,58%), Tongeren (2,36%) en Maasmechelen (2,26%). De werkloosheid wordt, weliswaar met enige vertraging, sterk beïnvloed door de conjunctuur. In tijden van crisis stijgt de allochtone werkloosheid echter sterker dan de autochtone. Dat was ook zo tijdens de recente crisis. Vooral de kloof tussen autochtone NWWZ en Marokkaanse en Turkse NWWZ is frappant. Allochtonen zijn vaker tewerkgesteld in traditionele industriële sectoren die het moeilijk hebben om het hoofd boven water te houden en zitten veel meer in tijdelijke jobs en uitzendwerk. In Limburg, dat traditioneel zeer conjunctuurgevoelig is, speelt dit sterk. Daar is de werkloosheid onder de allochtonen bijzonder sterk gestegen (+40,8%) in de periode maart 2008-maart 2009 en is het verschil met de autochtonen het meest uitgesproken. 26 De NWWZ met een nationaliteit van een EU-ex-migratieland of lageinkomensland zijn in de cijferkorf bestaansonzekeren opgenomen. Deze indicator betreft dus enkel de werklozen met een vreemde nationaliteit en niet diegenen met een vreemde origine. 8,8% van de Limburgse NWWZ had in december 2008 een nationaliteit van een EU-ex-migratieland of lage-inkomensland. Ter vergelijking: ongeveer 3% van de Limburgse en Vlaamse inwoners heeft een nationaliteit van een EU-ex-migratieland of lage-inkomensland. De aanwezigheid van deze groep allochtonen onder de NWWZ is dus bijna drie keer groter dan hun aanwezigheid in de populatie. We kunnen dus stellen dat personen afkomstig van een EU-ex-migratieland of lage-inkomensland oververtegenwoordigd zijn onder de werkloze werkzoekenden. Allochtone werkzoekenden De Vlaamse werkloosheidsgraad toont de sterke achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt onomstotelijk aan. In maart 2009 lag deze in Vlaanderen bij personen afkomstig van buiten de Europese Unie (28,1%) meer dan vijf maal hoger dan die bij personen van Belgische origine (5,2%)! 24 Belgische cijfers tonen dan weer aan dat, ongeacht hun scholingsniveau, de werkloosheid van allochtonen hoger blijft dan die van autochtonen. De hogere werkloosheidsgraad bij allochtonen kan dus niet volledig verklaard worden door hun gemiddeld lagere scholing. Allochtonen zijn niet alleen meer werkloos, ze zijn ook in verhouding meer langdurig werkloos dan autochtonen VDAB Studiedienst. (2009). Kansengroepen in kaart. Allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt. 25. Federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg. (2009). De immigratie in België. Aantallen, stromen en arbeidsmarkt. Brussel. 26. VDAB Studiedienst. (2009). Kansengroepen in kaart. Allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt. Armoede in Limburg in beeld 19

19 Allochtonen lopen meer risico op armoede Een zwakkere positie op de arbeidsmarkt en het ontbreken van een vast inkomen doen minderheden meer risico lopen op armoede. Vooral voor personen van Turkse en Marokkaanse herkomst is er een zeer groot armoederisico. Zo blijkt uit een analyse van de onderzoeksgroep Oases (2007) dat in België 12,7% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Maar er zijn grote verschillen tussen de verschillende etnische groepen. Bij de autochtone Belgen leeft slechts 10,2% (2007) onder de armoedegrens. Dit aantal ligt aanzienlijk hoger bij inwoners van Europese herkomst (15% in 2007) of van niet-europese herkomst (29,9%). 27 Bij de drie traditionele groepen arbeidsmigranten (Italië, Turkije en Marokko) zijn de cijfers nog schokkender. 55,6% van de personen van Marokkaanse herkomst en 58,9% van de personen met Turkse roots bevinden zich onder de armoedegrens. Personen van Italiaanse herkomst nemen met 21,5% een middenpositie in tussen de Belgen en de personen van Turkse of Marokkaanse herkomst. Toch hebben ze nog dubbel zoveel kans als de Belgen om in armoede te leven. Maar hoe voelen mensen zelf hun armoede aan? Personen van Italiaanse, Turkse en Marokkaanse herkomst geven meer aan te kampen met armoede dan de autochtone Belgen. Zo geeft bijna één op drie personen van Turkse herkomst aan moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het beschikbare inkomen. Bij degenen van Marokkaanse herkomst ligt dit nog een stuk hoger (37,7%). Bij de Belgen ligt dit percentage drie keer lager. Uit diepte-interviews blijkt wel dat ouderen en jongeren andere vergelijkingspunten hanteren. De eerste generatie vergelijkt de huidige situatie met de situatie in het herkomstland terwijl de tweede en derde generatie de huidige samenleving als referentiepunt nemen. 2.2 Kwetsbare gezinnen en kinderen Huishoudens met kinderen extra kwetsbaar Tweeverdienerschap is de norm in onze samenleving. Analyses op Europees niveau geven aan dat het armoederisico bij kinderen significant kleiner is indien beide ouders betaald werken. Daarom wordt arbeidsparticipatie van beide ouders gestimuleerd in de strijd tegen het armoederisico bij kinderen. Maar arbeidsparticipatie is niet altijd en voor iedereen een hefboom om uit armoede te geraken. Precaire jobs met slechte arbeidsvoorwaarden bijvoorbeeld verkleinen het armoederisico niet. Een beleid ter bestrijding van armoede bij kinderen dat enkel gericht is op jobs voor de ouders zal zijn doel voorbij schieten zonder aandacht voor de kwaliteit van deze jobs. Eenoudergezinnen zijn een zeer kwetsbare groep. Waar, op basis van EU-SILC 2005, het globaal verhoogd armoederisico in België 14,7% bedraagt, gaat het bij éénoudergezinnen om 35,1%. Er zijn regionale verschillen: in Vlaanderen valt 22,1% van de éénoudergezinnen met minstens één afhankelijk kind onder de Europese armoededrempel, in Wallonië loopt dit aandeel op tot 42,7%. 28 De lagere arbeidsparticipatie van alleenstaande ouders is hier niet vreemd aan. De arbeidsparticipatie van alleenstaande ouders is beduidend lager dan die van koppels en het aandeel niet-actieve alleenstaande ouders is de laatste jaren nog toegenomen. De kwetsbaarheid is dus nog vergroot Kinderen in armoede België behoort tot de groep van rijkste landen in de wereld. Studies wijzen echter op een hoog aantal kinderen met een verhoogd risico op armoede, dit is: kinderen die leven in een gezin met een laag inkomen. 11,7% van de Vlaamse kinderen heeft een groter dan gemiddeld risico op armoede. We schreven het al: geringe arbeidsparticipatie op gezinsniveau is een indicatie van een verhoogd armoederisico. Op basis van Europees onderzoek wordt vastgesteld dat in België het aandeel kinderen dat leeft in een huishouden zonder betaald werk alarmerend hoog is. 30 In België leefden in ,3% van de kinderen (0-17 jaar) in een huishouden zonder betaald werk. Alleen Bulgarije en Groot-Brittannië 27. Daemen, B., Janssens, D., Kuipers, A., Quintens, M. (2009). Provinciaal integratiecentrum Limburg. Jaarboek Migratie en integratie in Limburg. Hasselt: Provinciaal Integratiecentrum. 28. Steenssens, K., Aguilar, L., Demeyer, B., Fontaine, P. (2008). Kinderen in armoede. Status quaestionis van het wetenschappelijk onderzoek voor België. Leuven: HIVA. 29. Valgaeren, E. (2008). De loopbanen en loopbaankansen van alleenstaande ouders. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. 30. Steenssens, K., Aguilar, L., Demeyer, B., Fontaine, P. (2008). Kinderen in armoede. Status quaestionis van het wetenschappelijk onderzoek voor België. Leuven: HIVA. 20 Armoede in Limburg in beeld

20 Mensen die een verhoogd risico lopen om in armoede te leven scoren hoger. In Vlaanderen bedraagt dit percentage 5,9% Wat vertellen de cijfers? Armoede kan een ernstige spelbreker in het opvoedingsproces zijn. 32 Stresserende levensomstandigheden zoals armoede of vroege moeilijke gehechtheidservaringen van de ouder kunnen het gehechtheidsproces tussen ouder en kind bemoeilijken. Dit maakt een kind kwetsbaar want een veilige gehechtheid biedt meer kans op een gezonde ontwikkeling. 33 Opdat kinderen hun kindertijd kunnen doormaken in liefde, vriendschap en veiligheid, nieuwe ervaringen kunnen opdoen, erkend en aangemoedigd worden, hebben gezinnen materiële middelen nodig. Een minimum aan materiële middelen is één van de noodzakelijke voorwaarden voor een veilig gezinsklimaat. Daarom vormt het budget veilige kindertijd een onderdeel van de budgetstandaard, zoals berekend door de Katholieke Hogeschool Kempen en het Centrum voor Sociaal Beleid van de UA. Het risico op intergenerationele bestendiging van armoede bij kinderen in arme gezinnen is niet gering. De bestrijding ervan moet een prioriteit zijn en blijven. 34 Factoren die een beschermende invloed uitoefenen op het ogenblik dat contextuele stress het opvoedingsproces bemoeilijkt, zijn 35 : een solidaire en toegewijde gemeenschap, geconcretiseerd in lokale diensten en gepersonaliseerd in hulpverleners en andere professionelen; een eerlijke verdeling van het opvoedingswerk, zoals de beschikbaarheid van toegankelijke diensten en informele steunende relaties; het kunnen innemen van een metapositie; de ervaring van goede ouder momenten. De overheid kan deze factoren hanteren als uitgangspunten in haar maatregelen om de stressvolle omstandigheden waarin mensen in armoede leven te milderen en de nodige ondersteuningsstructuren te creëren. Eenoudergezinnen We beschouwen éénoudergezinnen met minderjarige kinderen als een mogelijke kwetsbare gezinsgroep. Onder meer door de moeilijke combinatie van ouderschap en inschakeling op de arbeidsmarkt lopen ze een groter risico op inkomensarmoede. Daardoor kan de economische functie van het gezin in het gedrang komen. Leven in een éénoudergezin heeft niet alleen een impact op het leven van de ouder, ook op de kinderen. 36 We tellen op 1 januari éénoudergezinnen met minderjarige kinderen in Limburg en in Vlaanderen. Ten opzichte van alle gezinnen met minderjarige kinderen is dit respectievelijk 25,6% en 31,2%. Het aandeel éénoudergezinnen is in Limburg dus kleiner dan in Vlaanderen. Het grootste percentage éénoudergezinnen vinden we in Zuid-Limburg (28,5%), het kleinste in Noord-Limburg (22,8%). Gingelom, Hasselt, Sint-Truiden en Tongeren kennen in vergelijking met het Limburgse gemiddelde veel éénoudergezinnen. Ik ben alleenstaand met twee kinderen, in die tijd had ik nog invaliditeit en moest ik langs bij verschillende therapeuten. Uiteindelijk heb ik werk gevonden, maar toen kwam de reorganisatie, en moest ik terug aan de dop met mijn twee kinderen. Dat is niet haalbaar. Nu werk ik voor het OCMW, maar het is zwaar. Ik kuis twee huizen per dag, maar je moet content zijn dat je mag werken. Het kuisen is heel zwaar, en dan nog kom ik niet toe om alles te betalen. De school vraagt ook veel geld om lessen te betalen, soms komen de leerkrachten zelfs mee naar huis om me om geld te vragen. Zoals voor de computer- en dactylocursus: 190. Ik liet mijn zoon inschrijven voor een gratis informatiemoment en nu moet ik zoveel betalen. Wat kan ik dan doen? Als het voor de kinderen is doe ik mijzelf tekort om het toch te kunnen betalen. Ze kennen mijn situatie, maar blijven me toch lastig vallen. De Sint is dit jaar niet geweest Ik had al te veel moeten betalen aan de school. Mijn kinderen wisten dat ze niets gingen krijgen omdat ik in de plaats de kosten voor de school had betaald Observatorium voor gezondheid en welzijn Brussel, 2009, Welzijnsbarometer Brussels armoederapport Steenssens, K., Aguilar, L., Demeyer, B., Fontaine, P. (2008). Kinderen in armoede. Status quaestionis van het wetenschappelijk onderzoek voor België. Leuven: HIVA. 33. Geenen, G., Corveleyn, J. (2010). Helpende handen: Gehechtheid bij kwetsbare ouders en kinderen. Leuven: Lannoo. 34. Steenssens, K., Aguilar, L., Demeyer, B., Fontaine, P. (2008). Kinderen in armoede. Status quaestionis van het wetenschappelijk onderzoek voor België. Leuven: HIVA. 35. Storms, B. Van den Bosch, K. (2009). Wat heeft een gezin minimaal nodig? Een budgetstandaard voor Vlaanderen. Leuven: Acco. 36. Geurts, K. (2006). De arbeidsmarktpositie van alleenstaande ouders Nieuwe bevindingen uit het Datawarehouse Arbeidsmarkt en Sociale Bescherming. Leuven: Steunpunt WAV. 37. D Hondt, B. (2009). Werk Armoede weg. Achtergronddossier Welzijnszorg. Armoede in Limburg in beeld 21

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S B E S T A A N S O N Z E K E R E N Editie 2011

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S B E S T A A N S O N Z E K E R E N Editie 2011 Gemeente Alken Welkom op de startpagina van de lijke fiches bestaansonzekeren! De lijke fiches bestaansonzekeren bevatten een basisdatafiche en een fiche. Basisdatafiche Indicatorfiche LAGE INKOMENSGROEPEN

Nadere informatie

Wat is armoede? Maatschappelijke participatie. Armoede in de Kempen

Wat is armoede? Maatschappelijke participatie. Armoede in de Kempen Armoede in de Kempen 30 april 2009 Bérénice Storms Wat is armoede? Armoede is een situatie waarbij het mensen ontbreekt aan de economische middelen om een aantal basisfuncties te realiseren (Van den Bosch,

Nadere informatie

Armoedebarometer 2012

Armoedebarometer 2012 Armoedebarometer 2012 Jill Coene An Van Haarlem Danielle Dierckx In opdracht van Decenniumdoelen 2017 Armoede in cijfers Kinderen geboren in een kansarm gezin verdubbeld tot 8,6% op tien jaar tijd - Kwalijke

Nadere informatie

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES «WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES Brussel wordt gekenmerkt door een grote concentratie van armoede in de dichtbevolkte buurten van de arme sikkel in het centrum van de stad, met name

Nadere informatie

Kinderarmoede in het Brussels Gewest

Kinderarmoede in het Brussels Gewest OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL Senaat hoorzitting 11 mei 2015 Kinderarmoede in het Brussels Gewest www.observatbru.be DIMENSIES VAN ARMOEDE

Nadere informatie

Iedereen beschermd tegen armoede?

Iedereen beschermd tegen armoede? Iedereen beschermd tegen armoede? Sociaal onrecht treft 1 op 7 mensen in ons land Campagne 2014 Iedereen beschermd tegen armoede? België is een welvaartsstaat, Brussel is de hoofdstad van Europa en Vlaanderen

Nadere informatie

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting De Welzijnsbarometer verzamelt jaarlijks een reeks indicatoren die verschillende aspecten van armoede in het Brussels Gewest belichten. De sociaaleconomische

Nadere informatie

armoedebarometer De interfederale Sociale Zekerheid Federale Overheidsdienst DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE

armoedebarometer De interfederale Sociale Zekerheid Federale Overheidsdienst DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE DE STAATSSECRETARIS VOOR MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE EN ARMOEDEBESTRIJDING LE SECRETAIRE D ÉTAT À L INTÉGRATION SOCIALE ET À LA LUTTE CONTRE LA PAUVRETÉ Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ALGEMENE

Nadere informatie

Cijfers en wegwijzers Armoede in Vlaanderen en Brussel. ChanceArt 10 december 2009

Cijfers en wegwijzers Armoede in Vlaanderen en Brussel. ChanceArt 10 december 2009 Cijfers en wegwijzers Armoede in Vlaanderen en Brussel ChanceArt 10 december 2009 Inhoud 1. De naakte cijfers 2. Decenniumdoelstellingen 3. Armoedebarometers 4. Armoede en cultuurparticipatie 5. Pleidooi

Nadere informatie

Het Inkomen van Chronisch zieke mensen

Het Inkomen van Chronisch zieke mensen Het Inkomen van Chronisch zieke mensen een uiteenzetting door: Greet Verbergt voor t Lichtpuntje & Vlaamse pijnliga 18 april 2009 Greet Verbergt is navorser en collega van Prof. Bea Cantillon aan het Centrum

Nadere informatie

HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE

HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL HET THEMATISCH RAPPORT LE RAPPORT THÉMATIQUE Vrouwen, bestaansonzekerheid en armoede in het Brussels Gewest

Nadere informatie

Europese armoededrempel. Die uitkeringen willen we met dit wetsvoorstel optrekken.

Europese armoededrempel. Die uitkeringen willen we met dit wetsvoorstel optrekken. WETSVOORSTEL tot wijziging van de regelgeving met het oog op het optrekken van de uitkeringen voor alleenstaanden tot op niveau van de Europese armoededrempel Toelichting Dames en heren, Développements

Nadere informatie

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE NATIONAAL SECRETARIAAT Huidevettersstraat 165 1000 Brussel T 02 502 55 75 F

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers Hebben laaggeschoolden een hoger risico om in armoede te belanden? Ja. Laagopgeleiden hebben het vaak

Nadere informatie

Welzijnsbarometer 2015

Welzijnsbarometer 2015 OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion

Nadere informatie

Welzijn inkomen en armoede

Welzijn inkomen en armoede Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 10 oktober 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Welzijn inkomen en armoede Samenvatting gemiddeld inkomen per Kempenaar 16.423/jaar (2010) iets lager

Nadere informatie

Informatie 10 januari 2015

Informatie 10 januari 2015 Informatie 10 januari 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS ARMOEDE WERELDWIJD Wereldwijd leven ongeveer 1,2 miljard mensen in absolute armoede leven: zij beschikken niet over basisbehoeften zoals schoon drinkwater,

Nadere informatie

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S O U D E R E N Editie 2010

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S O U D E R E N Editie 2010 G E M E E N T E L I J K E F I C H E S O U D E R E N Editie Gemeente Riemst Welkom op de startpagina van de lijke fiches ouderen! De lijke fiches ouderen bevatten een basisdatafiche en een fiche met cijfergegevens

Nadere informatie

ARMOEDE GEPEILD Een analyse van de EU-SILC cijfers naar aanleiding van 17 oktober Werelddag van verzet tegen armoede

ARMOEDE GEPEILD Een analyse van de EU-SILC cijfers naar aanleiding van 17 oktober Werelddag van verzet tegen armoede ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 16 oktober 9 ARMOEDE GEPEILD Een analyse van de EU-SILC cijfers naar aanleiding van oktober Werelddag van verzet tegen armoede % van de

Nadere informatie

De Genkse werkloosheidscijfers Toestand op

De Genkse werkloosheidscijfers Toestand op De Genkse werkloosheidscijfers Toestand op 30.06.2015 Genk telde eind juni 3.807 niet-werkende werkzoekenden (NWWZ). Dat zijn er 343 of 9,9% meer dan in juni 2014. In Limburg was er een stijging van 3,3%,

Nadere informatie

ARMOEDEBAROMETER 2015

ARMOEDEBAROMETER 2015 ARMOEDEBAROMETER 2015 Wat zeggen de cijfers? ARMOEDE GEWIKT EN GEWOGEN Kinderarmoede: 11.2% Sinds 2008 gestaag gestegen Toekomst: blijft stijgen Kinderarmoede vooral bij moeders met een migratiegeschiedenis

Nadere informatie

ARMOEDE IN BEELD LEOPOLDSBURG

ARMOEDE IN BEELD LEOPOLDSBURG ARMOEDE IN BEELD LEOPOLDSBURG (Laatste aanpassing van het rapport op 29 januari 2015) (Als je het rapport opent, worden automatisch de meest recente gegevens uit de databank gehaald) Inleiding Het rapport

Nadere informatie

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S O U D E R E N Editie 2010

G E M E E N T E L I J K E F I C H E S O U D E R E N Editie 2010 G E M E E N T E L I J K E F I C H E S O U D E R E N Editie Gemeente Gingelom Welkom op de startpagina van de lijke fiches ouderen! De lijke fiches ouderen bevatten een basisdatafiche en een fiche met cijfergegevens

Nadere informatie

Omgevingsanalyse en participatief proces

Omgevingsanalyse en participatief proces Subsidieaanvraag lokale kinderarmoedebestrijding 2014-2019 LANAKEN Omgevingsanalyse en participatief proces Kinderen in armoede zijn steeds kinderen van ouders in armoede. 1 Armoede wordt enerzijds uitgedrukt

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Bijlage III Het risico op financiële armoede

Bijlage III Het risico op financiële armoede Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,

Nadere informatie

Limburg Sociaal Enkele cijfers. 17 juni 2014 Steunpunt Sociale Planning

Limburg Sociaal Enkele cijfers. 17 juni 2014 Steunpunt Sociale Planning Limburg Sociaal Enkele cijfers 17 juni 2014 Steunpunt Sociale Planning Inhoud Inleiding Bestaansonzekerheid in Limburg Inkomen ter hoogte van wettelijke armoedegrens Recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering

Nadere informatie

Noord-Limburg in cijfers. 14 mei 2013

Noord-Limburg in cijfers. 14 mei 2013 Noord-Limburg in cijfers 14 mei 2013 Inhoud Het Steunpunt Sociale Planning: even kort voorstellen Noord-Limburg in cijfers Nieuwe databank Limburg in cijfers: even kennismaken Het Steunpunt Sociale Planning:

Nadere informatie

Armoede en gebrek aan wooncomfort gaan samen Hoogste armoederisico blijft bij werklozen en alleenstaande ouders

Armoede en gebrek aan wooncomfort gaan samen Hoogste armoederisico blijft bij werklozen en alleenstaande ouders ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 3 april 2009 Armoede en gebrek aan wooncomfort gaan samen Hoogste armoederisico blijft bij werklozen en alleenstaande ouders De meest

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) Tweede deel In de vorige Stat info ging de studie globaal (ttz. alle statuten bijeengevoegd) over het verband

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in februari 2015

De arbeidsmarkt in februari 2015 De arbeidsmarkt in februari 2015 Datum: 24 maart 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche februari 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1.

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2015

De arbeidsmarkt in augustus 2015 De arbeidsmarkt in augustus 2015 Datum: 8 september 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

West-Limburg in cijfers. 17 juni 2013

West-Limburg in cijfers. 17 juni 2013 West-Limburg in cijfers 17 juni 2013 Inhoud Het Steunpunt Sociale Planning: even kort voorstellen West-Limburg in cijfers Nieuwe databank Limburg in cijfers: even kennismaken Het Steunpunt Sociale Planning:

Nadere informatie

FOCUS De werknemers die een beroep doen op OCMW-steun

FOCUS De werknemers die een beroep doen op OCMW-steun FOCUS De werknemers die een beroep doen op OCMW-steun Nummer 6 - December 2013 1. Inleiding Het hebben van een betaalde job is de beste garantie om niet in de armoede verzeild te geraken. Betaalde arbeid

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België

Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België Cijferbijlage Wonen in Nederland en werken in België Inhoud Algemeen 2 Gezin 2 Medische zorg 3 Nabestaanden 3 Werkloos 4 Ziek of arbeidsongeschikt 5 Zwangerschap en bevalling 5 Zo blijft u op de hoogte

Nadere informatie

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Federaal Plan Armoedebestrijding Reactie van BAPN vzw BAPN vzw Belgisch Netwerk Armoedebestrijding Vooruitgangstraat 333/6 1030

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in november 2015

De arbeidsmarkt in november 2015 De arbeidsmarkt in november 2015 Datum: 7 december 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche november 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF Personen met een handicap Januari 2013

NIEUWSBRIEF Personen met een handicap Januari 2013 NIEUWSBRIEF Personen met een handicap Januari 2013 1. De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) is een federale tegemoetkoming die toegekend wordt door

Nadere informatie

De verwarmingstoelage

De verwarmingstoelage Versie nr: 1 Laatste wijziging: 04-02-2009 1) Waartoe dient deze fiche? 2) Wat is dat een verwarmingstoelage? 3) Wordt elke brandstof in aanmerking genomen voor de toekenning van de verwarmingstoelage?

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in december 2014

De arbeidsmarkt in december 2014 De arbeidsmarkt in december 2014 Datum: 14 januari 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche december 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat

Nadere informatie

Kinderarmoede als prioriteit in het Belgisch Strategisch plan sociale bescherming en insluiting, welke zijn de uitdagingen voor het beleid?

Kinderarmoede als prioriteit in het Belgisch Strategisch plan sociale bescherming en insluiting, welke zijn de uitdagingen voor het beleid? Kinderarmoede als prioriteit in het Belgisch Strategisch plan sociale bescherming en insluiting, welke zijn de uitdagingen voor het beleid? Bijdrage voor dialoogdag Europa nabij? Armoede en sociale uitsluiting

Nadere informatie

1. Kwartiermaken. Kwartiermakenvoor mensen met een psychische kwetsbaarheid. PsycEvent Duffel 7 mei 2015

1. Kwartiermaken. Kwartiermakenvoor mensen met een psychische kwetsbaarheid. PsycEvent Duffel 7 mei 2015 1. Kwartiermaken Kwartiermakenvoor mensen met een psychische kwetsbaarheid PsycEvent Duffel 7 mei 2015 1 Inhoudstafel 1. Kwartiermaken?? 2. Hoeveel plaats is er nodig 3. Hoe moet de plek eruit zien 4.

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008 Armoede in België Ter gelegenheid van de Werelddag van Verzet tegen Armoede op 17 oktober heeft de Algemene Directie Statistiek

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Arbeidsmarkt vijftigplussers

Arbeidsmarkt vijftigplussers Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Arbeidsmarkt vijftigplussers Samenvatting 2012) 50.216 werkende 50+ ers (2011) aantal werkende vijftigplussers

Nadere informatie

Omzendbrief betreffende de verwarmingsperiode 2007-2008

Omzendbrief betreffende de verwarmingsperiode 2007-2008 Vragen naar: Petra Romelart E-mail: petra.romelart@mi-is.be Tel 02/5078727 Url : www.mi-is.be Aan de dames en heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in juli 2014

De arbeidsmarkt in juli 2014 De arbeidsmarkt in juli 2014 Datum: 13 augustus 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche juli 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Tegemoetkomingen aan personen met een handicap

Tegemoetkomingen aan personen met een handicap Tegemoetkomingen aan personen met een handicap Barema's vanaf 01.12.2012 SPILINDEX 119,62 (Jaarbedragen in euro) 1. De wet van 27 februari 1987 De wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen

Nadere informatie

Zekerheid over inleveringen, onzekerheid over sociale correcties

Zekerheid over inleveringen, onzekerheid over sociale correcties Zekerheid over inleveringen, onzekerheid over sociale correcties De effecten van de federale en Vlaamse beleidsmaatregelen op gezinnen met een laag inkomen 1. Inleiding Verschillende organisaties en de

Nadere informatie

DE GEHARMONISEERDE WERKLOOSHEID IN RUIME ZIN

DE GEHARMONISEERDE WERKLOOSHEID IN RUIME ZIN 1 DE GEHARMONISEERDE WERKLOOSHEID IN RUIME ZIN INHOUDSTAFEL 1. INLEIDING... 3 1.1. DE WERKZOEKENDE VOLLEDIG WERKLOZE IN STRIKTE ZIN... 3 1.2. BREDERE DEFINITIE VAN WERKLOOSHEID... 4 2. DE CIJFERS VAN DE

Nadere informatie

De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011

De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. Samenvatting rapport 2011 De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België Samenvatting rapport 2011 Hoe groot is de loonkloof? Daalt de loonkloof? De totale loonkloof Deeltijds werk Segregatie op de arbeidsmarkt Leeftijd Opleidingsniveau

Nadere informatie

De OCMW op weg naar 2020 in woelige tijden. Prof. dr. Koen Hermans Projectleider LUCAS / Onderzoeksgroep Sociaal Werk KU Leuven

De OCMW op weg naar 2020 in woelige tijden. Prof. dr. Koen Hermans Projectleider LUCAS / Onderzoeksgroep Sociaal Werk KU Leuven De OCMW op weg naar 2020 in woelige tijden Prof. dr. Koen Hermans Projectleider LUCAS / Onderzoeksgroep Sociaal Werk KU Leuven Inhoud Een korte terugblik Het OCMW anno 2011: Sociaal woelige tijden 3 mogelijke

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) Eerste deel Evolueert de werkloosheidsduur naargelang de leeftijd van de werkloze? Hoe groot is de kans

Nadere informatie

Toelichtingen bij de uitbreiding van de maatregel tot de toekenning van een installatiepremie aan personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen

Toelichtingen bij de uitbreiding van de maatregel tot de toekenning van een installatiepremie aan personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen Vragen naar: petr romelart E-mail: petra.romelart@mi-is.be Toelichtingen bij de uitbreiding van de maatregel tot de toekenning van een installatiepremie aan personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen

Nadere informatie

Persbericht: Lokale Limburgse projecten, die eenzaamheid en armoede bij kwetsbare ouderen doorbreken, krijgen samen 55.500 euro Vlaamse steun

Persbericht: Lokale Limburgse projecten, die eenzaamheid en armoede bij kwetsbare ouderen doorbreken, krijgen samen 55.500 euro Vlaamse steun Persbericht: Lokale Limburgse projecten, die eenzaamheid en armoede bij kwetsbare ouderen doorbreken, krijgen samen 55.500 euro Vlaamse steun Nu de gemeenten hun nieuwe besturen hebben gevormd en het beleid

Nadere informatie

Huis Sofia 22 november 2011

Huis Sofia 22 november 2011 Huis Sofia 22 november 2011 Overzicht presentatie Antwerpen in cijfers OCMW Antwerpen in cijfers Studenten in Antwerpen Strategische visie en doelstelling Visie en uitgangspunten Wie woont er? Wat betekent

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015 Lichte daling werkloosheid Arbeidsmarktcijfers tweede kwartaal 2015 De werkloosheidgraad gemeten volgens de definities van het Internationaal Arbeidsbureau daalde

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid"

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling "Sociale Zekerheid" SCSZ/14/002 ADVIES NR. 15/01 VAN 13 JANUARI 2015 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN ANONIEME GEGEVENS DOOR

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 juli 2010 De honden en katten van de Belgen Enkele conclusies Ons land telde in 2008 1.167.000 honden en 1.974.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag

Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag De Vlaamse regering hakte uiteindelijk de knoop door over de hervorming van de Vlaamse kinderbijslag.

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Rondkomen met een minimum inkomen: hoe (on)mogelijk is dit?

Rondkomen met een minimum inkomen: hoe (on)mogelijk is dit? Rondkomen met een minimum inkomen: hoe (on)mogelijk is dit? Studie naar de doeltreffendheid van de minimuminkomensbescherming anno 2013 BÉRÉNICE STORMS werkt aan Cebud aan de Thomas More Hogeschool en

Nadere informatie

Langdurige werkloosheid in Vlaanderen

Langdurige werkloosheid in Vlaanderen Langdurige werkloosheid in Vlaanderen In 2015 daalde de kortdurige werkloosheid, maar steeg de langdurige werkloosheid sterk. Hierdoor bleef de totale werkloosheid een heel jaar min of meer status quo.

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Migratie en Sociale Zekerheid

Migratie en Sociale Zekerheid Migratie en Sociale Zekerheid 19 oktober 2010 Geschiedenis v/d Sociale Zekerheid Sociale Zekerheid = Securité Sociale = Sociale Veiligheid SZ = Solidariteit Werkende en werklozen Jongeren en ouderen Gezonde

Nadere informatie

I B O. Een werknemer op maat gemaakt. 1. IBO = training-on-the-job. IBO = 'werkplekleren' IBO = 'een werknemer op maat'

I B O. Een werknemer op maat gemaakt. 1. IBO = training-on-the-job. IBO = 'werkplekleren' IBO = 'een werknemer op maat' I B O Een werknemer op maat gemaakt Eén van de kernopdrachten van de VDAB bestaat uit het verstrekken van opleiding. Het tekort aan specifiek geschoold personeel en de versnelde veranderingen in de werkomgeving

Nadere informatie

Bijlage I. Sociaal-economische achtergrondcijfers en Nationale en Europese indicatoren voor sociale insluiting

Bijlage I. Sociaal-economische achtergrondcijfers en Nationale en Europese indicatoren voor sociale insluiting Bijlage I. Sociaal-economische achtergrondcijfers en Nationale en Europese indicatoren voor sociale insluiting Tabel 1.1 Kerncijfers sociaal-economische trends 1995 2000 2003 2005 2007 Bevolking (x 1 mln)

Nadere informatie

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Interne Memo nr. Aan: commissie MO Van: G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Inleiding Per 1 januari 2015 wijzigen een aantal zaken binnen

Nadere informatie

Uitgerust op rustpensioen

Uitgerust op rustpensioen Uitgerust op rustpensioen Eindeloopbaan en pensioenvorming in Vlaanderen Herremans, W. (2005). Uitgerust op rustpensioen. Eindeloopbaan en pensioenvorming in Vlaanderen. Steunpunt WAV, in opdracht van

Nadere informatie

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013)

Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1 Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) Trends op de Belgische arbeidsmarkt (1983-2013) 1. Arbeidsmarktstatus van de bevolking van 15 jaar en ouder in 1983 en 2013 De Belgische bevolking van

Nadere informatie

Feiten en cijfers over arbeid en gezin

Feiten en cijfers over arbeid en gezin Gezin en arbeid Feiten en cijfers over arbeid en gezin Geurts, K. (2003), Minder gezin, meer arbeid? De arbeidsdeelname van de bevolking naar gezinspositie. Een situering van Vlaanderen in Europa, In:

Nadere informatie

27 30 oktober 2011 KAV - Belgium. Wanted: Genderproof systems of Social Security and Protection!

27 30 oktober 2011 KAV - Belgium. Wanted: Genderproof systems of Social Security and Protection! EBCA seminarie Londen Marietje Van Wolputte 27 30 oktober 2011 KAV - Belgium Wanted: Genderproof systems of Social Security and Protection! 1 Inleiding: Armoede is vrouwelijk. Dat is een wereldwijd gegeven.

Nadere informatie

De toekomst van de welvaartsstaat. Frank Vandenbroucke Kortrijk 18 maart 2015

De toekomst van de welvaartsstaat. Frank Vandenbroucke Kortrijk 18 maart 2015 De toekomst van de welvaartsstaat Frank Vandenbroucke Kortrijk 18 maart 2015 De actieve welvaartsstaat herbekeken De duurzaamheid van het succes van de welvaartsstaat Investeren in kinderen Beleidsuitdagingen

Nadere informatie

Informatie 17 december 2015

Informatie 17 december 2015 Informatie 17 december 2015 ARMOEDE: FEITEN EN CIJFERS Ondanks het aflopen van de economische recessie, is de armoede in Nederland het afgelopen jaar verder gestegen. Vooral het aantal huishoudens dat

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in oktober 2014

De arbeidsmarkt in oktober 2014 De arbeidsmarkt in oktober 2014 Datum: 19 november 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche oktober 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat

Nadere informatie

Financiële steun equivalent aan het leefloon

Financiële steun equivalent aan het leefloon Versie nr.: 1 Laatste wijziging: 22-09-2008 1) Waartoe dient deze fiche? 2) Wat is financiële steun equivalent aan het leefloon? 3) Wie heeft recht op het equivalent leefloon? 4) Aan welke 2 verplichte

Nadere informatie

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD

ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD ONS ENGAGEMENT VOOR UW TOEKOMST ONTCIJFERD UW TOEKOMST ONTCIJFERD we creëren sociale welvaart met vier bouwstenen 1 meer jobs 2 stijgende koopkracht 3 sociale zekerheid voor iedereen 4 een toekomst voor

Nadere informatie

Voor meer cijfers, zie beleidsdomein Slagkrachtige stad, rubriek data. Stad Genk Publicatie Inkomens 2013 1

Voor meer cijfers, zie  beleidsdomein Slagkrachtige stad, rubriek data. Stad Genk Publicatie Inkomens 2013 1 De Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie publiceerde de cijfers over het netto belastbaar inkomen van 2013 (aanslagjaar 2014). De cijfers zijn gebaseerd op de aangiften in de personenbelastingen.

Nadere informatie

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren

Wetenschappelijke studie geeft zicht op de leefomstandigheden van daklozen en mensen zonder papieren Kabinet van Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding Philippe COURARD Kabinet van Minister van KMO'S, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid Sabine LARUELLE Persbericht

Nadere informatie

Overleg mdt en ouders Timing

Overleg mdt en ouders Timing Mariska Waldukat Sociaal werker Patiëntenbegeleiding Overleg mdt en ouders Timing Wat nu? Aanvraagprocedure Rechten? Indienen van de aanvraag Medisch onderzoek Beslissing 1 Contact kinderbijslagfonds Bedienden

Nadere informatie

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur 2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur Martine Corijn D/2011/3241/019 Inleiding FOD ADSEI-cijfers leidden tot de krantenkop Aantal

Nadere informatie

Inkomens in Helmond RIO 2013

Inkomens in Helmond RIO 2013 FACT sheet Inkomens in Helmond RIO 2013 Informatie van Onderzoek en Statistiek Jaarlijks levert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfermatige informatie over de inkomens van en huishoudens

Nadere informatie

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën.

Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Wat is armoede? Er zijn veel verschillende theorieën en definities over wat armoede is. Deze definities zijn te verdelen in categorieën. Absolute en relatieve definities Bij de absolute definities wordt

Nadere informatie

Evolutie van de Brusselse arbeidsmarkt Maandverslag Januari 2015

Evolutie van de Brusselse arbeidsmarkt Maandverslag Januari 2015 Evolutie van de Brusselse arbeidsmarkt Maandverslag Januari 2015 INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave en kerncijfers... 1 Geharmoniseerde cijfers op Europees niveau... 2 Door de RVA vergoede werklozen... 3 Overzicht

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

10 ZAKEN DIE JE MOET WETEN VOOR JE IN HET

10 ZAKEN DIE JE MOET WETEN VOOR JE IN HET WERKEN MET EEN ZIEKTE- EN INVALIDITEITSUITKERING TOEGELATEN ARBEID 10 ZAKEN DIE JE MOET WETEN VOOR JE IN HET SYSTEEM STAPT WERKEN MET EEN ZIEKTE- EN INVALIDITEITSUITKERING TOEGELATEN ARBEID Vorig jaar

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Kerncijfers Vergrijzing en Werkzaamheid Versie 20 juni 2013 1 De arbeidsmarkt wordt krapper: alle talent is nodig Evolutie van de vervangingsgraad (verhouding 15-24-jarigen

Nadere informatie

NOVEMBER 2014 BAROMETER

NOVEMBER 2014 BAROMETER NOVEMBER 2014 BAROMETER In deze nieuwe editie van de barometer staan we stil bij de Census 2011 die afgelopen maand werd gepubliceerd door Statistics Belgium, onderdeel van de FOD Economie. We vertalen

Nadere informatie

Met dit formulier kunt u als u met uw gezin in België woont een VOORLOPIGE toeslag op de kinderbijslag aanvragen als:

Met dit formulier kunt u als u met uw gezin in België woont een VOORLOPIGE toeslag op de kinderbijslag aanvragen als: Mevrouw Mijnheer Met dit formulier kunt u als u met uw gezin in België woont een toeslag op de kinderbijslag aanvragen als: - Langdurig werkloze (tenminste 6 maanden) - Zieke (tenminste 6 maanden) - Bruggepensioneerde

Nadere informatie

Oneigenlijk gebruik van middelen tot bestrijding van kinderarmoede in Houthalen-Helchteren

Oneigenlijk gebruik van middelen tot bestrijding van kinderarmoede in Houthalen-Helchteren Oneigenlijk gebruik van middelen tot bestrijding van kinderarmoede in Houthalen-Helchteren Jef Lingier en Kim De Witte PVDA Limburg 1 Kinderarmoede in Houthalen-Helchteren... 2 1.1 Hoge kinderarmoede...

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/09/038 BERAADSLAGING NR 09/028 VAN 5 MEI 2009 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

JAAROVERZICHT 2009 IN CIJFERS FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID DIRECTIE-GENERAAL PERSONEN MET EEN HANDICAP

JAAROVERZICHT 2009 IN CIJFERS FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID DIRECTIE-GENERAAL PERSONEN MET EEN HANDICAP JAAROVERZICHT 2009 IN CIJFERS FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID DIRECTIE-GENERAAL PERSONEN MET EEN HANDICAP 0. Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Lijst van de afkortingen 3. Kerncijfers 3.1. Inkomensvervangende

Nadere informatie